CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Toelichting

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 12 december 2023, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststelling ongewijzigd bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland14.611 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Afbeelding 9: Luchtkwaliteit in 2020. Van boven naar beneden: concentratie stikstof, fijnstof PM10 en fijnstof PM2,5. Plangebied nabij pijl. Bron: NSL Monitoringstool.

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland

Afbeelding 10: Luchtkwaliteit in 2030. Van boven naar beneden: concentratie stikstof, fijnstof PM10 en fijnstof PM2,5. Plangebied nabij pijl. Bron: NSL Monitoringstool. De concentraties blijven op basis van de NSL-monitoringstool onder de wettelijk vereiste gemiddelde concentraties. De WHO en GGD hanteren advieswaarden voor fijn stof (PM10) van 15 microgram per kuub, en 5 microgram per kuub voor PM2,5 wat lager ligt dan de wettelijke grenswaarden. Volledigheidshalve wordt middels het Geoportaal van de Omgevingsdienst regio Utrecht bekeken of de concentraties PM10 en PM2,5 ook onder de advieswaarden van de WHO en GGD blijven. In onderstaande afbeeldingen is te zien dat de concentratie PM10 in 2018 tussen de 18-19 µg / m³ is en in 2030 tussen de 17-18 µg / m³. Fijn stof valt dus net boven de advieswaarde van de WHO en GGD. Voor PM2,5 geldt dat de concentratie in 2018 tussen de 12,5-13 µg / m³ is en in 2030 tussen de 10-10,5 µg / m³. Deze concentraties liggen boven de advieswaarde van 5 microgram per kuub voor fijnstof PM2,5. Het betreft hier echter een advieswaarde en geen wettelijke grenswaarde. Onderstaand plan is getoetst aan de wettelijke grenswaarden.

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland

Afbeelding 11: Linksboven: concentratie PM10 in 2018, Linksonder: Concentratie PM10 in 2030, Rechtsboven: Concentratie PM2,5 in 2018, Rechtsonder: concentratie PM2,5 in 2030. Bron: ODRU.

4.8

Externe veiligheid

Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico's: risicovolle (Bevi-)inrichtingen; (Bevi staat voor Besluit externe veiligheid inrichtingen) vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Deze begrippen worden hieronder toegelicht. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen.

De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Bij groepsrisico is niet een contour bepalend, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Bij groepsrisico wordt gewerkt met een oriëntatiewaarde en niet met een grenswaarde. Hoe meer mensen dicht op de bron zijn bij een bepaalde calamiteit, hoe groter het effect. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) stelt dat bij 26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland elk bestemmingsplan, waar een relevant groepsrisico aanwezig is, dit risico moet worden verantwoord, ook wanneer dit onder de oriëntatiewaarde ligt. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico des te zwaarder de verantwoording is. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Het Bevi is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen.

Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Het toetsingskader voor het onderdeel transportroutes gevaarlijke stoffen is het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). Dit besluit is op 1 april 2015 in werking getreden. Bepaald moet worden of binnen de invloedsfeer van deze transportassen gevoelige functies mogelijk zijn. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Voor sommige transportassen wordt rekening gehouden met het Plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het PAG is het gebied tot 30 meter van de transportas waarin, bij de realisering van kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen.

Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het PR in acht te nemen en het GR te verantwoorden. Het Bevb vervangt hiermee de circulaires Zonering langs hogedruk aardgasleidingen (1984) en Zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen (1991). Planspecifiek Om te beoordelen of er risico's Externe Veiligheidsrisico's zijn, is de risicokaart van de provincie geraadpleegd. De kaart geeft aan dat er in de directe omgeving geen gevaarlijke Bevi-inrichtingen en buisleidingen aanwezig zijn.

