Bijlage 3 Eindrapport verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3
Tekst van het document
Aanleg van veilige en directe fietsvoorzieningen op het terrein van Gaasperwaard en, indien nog niet aanwezig, op de routes richting het plangebied.
•
Aanleg van veilige en directe wandelvoorzieningen op het terrein van Gaasperwaard, rondom de bedrijvigheid (lunchwandelingen) en richting mobiliteithubs.
•
Toepassen van goede (droge) stallingsmogelijkheden nabij de ingang van de bedrijven voor de fiets, inclusief laad- en douchevoorzieningen.
•
Toepassen van mobiliteitsmanagement door de te vestigen bedrijven, die met maatregelen het fiets- en OV-gebruik stimuleren.
•
Toepassen van parkeren op afstand voor het autoverkeer.
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
28/37
4.2 Infrastructuur Mobiliteitsmanagement maatregelen, zoals in paragraaf 4.1 beschreven dragen bij aan het verminderen van het autoverkeer. Naar verwachting is dit niet voldoende om alle knelpunten qua bereikbaarheid en veiligheid in en rondom het plangebied op te lossen. In deze paragraaf gaan we daarom in op mogelijke infrastructurele maatregelen om de (regionale) bereikbaarheid en veiligheid van Gaasperwaard 2 en 3 te kunnen waarborgen. Hierbij wordt enerzijds gekeken naar concrete maatregelen op kruispuntniveau voor de drie kruispunten die als knelpunt naar voren komen, anderzijds naar aanvullende maatregelen die nodig of wenselijk zijn voor de regionale bereikbaarheid. De volgende maatregelen komen aan bod: •
aanpassingen rotonde Hagenweg – op/afrit A27 (oost);
•
aanpassingen VRI Hagenweg – Stuartweg (ook zonder Gaasperwaard 2 en 3 een knelpunt);
•
aanpassingen voorrangskruispunt Westelijke Parallelweg – Langeweg (ook zonder Gaasperwaard 2 en 3 een knelpunt);
•
wegprofiel Berchmansweg;
•
aanpassingen knooppunt Everdingen.
4.2.1
Voorrangskruispunt Westelijke Parallelweg - Langeweg
Uit de kruispuntberekeningen blijkt dat de wachttijden op de Langeweg tijdens de avondspits te lang zijn, zowel in de situatie met als zonder Gaasperwaard 2 en 3. In de huidige situatie is reeds sprake van opstelvakken, waardoor het toevoegen van opstelvakken om de capaciteit verder te vergroten niet mogelijk is. Wel kan de middengeleider op de Westelijke Parallelweg geoptimaliseerd worden. Door deze te verbreden, ontstaat er extra opstelruimte voor linksafslaand verkeer vanaf de Langeweg, waardoor het oversteken in twee fasen makkelijker wordt.
4.2.2
VRI Hagenweg – Stuartweg
Uit de kruispuntberekeningen blijkt dat de opstelstroken op de Hagenweg (oost) en Stuartweg (zuid) te kort zijn en dat verlenging tot circa 70 – 100 meter (afhankelijk van de aanwezigheid van voetgangers) wenselijk is, zowel in de situatie met als zonder Gaasperwaard 2 en 3. Aandachtspunten bij de verdere uitwerking zijn: •
Aanpassing van de watergangen langs de Hagenweg is waarschijnlijk noodzakelijk om een verlenging van de opstelvakken mogelijk te maken.
•
Het opstelvak rechtsaf op de Stuartweg kan maar beperkt verlengd worden in verband met de perceelsgrenzen.
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
29/37
4.2.3
Rotonde Hagenweg – op/afrit A27 (oost)
Uit de kruispuntberekeningen blijkt dat op de zuidelijke tak (Berchmansweg) onvoldoende capaciteit beschikbaar is om oprijdend verkeer soepel af te kunnen wikkelen. Uit de berekeningen blijkt verder dat, indien hier een extra rijstrook wordt voorzien, de rotonde het verkeer wel soepel kan afwikkelen en over voldoende restcapaciteit (>20%) beschikt. Hierbij wordt het volgende opgemerkt: •
De solitaire fietsoversteek Berchmansweg vormt een aandachtspunt. In plaats van één rijstrook dient het fietsverkeer nu twee rijstroken van de toerit over te steken. Fietsers hier in de voorrang behouden conform huidige situatie is ongewenst conform advies DTV. Het is aan te bevelen om in eerste instantie de fietsers uit de voorrang te houden en de verkeerssituatie te monitoren. Indien blijkt dat er sprake is van lange wachttijden voor het fietsverkeer of verkeersonveilige situaties (mede afhankelijk van de intensiteit van het fietsverkeer), dan dient deze oversteek ongelijkvloers gemaakt te worden. Daarbij komt dat de oversteek als barrière en subjectief onveilig kan worden ervaren door fietsers uit Hoef en Haag, wat niet bijdraagt aan het stimuleren van de fiets. We bevelen aan om de kruising van het fietsverkeer en autoverkeer ongelijkvloers toe te passen.
