CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Transitievisie warmte

Commissie Ruimte, Wonen en Duurzaamheid 4 maart 2025, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Opinievoorstel Gemeentelijke Regierol Energiecoöperatie Huibertstroom Everdingen26.851 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De complexiteit kan ook toenemen als er in een wijk veel verschillende vastgoedeigenaren aanwezig zijn, die allemaal op een voor hen natuurlijk moment in hun woning(en) willen investeren. Daarnaast kan de overstap versneld worden als de Rijksoverheid ruimte creëert op het gebied van financiering en juridische mogelijkheden.

per fase of particulieren en andere eigenaren mee kunnen en willen doen. Het is daarbij van belang dat er voldoende schaalgrootte is om te kunnen starten in een wijk. De minimale schaalgrootte die nodig is, is afhankelijk van de gekozen warmteoplossing. De route naar aardgasvrij is niet in beton gegoten De fasering die in deze kaart is aangegeven is een visie. Deze ligt dus niet vast. Wat zeker is, is dat we de komende jaren eerst beginnen in de wijken die als groen zijn gemarkeerd. De warmtetransitie is een proces van ervaring opdoen en leren in de eerste wijken. Initiatief nemen en rekening houden met flexibiliteit in de uitvoering en fasering zijn daarbij belangrijk. Ook vinden we het belangrijk om initiatieven in de stad, die passen binnen de uitgangspunten van deze Transitievisie Warmte te stimuleren. Het kan dus ook zo zijn dat er in wijken die nu nog niet zijn aangegeven om voor 2025 te starten, toch al stappen worden gezet richting aardgasvrij.

Grenzen liggen niet vast We kiezen in de warmtetransitie voor een gebiedsgerichte aanpak, dus wijken, combinaties van wijken of juist delen van wijken staan centraal. Dit betekent natuurlijk niet dat de aanpak ophoudt bij de grens van een wijk, of dat een bewonersinitiatief altijd maar in één wijk mag plaatsvinden. De wijkgrenzen mogen daarom ook niet beperkend zijn. Ze kunnen wel helpen om richting te geven en gebruikt worden om de communicatie op te starten.

ER IS KEUZEVRIJHEID, MAAR WEL ONDER VOORWAARDEN Voor particuliere woningeigenaren geldt dat zij in principe zelf mogen kiezen welke warmteoplossing ze willen toepassen. De praktijk zal echter ook uitwijzen dat er niet altijd keuze is. Er zal bijvoorbeeld niet in alle wijken een warmtenet mogelijk zijn. All-electric zal soms vragen om een netverzwaring die tijd kost en duurzaam gas is maar beperkt beschikbaar. Daarnaast is het ook goed om er rekening mee te houden dat het maatschappelijk niet kosteneffectief is om dubbele infrastructuur aan te leggen. We zullen daarom in een wijk waar een collectieve warmteoplossing is gepland, particulieren niet aanmoedigen om te kiezen voor een individuele warmtepomp. De wijkprioritering en de bijbehorende warmteoplossingen die we beschrijven, geven de voorkeursrichting aan waar we ons gezamenlijk voor in willen zetten om zo de warmtetransitie voor iedereen betaalbaar en uitvoerbaar te kunnen houden.

Diversiteit binnen wijken is mogelijk Het feit dat een wijk is aangeduid als kansrijk voor een warmtenet, betekent niet dat elk gebouw in de wijk op een warmtenet aangesloten wordt. Wijken zijn niet homogeen en het kan dus zijn dat in delen van een wijk andere oplossingen kostenefficiënter zijn. We starten bovendien niet in de hele wijk tegelijk, maar eerst met de corporatiewoningen die al voorzien zijn van energielabel B en andere panden met eigenaren die snel kunnen en willen aansluiten. We kijken

NIET INGEKLEURD BETEKENT NIET NIKS DOEN De wijken die nu geselecteerd zijn als startwijken tellen op tot ongeveer 7 procent van de woningen en kantoren in Vijfheerenlanden. Dat betekent niet dat er in de andere wijken helemaal niets hoeft te gebeuren voor 2030. De noodzaak van het transitiegereed maken van woningen door te isoleren, geldt voor alle woningen in alle wijken. Individuele gebouweigenaren kunnen er altijd voor kiezen om zelf de overstap naar aardgasvrij te maken.

Route naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

21

4.2.1. Bedrijventerreinen De Biezen & De Hagen

wordt het terrein begrensd door het Merwedekanaal en aan de oostkant door de A27. Ten noorden van het plangebied bevindt zich een woonwijk en ten zuiden hiervan de Autenasekade. De A2 splitst het gebied in tweeën. Het noordelijk deel is De Hagen en het zuidelijk deel is De Biezen. Er zijn ongeveer 300 gebouwen die samen een warmtevraag van 6.000 woningen vertegenwoordigen. Ook is het bedrijventerrein georganiseerd en er is parkmanagement aanwezig. Dit maakt het mogelijk om collectieve verbeteringen professioneel te organiseren. Op basis van een financiële doorrekening blijkt een zogenaamd bronnet voor de hand te liggen als aardgasvrije warmteoplossing. Dit omdat bedrijfspanden met lage temperaturen verwarmd kunnen worden. In het land zijn er al succesvolle voorbeelden waar bedrijfspanden worden verwarmt met warmtepompen die een collectieve bron benutten en die de ondernemer ook geld opleveren. In het noordelijke deel, de Hagen wordt mogelijk een transformatie ingezet naar woningbouw. Deze transformatie kan een impuls geven aan de ambities om energie collectief te organiseren. WAAROM DIT GEBIED? Selectiecriteria

Toelichting

Laagste maatschappelijke kosten Utiliteitsgebouwen kunnen met beperkte aanpassingen aan de installaties en de gebouwschil geschikt worden gemaakt voor een aardgasvrije verwarming.

In Vianen bevindt zich 198 hectare bedrijventerrein. Vanaf de jaren ’60 zijn de bedrijventerreinen De Biezen & De Hagen en Gaasperwaard uitgegeven. De bedrijventerreinen zijn gelegen aan de zuidoostkant van Vianen. Aan de westkant

22

Wonen in Vijfheerenlanden zonder aardgas | Transitievisie Warmte

Energie in de wijk

De bedrijventerreinen zijn aangeduid als een Bedrijfsinvesteringszone(BIZ). Daar betalen alle ondernemers en/of eigenaren mee aan de kosten van het verbeteren van een winkelgebied of bedrijventerrein. De bedrijven zijn daarmee georganiseerd, ofwel er is sprake van collectiviteit.

Veel grote eigenaren

Een aantal gebouweigenaren hebben in samenwerking gekozen voor het plaatsen van PV panelen. Door deze samenwerkingen te benutten kunnen sneller meters worden gemaakt. De mogelijke transformatie naar woningbouw maakt het mogelijk om de nieuwbouwopgave te benutten (i.s.m. grondbezitters en/of ontwikkelaars) om schaal te organiseren voor collectieve warmte.

Combineren werkzaamheden en projecten

De BIZ-periode loopt dit jaar af, wat betekent dat er opnieuw gestemd moet worden over de verlenging van de Bedrijfsinvesteringszone. Daar liggen aanknopingspunten om verduurzaming collectief te organiseren.

Duidelijkheid over de warmtetechniek en betaalbaar

Een bronnet (collectief) in combinatie met allelectric of individuele warmtepompen is onder huidige marktomstandigheden kansrijk door korte terugverdientijd.

