b_NL.IMRO.1961.BPleerbroekseweg9-VA01_toelichting.pdf
Tekst van het document
81. Aan de oostzijde van het erf staan nog eens drie betonnen kuilgrassilo’s.
82. De mestplaat achter de boerderij, met op de achtergrond meerdere containers.
83. Op het erf staan diverse kippenhokken.
34 van 44
Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek
versie: definitief 28-07-2021
6 WAARDENSTELLING In dit hoofdstuk worden de cultuurhistorische waarden van boerderij Leerbroekseweg 9 te Leerbroek met erf en bijgebouwen weergegeven. Eerst worden de waarden van het erf en de verschillende gebouwen op het erf besproken in paragraaf 6.1 Vervolgens worden in paragraaf 6.2 de waarden van de hoog gewaardeerde gebouwen weergegeven. De verschillende onderdelen van de panden (bouwmassa, draagconstructie, kapconstructie, exterieur, interieur) worden onderling vergeleken en gewaardeerd. De waardenstelling kan gebruikt worden als toetsingskader voor de beoordeling van de veranderingen aan het gebouw.
6.1 Waardestelling erf Algemene historische waarden
Het erf van de boerderij Leerbroekseweg 9 te Leerbroek is van belang als onderdeel van en als herinnering aan de agrarische geschiedenis van Leerbroek en de Vijfheerenlanden. De boerderij is gebouwd aan een middeleeuwse ontginningas en maakt onderdeel uit van het historische boerderijenlint van Leerbroek.
Landschappelijke waarden
Het erf van de boerderij is van belang vanwege de ligging in de twaalfde-eeuwse ontginning, op de kop van de kavel. Het erf wordt aan weerszijden begrensd door sloten die onderdeel uitmaakten van de middeleeuwse, irreguliere cope-ontginning van de polder. De sloten bepalen de structuur van het erf. Het erf en de sloten zijn daarmee onlosmakelijk met elkaar verbonden. Langs de sloot aan de oostzijde van het erf is een rij knotwilgen die vermoedelijk zijn aangebracht met de bouw van de boerderij eind negentiende eeuw en dienden als geriefhout. Zowel de sloten als de knotwilgen hebben een hoge cultuurhistorische waarde. Van het overig groen op het erf hebben de hagen langs de voortuin en de moestuin een positieve cultuurhistorische waarde. De hagen zijn traditioneel voor de moes- en siertuinen aan de voorzijde van boerderijen in de streek, maar maken geen onderdeel uit van een historische tuinaanleg. Overige groenelementen op het erf hebben een indifferente cultuurhistorische waarde: deze onderdelen zijn pas vanaf de laatste kwart van de twintigste eeuw aangebracht. De oprijlaan tussen de boerderij en de schuur is de oorspronkelijke oprijlaan van het erf en bevindt zich op de traditionele locatie voor erven in de streek. Deze oprijlaan heeft een hoge cultuurhistorische waarde.
De schuine oprijlaan naar het erf, hoewel zeer mooi gesitueerd met bomen aan weerszijden, heeft vanuit cultuurhistorische perspectief een indifferente waarde.
Architectuur- en bouwhistorische waarden Boerderij De boerderij uit 1890 heeft een hoge monumentwaarde als onderdeel van de oorspronkelijke opzet van het erf en de voor de streek kenmerkende vorm van een hallenhuisboerderij met hoge zijgevels zoals kenmerkend voor boerderijen uit ca. 1900. Zeldzaam is de aanwezigheid van een waterzolder. Indifferent gewaardeerd is de later aangebouwde stal achter de boerderij. De stal heeft zowel in de vormgeving als de materialen en constructies geen zeldzaamheidswaarde. Schuur 1 Schuur 1 uit ca. 1890 heeft een hoge monumentwaarde als onderdeel van de oorspronkelijke opzet van het erf. De schuur herinnert aan de agrarische functie van het erf. Zeldzaam is de oorspronkelijke kelder in de schuur en het nog aanwezige dakoverstek uit de bouwtijd. Indifferent gewaardeerd is de later aangebouwde stal achter de schuur. Uitzondering is het dakoverstek dat nog aanwezig is en de breedte van de schuur bepaalt. Schuur 2 en 3 Schuur 2 en 3 hebben een indifferente monumentwaarde. De schuren maken geen onderdeel uit van de oorspronkelijke opzet van het erf, zijn pas relatief recent aangebracht en hebben zowel in vorm, constructie als materiaal geen zeldzaamheidswaarde. 35 van 44
Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek
versie: definitief 28-07-2021
Kuilgrassilo’s De kuilgrassilo’s zijn kenmerkend voor een boerenerf uit het midden van de twintigste eeuw en zijn gaaf bewaard gebleven. Betonnen kuilgrassilo’s zijn niet bijzonder oud maar zijn wel in toenemende mate zeldzaam omdat deze elementen weer van boerenerven verdwijnen. De silo’s zijn daarom gewaardeerd met een positieve monumentwaarde. Overige elementen op het erf (de mestplaat en de kippenhokken) hebben een indifferente monumentwaarde. De onderdelen zijn pas relatief recent aan het erf toegevoegd en hebben geen zeldzaamheidswaarde.
6.1.1 Waardestelling weergegeven in plattegronden Hieronder is aangegeven hoe de verschillende onderdelen van het erf zijn gewaardeerd. De technische staat van de objecten is niet van invloed op de cultuurhistorische waarde. De waardering wordt uitgedrukt in drie categorieën: Categorie 1; Hoge cultuurhistorische waarden, deze zijn van cruciaal belang voor de structuur en/ of de betekenis van het object of gebied. Categorie 2; Positieve cultuurhistorische waarden, deze zijn van belang voor de structuur en/ of de betekenis van het object of gebied. Categorie 3; Indifferente cultuurhistorische waarden, deze zijn van relatief weinig belang voor de structuur en/ of de betekenis van het object of gebied.