•
De bushalte (in de huidige situatie niet in gebruik) dient mogelijk naar verder van de rotonde af verplaatst te worden, indien deze in de toekomst weer gebruikt gaat worden. Dit is mogelijk niet het geval indien de oversteekvoorziening voor fietsers ongelijkvloers wordt toegepast.
Een andere oplossingsrichting voor dit kruispunt is het toepassen van verkeerslichten. Echter, gezien de relatief korte afstand tot de westelijke rotonde zullen verkeerslichten niet optimaal werken. Er bestaat het risico dat wachtrijen terugslaan over de rotonde, waardoor de afwikkelcapaciteit vermindert. Ook op basis van uniformiteit is het toepassen van één type kruispuntoplossing wenselijk. Het omvormen tot VRI van de oostelijke rotonde benodigd dan ook de omvorming van de westelijke rotonde tot een VRI. Deze aanpassing brengt meer kosten met zich mee dan het toevoegen van een extra rijstrook op de Berchmansweg bij de oostelijke rotonde.
4.2.4
Wegprofiel Berchmansweg
De huidige snelheidslimiet op de Berchmansweg bedraagt 50 km/uur, maar de weginrichting sluit hier niet op aan. Er moet een keuze gemaakt worden met betrekking tot de gewenste snelheidslimiet. Gelet op de verkeersveiligheid en de locatie (binnen de bebouwde kom) verdient 50 km/uur de voorkeur. Hiervoor is een herinrichting naar een 50 km/uur profiel noodzakelijk.
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
30/37
4.2.5
Knooppunt Everdingen
Reeds zonder de ontwikkeling van Gaasperwaard 2 en 3 vormen de verkeerslichten op kruispunt Hagenweg - Stuartweg en het voorrangskruispunt Westelijke Parallelweg – Langeweg een knelpunt. Mogelijk heeft dit te maken met doorgaand verkeer vanuit het oosten (Hoef en Haag en het achterland) dat richting de A2-noord wil (en vice versa). In de huidige situatie is knooppunt Everdingen niet volwaardig, waarbij deze verbinding ontbreekt. De regionale bereikbaarheid van Gaasperwaard en Vianen kan verbeterd worden indien het knooppunt volledig gemaakt wordt. Naar verwachting leidt deze maatregel tot een afname van de verkeersintensiteiten op de route Hagenweg – Stuartweg – Westelijke Parallelweg. Het is echter de vraag in hoeverre deze aanpassing ruimtelijk inpasbaar is. Dit dient nader onderzocht te worden.
4.2.6
Overige infrastructurele maatregelen
Uit de modelresultaten blijkt dat, afhankelijk van de wijze waarop Gaasperwaard 3 op het omliggend wegennetwerk wordt ontsloten, de intensiteiten op de Breede Sticht dermate toenemen dat een menging van het fietsverkeer met het gemotoriseerd verkeer niet langer gewenst is. Het aanleggen van een vrijliggende fietsvoorziening is dan noodzakelijk. Op de overige wegen richting het achterland blijven de intensiteiten van het gemotoriseerde verkeer, en ook het vrachtverkeer, dusdanig beperkt dat vrijliggende fietsvoorzieningen niet noodzakelijk zijn. De wegen richting de A27, de kern van Vianen en de A2 zijn reeds voorzien van vrijliggende fietsvoorzieningen. Om het vrachtverkeer door de kern Vianen te weren kan een inrijdverbod voor vrachtwagens ingesteld worden, waarbij bestemmingsvrachtverkeer een ontheffing moet kunnen krijgen.
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
31/37
5 Aanbevelingen ontsluitingsstructuur Gaasperwaard 3 In deze studie zijn de verkeers- en mobiliteitseffecten verkend van het realiseren van het te ontwikkelen bedrijventerrein Gaasperwaard 3. Hierbij is gekeken naar de wijze van ontsluiten van Gaasperwaard 3 op het omliggende wegennetwerk en de effecten op de voornaamste ontsluitingsroutes richting het hoofdwegennetwerk (de A27 en de A2). Gaasperwaard 3 genereert per werkdag circa 5.100 autoverplaatsingen en 1.200 vrachtwagenverplaatsingen. Uit de verkeersanalyse blijkt dat in 2030 een nieuw knelpunt ontstaat op de rotonde Berchmansweg – Hagenweg – A27 en dat de bestaande knelpunten bij de kruispunten Hagenweg – Stuartweg en Westelijke Parallelweg – Langeweg zullen toenemen. Het oplossen/verzachten van de knelpunten kan enerzijds met infrastructurele maatregelen plaatsvinden (aanbod vergroten), anderzijds kan er met mobiliteitsmanagementmaatregelen gestuurd worden om het aantal verplaatsingen te verminderen (vraag reduceren). Voor het vergroten van het aanbod zijn de volgende oplossingsrichtingen voorgesteld: •
Rotonde Berchmansweg – Hagenweg – A27: Toevoegen extra opstelstrook op de zuidelijke tak (Berchmansweg), in combinatie met een ongelijkvloerse fietsoversteek en een aanpassing van de weginrichting op de Berchmansweg conform 50 km/uur.
