Bijlage 3 Toelichting
Tekst van het document
Zijlkade 35 Nieuwland
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Leeswijzer
4 4 4
Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Ligging van het plangebied 2.2 Beschrijving plan
5 5 6
Hoofdstuk 3 Beleidsmatige onderbouwing 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal 3.3 Gemeentelijk beleid
8 8 10 15
Hoofdstuk 4 Milieutechnische uitvoerbaarheid 4.1 M.E.R. 4.2 Bedrijven en milieuzonering 4.3 Geluidhinder 4.4 Natuurbescherming 4.5 Archeologie en cultuurhistorie 4.6 Bodemkwaliteit 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Externe veiligheid 4.9 Waterhuishouding 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Energietransitie en duurzaamheid
18 18 19 19 20 21 22 23 26 29 32 33
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Plansystematiek 5.2 Opzet van de regels 5.3 De bestemmingen
34 34 34 35
Hoofdstuk 6 Maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
37 37 37
2
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doelstelling
In Nieuwland, onderdeel van de gemeente Vijfheerenlanden, ligt achter de Zijlkade 35 een agrarisch stuk land. Aan de Zijlkade 35 heeft een woning gestaan welke is afgebrand. Initiatiefnemer is voornemens om de woning net achter het huidige woonperceel op grond met een agrarische bestemming te herbouwen. De herbouw van de woning op exact dezelfde locatie is vanwege de ligging van ondergrondse leidingen van Stedin niet mogelijk. Ook het onderhoud van omliggende watergangen maakt de positionering van de woning op de huidige locatie lastig. Het bouwen van een woning op agrarische gronden is echter niet toegestaan op basis van de vigerende bestemming. Om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan benodigd. Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor de daarna aan te vragen reguliere omgevingsvergunning voor de bouw van de woning. Voorliggend plan voorziet in de toelichting van het bestemmingsplan.
1.2
Leeswijzer
Onderhavig bestemmingsplan bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het beoogde plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt verantwoord waarom het plan past binnen het beleid van het rijk, de provincie en de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid toegelicht. Na de toelichting volgen de regels inclusief de bijlagen en de verbeelding van het bestemmingsplan.
4
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland
Hoofdstuk 2 2.1
Het plan
Ligging van het plangebied
Het plangebied is gelegen achter de Zijlkade 35 in Nieuwland. Nieuwland maakt deel uit van de gemeente Vijfheerenlanden en is nog net gelegen in de provincie Utrecht, nabij Zuid-Holland. Het planperceel wordt in het noorden begrensd door de Zijlkade, in het oosten en zuiden door agrarische gronden en in het westen door de woning aan de Zijlkade 3 en het Merwedekanaal. De Kanaaldijk, gelegen langs het Merwedekanaal vormt de grens tussen de provincies Utrecht en Zuid-Holland. Het plangebied betreft kadastraal perceel ZDR00 sectie E49. Het agrarisch perceel heeft momenteel een oppervlakte van 23.745 m2 maar zal ten behoeve van de ontwikkeling afgesplitst worden. Het plangebied betreft een oppervlakte van circa 900 m2.
Afbeelding 1: Uitsnede luchtfoto, plangebied in rode cirkel. Bron: Google Earth
Afbeelding 2: Uitsnede luchtfoto met globale plangrens. Bron: Google Earth Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland
2.2
Beschrijving plan
In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een woonbestemming en agrarische gronden, bestemd voor agrarische bedrijfsuitoefening (en nevenactiviteiten) en voor agrarische productiegronden. De huidige woonbestemming van de voormalige woning aan de Zijlkade 35 zal worden verplaatst, waardoor de nieuwe woning planologisch mogelijk wordt gemaakt. De woning zal achter de sloot worden gebouwd. In verband met het onderhoud van de omliggende watergangen en het beschermen van de oevers/taluds bij de watergang is het bouwvlak op afstand geplaatst. Het parkeren vindt plaats op eigen terrein. De perceelontsluiting vindt plaats door het realiseren van een brug/dam. Het totale perceel krijgt door voorgenomen ontwikkeling een oppervlakte van circa 900 m2. De woonbestemming zal overeenkomen met het bouwvlak en bedraagt 84 m2. Aan de noordzijde van de huidige sloot zal een groenbestemming komen. Het overige deel van plangebied zal bestaan uit een tuinbestemming. Gezien de ligging van het plangebied, namelijk in het Groene Hart, is het kunnen realiseren van aan-en uitbouwen, bijgebouwen en/of overige bouwwerken een ernstige afbreuk van de aanwezige landschappelijke waarden en de gewenste kwaliteit op deze specifieke locatie. Hierom wordt een functieaanduiding 'landschapswaarden' opgenomen over het woonperceel dat vergunningsvrij bouwen uitsluit.
Deze gronden zijn zo niet aan te merken als erf zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 bijlage II Besluit omgevingsrecht op grond waarvan vergunningsvrije bouwwerken zijn toegestaan. Om één bijgebouw grenzend aan het hoofdgebouw toe te staan is een aanduiding bijgebouw in de tuinbestemming opgenomen. Alleen ter plaatse van deze aanduiding mag één bijgebouw van 10 m2 worden gerealiseerd. Onderstaand wordt nader gemotiveerd waarom in voorliggend plan vergunningsvrij bouwen uit wordt gesloten. Het plangebied is gelegen in het veenweidegebied van het Groene Hart. De landbouw, de (melk) veehouderij, is naast de natuur een belangrijke drager van de kernkwaliteiten van dit deel van het Groene Hart. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door een grote mate van openheid door de aanwezige agrarische gronden. Om deze openheid te behouden wordt gestreefd naar een clustering van bebouwing. De nieuwe woonbestemming wordt in voorliggend plan ingepast op agrarische grond. Door het plan wordt een (klein) deel van een agrarische bestemming toegekend aan een woonperceel. Door voorliggend plan vindt derhalve, zij het in zeer beperkte mate, een aantasting aan de openheid van het landschap van het Groene Hart plaats. Er dient echter te worden opgemerkt dat aan dit deel van de Zijlkade – aan de westzijde van het plangebied – thans sprake is van een besloten gebied.
Hier is de woning Zijlkade 3 gelegen, welke nagenoeg volledig omsloten is door grote bomen en struikgewassen. Het doorzicht is vanaf deze zijde naar achterliggende agrarische gronden is dan ook al reeds verstoord. De beoogde nieuwe woning in voorliggend plan wordt ten oosten van het perceel van de Zijlkade 3 ingepast, in vrijwel dezelfde bebouwingslijn. Ondanks het plangebied deels besloten ligt, moet een verdere verdichting van het planperceel en aantasting van de openheid van het Groene Hart voorkomen worden. Hieraan wordt invulling gegeven door de betreffende functieaanduiding 'landschapswaarden'. Door de functieaanduiding worden de aanwezige landschappelijke waarden gerespecteerd en wordt voorkomen dat er in de toekomst ongewenste verstening en/of verrommeling binnen het plangebied plaatsvindt die de openheid van het Groene Hart verder aantast. Verder vindt er een zorgvuldige landschappelijke inpassing plaats. Er worden streekeigen bomen toegepast en de parkeerplaatsen worden afgeschermd door een lage haag, zie navolgende afbeelding. Ook zullen de fundamenten van de afgebrande woning verwijderd moeten worden alvorens de nieuwe woning gebouwd mag worden.
