CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

b_NL.IMRO.1961.BPOntwLeerbroek-VS02_15.NotaBe..ienswijze.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 13 december 2022, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan ontwikkeling Leerbroek19.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota beantwoording zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan ‘Ontwikkeling Leerbroek’

Juni 2021

Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan “Ontwikkeling Leerbroek” heeft van 18 december 2020 tot en met donderdag 28 januari 2021 ter inzage gelegen. Hiervan is kennisgegeven via de publicatie in het Gemeenteblad (nummer 334445). Gedurende deze periode zijn zeven zienswijzen ingediend, binnen de daarvoor gestelde termijn en zijn ontvankelijk verklaard. In deze nota zijn de ingediende reacties samengevat weergegeven en voorzien van een reactie. In de digitale versie worden de persoonsgegevens anoniem gemaakt.

-2-

Beantwoording zienswijzen Zienswijze 1 (ingekomen op 27 januari 2021) Reclamant 1 1.1 Zienswijze Reclamant stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met de bedrijfsvoering; omwille van het veilig stellen hiervan ziet de firma zich genoodzaakt tot het indienen van een zienswijze. Reclamant verzoekt om het ontwerpbestemmingsplan op de hieronder genoemde punten aan te vullen en te verduidelijken en zo nodig aan te passen opdat zeker is dat de bedrijfsvoering niet belemmerd wordt of in het geding komt. Direct wordt opgemerkt dat het perceel in de toelichting op het bestemmingsplan is aangeduid als Recht van ter Leede 36 en niet het juiste 34 (al is met 36 wel het betreffende bedrijf bedoeld). Reactie gemeente Hetgeen reclamant stelt ten aanzien van de onjuiste adressering is correct. Conclusie De reactie leidt tot aanpassing van paragraaf 5.3 van de toelichting; Recht van ter Leede 36 wordt aangepast naar Recht van ter Leede 34 in Leerbroek. 1.2 Zienswijze Reclamant maakt in hoofdzaak bezwaar tegen de korte afstand tussen de bedrijfslocatie en de planlocatie met de ontwikkelingen daarbinnen. Zo worden er in het plan mede woningen mogelijk gemaakt binnen de bestemming Wonen. Woningen en de tuin zijn een gevoelig object. Daarom moet deze bestemming op een voldoende afstand liggen van omliggende functies. Zie paragraaf 5.3 van de toelichting.

Echter is vervolgens in relatie tot het bedrijf van reclamant alleen getoetst aan de richtafstanden van de VNG-handboek Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). Gesteld is daarbij dat sprake is van een gemengd gebied op grond waarvan de richtafstand met een afstandstrap verlaagd is. De in tabel 1 vermeldde richtafstand tot onderhavig bedrijf met een milieucategorie 3.2 is 50 meter. Dit betreft de halvering van de maximale richtafstand voor geur van 100 meter. Met een werkelijke afstand van 63 meter tot de nieuwe woning(en) in het plangebied zou hier aan voldaan worden. Opgemerkt dat de afstand gemeten moet worden tussen de bestemming Wonen en het bestemming/bouwvlak van het agrarisch bedrijf, lijkt de genoemde afstand van 63 meter te kloppen. Daarmee wordt inderdaad voldaan aan deze gehalveerde richtafstand. Maar dit is niet voor niets een richtafstand. Er gelden ook andere harde afstanden.

-3-

Reactie gemeente Met de harde afstanden worden waarschijnlijk de afstanden voor geur in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) of het Activiteitenbesluit bedoeld. Op 15 december 2020 is de Geurverordening gemeente Vijfheerenlanden vastgesteld. Met deze verordening zijn onder andere de afstanden voor dieren zonder geuremissiefactor gehalveerd (artikel 4). In plaats van 50 meter geldt een afstand van 25 meter voor een woning of ander geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en een afstand van 50 meter in plaats van 100 meter voor een woning of ander geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Het gaat hier om een melkrundveebedrijf met een mestbassin voor de opslag van drijfmest en 2 opslagen voor vaste mest/dikke fractie. Dit betekent dat de volgende afstanden gelden: 1. Vanaf de stallen geldt een afstand van 25 meter vanaf het emissiepunt van een stal tot een woning of ander geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 50 meter in de bebouwde kom. 2. Vanaf de opslag van kuilvoer geldt een afstand van 25 meter tot een woning of ander geurgevoelig object. 3. Het mestbassin heeft een oppervlakte kleiner dan 350 m2 (zie melding Besluit mestbassins d.d. 12 januari 1996) zodat een afstand van 50 meter geldt tot een woning of ander geurgevoelig object. 4.

Vanaf de opslagen voor vaste mest/dikke fractie geldt in beginsel een afstand van 50 meter tot een woning of ander geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en 100 meter in de bebouwde kom. Maar omdat beide mestopslagen al aanwezig waren op 1 januari 2013 is een kortere afstand toegestaan. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij is voor geur de bebouwde kom het gebied dat door aaneengesloten bebouwing overwegend een woon- en verblijffunctie heeft en waarin veel mensen per oppervlakte-eenheid ook daadwerkelijk wonen of verblijven. Wat de gemeente Vijfheerenlanden als bebouwde kom beschouwt is aangegeven in bijlagen/tekeningen bij de bouwverordening. Door ontwikkeling van het plangebied verschuift de grens van de bebouwde kom. Het plangebied wordt straks ook onderdeel van de bebouwde kom. De grens van de bebouwde kom ligt tussen het perceel Recht van ter Leede nr. 38 en nr. 34. Dit omdat vanaf daar zowel aan de noord- als zuidzijde van de Recht van ter Leede sprake is van een op korte afstand van elkaar gelegen bebouwing, die is geconcentreerd tot een samenhangende structuur. Bij het opstellen van de “Geurverordening gemeente Vijfheerenlanden” is een overzichtskaart (bebouwde komgrenzen gemeente Vijfheerenlanden, d.d. 11-5-2020) opgesteld waarin de grenzen van de bebouwde kom zijn opgenomen.

Hieronder een overzichtskaart van de bebouwde kom grenzen in het kader van de Bouwverordening (is gelijk aan die van de Geurverordening).

-4-

Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt uitgegaan van het bouwvlak tenzij aannemelijk is dat er geen bebouwingsmogelijkheden meer zijn. De afstand tussen geurgevoelige objecten die het bestemmingsplan mogelijk maakt en het bouwvlak van de veehouderij is circa 59 meter, zodat aan de afstanden wordt voldaan. Voor de mestopslag verwijzen wij naar onze reactie op de zienswijze bij 1.4. Conclusie De zienswijze leidt niet tot planaanpassing.

-5-

1.3 Zienswijze Reclamant mist de toetsing of zijn agrarisch bedrijf niet belemmerd wordt door de ontwikkeling; hier in het bijzonder de toetsing aan de Gebiedsvisie van 15 december 2020 in het kader van de geurverordening en de Geurverordening van de gemeente Vijfheerenlanden. Dit geldt voor zowel de kantoorruimte (is ook een geurgevoelig object) als de woningen. Volgens reclamant ligt volgens de overzichtskaart bebouwde komgrenzen gemeente Vijfheerenlanden van 11 mei 2020, bijlage 1 bij de geurverordening het plangebied binnen de bebouwde kom, zodat de nieuwbouw en de kantoorruimte een afstand van 50 meter van zijn bedrijf in acht moet nemen. Reactie gemeente Op 15 december 2020 is de Geurverordening gemeente Vijfheerenlanden vastgesteld. Met deze verordening zijn onder andere de afstanden voor dieren zonder geuremissiefactor gehalveerd (artikel 4). In plaats van 50 meter geldt een afstand van 25 meter voor een woning of ander geurgevoelig object buiten de bebouwde kom en een afstand van 50 meter in plaats van 100 meter voor een woning of ander geurgevoelig object binnen de bebouwde kom. Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom als bedoeld in de Wgv. Tussen nieuwe geurgevoelige objecten en de stallen van de veehouderij geldt dan op grond van de Geurverordening een afstand van 50 meter. Hier wordt aan voldaan.