•
VRI Hagenweg – Stuartweg: verlengen van de huidige opstelvakken op de Hagenweg (west en oost) en de Stuartweg (zuid).
•
Voorrangskruispunt Westelijke Parallelweg – Langeweg: Aanpassen en verbreden van het middeneiland om meer opstelruimte te creëren.
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
32/37
5.1 Ontsluitingsstructuur Gaasperwaard 3 De gemeente Vijfheerenlanden zet in haar Mobiliteitsvisie 2020 en Omgevingsvisie 2023 voor invulling van Gaasperwaard als regionaal werklandschap. Het toepassen van vervoersmanagementmaatregelen moet bijdragen aan het verminderen van de verkeersvraag en een modal shift, waarbij toekomstige werknemers eerder alternatieven voor de privéauto kiezen. Uit de analyse blijkt dat met name de fiets interessant is voor werknemers uit de omliggende kernen. Voornamelijk met een elektrische fiets liggen de omliggende kernen op acceptabele fietsafstand. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat op Gaasperwaard wordt ingezet op goede en veilige fietsvoorzieningen, zowel infrastructureel (directe routes, hoogwaardige fietsinfrastructuur) als stallingsmogelijkheden. In deze paragraaf wordt nader onderzocht wat vanuit verkeerskundig oogpunt de randvoorwaarden zijn voor een veilige aansluiting van Gaasperwaard 3 op de direct omliggende wegenstructuur. Hierbij is onderscheid gemaakt naar de verschillende modaliteiten en is de koppeling gelegd met de maatregelen omtrent vervoersmanagement zoals omschreven in hoofdstuk 4.1. De ontsluitingsstructuur is bepaald aan de hand van het STOMP-principe, die stappen (voetgangers) en trappen (fietsers) voorop stelt in de gewenste ontsluitingstructuur. Het OV en mobiliteitsconcepten komen vervolgens aan bod.
Als laatste wordt binnen het STOMP-principe naar de privéauto gekeken.
5.1.1
Basisprincipes
De ontsluitingsstructuur voor de verschillende modaliteiten rust op een aantal basisprincipes. Deze zijn als volgt: •
Ontvlechting van verkeersstromen naar type modaliteit: gezien de menging van fietsers met autoverkeer en (zwaar) vrachtverkeer is het omwille van de verkeersveiligheid wenselijk om langzaam- en gemotoriseerd verkeer zo veel als mogelijk te scheiden, zowel richting Gaasperwaard als op de interne wegenstructuur.
•
Aansluiting op logische routes van/naar het terrein: voor alle modaliteiten geldt dat er zo veel als mogelijk wordt aangesloten op logische routes richting de hoofdstructuur. De ontsluitingsstructuur moedigt de gewenste routekeuze aan.
•
Veilige infrastructuurvoorzieningen: het verkeer wordt geleid met veilige infrastructuurvoorzieningen, conform de landelijke richtlijnen van het CROW.
•
Meerdere aansluitpunten: per modaliteit zijn meerdere routes van/naar het bedrijventerrein tijdens calamiteiten mogelijk.
•
Prioriteit voor langzaam verkeer: de ontsluitingsstructuur prioriteert het langzame verkeer en het OV, de (personen)auto staat op de laatste plaats.
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
33/37
5.1.2
Wandelen en fietsen
De verkeersstructuur voor het langzaam verkeer wordt voor zover als mogelijk bij voorkeur gescheiden van de verkeersstructuur voor het gemotoriseerde verkeer. Daarbij dienen routes voor fietsers (en voetgangers tussen de halte en de eindbestemmingen) zo direct mogelijk en fijnmazig te zijn. Op de wegen op het bedrijventerrein met lage intensiteiten van het gemotoriseerd verkeer is menging wel acceptabel. Hieruit komt het volgende (ook samengevat in Figuur 13, links): •
Ontsluiting voor fietsers en voetgangers op de Breede Sticht en Autenasekade, gescheiden van gemotoriseerd verkeer, zowel richting de Biezenweg (voor fietsverkeer richting Hoef en Haag en wandelaars naar de bushalte aan de Biezenweg) als richting de Autenasekade (voor fietsverkeer richting Culemborg en Zijderveld). Indien sprake is van een stijging van de etmaalintensiteiten naar meer dan 2.500 voertuigen per dag, is de aanleg van vrijliggende fietsvoorzieningen op de Breede Sticht wenselijk.
•
Directe wandelvoorzieningen tussen de bushalte en de bestemmingen op het bedrijventerrein.
•
Ontsluiting voor fietsers via Gaasperwaard 1 voor fietsers richting Vianen, Nieuwegein en Houten. Dit kan via de Dijkleger naar de Lange Dreef. Het voorzien van vrijliggende fietsvoorzieningen langs de Dijkleger is hierbij wenselijk. Op de Lange Dreef zijn reeds voorzieningen voor fietsers aanwezig.
•
Doorsteekjes op het terrein van Gaasperwaard 3 zelf om routes naar de verschillende bestemmingen op het terrein voor fietsers (en voetgangers) zo kort mogelijk te houden. Bij voorkeur vormen dit de gewenste routes voor fietsverkeer over het terrein, waarbij nauwelijks sprake is van menging van fietsers met gemotoriseerd verkeer.