AANDACHTSPUNTEN EN EIGENSCHAPPEN • Openbare data duidt erg hoog gasgebruik voor enkele van de bedrijfsgebouwen. Daar kunnen kansen liggen om restwarmte in te zetten voor het verwarmen van de gebouwen. Een onderzoek achter de voordeur kan dit verder uitwijzen. 4.2.2. Leerdam In Leerdam zijn er kansen voor collectiviteit. Het vastgoed van KleurrijkWonen is gunstig gelegen en er is een vrij hoge dichtheid aan warmtevraag. Dit verklaart, in combinatie met de isolatie van de woningen, dat collectieve warmte hier de laagst maatschappelijk kosten realiseert. Kleurrijk woningen wil de komende jaren woningen in Leerdam verder verduurzamen. KleurrijkWonen kan deze plannen mogelijk aan laten sluiten op collectieve warmte. Als bron voor een warmtenet ligt de restwarmte van de glasfabriek en Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) voor de hand door de geringe (300m.) afstand tot de glasfabriek en het water van de Linge. Uit gesprekken met de glasfabriek blijkt een behoorlijke hoeveelheid restwarmte beschikbaar (>1000 woningequivalenten die op een hoge temperatuur geleverd kan worden. Voor woningen die nog veel geïsoleerd moeten worden, is dit een kosteneffectieve oplossing. Nadere gesprekken met de mogelijke warmteleveranciers en een haalbaarheidsstudie is een eerste essentiële stap naar het concretiseren van deze kans. WAAROM DIT GEBIED? Selectiecriteria

Toelichting

Laagste maatschappelijke kosten Collectieve warmte brengt voor Leerdam-West de laagst maatschappelijk kosten. Ook is er een concrete startkans om collectieve warmte voor de buurt beschikbaar te maken. Niet voor al het vastgoed in de wijk ligt een warmtenet voor de hand. Daar zullen individuele oplossingen zoals warmtepompen en hernieuwbare gassen een oplossing mogelijk zijn. Energie in de wijk

Woningcorporatie KleurrijkWonen, in samenwerking met de glasfabriek, Waterschap Rivierenland en Stedin

Veel grote eigenaren

Een hoog aandeel corporatiebezit (van KleurrijkWonen)

Combineren werkzaamheden en projecten

KleurrijkWonen heeft bouwplannen in dit gebied. Er kan verkend worden of er mogelijke combinaties zijn. Voorkeur van KleurrijkWonen is om te starten vanaf 2026.

Duidelijkheid over de warmtetechniek en betaalbaar

Middentemperatuur warmtenet op basis van restwarmte uit de glasfabriek en/of Thermische Energie uit Oppervlaktewater (300m afstand van de Linge)

Route naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

23

AANDACHTSPUNTEN EN EIGENSCHAPPEN • Bouwperiode 1950 – 1975 met ongeveer 40% Meergezinswoningen en 60% eengezinswoningen • Er zijn ongeveer 720 woningequivalenten aan warmtevraag die compact zijn gelegen. Deze woningen zijn van woningcorporatie KleurrijkWonen. Een nader onderzoek begeleid door een projectgroep vanuit de gemeente (haalbaarheidsstudie) voor het vastgoed van KleurrijkWonen naar de geschiktheid van deze woningen voor collectieve warmte is een logische vervolgstap. • Hoe borg je dat er breder draagvlak is in de wijk, buiten de initiatiefnemers?

in de grond. Vervolgens wordt het water in de winter weer opgepompt. Een centrale waterpomp zorgt ervoor dat het water wordt opgewarmd tot 70 graden. Dit verwarmde water gaat vervolgens via een warmtenet naar de woningen. De bodem is uitermate geschikt voor warmte-koude-opslag (WKO) waarmee de thermische energie uit de Lek in de zomer kan worden opgeslagen. Daarmee kan deze energie in de winter worden benut voor het verwarmen van de woningen. Er is een aandachtsgebied aanwezig (Archeologie) die een beperkt deel van Everdingen beslaat. Het project wordt ondersteund door de Participatiecoalitie, die bewonersinitiatieven ondersteunt om stappen te zetten naar een aardgasvrije wijk of dorp.

4.2.3. Energie in de Wijk: Everdingen en Ameide Vijfheerenlanden kent een aantal actieve dorpsgemeenschappen. De energie en het enthousiasme wat in bepaalde wijken aanwezig is, kan een vliegwiel zijn voor de warmtetransitie in deze wijken. We zien vanuit die invalshoek met name kansen voor Everdingen en Ameide. Met een gebiedsgerichte aanpak willen we deze initiatieven naar behoefte ondersteunen. De lessen en ervaring die opgedaan worden in Everdingen in Ameide, kunnen vervolgens ingezet worden voor andere buurten of andere initiatieven. Een aandachtspunt hierbij is hoe we deze energie kunnen overbrengen naar andere dorpen en wijken.

Ook maakt woningcorporatie LEKSTEDEwonen werk van de opgave aardgasvrij. Zij heeft de aansluiting met het collectief gevonden. Als de plannen definitiever en de keuze voor een definitieve warmteoplossing is gemaakt, wil zij er ervoor zorgen dat de woningen daarvoor geschikt zijn.

Everdingen kent veel actieve inwoners. In 2013 is stichting Vitaal Dorp opgericht, deze heeft het doel om de vitaliteit van het dorp te vergroten de vitaliteit van haar inwoners te versterken 4 . Hierbij kijkt zij ook naar het benutten van kansen voor een beter milieu, heeft zij zich ingezet om deelauto’s in Everdingen op te zetten en is het project Energiedorp Everdingen gestart. Het doel hiervan is om Everdingen over te laten gaan op duurzame energie, zowel voor de verwarming van huizen (ongeveer 1.200 inwoners) als voor het elektriciteitsverbruik. Uit dit project is energiecoöperatie Huibertstroom ontstaan5 Energiecoöperatie Huiberstroom heeft vergevorderde plannen om het relatief warme rivierwater van de Lek daarvoor te gaan gebruiken. Een honderd procent duurzame oplossing, als de elektriciteit ook duurzaam wordt opgewekt. In het plan wordt Lekwater met een temperatuur van meer dan 20 graden opgeslagen 4 5

w ww.vitaal-dorp.nl w ww.vitaal-dorp.nl/energiedorp/#energie

24

Wonen in Vijfheerenlanden zonder aardgas | Transitievisie Warmte

WAAROM DIT GEBIED? Selectiecriteria

Toelichting

Laagste maatschappelijke kosten Door een collectieve aanpak wordt gewerkt aan het voorkomen van meerdere infrastructuren in de wijk. Energie in de wijk

Energiecoöperatie Huibertstroom en een deel van de dorpsgemeenschap is reeds verenigd en werkt samen aan een duurzame warmteoplossing. Het project wordt ondersteund door de Participatiecoalitie, die bewonersinitiatieven ondersteunt om stappen te zetten naar een aardgasvrije wijk of dorp.

Veel grote eigenaren

Er zijn circa 360 (circa 65 in Everdingen, 295 in Ameide) woningen van Woningcorporatie LEKSTEDEwonen (Everdingen) en Fien Wonen (Ameide) aanwezig die aan kunnen sluiten op de gekozen warmteoplossing en uitvoeringsplanning.

Combineren werkzaamheden en projecten

Gezamenlijk met de afdeling stadsbeheer en beheer openbare ruimte van de gemeente, de woningcorporatie en de netbeheerder worden de planningen afgestemd om koppelkansen te benutten en overlast te beperken.

Duidelijkheid over de warmtetechniek en betaalbaar

Thermische energie uit oppervlakte water is een warmtebron voor de woningen Everdingen. Er wordt op het moment van schrijven onderzoek gedaan naar de mogelijkheden.

Ook in Ameide en Tienhoven aan de Lek zijn kansen gezien om de gemeenschap te ondersteunen naar een aardgasvrij woning. Hier is een groep inwoners – onder de naam Ameide Duurzaam – die onderzoek doet naar mogelijkheden voor de verduurzaming van het dorp. Het doel is om op dorpsniveau te komen tot een lager energieverbruik, het opwekken van schone energie en minder afval. Zo zet zij zich o.a. in voor het isoleren van woningen, het stimuleren van zonnepanelen op daken om duurzame energie op te wekken en meer groen in het dorp te krijgen. Ook wil zij onderzoeken hoe ze een dorpsverwarmingssysteem kunnen realiseren met warmtewinning uit het rivierwater van de Lek6 . De gemeente Vijfheerenlanden en woningcorporatie Fien Wonen zien in Ameide kansen om in gesprek met de lokale woningeigenaren en het bedrijventerrein toe te werken naar concrete plannen, zodat er een vliegwiel ontstaat om samen aan de slag te gaan. Fien Wonen gaat in 2022 in Ameide een grote verduurzamingsopgave uitvoeren, waardoor er een concrete mogelijkheid ontstaat om uitgebreid in gesprek te gaan over de mogelijkheden voor een aanpak. Hier kan een slimme combinatie gevonden worden met de bestaande energie in de wijk, waardoor Ameide een logische plek is om te verkennen welke mogelijkheden er zijn.

Fien Wonen is voornemens om samen met de gemeente voor de komende paar jaar deze initiatieven, waar mogelijk en zinvol te ondersteunen. Het doel is om eind 2023 samen met die coalities een beeld te schetsen van hoe de warmtetransitie eruit kan komen zien.

Figuur 6: De grote verscheidenheid in warmtevraag kenmerkt Everdingen, aquathermie lijkt vanuit de data een goede keuze.

