Begroting 2023-2026 raadsversie.docx
Tekst van het document
47
Overzicht tarieven Soort heffing Onroerende zaakbelasting Woningen: - Eigenarenheffing in procenten van de WOZ waarde Niet-woningen - Eigenarenheffing in procenten van de WOZ waarde - Gebruikersheffing in procenten van de WOZ waarde Afvalstoffenheffing - Éénpersoonshuishouden - Meerpersoonshuishouden Rioolheffing
2022
2023
0,1002
0,0907
0,2799 0,2184
0,2863 0,2234
328 412 194
328 412 194
Onroerende zaakbelastingen (OZB) De OZB-tarieven 2023 worden geheven als percentage van de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2022. Bij de OZB-tarieven houden we rekening met de waardeontwikkeling van woningen en niet-woningen. Ook wordt rekening gehouden met de areaaluitbreiding en inflatiecorrectie. Bij het bepalen van het tarief wordt een correctie voor de waardeontwikkeling toegepast. Voor de tarieven van 2023 wordt vooralsnog rekening gehouden met een gemiddelde stijging van de WOZ-waarde van woningen van 15%. Voor de niet-woningen wordt rekening gehouden met een gemiddelde stijging van 1,8%. In november is pas de exacte stijging bekend, omdat dan alle verkoopcijfers zijn geanalyseerd. In december worden de OZB-tarieven definitief vastgesteld door de raad, deze kunnen daarom afwijken van de tarieven zoals hieronder opgenomen. Afvalstoffenheffing De kosten van de afvalinzameling en -verwerking van particuliere huishoudens worden via de afvalstoffenheffing verhaald. Uitgangspunt bij het vaststellen van de tarieven is 100% kostendekkendheid. In de tarieven wordt een onderscheid gemaakt tussen één- en meerpersoonshuishoudens. Rioolheffing Op grond van de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken hebben gemeenten de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.
Een gemeente kan rioolheffing heffen om deze zorgplicht te betalen (artikel 228a van de Gemeentewet). Uitgangspunt bij het vaststellen van de tarieven is 100% kostendekkendheid. De heffingsmaatstaf is het waterverbruik per categorie.
48
Overzicht gemeentelijke belastingopbrengsten (bedragen x € 1.000) Belastingsoort
2023
%
2024
%
2025
%
2026
%
Onroerende zaakbelasting
14.404
41%
14.404
41%
14.404
41%
14.404
41%
Rioolheffing
5.337
15%
5.337
15%
5.337
15%
5.337
15%
Afvalstoffenheffing
9.427
27%
9.427
27%
9.427
27%
9.427
27%
914
3%
914
3%
914
3%
914
3%
2.982
8%
2.982
8%
2.982
8%
2.982
8%
Leges Burgerzaken
439
1%
576
2%
599
2%
599
2%
Toeristenbelasting
262
1%
262
1%
262
1%
262
1%
Parkeerbelasting
509
1%
509
1%
509
1%
509
1%
Overige opbrengsten
573
2%
561
2%
561
2%
561
2%
Overige leges
379
1%
379
1%
380
1%
380
1%
Marktgelden
71
0%
71
0%
71
0%
71
0%
35.298
100%
35.423
100%
35.446
100%
35.446
100%
Begraafrechten Vergunningen (vergunningen, Welstand en RO)
Totaal
Kostendekkendheid belangrijkste retributies Het BBV schrijft voor dat in de paragraaf lokale heffingen inzicht wordt gegeven in de mate van kostendekkendheid van de verschillende tarieven. Hiermee wordt beoogd transparantie te bieden in de tarieven waarbij sprake is van kostenverhaal. De toerekening van overhead vindt extracomptabel plaats. De volgende overzichten laten zien van welk percentage kostendekkendheid sprake is. Voor het bepalen van onderstaande kostendekkendheidspercentages is uitgegaan van de vernieuwde ‘Handreiking Kostenonderbouwing paragraaf lokale heffingen’ van het VNG. De kostendekkendheid is bepaald door de totale baten te delen door de lasten die volgens de handreiking mogen worden toegerekend. Hierin is een opslag voor de overheadkosten opgenomen. Voor het bepalen van het percentage overhead is uitgegaan van de totale lasten aan overhead (taakveld 0.4), welke zijn gedeeld door de totale loonkosten inclusief de kosten van inhuur.
49
Afvalstoffenheffing Voor de bestrijding van de kosten die samenhangen met het inzamelen en verwerken van afval is de gemeente bevoegd om de gemaakte kosten te verhalen. Voor het huishoudelijk afval (afval dat ontstaat vanuit particuliere huishoudens) wordt afvalstoffenheffing geheven. Voor het product afvalinzameling geldt dat de baten niet boven de kosten mogen uitkomen. Tarieven van de afvalstoffenheffing worden sterk bepaald door milieueisen voor het gescheiden aanleveren van het afval. Daarnaast spelen de verwerkingskosten van het afval een steeds grotere rol. Ondanks de reguliere loon- en prijsontwikkelingen hoeft de afvalstoffenheffing voor 2023 niet stijgen. Het uitgangspunt is en blijft een 100% kostendekkend tarief. Rioolheffing De rioolheffing is een belasting waarvan de opbrengt door de gemeente gebruikt wordt voor het rioolbeheer. Daaronder valt het uitvoeren van inspecties, reiniging, kolkenzuigen, de vervanging van bestaande rioleringen, de kosten van noodzakelijke verbeteringsmaatregelen en de inzameling en verwerking van hemel- en grondwater (gemeentelijke waterzorgplicht). De opbrengst van de rioolheffing is kostendekkend.
Uitgangspunt is dat het bij het verhaal van kosten niet alleen gaat om water dat vanaf een perceel via de riolering wordt afgevoerd, maar dat ook kosten worden verhaald die worden opgeroepen door het verwerken van hemelwater en door het treffen van maatregelen ter voorkoming van problemen met grondwater. De zorgplichten reiken verder dan het buizenstelsel dat voor de afvoer van afvalwater wordt gebruikt. Voorgesteld wordt om het tarief van de rioolheffing voor het jaar 2023 gelijk te houden aan € 194. Het tekort van € 263.000 dat hierdoor ontstaat wordt onttrokken aan de rioolvoorziening in 2023. Het tarief voor de komende jaren moet worden vastgesteld aan de hand van het nieuw te vormen GRP in 2025. Begraafrechten De begraafrechten worden geheven voor begrafenissen en het onderhouden van de begraafplaatsen. Berekening kostendekkendheid Kosten taakvelden (incl. omslagrente)
Afvalstoffenheffing 7.402
Rioolheffing 4.379
Begraaf rechten 1.158
Inkomsten taakvelden (exclusief heffingen)
-180
-10
-1
Netto kosten taakveld Toe te rekenen overhead (incl. omslagrente)
7.222 32
4.369 363
1.157 654
Toe te rekenen BTW Kwijtschelding taakveld 6.3 Straatvegen taakveld 2.1 30 % Risico inflatie A kwaliteit beheer begraafplaats div taakvelden Totale kosten Opbrengst heffingen Overschot/tekort Dekkingspercentage
1.528 320 194 140
747 215 195 39
9.435 9.366 68 99%
5.889 5.337 552 91%
1.850 948 902 52%
50
Vergelijking met andere gemeenten/woonlasten (lastendruk) Om inzicht te krijgen in het algemene verloop van de hoogte van de woonlasten is het goed een vergelijking met andere gemeenten te maken. Jaarlijks wordt door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) een onderzoek uitgevoerd naar de gemeentelijke woonlasten. Het onderzoek is erop gericht de gemeentelijke tarieven, belastingopbrengsten, de belastingdruk en de woonlasten per gemeente te vergelijken. Het COELO heeft over 2022 deze gegevens beschikbaar gesteld via de Atlas van de lokale lasten. In de COELO Atlas wordt het rangnummer bepaald als volgt: nummer 1 heeft de laagste woonlasten, nummer 349 de hoogste. Gemeente Vijfheerenlanden heeft rangnummer 280 in de COELO atlas. In de onderstaand overzicht worden de woonlasten van meerpersoonshuishoudens weergegeven. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen eigenaren en huurders. In het COELO wordt bij de berekening van de woonlasten 2022 van gemeente Vijfheerenlanden rekening gehouden met een gemiddelde woningwaarde van € 398.000 voor 2022.
