Bijlage 2 - Rapport behorend bij archeologische beleidskaart, inclusief Onderzoeksagenda Vijfheerenlanden
Tekst van het document
Vianen
provincie
Zuid-Holland
Zuid-Holland
Utrecht
2009
2009
2011
2022
jaar
Archeologische waardevolle gebieden Rijksmonumenten
0/0
0/0
0/0
0/0
gemeentelijke monumenten
30 / 30
30 / 30
Categorie bestaat niet
0/0
(hoge) archeologische waarde
30 / 30
30 / 30
Categorie bestaat niet
0 / 30
Categorie bestaat niet (valt onder zeer hoge verwachting lme/nt)
0/0
Historische kern: 0/0 kasteelterreinen, dijken: 0/0 Woonheuvels, molens: 30/ 30 Rivierduinen: 30 / 30-150 oude woongronden: 100 / 30 Ontginningslint, overige historische elementen: 100 / 30 Conflictarcheologie: 100 / 30
historische dorpskern, oude woongrond en terreinen archeologisch belang
Categorie bestaat niet (valt onder zeer hoge verwachting lme/nt)
Archeologische verwachtingsgebieden zeer hoge verwachting late middeleeuwen en nieuwe tijd
30 / 30
30 / 30
Categorie bestaat niet
Categorie bestaat niet
zeer hoge verwachting Romeinse tijd
30 / 30
30 / 30
Categorie bestaat niet
Categorie bestaat niet
hoge verwachting
250 / 30
250 / 30
hoge verwachting; diep gelegen
250 / 150
250 / 150
middelhoge verwachting
500 / 30
500 / 30
middelhoge verwachting late middeleeuwen / nieuwe tijd
100 / 30
100 / 30
Categorie bestaat niet
10.000 / 30
10.000 / 30
10 ha
Categorie bestaat niet
Categorie bestaat niet
contact met RCE
lage verwachting rivierbed
Stroomgordels/crevasses: 250 / 30 Geulen: 250 / 30 Stroomgordels /crevasses Categorie bestaat niet 250 / 150 Uiterwaarden: 2500 / 30 1.000 / 30 30 / 30
Categorie bestaat niet Komgebieden: 10.000 / 30 1.000 / top ongeroerde waterbodem
Tabel 4. Overzicht van de oude beleidsregels (2009 en 2011) in vergelijking met de nieuwe beleidsregels
2.8 Uitvoering van archeologisch onderzoek In de situatie dat bij plangebieden/geplande bodemingrepen de vrijstellingsgrenzen worden overschreden en behoud in situ, bijvoorbeeld door planaanpassing, niet mogelijk is, dan is in beginsel archeologisch onderzoek noodzakelijk. Het is raadzaam om voorafgaand aan de uitvoering van archeologisch onderzoek de plannen voor te leggen aan de beleidsmedewerker erfgoed van de gemeente /archeologisch adviseur van de ODRU. Deze kan maatwerk leveren door de plannen te beoordelen, achterhalen of er voor de locatie al een vorm van (voor)onderzoek is uitgevoerd en
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[23]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
aangeven welk type onderzoek noodzakelijk is. Ook kan de medewerker van de gemeente/ODRU gericht advies geven ten aanzien van verstoringen door heipalen (beoordelen van palenplan). Het archeologische onderzoek dient te worden uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) door een BRL SIKB 4000 gecertificeerd bedrijf. De gemeente toetst Plannen van Aanpak, Programma’s van Eisen en rapporten van archeologische onderzoeken behalve aan de KNA ook aan de Richtlijnen voor archeologisch onderzoek van de gemeente Vijfheerenlanden.
Literatuur
Boshoven, E.H. e.a. 2009. Regio Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, een archeologische inventarisatie, verwachtings- en beleidsadvieskaart. BAAC rapport V08.0185, BAAC Onderzoeks- en Adviesbureau, ‘s-Hertogenbosch. Boshoven, E.H. & I. Vossen, 2021. Archeologie Vijfheerenlanden; Van inventarisatie naar beleid. Een eerste Verkenning. RAAP Adviesdocument 1197. Boshoven, E.H., K. Klerks, I. Vossen, 2020. Archeologie in gemeente Vijfheerenlanden; deel 1: een archeologische inventarisatiekaart. RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp / ADC ArcheoProjecten, Amersfoort Breimer, J. (eds)., 2021. Handleiding opstellen gemeentelijke archeologische inventarisatiekaarten. Een normstellend kader. Kloosterman, P., 2011. Onderzoeksagenda archeologie gemeente Vianen RAAP-adviesdocument 478. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Sprangers, J., R. Klaarenbeek, P. Kloosterman & J.A.T. Wijnen, 2011. Een vernieuwde blik op Vianen: gemeente Vianen: een actualisatie van de archeologische verwachtings - en beleidskaart. RAAP-rapport 2169. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp Wiggen, B. van, 2019. CE-Bodembelastingkaart Gemeente Vijfheerenlanden. Historisch Vooronderzoek Conventionele Explosieven. IDDS Explosieven B.V., Noordwijk.
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[24]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
3 Archeologische onderzoeksagenda 3.1 Totstandkoming van de onderzoeksthema’s Nationale en regionale onderzoeksagenda’s Op landelijk niveau is de nationale onderzoeksagenda (NOaA) beschikbaar. De NOaA 1.0 is ontwikkeld in de periode tussen 2005 en 2008 en uitgebracht als boekvorm. In tot aal zijn ruim 1500 vragen opgesomd die richting kunnen geven bij het uitvoeren van archeologisch onderzoek en die zijn onderverdeeld in 22 thema’s. Sinds 2016 wordt gewerkt met de NOaA 2.0 en dit betreft een digitaal systeem dat jaarlijks wordt geactualiseerd 29. Het aantal onderzoeksvragen is teruggebracht tot zo’n 117 stuks, verdeeld over 23 onderzoeksthema’s. De NOaA maakt wat betreft archeologische onderzoeksvragen het nationale (bovenregionale) perspectief expliciet en doet bovendien suggesties voor het vertalen van vragen in veldwerk. De NOaA is bedoeld als aangrijpingspunt en inspiratiebron voor het maken van keuzes en het formuleren van beleid, bijvoorbeeld wat betreft de vraagstelling van archeologische opgravingen (via Programma van Eisen: PvE) en het ontwikkelen of aanpassen van een regionale of gemeentelijke onderzoeksagenda. In de Onderzoeksagenda voor gemeente Vijfheerenlanden worden relevante onderzoeksthema’s uit de NOaA benoemd en toegelicht.
Hierdoor blijft de koppeling met de NOaA te allen tijde bestaan en kunnen lokale archeologische thema’s in een breder (landelijk) kader geplaatst worden. Binnen de provincie Utrecht is geen provinciale/regionale onderzoeksagenda beschikbaar. De voormalige gemeenten Leerdam en Zederik lagen in provi ncie Zuid-Holland en deze provincie beschikt wel over een provinciale onderzoeksagenda 30 waarin vijf thema’s aan bod komen: 1.
Strijd tegen en met het water,
2.
Overgangsfasen in de bewoningsgeschiedenis,
3.
Leven en wonen rond de Limes,
4.
Holland, ontstaan en vorming van het graafschap,
5.
Stad en platteland in de vroeg-moderne tijd.
Onderzoeksagenda van de voormalige gemeente Vianen In 2011 is voor de voormalige gemeente Vianen een onderzoeksagenda opgesteld (Kloosterman, 2011). Deze agenda bestond uit zes thema’s: 1.
Paleogeografie en landschapsgenese,
2.
De vroege prehistorie,
3.
De late prehistorie,
4.
De Romeinse tijd,
5.
Middeleeuwen en nieuwe tijd,
6.
Tweede Wereldoorlog.
De voormalige gemeenten Leerdam en Zederik beschikten beide n niet over een archeologische onderzoeksagenda.
29 30
https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/nationale-onderzoeksagenda-archeologie https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/natuur-landschap/erfgoed-cultuur/archeologie/@15054/provinciale-1/
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[25]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
3.2 De onderzoeksthema’s Een eerste aanzet voor de onderzoeksthema’s is gegeven in een eerste beleidsverkenning. Het betreft thema’s die in de gemeente Vijfheerenlanden spelen en waar specifiek kenniswinst te behalen valt. RAAP en ADC hebben, op basis van het onderzoek voor de nieuwe gemeentelijke inventarisatiekaart , voorstellen gedaan voor de onderzoeksthema's. De definitieve thema ’s zijn: 1.