Waardestellingsplattegrond van het erf met sloten, oprijlaan, het groen en bebouwing. De tekening kan niet los worden gezien van de tekst. Afbeelding: Bureau Helsdingen op onderlegger rce.webgispublisher.nl
36 van 44
Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek
versie: definitief 28-07-2021
6.2 Waardestelling op pandniveau Van de objecten op het erf met een hoge monumentwaarde is een interne waardestelling op pandniveau gemaakt. Voor de objecten met een positieve of indifferente monumentwaarde geldt dat er geen sprake is van een verder onderscheid in waarde op pandniveau.
Uitleg waardestelling boerderij In het algemeen geldt dat de bouwfase van de bouw van de boerderij (1890) is gewaardeerd met een hoge monumentwaarde. Deze bouwfase betreft het originele ontwerp en vormt de kern van de boerderij. Aanpassingen aan de boerderij in de twintigste eeuw, zowel aan de woning als aan de bedrijfsgedeelte, zijn gewaardeerd met een indifferente monumentwaarde. Deze aanpassingen hebben, hoewel zorgvuldig uitgevoerd, geen toegevoegde waarde voor de ontwikkeling van het gebouw en maken de oorspronkelijke opzet en indeling van de boerderij minder duidelijk. Onderdelen van het pand die binnen de boerderij zijn hergebruikt of aangepast hebben een positieve monumentwaarde vanwege hun ouderdom en herkomst uit het pand zelf.
Bouwmassa en exterieur
De bouwmassa van de boerderij uit 1890 is gewaardeerd met een hoge monumentwaarde. De hoofdvorm is zeer kenmerkend voor boerderijen uit de late negentiende eeuw uit de streek (hallenhuisboerderij met hoge zijgevels) en is in opzet intact bewaard gebleven. De aangebouwde stal heeft een indifferente monumentwaarde. De voorgevel en zijgevels van de boerderij uit de bouwtijd hebben een hoge monumentwaarde. De voorgevel is sober maar zorgvuldig vormgegeven met rozetankers, zesruits schuifvensters onder segmentbogen en een min of meer centrale voordeur met bovenlicht. De zijgevels zijn eenvoudiger vormgegeven met reguliere, rechte ankers en strekken boven de vensters van één strek i.p.v. anderhalve strek (voorgevel). De oorspronkelijke woonvertrekken zijn in de zijgevels zijn herkenbaar aan de zesruits schuifvensters die ook in de voorgevel zijn toegepast en van hoge waarde. Ook de kelder- en opkamervensters zijn nog duidelijk herkenbaar in de zijgevel en hoog gewaardeerd, evenals de houten stalramen. Vensters en deuren van na de bouwtijd zijn gewaardeerd met een indifferente monumentwaarde. De begane grond van de achtergevel dateert vermoedelijk nog uit de bouwtijd en heeft een hoge monumentwaarde. Dit geldt niet voor de cementlaag tegen de gevel. De topgevel was van oorsprong van hout zoals kenmerkend is voor de regio, maar is in de twintigste eeuw vervangen voor metselwerk.
Dit metselwerk wijkt af van het overige, oudere metselwerk van de gevel en is gewaardeerd met een indifferente monumentwaarde.
Constructie, interieur en afwerking
De constructie uit de bouwtijd zowel voor als achter de brandmuur is gewaardeerd met een hoge monumentwaarde. De enkelvoudige balklaag is zeer kenmerkend voor de bouwtijd en geeft aan welke ruimtes een woonfunctie hadden. De ankerbalkconstructie is traditioneel voor een hallenhuis uit de bouwperiode. Bijzonder en zeldzaam is de intacte waterzolder waar het vee bij hoogwaterstanden in veiligheid kon worden gebracht. De waterzolder is met de laat negentiende-eeuwse datering een laat exemplaar maar wel een van de weinig intact bewaarde waterzolders uit de regio. Er is geen opening naar de waterzolder aangetroffen, mogelijk kon het vee van buitenaf naar de zolder worden gebracht. De brede vloerdelen boven de kelder bij wijze van constructie zijn ongebruikelijk maar dateren wel uit de bouwtijd. De oorspronkelijke structuur van het voorhuis met middengang met kamers aan weerszijden is nog herkenbaar en is voor zover nog aanwezig hoog gewaardeerd. Verder hebben de onderdelen in het voorhuis uit de bouwtijd (paneeldeuren, schoorsteenmantel) een hoge monumentwaarde. Toevoegingen om de ruimte te verbouwen tot een zelfstandige woning zijn indifferent, zij doorbreken de oorspronkelijke opzet. De kamers op de verdieping van het voorhuis zijn allen na de bouwtijd aangebracht en hebben een indifferente monumentwaarde.
Het rookkanaal en de binnenluiken uit de bouwtijd zijn van hoge waarde, de hergebruikte bedstededeuren zijn positief. In het voormalige woongedeelte achter de brandmuur zijn de brede werkschouw met tegeltableaus (min de nieuwe tableaus van boer en boerin), de paneeldeuren van de voormalige bedstede en de schoorsteenmantel hoog gewaardeerd. In het voormalige bedrijfsgedeelte zijn geen elementen uit de bouwtijd bewaarde gebleven behalve de constructie met ankerbalkgebinten en de waterzolder. De kamers die op de waterzolder zijn aangebracht na de bouwtijd hebben een indifferente monumentwaarde. De spanten boven de gebinten zijn van 37 van 44
Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek
versie: definitief 28-07-2021
hoge waarde, ondanks het doorzagen van de spanttussenbalken. Ook het rookkanaal op de verdieping van de werkschouw heeft een hoge monumentwaarde vanwege de ouderdom (1890).