Lokale Lastendruk gemeente Vijfheerenlanden De lokale lastendruk geeft voor de belangrijkste tarieven weer wat een inwoner van de gemeente betaalt en hoe deze zich de afgelopen jaren hebben ontwikkeld (fictief huishouden). De bedragen zijn gebaseerd op een gezin in een woning met een gemiddelde waarde van € 387.000 voor het jaar 2023 (€ 337.000 voor 2022, € 270.000 voor 2021 en € 253.000 voor 2020). De gemiddelde woning waarden zijn gebaseerd op gegevens van het taxatiebureau en niet op gegevens uit de COELO Atlas.
LOKALE LASTENDRUK VHL OZB
Afvalstoffenheffing
Rioolheffing 194
194
343
412
412
291
310
337
351
2020
2021
2022
2023
270
216
293
51
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Conclusie Het weerstandsvermogen van de gemeente Vijfheerenlanden wordt als uitstekend beoordeeld. De weerstandsratio zit op de norm van 2,5 zoals opgenomen in het Coalitieakkoord 2022-2026. Daarmee is er ruimte om de financiële gevolgen van daadwerkelijke optredende risico’s en externe ontwikkelingen (zoals een mogelijke economische recessie, vergrijzing, energiecrisis en dergelijke) voor enige jaren op te kunnen vangen. Dit valt af te leiden uit het risicoprofiel bij deze begroting. Herziening nota Risicomanagement In 2022 wordt het in 2020 vastgestelde beleid herzien en krijgt de gemeenteraad een nieuwe nota Risicomanagement voor de periode 2022 t/m 2026 ter vaststelling aangeboden. Deze herziene nota bevat, naast het wettelijk kader en strategie (scope en doelstellingen), ook vernieuwende elementen voor de gewenste risicocultuur en het gewenste risicogedrag. Met uitzondering van enkele aanscherpingen is het risicomanagementproces niet gewijzigd en is dit ook voor de begroting 2023 toegepast. Risicomanagementproces Het risicomanagementproces is in zes stappen opgenomen. Van het bepalen van de doelen bij stap 1, naar het identificeren en kwantificeren van risico en kansen in de stappen 2 en 3.
Om vervolgens in stappen 4, 5 en 6 te bepalen of maatregelen benodigd zijn, deze dan uit te voeren, te evalueren en periodiek over de voortgang te rapporteren. Op basis van dat proces wordt het risicoprofiel tweemaal per jaar herzien; bij de jaarrekening en bij de begroting. Ook voor deze begroting 2023 is het risicoprofiel geactualiseerd aan de hand van de vastgelegde wijze van identificatie, classificatie en kwantificatie in euro’s. De nieuwe nota bevat wel enkele aanscherpingen bij het classificeren en kwantificeren van risico’s en kansen: • Er is nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele risico’s. Bij structurele risico’s wordt ervan uitgegaan dat er een gewenningsperiode van 4 jaar benodigd is om de mogelijke impact van een risico te kunnen opvangen. De impact van een structureel risico wordt daartoe vermenigvuldigd met de factor X2 (= 200%). Deze 200% is de optelling van het opnemen van 100% impact in het 1e jaar, 67% impact in het 2e jaar, 33% impact in het derde jaar en 0% impact in het 4e jaar. • Aangezien niet alle risico’s tegelijkertijd en tegen de volle omvang zullen optreden, wordt een risicosimulatie uitgevoerd. Daarmee wordt een te pessimistisch beeld voorkomen. Voor deze simulatie wordt gebruik gemaakt van hiervoor speciaal ontwikkelde software, die een simulatie op basis van 100.000 trekkingen oplevert.
• De kwantificering van risico’s wordt ook gebruikt om de risico’s onderling te rangschikken. Dit levert per risico scores op van minimaal 1 tot maximaal 25 punten. Hoe hoger de score, hoe groter het risico en hoe hoger de prioriteit om maatregelen te treffen.
52
Risicoprofiel Vijfheerenlanden begroting 2023 Het volledige risicoprofiel voor de begroting bestaat uit 30 risico’s met een totaal mogelijke maximale impact (netto gevolgschade) van € 63,74 miljoen. Overeenkomstig het al in de nota van 2020 vastgelegde beleid, wordt in deze weerstandsparagraaf specifiek ingegaan op de tien grootste risico’s. Deze tien risico’s (van in totaal 30 risico’s) bepalen gezamenlijk voor 75% de totaal benodigde weerstandscapaciteit. Van deze lijst met de tien grootste risico’s maken de in vorige risicoprofielen nog opgenomen risico’s in verband met COVID-19 en de herverdeling van het gemeentefonds geen onderdeel meer uit. Het einde van COVID-19 is in zicht en er is nog ruimte in de reserve Corona om eventuele nieuwe nadelen op te vangen. De herverdeling van het gemeentefonds heeft ondertussen plaatsgevonden en is dus geen risico meer. De nadelige consequenties van de herverdeling zijn in de exploitatie volledig meegenomen en ook van dekking voorzien. Onderstaand overzicht bevat ook twee nieuwe risico’s: het samen trap op en trap af uitgangspunt bij de algemene uitkering en de energiearmoede voor groepen inwoners en maatschappelijke instellingen. Deze nieuwe risico’s zijn groen gearceerd in onderstaand overzicht opgenomen. Risico
Gevolgen
Score Kans Max. gevolg
Invloed
Nieuwe huisvesting Binnen exploitatie is al rekening Vijfheerenlanden gehouden met 10% kosten(grootschalige renovatie/ stijging. Hier rekening uitbreiding gemeentehuis gehouden met een risico van in 2025/2026) max € 3 miljoen = 15%.
20
75% € 3.000.000
12,2%
Extra bijdragen aan verbonden partijen (GR, deelnemingen, garantstellingen)
Besluiten van en risico’s binnen GR-en kunnen gevolgen hebben voor de gemeente. Ook hier hoger risico door oplopende inflatie.
15
50% € 5.000.000
11.6%
Risico bereikbaarheidsproblematiek a.g.v. uitblijven structurele investeringen
Bruto risico van 10 miljoen minus 5 miljoen impact. Kans op 50% i.v.m. weggevallen fondsvorming.
15
50% € 5.000.000
11.5%
Grondexploitatie Broekgraaf
Op basis van laatst vastgestelde grondexploitatie Broekgraaf van februari 2022 waarin een uitgebreide risicoscan is opgenomen.
15
Circa € 6.270.000 50%
8.1%
20
75% € 2.000.000
8.1%
Prijsstijgingen bouwsector Op basis van de in afgelopen jaren geconstateerde bouwkostenstijgingen. Bij € 2 miljoen extra investering geeft dit zo’n 0,2 miljoen euro extra jaarlasten. Risico op mogelijke kostenstijgingen bij nieuwbouw gemeentehuis is bij betreffende risico al opgenomen.
53
Risico
Gevolgen
Score Kans Max. gevolg
Invloed
Energiearmoede voor Betreft een nieuw risico die op groepen inwoners en € 800.000. Hierbij is uitgegaan maatschappelijke van € 400.000 voor het instellingen buiten scope dempen van de nadelige van de maatregelen van effecten voor inwoners en het kabinet (nieuw risico) hetzelfde bedrag voor maatschappelijke instellingen. Dit is gebaseerd op ongeveer 10% van het subsidiebedrag per jaar. Betreft een structureel risico waardoor bedrag van € 0,8 miljoen vermenigvuldigd wordt met factor X2.
20
75% € 1.600.000
6.5%
Alg. uitkering: samen trap I.v.m. een mogelijke op en af. Wanneer er bij economische recessie lopen we een laagconjunctuur als gemeente risico dat de bezuinigd wordt, dan algemene uitkering gaat dalen. nemen de middelen die De impact is berekend door 2% het Rijk stort in het van totale uitkering van € 91 gemeentefonds evenredig miljoen als max. impact aan te af. Ook zal dan de groei houden. Dit risico is opnieuw in v/h aantal woonruimten het risicoprofiel opgenomen. en inwoners afnemen.
15
50% € 2.100.000
4.9%
Wet Werk en Bijstand: meer aanvragen zonder compensatie
Bij een laagconjunctuur bestaat het risico op toenemend aantal aanvragen
15
50% € 2.000.000
4.6%
Verkeersonveilige situaties/fietsvoorzieningen
Verkeersonveilige situatie voor fietsers. Imagoschade. Max. risico € 4 miljoen. Kans% is voor 2023 verlaagd naar 25% vanwege verwacht positief effect van Coalitieakkoord.
