Bestemmingsplan toelichting - Lakerveld 133-135, Lexmond.pdf
Tekst van het document
TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
NL.IMRO.1961.bpLMLakerveld133-VA01 Status: Vastgesteld Versie: 2.0
Langerak, 27-02-2023
Inhoudsopgave 1 INLEIDING ............................................................................................................. 3 1.1 Aanleiding ....................................................................................................... 3 1.2 Ligging en begrenzing plangebied .................................................................. 3 1.3 Vigerend bestemmingsplan ............................................................................ 4 1.4 Leeswijzer ....................................................................................................... 5 2 BESTAANDE SITUATIE ........................................................................................ 6 2.1 Algemeen ........................................................................................................ 6 2.2 Huidig gebruik ................................................................................................. 6 3 PLANBESCHRIJVING ........................................................................................... 7 3.1 Plan ................................................................................................................. 7 3.2 Ontsluiting en verkeer .....................................................................................
8 3.3 Beeldkwaliteit ................................................................................................ 10 4 BELEIDSKADER ................................................................................................. 11 4.1 Rijksbeleid .................................................................................................... 11 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie ..................................................................... 11 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ........................................ 11 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening .................................................................... 11 4.2 Provinciaal beleid .......................................................................................... 13 4.2.1 Omgevingsvisie provincie Utrecht ......................................................... 13 4.2.2 Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht ................................. 14 4.3 Regionaal beleid ........................................................................................... 17 4.3.1 Regionale woonvisie .............................................................................. 17 4.3.2 Regionale structuurvisie ‘Open voor elkaar’ ..........................................
17 4.4 Gemeentelijk beleid ...................................................................................... 19 4.4.1 Toekomstvisie Zederikse dorpen 2030 .................................................. 19 4.4.2 Woonvisie Vijfheerenlanden 2020-2025 ................................................ 20 4.4.3 Beleid hogere waarde gemeente Vijfheerenlanden 2020 ..................... 21 5 ONDERZOEK/VERANTWOORDING .................................................................. 23 5.1 Milieueffectrapportage .................................................................................. 23 5.2 Geluidhinder ................................................................................................. 25 5.3 Bedrijven en milieuzonering ......................................................................... 27 5.4 Bodem .......................................................................................................... 30 5.5 Archeologie ................................................................................................... 32 5.6 Watertoets .................................................................................................... 35 5.7 Ecologie ........................................................................................................
39 5.8 Stikstofdepositie ............................................................................................ 43 5.9 Luchtkwaliteit ................................................................................................ 44 5.10 Externe veiligheid ....................................................................................... 46 5.11 Kabels en leidingen .................................................................................... 48 6 JURIDISCHE PLANOPZET ................................................................................. 49 6.1 Inleiding ........................................................................................................ 49
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
1
6.2 Systematiek van de regels ........................................................................... 49 6.3 Bestemmingen .............................................................................................. 49 6.4 Aanduidingen ................................................................................................ 50 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .............................................................. 51 7.1 Exploitatie ..................................................................................................... 51 8 OVERLEG EN INSPRAAK .................................................................................. 51 8.1 Vooroverleg .................................................................................................. 51 8.2 Zienswijzen ................................................................................................... 52 Bijlage 1
2
3 4
Omschrijving Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Verkennend bodem- en asbestbodemonderzoek Archeologisch onderzoek Digitale watertoets
5
Ecologische quickscan
6 7
Huismusonderzoek Stikstofdepositieonderzoek Onderzoek geurhinder veehouderijen Nota beantwoording van Zienswijze
8
9
Auteur Voortman Ingenieurs
Referentie R-JVO/1673
Datum 31-01-2023
Linge Milieu
20-2137
19-05-2021
ADC ArcheoProjecten Waterschap Rivierenland Blom Ecologie
Rapport 5501
04-10-2021
20210204-925465 BE/2021/105/r
04-02-2021
Blom Ecologie Van den Heuvel Milieuadvies De Roever Omgevingsadvies
BE/2021/509 20180
06-05-2021 (revisie 0203-2022) 07-06-2021 22-01-2021
20211304.v01
27-09-2021
Gemeente Vijfheerenlanden
Lakerveld 133-135, Lexmond
27-02-2023
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
2
1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Het perceel Lakerveld 133-135 te Lexmond betreft een voormalig agrarische bedrijfslocatie. Op het voorerf is een boerderijvolume met twee woningen gerealiseerd. Achter dit gebouw bevinden zich enkele verouderde schuren welke zich in een slechte bouwkundige staat bevinden. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn gestaakt, waardoor het perceel nu alleen wordt gebruikt om te wonen. De initiatiefnemer is voornemens alle gebouwen te slopen en ter plaatse twee burgerwoningen met bijgebouwen te realiseren. De schuren bevonden zich in een zeer slechte bouwkundige staat en zijn vanwege de veiligheid reeds gesaneerd. Het plan is echter strijdig met het vigerend bestemmingsplan ‘buitengebied Zederik’, vastgesteld op 29 juni 2015 door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Zederik. Het plangebied heeft hierin de enkelbestemming ‘Agrarisch’. Binnen deze bestemming zijn burgerwoningen juridisch-planologisch niet toegestaan. Het onderhavige plan is voorgelegd aan de voormalige gemeente Zederik middels een principeverzoek. Het college heeft schriftelijk aangegeven in principe akkoord te kunnen gaan met het plan. Tevens heeft de gemeente Vijfheerenlanden schriftelijk aangegeven medewerking te willen verlenen aan het plan.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied betreft het perceel Lakerveld 133-135 te Lexmond en een stuk achtergelegen weiland. Het perceel is gelegen ten zuidwesten van de kern Lexmond en ten noordoosten van de kern Meerkerk en is kadastraal bekend ZDR00, sectie B, nummers 970, 971 en (een onderdeel van) 1032. Het plangebied wordt zowel aan de noord-, oost- als aan de zuidzijde begrensd door water. Het plangebied wordt aan de westzijde begrensd door het open slagenlandschap.
Afbeelding 1: Begrenzing plangebied
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
3
1.3 Vigerend bestemmingsplan Bestemmingsplan ‘buitengebied Zederik’ Het plangebied valt binnen de contouren van het bestemmingsplan ‘buitengebied Zederik’, dat door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Zederik is vastgesteld op 29 juni 2015. De gronden waarop het plangebied is gelegen heeft de enkelbestemming: • Agrarisch. Zonder dubbelbestemmingen. En de aanduiding: • Bouwvlak.
Afbeelding 2: Uitsnede bestemmingsplan 'buitengebied Zederik'
Bestemmingsplan ‘Reparatieplan Buitengebied Zederik’ Op 19 november 2018 is het bestemmingsplan ‘Reparatieplan Buitengebied Zederik’ vastgesteld. In de herziening zijn nieuwe regels opgenomen en zijn de regels en de verbeelding aangepast naar aanleiding van o.a. omissies en nieuw beleid. Voor het plangebied betekent dat de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1, 2, 3 en 6’ zijn toegevoegd aan de regels en de verbeelding.