Voor het slopen van de restanten van de afgebrande woning en verwijdering van de oppervlakteverharding dient eerst een aanvullend bodemonderzoek NEN5740 en een asbestbodemonderzoek NEN5707 uitgevoerd te zijn en te worden overhandigd aan het bevoegd gezag. Deze twee voorwaarden zijn opgenomen in de planregels als voorwaardelijke verplichting.
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland
Afbeelding 3: Landschappelijke inpasing. Bron: Langerak Teken- & Adviesbureau.
Afbeelding 4: 3D-impressie nieuwe woning. Bron: Langerak Teken- & Adviesbureau.
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland
Hoofdstuk 3
Beleidsmatige onderbouwing
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Wet ruimtelijke ordening / Omgevingswet
Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Deze gaat uit van een scheiding tussen beleid en normstelling (juridische verankering). Het beleid wordt opgenomen in structuurvisies. Normstelling vindt plaats in het bestemmingsplan en/of in algemene regels die overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Streekplannen en planologische kernbeslissingen zijn vanaf 1 juli 2008 gelijkgesteld aan structuurvisies. Het overgangsrecht van de Wro regelt dat concrete beleidsbeslissingen van Rijk en provincie overgenomen moeten worden in bestemmingsplannen. Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke omgeving. De Omgevingswet bundelt wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijkere regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming.
3.1.2
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. De NOVI heeft als toekomstperspectief een duurzame leefomgeving waarbij de kwaliteiten van de omgeving worden behouden en versterkt. Daarnaast bestaan de Nederlandse uitdagingen van de ruimtelijke inrichting in een klimaatbestendige delta en zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland. Dit kan worden bereikt door goede samenwerking tussen de verschillende betrokken instanties. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Binnen deze prioriteiten zal aandacht zijn voor de onderlinge verwevenheden en spanningen daartussen en voor thema's en opgaven die daar dwars doorheen lopen, zoals leefomgevingskwaliteit, gezondheid, cultureel erfgoed, water, bodem en (nationale) veiligheid.
Binnen de prioriteiten hanteert het Rijk drie afwegingsprincipes die helpen om beleidskeuzes te maken: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal Afwentelen wordt voorkomen. Planspecifiek De ontwikkeling bevindt zich in het Groene Hart. Het Groene Hart is in de NOVI benoemd als waardevol landschap en is aangewezen als een 'NOVI-gebied'. Dit zijn gebieden waar omvangrijke transitieopgaven gewenst zijn. De ruimte en de kwaliteit van de leefomgeving van het Groene Hart staan onder druk door de verstedelijkingsbehoefte en daaraan gekoppelde mobiliteit in het gebied zelf. Daarnaast is er sprake van problematiek op het gebied van waterhuishouding en bodemdaling. De beoogde ontwikkeling voorziet in het realiseren van een nieuwe woning ter vervanging van een afgebrande woning. Het valt hiermee binnen de prioriteit toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Er is geen sprake van een toename in stedelijkheid, immers wordt er per saldo geen
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland woningvoorraad toegevoegd. Tevens sluit het plan aan bij de huidige kenmerken en identiteit van het gebied. De ontwikkeling is derhalve niet in strijd met rijksbelangen en is passend binnen de NOVI.
3.1.3
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en Ladder voor duurzame verstedelijking
Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' hieraan toegevoegd. Overheden dienen op grond van het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. Ten aanzien van de “treden” van de Ladder zijn er wel wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden. De Ladder stelt dat voldaan wordt aan de Ladder als de woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied. In artikel 1.1.1 Bro worden relevante begrippen gedefinieerd.
De wet verstaat onder stedelijke ontwikkeling de 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Een woningbouwontwikkeling valt onder de definitie van stedelijke ontwikkeling als deze groter is dan 11 woningen. Dit is gedefinieerd in de overzichtsuitspraak van de Raad van State 28 juni 2017; (ECLI:NL:RVS:2017:1724)
Planspecifiek Voorliggende planontwikkeling betreft het bouwen van een nieuwe woning ter vervanging van een afgebrande woning. Per saldo wordt er dan ook geen extra woning mogelijk gemaakt en is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Voorliggend plan voldoet hiermee aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Gelet op het voorgaande kan een nadere toelichting als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Bro hier achterwege blijven.
3.1.4
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2011)
Om uitvoering te geven aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, is op 30 december 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Hierin staat een aantal projecten beschreven die van Rijksbelang zijn en waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen en wijzigings- of uitwerkingsplannen. De projecten zijn exact ingekaderd en voorzien van regels, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Het betreft de onderstaande projecten: Rijksvaarwegen Project Mainportontwikkeling Rotterdam Kustfundament Grote rivieren Waddenzee en waddengebied Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland Ruimtereservering parallelle Kaagbaan Planspecifiek Voorliggend plan betreft het realiseren van een nieuwe woning op een agrarisch perceel in Nieuwland. Het plan heeft geen raakvlak met een van de beschreven projecten van het Barro.
3.1.5
Conclusie
Het planvoornemen is niet in strijd met het rijksbeleid
3.2
Provinciaal
3.2.1
Omgevingsvisie provincie Utrecht
Op 10 maart 2021 is de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht vastgesteld door de Provinciale Staten (PS). In de Omgevingsvisie worden de integrale lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving van de provincie vastgelegd. De Omgevingsvisie is een instrument uit de Omgevingswet die op 1 juli 2024 inwerking treedt. De visie is een samenvoeging van onder andere de ruimtelijke structuurvisie, mobiliteitsvisie, natuurvisie en het bodem-, water- en milieuplan. Het vormt een samenhangend pakket met de instrumenten Programma's en Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie wordt met behulp van zeven beleidsthema's richting gegeven aan d e ontwikkeling en bescherming van een gezonde en veilige leefomgeving. De provincie Utrecht heeft als ambitie om in 2050 een inclusieve en circulaire provincie te zijn: Waarin stad en land gezond zijn; Die klimaatbestendig en waterrobuust is; Waarin duurzame energie een plek heeft; Met vitale steden en dorpen; Die duurzaam, gezond en veilig bereikbaar is; Met een levend landschap, erfgoed en cultuur; Die een toekomstbestendige natuur en landbouw heeft. De gewenste richting om de fysieke leefomgeving te ontwikkelen en te beschermen verschilt per regio of gebied en is afhankelijk van specifieke kenmerken en identiteit van een plek. De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie Utrecht.