10
25% € 4.000.000
3.9%
extra inspanningen en Onvoorzien en onverwacht kosten op onderhoud financieel effect langere termijn kapitaalgoederen (groen, wegen, riolering, straatmeubilair, etc)
15
50% € 1.400.000
3.3%
SUBTOTAAL 10 GROOTSTE RISICO’S
€ 32.370.000
74,7%
OVERIGE 20 RISICO’S
€ 31.370.000
25,3%
TOTAAL ALLE RISICO’S
€ 63.740.000
100%
Risicokaart 2023 In het hiervoor opgenomen risicoprofiel zijn ook de onderlinge scores van de risico’s opgenomen. De drie risico’s met een score vanaf 20 punten vereisen directe aandacht om te voorkomen dat de continuïteit van de gemeente Vijfheerenlanden wordt bedreigd. In dit geval gaat het om de risico’s bij de nieuwe huisvesting, de prijsstijgingen in de bouwsector en energiearmoede voor groepen inwoners en maatschappelijke instellingen.
54
Risicosimulatie Ook is de procentuele invloed van elk risico op het benodigd weerstandsbedrag in het risicoprofiel opgenomen. Dit percentage is de uitkomst van de computergestuurde risicosimulatie die is uitgevoerd over de ingevoerde risico’s. De risicosimulatie wordt zoals eerder is aangegeven, toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 63.740.000) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Onderstaand figuur 1 en bijhorende tabel tonen de resultaten van de risicosimulatie op basis van 100.000 trekkingen.
Simulatie
Zekerheidspercentage
Bedrag
Statistieken
Waarde
10%
€ 6.599.593
Minimum
€ 805.889
25%
€ 8.389.754
Maximum
€ 29.915.894
50%
€ 10.601.626
Gemiddeld
€ 10.783.035
75%
€ 12.950.205
Standaarddeviatie
€ 3.356.920
80%
€ 13.567.187
Absolute maximum
€ 63.740.000
90%
€ 15.199.376
Trekkingen
100.000
95%
€ 16.604.682
99%
€ 19.361.651
Uit de grafieken en de bijbehorende tabel volgt dat 90% zeker is dat alle risico's kunnen worden afgedekt met een bedrag van afgerond € 15.200.000 (= benodigde weerstandscapaciteit). Beschikbare weerstandscapaciteit De geïnventariseerde risico’s vertalen zich in de weerstandsbehoefte. Tegenover deze weerstandsbehoefte staat de beschikbare weerstandscapaciteit van afgerond € 40,35 miljoen. Deze weerstandscapaciteit bestaat uit de aanwezige incidentele weerstandscapaciteit (concreet de algemene reserves van € 40,15 miljoen) en de structurele in de exploitatie opgenomen weerstandscapaciteit (de post onvoorzien: vier jaren x € 50.000 = € 0,2 miljoen).
Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand
Capaciteit
Incidentele weerstandscapaciteit (= algemene reserves) Structurele weerstandscapaciteit (de ruimte binnen onvoorzien => 4 x 50.000
€ 40.150.000
Totale weerstandscapaciteit
€ 40.350.000
€ 200.000
55
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Dit ratio wordt ook de weerstandsratio genoemd.
Ratio weerstandsvermogen (weerstandsratio) =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
=
€ 40.350.000 € 15.200.000
= 2,65
De normtabel is door NARIS ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de weerstandsnorm. Tabel: Weerstandsnorm Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
>2.0
Uitstekend
B
1.4-2.0
Ruim voldoende
C
1.0-1.4
Voldoende
D
0.8-1.0
Matig
E
0.6-0.8
Onvoldoende
F
<0.6
Ruim onvoldoende
De ratio van de gemeente van 2,65 valt volgens de tabel in klasse A. Dit duidt op een “uitstekend” weerstandsvermogen. In vergelijk met de begroting 2022 is de ratio met 0,58 toegenomen van 2,07 naar 2,65. Deze toename wordt veroorzaakt door zowel een hogere beschikbare weerstandscapaciteit en een lager risicobedrag. De weerstandsratio valt daarmee hoger uit dan de in het Coalitieakkoord 2022-2026 opgenomen weerstandsnorm van 2,5. Een extra surplus van 0,15 is gewenst en noodzakelijk. Naast de impact van mogelijk optredende risico’s is er weerstandscapaciteit aanwezig om verschillende niet beïnvloedbare ontwikkelingen op te vangen. Ontwikkelingen, zoals een mogelijke economische recessie, de stikstofcrisis, de energiecrisis door de oorlog in Oekraïne, de vergrijzing, klimaatverandering e.d. die elk afzonderlijk grote financiële impact kunnen hebben. Beoordeling financiële positie voor de komende vier jaren Naast de beoordeling van het weerstandsvermogen wordt in deze paragraaf ook de financiële positie van de gemeente voor de komende vier jaren beoordeeld aan de hand de verplicht op te nemen financiële kengetallen.
In artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente (BBV) is een verplicht voorgeschreven set van kengetallen opgenomen voor: • De netto schuldquote • De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen • De solvabiliteitsratio • De structurele exploitatieruimte • De grondexploitatie • De belastingcapaciteit
56
Deze kengetallen geven in samenhang een goed inzicht in de financiële positie van een gemeente. Om verschillende financiële kengetallen te kunnen berekenen, is een meerjarige balans benodigd. De geprognotiseerde balans voor de periode 2023 t/m 2026 is onderstaand opgenomen. (bedragen x € 1.000)
Meerjarige balans voor 2023 t/m 2026 Activa
Begr. 2023
Begr. 2024
Begr. 2025
Begr. 2026
Vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa
21.424 205.156 46.849
21.424 222.753 26.398
21.424 237.568 26.014
21.424 243.844 25.624
Voorraden Voorzieningen Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa
4.740 0 26.439 1.320 4.182
1.500 0 43.497 1.320 1.134
1.464 0 39.737 1.320 1.135
4.614 0 30.819 1.320 7.600
Totaal Activa
310.110
318.026
328.662
335.244
Vlottende activa
Passiva
Begr. 2023
Begr. 2024
Begr. 2025
Begr. 2026
Vaste passiva Eigen vermogen (*1) Voorzieningen Vaste schulden
66.887 18.150 202.505
60.738 17.966 216.755
54.508 17.538 230.480
48.293 17.111 243.705
Vlottende passiva Netto vlottende schulden Overlopende passiva
8.641 13.927
8.641 13.927
8.641 17.495
8.641 17.495
Totaal Passiva
310.110
318.026
328.662
335.244
De in deze balans opgenomen meerjarige ontwikkeling van onze bezittingen en schulden zijn bepalend voor onder andere de kengetallen netto schuldquote, solvabiliteit en grondexploitatie. De financiële kengetallen structurele exploitatieruimte en belastingcapaciteit worden berekend op basis van respectievelijk de in het financieel hoofdstuk opgenomen verzamel- en consolidatiestaat en het tarievenoverzicht in de paragraaf lokale heffingen.
57
Uiteindelijk geeft deze berekening de volgende uitkomsten voor 2023 t/m 2026: Financiële kengetallen
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2023
2024
2025
2026
Netto schuldquote in %
107,7%
108,8%
119,4%
139,7%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen in %
97,4%
98,3%
108,9%
128,9%
Solvabiliteitsratio
22,1%
20,3%
18,1%
13,9%
Grondexploitatie
2,7%
0,9%
0,9%
2,8%
Structurele exploitatieruimte als percentage van inkomsten (Onbenutte) belastingcapaciteit woonlasten (*1)
1,4%
2,4%
2,9%
-1,0%
111,1%
111,1%
111,1%
111,1%
Onbenutte belastingcapaciteit OZB als percentage van inkomsten
2,4%
0,0%
0,0%
0,0%
Saldo van baten en lasten in percentage van de inkomsten
0,9%
2,3%
2,9%
-1,1%
Financiële kengetallen
Voldoende
Matig
Onvoldoende
Netto schuldquote in %
< 90%
90%-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen in %
< 90%
90%-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
> 30%
20%-30%
< 20%
Kengetal grondexploitatie
< 20%
20%-35%
>35%
Structurele exploitatieruimte
Begr en Mrj >0%
n.v.t.
Begr en Mrj <0%
<95%
95-105%
>105%
n.v.t. n.v.t.
