CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan regels - Overboeicop 44, Schoonrewoerd

Commissie Ruimte, Wonen en Duurzaamheid 3 december 2024, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan - Overboeicop 44 Schoonrewoerd10.870 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regels bestemmingsplan ‘Overboeicop 44, Schoonrewoerd’

Planstatus: vastgesteld Datum: 2024-12-17 Plan identificatie: NL.IMRO.1961.BPSWoverboeicop44-VA01 Auteur: Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V.

1 Inleidende regels ....................................................................................................................... 3 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 3 Artikel 2 Wijze van meten ................................................................................................................... 9 2 Bestemmingsregels.................................................................................................................. 10 Artikel 3 Agrarisch met waarden ....................................................................................................... 10 Artikel 4 Bedrijf .................................................................................................................................. 15 Artikel 5 Groen .................................................................................................................................. 25 Artikel 6 Tuin ..................................................................................................................................... 26 Artikel 7 Water ..................................................................................................................................

27 Artikel 8 Waarde - Archeologie 1 ...................................................................................................... 28 3 Algemene regels ...................................................................................................................... 32 Artikel 9 Anti-dubbeltelregel ............................................................................................................. 32 Artikel 10 Algemene aanduidingsregels ............................................................................................ 32 Artikel 11 Algemene afwijkingsregels ............................................................................................... 32 Artikel 12 Algemene wijzigingsregels ................................................................................................ 33 Artikel 13 Parkeerregels .................................................................................................................... 33 4 Overgangs- en slotregels .......................................................................................................... 36 Artikel 14 Overgangsrecht .................................................................................................................

36 Artikel 15 Slotregel ............................................................................................................................ 36

2

1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 Plan Het bestemmingsplan Overboeicop 44, Schoonrewoerd van de gemeente Vijfheerenlanden; 1.2 Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 Aan het buitengebied gebonden functie Een functie die door de activiteiten aan het buitengebied is gebonden, zoals agrarische bedrijven, agrarisch aanverwante bedrijven en buitengebied gebonden bedrijven; 1.4 Aanbouw Een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.5 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 Aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 Agrarisch aanverwant bedrijf Een bedrijf dat uitsluitend of overwegend gericht is op het leveren van diensten aan agrarische bedrijven en groene en recreatieve functies in het buitengebied zonodig met behulp van werktuigen en apparatuur of op het verrichten van werkzaamheden tot onderhoud of reparatie van werktuigen of apparatuur.

Kenmerkende werkzaamheden zijn cultuurtechnische werken en grondverzet, meststoffendistributie en agrarisch loonwerk; 1.8 Agrarisch bedrijf Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren, met dien verstande dat maneges, kennels en dierenasiels niet als agrarische bedrijven worden aangemerkt; 1.9 Archeologisch gebied De aan een gebied toegekende archeologische waarden; 1.10 Archeologisch verwachtingsgebied De in een gebied verwachte middelhoge of hoge trefkans op archeologische waarden; 1.11 Archeologische waarden De toegekende waarden in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit oude tijden; 3

1.12 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.13 Bed and breakfast Recreatief nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt; 1.14 Bedrijfsgebouw Een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten, hieronder begrepen de gebouwen die worden aangewend ten behoeve van een nevenactiviteit; 1.15 Bedrijfswoning Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bedrijfsvoering noodzakelijk moet worden geacht; 1.16 Bestaand a. Bij bouwwerken: aanwezig ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het bestemmingsplan; alsmede bouwwerken die op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen worden gebouwd krachtens een daartoe verleende bouwvergunning; b.

Bij gebruik: bestaand ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan; 1.17 Bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak; 1.18 Bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.19 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een standplaats; 1.20 Bouwgrens De grens van een bouwvlak; 1.21 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.22 Bouwperceelgrens Een grens van een bouwperceel; 1.23 Bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

4

1.24 Bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.25 Buitengebied gebonden bedrijf Een bedrijf dat aan het buitengebied is gerelateerd, zoals hoveniersbedrijven, dierenklinieken, dierenpensions en producten en/of diensten levert aan particulieren of nietagrarische bedrijven; 1.26 Bijgebouw Een al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw waarbij het behoort, dat niet toegankelijk is vanuit het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt en functioneel dienstbaar is aan dat hoofdgebouw; 1.27 Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.28 Erfafscheiding Afscheiding van een erf of perceel door middel van schutting, gaaswerk of hekwerk, waaronder begrepen afrasteringen en omheiningen; 1.29 Extensief recreatief medegebruik Vorm van recreatie die in hoofdzaak is gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen, waarvoor geen specifieke inrichting van het gebied noodzakelijk is,

maar waarvoor kan worden volstaan met de voorzieningen die reeds ten behoeve van de hoofdfunctie aanwezig zijn en ondergeschikte voorzieningen zoals bewegwijzeringsbordjes, picknickbanken en draaihekjes; 1.30 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.31 Gemeentelijk parkeerbeleid De door burgemeester en wethouder vastgestelde beleidsregels met betrekking tot het parkeren., zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Indien er geen geldende beleidsregels aanwezig zijn, gelden de actuele CROW kencijfers. Zijn er wel beleidsregels en wijzigen deze gedurende de planperiode dan gelden de gewijzigde regels; 1.32 Hoofdgebouw Een (deel van een) gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw valt aan te merken;