Toelichting (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland

Afbeelding 12: Uitsnede risicokaart, plangebied aangegeven met rode pointer. Bron: Risicokaart.nl. Het plangebied is gelegen op circa 1,1 kilometer afstand van de A27. Over de A27 worden de gevaarlijke stoffen uit de stofcategorie GF3 vervoerd. Het invloedsgebied (1%-letaliteitsafstand) van de stofcategorie GF3 bedraagt 355 meter. Onderhavig plan valt niet binnen dit invloedsgebied. Over de A27 vindt ter hoogte van wegvak Z128 naast het vervoer van GF3 ook LT1 en LT2 plaats. Het plangebied valt binnen het invloedsgebied van LT1 en LT2. Het maatgevend scenario als gevolg van een ongeval met stoffen uit deze stofcategorieën is een toxisch scenario. Gezien het feit dat het aantal mensen dat planologisch aanwezig kan zijn op de locatie niet zal wijzigen door onderhavige ontwikkeling, is er verder geen sprake van een wijziging in het externe veiligheidsrisico. Immers wordt er per saldo geen woning toegevoegd. Wel wordt navolgend ingegaan op het toxisch scenario en de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Maatgevend scenario Giftige wolk: Een plas ontstaat doordat de afsluiter van de tank van de tankwagen afbreekt na bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor stroomt een groot deel van de vloeibare zwaveltrioxide in korte tijd uit. De zwaveltrioxide verspreidt zich over de grond, dampt uit en vormt een giftige wolk. De wolk verspreidt zich snel met de wind mee.

De omvang van de giftige wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden. Bestrijdbaarheid Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door de vloeistofplas af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld door een waterscherm. Voor het ineens vrijkomen van de gehele tankinhoud is het moeilijker om het scenario te kunnen bestrijden. De aanwezigheid van bluswatervoorzieningen binnen het plangebied is bij een toxisch scenario niet relevant. Voor adequate hulpverlening van de brandweer bij andere incidenten is het wel van belang dat voldoende bluswater aanwezig is. Binnen 70 meter van de beoogde ontwikkeling ligt open water langs de Kanaaldijk. Vanwege de nabijheid van water is de aanname dat voldoende secundaire bluswaterbronnen voorhanden is ten behoeve van koeling/blussing. Kijkend naar de omgeving van de kavel waarop gebouwd gaat worden, ligt voldoende open water waar de brandweer haar bluswater kan halen. Daarom eist de brandweer op dit moment geen geboorde put gezien de andere bebouwing in dit buitengebied waarbij ook van open water gebruik wordt gemaakt.

Wel is van belang dat de watergang onderhouden wordt zodat de brandweer schoon oppervlaktewater tot haar beschikking heeft en het open water toegankelijk is. Hierbij dient echter opgemerkt te worden dat het opbouwen van waterwinning langer zal duren dan bij een bluswatervoorziening op een afstand van maximaal 40 meter van de beoogde bebouwing. Mocht niet aan de onderhoudsplicht worden voldaan dan kan de brandweer alsnog aangeven dat er een geboorde put dient te worden aangelegd. Bereikbaarheid hulpdiensten

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland

Het is van belang dat de hulpdiensten tijdens een brand, ramp of zwaar ongeval voldoende snel kunnen optreden. Een goede bereikbaarheid is hierbij van essentieel belang. Op basis van de beschikbare gegevens is de bereikbaarheid van het betreffende perceel en de incidentlocatie voldoende. Het plangebied is tweezijdig aan te rijden via de Zijlkade die overgaat op de provinciale weg en de Kanaaldijk. Zelfredzaamheid Bij zelfredzaamheid gaat het om de mogelijkheden voor personen in het invloedsgebied van een risicobron om zichzelf in veiligheid te brengen indien een ramp of een zwaar ongeval plaatsvindt. Belangrijk aspect hierbij is, dat zij zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar zonder daadwerkelijke hulp van de hulpverleningsdiensten, bijvoorbeeld door te vluchten of te schuilen. De mate van zelfredzaamheid in het rampgebied is bepalend voor de omvang van de hulpverlening tijdens een ramp of een zwaar ongeval. Het handelingsperspectief bij een gifwolk is voor personen buiten vluchten. Voor personen binnen is het handelingsperspectief binnenblijven, ramen en deuren sluiten en ventilatie uitzetten. De personen binnen het plangebied worden als voldoende zelfredzaam geschat. Kabels en leidingen Onder de huidige woonbestemming liggen kabels/leidingen van Stedin.