Planspecifiek Onderstaand is al het relevante beleid voor het plangebied nader toegelicht. Beschermingszone drinkwaterwinning Het plangebied is gelegen binnen een beschermingszone voor drinkwaterwinning en valt binnen het grondwaterlichaam Deklaag Rijn-West. Vanwege de bevolkingsgroei en toenemende bedrijvigheid is er tot 2050 extra drinkwater nodig, waarvoor oppervlakte -en grondwater wordt onttrokken. De provincie wil de kwaliteit en kwantiteit van de grondwaterlichamen verbeteren. Voor het grondwaterlichaam Deklaag Rijn-West vindt wateronttrekking ten behoeve van menselijke consumptie plaats. Het is van belang om een deel van het grondwater te beschermen, om ook de groei van de drinkwatervraag op te kunnen vangen op de langere termijn en in extreme situaties (zoals nu nog niet voorziene extra sterke bevolkingsgroei of een veel hoger verbruik per persoon).
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland
Afbeelding 5: Uitsnede kaart Duurzaam en robuust bodem- en watersysteem. Bron: Provincie Utrecht. Voorgenomen ontwikkeling heeft geen impact op de diepe ondergrond. De ontwikkeling tast het functioneren van het watersysteem niet aan. Landbouwgebied Het plangebied is aangewezen als een landbouwgebied (zie navolgende afbeelding). In het landbouwgebied is landbouw de hoofdgebruiker, maar vindt ook menging met andere functies plaats. De provincie biedt agrariërs ruimte voor verbreding en innovatie. Het gaat hierbij om activiteiten die in het belang zijn van de landbouw zelf en van haar functie voor het omringende gebied. Nevenactiviteiten moeten ondergeschikt blijven aan de agrarische hoofdfunctie en plaatsvinden binnen het bestaande bouwperceel. Om de landbouw een blijvend economisch perspectief te bieden, wil de provincie landbouw in landbouwgebied in algemene zin de ruimte bieden om door te groeien tot een bouwperceel van maximaal 1,5 hectare. Voorgenomen ontwikkeling betreft het realiseren van een nieuwe woning op agrarische gronden. De ontwikkeling voorziet in een verbetering van het woonmilieu en voorziet in een plaatselijke woningbehoefte. Er wordt hierbij een zeer klein deel van de agrarische grond ten behoeve van de woning ingenomen. Het plan tast derhalve de landbouw in zeer geringe mate aan.
Afbeelding 6: Uitsnede kaart Duurzame landbouw. Bron: Provincie Utrecht.
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland
Aantrekk elijke landschappen Het plangebied is gelegen binnen de gebiedsbegrenzing het Groene Hart. Het Groene Hart loopt naast Utrecht door in Noord -en Zuid-Holland en is de centrale open ruimte in de Randstad. Het Groene Hart is in de NOVI door het Rijk opgenomen als één van de acht NOVI-gebieden binnen Nederland. NOVI-gebieden zijn gebieden met essentiële, complexe en urgente opgaven met een nationaal belang waar samenwerking tussen alle overheidslagen noodzakelijk is om succesvol antwoord te geven op de opgaven. Het Groene Hart wordt in de Omgevingsvisie aangewezen als een open landschap met een (veen)weide karakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing etc.) en waar sprake is van landschappelijke diversiteit en rust & stilte. Binnen het Groene Hart dienen de waarden van het agrarische cultuurlandschap beschermd en benut te worden. Voorgenomen ontwikkeling is gesitueerd nabij reeds aanwezige bebouwing. De nieuw te realiseren woning wordt meer naar achteren gebouwd ten aanzien van de afgebrande woning. Door de aanwezige bebouwing ten westen van het plangebied is reeds al een 'gesloten' hoek gecreëerd. Het plangebied valt hierachter en tast de openheid van het omliggende landschap daarom in zeer geringe mate aan. Tevens wordt door het opnemen van de aanduiding 'landschapswaarden' verdere verdichting en verrommeling binnen het plangebied tegengegaan.
Afbeelding 7: Uitsnede kaart Aantrekkelijke landschappen Bron: Provincie Utrecht.
3.2.2
Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht
De Interim Omgevingsverordening vervangt bestaande verordeningen, zoals de ruimtelijke verordening, de milieuverordening, de natuur en landschapsverordening. De Interim Omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de Interim Omgevingsverordening direct werkende regels. Dit zijn regels die rechtstreeks gelden voor bedrijven, burgers en andere initiatiefnemers bij het uitvoeren van een activiteit. De Interim Omgevingsverordening is op 1 april 2021 inwerking getreden en zal een looptijd hebben totdat de Omgevingswet van kracht is en de omgevingsverordening inwerking treedt.
Planspecifiek Onderstaand zijn enkel relevante regels voor voorgenomen ontwikkeling opgenomen.
Waterbergingsgebied 'Het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen en het uitvoeren van werken en werkzaamheden die het waterbergend vermogen van het waterbergingsgebied doen verminderen of de waterberging kunnen
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland belemmeren. In ieder geval kan worden gedacht aan verstedelijking, het dempen van watergangen en het ophogen van gronden. Dergelijk e ontwikkelingen zijn wel toegestaan indien maatregelen worden getroffen op grond waarvan het waterbergend vermogen en de overstromingsmogelijkheden volledig gehandhaafd blijven. In dat geval is er geen strijd met de waterbergingsfunctie. Het gaat in dit artikel om ruimtelijke ontwikkelingen en het uitvoeren van werken en werkzaamheden die zorgen voor een vermindering van het waterbergend vermogen van het waterbergingsgebied of de waterberging kunnen belemmeren. In ieder geval kan worden gedacht aan verstedelijking, het dempen van watergangen en het ophogen van gronden. Zulke ontwikkelingen zijn toegestaan als er maatregelen worden getroffen die ervoor zorgen dat het waterbergend vermogen en de overstromingsmogelijkheden volledig gehandhaafd blijven. In dat geval is er geen conflict met de waterbergingsfunctie.' Voorliggend plan voorziet in het realiseren van een nieuwe woning op een agrarisch perceel. De ontwikkeling voorziet hierbij niet in het dempen van watergangen of het ophogen van gronden. In paragraaf 4.9 wordt verder ingegaan op het aspect waterhuishouding.
