CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Rapport behorend bij archeologische beleidskaart, inclusief Onderzoeksagenda Vijfheerenlanden

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 8 februari 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Archeologische beleidskaart21.055 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAAP-RAPPORT 4392 /ADC-RAPPORT 5188

Archeologie in gemeente Vijfheerenlanden Deel 2: Geactualiseerd archeologiebeleid en onderzoeksagenda archeologie

Colofon Opdrachtgever: gemeente Vijfheerenlanden Titel: Archeologie in gemeente Vijfheerenlanden; Deel 2: Geactualiseerd archeologiebeleid en onderzoeksagenda archeologie Versie: 30-01-2023 Auteur: ir. E.H. Boshoven (RAAP), M. Hanemaaijer MA (ADC) Projectcode: VERWA4 (RAAP) Bestandsnaam: RAAPrap_4392_deel2_VERWA4_20230130

ISSN: 0925-6229

RAAP Leeuwenveldseweg 5b

Telefoon: 0294-491 500

1382 LV Weesp

E-mail: raap@raap.nl

Postbus 5069

Website: www.raap.nl

1380 GB Weesp ADC ArcheoProjecten Nijverheidsweg-Noord 114

Telefoon: 033-2998181

3812 PN Amersfoort

E-mail info@archeologie.nl

Postbus 1513

Website: www.archeologie.nl

3800 BM Amersfoort © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., ADC ArcheoProjecten BV, 2023 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. en ADC ArcheoProjecten BV aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

Inhoud Inhoud................................................................................................................................................. 3 1 Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Achtergrond ......................................................................................................................................... 5 1.2 Opzet .................................................................................................................................................. 5

2 Archeologiebeleid ............................................................................................................................. 7 2.1 Inleiding .............................................................................................................................................. 7 2.2 Erfgoedwet en Besluit Erfgoedwet archeologie ...................................................................................... 7 2.3 Omgevingswet ................................................................................................................................... 10 2.4 De situatie voor Vijfheerenlanden ....................................................................................................... 13 2.5 Beleid van de voormalige gemeenten .................................................................................................. 14 2.6 Beleidsvrijstellingen in omliggende gemeenten .................................................................................... 15 2.7 Beleidsregels gemeente Vijfheerenlanden ........................................................................................... 15 2.8 Uitvoering van archeologisch onderzoek .............................................................................................

23 Literatuur ................................................................................................................................................ 24

3 Archeologische onderzoeksagenda ................................................................................................. 25 3.1 Totstandkoming van de onderzoeksthema’s ........................................................................................ 25 3.2 De onderzoeksthema’s ....................................................................................................................... 26 3.3 Over de gemeentelijke onderzoeksagenda .......................................................................................... 26

4 Onderzoeksthema: Wonen tussen de rivieren: lange termijnontwikkelingen bewoning in relatie tot het landschap ......................................................................................................................................... 27 4.1 Algemeen .......................................................................................................................................... 27 4.2 Achtergrond van het thema en beschrijving wat er in gemeente al is onderzocht m.b.t. het thema .......... 27 4.3 Relatie met nationale onderzoeksagenda ............................................................................................ 30 4.4 Aandachtspunten specifiek voor Vijfheerenlanden ............................................................................... 31 4.5 Kennislacunes en te behalen kenniswinst ............................................................................................ 31 4.6 specifieke onderzoeksvragen .............................................................................................................. 32

5 Onderzoeksthema: Dorpsvorming en (laat-) middeleeuwse ontginningen ......................................... 36 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................... 36 5.2 Achtergrond van het thema en beschrijving wat er in gemeente al is onderzocht m.b.t. het thema .......... 36 5.3 Relatie met nationale onderzoeksagenda ............................................................................................ 37 5.4 Aandachtspunten specifiek voor Vijfheerenlanden ............................................................................... 38 5.5 Kennislacunes en te behalen kenniswinst ............................................................................................ 38 5.6 specifieke onderzoeksvragen .............................................................................................................. 39

6 Onderzoeksthema: De ontwikkeling van steden ............................................................................... 41 6.1 Algemeen .......................................................................................................................................... 41 6.2 Achtergrond van het thema en beschrijving wat er in gemeente al is onderzocht m.b.t. het thema .......... 41 6.3 Relatie met nationale onderzoeksagenda ............................................................................................ 42 6.4 Aandachtspunten specifiek voor Vijfheerenlanden ............................................................................... 43 6.5 Kennislacunes en te behalen kenniswinst ............................................................................................ 43 6.6 specifieke onderzoeksvragen .............................................................................................................. 43

7 Onderzoeksthema: Conflictarcheologie ........................................................................................... 46 7.1 Algemeen .......................................................................................................................................... 46

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[3]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

7.2 Achtergrond van het thema en beschrijving wat er in gemeente al is onderzocht m.b.t. het thema .......... 46 7.3 Relatie met nationale onderzoeksagenda ............................................................................................ 47 7.4 Aandachtspunten specifiek voor Vijfheerenlanden ............................................................................... 47 7.5 Kennislacunes en te behalen kenniswinst ............................................................................................ 48 7.6 specifieke onderzoeksvragen .............................................................................................................. 48

8 Onderzoeksthema: Infrastructuur / water ......................................................................................... 53 8.1 Algemeen .......................................................................................................................................... 53 8.2 Achtergrond van het thema en beschrijving wat er in gemeente al is onderzocht m.b.t. het thema .......... 53 8.3 Relatie met nationale onderzoeksagenda ............................................................................................ 54 8.4 Aandachtspunten specifiek voor Vijfheerenlanden ............................................................................... 55 8.5 Kennislacunes en te behalen kenniswinst ............................................................................................ 55 8.6 Specifieke onderzoeksvragen ............................................................................................................. 56

Overzicht van figuren, tabellen, bijlagen en appendices ..................................................................... 58

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[4]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

1 Inleiding 1.1 Achtergrond De gemeente Vijfheerenlanden heeft besloten haar archeol ogiebeleid te actualiseren. Aanleiding is de fusie van de voormalige gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik i n 2019. Hierdoor moest het archeologiebeleid geharmoniseerd worden. Verder zijn er de afgelopen jaren vele tientallen archeologische onderzoeken uitgevoerd die nieuwe informatie en inzichten hebben opgeleverd . Deze nieuwe gegevens moeten in het archeologiebeleid worden verwerkt. Bovendien stelt de toekomstige Omgevingswet nieuwe eisen aan het gemeentelijke archeologiebeleid, met name de onderbouwing hiervan. In 2021 zijn de nieuwe archeologische inventarisatiekaarten voor Vijfheerenlanden gemaakt, als pilot binnen het project Handleiding archeologische inventarisatiekaarten . In het rapport bij de inventarisatiekaarten zijn de achtergronden van de pilot en het project gepresenteerd. 1 Het huidige project betreft het vervolgtraject en heeft betrekking op twee zaken: 1.

de actualisatie en harmonisatie van het archeologiebeleid van de drie voormalige gemeenten voor de nieuwgevormde gemeente Vijfheerenlanden. Tevens wordt ingegaan op het wettelijk kader en toekomstige wijzigingen bij de invoering van de Omgevingswet.