Initiatiefnemer is in overleg getreden met Stedin om tot een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te komen. Om eventuele risico's op verzakkingen en beschadigingen te voorkomen wordt de nieuwe woning derhalve op het naastgelegen perceel gerealiseerd. Op deze manier wordt een beschermingszone in acht genomen aan weerszijden van de gelokaliseerde leidingen/kabels. Ten behoeve van radiogolven is het Antenneregister geraadpleegd. In de nabije omgeving is geen GSM mast gevestigd. De dichtstbijzijnde GSM mast is gelegen op circa 1,5 kilometer.

Gezien bovenstaande conclusies zijn van uit het aspect Externe veiligheid geen aanvullende randvoorwaarden van toepassing. De Veiligheidsregio Utrecht heeft advies uitgebracht op het plan. Naar aanleiding van het advies van de Veiligheidsregio is het toxisch scenario en bijbehorend handelingsscenario opgenomen. Het aspect Externe Veiligheid vormt geen belemmering voor het plan.

4.9

Waterhuishouding

Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hooggehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw' (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden.

Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod. Waterwet

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland

Centraal in de Waterwet staat een integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering'. Deze benadering gaat uit van het geheel van relaties binnen watersystemen. Denk hierbij aan de relaties tussen waterkwaliteit, -kwantiteit, oppervlakte- en grondwater, maar ook aan de samenhang tussen water, grondgebruik en watergebruikers. Het doel van de waterwet is het integreren van acht bestaande wetten voor waterbeheer. Door middel van één watervergunning regelt de wet het beheer van oppervlaktewater en grondwater en de juridische implementatie van Europese richtlijnen, waaronder de Kaderrichtlijn Water. Via de Waterwet gelden verschillende algemene regels. Niet alles is onder algemene regels te vangen en daarom is er de integrale watervergunning. In deze integrale watervergunning zijn zes vergunningen uit eerdere wetten (inclusief keurvergunning) opgegaan in één aparte watervergunning. De Waterwet schrijft voor dat elke zes jaar een nieuw Nationaal Waterplan uitgebracht wordt. Op 18 maart 2022 is het Nationaal Water Programma 2022-2027 vastgesteld. Nationaal Water Programma 2022- 2027 Het NWP 2022-2027 bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daarbij behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050.

Het NWP geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het NWP richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Provincie Utrecht De provincie stelt kaders en ontwikkelt beleid voor schoon, mooi, veilig en voldoende water in Utrecht. Dit is vastgelegd in het Bodem- Water- en Milieuplan. Voor water heeft de provincie Utrecht drie prioriteiten. Te weten 'waterveiligheid en wateroverlast', 'schoon en voldoende oppervlaktewater' en 'een ondergrond met schoon en voldoende grondwater'. Waterschap Rivierenland Het Waterschap Rivierenland is verantwoordelijk voor en werkt aan een duurzaam waterbeheer voor een veilig en leefbaar 'Rivierenland'. Bij alle in- en uitbreidingsplannen adviseert en toetst het Waterschap op hydrologische effecten, waarbij het hydrologisch neutraal ontwikkelen het uitgangspunt is. Kortom, het initiatief mag niet leiden tot een verandering in de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse en in de directe omgeving. Naast het beheerplan beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren.

Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een watervergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels. Deze watervergunning wordt vervolgens door het waterschap verleend of geweigerd. Ook is het mogelijk dat nadere eisen worden gesteld aan de vergunningverlening. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 'Versterken, verbinden, vergroenen' beschrijft wat Waterschap Rivierenland in de planperiode 2022-2027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheerprogramma zijn voor het waterbeheer de kaders gegeven en de opgaven gedefinieerd. De visie van Waterschap Rivierenland is vertaald in 8 hoofdthema's: beschermen tegen overstromingen; water eerlijk verdelen; voorbereiden op extreem weer; streven naar schoon water van een goede biologische kwaliteit; bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; kwaliteitsverbetering zwemwater; toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit. Verordening De Keur Het Waterschap Rivierenland heeft als regelgeving haar verordening de Keur. Deze verordening is bedoeld om watergangen, wateren, onderhoudspaden, kaden en dijken te beschermen tegen beschadiging.