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
4
Afbeelding 3: Uitsnede bestemmingsplan 'Reparatieplan Buitengebied Zederik'
Bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan parkeren en wonen’ Op 10 juni 2021 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan parkeren en wonen’ vastgesteld. Aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan was enerzijds de inwerkingtreding van de gewijzigde Woningwet, waardoor het niet meer mogelijk was om stedenbouwkundige voorschriften, zoals parkeervoorschriften, vast te leggen in de bouwverordening. Zodoende zag de gemeente zich genoodzaakt de parkeervoorschriften te waarborgen in dit bestemmingsplan. Daarnaast bestond de wens van gemeente Vijfheerenlanden om in het kader van toezicht & handhaving meer regie te krijgen op de verschillende woonvormen binnen de gemeente. Met het paraplubestemmingsplan zijn regels om de parkeervoorschriften te waarborgen opgenomen alsmede enkele begripsbepalingen. De regels en begripsbepalingen uit het paraplubestemmingsplan zijn overgenomen in het voorliggend plan, zodat de regels ook voor dit plan blijven gelden.
1.4 Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit de volgende hoofdstukken, waarin de achtergronden van het plan zijn beschreven. - Hoofdstuk 2: Beschouwing van de bestaande situatie; - Hoofdstuk 3: Planbeschrijving; - Hoofdstuk 4: Beleidskaders; - Hoofdstuk 5: Milieuonderzoeken en nadere verantwoording; - Hoofdstuk 6: Juridische planopzet; - Hoofdstuk 7: Economische uitvoerbaarheid; - Hoofdstuk 8: Overleg en inspraak.
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
5
2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Algemeen Lexmond is één van de kernen van de gemeente Vijfheerenlanden en is gelegen in het noordelijk deel van de gemeente. Lexmond biedt een thuis aan de circa 3.150 inwoners.
2.2 Huidig gebruik Het plangebied is gelegen aan de westzijde van het lint Lakerveld. Het perceel Lakerveld 133-135 betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn gestopt, waardoor het perceel alleen gebruikt wordt om te wonen. Op het perceel is een boerderij (126 m²) gebouwd welke voorzien is van twee wooneenheden. Op het achtererf zijn enkele verouderde en in slechte bouwkundige staat zijnde schuren aanwezig. Het betreft een stenen schuur direct achter de woning van 105 m², een schuur met een oppervlak van circa 213 m², een vervallen, halfopen kapschuur met een oppervlak van 82 m² en een garage van 38 m² helemaal achterop het erf. De schuren bevonden zich in een zeer slechte bouwkundige staat en zijn om veiligheidsredenen reeds gesaneerd. Het perceel wordt ontsloten via een brug op het Lakerveld.
Afbeelding 4: Aanzicht perceel Lakerveld 133-135 te Lexmond voor de sanering van de schuren
Garage
Vervallen kapschuur
Boerderij met 2 woningen
Schuur Schuurtje Afbeelding 5: Overzicht bebouwing voor de sanering van de schuren Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
6
3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Plan Het perceel Lakerveld 133-135 te Lexmond betreft een voormalig agrarisch bedrijfsperceel. De agrarische activiteiten zijn gestaakt, waardoor het perceel thans alleen gebruikt wordt om te wonen. Op het perceel is een boerderij gebouwd, waarin twee wooneenheden zijn geïntegreerd. Op het achtererf zijn enkele schuren gerealiseerd welke zich in een slechte bouwkundige staat bevinden. De initiatiefnemer is voornemens om alle bebouwing op het perceel te slopen. De schuren zijn om veiligheidsredenen reeds gesaneerd. Ter plaatse worden vervolgens twee vrijstaande woningen gerealiseerd. De twee nieuwe woningen worden achter elkaar gerealiseerd. Zodoende blijven de brede zichtlijnen naar het achtergelegen open slagenlandschap zoveel mogelijk behouden. De voorste woning wordt gerealiseerd in de vorm van een woonboerderij en de achterste woning wordt architectonisch uitgevoerd als een schuur, ondergeschikt aan de woning voorop het perceel. Op deze manier zal het nieuwe perceel aandoen als een boerenensemble en ontstaat er een compacte erfbebouwing, passend bij het landelijke karakter van de omgeving. Daarnaast wordt langs de watergangen een rij knotwilgen en (hoogstam)fruitbomen aan te brengen en ook is er ruimte gereserveerd voor een vogelbosje. Ten noorden van de woningen wordt een koepad gerealiseerd als perceelsontsluiting.
Het koepad wordt gerealiseerd middels twee smalle betonstroken met gras ertussen. De woningen worden op een afstand van minimaal 30 meter vanaf het agrarisch bedrijf aan het Lakerveld 206 gerealiseerd. Hierdoor wordt het agrarisch bedrijf niet belemmerd in haar bedrijfsvoering als gevolg van dit plan.
30 m
Afbeelding 6: Nieuwe situatieschets
De bestaande woning is op dit moment in een verlaagd deel van het perceel gelegen. Het is niet wenselijk om de nieuwe woning(en) in deze ‘kuil’ te bouwen, omdat daarmee gemakkelijk wateroverlast zou kunnen ontstaan. Derhalve is de volgende definitie van het begrip ‘peil’ opgenomen:
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
7
Peil: • voor gebouwen die direct aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; • in overige gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; Omdat de woningen niet direct aan de weg komen te grenzen, wordt het peil gedefinieerd als de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. Het peil zal daarmee de gemiddelde hoogte van het maaiveld zijn.
3.2 Ontsluiting en verkeer Ontsluiting De eigenaar van het perceel heeft reeds een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verplaatsen van de aanwezige brug. Het bevoegd gezag heeft de vergunning verleend en de brug is inmiddels gerealiseerd. De ontsluiting van het perceel zal in de nieuwe situatie ook via deze brug op het Lakerveld plaatsvinden. De perceelsontsluiting wordt uitgevoerd in de vorm van een koepad, om aan te sluiten bij de inrichting als boerenensemble.
Afbeelding 7: Ontsluiting nieuwe situatie
Parkeren De gemeenteraad van de gemeente Vijfheerenlanden heeft de Nota Parkeernormen 2022-2030 vastgesteld. Volgens de nota moet een (nieuw)bouwinitiatief op eigen terrein voldoen aan de parkeervraag. In de Nota zijn parkeernormen opgenomen per woningtype, waarbij geldt dat deze locatie is gelegen in de stedelijke zone ‘(rest) bebouwde kom’. Voor een vrijstaande koophuis geldt een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per woning, waarbij 0,3 parkeerplaatsen bedoelt is voor bezoekers. Voor het plan betekent dat een parkeervraag van 4,6 parkeerplaatsen, waarvan 4 parkeerplaatsen voor de bewoners en 0,6 parkeerplaatsen voor de bezoekers. De parkeerplaatsen voor de bewoners zijn ingetekend in het ontwerp. Eventuele bezoekers kunnen elders parkeren, daar is voldoende ruimte aanwezig. Daarmee is het plan in overeenstemming met het gemeentelijke parkeerregeling. Verkeersgeneratie Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
8
Naast het aspect parkeren is gekeken naar de verkeersgeneratie als gevolg van het onderhavige plan. Voor de vaststelling van de verkeersgeneratie is tevens gebruik gemaakt van de CROW publicatie 381. Voor wat betreft het woningtype ‘koop, vrijstaand’, liggend in de ‘rest bebouwde kom’ van een ‘weinig stedelijk’ gebied (conform de gemeentelijke parkeerregeling) gaat de publicatie uit van een verkeersgeneratie van maximaal 8,6 motorvoertuigbewegingen per weekdag per woning. In totaal voorziet het plan daarmee in een verkeersgeneratie van 13,2 motorvoertuigbewegingen per weekdag. Een dergelijke verkeersgeneratie is dermate laag en gesteld kan worden dat deze geringe toename niet leid tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. De verkeersafwikkeling van het plangebied zal plaatsvinden via het Lakerveld. Het Lakerveld heeft voldoende capaciteit om de extra verkeersbewegingen vanwege het onderhavige plan op te kunnen vangen.