•
Ter hoogte van bestemmingen op het bedrijventerrein voldoende fietsparkeerplaatsen nabij de ingang van de bedrijven. Bij voorkeur wordt dit als een afgesloten stalling, met laad- en douchefaciliteiten, weergegeven.
Daarnaast dient op het bedrijventerrein zelf aandacht te zijn voor aantrekkelijke en veilige wandelvoorzieningen voor werknemers die tijden de lunch een wandeling willen maken. Aparte voetgangersvoorzieningen gescheiden van de interne wegenstructuur van het autoverkeer zijn hier gewenst.
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
34/37
Figuur 13: Links, een mogelijke ontsluitingsstructuur voor fietsers (en voetgangers), rechts, een mogelijke ontsluiting voor het openbaar vervoer, in combinatie met een hub voor deelmobiliteit voor de last-mile transport.
5.1.3
Openbaar vervoer
In de huidige situatie is sprake van beperkt openbaar vervoer rondom de planlocatie (enkel busvervoer met lage frequentie en op afstand van het plangebied). Uit de analyse blijkt dat de huidige voorzieningen weinig concurreren met de fiets of het autogebruik. De volgende optimalisatieslag is mogelijk (zie ook figuur 13, rechts): •
Verleggen van de busroute, al dan niet enkel tijdens de spitsperioden, over de Dijkleger en een halte in Gaasperwaard 3 voorzien, in combinatie met een hub voor deelmobiliteit voor de last-mile verplaatsing.
•
Voorzien van een spitsdienst tussen een nieuwe halte op Gaasperwaard 3 en busstation Lekbrug.
5.1.4
Autoverkeer
De verkeersstructuur voor het autoverkeer wordt voor zover als mogelijk bij voorkeur gescheiden van de verkeersstructuur voor fietsers en voetgangers. De volgende ontsluitingsstructuur is kansrijk (zie ook Figuur 14, links): •
Ten behoeve van calamiteiten dienen minimaal twee aansluitpunten voorzien te worden. Een tweede aansluitingspunt kan als calamiteitendoorgang vormgegeven worden, waarbij deze in de ‘normale’ situatie niet als ontsluiting van het gebied dienst doet.
•
De aansluitpunten zijn zo veel als mogelijk richting de aansluiting A27 Hagestein georiënteerd. Een uitwisselpunt aan de noordoostkant van het terrein verdient dan ook de voorkeur.
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
35/37
•
Directe aansluitpunten op de Breede Sticht zijn niet wenselijk, aangezien hier geen voorzieningen voor fietsers liggen. Bij voorkeur wordt er gebruik gemaakt van de bestaande rotonde Dijkleger – Hoefslag – Breede Sticht. Uit de berekeningen blijkt dat hier voldoende capaciteit voor is. Het aanleggen van vrijliggende fietsvoorzieningen langs de Dijkleger is gezien de stijging van de intensiteiten wel gewenst.
•
Een ontsluiting via Gaasperwaard 1 is mogelijk. Indien gebruik wordt gemaakt van de wegenstructuur in Gaasperwaard 1 verdient een aansluiting zo dicht mogelijk bij de rotonde Dijkleger de voorkeur.
•
Parkeren dient op eigen terrein te gebeuren. Op het terrein vindt geen langsparkeren of haaksparkeren langs de wegenstructuur plaats. Het parkeren wordt geclusterd en op afstand voorzien, ter stimulering van het fietsgebruik.
•
Er wordt ingezet op carpooling, waarbij gekeken wordt op terreinniveau en niet op bedrijfsniveau.
5.1.5
Vrachtverkeer
De verkeersstructuur voor het autoverkeer wordt voor zover als mogelijk bij voorkeur gescheiden van de verkeersstructuur voor fietsers en voetgangers. Het (zware) vrachtverkeer deelt de ontsluitingsroute met het gemotoriseerde verkeer. Hierbij worden de volgende aspecten bijkomend in overweging genomen (zie ook Figuur 14, rechts): •
Op het terrein worden doodlopende straten, in verband met keerbewegingen, vermeden. Door een lussenstructuur te creëren kan het verkeer comfortabel een rondje rijden om het terrein weer te verlaten.
Figuur 14: Links, een mogelijke ontsluitingsstructuur voor autoverkeer, rechts, een mogelijke ontsluiting voor (zwaar) vrachtverkeer.