2.

Het aanpassen van de onderzoeksagenda van Vianen 2 naar een gemeentedekkende onderzoeksagenda. De inventarisatiekaarten en onderzoeksagenda zijn twee producten die de basis vormen voor het nieuwe archeologiebeleid van Vijfheerenlanden.

Het project is uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten en RAAP Archeologisch Adviesbureau. Vanuit de gemeente Vijfheerenlanden zijn Anne-Floor van Pelt, beleidsadviseur erfgoed, en de archeologisch adviseur van de gemeente, Lauren Bruning van de ODRU, bij het project betrokken.

1.2 Opzet De verwachtingswaarden bestaan op de nieuwe inventarisatiekaarten (grotendeels) uit landschappelijke zones waarvoor een verwachting geldt (wel/niet) voor specifieke archeologische verschijnselen tijdens één of meer van de vier archeologische hoofdp erioden (jager-verzamelaars, vroege landbouwers, late landbouwers en staatssamenlevingen). Er is dus vastgesteld of een bepaalde landschapszone, zoals bijvoorbeeld een oeverwal van een rivier, in een bepaalde periode wel of geen mogelijkheden bood voor bijvoorbeeld bewoning. Deze nieuwe verwachtingswaarden worden gebruikt om het beleid vorm te geven. Aan zones die in het verleden zijn gebruikt voor bewoning kan een ander beleid worden toegekend dan aan zones die alleen voor economische doeleinden zijn gebruikt. Hierbij kan dan ook nog onderscheid gemaakt worden al naargelang de archeologische hoofdperiode. Aan zones waar bewoning uit de periode van de Late Landbouwers wordt verwacht kan een ander beleid worden gekoppeld dan zones met bewoningsmogelijkheden uit de periode van Staatssamenlevingen. Het benoemen van

1 2

Boshoven & Vossen. 2021 Kloosterman, 2011

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[5]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

onderzoeksthema's die goed aansluiten bij de specifieke archeologische voorraad van de gemeente Vijfheerenlanden heeft gediend als leidraad bij het maken van de beleidskeuzes. Onderhavig rapport bevat in deel 1 (hoofdstuk 2) het archeologiebeleid, terwijl in deel 2 (vanaf hoofdstuk 3) de onderzoeksagenda wordt gepresenteerd. Een belangrijk onderdeel voor het beleid vormt de matrix (Bijlage 1) waarin de onderzoeksthema’s uit de onderzoeksagenda zijn gekoppeld aan de waarde- en verwachtingscategorieën zoals die op de inventarisatiekaarten (per periode) zijn benoemd. In dezelfde matrix wordt tevens aan elke categorie een archeologieregime toegekend en onderbouwd.

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[6]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

2 Archeologiebeleid 2.1 Inleiding Een archeologische beleidskaart is in feite de vertaling van alle gewogen en gewaardeerde informatie van het archeologische verwachtingsmodel naar beleid(sregels) ter bescherming van bekende en aantoonbaar te verwachten archeologische waarden . Op de beleidskaart is het grondgebied van de gemeente Vijfheerenlanden opgedeeld in waardevolle gebieden (zones met bekende archeologische waarden) en verwachtingsgebieden, en zijn aan de verschillende gebieden beleidsregels gekoppeld. Voordat in paragraaf 2.7 wordt ingegaan op de nieuwe gemeentelijke beleidskaart en -regels, wordt eerst in dit hoofdstuk de relevante wet- en regelgeving gesproken. Dit kader is nodig om het gemeentelijke beleid in de juiste context te kunnen plaatsen. De aanstaande invoering van de Omgevingswet speelt een belangrijke rol omdat hierbij een aantal zaken op het archeologisch gebied gaat veranderen.

2.2 Erfgoedwet en Besluit Erfgoedwet archeologie Op 1 juli 2016 trad de Erfgoedwet in werking. Deze verving de Monumentenwet 1988 waarin archeologie sinds 1 juli 2007 middels de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) was geregeld. De Erfgoedwet regelt het behoud en beheer van Nederlands erfgoed via één integrale wet. Naast de aanwijzing van archeologische en gebouwde monumenten regelt de Erfgoedwet een groot aantal andere zaken zoals collectiebeheer van staats cultuurgoed, de aanwijzing van (internationaal) cultuurgoed (UNESCO-verdrag) en verzamelingen en teruggave van buitenlandse cultuurgoederen op basis van internationale verdragen. De afzonderlijke wetten die dit voorheen mogelijk maakten zijn vervallen. Behoud in situ is binnen de Erfgoedwet het uitgangspunt. Archeologische resten kunnen het beste in de grond bewaard blijven. Pas als planaanpassing of -inpassing (zoals archeologievriendelijk bouwen) niet mogelijk is, wordt overgegaan tot behoud ex situ door middel van opgravingen en bewaren van vondsten en documentatie in depots. Hierbij is het uitgangspunt dat de verstoorder betaalt. In hoofdstukken 5 en 9 van de Erfgoedwet zijn ten aanzien van archeologie achtereenvolgens vastgelegd: •

algemene opgravingsverbod (art. 5.1),

•

certificering van archeologisch onderzoek (art. 5.2 t/m art. 5.6),

•

vondsteigendom (art. 5.7),

•

depotfunctie (art. 5.8 en 5.9),

•

meldingsplicht archeologische toevalsvondst en waarneming (art. 5.10 en 5.11) en informatiebeheer (art. 5.12 en 5.13)

•

het overgangsrecht tot inwerkingtreding van de Omgevingswet (artikel 9.1)

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[7]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

Nadere regels rond het opgravingsverbod en de certificering zijn uitgewerkt in het Besluit Erfgoedwet archeologie (BEa, eveneens per 1 juli 2016). Algemene opgravingsverbod en certificering Zonder certificaat is het niet toegestaan ‘(…) handelingen te verrichten met betrekking tot het opsporen, onderzoeken of verwerven van cultuur erfgoed (…)’ (waaronder archeologische resten) 3. Een certificaat is voorbehouden aan een instantie (geen individu) die voldoende heeft aangetoond opgravingen op professionele wijze te kunnen uitvoeren. In de praktijk betekent het dat een groot aantal private marktpartijen en een aantal Nederlandse gemeenten zich sinds medio 2016 volgens Beoordelingsrichtlijn (BRL) 4000 archeologie (ondergebracht bij Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer/SIKB) hebben gecertificeerd en aldus archeologisch onderzoek mogen verrichten. 4 Een overzicht met gecertificeerde bedrijven is te vinden op https://www.sikb.nl/archeologie/certificeren-en-registratie/certificaathouders. Het archeologische onderzoek mag bovendien alleen door medewerkers met het juiste actorschap , een status die is gebaseerd op opleiding en jaren ervaring, worden uitgevoerd. Elke medewerker moet beschikken over een KNA-actorstatus die eveneens bij de SIKB geregistreerd staat.