< 0% < 0%
(Onbenutte) belastingcapaciteit woonlasten
Onbenutte belastingcapaciteit ozb in percentage van de inkomsten >0% Saldo van baten en lasten in percentage van de inkomsten
>0%
Netto schuldquote De netto schuldquote beoordeelt de schuld als aandeel van de gemeentelijke baten. Daarbij ligt de nadruk bij de beoordeling op de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen. Een grote portefeuille uitgeleende gelden aan derden nuanceert namelijk het beeld. Immers uitgeleende gelden worden normaliter door de derden terugbetaald en zijn derhalve geen risico. Als we de uitkomst van deze netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen bezien, blijven we in 2023 onder de eigen vastgelegde norm van maximaal 100%. Voor de komende jaren loopt de schuldpositie op waardoor we de eigen norm van 100% gaan overschrijden. Dit wordt vooral veroorzaakt door het in juni 2021 afgesloten financieringsarrangement met de BNG en NWB ten gevolge van de uitspraak Niemans. Dit resulteert in een stijging van de schuldenlast van circa € 44 miljoen in 2026 ten opzichte van het jaar begrotingsjaar 2023. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio wordt berekend als verhouding tussen de verschillende vermogenscomponenten. Het gaat erom inzicht te krijgen in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal geeft aan in hoeverre de in de activa geïnvesteerde vermogen door het eigen vermogen kan worden gefinancierd.
Is het kengetal voor solvabiliteit kleiner dan 20%, dan is er veel vreemd vermogen aanwezig en wordt dat als onvoldoende beoordeeld. Het laatste is in onze gemeente het geval. Zonder maatregelen daalt de solvabiliteit in de komende jaren naar zo’n 14% in 2026.
58
Kengetal Grondexploitatie Het financiële kengetal ‘grondexploitatie’ geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Wanneer een gemeente grond tegen de veel lagere prijs van landbouwgrond heeft aangekocht, loopt ze veel minder risico dan wanneer er dure grond is aangekocht en de vraag naar woningen is gestagneerd. Hoe kleiner het aandeel van de grondpositie is ten opzichte van de totale geraamde baten, hoe kleiner het risico is op het onvermogen om verliezen te kunnen opvangen. Een uitkomst kleiner dan 20% wordt als gunstig beschouwd. Voor 2023 komt het kengetal op 2,7% uit. Dus een voldoende. In meerjarig perspectief verbeterd de ratio nog verder als gevolg van voltooiing van grondexploitaties. Kengetal Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt ook het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Het BBV bepaalt dat een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma wordt opgenomen.
Met behulp van deze gegevens en de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, waar op grond van het BBV eveneens een overzicht van moet worden opgenomen, wordt de structurele exploitatieruimte bepaald. De begroting sluit voor de jaren 2023 tot en met 2025 met structurele positieve saldo’s. Voor het jaar 2026 wordt echter een nadelig saldo verwacht ten gevolge van het wegvallen van een deel van de rijksgelden uit het gemeentefonds. In 2026, het zogenaamde ravijnjaar, vallen de baten terug van € 137 naar € 47 per inwoner. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk (de woonlasten van een gezin in een gemiddelde koopwoning) zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Net als voorgaande jaren blijkt uit de tabel dat we boven het landelijk gemiddelde zitten. De woonlasten van een gemiddeld gezin in Vijfheerenlanden komen in 2023 uit op € 1.004, het landelijk gemiddelde in 2022 is volgens de Lokale Atlas 2022 van het Coelo € 904. Dit levert een score op van 111,1% ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Onbenutte belastingcapaciteit ozb De onbenutte belastingcapaciteit ozb wordt gerelateerd aan de norm die wordt gehanteerd om als gemeente in aanmerking te kunnen komen voor een zogenaamde artikel 12-bijdrage uit het gemeentefonds.
Wil een gemeente voor een dergelijke aanvullende bijdrage in aanmerking komen, moet de gemeente een redelijk tarief ozb hanteren van minimaal 0,1729% voor 2023 over zowel de WOZ-waarde woningen en niet-woningen. Hierbij wordt uitgegaan dat er sprake is van 100% kostendekking bij de afvalstoffenheffing en rioolheffing. Het tarief voor woningeigenaren zit nog ruimschoots onder dit percentage. Voor niet woningen hanteren we een hoger tarief. Wanneer de werkelijke opbrengst uit OZB vergelijken met de opbrengst op basis van het redelijk tarief ozb van 0,1729% is er in 2023 een onbenutte belastingcapaciteit ozb van afgerond € 4,3 miljoen, ofwel 2,4% van de totale inkomsten van de gemeente. Een uitkomst die redelijk vergelijkbaar is met de Begroting 2022. Beoordeling financiële positie in samenhang Wanneer we deze vijf kengetallen (de twee kengetallen inzake de schuldquote tellen we voor één) in samenhang met elkaar beoordelen, is onze financiële positie voor de komende vier jaar als matig tot onvoldoende te waarderen. Een versterking van het eigen vermogen is gewenst, wellicht noodzakelijk om onze weerbaarheid ook op de middellange termijn (van 5 tot 10 jaar) te versterken.
59
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De gemeente Vijfheerenlanden zet zich in voor een veilige, groene en leefbare openbare ruimte. Om dit doel te bereiken investeren wij in onze kapitaalgoederen. Deze paragraaf beschrijft de onderwerpen die gezamenlijk de kapitaalgoederen (in bezit zijnde gemeentelijk vastgoed en openbare ruimte) vormen en hoe zij worden beheerd. Dit conform de regels zoals door de gemeenteraad vastgesteld in artikel 19 van de Financiële Verordening gemeente Vijfheerenlanden. De kapitaalgoederen zijn verdeeld in vier beheerprogramma’s, waaronder elf beheerplannen vallen. Het vastgestelde beleidskader wordt verwerkt in de beheerplannen. Deze paragraaf heeft als doel inzicht te geven in het beleid en beheer betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen. Belangrijk is dat op hoofdlijnen het onderhoudsniveau van onze kapitaalgoederen niet verslechtert. Uitzonderingen daargelaten zoals bepaalde gebouwen waarvan de raad op voorhand is geïnformeerd. Derhalve worden eens per vier à vijf jaar de kapitaalgoederen geïnspecteerd en vloeit daar het onderhoudsniveau uit. Tussentijdse inspecties worden in beperkte mate uitgevoerd, tenzij vanuit beheer reden is om hier op over te gaan. Beheerplannen Het beleidskader ligt vast in de onderstaande plannen.
Daar waar geen beheerplan was of nodig werd geacht, is door middel van uitvoeringsplannen het onderhoud uitgevoerd. In de financiële verordening Vijfheerenlanden is geregeld dat het beheerplan Riolering en het beheerplan Gebouwen eens in de vijf jaar geactualiseerd moeten worden en de overige plannen eens in de vier jaar. Beheerplannen Wegen Civiele kunstwerken Openbare Verlichting Begraafplaatsen Groen Spelen Straatmeubilair Creatieve kunstwerken Riolering (GRP) Baggeren/Beschoeiing Gebouwen/Vastgoed
Vast- Looptijd Actualisat Voor- Achterstelling ie ziening stallig 2021 4 jaar 2024 Nee Nee 2021 4 jaar 2024 Ja Nee 2019 4 jaar 2024 Nee Nee 2019 4 jaar 2024 Nee Nee 2022 4 jaar 2025 Nee Nee 2021 4 jaar 2024 Nee Nee 2022 5 jaar 2027 Nee Nee 2022 4 jaar 2025 Nee Nee 2020 5 jaar 2025 Nee Nee 2021 5 jaar 2025 Nee Nee 2021 4 jaar 2024 Ja Nee
Achterstand Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
60
Achterstand op de uitvoeringsplannen In 2022 is veel werk van de voorafgaande jaren in uitvoering genomen. Dit was mogelijk omdat veel aanbestedingen eind 2021 en begin 2022 zijn afgerond. Desondanks is niet al het geplande werk in uitvoering gekomen waardoor we nog steeds kunnen spreken over een achterstand op de uitvoeringsplannen. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Begin 2022 is een start gemaakt met het opstellen van integrale uitvoeringsplannen voor 2022 tot en met 2026. Hierin staan de diverse rioleringsprojecten en de daaraan gekoppelde maatregelen voor bijvoorbeeld wegen. Onder het kopje “beheerplannen | wegen” wordt hier verder op ingegaan. In 2022 is intensief ingezet op het op orde krijgen van onze beheerdata. In 2023 werken we toe naar meer geïntegreerde projecten. Kwaliteitsniveaus In het algemeen wordt de openbare ruimte beheerd op kwaliteitsniveau B. Een uitzondering hierop zijn de begraafplaatsen in onze gemeente. Deze gedenklocaties worden op niveau A onderhouden. Voor het beeldkwaliteit van de openbare ruimte kennen we onderstaande niveaus: • A+ Zeer goed • A Goed • B Voldoende • C Matig • D Slecht Areaal In onderstaande tabel staan de kengetallen per kapitaalgoed zoals bekend bij de begroting 2023 – 2026. Kapitaalgoederen
Omschrijving
Wegen
asfalt, elementverharding,halfverharding
Aantal
Eenheid
Openbare verlichting
aantal lichtpunten
Groen
gras, bermen, heesters, hagen, vaste planten, bosplantsoen, bos
283
ha
Bomen
solitaire bomen, laanbomen, straatbomen
20.827
stuks
Straatmeubilair
banken, afvalbakken, verkeersborden, palen
24.854
Hekwerken*
speelplaatsen, langs het water, etc.