Wonen tussen de rivieren: lange termijnontwikkelingen bewoning in relatie tot het landschap
2.
Dorpsvorming en (laat-)middeleeuwse ontginningen
3.
De ontwikkeling van steden
4.
Conflictarcheologie
5.
Infrastructuur / water
De thema’s wijken hiermee af van de meer periodegerichte thema’s van de onderzoeksagenda van Vianen uit 2011 (Kloosterman, 2011). Wel is de informatie uit die onde rzoeksagenda gebruikt bij het opstellen van de huidige agenda en zijn de nog relevante tekstdelen en onderzoeksvragen overgenomen. Binnen de thema’s zijn de relevante onderzoeksvragen uit de landelijke onderzoeksagenda (NOaA 2.0) overgenomen en aangevuld met voor de gemeente specifieke onderzoeksvragen. Tevens worden concrete kennislacunes genoemd. In de Programma’s van Eisen (PvE’s) voor archeologische onderzoeken in de gemeente kunnen de kennislacunes verder worden gedefinieerd en uitgewerkt en krijgen de relevante onderzoeksvragen uit de nationale onderzoeksagenda, de gemeentelijke agenda en specifieke vragen met betrekking tot de lokale situatie een plaats.
3.3 Over de gemeentelijke onderzoeksagenda De gemeentelijke onderzoeksagenda dient, naast de nationale onderzoeksagenda (NOaA), te worden gebruikt als uitgangspunt bij het formuleren van onderzoeksdoelen en onderzoeksvragen bij elk archeologisch onderzoek in de gemeente. De onderzoeksagenda geeft vooral op hoofdlijnen aan wat de gemeente per thema/periode van belang acht. De onderzoeksagenda is een zogenaamd werkend document. Naar gelang er meer onderzoek is gedaan, kunnen meer vragen worden beantwoord, kunnen verschuivingen in kennislacunes optreden en kunnen prioriteiten veranderen. Het is daarom versta ndig de onderzoeksagenda na een aantal jaar te evalueren en te onderzoeken of de onderzoeksvragen nog actueel zijn. De onderzoeksagenda is niet bedoeld als instrument voor de selectie van archeologische vindplaatsen voor onderzoek en/of behoud, maar is bedoeld om richting te geven aan het archeologische onderzoek in de gemeente en zodoende de opbrengst aan kennis van dit onderzoek te vergroten . Door de onderzoeksagenda te koppelen aan het archeologiebeleid wordt gerealiseerd dat het beleid meer is dan alleen een vrijstellingenbeleid. Het doel van archeologisch onderzoek mag niet alleen maar zijn dat een initiatiefnemer aan zijn wettelijke verplichtingen voldoet. Het onderzoek moet ook echt iets opleveren aan kennis over het verleden van de gemeente.
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[26]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
4 Onderzoeksthema: Wonen tussen de rivieren: lange termijnontwikkelingen bewoning in relatie tot het landschap 4.1 Algemeen Dit is een breed thema dat alle hoofdperioden (jager-verzamelaars, vroege landbouwers, late landbouwers en staatssamenlevingen) omvat. Aan dit thema gerelateerde vindplaatstypen zijn bewoning, begraving, economie, infrastructuur en rituelen. Tot aan de periode van de staatssamenlevingen waren de mensen vooral afhankelijk van de mogelijkheden die het landschap hun bood. Dat verandert vanaf de ontginningen, wanneer de mens actief het landschap gaat bewerken om het geschikt te maken voor bewoning en landbouw. Daarom heeft dit thema minder betrekking op de periode van staatsamenlevingen. Bij dit thema kan een hele duidelijk relatie worden gelegd met de landschappelijke zones die op de inventarisatiekaarten zijn onderscheiden. Specifieke landschappelijke zones waren in het verleden in meer of mindere mate geschikt voor bewoning of andere activiteiten. Het landschap in de gemeente Vijfheerenlanden is in belangrijke mate bepaald door de rivieren Lek en Linge en meer nog door hun talrijke voorgangers.
4.2 Achtergrond van het thema en beschrijving wat er in gemeente al is onderzocht m.b.t. het thema Uitgevoerd onderzoek Voor Vijfheerenlanden is vrij veel bekend over de ligging van de diverse stroomgordels en crevasses in de ondergrond, evenals de grotere (dagzomende) donken. De ligging van deze landschappelijke elementen is voornamelijk bepaald aan de hand van grootschalig booronderzoek dat door studenten (en staf) van de Universiteit Utrecht is uitgevoerd. Zo zijn op het grondgebied van Vijfheerenlanden in de periode tussen 1977 en 2013 in totaal 4378 boringen uitgevoerd. Op basis van de boorgegevens is de stroomgordelkaart van Berendsen & Stouthamer (2001) vervaardigd, later geactualiseerd door Cohen & Stouthamer (2012). Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de boringen vooral zijn uitgevoerd in de gebieden waar stroomgordels aanwezig zijn. In veel van de uitgestrekte komgebieden ontbreken boorgegevens en kunnen nog verborgen elementen als crevasses, maar ook onontdekte rivierduinen aanwezig zijn. Zo is enkele jaren geleden bij een archeologisch booronderzoek, dat werd uitgevoerd in het kader van een aan te leggen baggerdepot noordwestelijk van Schoonrewoerd, een ‘nieuw’ rivierduin ontdekt. 31 De verplichting tot archeologisch onderzoek voorafgaand aan (al dan niet grootschalige) bodemingrepen is sinds medio 2008 verankerd in de wetgeving.
Omdat het archeologische onderzoekstraject meestal wordt ingezet met een (verkennend) booronderzoek als eerste stap in het veldonderzoek, is een aanzienlijke hoeveelheid boringen uitgevoerd waar informatie uit geput kan worden. Zo zijn in het kader van de verbreding van de rijksweg A27 al 320 verkennende boringen
31
Hebinck, 2019
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[27]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
binnen de gemeente Vijfheerenlanden uitgevoerd. 32 Dit onderzoek heeft veel nieuwe gegevens o ver de ondergrond opgeleverd. Ook booronderzoek dat is uitgevoerd bij woningbouwprojecten heeft lokaal veel informatie over de opbouw van de ondergrond opgeleverd en daarmee over de archeologische verwachting en diepteligging van het archeologisch relevant e niveau , zoals planlocatie Broekgraaf aan de westzijde van Leerdam met een oppervlakte van 60 hectare. 33 Andere voorbeelden van booronderzoek in grote plangebieden betreffen Golfbaan De Kroonprins (Jansen, 2006), dijkverbetering Diefdijklinie (Fijma, 2010), peilgebied Middelbroek (Van Breda, 2014) en Inrichting Zuidelijke Lekuiterwaarden (Oude Rengerink, 2000). De relatie tussen de paleogeografie en bewoning in het gebied is vooral bij gravende onderzoeken uitgebreid onderzocht. Een belangrijke onderzoekslocatie was een gebied langs de rijksweg A2 waar in de periode tussen 2002 en 2007 meerdere opgravingen zijn uitgevoerd door Archol. 34 Andere opgravingen/begeleidingen hebben vooral betrekking op historische dorpskernen en woonheuvels langs de diverse ontginningsassen (zie verder onder thema dorpsvorming en (laat-)middeleeuwse ontginningen) en hebben geen of minder gegevens opgeleverd over de natuurlijke ondergrond .
Paleogeografie en landschapsgenese Het oudste landschap dat in feite nog ‘intact’ in de bode m voor kan komen is het pleistocene rivierenlandschap, waarvan de (grof)zandige afzettingen in de gemeente Vijfheerenlanden op circa 2 m tot 12 m –NAP liggen. Onderdeel van dit pleistocene landschap zijn rivierduinen waarvan een aantal aanwezig is in de (ondiepe) ondergrond van de gemeente en waarvan enkele rivierduinen dagzomen (donken). Ook in het Holoceen werd het landschap door rivieren gevormd. Uit de inventarisatie van de holocene riviersystemen blijkt dat de gemeente Vijfheerenlanden maar liefst 22 verschillende stroomgordels kent. Gezien deze hoeveelheid is de landschappelijke genese complex te noemen en kan gesproken worden van een ‘stroomgordelknooppunt’. Vroege prehistorie Er is in de gemeente Vijfheerenlanden weinig bekend over de periode van het Paleolithicum tot en met het Midden-Neolithicum (tot 2850 v.Chr.). Voor het Paleolithicum en Mesolithicum heeft dit te maken met de grote diepte waarop het toenmalige maaiveld, het pleistocene rivierenlandschap, nu ligt. De top van dit landschap ligt tussen de 2 m -NAP of ca. 4 m -mv (ter hoogte van Everdingen) tot meer dan 10 m –NAP of ca. 9 m -mv in het westen van de gemeente, maar zal grotendeels nog goed intact zijn.
