CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Toelichting bestemmingsplan Lingedijk 31b Kedichem

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 21 september 2023, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Lingedijk 31b Kedichem11.671 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.9

Ecologie

Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gronden die tot het NNN behoren liggen op minimaal 50 meter afstand van het plangebied. Een nadere toets aan het beleid omtrent de NNN is niet vereist, omdat de NNN geen externe werking kent. Natura 2000-gebied Het plangebied (aangeduid met een stip) behoort niet tot Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 50 meter afstand (Lingegebied en Diefdijk-Zuid). Stikstofgevoelige natuur ligt op circa 250 meter van het perceel. Het pand is in het verleden gebruikt als woning. Alhoewel eerder een woning planologisch was toegestaan, is in de huidige situatie een gebruik als woning planologisch niet meer toegestaan.

bestemmingsplan Lingedijk 31b, Kedichem NL.IMRO.1961.BPKELingedijk31b-VA01

26

Figuur 4.3: ligging plangebied ten opzichte van Natura-2000 gebieden. Onderhavig bestemmingsplan staat een woning toe. Het pand is reeds geschikt voor en ingericht als woonruimte en daarbij is al lange tijd een gasaansluiting aanwezig. Er vinden geen sloop-, bouw- of verbouwingswerkzaamheden plaats. Er is geen sprake van stikstofdepositie in de aanlegfase. Ten aanzien van de gebruiksfase geldt dat er sprake is van (voortgezette) depositie in verband met het verwarmen van het pand middels gas en een (beperkte) verkeersgeneratie als gevolg van het gebruik van het pand. Het verwarmen van het pand heeft daarbij in de afgelopen jaren ook plaatsgevonden in verband met het gebruik van het pand als bijgebouw en in derhalve niet als nieuwe situatie te beschouwen. De woning was onder een vorig bestemmingsplan Buitengebied reeds toegestaan. In elk geval de bebouwing (pand ingericht als woning) is hierdoor onder het overgangsrecht gebracht. Door een bestemmingsplanprocedure te doorlopen wordt bewoning weer expliciet toegestaan. Doordat de gasaansluiting als bestaande situatie kan worden aangemerkt dient enkel de toename van het aantal verkeersbewegingen te worden beschouwd. Het betreft maximaal 8,6 verkeersbewegingen per dag (CROW, buitengebied).

Dit betreft een beperkt aantal verkeersbewegingen, waarvan geconcludeerd worden dat deze geen significant negatieve effecten hebben op Natura-2000 gebied. Daarnaast zorgt de ontwikkeling niet voor effecten zoals trillingen of lichthinder die waarneembaar zijn in Natura 2000 gebied. Er is geen nader onderzoek nodig in het kader van gebiedsbescherming en er hoeft geen ontheffing van de Omgevingsverordening of Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Soortenbescherming De gronden in het plangebied zijn momenteel in gebruik als erf en kennen een woonbestemming, waarbinnen erf en bebouwing is toegestaan. Het achterste gedeelte van het erf bestaat uit gras/weide. Deze situatie blijft gehandhaafd in de toekomstige situatie. Er vinden geen fysieke wijzigingen plaats zoals sloop of een verbouwing van het pand plaats ten

bestemmingsplan Lingedijk 31b, Kedichem NL.IMRO.1961.BPKELingedijk31b-VA01

27

gevolge van uitvoering van het bestemmingsplan. Van aantasting van leefgebied voor beschermde flora en fauna is geen sprake. Op basis van deze gegevens wordt nader onderzoek op basis van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk geacht.

4.10

Archeologie en Cultuurhistorie

Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.

Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie De gemeente Vijfheerenlanden heeft de archeologische verwachting en bijbehorend beleid vertaald naar het bestemmingsplan. Voor het plangebied geldt voor een gedeelte de dubbelbestemming 'Waarde-archeologie 1'- en voor een gedeelte 'Waarde- Archeologie 2' (met daarbij een specifieke vorm van waarde 2 en 3). In deze bestemmingen zijn regels opgenomen en kan bepaald worden of er archeologisch onderzoek nodig is indien er werkzaamheden plaatsvinden die de bodem verstoren, bijvoorbeeld bij bouwen. Deze regels zijn opgenomen in onderhavig bestemmingsplan. Archeologisch onderzoek kan in dit geval achterwege blijven, omdat de grenswaarden voor het moeten uitvoeren van onderzoek niet overschreden worden. Bij (bouw)plannen in de toekomst dient aan de regels van de dubbelbestemming getoetst te worden. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten.

De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Het pand Lingedijk 31b betreft geen monument. Er zijn geen andere cultuurhistorische waarden op het perceel aanwezig of in de directe nabijheid van het plangebied waarvoor het plan gevolgen heeft of een nadere motivatie nodig is. Nadere bespreking van het aspect cultuurhistorie is derhalve niet vereist.