In de verordening de Keur is geregeld dat langs A- en B-waterlopen een beschermingszone in acht dient te worden genomen. De beschermingszone is een obstakelvrije onderhoudsstrook die in de legger is aangewezen. Met deze zone wordt handmatig en/of machinaal onderhoud van de watergang vanaf de kant mogelijk gemaakt. Binnen de beschermingszone van een Aof B-watergang mogen niet zonder toestemming van het Waterschap Rivierenland werkzaamheden

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland plaatsvinden die schade kunnen aanbrengen aan de watergang. Voor een A-watergang geldt in de Alblasserwaard een beschermingszone van 5 meter en voor een B-watergang 1 meter. Werkzaamheden in de watergang of de bijbehorende beschermingszone zijn vergunning- en of meldingsplichtig, omdat deze invloed hebben op de wateraan- en afvoer, de waterberging of het onderhoud. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit van het profiel en/of veiligheid wordt aangetast, de aanen/of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Het onderhoud en de toestand van de waterlopen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Planspecifiek Bestaand watersysteem Op onderstaande uitsnede is zichtbaar dat het plangebied een B-watergang bevat. B-watergangen zijn van secundair belang voor het waterbeheer en dienen door aangrenzende eigenaren te worden onderhouden. De bestaande watergang en de loop hiervan worden gehandhaafd. Er zal een loopbrug worden aangelegd tussen de huidige woonbestemming en de uitbreiding hiervan. Ook blijft de duiker behouden.

Afbeelding 13: Uitsnede legger Waterschap Rivierenland. Bron: Waterschap Rivierenland. Lozen van afvalwater In voorliggend plan betreft het enkel huishoudelijk afvalwater. Het systeem voor huishoudelijk afvalwater zal worden aangesloten op het (bestaande) vuilwaterriool van het perceel. Uitloogbare materialen In voorliggend plan zullen geen uitloogbare materialen worden toegepast. Hemelwater Het hemelwater wordt geloosd op nabijgelegen oppervlaktewater Watercompensatie In de bestaande situatie is een deel van de muren van de afgebrande woning aanwezig. Verder bestaat het plangebied uit onverhard oppervlak. Door voorgenomen ontwikkeling zal het verhard oppervlak toenemen. Gezien de grootte van het nieuwe planperceel (900 m2) kan gesteld worden dat de toename in oppervlak valt onder de eenmalige vrijstelling van 1.500 m2 van het Waterschap Rivierenland. Initiatiefnemer heeft eerder geen gebruik gemaakt van deze vrijstelling. Volledigheidshalve wordt navolgend aangetoond dat voldoende ruimte beschikbaar is om een eventuele compensatie binnen het plangebied vorm te geven, mocht de vrijstelling tijdens de vergunningsaanvraag niet worden toegekend. Uitgangspunt vanuit het waterschap voor het berekenen van het verhard oppervlak en de

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland watercompensatie is dat bij vrijstaande woningen wordt uitgegaan van 70% verharding op perceelniveau (inclusief woning, schuur, tuinverharding etc.). Het planperceel heeft een oppervlak van 900 m2. Dat betekent dat uit moet worden gegaan van 630 m2 aan verharding. Vuistregel is 436 m³ waterberging per hectare verharding voor compensatie in open water. Dat betekent dat voor het plangebied 27,5 m3 (0,063 x 436) in open water moet worden gecompenseerd. Er moet rekening worden gehouden met een waterkolom van 0,2 meter vanwege de beperkte drooglegging van het gebied. Er zal daarmee 137 m2 aan open water moeten worden gerealiseerd. Het plangebied biedt hier binnen de tuinbestemming voldoende ruimte voor. Watertoets De Digitale Watertoets is ingevuld, zie bijlage 5. Uit de Watertoets komt naar voren dat vanwege de aanwezigheid van een B-watergang in het plangebied de normale procedure gevolgd dient te worden. Dit betekent dat de waterparagraaf ter beoordeling toegezonden dient te worden aan het Waterschap. Over de B-watergang zal een dam gerealiseerd worden als toegangsweg naar het plangebied. De dam wordt gerealiseerd conform de regels en uitgangspunten van het Waterschap Rivierenland. Wegbeheer Het Waterschap Rivierenland is de wegbeheerder van de Zijlkade.