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
9
3.3 Beeldkwaliteit Om de ruimtelijke kwaliteit te behouden dan wel te versterken is het bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied wenselijk zorg te dragen voor een passende inrichting van het plangebied. De woningen worden achter elkaar gerealiseerd, waarbij de voorste woning wordt gerealiseerd in de vorm van een woonboerderij. De achterste woning wordt ondergeschikt gerealiseerd ten opzichte van de voorste woning door deze lager uit te voeren en gebruik te maken van landelijke materialen (zoals het toepassen van gepotdekselde gevels). De achterste woning zal daarmee aandoen als een schuur. Zodoende krijgt het perceel een boerenensemble-uitstraling en ontstaat er een compacte erfbebouwing, hetgeen passend is bij het landelijke karakter van de omgeving. Bijgebouwen zijn uitsluitend toegestaan achter de voorgevelrooilijn van de woningen en hebben een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 5 meter. Verder wordt op het perceel streekeigen beplanting aangebracht in de vorm van knotwilgenrijen en (hoogstam)fruitbomen. Hiermee worden de watergangen, die zo beeldbepalend zijn voor het open slagenlandschap, geaccentueerd. Daarnaast wordt de perceelontsluiting gerealiseerd in de vorm van een koepad om aan te sluiten bij de inrichting als boerenensemble. Verder worden er veldesdoornhagen en hagen met besdragende soorten aangebracht.
Ook is er ruimte gereserveerd voor een vogelbosje en een waterpoel. Het achterste gedeelte dat weiland blijft, wordt ingericht als een kruiden- en faunarijk grasland.
Afbeelding 8: Erfinrichtingsplan
In de regels van dit plan is het erfinrichtingsplan opgenomen als voorwaardelijke verplichting. Daarmee is de realisatie van het erfinrichtingsplan juridischplanologisch geborgd.
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
10
4 BELEIDSKADER 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • duurzaam economisch groeipotentieel; • sterke en gezonde steden en regio's; • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat er zowel maatregelen op korte termijn als maatregelen op lange termijn nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Het onderhavige plan is kleinschalig van aard en er worden geen rijksbelangen geschaad.
4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Kern van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is dat alle overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven via welke weg zij die belangen denken te realiseren. Het Rijk geeft dit aan in de AMvB Ruimte. De nieuwe AMvB Ruimte, het Barro (Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) is gebaseerd op enkele hoofdstukken uit de voorgaande AMvB Ruimte en enkele nieuwe toevoegingen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen uit eerder uitgebrachte PKB's (planologische kernbeslissingen) die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Het onderhavige plan is kleinschalig van aard en maakt geen onderdeel uit van de genoemde ruimtelijke rijksbelangen in het Barro.
4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgelegd aan gemeenten en provincies om in de toelichting op een ruimtelijk besluit voor nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen bepaalde duurzaamheidsaspecten van het voornemen te motiveren. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6 van de Bro op een aantal punten gewijzigd. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, dient de toelichting een beschrijving te bevatten van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient de toelichting, aanvullend op de beschrijving van de behoefte en het resultaat van het nodige overleg, een motivering te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Voordat een stedelijke
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
11
ontwikkeling plaats kan vinden zal deze moeten worden getoetst aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Ladder voor duurzame verstedelijking Of toetsing van het plan aan de hand van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wettelijk verplicht is hangt af van het feit of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Een in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling dient voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. In artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro is de volgende definitie van stedelijke ontwikkeling opgenomen: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Er is geen verdere definitie gegeven van het begrip. Inmiddels biedt jurisprudentie een verdere beoordelingskader van welke ontwikkelingen als nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ worden aangemerkt: De bouw van één woning is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder (ABRvS 14 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:156). Ook een plan dat voorziet in de planologische inpassing van drie woningen is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS: 2014:3929).
De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is tevens niet van toepassing op een ontwikkeling waarbij zes woningen mogelijk worden gemaakt (ABRvS 18 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013: 2471). Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt (ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS: 2017:1724). Een ontwikkeling welke voorziet in het realiseren van 12 woningen wordt wel gezien als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015, ELCI:NL:RVS:2015:953).’ Toetsing aan ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ Middels het onderhavige plan worden twee wooneenheden gesloopt en worden twee nieuwe wooneenheden gerealiseerd. Per saldo worden geen woningen toegevoegd. Vanuit jurisprudentie is in dit geval geen sprake van een nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ en is toetsing aan de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ niet noodzakelijk.
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
12
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie provincie Utrecht De provincie Utrecht beslaat circa 1.550 km2, grenst aan vier andere provincies, heeft 26 gemeenten, 4 waterschappen en circa 1,35 miljoen inwoners. De toekomst laat zich niet exact voorspellen. Eén ding is echter zeker: Utrecht ziet er in 2050 anders uit dan nu. De komende 30 jaar pakt de provincie omvangrijke, complexe en urgente opgaven aan. Er is veel ruimte nodig voor duurzame ontwikkeling van diverse functies, zoals wonen, werken, mobiliteit, energie, recreatie, natuur en landbouw. Tegelijkertijd heeft de provincie de ambitie om de bestaande Utrechtse kwaliteiten verder te versterken. Het is belangrijk om nu al na te denken over de juiste balans tussen opgaven en Utrechtse kwaliteiten en keuzes te maken die daarvoor nodig zijn. Hiervoor is de Omgevingsvisie provincie Utrecht opgesteld, welke is opgebouwd uit 7 beleidsthema’s: 1. Stad en land gezond; 2. Klimaatbestendig en waterrobuust; 3. Duurzame energie; 4. Vitale steden en dorpen; 5. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; 6. Levend landschap, erfgoed en cultuur; 7. Toekomstbestendige natuur en landbouw. Samenvattend houden de beleidsthema’s het volgende in.