6

Plannen voor een Groen Ameide, 2020

AANDACHTSPUNTEN EN EIGENSCHAPPEN • Everdingen: ongeveer +/- 500 woningequivalenten aan warmtevraag en voldoende van schaal om thermische energie uit oppervlakte te realiseren. Dit vraagt echter dat veel inwoners mee doen met het initiatief. • Ameide: Schoolgebouw De Kandelaar is gesloopt en op deze plek worden naar verwachting begin 2022 maximaal 22 nieuwe woningen gebouwd. • Boringsvrije zone bij Ameide. • Het vastgoed is zeer gevarieerd qua isolatieopgave. • Hoe borg je dat er breder draagvlak is in de wijk, buiten de initiatiefnemers? • Bedrijventerrein: aan de Zodeslagen is beperkt in het benutten van de bodem voor een efficiënte bron van warmte. Door inzet op samenwerking met andere vastgoedeigenaren buiten het beschermingsgebied kan de bodem worden benut.

Route naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

25

• Het natuurgebied Everdinger Waarden in Everdingen omzeilen om warmte uit de Lek te halen.

4.2.4. Wijkgerichte campagnes besparen en op termijn aardgasvrij Isoleren is onlosmakelijk verbonden met de warmtetransitie. Middels gebiedsgerichte aanpakken wordt in de hele gemeente de warmtevraag terug gebracht naar een niveau waarmee de woningen met een all-electric warmteoplossing verwarmd kunnen worden. Door te starten met woningen met maatregelen die direct bijdragen aan een op termijn aardgasvrije woning, werken we aan een opschaalbare aanpak voor al het vastgoed binnen de gemeente Vijfheerenlanden. We spelen daarbij in op natuurlijke momenten zoals verhuizingen, cv-ketel vervanging en geplande verbouwingen om zo de kosten voor isoleren zo laag mogelijk te houden. De aanpak is gebiedsbericht en zal over een langere periode plaats vinden om aan te sluiten op deze natuurlijke momenten. ENERGIELOKET VIJFHEERENLANDEN De gemeente Vijfheerenlanden ondersteunt haar inwoners al om hun woningen energiezuiniger te maken en gebruikt hiervoor een gebiedsgerichte aanpak. De gemeente heeft een Energieloket ingericht. Het Energieloket geeft voorlichting aan inwoners over het verduurzamen van hun woning. Inwoners kunnen via e-mail of per telefoon vragen beantwoorden. Ook organiseert het Energieloket voorlichtingsavonden over thema’s als woningisolatie en zonnepanelen.

Om inwoners te ontzorgen en goede kwaliteit te waarborgen organiseert het Energieloket collectieve inkoopacties voor isolatiemaatregelen en zonnepanelen. Deze collectieve inkoopacties worden per wijk of kern georganiseerd. Ook werkt de gemeente met wooncoaches die inwoners voorlichten over de mogelijkheden voor energiebesparing in hun woning. Er zijn wijkaanpakken uitgerold waarbij gekeken is naar renovatie tot aardgasvrij. De gemeente wil via het Energieloket werken met de TVW Tool. Via deze tool kunnen inwoners zien wat er in hun wijk gaat gebeuren en worden voorbeeld­ woningen beschreven die stappen hebben gezet richting aardgasvrij. Via de Tool op de website www.regionaalenergieloket.nl/vijfheerenlanden kunnen inwoners ook zien wat de technische en financiële consequenties zijn van de warmtetransitie.

Figuur 7: Kansen voor Ameide, isoleren. Het bedrijventerrein is beperkt in het benutten van de bodem.

26

Wonen in Vijfheerenlanden zonder aardgas | Transitievisie Warmte

VERDUURZAMING DOOR WONINGCORPORATIES De woningcorporaties in de gemeente zijn ook al bezig met het verduurzamen van hun woningen. De komende jaren worden diverse woningen gerenoveerd of vervangen door bijna energie neutrale woningen. Bij renovatie werken de woningcorporaties aan de hand van een gebiedsgerichte aanpak.

WAT DOEN DE WONINGCORPORATIES ZELF AL?

WAAROM DEZE STARTKANS?

Woningcorporaties hebben een uitgebreid verduurzamingsprogramma opgenomen in hun meerjaren programma voor beheer, onderhoud en investeringen in de woningvoorraad. Een groot deel van de corporatiewoningen zijn al volledig geïsoleerd of wordt dit de komende jaren. Bij renovaties van woningen worden deze op zijn minst energie-transitie ‘ready’ gemaakt in de komende jaren. Woningen waarbij verduurzaming niet makkelijker te realiseren is of alleen tegen bijzonder hoge kosten, worden onderzocht om te zien welke mogelijkheden er wel zijn. Sommige woningen zullen om deze reden ook worden vervangen door energieneutrale nieuwbouw. Sectorbreed zijn corporaties aan de slag om te kijken welke maatregelen nog nodig zijn of uitgevoerd kunnen worden om alle woningen ‘transitie-ready’ te maken. Waar mogelijk werken corporaties aan initiatieven en experimenten om woningen ‘van het gas te halen’. Iedere corporatie heeft een zonnepanelenprogramma waarmee zij, bij zo veel mogelijk, woningen zonnepanelen aanbrengen of al aangebracht hebben. Daarnaast is beleid geformuleerd of zal dit geformuleerd gaan worden voor klimaatadaptief bouwen en onderhouden en de mogelijkheden voor het opslaan van CO2 in de bestaande voorraad middels bio-based bouwen.

Selectiecriteria

Het opstellen en uitvoeren van al deze plannen gaat in overleg met huurdersorganisaties, bewonerscommissies en de individuele huurders waar de aanpak wordt uitgevoerd. Via de woningcorporaties zijn huurders daarmee actief betrokken in de gehele verduurzaming en energietransitie.

Toelichting

Laagste maatschappelijke kosten De aanpak sluit aan op maatregelen die de overgang naar de aardgasvrij optie met de laags maatschappelijk kosten mogelijk maakt Energie in de wijk

Energiecollectieven en -coöperaties worden hier gevonden en gevormd, en fungeren als aanjager. Het initiatief van de inwoners van Everdingen is hier een goed voorbeeld van.

Veel grote eigenaren

Met de woningcorporaties wordt samengewerkt aan een collectieve aanpak om de energie in de wijk te ondersteunen.

Combineren werkzaamheden en projecten

De aanpak is gericht op het benutten van natuurlijke momenten. Deze campagne zal haar eigen dynamiek en tempo hebben, aangepast op de lokale behoefte van de woningeigenaren.

Duidelijkheid over de warmtetechniek en betaalbaar

All-electric en individueel is in deze gebieden volgens de modellen de meest voor de hand liggende keuze.

AANDACHTSPUNTEN EN EIGENSCHAPPEN • Het ligt voor de hand om te starten met de woningen met een grote isolatieopgave. Deze woningen kunnen met maatregelen worden voorzien die op termijn de overstap op een aardgasvrije oplossing mogelijk maken. • Er is sprake van een beschermd stadsgezicht in het centrum Vianen en ten westen van Leerdam. Vanuit Rijkdienst voor Cultureel Erfgoed zijn er leidraden en subsidies beschikbaar die beperkingen door de beschermde status kunnen verlichten. Energiecoöperaties en andere initiatieven vanuit de samenleving en de gemeente geven een impuls geven aan deze aanpak, bijvoorbeeld via het platform Het Nieuwe Wonen en energie coöperatie Huibertstroom.

Route naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

27

5 Handreiking tot uitvoering van de warmtetransitie In dit hoofdstuk worden kansrijke gebieden om te starten benoemd en beschrijven we de eerste acties om in die gebieden stappen te zetten. Ook gaan we verder in op de route richting uitvoering en de zaken waar de gemeente rekening mee moet houden om de komende jaren samen met de partners verder te werken aan de overstap naar een aardgasvrij Vijfheerenlanden. 5.1. Samenwerken in de warmtetransitie De warmtetransitie is ingewikkeld en wordt niet van de ene op de andere dag uitgevoerd. In de voorgaande hoofdstukken hebben we gezien dat het om veranderingen aan gebouwen en infrastructuur gaat, dat er energiebronnen nodig zijn en dat er grote investeringen bij komen kijken. Deze transitie vraagt om nieuwe vormen van samenwerken met gebouweigenaren, met inwoners en met het bedrijfsleven. Ook vraagt het om veranderingen binnen de gemeentelijke organisatie. Samenwerken in de warmtetransitie betekent meer dan het naast elkaar uitvoeren van de projecten van de individuele belanghebbenden. Enerzijds dient er gebiedsgerichte coördinatie te zijn op de (samenhang tussen) de specifieke projecten en opgaven. Projecten kunnen elkaar versterken, als voorbeelden dienen of verbonden worden aan koppelkansen. Om deze mogelijkheden in kaart te brengen, moet er een coördinatie komen die vanuit de hele gemeente kijkt naar de opgave.