5

1.33 Hoveniersbedrijf Een dienstverlenend bedrijf in aanleg en onderhoud van tuinen en andere groenvoorzieningen, met daaraan ondergeschikt het kweken en verkopen van planten en siergewassen; 1.34 Huishouden Persoon of groep personen die gemeenschappelijk samenleven in een onderlinge persoonlijke verbondenheid gericht op een duurzaam samenzijn waarbij sprake is van de continuïteit in de samenstelling ervan en die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen; 1.35 Kamergewijze verhuur Woonvorm waarbij een pand door meerdere personen die geen gezamenlijke huishouden vormen wordt bewoond, en waarbij sprake is van woonruimtes waarbij afzonderlijke huishoudens afhankelijk zijn van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten de woonruimte; 1.36 Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten Bedrijfsmatige activiteiten die naar aard en ruimtelijke verschijningsvorm duidelijk ondergeschikt zijn aan de hoofdbestemming die ter plaatse geldt; 1.37 Nevenactiviteiten Een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwperceel; 1.38 Niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit Een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht

zijn, en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse; 1.39 Nieuwvestiging Het vestigen van een bedrijf, waaronder begrepen zowel vestiging op een bestaand als een nieuw perceel en herhuisvesting; 1.40 Omschakeling Omzetten van een bedrijfstype in een ander bedrijfstype; 1.41 Onzelfstandige woonruimte Woonruimte, welke geen eigen toegang heeft en welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte; 1.42 Overkapping Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat bestaat uit een dakconstructie met maximaal één eigen wand;

6

1.43 Paardenbak Een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van een omheining; 1.44 Perceel Gronden die bij elkaar horen, omdat zij aan elkaar grenzen en in het gebruik een eenheid vormen, doordat zij uitsluitend bij hetzelfde bedrijf, dezelfde woning of instelling behoren; 1.45 Publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit Een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak publieksaantrekkend zijn en waarvan de omvang en uitstraling zodanig is, dat de activiteit past binnen de desbetreffende woonomgeving en derhalve in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden toegestaan; 1.46 Seksinrichting Een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden.

Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, escortbedrijf, parenclub en (raam)prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.47 Slopen Het afbreken van een bouwwerk of een gedeelte daarvan; 1.48 Statische opslag Opslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zonder dat deze ter plaatse bewerkt, verwerkt, gerepareerd of verhandeld worden. Hieronder wordt o.a. verstaan de opslag van (antieke) auto's, boten en caravans; 1.49 Stedelijke zone Een gebiedstypering,op basis van de meest actuele CROW publicatie, zoals vervat in bijlagen bij de regels ‘Stedelijke zones’.

Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen ‘centrum’, ‘schil/overloopgebied’ en de ‘rest bebouwde kom’; 1.50 Teeltondersteunende voorzieningen Voorzieningen in, op of boven de grond, die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt om de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden te laten plaatsvinden; 1.51 Uitbouw Een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.52 Voldoende parkeergelegenheid Van voldoende parkeergelegenheid is sprake, indien wordt voldaan aan het gemiddelde van de CROW kencijfers zoals opgenomen in de rij ‘weinig stedelijk’, aanwezigheidspercentages 7

en berekeningsaantallen zoals opgenomen in de meest actuele CROW publicatie of het gemeentelijk parkeerbeleid; 1.53 Voorgevel De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt; 1.54 Voorgevelrooilijn De denkbeeldige lijn die langs de voorgevel van een (bedrijfs)woning loopt, dan wel indien geen (bedrijfs)woning aanwezig is het dichts bij de openbare weg gelegen gebouw, alsmede het verlengde van die lijn tot aan de bouwperceelgrens; 1.55 Wonen Het gehuisvest zijn in een woning of wooneenheid conform het begrip 'woning of wooneenheid'; 1.56 Woning of wooneenheid Een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.

8

Artikel 2 Wijze van meten 2.1 De afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens de kortste afstand tussen de zijdelingse perceelsgrens(zen) van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk; 2.2 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 De dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 De inhoud van een bouwwerk: Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7 Peil a. Gebouwen in niet-geaccidenteerd terrein: 1. De kruin van de weg waarlangs het gebouw wordt ontsloten; b. Gebouwen in geaccidenteerd terrein: 1.

Voor zover de voorgevel van een gebouw is gelegen binnen een afstand van 3 meter uit de grens met het openbaar gebied en tot en met een afstand van 13 meter vanaf de grens met het openbaar gebied: de kruin van de weg waarlangs het gebouw wordt ontsloten; 2. Overig: het hoogste punt van het aan het gebouw aansluitende bestaande afgewerkte terrein; c. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde 1. De gemiddelde hoogte van het aansluitende terrein. 2.8 Vloeroppervlak De gezamenlijke oppervlakte, gemeten op vloerniveau, die voor een functie wordt gebruikt; voorzover inpandig, wordt de oppervlakte gemeten tussen de binnenwerkse gevelvlakken en de binnenzijde van bouwmuren.