Ook is de afstand tot de functieaanduiding ‘kantoor’ en de stallen van de veehouderij meer dan 50 meter. De bedrijfsvoering van de veehouderij wordt dus niet belemmerd bij toetsing aan de Geurverordening. Conclusie De zienswijze leidt niet tot planaanpassing. 1.4 Zienswijze In het verlengde van zienswijze 1.3 maakt reclamant een verwijzing naar de te houden afstanden tot een vaste mestopslag en de opslag van kuilvoer. Op het bedrijf is een vaste mestopslag aanwezig van meer dan 3 m3. Op grond van het Activiteitenbesluit moet er voor vast mest en kuilvoer een afstand van ten minste 100 meter van een geurgevoelig object dat binnen de bebouwde ligt in acht worden genomen. Voor buiten de bebouwde kom geldt een afstand van minimaal 50 meter. Reactie gemeente Opslaan kuilvoer Op grond van artikel 3.46 lid 5 Activiteitenbesluit geldt voor het opslaan van kuilvoer een afstand van minimaal 25 meter tot een geurgevoelig object. Aan deze afstand wordt voldaan. Vaste mestopslag Zoals ook al onder 1.2 en 1.3 is gesteld, zijn de geplande woningen in het plangebied woningen in de bebouwde kom. Bij de veehouderij op nr. 34 zijn twee vaste mestopslagen aanwezig. Het gaat om een vaste mestopslag en een opslag voor dikke fractie in de zomerperiode (hierna: zomeropslag).

Op grond van artikel 3.46, eerste lid, van het Activiteitenbesluit geldt hiervoor in beginsel een afstand van 100 meter tot geurgevoelige objecten gelegen binnen de bebouwde kom. De zomeropslag voldoet niet aan deze afstand tot de nieuwe woningen. Beide opslagen waren echter al op 1 januari 2013 aanwezig.

-6-

Gelet op het bepaalde in artikel 3.46, tweede lid, van het Activiteitenbesluit is de afstandsnorm van 100 meter dan niet van toepassing en zijn geurgevoelige objecten – zoals woningen – onder voorwaarden op kortere afstand mogelijk. In een soortgelijke situatie als hier heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in 2018 uitspraak gedaan dat de veehouder in die casus niet verder in zijn bedrijfsvoering werd beperkt omdat er op een kortere afstand dan de nieuwbouw al een geurgevoelig object aanwezig was waarvoor niet aan de afstandsnorm van 100 meter werd voldaan (ECLI:NL:RVS:2018:3491). Ook in het geval van de onderhavige zomeropslag is daar sprake van. In de huidige situatie is binnen de bebouwde kom al een geurgevoelig object (woning) op circa 58 meter van de zomeropslag aanwezig. Omdat de nieuwe geurgevoelige objecten op een grotere afstand van de zomeropslag komen dan 58 meter, namelijk zo’n 80 meter, leidt het plan daarom niet tot een verdere beperking van de bedrijfsvoering van de veehouderij dan er nu al is.

Woon- en leefklimaat Voor de vaste mestopslag is via een milieuzone een afstand van 100 meter tot het bouwvlak van woningen opgenomen, zodat hiermee een goed woon- en leefklimaat is gegarandeerd. Hoewel vanwege de aanwezigheid van een bestaand geurgevoelig object op circa 53 meter van de vaste mestopslag en op circa 58 meter tot de zomeropslag andere nieuwe woningen ook op die afstand gerealiseerd zouden kunnen worden zonder belemmerend te zijn voor de veehouderij, is voor de zomeropslag een grotere afstand van circa 70 meter opgenomen tot de achtertuinen van de woningen en voor het bedrijfskantoor een afstand van circa 92 meter tot de vaste mestopslag. Deze afstand van 70 meter vanaf de zomeropslag tot de achtertuinen van de nieuwe woningen vindt de gemeente aanvaardbaar omdat de opslag voor de dikke fractie is afgedekt en niet langdurig aanwezig is. De afstand van 92 meter vanaf de vaste mestopslag tot het kantoor vindt de gemeente tevens aanvaardbaar omdat het kantoor thans al aanwezig is. Daardoor wordt er geen geurhinder verwacht.

-7-

Met betrekking tot woon-en leefklimaat nabij een veehouderij is ook de gemeentelijke geurverordening van belang. Vanwege die verordening moet de minimale afstand van (de stallen van) een veehouderij tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom minimaal 50 meter zijn. Daar wordt aan voldaan. Een aanvaardbaar woon- en leefklimaat vanwege de aanwezigheid van de veehouderij is gewaarborgd. Conclusie De reactie leidt tot planaanpassing. De paragraaf bedrijven en milieuzonering uit de toelichting is aangevuld. Er wordt nu, naast de richtafstanden uit de VNG-Handreiking Bedrijven en milieuzonering, tevens getoetst aan de afstanden uit de Wet geurhinder en veehouderij, de Geurverordening gemeente Vijfheerenlanden en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Daarnaast is in het kader van een goede ruimtelijke ordening de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding uitgesloten – milieugevoelige functie’ in de verbeelding doorgetrokken, zodat over de gehele lengte van het bouwvlak van de rundveehouderij dezelfde afstanden tot nieuwe milieugevoelige functies (en dus ook geurgevoelige functies) gelden. 1.5 Zienswijze In het verlengde van zienswijze 1.3 maakt reclamant een verwijzing naar de aspecten geluid, stof en gezondheid. Geluid dient getoetst te worden door de geluidscontour van de vergunde activiteiten op het bedrijf in kaart te brengen.

Daarmee moet aangetoond worden dat ter plaatse van de woningen voldaan wordt aan de geluidsnorm. Er is voor genoemde aspecten niet gekeken naar een mogelijke belemmering van derden anders dan door te kijken naar richtafstanden, hetgeen te beperkt is. Daarbij ontbreekt een geurberekening van zowel voor- als achtergrond belasting. Wordt aan de gestelde normen in de Gebiedsvisie en geurverordening voldaan? Voor bodem geldt dat er in het verleden veel puin waaronder asbest op het perceel is gestort, vooral in de sloten. Vraag is of dit in voldoende mate is onderzocht en vastgesteld. Reactie gemeente Bodem De (aangetroffen) bodemverontreinigingen vormen geen belemmering voor de bestemmingsplanwijziging. Echter is de kwaliteit van de bodem nog niet voldoende vastgelegd. Verdachte deellocaties kunnen namelijk niet worden onderzocht in verband met aanwezige opstallen op de locatie. Voor de aanvraag omgevingsvergunning bouwen moeten de verdachte deellocaties zijn onderzocht. Dit zijn onder andere puin- en asbesttoepassingen en andere bedrijfsmatige activiteiten die hebben plaatsgevonden of gaan plaatsvinden. Dit volgt op een later moment en is verder niet van belang voor deze bestemmingswijziging. Geluid De inrichting gelegen aan de Recht van ter Leede 34 valt onder werkingssfeer van het Activiteitenbesluit.

Voor de inrichting zijn er geen maatwerkvoorschriften opgesteld en daardoor gelden de normen zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit. De normen gelden op de gevels van geluidsgevoelige bestemmingen. Tussen de inrichting en de voorgenomen ontwikkeling zijn er al geluidsgevoelige bestemmingen aanwezig (woonfunctie aan de Recht van ter Leede 38).

-8-

Deze woning is maatgevend voor de beoordeling van de geluidshinder als gevolg van de activiteiten van de inrichting in de omgeving. De nieuwe geluidgevoelige bestemmingen zijn geprojecteerd op een grotere afstand. Daardoor kan worden aangenomen dat deze woningen geen beperking voor de bedrijfsactiviteiten gaan vormen. In het kader van aanpassing van een bestemmingsplan is op basis van richtafstanden gekeken naar mogelijke geluidshinder. Met specifieke aanduiding is aangegeven dat binnen geldende richtafstanden geen gevoelige functies gerealiseerd kunnen worden. Alle geprojecteerde geluidgevoelige functies liggen buiten de richtafstanden. Door dergelijke regeling en in verband met aanwezigheid van bestaande geluidsgevoelige functies tussen het plangebied en het bedrijf is beoordeeld dat bij de nieuwe geluidgevoelige bestemmingen geen sprake zou zijn van geluidshinder als gevolg van bedrijfsmatige activiteiten en dat de bestaande bedrijfsactiviteiten niet worden belemmerd. Stof en gezondheid Tussen de veehouderij en het plangebied zijn al gevoelige bestemmingen aanwezig. De nieuwe woningen in het plangebied liggen op grotere afstand. De activiteiten van de veehouderij zullen vanwege de aspecten stof en gezondheid niet worden belemmerd door de ontwikkelingen in het plangebied. Ook is de afstand ruim voldoende om nadelige effecten voor de gezondheid van de bewoners te voorkomen.