Anderzijds liggen er stevige uitdagingen op samenwerking, strategie, communicatie, participatie en financiering. Dit vraagt een gestructureerde aanpak en sturing. De warmtetransitie is bovendien geen op zichzelf staande opgave. Het is belangrijk dat ambities en plannen worden afgestemd en waar mogelijk gecombineerd worden met de ambities en plannen op andere thema’s. Het gaat dan om thema’s als

28

verbetering van de inrichting van de openbare ruimte, het verhogen van de leefbaarheid en het versterken van de sociale cohesie. Een wijkgerichte aanpak biedt kansen om de transitie te combineren met andere opgaven, zoals klimaatadaptatie, verdichting, vergroening en de opgaven vanuit mobiliteit. Maar denk ook aan het tijdig afstemmen van de planningen van Stedin, de woningcorporaties en de gemeente. De gemeente is regisseur van de warmtetransitie. Dat betekent dat de gemeente het verdere proces van de warmtetransitie blijft leiden en de belangrijke samenwerking met de verschillende belanghebbenden voortzet en uitbreidt door een organisatiestructuur in te richten met bijbehorende uitvoeringsorganisatie, om de ambities in de visie te kunnen realiseren. De gemeente zet zich daarin vooral als ‘trekker’ van het gesprek in en heeft een belangrijke uitvoerende rol met het grote bezit in de gemeente. We zien daarbij partijen als de woningcorporaties en de netbeheerder als voorwaardelijke partners om gezamenlijk en met gedeelde verantwoordelijkheid de warmtetransitie verder te brengen. Om dat te bereiken, is de eerste en essentiële stap het verder opbouwen van de samenwerking met deze partners, met onder andere als doel om een gedeeld beeld te krijgen over de meest geschikte manier van samenwerken en de best bijpassende organisatiestructuur. Vandaar dat er het voornemen is

Wonen in Vijfheerenlanden zonder aardgas | Transitievisie Warmte

om een structureel bestuurlijk overleg op te starten, met daarin in ieder geval de woningcorporaties en de gemeente. Randvoorwaarde hiervoor is dat er voldoende gemeentelijke capaciteit beschikbaar komt om de regierol daadwerkelijk te kunnen invullen. In dit bestuurlijk overleg wordt samen met de projectgroep uitgewerkt wat de rollen inhouden, wie welke bevoegdheid heeft en hoe besluitvorming plaatsvindt. Naast partijen zoals de gemeente, woningcorporaties, energiecoöperaties en de netbeheerder moeten inwoners en ondernemers ook goed betrokken worden bij de warmtetransitie. De inwoners en ondernemers uit Vijfheerenlanden zijn betrokken bij het schrijven van de TVW via een digitale enquête en een digitale inwonersavond. In paragraaf 5.2.1 is toegelicht hoe zij betrokken zullen worden. Het doel is uiteindelijk om stappen te maken in de warmtetransitie. Deze stappen moeten in de vorm van een nieuw gemeentelijk programma gericht zijn op het daadkrachtig werken aan de eerste projecten in de wijken en hier leerervaringen uit te halen voor vervolgproces. Omdat nog veel onzeker is in de warmtetransitie vraagt de uitvoering van een programma continue aandacht, regie, monitoring en bijsturing. Gelet op de grote opgave zal het programma ook een aanzienlijke investering vergen in capaciteit vanuit zowel de gemeentelijke organisatie als haar partners.

Structureel werken aan aardgasvrij Vijfheerenlanden

Er zijn een aantal belangrijke onderdelen die de komende periode verder zullen moeten worden uitgewerkt: • Het vormgeven van de organisatiestructuur die nodig is om de overstap naar wonen zonder aardgas mogelijk te maken zoals in figuur 8. • Het formuleren van de (tussentijdse) doelen en acties die nodig zijn om te starten in de eerste wijken • Het opstellen van een communicatie- en participatiestrategie om bewoners zo goed mogelijk te kunnen informeren. En indien van toepassing mee te laten denken in de benodigde stappen. ORGANISATIESTRUCTUUR De laatste twee onderdelen moeten worden uitgevoerd door verschillende medewerkers van de gemeente en andere stakeholders. In figuur 8 doen we een voorstel voor een organisatiestructuur. Samenwerken in de warmtetransitie betekent meer dan het naast elkaar uitvoeren van de projecten door de individuele stakeholders. Enerzijds dient er gebiedsgerichte coördinatie te zijn op de (samenhang tussen) de specifieke projecten en opgaven. Anderzijds liggen er stevige uitdagingen op samenwerking, strategie, communicatie, participatie en financiering. Dit vraagt een gestructureerde aanpak en sturing. De warmtetransitie is bovendien geen op zichzelf staande opgave. Het is belangrijk dat ambities en plannen worden afgestemd met de ambities en plannen op andere thema’s die spelen in de gemeente.

Het gaat dan om thema’s zoals verbetering van de inrichting openbare ruimte, klimaatadaptatie, circulariteit, het verhogen van de leefbaarheid en het versterken van de sociale cohesie.

Figuur 8: Voorstel organogram

5.1.1. Belangrijke aandachtspunten COMMUNICATIE De warmtetransitie is voor veel inwoners en ondernemers een lastig onderwerp. Daarom is het belangrijk dat de hele gemeente op hetzelfde kennisniveau zit. Daarna pas kunnen wensen en eisen opgehaald worden bij de inwoners en ondernemers. Dit doet de gemeente door onder andere het afnemen van interviews en enquêtes op verschillende momenten, of via andere manieren waarop bewoners kunnen worden bereikt. In de projectgroepen van de Transitievisie Warmte is meerdere keren besproken dat communicatie over de warmtetransitie en het betrekken van inwoners essentieel is. We willen inwoners meenemen in het verhaal en de noodzaak van de warmtetransitie.

De gemeente en woningcorporaties doen hier al veel aan. De gemeente heeft de website Natuurlijk Vijfheerenlanden en informatievoorziening via het Regionaal Energieloket. Het Regionaal Energieloket heeft een advieslijn, een website en organiseert informatieavonden. Ook kunnen inwoners een adviesgesprek met een wooncoach aanvragen via Het Nieuwe Wonen en organiseert Het Nieuwe Wonen een informatiemarkt en informatiebijeenkomsten. Per project, maar ook gemeentebreed wordt er een communicatie- en participatieplan opgesteld. Hierin staat onder andere hoe inwoners en andere partijen geïnformeerd worden en hoe en wanneer zij worden betrokken.

Route naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

29

Communiceren en het delen van informatie over de warmtetransitie, het belang daarvan en welke keuzes en gevolgen daar bij komen kijken is belangrijk. We nemen inwoners en bedrijven hierin mee en zorgen dat zij kennis maken met de opgave. We informeren woningeigenaren, huurders en bedrijven om toekomst­bestendige keuzes te maken. Het is daarom belangrijk dat we doorgaan met communiceren over de isolatiemaatregelen, verschillende opties en technieken. We laten inwoners zien wat er al gebeurt of wat er in de toekomst gaat gebeuren. Daarnaast ontstaan er logischerwijs vragen over de kosten, vandaar dat we communiceren over mogelijke financiële middelen. PARTICIPATIE Om Vijfheerenlanden aardgasvrij te maken, is het essentieel dat de inwoners van de gemeente zelf ook in beweging komen. Er is inzet van alle betrokken partijen, zoals inwoners, energiecoöperaties, woning­ corporaties, Stedin, het Regionaal Energieloket, de wooncoaches en de gemeente zelf nodig om de warmtetransitie te laten slagen. Zoals hierboven beschreven is heldere communicatie hierover onmisbaar. Maar daarnaast is het bijvoorbeeld ook belangrijk om handelingsperspectief te creëren, zodat betrokkenen weten welke maatregelen zij kunnen nemen of bij wie zij bijvoorbeeld terecht kunnen met vragen en zorgen. Inwoners, de woningcorporaties en de gemeente zijn al bezig met het nemen van bijvoorbeeld isolatiemaatregelen.

