CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan toelichting - Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 2 november 2023, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststelling Bestemmingsplan Burg. Jhr. Hoefftlaan 8-12, Vianen23.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Overwogen dient te worden of het toepassen van een geluidsreducerend wegdek vanwege de korte afstand tot de rotonde en de realisatie van 14 woonstudio’s vanuit financieel en civieltechnisch oogpunt voldoende doelmatig zal zijn. Het plaatsen van een geluidsscherm of wal zijn in voorliggende situatie stedenbouwkundig niet wenselijk. Het toepassen van maatregelen op of langs de A2 is in de voorliggende situatie voor het reduceren van slechts 2 dB onvoldoende doelmatig. Bovendien is de A2 al voorzien van het geluidsreducerende wegdektype 1 en 2 laags ZOAB. Gelet op het voorgaande wordt overwogen dat het treffen van verdere maatregelen aan de wegen zelf of in de vorm van een afscherming redelijkerwijs niet mogelijk zijn. Daarmee resteert het vaststellen van hogere waarden en het zorgen voor voldoende geluidswering zodat in de woningen sprake is van een aanvaardbaar binnenniveau. Toets gemeentelijk geluidsbeleid Aan de voorwaarden conform het geluidsbeleid wordt voor wat betreft de cumulatie en een geluidluwe gevel voldaan. Voor wat betreft de inspanningsplicht voor het realiseren van een verblijfsruimte en/of buitenruimte, dient te worden overwogen of het mogelijk is deze aan de geluidluwe zijde te realiseren. Alleen als absoluut niet kan worden voldaan aan de inspanningsverplichting kan hiervan gemotiveerd worden afgeweken.

Besluit hogere grenswaarde Indien hogere waarden worden vastgesteld zal aanvullend moeten worden aangetoond dat de karakteristieke geluidswering van de woonstudio’s voldoet aan de eis conform afdeling 3.1 uit het Bouwbesluit. Geadviseerd wordt om hierbij de gecumuleerde geluidsbelasting te hanteren.

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

28

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

4.2.3 Conclusie Naar aanleiding van het akoestisch onderzoek is het stedenbouwkundig ontwerp aangepast om te voldoen aan de inspanningsplicht van het gemeentelijk geluidsbeleid. Aan de geluidluwe zijde worden nu buitenruimten gerealiseerd. Aan de inspanningsverplichting omtrent de verblijfsruimte, waarbij minimaal één slaap- of woonkamer aan de geluidluwe zijde gerealiseerd moet worden, biedt het plan voldoende mogelijkheden om de (interne) indeling van de beoogde woningen zodanig vorm te geven en aan te passen dat ook aan deze inspanningsverplichting kan worden voldaan. Op grond hiervan wordt geconcludeerd dat het aspect geluid niet in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Voor de bouw van de woningen is een besluit hogere waarden nodig. Dit besluit hogere waarden zal tezamen met dit bestemmingsplan in ontwerp ter inzage worden gelegd. Daarbij geldt dat aan het besluit om hogere waarden vast te kunnen stellen diverse voorwaarden worden gesteld, onder andere op het gebied van geluidluwe gevels, de indeling van de woningen, geluidluwe buitenruimten. Om ervoor te zorgen dat deze voorwaarden ook planologisch geborgd worden, is in de regels van dit bestemmingsplan (artikel 4.2.1) een verplichting opgenomen dat de woningen dienen te voldoen aan de voorwaarden die in het bij dit bestemmingsplan horende ‘besluit hogere waarden’ zijn gesteld. 4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1 Beleid en regelgeving De hoofdlijnen van de regelgeving voor luchtkwaliteit zijn te vinden in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer, ook wel de Wet luchtkwaliteit (Wlk) genoemd. De regelgeving is uitgewerkt in onderliggende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en Ministeriële Regelingen. In de Wet Luchtkwaliteit zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen in de vorm van grenswaarden en richtwaarden voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. De belangrijkste zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) omdat deze in Nederland soms worden overschreden. De grenswaarden van de overige stoffen worden, op enkele uitzonderingen na, in de regel niet overschreden. De grenswaarde van PM10 of NO2 bedraagt 40 µg/³. De grenswaarde van PM2,5 ligt op 25 µg/³. Aspecten van de regelgeving op grond van de Wlk worden in afzonderlijke uitvoeringsregelingen uitgewerkt. De belangrijkste zijn: • Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen), verder te noemen Besluit NIBM; • Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen), verder te noemen Regeling NIBM; • Besluit gevoelige bestemmingen. Besluit NIBM Het Besluit NIBM legt vast wanneer een project met ruimtelijke gevolgen niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof.

Hiervan is sprake als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 of NO2. Deze grenswaarde is gesteld op 40 µg/m3. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2.

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

29

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

Overigens geldt vanaf 1 januari 2015 dat het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook moet toetsen aan zwevende deeltjes in de atmosfeer, waarvan de omvang (aerodynamische diameter) kleiner is dan 2,5 micrometer. Deze worden aangeduid met PM2,5. PM2,5 is in dit kader een deeltje uit de fractie PM10. De grenswaarde voor PM2,5 is gesteld op 25 µg/m3. Regeling NIBM In de Regeling NIBM is de 3%-bijdrage doorvertaald naar getalsmatige grenzen van diverse functies, onder andere voor kantoren en woningen. Zo is aangegeven dat bij 1.500 woningen of 100.000 m2 kantooroppervlak de 3%- grens wordt overschreden en er luchtkwaliteitberekeningen dan wel - onderzoek nodig is. Besluit gevoelige bestemmingen In het verlengde van een goede ruimtelijke ordening, gebaseerd op de Wet milieubeheer, is het Besluit gevoelige bestemmingen van kracht. Dit besluit is gericht op functies voor gevoelige groepen voor langdurig verblijf. Hierbij kan worden gedacht aan zorginstellingen, kinderopvang, scholen en bejaardentehuizen. Deze functies mogen niet worden gerealiseerd in gebieden met overschrijdingen van de wettelijke grenswaarden ten gevolge van provinciale wegen en rijkswegen. Goede ruimtelijke ordening Naast hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is ook het beginsel van een goede ruimtelijke ordening van toepassing.