Stad en land gezond De provincie zet zich in op de ontwikkeling van een groenblauwe en recreatieve structuur die robuust is langs bestaande doorgaande waterlopen en biedt daarbij voldoende gelegenheid om te zwemmen. Stad/land-verbindingen worden versterkt en er wordt geïnvesteerd in groen in en om bebouwd gebied, recreatieve verbindingen, recreatiezones en -terreinen. Klimaatbestendig en waterrobuust Utrecht zet zich in voor een klimaatbestendige en waterveilige provincie en draagt zorg voor aantrekkelijke en toekomstbestendige dijken en omgeving langs de Nederrijn en Lek en verzilveren meekoppelkansen met andere functies. Het hydrologische systeem van de Utrechtse Heuvelrug wordt benut om regenwater vast te houden en te infiltreren. In de veenweidegebieden worden maatregelen genomen voor het tegengaan van bodemdaling. Verder zorgt de provincie ervoor dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater voldoet. Nieuwe ontwikkelingen in stedelijk en landelijk gebied worden klimaatadaptief ingericht. Duurzame energie De ambitie van de provincie is om in 2040 een energieneutrale provincie te zijn door energiebesparing te stimuleren. Nieuwe technieken voor duurzame energieopwekking faciliteert de provincie als ze minder impact hebben op de leefomgeving.
Ook biedt Utrecht in grote delen van de provincie ruimte om op zoek te gaan naar geschikte locaties met draagvlak voor wind- en zonne-energie. Vitale steden en dorpen Er wordt in algemene zin gekozen om de ruimtevraag voor wonen en werken binnenstedelijk en binnendorps te ontwikkelen. De provincie heeft in aanvulling hierop enkele potentiële locaties rond knooppunten benoemd voor integrale ontwikkelingen. Van deze locaties zijn twee locaties rond de stad Utrecht opgenomen als zoekrichting voor grootschalige integrale ontwikkeling wonenwerken-bereikbaarheid. Naast de omvangrijke opgave krijgen kleinere steden en dorpen zo mogelijk passende ontwikkelruimte om te bouwen ten behoeve van lokale vitaliteit.
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
13
Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Om goed bereikbaar te blijven is het streven om het spoor- en hoogwaardig OVnetwerk beter te benutten met aandacht voor het beter benutten van het hoofdwegennet en het provinciale wegennet. Daarbij wordt ingezet op knooppuntontwikkeling om overstap tussen vervoerswijzen mogelijk te maken en het OV- en fietsgebruik te stimuleren. Tussen een aantal woon-, werk- en leefgebieden wordt een regionaal netwerk van (snel)fietsroutes aangelegd. Levend landschap, erfgoed en cultuur Utrecht beschermt en benut landschappelijke, aardkundige, cultuurhistorische en archeologische waarden als dragers en aanjagers van omgevingskwaliteit. In de landschappen ontwikkeld de provincie met de kernkwaliteiten van het landschap mee. De universele waarden van de Hollandse Waterlinie en Neder-Germaanse Limes worden verzilverd. Toekomstbestendige natuur en landbouw De ambitie is om een robuust klimaatbestendig natuurnetwerk van hoge kwaliteiten met hoge biodiversiteit te ontwikkelen. Bestaande natuurgebieden worden beschermd, verder ontwikkeld en onderling beter verbonden. Verder wordt de transitie naar een duurzame landbouw gestimuleerd. Het onderhavige plan is kleinschalig van aard. Het plan voorziet in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door de verouderde bebouwing te slopen en twee nieuwe woningen die in het landschap passen te bouwen.
Er wordt ruimte gegeven om landschappelijke doorzichten te creëren. Daarnaast vindt de ontwikkeling plaats op een bestaand bebouwd perceel en wordt de juridisch-planologische mogelijkheid om een nieuw volwaardig agrarisch bedrijf te vestigen uitgesloten. Het plan draagt bij aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit door het bestaand bebouwd perceel beter te benutten. 4.2.2 Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht Op 1 april 2020 heeft de minister voor Milieu en Wonen in een brief aan de Tweede Kamer laten weten dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt uitgesteld. Op 20 mei 2020 heeft de minister bekend gemaakt dat het uitstel een jaar betreft. De nieuwe invoeringsdatum van de Omgevingswet wordt daarmee 1 januari 2022. De op 17 maart 2020 door gedeputeerde staten vastgestelde ontwerp omgevingsverordening kan om die reden niet op 1 januari 2021 inwerkingtreden. Dit geldt niet voor de ontwerp omgevingsvisie die ook op 17 maart door gedeputeerde staten is vastgesteld. Deze kan ook onder de huidige wetgeving vastgesteld worden. Om eerder dan pas in 2022 uitvoering te kunnen geven aan de ambities uit de omgevingsvisie is een ontwerp interim omgevingsverordening vastgesteld. De interim omgevingsverordening is een tijdelijke verordening tot 1 juli 2022. Dan treedt, als de Omgevingswet van kracht is, de omgevingsverordening inwerking.
De omgevingsverordening is een juridische vertaling van de Omgevingsvisie Utrecht. De verordening is daarom opgebouwd uit dezelfde 7 thema’s uit de Omgevingsvisie. Voor het onderhavige bestemmingsplan zijn de volgende artikelen uit het ontwerp Omgevingsverordening van belang. Stedelijke functies in landelijk gebied Een bestemmingsplan die verstedelijking in het landelijk gebied toelaat een motivering bevatten waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd, de bebouwing niet buiten de bestaande bebouwingslint plaatsvind en dat de belangen van bestaande omringende functies niet onevenredig worden aangetast. Tevens dient een dergelijk bestemmingsplan een beeldkwaliteitsparagraaf te bevatten. Het plan voorziet in het saneren van alle (verouderde) bebouwing en het terugbouwen van twee woningen. De woningen worden op een passende manier in het landschap en het cultuurhistorisch lint ingepast.
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
14
De woningen worden achter elkaar gerealiseerd, waarbij de voorste woning een uitstraling van een woonboerderij zal krijgen en de achterste woning een schuurachtige uitstraling krijgt. Zodoende krijgt het perceel een boerenensembleuitstraling, hetgeen passend is bij het landelijke karakter van de omgeving. Al met al voorziet het plan in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast wordt door de sanering van de verouderde bebouwing verdere verloedering en daarmee aantasting van de ruimtelijke kwaliteit voorkomen. De schuren zijn om veiligheidsredenen reeds gesaneerd. Met het verwijderen van het agrarisch bouwvlak wordt tevens de juridisch-planologische mogelijkheid tot nieuwvestiging van een volwaardig agrarisch bedrijf uitgesloten, hetgeen bijdraagt aan een verbetering van het woon- en leefklimaat ter plaatse. Verder worden de woningen in het kader van bedrijven en milieuzonering op voldoende afstand van het agrarisch bedrijf aan de andere zijde van het Lakerveld gerealiseerd, zodat dit agrarisch bedrijf niet wordt belemmerd als gevolg van onderhavig plan. Gesteld kan worden dat belangen van omringende functies niet worden aangetast. Verder is in paragraaf 3.3 van deze toelichting een beeldkwaliteitsparagraaf opgenomen. Het plan voldoet aan de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht.