Voor het realiseren van de uitweg op de openbare weg is het te zijner tijd benodigd een watervergunning aan te vragen. In het kader van verkeersveiligheid worden de drie parkeerplaatsen parallel aan de Zijlkade gepositioneerd en gerealiseerd. Dit om te voorkomen dat er vanuit de parkeerhaven achteruit de Zijlkade wordt opgedraaid. Loopbrug Ten behoeve van voorliggend plan wordt een loopbrug gerealiseerd om de woning te kunnen bereiken. De loopbrug wordt gerealiseerd over een B-watergang. Voorwaarde van het Waterschap is dat het ontwerp van de brug geen belemmeringen oplevert ten aanzien van het onderhoud van de watergang. Gezien bovenstaande vormt het aspect water geen belemmering voor onderhavig plan. Als onderdeel van de werkzaamheden voor het bestemmingsplan wordt het plan ter beoordeling toegezonden aan het waterschap.

4.10

Verkeer en parkeren

Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. Planspecifiek Parkeerbehoefte Op 9 juni 2022 is de Nota Parkeernormen 2022-2030 van de gemeente Vijfheerenlanden inwerking getreden. Om parkeernormen te ontwikkelen die passend zijn voor de gemeente Vijfheerenlanden zijn de kencijfers van het CROW gebruikt als basis. Bij een initiatief moet de aanvrager voldoen in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Om te bepalen hoeveel parkeerplaatsen noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling in het plan is gebruik gemaakt van de Nota Parkeernormen. Gemeente Vijfheerenlanden wordt opgedeeld in drie zones. Voor de centra van Leerdam en Vianen wordt de zone 'centrum' aangeduid, met om het centrum van Leerdam de schil. De rest van de gemeente wordt ingedeeld in de categorie 'rest bebouwde kom'. Voorliggend plan valt binnen de zone 'rest bebouwde kom'. De parkeernorm voor één vrijstaande woning in deze zone betreft 2,3 parkeerplaatsen. Afgerond betekent dit dat er 3 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden bij voorliggend plan. Op het terrein is meer dan voldoende ruimte om in deze parkeerbehoefte te voorzien. Verkeersgeneratie Het plan betreft vervangende nieuwbouw van een woning. Het aantal verkeersbewegingen van en naar de woning zullen niet wezenlijk wijzigen.

Voor een vrijstaande woning bedraagt de verkeersgeneratie 7,8 – 8,6 voertuigbewegingen per woning per etmaal. Verkeersveiligheid

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland

In het kader van verkeersveiligheid wordt de nieuwe perceelontsluiting op de Zijlkade zo ver mogelijk van de brug over het Merwedekanaal gesitueerd. Het plangebied wordt ontsloten door gebruik te maken van de huidige uitrit. Het parkeren zal plaatsvinden ten noorden van de watergang. De parkeerplaatsen zijn parallel aan de Zijlkade gepositioneerd, zodat wordt voorkomen dat achteruit de Zijlkade wordt opgedraaid. Het aspect Verkeer en parkeren vormt gezien bovenstaande conclusies geen belemmering voor voorliggend plan.

4.11

Energietransitie en duurzaamheid

De energietransitie betekent de overgang van fossiele brandstoffen zoals gas, kernenergie en steenkolen naar volledig duurzame energie. Duurzame, groene energie kennen we nu al vanuit zon, wind, biomassa en water. Duurzaamheid en energietransitie zijn continue processen; concrete afspraken zijn gemaakt in het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 en het programma 'Nederland Circulair in 2050'. Dit betekent onder andere in 2030 bijna de helft minder CO2 uitstoot realiseren dan in 1990. Met de plannen kan het kabinet een belangrijk startschot geven voor opschaling van de energietransitie. Regelgeving Per 1 juli 2018 is de wet Voortgang Energietransitie (wet VET) van kracht geworden, die zegt dat het niet meer is toegestaan om nieuwbouw met aardgas te realiseren, tenzij de gemeente beslist dat er zwaarwegende belangen zijn om hiervan af te wijken. Per 1 januari 2021 is BENG (Bijna Energieneutrale Gebouw eisen) van kracht, met een ambitie naar volledig energieneutraal. Daarmee worden strengere eisen gesteld om zo het energieverbruik te verlagen. Met deze wijziging moeten vanaf 1 januari 2021 alle nieuw te bouwen gebouwen, zowel woningen als uitiliteitsbouw, voldoen aan de BENG eisen. De eisen zijn onafhankelijk van de energiedrager; wel is een minimum aandeel hernieuwbare energie vereist. Planspecifiek De nieuwe woning wordt gasloos opgeleverd en voldoet daarmee aan de wet VET.