De formele definitie van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is: "het coördineren van de verschillende belangen tot een harmonisch geheel dat een grotere waarde vertegenwoordigd dan het dienen van de belangen afzonderlijk". Een goede luchtkwaliteit is een van de belangen, ofwel de luchtkwaliteit dient geschikt te zijn voor de beoogde functie. Daarom is het wenselijk om inzicht te hebben in de luchtkwaliteitssituatie. 4.3.2 Luchtkwaliteit in relatie tot het plangebied Het bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van maximaal 14 nieuwe woningen mogelijk. Hiermee draagt het plan ‘niet in betekende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. Op grond van de Regeling NIBM wordt een project tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg immers gerekend tot een zogenoemd ‘niet in betekenende mate’ project. Dit betekent dat er geen nader onderzoek en toetsing aan de in de Wlk gestelde grenswaarden hoeft plaats te vinden. Met andere woorden, de beoogde ontwikkeling voldoet aan het wettelijk kader. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is volledigheidshalve ook nader inzicht gegeven in de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied. Daarbij is gebruik gemaakt van de door de ODRU opgestelde luchtkwaliteitskaarten (zie bijgaande figuren 12 en 13). Hieruit blijkt dat ruimschoots aan de wettelijke normering wordt voldaan.

Voor stikstofdioxide (NO2) ligt de jaargemiddelde achtergrondconcentratie in 2018 tussen 22 en 24 μg/m³, en voor fijn stof (PM10) ligt de jaargemiddelde achtergrondconcentratie tussen 20 en 21 μg/m³. Op grond van dezelfde kaarten, maar dan voor de beschouwde situatie in de toekomst (het jaar 2030), blijkt dat deze concentraties nog lager zijn. Ook de grenswaarde voor PM2,5 wordt niet wordt overschreden (ligt tussen de 12,5 en 13 μg/m³, voor het jaar 2018).

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

30

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

Figuur 12 – Uitsnede luchtkwaliteitskaart, concentratie NO2, peiljaar 2018 (bron: Geoloket Omgevingsdienst regio Utrecht)

Figuur 13 – Uitsnede luchtkwaliteitskaart, concentratie PM10, peiljaar 2018 (bron: Geoloket Omgevingsdienst regio Utrecht)

Voorts zijn woningen in het Besluit gevoelige bestemmingen niet aangemerkt als een gevoelige bestemming. Het plan voorziet derhalve niet in de realisatie van gevoelige bestemmingen.

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

31

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

4.3.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect luchtkwaliteit voor het plan. 4.4

Bedrijven en milieuzonering (omgevingsanalyse)

4.4.1 Beleid en regelgeving Om tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijven op milieuhygiënische aspecten te komen wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. De milieuzonering zorgt voor voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Hiertoe zijn bedrijven voorzien van een zone waar mogelijke nadelige effecten zijn voor woningen. Maatgevend zijn de thema’s geur, geluid, stof en gevaar. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten van belang. Daarnaast mogen bedrijven niet worden beperkt in hun mogelijkheden. Om mogelijke hinder van bedrijven voor bewoners te voorkomen wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gebruikt. In deze uitgave is de potentiële milieubelasting voor een hele reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze richtafstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Bovendien zijn deze afstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties.

Het milieuaspect met de grootste afstand is maatgevend en bepaalt in welke milieucategorie een bedrijfstype wordt ingedeeld. 4.4.2 Milieuzonering in relatie tot het plangebied Het bestemmingsplan maakt de bouw van nieuwe woningen mogelijk op een locatie waar nu ook al woningen staan in een omgeving met voornamelijk woningen en enkele winkel- en dienstverleningsfuncties. In de omgeving van de planlocatie zijn verschillende bedrijven gevestigd. De volgende bedrijven zijn daarvan noemenswaardig: • Grenzend aan het plangebied, aan de Burg. Jhr. Hoeufftlaan 4-6 is een makelaarskantoor met een woonfunctie gevestigd. Deze functie kan goed worden uitgeoefend naast een aangrenzende woonfunctie. Ook de overige functies die de gemengde bestemming voor dit pand mogelijk maakt, kunnen heel goed naast een aangrenzende woonfunctie worden uitgeoefend. Deze gemengde functies worden door de nieuwe appartementengebouwen ook niet extra belemmerd omdat er in de bestaande situatie ook al aangrenzende woonfuncties aanwezig waren waarmee rekening moet worden gehouden. Hetzelfde geldt voor de horecafunctie op Burg. Hoeufftlaan 14 die eveneens een gemengde bestemming heeft in het bestemmingsplan. • Aan de Hogelandseweg 24A, op ca. 50 meter ten oosten van het plangebied nog een nutsfunctie aanwezig.

De richtafstand behorend bij de functie is 10 meter, waarmee er in relatie tot het plan geen problemen voor doen. • Aan de Hogelandseweg 44, op ca. 90 meter ten oosten van het plangebied nog een kleine bedrijfsfunctie aanwezig. De richtafstand behorend bij een kantoorfunctie is 10 meter, waarmee er in relatie tot het plan geen problemen voor doen.

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

32

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

•

Aan de achterzijde van het plangebied, aan de M.E. Hartmanstraat 9, is een nutsvoorziening aanwezig van een telecommunicatiebedrijf. Ook hier gaat het om een bestaande nutsvoorziening in een woonwijk met bestaande aangrenzende woningen. Het bedrijf moet in de bestaande situatie al rekening houden met de aangrenzende woningen. Het bouwplan brengt daarin geen veranderingen of extra belemmeringen met zich mee. • Aan de Prins Bernhardplantsoen 5, op ca. 50 meter ten noorden van het plangebied nog een detailhandel aanwezig. De richtafstand behorend bij de functie is 10 meter, waarmee er in relatie tot het plan geen problemen voor doen. • Verder is er op meer dan 200 meter afstand ten noordwesten van het plangebied, aan de Prins Bernhardstraat 49, een benzinestation met lpg gevestigd, wat onder de bedrijvigheid uit bedrijfscategorie 3.1 valt. Dergelijke type bedrijvigheid heeft een richtafstand van 50 meter. Vanwege de relatief grote afstand tot aan het plangebied is er van onevenredige hinder over en weer geen sprake. Met andere woorden, de bestaande bedrijvigheid wordt niet in hun bedrijfsvoering gehinderd en er wordt voldaan aan een goed woon- en leefklimaat. 4.4.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect milieuzonering voor het plan. 4.5

Externe veiligheid

4.5.1 Beleid en regelgeving Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren, winkels en horeca. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt, transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en buisleidingen. De risico’s worden onderverdeeld in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). • Het PR richt zich als maat voor het risico vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen vooral op de te realiseren basisveiligheid voor personen in de omgeving van die activiteiten. Het wordt uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon op een plaats in de omgeving van een risicovolle activiteit zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van door die activiteit veroorzaakte calamiteit. Een kans op overlijden van 1 op de miljoen per jaar (PR=10 -6) wordt aanvaardbaar geacht.