In het Mesolithicum en Neolithicum boden de oeverwallen van de rivieren, die aan het begin van het Holoceen in het rivierengebied begonnen te stromen, alsmede nog niet verdronken rivierduinen, een aantrekkelijke bewoningsplaats. Onbekend is echter of de in de gemeent e gelegen oeverwallen daadwerkelijk werden bewoond in het Mesolithicum en Neolithicum. In Archis, een database waarin archeologische vondsten en onderzoeken worden geregistreerd, lijken verschillende waarnemingen een datering in deze periode te hebben, ma ar bij nadere beschouwing blijken dit vondsten met een onbekende datering (d.w.z. Paleolithicum -Nieuwe tijd) te zijn of het
32
Coppens & Goossens, 2019; Coppens, 2019 Bergman & Kalisvaart, 2010 34 Arnoldussen, 2002; Knippenberg & Jongste, 2005; Knippenberg & Van den Bos, 2009 33
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[28]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
betreffen vondsten uit het Laat-Neolithicum. Op de Schoonrewoerdse donk in polder Hoogeind is in de jaren 1960 bij kleinschalig onderzoek Vlaardingen-aardewerk gevonden (midden neolithicum B tot laat neolithicum A en is een vuurstenen trapezium (bewerkt vuursteenfragment uit het midden mesolithicum tot vroeg neolithicum B), evenals resten uit bronstijd en ijzertijd. Tevens zijn bij een opgraving nabij Zijderveld resten uit het Midden-Neolithicum vastgesteld. Het betreffen een kuiltje en enkele losse vondsten in de directe omgeving van een nederzetting uit de Bronstijd. Op een recent ontdekt rivierduin in het weilanddepot ten zuiden van Overboeicop zijn vondsten uit Mesolithicum en het Neolithicum aangetroffen. Late prehistorie De late prehistorie loopt van het Laat-Neolithicum tot en met de IJzertijd (ca. 2850 – 15 voor Chr.). Duidelijke aanwijzingen voor bewoning van het gemeentelijk gr ondgebied in het Laat Neolithicum en de Vroege Bronstijd zijn er nauwelijks. Weliswaar zijn op de Autenase donk en bij Zijderveld mogelijke resten uit deze perioden aangetroffen, maar een duidelijk beeld geeft dit niet. Bij Zijderveld zijn bij verschillende opgravingscampagnes nederzettingsporen uit de Midden-Bronstijd tot en met de Late IJzertijd aangetroffen op de Zijderveldse stroomgordel in het zuidoosten van de gemeente.
Zijderveld neemt sinds eind jaren 1960 en begin jaren 1970 een belangrijke plaats in in de Nederlandse Archeologie (Knippenberg & Van den Bos, 2009). De complete huisplattegronden, resten van hekwerken en spiekers, greppels en de vele vondsten hebben een grote bijdrage geleverd aan de kennis over de Midden-Bronstijd in het rivierengebied (Arnoldussen, 2008). Ook elders in de gemeente zijn op afzettingen van de Zijderveld-, Schaik- en Schoonrewoerd-stroomgordels resten uit de (Midden) Bronstijd aangetroffen. Duidelijke aanwijzingen voor bewoning in de IJzertijd zijn bij Zijderveld (mogeli jke continuïteit tot de Late IJzertijd), in de polder Overboeicop 35, ten noorden van de Leerbroekseweg 36 (tussen Leerbroek en Meerkerk) en bij de Lange Dreef aangetroffen. Bij de laatste zijn bij een proefsleuvenonderzoek in 2008 (Schamp & Tol, 2008) een groot aantal sporen uit de IJzertijd aangetroffen, maar hieruit waren (nog) geen huisplattegronden te reconstrueren. Romeinse tijd In de gemeente is van enkele locaties bekend dat sprake was van bewoning in de Romeinse tijd. Het betreft een locatie tussen Kortgerecht en de Diefdijk waar bij de bodemkartering in de jaren 1950 een oude woongrond is aangetroffen met archeologische indicatoren uit de IJzertijd en de Romeinse tijd (AMK-nr. 6770; ARCHIS zaakidentificatienr. 2841872100).
Ten westen van Leerbroek is ook een dergelijke oude woongrond gevonden (AMK-nr. 6904; ARCHIS zaakidentificatienrs. 2835676100, 3107040100). Ook langs de Lingedijk tussen Oosterwijk en Kedichem zijn op enkele percelen aardewerkscherven uit de Romeinse tijd gevonden en rond de stu w bij Hagestein lijkt ook een cluster vondstlocaties uit deze periode aanwezig. In de polder Bloemendaal tussen lange Waaijsteeg en Merwedekanaal zijn enkele oppervlaktevondsten gedaan die vermoedelijk uit de Romeinse tijd dateren (ARCHIS zaakidentificatienrs. 3038597100, 3038597100, 2960001100).
35
Louwe Kooijmans 1974: nr. 82; proefputten door AWN in 1965 (AMK-terrein 6764). Louwe Kooijmans 1974: nr. 91 (p. 371): oude woongrond met resten uit vroege ijzertijd en Romeinse tijd (AMK terrein 6904). 36
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[29]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd In de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd werd men voor bewoning minder afhankelijk van het natuurlijke landschap en vonden steeds meer ingrepen in het natuurlijke landschap plaats (ontginning, aanleg van dijken, allerlei maatregelen tot waterbeheersin g) om het geschikt te maken voor het beoogde gebruik (bewoning of andere zaken).