9

2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch met waarden 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Grondgebonden agrarisch grondgebruik als opgenomen in artikel 3 lid 1.1; b. Behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige, archeologische en ecologische waarden; c. Groen, bermen en beplanting; d. Extensief dagrecreatief medegebruik; e. Water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. Paden en landwegen; Eén en ander met de bijbehorende voorzieningen en overeenkomstig de in artikel 3 lid 1.1 opgenomen nadere detaillering van de bestemming. 3.1.1 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving a. Verhouding tussen doeleinden: Binnen het hele gebied binnen deze bestemming is het beleid gericht op het beschermen en verder ontwikkelen van ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, alsmede op het bieden van ontwikkelingsmogelijkheden voor een duurzame en concurrerende landbouw en het behoud van de bedrijfsvoering van de aanwezige landbouw. b. Landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden:Gestreefd wordt naar behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden. Dit houdt in dat het beleid gericht is op: 1.

Het in stand houden en versterken van het open weidekarakter van het komgebied, het behoud van de karakteristieke verkaveling (smalle percelen met een fijnmazig slotenpatroon); 2. Het behoud en de ontwikkeling van de aanwezige waardevolle water- en oevervegetaties, ruigten en grienden en amfibieënbiotopen; 3. Het behoud van het natte karakter van het gebied, de goede waterkwaliteit, het fijnmazige slotenstelsel, aanwezige ruigten en grienden en extensief agrarisch graslandgebruik. c. Grondgebonden agrarisch grondgebruik: Voor grondgebonden agrarisch grondgebruik gelden de volgende bepalingen: 1. Boom-, (bloem)bol- en sierteelt is niet toegestaan; 2. Overig grondgebonden agrarisch grondgebruik is toegestaan. d. Extensief recreatief medegebruik: Het gehele gebied mag worden gebruikt ten behoeve van extensief recreatief medegebruik. Ter ondersteuning van het extensief recreatief medegebruik worden recreatieve voorzieningen, zoals paden, banken, picknicktafels, bewegwijzering e.d, toegestaan in het gehele gebied. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 10

3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. De bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen mag maximaal 1 meter bedragen; b. Het oprichten van sleufsilo's, mestsilo's, teeltondersteunende voorzieningen, paardenbakken e.d. is niet toegestaan; c. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 2 meter. 3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Ontheffing hogere erf-/ perceelsafscheidingen Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 3 lid 2.2 sub a teneinde voor erf- en perceelsafscheidingen een grotere hoogte toe te staan van maximaal 2 m, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d.

De grotere hoogte is noodzakelijk om dieren binnen de wei te houden; De erfafscheidingen mogen niet visueel gesloten zijn; Het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; De ontheffing mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in artikel 3 lid 1 omschreven waarden.

3.4 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik in de zin van artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g.

Het aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen; Boomteelt; Het gebruik van gronden voor kamperen; Permanente bewoning van kampeermiddelen of verblijfsrecreatieve voorzieningen; Het gebruik van gronden als volkstuin; Het beoefenen van lawaaisporten; Het gebruik van gronden en opstallen voor de bewerking van grondstoffen ten behoeve van het produceren van meststoffen; h. Het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, waaronder kuilvoer- en mestopslag; i. Het gebruik van gronden voor paardenbakken. 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Omgevingsvergunningsplicht Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de in het schema onder artikel 3 lid 5.3 opgenomen aanlegvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren.

11

De omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend als wordt voldaan aan de in de tabel genoemde criteria. 3.5.2 Uitzonderingen Het onder artikel 3 lid 5.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. Waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning is verleend; b. Die ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; c. Die betreffen het normale beheer en/of onderhoud. 3.5.3 Schema omgevingsvergunningen Schema omgevingsvergunningen Omgevingsvergunningplichtige Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning werken/werkzaamheden Het aanbrengen van 1. Het aanbrengen van de leidingen mag niet leiden tot ondergrondse transport, energie-, onevenredige aantasting van de agrarische belangen; telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband 2. Er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de waterhuishouding; houdende constructies. Het aanbrengen van 1. Het aanbrengen van verhardingen dient noodzakelijk verhardingen en halfverhardingen te zijn in het kader van de agrarische bedrijfsvoering dan met een grotere oppervlakte dan wel het extensief recreatief medegebruik; 200 m2. 2. De waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder; 3.

Er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden; Het diepwoelen en diepploegen van de bodem (>40 cm).

1. Er mag geen verandering van de bodemstructuur optreden; 2. Het mag niet leiden tot inklinking;

Het graven en ophogen van de bodem.

1. Er mag geen verandering van de bodemstructuur optreden; 2. Het mag niet leiden tot inklinking; 3. De waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij het de waterbeheerder;

Het graven/ aanleggen, dempen, 1. Het veenweideverkavelingspatroon mag niet 12

vergroten of herprofileren van sloten en kleine oppervlaktewateren.

onevenredig worden aangetast; 2. Er mag geen verandering van de bodemstructuur optreden; 3. Het mag niet leiden tot inklinking; 4. De waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder; 5. Het mag niet in strijd zijn met de waterstaatkundige doelstelling zoals verwoord in het stedelijk waterplan; 6. Het dempen van lengtesloten kan uitsluitend worden toegestaan, mits sprake is van een groot maatschappelijk belang;

Fruitteelt.

1. De karakteristieke openheid mag niet onevenredige worden aangetast;

Het aanleggen van boomgaarden 1. Aantonen dat het woon- en/of verblijfsklimaat binnen binnen een afstand van 50 meter de genoemde functies niet onevenredig worden van (bedrijfs)woningen van aangetast; derden of de bestemmingen 2. De landschaps- en natuurwaarden worden niet Wonen, Recreatie onevenredig aangetast; Verblijfsrecreatie of Maatschappelijk. Het verwijderen van houtgewas, houtwallen, bosschages.