Verder wordt de woning conform nieuwbouweisen geïsoleerd en zullen er zonnepanelen toegepast worden. De woning wordt verwarmd door middel van een warmtepomp.

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Plansystematiek

Het bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen voor de bebouwing en het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het bestemmingsplan maakt de herbouw van een woning door de uitbreiding van de bestemming Wonen mogelijk. Ter plaatse van de voormalige woning en aan de rechterzijde van de nieuwe woning wordt een tuinbestemming opgenomen. Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is aansluiting gezocht op het vigerende bestemmingsplan ter plaatse 'Buitengebied Zederik' en bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en planregels. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplan-vormen, van zeer gedetailleerd tot zeer globaal. Voor iedere bestemming is een toegesneden bebouwingsregeling opgenomen. In het kader van de landelijke uniformering en standaardisering voldoet het plan aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.

5.2

Opzet van de regels

Overeenkomstig de SVBP2012 zijn de regels van voorliggend bestemmingsplan onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsregels opgenomen. Hoofdstuk 3 en 4 bevatten de algemene regels respectievelijk de overgangs- en slotregels. Hierna wordt de inhoud van de regels per hoofdstuk kort toegelicht. In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de bestemmingen die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Onderstaande beschrijving is een algemeen beschrijving van bestemmings- of wijzigingsplanregels. Omdat verwezen wordt naar het moederplan zijn de regels in dit plan zeer beknopt. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals die zijn aangegeven op de verbeelding. Per bestemming zijn in de bestemmingsomschrijving de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. Daarnaast is per bestemming bepaald welke vormen van bebouwing zijn toegestaan.

In beginsel zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken, waarbij dient te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (met name de maximale goot- en/of bouwhoogte). De verschillende bestemmingen bevatten, indien nodig, specifieke gebruiksregels. Per bestemming is daarnaast bepaald in welke gevallen burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bestemmingsplan. In paragraaf 5.3 wordt nader ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen. Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: de anti-dubbeltelbepaling; algemene bouwregels; algemene aanduidingsregels; algemene afwijkingsregels; algemene wijzigingsregels; overige regels. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen,

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland zoals dat ingevolge het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald.

5.3

De bestemmingen

In het plangebied zijn de enkelbestemmingen Wonen, Groen en Tuin opgenomen en de dubbelbestemming Archeologie – 3. Voor de regels zijn de regels van het reparatieplan 'Buitengebied Zederik' gebruikt. De regels zijn overgenomen en enkel niet relevante regels zijn verwijderd. Tevens zijn er een aantal nieuwe regels toegevoegd. Groen Binnen dit bestemmingsplan wordt een groenbestemming opgenomen ten noorden van de nieuwe woning. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, ongebouwde parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'loopbrug' een loopbrug ten behoeve van de woning. Deze loopbrug is enkel bedoeld voor langzaam verkeer, zoals voetgangers, fietsers en bromfietsers. Over deze brug kunnen geen voertuigen rijden. Het parkeren wordt derhalve toegestaan in de groenbestemming, in de vorm van een ongebouwde parkeervoorziening. Ter plaatse van de aanduiding 'landschapswaarden' dienen de landschappelijke inrichtingselementen zoals opgenomen in bijlage 2 behorende bij de regels uitgevoerd te worden. Tevens wordt door middel van deze aanduiding het vergunningsvrij bouwen uitgesloten. Tuin De woonbestemming wordt omgeven door een tuinbestemming.