Maar hoe geven we dit gezamenlijk richting 2050 verder vorm? Een vraagstuk hierbij blijft hoe we alle inwoners van Vijfheerenlanden kunnen aanhaken. Initiatieven zoals in Everdingen en Ameide zijn hier al een inspiratie

30

voor, maar hoe kunnen we deze energie kopiëren naar andere wijken? Daarnaast is er uiteraard ook ruimte voor andere participatievormen. Denk aan het uitwisselen van lessen over isolatiemaatregelen tussen de woningcorporaties en andere gebouweigenaren. We willen de motor voor de warmtetransitie gemeentebreed aanslingeren. De gemeente heeft als regisseur van de warmte­ transitie hierbij een belangrijke rol. De gemeente moet huidige lokale initiatieven en nieuwe initiatieven stimuleren en faciliteren zodat de inwoners aan de slag gaan en blijven. Deze lokale initiatieven zijn uiteindelijk de motor in de gemeente als het gaat om de warmtetransitie. In Everdingen en Ameide lopen al initiatieven en daar ligt dus een mooie kans voor de gemeente om dit verder te stimuleren. Deze initiatieven kunnen dan uitbreiden en een voorbeeld zijn voor andere kernen. KOSTEN: Veel mensen maken zich zorgen over de kosten. De gemeente zal daarom duidelijkheid scheppen over: • de kosten; • de financiering; • de urgentie van de transitie naar aardgasvrij wonen; Daarbij moet duidelijkheid komen over de kosten en baten. Het aanbod om over te stappen naar wonen zonder aardgas moet acceptabel zijn. Ook voor mensen met een kleinere portemonnee.

Beschikbaarheid van mensen: Om de warmtetransitie mogelijk te maken en de gemeentelijke regierol in te vullen is er voldoende technische kennis en technisch personeel voor de

Wonen in Vijfheerenlanden zonder aardgas | Transitievisie Warmte

uitvoering nodig. Op basis van het voorstel voor de organisatiestructuur in figuur 8 is minimaal 3 extra FTE nodig in de gemeentelijke organisatie. Met deze Transitievisie warmte vragen we de gemeenteraad om middelen voor het vervolg beschikbaar te stellen. Deze middelen, zoals capaciteit, zijn nodig om de warmtetransitie verder te brengen en waar mogelijk toe te werken naar wijkuitvoeringsplannen. Daarnaast zullen de betrokken partijen ook voldoende capaciteit beschikbaar moeten stellen voor de projecten.De VNG en de Raad Openbaar Bestuur heeft in kaart gebracht welke afspraken uit het Nederlandse Klimaatakkoord resulteren in extra taken voor de gemeente welke financiële consequentie dat heeft7. FINANCIERINGSMOGELIJKHEDEN: Duidelijk communiceren over isolatiemogelijkheden en financieringsmogelijkheden die hiervoor beschikbaar zijn via kanalen zoals de website Natuurlijk Vijfheerenlanden en het Energieloket van de gemeente. Zo biedt bijvoorbeeld het Nationaal Warmtefonds financieringsmogelijkheden voor de verduurzaming van huizen en gebouwen tegen aantrekkelijke voorwaarden voor particuliere woningeigenaren, VvE’s en scholen. Bijlage 3 gaat verder in op de verschillende mogelijkheden. 5.1.2. Evaluatie: Na 5 jaar worden de wijkprioritering en de belangrijkste uitgangspunten uit deze Transitievisie Warmte geëvalueerd.

Daarbij wordt gekeken hoeveel CO2-reductie de stappen hebben opgeleverd. Werk maken van de startkansen. 7

Website Raad voor het Openbaar Bestuur, “Van Parijs naar praktijk: 1,8 miljard euro nodig voor lokale uitvoering Klimaatakkoord”. 25 januari 2021.

Er is nog geen “standaardrecept” voor de wijkaanpak. Op meerdere plekken in het land worden momenteel pilots uitgevoerd in het kader van het nationaal programma ‘Proeftuinen Aardgasvrije Wijken’. De

lessen uit deze pilots worden beschikbaar gesteld aan alle gemeentes. Wel zijn er bepaalde stappen en bepaalde onderdelen van de wijkgerichte aanpak die al wel duidelijk zijn.

STAP 1: START Het vastleggen van procesmatige keuzes voor het werken aan de wijkaanpak. Deze kunnen per wijk verschillen. Deze afspraken leggen we bij voorkeur

Route naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

31

vast in een gezamenlijke intentieovereenkomst. Hierbij staan de volgende vragen centraal: Welke partijen gaan in de wijken aan de slag? Hoe communiceren we met inwoners en hoe kunnen inwoners kunnen participeren bij de vervolgstappen? Welke vervolgonderzoeken zijn nodig en wat is de reikwijdte van deze onderzoeken? Denk bijvoorbeeld aan technisch en financieel haalbaarheidsonderzoek. Welke koppelkansen zijn er om met de aanpak bij aan te sluiten? Uitgangspunt van de Transitievisie Warmte is namelijk zoveel mogelijk afstemming met andere werkzaamheden in de wijk. Dit loopt uiteen van regulier onderhoud aan de wegen, riool, aanleg van glasvezel en andere infrastructuur van de gemeente en andere partijen. Niet alleen binnen een buurt moeten partners investeringen en planningen afstemmen, ook tussen buurten is dit essentieel om tot goede buurtuitvoeringsplannen en uitvoering te komen. STAP 2: WIJKUITVOERINGSPLAN Inhoudelijke keuzes over de wijkaanpak leggen we vast in een Wijkuitvoeringsplan (WUP). Hierin maken we bijvoorbeeld de definitieve technische keuzes (op buurt- en gebouwniveau) en werken we de business case verder uit. Als blijkt dat we voor een buurt aanvullende middelen nodig hebben, vragen we subsidies of een proeftuin-bijdrage aan. We werken in deze stap toe naar een concreet aanbod voor inwoners en pandeigenaren.

STAP 3: AANBOD EN ONTWERP We doen een concreet voorstel aan inwoners en pandeigenaren om van het aardgas af te gaan. Dit houdt in dat we duidelijk zijn over de kosten, maar ook over de taken en verantwoordelijkheden die iedereen

32

heeft voor de aardgasvrijtransitie in deze buurt. Aan het einde van deze stap zijn de afspraken definitief vastgelegd. STAP 4: UITVOERING Als alle afspraken op papier staan, kunnen we daadwerkelijk aan de slag. Voor all-electric kan dit betekenen dat de hele buurt in korte tijd van het aardgas af gaat. Het is ook mogelijk dat we op een gefaseerde aanpak uitkomen. Inwoners en woningeigenaren kunnen dan op natuurlijke momenten, waarop het henzelf het beste uitkomt, overstappen. Voor warmtenetten betekent dit dat het net wordt aangelegd en de woningen en panden worden aangesloten. STAP 5: MONITORING EN NAZORG We staan nog maar aan het begin van de aardgasvrijtransitie. Dat betekent dat niet alles meteen vlekkeloos zal verlopen. Daarom is het belangrijk dat we ook nadat de wijk van het aardgas af is goed in de gaten houden hoe het gaat. Zo kunnen we indien nodig bijsturen en leren we voor de volgende wijken. De TVW wordt om de 4 jaar herijkt. Dat betekent dat om de 4 jaar gekeken wordt naar nieuwe technieken en processen die ingezet kunnen worden om de warmtetransitie in Vijfheerenlanden te versnellen. Het landelijke advies is om de TVW minimaal om de 5 jaar te herijken. In Vijfheerenlanden kiezen we voor om de 4 jaar, zodat we kunnen aansluiten op het college

5.2. Flexibiliteit van de Transitievisie Warmte De Transitievisie Warmte wordt vastgesteld door de gemeenteraad en is zodoende beleid van de gemeente. Er wordt een duidelijke voorkeur uitgesproken voor de

Wonen in Vijfheerenlanden zonder aardgas | Transitievisie Warmte

fasering van buurten en de oplossing per buurt. Zo lijkt het dat de gemeente een statisch eindbeeld vaststelt waarin geen ruime is voor flexibiliteit. Dit kan een spanningsveld creëren met bewonersinitiatieven die een andere oplossing ambiëren dan uit de Transitie­ visie Warmte, of met innovatieve technieken die in de Transitievisie nog niet in beeld waren. Het is belangrijk te benadrukken dat de Transitievisie meer flexibiliteit biedt dan op het eerste oog lijkt: • De definitieve keuze voor een oplossing per buurt volgt pas in het Uitvoeringsplan, waar de gemeenteraad ook over besluit. In het Uitvoeringsplan zijn zowel de warmteoptie als de fasering in groter detail uitgewerkt. • De Transitievisie Warmte wordt in principe iedere vijf jaar herijkt. Dat betekent dat de nieuwste technische en financiële inzichten kunnen worden verwerkt, en dat zowel fasering als warmteopties kunnen worden aangepast aan de laatste stand van zaken. • De Transitievisie Warmte zelf onderkent dat lokale omstandigheden altijd kunnen leiden tot andere afwegingen, en neemt daarom de opt-out in acht. Dit biedt bijvoorbeeld ook ruime aan particuliere initiatieven die een andere oplossing ambiëren dan de Transitievisie.