Aan de hand van een persoonlijk registratienummer kunnen de kwalificaties van een actor worden ingezien (op https://www.actorregistratie.nl/). Het opgravingsverbod is niet van toepassing op universiteiten en hogescholen. Zij mogen vanuit hun onderwijsdoelstelling archeologische opgravingen verrichten. Het verbod is evenmin van toepassing op de metaaldetectie, mits de grond niet dieper d an 30 cm onder het landoppervlak verstoord wordt, en de detectie niet plaatsvindt binnen monumenten aangewezen door Rijk, provincie of gemeente, of terreinen betreft waar op dat moment een opgraving plaatsvindt. 5 Gemeenten kunnen een algeheel of gedeeltelijk detectieverbod opnemen in hun APV. Tot slot zijn verenigingen van amateurarcheologen ook uitgezonderd van het opgravingsverbod 6 als men voldoet aan de volgende vereisten: 1.

statutaire vastlegging door de vereniging van de doelstellingen behoud en beoefen ing van archeologie,

2.

het onderzoeksterrein moet door college van B&W zijn vrijgesteld van (nader) archeologisch onderzoek, en

3.

de vereniging niet door derden wordt ingeschakeld om het werk te verrichten.

In alle gevallen is het verboden amateurverenigingen onderzoek te laten verrichten op (voor)beschermde Rijks- of provinciale monumenten. Gemeentelijke monumenten ontbreken in het BEa: een gemeente kan dit zelf regelen via de gemeentelijke erfgoedverordenin g. Als het onderzoek is uitgevoerd, overhandigt de vereniging een (verplicht) verslag van het veldwerk aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De vondsten gaan naar het betreffende bodemvondstendepot.

3

Artikel 5.1 Erfgoedwet Volgens de Kwaltiteisnorm Nederlandse Archeologie (KNA) protocollen landbodems 4001 (Programma van Eisen), 4002 (bureuaonderzoek), 4003 (inventariserend veldonderzoek), 4004 (opgraven), 4006 (specialistisch onderzoek) en waterbodems 410 inventariserend onderzoek, 4104 (opgraven), 4107 (archeologische begeleiding). 5 BEa art. 2.1 en 2.2 6 BEa art.2.3 4

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[8]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

In principe is het mogelijk een vergunning- of certificaathouder uit een andere EU-lidstaat toe te staan archeologisch onderzoek te verrichten. Dit kan voorkomen wanneer een buitenlandse archeologische instantie een Europese aanbesteding van een werk in Nederland gegund krijgt. Tegenwoordig opere ren in het zuiden van ons land incidenteel Belgische bedrijven op de Nederlandse archeologiemarkt. Zij moeten wel aan kunnen tonen dat hun niveau gelijkwaardig is aan BRL 4000.

Figuur 1. infographic met de geldende uitzonderingen op de certificeringsplicht (bron RCE).

Vondsteigendom en meldplicht archeologische toevalsvondsten Er is vaak onduidelijkheid over het eigendom van archeologische vondsten. Het eigendom van vondsten afkomstig van een opgraving (of ander archeologisch veldonderzoek waarvoor een certificaat nodig is) berust in de eerste plaats bij de provincie waar de vondst is aangetroffen. Als een gemeente een aangewezen depot heeft, is de gemeente eigenaar, en gaan de vondsten naar het depot van die gemeente. Er zijn strikte regels verbonden aan de instandhouding van een depot en de opslag van archeologische vondsten. 7 Over de meldingsplicht van archeologische toevalsvondsten bestaat ook vaak onduidelijkheid. Als iemand bij werkzaamheden anders dan het doen van opgravingen iets vindt ‘waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft’, moet dit zo spoedig mogelijk worden gemeld bij Onze Minister 8. Hiermee wordt de Minister van OC&W bedoeld. Namens de Minister

7 8

KNA protol 4010 (depotbeheer) Erfgoedwet art. 5.10

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[9]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

treedt de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) op als instantie waar de toevalsvondst feitelijk moet worden gemeld. De vondst moet gedurende zes maanden ter beschikking worden gehouden voor onderzoek. Vondsten kunnen zowel bestaan uit objecten (van aardwerk, me taal, glas, enz.) als uit sporen en structuren. Het niet melden van een archeologische toevalsvondst is een economisch delict. 9 Vondsten kunnen worden gemeld via het vondstmeldingsformulier op de site van RCE (hier te vinden https://formulier.cultureelerfgoed.nl/archis/vondstmeldingsformulier ). In de praktijk registreert een vinder zelden zelf een vondst (in een gemeente als Vijfheerenlanden gemiddeld minder dan 1 keer per jaar, dat geldt overigens ook voor omliggende gemeenten). Vaak richt een vinder zich tot de plaatselijke vereniging van amateurarcheologen of de gemeente die dan de melding én registratie verzorgt. Als de Omgevingswet in werking treedt, wijzigt dit: bevoeg d gezag voor een archeologische toevalsvondst van algemeen belang is het college van B&W van de gemeente waar de vondst zich voordoet. Uitzondering: de bevoegdheid ligt nog steeds bij Onze Minister van OCW als de archeologische toevalsvondst ook van nationaal belang is. De gemeentelijke overheid en de Rijksoverheid zijn verplicht informatie hierover uit te wisselen.

10 In de dagelijkse praktijk krijgen vergunninghouders, ontwikkelaars en aannemers al het verzoek de vondst niet alleen bij Onze Minister maar ook bij de gemeente te melden zodat de betreffende instanties op de hoogte zijn en passende vervolgmaatregelen kunnen nemen. Het eigendom van archeologische toevalsvondsten is geregeld in het Burgerlijk Wetboek. 11 De vinder en de eigenaar van de gronden waar de vondst is aangetroffen, zijn elk voor de helft eigenaar.

2.3 Omgevingswet Naast de Erfgoedwet is de Omgevingswet (Ow) de tweede belangrijke pijler van de archeologische monumentenzorg. De scheiding laat zich het best als volgt typeren: •

De duiding van cultureel erfgoed en zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet.

•

De omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving is geregeld in de Omgevingswet.

De Omgevingswet is al verschillende keren uitgesteld. Op het moment dat dit beleid is opgesteld is sprake van inwerkingtreding van de wet op 1 januari 2024. De artikelen uit de Monumentenwet 1988 die betrekking hebben op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving (ver gunningverlening en integratie in de planvorming) gaan op in de Omgevingswet. Tot die tijd blijven door overgangsrecht 12 de relevante bepalingen rechtskracht houden. Om de Omgevingswet uit te kunnen voeren krijgen gemeentelijke overheden de beschikking over een aantal instrumenten: 1.

Omgevingsvisie – hierin worden de gemeentelijke lange termijn doelen en ambities vastgelegd voor de fysieke leefomgeving. Er wordt een omgevingsvisie voor het gehele gemeentelijke grondgebied vastgesteld. De omgevingsvisie is verplicht.

9

W et op de economische delicten art. 1a sub 2 zie art. 19,8 Ow, en ook art. 19.3 voor de doormelding s- en informatieplicht bij een ongewoon voorval 11 Burgerlijk W etboek art. 13 12 geregeld in hoofdstuk 9 Erfgoedwet 10

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[10]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

2.