Bovendien gaat het om een melkrundveehouderij. Met name intensieve veehouderijen, vooral pluimveehouderijen, worden in verband gebracht met effecten op de volksgezondheid. Er zijn op dit moment nog onvoldoende algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten over de effecten van de intensieve veehouderij op de gezondheid van omwonenden. Er is geen reden om te veronderstellen dat er in dit geval onaanvaardbare risico’s zijn voor de volksgezondheid vanwege veehouderijen. Geur Zoals al is vermeld in onze reactie op 1.2 en 1.3 wordt aan de afstanden in de geurverordening voldaan. Voor de stallen geldt namelijk een afstand van 50 meter tot het plangebied. Voor het beoordelen van het woon- en leefklimaat in het plangebied is de voorgrondbelasting en de achtergrondbelasting van belang. De voorgrondbelasting is de geurbelasting veroorzaakt door de veehouderij die voor dat geurgevoelige object dominant is. Dat is in dit geval de veehouderij op nr. 34. Het gaat hier om een rundveehouderij met uitsluitend dieren zonder geuremissiefactor. Hiervoor is geen norm voor de geurbelasting, maar een afstandsnorm. Aan deze afstand wordt voldaan. Het woon- en leefklimaat is hiermee aanvaardbaar. De achtergrondbelasting is: de totale geurbelasting van alle veehouderijen in de omgeving van het plangebied. Van belang zijn de veehouderijen op Recht van ter Leede nr. 34, nr. 32, Geer 47 en 57.

Het gaat om rundveehouderijen. Bij rundveehouderijen is geen cumulatie van geur te verwachten. De omliggende veehouderijen hebben geen nadelige gevolgen voor het woon- en leefklimaat in het plangebied. Voor geur van de opslag van mest en kuilvoer verwijzen wij naar onze reactie op 1.2 en 1.4. Conclusie De zienswijze leidt niet tot planaanpassing.

-9-

1.6 Zienswijze Reclamant plaatst zijn vraagtekens bij de verkeersveiligheid. Het plaatsen van een basisschool aan deze zijde van de Kerkweg leidt tot gevaarlijke situaties. Het gaat om jonge kinderen die nu de Kerkweg dan wel de Recht van ter Leede moeten oversteken om hier vanuit huis in de kern te komen. Er staan maatregelen benoemd als een kruispuntplateau en afwaarderen naar erftoegangsweg, maar dat neemt de verkeersstromen niet weg. Genoemde wegen zijn de twee enige ontsluitingsroutes, ook voor het vrachtverkeer en het landbouwverkeer waaronder dat van reclamant. Daarbij zijn de wegen zeer smal hetgeen al vaak tot opstoppingen en onoverzichtelijke situaties leidt. Is de plaatsing van een basisschool op deze plek dan een juiste en is dit goed afgewogen? Reactie gemeente De keuze voor deze locatie voor de nieuwe basisschool is het resultaat van een raadsbesluit van 23 oktober 2017. Dit besluit is genomen mede op basis van een locatieonderzoek waarbij meerdere locaties in Leerbroek op een aantal factoren met elkaar vergeleken zijn, onder meer op de onderwerpen ‘Verkeersafwikkeling’ en ‘Veiligheid school’. Uit de vergelijking kwam de in dit bestemmingsplan opgenomen locatie als beste uit de bus, ook voor de aspecten verkeersafwikkeling en veiligheid school. Bijgaande tabel komt uit de rapportage van dit locatieonderzoek van 14-8-2017.

De betreffende stukken zijn hierbij ingesloten (bijlage I). In het verkeersonderzoek bij het bestemmingsplan is ook ingegaan op de verkeersveiligheid van de schoolomgeving. Er wordt o.a. geconcludeerd dat het oversteken van de centrale assen op basis van de verwachte verkeersintensiteiten op een verkeersveilige manier plaats kan vinden.

Verkeerskundig onderzoek Megaborn (bijlage II) Hierbij is ook toegevoegd het verkeerskundig onderzoek van Megaborn. De twee ontsluitingen en extra verkeersgeneratie en de gevolgen hiervoor voor de verkeersveiligheid zijn relevant. De planlocatie heeft twee ontsluitingen: één op de Kerkweg en één op het Recht van ter Leede.

- 10 -

Conform de afspraken in de exploitatieovereenkomst tussen gemeente en ontwikkelaar worden in ieder geval deze twee aansluitingen in het kader van deze planontwikkeling op kosten en verantwoordelijkheid van de ontwikkelaar gerealiseerd. In samenspraak met de gemeente wordt in lijn met de aanbevelingen uit dit rapport een verkeersveilige oplossing bedacht. Door de ontwikkeling van locatie De Slagboom zal het verkeersaanbod op de centrale assen toenemen. Ervan uitgaande dat het verkeer van en naar de locatie Slagboom zich gelijkmatig verdeelt over beide ontsluitingen zal de intensiteit op Dorpsweg en het Recht van Ter Leede toenemen tot ongeveer 2.100 motorvoertuigen per werkdagetmaal. Deze wegen hebben voldoende restcapaciteit om het extra verkeer ten gevolge van de ontwikkeling op een verkeersveilige manier te verwerken. Naar verwachting zullen er in de toekomstige situatie ongeveer 1.800 motorvoertuigen per werkdagetmaal gebruik maken van de Kerkweg. Gelet op de bebouwde omgeving, het huidig en toekomstig gebruik van de Kerkweg (hoeveelheid verkeer) en de beperkte ruimte om aparte fietsvoorzieningen aan te leggen, is het wenselijk om de Kerkweg binnen de kom af te waarderen naar een erftoegangsweg (p. 16 rapport Megaborn). Gezien het onderzoek van Megaborn kunnen de ontsluitingen van het plangebied op een verkeersveilige manier worden ingericht.

En dat zal ook gebeuren in overleg met aannemer en gemeente. Bovendien hebben de wegen Dorpsweg, Recht van ter Leede en de Kerkweg voldoende restcapaciteit om het extra verkeer ten gevolge van de ontwikkeling op een verkeersveilige manier te verwerken. In een separaat project wordt de verkeersveiligheid van genoemde wegen en kruispunten in de kern van Leerbroek aangepakt. Hierbij zijn de aanbevelingen ten aanzien van de toekomstige verkeers-en parkeersituatie uit het verkeersonderzoek van Megaborn richtinggevend. Benadrukt wordt nog dat los van deze ruimtelijke ontwikkeling – het verplaatsen van de school en het realiseren van woningen – het treffen van verkeerskundige maatregelen in Leerbroek bestuurlijk al de nodige aandacht had. De gemeente heeft eerder aangegeven bereid te zijn om te onderzoeken welke verkeerskundige voorzieningen in Leerbroek kunnen worden getroffen om tegemoet te komen aan de opmerkingen van de inwoners van Leerbroek. Dit geheel los van de onderhavige ontwikkeling. Conclusie De zienswijze leidt niet tot planaanpassing.

- 11 -

Zienswijze 2 (ingekomen op 28 januari 2021) Reclamant 2 2.1 Zienswijze Reclamant stelt dat het ontwerpbestemmingsplan ingrijpend gewijzigd moet worden: Voor nieuwbouw van de school zijn meerdere locaties binnen het BSD beschikbaar. Voor de veiligheid van de kinderen is de locatie Schep de beste optie. Reactie gemeente De keuze voor deze locatie voor de nieuwe basisschool is het resultaat van een raadsbesluit van 23 oktober 2017. Dit besluit is genomen mede op basis van een locatieonderzoek waarbij meerdere locaties in Leerbroek op een aantal factoren met elkaar vergeleken zijn, onder meer op de onderwerpen ‘Verkeersafwikkeling’ en ‘Veiligheid school’. Uit de vergelijking kwam de in dit bestemmingsplan opgenomen locatie als beste uit de bus, ook voor de aspecten verkeersafwikkeling en veiligheid school. Bijgaande tabel komt uit de rapportage van dit locatieonderzoek van 14-8-2017. De betreffende stukken zijn hierbij ingesloten (bijlage I). In het verkeersonderzoek bij het bestemmingsplan is ook ingegaan op de verkeersveiligheid van de schoolomgeving. Er wordt o.a. geconcludeerd dat het oversteken van de centrale assen op basis van de verwachte verkeersintensiteiten op een verkeersveilige manier plaats kan vinden.