4.3 Relatie met nationale onderzoeksagenda NOaA2: thema 2. De dynamiek van het Nederlandse landschap •
In hoeverre beïnvloedden reeds aanwezige antropogene structuren de verdere inrichting en ontwikkeling van cultuurlandschappen? (NOaA 2.0-vraag 19)
•
Welke invloed hadden lokale landschappelijke omstandigheden (bodem, vegetatie) op regionale huisbouwtradities? (NOaA 2.0-vraag 116)
•
Hoe beïnvloedde de uitbreiding van veen het landgebruik? (NOaA 2.0-vraag 42)
•
Hoe fluctueerde de grondwaterspiegel en wat waren daarvan de effecten op landschap en landgebruik? (NOaA 2.0-vraag 37)
•
Welke invloed hadden in veengebieden bodemdaling en vernatting op landgebruik en bewoningspatronen? (NOaA 2.0-vraag 41)
•
Waar, op welke wijze en in welke vorm beïnvloedde de mens het landschap (of onderdelen daarvan) en vegetatie vóór de grootschalige introductie van akkerbouw? (NOaA 2.0-vraag 10)
NOaA2: thema 21. De dynamiek van het landgebruik: •
Wat zijn de aanwijzingen voor seizoenbewoning en voor specialisatie van nederzettingen?(NOaA 2.0-vraag 5)
•
Op welke wijze werden bodemverbetering en herstructurering van landbouwgrond gerealiseerd?(NOaA 2.0-vraag 107)
•
Welke rol spelen ‘persistent places’ (delen van het landschap die steeds weer voor dezelfde activiteiten worden gebruikt) en wat zijn daarvan de kenmerken en context?(NOaA 2.0-vraag 130)
•
Welke invloed had de landbouwende mens (akkerbouw en veeteelt) op vegetatie en fauna?(NOaA 2.0-vraag 15)
•
Welke (inter)regionale en diachrone verschillen bestonden er in de verplaatsing (afstand en frequentie) van nederzettingen, akkers en weidegronden?(NOaA 2.0-vraag 24)
•
Wanneer, waar en in welke mate hebben menselijke activiteiten geleid (direct of indirect) tot veranderingen in de natuurlijke omgeving als gevolg van wind-, water- en hellingerosie?(NOaA 2.0-vraag 17)
•
Hoe en wanneer werden hoogveengebieden geëxploiteerd, gekoloniseerd, gedraineerd en ontgonnen?(NOaA 2.0-vraag 47)
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[30]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
•
Wanneer, waar en in welke mate vonden erosie en sedimentatie onder invloed van water plaats, en in hoeverre is er een verband met (welke?) menselijke activiteiten?(NOaA 2.0-vraag 18)
•
Hoe verloopt de ontwikkeling van het laat-prehistorische cultuurlandschap in relatie tot akkercomplexen (ligging, omvang, gebruik, mobiliteit)?(NOaA 2.0-vraag 32)
•
Op welke wijze werden perifere gebieden (‘marginale’ landschappelijke zones) economisch gebruikt en welke archeologische verschijnselen (sporen, resten van voorzieningen) getuigen van dit gebruik?(NOaA 2.0-vraag 33)
4.4 Aandachtspunten specifiek voor Vijfheerenlanden •
Enige onzekerheid m.b.t. ligging en datering van stroomgordels en rivierduinen (zowel in horizontale als verticale vlak)
•
Omvang van crevasses en wanneer wel/geen bewoning
•
Nog niet ontdekte rivierduinen
•
Archeologische resten in het komgebied
•
Weinig kennis van bewoning(smogelijkheden) op dieper gelegen stroomgordels en crevasses
4.5 Kennislacunes en te behalen kenniswinst Paleogeografie en landschapsgenese In de NOaA is een hoofdstuk gewijd aan de paleogeografie en landschapsgenese (Deeben, Hallewas & Van Zijverden, 2005). Hieruit blijkt dat ondanks het vele onderzoek dat in het rivierengebied is uitgevoerd er toch nog een groot aantal kennislacunes zijn. In de gemeente Vijfheerenlanden heeft dit met name betrekking op de dieper gelegen stroomgordels. Onderzoek op het grondgebied van de gemeente Vijfheerenlanden kan een wezenlijke bijdrage leveren aan bijvoorbeeld vragen over rivierduinen en uiterwaarden, maar ook over bewoning op de (dieper gelegen) stroomgordels en crevasses. Vroege prehistorie Duidelijk is dat de vroege prehistorie, net als in veel andere delen van Nederland, een kennislacune is in de gemeente Vijfheerenlanden. Het accent zal bij archeologisch onderzoek naar de vroege prehistorie in eerste instantie vooral liggen op het vergaren van kennis over het pleistocene landschap en de eerste stroomgordels en vervolgens op het inventariseren van de ligging en omvang van eventuele vindplaatsen. Daarom richten de onderzoeksvragen zich vooral op het landschap en zijn deze overwegend inventariserend van aard. Late prehistorie Het is duidelijk dat er over de Bronstijd in de gemeente Vijfheerenlanden veel bekend is.
Heel anders is dat voor het Laat-Neolithicum en de IJzertijd, maar dit geldt voor het gehele Utrechts-Gelderse rivierengebied. De Late IJzertijd vormt daarop weer een uitzondering, omdat veel in het rivierengebied aangetroffen inheems-Romeinse nederzettingen vaak een oudere fase bevatten (Gerritsen e.a., 2005).
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[31]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
Romeinse tijd Het huidige grondgebied van de gemeente Vijfheerenlanden heeft deel uitgemaakt van het agrarische achterland van de Limes, de Romeinse grenszone. In het achterland werd de leefwijze uit de IJzertijd gehandhaafd, maar met zichtbare Romeinse invloeden. Althans dat is het beeld dat dankzij onderzoek in nabije gebieden, zoals het Kromme Rijngebied, tot stand is gekomen. In de gemeente is van enkele locaties bekend dat sprake was van bewoning in de Romeinse tijd. Romeinse vindplaatsen zijn in de gemeente erg schaars, waardoor de gehele Romeinse tijd voor de gemeente een kennislacune is. Middeleeuwen en nieuwe tijd Bewoning in de Vroege Middeleeuwen (ca. 450 tot 1050) concentreerde zich nog steeds op de stroomruggen, maar over deze periode in de gemeente is, zoals in bijna geheel Nederland weinig bekend. Wel zijn er enkele vindplaatsen, alle in de buurt van Helsdingen, waar (mogelijk) vroegmiddeleeuwse vondsten zijn aangetroffen. Andere vroegmiddeleeuwse vondstmeldingen in ARCHIS hebben veelal een einddatering in de Late Middeleeuwen). In de Volle en Late Middeleeuwen (ca. 1050 tot 1500) begon men ook buiten de stroomruggen te wonen en het land te bewerken, omdat men de veengebieden ging ontginnen door grootschalige systematische ontginningen (Fafianie & Stades-Vischer, 2010). De woonheuvels langs de ontginningsassen dateren uit de 12 e , 13 e en begin 14 e eeuw.
De aanleg van de dijken in deze periode zorgde voor ‘vastlegging’ van het rivierenlandschap. Het (grond)waterpeil kon worden beheerd. Hierdoor was men voor bewoning veel minder afhankelijk van de mogelijkheden die het natuurlijke landschap bood voor bewoning.
4.6 specifieke onderzoeksvragen Rivierduinen - Waar in de gemeente bevinden zich nog andere (onbekende) rivierduinen? - In hoeverre en in welke periode(n) waren deze bewoonbaar en thans nog intact? Bewoonbaarheid van riviersystemen - In hoeverre zijn de overslaggronden en/of crevassecomplexen, die zich onder andere langs de Lek, Zijderveld en Hagestein stroomgordels bevinden, in het verleden bewoonbaar geweest? - Is er in het noordelijk deel van de gemeente (het zogenaamde stroomgordelknooppunt) sprake van intacte stroomgordelafzettingen of toch overwegend komafzettingen? Hoeveel potentiële bewoningsniveaus zijn daar op basis van de aanwezige stroomgordels te onderscheiden? In hoeverre zijn deze niveaus nog intact? - Komen er nog meer crevassecomplexen (of nog niet bekende stroomgordels voor in het komgebied? Zo ja, aan welke stroomgordels kunnen deze crevassecomplexen worden gekoppeld en waren deze crevasses potentieel bewoonbaar? - Hoe zag het landschap en de vegetatie er in de diverse archeologische perioden er uit? - Wat zegt dit over een mogelijke aan- of afwezigheid van archeologische en paleo-ecologische resten? - Waar bevond zich mogelijke bewoning en wat is de aard hiervan?
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[32]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
- Hoe zag het paleoreliëf van het pleistocene rivierenlandschap eruit en hoe diep ligt het? Hoe ontwikkelde het landschap aan het begin van het Holoceen zich? - Hoe diep liggen de oudere stroomgordels en in hoeverre boden deze bewoningsmogelijkheden? - Bood de Hagesteinse stroomgordel mogelijkheden voor vroegmi ddeleeuwse bewoning? Waar kan bewoning uit de Vroege Middeleeuwen verwacht worden? Wat is de aard van deze bewoning? - Waar lagen de waterscheidingen en kunnen eventueel verdwenen veenstromen worden aangewezen?
Uiterwaarden - In hoeverre bevinden zich onder de afzettingen van de uiterwaarden van Lek en Linge (intacte resten van) oudere stroomgordels? - Welk verband kan er worden gelegd tussen de locatie van eventuele aangetroffen baggervondsten en de oorspronkelijke plaats en context van de vondsten? - Waar in de uiterwaarden (van Lek en Linge) kunnen scheepsresten worden aangetroffen?
Jager/verzamelaars - Welke uitspraken kunnen worden gedaan over de aard, omvang en ontwikkeling van de Mesolitische bewoning en overige activiteiten op de rivierduinen? - Is er sprake verschillende actviteitenzones op de top en op de flanken van het rivierduin - Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van afvallagen rondom het rivierduin heen?