(Voormalig) agrarisch perceel naar woonfunctie Conform artikel 9.10 van de Interim Omgevingsverordening dient een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een locatie binnen Landelijk gebied en een functiewijziging van een (voormalig) agrarisch bedrijf naar wonen mogelijk maakt, te voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw, of, in het geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een concentratiegebied glastuinbouw; 2. de bestaande cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden behouden of versterkt; 3. de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd; en 4. een kantoor of bedrijf aan huis is mogelijk indien de omvang van die activiteiten ondergeschikt blijft aan de woonfunctie. 1. Het perceel is gelegen direct naast een woonperceel. Daardoor wordt een eventuele nieuwvestiging door een nieuw volwaardig agrarisch bedrijf belemmerd. Daarnaast zijn de huidige aanwezige agrarische schuren te kleinschalig om doorgang te kunnen vinden als volwaardig agrarisch bedrijf. Het perceel is verre van optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw. Van glastuinbouw is geen sprake. 2. In de oude situatie bevonden zich op het perceel verouderde voormalige agrarische schuren die de ruimtelijke kwaliteit aantastten.
Daarnaast waren de achtergelegen schuren parallel aan het Lakerveld gebouwd, waardoor ter plaatse geen landschappelijk doorzicht naar het achtergelegen open slagenlandschap aanwezig waren. Alle gebouwen worden middels het plan gesaneerd (de schuren zijn om veiligheidsredenen al verwijderd) en worden twee woningen teruggebouwd. De woningen worden zodanig gerealiseerd dat het perceel zal aandoen als een boerenensemble, hetgeen passend is in het landelijk karakter van de omgeving en zo karakteristiek is voor de cultuurhistorische linten zoals het Lakerveld. Hierdoor wordt aangesloten bij het cultuurhistorische karakter. Daarnaast worden enkele knotwilgen langs de watergangen aangebracht. De knotwilgen accentueren de lengtesloten die zo karakteristiek zijn voor het slagenlandschap. Daarnaast wordt door het clusteren van de bebouwing ruimte gegeven aan brede zichtlijnen over het open landschap. Daarmee worden tevens de landschappelijke waarden versterkt. 3. In §5.3 van deze toelichting is het aspect bedrijven en milieuzonering behandeld. Hieruit wordt geconcludeerd dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat en omliggende bedrijven niet (verder) in hun bedrijfsvoering worden belemmerd.
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
15
4. Het plan staat uitsluitend een kantoor of bedrijf aan huis toe indien deze functie maximaal 30% van het bruto vloeroppervlak van de woning, inclusief aan-, uit- en bijgebouwen beslaat, tot een maximum van 100 m². Deze bepaling is opgenomen in artikel 4.1 lid b van de regels. Daarmee zijn deze functies ondergeschikt aan de woonfunctie. (Voormalig) agrarisch bedrijfsperceel naar woonfunctie met extra woningen (‘ruimte voor ruimte’) Het plan voorziet in het ‘loskoppelen’ van de twee bestaande bedrijfswoningen in de vorm van een twee-onder-een-kapper naar twee vrijstaande woningen. Ondanks er feitelijk geen woningen worden toegevoegd, ontstaat er in de nieuwe situatie wel twee separate wooneenheden. Derhalve is het plan ook getoetst aan artikel 9.11 van de Interim Omgevingsverordening. Conform artikel 9.11 dient een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een locatie binnen Landelijk gebied en een functiewijziging van een (voormalig) agrarisch bedrijf naar wonen mogelijk maakt en de bouw van nieuwe woningen toestaat, te voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. het bouwperceel is niet optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw of, in geval van een glastuinbouwbedrijf, het bouwperceel ligt niet in een concentratiegebied glastuinbouw; 2.
alle bedrijfsbebouwing op de betrokken bouwpercelen wordt gesloopt, tenzij het gaat om historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing of bedrijfswoning. De historisch waardevolle of karakteristieke bebouwing krijgt een passende functie die bijdraagt aan dat behoud. Wanneer 750 m 2 tot 2.500 m2 aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van één nieuwe woning toegestaan. Wanneer 2.500 m2 tot 4.000 m2 aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van twee woningen toegestaan. Wanneer er 4.000 m2 of meer aan bebouwing wordt gesloopt, is de bouw van drie woningen toegestaan. Voor kassen geldt dat er 5.000 m2 aan bedrijfsbebouwing wordt gesloopt voor één woning. Afwijking van de vereiste sloopoppervlakten, het aantal te bouwen woningen en van de verplichting om het totaal aan bedrijfsbebouwing te slopen, is mogelijk mits dit leidt tot verhoging van de ruimtelijke kwaliteit; 3. de nieuwe woning of woningen worden gesitueerd binnen de voormalige bouwpercelen, in samenhang met de te handhaven boerderij of bedrijfswoning, de betrokken bouwpercelen worden evenredig verkleind en de woningen worden landschappelijk goed ingepast, tenzij situering van de nieuwe woning op een andere locatie in het landelijk gebied leidt tot verhoging van de ruimtelijke kwaliteit; en 4. de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. 1.
Het perceel is gelegen direct naast een woonperceel. Daardoor wordt een eventuele nieuwvestiging door een nieuw volwaardig agrarisch bedrijf belemmerd. Daarnaast zijn de huidige aanwezige agrarische schuren te kleinschalig om doorgang te kunnen vinden als volwaardig agrarisch bedrijf. Het perceel is verre van optimaal gesitueerd en uitgerust voor de grondgebonden landbouw. Van glastuinbouw is geen sprake. 2. Het plan voorziet in het saneren van alle bebouwing op het perceel. Er is geen sprake van historische waardevolle of karakteristieke bebouwing. Het plan voorziet in het slopen van 126 m² aan bedrijfswoningen en 438 m² aan bijgebouwen; per saldo 564 m² aan voormalige agrarische bebouwing. Conform de regels uit de verordening is dit niet voldoende voor de realisatie van een extra woning. Echter voorziet het plan niet in het toevoegen van een extra woning en tevens kan geconcludeerd worden dat het ‘loskoppelen’ van de bedrijfswoningen ruimtelijk aanvaardbaard is vanwege de sanering van de sloop van de aanwezige voormalige agrarische bebouwing. Of met andere woorden: het gebrek aan voldoende sloopmeters voor een nieuwe vrijstaande woning wordt gecompenseerd door het feit dat in de bestaande situatie al twee woningen aanwezig zijn.
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
16
4.3 Regionaal beleid 4.3.1 Regionale woonvisie In antwoord op de voormalige provinciale Woonvisie Zuid-Holland 2011-2020 heeft de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden een regionale woonvisie opgesteld. De regionale woonvisie is een uitwerking van de Visie 2030 en heeft als doel de regionale afstemming van woningbouwplannen te bevorderen en de beleidslijnen ten aanzien van woningbouw in de regio helder te krijgen. De gemeenten kunnen de regionale woonvisie tevens gebruiken voor de verantwoording van nut en noodzaak van een bestemmingsplan waarin woningbouw is opgenomen. Doel van de visie is om in te kunnen spelen op de veranderende dynamiek van de woningmarkt en de woonkwaliteit te verbeteren. De woonvisie gaat uit van investeren in nieuwbouw regiobreed, maar aangepast op de lokale vraag. Om hierin het onderscheid aan te kunnen geven wordt er in de visie onderscheid gemaakt in: • Stedelijk gebied; • Voorzieningendorpen; • Woondorpen. In de visie is een toetsingskader opgenomen voor woningbouwprojecten: • Voor nieuwbouwplannen bestaande uit minder dan 50 woningen, binnen stedelijk gebied, is in regionaal verband afgesproken dat regionale afstemming niet noodzakelijk is. • De gemiddelde jaarlijkse netto woningbehoefte in de regio is geschat op 350 woningen of huishoudens, wat overeenkomt met 0,7% groei per jaar. De 0,7% past de regio in beginsel toe op alle kernen in de regio.
