CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.1 bouwhistorie - stadhuis gasthuiskapel

Commissie Welzijn, Onderwijs en Sport 9 april 2025, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Opinievoorstel herbestemmen gemeentehuis Vianen12.443 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Stadhuis en Gasthuiskapel te Vianen Bouwhistorische verkenning met waardenstelling en advies Datum: 13-02-2024 1

Inhoud Inhoud 2 1

2

3

4

Algemene gegevens 3

Waardestelling 37 4.1

Inleiding 37

1.1

Algemene gegevens 3

4.2

Externe monumentwaarde 38

1.2

Het onderzoek 4

4.3

Interne monumentwaarde Stadhuis 39

Plan van aanpak 4

4.4

Interne monumentwaarde gasthuiskapel met tussengebouw 39

Samenvatting 4

4.5

Waarderingsplattegrond 40

Advies 4

Colofon 41

Bouwhistorie 5

Bibliografie 41

2.1

Stedenbouwkundige ontstaansgeschiedenis 5

2.2

Bouwgeschiedenis stadhuis 7

2.3

Bouwgeschiedenis tussengebouw 13

2.4

Bouwgeschiedenis Gasthuiskapel 14

Bouwhistorische beschrijving 16 3.1

Context/situatie 16

3.2

Stadhuis 17

3.2.1

Exterieur 17

3.2.2

Constructie 25

3.2.3

Interieur 27

3.3

Tussengebouw en gasthuiskapel 33

3.3.1

Exterieur 33

3.3.2

Constructie 34

3.3.3

Interieur 34

1913 – onderste deel van de voorgevel met ingangspartij [bron: beeldbank RCE]

2

1

Algemene gegevens

1.1

Algemene gegevens

Adres:

Voorstraat 30 4132 AS Vianen

Gemeente:

Vijfheerenlanden

Kad. gegevens:

Vianen A/2838

Monument:

RM 36311

Complex:

n.v.t.

Oorspr. functie:

Bestuursgebouw

Bouwperiode:

Midden XV

Redengevende omschrijving: STADHUIS. Langwerpig bakstenen gebouw (midden XV) met hoge, hardstenen voorgevel, bekroond met kantelen en in de ontlastingsbogen boven de vensters gotische traceringen met wapenschilden. Gotische kruisvensters. Aan de zijgevel langs de Stadhuisstraat een veelhoekige traptoren. Trapgevel met ezelsrugafdekkingen aan de achterzijde. Achter het raadhuis de v.m. Gasthuiskapel met driezijdige koorafsluiting (XV). (Gerestaureerd 1956-1961)

3

1.2

Het onderzoek

Plan van aanpak

Advies

In opdracht van de gemeente Vijfheerenlanden heeft Hylkema Erfgoed een bouwhistorische verkenning uitgevoerd naar het stadhuis en achterliggende gasthuiskapel. Aanleiding voor dit onderzoek is de voorgenomen herbestemming van het gehele voormalige gemeentehuis van Vianen. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Vijfheerenlanden.

Om een beter zicht te krijgen op de restauratie/reconstructie van 1956-1960 wordt aangeraden om het archief van Van Hogenvest te raadplegen. Wellicht is hier meer informatie te vinden over de afwegingen van reconstructie en de keuzes die hierin zijn gemaakt. Ook is er enige onzekerheid over de ouderdom van de vloerdelen van de zolder. Deze lijkten (voor zover zichtbaar) van vóór 1956-1960. Gezien de slechte staat van de kapconstructie op dat moment is het echter de vraag of dit echt oude vloerdelen zijn.

Het onderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek. Het rapport begint met een omschrijving van de bouwgeschiedenis. Vervolgens wordt het pand omschreven waarbij steeds wordt aangegeven welke elementen zijn gewijzigd. In hoofdstuk 4 volgt een waardenstelling. Deze waardenstelling bestaat uit een externe waardenstelling en een interne waardenstelling. In de interne waardenstelling wordt de aangetroffen monumentwaarde in kaart gebracht. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen elementen die van essentieel belang zijn voor de aangetroffen monumentwaarde, elementen die een ondersteunende rol hebben in de monumentale waarde van het pand en elementen die een indifferente (of soms storende) rol spelen in de monumentale waarde.

Samenvatting Het stadhuis is in de 15e eeuw in twee bouwfasen gerealiseerd. In de achtergevel zijn de bouwsporen van het éénlaags gebouw nog zichtbaar. In 1955 bevond het stadhuis zich in een slechte staat, tijdens een ingrijpende restauratie werden delen van het stadhuis gereconstrueerd. Het stadhuis kreeg tijdens deze restauratie weer zijn oorspronkelijke indeling. Sindsdien is er weinig veranderd. Aan de achterzijde bevindt zich de voormalige gasthuiskapel en een tussengebouw. Het tussengebouw maakte oorspronkelijk waarschijnlijk ook onderdeel uit van het gasthuis. In 1955 – ten tijden van de restauratie - was het echter ingrijpend gewijzigd en al enige tijd in gebruik als brandweergarage. De kapel zelf was op dat moment ook ingrijpend gewijzigd. Sinds 1823 was het in gebruik als pakhuis. Tijdens de bouwfase van 1956-1960 werd het geheel afgebroken, geheel onderkelderd en opnieuw opgetrokken. Architect Van Hogevest gebruikte hierbij gevonden bouwsporen als inspiratiebron. Het is onduidelijk waar precies de grens zit tussen een feitelijke reconstructie of interpretatie van een oudere situatie.

1920-1940 – Luchtfoto van Vianen, de stedenbouwkundige situatie is bijna nog gelijk met de middeleeuwen. [bron: beeldbank NIMH]

4

2

Bouwhistorie

2.1

Stedenbouwkundige ontstaansgeschiedenis

Vianen ontwikkelde zich als een oevernederzetting langs de Lek. Nadat eerst de oeverzones waren ontgonnen, was vanaf de 10e eeuw het binnenland van de ‘Vijfheerenlanden’ aan de beurt. De Voorstraat vormde een kade tussen twee ontginningsgebieden. Door zijn gunstige ligging ten opzichte van water én landwegen, ontwikkelde Vianen zich tot een bloeiende marktplaats, in 1271 kreeg Vianen marktrecht. De Voorstraat was onderdeel van de doorgaande route van noord naar zuid. De Vaartse Rijn (aangelegd in 1288) mondde bij Vreeswijk uit in de Lek. Langs dit kanaal liep een landweg die aansloot op een veer over de lek. De route vanuit Utrecht over land naar het zuiden verliep daardoor via Vianen/de Voorstraat. In 1335-1336 kreeg men het landrecht en hiermee stadsrechten. Het krijgen van stadsrechten betekende onder andere dat Vianen een stadsbestuur kreeg en dat men rechtspraak mocht houden. De stad bleef echter in grote mate afhankelijk van de heren van de heerlijkheid Vianen. Zij hielden hun privileges en voorrechten. Het bestuur zag er indertijd als volgt uit: de dagelijkse en lopende zaken van het stadsbestuur kwamen in handen van de twee burgemeesters. De rechtspraak werd gedaan door de schout en schepenen. De burgemeesters vormden samen met de schout en schepenen de magistraat, regering of wet.

Samen met de drossaard, schout, secretaris en tresoirier vormde de burgemeesters de ‘vergaderinge van policije’, enigszins vergelijkbaar met het huidige college van B&W.

Circa 1565 - Vianen door Jacob van Deventer, de locatie van het stadhuis is omcirkeld.

Na het verkrijgen van de stadsrechten werd Vianen omgracht en ommuurd. Het huidige stratenpatroon van Vianen ontstond in die tijd. Ten westen en oosten van de Voorstraat was ruimte voor drie bebouwingsstroken die onderling door straatjes van secundair belang met elkaar werden verbonden. De links van het stadhuis gelegen Stadhuisstraat is één van die straten. Het stratenpatroon maakt een strakke, geplande indruk, maar is sterk door de prestedelijke situatie beïnvloed. Het patroon van de noord-zuid lopende straten is gebaseerd op de agrarische verkaveling waarbij de Voorstraat de grens tussen twee eenheden van verkaveling vormt. Binnen de 14e-eeuwse grachten en muren zijn twee verkavelingseenheden te onderscheiden. Aan de westzijde van de Voorstraat een regelmatige blokstructuur en aan de oostzijde een waaiervormige strokenverkaveling. Beide dateren uit de vroegste ontgingingsfase. De Voorstraat vormt de centrale hoofdas in de stad. Deze straat loopt richting de Lek over in de Buitenstad en staat haaks op de rivier. 1649 – kaart van Blaeu, met links onder het kasteel Batenstein van de heren van de heerlijkheid Vianen.