Vroege en late landbouwers en staatssamenlevingen Thema: de ontwikkeling van het cultuurlandschap - Hoe richtte men het landschap in en in hoeverre werd daarbij gebruik gemaakt van het natuurlijke landschap? - Is sprake van erfafscheidingen en zo ja, hoe zagen deze eruit? - Werd de huisplaats, na het in onbruik raken, nog steeds bezocht? Wat deed men daar en welke betekenis kan daaraan verbonden worden? - Hoe onderhield men contact met elkaar, via water of via wegen over land? Zowel met nederzettingen in de directe nabijheid (enkele kilometers), als met nederzettingen elders in het rivierengebied? - Is er een landschappelijke link te leggen tussen de verschillende vindplaatsen? Met andere woorden, liggen de vindplaatsen in dezelfde of vergelijkbare landschappelijke context, of zijn er verschillen? Zo ja, hoe kunnen die verschillen worden verklaard? - Waar zouden resten van bewoning uit de Romeinse tijd aanwezig kunnen zijn? Wat is de aard van deze bewoning? - Waar bevinden in de gemeente zich de (mogelijke) wegen uit de periode van de late landbouwers (Midden-Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen) ? -
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[33]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
Thema: archeologische verschijningsvormen van huishouden en lokale gemeenschap (nederzettingen en grafvelden) - Welke uitspraken kunnen worden gedaan over de omvang (aantal huis plaatsen), inrichting en begrenzing van het nederzettingsterrein, en de ontwikkelingen daarin? - In hoeverre is sprake van bewoningscontinuïteit en zijn bewoningshiaten herkenbaar? Wat kunnen de redenen zijn voor bewoningshiaten? - Hoe richtte men het erf in en hoe gebruikte men de ruimte? Zijn er activiteitenzones waarneembaar? - Welke activiteiten vonden plaats op de erven en zijn er verschillen zichtbaar tussen de erven ( met andere woorden: is sprake van specialisatie)? - Welke functie hadden de gebouwen? - Welke huistypen worden aangetroffen? Is er een ontwikkeling in de huistypen waarneembaar? Is er sprake van meerdere bewoningsfasen? - Is er sprake van een nederzettingensysteem met een bepaalde hiërarchie? - Hoe maakte men gebruik van het landschap buiten de nederzetting? Waar kunnen zich grafvelden of rituele deposities bevinden? - En waar bevonden zich akkers / weidegebieden /jachtgebieden / infrastructuur?
Thema: productie, distributie en gebruik van mobilia - In hoeverre was er sprake van lokale vervaardiging van gebruiksgoederen (aardewerk, vuurstenen en natuurstenen werktuigen)? In hoeverre was er sprake van geïmporteerde grondstoffen en gebruiksgoederen? - In hoeverre is sprake van specialisatie per huishouden en/of per nederzetting? - Bij een vindplaats uit de Romeinse tijd: In hoeverre werd er geproduceerd voor de ‘Romeinen’? - Wat zegt dit over de mate van romanisering van het gebied?
Thema: productie en distributie van voedsel - Hoe zag het dieet van de bewoners van de huisplaats(en) eruit? Wat wa s de verhouding tussen akkerbouw, veeteelt, jagen/verzamelen en visvangst? - Welke gewassen werden verbouwd? - Waar werden de gewassen verbouwd? Wat was de omvang van de akkers en hoe lang bleven ze in gebruik? - Welke leeftijdsopbouw en soortenvariatie kende de (eventuele) veestapel? - Was het vee voor eigen consumptie of voor handel bestemd? - Zijn er aanwijzingen voor greppels of andere vormen van percelering? - Welke bijzondere voedselgewassen en specerijen (dus buiten het bekende granenspectrum) werden door de bewoners van de nederzetting verbouwd en/of genuttigd?
Thema: Limes - In hoeverre was er binnen het gebied van Vijfheerenlanden sprake van interactie tussen ‘Romeinen’ en de inheemse bevolking? - In welke mate leverden de bewoners een bijdrage aan de bevoorradin g van het Romeinse leger langs de limes?
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[34]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
Literatuur Arnoldussen, S., 2008. A living landscape. Bronze Age settlement sites in the Dutch river area (c.2000 800 BC). Leiden. Bergman, W.A. & C.C. Kalisvaart, 2010. Leerdam, plangebied Broekgraaf. Inventariserend veldonderzoek (verkennende en karterende fase). BAAC-rapport V-10.0269. BAAC. Breda, W.A. van, 2014. Archeologisch onderzoek peilgebied Middelbroek, Ameide en Tienhoven (gemeente Zederik). Grontmij Archeologische Rapporten 1459. Grontmij. Coppens, C. & E. Goossens, 2019. Verkennend booronderzoek Archeologie A27 HH Zuid. Arcadis Archeologische Rapporten 197. Arcadis Coppens, C., 2019. Verkennend booronderzoek Archeologie A27 HH Noord. Arcadis Archeologische Rapporten 196. Arcadis. Fafianie, T. & E. Stades-Vischer, 2010. Vianen: geschiedenis en architectuur. Monumenteninventarisatie Provincie Utrecht 36. Zeist/Utrecht. Fijma, P., 2010. Archeologisch onderzoek MER Dijkverbetering Diefdijklinie. Inventariserend Veldonderzoek. Grontmij Archeologische Rapporten 834. Grontmij. Hebinck, K., 2019. Archeologisch bureau- en booronderzoek voor zes weilanddepots te Hei- en Boeicop en Schoonrewoerd, gemeente Vijfheerenlanden. Zuidnederlandse Archeologische Notities 700. VUhbs Jansen, H., 2006. Archeologisch onderzoek golfbaan De Bolgerijsche. Inventariserend Veldonderzoek. Grontmij Archeologische Rapporten 206. Grontmij. Knippenberg, S. & P. van den Bos, 2009.
Hekken en losse vondsten langs de A2. Een archeologische opgraving van bronstijdpercelen nabij Zijderveld en een archeologische begeleiding van de wegverbreding A2 knooppunt Everdingen tot aansluiting Everdingen. Archol-rapport 86. Leiden. Oude Rengerink, J.A.M., 2000. Uiterwaardinrichting Vianen en Everdingen, inrichting zuidelijke lekuiterwaarden (IZL); aanvullende archeologische inventarisatie (AAI). RAAP-rapport 533. RAAP.
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[35]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
5 Onderzoeksthema: Dorpsvorming en (laat-) middeleeuwse ontginningen 5.1 Algemeen In de 11 e tot 13 e eeuw kwamen de diverse dorpen in de gemeente tot ontwikkeling, evenals de bewoningslinten. De eerste dorpen ontstonden langs de oevers van de toenmalige rivieren Lek en Linge, maar met name de ontwikkeling van de bewoningslinten (in de 12 e en 13 e eeuw) hangt sterk samen met de ontginning van het veengebied waarbij de kenmerkende cope-ontginning, percelen van 1250 m lengte en 113 m breed, tot op de dag van vandaag herkenbaar zijn in het landschap. Binnen de bewoningslinten is een groot aantal woonheuvels (huisterpen) aanwezig. In het rapport behorende bij de eerste Viaanse beleidskaart 37, de rapportage van de verwachtingskaart van Leerdam en Zederik 38 en in het rapport van de recent opgestelde cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden 39 is de ontwikkeling van de diverse dorpen uitgebreid beschreven.
5.2 Achtergrond van het thema en beschrijving wat er in gemeente al is onderzocht m.b.t. het thema De hoeveelheid gravende onderzoeken die in de diverse dorpskernen en -linten is uitgevoerd varieert sterk (tabel 1). In de nog kleinere gehuchten is alleen in Middelkoop recent een archeologische begeleiding uitgevoerd. De uitgevoerde onderzoeken hebben voornamelijk betrekking op planlocaties waar nieuwbouw in de vorm van een of meerdere woningen plaatsvindt. De archeologische resultaten variëren dan ook sterk. Zo zijn op een locatie in het bewoningslint langs de Bolgerijsekade 40 voornamelijk perceelssloten aangetroffen, terwijl bij een opgraving aan de Hei– en Boeicopseweg in Hei- en Boeicop meerdere bewoningslagen zijn aangetroffen, waarvan de oudste uit de tweede helft van de 12 e eeuw dateert 41. Het vondstencomplex, met een groot aandeel importaardewerk, heeft nieuwe inzichten gegeven in de vroegste ontginningsgeschiedenis van Hei- en Boeicop.
37
Huizer e.a., 2007 Boshoven e.a., 2009 39 IJ sselstijn e.a., 2022 40 Berkhout, 2011. 41 Van der Linden & Wemerman, 2009 38
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[36]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
dorp
# proefsleuven
# opgravingen
# begeleidingen
# totaal
Everdingen
0
Hagestein
1
1
Hei- en Boeicop
3
1
3
5 4
Kedichem
0
Leerbroek
1
1
Lexmond
1
1
2
4
Meerkerk
1
3
2
6
1
1
Nieuwland Oosterwijk Schoonrewoerd
0 1
3
2
Tienhoven Zijderveld
6 0
4
1
5
Tabel 5. Aantal uitgevoerde gravende onderzoeken in de diverse dorpskernen van Vijfheerenlanden (op basis van gegevens in ARCHIS).