De PR 10-6 is een harde grenswaarde welke niet mag worden overschreden. Het PR wordt “vertaald” als een risicocontour rondom de risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten mogen liggen. • Het GR is bedoeld voor het beperken van de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen (minimaal 10) overlijdt, als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

33

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet “op de kaart” worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (F) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve. Belangrijke beleid- en regelgeving voor het aspect Externe Veiligheid is opgenomen in het: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); - Basisnet (Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water). Hierbij geldt dat bebouwing niet is toegestaan binnen de zogenaamde 10-6-contour van het PR rond bedrijven waarin opslag en/of verwerking gevaarlijke stoffen plaatsvindt, danwel langs transportroutes (weg, spoor, water, buisleiding) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Verder geldt dat voor iedere toename van het GR een verantwoordingsplicht geldt, ook als de verandering geen overschrijding van de norm veroorzaakt. Er dient een verantwoording GR opgesteld te worden indien een bestemming gepland is binnen het invloedsgebied. Beleidskader elektromagnetische straling Risico’s van elektrische en/of magnetische straling vallen onder de noemer ‘volksgezondheid’ en zijn dus in beginsel geen externe veiligheidsaspect.

Toetsing van stralingsrisico’s is ook gerelateerd aan risicoafstanden. Het ligt daarom voor de hand om de beoordeling van stralingsrisico’s onder het thema externe veiligheid te borgen. Voor hoogspanningslijnen is het beleidskader beschreven in het ‘Advies met betrekking tot hoogspanningslijnen’ (Min. VROM d.d. 5 oktober 2005). Hierin adviseert de Staatssecretaris van VROM het in acht nemen van een veiligheidszone, waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla. Voor door zendmasten (omroep, GSM, UMTS, enz.) veroorzaakte elektromagnetische straling zijn in de EU-publicatie 1999/519/EG blootstellingslimieten aanbevolen voor personen die permanent in de nabijheid van zendmasten verblijven. Nederland heeft deze aanbeveling overgenomen en verankerd in de Telecommunicatiewet.

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

34

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

Figuur 14 – Uitsnede risicokaart, met daarin aangegeven de risicobronnen in relatie tot het plangebied (bron: risicokaart.nl)

4.5.2 Externe veiligheid in relatie tot het plangebied Met behulp van de risicokaart is een inventarisatie van de risicobronnen in en om het plangebied gemaakt. In figuur 14 is een uitsnede van de risicokaart opgenomen. Risicovolle inrichtingen In het plangebied en de directe omgeving daarvan zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen. De in de bijgaande figuur aangegeven LPG-tankstation ligt op meer dan 200 meter afstand van het plangebied. Ook worden door het plan geen risicovolle inrichtingen mogelijk gemaakt. Buisleidingen Uit de risicokaart komt naar voren dat in het plangebied of in de directe omgeving ervan geen buisleidingen zijn gelegen waardoor transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Transportroutes gevaarlijke stoffen In of direct nabij het plangebied zijn geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor of water aanwezig. Op meer dan 300 meter ten zuidwesten van het plangebied ligt de Rijksweg A2, wegvak U84. Deze weg behoort tot het Basisnet weg voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Vanwege deze relatief grote afstand tot aan het plangebied hoeft geen berekening van het GR plaats te vinden (het plan ligt immers op > 300 meter van de Rijksweg). Ook is het Plasbrandaandachtsgebied (30 meter) niet van belang.

Echter, omdat er over deze weg transport van toxische stoffen (LT1 & LT2) en brandbaar gas (GF3) plaatsvindt, dient wel het groepsrisico te worden verantwoord.

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

35

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

Verantwoording groepsrisico Omdat het plangebied op meer dan 200 meter afstand van de A2 ligt, hoeft op grond van artikel 7 van het Bevt voor de verantwoording van het groepsrisico alleen ingegaan te worden op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp alsmede de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien een ramp voordoet. Op deze punten heeft de veiligheidsregio Utrecht advies uitgebracht. De beperkte verantwoording is aangevuld conform het advies van de veiligheidsregio Utrecht De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp Bij een calamiteit zullen de hulpdiensten zich inzetten om effecten ten gevolge van het incident met gevaarlijke stoffen te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron en het effectgebied, in dit geval bij de snelweg en omliggend bebouwd gebied van Vianen. De hulpdiensten richten zich dan op het ontruimen en bestrijden in of nabij het plangebied. Als het gevaar in of nabij het plangebied daar toeneemt is een goede bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid wel degelijk belangrijk. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid zijn daarom verder in beschouwing genomen. Bereikbaarheid Het is van belang dat de hulpdiensten tijdens een ramp of zwaar ongeval voldoende snel kunnen optreden.

Een goede bereikbaarheid van het plangebied is hierbij van essentieel belang. Voor de onderhavige appartementen is de bereikbaarheid via de de Burg. Hoeufftlaan voldoende. Bluswatervoorziening De brandweer dient snel te kunnen beschikken over voldoende bluswater, zowel primaire alsook secundaire of tertiaire (open water), om een incident adequaat te kunnen bestrijden. De veiligheidsregio adviseert om de bestaande primaire bluswatervoorzieningen aan de Burg. Hoeufftlaan zodanig uit te breiden dat er op maximaal 40 m van de appartementen bluswater kan worden onttrokken met een capaciteit van ten minste 30 m3/h (conform art. 6.30 van het Bouwbesluit 2012). De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen Bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WASpalen) of NL-alert. Voor de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen bij een ramp is van belang dat in het plangebied aanwezige personen over het algemeen zelfredzaam zullen zijn. Er is geen sprake van een functie voor minder zelfredzame personen. Daarnaast is hiervoor van belang dat er vanuit het plangebied in noordelijke richting, dus van de bron af, kan worden gevlucht.

De inrichting van het beoogde plan biedt voldoende mogelijkheden voor bewoners om zichzelf, eventueel met hulp van gezinsleden, in veiligheid te brengen ten tijde van een rampscenario. Bij een toxische wolk is het advies om binnen te blijven. Het is belangrijk om de toekomstige bewoners te informeren over eventuele risico’s en hoe te handelen bij een toxische wolk.