Conclusie De zienswijze leidt niet tot planaanpassing.

- 12 -

2.2 Zienswijze Reclamant stelt dat het ontwerpbestemmingsplan ingrijpend gewijzigd moet worden: Het woningbehoefteonderzoek richt zich niet op de lokale behoefte aan woningen, maar is een onderzoek of de te bouwen woningen aan nieuwkomers richting de regio kan worden verkocht. Reactie gemeente Het woningbehoefteonderzoek richt zich niet alleen op de lokale behoefte van woningen. Het kijkt naar de werking van de woningmarkt en schetst wat de gemeente mag verwachten. Wettelijk geldt dat er sprake is van het recht op vrije vestiging. Dat betekent dat niet alleen de inwoners van de kern kunnen reageren op het beschikbare woningaanbod, maar ook mensen van buiten de kern. Dat geldt ook voor de bestaande voorraad woningen die vrij komen. Een uitbreiding op de schaal die nu is voorzien past binnen de Woonvisie (vastgesteld in de raadsvergadering van 16 juli 2020) en is goed voor de vitaliteit binnen de woonkern en haar inwoners. Ook zij krijgen hierdoor meer kans op de beoogde woonruimte. Dit project zorgt voor huisvesting voor starters en de gewenste doorstroming.

Daarnaast is het volgens artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening verplicht om in de toelichting bij een bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien (de zogenaamde “ladder van duurzame verstedelijking”. Bij deze toetsing is aangetoond waarom deze nieuwe ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied maar daarbuiten wordt gerealiseerd. Om deze wettelijke verplichting te voldoen, is het betreffende woningbehoefteonderzoek opgesteld. Conclusie De zienswijze leidt niet tot planaanpassing. 2.3 Zienswijze Reclamant stelt dat het ontwerpbestemmingsplan ingrijpend gewijzigd moet worden; Op dit moment is voor dit deel van Vijfheerenlanden de Provinciale Verordening Ruimte van Zuid-Holland nog steeds het juridisch kader. De mogelijkheid tot uitbreiding buiten de grenzen van het bestaand stads- en dorpsgezicht is gebonden aan: -een maximum omvang en -de afwezigheid van alternatieve locaties om in -de noodzakelijke behoefte te voorzien.

- 13 -

Welke voorzieningen zijn noodzakelijk? 1. Een nieuw schoolgebouw 2. Locaties voor kleinschalige woningbouw liefst op eigen initiatief vanuit de bevolking Welke locaties, binnen bestaand stads- en dorpsgebied, zijn beschikbaar?: -de bestaande locatie van de school; -de locatie Schep (deze locatie staat midden in het centrum van het dorp, circa 20 jaar ongebruikt. De gemeente heeft nooit druk uitgeoefend tot herontwikkeling van deze locatie bv. in het kader van de Leegstandswet. Vanuit stedenbouwkundige principes en de te verwachten demografische ontwikkelingen is het van belang nu voor deze locatie een nieuwe bestemming te overwegen. Die bestemming dient dan in de afwegingen te worden meegenomen; -de locatie aan het einde van de Dr. A. de Booijstraat; -de locatie die vrijkomt als het kerkelijk centrum van de Hervormd Herstelde Gemeente verhuist naar het nieuwe gebouw aan het Raadhuisplein. De aanvraag is al ingediend; -de locatie die vrijkomt ter plaatse van het woonhuis en schuren van de voormalige boerderij Slagboom. Op deze locatie zijn nu 8 woningen geprojecteerd. Alles bij elkaar kunnen hier in de loop van de tijd ruim 45 woningen worden gebouwd. Reactie gemeente Op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan in de raadsvergadering van de gemeente Vijfheerenlanden is de Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht van kracht.

Gezien artikel 10, tweede lid van de Verordening geldt het oude recht voor dit bestemmingsplan; een bestemmingsplan die voor 1 april 2021 in ontwerp ter inzage is gelegd, valt onder het oude recht. Het ontwerpbestemmingsplan is voor 1 april ter inzage gelegd. Daarom geldt de voormalige provinciale Verordening. Reclamant verwijst naar mogelijk andere locaties voor de bouw van de woningen. In dit kader wordt verwezen naar de stukken die betrekking hebben op het raadsbesluit uit 2017. In 2017 heeft de gemeenteraad van de voormalige gemeente Zederik besloten om de betreffende locatie aan te wijzen als locatie voor de nieuw te bouwen school. Uit onderzoek – waar ook de door reclamant genoemde locaties in zijn mee genomen – blijkt dat de onderhavige locatie het meest gunstig was om er een school te realiseren. De raad heeft daarom voor deze locatie gekozen. Zie bijlage I. De bouw van de woningen hangt samen met de bouw van de school; vandaar dat gekozen is voor de locatie Slagboom. Hier speelt mee dat het benoemen van locaties niet automatisch betekent dat die locaties ook daadwerkelijk beschikbaar zijn of komen voor (her)ontwikkeling. En als ze al beschikbaar komen hoeft dat ook niet op korte termijn te zijn. Ook betekent het niet meteen dat er woningbouw op die locaties mogelijk, haalbaar of gewenst is.

Hoewel dus ook niet uitgesloten wordt dat één of meer van de genoemde locaties later in aanmerking kunnen komen voor woningbouwontwikkeling, delen wij de mening dat hierdoor sprake is van betere alternatieven voor het bouwen van woningen niet. En dus, zoals hiervoor al aangegeven, ook zeker niet als alternatieven voor dit plan met woningen en een school. Conclusie De zienswijze leidt niet tot planaanpassing.

- 14 -

2.4 Zienswijze Reclamant stelt dat het ontwerpbestemmingsplan ingrijpend gewijzigd moet worden; Gezien de grote druk die energietransitie, het watersysteem (droogte) en de aanpassingen binnen de landbouw (stikstof en CO2) gaan uitoefenen op het aanwezige open landschap en de aanwezige landbouwgronden, is het zaak geen landbouwgronden aan de bestemming te onttrekken indien er goede alternatieven zijn. Reactie gemeente Deze locatie is uitkomst van een onderzoek waar meerdere locaties onderzocht zijn en deze plek kwam als meest geschikte uit de bus. De raad heeft vervolgens deze locatie als nieuwbouwlocatie voor de school aangewezen en daarmee andere locaties als ongeschikt of minder geschikt afgewezen. Het klopt dat we zuinig moeten zijn op alle gronden, zo ook op gronden met een landbouwfunctie. Die afweging is ook voor deze locatie gedaan. Er is geen sprake van een ad hoc besluit om ter plaatse de functie te gaan veranderen. Deze ruimtelijke ontwikkeling speelt al een aantal jaren en is ingegeven vanuit de noodzaak om de basisschool te vervangen. Deze locatie is daar het meest geschikt voor, hetgeen uit onderzoek naar voren is gekomen. De bouw van de woningen is gevolgd en gezien de gespannen woningmarkt uiteraard ook voor de hand liggend.

De locatie – tegen de bestaande bebouwing – is juist uitermate geschikt voor een functiewijziging (naar een maatschappelijke bestemming en een woonbestemming). Dit geldt temeer gezien het vertrek van het agrarisch bedrijf; deze locatie leent zich niet goed meer voor een agrarische bedrijfsvoering in verband met de huidige regelgeving. Uiteraard is rekening gehouden met de kwaliteiten en de waarden van het erachter gelegen gebied. In nauwe samenwerking met de provincie Utrecht is gekomen tot het eindelijke bouwplan; in de opzet is rekening gehouden met het er achtergelegen landschap. Dit kan worden opgemaakt uit het bijgevoegde beeldkwaliteitsplan van Beuk van november 2020. Er is onder meer gekozen voor een groene invulling en een zachte overgang naar het landschap. Voor nadere informatie wordt verwezen naar het beeldkwaliteitsplan. De mening van reclamant wordt in die zin onderkent; ja we moeten zuinig omgaan met de gronden en niet op ad hoc basis agrarische bestemmingen wijzigen naar andere bestemmingen. Maar in deze situatie leidt – gezien alle belangen – het wel tot een bestemmingswijziging, maar wel rekening houdende met de omliggende waarden. Conclusie De zienswijze leidt niet tot planaanpassing.