BIJLAGE

A Isolatieniveaus We onderscheiden twee niveaus van isolatie in het model: het minimumniveau en het basisniveau.

1.1

Minimum isolatieniveau

Om de transitie mogelijk te maken, is het wenselijk dat alle woningen zo snel mogelijk het minimumniveau aan isolatie hebben bereikt. Op dit niveau kunnen woningen comfortabel verwarmd worden met een maximumtemperatuur van 70°C in plaats van de 80°C tot 90°C die nodig is voor het verwarmen van slecht geïsoleerde woningen. De woningen zijn dan dus 70°C-ready (klaar voor een afgiftesysteem met 70°C in de woning). Tabel 4 geeft ter indicatie per bouwjaar de isolatiemaatregelen die genomen moeten worden voor het minimumniveau. Bij alle maatregelen geldt dat maximaal mogelijk geïsoleerd moet worden zonder dat onderdelen van de woning geheel vervangen hoeven te worden. De daadwerkelijke isolatiewaarde die behaald kan worden is dus sterk situatieafhankelijk, omdat alle woningen anders zijn. Iedere woningbezitter kan testen of hij op dit niveau zit door de bestaande gasketel op een maximumtemperatuur van 70°C in te (laten) stellen zonder (veel) in te hoeven leveren op gebied van comfort en warmte. In een aantal gevallen zullen er radiatoren vervangen of bijgeplaatst moeten worden. Wooncoaches kunnen inwoners hierbij helpen. Afgerond op honderdtallen Woningen 1920 Woningen 1920-1950 Woningen 1950-1975 Woningen 1975-1990 Woningen 1990-2005 Woningen 2005

1800 1900 7900 5200 2900 3800

Totaal

23500

Alle woningen gebouwd na 1990 en een deel gebouwd tussen 1975 en 1990 zitten al vanaf het bouwjaar op dit minimumniveau. Alle woningen die daarvoor zijn gebouwd, kunnen door het nemen van deze maatregelen naar een gemiddelde

warmtevraag voor ruimteverwarming lager dan 80 kWh/m2. De woningen van <1920 vragen de meeste aandacht bij het treffen van maatregelen door eventuele beschermde status (monument en/of beschermd stadgezicht) en de bouwwijze van deze periode (bijvoorbeeld zonder spouw). Minimum isolatieniveau

Vloer

Eengezinswoningen < 1920 Kruipruimte isoleren ≥ 1920 - 1950 indien aanwezig ≥ 1950 - 1975 ≥ 1975 - 1990 Voldoet ≥ 1990 - 2005 ≥ 2005 Meergezinswoningen < 1920 Kruipruimte isoleren ≥ 1920 - 1950 indien aanwezig ≥ 1950 - 1975

Gevel

Kozijnen en glas

Geen spouw Minimaal HR glas Spouw Minimaal Isoleren dubbel glas Voldoet

Dak

Dak isoleren Voldoet

Voldoet

Geen spouw Minimaal HR glas Spouw Minimaal Isoleren dubbel glas

Dak isoleren

Voldoet

Voldoet

≥ 1975 - 1990 Voldoet

Voldoet

≥ 1990 - 2005 ≥ 2005 Tabel 4: Indicatie minimumniveau maatregelen per bouwjaar en woningtype

1.2 Basisisolatieniveau Als woningen het basisniveau bereikt hebben, zijn ze zowel geschikt om comfortabel te verwarmen met een maximumtemperatuur van 70°C, als met beperkte aanpassingen ook lager tot zelfs 40°C. Om verwarming met deze lagere temperatuur mogelijk te maken, moeten wel in de meeste gevallen de radiatoren vervangen worden door grotere laagtemperatuurradiatoren of vloerverwarming.

Route naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

33

Het is wenselijk dat een groot deel van de woningen in Nederland aan het einde van de warmtetransitie op dit niveau zit. Hierdoor zijn ze namelijk geschikt voor bijna alle alternatieve duurzame verwarmingstechnieken. Door isolatie naar basisisolatieniveau wordt de warmtevraag nog verder verlaagd en kunnen installaties (warmtepompen en warmtenetten) efficiënter functioneren. Tabel 5 geeft ter indicatie de maatregelen die horen bij het basisisolatieniveau. Bij alle isolatiemaatregelen geldt dat het advies is om maximaal te isoleren tot het niveau dat technisch mogelijk is, zonder dat onderdelen van de woning geheel vervangen hoeven te worden. Basis isolatieniveau

Vloer

Alle woningtypes < 1920 Kruipruimte isoleren ≥ 1920 - 1950 indien aanwezig ≥ 1950 - 1975 ≥ 1975 - 1990 ≥ 1990 - 2005 Voldoet ≥ 2005

Gevel

Kozijnen en glas

Dak

Isolatie binnenzijde Spouw (na)isoleren

Minimaal HR glas

Dak (na)isoleren

Voldoet

Voldoet

Voldoet

Tabel 5: Indicatie basisniveau maatregelen per bouwjaar

34

Wonen in Vijfheerenlanden zonder aardgas | Transitievisie Warmte

BIJLAGE

B Resultaten inwoner enquête De aardgasvrijtransitie vindt grotendeels plaats ‘achter de voordeur’ bij inwoners en ondernemers. Tijdens het opstellen van de Transitievisie Warmte heeft de gemeente daarom de inwoners via een panel om meningen en gedachten gevraagd over de warmtetransitie. Deze resultaten van het panel zijn verwerkt in de visie, tijdens onder andere het formuleren van de uitgangspunten en bepalen van de transitiepaden. Het gemeentelijke panel is door 719 inwoners ingevuld. Door een analyse is gekeken of de deelnemers aan de enquête een afspiegeling van de gemeente vormt (voor de kenmerken: leeftijd, geslacht en plaats). Na deze analyse heeft een herweging plaatsgevonden. Dit houdt in dat de antwoorden van de ondervertegenwoordigde groepen ‘zwaarder’ meetellen. De resultaten van het onderzoek zijn op deze manier representatief voor de gemeente als geheel.

VRAAG 2 – BENT U ONDERNEMER MET EEN PRAKTIJK AAN HUIS, EEN KLEINE WINKEL OF HORECAGELEGENHEID IN VIJFHEERENLANDEN?

VRAAG 3 – WAT IS HET BOUWJAAR VAN UW WONING?

Het volledige rapport van de inwonerspanel resultaten zijn op te vragen bij de gemeente.

2.1 Resultaten enquête We stelden als eerste een aantal achtergronden vragen. VRAAG 1 – IN WAT VOOR SOORT WONING WOONT U? VRAAG 4 – BENT U AL OP DE HOOGTE VAN DE OVERSTAP NAAR AARDGASVRIJ WONEN? Ruim een kwart (29%) van de inwoners geeft aan al vrij veel over de overstap naar aardgasvrij te weten. Ruim de helft (58%) heeft er wel over gehoord, maar heeft zich er nog niet in verdiept. Ruim een tiende (13%) weet er (vrijwel) niets van.

Route naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

35

VRAAG 5 – MET AARDGAS KUNT U KOKEN EN WORDT HET HUIS EN HET WATER VERWARMD. WAT DOET U OM MINDER AARDGAS TE GEBRUIKEN? Een ruimte meerderheid van de inwoners (86%) neemt maatregelen om minder aardgas te verbruiken. De meest genomen maatregel is korter douchen of een waterbesparende douchekop gebruiken (43%).

Bij de optie ‘Op een andere manier, namelijk’ kwamen meerdere verschillende reacties. Van vegetarisch eten en elektriciteit en gas verbruiken in de daluren tot aan isoleren. Tien inwoners geven aan al aardgasvrij te wonen. De meest genoemde maatregelen zijn een zonnepanelen/boilers (32 keer) en houtkachels (17 keer). Significante verschillen: •  Woningeigenaren die niet zijn aangesloten bij een VVE hebben vaker hun woning extra geïsoleerd (48%) dan inwoners die een woning huren (18%). Ook hebben deze woningeigenaren vaker dubbel/triple glas dan huurders (39% vs. 15%). •  Huurders zetten vaker hun verwarming lager dan woningeigenaren die niet zijn aangesloten bij een VVE (52% vs. 40%).

36

Wonen in Vijfheerenlanden zonder aardgas | Transitievisie Warmte

VRAAG 6 – WAAROVER MAAKT U ZICH HET MEEST ZORGEN BIJ DE OVERSTAP NAAR AARDGASVRIJ WONEN? MAXIMAAL 3 ANTWOORDEN We hebben inwoners gevraagd over welke drie aspecten ze zich bij de overstap naar aardgasvrij wonen het meeste zorgen maken. De kosten worden met 65% het meeste genoemd. Ruim een tiende (11%) maakt zich geen zorgen over de overstap.