5

Via deze weg was Vianen met het veer over de Lek met Vreeswijk (en daarmee met Utrecht) verbonden. De middeleeuwse stad was bereikbaar via vier poorten. De Voorstraat was extra verbreed om als ruimte voor het handelsgebeuren goed te kunnen functioneren. Handel gebeurde in deze periode immers op straat, niet in winkels. In de vroegste ontwikkeling van de stad Vianen heeft aan weerszijde van de Voorstraat vermoedelijk een serie houten huizen gestaan. Eind 15e eeuw stagneerde de groei van Vianen. Het doorgaande verkeer (via de Voorstraat) bleef wel van betekenis. Omdat Vianen niet groeide hoefden de vestingwerken in de 17e en 18e eeuw niet te worden aangepast . De defensiefunctie kwam in de loop van de 17e eeuw te vervallen. Vianen fungeerde in deze tijd als marktplaats voor de wijde omgeving. De meeste ambachtelijke bedrijven en winkels lagen van oudsher langs de Voorstraat en de Langendijk. De huidige bebouwing aan de Voorstraat bestaat uit woonhuizen (deels met winkelfunctie) die geheel of gedeeltelijk 17e -eeuwse of ouder zijn. Het straatbeeld wordt gekenmerkt door lijstgevels, vaak voorzien van bepleistering of winkelpuien. Tot het laatste kwart van de 19e eeuw was een groot deel van de huizen in de Voorstraat woonhuizen van de notabelen. Pas in het laatste kwart van de 19e eeuw nam het aantal winkels enorm toe.

Hiermee sloot Vianen aan bij de landelijke ontwikkeling van winkels. Goederen werden oorspronkelijk op de markt verkocht, daarna voor het gebouw en later bezocht men gericht de ambachtsman. Het etaleren van koopwaar is een relatief late ontwikkeling (19e eeuw). Sinds 2002 valt Vianen onder Provincie Utrecht. Vianen heeft in het verleden afwisselend bij Utrecht en Holland behoort. In 1271 verleende de bisschop van Utrecht aan Sweder van Beusinchem het privilege om bij zin burcht Vianen twee keer per jaar markt te houden. Vianen viel in die tijd dus bij Utrecht. In 1335 verleende de graaf van Holland Vianen stadsrechten, inmiddels was Vianen dus onderdeel van Holland. In 1418 werd Vianen een heerlijkheid en hoorde het bij niemand. In 1725 werd Vianen weer onderdeel van Holland. De erfopvolgers hadden geldtekort en verkochten de heerlijkheid aan de Staten van Holland voor 800.000 gulden. In 1802 besloot de regering van de Bataafse Republiek dat Vianen bij Utrecht hoorde. IN 1805 deelde de Bataafse republiek Vianen weer in bij Holland omdat de departementen ongeveer evenveel inwoners moesten hebben. In 2002 werd het weer onderdeel van Utrecht. Inmiddels is de gemeente Vianen samengegaan met de Zuid Hollandse gemeenten Leerdam en Zederik, maar het grondgebied van Vianen is nog steeds onderdeel van de provincie Utrecht.

1811-1832 – Kadastrale minuut met uitsnede van het stadhuis en gasthuiskapel. De middeleeuwse structuur was nog steeds herkenbaar. De straten achter de Voorstraat waren amper bebouwd, hier bevonden zich ook enkele stadsboerderijen.

6

2.2

Bouwgeschiedenis stadhuis

15e eeuw – éénlaags gebouw Toen Vianen in 1335-1336 stadsrechten kreeg was het stadsbestuur niet omvangrijk. Vergaderen gebeurde waarschijnlijk ten huize van de Heer van Vianen. Wanneer men met de bouw van het stadhuis begon of wie de bouwmeester was is onbekend. Men vermoedt echter dat het stadhuis ongeveer in het midden van de vijftiende eeuw is gebouwd. Het stadhuis werd gebouwd op een deel van het terrein van het vrouwengasthuis. Het stadhuis was in baksteen opgetrokken en bestond oorspronkelijk uit een rechthoekige ruimte van ongeveer 26 x 10 meter. Het ging hierbij om een eenlaags gebouw. De bouwsporen in de achtergevel/trapgevel verwijzen hier nog naar. Men vermoedt dat deze ruimte in tweeën was gedeeld: de ruimte aan de Voorstraatzijde functioneerde waarschijnlijk als (overdekte) markthal en de ruimte aan de achterzijde was de eigenlijke raadzaal.1 De combinatie van markt/vleeshal en stadhuis is in deze periode vaker toegepast. 1473 – bouw tweede verdieping In 14732 vond een belangrijke vergroting van het stadhuis plaats. Het gebouw werd in die tijd met een verdieping verhoogd. De gevel aan de achterzijde kreeg wederom een trapgevel. De verdieping was bereikbaar via de traptoren die zich aan de linker zijde van het stadhuis bevind. Het stadhuis kreeg toen eveneens een nieuwe voorgevel.

Deze nieuwe laatmiddeleeuwse natuurstenen gevel werd 1,4 meter voor de rooilijn van de Voorstraat geplaatst. Mogelijk fungeerden de ramen op de verdieping in de zijgevels van het uitspringende deel als uitkijk op van buiten de stad naderend gevaar. De traptoren loopt verder door dan het huidige gebouw, wellicht hield men al rekening met een toekomstige tweede verhoging van het gebouw.

Detail van de J. Blaeu. Uit: T

Isometrie door J. Jehee met daarin de verschillende bouwfasen van het stadhuis [RCE]

1618 – bouw klokkentorentje In 1618 werd er op het stadhuis een klokkentorentje geplaatst. In 1733-’37 werd deze in nieuwe staat herbouwd en ook bij latere restauraties zijn er waarschijnlijk aanpassingen gedaan. 1 J.A.L. de Meyere en J.M.M. de Ruijter, In en uit het Stadhuis van Vianen, 1984 2

Dit is dendrochronologisch gedateerd en in 1959 werd het zandsteen in de kruisramen van de voor- en zijgevels ook gedateerd in de 2e helft van de 15e eeuw. Een rapport van H. Janse, Monumentenzorg van april 1959 (panddossier RCE) dateerde de verhoging in het eerste kwart van de 16e eeuw. De balken van de verhoging en de kapspanten zijn namelijk wel gemerkt (gesneden telmerken) maar door elkaar aangebracht, iets wat weinig voorkomt. Ook de daksporen waarin de telmerken zijn gezaagd, staan door elkaar. Deze gezaagde door elkaar geplaatste telmerken zijn ook aangetroffen bij de Buurkerk in Utrecht in een deel dat dateert uit 1514. Men vermoedde daarom dat beide kappen door dezelfde timmerlieden zijn gemaakt.

7

Dateringsplattegrond door Jan Jehee, RCE (1987)

8

9

1733-’37 - modernisatie In 1733- ’37 bevond het stadhuis zich in een slechte staat. In deze jaren werden de kantelen op de voorgevel vervangen door een ingezwenkte afgetopte gevelbeëindiging. De ingang van het stadhuis werd gemoderniseerd. Voorheen was het stadhuis via een bordes toegankelijk, na deze verbouwing via een ingang in Lodewijk XIV-stijl met een nieuwe voordeur, kalf en snijwerk in het bovenlicht. Voor de verbouwing van het stadhuis zouden oude stenen van het kasteel Batenstein gebruikt zijn.3 Ook de vensters werden vervangen. Het stadhuis kreeg nu schuifvensters met roedeverdeling. Het klokkentorentje dat in 1618 op het stadhuis was gekomen werd tijdens deze verbouwing in nieuwe stijl herbouwd. 1839 – modernisatie en uitbreiding In 1839 vond er opnieuw een uitgebreide verbouwing plaats. Het interieur van het stadhuis kreeg een nieuwe indeling en er werd een tussenverdieping aangebracht. De bestaande schouwen werden gesloopt of vernieuwd. Inmiddels (1786) was het naastgelegen pand aan de Voorstraat bij het stadhuis getrokken. Hierin werd de schutterij en later de hoofdwacht in ondergebracht. Dit pand werd in 1926-1929 gesloopt en herbouwd om er onder andere cachotten in te bouwen. 1928-1929 – restauratie raadzaal In 1928-1929 werden er enkele restauratiewerkzaamheden aan het stadhuis uitgevoerd. Zo werd ze zoldering van de raadzaal geschilderd.