2.5 Zienswijze Reclamant stelt dat het ontwerpbestemmingsplan ingrijpend gewijzigd moet worden; In de schuren en directe omgeving zijn huismussen, boerenzwaluwen en vleermuizen aangetroffen. Nestmogelijkheden van de mussen worden niet aangetast met het projectplan. Voor de boerenzwaluw heeft het alleen zin om geheel aan de rand van het buitengebied nesten te plaatsen. Dat worden er zeker minder dan nu. Wat betreft de kraamnesten voor de vleermuizen is de vraag of in de schuren in de omgeving nog ruimte is.

- 15 -

De benodigde foerageergebied worden echter aangetast als het hele gebied wordt bebouwd. Zeker voor de boerenzwaluwen en de vleermuizen. Daarom biedt het rapport te weinig oplossingen voor de in stand houding van de betreffende diersoorten. Reactie gemeente De reclamant stelt dat het ecologisch onderzoek een aantal knelpunten onder de aanwezige beschermde vogels heeft aangetoond waarvoor in de rapportage geen goede oplossingen worden geboden. Hierbij worden de volgende soorten of soortgenoten genoemd: weidevogels, huismussen, boerenzwaluw en vleermuizen. In algemene zin kan worden gezegd dat voor vaststelling van het bestemmingsplan alleen aangetoond hoeft te worden dat er geen overtredingen van de Wet natuurbescherming zullen optreden. De Wet natuurbescherming is er voor bedoelt om de meest kwetsbare soorten zo goed mogelijk te beschermen. Dit wil echter niet zeggen dat ze lokaal geen hinder ondervinden van ons menselijk handelen. Als eerste wordt door reclamant gesteld dat het gebied onderdeel uitmaakt van een weidevogelkerngebied en dat daar bij dit plan geheel niet bij stil wordt gestaan. Het gebied maakt inderdaad onderdeel uit van een weidevogelkerngebied. Weidevogelgebieden zijn volgens de Wet niet strikt beschermd. Voor de bescherming van weidevogels heeft de provincie budget beschikbaar gesteld.

De provincie probeert dit te bereiken door het aangaan van contracten met individuele boeren binnen de aangewezen weidevogelkerngebieden. Het beleid voorziet niet in het verbieden van ruimtelijke ontwikkelingen. Wel vraagt de provincie aan de gemeenten om deze gebieden zoveel mogelijk vrij te houden van de voor weidevogels negatieve effecten. Desalniettemin kunnen er redenen zijn om een deel van deze gebieden toch een andere bestemming te geven. Dat hoort bij een algehele afweging van verschillende belangen. Reclamant bevestigd in zijn bezwaar dat de nesten van huismussen niet worden aangetast. Dit staat overigens wel in het nadere onderzoek. Door een wijziging in de plannen wordt nu ingezet op het behoud van het woonhuis daar waar er in het nadere onderzoek nog van uit werd gegaan dat het woonhuis ook gesloopt zou worden. Ten aanzien van boerenzwaluw wordt door reclamant gesteld dat het alleen zin heeft om nieuwe nesten te plaatsen direct aan de rand van het buitengebied omdat het foerageergebied aangetast zal worden. Dit klopt gedeeltelijk, het landelijk gebied in de directe omgeving van het plangebied wordt natuurlijk enigszins verkleint door de bouw van de school en enkele woonhuizen. Het plangebied blijft ook in de toekomst echter aan de rand van het landbouwgebied gevestigd.

Volgens het ecologisch onderzoek zijn er voor de boerenzwaluw in de directe omgeving voldoende alternatieven om uit te wijken. Bovendien worden er in de nieuwe situatie 32 broedplekken gecreëerd voor de zwaluwen. In de Wet natuurbescherming zijn alle nesten van vogels beschermd op het moment dat zij gebouwd worden tot het moment dat het nest (voor dat broedseizoen) wordt verlaten (een broedsel kan mislukken of de jongen zijn definitief uitgevlogen). Er is echter een lijst opgesteld met vogels waarvan de nesten jaarrond zijn beschermd. De boerenzwaluw staat op deze lijst en is daar ingedeeld in de categorie 5. De nesten van vogels uit categorie 5 zijn buiten het broedseizoen beschermd indien er in de directe omgeving van het plangebied onvoldoende mogelijkheden zijn om uit te wijken. Zeker in combinatie met de nieuw aan te leggen broedplekken is daar in dit geval sprake van voldoende uitwijkmogelijkheden voor de boerenzwaluw. Onze conclusie is dan ook dat de bescherming van de boerenzwaluw in dit geval voldoet aan de wettelijk vastgelegde eis.

- 16 -

Voor wat betreft de laatvlieger en andere vleermuissoorten is in de periode meiseptember 2019 onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen binnen het plangebied. Tijdens dit onderzoek zijn drie verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen, waarvan één binnen het plangebied. De verblijfplaats binnen het plangebied betreft een zomerverblijfplaats van de laatvlieger onder dakpannen van de woning aan het Recht van ter Leede 40a. Deze voormalige bedrijfswoning wordt in het voorliggende ontwerpbestemmingsplan behouden. Zodoende zal de enige verblijfplaats van deze vleermuissoort binnen het plan gebied niet verloren gaan. Voor een verblijfplaats van vleermuizen geldt dat er een vrije aanvliegroute gewaarborgd dient te worden. Daarbij dient voorkomen te worden dat dat er in de toekomst (meer) lichtuitstraling plaatsvindt op de opening van de verblijfplaats. Indien er in de buurt van de verblijfplaats alsnog extra verlichting moet worden aangebracht, zal ervoor gezorgd worden dat het vleermuisvriendelijke, naar beneden gerichte, verlichting betreft, zodat de opening van de verblijfplaats niet zal worden verlicht. De groenstrook naast tussen de school en rijtjeswoningen zal fungeren als toekomstige aanvliegroute voor vleermuizen. Laatvliegers bewonen een netwerk van verschillende huizen die op een afstand van hooguit enkele honderden meters van elkaar liggen.

Ze verhuizen soms wel, maar zijn in principe erg plaats- en gebiedstrouw. Soms wordt één huis jaar na jaar als zomer- en winterverblijf gebruikt. De jachtgebieden liggen in een straal van 1 tot 5 km (zelden meer) rondom de kolonie. Geconcludeerd wordt dat naar aanleiding van dit bouwplan, mits de vrije aanvliegroute en donkerte gewaarborgd zal blijven, de functionaliteit van de verblijfplaats van de laatvlieger niet wordt aangetast. Met betrekking tot verlies aan foerageergebied zijn wij van mening dat de soort voldoende flexibel is om genoeg foerageergebied te vinden in de directe omgeving. Het plangebied veranderd wel eens waar maar dat betekend nog niet dat er in het geheel geen foerageermogelijkheden meer zijn in de toekomst. Bovendien is er in de directe omgeving voldoende foerageergebied van minimaal de zelfde kwaliteit beschikbaar. Voor dit bestemmingsplan is in voldoende mate aangetoond dat er geen overtredingen plaatsvinden van de Wet natuurbescherming voor wat betreft de soortenbescherming. De natuurlijke omgeving zal veranderen, echter er is geen sprake van een overtreding van de bepalingen uit de Wet natuurbescherming. Conclusie De zienswijze leidt niet tot planaanpassing. 2.6 Zienswijze Reclamant stelt bij de vaststelling van het bestemmingsplan een verzoek om tegemoetkoming in planschade in te zullen dienen.

Reactie gemeente Indien reclamant van mening is recht te hebben op een tegemoetkoming in planschade, staat het reclamant vrij om hiervoor een verzoek in te dienen. Conclusie De reactie leidt niet tot planaanpassing.