Uitleg waardestelling schuur 1 Schuur 1 is even oud als de boerderij en behoort bij de oorspronkelijke opzet van het erf. In het algemeen geldt dat de bouwfase uit 1890 is gewaardeerd met een hoge monumentwaarde, terwijl toevoegingen en wijzigingen in de twintigste eeuw zijn gewaardeerd met een indifferente monumentwaarde. Zij doorbreken de oorspronkelijke opzet en structuur van de schuur. Vervangen onderdelen van de originele opzet hebben net als bij de boerderij een positieve monumentwaarde.
Bouwmassa en exterieur
De oorspronkelijke bouwmassa van de schuur uit 1890 is gewaardeerd met een hoge monumentwaarde terwijl de toevoeging van de pinkenstal is gewaardeerd met een indifferente monumentwaarde. De toevoeging wijzigt de oorspronkelijke opzet van de schuur en zorgt dat de oorspronkelijke houten topgevel aan de achterzijde niet meer zichtbaar is. De voorgevel bestaat deels uit metselwerk en heeft een houten topgevel. De traditie om deels in hout te bouwen hield in de Vijfheerenlanden stand tot ca. 1900. De voorgevel van de schuur is hier een goed voorbeeld van en is daarom gewaardeerd met een hoge monumentwaarde, inclusief de stalramen en hooiluik uit de bouwtijd. De linker zijgevel dateert geheel intact uit de bouwtijd, inclusief kelderraam met diefijzers, en is gewaardeerd met een hoge monumentwaarde. Dit geldt ook voor de oorspronkelijke achtergevel, inclusief houten topgevel en hooiluik uit de bouwtijd. In de rechter zijgevel van de schuur zijn meerdere delen opnieuw gemetseld. Het oorspronkelijke metselwerk uit 1890 met stalramen is gewaardeerd met een hoge monumentwaarde, terwijl de nieuwe delen met nieuwe deur- en raamindeling indifferent zijn gewaardeerd.
Constructie, interieur en afwerking
De constructie van de schuur is, inclusief de kap met dakoverstek, uit de bouwtijd bewaard gebleven. Deze constructie heeft vanwege de ouderdom en materialisering een hoge monumentwaarde. Van hoge waarde is de kelder tegen de voorgevel. De kelder dateert uit de bouwtijd en is een zeldzaam element in schuren. Zowel in de kelder als in de eerste travee is de klinkervloer uit de bouwtijd bewaard gebleven, de heeft een hoge monumentwaarde. De wand tussen voor en achter is opnieuw opgemetseld met kalkzandsteenblokken maar lijkt in opzet wel uit de bouwtijd te dateren. Deze wand heeft daarom een positieve monumentwaarde.
6.2.1 Waardestelling weergegeven in plattegronden Hieronder is aangegeven hoe de onderdelen van de panden zijn gewaardeerd. Bij de waardering is rekening gehouden met de ouderdom, de bouwhistorische waarde en de herkenbaarheid van de ontwikkeling van het gebouw en de bouwgeschiedenis. De technische staat is niet van invloed op de bouwhistorische waarde. De waardering wordt uitgedrukt in drie categorieën: Categorie 1; Hoge monumentwaarden, deze zijn van cruciaal belang voor de structuur en/ of de betekenis van het object of gebied. Categorie 2; Positieve monumentwaarden, deze zijn van belang voor de structuur en/ of de betekenis van het object of gebied. Categorie 3; Indifferente monumentwaarden, deze zijn van relatief weinig belang voor de structuur en/ of de betekenis van het object of gebied. Waardering balklagen/ zoldering/ kap De kleur komt overeen met de hierboven genoemde categorieën. Waardering vloeren. De kleur komt overeen met de hierboven genoemde categorieën. Waardering van interieurelementen. In de ruimte die zo is aangeduid bevinden zich waardevolle interieurelementen. De kleur komt overeen met de hierboven genoemde categorieën. 38 van 44
Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek
versie: definitief 28-07-2021
Waardestellingsplattegrond kelder boerderij en schuur. De voorgevels zijn rechts. De tekening kan niet los worden gezien van de tekst. Tekening: Bureau Helsdingen op onderlegger De Kuiper Infrabouw
Waardestellingsplattegrond begane grond boerderij en schuur. De voorgevels zijn rechts. De tekening kan niet los worden gezien van de tekst. Tekening: Bureau Helsdingen op onderlegger De Kuiper Infrabouw.
39 van 44
Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek
versie: definitief 28-07-2021
Waardestellingsplattegrond eerste verdieping. De voorgevels zijn rechts. De tekening kan niet los worden gezien van de tekst. Tekening: Bureau Helsdingen op onderlegger De Kuiper Infrabouw.
Waardestellingsplattegrond tweede verdieping van de boerderij. De voorgevel is rechts. De tekening kan niet los worden gezien van de tekst. Tekening: Bureau Helsdingen op onderlegger De Kuiper Infrabouw.
40 van 44
Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek
versie: definitief 28-07-2021
7 SAMENVATTING Samenvatting bouwgeschiedenis Het erf van de boerderij was tot het einde van de negentiende eeuw een weiland aan de ontginningsas van Leerbroek. Het weiland maakte onderdeel uit van de twaalfde-eeuwse cope-ontginningen van het gebied. In 1890 werden in het weiland een boerderij met een naastgelegen schuur gebouwd. Het nieuwe erf werd begrensd door bestaande sloten. De eerste bewoner van de boerderij was de boer Arie de Jong. De boerderij was een traditionele, rechthoekige hallenhuisboerderij met hoge zijgevels zoals kenmerkend voor boerderijen van rond 1900, en was voorzien van een dakoverstek. De voorgevel was sober vormgegeven met zesruits schuifvensters, een voordeur net uit het midden van de gevel en rozetankers. De vensters waren voorzien van houten luiken. Het bedrijfsgedeelte van de boerderij was voorzien van houten stalramen, de achtergevel had een houten topgevel. Het voorhuis had een enkelvoudige balklaag, bedstedewanden, een schoorsteenmantel en een kelder met opkamer. Het bedrijfsgedeelte van de boerderij was vrij traditioneel vormgegeven met een grote werkschouw achter de brandmuur en een waterzolder waar het vee bij hoogwater in veiligheid kon worden gebracht. Zowel de werkschouw als de waterzolder zijn late voorbeelden in hun soort in de streek.