1. De activiteiten mogen geen onevenredige aantasting betekenen van de aanwezige landschaps- en natuurwaarden;

Het aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen.

1. Uitsluitend teeltondersteunende voorzieningen met een open vormgeving en constructie zijn toegestaan; 2. Uitsluitend tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan, te weten maximaal max 6 maanden; 3. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 1 ha; 4. De bedrijfseconomische noodzaak voor de plaatsing van teeltondersteunende voorziening is aangetoond; 5. Er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de omliggende waarden en functies; 6. Er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. 13

3.5.4 Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in artikel 3 lid 5.1 is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 2 van de Wet op de economische delicten.

14

Artikel 4 Bedrijf 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – handel- en opslagbedrijf: een handel- en opslagbedrijf; b. Kleinschalig ambachtelijke bedrijven in milieucategorie 1 en 2 of daarmee gelijk te stellen bedrijven; c. Bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals, in- en uitritten, verkeer- en parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen, groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. één en ander overeenkomstig de in artikel 4 lid 1.1 opgenomen nadere detaillering van de bestemming. 4.1.1 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving a. Aantal bedrijven: Binnen deze bestemming is maximaal één bedrijf per aanduiding 'bouwvlak' toegestaan; b. Bedrijfswoningen: Per bestemmingsvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan. Eén en ander met dien verstande dat wanneer een bedrijfswoning door afsplitsing of vervreemding niet langer deel uitmaakt van het bedrijf, daarvoor in de plaats geen nieuwe woning mag worden gebouwd; in dergelijke gevallen vervalt het recht op die bedrijfswoning. c.

Niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit: Voor zover ingevolge deze regels een bedrijfswoning is toegestaan, mag ter plaatse ook een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit worden uitgeoefend, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. Ten behoeve van de activiteit mag maximaal 25% van het gezamenlijk vloeroppervlak van de bedrijfswoning met een maximum van 50 m2 worden gebruikt; 2. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; 3. Er vindt geen onevenredige verkeersaantrekkende werking plaats; 4. Er mag geen afbreuk worden gedaan aan het woonkarakter van de omgeving; 5. Horeca is niet toegestaan; 6. Detailhandel is niet toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; 7. De activiteit wordt door de bewoner uitgeoefend. d. Publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit: Het gebruik van een deel van de woning en/of de bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis is uitsluitend toegestaan na verlening van ontheffing op grond van artikel 4 lid 5.1. e. Werkzaamheden handel- en opslagbedrijf: Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – handel- en opslagbedrijf zijn de volgende bedrijfsactiviteiten en werkzaamheden toegestaan: 1.

Inkoop, verkoop en opslag (hierna te noemen handel en opslag) van gebruikte materialen; 2. Handel en opslag van materialen welke afkomstig zijn uit en bestemd zijn voor de GWW (grond-, weg- en waterbouw); 3. Handel en opslag van materialen welke afkomstig zijn uit en bestemd zijn voor de bouw (in hoofdzaak hout); 4. Handel en opslag van diverse soorten hout; 15

5. Het verkoopbaar maken (bewerken) van de materialen, waaronder het bewerken van hout; 6. Handel en opslag van materialen welke bestemd zijn voor de circulaire markt; 7. Handel en opslag van materialen voor de landbouw, waaronder dampalen, hout bestemd voor afrastering en erfverharding. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen a. Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken ten dienste van de bestemming; b. Gebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'. 4.2.2 Bedrijfsgebouwen a. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – handel- en houtbewerkingsbedrijf bedraagt de gezamenlijke oppervlakte aan bedrijfsgebouwen maximaal 1350 m2; b. De goothoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 6 meter; c. De bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt maximaal 10 meter. 4.2.3 Bedrijfswoning a. De inhoud van een bedrijfswoning (inclusief aan-, uit- en bijgebouwen) bedraagt maximaal 650 m3; b. De goothoogte van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 6 meter; c. De bouwhoogte van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 10 meter. d. De afstand van een vrijstaande bedrijfswoning tot zijdelingse bouwperceelgrens bedraagt minimaal 5 meter. 4.2.4 Bijgebouwen bij bedrijfswoning a. De goothoogte van bijgebouwen bij een bedrijfswoning bedraagt maximaal 3 meter; b. De bouwhoogte van bijgebouwen bij een bedrijfswoning bedraagt maximaal 6 meter.

4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal: a. b. c. d. e.

Erf- en terreinafscheidingen voor voorgevelrooilijn: 1 meter; Erf- en terreinafscheidingen elders: 2 meter; Toegangspoorten (voor en achter voorgevelrooilijn): 2 meter; Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor voorgevelrooilijn: 1 meter; Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, elders: 3 meter.