Stedelijke functies in landelijk gebied 'Om de kwaliteit en vitaliteit van het landelijk gebied te behouden, moet een ongebreidelde uitwaaiering van stedelijke bestemmingen hier voorkomen worden. Daarom zijn nieuwe vormen van verstedelijking in het landelijk gebied verboden. Op dit verbod zijn in de verordening uitzonderingen mogelijk. Deze uitzonderingen zijn opgenomen in hoofdstuk 5 Energie, hoofdstuk 6 Natuur, hoofdstuk 7 Cultuurhistorie en hoofdstuk 9 Wonen, werken, recreëren. Het gaat om situaties waarbij: vormen van energie worden gerealiseerd, nieuwe bebouwing voor stedelijke bestemmingen in de plaats komt van bestaande bebouwing (agrarisch of in een andere vorm), nieuwe stedelijke bestemmingen tot stand komen in samenhang met de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit, sprak e is van zogeheten “rood voor groen”-constructies (...) of nieuwe stedelijke bebouwing nodig is om te voorzien in de behoefte aan woningen en bedrijven.' In onderhavig plan wordt een nieuwe woning gebouwd ter vervanging van een afgebrande woning. De nieuw te bouwen woning wordt op een agrarisch perceel achter de voormalige woning geplaatst. Op deze manier kan er voldoende ruimte geboden worden ten behoeve van het onderhoud van de watergangen en het beschermen van de oevers/taluds bij de watergang.
Tevens worden op deze manier eventuele risico's op verzakkingen en beschadigingen aan het kabels -en leidingentracé die onder de voormalige woning lopen voorkomen. Het plan betreft geen ongebreidelde uitwaaiering van stedelijke bestemmingen omdat er op een zorgvuldige wijze inpassing wordt gezocht bij de bestaande bebouwing. Daarnaast wordt verrommeling en verstening binnen het plangebied voorkomen door de aanduiding 'landschapswaarden' dat vergunningsvrij bouwen uitsluit. De nieuwe bebouwing komt in de plaats van de voormalige woning en valt dus aan te merken als een van de bovengenoemde uitzonderingssituaties.
Kwaliteit van landschappen – Het Groene Hart 'Voor het landschap Groene Hart willen we de volgende kernkwaliteiten behouden: openheid; (veen)weidekarak ter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.); landschappelijke diversiteit; rust & stilte. Bij ontwik kelingen in het landschap van het Groene Hart staat het bevorderen van de diversiteit op het schaalniveau van de verschillende typen landschap centraal. Daarbij worden de kernk waliteiten gerespecteerd en benut te worden om de contrasten tussen de verschillende typen landschap te behouden. Enkel en alleen het accent leggen op rust en stilte doet geen recht aan het Groene Hart. Het waarborgen van rust vraagt ook het bieden van ruimte voor vormen van dynamiek. Daarbij ligt de focus op het vergroten van de contrasten in rust en dynamiek tussen de agrarische landschappen van de
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland velden en de dynamische landschappen van de oude stroomruggen. We vragen dus zorgvuldig om te gaan met de open, lege ruimte en de dynamiek te concentreren in de 'zones'.'
Voorgenomen ontwikkeling betreft het vervangen van een afgebrande woning. Er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan de rust & stilte van het gebied. Door de woning zorgvuldig in te passen vlakbij bestaande bebouwing wordt de openheid van het gebied zoveel mogelijk behouden. Door vergunningsvrij bouwen binnen het plangebied uit te sluiten wordt verdere verrommeling en verstening voorkomen en de openheid van het Groene Hart zo min mogelijk aangetast.
Bereikbaarheid en mobiliteit 'Al in een vroeg stadium (vóór het overleg, maar bij voorkeur al in de planvormingsfase) moet er voor de ontwikkelingen in de leefomgeving door middel van een mobiliteitsscan gekeken worden welke mobiliteitseffecten optreden, en of de mobiliteitstoets bij de voorgenomen ontwikkeling in de leefomgeving noodzakelijk is. Om de noodzaak na te gaan, moet bij elk bestemmingsplan in een vroeg stadium het aantal verplaatsingen voor de verschillende vervoerwijzen duidelijk zijn. Het gaat om de vervoerwijzen die betrekking hebben op de omliggende verkeers- en vervoersnetwerken, zoals: het wegennet, openbaar-vervoernetwerk, fiets- en looproutes. Als er sprake is van een (relatief) groot aantal verplaatsingen of het vermoeden bestaat dat er zich een knelpunt gaat voordoen op omliggende verkeers- en vervoersnetwerken, is een mobiliteitstoets noodzakelijk.' Voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in het mogelijk maken van extra verkeersbewegingen. Immers was reeds een woning aanwezig binnen de woonbestemming. De afgebrande woning wordt nu vervangen door een nieuwe woning. Er worden derhalve geen knelpunten op het omliggende verkeers- en vervoersnetwerk verwacht. In paragraaf 4.10 wordt nader ingegaan op het aspect Verkeer en parkeren.
3.2.3
Regionale Structuurvisie Visie 2030 'Open voor elkaar'
De gemeente Vijfheerenlanden is ontstaan op 1 januari 2019 door een fusie van de gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik. Voor het regionale gebied is een structuurvisie opgesteld. In de Regionale structuurvisie Visie 2030 'Open voor elkaar' komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien. De opvolgende visie 'open voor elkaar' benadrukt het bijzondere cultuurhistorische landschap, de grote sociale cohesie en de innovatiekracht van het bedrijfsleven als kernwaarden.
Planspecifiek Door voorgenomen plan wordt een klein deel van het landelijk gebied duurzaam vernieuwd. Het houdt hiermee rekening met het authentieke karakter van de regio. Door de herbouw van de woning kan een bestaande bewoner binnen de gemeente Vijfheerenlanden op dezelfde locatie blijven wonen. Het plan sluit daarmee aan bij de visie om bewoners van de gemeente zich thuis te laten blijven voelen en het versterken van de sociale cohesie.
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland
3.2.4
Regionale woonvisie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden
In 2017 is in de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden (AV) een actualisatie van de Regionale woonvisie 2020 (2013) vastgesteld. De regio AV wil een aantrekkelijk en onderscheidend woongebied in de luwte van de randstad zijn. De regio kent een bijzondere combinatie van een rustig middengebied en een dynamische stedelijke zone. Elke gemeente en kern heeft kwaliteiten en weet sommige groepen te binden, maar andere weer minder. De verschillende woonmilieus in de regio moeten elkaar goed aanvullen. Hiervoor is het noodzakelijk dat er voldoende kwalitatieve woonmilieus zijn en er sprake is van een goede balans tussen vraag en aanbod op regionaal niveau. Om die goede balans te bereiken, trekken de gemeenten gezamenlijk op om plannen af te stemmen en te realiseren. Zo wordt onnodige concurrentie tussen gemeenten voorkomen en kan snel en efficiënt op de markt worden ingespeeld. Door een jaarlijkse woonmonitor worden bereikte resultaten en de planning voor volgende jaren geregistreerd. In de actualisatie van de woonvisie zijn de afspraken rond het afstemmen opgenomen. Daarbij is gebruik gemaakt van de jongste demografische cijfers van de provincie Zuid-Holland. Van belang is dat er voldoende flexibel geprogrammeerd wordt. Ook is besloten gebruik te blijven maken van de benadering waarbij woonmilieus en mentality milieus als handreiking gebruikt worden.