Omgevingsplan – bevat alle regels over de fysieke leefomgeving binnen de gemeente. Er wordt per gemeente een omgevingsplan vastgesteld. Het omgevingsplan is verplicht.

3.

Omgevingsvergunning – vergunningstelsel voor het uitvoeren van een of meerder act iviteiten. Op basis van het omgevingsplan kan het voor een initiatiefnemer noodzakelijk zijn een omgevingsvergunning aan te vragen. Aan dit stelsel is toezicht en handhaving gekoppeld.

4.

Programma – een flexibel instrument dat ingezet kan worden om bepaalde doelstellingen gefaseerd te realiseren. Niet verplicht.

5.

Projectprocedure (projectbesluit) – Hiermee kunnen grootschalige projecten mogelijk worden gemaakt.

Voor archeologie zijn de eerste drie instrumenten het meest relevant. Archeologie maakt in de wet onderdeel uit van cultureel erfgoed binnen de fysieke leefomgeving 13. Bij de uitoefening van bestuurlijke taken en bevoegdheden houden overheden (gemeente, provincie, Rijk of een waterschap) rekening met de samenhang van de relevante onderdelen en aspecten van de fysieke leefomgeving. 14 Het behoud van cultureel erfgoed en werelderfgoed kan daarbij van toepassing zijn. 15 In omgevingsverordeningen 16 en omgevingsplannen en projectbesluiten 17 legt het Rijk verplichte instructieregels op voor het behoud van cultureel erfgoed en werelderfgoed. Daar moet dus rekening mee gehouden worden. De nadere uitwerking van de wet gaat via vier AMvB’s: 1.

Omgevingsbesluit (invoeringsbesluit Omgevingswet),

2.

Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl),

3.

Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en

4.

Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

In de Omgevingswet wordt gesproken van activiteiten, handelingen die uitgevoerd worden om iets te realiseren. De grondslagen voor de activiteiten die cultureel erfgoed 18 of werelderfgoed 19 betreffen zijn in de Omgevingswet opgenomen. In de eerste plaats wordt behoud van het erfgoed nagestreefd. Vernieling en beschadiging moet worden voorkomen. 20 De activiteit rijksmonumentenactiviteit is nader uitgewerkt in het Bal. 21 Evenals in de huidige Wabo is het verboden te handelen in strijd met een voorschrift van een omgevingsvergunning. In de Omgevingswet is dit een omgevingsplanactiviteit gericht op archeologische monumenten. 22 Voor de gemeentelijke archeologische monumentenzorg zoals we die nu kennen in de ruimtelijke ordening (Wro) en het omgevingsvergunningstelsel (Wabo) kunnen we vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking is getreden terecht in het Bkl Paragraaf 5.1.5.5. behandelt cultureel erfgoed en werelderfgoed. Artikel 5.130 (behoud cultureel erfgoed) bevat all e relevante onderdelen om archeologisch erfgoed adequaat te beheren en beschermen, zoals art. 38a van Monumentwet 1988 en

13

Omgevingswet art. 1.2 lid 2i art. 2.1. lid 2 15 art. 2.1. lid 3 16 art. 2.27 17 art. 2.28) 18 Omgevingswet art. 4.3 lid 1h 19 Omgevingswet art. 4.3. lid 1i 20 Omgevingswet art. 4.28 en art. 4.29 21 hoofdstuk 13, art. 13.1 t/m 13.13 22 Omgevingswet art. 5.5 lid 1 14

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[11]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

art. 3.1.6 lid 5a Besluit ruimtelijke ordening/Bro dat nu nog doen. In het nieuwe artikel wordt gesteld dat in het omgevingsplan in het belang van cultureel erfgoed rekening wordt gehouden met bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Hiertoe dienen vervolgens regels opgesteld te worden. Nieuw is dat nu gesproken wordt van bekende of aantoonbaar te verwachten archeo logische monumenten en niet meer – zoals nu nog het geval is – van aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten. Het befaamde art. 41a Monumentenwet 1988 komt ook terug in art. 5.130 Bkl (lid 4 en 5). De wetgever hanteert sinds 2007 een vrijstelling voor ingrepen tot 100 m 2 bij aanvragen omgevingsvergunning voor bouwen en aanleggen (werken geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden ). De gemeenteraad kan hiervan beredeneerd afwijken (striktere begrenzingen vaststellen maar ook ruimere). Dat hebben de voormalige gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik ook gedaan; vooral ook omdat een zeer strikte vrijstellingsgrens c.q. onderzoeksverplichting voor het hele gemeentelijke grondgebied in de praktijk onwerkbaar en niet noodzakelijk is. Onder de Omgevingswet verandert dit uitgangspunt niet. Wel is nieuw dat onder de Omgevingswet de gemeente de (te verwachten) archeologische waarden alleen kan beschermen in het omgevingsplan als sprake is van een aantoonbare verwachting.

Met ‘aantoonbaar’ wordt bedoeld dat de in het omgevingsplan opgenomen verwachting (trefkans) op het aantreffen van archeologische vondsten goed moet zijn onderbouwd (aangetoond) met behulp van expliciete en locatie-specifieke archeologische, bodemkundige en historische informatie. Tevens staat in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving het volgende te lezen: “In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Met het oog op het belang van het behoud van cultureel erfgoed worden in een omgevingsplan in ieder geval regels gesteld ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed…”. 23 De gemeente wordt, kortom, geacht de verantwoordelijkheid te nemen voor goed onderbouwde archeologische verwachtingen in het omgevingsplan. Deze bieden meer zekerheid voor de initiatiefnemers (verstoorders). Volledige zekerheid is echter niet mogelijk. Dit ligt in de aard van de archeologie, die nu eenmaal niet zichtbaar in de bodem zit. Alleen alles opgraven zou volledige zekerheid geven, maar dat is in strijd met het beginsel van behoud in situ. Het blijven dus goed onderbouwde verwachtingen, waaraan een mate van onzekerheid nu eenmaal inh erent is“.

23

BKL Artikel 5.130, lid 1 en 2

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[12]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

2.4 De situatie voor Vijfheerenlanden In de gemeente Vijfheerenlanden geldt voor de diverse gebiedsdelen een variatie in de kans op het aantreffen van archeologische resten en in vondst - en spoordichtheid. In de historische steden Ameide, Vianen en Leerdam (maar ook bij historische dorpskernen, oude woongronden, AMK -terreinen, bekende vindplaatsen e.d.) geldt dat reeds bekend is dat in de ondergrond archeologische resten aanwezig zijn. Bij gebieden die in de late middeleeuwen en nieuwe tijd relatief dichtbevolkt waren, waarvan de historische steden goede voorbeelden zijn, is sprake van een grote dichtheid aan sporen (funderingsresten, beer - en waterputten e.d.) en is eveneens een grote hoeveelheid vondsten te verwachten. Hoewel hier sprake is van relatief kleine huisplaatsen, veelal slechts enkele honderden vierkante meters in omvang, vormen aaneensluitende huisplaatsen in een historisch dorp of stad een groot gebied waar archeologische resten in de grond zitten . Als men echter kijkt naar de komgebieden in het buitengebied, dan geldt een veel lagere dichtheid aan archeologische vindplaatsen omdat deze komgebieden lange tijd te nat waren voor (semi)permanente bewoning. In deze gebieden kunnen met name vindplaatsen worden verwacht die gerelateerd zijn aan de vindplaatscategorieën infrastructuur en economie.