Gelijk met de boerderij werd in 1890 aan de oostzijde van het erf een rechthoekige schuur gebouwd met een houten topgevel aan voor- en achterzijde met net als de boerderij een dakoverstek. Het deels bouwen in houten gevels was een lokale traditie die in de Vijfheerenlanden tot ca. 1900 in stand is gebleven. Het erf en de boerderij met bijgebouwen zijn in de eerste helft van de twintigste eeuw vrijwel onveranderd gebleven, enkel het dakoverstek van de boerderij werd afgebroken. In 1965 werd de familie Verrips eigenaar van de boerderij, zij zetten het boerenbedrijf voort. Op het erf werden vijf kuilgrassilo’s geplaatst. Een schuur achter de boerderij werd afgebroken, hier kwamen twee nieuwe schuren te staan die begin 21e eeuw zijn vervangen door de twee huidige schuren. Zowel de boerderij als de schuur uit 1890 werden verlengd met een moderne stal. In de linker zijgevel van de eerste travee achter de brandmuur van de boerderij is in de tweede helft van de twintigste eeuw een breed venster aangebracht. In de rechter zijgevel van dezelfde travee is een stalraam verbouwd tot een deur met zijlicht. Begin 21e eeuw is de boerderij gesplitst in twee woningen: één in het oorspronkelijke voorhuis en één in het voormalige bedrijfsgedeelte achter de brandmuur.
Om deze woningen te realiseren zijn de doorgangen in de brandmuur dichtgezet, zijn in het voorhuis een toilet en badkamer aangebracht en een hal in de woning achter de brandmuur. De boerderij is niet meer agrarisch in gebruik, de koestallen zijn verwijderd. Samenvatting waardering Voor zowel de boerderij als de schuur uit 1890 geldt dat de oorspronkelijke bouwfase gewaardeerd is met een hoge monumentwaarde. Dit is de oorspronkelijke opzet van de gebouwen. De vormgeving en de materialisering van beide gebouwen is kenmerkend voor de periode waarin zij zijn gebouwd en de streek. De boerderij is enerzijds zeer kenmerkend voor een boerderij uit de periode rond 1900 met hoge zijgevels, rozetankers in de voorgevel en een ranke enkelvoudige balklaag in het interieur, met een moderne schoorsteenmantel in het voorhuis. Tegelijk is het gebouwd als een vrij traditionele boerderij waarbij de werkschouw en de waterzolder late voorbeelden zijn in de streek. De schuur heeft traditioneel deels gemetselde en deels houten gevels. Bijzonder aan de schuur zijn de kelder en het dakoverstek. Aanpassingen aan de gebouwen uit de twintigste en 21e eeuw zijn gewaardeerd met de indifferente monumentwaarde. Deze onderdelen hebben geen toegevoegde waarde voor de ontwikkeling van de gebouwen en maken de oorspronkelijke opzet en indeling van de boerderij en schuur minder duidelijk.
Onderdelen van het pand die binnen de boerderij zijn hergebruikt of aangepast hebben een positieve monumentwaarde vanwege hun ouderdom en herkomst uit het pand zelf. Het erf ligt op een kavel uit de twaalfde-eeuwse ontginningen van regio, op de kop van de kavel. Het erf wordt begrensd door sloten die onderdeel uitmaken van de middeleeuwse ontginningen. De sloten zijn vanwege hun hoge ouderdom gewaardeerd met een hoge monumentwaarde. De rij knotwilgen langs de sloot aan oostzijde behoort bij de oorspronkelijke opzet van het erf en heeft ook een hoge monumentwaarde. Ook van hoge waarde is de oorspronkelijke oprit naar het erf tussen boerderij en schuur in. Van positieve monumentwaarde zijn de ligusterhagen langs de tuinen en de kuilgrassilo’s. De hagen zijn traditioneel voor tuinen uit de streek maar zijn niet origineel. De kuilgrassilo’s zijn niet bijzonder oud maar zijn kenmerkend voor boerenerven in de twintigste eeuw en worden in toenemende mate zeldzaam. Overige bebouwing op het erf en de nieuwe oprit hebben een indifferente monumentwaarde. Zij maken geen onderdeel uit van de historische opzet van het erf.
41 van 44
Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek
versie: definitief 28-07-2021
8 BRONNEN Literatuur • • • •
GRONINGEN, Catharina L. van, De Vijfheerenlanden met Asperen, Heukelum en Spijk (’s-Gravenhage, 1989). Jongere bouwkunst en stedebouw 1800-1945. Zederik. Monumenten Inventarisatie Project (MIP) (’s-Gravenhage, 1991). STENVERT, Ronald e.a., Monumenten in Nederland. Zuid-Holland (Zwolle, 2004). WIJNSTRA, Arjan, ‘Droog onder kap. Dakoverstekken in Vijfheerenlanden’, in: Landleven 2 (2015) pp. 126-131.
Websites • • • •
beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.kadaster.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl
Afbeeldingen en tekeningen zonder bronvermelding zijn afkomstig van Bureau Helsdingen.
42 van 44
Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek
versie: definitief 28-07-2021
9 BIJLAGE – MIP BESCHRIJVING
Uit: Jongere bouwkunst en stedebouw 1800-1945. Zederik. Monumenten Inventarisatie Project (MIP) (’s-Gravenhage, 1991). 43 van 44
Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek
versie: definitief 28-07-2021
Uit: Jongere bouwkunst en stedebouw 1800-1945. Zederik. Monumenten Inventarisatie Project (MIP) (’s-Gravenhage, 1991).