We sturen niet in exacte aantallen op de samenstelling van programma's. In plaats daarvan hanteren we een kwalitatieve leidraad, die gemeenten helpt om lokaal de juiste keuzes te maken, in overleg met ontwikkelende partijen. Het plangebied is gelegen binnen Zederik, een landelijke kern die een bijzondere positie heeft ingenomen vanwege de gunstige ligging, bereikbaarheid en de aansluiting met Utrecht. Zederik is aangewezen als een landelijk en traditioneel ingestelde woongemeente. Zederik weet zijn vitaliteit te behouden door overal – op maat – te investeren in woonkwaliteit, maar ook door scherp te kiezen voor concentratie van voorzieningen en nieuwbouw in de voorzieningendorpen.
Planspecifiek Het voorgenomen plan maakt de herbouw van een woning mogelijk die thans is afgebrand. Hiermee voorziet het plan in een passende behoefte die is afgesteld op lokale vraag. Daarnaast geeft het plan een impuls aan de ruimtelijke kwaliteit door woningvervanging. Het plan is daarmee in overeenstemming met de regionale woonvisie.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Woonvisie Vijfheerenlanden 2020 - 2025
Het doel van de nieuwe Woonvisie voor Vijfheerenlanden is dat het voor iedereen goed wonen is in Vijfheerenlanden en de woonwensen en woningbehoefte van al onze inwoners zoveel mogelijk binnen onze gemeentegrenzen mogelijk te maken. Zo is Vijfheerenlanden samen sterk, met eigenheid en diversiteit in de verschillende kernen. In de woondorpen is er sprake van huishoudensgroei. Dat betekent dat overal een (kleine) bouwopgave ligt. De netto huishoudenstoename komt in de woonkernen volledig voor rekening van de groeiende doelgroep 65-plussers, waardoor doorstroming op gang kan komen. De woonvisie gaat uit van de volgende uitgangspunten: Behoud en versterking van de vitaliteit heeft de prioriteit van de kleine kernen; Bouwen voor de doorstroming binnen Vijfheerenlanden: voor ouderen en voor jongeren; Aandacht voor lage inkomens en middeninkomens uit Vijfheerenlanden die in de knel komen; Bouwen primair voor de eigen inwoners, ruimte voor kleine dorpsgerichte plannen, die aansluiten bij initiatieven van dorpsbewoners; Ruimte bieden aan complementaire woningtypen: voorzien in de behoefte aan kleine woningen (tiny houses), mantelzorgwoningen, knarrenhofjes, en vrije kavels; Focus op de verduurzaming van de bestaande voorraad, bij nieuwbouw zorgen voor energieneutraliteit; Rekening houden met rode contour, en nieuwe regels zoals Omgevingswet, PAS en de POVI;
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland Aansluiting zoeken bij de strategische visie 2035. Planspecifiek Het plan speelt in op een lokale behoefte en wordt gebouwd voor eigen inwoners. Het is een zeer kleinschalige woningbouwontwikkeling en maakt enkel woningvervanging mogelijk. Het plan is daarmee in lijn met de Woonvisie.
3.3.2
Welstandsnota Vijfheerenlanden 2021
De welstandsnota voor de gemeente Vijfheerenlanden is op 28-05-2021 vastgesteld en bevat de basisvoorwaarden, waaraan bouwaanvragen op welstandsaspecten getoetst zullen worden. De gemeente Vijfheerenlanden is ontstaan uit een fusie van Leerdam, Vianen en Zederik. De drie voormalige gemeenten hadden ieder een nota ruimtelijke kwaliteit met een vergelijkbare opzet. De fusie is de aanleiding om deze drie samen te voegen in één nieuwe nota ruimtelijke kwaliteit, die de toetsing van het uiterlijk van bouwwerken met aandacht voor stedenbouw en landschap plaatst in de context van de Omgevingswet.
Planspecifiek Het plangebied betreft een 'gewoon' ruimtelijk kwaliteitsniveau volgens de Welstandsnota en is gelegen in het uitgestrekte buitengebied. Het landschap bestaat hier uit voornamelijk uit onbebouwde gronden met hier en daar een boerderij of (agrarische) woning en daarnaast uit lintbebouwing. Langs de Zijlkade ligt de oudere, overwegend agrarische bebouwing van Nieuwland. De waarde van het landelijk gebied is met name gelegen in de samenhang van het landschap met structuurelementen zoals dijken, uiterwaarden, verkavelingen, wegen en bebouwingslinten. Voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerkingen zal onder meer aandacht geschonken worden aan het behoud van het kleinschalig karakter. Dit karakter is af te lezen aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa, waarbij de architectuur afwisselend dorps en landelijk is met traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Er is een beeldkwaliteitsplan opgesteld voor voorliggend plan en deze wordt in de planregels geborgd. Het uitgangspunt van het beeldkwaliteitsplan is dat de uitstraling en beleving van de nieuwe woning vergelijkbaar is met die van de vergunde woning. Voorliggend plan zal, bij de nadere gedetailleerde architectonische uitwerking, door middel van het indienen van een omgevingsvergunning voor bouwen getoetst worden aan de welstandscriteria zoals opgenomen in de Welstandsnota.
Voorliggend plan staat deze toetsing niet in de weg.
3.3.3
Vigerend bestemmingsplan
Het vigerende bestemmingsplan voor de locatie is bestemmingsplan 'buitengebied Zederik' en is gedateerd op 24-6-2013. Het plan is vervolgens geactualiseerd met ingang van 29-6-2015 en gerepareerd door middel van het reparatieplan 'Buitengebied Zederik' (vastgesteld 19-11-2018). Tevens geldt ter plaatse van het plangebied het Paraplubestemmingsplan wonen en parkeren. Dit paraplubestemmingsplan is vastgesteld op 10-06-2021.
Planspecifiek Op de gronden rusten momenteel de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden', 'Wonen' en de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 3'. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor woondoeleinden, agrarische bedrijfsuitoefening en agrarische productiegronden alsmede de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Het realiseren van een nieuwe woning ter vervanging van de afgebrande woning valt binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden'. Binnen deze
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland bestemming is het bouwen en gebruiken van een woning in strijd met de bestemmingsdoeleinden en bouwregels. Gelet op de bouwregels binnen deze bestemming mogen er enkel gebouwen in de vorm van (agrarische) bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen en bijbehorende bijgebouwen gebouwd worden. Er zijn geen binnenplanse afwijkingsmogelijkheden of wijzigingsbevoegdheden die voorzien in dit geval. Om de situatie planologisch mogelijk te maken zal een nieuw bestemmingsplan moeten worden opgesteld.