Dit gebeurde met adviezen van de heer de Hoog van de commissie voor Monumentenzorg uit Den Haag. De raadzaal zat vroeger enige tijd op de begane grond (achterste zaal). Het ging dus niet om de huidige raadzaal, maar de achterzaal op de begane grond. Deze raadzaal had een stookplaats. De voorste ruimte had geen haard. Op de verdieping waren oorspronkelijk ter weerszijde van de scheidingsmuur een haard. 1956-1960 – ingrijpende restauratie Bouwtekeningen uit 1955 laten zien dat er e.e.a. is gewijzigd. Het stadhuis was inmiddels aan de zuidzijde al uitgebreid door in het naastgelegen pand (Voorstraatzijde) o.a. de burgemeesterskamer onder te brengen en achtergelegen binnenplaats deels te bebouwen. Er waren intern ook verschillende verbouwingen geweest zo was er op de begane grond een tussenverdieping met trap gerealiseerd. De verdieping was niet in gebruik. De kap en vele balklagen bevonden zich in een slechte staat en door de kapdruk waren de muren uitgebuikt, terwijl het verband met de zware scheidingsmuur gedeeltelijk was verbroken. In 1956-1960 vond onder architect T. van Hoogevest een ingrijpende restauratie van het Stadhuis plaats. De voorgevel kreeg op verzoek van het bestuur van Vianen weer het middeleeuwse aanzien met kantelen. Het argument was dat de gevel beter uit zou komen in het markante middeleeuws opgezette stadsplan met de 3 J.A.L. de Meyere en J.M.M.

Ruijter, In en uit het Stadhuis van Vianen, 1984

1889 – de voor- en zijgevel van het stadhuis. [bron: beeldbank RCE]

10

1955 – interieur met hal. Hier was een tussenverdieping gerealiseerd.

1955 – interieur hal met trap [bron: RCE, door G. Th. Delemarre]

1955 – linkerzijgevel aan de Stadhuisstraat voor restauratie [RCE]

11 1955 – interieur raadzaal [RCE, fotograaf G. Th. Delemarre]

1955 – voorgevel ter hoogte van de begane grond, voor restauratie [RCE]

1956-1960 – luchtfoto tijdens de restauratie/herbouw [RAZU]

gotische kerkpartij en de Lekpoort. De Rijksdienst stemde hiermee in, op voorwaarde dat er vijf kantelen werden geplaatst in plaats van de voorgestelde zeven kantelen. De schuifvensters werden vervangen door kruisvensters. Het restauratie-beeldhouwwerk boven de vensters is uitgevoerd door Paulus Reinhard. Ook het interieur wijzigde in deze tijd. De tussenverdieping werd weer verwijderd en stookplaatsen werden gesloopt. De balklagen en kapconstructie werden vernieuwd. Tijdens deze restauratie werd de zwaar gerestaureerde gasthuiskapel bij het stadhuis getrokken. Hier werd de burgemeesterskamer gerealiseerd. De restauratie was ingrijpend, constructief belangrijke onderdelen van het gebouw werden hersteld of vernieuwd. Dit gold o.a. voor grote delen van het metselwerk, de houten balklagen met muurstijlen, schoren, en sleutelstukken. De voormalige brandweergarage en kapel werden bij het stadhuis gevoegd. Er werd echter ook materiaal hergebruikt. Zo werden de uitgekomen eiken trekbalken verwerkt tot muurstijlen en sleutelstukken. Tijdens de restauratiewerkzaamheden verdwenen de oude cachotten (gevangeniscellen) op zolder. 1981-1984 – vergroting en nieuwe entree Het Stadhuis bleek echter al vrij snel te klein. In 1981-1984 werden twee panden aan de Voorstraat (nr. 32 en 34) bij het stadhuis betrokken. Aan de achterzijde van deze panden werd nieuwbouw gecreëerd.

Het huis aan de rechterzijde van het stadhuis werd gesloopt en op deze plaats kwam een glazen ingangspartij. 2007-2008 – nieuwbouw In 2007-2008 kreeg het stadhuis zijn huidige aanzicht. Aan de achterzijde van het stadhuis verrees een nieuw stadhuis. Deze kwam op de plek van de waag, de turfkelder en het Oude Vrouwenhuis. Dit Oude Vrouwenhuis had zijn functie al in 1736 verloren toen het verkocht werd aan een zijdelint weverij. Het bestaande stadhuis gebouwen werden eveneens gerenoveerd. 1956-1960, de indeling vóór de ingrijpende restauratie/reconstructie.

12 1956-1960, de indeling vóór de ingrijpende restauratie/reconstructie.

2.3

Bouwgeschiedenis tussengebouw

We weten helaas weinig over de vroegere geschiedenis. Op de kadastrale minuut uit 1811-1832 (volgende pagina), is te zien dat het gebouw in twee gelijke delen was verdeeld. Kadastraal nummer A/452 en A/453 waren op dat moment beide eigendom van de gemeente Vianen. De kapel was toen nog geen eigendom. Gasthuis De bebouwing was vermoedelijk oorspronkelijk onderdeel van het gasthuis en sloot aan op de kapel. De ‘reconstructie’ uit 1956-1960 doet vermoeden dat deze dezelfde bouwhoogte, gevelgeleding en constructie heeft gehad. In hoeverre deze reconstructie inderdaad is gebaseerd op gevonden bouwsporen en/of historiserende vrijheid is niet duidelijk. Brandweergarage Het bouwdeel tussen de kapel en het stadhuis was voor de grootschalige restauratie van 1956-1960 in gebruik als brandweergarage. Op een foto uit 1955 is te zien dat het eenlaags gebouw was onder een zadeldak. De twee brandweer deuren waren er waarschijnlijk in het begin van de 20e eeuw in gebracht. Rechts daarvan is een oudere deur en venster zichtbaar met daarboven twee muurankers. 1956-160 – herbouw t.b.v. stadhuis Bij de restauratie schijnen wel oorspronkelijke details van ramen en balken te zijn gevonden die gebruikt zijn die gebruikt zijn voor een zekere vorm van reconstructie.4 Na de bouwfase van 1956-1960 werd de zaalruimte onderverdeeld in kamers met een aangrenzende gang.

Hier bevond zich ook de ingang naar de secretarie met bodekamer, toiletten. Onder dit tussengebouw kwam een kelder met kluis en CV. De indeling heeft geen historische achtergrond.

1955 – de brandweer in het gebouw tussen de kapel en het stadhuis. 4 Mogelijk is hier in het archief van Van Hogevest meer informatie over.

13

2.4

Bouwgeschiedenis Gasthuiskapel

15e eeuw – stichting gasthuiskapel Over de geschiedenis van de gasthuiskapel achter het stadhuis is minder bekend. De gasthuiskapel is vermoedelijk in de 14e of 15e eeuw gesticht. Er zijn alleen geen bronnen van bewaard gebleven. Waarschijnlijk was de kapel samen met het gasthuis in eerste instantie een opvangcentrum voor armen, zieken en passanten. Kapel en gasthuis vormden vermoedelijk één geheel. 1566 – Katholieke kerk Vanaf 1566 mochten de katholieke inwoners van Vianen de kapel gebruiken als kerk. Ze bleven hier tot 1578, toen verhuisden de katholieken naar een schuilkerk. Bij het graven van een put voor de bouw van een archiefkelder (in 1957) stuitte men op de scheiding van schip en koor, voor de triomfboog, op een doodkist met een skelet van een oude man en een uit was gevormde miskelk. Onder de kapel waren geen andere skeletten. Dit kan erop wijzen dat deze begraving in de periode 1566-1578 is gebeurt, in de tijd dat hij door de katholieken is gebruikt. Het ging waarschijnlijk om een priester. Dit is opmerkelijk omdat de gasthuiskapel geen begraafrechten had.5 17e eeuw – Gasthuiskapel/bedelhuis De kapel krijgt zijn oorspronkelijke bestemming terug en het wordt bedelhuis voor het Oude Mannen- en Vrouwenhuis.6 1725 – Franse kerk Op de hiernaast afgebeelde uitsnede van de kadastrale minuut uit 1811-1832 is in blauw de ‘Franse kerk’ weergegeven.