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

36

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

Gemeentelijke routering Voor de gemeentelijke en provinciale wegen is in de gemeente Vijfheerenlanden een routering voor gevaarlijke stoffen vastgesteld. Deze route loopt niet langs of door het plangebied. Voor noodzakelijk transport ten behoeve van laden en/of lossen van gevaarlijke stoffen buiten de vastgestelde routes is een ontheffing nodig. Aan deze ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden om een veiligere leefomgeving te realiseren. Er kan langs het plangebied dus wel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvinden van de niet-routeplichtige stoffen (zoals benzine) en routeplichtige stoffen (zoals propaan), maar de frequentie daarvan is (door het lokale karakter van het transport) dermate laag dat daardoor geen risico’s ontstaan die ruimtelijk relevant zijn. Elektromagnetische straling Er zijn in de omgeving geen hoogspanningslijnen aanwezig waarvan de indicatieve magneetveldzones tot het plangebied reiken. Uit de gegevens op de website www.antenneregister.nl blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen zendmasten aanwezig zijn die overschrijdingen van de geldende blootstellingslimieten voor elektrische en magnetische veldsterkten veroorzaken. 4.5.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect externe veiligheid voor het plan. 4.6

Bodem

4.6.1 Beleid en regelgeving In het kader van een ruimtelijk plan moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Middels dit onderzoek (conform NEN 5740) kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. 4.6.2 Bodem in relatie tot het plangebied Om vast te stellen of de gronden binnen het plangebied geschikt zijn voor het beoogde gebruik is door Infrasoil een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd 3. De rapportage van het onderzoek is opgenomen als bijlage 2 van deze plantoelichting. Hieronder zijn de belangrijkste resultaten en conclusies weergegeven. Resultaten en conclusies bodemonderzoek Op basis van het bodemonderzoek zijn de volgende resultaten bekend geworden: • Uit het historisch onderzoek zijn geen verdachte deellocaties naar voren gekomen. • Tijdens het veldwerk is zintuiglijk geen puinbijmenging aangetroffen onder de bestaande verharding. De bovengrond bestaat vooral uit matig fijn zand. Op het middenterrein wordt sterk zandige klei aangetroffen.

De ondergrond bestaat uit matig fijn zand tot de maximaal geboorde diepte van 4,0 m-mv.

3

Infrasoil, ‘Verkennend bodemonderzoek Burg. Jhr. Hoeufftlaan 12 te Vianen, 15 juni 2020

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

37

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

• •

•

In de zandige boven- en ondergrond wordt een licht verhoogd gehalte voor een aantal zware metalen, PCB en PAK aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarde. De boven- en ondergrond wordt indicatief conform het Besluit bodemkwaliteit ingedeeld als klasse Wonen. De bovengrond voldoet hiermee aan de klasse indeling zoals die geldt volgens de bodemkwaliteitskaart (BKK). De ondergrond is volgens de BKK ingedeeld als klasse AW, echter uit dit onderzoek blijkt dat door het aantreffen van de licht verhoogde gehalten indicatief de ondergrond wordt ingedeeld als klasse Wonen. De ondergrond kan hierdoor niet worden toegepast conform de BKK in het gebied waarop de BKK van toepassing is. In het grondwater is een lichte verhoging aangetroffen voor barium. Dit betreft een verhoogd achtergrondgehalte.

Op basis van de resultaten zijn er milieuhygiënisch gezien geen bezwaren voor een transactie of het afgeven van een Omgevingsvergunning, onderdeel Bouw. De gehaltes geven geen aanleiding tot nader onderzoek. De bodem is geschikt voor de beoogde woonbestemming. In het onderzoeksrapport worden de volgende aanbevelingen gedaan: • Bij toekomstig grondwerk als onderdeel van een mogelijke herontwikkeling, kan licht verontreinigde grond vrijkomen. Indien er sprake is van een positieve grondbalans en deze grond dus niet kan worden hergebruikt op de bouwlocatie, dient in het kader van het Besluit bodemkwaliteit een AP04 keuring te worden uitgevoerd. Het doel van de partijkeuring is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de partij om te kunnen beoordelen wat de hergebruiksmogelijkheden zijn. 4.6.3 Conclusie In het bodemonderzoek zijn niet alle gronden van het project onderzocht omdat grote deel van het plangebied bebouwd (en verhard) zijn, waardoor een bodemonderzoek pas mogelijk is na sloop van de gebouwen. Wel is bij de koopovereenkomst vastgesteld dat er geen ondergrondse tanks aanwezig zijn en dat er geen andere activiteiten hebben plaatsgevonden die een risico vormen voor bodemverontreinigingen. Op basis daarvan is er geen aanleiding om een ernstig geval van bodemverontreiniging te veronderstellen, die aan de uitvoerbaarheid van dit plan in de weg staat.

Daar komt bij dat er in het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen ook nog een bodemonderzoek nodig is naar de milieu hygiënische bodemkwaliteit. Na sloop van de gebouwen zal daartoe een bodemonderzoek worden uitgevoerd naar de milieuhygiënische bodemgesteldheid van de gronden onder de bebouwing. Op basis van de bevindingen van het uitgevoerde bodemonderzoek kan worden gesteld dat de bodem in het plangebied geschikt is voor het beoogde gebruik. De lichte verhoging ten opzichte van de achtergrondwaarden vormen geen bedreiging voor de gezondheid. De bodem is geschikt om te gebruiken voor de woonfunctie. 4.7

Water

4.7.1 Waterbeheer en watertoets Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

38

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en uitvoering van het waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid. Het waterschap is het eerste aanspreekpunt in het watertoets proces, waarbij het waterschap rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid. In het Besluit ruimtelijke ordening is de 'watertoets' wettelijk verankerd. Deze heeft tot doel om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan het vigerende waterbeleid en de wateraspecten volwaardig mee te laten wegen bij de besluitvorming omtrent een goede ruimtelijke ordening. Dit proces komt in samenwerking tussen de gemeente en waterbeheerder tot stand. In de gemeente Vijfheerenlanden wordt het waterbeheer gevoerd door het waterschap Rivierenland. 4.7.2 Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de relevante nota's. Europa • Kaderrichtlijn Water (KRW). Nationaal • Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP); • Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21); • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); • Deltaprogramma; • Waterwet.