Afbeelding 8: Overzicht bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied. Bron: ruimtelijkeplannen.nl. Ten aanzien van het vigerende paraplubestemmingsplan in relatie tot voorgenomen ontwikkeling kan het volgende worden aangegeven: In het Paraplubestemmingsplan wonen en parkeren is opgenomen dat de actuele CROW-kencijfers het toetsingskader vormen totdat de beleidsregels omtrent parkeren worden gewijzigd. Op dit moment zijn de meest actuele CROW-kencijfers vervat in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren. In paragraaf 4.10 wordt nader ingegaan op het aspect verkeer en parkeren. Tevens dient door dit paraplubestemmingsplan aangesloten te worden bij de opgenomen definiëring van een aantal begripsbepalingen in relatie tot het onderwerp wonen.
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland
Hoofdstuk 4
M ilieutechnische uitvoerbaarheid
Een toelichting behorende bij een bestemmingsplan moet voorzien in een goede ruimtelijke ordening, zoals de Wro ex art 3.1 stelt. De invulling van dit vereiste is in de jurisprudentie verder gepreciseerd. Onderstaand is per woon- en omgevingsaspect beoordeeld of en wat voor een wijziging er optreedt en of een goed woon- en leefklimaat voor zowel de omgeving als het plangebied zelf gegarandeerd is.
4.1
M.E.R.
Voor plannen en activiteiten, die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, kan het noodzakelijk zijn dat een milieueffectrapport wordt opgesteld. In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage is dit geregeld. Er is een m.e.r.-plicht voor plannen (planMER) en een m.e.r.-plicht voor besluiten. Een plan is plan-m.e.r.-plichtig als het plan kaders stelt voor m.e.r.-plichtige activiteiten. Bij een planmer gaat het om besluiten uit kolom 3 van bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Een project-mer of besluit-mer betreft een besluit op grond waarvan geen nader besluit mer- of (beoordelings-) plichtig besluit meer nodig is. Het plan schept dus geen kader meer voor een mer-(beoordelings)plichtig besluit. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een bestemmingsplan wat in directe zin woningbouw mogelijk maakt waarvoor een mer-plicht geldt, of om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een veehouderij (met aanzienlijke milieugevolgen). Het betreft hier besluiten uit kolom 4 van bijlage C en D van het Besluit m.e.r. De wetswijziging van 1 april 2011 heeft tot gevolg dat ook onder de drempelwaarden beoordeeld moet worden of een mer-procedure doorlopen moet worden. Dit geldt zowel voor besluiten uit kolom 4 als voor besluiten (plannen) uit kolom 3 (planmer).
Ingeval het project onder de drempelwaarde valt is deze beoordeling vormvrij. Dit betekent dat deze beoordeling via de officiële mer-beoordelingsprocedure kan geschieden, maar in veel gevallen zal een beoordeling in de toelichting bij het plan voldoende zijn. Planspecifiek De voorgenomen activiteit is niet opgenomen in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet aan te merken als een activiteit waarvoor een directe m.e.r.-plicht bestaat. De activiteit is wel opgenomen in onderdeel D (categorie D.11.2) van bijlage II van het Besluit m.e.r. De activiteit betreft een stedelijk ontwikkelingsproject, maar het valt onder de drempelwaarden die hier genoemd worden. Derhalve is uitsluitend een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde. Tabel 1: Categorie D11.2 met getalsmatige grenzen. Bron: Bijlage D van Besluit milieueffectrapportage. D 1 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk 1.2 ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.
In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.
Voor voorliggend plan kan op basis van de in hoofdstuk 2 beschrijving van het plan en hoofdstuk 4 de milieutechnische uitvoerbaarheid voldoende inzicht gegeven worden in de milieugevolgen van het plan zoals bedoeld in de criteria van bijlage III van de m.e.r.-richtlijn geoordeeld worden dat belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten.
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland
4.2
Bedrijven en milieuzonering
Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen), worden hinder en gevaar beperkt of voorkomen en wordt het voor bedrijven of woonfuncties mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Om dit gestandaardiseerd te kunnen beoordelen zijn in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering richtafstanden opgesteld. Deze afstanden geven voor gemiddelde bedrijfssituaties aan op welke afstand geen hinder is te verwachten. De meer verfijnde afstemming voor de beperking of voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer. In de brochure wordt onderscheid gemaakt in verschillende omgevingstypen. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor andere gebieden, zoals drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. De betreffende VNG-publicatie vormt geen wettelijk kader. De in de publicatie opgenomen afstanden betreffen richtafstanden. Planspecifiek Voorliggend planontwikkeling houdt het verplaatsen van de woonbestemming in waardoor een nieuwe woning kan worden gerealiseerd.
Een klein deel van het achtergelegen agrarische perceel wordt hierbij omgezet naar een woonbestemming. Een woning is een milieugevoelig object. In de nabije omgeving zijn geen milieubelastende bedrijven of functies gelegen. Binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' zijn kassen toegestaan. In de Bedrijvenlijst bijbehorende de bestemmingsplanregels is opgenomen dat kassen een richtafstand van 30 meter (grootste afstand voor geluid) moeten hanteren ten opzichte van een milieugevoelig object. Gezien de reeds aanwezige woonbestemming, dient al rekening te worden gehouden met deze richtafstand. De zeer geringe uitbreiding van de woonbestemming ten behoeve van de nieuwe woning zorgt niet voor een zodanige belemmering dat er een onevenredige aantasting plaatsvindt van de uitoefening van de bedrijfsvoering. In de bestaande situatie is er daarnaast geen sprake van kassen, de agrarische gronden worden gebruikt voor landbouw. Onder de huidige woonbestemming is een tracé aan leidingen/kabels van Stedin over de gehele breedte van het perceel gelegen. De beschermingszone aan weerszijden van de gelokaliseerde leidingen/kabels wordt in acht genomen door de nieuwe woning meer naar achteren te bouwen op het naastgelegen perceel. Hierdoor is er geen risico dat de kabels/leidingen komen te verzakken of beschadigen.
Geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect Bedrijven en milieuzonering vormt dan ook geen belemmering voor voorliggend plan.