44 van 44
BIJLAGE ADVIES Deze bijlage behoort bij de bouwhistorische quickscan van boerderij Leerbroekseweg 9 te Leerbroek. De bijlage bestaat uit een cultuurhistorisch advies voor de herbestemming en ontwikkelingsmogelijkheden van het erf met bijbehorende gebouwen. Algemeen In het algemeen geldt dat de onderdelen op het erf met een hoge cultuurhistorische waarde zoveel als mogelijk gerespecteerd moeten in worden in het nieuwe ontwerp (zie p.35 van de quickscan). Deze hoge cultuurhistorische waarde geldt voor de boerderij en schuur uit 1890 en de oprit (erftoegang) tussen de twee gebouwen in. De opzet is kenmerkend voor boerenerven in de Vijfheerenlanden en is intact bewaard gebleven sinds de bouw in de late negentiende eeuw. Boerderij De eigenaren hebben de wens om de boerderij uit 1890 in drieën te bewonen. Momenteel wordt de boerderij reeds in tweeën bewoond, met één woning in het oorspronkelijke woongedeelte voor de brandmuur, en één woning achter de brandmuur. Het plan bestaat om in het achterste deel (de v.m. stal) een extra woning te creëren. De huidige indeling van de tweede woning leent zich voor een verdere opdeling zonder dat hierbij de cultuurhistorische waarden worden aangetast. Op de begane grond is reeds een grote open ruimte in de voormalige stal die van de rest van de woning is afgescheiden, met daarboven de lege, voormalige hooizolder.
Op deze plek kan zonder grote gevolgen voor de indeling van de boerderij een derde woning worden gecreëerd. De belangrijkste uitdagingen in het ontwerp voor de nieuwe zijn het creëren van een eigen toegang en voldoende daglichttoetreding. Als algemeen uitgangspunt geldt om hierbij zoveel mogelijk de bestaande en voormalige deuren en vensters in de gevel te gebruiken, evenals het oude hooiluik op het dak. Schuur Bij de schuur naast de boerderij is sprake van achterstallig onderhoud, maar dit pand heeft net als de boerderij een hoge monumentwaarde door de ouderdom, vormgeving en traditionele locatie op het erf. Uitgangspunt bij het herstel van de schuur is het vinden van een economische drager, zoals bijvoorbeeld een woonfunctie. De schuur heeft voldoende oppervlak voor het creëren van één of twee woningen. Voor het behoud van deze waardevolle schuur is het creëren van een economische drager essentieel. Ook hier geldt, net als bij de boerderij, dat voor het creëren van een entree en daglichttoetreding bij voorkeur zoveel mogelijk de oorspronkelijke vensteropeningen worden gebruikt. In de rechter zijgevel van de schuur zijn verschillende delen van het metselwerk ingeboet en voorzien van nieuwe vensters en deuren. Hier kunnen zonder inbreuk op de cultuurhistorische waarde het gemakkelijkst nieuwe vensteropeningen worden aangebracht.
Erfstructuur en inritten Aan de noordwestzijde van de boerderij bevindt zich een deels begroeide en deels open ruimte waar eventueel ontwikkelingen mogelijk zijn. Indien hier een woning zou worden gebouwd, dan dient deze woning aan enkele criteria te voldoen zodat deze ontwikkeling geen afbreuk doet aan de cultuurhistorische context van het boerderijenlint en de naastgelegen boerderij. Daarbij is het belangrijk om rekening te houden met het volgende. De plaatsing op de kavel moet zodanig zijn dat de boerderij de blikvanger blijft en de nieuwe ontwikkeling daaraan ondergeschikt is. De woning dient een eenvoudige en heldere hoofdvorm te hebben van één laag met een kap met zadeldak met de nok evenwijdig aan de kavelrichting, net als de boerderij. De voorgevel is gericht op de weg, de gevels zijn van baksteen en verticaal geleed met staande vensters en het dak bedekt met keramische pannen of riet. Op het erf zijn reeds twee inritten aanwezig: de oorspronkelijk inrit tussen de boerderij en de schuur aan de oostzijde van het erf, en een diagonale, jongere inrit aan de westzijde van het erf. De oorspronkelijke inrit heeft door de ouderdom en traditionele ligging een hoge monumentwaarde. Het heeft om deze reden de voorkeur om de inrit te behouden. De diagonale inrit aan de westzijde heeft een indifferente monumentwaarde omdat het een jonge oprit betreft.
Wel is de oprit voorzien van hoge bomen aan weerszijden in de huidige tuinaanleg. Wanneer het mogelijk is, heeft het de voorkeur om, gelijk met de tuinaanleg, deze oprit naar het erf te behouden in plaats van een nieuwe te creëren.
Bijlage advies Leerbroekseweg 9 te Leerbroek
datum: 8-09-2021
Parkeren Met twee mogelijke extra woningen op het erf neemt ook de parkeerlast toe. Het heeft vanuit cultuurhistorisch oogpunt de voorkeur om de parkeerplaatsen aan de achterzijde van het erf te creëren, achter de bebouwing. Hier is momenteel veel ruimte en door de auto’s aan de achterzijde van het erf te parkeren blijft het oude zicht van de boerderij met schuur en tuinen aan de voorzijde van het erf intact zonder dat dit beeld verrommelt. Indien parkeren aan de achterzijde niet voldoende mogelijkheden biedt, kan ook aan de voorzijde van de schuur enige parkeerruimte worden gemaakt, mits deze zoveel mogelijk aan het zicht wordt onttrokken door het plaatsen van heggen die de auto’s aan het zicht onttrekken. Nu is ook een kleine parkeerplaats aan de voorzijde van de schuur aanwezig, die wegvalt achter de hagen van de moestuin. Tuin De huidige tuin aan de voorzijde van het erf bestaat uit een siertuin voor de boerderij en een moestuin voor de schuur, beiden omringd door hagen. De opzet van de tuin en moestuin is niet heel oud: op een foto van de boerderij met erf uit 1979 (zie afb. 7 in de quickscan) zijn ze nog niet zichtbaar. Toch hebben de tuin en moestuin een positieve monumentwaarde gekregen in het rapport. De aanwezigheid van tuinen en moestuinen aan de voorzijde van de boerderij is zeer traditioneel voor de streek, inclusief de begrenzing van de tuin door hagen.