4.11

Verkeer / parkeren

Het plangebied wordt ontsloten op de Lingedijk, een weg met een maximumsnelheid van 60 km/uur. Het (opnieuw) toestaan van de woning zorgt voor een beperkt aantal extra verkeersbewegingen van maximaal 9 verkeersbewegingen per dag (CROW, vrijstaande woning buitengebied). Deze verkeersbewegingen waren er in het verleden ook. Dit aantal kan eenvoudig via de huidige weg worden afgewikkeld. Het aspect 'verkeer' levert geen belemmeringen op voor dit plan.

bestemmingsplan Lingedijk 31b, Kedichem NL.IMRO.1961.BPKELingedijk31b-VA01

28

Het parkeren vindt plaats op eigen terrein, waar voldoende ruimte is om in parkeerplaatsen te voorzien. Het aspect 'parkeren' levert derhalve geen belemmeringen op voor dit plan.

bestemmingsplan Lingedijk 31b, Kedichem NL.IMRO.1961.BPKELingedijk31b-VA01

29

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Planopzet en systematiek

De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2

Toelichting op de regels

5.2.1

Opbouw

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden.

Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels:

bestemmingsplan Lingedijk 31b, Kedichem NL.IMRO.1961.BPKELingedijk31b-VA01

30

In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.

Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van parkeren.

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

bestemmingsplan Lingedijk 31b, Kedichem NL.IMRO.1961.BPKELingedijk31b-VA01

31

5.2.2

Bestemmingen

Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Wonen Aan het pand Lingedijk 31b en de omliggende gronden is de bestemming 'Wonen' toegekend. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor woningen al dan niet in combinatie met een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, nevenfuncties, waterhuishoudkundige doeleinden, behoud en herstel van aanwezige poelen en watergangen en onderhoudspaden langs watergangen. Eén en ander met de bijbehorende voorzieningen. Per bouwvlak is één woning toegestaan, met daarbij behorende bijbehorende bouwwerken. Ten aanzien van de regels is de opzet van de regels uit het bestemmingsplan Buitengebied Leerdam gehanteerd. De verschillende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen uit het geldende bestemmingsplan Buitengebied zijn ook in onderhavig bestemmingsplan opgenomen. Groen Een gedeelte van het erf heeft de bestemming 'Groen' (en kan daarmee niet als erf bij de woning worden beschouwd). Ter plaatse zijn groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Er zijn alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan, met een maximale hoogte van 1 meter.

In de bestaande situatie zijn zonnepanelen op dit gedeelte van het perceel aanwezig. Deze wijken af van de toegestane bebouwing binnen de bestemming Groen. In verband hiermee is voor de bestaande zonnepanelen een specifieke regel opgenomen. Dit houdt in dat deze zijn toegestaan. Nieuwe zonnepanelen binnen deze bestemming zijn op grond van de bestemming Groen niet toegestaan. Waarde-Archeologie 1 en 2 Er is, conform het bestemmingsplan Buitengebied, een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 1' en 'Waarde-Archeologie 2' opgenomen. De gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van te verwachten archeologische waarden. De aanduiding 'specifieke vorm van waarde 2' en 'specifieke vorm van waarde 3' zijn van toepassing. Er zijn verschillende regels opgenomen omtrent grondroerende werkzaamheden zoals bouwen en de bijbehorende eisen omtrent het uitvoeren van archeologisch onderzoek.

bestemmingsplan Lingedijk 31b, Kedichem NL.IMRO.1961.BPKELingedijk31b-VA01

32

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

bestemmingsplan Lingedijk 31b, Kedichem NL.IMRO.1961.BPKELingedijk31b-VA01

33

Hoofdstuk 7 7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Utrecht Conform het door de provincie Utrecht gehanteerde beleid is het plan voor vooroverleg verzonden aan de provincie. De provincie heeft in haar reactie aangegeven dat zij instemt met het plan. Waterschap Rivierenland Op 5 januari 2023 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Rivierenland. Hieruit komt naar voren dat de normale procedure dient te worden doorlopen (in verband met de watergang nabij het plangebied). Het waterschap heeft aangegeven in te kunnen stemmen met het plan. Veiligheidsregio De veiligheidsregio heeft aangegeven in te kunnen stemmen met het plan.

7.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 11 mei 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn er geen zienswijzen binnengekomen. Het bestemmingsplan kan ongewijzigd worden vastgesteld.

bestemmingsplan Lingedijk 31b, Kedichem NL.IMRO.1961.BPKELingedijk31b-VA01

34

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan Lingedijk 31b, Kedichem NL.IMRO.1961.BPKELingedijk31b-VA01

35

Bijlage 1

Watertoets

bestemmingsplan Lingedijk 31b, Kedichem NL.IMRO.1961.BPKELingedijk31b-VA01

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=011bda8a-5cd0-4670-8c3d-8219da7bfb54