4.3
Geluidhinder
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt ernaar gestreefd om de geluidhinder als gevolg van spoor-, wegverkeer of industrie te beperken. Op basis van de Wet geluidhinder (Wgh) zijn er normen gesteld tot welke maximale geluidsniveaus geluidgevoelige functies belast mogen worden. De Wgh geeft tevens aan in welke situaties middels onderzoek aangetoond moet worden of aan deze normen voldaan kan worden. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening en bijbehorende jurisprudenties zijn aanvullende onderzoeksverplichtingen gesteld. Planspecifiek Voorliggend plan houdt de realisatie van een geluidgevoelige functie in. De planlocatie ligt binnen de onderzoekszone van de Zijlkade, een 60 km/h weg. Er is op basis van de Wet geluidhinder een akoestisch onderzoek verplicht waarin wordt aangetoond wat de geluidbelasting op de gevel van de nieuwe woning is als gevolg van het wegverkeer in de omgeving. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 1.De conclusie uit het akoestisch onderzoek luidt:
'De geluidbelasting op de gevels van een te realiseren woning aan de Zijlkade 35 te Nieuwland bedraagt ten gevolge van het wegverkeer op deze weg maximaal Lden=58 dB. De achtergevel is geluidluw, de
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland geluidbelasting bedraagt daar minder dan 48 dB. De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de overige wegen bedraagt minder dan de voork eursgrenswaarde. Daarmee is alleen het wegverkeer op de Zijlkade relevant. Het ontwerp voldoet aan het Hogere waardebeleid van de gemeente Vijfheerenlanden. Er is een geluidluwe achtergevel en gezien de grootte van de woning ook een slaapvertrek aan deze gevel. Tevens k an er een tuin aan de geluidluwe zijde worden aangelegd. Bron- en overdrachtmaatregelen zijn financieel niet haalbaar, het gaat hier om slechts één woning. B&W van Vijfheerenlanden dient voor de woning een hogere waarde vast te stellen van Lden=58 dB.' Er dient een hogere waarde voor de woning te worden vastgesteld. Door de aanleg van de oprit kan de geluidbelasting op de gevel net te hoog worden om de woning zonder de beperking van een dove gevel te bouwen. Voor de woning zal een parkeergelegenheid van grind gerealiseerd worden. Er is derhalve een parkeergelegenheid van grind gemodelleerd (met een absorptie coëfficiënt van 0,5) waardoor nu aan het hogere waardebeleid wordt voldaan. Er is tevens in de regels van voorliggend plan geborgd dat parkeervoorzieningen mogelijk zijn maar enkel met een maximale absorptie coëfficiënt van 0,5 (grind). Het aspect geluidhinder vormt gelet op bovenstaande geen belemmering voor voorliggend plan.
4.4
Natuurbescherming
Natuur is een gevoelige functie die beschermd moet worden tegen negatieve effecten. Per 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De nieuwe Wet natuurbescherming (Natuurwet) voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, in decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en in een goede aansluiting op het omgevingsrecht. Er wordt beter aangesloten op de Europese regelgeving en er wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen soorten die Europees beschermd zijn en Nationaal beschermde soorten. Met de Wet natuurbescherming komt de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen in principe bij de provincies te liggen. Dit is conform het bestuursakkoord natuur waarin is aangegeven dat de decentralisatie van de taken en bevoegdheden op het vlak van de natuurwetgeving haar beslag zal krijgen in de Wet natuurbescherming. Provincies nemen hiermee de taak over die tot nu toe werd uitgevoerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Daarmee is de provincie bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en activiteiten (hierna genoemd 'handelingen') bij Natura 2000-gebieden (de gebiedsbeschermings-bepalingen) en dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen).
Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. 4.4.1
Flora en Fauna
In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bepaald worden of een plan geen nadelige effecten heeft voor beschermde plant- en diersoorten in en nabij het plangebied. Indien de ontwikkeling verstoring of uitroeiing van beschermde soorten kan inhouden dient onderzocht te worden of eventuele soorten aanwezig zijn. Wanneer dit het geval is moet tevens aangetoond worden middels welke ingrepen deze verstoring voorkomen wordt dan wel gecompenseerd.
Planspecifiek Voorliggend plan houdt het realiseren van een nieuwe woning in op een agrarisch perceel. In voorliggend plan wordt geen bebouwing gesloopt en/of bomen en/of bosschages verwijderd. Desalniettemin moet worden beoordeeld of er geen beschermde gebieden en/of soorten benadeeld worden als gevolg van de planontwikkeling. Om dit te beoordelen is een Ecologische Quickscan uitgevoerd, zie bijlage 2. De conclusie van het onderzoek luidt: Soortenbescherming 'De planlocatie heeft geen essentiële betekenis voor beschermde soorten. De planlocatie is mogelijk geschikt leefgebied voor algemene zoogdieren, amfibieën, insecten welke niet beschermd zijn
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland (behoudens de Algemene zorgplicht) onder de Wet natuurbescherming. Voor broedvogels geldt dat de nesten van alle soorten beschermd zijn tijdens het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli).' Gebiedsbescherming 'De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied, het Natuurnetwerk Nederland of de Groene contour. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie is van externe werking op omliggende Natura 2000-gebieden geen sprake. Een AERIUS berekening, Voortoets en/of 'nee, tenzij'-toets is niet noodzakelijk.' Houtopstanden 'Op de planlocatie zijn geen houtopstanden aanwezig waarvoor bij kap een meldingsplicht geldt in het kader van de Wet natuurbescherming.' Uitvoerbaarheid 'De beoogde ontwikkeling leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren, rugstreeppadden en algemene broedvogels (in het kader van Algemene zorgplicht).
Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen.' Eindconclusie 'De sloop van het afgebrande huis, het verwijderen van enk ele bosschages en de realisatie van een woonhuis en brug aan de Zijlkade 35 te Nieuwland is uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro).' Gezien bovenstaande is het plan uitvoerbaar vanuit het aspect flora en fauna. 4.4.2
Stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden
Op 15 juni 2015 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) vastgesteld. Het PAS bevat maatregelen die leiden tot een afname van stikstofdepositie en maatregelen die leiden tot een versterking van de natuurwaarden in de Natura 2000-gebieden. Een gedeelte van de toekomstige afname van stikstofdepositie kan vervolgens worden opgevuld door economische activiteiten die leiden tot een toename van stikstofdepositie. In de praktijk blijkt echter dat de afname van stikstofdepositie als gevolg van de maatregelen niet gegarandeerd kan worden. Daarom heeft op 29 mei 2019 de Raad van State een uitspraak gedaan waarin de Raad oordeelt dat het PAS niet als basis voor toestemming voor activiteiten mag worden gebruikt. Het uitgangspunt is sindsdien nog steeds dat voor nieuwe initiatieven aangetoond moet worden dat er geen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofemissies en -deposities ontstaan als gevolg van het initiatief. Het instrument waarmee de stikstof berekend kan worden is de AERIUS Calculator. Planspecifiek Voor voorliggend plan is een Aeriusberekening uitgevoerd voor zowel de bouw als de gebruiksfase, zie bijlage 3. De conclusie van de berekening luidt: 'Er vindt geen stikstofdepositie plaats op Natura 2000-gebieden door de gebruiksfase en de bouwfase.
De gebruiksfase en de bouwfase voldoet aan de norm van 0,00 mol N/ha/j.' Geconcludeerd kan worden dat het plan dan ook vanuit het aspect stikstof uitvoerbaar is.