Provinciaal • Provinciale Omgevingsvisie; • Interim Omgevingsverordening. Regionaal / lokaal • Waterbeheerplan 2022-2027 'Versterken. Verbinden. Vergroenen'; • Keur en Legger waterschap Rivierenland. Op alle bestuursniveaus worden dezelfde basisprincipes gehanteerd over hoe om te gaan met water, te weten: Vasthouden - bergen - afvoeren (waterkwantiteit); Schoon houden - scheiden - zuiveren(waterkwaliteit); Waarborg tegen overstroming - overstromingsrobuust bouwen(veiligheid). Uitgangspunt is dat het water zoveel mogelijk binnen een plangebied wordt vastgehouden en dat relatief schoonwater ook relatief schoon blijft. Daarbij geldt dat het regenwater, dat op verharde oppervlaktes valt en schoon genoeg is (zoals van gevels en daken), zoveel mogelijk wordt vastgehouden of wordt geïnfiltreerd. Het waterschap Rivierenland is primair verantwoordelijk voor de waterhuishouding in het plangebied. Onder de verantwoordelijkheden vallen onder andere beveiliging tegen hoog water, peilbeheer en aan- en afvoer van water. Daarnaast wordt

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

39

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

geadviseerd hoe om te gaan met hemelwater en worden er eisen gesteld aan watercompensatie voor initiatieven met een toename aan verhard oppervlak, aangezien er dan meer hemelwater versneld tot afvoer komt. Door het waterschap Rivierenland zijn hiervoor vuistregels vastgesteld (436 m3 waterberging per hectare verharding). Voor berekening van de benodigde waterberging is in principe de bui T=10+10% maatgevend. Dit is een regenbui die eenmaal per 10 jaar optreedt met 10% opslag vanwege klimaatsverandering. De maximaal toelaatbare peilstijging bij bui T=10+10% bedraagt 0,20 meter. Bij berging in wadi’s en kunstmatige voorzieningen (zoals retentievijver) ligt de waterberging op 664 m 3 (bij een bui van T=100+10%). De gemeente heeft een zorgplicht voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afvalwater en regenwater en voor de aanpak van eventuele grondwaterproblemen. Doorgaans geldt voor het maaiveld een drooglegging van 0,70 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,3 meter. 4.7.3 Water in relatie tot het plangebied Oppervlaktewater en waterkeringen In het plangebied, alsook in de directe omgeving daarvan is geen oppervlaktewater aanwezig. Het Merwedekanaal ligt op ruim 350 meter ten oosten van het plangebied.

Aan beide zijden van deze watergang ligt een zone waarop de Keur van toepassing is, zodat het doelmatig beheer en onderhoud alsook de veiligheid gewaarborgd wordt. Het plangebied ligt (ruim) buiten deze zone. Er zijn ook geen waterkeringen of kunstwerken ten behoeve van de waterhuishouding (zoals gemalen, stuwen of sluizen) in het plangebied aanwezig. Grondwaterbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Wel ligt het plangebied binnen de ‘beschermingszone drinkwaterwinning’ uit de provinciale Omgevingsvisie. In de Interim Omgevingsverordening is dit nader uitgesplitst en aangegeven dat dit een zogenaamde boringsvrije zone betreft. Hiervoor gelden de provinciale regels ter bescherming van de kleilaag diep in de bodem ten behoeve van de drinkwatervoorziening. Het voorliggende plan heeft hier echter geen invloed op. Wel is in dit bestemmingsplan de gebiedsaanduiding ‘milieuzone’ opgenomen, waarbij is verwezen naar de regels uit de IOV met betrekking tot de boringsvrije zone. Bebouwing en verharding Het voorliggende bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van de gronden gelegen aan de Burg. Jhr. Hoeufftlaan in de kern Vianen mogelijk. Het betreft een herontwikkeling van de locatie Burg. Hoeufftlaan 8 t/m 12. De planlocatie heeft een omvang van ca. 989 m2.

Er worden op initiatief van woningbouwvereniging LEKSTEDEwonen 2 winkelpanden met bovenwoningen en 1 vrijstaande woning gesloopt. Hiervoor in de plaats worden maximaal 14 gestapelde woningen teruggebouwd en wordt ook voorzien in parkeerplaatsen en ontsluiting van het terrein. Momenteel is echter nog geen definitief bouwplan beschikbaar. Zoals reeds in paragraaf 2.3 van deze plantoelichting is aangegeven zal dit in nauw overleg met

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

40

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

de gemeente nader worden uitgewerkt. Wel zijn de ruimtelijke kaders op hoofdlijnen duidelijk aangegeven in een zogenaamde massastudie. Aan de hand daarvan is een indicatie te geven van de toename aan verharding in het gebied en de benodigde watercompensatie en waterbergingsopgave. De voorgenomen ontwikkeling mag immers geen wateroverlast op andere tijden of plaatsen veroorzaken. Het plan dient daarom "waterneutraal" ontwikkeld te worden. In de bestaande situatie praten we over een hoge mate van verharding. Het plangebied is voor ¾ bebouwd met bebouwing, perceel 5043 is vrijwel volledig bebouwd. De overige gronden zijn bijna volledig verhard op een kleine voortuin (van hoogstens 40m²) na. In de nieuwe situatie wordt het plangebied anders ingericht en zal circa 40-45% worden bebouwd. Dat is minder bebouwde oppervlakte dan momenteel aanwezig is. Ook wordt meer onverhard oppervlak toegevoegd, in de vorm van (voor)tuinen. Daarnaast worden 14 half verharde parkeerplaatsen gesitueerd op het achtererf. Als onderdeel van de beoogde woningbouwontwikkeling en bijbehorende herinrichting van het terrein neemt de oppervlakteverharding dus niet toe, deze neemt juist af. Watercompensatie is op grond van de beleidsregels van het waterschap daarmee niet nodig.

Afval- en regenwater De noodzakelijke vuilwaterriolering voor de huidige panden is aangesloten op de bestaande gemengde riolering aan de Burg. Jhr. Hoeufftlaan. Het vuile afvalwater vanuit de nieuw te bouwen woningen zal worden afgevoerd via een nieuw aan te leggen vuilwaterriool/DWA-riool, als onderdeel van een gescheiden rioleringssysteem. De vuilwaterriolering kan vervolgens ook worden aangesloten op het bestaande (gemengde) rioleringssysteem in de directe omgeving. Via dit rioleringssysteem wordt het afvalwater afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Daarbij wordt opgemerkt dat als onderdeel van de aanvraag voor de omgevingsvergunningen voor het woningbouwplan er een rioleringsplan zal worden opgesteld waarin dit nader wordt uitgewerkt. Waterkwaliteit Om het hemelwater van verhardingen en daken zo schoon mogelijk te houden, zodat het zuiveringsproces zo eenvoudig mogelijk is (bij afvoer via het gescheiden systeem), is het gewenst om bij het bouwen rekening te houden met de materiaalkeuze. Hiertoe zal het gebruik van zink, lood of andere uitlogende materialen bij het bouwen zoveel mogelijk worden vermeden. Watertoets en vervolgtraject Via de vergunningcheck digitale watertoets is beoordeeld of, en zo ja, welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Hiervoor is een stappenplan doorlopen. Het waterschap Rivierenland is hierover geïnformeerd.