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
36/37
5.2 Samenvatting Wanneer gekeken wordt naar de directe aansluiting van Gaasperwaard 3 op de omliggende wegenstructuur, lijkt een aansluiting via Gaasperwaard 1 het meest voor de hand liggend. De huidige infrastructuur is reeds op vrachtverkeer berekend en de rotonde Dijkleger – Hoefslag biedt een goede mogelijkheid om het verkeer richting de A27 te sturen. Op hoger niveau maakt de onvolledigheid van knooppunt Everdingen de routegeleiding van het gemotoriseerde verkeer zo direct mogelijk naar het hoofdwegennet uitdagend. Er is geen logische route tussen Gaasperwaard en de A2-Noord, waardoor de route via de Westelijke Parallelweg – Stuartweg – Lange Dreef het enige alternatief richting de A2 lijkt. Bij voorkeur wordt dit verkeer via de A12 en knooppunt Lunetten naar de A27 gestuurd. In de modelrun en de daaropvolgende kruispuntberekeningen is uitgegaan van twee aansluitingen van Gaasperwaard op het direct omliggend wegennetwerk, waarbij het verkeer zich evenredig verdeeld over een aansluiting via Gaasperwaard 1 en via een aansluiting direct op de Breede Sticht. In de voorgestelde ontsluitingsstructuur komt de verbinding via de Breede Sticht te vervallen. Dit heeft enkel invloed op de routekeuze van het verkeer ter hoogte van de rotonde Dijkleger – Hoefslag – Breede Sticht. Deze rotonde heeft voldoende capaciteit om de gewijzigde verkeersstromen te kunnen verwerken.
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
37/37
Bijlage 1: Geregistreerde verkeersongevallen In Figuur B1.1 is een overzicht gegeven van de geregistreerde ongevallen en letselongevallendata in de periode 2018-2022 in de gemeente Vijfheerenlanden rondom de ontsluitingsroutes van Gaasperwaard 3. Hoe groter de bol, hoe meer ongevallen zijn geregistreerd. Hierop is te zien dat het aantal letselongevallen zowel rondom de planlocatie als op de routes richting de rijkswegen beperkt is.
Figuur B1.1: overzicht van de geregistreerde ongevallen (links) en letselongevallen (rechts) rondom Gaasperwaard en de ontsluitingsroutes in de periode 2018-2022.
De volgende letselongevallen werden geregistreerd: 1. Kruispunt Westelijke Parallelweg – Afrit A2 – Bentz-Berg • 1 letselongeval tussen fietser en personenauto. 2. Rotonde Westelijke Parallelweg – De Limiet • 1 letselongeval tussen een e-bike en een personenauto. 3. Wegvak Stuartweg (tussen Sportlaan en Lange Dreef) • 1 letselongeval tussen personenauto’s en vrachtwagen; •
1 letselongeval tussen personenauto en vrachtwagen.
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
4. Kruispunt Stuartweg – Lange Dreef - Placotiweg • 1 letselongeval tussen bromfiets en personenauto; •
1 letselongeval tussen personenauto’s en bestelauto.
5. Wegvak Stuartweg (tussen Lange Dreef en Hagenweg) • 1 letselongeval tussen personenauto en bestelauto. 6. Westelijke rotonde aansluiting A27 (aansluiting 27 Hagestein) • 1 letselongeval tussen een personenauto en een fietser. 7. Rotonde Lange Dreef - Hoefslag • 1 letselongeval tussen fietser en personenauto. 8. Autenasekade • 1 eenzijdig letselongeval fiets. Er werden geen dodelijke ongevallen geregistreerd. Elk ongeval is er één te veel. Uit het ongevallenoverzicht op de routes vanuit Gaasperwaard 3 naar de rijkswegen blijkt dat het aantal (letsel)ongevallen zeer beperkt is. Er zijn geen locaties in de huidige situatie aan te wijzen die expliciet extra aandacht behoeven.
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
Bijlage 2: Verkeersgeneratie Bij het bepalen van de verkeersgeneratie van Gaasperwaard 2 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Gebroeders Van der Lee, momenteel gevestigd aan de Lekdijk, verplaatst naar Gaasperwaard 2. 2. Op basis van cijfers beschikbaar gesteld door de gemeente genereert dit bedrijf zeventig autoverplaatsingen en veertig vrachtwagenverplaatsingen per dag. 3. Tijdens de spitsperioden genereert het bedrijf dertig autoverplaatsingen en tien vrachtverplaatsingen. a. De vrachtverplaatsingen zijn evenredig verdeeld naar oriëntatie, of wel vijf vrachtwagens naar en vijf vrachtwagens vertrekkend vanaf Gaasperwaard 2 b. De autoverplaatsingen zijn in de ochtendspits in zijn geheel richting Gaasperwaard 2 georiënteerd in de avondspits in zijn geheel vertrekkend vanaf Gaasperwaard 2. Bij het bepalen van de verkeersgeneratie van Gaasperwaard 3 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
De verkeersgeneratie is bepaald aan de hand van tabel A8 uit de CROW-publicatie Toekomstbestendig parkeren – kencijfers parkeren en verkeersgeneratie.
•
Het betreft een gemengd terrein (werkmilieu).
•
Gaasperwaard 3 wordt 39 ha groot.
•
De CROW-normen omschrijven dat het netto-oppervlak van een bedrijventerrein 77% bedraagt van het bruto-oppervlak. Deze waarde is in deze studie overgenomen.
•
De kentallen geven een verkeersgeneratie per gemiddelde weekdag weer. Een weekdag kan naar een werkdag worden omgerekend door de verkeersgeneratie met 1,33 te vermenigvuldigen.