Naast dat de dichtheid aan archeologische vindplaatsen laag is, zal ook de omvang van dergelijke vindplaatsen relatief beperkt zijn (<2000 m 2 ). De kans dat een vindplaats bij ingrepen in een dergelijke verwachtingszone wordt verstoord is dan ook aanzienlijk kleiner dan in de historische stad. In dit kader is het gerechtvaardigd om aan de archeologische waardevolle gebieden een andere vrijstellingsgrens toe te kennen dan aan de verwachtingsgebieden. Bij de huidige actualisatie is bij de bepaling van de vrijstellingsgrenzen een duidelijk onderscheid gemaakt in de archeologische waardevolle gebieden en archeologische verwachtingsgebieden. Bij de eerste categorie is reeds vastgesteld (op basis van bijvoorbeeld eerder verricht onderzoek,

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[13]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

waarnemingen van amateurarcheologen of analyse van historische kaarten) dat archeologische resten in de ondergrond aanwezig zijn. Aangezien het uitgangspunt in Nederland is dat archeologische resten in situ in de bodem behouden dienen te worden, kan voor deze zones een vrijstellingsoppervlak worden gehanteerd die gelijk is aan of strenger is dan eerdergenoemde 100 m 2 . Voor de archeologische verwachtingsgebieden is de aanwezigheid van archeologische resten op een locatie niet vastgesteld, maar geldt op basis van het verwachtingsmodel een verwachting voor één of meerdere perioden en voor één of meerdere vindplaatscategorieën. Een verwachting geldt voor een zone met een bepaalde opbouw van de ondergrond en aan deze gehele zone kan een vrijstellingsgrens worden toegekend. Aangezien hier sprake is van een verwachtingsgebied zal deze grens in de regel hoger liggen dan 100 m2.

2.5 Beleid van de voormalige gemeenten De huidige gemeente Vijfheerenlanden is ontstaan in 2019 als samenvo eging van de drie gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik. Deze drie voormalige gemeenten beschikten al jaren over een archeologische verwachtingenkaart en bijbehorende beleidskaart en vrijstellingenbeleid. Het beleid van Leerdam en Zederik is samen met 6 andere (voormalige) gemeenten opgesteld in 2009 en van Vianen dateert de meest actuele versie uit 2011. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de diverse beleidscategorieën en de bijbehorende vrijstellingen. Voormalige gemeenten Vijfheerenlanden Vrijstellingen: m2 / cm -mv gemeente

Leerdam

Zederik

Vianen

provincie

Zuid-Holland

Zuid-Holland

Utrecht

2009

2009

2011

Rijksmonumenten

0/0

0/0

0/0

gemeentelijke monumenten

30 / 30

30 / 30

(hoge) archeologische waarde

30 / 30

30 / 30

jaar Archeologische waardevolle gebieden

historische dorpskern, oude woongrond en terreinen archeologisch belang

0/0

Archeologische verwachtingsgebieden zeer hoge verwachting late middeleeuwen en nieuwe tijd

30 / 30

30 / 30

zeer hoge verwachting Romeinse tijd

30 / 30

30 / 30

hoge verwachting

250 / 30

250 / 30

hoge verwachting; diep gelegen

250 / 150

250 / 150

middelhoge verwachting

500 / 30

500 / 30

middelhoge verwachting late middeleeuwen / nieuwe tijd lage verwachting rivierbed

100 / 30

100 / 30

10.000 / 30

10.000 / 30

30 / 30

2500 / 30

10 ha contact met RCE

Tabel 1. Overzicht van het vrijstellingenbeleid van de voormalige gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik .

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[14]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

2.6 Beleidsvrijstellingen in omliggende gemeenten Rondom gemeente Vijfheerenlanden liggen 7 buurgemeenten die allemaal over een archeologiebeleid beschikken (tabel 2). De grootste verschillen in vrijstellingenbeleid zijn terug te vinden in de middelhoge (ook wel middelmatig genoemd) en lage verwachtingszones. Bij de middelhoge verwachtingszone gaat het strengste regime uit van een vrijstelling van 500 m 2 , terwijl het minst strenge regime uitgaat van 5.000 m 2 (verschil: factor 10). In lage verwachtingszones wordt een vrijstelling van 5.000 of 10.000 m 2 aangehouden of zijn alle ingrepen vrijgesteld van onderzoek. Vrijstellingen: m 2 / cm -mv West Nieuwegein Houten Betuwe

gemeente

Lopik

IJsselstein

Culemborg

Molenlanden

provincie

Utrecht

Utrecht

Utrecht

Utrecht

Gelderland

Gelderland

Zuid-Holland

jaar

2010

2011

2011

2007

2021

2017

2009 (/ 2021)

0/0

0/0

0/0

0/0

0/0

niet aanwezig

0/0

niet aanwezig

niet aanwezig

0/0

0 / 30

100 / 50

50 /30

Archeologische waardevolle gebieden rijksmonumenten gemeentelijke monumenten (hoge) archeologische waarde historische dorpskern, oude woongrond en terreinen archeologisch belang

100 / 30

0 / 30

niet aanwezig niet aanwezig

0/0 30 / 30

30 / 50

30 / 30

100 / 30

Archeologische verwachtingsgebieden zeer hoge verwachting late middeleeuwen en nt zeer hoge verwachting Romeinse tijd hoge verwachting hoge verwachting (categorie 3) hoge verwachting; diep gelegen middelhoge verwachting middelhoge verwachting late middeleeuwen / nt lage verwachting

30 / 30

30 / 30 200 / 50

100 / 30

500 / 30

500 / 50

500 / 30

250 / 30

1000 / 30 2500 / 150 2500 / 100

2500 / 30

2500 / 150300

5000 / 100

2500 / 30

250 / 150 2000 / 200

500 / 30 100 / 30

alleen m.e.r.plichtig

10.000 / 30

10.000 / 150

alleen m.e.r.plichtig

5000 / 30

restgeulen

geen onderzoek

10.000 / 30

2500 / 50 contact met RWS

rivierbed

200 / 30

10.000 / 30

Tabel 2. Overzicht van het vrijstellingenbeleid in de aangrenzende gemeenten.

2.7 Beleidsregels gemeente Vijfheerenlanden 2.7.1

Inleiding

De beste plek om kwetsbare oudheidkundige resten te bewaren is nog altijd in de grond. Sporen, vondsten en grondlagen bevinden zich in een specifieke context onder bepaalde conserver ende omstandigheden. Die balans wordt verstoord als er gegraven of juist grond opgebracht wordt. Om dat

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[15]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

te voorkomen is zorg voor het ondergronds erfgoed cruciaal (artikel 4 Verdrag van Malta). Bij het (nieuwe) gemeentelijk beleid van Vijfheerenlanden gelden de volgende uitgangspunten: 1.

behoud in-situ

2.

archeologisch vriendelijk bouwen

3.