5.3 Relatie met nationale onderzoeksagenda NOaA2: thema 2. De dynamiek van het Nederlandse landschap •
In hoeverre beïnvloedden reeds aanwezige antropogene structuren de verdere inrichting en ontwikkeling van cultuurlandschappen? (NOaA 2.0-vraag 19)
•
Welke invloed hadden lokale landschappelijke omstandigheden (bodem, vegetatie) op regionale huisbouwtradities? (NOaA 2.0-vraag 116)
•
Hoe beïnvloedde de uitbreiding van veen het landgebruik? (NOaA 2.0-vraag 42)
•
Hoe fluctueerde de grondwaterspiegel en wat waren daarvan de effecten op landschap en landgebruik? (NOaA 2.0-vraag 37)
•
Welke invloed hadden in veengebieden bodemdaling en vernatting op landgebruik en bewoningspatronen? (NOaA 2.0-vraag 41)
NOaA2: thema 18. Dorpsvorming •
Wanneer begonnen en hoe verliepen de grote laatmiddeleeuwse ontginningen? (NOaA 2.0-vraag 82)
•
Hoe, waar en wanneer ontstaan plaatsvaste dorpen? (NOaA 2.0-vraag 75)
•
Binnen welke context en op welke wijze komt in nederzettingen planmatige ordening tot stand? (NOaA 2.0-vraag 125)
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[37]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
•
Hoe en onder invloed van welke factoren verliep de bewoningsexpansie op het (post)middeleeuwse platteland? (NOaA 2.0-vraag 83)
NOaA2: thema 20. De relatie stad - platteland •
Welke invloed had de stad op het omringende platteland en omgekeerd? (NOaA 2.0-vraag 87)
•
Welke invloed hadden havensteden op hun achterland? (NOaA 2.0-vraag 97)
NOaA2: thema 21. De dynamiek van het landgebruik •
Hoe, binnen welke context en met welk doel werden ruimtes afgebakend en grenzen gemarkeerd? (NOaA 2.0-vraag 106)
•
Op welke wijze werden bodemverbetering en herstructurering van landbouwgrond gerealiseerd? (NOaA 2.0-vraag 107)
•
Welke invloed had de landbouwende mens (akkerbouw en veeteelt) op vegetatie en fauna? (NOaA 2.0-vraag 15)
•
Hoe en wanneer werden hoogveengebieden geëxploiteerd, gekoloniseerd, gedraineerd en ontgonnen? (NOaA 2.0-vraag 47)
•
Wanneer, waar en in welke mate vonden erosie en sedimentatie onder invloed van water plaats, en in hoeverre is er een verband met (welke?) menselijke activiteiten? (NOaA 2.0-vraag 18)
•
Op welke wijze werden perifere gebieden (‘marginale’ landschappelijke zones) economisch gebruikt en welke archeologische verschijnselen (sporen, resten van voorzieningen) getuigen van dit gebruik? (NOaA 2.0-vraag 33)
•
Wanneer begonnen en hoe verliepen de grote laatmiddeleeuwse ontginningen? (NOaA 2.0-vraag 82)
5.4 Aandachtspunten specifiek voor Vijfheerenlanden •
woonheuvels (huisterpen)
•
bewoningslinten
•
ontginningsassen
5.5 Kennislacunes en te behalen kenniswinst De kennis over de vroege middeleeuwen is gering. Buiten de enkele losse vondsten zijn er geen directe aanwijzingen voor bewoning in deze periode. De gehele Vroege Middeleeuwen kan dus een kennislacune genoemd worden. In de volle en late middeleeuwen en nieuwe tijd is dit beeld anders: de vindplaatsencatalogus laat veel vondsten en vindplaatsen uit deze periode zien. Vaak hangen deze samen met hofstede n, dorpen en boerderijen uit deze periode. Toch is nog vrij weinig bekend over de (systematische) ontwikkeling van de diverse bewoningslinten en aanleg van de woonheuvels.
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[38]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
Belangrijk voor deze periodes is dat ook gebruik wordt gemaakt van andere disciplin es en bronnen. zoals de historische geografie en historische bronnen.
5.6 specifieke onderzoeksvragen Thema: archeologische verschijningsvormen van lokale gemeenschappen - Hoe richtte men het erf in en hoe gebruikte men de ruimte? Welke activiteitenzones zijn waarneembaar? Welke structuren treft men aan? Hoe ontwikkelden erven zich? - Welke off-site sporen worden aangetroffen buiten het erf? - Welke huistypen worden aangetroffen? Hoe ontwikkelde de middeleeuwse boerderij zich? Zijn er verschillen in vorm, gebruik en ligging tussen de boerderijen in de veen- en komgebieden en die op de hogere delen (stroomruggen)? - Wat is de ontwikkeling in de nederzettingsstructuur en de huisbouwtradities in de gehele periode? Is er sprake van regionale verschillen in de bouwwijze van huizen en de indeling van de nederzettingen, en zo ja waar sluiten die het best bij aan (Noord -Nederland, Oost-Nederland, Zuid-Nederland, WestNederland)? - Hoe ontwikkelden de bewoningskernen zich Meerkerk, Everdingen, Zijderveld, Helsdingen , Hei- en Boeicop, Kedichem, Leerbroek, Nieuwland, Oosterwijk en Tienhoven )? - In hoeverre uit zich de specifieke status van de hofsteden en omgrachte boerderijen, in fysiek, materieel en functioneel opzicht? - Waar zouden eventuele grafvelden uit de Vroege Middeleeuwe n zich kunnen bevinden?
Thema: cultuurlandschap - Hoe richtte men het landschap in en in hoeverre werd daarbij gebruik gemaakt van het natuurlijke landschap? - Welke rol spelen woonheuvels bij de ontginning? - Hoe zagen de woonheuvels eruit (opbouw, omvang, ligging, enz.). Zijn er aanwijzingen voor ophogingsfasen? - Zijn er verschillende fasen van bewoning van woonheuvels aan te duiden? - In hoeverre is er sprake van continuïteit van bewoning op de woonheuvels? - Hoe werd de waterhuishouding geregeld? Hoe werden de molens, dijken en sluizen gebouwd? - Waar en met welke aanleiding vonden de Lekdijk-ophogingen plaats en hoe was de aanleg en het onderhoud georganiseerd? - Van wanneer dateert de oudste dijkophoging van de Lekdijk en zijn achtereenvolgende stadia van elkaar te onderscheiden? Wat was de samenstelling van de ophoging? - Hoe werden de veengebieden ontgonnen? Kan het verloop van de ontginningen (met behulp van geïntegreerd historisch geografisch onderzoek) verder worden aangescherpt? - Is het vaak geschetste beeld van lage dynamiek (weinig verandering) van bewoningsplaatsen terecht? - Was de bewoning buiten de steden en kernen gebonden aan het ontginningslint, of kwamen er ook de zogenaamde hoevenzwermen voor, waarbij de boerderijen op het midden van de kavels werden geplaatst? Hoe kwam de percelering tot stand? Wie waren de eigenaren v an de percelen? Hoe liepen de bezitsgrenzen? Waar
verbleven de ontginners? Waardoor kwam de locatiekeuze voor bewoning tot stand? Hoe leefden zij?
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[39]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
- Wat was de exacte locatie van de Uithof bij Helsdingen en wat was de begrenzing van het door de monniken ontgonnen landerijen?