4.5
Archeologie en cultuurhistorie
Het archeologisch erfgoed wordt binnen Nederland als waardevol beschouwd. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet vervangt zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet. De Erfgoedwet hanteert de beschermingsniveaus zoals die in de huidige regelingen gelden. Voor de vergunningverlening van een beschermd archeologisch monument, het verbod tot beschadigen of
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland vernielen van een rijksmonument en de bescherming van stads- en dorpsgezichten geldt dat de huidige situatie in de Monumentenwet 1988 van kracht blijft tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze regels blijven dus gelden en zijn ongewijzigd overgenomen in de Erfgoedwet. Gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Het archeologiebeleid van de gemeente is in 2009 door de (voormalige) gemeente Zederik opgesteld. Dit beleid is vertaald naar het Reparatieplan Buitengebied Zederik. Planspecifiek Monumentale bouwwerken In voorliggend plan is de woning aan de Zijlkade 35 tot bijna de grond toe afgebrand. Deze woning betrof een gemeentelijk monument. De nieuw te bouwen woning betreft geen bouwwerk met monumentale status. Archeologie Het perceel heeft een archeologische dubbelbestemming (Waarde – Archeologie 3). Er is een archeologisch onderzoek nodig indien het te bouwen bouwwerk een oppervlakte groter dan 250 m2 betreft of dieper dan 30 cm met graafwerkzaamheden of heiwerkzaamheden wordt geplaatst. Voorgenomen ontwikkeling betreft een nieuwe woning van circa 84 m2. Derhalve is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk.
Een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten sluit echter niet uit dat deze niet kunnen worden aangetroffen. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden vondsten worden gedaan waarvan wordt vermoed dat het archeologische vondsten betreft, dienen deze op grond van art. 5.10 van de Erfgoedwet verplicht gemeld te worden bij de bevoegde overheid (gemeente). Landschappelijke cultuurwaarden Volgens de provinciale Cultuurhistorie en landschapskaart uit de Verordening maakt het plangebied deel uit van het Groene Hart. De kernkwaliteiten van het Groene Hart zijn: Openheid; (veen)weidekarakter, inclusief strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.; Landschappelijke diversiteit; Rust en stilte. Voorgenomen ontwikkeling betreft het mogelijk maken van het uitbreiden van de huidige woonbestemming en het realiseren van een nieuwe woning. De impact van het plan op de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving wordt tot een minimum beperkt door enkel de minimale bouwruimte te verschaffen om de nieuwe woning te kunnen bouwen. Hierdoor wordt er getracht de openheid van het gebied zo goed mogelijk te behouden.
4.6
Bodemkwaliteit
Het is wettelijk geregeld (Wbb en bouwverordening) dat bouw pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen, als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Indien sprake is van een verdachte locatie dient onderzocht te worden in welke mate de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Planspecifiek Voorgenomen plan breidt de huidige woonbestemming uit en houdt het realiseren van een nieuwe woning in ter plaatse van de uitgebreide woonbestemming. Hierbij verandert de vigerende agrarische bestemming naar een woonbestemming. De functie wonen stelt hogere eisen aan de bodem dan een agrarische functie. Om de bodemkwaliteit in de kaart te brengen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 4. De conclusie van het onderzoek luidt:
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland
Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd: De zintuiglijk onverdachte bovengrond op de locatie (0 – 0,5 m-mv) is licht verontreinigd met molybdeen, kwik en lood. De zintuiglijk onverdachte ondergrond op de locatie (0,5 – 1,5 m-mv) is licht verontreinigd met molybdeen, kobalt en nikkel. In het grondwater op de onderzoekslocatie (peilbuis 104) is een licht verhoogde concentratie barium gemeten. Deze wordt beschouwd als een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde. Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek dient de hypothese 'onverdacht voor verontreiniging' (strikt genomen) verworpen te worden, vanwege de aangetoonde licht verhoogde gehalten in de bovenen ondergrond. De aangetoonde verhoogde gehalten zijn echter zodanig licht verhoogd dat aanvullend onderzoek (eventueel op basis van een aangepaste onderzoeksstrategie) of nadere maatregelen ons inziens niet noodzakelijk worden geacht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het terrein geschikt voor de huidige en de toekomstige bestemming.' Het aspect bodem vormt gelet op bovenstaande conclusie geen belemmering voor de nieuwe locatie van de beoogde woning. Het deelgebied waar de oude woning is afgebrand (perceel sectie E, nr. 18) is verdacht op de aanwezigheid van bodemverontreiniging en op asbest. Op dit terreindeel zijn nog funderings- en vermoedelijk verbrandingsresten aanwezig.
De erftoegangsweg en de tuin worden ten oosten van de afgebrande woning aangelegd. Voor beide terreingedeelten dient een aanvullend bodemonderzoek (volgens de NEN5740) en een asbestonderzoek (volgens de NEN5707) uitgevoerd te worden. Dit is geborgd in de planregels door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting. De voorwaardelijke verplichting borgt dat alvorens wordt overgegaan op de sloop van de oude woning (inclusief ondergrondse bouwdelen) zoals aangegeven in de in bijlage 1 van de regels opgenomen tekening, eerst het aanvullend bodemonderzoek en het asbestbodemonderzoek zijn uitgevoerd en zijn overhandigd aan het bevoegd gezag. Er is daarnaast bij de beoordeling van de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan rekening gehouden met de mogelijke saneringskosten.
4.7
Luchtkwaliteit
Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door de Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen (ook wel Wet luchtkwaliteit genoemd, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 2: Grenswaarden maatgevende stoffen Wet luchtkwaliteit. Stof
Toetsing van
Grenswaarde
Advieswaarde (WHO)
Stikstofdioxide (NO2)
jaargemiddelde concentratie
40 µg / m³
10 µg / m³
Uurgemiddelde (mag max. 18 keer per jaar worden overschreden)
200 µg / m³
Fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24-gemiddelde concentratie (mag max. 35 keer per jaar worden overschreden) Fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie
40 µg / m³
15 µg / m³
50 µg / m³ 25 µg / m³
5 µg / m³
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen, uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens, rekening gehouden met de luchtkwaliteit. In het Besluit NIBM (Niet in Betekenende Mate) en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Zijlkade 35 Nieuwland gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Dit kan het geval zijn wanneer een project een effect heeft van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10. Planspecifiek Een plan voldoet in de regel aan het NIBM criterium als het minder dan 1.500 woningen betreft dan wel als er sprake is van een BVO van maximaal 100.000 m2. Voorliggend plan blijft ruim onder het criterium. Nader onderzoek in het kader van luchtkwaliteit is dan ook niet noodzakelijk. Voorts is de huidige situatie ten aanzien van de luchtkwaliteit in beeld gebracht. Hiervoor is de site https://www.nsl-monitoring.nl geraadpleegd.