De tuin en moestuin hebben daarom een toegevoegde waarde voor het erf en het beeld van het erf vanaf de weg en het verdient de aanbeveling om beide tuinen te behouden bij een herinrichting van het erf. Bureau Helsdingen 8-9-2021
2 van 2
Blinde Banisweg 15, 7462 VH, Rijssen E info@voortmaningenieurs.nl I www.voortmaningenieurs.nl
T (0548) 51 22 88 BTW NL 128131421 B01 NL 34 RABO 0113973667
Rapport Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai woningen Leerbroekseweg 9 te Leerbroek
projectnummer
21.1546
kenmerk
R-JVO/1690
opdrachtgever
Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer bv
postadres
Lekdijk 44 2967 GB LANGERAK
contactpersoon
dhr. G. Kooijman
telefoon
(0184) 600 240
telefax
gerben@vandenheuvelbv.eu
2967 GB LANGERAK
status
Definitief
versie
1
aantal pagina’s
13
datum
28 mei 2021
auteur
Ing. J. Voortman
paraaf
© Voortman Ingenieurs Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Voortman Ingenieurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
13
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING
2
2
WETTELIJK KADER
3
2.1
Algemeen
3
2.2
Zones langs wegen
3
2.3
Grenswaarden wegverkeerslawaai
4
2.4
30 km/h zone
5
2.5
Aftrek artikel 110g Wet geluidhinder
5
2.6
Plangebied
6
2.7
Gemeentelijk beleid
6
3
ONDERZOEKSGEGEVENS
8
3.1
Onderzoeksgebied
8
3.2
Rekenmethode wegverkeerslawaai
9
3.3
Verkeersgegevens wegverkeer
9
4
ONDERZOEKSRESULTATEN
10
4.1
Rekenresultaten en toetsing wegverkeerslawaai
10
5
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
13
5.1
Aan te vragen hogere grenswaarden wegverkeerslawaai
13
5.2
Geluidwering van de gevel
13
Bijlagen Bijlage 1: Figuren akoestisch model en situatietekening Bijlage 2: Invoergegevens akoestisch model Bijlage 3: Berekeningsresultaten wegverkeerslawaai
datum
28 mei 2021
kenmerk
R-JVO/1690 21.1546
pagina 1 van 13
13
1
INLEIDING In opdracht van Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer bv is door Voortman Ingenieurs een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de realisatie van 3 woningen (1 vrijstaande woning en een bestaande woonboerderij waar 2 extra wooneenheden in worden ondergebracht) aan de Leerbroekseweg 9 te Leerbroek. In afbeelding I is de situering van het plangebied weergegeven. Afbeelding I: situering woning aan de Leerbroekseweg 9 te Leerbroek (bron kadastralekaart.com)
nieuwe woning
In 3 delen te splitsen woonboerderij
De woningen zijn ten aanzien van wegverkeerslawaai gelegen binnen de geluidzone van de Leerbroekseweg en de invloedssfeer van 30 km/h wegen. Doel van het onderzoek is om in het kader van de ruimtelijke onderbouwing de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai te bepalen en te toetsen aan de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid.
datum
28 mei 2021
kenmerk
R-JVO/1690 21.1546
pagina 2 van 13
13
2
WETTELIJK KADER
2.1
Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het wettelijke kader voor de toelaatbare geluidbelasting vanwege een weg of spoorlijn op geluidgevoelige bestemmingen, zoals bijvoorbeeld woningen, onderwijsgebouwen en zorginstellingen. Het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 stelt regels aan het bepalen van de geluidbelasting. Binnen de geluidzone van een weg of spoorlijn dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidbelasting op de binnen de zone gelegen woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. Uitgangspunt voor het bepalen van de toekomstige geluidbelasting is het zogenaamde maatgevende jaar. In beginsel is dat minimaal 10 jaar na realisatie van de bouwplannen. Bij het berekenen van de geluidbelasting wordt de Europese dosismaat Lden (day-evening-night) in dB rekenkundig als volgt bepaald: ▪
Lden = 10log 1/24 (12 x 10^(Lday/10) + 4 x 10^(Levening/10) + 8 x 10^(Lnight/10))
De geluidbelasting Lden-waarde is het energetisch en naar de tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende drie waarden:
2.2
▪
het geluidniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur);
▪
het geluidniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB;
▪
het geluidniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 07.00 uur) + 10 dB.
Zones langs wegen De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde geluidzone van een weg. In artikel 74 van de Wet geluidhinder wordt beschreven dat alle wegen een zone hebben, uitgezonderd wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt en wegen gelegen binnen als een woonerf aangeduid gebied. De breedte van de zone, aan weerszijden van de weg, is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard (stedelijk of buitenstedelijk) van de omgeving. De afstanden worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook. In tabel 2.1 zijn de zonebreedten weergegeven. Tabel 2.1: zonebreedten aantal rijstroken
datum
breedte van de geluidzone [m] stedelijk gebied
buitenstedelijk gebied
1 of 2
200
250
3 of 4
350
400
5 of meer
350
600
28 mei 2021
kenmerk
R-JVO/1690 21.1546
pagina 3 van 13
13
In artikel 1 van de Wet geluidhinder is het stedelijk en buitenstedelijk gebied als volgt gedefinieerd: ▪
stedelijk: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg;
▪
buitenstedelijk: het gebied buiten de bebouwde kom (begrensd door de borden van de komgrens) en het gebied (binnen en buiten de bebouwde kom) binnen de zone van een autoweg of autosnelweg.
In artikel 75 van de Wet geluidhinder is geregeld dat het breedste zonedeel van een weg, bij een overgang tussen weggedeelten met verschillende zonebreedte, over een afstand van een derde van de breedte nog langs de wegas doorloopt. Aan de uiteinden van een weg loopt de zone door over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de weg.