- 17 -

Zienswijze 3 (ingekomen op 28 januari 2021) Reclamant 3 (één brief door vijf omwonenden getekend). 3.1 Zienswijze Reclamant willen eerst duidelijkheid over de vrije groenstrook tussen de basisschool en de Kerkweg; -de afmeting; -de bestemming; het gebruik; nu in en de toekomst; ook een recht van inspraak; -zekerheid dat er later niets gebouwd zal worden; -willen ook inspraak bij de beplanting en inrichting. Reactie gemeente De groenstrook tussen de Kerkweg en de beoogde basisschool heeft een afmeting van circa 87,9 meter bij circa 28,8 meter. Op deze groenstrook is in de verbeelding de bestemming ‘Groen’ gelegd. In de regels van het bestemmingsplan is vastgelegd dat binnen de bestemming ‘Groen’ tussen de Kerkweg en de beoogde basisschool de volgende bestemmingen toegestaan zijn: groenvoorzieningen, bermen, beplanting, parken, plantsoenen, nuts- en parkeervoorzieningen, paden, perceelsontsluitingen, in- en uitritten, bruggen, dammen, duikers, kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen (zoals bankjes), water, oevers en voorzieningen voor de waterhuishouding, bouwwerken geen gebouwen zijnde (zoals hekjes, muurtjes en poortjes), wegen en verhardingen. Gebouwen zijn niet toegestaan. Tevens is op deze locatie specifiek benoemd dat speelvoorzieningen niet zijn toegestaan.

Daarmee is juridisch-planologisch vastgelegd dat binnen deze groenstrook in de toekomst geen gebouwen en speelvoorzieningen gebouwd kunnen worden. Er is thans nog geen ontwerp voor de inrichting van de groenstrook tussen de Kerkweg en de beoogde basisschool. De ontwikkelaar staat welwillend tegenover een gesprek met de omwonenden om de mogelijkheden met betrekking tot de groeninrichting te bespreken.

Conclusie De zienswijze leidt niet tot planaanpassing.

- 18 -

3.2 Zienswijze De bouwwerkzaamheden Reclamant vreest voor beschadigingen en scheuren aan de eigen woning door de bouwwerkzaamheden. Reactie gemeente De ontwikkelaar heeft aangegeven zijn verantwoordelijkheid te nemen voor een goede uitvoering van het plan, zodat eventuele risico’s, zoals schade aan omliggende woningen, zullen worden ondervangen. De ontwikkelaar heeft aangegeven zijn aannemers te verplichten een Construction All Risk (CAR)-verzekering af te sluiten. Voor het bouwen van de school geldt dit uiteraard ook, maar dit loopt dan via de gemeente. In opdracht van de ontwikkelaar en in overleg met de gemeente wordt voorafgaand aan de uitvoering van de werken en werkzaamheden door middel van een bouwkundige opname de staat van de daarvoor in aanmerking komende wegen en gebouwen vastgelegd. Indien noodzakelijk zal de ontwikkelaar in overleg met de gemeente en omwonenden de nodige maatregelen treffen ter voorkoming van schade aan de omliggende woningen en verkeersonveilige situaties en de minimalisatie van de overlast voor omwonenden. Voorafgaand aan de uitvoering van het plan wordt bepaald of dat het voor de bouw van de woningen noodzakelijk is om te boren, te pulsen of te heien. De ontwikkelaar heeft verder aangegeven een bouwroute te willen gebruiken die de Kerkweg, de kruising Dorpsweg – Kerkweg en het Recht van ter Leede ontziet.

Bouwverkeer is echter een onderwerp voor de uitvoering van het plan en wordt daarom niet vastgelegd in het bestemmingsplan. Conclusie De zienswijze leidt niet tot planaanpassing. 3.3 Zienswijze Transport tijdens de bouw Reclamant wil goede afspraken over de transportroute van bouwverkeer; heeft hier een voorstel voor en vraagt ook om een tijdelijk parkeerverbod. Reactie gemeente In de anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar is opgenomen dat de routing van de bouwverkeer in overleg met de Gemeente moet worden vastgesteld. De suggestie van de reclamanten worden bij de afwegingen over de routing meegenomen. De transportroute is nog niet bepaald, maar daarin zijn twee fasen te onderscheiden: 1. Bouwverkeer van de bouw van de school en eerste woningen (afgerond eerste jaar) 2. Bouwverkeer woningen terwijl de school al in gebruik is. Het uitgangspunt voor beiden fasen is zo weinig mogelijk hinder voor de omwonenden en schoolgaande kinderen. Bouwverkeer is overigens ruimtelijk niet relevant en kan daarom niet worden mee genomen in het bestemmingsplan.

- 19 -

Conclusie De zienswijze leidt niet tot planaanpassing. 3.4 Zienswijze Reclamant vraagt hoe het in de toekomst met het zware vrachtverkeer op de betreffende kruising gaat? Er wordt gehoopt op een veilige oplossing, voordat er ongelukken gebeuren. Er staan op direct om de hoek van de Kerkweg naar het Recht van ter Leede nogal wat auto’s geparkeerd. Vrachtwagens kunnen hier bijna niet door. Er zijn vlakbij toch keurige parkeerplaatsen? Gemeente doe hier iets aan. Wanneer hier geen bevredigende reactie en antwoorden op gegeven worden, zal reclamant bezwaar maken tegen het ontwerpbestemmingsplan. Reactie gemeente Voor het plan is een verkeersonderzoek uitgevoerd. Uit het verkeersonderzoek wordt met betrekking tot het zwaar verkeer op de kruising Dorpsweg – Recht van ter Leede – Kerkweg geconcludeerd dat de hoek tussen Kerkweg – Recht van ter Leede kleiner is dan 90 graden en hierdoor afslaand vrachtverkeer tussen deze wegen regelmatig over het trottoir rijd. De gemeente onderstreept dat hierdoor verkeersonveilige situaties kunnen ontstaan, maar dat staat los van de onderhavige ontwikkeling. Die situatie is er nu ook al. De gemeente gaat naast het kruispunt, onderzoeken welke verkeerskundige maatregelen er nog meer gewenst zijn. Dit actiepunt wordt benoemd in het raadsbesluit vaststelling bestemmingsplan.

Het aanpassen van het kruispunt maakt echter geen onderdeel uit van het bestemmingsplan. Conclusie De zienswijze leidt niet tot planaanpassing.

- 20 -

Bijlage I

QSÃTE

t

a Zederik,ii Raadsvoorstel Raad

23 oktober 2017

Datum

22 augustus 2017

Agendapunt

10

Zaak

Z.10940/RV.422

lnformatievergadering

1/2

Portefeuillehouder

Bijlagen:

Donker

Gewijzigd locatieonderzoek nieuwbouw school Leerbroek

Onderwerp Gewijzigd locatieonderzoek

financiële bijlagen

de bouw van een nieuwe school.

Centrale vraagstelling Besluitvorming omtrent de nieuwbouw van de Eben-Haezerschool te Leerbroek Beslispunten Op basis van de uitkomsten van het bovengenoemde (gewijzigde) locatieonderzoek in principe de locatie "Slagbooml aan te wijzen als nieuwe locatie voor de bouw van een nieuwe basisschool. Het in overleg met het schoolbestuur en overige belanghebbenden opstellen van een gedetailleerd programma van eisen. Onderhandelingen te starten met de eigenaar van betreffende gronden, ten einde een definitieve grondprijs vast te stellen en nadere afspraken te maken over de voonNaarden van grondaankoop en beoogde herontwikkeling Een gedetailleerde begroting op te stellen, op basis waarvan investeringsbeslissingen kunnen worden gemaakt. De in het onderzoek voorgestelde planning als leidraad te hanteren voor de bouw van de nieuwe school ln overleg te treden met het schoolbestuur over de toekomstige aankoop van de huidige gronden ten einde deze, na de oplevering van de nieuwe school, te kunnen herontwikkelen.

lnformatievergadering De fracties hebben in lnformatievergadering instemmend geaviseerd.

gehouden op 9 oktober 2017 op hoofdlijnen

KOPIE AUB NIET NAAR ARCHIEF STUREN!

lnleiding ln de gemeenteraad van 30 januari 2017 is het haalbaarheidsonderzoek nieuwbouw Ebenl-laëzerschool, dd 22-11-2016, besproken. ln dit onderzoek is een viertal locaties onderzocht en de locatie achter het Hof van Leerbroek aangewezen als gunstige locatie voor de nieuwbouw van de nieuwe Eben-Haezerschool. De gemeenteraad heeft op basis van het ingediende amendement van het CDA gevraagd het onderzoek uit te breiden met meerdere locaties. Bij het gewijzigde onderzoek zijn de locaties uitgebreid naar 6 locaties en zijn eerdere onderzochte locaties opnieuw bekeken en waar mogelijk uitgebreid. Beoogd effect Door een besluit te nemen over de nieuwe locatie voor de nieuwbouw van de Eben-Haëzerschool, kunnen verdere stappen worden gezet om te komen tot de nieuwbouw van de school. Aansluitend kunnen verdere onderhandelingen plaatsvinden met de grondeigenaar, een PvE worden opgesteld en een definitief budget Worden bepaald.