De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, groenvoorzieningen, bermen en beplanting, voetpaden, in- en uitritten, ongebouwde parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en ter plaatse van de specifieke bouwaanduiding 'loopbrug' een loopbrug ten behoeve van de woning. Deze loopbrug is enkel bedoeld voor langzaam verkeer, zoals voetgangers, fietsers en bromfietsers. Ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag één bijgebouw gerealiseerd worden. Het bijgebouw grenst direct aan het hoofdgebouw en is toegestaan met een maximale oppervlakte van 10 m2 en maximale bouwhoogte van 3,5 meter. Het bijgebouw dient verplicht te worden afgedekt met een kap. Het gebruik van de tuin ten behoeve van de woningfunctie is niet bezwaarlijk, indien de gronden qua inrichting aansluiten op het landelijke gebied. Voorkomen moet worden dat ze daadwerkelijk ingericht worden als 'tuin'. Van belang hierbij is dat deze gronden niet aangemerkt worden als achtererf in de zin van de Woningwet en daarmee vergunningsvrije bouwwerken toegestaan zijn. Dit wordt geborgd door de aanduiding 'landschapswaarden'. Verwezen wordt naar paragraaf 2.2 van de toelichting. Door de aanduiding 'landschapswaarden' op te nemen is omgevingsvergunningsvrij bouwen niet toegestaan ter plaatse van deze aanduiding. Dit om de landschappelijke en cultuurhistorische waarden ter plaatse te beschermen.

Wonen Binnen de woonbestemming zijn hoofdgebouwen uitsluitend toegestaan binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak. Het hoofdgebouw mag uitsluitend als een vrijstaande woning worden gebouwd en aantal hoofdgebouwen per bouwvlak bedraagt 1. De maximale goot-en bouwhoogte is zowel in de planregels als de verbeelding geborgd en bedraagt respectievelijk 3,5 en 7,2 meter. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van 84 m2. De inhoud van het hoofdgebouw inclusief aan- en uitbouwen mag maximaal 750 m³ bedragen. Het hoofdgebouw dient qua uitstraling, vormgeving, beleving e.d. aan te sluiten bij de impressie van bijlage 3 behorende bij de planregels. Uitgangspunt in dit bestemmingsplan is ondergrondse bebouwing mogelijk te maken indien deze niet zichtbaar is en het gebruik onder de bestemmingsomschrijving valt. In principe dient de ondergrondse bebouwing plaats te vinden onder een bestaand gebouw. In dat geval maakt het ondergronds gebouwde weliswaar deel uit van het bovengrondse gebouw, maar wordt de inhoud van het ondergronds gebouwde niet meegerekend met de berekening van de inhoudsmaat indien er geen onevenredige verkeersaantrekkende werking van uit gaat.

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland

Voorwaardelijke verplichting sloop en saneren In het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplic hting opgenomen ten aanzien van het slopen en saneren van de restanten van de afgebrande woning. Deze voorwaardelijke verplichting borgt dat de sloop van het gebouw (inclusief ondergrondse bouwdelen) en verwijdering van oppervlakteverharding, zoals aangegeven in de bijlage 1 van de regels opgenomen tekening eerst moet plaatsvinden alvorens het gebruik en het in gebruik nemen van de gebouwen overeenkomstig de woonbestemming plaatsvindt. Ook is onder de voorwaardelijke verplichting opgenomen dat voor het slopen van het gebouw (inclusief ondergrondse bouwdelen) en verwijdering van oppervlakteverharding, zoals aangegeven in de bijlage 1van de regels opgenomen tekening, eerst een aanvullend bodemonderzoek NEN5740 en een asbestbodemonderzoek NEN5707 uitgevoerd te zijn en te worden overhandigd aan het bevoegd gezag. Dubbelbestemming Archeologie De dubbelbestemming Archeologie – 3, waarin de regels ten aanzien van gebruik en bebouwing zijn opgenomen ter bescherming van archeologische waarden in situ, is overgenomen vanuit het 'Reparatieplan Buitengebied Zederik'. Zie verder paragraaf 4.5.