Bij de optie ‘Anders, namelijk’ kwamen veel verschillende reacties. De meeste reacties geven een toelichting over de zorg om de kosten en dat sommige andere warmteoplossingen niet duurzamer zijn. Ook noemen een aantal dat ze het zonde vinden van het bestaande (aardgas) netwerk en dat het mooi zou zijn als we die hergebruiken. Dan zijn er nog een paar reacties over dat de inwoners al aardgasvrij zijn of te oud zijn om de transitie mee te maken. Significante verschillen: •  Woningeigenaren die niet zijn aangesloten bij een VVE (68%) en woningeigenaren die wel zijn aangesloten bij een VVE (83%) maken zich vaker zorgen over de kosten dan inwoners die huren (47%). Ook maken woningeigenaren zich vaker zorgen over gedoe (wel VVE: 38%; geen VVE: 42% vs. 25% van de huurders). •  Huurders geven vaker aan dat ze zich zorgen maken om de keuzevrijheid (35%). Bij woningeigenaren is dit lager (wel VVE: 21%; geen VVE: 13%). •  Inwoners in een woning van 2006 of later maken zich vaker geen zorgen (23%).

VRAAG 7 – WAT VINDT U HET BELANGRIJKST AAN DE AARDGASVRIJE OPLOSSING VOOR UW WONING? MAXIMAAL 3 ANTWOORDEN De kosten zijn ook het belangrijkste als het gaat om de aardgasvrije oplossing van de woning (genoemd door 77%). Ook een comfortabele temperatuur (40%) en een duurzame oplossing (39%) worden relatief vaak genoemd.

Bij de optie ‘Anders, namelijk’ kwamen veel verschillende reacties. De meeste reacties geven een toelichting op onder andere de keuzevrijheid, kosten en duurzame oplossingen. Een aantal geven aan dat zij een woning huren, dus de warmtetransitie is niet hun verantwoordelijkheid. Acht inwoners geven aan niet van het aardgas af te willen. Significante verschillen: •  Woningeigenaren die niet zijn aangesloten bij een VVE (80%) en woningeigenaren die wel zijn aangesloten bij een VVE (77%) maken zich vaker zorgen over de betaalbaarheid van de oplossing dan inwoners die huren (64%). •  Woningeigenaren die niet zijn aangesloten bij een VVE (41%) en woningeigenaren die wel zijn aangesloten bij een VVE (35%) vinden een keuze in het alternatief voor aardgas vaker belangrijk dan huurders (15%). •  Inwoners van een woning van voor 1945 vinden de duurzaamheid van de oplossing vaker belangrijk (53%).

VRAAG 8 – IN WELKE BUURTEN ZOU U BEGINNEN MET DE OVERGANG NAAR AARDGASVRIJ? We hebben ook gevraagd naar de buurten waar de overgang naar aardgasvrij zou moeten starten. Iets meer dan de helft (51%) noemt de buurten waar toch al werkzaamheden zijn gepland.

Bij de optie ‘Anders, namelijk’ kwamen veel verschillende reacties. De reacties gingen onder andere over beginnen met isoleren, beginnen bij de buurten met een korte terugverdientijd, waar veel en/of snel effect kan worden behaald. Tien inwoners geven ook aan dat ze adviseren om niet van het aardgas af te gaan en onder andere te wachten tot er een bewezen en betaalbaar alternatief is. De meeste inwoners gaven aan dat ze zouden beginnen bij nieuwbouw woningen (18 keer). VRAAG 9 – HEEFT U VRAGEN OVER AARDGASVRIJ WONEN? MELD UW VRAGEN OF ONDERWERPEN WAAR U MEER INFORMATIE OVER WILT HIERONDER. WIJ MAKEN OP BASIS HIERVAN EEN ‘VEEL GESTELDE VRAGEN’ RUBRIEK OP DE WEBSITE NATUURLIJKVIJFHEERENLANDEN.NL 130 inwoners reageerden op deze laatste vraag. De reacties zijn erg verschillend. Een aantal laten contactgegevens achter of benoemen nogmaals hun zorgen over onder andere de kosten. Een aantal vragen over hoe zij van het aardgas af kunnen. Een aantal inwoners verwijzen naar de aflevering over aardgasvrij wonen van Zondag met Lubach en zijn daardoor sceptisch. Er is behoefte aan meer informatie over het ‘waarom’ en ‘hoe’ van het aardgasvrij wonen. Ook geven meerdere inwoners aan dat zij duurzaamheid het belangrijkst vinden en dat sommige warmteoplossingen niet duurzaam zijn.

Daarom is het volgens hen goed om te onderzoeken welke warmteoplossingen echt duurzaam zijn en daar uiteindelijk voor te gaan.

Route naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

37

BIJLAGE

C Financieringsinstrumenten Nieuwe financiële instrumenten zijn nodig om ervoor te zorgen dat iedereen zoveel mogelijk betaalbaar de stap naar een aardgasvrij gebouw kan maken. Op het moment van schrijven (begin 2021) zijn de volgende instrumenten beschikbaar of verwacht:

3.1

Subsidieregelingen

•  BZK proeftuinen aardgasvrij: het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) heeft een subsidieregeling voor aardgasvrije proeftuinen om in de eerste aardgasvrije wijken de onrendabele top (verschil maatschappelijke kosten ten opzichte van aardgas) te verkleinen en lessen voor de uitvoering op te doen. Er zijn al twee rondes geweest, waarin 48 wijken subsidie hebben gekregen. Het is van 2 juli 2021 tot 1 november 2021 mogelijk om nieuwe aanvragen te doen. •  Subsidie Energiebesparing Eigen Huis (SEEH): woningeigenaren kunnen een subsidie aanvragen bij RVO (Rijksdienst voor Ondernemen) wanneer zij minimaal twee energiebesparende isolatiemaatregelen laten uitvoeren aan hun woning. •  Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW): Gemeenten kunnen bij het ministerie van BZK subsidie aanvragen voor kleine energiebesparende maatregelen in woningen. Met de RREW zetten gemeenten projecten op om huiseigenaren en huurders te stimuleren tot kleine energiebesparende maatregelen in huis. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het inregelen van de cvinstallatie, het aanbrengen van radiatorfolie en tochtstrippen of het plaatsen van ledlampen. •  Investeringssubsidie duurzame energie (ISDE): Particuliere huishoudens en zakelijke gebruikers (waaronder Verenigingen van Eigenaars (VvE’s)) die zelf duurzame energie willen opwekken kunnen subsidie aanvragen voor zonneboilers en warmtepompen.

De subsidie is afhankelijk van de gekozen maatregel. •  Voor VvE’s is er subsidie beschikbaar voor een energieadvies en procesbegeleiding in combinatie met Meer Jaren Onderhoudsplan. •  De Stimuleringsregeling aardgasvrije huurwoningen (SAH) is bedoeld voor het aansluiting van huurwoningen van woningcorporaties op een warmtenet. De subsidie is zowel voor aanpassingen in de woningen als voor de aansluitkosten op het warmtenet.

38

Wonen in Vijfheerenlanden zonder aardgas | Transitievisie Warmte

3.2 Financiering •  Het Nationaal Warmtefonds biedt langjarige financiering tegen een lage rente voor woningeigenaren en Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) voor de verduurzaming van woningen. •  Hypothecaire leningen: deze zijn te overwegen vanaf € 15.000,- vanwege de bijbehorende administratie- en advieskosten. Bij het kopen van een nieuwe woning kan tot € 9.000,- extra gefinancierd worden voor verduurzamingsmaatregelen. •  Overige duurzaamheidsleningen: verschillende Nederlandse banken bieden duurzaamheidsleningen aan. •  Gebouw gebonden financiering (nog niet beschikbaar). Een lening voor energiebesparende maatregelen die gekoppeld is aan het huis. De lening gaat bij verkoop van het huis over op de koper. Deze optie is echter door het kabinet onderzocht en wordt voorlopig niet ingezet.

3.3 Overig •  Collectieve inkoopacties zorgen voor lagere kosten per maatregel, zoals isolatie en zonnepanelen.

BIJLAGE

D Warmtevraagbeperking, warmteopties en duurzaamheid Deze bijlage behandelt de technische achtergrond bij warmtevraagbeperking, warmteopties en duurzaamheid van warmteopties.