In de 16e eeuw kwamen er veel vluchtelingen uit het noorden van Frankrijk en het huidige België naar Nederland omdat in het zuiden het katholieke geloof verplicht werd. Ze stichtte hun eigen Fransche of Waalse kerken. De Franse gemeenschap in Vianen dateert echter niet uit de 16e eeuw, maar werd in 1725 gesticht omdat er ook twee belangrijke Franse scholen waren. Men kreeg hiervoor van Simon Hendrik Adolf, graaf von Lippe en heer van Vianen, de kapel van het Oude mannenhuis, achter het raadhuis. Wellicht hing de stichting samen met een ruzie tussen de predikant van de hervormde kerk en enkele voorname families, waaronder de gravin van Stryrum (bewoonster het grafelijke slot Batestein) en gravin Dohna. Zij weigerden bij predikant Rappardus te kerken en kregen met de Fransche kerk een eigen hervormde kerk.7

5 Bull KNOB, 1957, *14-*15 (https://bulletin.knob.nl/index.php/knob/issue/view/235/251) 6 https://www.bezoeklekenlinge.nl/nl/locaties/459839934/gasthuiskapel 7 F.D.J. Moorrees, Aan de oevers van Lek en Linge: historische schetsen, 1883 uitgever S.

Schoonhoven en W.N. Van Nooten. P. 67.

14

In 1730 werd in de kapel een galerij aangebracht en in 1756 kwam er een Bätzorgel. Aan het eind van de 18e eeuw waren beide kerken praktisch samen gegaan en na de dood van de laatste predikant in 1814 werd de kerk wegens een te klein aantal leden opgedoekt. Eigendommen werden in 1823 overgedragen aan de Hervormde kerk en het orgel ging naar een kerk in Beesd. De kerk zelf werd openbaar verkocht. 1823 – pakhuis Nadat de Franse kerk werd verkocht werd deze ingericht als (aardappel)pakhuis. 1956-1960 - restauratie In 1957 bestond van de kapel alleen nog de voorpartij. De rest was rond 1830 afgebroken. De kap van de kapel is tijdens de bouwfase van 1956-1960 op dezelfde hoogte gebracht als die van de overige gebouwen. Bij de restauratie werden sporen gevonden van de locatie van de oude glas-in-lood ramen. Dit werd als inspiratie gebruikt om deze weer terug te brengen. Na de restauratie werd de kapel gebruikt als kamer van de burgemeester. Onder de kapel bevindt zich een archiefkelder.

1920-1940 – Uitsnede uit een luchtfoto van Vianen met het stadhuis – tussenbouw – kapel/pakhuis. [bron: beeldbank NIMH]

1955 – de voormalige kapel in gebruik als pakhuis.

15

3

Bouwhistorische beschrijving

3.1

Context/situatie

Het stadhuis van Vianen bevindt zich aan de oostzijde van de Voorstraat en steekt als enige gebouw over de rooilijn. In het verleden was het stadhuis toegankelijk via een bordes. Op de kaart van Joan Blaeu (1649) is deze nog vaag zichtbaar, op de kadastrale minuut uit het begin van de negentiende eeuw was het bordes niet meer aanwezig. Tegenwoordig ligt er voor de entreepartij een plaat van Belgisch hardsteen, deze ligt op gelijke hoogte van de gele klinkerbestrating. De klinkers zijn haaks op de voorgevel gelegd. Voor de linker gevel is een rode klinkerbestrating welke eveneens haaks op de gevel liggen. Een moderne betonnen stoeprand vormt de scheiding tussen de stoep en straat. De traptoren sluit direct aan op de straat. Het stadhuis heeft een rechthoekig plattegrond van ongeveer 28 x 10 meter. Het gebouw heeft een verdieping en een kapverdieping en een half ingebouwde, achthoekige traptoren tegen de linkerzijde.

16

3.2

Stadhuis

3.2.1

Exterieur

Bouwmassa Het stadhuis heeft twee bouwlagen, een traptoren en is voorzien van een met leien gedekt zadeldak. Hierbij is sprake van een rijndekking, waarbij schubvormige leien in een schuin oplopende lijn elkaar overlappen. Op het dakvlak zijn op regelmatige afstand van elkaar klim- of ladderhaken aangebracht. Deze zijn van vrij recente datum en zijn ieder met drie bouten vastgemaakt. Oorspronkelijk bevond zich twee dakkapelletjes in het dakvlak. Deze zaten aan weerszijde van de traptoren, ongeveer in het midden van beide geveldelen. Tegenwoordig is er rechts van de traptoren een luik aangebracht o.a. ten behoeve van inspectie van het dak door de monumentenwacht. Ongeveer ter hoogte van de traptoren bevindt zich een schoorsteen op de nok van het dak.8 De nok van het dak wordt tevens gesierd door een zeskantige houten dakruiter. Deze bevindt zich op relatief korte afstand van de voorgevel. De dakruiter is met lood bekleed en afgesloten door een enigszins uivormig dak. In de dakruiter hangt een klok. Voorgevel De voorgevel van het stadhuis is op het westen georiënteerd. Het stadhuis heeft een natuurstenen (Namense steen) schermgevel met aan de bovenzijde vijf kantelen (restauratie 1956-1960).

De gevel is ongeveer twintig meter hoog en heeft een horizontale geleding door drie waterlijsten en een verticale indeling in drie assen, deze verticale geleding geschiet doormiddel van de vensters.

Vensters Aan weerszijde van de toegangsdeur en op de tweede en derde bouwlaag zijn kruisvensters aangebracht. De kruiskozijnen verdelen het venster door een stijl en een tussendorpel (van Londorfer basaltlava) in vier vakken. Ten tijde van de restauratie in 1956-1960 zijn de kruiskozijnen opnieuw aangebracht ter vervanging van de toen aanwezig schuifvensters. Bij de twee vensters op de begane grond zijn toen de stijl, tussendorpel en onder en boven dorpel opnieuw aangebracht. De bovenste middenstijl van het rechter kruisvenster heeft een afwijkende, bruinige kleur, mogelijk is deze in een andere natuursteensoort vervaardig.

8 Tegenwoordig afgesloten door een ooievaarsnest.

17

De vensters van de eerste en tweede bouwlaag en het middelste vensters van de derde bouwlaag hebben in de onderste twee vakken een houten luik. Voor de luiken in de eerste bouwlaag (begane grond) zijn een drietal zwarte (vierkante) diefijzers aangebracht. De twee bovenste vakken zijn voorzien van glas-in-lood ramen. De glas-in-lood ramen zijn eveneens voorzien van (vierkante) diefijzers. De glas-in-lood ramen van de kruisvensters van de eerste bouwlaag bevatten in het midden gebrandschilderde glas-in-lood met wapens. Uitzondering vormen het linker en rechter venster op de derde bouwlaag. Hier zijn de kruiskozijnen van basaltlava wel terug gebracht, maar niet voorzien van glas-inlood ramen of luiken, maar ingevuld met natuurstenen blokken (mergel). Omdat het een schermgevel is zit de zolderverdieping alleen achter het middelste vensters. Voor alle vensters geldt dat ze worden ontlast door een spitsboog. In deze spitsboog is maaswerk in mergel aangebracht. In het midden van het maaswerk is boven elk venster een wapen geplaatst. Het gaat hierbij om de wapens van de vroeger met de vrije heerlijkheid verbonden stad en dorpen, te weten: (3e bouwlaag:) Lexmond9, Meerkerk10, Hei- en Boeicop11, (2e bouwlaag:) Ameide12, Vianen13 en Tienhoven14. De wapens boven de vensters in de eerste bouwlaag zijn van de families Bronkhorst15 en Van der Marck16.

De wapens op de tweede en derde bouwlaag zijn ten tijde van de restauratie in 1956-’60 aangebracht en ontworpen door de Utrechtse beeldhouwer Paulus Reinhard.

Entreepartij

Detail van het maaswerk in een van de spitsbogen op de voorgevel. Het mergel (aangebracht in 1956-1960).

In het midden van de symmetrische gevel bevindt zich de (voormalige) hoofdingang van het stadhuis. Oorspronkelijk was het stadhuis via een bordes bereikbaar, maar tegenwoordig bevindt de hoofdingang zich op straatniveau. De entree bevindt zich in een spitsboognis met geprofileerde omlijsting. Omdat er in de binnenkant van de spitsboog geen water komt is hier een zwarte gipslaag

9

Een blauw schild met daarop een gouden zwijnskop omgeven door rode vonken boven bruine gekruiste takken. 10 Een gouden schild met daarop drie zwarte horizontale balken. 11 Links: rood met daarop drie gouden schuine balken; rechts: goud met een leeuw van Brederode en de barensteel over de borst. 12 Een blauw schild met een brede verticale gouden strook (paal) met aan weerszijde een gouden smalle streep (staak) 13 Een zilveren schild met drie zwarte zuilen, twee boven en één onder. 14 Een gouden schild met middenop een aan beide zijden gekanteelde balk, daar overheen de leeuw van Brederode met de barensteel op de borst. 15 Zilveren schild met een naar rechts kijkende leeuw met gouden kroon, nagels en rode tong. 16 Een gouden schild met een halve rode leeuw boven en beurtelings zilver en zwart geblokte band in drie lagen.