Argumenten De argumenten om te komen tot de beoogde beschreven in het onderzoeksrapport.

locatie

voor

de nieuwe

Eben-Haezerschool

zijn

Risico's ln dit onderzoek zijn zo goed als mogelijk de risicots ingeperkt. Zo is er overleg geweest met alle schetsen gemaakt om de kosten en grondeigenaren en zijn er waar nodig stedenbouwkundige opbrengsten te kunnen bepalen. Risicos die op dit moment nog onvoldoende in kaart kunnen worden gebracht zijn: Vertraging door en bezwaren tegen het wijzigen van de huidige bestemming(en). Denk hierbij ook aan het mogelijk vergoeden van planschade. Door een sterke stijging van de bouwprijzen staan de huidige prijzen onder druk. Wij adviseren daarom om bij het vaststellen van het definitieve budget ruimte in te bouwen om tussentijdse- en ongewenste verhogingen van het budget te voorkomen. Financiën/Arhi De financiële onderbouwing is weergegeven in de bijlagen van het onderzoeksrapport. Arhi zal hiertoe het onderzoek moeten worden gestart. Uitvoering De voorgestelde planning om te komen tot een daadwerkelijke weergegeven in het onderzoeksrapport.

Gelet op de wet

realisatie van een nieuwe school zijn

Evaluatie Op verzoek van de gemeenteraad (amendement CDA) is door aanvullend onderzoek de locatiekeuze gewijzigd. De nieuw voorgestelde locatie is in vele opzichten een betere locatie dan eerder voorgesteldv Een mooie veilige en centrale plek voor de nieuwe school en het verminderen van landbouwactiviteiten in het centrum van Leerbroek.

Communicatie/Participatie Voorafgaand aan de behandeling in de gemeenteraad zullen de direct omwonenden worden geïnformeerd. Na positieve besluitvorming zullen de direct omwonenden (en op grotere schaal de inwoners van Leerbroek) worden meegenomen in het verloop van het proces.

Het college van Zederik7 de secretaris

de burgemeester

KOPIE AUB NIET NAAR ARCHIEF STUREN!

s Zederik Onderwerp: Gewijzigd locatieonderzoek

nieuwbouw

school

Z.10940/RB.276

Leerbroek.

De Raad der gemeente

Zederik;

gelezen het voorstel van het college

22 augustus 2017;

gelet op het advies van de informatievergadering

l

9 oktober 2017;

besluit:

Op basis van de uitkomsten van het gewijzigde locatieonderzoek, 14-08-2017, in principe de locatie “Slagboom' aan te wijzen als nieuwe locatie voor de bouw van een nieuwe basisschool. Het in overleg met het schoolbestuur en overige belanghebbenden opstellen van een gedetailleerd

programma van eisen. Onderhandelingen te starten met de eigenaar van betreffende gronden, ten einde een definitieve grondprijs vast te stellen en nadere afspraken te maken over de voon/vaarden van grondaankoop en beoogde herontwikkeling. Een gedetailleerde begroting op te stellen, op basis waarvan investeringsbeslissingen kunnen worden gemaakt. De in het onderzoek voorgestelde planning als leidraad te hanteren voor de bouw van de nieuwe schoot ln overleg te treden met het schoolbestuur over de toekomstige aankoop van de huidige gronden, ten einde deze, na de oplevering van de nieuwe school, te kunnen herontwikkelen.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zederik, gehouden op 23 oktober 2017. De griffier, De voorzitter,

KOPIE AUB NIET NAAR ARCHIEF STUREN!

Gewijzigd haalbaarheidsonderzoek nieuwbouw EbenHaëzerschool Leerbroek

Meerkerk, 14 augustus 2017

Gewijzigd haalbaarheidsonderzoek nieuwbouw Eben-Haëzerschool Leerbroek

14 aug 2017

Inhoud Samenvatting onderzoek ................................................................................................................................. 2 Inleiding ........................................................................................................................................................... 2 Eben-Haëzerschool ........................................................................................................................................... 4 Locatie onderzoek nieuwe school .................................................................................................................... 5 Locatie Schep (1) .............................................................................................................................................. 7 Dr. A. Booijstraat (2) ...................................................................................................................................... 13 Locatie nabij het Hof van Leerbroek (3) .......................................................................................................... 16 Locatie Slagboom (4) ......................................................................................................................................

19 Bestaande locatie (5)...................................................................................................................................... 24 Overige locaties (te koop staande woningen en of bedrijven) (6) ................................................................... 27 Bouwkosten nieuwe basisschool .................................................................................................................... 28 Opbrengstpotentieel schoollocatie ................................................................................................................ 29 Investeringskostenramingen .......................................................................................................................... 29 Vervolgtraject ................................................................................................................................................ 29

Samenvatting onderzoek Onderstand een overzicht van de scores per locatie: Schep

Booijstr

Hof Leerbr

Slagboom

Bestaand

Overige

Ruimtelijke inpassing Meerwaarde voor directe omgeving Verkeersafwikkeling Veiligheid school Bestemmingsplan Financieel Uitbreiding toekomst Tijdsfactor

Gunstig, eenvoudig te realiseren Minder gunstig, wellicht lastiger te realiseren Ongunstig, moeilijk te realiseren Figuur 1.

Scores per onderzochte locatie

Inleiding De oorspronkelijke school dateert uit de jaren zestig en is later verbouwd en uitgebreid. Het gebouw voldoet niet meer aan de huidige- en toekomstige eisen die het moderne onderwijs aan schoolgebouwen stelt. Daarnaast is de school niet duurzaam en toekomstbestendig ingericht. De verkeerssituatie rondom de school is ook niet ideaal. Om duurzaam basisonderwijs in Leerbroek voor de toekomst te waarborgen is besloten een nieuwe school te realiseren. Ook wordt onderzocht of in de nieuwe school samenhangende functies kunnen worden samengevoegd. Te denken valt hierbij aan functies als voor- en buitenschoolse opvang, een peuterspeelzaal en/of bibliotheek functies. Op 30 januari jongstleden heeft de gemeenteraad besloten het eerdere onderzoek naar de mogelijkheden van een nieuwe school, d.d. 22 november 2016, uit te breiden met meerdere zoeklocaties. In dit onderzoek zijn de eerder onderzochte locaties opnieuw bekeken en uitgebreid met nieuwe locaties.

2 / 29

Gewijzigd haalbaarheidsonderzoek nieuwbouw Eben-Haëzerschool Leerbroek

14 aug 2017

Onderstaand de onderzochte locaties: -

Locatie Schep Kaas aan de Kerkweg nummers 11, 11a en 12 Locatie Dr. A. Booijstraat Locatie naast het Hof van Leerbroek Locatie tegenover bedrijfspand Schep (locatie Slagboom) De huidige schoollocatie aan de Leerbroekseweg 7 Overige te koop staande (woon)locaties

Het onderzoek geeft inzage in de investeringskosten, de ruimtelijke inpassingsmogelijkheden, de verkeerskundige situatie en de onderwijsaspecten in relatie met de omgeving. Aan de hand van de uitkomsten kunnen er vervolgens op bestuurlijk niveau keuzes worden gemaakt die leiden tot de realisatie van een nieuwe school.

3 / 29

Gewijzigd haalbaarheidsonderzoek nieuwbouw Eben-Haëzerschool Leerbroek

14 aug 2017

Eben-Haëzerschool Historie De Eben-Haëzerschool in Leerbroek bestaat al meer dan 130 jaar. De school is in 1884 gestart aan de Kerkweg (locatie Schep) en in 1961 verhuist naar de huidige locatie aan de Leerbroekseweg. De eerste steen werd gelegd door de voorzitter van het bestuur de heer S. van Toor op 22 september 1960. In 1966 werd achter de school de Christelijke kleuterschool gerealiseerd. De eerste uitbreiding van de lagere school dateert uit 1975. Hierop volgden begin jaren tachtig de realisatie van een speellokaal en in 1985 de samenvoeging van de kleuterschool en de lagere school. Het aantal leerlingen is de laatste jaren redelijk constant gebleven en schommelt rond de 200 leerlingen. Onderstaand het aantal leerlingen vanaf 2000 t/m 2016. Jaren Aantal leerlingen

2000 201

2005 216

2010 215 Figuur 2.