• Uit de kwalitatieve toets komt naar voren dat het bouwplan niet concurreert met nabijgelegen woningbouwplannen. Lexmond is aangeduid als een voorzieningendorp. Lexmond heeft hiermee een bovenlokale functie in wonen en voorzieningen. Uitbreiding van de woningvoorraad speelt in op de lokale vraag, maar ook de toestroom uit omliggende dorpen. Voor voorzieningendorp Lexmond geldt dat voor het realiseren van 10 wooneenheden (of meer), mits de totale groei van het aantal wooneenheden in Lexmond groter is dan 0,7% van de totale woningvoorraad in de planperiode 2010-2020, regionale afstemming noodzakelijk is. Ook dienen de woningen dan te worden gemeld en worden meegenomen in de jaarlijkse monitor. De gemeente dient te waken over een goede spreiding van deze plannen in de tijd. Het plan voorziet in het slopen van twee wooneenheden en het realiseren van twee nieuwe wooneenheden. Het onderhavige plan voorziet daarmee niet in het toevoegen van wooneenheden. Wel worden met het plan twee bedrijfswoningen gewijzigd naar twee reguliere burgerwoningen, waardoor het verkoop van de woningen haalbaarder wordt gemaakt en daardoor aangeboden kunnen worden op de reguliere (lokale) woningmarkt. Omdat het plan niet voorziet in het toevoegen van wooneenheden hoeft het plan niet regionaal afgestemd te worden.
4.3.2 Regionale structuurvisie ‘Open voor elkaar’ In navolging van de regionale structuurvisie Alblasserwaard Vijfheerenlanden, heeft de regio in 2012 de visie 2030 opgesteld. Deze visie is een actualisering van het beleid uit de regionale structuurvisie en bepaalt de beleidskeuzes met het oog op 2030. Binnen de Visie 2030 komen onderwerpen als de regionale woonvisie, beleid op het gebied van recreatie & toerisme, bedrijventerreinen, water & klimaat, een regionaal verkeer & vervoersplan naar voren. In de visie speelt de leefbaarheid en behoud en versterking van voorzieningen in het gebied een grote rol. De centrale visie uit de nota is de vorming van een vitale regio, gericht op het duurzaam vernieuwen van zowel het landelijk als het stedelijk gebied, tezamen met het versterken van het overwegende open, rustige en authentieke karakter van de regio, waardoor bewoners, bedrijven en bezoekers zich thuis blijven voelen en zich verder kunnen ontplooien.
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
17
In het kader van de regionale centrale visie, de vorming van een vitale regio, is het authentieke karakter van de regio waar bewoners zich thuis voelen een streven. Middels het slopen van alle verouderde bebouwing, inclusief de twee bedrijfswoningen, en het realiseren van twee passende burgerwoningen in het landschap wordt er een nieuwe toekomstbestendige situatie gecreëerd voor het perceel. Verder wordt de mogelijkheid tot nieuwvestiging van een volwaardig agrarisch bedrijf juridisch-planologisch uitgesloten en voorziet het plan in het creëren van nieuwe doorzichten naar het achtergelegen slagenlandschap. Het open rustige authentieke karakter van de omgeving blijft gewaarborgd. Het plan is in overeenstemming met het regionaal beleid.
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
18
4.4 Gemeentelijk beleid Per 1 januari 2019 maakt Lexmond onderdeel uit van de gemeente Vijfheerenlanden na de fusie van de gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik. De gemeente Vijfheerenlanden heeft nog niet voor alle aspecten nieuw beleid vastgesteld. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is derhalve uitgegaan van het beleid van de voormalige gemeente Zederik. Echter is het Zederiks beleidskader conform de wet Algemene regels herindeling (Arhi) komen te vervallen. De voormalige beleidskaders (Toekomstvisie Zederikse dorpen 2030) zijn wel richtinggevend geweest voor deze ontwikkeling. Derhalve is het Zederiks beleid nog opgenomen in deze paragraaf. 4.4.1 Toekomstvisie Zederikse dorpen 2030 In september 2015 is de 'Toekomstvisie Zederikse dorpen 2030; Vitaal, nabij de stad, in het groen' opgesteld. De visie is gebaseerd op de kernkwaliteiten en kernwaarden van de gemeente, onderbouwd door relevante informatie uit bestaande plannen, onderzoeken en beleidsnotities. Hierbij is hoger overheidsbeleid als de provinciale structuurvisie en de visie 2030 van de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden geanalyseerd en zijn gemeentelijke nota’s meegenomen. Daarnaast is gekeken naar de ideeën en opvattingen van inwoners, instellingen en bedrijven. Deze opinies zijn naar voren gekomen tijdens de gemeentelijke dorpstochten, de burgerpeiling 2013 en interviews voor onder andere de woonvisie.
In het profiel van Zederik staat de vitaliteit van de kernen centraal. De omgeving wordt gekenmerkt door ruimte, groen, rust, bereikbaarheid en veiligheid. De ambitie van de gemeente is dan ook gericht op het toekomstvast maken van de vitaliteit van de kernen. Om de vitaliteit te behouden en te vergroten spelen de volgende acht onderwerpen dan ook een belangrijke rol: • Sociale cohesie & identiteit: de sterke sociale cohesie behouden, waardoor er ruimte is voor ontmoetingen en informele hulp, het verenigingsleven, maatschappelijke organisaties, kerkgenootschappen en gemeenschapsinitiatieven; • Bereikbaar: aandacht voor korte reisafstanden, mobiliteit van alle inwoners, de digitale bereikbaarheid en bereikbaarheid met het openbaar vervoer; • Voorzieningen: het commerciële voorzieningenniveau op peil houden, de welzijn-, zorg-, sport-, en cultuurvoorzieningen versterken en daarbij de nadruk leggen op de kwaliteit van de zorg en zorg op maat; • Wonen: wonen in een aantrekkelijke en rustige omgeving, met geschikte en betaalbare woningen voor jong en oud; • Zorg: de inwoners van de Zederikse dorpen zowel op lichamelijk als geestelijk vlak ondersteunen en ouderen en zorgbehoevenden zo lang mogelijk laten participeren in de samenleving; • Economie: inzetten op werkgelegenheid, voldoende geschikte beroepsbevolking, stimuleren van de lokale diversiteit en ruimte om te ondernemen; •
Landschap & recreatie: de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het gebied en de kernen benadrukken en beleefbaar maken en houden voor toerisme en recreatie; • Duurzaamheid: verantwoord omgaan met onze leefomgeving, aandacht voor veiligheid en een gezond toekomstperspectief voor toekomstige generaties. Het plan om 2 nieuwe burgerwoningen te realiseren na de sloop van 2 bedrijfswoningen sluit aan op de ambitie van de gemeente voor het onderwerp wonen en duurzaamheid. Door de realisatie van 2 burgerwoningen kunnen de huidige bewoners op de locatie blijven wonen. Thans staat het bestemmingsplan dat niet toe, omdat er geen agrarische bedrijfsactiviteiten worden uitgevoerd door de bewoners van de bedrijfswoningen. Door de wijziging naar burgerwoningen Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
19
wordt ook een gezond toekomstperspectief geboden aan de woonfunctie op het perceel. Door het slopen van de verouderde bebouwing en het realiseren van woningen die passend zijn in het omliggende landschap blijft het rustige karakter van het open slagenlandschap behouden dan wel versterkt. Daarbij wordt er extra ruimte gecreëerd voor een groene inrichting en de uitstraling van het plangebied als boerenensemble. Geconcludeerd kan worden dat het beoogde plan in lijn is met de 'Toekomstvisie Zederikse dorpen 2030'.