18 Strak gefijnd basaltlava

ontstaan. Onder het maaswerk van deze spitsboog bevinden zich de wapens van de families Bronkhorst17 en Brederode18, deze worden vastgehouden door een man omhoog getild. Het bovenlicht heeft fors geprofileerde dagkanten en is gedecoreerd met witgeschilderde, houten voluten. Het gaat hierbij om een reconstructie van het achttiende-eeuwse snijraam, welke in de tweede wereldoorlog beschadigd was geraakt. In het midden bevindt zich een bloedrode leeuw, het wapen van Holland.19 Boven de leeuw is een vooruitstekende gouden kroon aangebracht en onder de leeuw een schelp welke in goud met rood is uitgevoerd. Onder het bovenlicht, in het kalf, is een natuurstenen paneel met het wapen van Vianen (een zilveren achtergrond met drie zwarte zuilen) en een zwarte banderolle met de tekst ‘Audi Alteram Partem’ aangebracht. Dit opschrift verwijst naar de rechtspraak en is afkomstig uit een tragedie van Seneca en betekend ‘oordeel niet zonder de andere partij gehoord te hebben’. Het gaat hier om geschilderd Belgisch hardsteen waar met mortel herstel werkzaamheden zijn uitgevoerd. Hieronder bevindt zich een dubbele houten deur (donkergroen geschilderd) voorzien van profilering met sierlijk gevormde deurregels en –stijlen, in een Lodewlijk XVI-stijl. De bovenregels volgen de vorm van het bovenliggende natuurstenen paneel. De deurnaald is eveneens geprofileerd. In de deur zit een koperen deurkruk.

Ankers In de eerste en tweede bouwlaag zijn elk vier grote muurankers (rechte staafankers) aangebracht. Boven de derde bouwlaag zijn twee muurankers. De muurankers zijn verbonden met de inwendige balklagen.

17 Zilveren schild met een naar rechts kijkende leeuw met gouden kroon, nagels en rode tong. 18 Gouden schild met een rode leeuw met blauwe nagels en tong, boven de kop een blauwe

barensteel of toernooikrans. 19 Vianen maakte in 1335 (mogelijk al eerder, maar na 1271)-1418 en de periode 1725-1802 en 1805-2002 onderdeel van Holland. Entreepartij van het Stadhuis te Vianen. De

dubbele deur geeft tegenwoordig toegang tot de burgerzaal. Tijdens de restauratie van 1956-1960 wilde het gemeente bestuur de deur in Lodeweijk XVIe stijl graag vervangen voor een deur in middeleeuwse/gotische trant.

19

Linker zijgevel

Algemeen De linker zijgevel is gemetseld in rode bakstenen20 in een staand verband. Op enkele plekken is het metselwerk verstoord. Aan de linkerzijde, ter hoogte van het voormalige gasthuis eindigt het muurwerk met klezoren in de koppenlaag op de hoek. Ongeveer halverwege de linkerzijgevel is een half ingebouwde, achthoekige traptoren. De linkerzijgevel is te verdelen in twee horizontale bouwlagen, deze komen overeen met de begane grond en de verdieping. Zowel aan de linker als aan de rechter zijde van de traptoren bevinden zich vier assen van ongelijke grote. De gevel wordt afgesloten door een uitgemetselde, geprofileerde bakstenen gootlijst. Onder deze gootlijst bevinden zich vierkante gaten. Tegen de linker zijgevel aan bevinden zich tevens twee hemelwaterafvoeren. Vensters Aan de linkerzijde van de traptoren bevinden zich in de eerste bouwlaag twee kruisvensters. Beide kruisvensters zijn tijdens de restauratie van 1956-1960 aangebracht, voordien zaten hier twee empire schuifvensters. Het diagonaal aangebracht frijnwerk in het basaltlava is nog duidelijk zichtbaar. In alle vier vakken van het kruisvenster zijn glas-in-lood ramen aangebracht. Links naast de traptoren zijn op de begane grond twee kleinere vensters boven elkaar. Deze vensters zijn voorzien van glas-in-lood ramen. Van deze vensters zijn alleen de lekdorpels van nieuwer basaltlava.

Voor alle vensters in de eerste bouwlaag zijn, net als in de voorgevel, diefijzers aangebracht. Deze diefijzers bevinden zich in alle vier vlakken van de kruisvensters en de twee boven elkaar gelegen glas-in-lood vensters naast de traptoren. In de tweede bouwlaag bevindt zich slechts één kruisvenster, deze zit ongeveer tussen beide kruisvensters van de begane grond. Het kruisvenster van de tweede bouwlaag is gelijk aan de vensters in de voorgevel. Rechts van de traptoren bevinden zich op in de eerste bouwlaag twee kruisvensters. Het linker kruisvenster is tijdens de restauratie in 1956-1960 nieuw aangebracht. Hier bevond zich oorspronkelijk een kleiner venster. Bij het rechter kruisvenster is ongeveer de helft van het natuursteen tijdens dezelfde restauratie vervangen. Beide kruisvensters hebben in de onderste twee vakken houten luiken. In de bovenste twee vakken is glas-in-lood aangebracht. Zowel voor de luiken als glas-in-lood ramen zijn diefijzers aangebracht. In de tweede bouwlaag bevinden zich boven de kruisvensters van de eerste bouwlaag opnieuw twee kruisvensters. Deze zijn kruisvensters bevatten in de onderste twee vakken eveneens houten luiken en in de bovenste twee vakken glas-in-lood ramen. Voor de houten luiken zitten geen diefijzers. Aan de 20 Formaat baksteen = 26.5/27 x 12,5/13 x 5,5/6,5 cm, 10 lagen = 75 cm.

20

buitenzijde van de glas-in-lood vensters zijn drie verticale staven aangebracht, echter van minder grote dikte als de diefijzers op de begane grond. Het linker kruisvenster is origineel terwijl het rechter kruisvenster tijdens de restauratie in 1956-1960 opnieuw is aangebracht. Dit venster was daarvoor dichtgemetseld. Geheel rechts bevindt zich een derde kruisvenster. In dit kruisvenster zijn geen luiken aangebracht, maar bevat elk vak een glas-in-lood raam. Boven de kruisvensters zijn getoogde ontlastingsbogen, dit geldt zowel voor de kruisvensters als de twee kleinere vensters.

Ankers De ankers in deze gevel bevinden zich niet in een rechte lijn. Er zijn verschillende typen muurankers toegepast, allen zijn echter rechte staafankers. In elke bouwlaag zijn twee muurankers boven elkaar aangebracht. Deze zijn verbonden met de achterliggende moerbalken en muurstijlen. Aan de zijkant van de voorgevel bevinden zich eveneens drie muurankers, deze bevinden zich ter hoogte van de spitsbogen van de voorgevel. De bovenste muuranker is verbonden met een trekijzer, welke op zijn beurt is verbonden met een muuranker in de rechter zijgevel.

Hemelafvoer De hemelafvoer is van lood en met loden elementen aan de gevel bevestigd. In de voorzijde van de vergaarbak is een spuwer aangebracht. De vergaarbak heeft aan de bovenzijde een halfronde vorm. De tere loden pijp is op de begane grond tegen mechanische schade beschermd door een houten omtimmering. Aan de bovenzijde zijn smeedijzeren punten aangebracht. De houten omtimmering is met gietijzeren elementen aan de muur bevestigd. De hemelafvoeren bevinden zich ongeveer in het midden van het muurvlak links van de traptoren en in het midden van het muurvlak rechts van de traptoren. Traptoren Het meest in het oog springende element in de linker zijgevel is de achthoekige traptoren. De deur is later ingebroken. De eerste treden zijn daarom ingekort. Deze traptoren is drie bouwlagen hoog, de bouwlagen worden doormiddel van een waterlijst gescheiden. In de eerste bouwlaag bevindt zich aan de rechterzijde een korfboogvormig gemetselde toegang met geprofileerde dagkanten. Hierin bevindt zich een donker groen geschilderde houten deur, bestaand uit drie houten delen, voor de deur ligt een drempel van Belgisch hardsteen. In de traptoren zijn diverse lichtspleten voorzien, een enkele hiervan is nog origineel. De lichtspleten hebben natuurstenen kozijnen en in het midden een cirkelvormige uitsnede.