•
De verkeersgeneratie van het autoverkeer tijdens de twee uur durende spitsperiode bedraagt 20% van de etmaalintensiteit. •
In de ochtendspits is 80% van het autoverkeer naar het gebied toe georiënteerd en 20% het gebied uit
•
In de avondspits is 20% van het autoverkeer naar het gebied toe georiënteerd en 80% het gebied uit
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
•
De verkeersgeneratie van het vrachtverkeer tijdens de twee uur durende spitsperiode bedraagt 10% van de etmaalintensiteit. •
In de ochtendspits is 50% van het autoverkeer naar het gebied toe georiënteerd en 50% het gebied uit
•
In de avondspits is 50% van het autoverkeer naar het gebied toe georiënteerd en 50% het gebied uit
In tabel B1.1 is de berekening van de verkeersgeneratie opgenomen, waarbij onderscheid gemaakt is naar personenauto’s en (zwaar) vrachtverkeer. Hieruit blijkt dat Gaasperwaard 3 tijdens de spitsperioden circa 1.300 motorvoertuigverplaatsingen genereert. Tabel B1.1: De verwachte verkeersgeneratie van Gaasperwaard 3, afgerond op 25-tallen.
Personenauto
Vrachtwagen
Kencijfer (per hectare, per weekdag)
128
30
Gaasperwaard 3 (weekdag)
3.850
900
Gaasperwaard 3 (werkdag)
5.100
1.200
Spitsperiode
1.025
250
Naar plangebied
825
125
Van plangebied
200
125
Naar plangebied
200
125
Van plangebied
825
125
Ochtendspits:
Avondspits:
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
Bijlage 3: Verkeersintensiteiten Verwerking Gaasperwaard 2 en 3 in het verkeersmodel Aan het referentiescenario 2030 van het verkeersmodel zijn Gaasperwaard 2 en 3 toegevoegd. Hierbij is gekeken naar de verkeersgeneratie tijdens de spitsperioden, op basis van de oriëntatie (van of naar de terreinen). Voor Gaasperwaard 2 is uitgegaan van één ontsluiting via de bestaande aansluiting van perceel 17 op de Lange Dreef, voor Gaasperwaard 3 van een aansluiting op de Dijkleger op Gaasperwaard 1 en een directe aansluiting op de Breede Sticht tussen de Autenasekade en de Biezenweg. In het model is de aanname gemaakt dat het verkeer van Gaasperwaard 3 zich evenredig over deze twee aansluitingen verdeeld.
Verkeersintensiteiten Op basis van de routekeuze van het verkeer van/naar Gaasperwaard is gekeken naar de wegvakintensiteiten tijdens het referentiescenario (zonder Gaasperwaard 2 en 3) en naar de situatie met Gaasperwaard 2 en 3. Tevens is hierbij het groeipercentage bepaald. Figuur B2.1 geeft een overzicht van de wegvakken die zijn beschouwd, in Tabel B2.1 zijn de intensiteiten opgenomen.
Figuur B2.1: De beschouwde wegsegmenten.
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
Tabel B2.1: De wegvakintensiteiten en de groei tussen het scenario met en zonder de ontwikkeling van Gaasperwaard 2 en 3 Ochtendspits Referentie Gaasperwaard Verschil (#) Hoefslag 643 948 305 Berchmansweg 479 758 279 Lange Dreef (oost) 330 650 320 Lange Dreef (west) 376 572 196 Ir D S Tuijnmanweg 93 121 28 Toerit A27 (noord) 772 796 24 Afrit A27 (noord) 328 494 166 Hagenweg (tussen afrit) 823 853 30 Toerit A27 (zuid) 255 250 -5 Afrit A27 (zuid) 497 540 43 Hagenweg 1090 1094 4 Stuartweg 775 970 195 Westelijke parallelweg (oost) 914 1031 117 Westelijke parallelweg (west) 939 1076 137 Breede Sticht 155 394 239 Autenasekade 141 164 23 Tienhovenseweg 127 144 17 Graaf Hubertlaan 166 150 -16 Afrit A2 (zuid) 850 805 -45 Toerit A2 (zuid) 288 295 7 Afrit A2 (noord) 228 218 -10 Toerit A2 (noord) 1262 1299 37 Bentz-Berg 1170 1125 -45 Wegsegment
A B C D E F G H J K L M N O P Q R S T U V
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
Groei 147% 158% 197% 152% 130% 103% 151% 104% 98% 109% 100% 125% 113% 115% 254% 116% 113% 90% 95% 102% 96% 103% 96%
Avondspits Referentie Gaasperwaard Verschil (#) 648 977 329 503 898 395 364 564 200 481 752 271 182 298 116 683 825 142 265 264 -1 1249 1491 242 279 356 77 1043 1062 19 1480 1498 18 1052 1140 88 1093 1210 117 874 1184 310 214 456 242 192 215 23 189 216 27 137 140 3 1185 1234 49 432 616 184 239 231 -8 1292 1310 18 1270 1336 66
Groei 151% 179% 155% 156% 164% 121% 100% 119% 128% 102% 101% 108% 111% 135% 213% 112% 114% 102% 104% 143% 97% 101% 105%
Bijlage 4: Kruispuntberekeningen Uitgangspunten De volgende uitgangspunten zijn bij de kruispuntberekeningen gehanteerd: •
De volgende software is gebruikt: •
Voor rotondes: de Meerstrooksrotondeverkenner.