In dit kader wordt ook verwezen naar bijlage 5 van deze plantoelichting waarin de resultaten en samenvatting van de digitale watertoets zijn opgenomen. Reactie vooroverleg waterschap Het plan is tijdens de vooroverlegronde voorgelegd aan het Waterschap Rivierenland. Het waterschap gaf in haar wateradvies weer dat het plan voldoet aan de eisen en wensen van het waterschap.

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

41

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

4.7.4 Conclusie Als onderdeel van de beoogde woningbouwontwikkeling neemt de verharding binnen het plangebied niet toe. Het aspect waterhuishouding staat de voorliggende woningbouwontwikkeling dan ook niet in de weg. 4.8

Ecologie

4.8.1 Beleid en regelgeving Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is het noodzakelijk te onderzoeken of en zo ja, in hoeverre de plannen ten koste gaan van de (aanwezige) flora en fauna. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de ‘gebiedsbescherming’ en de ‘soortenbescherming’. Gebiedsbescherming Wet Natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb richt zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Activiteiten en ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij hiervoor een vergunning op grond van de Wnb is verkregen. Natuurnetwerk Naast de bescherming op grond van de Wnb kunnen waardevolle gebieden ook beleidsmatig beschermd zijn doordat zij behoren tot het Nationaal Natuurnetwerk (NNN, voorheen EHS genoemd). Het Natuurnetwerk is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. De provincie Utrecht heeft dit in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en de Provinciale Ruimtelijke Verordening (herijking 2016) vastgelegd.

Uitgangspunt is dat plannen, handelingen en projecten in het NNN niet toegestaan zijn indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN significant aantasten. Soortenbescherming De soortenbescherming is eveneens geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Het doel van de Wnb is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij’-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kunnen vrijstellingen en ontheffingen (door het bevoegd gezag) worden verleend van de verbodsbepalingen. De Wnb kent een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (alle vogels), Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten. Voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten geldt een strikte bescherming. Voor de nationaal beschermde soorten hebben provincies de bevoegdheid om in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden een vrijstelling te verlenen van de verbodsbepalingen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening.

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

42

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden nagegaan, c.q. onderbouwd worden, of zich in het betreffende gebied beschermde soorten bevinden. 4.8.2 Ecologie in relatie tot het plangebied Om te beoordelen wat de effecten zijn van de beoogde planontwikkelingen binnen het plangebied op de natuur, is een ecologische quickscan uitgevoerd4. De rapportage met daarin de onderzoeksresultaten is integraal als bijlage bij deze plantoelichting opgenomen. De belangrijkste conclusies worden in de volgende subparagraaf weergegeven. Stikstofdepositie Het plangebied is niet gelegen in of direct nabij Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitattypen is het Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Lek’, op circa 5,7 km afstand. Voor het onderdeel stikstof; gelet op de aard en de omvang van het plan (een herontwikkeling binnen de bebouwde kom van Vianen) en de afstand tot het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied (> 5,5 km) wordt geen toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr) verwacht. De instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden zullen niet in het geding zijn. Opgemerkt wordt dat in de gebruiksfase het gaat om een situatie met 14 nieuwe woningen in het plangebied die gasloos worden gerealiseerd. Het aspect verkeersbewegingen en bouw/aanlegfase blijft enkel van toepassing voor het aspect stikstofdepositie.

In paragraaf 4.12.1 is de verkeersgeneratie van de bestaande situatie en de te ontwikkelen situatie berekend. Uit deze verkeersberekening blijkt dat de verkeerssituatie zeer beperkt wijzigt of zelfs verbeterd. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de ‘Uiterwaarden Lek’ op een afstand van 5,7 km. De emissie (uitstoot) van stikstof in verband met de gebruiksfase van het bouwplan voor maximaal 14 woningen is zo beperkt dat er geen extra stikstofdepositie te verwachten is op Natura – 2000 -gebieden. Hierdoor is dan ook niet te verwachten dat sprake is van stikstofdepositie (> 0,00 mol/ha/jr) uit de gebruiksfase op het genoemde Natura 2000-gebied als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling. Volledigheidshalve is een separaat stikstofdepositieonderzoek5 uitgevoerd, voor de aanlegfase en de gebruiksfase van het voorliggende project. De notitie met de uitgangspunten en resultaten van het onderzoek is opgenomen als bijlage bij de plantoelichting. Uit het onderzoek blijkt dat het plan Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12 te Vianen in zowel de aanlegfase alsook in de gebruiksfase niet leidt tot een toename van stikstofdepositie (>0,00 mol stikstof ha/jaar) op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten in Natura 2000gebieden. Deze planontwikkeling heeft derhalve geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie.

Het plan voldoet daarmee aan de Wnb.

4

Ecologisch Adviesbureau Viridis bv, ‘Quickscan Wet natuurbescherming ‘Burgemeester Hoeufftlaan 8-12’, 24 februari 2022 5 mRO, b.v., “Notitie Stikstofdepositieonderzoek Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen”, augustus 2023

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

43

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

4.8.3 Resultaten Quickscan Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNN. De provincie hanteert geen externe werking als het gaat om het NNN, de Nee-tenzij toets is derhalve niet aan de orde. Het plangebied betreft tevens geen weidevogelgebied of ander gebied dat is beschermd overeenkomstig het provinciale natuurbeleid. Dergelijk beschermd gebied zal derhalve niet verloren gaan of aangetast worden. Het plangebied is niet gelegen binnen een straal van 5 km van een Natura2000gebied. Er zal derhalve geen rechtstreekse aantasting (veroorzaakt door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting door bijvoorbeeld verdroging plaatsvinden op soorten die voor omliggende Natura2000-gebieden zijn aangewezen. Er worden in het kader van de voorgenomen ingrepen geen bomen gekapt of struiken gerooid. Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wnb is daarmee niet van toepassing in onderhavige situatie. Soortenbescherming In het plangebied is niet uit te sluiten dat verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen als gewone of ruige dwergvleermuis en eventueel laatvlieger aanwezig zijn. In het plangebied is niet uit te sluiten dat jaarrond beschermde nesten van huismus of gierzwaluw aanwezig zijn.