In de eerste bouwlaag bevindt zich een lichtspleet aan de linker zijde van de toren en in de 21

tweede en derde bouwlaag zitten de lichtspleten aan de rechter zijde (boven de deur). Hier zijn per bouwlaag twee lichtspleten aangebracht. Tegenwoordig zijn deze aan de binnenzijde afgedekt met een plexiglazen plaat. De traptoren wordt afgesloten door een achtkantige houtenspits, welke aan de buitenzijde is voorzien van leien. Onder de spits zijn, op regelmatige afstand van elkaar, diverse vierkante gaten aangebracht. Hierboven bevindt zich een uitgemetselde, geprofileerde gootlijst. Deze gootlijst bestaat uit afwisselend baksteen (3x) en natuursteenblokken. Achtergevel

Algemeen De achtergevel eindigt in een trapgevel met ezelsrugafdekking. Bouwsporen behorend tot het vroeg vijftiende-eeuwse trapgevel zijn duidelijk zichtbaar. Tevens zie je bouwnaden van een gerepareerd schoorsteenkanaal. Deze schoorsteen was niet van het stadhuis, maar hoorde bij het aangrenzende pand (Gasthuis). Het metsel- en voegwerk in de top van de gevel heeft een afwijkende kleur, hieruit kan worden afgeleidt dat de huidige trapgevel (waarschijnlijk tijdens de restauratie van 1956-1960) vernieuwd is. De gevel wordt afgesloten door een uitgemetselde schoorsteen.

Vensters In deze gevel zijn slechts drie kleine vensters zichtbaar. Vlak boven de nok van het gasthuisdak bevindt zich een lichtspleet. Rechts daarboven, ter hoogte van de zolder verdieping bevindt zich een vensters voorzien van drie horizontale diefijzers. De kozijnen van dit venster zijn van onbewerkt hout. Links boven dit venster dat in het verleden een venster met een getoogde ontlastingsboog. Deze is later dichtgemetseld.

Ankers De ankers in de gevel bevinden zich parallel aan het dakvlak en zijn verbonden met de wormen en muerplaet waarmee de achterliggende Oud-Hollandse kap is opgebouwd. Het gaat hierbij om rechte staafankers.

22

Rechter zijgevel

Algemeen De rechterzijde is tegenwoordig grotendeels opgenomen in de hal van het stadskantoor. In het metselwerk21 zijn (met name op de verdieping) duidelijk de sporen van het oorspronkelijk naastgelegen gebouw te zien. In het metselwerk zijn nog twee kaarsnissen zichtbaar. Één kaarsnis, met een schuine afdekking, bevindt zich tussen de deur naar de burgerzaal en de huidige glazenpui aan de Voorstraat zijde. De andere kaarsnis, eveneens met schuine afdekking, bevindt zich tussen de twee verdiepingen in. Duidelijk mag zijn dat de kaarsnissen behoorden bij het huis dat vroeger naast het stadhuis stond en van oudere datum is. Dit gebouw is in 1926 gesloopt. De bakstenen van het oudere huis zijn geler van kleur en hebbeneen ander formaat. Deze bakstenen waren oorspronkelijk mogelijk gepleisterd. Op het natuurstenen deel van de rechterzijgevel (naast de voorgevel) is nog duidelijk zichbaar tot waar het naast gelegen huis liep. Anders dan de linkerzijgevel, bevindt zich onder de dakrand een tandlijst. In het metselwerk op de tweede bouwlaag, links van het meest linker kruisvenster bevindt zich in het metselwerk een ontlastingsboog. Nader onderzoek zou moeten uitwijzen wat hier vroeger zat. De rechter zijgevel bevat twee bouwlagen (derde bouwlaag is de zolderverdieping) Doormiddel van de muurankers zijn er acht assen te onderscheiden met een ongelijke breedte.

De rechter zijgevel is in twee delen op te delen, links een deel met lichtere baksteen zonder vensters. Hier stond in het verleden een huis tegen aan. Aan de rechterzijde heeft de gevel meer gelijkenissen met de linker zijgevel.

Vensters Op de begane grond bevinden zich twee vensters. Het eerste venster (gezien vanaf de linkerzijde) zit boven de deur die toegang geeft tot de kantine. In dit venster zitten twee glas-in-lood ramen, van elkaar gescheiden door een stijl van basaltlava. Rechts hiervan is een kruisvenster met glas-in-lood ramen in alle vier vakken. Op de verdieping bevindt zich nog slechts één venster aan de buitenzijde van het gebouw. Dit is het meest linker venster. Het gaat hierbij niet om een kruisvenster, maar een venster bestaand uit een boven- en onder raam. Beide zijn voorzien van glas-in-lood ramen, het venster wordt afgesloten door een getoogde ontlastingsboog. De drie overige kruisvensters met getoogde ontlastingsbogen bevinden zich niet langer in de buitenlucht. Deze kruisvensters hebben in de onderste twee vakken luiken en in de bovenste twee vakken glas-in-lood ramen.

21

Het formaat van deze baksteen is 29 x 14 x 6,5/7, 10 lagen = 81 cm. 23

Deuropeningen In de rechter zijgevel bevinden zich verschillende openingen die toegang geven tot het oude stadhuis. Op de begane grond zit ongeveer in het midden van de tegenwoordige luchtsluis een enkel blanke eikenhouten deur bestaand uit vier horizontale planken, met een moderne koperen klink en cilinderslot (zelfde als in de raadzaal). De deuropening wordt afgesloten door een ontlastingsboog en geeft toegang tot de burgerzaal. Rechts van deze deur opening, tussen de luchtsluis en de waterafvoer is een brede nis, afgesloten door een éénsteensrollaag. Een derde opening in de gevel geeft toegang tot de kantine (voormalige raadzaal). In de opening bevindt zich een donker groen geschilderde houten deur, voorzien van een moderne koperen klink en cilinderslot. Het metselwerk rondom de opening heeft geprofileerde dagkanten en wordt afgesloten door korfboog. In de tweede bouwlaag (verdieping) zitten twee openingen die toegang geven tot het stadhuis. De linker opening bevindt zich ongeveer boven de eerste deur op de begane grond. Deze deur geeft toegang tot de raadzaal en is voorzien van een eikenhouten deur, welke is voorzien van een moderne koperen klink en cilinderslot. Deze opening was oorspronkelijk niet aanwezig en is tijdens de restauratie van 1956-1960 aangebracht. De tweede opening bevindt zich in de uiterste rechter hoek en is via een loopbrug toegankelijk.

Een gemetselde toogboog bevindt zich boven de opening. Deze opening is in 1981 aangebracht en geeft toegang tot de Commissiekamer (voorheen o.a. museum). De deur was niet zichtbaar, maar is hetzelfde type als de deur die toegang geeft tot de Raadzaal. Resten van een gemetselde halfsteens muur zijn in het zicht gelaten.

Ankers De staafankers bevinden zich niet op regelmatige afstand van elkaar, maar corresponderen met de achterliggende moerbalken en muurstijlen.

Hemelafvoer Net als in de linkerzijgevel zijn er bij de rechter zijgevel twee hemelafvoeren. Hierbij gaat het eveneens om twee loden afvoerpijpen. Ze staan echter op een andere plaats. De linker bevindt zich ongeveer in het midden van de gevel en de rechter bevindt zich geheel rechts van de gevel. Boven de rechter hemelafvoer ontbreekt een vergaarbak. De hemelafvoer sluit hier op een moderne goot aan.

24

3.2.2

Constructie

Draagconstructie Begane grond De draagconstructie bestaat uit muurstijlen deze rusten op natuurstenen sokkels. De muurstijlen met korbelen dragen de moerbalken. Tussen de korbelen en moerbalken zijn sleutelstukken aangebracht. Het gaat hier om laatgotische sleutelstukken met peerkraalproefiel. Boven de moerbalken liggen kinderbalken, deze zijn tijdens de restauratie van 1956-1960 vernieuwd. De moerbalken zijn met muurankers aan het metselwerk van de buitenmuren verankerd. Verdieping De muurstijlen met korbelen dragen de zes zware moerbalken (waarvan twee deels in de voor- en achterwand zijn opgenomen). De twee moerbalken die deels in het muurvlak zitten worden niet ondersteund door korbelen en er zijn bij deze moerbalken ook geen sleutelstukken aangebracht. Aan de voorzijde wordt de moerbalk extra ondersteund door uitgemetseld muurwerk. Boven de moerbalken liggen de 23 kinderbalken (waarvan twee deels in de linkeren rechterwand opgenomen) Deze kinderbalken zijn tijdens de restauratie van 1956-1960 vernieuwd en lopen niet in een rechte lijn. Tussen de korbelen en moerbalken zijn laatgotische sleutelstukken met peerkraalprofiel aangebracht. Toognagels verbinden de muurstijlen met de korbelen. De sleutelstukken en moerbalken zijn eveneens met elkaar verbonden door toognagels.