2.3
Grenswaarden wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidbelasting op de gevels van nieuwe en bestaande woningen langs nieuwe en bestaande wegen binnen en buiten de bebouwde kom. In tabel 2.2 zijn de voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden weergegeven waarin in verschillende situaties moet worden voldaan. Tabel 2.2: overzicht voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden wegverkeerslawaai stedelijk gebied
buitenstedelijk gebied
woning
weg
voorkeursgrenswaarde
maximale ontheffing
voorkeursgrenswaarde
maximale ontheffing
nieuw
nieuw
48 dB
58 dB
48 dB
53 dB
bestaand
nieuw
48 dB
63 dB
48 dB
58 dB
bestaand
in reconstructie
48 dB
68 dB
48 dB
68 dB
nieuw
bestaand
48 dB
63 dB
48 dB
53 dB
In situaties met nieuwe woningen en/of nieuwe wegen moet in beginsel voldaan worden aan de voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op een geluidgevoelige bestemming hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, dient de toepassing van geluidreducerende maatregelen te worden onderzocht. In artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder is vermeld dat hogere grenswaarden pas kunnen worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders, indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugdringen van de geluidbelasting, onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van stedebouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.
datum
28 mei 2021
kenmerk
R-JVO/1690 21.1546
pagina 4 van 13
13
2.4
30 km/h zone Wegen waar een maximum rijsnelheid van 30 km/h geldt, zijn in de zin van de Wet geluidhinder niet zoneplichtig. Een akoestisch onderzoek is voor dergelijke wegen derhalve niet noodzakelijk. Op 3 september 2003 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (nr. 200203751/1: Abcoude) uitgesproken dat in een dergelijk geval nog niet geconcludeerd kan worden dat het plan aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke onderbouwing. Uit jurisprudentie blijkt dat ook bij 30 km/h zones de geluidbelasting onderzocht dient te worden. Deze wegen worden niet getoetst aan de Wet geluidhinder maar de geluidbelasting wordt inzichtelijk gemaakt om de noodzaak van eventuele gevelmaatregelen te kunnen bepalen.
2.5
Aftrek artikel 110g Wet geluidhinder Conform artikel 110g van de Wet geluidhinder mag het resultaat van de berekende geluidbelasting met maximaal 5 dB worden verminderd voordat de geluidbelasting wordt getoetst aan de (voorkeurs) grenswaarden. Deze correctie biedt de mogelijkheid om rekening te houden met het afnemen van de geluidproductie van de motorvoertuigen. De hoogte van de aftrek bedraagt: ▪
2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van de lichte motorvoertuigen 70 km/h of meer bedraagt. In afwijking hiervan (en in de software van het gebruikte programma al verwerkt) wordt 1 dB in mindering gebracht voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 kilometer per uur of meer bedraagt en het wegdek bestaat uit een elementenverharding of een van de volgende wegdektypen:
▪
▪
Zeer Open Asfalt Beton (ZOAB);
▪
tweelaags ZOAB, met uitzondering van fijn tweelaags ZOAB;
▪
uitgeborsteld beton;
▪
geoptimaliseerd uitgeborsteld beton;
▪
oppervlakbewerking;
Per 20 mei 2014 geldt een tijdelijke wijziging van de aftrek van 3 dB en 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 110g Wgh respectievelijk 56 dB en 57 dB bedraagt;
datum
▪
5 dB voor overige wegen;
▪
0 dB voor de bepaling van de geluidwering van de gevel conform het Bouwbesluit.
28 mei 2021
kenmerk
R-JVO/1690 21.1546
pagina 5 van 13
13
2.6
Plangebied De woningen zijn ten aanzien van wegverkeerslawaai gelegen binnen de geluidzone van de Leerbroekseweg. De geluidzone van deze weg (2 rijstroken, stedelijk gebied) bedraagt 200 m en de wettelijke rijsnelheid bedraagt 50 km/h. De aftrek conform artikel 110g Wgh bedraagt voor deze weg 5 dB. De wettelijke rijsnelheid op de Leerbroeksweg gaat ter hoogte van Leerbroekseweg 20/22 in oostelijke richting over van 50 km/h naar 30 km/h. De geluidzone loopt over 1/3 van de breedte langs de wegas door (67 m), zodat alle nieuw te realiseren woningen binnen de geluidzone van de Leerbroekseweg zijn gesitueerd. In tabel 2.3 zijn de van toepassing zijnde grenswaarden weergegeven. Tabel 2.3: overzicht grenswaarden (incl. aftrek artikel 110g Wgh) bronsoort
wegvak
wegverkeer
Leerbroekseweg
voorkeursgrenswaarde
maximale ontheffingswaarde
48 dB
63 dB
De woningen zijn tevens gelegen binnen de invloedssfeer van wegen waarvoor een toelaatbare rijsnelheid van 30 km/h geldt (en de Leerbroekseweg maatgevend is). 30 km/h wegen hebben van rechtswege geen geluidzone en worden in het kader van de ruimtelijke ordening niet getoetst aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Wel dient de geluidbelasting onderzocht te worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening en om de eventueel noodzakelijke gevelmaatregelen in het kader van het Bouwbesluit te kunnen bepalen.
Gemeentelijk beleid
2.7
Op 14 juli 2020 is het gemeentelijk geluidsbeleid "Beleidsregel hogere waarden Wgh, gemeente Vijfheerenlanden" vastgesteld. Voor het verlenen van hogere waarden stelt de gemeente voorwaarden aan de planopzet en maatregelen van akoestische aard bij de ontvanger. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in eisen en inspanningsverplichtingen. Wanneer er een hogere waarde moet worden verleend, dient aan de eisen van het hogere waarden beleid te worden voldaan. De eisen zijn als volgt: ▪
Elke woning dient minimaal één stille gevel te hebben. Op deze gevel wordt de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder niet overschreden.