4.2.6 Afwijkingenregeling In afwijking van het bepaalde in artikel 4 lid 2, dat voorzover de bestaande goot- of bouwhoogte, de bebouwde oppervlakte of de inhoud meer bedraagt dan ingevolge bovenstaande tabel is toegestaan, de bestaande goot- of bouwhoogte, de bestaande bebouwde oppervlakte of de bestaande inhoud als maximum geldt, voorzover het gebouw legaal is gebouwd. Nieuwbouw hiervan is niet toegestaan. 16

4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Ontheffing bebouwde oppervlakte vrijstaande bijgebouwen Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 4 lid 2.3 sub a en artikel 4 lid 2.4 teneinde de toegestane bebouwde oppervlakte van de bijgebouwen bij de bedrijfswoning te vergroten, mits voormalige bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Hierbij dient aan het volgende te worden voldaan: a. Indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, kan een bebouwde oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen worden toegestaan van 50 m2 vermeerderd met maximaal 20% van het meerdere van het oppervlak van het te slopen gebouw c.q. de te slopen gebouwen, tot een totaal maximum van 150 m2; b. Sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek', is niet toegestaan. 4.3.2 Ontheffing voor vergroting inhoud bedrijfswoning Burgemeester en wethouders ontheffing verlenen van de maximale inhoud van bedrijfswoningen, inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen tot een maximum van 850 m3 onder de volgende voorwaarden: a. Er is sprake van een zorgvuldige stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing in de omgeving; b. Binnen het bestemmingsvlak ontstaat een ruimtelijke eenheid van bebouwing; c. Binnen het bestemmingsvlak is sprake van een aanvaardbare verhouding tussen het bebouwde en onbebouwde oppervlak; d.

Het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; e. De uitbreiding mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving. 4.3.3 Ontheffing paardenbakken Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 4 lid 2.5 en artikel 4 lid 4 sub f teneinde het realiseren van paardenbakken toe te staan, waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. Het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast, waarbij in ieder geval een afstand van minimaal 25 m wordt aangehouden ten opzichte van (bedrijfs)woningen van derden; b. De paardenbak mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de aanwezige landschappelijke waarden; c. Er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; d. Het gebruik van paardenbakken ten behoeve van deze bestemming is uitsluitend hobbymatig toegestaan; e. De omvang van de paardenbakken mag in totaal niet meer bedragen dan 800 m2 per bouwperceel; f. Lichtmasten of anderszins verlichting zijn niet toegestaan; g. De hoogte van afrasteringen mag niet meer bedragen dan 1,5 m; h. Overige bouwwerken zijn niet toegestaan'; 17

i.

Indien activiteiten die samenhangen met het aanleggen van een paardenbak aanlegvergunningplichtig zijn vormt de afweging hierbij onderdeel van deze ontheffing en is geen aparte aanlegvergunning benodigd.

4.4 Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik in de zin van artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.

Een seksinrichting; Zelfstandige bewoning of afhankelijke woonruimte van een bijgebouw; Een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; Het gebruik van gronden voor kamperen; Permanente bewoning van kampeermiddelen; Het gebruik van gronden voor paardenbakken.

4.4.1 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing De toegevoegde bestemming ‘Bedrijf’, niet zijnde de bestaande bestemming 'Bedrijf' conform het bestemmingsplan ‘Buitengebied Leerdam’ (vastgesteld 30 september 2010), mag uitsluitend in gebruik worden genomen indien: a. Ter plaatse van de specifieke aanduiding 'specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing' een groenstrook wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden zoals toegelicht in hoofdstuk 3.1 van de toelichting van het bestemmingsplan en conform de inrichtingsschets van bijlage 1. 4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Ontheffing publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4 lid 4 sub c. voor het toestaan van een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. De publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis dient ondergeschikt te zijn aan de woonfunctie; b. Ten behoeve van de activiteit mag maximaal 25% van het gezamenlijk vloeroppervlak van de woning met een maximum van 50 m2 worden gebruikt; c. In monumentale en karakteristieke panden ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' mag de bedrijfsfunctie in afwijking van het bepaalde onder a. en b.

in een grotere omvang plaatsvinden, mits een volwaardige woonfunctie aanwezig blijft, en indien dit bijdraagt aan het behoud van het pand c.q. de betreffende cultuurhistorische waarden; d. Er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; e. Voldaan wordt aan de normen die gesteld zijn bij of krachtens de Wet geurhinder en veehouderij en er daarbij sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; f. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; g. Er vindt geen onevenredige verkeersaantrekkende werking plaats; h. Er mag geen afbreuk worden gedaan aan het landelijke karakter van de buurt en de omgeving; i. Horeca is niet toegestaan; 18

j.

Detailhandel is niet toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt en ondersteunend aan de uitoefening van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; k. De activiteit wordt door de bewoner uitgeoefend. 4.5.2 Ontheffing kleinschalig kamperen als nevenactiviteit Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 4 lid 4 sub d teneinde kleinschalig kamperen toe te staan ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van bedrijf - voormalig agrarisch bedrijf', mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. Het aantal kampeermiddelen mag niet meer bedragen dan 15; b. Er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; c. Ondergeschikte ondersteunende horeca is toegestaan ten behoeve van de kampeerders; d. De ruimtelijke structuur en de landschappelijke en natuurlijke waarden worden niet aangetast; e. De voorzieningen in de vorm van sanitaire voorzieningen, slecht-weervoorzieningen en ondergeschikte ondersteunende horeca worden, voorzover dat redelijkerwijs mogelijk is, gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing, of anders aansluitend aan de bestaande bebouwing; f. De bebouwde oppervlakte van nieuwe bebouwing ten behoeve van kleinschalig kamperen mag maximaal 30 m2 bedragen; g.