9.639
stuks m¹
Water
watergangen
169
km
Riolering
vrijverval riolering
383
km
Riolering
drukriolering, persleiding
207
km
Gemalen
minigemalen, gemalen, bergbezinkvoorziening, vacuümstations etc.
1.395
Baggeren
te baggeren watergangen
55.922
stuks m¹
Beschoeiing
hardhout, kunststof etc.
42.514
Speelplaatsen
speelplaats met verschillende speeltoestellen
Speeltoestellen
voor diverse leeftijdscategoriën
Gebouwen
schoolgebouwen, kerktorens, stadhuizen, dorpshuizen
Civiele kunstwerken Creatieve kunstwerken
255
ha
13.917
stuks
196
m¹ stuks
1.006
stuks
120
stuks
bruggen, duikers, steigers, kademuren etc.
195
stuks
Beeldende kunst
83
stuks
*historische hekwerken van bouwkundige aard zijn ondergebracht bij gebouwen
61
Voorzieningen beheer en onderhoud kapitaalgoederen Voorzieningen (x € 1.000)
Saldo Dotaties Onttrekking
Vrijval
31-12-2021
Saldo 31-12-2022
Kunstwerken
15
108
38
0
85
Onderhoud Brede Scholen
281
64
13
0
332
Onderhoud gebouwen van stichtingen
245
86
15
0
316
Onderhoud gemeentelijke vastgoed
2.266
425
572
0
2.119
Totaal voorzieningen ter egalisatie
2.807
683
638
0
2.852
In de raadsvergaderingen van 4 februari 2021 en 8 juli 2021 zijn de meerjarenonderhoudsprogramma’s Kunstwerken en Vastgoed vastgesteld. Bij dat besluit zijn deze voorzieningen gevormd. Opgenomen in de exploitatie (bedragen x € 1.000)
Hoofdthema
Subthema
Onderhoud
Wegbeheer
Onderhoud dagelijks en groot onderhoud Storting voorziening Onderhoud
Openbare verlichting
2023
2024
1.924
1.930
Civiele kunstwerken
98
Civiele kunstwerken
108
Totaal hoofdthema wegen
2025
2026
1.982
1.982
159
90
139
108
108
108
297
297
297
297
2.427
2.494
2.477
2.526
Onderhoud
Groenbeheer
1.744
1.772
1.770
1.770
MJOP (prognose)
Groenbeheer
300
300
300
300
Onderhoud
Sportvelden
213
213
213
213
Onderhoud
Speelruimteplan
Totaal hoofdthema Groen Onderhoud
Rioolbeheer
Onderhoud
Baggeren/beschoeiingen
Totaal hoofdthema Water
104
114
89
84
2.361
2.399
2.372
2.367
794
794
794
794
560
560
560
560
1.354
1.354
1.354
1.354 872
Onderhoud dagelijks en groot onderhoud
Gebouwen
1.469
1.101
1.412
Storting voorziening
Gebouwen
613
680
619
619
Totaal hoofdthema Gebouwen
2.082
1.781
2.031
1.491
Totaal onderhoud kapitaalgoederen
8.224
8.028
8.234
7.738
Beheerplannen Wegen In 2023 beheert de gemeente Vijfheerenlanden 2,5 miljoen m². Het wegenbeleidsplan 2021-2025 is gebaseerd op een areaal van 2,2 miljoen m². In 2022 is vol ingezet om de beheerdata qua eigendom en gegevens op orde te krijgen. In september 2022 is de Globale Visuele Weginspectie opgeleverd. Dit ijkmoment waarop de werkelijke technische kwaliteit wordt vergeleken met de vastgestelde beeldkwaliteit (B), wordt in de jaarrekening 2022 gepresenteerd. Op basis van deze nieuwe informatie wordt u als raad verder geïnformeerd over het kwaliteitsverloop van het wegenareaal. In 2024 wordt de weginspectie eerder in het jaar gepland om eventuele financiële effecten mee te kunnen nemen in de kadernota 2025 / begroting 2025.
62
Civiele kunstwerken Ook in 2023 zetten we intensief in op het reinigen van bruggen en steigers waardoor we de levensduur verlengen. Dit draagt bij aan een aantrekkelijke openbare ruimte. Dit jaar wordt het renoveren van de kademuur in Leerdam afgerond. Het betreft een gemetselde kademuur van ca. 240 m1 op betonpalen met betonnen sloof waarvoor een loopsteiger en houten damwand zit. Openbare Verlichting De openbare verlichting wordt beheerd conform de uitgangspunten die staan beschreven in het beleid-, beheer- en vervangingsplan 2020-2024. Het dagelijks beheer en onderhoud wordt uitgevoerd door bureau OVL. Alle nieuwe verlichting die wordt geplaatst is voorzien van led en van een connectiviteit module waarmee de lichtmasten op afstand worden uitgelezen en waardoor storingen direct inzichtelijk zijn bij Bureau OVL. Voor 2023 staat gepland om 209 verouderde masten en 597 verouderde armaturen te vervangen verspreid over het gebied van Vijfheerenlanden. Straatmeubilair Het complete areaal is inzichtelijk gemaakt. Eind 2021 is de inventarisatie en inspectie van het straatmeubilair afgerond. Begin 2022 is vervolgens een beleid- en beheerplan straatmeubilair opgesteld voor de periode 2023-2027. In het plan staan de uitgangspunten en de financiële consequenties voor het beheer en onderhoud opgenomen.
In het tweede kwartaal van 2022 zijn alle areaalgegevens geïmplementeerd in het Beheersysteem. Groen Er wordt gewerkt aan het Vijfheerenlanden groenbeheerplan. Dit bestaat uit de groenstructuurvisie, groen- en bomenbeleid, biodiversiteit herstelplan (deze is al vastgesteld door de gemeenteraad) en het groen beheerplan. Waar ecologisch beheer in voorgaande jaren nieuw was, wordt dit steeds meer de standaard. We werken aan een nieuw maaibestek voor het maaien van de gazons. Ook hierin proberen we een ecologische component in te voegen. Afgelopen jaar zijn wij aangesloten bij de groene stad challenge. Binnen deze challenge wordt onder andere gekeken waar overbodige verharding omgevormd kan worden naar groen, waar mogelijk extra bomen geplant kunnen worden en waar traditionele parkeervakken omgevormd kunnen worden naar groenparkeren. Binnen projecten proberen we zoveel mogelijk uitvoering te geven aan de uitkomsten van deze challenge. In de wintermaanden van 2022/2023 wordt uitvoering gegeven aan het vergroenen van het bedrijventerrein in Vianen. De huidige gazons krijgen toevoegingen van bomen, struikgroepen, hagen en plantgroepen. Dit als bevordering van de biodiversiteit maar ook voor de uitstraling en leefbaarheid op het bedrijventerrein.