•
Voor voorrangskruispunten: Omni-X (versie 3.0).
•
Voor VRI’s: COCON (versie 10.0).
•
Het drukste uur in de spitsperiode is doorgerekend.
•
De berekeningen zijn op basis van personenauto-equivalenten (PAE’s). Zwaar vrachtverkeer is als 2 pae in de berekeningen meegerekend.
•
De volgende toetsingscriteriums zijn gehanteerd:
•
•
Rotondes: VG < 0,8 en de maximale gemiddelde wachttijd minder dan 50 seconden.
•
Voorrangskruispunten: maximale gemiddelde wachttijd per tak <20 seconden.
•
VRI: maximale cyclustijd van 120 seconden.
In de berekeningen zijn geen fietsintensiteiten opgenomen: •
Bij de rotondes is, in geval van fietsers in de voorrang, een lagere grenswaarde voor de verzadigingsgraad gehanteerd, namelijk < 0,7.
•
Gezien de verwachte fietsintensiteiten is op voorrangskruispunten het effect van fietsers beperkt ingeschat en dan ook niet in de berekening meegenomen.
•
VRI’s: het aantal fietsers (en voetgangers) is niet van belang, er is wel in de cyclus rekening gehouden met een aanvraag voor het fietsverkeer.
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
Resultaten berekeningen Rotonden De rotonden zijn doorgerekend met de Meerstrooksrotondeverkenner. Dit programma berekent voor een aantal vooraf gedefinieerde standaardvormgevingen (aantal en type opstelstroken) de verzadigingsgraad per tak van de rotonde. Voor de rotonden in de gemeente Vijfheerenlanden geldt dat ze niet allemaal conform deze standaardvormgevingsvarianten zijn aangelegd. Voor de rotonden waarbij geen sprake is van een standaardvormgeving, is aan de hand van de meest overeenkomende vormgevingsvariant de verzadigingsgraad bepaald. De resultaten zijn opgenomen in tabel B3.1. Uit de berekeningen blijkt dat enkel de rotonde Hagenweg – Oostelijke aansluiting A27 een nieuw knelpunt wordt met de ontwikkeling van Gaasperwaard 2 en 3. Zonder de ontwikkeling van deze terreinen is er geen sprake van een doorstromingsknelpunt. Tabel B3.1: De uitkomsten van de kruispuntberekeningen.
Scenario met Gaasperwaard 2 en 3
OS
AS
Voldoet?
Hagenweg – westelijke aansluiting A278
0,5 – 0,6
0,6 – 0,7
Ja (< 0,7)
Hagenweg – oostelijke aansluiting A279
0,7 – 0,8
0,8 – 0,9
Nee (> 0,8)
Berchmanweg – Hoefslag – Lange Dreef
0,3 – 0,4
0,5 – 0,6
Ja (<0,7)
Hoefslag - Dijkleger
0,3 – 0,4
0,4 – 0,5
Ja (<0,7)
Provincialeweg – noordoostelijke aansluiting A2
0,6 – 0,7
0,3 – 0,4
Ja (<0,8)
Provinciale weg – zuidwestelijke aansluiting A210
0,4 – 0,5
0,6 – 0,7
Ja (<0,8)
De Limiet – Westelijke Parallelweg
0,5 – 0,6
0,6 – 0,7
Ja (<0,7)
Scenario zonder Gaasperwaard 2 en 3
OS
AS
Voldoet?
Hagenweg – oostelijke aansluiting A27
0,4 – 0,5
0,6 – 0,7
Ja (< 0,7)
Uit de berekeningen blijkt verder dat alle rotonden, behalve de oostelijke aansluiting op de A27, over restcapaciteit beschikken om ook naar de toekomst toe extra verkeersgroei te kunnen verwerken. De rotondes De Limiet en de westelijke aansluiting A27 kennen de laagste restcapaciteit 11 met respectievelijk circa 5% en circa 10%. Bij de andere rotonden is sprake van een hogere restcapaciteit.
Voorrangskruispunten De voorrangskruispunten zijn doorgerekend met Omni-X (versie 3.0). Op basis van verschillende wegkenmerken (breedtes van en aantal opstelstroken, maximum snelheid, aanwezigheid van middeneiland) berekent dit programma de maximale gemiddelde wachttijden en de wachtrijlengte. Hierbij is de classificatie van de wachttijden uit tabel B3.2 gehanteerd.
8
Voor deze rotonde is uitgegaan van een combinatie tussen een Turborotonde (–) en Partiële Turborotonde (–). 9 Voor deze rotonde is uitgegaan van een combinatie tussen een enkelstrooksrotonde en een Partiële eirotonde (–). De fietsoversteek over de Berchmansweg is geen onderdeel van de rotonde. 10 Voor deze rotonde is uitgegaan van een combinatie tussen een Knierotonde (‘-), turborotonde (–) en eirotonde (–). 11 De restcapaciteit geeft aan met welk groeipercentage, voor alle takken gelijk, de bepaalde capaciteit bereikt wordt.