Afbeelding 9: Nieuwe situatieschets
4.4.2 Woonvisie Vijfheerenlanden 2020-2025 Op 16 juli 2020 is de Woonvisie Vijfheerenlanden 2020-2025 vastgesteld, met als ondertitel ‘Samen sterk, met eigenheid en diversiteit’. Als gemeente Vijfheerenlanden wordt ingezet op een duurzaam en solidair leefklimaat. Het is belangrijk om woningen te verduurzamen, waar mogelijk levensloopbestendig te maken en doorstroming te bevorderen. Vijfheerenlanden is een prettige gemeente om in te wonen en dat wil de gemeente graag zo houden en waar mogelijk versterken. De kracht van Vijfheerenlanden komt bij uitstek tot uiting in de diversiteit aan dorpen en wijken die de gemeente rijk is. In de Woonvisie wordt een onderscheid gemaakt in dorpskernen, verzorgingskernen en de stedelijke kernen Vianen en Leerdam. Door de wijken en kernen in de gemeente sterk te houden blijft de gemeente Vijfheerenlanden aantrekkelijk voor inwoners en nieuwkomers. Er is een verschil in kracht en vitaliteit in de kernen, zowel in de benadering voor woningbouw- als het voorzieningenbeleid. Een belangrijk uitgangspunt in de Woonvisie is dat er in principe in elke kern bouwmogelijkheden zijn. In Lexmond bouwt de gemeente naar behoefte voor bewoners van alle generaties van binnen en buiten de kern. Daarmee waarborgt de gemeente ook de vitaliteit van deze kernen door het behoud van het draagvlak voor het voorzieningenniveau.
Het plan voorziet in de sloop van twee bedrijfswoningen en de bouw van twee burgerwoningen. Het plan voorziet hierdoor niet in een toevoeging van woningen buiten de kern. Wel komen de woningen door de wijziging van bedrijfswoningen naar burgerwoningen beschikbaar op de reguliere woningmarkt. De verplichting om naast de woning ook een agrarisch bedrijf te exploiteren vervalt immers.
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
20
Tevens kan de eigenaar op zijn eigen perceel in Lexmond blijven wonen. Het plan is in overeenstemming met de woonvisie. 4.4.3 Beleid hogere waarde gemeente Vijfheerenlanden 2020 Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij (spoor)wegen en gezoneerde industrieterreinen moeten geluidsniveaus bij nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen getoetst worden aan wettelijke voorkeurswaarden. Bij wijzigingen aan wegen en gezoneerde industrieterreinen moet ook getoetst worden bij nabijgelegen bestaande geluidsgevoelige bestemmingen. Als blijkt dat de voorkeurswaarden worden overschreden dan kan de ontwikkeling onder bepaalde voorwaarden toch doorgang vinden. In dat geval heeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om hogere waarden vast te stellen. Op 14 juli 2020 is het gemeentelijk geluidsbeleid "Beleidsregel hogere waarden Wgh, gemeente Vijfheerenlanden" vastgesteld. Het doel van het geluidsbeleid is om: • de gemeentelijke uitvoering van deze bevoegdheid transparant te maken; • duidelijke kaders te stellen voor ruimtelijke plannen en verkeersplannen; • zorg te dragen voor een zo goed mogelijke akoestische kwaliteit van de leefomgeving in nieuwe situaties met geluidsniveaus boven de wettelijke voorkeurswaarden. In de beleidsregel zijn voorwaarden geformuleerd waarbinnen de gemeente hogere waarden toestaat.
De uitvoering wordt voor een deel door de Wet geluidhinder (Wgh) opgelegd en voor een deel door de gemeente ingevuld. De gemeente Vijfheerenlanden heeft de volgende eisen gesteld als voorwaarde tot het verlenen van hogere waarden: • Elke woning dient minimaal één stille gevel te hebben. Op deze gevel wordt de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder niet overschreden; • Wanneer een hogere waarde wordt verleend moet altijd onderzoek worden gedaan naar de gecumuleerde geluidsbelasting. Hierbij wordt rekening gehouden met het geluid van alle verschillende geluidsbronnen samen (incl. wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur); • Een woning mag maximaal twee dove gevels hebben. Een dove gevel is een gevel zonder te openen deuren en ramen; • Wanneer balkons of loggia’s aanwezig zijn, dienen deze aan de onderkant te worden voorzien van geluidsabsorptie; • Wanneer sprake is van nieuwbouw van meer dan 10 woningen, moet gemotiveerd worden waarom voor de betreffende inrichting van het plangebied is gekozen. Naast eisen zijn er ook een aantal inspanningsverplichtingen opgenomen. In principe moet aan deze inspanningsverplichting worden voldaan. Alleen als absoluut niet kan worden voldaan aan de inspanningsverplichting kan hiervan worden afgeweken. De initiatiefnemer dient dan te motiveren waarom niet kan worden voldaan (of waarom voor een alternatieve oplossing is gekozen).
De initiatiefnemer geeft aan welke compensatie hiervoor in het plan aanwezig is. De inspanningsverplichtingen zijn als volgt: • Elke woning heeft per etage minimaal één slaap- of woonkamer aan de stille zijde; • Indien de woning beschikt over één of meer buitenruimten (tuin of balkon), dan ligt minimaal één van deze buitenruimte aan de stille zijde; • Een woning heeft voor binnenstedelijke situaties geen hogere waarden hoger dan de voorkeurswaarde + 10 dB. Voor het plan is door akoestisch adviesbureau Voortman Ingenieurs een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai opgesteld, waarin tevens getoetst is aan het gemeentelijk geluidbeleid. Er is geen onderzoek gedaan naar spoorweg- en industrielawaai, omdat deze geluidsbronnen in de omgeving niet aanwezig zijn en derhalve irrelevant voor het plan. Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
21
Uit het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai komt naar voren dat de berekende geluidbelasting op de woningen ten gevolge van het Lakerveld ten hoogste 56 dB is, incl. aftrek artikel 110g van de Wgh. Deze geluidbelasting is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, maar niet hoger dan de maximale ontheffingswaarde voor wegverkeer voor vervangende nieuwbouw in buitenstedelijk gebied van 58 dB, incl. aftrek art. 110g Wgh. Er worden derhalve hogere waarden vastgesteld. Omdat de woningen over een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte beschikken, wordt voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid en kunnen de hogere waarden worden verleend. Voor wat betreft het akoestisch onderzoek wordt verwezen naar §5.2 van deze toelichting en het rapport akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai welke onderdeel uitmaakt van de bijlage van de toelichting.