Speelruimteplan In 2022 is er verder gegaan met de uitwerking van de renovatie ronde van de speelplaatsen in de wijk Vianen Centrum en de kern Hagestein. Het participatie traject is breed uitgezet door middel van enquêtes. Voor Hagestein ligt er inmiddels een goedgekeurd ontwerp en zal er op korte termijn opdracht gegeven worden tot uitvoering. Voor Vianen Centrum wordt er, op basis van de informatie uit de enquête, aan een eerste ontwerp gewerkt welke vervolgens weer wordt teruggekoppeld aan de buurt. De renovatieronde voor de wijk Leerdam Noord is opgestart en op korte termijn gaat hier het participatietraject voor starten. Binnen het project Achter de Pijp in Leerdam wordt komende zomer de speelplaats gerealiseerd. Ook de speelplaats die onderdeel is van de renovatie werkzaamheden van Park Monnikenhof in Vianen wordt gerealiseerd. De renovatie van de speelplaats aan de
63
Doelakkerweg in Ameide is onderdeel van het vervangingsproject van de riolering en is in uitvoering. Een van de twee jaarlijkse inspectie rondes is reeds uitgevoerd en de reparaties van de urgente gebreken zijn in uitvoering. Ook blijven we repareren op basis van meldingen uit de buurt en vanuit de medewerkers in de buitendienst. Creatieve kunstwerken In 2023 voeren we regulier onderhoud uit aan onze creatieve kunstwerken. Dit betekent het schoonmaken en herstellen daar waar nodig. We voeren patineerwerkzaamheden uit aan diverse bronzen beelden en vervangen sokkels. Daarnaast gaan we twee driedimensionale beelden herstellen aan de Tiendweg in Leerdam en nabij het Meesplein in Leerdam opnieuw herstellen. Riolering In 2023 wordt vervolg gegeven aan het uitvoeringsplan 2021-2025 zoals vastgesteld in het Beheerplan Stedelijk Water en het vigerende Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Speerpunt is de aanpak van wateroverlastlocaties binnen de gemeente Vijfheerenlanden. Dit gebeurt in het centrum van Vianen door rioolvervanging in het westelijke deel van het centrum. Daarnaast vindt in de diverse kernen en locaties binnen de gemeente vervanging van riolering voor een gescheiden rioolstelsel plaats. Een groot vervangingsproject in 2023 is wijk De Hagen (Herenbuurt en Vogelbuurt) in Vianen.
Tevens vindt een vervolg plaats met de aanleg van wadi’s en het vergroenen van parkeerplaatsen voor extra waterberging en tegengaan van bodemverdroging. Gemalen In 2022 is gestart met het renoveren van circa 100 minigemalen, met een doorloop naar 2023. Verder wordt begin 2023 gestart met het renoveren van rioolgemaal de Meent in Leerdam. In 2023 wordt 20 kilometer persleiding gereinigd. Watergangen We hebben de verplichting om gemeentelijke watergangen langdurig op diepte te houden. Daarom baggeren we planmatig, maar niet jaarlijks. De werkzaamheden voeren we uit aan de hand van het nieuwe baggerbeheerplan. We voeren baggerwerkzaamheden uit in onder andere de omgeving van sportpark Blankenstein in Vianen. Er vindt overleg plaats met Waterschap Rivierenland voor de overdracht van stedelijk water. Dit houdt in dat Waterschap Rivierenland een aantal watergangen in de kernen van gemeente Vijfheerenlanden gaat overnemen. De verwachting was dat dit in 2022 zou zijn overgedragen, maar dit wordt naar alle waarschijnlijkheid eerste kwartaal 2023. Beschoeiingen en oevers Er is gestart met het vervangen van een deel van de beschoeiing van de stadsgracht Vianen en langs de Meent in Leerdam. Dit project loopt door in 2023. Ook wordt in de wijk Amaliastein een deel van de beschoeiing vervangen. Verder worden er op verschillende locaties in de gemeente natuurvriendelijke oevers gerealiseerd.
Verschillen in areaal In de areaalgegevens zijn verschillen zichtbaar met voorgaande jaren. Deze verschillen zijn te verklaren door de inventarisaties in het veld en de bijbehorende mutaties in de beheerpakketten. In 2023 is ons complete areaal geïnventariseerd. Gebouwen De komende jaren actualiseren we onze energie labels van de gebouwen waar nodig om inzicht te krijgen in de huidige situatie. Met deze informatie zijn we beter in staat om te kijken naar quick-wins om te verduurzamen. De afgelopen jaren hebben we al diverse panden voorzien van zonnepanelen en verwijderen we cv-ketels voor warmtepompen.
64
Om invulling te geven aan de verduurzamingsopgave wordt er in 2023, indien hiervoor krediet beschikbaar is gesteld, gestart met het opstellen van een routekaart verduurzaming maatschappelijk vastgoed. Dit document geeft inzicht op welke wijze de gemeentelijke gebouwen verduurzaamd kunnen worden, tegen welke kosten en op welk moment. Gezien de landelijke en Europese doelen wordt er gekozen voor energie neutrale gebouwen waar mogelijk. Aangezien het hier een omvangrijke opgave betreft zal een voorstel hierover in 2023 aan de raad worden voorgelegd. Naast deze opdrachten wordt er ook regulier onderhoudswerk uitgevoerd. Voor 2023 staan een aantal zaken gepland die al een langere looptijd hebben en al in 2022 of eerder zijn opgestart. Investeringen 2023-2026 In 2022 is gewerkt aan een integraal meerjaren uitvoeringsplan voor de openbare ruimte. Hierin zijn de projecten opgenomen die integraal uitgevoerd moeten worden, dus bijvoorbeeld het vervangen van riolering gaat samen met het vervangen en verbeteren van de wegfundatie. Het resultaat van dit project draagt bij aan wat we de komende vijf jaren gaan doen en daarmee ook beter kunnen bijdragen in de informatiewaarde naar bijvoorbeeld bestuur/raad. Soortgelijke stappen worden ook binnen gebouwenbeheer opgezet.
65
Paragraaf Financiering Inleiding Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's. Dit doen we binnen de wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido). Het doel van deze wet is om op een verantwoorde, prudente en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de gemeente te regelen. Met de komst van de Wet Fido zijn voor de gemeentelijke treasuryfunctie duidelijker kaders geboden ten aanzien van risicobeheersing en transparantie. Risicobeheersing richt zich daarbij vooral op rente- en kredietrisico’s. Kaders De gemeentelijke treasuryfunctie wordt uitgevoerd op basis van het Treasurystatuut. Dit statuut is op 21 maart 2019 vastgesteld in de gemeenteraad. De financieringsparagraaf bevat conform het BBV de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Dit onderdeel geeft een samenvatting van het (verwachte) risicoprofiel van de gemeente. Onder risico’s worden verstaan renterisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, debiteurenrisico’s en – voor zover van toepassing – valutarisico’s. Voor de financieringsrisico’s kan op voorhand in principe worden aangegeven welke bedragen maximaal met elk risico gemoeid zijn.
De financieringsparagraaf dient in te gaan op de eisen die de Wet Fido stelt. Er moet uit blijken dat de uitvoering van de financieringsfunctie uitsluitend de publieke taak dient, dat het beheer prudent is en dat aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm wordt voldaan. Doelstelling beleid Het beleid is erop gericht om inzicht te hebben in de lange termijn ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente. Het aangaan en verstrekken van geldleningen alsmede het verstrekken van garanties. Dit laatste is alleen toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak. Hierbij mogen geen overmatige risico’s worden gelopen. Het gebruik van de kasgeldlimiet en de renterisiconorm is bedoeld als normstellend. De doelstelling van de Treasury- c.q. financieringsfunctie is, dat deze uitsluitend de publieke taak dient en dat een prudent beleid gevoerd wordt binnen de kaders die zijn gesteld in de Wet Fido. Risicobeheer Risicomanagement Risicomanagement is het identificeren en kwantificeren van risico's en het vaststellen van beheersmaatregelen. Hiermee worden activiteiten bedoeld waarmee de kans van optreden of de gevolgen van risico's worden beïnvloed. De risico's die binnen onze gemeente worden gelopen bij de uitvoering van de treasurytaak bestaan voornamelijk uit renterisico's.
Om die risico's te beperken en te beheersen geldt er een kasgeldlimiet en is er een renterisiconorm ontwikkeld. Daarnaast verdient vooral het kredietrisico aandacht. Dit is het risico dat de gemeente loopt wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen die in voorkomende gevallen in financiële problemen zouden kunnen komen. In het Treasurystatuut zijn algemene uitgangspunten opgenomen om dit risico te beperken.