Figuur 3.

2015 211

2016 202

Aantal leerlingen Eben-Haëzerschool

Links: foto uit 1961, rechts: eerste steenlegging door S van Toor op 22 sept 1960

Huidige grootte In de huidige omvang heeft de school 9 groepslokalen, een speellokaal, een gemeenschapsruimte, een personeels- en directiekamer, een bespreekruimte en overige ruimten (toiletten, etc.). Op dit moment kent de huidige school uitsluitend een basisonderwijsfunctie. Onderwijs gerelateerde functies zoals voor- en naschoolse opvang, peuterspeelwerk, kinderopvang en bibliotheek zijn gevestigd in het nabij gelegen Leerdam en Nieuwland. Het schoolbestuur van de Eben-Haëzerschool heeft echter wel ambities om deze functies in een nieuwe brede school door externe partijen te laten exploiteren. Een toevoeging van deze functies geeft zoals eerder aangegeven een extra stimulans aan de toekomstbestendigheid van de basisonderwijsfunctie in Leerbroek. Uit onderzoek is gebleken dat er daadwerkelijk behoefte is aan kinderopvang, voor- en naschoolse opvang en peuterspeelwerk. Na besluitvorming kan deze behoefte verder geconcretiseerd worden. In dit haalbaarheidsonderzoek wordt uitgegaan van een nieuwe basisschool aangevuld met kindfuncties voor circa 16 kinderen.

Toekomstige ruimtebehoefte De ruimtebehoefte van de basisschool wordt bepaald op basis van het aantal leerlingen. Kijkend naar de leerlingenprognoses uit 2015 zal het leerlingenaantal van de basisschool in Leerbroek van 215 (2016 en 2017) dalen naar 175 leerlingen in 2035. Het gemiddelde aantal leerlingen over een periode van tien jaar (2015 2025) bedraagt ongeveer 200. Op basis van de landelijke norm betekent dit een schoolgebouw van 1.206 m² BVO (200 m2 + (aantal leerlingen * 5,03)) en een buitenruimte van circa 600 m2 (3 m2 per leerling). 4 / 29

Gewijzigd haalbaarheidsonderzoek nieuwbouw Eben-Haëzerschool Leerbroek

Figuur 4.

14 aug 2017

Leerlingenprognoses gemeente Zederik 2016 - 2035 (bron Pronexus)

Voor de ruimtebehoefte voor de kinderopvang/BSO en peuterspeelwerk wordt uitgegaan van 16 kindplaatsen, 56 m² BVO aan binnenruimte (3,5 m2 per kind) en 48 m² aan buitenruimte (3 m² per kind). Daarnaast dient rekening te worden gehouden met 20 m2 aan verschoningsruimte/slaapruimte. Een beperkte ruimte voor een bibliotheekfunctie kan worden gevonden in de school zelf. De totale binnenruimtebehoefte komt hiermee op 1.282 m2 BVO en 648 m2 aan buitenruimte. De werkelijke ruimte behoefte wordt medebepaald door de mate van multifunctionaliteit en flexibiliteit van het nieuwe gebouw en zal in een latere fase worden uitgewerkt. Als parkeerbehoefte wordt uitgegaan van minimaal 13 parkeerplaatsen (1 P per lokaal en 0,8 P per arbeidskracht nevenfuncties) en betreft circa 163 m2. De totale ruimtebehoefte inclusief buitenruimte en parkeergelegenheid voor een nieuwe brede school in Leerbroek komt hiermee op circa 2.100 m2 (afgerond).

Verkeersituatie Leerbroekseweg 7 Om een goed beeld te krijgen van de huidige verkeerssituatie heeft de Gemeente een verkeerskundig onderzoek laten uitvoeren. Uit dit onderzoek (VerkeerNED van 16 november 2016) blijkt dat de verkeersituatie rondom de school veilig is, maar niet ideaal. Vooral de zichtbaarheid van de school langs de Leerbroekseweg, het parkeren voor bezoekers en het veilig in- en uitstappen van kinderen behoeft aandacht.

Locatie onderzoek nieuwe school In het huidige onderzoek zijn naast de eerder onderzochte locaties nieuwe locaties toegevoegd. De eerdere onderzochte locaties zijn indien nodig aangepast en waar mogelijk uitgebreid. Onderstaand de onderzochte locaties: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Locatie Schep Kaashandel BV aan de Kerkweg Locatie Dr. A. Booijstraat Locatie naast het Hof van Leerbroek Locatie tegenover bedrijfspand Schep (locatie Slagboom) Bestaande locatie aan de Leerbroekseweg 7 Overige te koop staande (woon)locaties

5 / 29

Gewijzigd haalbaarheidsonderzoek nieuwbouw Eben-Haëzerschool Leerbroek

2.

14 aug 2017

3.

5. 6. 1. 4.

Alle locaties worden onderzocht op basis van: -

-

-

Ruimtelijke kwaliteit en -mogelijkheden Gekeken wordt of de locatie voldoende ruimte biedt en in hoeverre de nieuwe school past in haar directe omgeving Bestemmingsplan Welke mogelijkheden biedt het huidige bestemmingsplan en welke risico’s zijn aanwezig indien een wijziging van het huidige bestemmingsplan noodzakelijk is? Verkeer, parkeren en veiligheid Is het mogelijk om een goede en veilige verkeerssituatie te creëren? Financieel/economisch Wat zijn de investeringskosten? Mogelijkheden onderwijs Welke mogelijkheden biedt de betreffende locatie met betrekking tot toekomstig onderwijs? Overige Eventuele specifieke aandachtspunten.

6 / 29

Gewijzigd haalbaarheidsonderzoek nieuwbouw Eben-Haëzerschool Leerbroek

14 aug 2017

Locatie Schep (1) Historie

Figuur 5.

Krantenartikel uit de Wegwijzer april 1981 (Drukkerij Crezeé) 7 / 29

Gewijzigd haalbaarheidsonderzoek nieuwbouw Eben-Haëzerschool Leerbroek

14 aug 2017

Situatie

Figuur 6.

Locatie Schep, Leerbroekseweg 7

Oppervlakte: 3.880 m2 Eigendom: erven N.A. Schep

Foto’s

8 / 29

Gewijzigd haalbaarheidsonderzoek nieuwbouw Eben-Haëzerschool Leerbroek

Figuur 7.

14 aug 2017

Foto’s Locatie Schep, Leerbroekseweg 7

Ruimtelijke kwaliteit- en mogelijkheden De Schep-locatie is in eigendom van de erven N.A. Schep. De heer Schep is op 22 februari 2017 overleden. De locatie Schep bestaat uit twee percelen, die gezamenlijk een oppervlakte hebben van 3.880 m2 en derhalve voldoende groot voor de realisatie van een nieuwe school (2.100 m2). De locatie is in het centrum van Leerbroek gelegen. De huidige opstallen zijn divers van aard en worden thans hoofdzakelijke gebruikt voor opslag. De opstallen verkeren in redelijke tot slechte staat. Op de Scheplocatie heeft de oude basisschool van Leerbroek gestaan, waarvan thans alleen nog de linker zijgevel aan herinnert. Het nog bestaande deel van de oude school kent geen monumentenstatus. Naast de realisatie van een nieuwe school kan op het resterend perceel woningbouw worden ontwikkeld. Een dergelijke invulling heeft wellicht een positieve uitwerking op de grondprijs van de nieuwe school en een mogelijke meerwaarde betekenen voor de omliggende wijk (spin-off effect). Gevoerde gesprekken met Goed Wonen Zederik geven aan dat hiertoe geen acties zijn gepland in de nabije toekomst. Onderstaand een mogelijke invulling van de locatie teneinde een globale grondprijs te kunnen bepalen. Uitdrukkelijk wordt hierbij vermeld dat het hier gaat om een eerste schets. Meerdere varianten zijn denkbaar; school gesitueerd aan de Kerkweg, rijwoningen, etc.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=66e0daa4-cdcf-45d2-beae-75de18989f41