Het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; h. De verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; i. Het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; j. De waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder. 4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.6.1 Omgevingsvergunningplicht Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunnning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren: a. Het dempen van sloten en kleine oppervlaktewateren; b. Het verwijderen van houtgewas, houtwallen, bosschages; De omgevingsvergunning voor het dempen van sloten en kleine oppervlaktewateren kan uitsluitend worden verleend als: a. Het verkavelingspatroon mag niet onevenredig worden aangetast; b. Er mag geen verandering van de bodemstructuur optreden; c. De waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder.

19

De omgevingsvergunning voor het verwijderen van houtgewas, houtwallen, bosschages kan uitsluitend worden verleend als de activiteiten mogen geen onevenredige aantasting betekenen van de aanwezige landschaps- en natuurwaarden. 4.6.2 Uitzonderingen Het onder artikel 4 lid 6.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. Waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning is verleend; b. Die ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; c. Die betreffen het normale beheer en/of onderhoud. 4.6.3 Strafbepaling Overtreding van het bepaalde in artikel 4 lid 6.1 is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 2 van de Wet op de economische delicten. 4.7 Wijzigingsbevoegdheid 4.7.1 Wijziging milieucategorie 1 en 2 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ingevolge artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, deze bestemming te wijzigen teneinde nieuwe kleinschalige ambachtelijke bedrijven toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

Uitsluitend zijn toegestaan kleinschalige ambachtelijke bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 zoals opgenomen in de bij deze regels gevoegde Staat van bedrijfsactiviteiten bedrijven in milieucategorie 3 zijn uitsluitend toegestaan voorzover deze naar aard en invloed op het milieu vergelijkbaar zijn met bedrijven in milieucategorie 1 of 2. Hiertoe wordt advies gevraagd aan een onafhankelijke terzake deskundige; b. Het hergebruik van bedrijfsbebouwing dient te passen in de omgeving; c. In opzet en ontwikkelingsperspectief dient het om een kleinschalige activiteit te gaan, met in beginsel slechts enkele werknemers; d. Als belangrijke voorwaarde voor hergebruik geldt dat, daar waar hergebruik plaatsvindt binnen gebouwen, dit uitsluitend binnen de aanwezige gebouwen is toegestaan; uitbreiding van bebouwing is niet toegestaan; e. Er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden; f. De wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; g.

De beoogde functie mag, gelet op de instandhoudingsdoelstelling van het Natura 2000-gebied Zuider Lingedijk/Diefdijk Zuid, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in het Natura 2000-gebied Zuider Lingedijk/Diefdijk Zuid niet laten verslechteren of een significant verstorend effect hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; h. De verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; i. Op eigen terrein wordt voldoende ruimte gereserveerd voor parkeervoorzieningen; j. Detailhandel is niet toegestaan; k. De bedrijfsgebouwen worden landschappelijk ingepast. Hiertoe wordt een erfbeplantingsplan opgesteld; l. De waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder; 20

m. De regels van de bestemming 'Bedrijf' zijn van overeenkomstige toepassing, waarbij voor de bedrijfsactiviteit een aanduiding in de tabel en op de verbeelding wordt opgenomen; n. Op de verbeelding wordt een bouwvlak op maat opgenomen. 4.7.2 Wijziging agrarisch aanverwante, buitengebied gebonden bedrijven en overige nietagrarische bedrijven Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming met de nadere aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - voormalig agrarisch bedrijf' wijzigen, teneinde omschakeling naar een ander bedrijf mogelijk te maken, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De omzetting is slechts toegestaan naar: 1. Een agrarisch aanverwant bedrijf; 2. Een buitengebied gebonden bedrijf; b. Agrarische aanverwante bedrijven zijn alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied buitengebied gebonden functies', danwel als ter plaatse een gelijksoortig bedrijf is gevestigd of onlangs is gevestigd geweest; c. Buitengebied gebonden bedrijven zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied buitengebied gebonden functies' en 'wro-zone - wijzigingsgebied kernrandzone'; d. Het hergebruik dient te passen in de omgeving; e. In opzet en ontwikkelingsperspectief dient het om een kleinschalige activiteit te gaan, met in beginsel slechts enkele werknemers; f.

Als belangrijke voorwaarde voor hergebruik geldt dat, daar waar hergebruik plaatsvindt binnen gebouwen, dit uitsluitend binnen de aanwezige gebouwen is toegestaan; uitbreiding van bebouwing is niet toegestaan; g. In een bedrijfsplan dient te worden aangetoond welke bedrijfsgebouwen noodzakelijk zijn voor de hergebruikfunctie; overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, die niet voor de nieuwe functie wordt gebruikt, dient te worden gesloopt. Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' mogen de gebouwen met een cultuurhistorische waarde niet worden gesloopt; h. De oppervlakte aan bedrijfsgebouwen mag nimmer meer dan 750 m2 bedragen; met dien verstande dat het gehele bouwvolume van alle gebouwen ten behoeve van de functie mag worden aangewend, indien dit bijdraagt aan het behoud van het cultuurhistorisch waardevolle pand ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'; i. Er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden; j. De wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; k.