66
Renterisico vlottende schuld (kasgeldlimiet) Dit instrument dient om de omvang van de kortlopende financieringsmiddelen te kunnen bewaken. De kasgeldlimiet is een percentage van de omzet van de gemeente dat de ruimte voor korte financiering aangeeft. De limiet heeft betrekking op leningen met een looptijd van maximaal 1 jaar (vlottende schuld) en bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal bij aanvang van het begrotingsjaar (lasten vóór bestemming, dus afgezien van stortingen in reserves). Wanneer de vlottende schuld dit percentage van 8,5% overschrijdt moet er worden geconsolideerd oftewel er moet vlottende schuld worden omgezet naar vaste (langlopende) schuld. Daarnaast kan overschrijding leiden tot een strenger toezichtregime. De kasgeldlimiet is vastgesteld aan de hand van de betreffende ministeriële regeling bij de Wet Fido. Berekening kasgeldlimiet ( x € 1.000) Begrotingstotaal Toegestane kasgeldlimiet Kasgeldlimiet in bedrag
2023
2024
2025
2026
183.000 8,5% 15.555
174.000 8,5% 14.790
171.000 8,5% 14.535
174.000 8,5% 14.790
Medio juni 2021 is er een financieringsarrangement met geldverstrekkers afgesproken. Hierdoor verwacht de gemeente binnen de kasgeldlimiet te blijven. Leningenportefeuille (opgenomen) Met bovengenoemd financieringsarrangement heeft de gemeente oude leningen omgezet naar twee leningen (€ 160 miljoen bij de BNG en € 10 miljoen bij de Nederlandse Waterschaps Bank met een looptijd van 40 jaar) tegen een rentepercentage rond de 0,7%. Een lening bij een derde partij was niet meegenomen. Deze lening met een restant hoofdsom van € 2 miljoen heeft een rentepercentage van 0,49% en een restant looptijd tot en met 2026. Voor de jaren 2022-2027 wordt per jaar een bedrag van € 20 miljoen, met rentetarieven van 0,765% in 2022 tot 1,045% in 2027, opgenomen voor investeringen. Hiermee is de financieringsrente voor een lange periode vastgelegd. Als gevolg van regelgeving in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt geen bespaarde rente over reserves en voorzieningen ten gunste van de exploitatie gebracht. Renterisico’s vaste schuld (renterisiconorm) Een renterisico kan in principe worden gedefinieerd als het bedrag aan leningen dat in een bepaald jaar aan renteaanpassing onderhevig is. De renterisiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar (vaste schuld).
Het doel hiervan is om tot een zodanige opbouw van de leningenportefeuille te komen dat het renterisico vanwege renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. De nadruk ligt op spreiding van de renterisico’s. Indien een leningenportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, is ook het renterisico over de vaste schuld in de tijd gelijkmatig gespreid. Ongewenste financiële gevolgen van rentewijzigingen worden hierdoor beperkt. De norm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Berekening renterisiconorm (x € 1.000) 1 Renteherzieningen 2 Aflossingen 3 Renterisico (1+2) 4a Begrotingstotaal
2023
2024
2025
2026
5.250 5.250
5.750 5.750
6.250 6.350
6.750 6.750
183.000
174.000
171.000
174.000
67
4b Percentage cf. ministeriele regeling 4 Renterisiconorm (4a x 4b) 5 Ruimte (4 Renterisiconorm – 3 Renterisico)
20%
20%
20%
20%
36.600
34.800
34.200
34.800
31.350
29.050
27.850
28.050
De gemeente heeft geen leningen, waarop een renteherziening kan plaatsvinden. De aflossingen betreffen de voor rekening van de gemeente zelf aangetrokken leningen. Door het financieringsarrangement is er een gelijkmatige spreiding van de aflossingsverplichtingen ontstaan. Kredietrisico’s Kredietrisico’s kunnen zich op twee manieren manifesteren. Ten eerste is er het risico dat direct wordt gelopen vanwege door de gemeente verstrekte leningen en uitgezette beleggingen. Ten tweede zijn er indirecte kredietrisico’s. Dit is aan de orde bij verstrekking van en verstrekte gemeentegaranties (ook wel borgstellingen genoemd). Kredietrisico op leningen en beleggingen De gemeente Vijfheerenlanden heeft vanuit haar publieke taak leningen (door)verstrekt en beleggingen gerealiseerd. In de betreffende tegenpartijen kan onderscheid worden gemaakt in de status van kredietwaardigheid. In het hierna volgende overzicht zijn de uitgezette gelden vermeld. Uitzettingen (uit hoofde van de publieke taak x € 1.000) 1 Leningen aan Stichtingen/Hypotheken 2 Stimuleringsleningen (SvN) 4 Deelnemingen / beleggingen Totaal
Totaal 12.179 4.566 12.384 29.129
Onderstaand de specificatie van de beleggingen/deelnemingen in de begroting 2023. Omschrijving deelneming (x € 1.000) Aandelen Stedin Aandelen cumulatief preferent Stedin Aandelen BNG Aandelen Oasen ROM-S Participatie Gemeente Zederik BV ROM-S Participatie Gemeente Leerdam BV Aandelen ROM-S Beheer BV Deelneming Merwede Linge Lijn Lening glasmuseum (achtergesteld) Totaal
Deelneming 6.570 3.860 193 25 4 5 696 31 1.000 12.384
Genoemde deelnemingen worden vanwege de uitvoering van de publieke taak aangehouden. Over het aandelenbezit wordt koersrisico gelopen. De aandelen worden echter niet op de beurs verhandeld, waardoor optredende waarde fluctuaties niet zo grillig verlopen. De waarde wordt meer bepaald door de intrinsieke waarde van het bedrijf en niet door “vraag en aanbod” op de beurs.
68
Kredietrisico ten aanzien van gemeentegaranties (borgstellingen) De gemeente Vijfheerenlanden staat jegens geldgevers borg voor de betaling van rente en aflossing op langlopende geldleningen, die door organisaties, instellingen of verenigingen zijn aangetrokken en die activiteiten verzorgen, welke in het verlengde liggen van de gemeentelijke publieke taak. De gemeente Vijfheerenlanden staat borg voor leningen van de woningstichtingen in Vijfheerenlanden voor een totaalbedrag van € 6,9 miljoen per ultimo 2021. Naast bovengenoemde borgstellingen staat de gemeente Vijfheerenlanden ook garant voor leningen voor particulier woningbezit. Nieuwe garantstellingen worden sinds 1994 niet meer verstrekt. Het restant aan leningen bedraagt € 2,0 miljoen en loopt ieder jaar verder terug. De totale achtervangpositie bedraagt € 291 miljoen ultimo 2021. Het risico dat een ‘achtervanger’ loopt is zeer beperkt. Sinds de oprichting in 1983 is de Stichting WSW nog nooit aangesproken op zijn borgverplichting. Renteschema In deze paragraaf wordt in onderstaande tabel renteschema inzicht verschaft in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente wordt toegerekend.
a.
b. c. d.
e. f.
Renteschema (x € 1.000) De externe rentelasten over de korte en lange financiering
De externe rente baten Totaal door te rekenen externe rente De rente die aan de grexen moet worden doorberekend Saldo door te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen De aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toe te rekenen rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld treasury
lang kort
Bedrag 1.432 0 1.432 -319 1.113 -86 1.027 0 0 1.027 -1.140 -113
In de begroting 2023 hanteren we voor te activeren kapitaaluitgaven 0,5% rente. We rekenen geen rente toe aan de (algemene) reserves. Aan voorzieningen wordt geen rente toegerekend. Over de boekwaarde van de grondexploitaties wordt een percentage toegerekend op basis van het gemiddelde percentage over de langlopende leningen (verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen). Naast het berekende renteresultaat van € 113.000 worden ook de netto dividendopbrengsten voor een bedrag van € 371.000 op taakveld 0.5 Treasury opgenomen. Het taakveld 0.5 Treasury heeft hiermee een batig saldo € 484.000. Relatiebeheer De huisbankier van de gemeente Vijfheerenlanden is de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG).Bij de BNG wordt ook een rekening courant aangehouden voor het schatkistbankieren. Daarnaast wordt een rekening courant bij de Rabobank aangehouden. Overig We streven naar een licht positief saldo in de rekening courant. Hierbij geldt dat er boven een positief saldo bij de BNG van € 250.000 een creditrente betaald moet worden. Saldi, bij de BNG, hoger dan € 250.000 worden dagelijks afgeroomd naar de rekening courant Schatkistbankieren. Hier is geen creditrente verschuldigd. Bij het beoordelen van het saldo wordt rekening gehouden met de (verwachte) in- en uitgaande geldstromen.