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
22
5 ONDERZOEK/VERANTWOORDING 5.1 Milieueffectrapportage Beleidskader In de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten, die m.e.r-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D activiteiten). Tot slot is voor activiteiten die genoemd zijn bij bijlage D, maar die niet voldoen aan de gestelde drempelwaarde, de verplichting om de activiteiten te toetsen aan de selectiecriteria uit de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Hiermee wordt bepaald of er al dan niet sprake is van een m.e.r.beoordelingsplicht. Onderzoek Aan de hand van voornoemde bestemmingswijziging ten behoeve van de sloop van alle gebouwen en de realisatie van 2 burgerwoningen op de locatie Lakerveld 133-135 te Lexmond, zal hierna de vraag beantwoord worden of een m.e.r.(beoordelings)plicht geldt. Voor de beantwoording van de vraag of er een m.e.r.(beoordelings)plicht bestaat voor de ruimtelijke ontwikkeling is allereerst het bepaalde in het Besluit m.e.r. van belang. De verplichting tot het opstellen van een m.e.r. is opgenomen in artikel 7.2 Wet milieubeheer (Wm). Dit artikel vormt een omzetting van de EG-m.e.r-richtlijnen. Voor de beantwoording van de vraag of voor een concreet plan een m.e.r.
dient te worden doorlopen, dient primair te worden beoordeeld of de activiteit valt binnen de onderdelen C en D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. Onderdeel C geeft aan wanneer sprake is van een m.e.r.-plicht. Een onderscheid dient te worden gemaakt tussen een plan-m.e.r. (kolom 3 van onderdeel C) en een besluit-m.e.r (kolom 4 van onderdeel C). Onderdeel D geeft de activiteiten en gevallen aan waarin sprake is van een m.e.r.- beoordelingsplicht (dan moet worden nagegaan of er al dan niet sprake is van significante milieugevolgen en als deze aan de orde zijn dient een m.e.r. plaats te vinden). Het plan valt mogelijk onder activiteit D11.2. Daarvan is sprake indien het bestemmingsplan een stedelijk ontwikkelingsproject mogelijk maakt. Het begrip stedelijk ontwikkelingsproject is echter niet gedefinieerd. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet worden gekeken naar de concrete omstandigheden van het geval. Onder meer de aard, de omvang en de milieugevolgen van de stedelijke ontwikkeling zijn relevant. Als een ontwikkeling aanzienlijke negatieve milieugevolgen heeft - bij een uitbreiding is daar in de regel eerder sprake van dan bij sloop en herbouw - dan wijst dit op een stedelijk ontwikkelingsproject. De milieugevolgen zijn volgens de Afdeling echter niet allesbepalend.
Het bestemmingsplan sluit juridisch-planologisch een volwaardig agrarisch bedrijf uit, waarbij – mits de noodzaak is aangetoond – het volledige bouwvlak volgebouwd zou kunnen worden met agrarische bedrijfsbebouwing. Daarbij worden middels het plan alle agrarische gebouwen en 2 woningen met een gezamenlijk oppervlakte van 583 m2 binnen het plangebied gesloopt. De schuren zijn om veiligheidsredenen reeds gesaneerd. Daarvoor in de plaats worden 2 nieuwe burgerwoningen met bijgebouwen gerealiseerd. Veronderstelt wordt dat met de juridisch-planologische uitsluiting van een eventuele nieuwvestiging van een volwaardig agrarisch bedrijf en dat de nieuwe woningen moeten voldoen aan de duurzaamheidseisen uit het meest recente Bouwbesluit een verbetering teweegbrengt ten aanzien van het milieu. Tevens voorziet het bestemmingsplan niet in het toevoegen van wooneenheden. Daarmee kan gesteld worden dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r. en de activiteit die het bestemmingsplan mogelijk maakt niet is opgenomen in onderdelen C en D uit de bijlage van het Besluit m.e.r. Er geldt daardoor geen m.e.r.-(beoordelings)plicht.
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
23
Conclusie De activiteit welke het voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt is niet opgenomen in de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Er geldt daardoor geen m.e.r.-(beoordelings)plicht.
Bestemmingsplan ‘Lakerveld 133-135, Lexmond’
24
5.2 Geluidhinder Beleidskader In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) dient voor de ontwikkeling van geluidsgevoelige functies een akoestisch onderzoek te worden verricht. De Wgh stelt grenzen aan de geluidsbelasting waaraan woningen en andere geluidsgevoelige objecten en terreinen mogen worden blootgesteld. De gestelde eisen verschillen per geluidsbron (industrie, spoorwegen, wegverkeer) en per belast object of terrein (bijvoorbeeld woning, school, etc.). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen aanwezige objecten en aanwezige geluidsbronnen en nieuwe objecten en nieuwe geluidsbronnen. De Wgh stelt dat alle wegen een geluidszone hebben, met uitzondering van woonerven en 30 km/h-wegen. Conform artikel 74 lid 2 van de Wgh hoeft geen akoestisch onderzoek te worden verricht voor 30 km/h wegen. De wettelijke voorkeursgrenswaarde voor geluidsgevoelige objecten binnen de geluidszone van wegen bedraagt 48 dB, de maximaal te ontheffen geluidsbelasting bedraagt 53 dB in landelijk gebied en 63 dB in stedelijk gebied. Onderzoek Het onderhavige plan betreft de realisatie van twee nieuwe burgerwoningen. In het kader van de Wgh is hiermee sprake van het toevoegen van geluidsgevoelige objecten. Het plangebied ligt binnen de invloedssfeer van enkele wegen.
Het plangebied is niet gelegen binnen de invloedsfeer van enig spoorwegtraject en/of een gezoneerd bedrijventerrein en kunnen dus buiten beschouwing worden gelaten. Om de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai op de geplande woningen in kaart te brengen is door Voortman Ingenieurs een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. De conclusies uit dit onderzoek luiden: ‘Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat: • De berekende geluidbelasting op de woning W133 ten gevolge van het Lakerveld ten hoogste 50 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt. Deze geluidbelasting is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB maar niet hoger dan de maximale ontheffingswaarde voor wegverkeer voor nieuwe woningen in buitenstedelijk gebied van 53 dB, incl. aftrek art. 110g Wgh; • De berekende geluidbelasting op de woning W135 ten gevolge van het Lakerveld ten hoogste 56 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt. Deze geluidbelasting is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB maar niet hoger dan de maximale ontheffingswaarde voor wegverkeer voor vervangende nieuwbouw in buitenstedelijk gebied van 58 dB, incl. aftrek art.