De beoogde functie mag, gelet op de instandhoudingsdoelstelling van het Natura 2000-gebied Zuider Lingedijk/Diefdijk Zuid, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in het Natura 2000-gebied Zuider Lingedijk/Diefdijk Zuid niet laten verslechteren of een significant verstorend effect hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; l. De verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; m. Detailhandel is niet toegestaan; n. De waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder; o. De regels van de bestemming 'Bedrijf' zijn van overeenkomstige toepassing, waarbij voor de bedrijfsactiviteit een aanduiding op de verbeelding wordt opgenomen. 21

4.7.3 Wijziging (nieuw)vestiging agrarisch bedrijf Burgemeester en Wethouders kunnen met toepassing van het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening de bestemming van (een deel van) de gronden binnen deze bestemming wijzigen teneinde de bestemming om te zetten in de bestemming 'Agrarisch - Bouwvlak' en eventueel de bestemming 'Agrarisch met waarden' ten behoeve van de nieuwvestiging van een grondgebonden agrarisch bedrijf of een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. Voor een grondgebonden agrarisch bedrijf geldt dat alle grondgebonden agrarische bedrijven zijn toegestaan, met uitzondering van boom-, (bloem)bol- en sierteeltbedrijven; b. In aanvulling op het bepaalde onder a. zijn fruitteeltbedrijven uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied concentratie fruitteelt'; c. Voor een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf geldt dat intensieve veehouderij of glastuinbouw niet is toegestaan; d. Voor een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf geldt dat deze zich uitsluitend mag vestigen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - voormalig agrarisch bedrijf'; e.

De nieuwvestiging ter plaatse moet noodzakelijk zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering: dit betekent dat voor zover de betrokken agrariër elders een agrarisch bedrijf heeft, eerst dient te worden aangetoond dat op de betreffende locatie geen reële bedrijfseconomische of planologisch verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden aanwezig zijn; f. Het dient te gaan om een volwaardig agrarisch bedrijf dan wel een bedrijf dat naar verwachting binnen redelijke termijn zal uitgroeien tot een volwaardig bedrijf; hierover dient tevoren een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijk, agrarisch deskundige te worden gehoord; g. Er dient een bouwvlak op maat te worden toegekend; h. Maximaal is één bedrijfswoning toegestaan; i. Er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; j. De wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; k. Voor de (nieuw)vestiging geldt dat het woon- en leefklimaat van omliggende functies niet onevenredig mogen worden aangetast; l. (Nieuw)vestiging is niet toegestaan indien er geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de beoogde functie; m.

De beoogde functie mag, gelet op de instandhoudingsdoelstelling van het Natura 2000-gebied Zuider Lingedijk/Diefdijk Zuid, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in het Natura 2000-gebied Zuider Lingedijk/Diefdijk Zuid niet laten verslechteren of een significant verstorend effect hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen; n. De waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder; o. Door middel van een flora- en faunaonderzoek dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de natuurbeschermingswetgeving; p. Uit onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de gevel van een geluidsgevoelig object de voorkeursgrenswaarde niet overschrijdt. De regels van bestemming 'Agrarisch - Bouwvlak' en eventueel 'Agrarisch met waarden' van overeenkomstige toepassing, waarbij voor de bedrijfsactiviteit een aanduiding op de verbeelding wordt opgenomen. 22

4.7.4 Wijziging wonen Burgemeester en Wethouders kunnen met toepassing van het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening deze bestemming wijzigen in de bestemming Wonen en eventueel Agrarisch met waarden waarbij na bedrijfsbeëindiging het gebruik van een voormalige bedrijfswoning of boerderijgebouw voor woondoeleinden kan worden toegestaan; tevens kan daarbij woningsplitsing worden toegestaan. Één en ander mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. Uitsluitend de (voormalige) bedrijfswoning(en) mag (mogen) worden gebruikt voor bewoning; b. Uitsluitend de aanwezige gebouwen, niet zijnde glasopstanden, mogen worden gebruikt als bijgebouw; c. Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' mag de agrarische verschijningsvorm van de voormalige boerderij niet worden aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de gemeentelijke monumentencommissie; d. De nieuwe functie mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; e. Voldaan wordt aan de normen die gesteld zijn bij of krachtens de Wet geurhinder en veehouderij en er daarbij sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; f. Uit onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de gevel van een geluidsgevoelig object de voorkeursgrenswaarde niet overschrijdt; g.

De waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder; h. De nieuwe functie mag niet leiden tot een onevenredige belasting van de verkeersafwikkeling ter plaatse; i. De woningsplitsing mag niet leiden tot strijdigheid met het Bouwbesluit; j. De regels van de bestemming 'Wonen' zijn van overeenkomstige toepassing, waarbij de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijf' wordt opgenomen, met dien verstande dat de bebouwde oppervlakte van de bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 50 m2 per woning; bij sloop van de bovenmatige voormalige bedrijfsgebouwen, mag het genoemd oppervlak van 50 m2 worden verhoogd met 25% van het meerdere van het oppervlak van het te slopen gebouw c.q. de te slopen gebouwen, met dien verstande dat het maximaal toegestaan gezamenlijk oppervlak van de bijgebouwen per woning, na bedoelde afbraak, niet meer dan 150 m2 bedraagt; sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is niet toegestaan; k. In afwijking van het bepaalde onder j. geldt dat het gehele bouwvolume van alle gebouwen ten behoeve van de woonfunctie mag worden aangewend, indien dit bijdraagt aan het behoud van het cultuurhistorisch waardevolle bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'.