Eventueel kunnen algemene broedvogels met nietjaarrond-beschermde nesten ook gebruik maken van het gebouw als broedplaats. Andere beschermde soorten zijn uitgesloten in het plangebied. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van vleermuizen, huismus en gierzwaluw dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Houtopstanden Binnen het plangebied zijn geen bomen aanwezig en dus zal er geen houtopstand geveld worden. Er geldt vanzelfsprekend dus ook geen meldings- en herplantingsplicht. 4.8.4 Nader soortenonderzoek Aan de hand van de resultaten en conclusies van de uitgevoerde quickscan blijkt dat nader onderzoek nodig is naar de soorten gebouw bewonende vleermuizen, huismus en gierzwaluw. Hierop is door onderzoeksbureau Viridis een ‘Vleermuis- en broedvogelonderzoek’ uitgevoerd6, gebaseerd op de daarvoor geldende protocollen. De bijbehorende rapportage is ook als bijlage bij deze plantoelichting gevoegd. De resultaten en conclusies worden hierna samengevat weergegeven. Resultaten en conclusie soortenonderzoek In het onderzochte plangebied zijn beschermde verblijfplaatsen aangetroffen. Het gaat om onderstaande aantallen en typen verblijf- en nestplaatsen in de onderzochte panden:

6

Ecologisch Adviesbureau Viridis bv, ‘Vleermuis- en broedvogelonderzoek LEKSTEDEwonen, 20221/2022. Burgemeester Jonkheer Hoeufftlaan 8-12 te Vianen’, 9 januari 2023

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

44

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

• • • •

1 nestplaats van huismus (Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-10); 4 nestplaatsen van gierzwaluw (Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-10); 2 zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis (Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-10); 2 paarterritoria van gewone dwergvleermuis (1 paarverblijfplaats op locatie Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-10 en 1 paarverblijfplaats op locatie Burg. Jhr. Hoeufftlaan 12).

In figuur 15 is de locatie van de verblijf- en nestplaatsen weergegeven.

Figuur 15 – Resultatenkaart van complex Burgemeester Jonkheer Hoeufftlaan te Vianen (bron: Vleermuis- en broedvogelonderzoek, Viridis)

Naast bovenstaande jaarrond beschermde verblijfplaatsen geldt dat in en rondom de panden algemene broedvogels tot broeden kunnen komen. Omdat de voorgenomen sloopwerkzaamheden een negatief effect zullen hebben op de vastgestelde verblijfplaatsen, is het belangrijk om tijdig mitigerende maatregelen te treffen die negatieve effecten voorkomen of verzachten. Daarnaast moet er een ontheffing op verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. In een activiteitenplan worden de effectanalyse en vervolgstappen (mitigerende maatregelen en eventueel ontheffingsaanvraag) uitgewerkt. Voor het opstellen van die rapportage is een specificering van de werkzaamheden en de planning noodzakelijk.

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

45

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

4.8.5 Conclusie Op basis van de uitgevoerde Quickscan en het nadere soortenonderzoek wordt geconcludeerd dat in verband met de voorgenomen sloop van de bestaande bebouwing binnen het plangebied een mitigatieplan opgesteld moet worden (met een aanvraag ontheffing Wnb bij het bevoegd gezag, de provincie Utrecht, voor het verwijderen van verblijfplaatsen voor huismus, gierzwaluw en dwergvleermuis). Dit traject wordt momenteel opgestart. Vergelijkbare situaties wijzen uit dat door het nemen van maatregelen in de vorm van het aanbieden van tijdelijke én permanente verblijfplaatsen, het aannemelijk is dat een dergelijke ontheffing wordt verleend. Daarmee is het voornemen vanuit de Wnb uitvoerbaar. De aanvraag van een ontheffing betreft een traject in het kader van de Wnb, waarvan een positieve uitkomst wordt verwacht, die de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg hoeft te staan. Met andere woorden, het aspect ecologie staat niet in de weg aan de voortgang van deze bestemmingsplanprocedure. 4.9

Archeologie

4.9.1 Beleid en regelgeving Als gevolg van het Verdrag van Malta (Valetta) zijn overheden verplicht om in het ruimtelijke beleid zorgvuldig om te gaan met het archeologische erfgoed. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient, voordat er bodemingrepen plaatsvinden, een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd. De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed was tot voor kort vastgelegd in de Monumentenwet uit 1988, inclusief de wijzigingen op grond van de Wet op de Archeologische MonumentenZorg (Wamz) uit 2007. Met deze wijzigingswet zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Valetta in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden waarmee de Monumentenwet 1988 is vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze (naar verwachting) in 2023 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet, is in het overgangsrecht van de Erfgoedwet bepaald dat de regels met betrekking tot archeologie uit de Monumentenwet 1988 ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is.

Belangrijke uitgangspunten uit de Monumentenwet 1988, zoals de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem en het inpassen van archeologisch erfgoed in de ruimtelijke ordening en de financiering van onderzoek (‘de verstoorder betaalt’), blijven dus onverminderd van kracht. Gemeentelijk beleid Naar aanleiding van de bovengenoemde Wamz heeft de voormalige gemeente Vianen een archeologische beleidskaart op laten stellen. Deze archeologische beleidskaart (RAAP, 2012) geeft een overzicht van de archeologische vondsten, verwachtingen en vindplaatsen in de gemeente Vianen. Op deze beleidskaart en in de begeleidende tekst staat verwoord hoe in het planproces moet worden omgegaan met de verschillende bekende archeologische terreinen en met de

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

46

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

verwachtingszones, in het bijzonder in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen. Op de beleidskaart worden verschillende archeologische verwachtingszones en terreinen aangegeven. Onderscheid wordt gemaakt in: • Archeologisch waardevol gebied; • Archeologisch waardevol verwachtingsgebied (1 t/m 8). 4.9.2 Archeologie in relatie tot het plangebied Op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart maakt het plangebied deel uit van ‘Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied 2’ (AWV2). In het geldende bestemmingsplan is dit vertaald middels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 2” ter hoogte van het plangebied. Dit betekent dat bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 30 m² én de diepte van de ingreep dieper reikt dan 30 cm onder het maaiveld, een inventariserend archeologisch onderzoek verplicht is. Als onderdeel van de beoogde herstructurering zullen grondwerkzaamheden plaats vinden die groter zijn en dieper reiken dan de hierboven aangegeven drempelwaarden. Voor het plan is inventariserend archeologisch onderzoek verplicht. Om hier invulling aan te geven is door adviesbureau ArcheoPro een inventariserend veld-, bureau- en karterend booronderzoek uitgevoerd 7. De rapportage met daarin de onderzoeksresultaten is integraal als bijlage bij deze plantoelichting opgenomen. De belangrijkste conclusies worden hierna weergegeven.

4.9.3 Resultaten archeologisch onderzoek Binnen het plangebied is onder een tien tot veertig centimeter dik pakket bestratingszand een pakket vergraven klei aangetroffen van minimaal een halve meter dikte. Plaatselijk is dit pakket tachtig centimeter dik en loopt het door tot 1,2 meter beneden het maaiveld. Op de overige boorpunten is de bodem tot ongeveer 0,8 meter beneden het maaiveld verstoord. Ondanks de hoge boorintensiteit en het naboren met een megaboor zijn binnen het plangebied geen archeologische resten aangetroffen die op bewoningsactiviteiten binnen het plangebied wijzen. Wel zijn in het pakket vergraven klei, insluitsels aangetroffen die er op wijzen dat dit pakket in de twintigste eeuw is ontstaan, waarschijnlijk tijdens het bouwrijp maken van het terrein voorafgaande aan de bouw van de huidige bebouwing. Advies Gezien het bovenstaande geven de resultaten van het onderzoek onvoldoende aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden.