Literatuur Berkhout, M., 2011. Bolgerijsekade 9, Vianen, gemeente Vianen. Archeologische begeleiding. B&G rapport 1298. Becker en van de Graaf Boshoven, E.H., A. Buesink, H.M.M. Geerts, J.S. Krist, L.A. Tebbens, J.M.J. Willems, 2009. Re gio Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. Een archeologische inventarisatie, verwachtings - en beleidskaart. BAAC rapport V-08.0185. BAAC bv, Den Bosch. Huizer, J., A. van Benthem & M. Benjamins, 2007. De archeologische verwachtings- en beleidskaart van de gemeente Vianen. ADC-Rapport H 018. ADC Heritage BV, Amersfoort. IJsselstijn, M., J. Neefjes, C.J.B. Frank & B.J.G. van Snippenburg, 2022. Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Vijfheerenlanden. RAAP-Rapport 5475, Weesp. Linden, ir. B.A. van der, P. Wemerman, 2009. Hei- en Boeicopseweg 54-58 te Hei- en Boeicop, gemeente Zederik
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[40]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
6 Onderzoeksthema: De ontwikkeling van steden 6.1 Algemeen In de 13 e /14 e eeuw kwamen de steden Ameide, Leerdam en Vianen tot ontwikkeling. Van deze steden kreeg Ameide al in 1277 stadsrechten, Vianen in 1336 en Leerdam in 1382. In 1382 kreeg ook Gasperde stadsrechten. Deze stad lag ter plaatse van het huidige dorp Hagestein, maar de stad werd in 1405 tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten met de grond gelijk gemaakt. Bij elk van deze steden heeft een kasteel gelegen. Bij Ameide stond het Huis Herlaer; het Kasteel van Leerdam stond in de zuidwesthoek van de gelijknamige stad, Vianen had het kasteel De Bol en Batestein en ook bij Gasperde stond een kasteel: Everstein. Zoals geldt voor nagenoeg alle steden in Nederland liggen de vier steden ook langs een rivier (Lek dan wel Linge).
6.2 Achtergrond van het thema en beschrijving wat er in gemeente al is onderzocht m.b.t. het thema In Ameide zijn slechts twee locaties waar gravend archeologisch onderzoek is uitgevoerd. Het grootste onderzoek betrof een opgraving en begeleiding voor een nieuwbouwplan in de Peperstraat. Bij dit onderzoek zijn sporen van perceelsgreppels uit het begin van de 14 e eeuw en resten van bewoning uit de tweede helft van de 14 e eeuw en nieuwe tijd aangetroffen en kuilen/greppels die verband houden met het roten van vlas. 42 Het andere onderzoek in de historische kern van Ameide betreft een begeleiding (in kader van aanleg van een gasleiding) die direct naast de kerk is uitgevoerd over een lengte van 140 m en waarbij resten van het kerkhof zijn aangetroffen. 43 In Leerdam zijn in de jaren 1970 ter plaatse van het Hofje van Mevrouw Van Aerden, in de zuidwesthoek van de stad, de restanten van het kasteel van Leerdam gevonden tijdens een opgraving. Dit onderzoek werd uitgevoerd door dhr. H. Sarfatij van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. 44 Andere onderzoeken in de historische stad van Leerdam betreffen met name proefsleuvenonderzoeken (in de Nieuwstraat, Achter de Kerk en een planlocatie tussen Noordwal en Bergstraat).
Voor de locaties aan de Nieuwstraat en Noordwal/Bergstraat is op basis van de proefsleuven een opgraving geadviseerd, maar een dergelijk vervolgonderzoek is (tot op heden) niet uitgevoerd. De onderzoekslocatie Achter de Kerk betrof een dermate kleine locatie dat het onderzoek beperkt bleef tot het proefsleuvenonderzoek (waarbij de sporen wel zijn afgewerkt). Ook zijn in de stad twee begeleidingen uitgevoerd in het kader van rioolvervanging in de straten Westwal/Vlietkant 45 (met
Tump. 2012 Kasbergen, 2021 44 ARCHIS zaakidentificatienr. 2876695100 45 Jackson, 2007 42 43
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[41]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
resten van 16 e -18 e eeuwse stadsmuur en stadspoort) en Oostwal 46 waarbij resten van de stadsmuur zijn blootgelegd en gedocumenteerd. Van de vier steden binnen de gemeente is Vianen het uitgebreidst on derzocht. In de historische kern van Vianen zijn in de afgelopen decennia diverse gravende onderzoeken uitgevoerd. Een deel van deze onderzoeken concentreert zich op de locatie van kasteel Batestein in de noordwesthoek van de stad. Ook zijn er enkele begeleidingen uitgevoerd in het kader van rioolvervanging, zoals aan de Weesdijk 47 en recent een begeleiding in diverse straten in het noordoostelijk deel van de stad. In de zuidwesthoek van de stad is een blekerij opgegraven op een locatie waar tot de 17 e eeuw de toenmalige dubbele stadsgracht heeft gelegen 48 en ook ter hoogte van de Langendijk en op het Walsland is een onderzoek uitgevoerd naar de ligging van de stadsmuur. 49 Ter hoogte van de Singellaan aan de rand van de bouwlocatie Blauwpoort is een massagraf opgegraven met Britse soldaten uit de periode van de Eerste Coalitieoorlog (1792-1797) (zie verder onder het thema conflictarcheologie). 50 Naast het opgegraven massagraf is er nog een massagraf aanwezig, deze blijft in situ behouden. In de voorstad van Vianen, gelegen ten noorden van de stad, is tot op heden geen archeologisch onderzoek uitgevoerd.
6.3 Relatie met nationale onderzoeksagenda NOaA2: thema 19. De ontwikkeling van steden •
Op welke wijze beïnvloedden hoven, en daarmee samenhangend grondbezit, het proces van stadsvorming? (NOaA 2.0-vraag 80)
•
Wat bepaalde, en hoe veranderde, de ruimtelijke hoofdstructuur van (in oorsprong) middeleeuwse steden? (NOaA 2.0-vraag 81)
•
Welke rol speelde de ‘stadslandbouw’ in de stedelijke samenleving en in de ruimtelijke organisatie van steden? (NOaA 2.0-vraag 88)
•
Welke effecten hadden besmettelijke en epidemische ziekten? (NOaA 2.0-vraag 90)
•
Hoe waren de hygiënische omstandigheden in steden, en welke maatregelen werden genomen ter verbetering daarvan? (NOaA 2.0-vraag 91)
•
Wat was het effect van de toegang tot (bevaarbaar) water op de ontwikkeling van nederzettingen/steden? (NOaA 2.0-vraag 96)
•
Hoe verandert bevolkingsdruk het ruimtegebruik en de bebouwing in steden? (NOaA 2.0-vraag 115)
•
Hoe ontwikkelen zich de verdedigingswerken van steden en dorpen? (NOaA 2.0-vraag 136)
•
Hoe voltrekt zich de verstening van steden? (NOaA 2.0-vraag 137)
•
Hoe en wanneer komen stadshuizen tot ontwikkeling? (NOaA 2.0-vraag 89)
NOaA2: thema 20. De relatie stad - platteland
46
Cohen Stuart & de W ilde, 2013 . Jezeer & de Leeuwe, 2012. 48 Jacobs, 2012. 49 van Rooijen, 2005. 50 Veenstra, in concept 47
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[42]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
•
Welke invloed had de stad op het omringende platteland en omgekeerd? (NOaA 2.0-vraag 87)
•
Welke invloed hadden havensteden op hun achterland? (NOaA 2.0-vraag 97)
6.4 Aandachtspunten specifiek voor Vijfheerenlanden •
Ontwikkeling van de steden
•
Relatie stad en kasteel
•
Relatie stad met scheepvaart
•
Relatie stad en platteland
•
Voorstad Vianen
6.5 Kennislacunes en te behalen kenniswinst Over de vroege ontstaansperiode van de vier steden is weinig bekend. Resten uit de oudste periodes zijn vaak niet bewaard gebleven door latere (her)bouwactiviteiten. Daarnaast geldt dat het aantal uitgevoerde gravende onderzoeken tussen de steden sterk verschilt. In Ameide is nauwelijks onderzoek gedaan, terwijl in Vianen meerdere onderzoeken zijn uitgevoerd. Hierbij moet ook worden vermeld dat veel van de onderzoeken zijn uitgevoerd in het kader van de aanleg van kabels en/of leidingen en daarmee het (historische) stratenpatroon volgde n. Grootschalig gravend onderzoek heeft in geen van de steden plaatsgevonden en daarmee is ook nauwelijks onderzoek gedaan naar de inhoud van water-/beerputten waarmee uitspraken gedaan zouden kunnen over de sociale status van de bewoners (al dan niet in vergelijking met andere delen van de stad en andere steden).