4.7.5 Wijziging opslag Burgemeester en Wethouders kunnen met toepassing van het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening deze bestemming wijzigen teneinde hergebruik van de bebouwing toe te staan voor inpandige statische opslag in combinatie met wonen in de voormalige bedrijfswoning, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. Deze wijziging ten behoeve van de opslag wordt doorlopen tezamen met de wijzigingsbevoegdheid als opgenomen in artikel 4 lid 7.4 teneinde het bewonen van de voormalige bedrijfswoning mogelijk te maken; 23

b. Het hergebruik dient te passen in de omgeving; c. In opzet en ontwikkelingsperspectief dient het om een kleinschalige en introverte activiteit te gaan; d. Als belangrijke voorwaarde voor hergebruik geldt dat hergebruik uitsluitend plaatsvindt binnen de aanwezige gebouwen; uitbreiding van bebouwing is niet toegestaan; e. In een bedrijfsplan dient te worden aangetoond welke bedrijfsgebouwen noodzakelijk zijn voor de hergebruikfunctie, met dien verstande dat dit maximaal 1500 m3 mag bedragen; overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, die niet voor de nieuwe functie wordt gebruikt, dient te worden gesloopt. Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' mogen de gebouwen met een cultuurhistorische waarde niet worden gesloopt. In afwijking van het voorgaande geldt dat het gehele bouwvolume van alle gebouwen ten behoeve van de functie mag worden aangewend, indien dit bijdraagt aan het behoud van het cultuurhistorisch waardevolle pand ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek'; f. De opslag mag niet plaatsvinden in kassen; g. Er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden; h. De wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; i. De verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; j.

Detailhandel is niet toegestaan; be- en verwerking zijn evenmin toegestaan; k. De regels van de bestemming 'Wonen' zijn van overeenkomstige toepassing, waarbij voor de bedrijfsactiviteit een aanduiding in de tabel en op de verbeelding wordt opgenomen. l. Op de verbeelding wordt de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijf opgenomen'. 4.7.6 Wijziging geen bedrijfswoning Burgemeester en Wethouders kunnen met toepassing van het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening deze bestemming wijzigen teneinde na splitsing van gronden op de verbeelding de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' op te nemen, teneinde te regelen dat geen bedrijfswoning is toegestaan.

24

Artikel 5 Groen 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Groenvoorzieningen, bermen en beplanting; b. Water en waterhuishoudkundige voorzieningen één en ander met de bijbehorende voorzieningen. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Gebouwen Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen aan het volgende te voldoen: a. De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 1 m. 5.3 Specifieke gebruiksregels 5.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik in de zin van artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van: a. Het gebruik van de gronden voor parkeervoorzieningen; b. Het gebruik van de gronden voor buitenopslag.

25

Artikel 6 Tuin 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. Bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals, in- en uitritten, verkeer- en parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Gebouwen a. Hobbymatige dierenverblijven (o.a. kippenhokken) en tuinkassen met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 30 m2; b. Op deze gronden mogen verder uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal: a. b. c. d.

Erf- en terreinafscheidingen 1 m; Toegangspoorten 2 m; Vlaggenmasten 6 m; Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 3 m.

26

Artikel 7 Water 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

Water ten behoeve van de waterhuishouding; Verkeer te water; Taluds en natuurvriendelijke oevers; Voorzieningen, zoals kunstwerken en andere waterstaatwerken, en ten behoeve van de waterafvoer en waterberging.

7.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

27

Artikel 8 Waarde - Archeologie 1 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie - 1' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Algemeen Uitsluitend mogen bouwwerken worden opgericht ten dienste van de in artikel 8 lid 1 omschreven doeleinden, tenzij: a. Het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; of b. Het nieuw te bebouwen oppervlak, in aanvulling op het bepaalde onder a, niet groter is dan: 1. Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - 1', 30 m2; 2. Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - 2', 100 m2; 3. Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - 4', 250 m2; 4. Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - 6', 10.000 m2. 8.3 Nadere eisen 8.3.1 Behoud archeologische waarden in situ Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn.

De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden. 8.4 Afwijken van de bouwregels 8.4.1 Ontheffing oprichten bouwwerken t.b.v. andere bestemming(en) Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8 lid 2 voor het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende regels worden verbonden: a. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al of niet bouwen van kelders, het 28

aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; b. De verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. De verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan een door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 8.4.2 Verplichting rapportage De ontheffing als bedoeld in artikel 8 lid 4.1 wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld of getoetst wordt aan een daartoe opgestelde archeologische beleidsadvieskaart. 8.4.3 Advies archeologische deskundige Alvorens burgemeester en wethouders beslissen over een ontheffing als bedoeld in artikel 8 lid 4.1 winnen zij schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een ontheffing geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

8.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.5.1 Verbod op het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een aanlegvergunning op de in artikel 8 lid 1 bedoelde gronden de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren: a. Het ophogen van de bodem met meer dan 2 m; b. Grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven/ aanleggen of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; c. Bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingenvergunning is vereist; d. Het verlagen van het waterpeil; e. Het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. Het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. Het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. Het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; i. Het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=da4d4070-a645-4e5a-8770-286db98f821b