Als 1 en 2 niet mogelijk zijn dan is archeologisch onderzoek nodig

4.

onderzoek moet leiden tot kenniswinst

Zoals in de wet is vastgelegd mogen gemeenten gemotiveerd afwijken van de standaardvrijstelling van 100 m 2 . Bij het bepalen van vrijstellingsgrenzen dient rekening te worden gehouden met de diepteligging van het archeologisch relevante niveau, de omvang van de te verwachten vindplaatsen en dichtheid van het aantal verwachte vindplaatsen per oppervlakte-eenheid. Aan de hand van het onderzoek dat is uitgevoerd in het kader van de archeologische inventarisatiekaarten en de onderzoeksagenda is een afgewogen beleid met vrijstellingscategorieën gemaakt . Deze vrijstellingscategorieën zijn weergeven op de archeologische beleidskaart (kaartbijlagen 8 en 9). Op de eerste kaart (kaartbijlage 8) is de koppeling met de archeologische inhoud behouden zodat dit (voor de archeologisch deskundige) herleidbaar is. Voor de volledigheid is ook een beleidskaart toegevoegd waarop alleen de vrijstellingscategorieën zijn weergegeven (kaartbijlage 9). Deze kaart kan worden gebruikt als onderlegger voor de plankaarten in bestemmingsplannen of vanaf invoering van de Omgevingswet het omgevingsplan. In onderstaande paragrafen volgt per categorie een onderbouwing en toelichting. Wat betreft de vrijstellingsdiepte: in de Erfgoedwet wordt metaaldetectie in de bovenste 30 cm van het bodemprofiel toegestaan. Dit betreft de gemiddelde dikte van de bouwvoor op agrarische percelen.

Ook reguliere bodemingrepen, zoals spitten, in tuinen zullen over het algemeen beperkt blijven tot de bovenste 30 cm (een spadesteek diep). Bij het archeologisch beleid van de gemeente is deze 30 cm – mv als uitgangspunt genomen bij de vrijstellingsdieptes van de diverse beleidscategorieën (buiten de rijksmonumenten en de gemeentelijke archeologische monumenten).

2.7.2

Onderbouwing per categorie

Er wordt onderscheid gemaakt in zes hoofdcategorieën, weergegeven in tabel 3. Tevens is er een zevende categorie van gebieden waar de ondergrond verstoord is tot onder het archeologisch relevante niveau en geen archeologische vindplaatsen meer worden verwacht . Deze gebieden zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek.

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[16]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

Vrijstelling Oppervlak (m )

Diepte (cm –mv)

Waarde-archeologie 1

0

0 of 30 24

Waarde-archeologie 2

30

30 of 150 25

Waarde-archeologie 3

100

30

Waarde-archeologie 4

250

30 of 150 26

Waarde-archeologie 5

1.000

30 27

Waarde-archeologie 6

10.000

30

Regime

Vrijgegeven (diep verstoord)

2

Vrijgesteld van onderzoek

Tabel 3. Overzicht met de vrijstellingsregimes.

Waarde-archeologie 1 Archeologische rijksmonumenten: De archeologische rijksmonumenten zijn beschermd via de Erfgoedwet waarbij geldt dat elke vorm van bodemingrepen (zonder of in afwijking van de vergunning ) op basis van de Erfgoedwet verboden is. Gemeentelijke archeologische monumenten: Momenteel zijn binnen de gemeente geen gemeentelijke archeologische monumenten aanwezig. Deze categorie maakt het mog elijk om in de toekomst terreinen aan te wijzen die archeologisch van grote betekenis zijn voor de gemeente Vijfheerenlanden. Voor dergelijke terreinen staat behoud in situ voorop en dient elke vorm van bodemingrepen te worden vermeden. Als bodemingrepen niet kunnen worden vermeden, kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen. AMK-terreinen: Dit betreft de voormalige provinciale archeologische monumenten, die nu onder de bevoegdheid van de gemeente vallen. In het oude beleid van de voormalige gemeenten Leerdam en Zederik gold een vrijstellingsoppervlak van 30 m 2 , terwijl voor de gemeente Vianen 0 m 2 gold.

Feit is dat bij de AMK-terreinen sprake is van de aanwezigheid van waardevolle archeologische resten, die een belangrijke bron van informatie zijn voor de bewoningsgeschiedenis van Vijfheerenlanden en waarbij geringe bodemingrepen al kunnen leiden tot aanzienlijke in formatieverlies. Om deze redenen is het slechts beperkt toestaan van bodemingrepen gerechtvaardigd. Een klein vrijstellingsoppervlak stimuleert immers behoud in situ; een dergelijk behoud is bij deze AMK-terreinen wenselijk. Voor de AMK-terreinen geldt daarom een vrijstelling voor ingrepen tot 30 cm -mv. Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm –mv kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen. Historische kern: de historische kernen betreffen de oudste delen van de diverse dorpen en steden binnen de gemeente. Het betreft gebieden waar op basis van historische bronnen is vastgesteld dat er bebouwing (al dan niet met erf) heeft gestaan. Ook de historische straten(patronen) en vestingwerken

24

Bij archeologische rijksmonumenten geldt een vrijstellingsdiepte van 0 cm; bij gemeente lijke archeologische monumenten 30 cm -mv. 25 Bij dagzomende rivierduinen geldt een vrijstellingsdiepte van 30 cm -mv; Bij afgedekte rivierduinen 150 cm -mv. 26 Afhankelijk van diepteligging stroomgordel/rivierduin 27 Bij watergebieden: bij ingrepen in ongeroerde waterbodem

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[17]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

vallen binnen deze gebieden. Enkele locaties zijn als AMK-terrein aangeduid (historische kern van Vianen, Hagestein en Everdingen). Dit alles overziend, in combinatie met een zeer grote dichtheid aan te verwachten sporen en vondsten (zoals aangetoond bij rioleringswerkzaamheden in de binnenstad van Vianen en bij aanleg van leidingen in Ameide) geldt voor de historische kernen een streng vrijstellingsbeleid, overeenkomend met dat van de AMK -terreinen: er geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm -mv. Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm –mv kan de gemeente voorwaarden stellen. Kasteelterreinen en historische dijken: Deze locaties zijn op basis van historische bronnen geïdentificeerd. Net als bij de overige vindplaatsen uit de periode van de Staatssamenlevingen geldt ook bij deze categorie dat sprake is van een grote dichtheid aan verwachte sporen . Er geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot een diepte van 30 cm -mv. Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm –mv kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bode m te beschermen.