6.6 specifieke onderzoeksvragen Algemene onderzoeksvragen die voor elke stad van toe passing zijn: - Wat was de interactie tussen de stad, de kastelen/versterkingen en het omliggende platteland onderling? Welke verschillen zijn waarneembaar? - Zijn er binnen de stad wijken of locaties aan te wijzen waar zich specifieke ambachtelijke activiteit en (metaalbewerking, been- en geweibewerking, glasfabricage) afspeelden? Hoe is het arbeidsproces georganiseerd? - Zijn er binnen de stad wijken of locaties aan te wijzen waar zich specifieke ‘industriële’ activiteiten (zoals potten-, pannen- en steenbakkerijen) afspeelden? Hoe is het arbeidsproces georganiseerd? - Wat was de exacte ligging en begrenzing van de lijnbanen en op welke wijze werden de lijnbanen voorzien van grondstoffen? - Wat is de relatie tussen de stad en andere op het platteland voorkomende bew oningskernen? - Welke rol spelen de middeleeuwse steden in de middeleeuwse economie? - Wat is de invloed van de stad op de grootschalige ontginningen (en andersom)?
Specifieke vragen voor Ameide - Hoe heeft de prestedelijke kern zich ontwikkeld? Welke morfologie en ontwikkeling kent de stadsverdediging, de stadsmuren en –poorten?
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[43]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
- Welke rol speelde het nabijgelegen Huis Herlaer bij de ontwikkeling van de stad? Waarom lag dit kasteel op deze locatie? - Hoe ontwikkelde de haven van Ameide zich? Wat voor soort schepen meerden hier aan? Waar bestond hun vracht uit en welke goederen werd hier overgeslagen? - Welke activiteiten vonden plaats rondom de haven, en waar (opslag/overslag/verhandelen van goederen, reparaties schepen en andere ambachten, enz.)? - Welke gevolgen hadden de diverse dijkdoorbraken op de ontwikkeling van de stad?
Specifieke vragen voor Hagestein - Hoe was het stadje Gasperden/Hagestein vorm gegeven (poorten, wegen, grachten etc.)? Had de stad Hagestein een stenen ringmuur of alleen een aarden wal met palissaden? Hoe ontwikkelde de stad zich tot de verwoesting? - In hoeverre was de zone binnen de grachten van de stad Hagestein bebouwd toen de stad in 1405 werd verwoest?
Specifieke vragen voor Leerdam - Hoe heeft de prestedelijke kern zich ontwikkeld? Welke morfologie en ontwikkeling kent de stadsverdediging, de grachtenstelsels en de stadsmuren en –poorten? - Welke rol speelde het nabijgelegen Kasteel van Leerdam bij de ontwikkeling van de stad? Waarom lag dit kasteel op deze locatie? - Hoe ontwikkelde de haven van Leerdam zich? Wat voor soort schepen meerden hier aan? Waar bestond hun vracht uit? - Welke activiteiten vonden plaats rondom de haven, en waar (opslag/overslag/verhandelen van goederen, reparaties schepen en andere ambachten, enz.)? - Welke rol speelde de glasindustrie vanaf de 18 e eeuw op de ontwikkeling van de stad Leerdam?
Specifieke vragen voor Vianen - Was er sprake van een prestedelijke kern van Vianen (lintbebouwing langs de Lekdijk ) en kan de omvang worden vastgesteld? - Had de stadsplattegrond van Vianen een vooropgezet plan, of bouwde de plattegrond voort op prestedelijke verkavelingsstructuur? - Welke rol speelde de nabijgelegen kastelen De Bol en Batestein bij de ontwikkeling van Vianen? Waarom lagen de kastelen op de betreffende locaties? - Hoe heeft deze prestedelijke kern zich verder ontwikkeld? Welke morfologie en ontwikkeling kent de stadsverdediging, de grachtenstelsels en de stadsmuren en –poorten? - Op welke locaties en in welke periodes is sprake geweest van een dubbele stadsgracht zoals zichtbaar op de kaart van Jacob van Deventer uit 1571? - Hoe zag de voorstad eruit en hoe heeft deze zich ontwikkeld? Welke activiteiten vonden plaats in de voorstad? - Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen de stad en voorstad qua gebruiksafval dat in beer en waterputten wordt aangetroffen? Kan aan de hand van dit afval meer worden gezegd over het type ambachten in de voorstad?
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[44]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
- Hoe ontwikkelde de haven van Vianen zich? Wat voor soort sch epen meerden hier aan? Waar bestond hun vracht uit? - Welke activiteiten vonden plaats rondom de haven en waar (opslag/overslag/verhandelen van goederen, reparaties schepen en andere ambachten, enz.) ?
Literatuur Cohen Stuart, C.D.R. & J. de Wilde, 2013. Archeologisch bureauonderzoek en archeologische waarnemingen Oostwal, Leerdam. Gemeente Leerdam (Zuid -Holland). Terra Archeologie rapport 2013-02 Jackson, J.M.D., 2007. Leerdam, Westwal en Vlietskant. Een archeologische begeleiding. ADC-rapport 1122. ADC Archeoprojecten, Amersfoort. Jacobs, E., 2012. Een archeologische opgraving op de locatie ‘Varkenswei', gemeente Vianen, provincie Utrecht. STAR 292. Jacobs & Burnier archeologisch projectbureau Jezeer, W. & R. de Leeuwe, 2012. Vianen – Weesdijk. Een archeologische begeleiding. ADC rapport 2563. ADC Archeoprojecten, Amersfoort. Kasbergen, F.J.H., 2021. Archeologische begeleiding Plangebied Gasleiding Kerkstraat 8, Ameide, gemeente Vijfheerenlanden. SOB Research, Heinenoord Rooijen, E. van, 2005. Rapportage van het archeologisch veldonderzoek naar de funderingsresten van de noordelijke en oostelijke stadsmuur te Vianen. Tump, M., 2012. Zederik, Ameide, Peperstraat. Opgraving en archeologische begeleiding. BAAC rapport A-09.0295. BAAC, ’s-Hertogenbosch Veenstra, J.P., in concept. Vianen, Singellaan, gemeente Vijfheerenlanden. Archeologische opgraving. Steekproef rapport 2019-11/07
RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023
[45]
Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.
7 Onderzoeksthema: Conflictarcheologie 7.1 Algemeen Tussen de 12 e en 14 e eeuw kwamen in de gemeente een groot aantal sterkten (kastelen) tot ontwikkeling, die soms ook de basis hebben gevormd van dorpen of steden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de vier steden Ameide, Hagestein, Leerdam en Vianen. Het merendeel van de kastelen stond op (of direct achter) de oever van de actieve rivieren als de Lek en Linge. Daarnaast heeft een versterking, Huis ter Leede, gestaan langs het veenriviertje de Lede. Het grondgebied van de gemeente ligt in het grensgebied van Holland, Gelre en Utr echt waarbij zich in de Late Middeleeuwen diverse oorlogen hebben afgespeeld zoals de Hoekse en Kabeljauwse twisten in de 14 e en de 15 e eeuw, de Hollands-Gelderse oorlogen rond 1477/1482, 1494/1496 en de Gelderse Oorlog in de periode 1502-1543. Ook tijdens de Tachtigjarige Oorlog hebben diverse plaatsen, zoals Leerdam, schade geleden als gevolg van belegeringen. Tijdens deze oorlog werd al op grote schaal land onder water gezet (inundaties) om de opmars van de Spaanse troepen te stoppen. Later, tijdens de Franse oorlog (1672/1673) werd de kunst tot inunderen groots uitgerold in de vorm van de Hollandse Waterlinie, waarbij het grondgebied van de gehele gemeente binnen de waterlinie viel en waarbij voor de vestingsteden Leerdam en Vianen ook een rol was weggel egd.
Deze Oude Hollandse Waterlinie is rond 1870 vervangen door de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die wat oostelijker lag, maar waarvan ook nog resten in de gemeente aanwezig zijn zoals fort Everdingen en diverse batterijen l angs de Lek en Diefdijk. Uit de twintigste eeuw zijn archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog te verwachten binnen de gemeente. Hoewel er geen grootschalige gevechtshandelingen hebben plaats gevonden, heeft de oorlog toch onzichtbare en zichtbare resten in de bodem achtergelaten. De studie die aan de basis van de inventarisatiekaart heeft gelegen, heeft duidelijk gemaakt dat resten van barakkenkampen, vluchtkuilen, neergestorte vliegtuigen, geschut, stellingen en bomkraters verwacht kunnen worden evenals het Duitse Radarstation Gorilla ten westen van Schoonrewoerd.