De derde korbeel aan de linkerzijde is versterkt door het aanbrengen van een extra balk aan de binnenzijde van de korbeel. De moerbalken, kinderbalken, korbelen en sleutelstukken zijn allen uitgevoerd in (ongeverfd) eikenhout. De moerbalken zitten met muurankers aan het metselwerk verankerd. Vanaf de voorgevel gerekend zitten de muurankers voor de eerste moerbalk aan de achterzijde. Bij de tweede en derde moerbalk zit het muuranker links aan de voorzijde en rechts aan de achterzijde. Bij de vierde moerbalk zitten de muurankers aan de voorzijde. Bij de vijfde moerbalk zit het linker anker aan de achterzijde en het rechter anker aan de voorzijde. De zesde moerbalk is slechts deels zichtbaar, hier zit het muuranker aan de voorzijde van de moerbalk.

25

Kapconstructie De kapconstructie dateert nog grotendeels uit de 15e eeuw. Op enkele plekken is het hout van de constructie (deels) vernieuwd. Sporen, dakbeschot en muurplaten dateren uit de bouwfase van 1956-1960. De is voorzien van telmerken (gezaagd, door elkaar). De kapconstructie bestaat uit een stijl (krommer), met daarop een dekbalk. Tussen de spant en dekbalk is eveneens een korbeel aangebracht. Op de dekbalk ligt een gording, deze is middels windschoren verbonden met de spant. Hierop staat een rechte stpant met eveneens een korbeel, windschoor, dekbalk en gording. Op de grodingen rusten de sporen. Deze lopen door tot in de nok en zijn onderling verbonden middels een hanen balk. Op enkele plekken aan de voorzijde (ter hoogte van de dakruiter) zijn de dekbalken over twee lagen extra ondersteund middels een staander en zijn de dekbalken met elkaar verbonden. De zolder van het achterste deel heeft eenzelfde kapconstructie. Beide kopgevels hebben hier rookkanalen. Bij de eerste zolder is een zitje voor het venster in de voorgevel gerealiseerd.

26

3.2.3

Interieur

Begane grond De begane grond van het stadhuis bestaat uit twee delen. Aan de voorzijde de burgerzaal en daarachter de huidige kantine (vroeger raadzaal). Beide worden van elkaar gescheiden door een oude muur, uit de eerste bouwperiode (15e eeuw). Burgerzaal (begane grond) Indeling: De begane grond is ouder dan de bovenliggende verdieping en zal in de loop van de tijd verschillende indelingen hebben gehad. De indeling van de huidige burgerzaal (voorste zaal begane grond) is tijdens de restauratie van 1956-1960 tot stand gekomen, niet oorspronkelijke binnenmuren, tussenverdieping en trap zijn toen verwijderd. Tijdens de opname waren er verkiezingen in deze zaal waardoor hij niet goed toegankelijk was. Plafond: De oude constructie is in het zicht. Deze constructie is deels een reconstructie uit 1956-1960. De eiken spanten, korbelen, sleutelstukken en dekbalken zijn nog grotendeels uit de 15e eeuw. De kinderbalkjes en bovenliggende vloerdelen lijken allemaal uit de bouwfase van 1956-1960 te dateren. Twee grote kroonluchters hangen aan het plafond. Datering hiervan is onbekend. Vloer: natuurstenen tegels (grotendeels uit 1956-1960, mogelijk enkele van een latere restauratie). Wanden: gestuc, voorzien van een plint van witjes (bouwfase 1956-1960). Voorzijde (west): Deze wand heeft een symmetrische indeling met in het midden de dubbele deur die toegang geeft tot de Voorstraat.

Deze is aan beide zijden voorzien van een venster. De deur en het bovenlicht dateren uit de bouwfase van 1733-1737. Beide kruisvensters zijn voorzien van houten luiken. Deze zijn met oude smeedijzeren gehangen aan de muur bevestigd. De linker luiken zijn ouder dan de overige luiken in het pand. Mogelijk zijn deze een van de weinige elementen van voor de grote restauratie van 1956-1960. Voor de vensters zijn zitjes met een natuurstenen afwerking (geen hout en tegeltjes zoals op de verdieping). Linkerzijde (noord): De linkerwand bevat tussen de staanders van de constructie twee vensters. Het linker venster was in 1956-1960 nog aanwezig, het rechtervenster is toen waarschijnlijk aan de hand van bouwsporen teruggebracht. Bouwtekeningen van de bestaande situatie laten hier een kleiner venster zien. Aan de wand zijn er twee schilderijen opgehangen, afgebeeld zijn familieleden van de familie Brederode. Achterzijde (oost): In de linker hoek bevindt zich de toegang tot de traptoren. In het midden hangt een schilderij van Vianen. 27

-

Rechterzijde (zuid): Voor de restauratie van 1956-1960 zien we hier een wand met vele openingen. Momenteel zit er slechts één deuropening in het wandvlak. De deur met kozijn dateren uit de bouwfase van 19561960.

Kantine (begane grond) Indeling: De ruimte heeft aan de voorzijde (west) een tussenverdieping. In 19561960 was hier al een tussenverdieping met een eigen toegang vanuit de traptoren. Deze rustte echter op een gemetselde muur en was geheel gesloten. De huidige situatie met een door houten zuilen gedragen balkon is in 1956-1960 tot stand gekomen. Plafond: De draagconstructie is in het zicht. Hij is gelijk als die in de burgerzaal. De ruimte is alleen kleiner waardoor er drie staanders met korbelen zijn i.p.v. vier. Vloer: natuurstenen tegels (1956-1960 of later). Wanden: stuc met plint van witjes (1956-1960) Voorzijde (west): het balkon met de houten zuilen en balustrade dateert uit 1956-1960. Het was niet zichtbaar of er nog oude vloerdelen zijn hergebruikt in de vloer van de tussenverdieping/balkon. Linkerzijde (noord): twee kruisvensters met zitjes ervoor (natuurstenen afwerking). Voor de restauratie van 1956-1960 zaten hier twee schuifvensters met tussen het meest westelijke venster en de traptoren twee kleine vensters voor beide lagen van de tussenverdieping. Achterzijde (oost): In 1955 was deze wand geheel gesloten. De functie van het achterliggende gebouw (brandweergarage) stond los van het stadhuis. In het midden van de gevel was een schouw of alleen een rookkanaal. Rechterzijde (zuid): geheel links was in 1955 nog een deur naar een toilet.

Deze tijdens de restauratie van 1956-1960 dichtgezet. De overige gevelopeningen bevinden zich op dezelfde plek als voor de restauratie. Links een groot kruisvensters en rechts een deur naar de overdekte binnenplaats.

28

Raadszaal (verdieping) Inleiding De raadzaal bevindt zich op de eerste verdieping, aan de voorzijde van het gebouw. Deze verdieping is in 1473 gerealiseerd toen het stadhuis werd verhoogt. Oorspronkelijk zat hier de ‘kamer van justitie’ voor de hogere rechtspraak. De lagere rechtspraak vond in de achterste kamer op de begane grond plaats. Na de restauratie in 1960 kreeg de onderzochte ruimte de bestemming van raadzaal. In de raadzaal hangen zes portretten, vier van de familie Nassau en twee van de familie Van Brederode. Aangenomen wordt dat deze oorspronkelijk op kasteel Batestein hebben gehangen. In de burgerzaal (begane grond) hangen eveneens portretten van het geslacht Van Brederode. Naast moderne verlichting hangen er ook twee koperen kroonluchters aan het plafond.22 Plafond In deze ruimte is de constructie geheel in het zicht gelaten (zie paragraaf constructie). Vloer De raadzaal bevindt zich hetzelfde niveau als de commissiezaal aan de achterzijde van het stadhuis en heeft eenzelfde houten vloer. De traptoren heeft een stenenvloer en bevindt zich een paar centimeter hoger als de vloeren van de zalen. De vloer wordt voor het grootste deel bedekt door een ovaalvormig vloerkleed met in het midden het wapen van Vianen. De vloerplanken (eiken, voorzien van een laklaag) lopen evenwijdig aan de voorgevel en verschillen in dikte.

Sommige planken zijn ruim twee keer zo dik als andere planken. Waar de vloer niet bedekt was, was duidelijk te zien dat sommige planken enigszins taps toelopen.

De raadzaal met zicht op de voorgevel. Zeven schilderijen uit het stadhuis. De foto’s dateren uit 1923 en zijn gemaakt nadat deze zijn schoongemaakt (voordat deze werden gerestaureerd. [bron: beeldbank RCE].