4.1 Beperken van de warmtevraag Bij een groot deel van de woningvoorraad, die gebouwd is voor de jaren ‘90, is het nodig om de warmtevraag van gebouwen en woningen te beperken. Enerzijds om woningen geschikt te maken voor duurzamere warmte-opwekinstallaties, die doorgaans een lagere temperatuur leveren dan gasketels, en anderzijds om schaarse bronnen efficiënter te benutten (en dus meer woningen per bron mogelijk te maken). De warmtevraag voor ruimteverwarming van een woning, hierna uitgedrukt in kilowattuur per vierkante meter gebruiksoppervlak (kWh/m2), wordt bepaald door de mate van isolatie, kierdichting en het ventilatiesysteem. De temperatuur die een woning nodig heeft om op de koudste dag van het jaar comfortabel warm te krijgen hangt hier voor een groot deel mee samen. Hoe beter de isolatie, kierdichting en hoe efficiënter het ventilatiesysteem, hoe geschikter de woning is om met een lagere temperatuur te kunnen verwarmen. In bestaande woningen moeten daarnaast vaak radiatoren worden vervangen of toegevoegd om verwarming op een lagere temperatuur mogelijk te maken. Of dat nodig is kan niet op voorhand per woning(type) worden vastgesteld. De warmtevraag voor ruimteverwarming is sterk afhankelijk van het bouwjaar. In tabel 6 staat de gemiddelde warmtevraag voor eengezinswoningen en meergezinswoningen.

Deze tabel is gebaseerd op data over het werkelijke gasgebruik op postcodeniveau (Open Data Netbeheerders). Voor warmtapwater is de warmtevraag circa 20 kWh/m2. Met name bij de woningvoorraad gebouwd voor 1990 is er nog een grote besparingspotentie voor de warmtevraag. Onder eengezinswoningen wordt verstaan rijwoningen, twee-onder-eenkapwoningen en vrijstaande woningen. Meergezinswoningen zijn bijvoorbeeld galerijflats, portiekflats en portiekwoningen.

Gemiddeld oppervlak m2

Gemiddeld gasverbruik m3

Gemiddelde warmtevraag ruimteverwarming kWh/m2

< 1920

170

2200

95

≥ 1920 - 1950

135

2100

110

≥ 1950 - 1975

125

1800

100

≥ 1975 - 1990

130

1500

85

≥ 1990 - 2005

145

1400

65

≥ 2005

155

1200

50

Nieuwbouw

120

-

35

95

Eengezinswoningen

Meergezinswoningen < 1920

85

1250

≥ 1920 - 1950

80

1200

95

≥ 1950 - 1975

75

1100

95

≥ 1975 - 1990

70

850

70

≥ 1990 - 2005

90

800

50

≥ 2005

90

700

40

Nieuwbouw

70

-

25

Nederlands gemiddelde

119

1310

84

Tabel 6: Gemiddelde warmtevraag ruimteverwarming van woningen in Nederland gerelateerd aan bouwjaar.

De bestaande woningenvoorraad kunnen we grofweg opdelen in vier niveaus van isolatie: 1. Woningen met slechte of onvoldoende isolatie (80 kWh/m2 of hoger). Er is een hoge temperatuur van ongeveer 90°C nodig om op de koudste dagen deze woningen comfortabel warm te stoken.

Route naar een aardgasvrije gebouwde omgeving

39

2. Woningen, die een minimumisolatieniveau hebben bereikt (lager dan 80 kWh/ m2). Deze woningen hebben reeds een aantal aanpassingen in de schil gekregen of hadden dit niveau al bij de bouw. Sommige woningen kunnen bij dit niveau al afdoende comfortabel worden verwarmd met 70°C op de koudste dagen, mits er voldoende radiatorvolume aanwezig is. Daarnaast is het afhankelijk van specifieke omstandigheden of de woning daadwerkelijk geschikt is voor verwarming met 70°C, zoals welke bouwdelen al zijn aangepakt en of de bewoners de ruimtes gebruiken die met dit niveau nog niet comfortabel warm worden op de koudste dagen. 3. Woningen, die een basisisolatieniveau hebben bereikt (lager dan 65 kWh/ m2). Bij dit niveau is er maximaal na geïsoleerd in de bestaande schil. Bij een basisniveau kan de woning zowel comfortabel worden verwarmd met 70°C als met maximaal 55°C (laagtemperatuur). Voor laagtemperatuur moeten wel aanvullend radiatoren vervangen worden en mogelijk ook de cv-leidingen. De woning is daarmee toekomstbestendig en geschikt voor meerdere alternatieve verwarmingstechnieken. Woningen die op dit niveau zitten zijn woningen die grofweg gebouwd zijn in de periode 1990-2005. Idealiter zitten aan het einde van de transitie zoveel mogelijk woningen op minstens dit niveau.

4. Woningen met een hoog isolatieniveau en voorzien van een energiezuinig ventilatiesysteem (lager dan 50 kWh/m2). Deze woningen zijn daarmee zeer geschikt om comfortabel te verwarmen met een maximumtemperatuur van 40°C. Dit zijn recent gebouwde woningen na 2005 en woningen die nog gebouwd gaan worden de komende jaren (BENG). Bij de bestaande bouw moeten voor laagtemperatuur de radiatoren vervangen worden en mogelijk ook de cv-leidingen. Voor warm tapwater geldt dat voor het veilig kunnen gebruiken van warm tapwater er met de huidige stand van de techniek en regelgeving een temperatuur van minimaal 55°C bij het tappunt nodig is. Om deze temperatuur te kunnen garanderen moet het opweksysteem in de praktijk een temperatuur van 60-70°C kunnen leveren. Als de aanvoertemperatuur onvoldoende is, moet er dus een aanvullende voorziening komen in de woning voor het opwekken of het boosten van de warmte voor warm tapwater. Mogelijk gaat de regelgeving wijzigen waarbij de minimale temperatuur aan het tappunt daalt van 55°C naar 40°C.

40

Wonen in Vijfheerenlanden zonder aardgas | Transitievisie Warmte

Om deze temperatuur te kunnen garanderen moet het opweksysteem in praktijk een temperatuur van 45-50°C kunnen leveren. Samenvattend kan het volgende gesteld worden over de isolatieniveaus van woningen: 4.1.1 Woningen stapsgewijs isoleren naar het basisniveau Het totale isolatieniveau is de optelsom van de verschillende bouwdelen: vloer, gevel, raam, dak. Het minimumniveau en basisniveau zijn gebruikt om modelmatig het onderscheid te maken in welke ingrepen per woningtype en bouwjaar op bouwdeelniveau nog minimaal nodig zijn om klaar te zijn voor een bepaalde warmteoptie. Als er een ingreep gedaan moet worden op een bouwdeel (vloer, gevel, raam, dak) is het van belang dat dit onderdeel klaar is voor de energietransitie, onafhankelijk van de warmteoptie die in de buurt komt. Per bouwdeel is het advies om op het moment van ingreep dus zo goed mogelijk te isoleren, afhankelijk van wat de praktijksituatie toelaat (no regret). Daarmee wordt voorkomen dat dak, vloer of gevel in twee stappen worden aangepakt. Dat is kosteninefficiënt en het aantal natuurlijke momenten is beperkt. Het basisniveau kan door de meeste eigenaren worden bereikt door alle bouwdelen op een natuurlijk moment van onderhoud stapsgewijs zo goed mogelijk te isoleren.

Zo kan spouwmuurisolatie aangebracht worden, isolatieglas geplaats worden in combinatie met een schilderbeurt en kan een plat dak zeer goed geïsoleerd worden als de dakbedekking wordt vervangen. Indien nodig zullen ook de radiatoren vervangen moeten worden. Bij zowel het minimum- als het basisniveau wordt er dus maximaal nageïsoleerd in de bestaande schil op natuurlijke momenten, en het handelingsperspectief is dus voor alle gebouweigenaren gelijk. Het verschil tussen minimum en basis is enkel dat het minimumniveau eerder wordt bereikt, en dat er dus bij sommige woningen eerder kan worden begonnen met 70°C-oplossingen. Het is wenselijk dat zoveel mogelijk woningen in Nederland aan het einde van de warmtetransitie op het basisniveau zit. Hierdoor zijn ze namelijk geschikt voor bijna alle alternatieve duurzame verwarmingstechnieken. Ook wordt de warmtevraag hierdoor nog verder verlaagd en wordt de retourtemperatuur lager, waardoor installaties efficiënter kunnen functioneren. Naast isolatie en het vervangen van radiatoren zijn er aanvullende gebouwgebonden maatregelen nodig om de woning te verduurzamen en geschikt te maken voor duurzame verwarming:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=4a187368-d742-414a-8a6a-42185d1c1a49