Waarde-archeologie 2 Woonheuvels: In de diverse historische bewoningslinten in de gemeente zijn woonheuvels aanwezig, in totaal zo’n 360 stuks. Deze woonheuvels kunnen worden gezien als huisterpen waarvan de ouderdom teruggaat tot in de (late) middeleeuwen. Archeologisch onderzoek in de regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden heeft aangetoond dat op de woonheuvels bewoningsresten uit de volle middeleeuwen aanwezig kunnen zijn. Bij diverse uitgevoerde onderzoeken is de hoge archeologische waarde van dergelijke woonheuvels in de Alblasserwaard/Vijfheerenlanden aangetoond. Onderzoek naar woonheuvels kan inzicht geven in de ouderdom van de bewoningslinten en de ontwikkeling van deze linten. Vergelijking van onderzoeken van woonheuvels uit verschillende bewoningslinten kan mogelijk relevante informatie opleveren. Gezien de geringe omvang van de woonheuvels (over het algemeen kleiner dan 2000 m 2 ) en de grote dichtheid aan verwachte sporen en vondsten is een klein vrijstellingsoppervlak gerechtvaard igd: er geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm -mv en met een oppervlakte tot 30 m 2 . Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm –mv en groter dan 30 m 2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen.

Verdwenen molens: Van zo’n 60 historische molens is de locatie bekend. Veel van deze molens werden gebruikt om het overtollige water uit de diverse polders te pompen, zogen aamde poldermolens. De oudste molens in Vijfheerenlanden gaan terug tot in de late middeleeuwen. Niet alleen ter plaatse van het molengebouw zijn archeologische resten te verwachten, maar ook er om heen. Te denken valt aan bakstenen muurtjes die als besch oeiing langs de watergangen dienden. Ook kunnen op het erf van de molenaar water- en beerputten worden verwacht. Gezien de geringe omvang van de molenlocaties (over het algemeen kleiner dan 2000 m 2 ) en de grote dichtheid aan verwachte sporen en vondsten is een klein vrijstellingsoppervlak gerechtvaardigd: er geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm -mv en met een oppervlakte tot 30 m 2 . Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm –mv en groter dan 30 m 2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen.

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[18]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

Ruivierduinen (al dan niet afgedekt): Van diverse rivierduinen in de gemeente Vijfheerenlanden en omliggende gemeenten zijn archeologische vindplaatsen uit verschillende perioden bekend. Rivierduinen waren door hun hoogteligging beschermd tegen overstromingen en waren daarom geliefde woonlocaties. Op de rivierduinen worden onder andere kamp ementen uit de steentijd verwacht waarvan de omvang over het algemeen enkele tientallen tot enkele honderden vierkante meters bedra agt. Vindplaatsen uit de steentijd zijn zeldzaam in Vijfheerenlanden. Door hun hoge ouderdom zijn deze vindplaatsen uitermate kwetsbaar. Ingrepen met geringe omvang kunnen al leiden tot verstoring van vindplaatsen met informatieverlies tot gevolg. Een vrijstellingsregime met een beperkt vrijstellingsoppervlak is dan ook verdedigbaar. Voor dagzomende rivierduinen geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm -mv en met een oppervlakte tot 30 m 2 . Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm –mv en groter dan 30 m 2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen. Voor afgedekte rivierduinen geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 150 cm -mv en met een oppervlakte tot 30 m 2 .

Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 150 cm –mv en groter dan 30 m 2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen.

Waarde-archeologie 3 Oude woongronden: in de gebieden met oude woongronden heeft jarenlange bewoning plaatsgevonden waarbij een dik humeus (cultuur)dek is ontstaan. Het maaiveld van deze woongronden ste ekt veelal tot op de dag van vandaag nog boven het omliggende landschap uit. Veel van deze locaties werden in de Romeinse tijd bewoond, maar soms ook al in de ijzertijd of pas later (in volle/late middeleeuwen). Over het algemeen vond op deze locaties ook bewoning plaats in de late middeleeuwen en nieuwe tijd. De omvang van de terreinen varieert van enkele tot enkele tientallen hectares. Binnen deze gebieden kunnen meerdere huisplaatsen aanwezig zijn met oppervlaktes tot enkele duizenden vierkante meters. Binnen de oude woongronden is een grote dichtheid aan archeologische sporen en vondsten te verwachten. Veel sporen, zoals die van waterputten en afvalkuilen, hebben een kleine omvang . Aan de hand van het vondstcomplex in dergelijke sporen kan nader inzicht worden verkregen over bewoning en verschil in gebruik/status tussen de diverse huisplaatsen in de betreffende woonzone. De dichtheid aan sporen kan binnen de zone sterk verschillen en is naar verwachting minder groot dan die in de beleidscategorie 2. Tevens moet een afweging worden gemaakt tussen het belang van de archeologie en het niet willen belasten van relatief kleine ingrepen.

Om deze redenen is het wenselijk een minder klein vrijstellingsoppervlak te hanteren dan in beleidscategorie waarde-archeologie 2: Er geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm -mv en met een oppervlakte tot 100 m 2 . Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm -mv en groter dan 100 m 2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregele n om de archeologische waarden in de bodem te beschermen.

Ontginningslinten en overige historische elementen: Deze categorie betreft met name de bewoningslinten en eendenkooien die op basis van historische bronnen zijn geïdentificeerd. Deze terreinen hebben over het algemeen een aanzienlijke omvang. Net als bij de overige vindplaatsen uit de periode van de Staatssamenlevingen geldt ook bij deze categorie dat sprake is van een grote

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[19]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

dichtheid aan verwachte sporen. De dichtheid aan sporen kan binnen de zone sterk verschillen en is naar verwachting minder groot dan die in de beleidscategorie 2. Tevens moet een afweging worden gemaakt tussen het belang van de archeologie en het niet willen belasten van relatief kleine ingrepen. Om deze redenen is het wenselijk een minder klein vrijstellingsoppervlak te hanteren dan in beleidscategorie waarde-archeologie 2: Er geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm -mv en met een oppervlakte tot 100 m 2 . Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm -mv en groter dan 100 m 2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen.

Conflictarcheologie: Een bijzondere categorie betreft de locaties met archeolog ische resten uit de Tweede Wereldoorlog en een enkele locatie met resten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Een groot deel van deze locaties is vastgesteld op basis van historische luchtfoto ’s uit de Tweede Wereldoorlog en betreft onder andere het radarstation Gorilla, maar ook bunkers, vliegtuigcrashes (waarvan locatie nauwkeurig genoeg bekend is), geschutsbatterijen en Fort Everdingen (deze laatste ook vanwege ligging in Nieuwe Hollandse Waterlinie). De ligging van deze locaties is nauwkeurig in beeld en is mede gebaseerd op basis van de gemeentelijke kaart van Niet-Gesprongen Explosieven 28. Van andere locaties is slechts een globale ligging bekend uit historische bronnen. Het betreft onder andere de crashlocaties van vliegtuigen, maar ook gebieden waar (Nederlandse) barakken hebben gestaan. Ook zijn er WOII-locaties te duiden waar geen/nauwelijks kenniswinst te behalen is (zoals kilometers lange zones met loopgraven of mangaten). De dichtheid aan archeologische sporen is sterk afhankelijk van het type vindplaats , maar aangezien sprake is van bekende vindplaatsen, geldt een relatief streng vrijstellingsregime: Er geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm -mv en met een oppervlakte tot 100 m 2 .

Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm -mv en groter dan 100 m 2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen. Voor de zones waarvan de exacte locatie niet bekend is (globale crashsites) of locaties waarvan de archeologische waarde niet vaststaat (zoals de loopgraven) geldt geen eigen vrijstellingsregime. Deze zones worden als ‘attentiegebied’ beschouwd. Hier geldt het vrijstellingenbeleid van de onde rliggende (verwachtings)zone, maar dient bij uitvoering van archeologisch (voor)onderzoek wel rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van resten die betrekking hebben op conflictarcheologie.

Waarde-archeologie 4 Stroomgordels/crevasses: Veel archeologische vindplaatsen liggen op stroomgordels en crevasses. In deze zones zijn dan ook alle vindplaatscategorieën te verwachten en afhankelijk van de ouderdom van de betreffende stroomgordel/crevasse is sprake van een verwachting voor één of meer dere perioden. De omvang van de vindplaatsen varieert sterk: van enkele tientallen vierkante meters voor kampementen uit de steentijd tot duizenden vierkante meters voor nederzettingsterreinen uit de periode van de late landbouwers. Ingrepen met geringe omvang kunnen al leiden tot verstoring van vindplaatsen met informatieverlies. Echter, in tegenstelling tot de bijvoorbeeld de historische dorps - en stadskernen waarvan vaststaat dat sprake is van de aanwezigheid van archeologische resten, geldt dit

28

Van W iggen, 2019

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[20]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

niet voor de stroomgordels. Op de (oeverwallen van) de stroomgordels hebben diverse nederzettingsterreinen gelegen, maar de afstand tussen naast elkaar liggende terreinen kan wel (vele) honderden vierkante meters groot zijn. Hierdoor wordt de kans op het daadwer kelijk aantreffen van dergelijke vindplaatsen aanzienlijk kleiner en daarom geldt voor deze verwachtingsgebieden een vrijstellingsoppervlak van 250 m 2 . Aan grotere ingrepen kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen De diepteligging van de archeologische resten is afhankelijk van de diepteligging van de (oever)afzettingen van de betreffende stroomgordel waarbij geldt: hoe ouder, hoe di eper. Op basis van ondergrondgegevens is onderscheid gemaakt in twee diepteklassen: - Ligging van de top van de oeverafzettingen aan/nabij het oppervlak tot 1,5 m –mv. Hierbij geldt een vrijstellingsdiepte van 0,3 m –mv die overeenkomt met de gemiddelde dikte van de bouwvoor. - Ligging van de top van de oeverafzettingen dieper dan 1,5 m –mv. Bij deze stroomgordels/crevasses geldt een dieptevrijstelling van 1,5 m -mv. Geulen: In de restgeulen is een bijzondere dataset aan archeologische resten te verwachten in d e vindplaatscategorieën economie en infrastructuur.

Te denken valt aan scheepswrakken/kano’s, visfuiken, afvaldumps, brugfunderingen, beschoeiingen en dergelijke. Gezien de ligging onder de grondwaterspiegel zijn organische resten zoals hout naar verwachti ng goed geconserveerd. Dit geldt ook voor veenlagen waarmee de ouderdom van de geul kan worden gedateerd of monsters ten behoeve van botanisch onderzoek. Vanwege de bijzondere dataset wordt qua vrijstellingsgrens aangesloten bij de vrijstellingsgrenzen van de stroomgordels, namelijk een vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm -mv en met een oppervlakte tot 250 m 2 . Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm -mv en groter dan 250 m 2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen.

Waarde-archeologie 5 Uiterwaarden: Bekend is dat de uiterwaarden relatief jong zijn. Hier is met name sprake van de vindplaatscategorieën economie en infrastructuur. Te verwachten vindplaatsen zijn bijvoorbeeld steenovens, veerstoepen, kades/dijken, sluizen, duikers, rivierkribben en scheepswrakken. Aangezien het gebied sinds de bedijking buitendijks lag en daarmee regelmatig overstroomde, zijn geen nederzettingsresten uit late middeleeuwen/nieuwe tijd te verwachten. Dit rechtvaardigt een groter vrijstellingsoppervlak: Een vrijstelling voor bodemingrepen tot 30 cm -mv en met een oppervlakte tot 1.000 m 2 . Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm -mv en groter dan 1.000 m 2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen .

Lek: De vindplaatsen in de (waterbodem van de) Lek kunnen bet rekking hebben op de periode Staatssamenlevingen en betreffen de vindplaatscategorieën economie en infrastructuur en een mogelijke relevantie met alle onderzoeksthema’s. Te denken valt aan archeologische resten in de vorm van scheepswrakken, kribrestanten en afvaldumps. Zoals bij het thema infrastructuur van de onderzoeksagenda beschreven zijn twee locaties van scheepswrakken bekend. Als vrijstellingsoppervlak voor bodemingrepen geldt de top van de ongeroerde waterbodem met een

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[21]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

oppervlakte tot 1.000 m 2 . Aan bodemverstorende ingrepen dieper de top van de ongeroerde waterbodem en groter dan 1.000 m 2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen.

Waarde-archeologie 6 Komgebieden: De komgebieden zijn de laaggelegen, relatief natte gebieden binnen het landschap en waren (voor de bedijking) niet geschikt om te wonen. Voor de perioden van de jager/verzamelaars, vroege en late landbouwers zijn in deze gebieden nauwelijks archeologische resten te verwachten. Dit is anders voor de periode van de staatssamenlevingen waar (na de bedijking) wel alle vindplaatscategorieën van belang zijn. In het komgebied kunnen met name resten van de categorieën economie en infrastructuur worden verwacht. Te denken valt aan wegen, afwateringssloten, beschoeiingen, duikers, bruggetjes, eendenkooien en dergelijke. De dichtheid aan vindplaatsen is naar verwachting laag en de omvang van de vindplaatsen is naar verwachting kl ein. Deze combinatie maakt dat bij bodemingrepen de kans op het verstoren van archeologische vindplaatsen klein is. Dit resulteert in een ruime vrijstellingsgrens van 10.000 m 2 . Een groter vrijstellingsoppervlak is niet wenselijk omdat in deze gebieden de kans bestaat op de aanwezigheid van nog onontdekte stroomgordels en crevasses. Juist door onderzoek uit te voeren kan de aan- of afwezigheid van dergelijke zaken worden vastgesteld. Als vrijstellingsdiepte wordt een diepte van 30 cm –mv aangehouden, de onderkant van de reguliere bouwvoor.

Aan bodemverstorende ingrepen dieper dan 30 cm -mv en groter dan 10.000 m 2 kan de gemeente voorwaarden stellen, bijvoorbeeld planaanpassing, archeologisch onderzoek of andere maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te beschermen.

RAAP-rapport 4392 / ADC-rapport 5188 / versie 30-01-2023

[22]

Geactualiseerd archeologibeleid en onderzoeksagenda archeologie gemeente Vijfheerenlanden.

Voormalige gemeenten Vijfheerenlanden

Nieuw beleid Vijfheerenlanden

Vrijstellingen: m 2 / cm -mv

2022 (m 2 / cm –mv)

gemeente

Leerdam

Zederik

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=b3f02305-9ec4-42fb-bb86-a6a8a96286f1