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
Tabel B3.2: Classificatie van de wachttijden op voorrangskruispunten
Seconden
Classificatie
Voldoet?
0
Geen wachttijd
Ja
0 – 15
Bijna geen wachttijd
Ja
15
Kleine wachttijd
Ja
20
Matige wachttijd
Ja
20-50
Lange wachttijd
Aanpassing wenselijk
>50
Erg lange wachttijd / overbelasting
Aanpassing noodzakelijk
De resultaten van de berekeningen zijn weergegeven in tabel B3.3. Hieruit valt het volgende af te leiden: •
Reeds in het referentiescenario is er sprake van een aandachtspunt op het voorrangskruispunten Westelijke Parallelweg – Langeweg. Dit knelpunt verergert met de komst van Gaasperwaard 2 en 3. Er treden echter zowel in het referentiescenario als de toevoeging van Gaasperwaard 2 en 3 geen lange wachtrijen op.
•
De kruispunten Hoefslag – Biezenweg – Breede Sticht en Stuartweg – Lange Dreef – Placotiweg hebben geen restcapaciteit meer. Maatregelen om de wachttijden te verminderen zijn mogelijk wenselijk.
Tabel B3.3: De uitkomsten van de kruispuntberekeningen. Tussen haakjes de maatgevende tak (tak met de langste wachttijd) van het kruispunt indien het kruispunt in zijn huidige vormgeving niet voldoet.
Scenario met Gaasperwaard 2 en 3 Hoefslag – Biezenweg – Breede Sticht
OS
AS
15 – 20s
20 – 50s
(Biezenweg west)
(Biezenweg west)
Breede Sticht - Autenasekade
0 – 15s
0 – 15s
Ja
Autenasekade – Vogelenzang – Tienhovenseweg
0 – 15s
0 – 15s
Ja
Tienhovenseweg – Huibertlaan
0 – 15s
0 – 15s
Ja
Parallelweg – Provincialeweg - Kerkweg
0 – 15s
0 – 15s
Ja
Stuartweg – Lange Dreef - Placotiweg12
20 – 50s
20 – 50s
Ja*
(Lange Dreef)
(Placotiweg)
20 – 50s
> 50s
(Langeweg)
(Langeweg)
OS
AS
Westelijke Parallelweg - Langeweg
Scenario zonder Gaasperwaard 2 en 3 Westelijke Parallelweg - Langeweg
15 – 20s
20 – 50s
(Langeweg)
(Langeweg)
Er zijn op de zijwegen geen opstelstroken voor de verschillende afslagrichtingen ingericht. Echter, ter hoogte van het kruisingsvlak is de weg breed genoeg dat twee voertuigen naast elkaar kunnen opstellen. Indien dit wordt gedaan, neemt de wachttijd in de ochtendspits af tot minder dan 15 seconden en is er geen sprake van een doorstromingsknelpunt.
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
Ja*
Nee
* Een aanpassing kan wenselijk zijn om de wachttijden op de zijweg te verkleinen, maar dit is niet noodzakelijk.
12
Voldoet?
Voldoet? Ja*
VRI’s De VRI’s zijn doorgerekend met COCON (versie 10.0). Dit programma berekent op basis van de intensiteiten en opstelvakken de cyclustijd, belastingsgraad en benodigde lengte van de opstelvakken. De uitkomsten van de berekeningen zijn opgenomen in tabel B3.4. Hieruit valt op te merken dat de VRI Hagenweg-Stuartweg onvoldoende capaciteit biedt om het verkeer zonder problemen af te wikkelen, zowel in de referentiesituatie als met ontwikkeling van Gaasperwaard 2 en 3. Dit heeft met name betrekking op de lengte van de opstelvakken. Tabel B3.4: De uitkomsten van de kruispuntberekeningen.
Scenario met Gaasperwaard 2 en 3
Cyclustijd
Lengte opstelvakken
Voldoet?
Hagenweg - Stuartweg (conflictvrij)
80 – 85s / 125 – 130s
Voldoet niet
Nee
Hagenweg – Stuartweg (deelconflict zijwegen, langzaam verkeer conflictvrij)
65 – 70s / 90 – 95s
Voldoet niet
Nee
Bentz-Berg – Aansluiting A2
70 – 75s / 75 – 80s
voldoet
Ja
Lengte opstelvakken
Voldoet?
Voldoet niet
Nee
Scenario zonder Gaasperwaard 2 en 3 Hagenweg - Stuartweg
Cyclustijd 80 – 85s / 110 - 115s
Uit de berekeningen blijkt verder dat bij de VRI Bent-Berg sprake is van een restcapaciteit van circa 40 tot 50% in beide spitsperioden.
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033
Together with our clients and the collective knowledge of our 18,500 architects, engineers and other specialists, we cocreate solutions that address urbanisation, capture the power of digitalisation, and make our societies more sustainable. Sweco – Transforming society together
Sweco | Verkenning mobiliteitseffecten Gaasperwaard 2 en 3 Projectnummer 51011049 Datum 05-12-2023
Versie 1
Documentreferentie NL23-648800269-66033