69
Paragraaf Bedrijfsvoering Algemeen Inleiding Het doel van deze paragraaf is om inzicht te geven in de in 2023 te realiseren resultaten met betrekking tot de gemeentelijke bedrijfsvoering. De gemeente Vijfheerenlanden werkt ook in de bedrijfsvoering volgens onze kernwaarden: de ‘Vijf van Vijfheerenlanden’: wendbaar, verbindend, betrouwbaar, resultaatgericht en duurzaam. Werkdruk Vanaf eind 2021 is er bij de gemeente Vijfheerenlanden in toenemende mate sprake van personeelstekorten. Ook is er sprake van sterk stijgende kosten (inflatie) en tekorten in grondstoffen. Dit is een probleem dat landelijk wordt ervaren en in alle economische sectoren. De personeelstekorten worden veroorzaakt door langdurig ziekteverzuim (mede als gevolg van de naweeën van COVID-19), de krapte op de arbeidsmarkt (zowel wat betreft de werving van vaste medewerkers als van inhuurmedewerkers) en zich voordoende nieuwe (en landelijke) maatschappelijke vraagstukken, zoals de opvang van ontheemden. Voorbeelden zijn doorlopende en toenemende opgaven op het gebied van het onderdak bieden aan Oekraïense vluchtelingen en statushouders dan wel asielzoekers. Dit in combinatie met een toenemende behoefte aan huisvesting voor doelgroepen als starters, spoedzoekers en arbeidsmigranten. De gemeente heeft een inspanningsplicht voor voldoende woongelegenheid. Ook voor deze specifieke doelgroepen.
De zeer krappe woningmarkt maakt dat oplossingen moeilijk zijn en veel inzet en creativiteit vragen. Als gevolg van één en ander is in een groot aantal onderdelen van onze organisatie de werkdruk te hoog opgelopen. Dit heeft er in 2022 toe geleid dat er keuzes zijn gemaakt en werkzaamheden zijn geprioriteerd c.q. uitgesteld. Wij sluiten niet uit dat dergelijke keuzes ook in 2023 opnieuw moeten worden gemaakt. Huisvesting voor doelgroepen De omvang van de asielopgave in Nederland is ongekend. Zo heeft elke Veiligheidsregio de taak om boven op de 225 plaatsen crisisnoodvang (CNO) nog eens 225 plekken te realiseren. Ook is de taakstelling voor het huisvesten van statushouders verhoogd naar landelijk 20.000 voor de 2e helft van 2022. In 2023 liggen de getallen nog hoger. Het Rijk ziet mogelijkheden om een deel van deze opgave in te vullen via het concept van flexwoningen. Hierbij is twee-derde van het aantal te realiseren woningen bedoeld voor andere doelgroepen waarvoor het momenteel lastig is om passende huisvesting te realiseren (waaronder starters) en een-derde voor statushouders. Voor wat betreft het aanbieden van onderdak aan Oekraïense vluchtelingen is het nodig om nog eens aantallen te realiseren in duurzame opvang, die vergelijkbaar zijn met de eerste opgave om Oekraïners onderdak te bieden.
Het kabinet heeft aangegeven gemeenten financieel te ondersteunen bij deze opgaven Ook de gemeente Vijfheerenlanden levert zijn bijdrage in crisisnoodopvang van asielzoekers en het huisvesten van statushouders (mensen met een verblijfsvergunning). Daarnaast heeft Vijfheerenlanden in toenemende mate opgaven op het gebied van beschermd wonen, huisvesting van arbeidsmigranten, daklozen en spoedzoekers. Ook heeft Vijfheerenlanden vrijwillig op zich genomen om extra statushouders (50-70) te huisvesten. Al deze bijzondere opgaven trekken niet alleen een wissel op de samenleving maar ook op onze organisatie. Tot nu toe hebben we de opvang van Oekraïners, het mogelijk maken van een CNO, de versnelde opvang van statushouders en de zoektocht naar mogelijke locaties voor alle opgaven “erbij gedaan”. Daardoor hebben we (zoals hiervoor al verwoord) prioriteiten moeten stellen in de uitvoering van onze geplande
70
werkzaamheden. Het punt waar in 2022 alle activiteiten zijn samengekomen ligt bij de directie van de organisatie, waardoor ook in dat onderdeel van de organisatie de belasting veel te hoog is geworden. Naar verwachting zal de druk alleen maar hoger worden en zal deze meerdere jaren voortduren. De opgave is daarmee als structureel te kenschetsen. Om aan deze opgaven tegemoet te komen is een uitbreiding van de organisatie noodzakelijk op meerdere vlakken. Denk aan projectleiding, juridisch advies, planologie, communicatie, beleidswerk op het gebied van wonen, asiel en onderwijs, uitvoering en locatieonderzoek. De kosten van deze uitbreiding zijn becijferd op circa € 1,2 miljoen. Wij verwachten dekking te vinden in Inkomsten opvang Oekraïners, de subsidieregeling flexwonen extra statushouders, de door het Kabinet recent toegezegde bijdragen en in de begroting opgenomen middelen voor speciale doelgroepen. Covid-19 Het coronavirus is niet weg. Weliswaar is de maatschappelijke impact van het virus op dit moment beperkt, desondanks ervaren wij nog steeds binnen onze organisatie extra ziekteverzuim als gevolg van het virus. Bij enkele medewerkers is er sprake van een langzaam herstel. Daarom houden we ontwikkelingen rondom het virus scherp in de gaten. Een nieuwe variant kan in 2023 weer aanleiding geven tot beperkingen met betrekking tot het op locatie werken.
Personeel (Strategische) personeelsplanning-/beleid Er is sprake van grote krapte op de arbeidsmarkt. Landelijk hebben veel sectoren hiermee te maken. En dus ook de overheid en de gemeente Vijfheerenlanden. De gemeente Vijfheerenlanden kent bij een aantal teams een tekort aan medewerkers. Dit betreft bijvoorbeeld ervaren beleidsmedewerkers, vergunningverleners, toezichthouders en ICT-medewerkers. Om de bezetting desondanks zo goed als mogelijk op peil te houden, leggen we de focus op actieve (en waar mogelijk ook innovatieve) werving van medewerkers en aan het binden en boeien van medewerkers. Bij de werving van nieuwe medewerkers zetten wij daarbij meerdere mogelijkheden in. Zo worden social media ingezet om ook latent werkzoekenden te bereiken en zijn en worden wervingsteksten vernieuwd om als werkgever meer aansprekend en aantrekkelijk te zijn. Ook investeren wij in het zelf opleiden van nog relatief onervaren medewerkers (juniors) en gaan wij deelnemen in een regionale traineepool. Ook passen wij waar nodig functies aan om deze geschikt te maken voor nieuwe medewerkers. Ook zetten wij in op het behoud van zittende medewerkers. Zo werken we met arbeidsmarkttoelagen, zorgen we voor een interessanter takenpakket, bieden we werkend leren/lerend werken aan en helpen wij actief medewerkers door te groeien in de organisatie.
Ook verkennen we actief wat voor hen nodig is om bij Vijfheerenlanden te blijven werken. Daarbij hanteren wij een maatwerkbenadering. Beheersing van ziekteverzuim Sinds het laatste kwartaal van 2021 kampt de gemeentelijke organisatie met een ziekteverzuim dat hoger is dan het streefpercentage van 5%. Dit is onder meer het gevolg van de naweeën van COVID-19. De cijfers voor Vijfheerenlanden komen globaal overeen met het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten. In 2021 bedroeg dit in Vijfheerenlanden 5,6% en landelijk 5,8% bij gemeenten. In 2022 is dit percentage (vooral langdurig verzuim) verder toegenomen, zowel landelijk als ook in Vijfheerenlanden. Dit heeft gevolgen voor de werkdruk van onze teams en voor de omvang van de inhuurkosten. De ontwikkeling van het ziekteverzuim is mede afhankelijk van de ontwikkeling van COVID-19 en is derhalve slechts deels door de gemeente Vijfheerenlanden beïnvloedbaar. Dit geldt ook voor niet-werk gerelateerd ziekteverzuim, wat het grootste deel van het langdurig verzuim in onze organisatie is.