Niettemin blijft de zorgplicht onverminderd van kracht indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de gemeente Vijfheerenlanden conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11.

7

ArcheoPro, ‘Burg. Hoeufftlaan 8-12, Vianen –definitief IVO-O, 21 september 2022.

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

47

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

4.9.4 Conclusie De archeologische verwachting voor het plangebied op basis van het uitgevoerde onderzoek naar een lage verwachting wordt bijgesteld, en dat bescherming van archeologische waarden door middel van een dubbelbestemming archeologie niet langer noodzakelijk is. De dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’ is daarom niet (meer) aanwezig op de verbeelding van het bestemmingsplan. De conclusie is dat het aspect archeologie niet in de weg staat aan de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 4.10 Cultuurhistorie 4.10.1 Beleid en regelgeving Goede ruimtelijke ordening betekent dat er onder meer bij het opstellen van bestemmingsplannen, een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Het bestemmingsplan is daarbij een belangrijk instrument om cultuurhistorische waarden in een gebied te beschermen. Door wijziging per 1 januari 2012 van het Besluit ruimtelijke ordening (art. 3.1.6) dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. 4.10.2 Cultuurhistorie in relatie tot het plangebied Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd stads- en/of dorpsgezicht. Ook zijn in het plangebied geen monumenten of andere objecten met een belangrijke cultuurhistorische waarde. Wel vormt de Burg.

Hoeufftlaan, samen met de naastgelegen Hogelandseweg, van oudsher een belangrijke verbindingsroute tussen het oude Vianen/Hagestein en Lexmond. De Hogelandseweg liep in het verleden door tot aan de andere kant van het Merwedekanaal, in de richting van wat nu de Sportlaan heet. Momenteel loopt de Burg. Hoeufftlaan en Hogelandseweg dwars door de wijk Hogeland / Zederik en zijn nu ook nog een bepalend element in de stedenbouwkundige structuur van de wijk. In bijgaande figuur 16 is dit in beeld gebracht. De overige straten sluiten aan op de Hogelandseweg. De Hogelandseweg als belangrijke historische laanstructuur wordt ondersteund door de platanen aan weerszijde van de weg. Met het voorliggende plan wordt de genoemde structuur van de Burg. Hoeufftlaan en Hogelandseweg niet aangetast. Door de bouwvlakken ligt te laten verspringen op de verbeelding van het bestemmingsplan wordt het verspringen van de gevel tussen nummer 6 en 8 aangenamer. Het straatbeeld wordt met deze gestapte verspringing juist versterkt.

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

48

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

Figuur 16 – De Burgemeester Jonkheer Hoeufftlaan en Hogelandseweg zijn twee historische lanen die al op oud kaartmateriaal te zien is

4.10.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen vanuit het aspect cultuurhistorie voor het plan. 4.11 Kabels en leidingen Voor planologisch relevante kabels en leidingen gelden verschillende beschermingsen veiligheidsafstanden waar bij de bestemmingslegging van onder andere nieuwe functies rekening mee moet worden gehouden. Binnen het projectgebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Ook in de nabijheid van het plangebied zijn geen leidingen met gevaarlijke stoffen aanwezig (zie hiervoor ook paragraaf 4.5 van deze

Gemeente Vijfheerenlanden BP Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12, Vianen mRO b.v./ TOE / 99.510 – v6 / 7 augustus 2023

49

NL.IMRO.1961.bpVIHoeufftlaan8-VA01 Vast te stellen

plantoelichting). Kabels en leidingen vormen derhalve geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan. 4.12 Verkeer en parkeren 4.12.1 Verkeer Als gevolg van de beoogde herontwikkeling van Burg. Jhr. Hoeufftlaan 8-12 zal het aantal woningen toenemen. Immers, er worden 2 bestaande winkelpanden (totaal 600 m² waarvan ca. 350 m² winkelvloer) met 3 woningen (1 vrijstaande woning, 1 koopappartement, 1 huurappartement) gesloopt. Hiervoor in de plaats worden maximaal 14 startersappartementen teruggebouwd. Dit betekent dat er ten opzichte van de bestaande situatie de winkelvoorraad volledig wordt onttrokken en de woningvoorraad wijzigt, van 3 andere woonvormen naar maximaal 14 startersappartementen. Volgens het ‘Paraplubestemmingsplan wonen en parkeren’ dient bij een nieuw bouwplan te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, waarbij de parkeerbehoefte wordt bepaald aan de hand van de actuele kencijfers van het CROW. Het CROW is een onafhankelijk kenniscentrum voor infrastructuur, openbare ruimte en verkeer en vervoer.

Op grond van CROW-Publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’, waarin ook kencijfers voor de verkeersgeneratie van verschillende functies (waaronder wonen,winkelen) zijn aangegeven, blijkt dat voor: • Woonwarenhuis / woonwinkels rekening gehouden moet worden met gemiddeld 9,75 motorvoertuigen per etmaal / per 100m² bvo; • Een vrijstaande koopwoning rekening gehouden moet worden met gemiddeld 8,2 motorvoertuigen per etmaal / per woning. • Een middelduur koopappartement rekening gehouden moet worden met gemiddeld 6,0 motorvoertuigen per etmaal / per woning. • Een middel huurappartement rekening gehouden moet worden met gemiddeld 4,1 motorvoertuigen per etmaal / per woning. • De startersappartementen (koop, appartement, goedkoop’) rekening gehouden moet worden met gemiddeld 5,6 motorvoertuigen per etmaal / per woning. Deze kencijfers zijn gebaseerd op de in de CROW gehanteerde uitgangspunten 8. In de bestaande situatie van het plangebied worden gemiddeld 76,8 verkeersbewegingen plaats per etmaal gegenereerd. In het beoogde woningbouwplan wordt de huidige situatie gesloopt en maximaal 14 woningen toegevoegd, betekent dit dat rekening gehouden moet worden met gemiddeld 78,4 verkeersbewegingen per etmaal in de beoogde situatie. Netto vinden er na de planontwikkeling gemiddeld 1,6 meer verkeersbewegingen per etmaal plaats.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=857a8f45-7985-402a-addb-95c393a7d84f