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland

Hoofdstuk 6 M aatschappelijke en economische uitvoerbaarheid Naast ruimtelijke uitvoerbaarheid wordt de beoogde ontwikkeling van het plangebied ook getoetst aan economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van de Grondexploitatiewet dient een exploitatieplan te worden vastgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, tenzij de economische uitvoerbaarheid anderszins is gegarandeerd. De procedurekosten voor het plan worden middels de gemeentelijke legeskosten op initiatiefnemer verhaald. Tevens is een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer van het plan. Hiermee zijn kosten en risico's verdeeld. Vanuit het plan vloeien geen overige kosten of risico's voort die voor rekening van de gemeente zijn. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Wettelijk vooroverleg

Het voorontwerpbestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland is op 10 februari 2023 volgens artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening aan de bestuurlijke partners voorgelegd. Zij zijn in de gelegenheid gesteld om gedurende een periode van 6 weken opmerkingen kenbaar te maken op het plan. Het voorontwerpbestemmingsplan is naar de volgende bestuurlijke partners gestuurd: Provincie Utrecht Gasunie Vitens Dunea Oasen Veiligheidsregio Utrecht Waterschap Rivierenland Dunea en Oasen geven aan geen op- en aanmerkingen bij het plan te hebben. De Gasunie en Vitens hebben niet gereageerd. De Veiligheidsregio Utrecht, Waterschap Rivierenland en de provincie Utrecht hebben gereageerd op het plan. Veiligheidsregio Utrecht De Veiligheidsregio Utrecht heeft aangegeven dat op de Rijksweg A27 ter hoogte van wegvak Z128 naast het vervoer van GF3 ook LT1 en LT2 plaatsvindt. De Veiligheidsregio heeft geadviseerd om het maatgevende toxische scenario als gevolg van een ongeval van stoffen uit de stofcategorieën LT1 en LT2 op te nemen in paragraaf 4.8 Externe veiligheid van de toelichting. Tevens heeft de Veiligheidsregio een advies gegeven ten aanzien van de rampenbestrijding en zelfredzaamheid. De adviezen zijn overgenomen. Provincie Utrecht De provincie heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de herbouw van de woning op de betreffende locatie.

Wel vraagt de provincie nog aandacht voor de landschappelijke inpassing. Bij de landschappelijke inpassing van de (vorm van de) tuin en de entree met parkeerplaatsen is onvoldoende rekening gehouden met het veenweidelandschap. De schuine grens van de tuin is afwijkend. De knotbomen langs de watergang volgen niet een landschappelijke lijn. De entree met parkeren ligt mogelijk niet op de meest optimale locatie in het landschap. Naar aanleiding van deze reactie is de inrichtingstekening (bijlage 2 behorende bij de regels) aangepast, de knotbomen zijn nu in een rechte lijn geplaatst. De tuingrens volgt het kadastrale perceel en deze is derhalve niet van vorm veranderd. Het parkeren kan eveneens niet op een andere plaats worden vormgegeven. Wel is de parkeerplaats aangepast, dit wordt in navolgende paragraaf behandeld.

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland

Waterschap Rivierenland Het Waterschap is de wegbeheerder van de straat Zijlkade. In het kader van verkeersveiligheid ziet het Waterschap graag dat de parkeerplaats wordt aangepast. De Zijlkade is een drukke weg. Vandaar dat het belangrijk is dat wordt voorkomen dat er vanuit de parkeerhaven achteruit de Zijlkade wordt opgedraaid. Daarvoor zien we graag dat de meest rechter parkeerplaats, net als de andere twee parkeerplaatsen, parallel aan de Zijlkade wordt gepositioneerd en gerealiseerd. De parkeerplaats is hierop aangepast. Ook adviseert het Waterschap om het bouwvlak meer van de watergang af te plaatsen om zo eventuele waterschade uit de watergang te voorkomen. Naar aanleiding van dit advies is het bijgebouw en bouwvlak met 2 meter uit het talud opgeschoven. Tevens doet het Waterschap nog een aantal aanbevelingen voor de watercompensatie, de loopbrug, het afvalwater en een aantal tekstuele voorstellen voor de planregels. Deze aanbevelingen en voorstellen zijn overgenomen. 6.2.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende de ontwerpfase in het kader van art 3.8 Wro en volgens afdeling 3.4 van de Awb vanaf 11 juli 2023 voor 6 weken ter inzage gelegen. Een ieder is gedurende deze periode in de gelegenheid gesteld een zienswijze op het plan in te dienen. Er zijn geen zienswijzen op het plan ingediend.

38

Toelichting (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=4c3a7825-e49b-46f5-8ea5-8d6c18e7f740