Wanden Alle wanden zijn voorzien van een plint van circa 6 centimeter. Deze houtenplint is in hetzelfde materiaal en kleur als de vloer. Bij de wand aan de achterzijde is eveneens een horizontale plint gerealiseerd, Dit is een kabelgoot. De wanden zijn allemaal gepleisterd en wit geverfd.

22

In het panddossier van de RCE zijn enkele brieven te vinden die betrekking hebben op de schilderijen. In 1901 waren er 13 schilderijen en een mooi stuk van Vroom. Wegens geldgebrek werden ze toen niet gerestaureerd. In 1910 werd het grote riviergezicht van Vroom (1691) gerestaureerd door Van Bohemen en verdoekt, later werden nog drie portretten verdoekt (circa 1916). In 1918 waren er drie portetten uit circa 1644 van J. Nason en acht voorstellingen van leden van het geslacht Brederode en een ruiterstuk van Reinoud III (door Vroom). De schilderijen bevonden zich toen in een slechte staat. In 1923 werden in ieder geval zeven schilderijen gerestaureerd. Volgens een inventarisatie waren er 11

schilderijen in de raadzaal (achterste ruimte begane grond) en twee in de kamer van de burgemeester. In 1974 was het voornamen om 8 werken gerestaureerd door Frans O. Pfister: H. Vroom, intocht van Brederode in Vianen; P. Nason, Joh. Maurits van Nassau; Nic van Ravesteijn, Hendrik II, heer van Brederode; P. Nason, Johan Grysperre, heer van Cocquelmonde; Nic. Van Ravesteijn, onbekend portret. P. Nason, Wolfert van Brederode; onbekend, Johan Wolfert Heer van Brederode; P. Nason, Johan Wolfert Heer van Brederode. Otto Eerelman, interieur; onbekend, miniatuur damesportretje met oorbel, onbekend, portret heer Rooseboon en portret Mr. M.C. van Hal. Er was toen geen subsidie beschikbaar.

29

Voor: De wand aan de voorzijde van het gebouw is in drie verticale assen verdeeld. In elke as bevindt zich een venster. Op de penanten tussen de vensters zijn kachels aangebracht. Alle drie de vensters zijn op dezelfde manier opgebouwd. Boven de vensters bevindt zich een getoogde ontlastingsboog. Onder de vensters zijn vensterbanken bestaand uit natuurstenen tegels (rood Belgisch marmer, waarvan enkele zijn vervangen door een grijzere variant). Hier onder bevind zich een vensterbank waar men op kon zitten. Deze bestaat uit twee gemetselde delen, afgedekt met een eikenhouten plank. Het vloer niveau van deze vensterbank is hoger dan van de zaal. De vloer van de vensterbank bestaat uit 27 (3 x 9) kleine vierkante tegels in een gele, groene en rode tinten (circa 13 x 13 cm).De vensters hebben een natuurstenen kruiskozijn (basaltlava). Deze verdeelt het venster in vier delen. De bovenste twee vensteropeningen zijn voorzien van glas-in-lood ramen. Hierbij zijn transparante vierkante glazen (98, 7x14) in lodenstrips gevat. De glasroeden bevinden zich aan de buitenzijde van het venster, ter hoogte van elke horizontale roede. Hier zijn de grote glas-in-lood ramen met glasnagels aan vast gezet. Tegenwoordig bevinden zich voor de glas-in-lood ramen witte vouwgordijnen. In de twee onderste openingen van het kruisvenster zijn geen ramen aangebracht, hier zitten luiken.

De luiken bestaan uit circa vijf verticale planken. Aan de binnenzijde zijn aan de bovenzijde, onderzijde en in het midden klampen aangebracht. Aan de verticale zijden zijn spiegelklampen aangebracht (met een holle profilering). Op de klampen en spiegelklampen bevinden op regelmatige afstand van elkaar ter decoratie kleine smeedijzeren nagels met een relatief ronde kop. De luiken zijn draaibaar met twee smeedijzeren duimgehengen om verticale duimen. De gehengen zijn met smeedijzeren nagels bevestigd.

Een smeedijzeren klink is met een nagel in de middelste klamp bevestigd en rust op een neus met oplooprug. In de smeedijzeren klinkhouder is een houten wig gestopt zodat het luik te allen tijde dicht blijft. Links: De linker gevel is opgebouwd uit vijf traveeën, deze worden door muurstijlen van elkaar gescheiden. In de eerste, tweede en vierde travee bevinden zich vensters en in de vijfde travee bevindt zich een deel van de traptoren. In de eerste travee (gezien vanaf de voorgevelzijde) bevindt zich een kruisvenster onder een getoogde ontlastingsboog. Dit venster bevindt zich niet in het midden van de travee, maar zit dichter tegen de voorgevel aan. Het kruisvenster heeft houtenkozijnen met glas-in-lood ramen. De houtenkozijnen zijn met koperen platkopschroeven (afgedekt met een houten prop) aan het natuurstenen kruisvenster bevestigd. De kozijnen hebben een duivenjager profilering. Anders dan de vensters aan de voorzijde zijn alle vier de openingen voorzien van glas-inlood ramen. De vensters in de tweede en vierde travee zijn op dezelfde manier ingedeeld als de kruisvensters in de voorgevel. Enige uitzondering is dat de vensterbanken slechts uit natuurstenen tegels bestaan en er geen zit-vensterbank is. Sommige natuurstenen platen zijn vervangen door een grijzere variant. In het natuursteen zijn duidelijk fossielen te zien, met name in een tegel in de vierde travee.

In de vijfde travee is de toegang tot de traptoren. Deze traptoren bevindt zich deels in en deels buiten het pand, hierdoor is de raadzaal niet geheel rechthoekig.

30 Bankjes voor de vensters.

Linkerzijgevel aan de stadhuisstraat met vensterbanken uit de bouwfase van 1956-1960, gereconstrueerd aan de hand van sporen van vensterbanken.

In deze vijfde travee zitten twee schuine muurdelen waar achter zich de traptoren bevindt. Deze is toegankelijk via een blanke eikenhouten deur welke zich onder een ontlastingsboog bevindt, de deur volgt aan de bovenzijde de ronding van de boog. Het hang- en sluitwerk van de deur naar de traptoren is volgen hetzelfde principe opgebouwd als de luiken. De gehengen zijn echter groter. Het gaat ook hier om twee duimgehengen. Aan de bovenzijde van de deur is echter een raamgeheng aangebracht, hierbij is een knik in het blad aangebracht. De duimen zijn in een sparing in de muur bevestigd. De deur is voorzien van een relatief kleine, moderne koperen deurkruk en cilinderslot. In de vijfde travee bevindt zich tevens de enige muuranker die in het zicht is. Deze is verbonden met het muuranker van de linkerzijgevel. Achter: De achtergevel is geheel gesloten. Op de zolderverdieping zijn nog resten van een rookkanaal te zien. Dit wijst erop dat hier een schouw heeft gezeten, dit is ook te zien op de bouwtekeningen uit 1955. Rechts: De rechterwand is net als de linkerwand opgedeeld in vijf traveeën. Deze traveeën hebben ongeveer dezelfde afmeting om dat deze eveneens door muurstijlen van elkaar zijn gescheiden. In dit muurvlak bevinden zich twee vensters (eerste en vijfde travee) en een deuropening in de vierde travee.

Raadzaal met zicht op de achterwand met o.a. de deur naar de traptoren.

Het venster in de eerste travee is een kruisvenster met in alle vier vlakken glas-inloodramen, net als het eerste venster in het eerste venster van de linkerwand. In de muur zitten hier echter aan beide zijden van het venster (zowel onder als boven) een witgeschilderde, smeedijzeren restant van een duim van een geheng.

Vensterbank bij het venster in de rechterzijwand (in 19561960 geplaatst).

Het venster in de vijfde travee is geen kruisvenster, het heeft slechts een boven en onderraam, gescheiden door natuurstenen midden dorpel (basaltlava). Beide ramen zijn glas-in-loodramen in een houten kozijn. Het bovenste glas-in-lood raam bevindt zich (net als bij de kruisvensters) verder naar buiten dan als het onderste raam. In het bovenste raam bestaat het glas-in-lood ramen uit 112 glazen (8 x 14) en in het onderste raam uit 91 glazen (7 x 13). De deur naar het nieuwbouwgedeelte in de vierde travee bevindt zich aan de buitenzijde van de muur. De uitsparing in het muurvlak wordt door een ontlastingsboog opgevangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=fe7f156f-241f-445d-b42a-b61dc5a9423f