▪
Wanneer een hogere waarde wordt verleend moet altijd onderzoek worden gedaan naar de gecumuleerde geluidsbelasting. Hierbij wordt rekening gehouden met het geluid van alle verschillende geluidsbronnen samen (incl. wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur).
▪
Een woning mag maximaal twee dove gevels hebben. Een dove gevel is een gevel zonder te openen deuren en ramen.
datum
28 mei 2021
kenmerk
R-JVO/1690 21.1546
pagina 6 van 13
13
▪
Wanneer balkons of loggia’s aanwezig zijn, dienen deze aan de onderkant te worden voorzien van geluidsabsorptie.
▪
Wanneer sprake is van nieuwbouw van meer dan 10 woningen, moet gemotiveerd worden waarom voor de betreffende inrichting van het plangebied is gekozen.
Naast eisen zijn er ook een aantal inspanningsverplichtingen opgenomen. In principe moet aan deze inspanningsverplichting worden voldaan. Alleen als absoluut niet kan worden voldaan aan de inspanningsverplichting kan hiervan worden afgeweken. De initiatiefnemer dient dan te motiveren waarom niet kan worden voldaan (of waarom voor een alternatieve oplossing is gekozen). De initiatiefnemer geeft aan welke compensatie hiervoor in het plan aanwezig is. De inspanningsverplichtingen zijn als volgt: ▪
Elke woning heeft per etage minimaal één slaap- of woonkamer aan de stille zijde.
▪
Indien de woning beschikt over één of meer buitenruimten (tuin of balkon), dan ligt minimaal één van deze buitenruimte aan de stille zijde.
▪
Een woning heeft voor binnenstedelijke situaties geen hogere waarden hoger dan de voorkeurswaarde + 10 dB.
De voorwaarden worden uitgebreid weergegeven in bijlage 5 (van het gemeentelijk geluidbeleid). Hier zijn ook de voorwaarden opgenomen die gelden voor vervangende nieuwbouw, andere geluidsgevoelige bestemmingen en transformaties. Compenserende aspecten die niet van akoestische aard zijn, kunnen de beleving van de (onveranderde) geluidssituatie in positieve zin beïnvloeden. Bijvoorbeeld de aanwezigheid van veel groen in de nabije omgeving, de aanwezigheid van groenwallen of een levendige omgeving met goed openbaar vervoer of speelvoorzieningen dichtbij. De gemeente heeft hier ook oog voor en kan deze aspecten, naast akoestisch compenserende maatregelen bij de ontvanger, gebruiken in de motivering voor het verlenen van hogere waarden.
datum
28 mei 2021
kenmerk
R-JVO/1690 21.1546
pagina 7 van 13
13
3
ONDERZOEKSGEGEVENS
3.1
Onderzoeksgebied In het plangebied wordt een vrijstaande woning gerealiseerd en de bestaande woonboerderij gesplitst in drie delen, waarin twee nieuwe wooneenheden worden ondergebracht. De vrijstaande woning bestaat uit maximaal 3 bouwlagen met verblijfsruimten en de woningen in de woonboerderij uit 2 bouwlagen met verblijfsruimten en een zolder. In afbeelding II is de situering van het plangebied weergegeven. Afbeelding II: situering woningen aan de Leerbroeksweg te Leerbroek
datum
28 mei 2021
kenmerk
R-JVO/1690 21.1546
pagina 8 van 13
13
3.2
Rekenmethode wegverkeerslawaai Voor de berekening van de geluidbelasting vanwege het wegverkeer is een berekeningsmodel opgezet waarin de relevante wegen, de omliggende bebouwing en de bodemgebieden zijn opgenomen. De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai is berekend volgens Standaard Rekenmethode II van bijlage 3 van het Reken- en meetvoorschrift geluid (RMG 2012). De berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het modelleringsprogramma Geomilieu (versie V2020.2) waarbij rekening wordt gehouden met afstandsreducties, reflecties, afschermingen, bodem- en luchtdemping, relevante hoogteverschillen tussen weg- en waarneempunt en eventuele kruispuntcorrecties. Berekend zijn de invallende geluidniveaus, dus zonder reflectie van het achter het immissiepunt gelegen gevelvlak. Gerekend is met één reflectie en een sectorhoek van 2 graden. De wegen, erfverhardingen en wateroppervlakten zijn als akoestisch hard gebied (bf = 0,0) in het rekenmodel ingevoerd. Het overige bodemgebied is als overwegend zacht bodemgebied (bf = 0,8) gemodelleerd. De omliggende gebouwen in de omgeving van het plangebied zijn in de berekeningen zowel afschermend als reflecterend ingevoerd. De beoordelingspunten zijn geprojecteerd op respectievelijk 1,5 m, 4,5 m of 7,5 m hoogte (en representeren het midden van de desbetreffende bouwlaag) boven maaiveld.
Voor de situering van de gebouwen, bodemgebieden, wegen en beoordelingspunten wordt verwezen naar de figuren in bijlage 1.
3.3
Verkeersgegevens wegverkeer De verkeersgegevens van de gemeentelijke wegen zijn door de omgevingsdienst Regio Utrecht modelmatig verstrekt op basis van gegevens uit de Regionale VerkeersMilieuKaart voor het prognosejaar 2030. Voor het prognosejaar 2031 is rekening gehouden met een autonome groei van het wegverkeer van 1%. De toename van de geluidbelasting door de autonome groei bedraagt 0,04 dB en is om programma-technische reden verwerkt in de plafondcorrectieterm. De etmaalintensiteiten, de onderverdeling naar voertuigcategorieën en uurintensiteiten, de wegdekverharding en de toelaatbare rijsnelheid van de relevante wegen zijn samengevat weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1: verkeersgegevens wegvak
Leerbroekseweg
1)
wegdek
DAB
snelheid
etmaalintensiteit
[km/h]
[mvt/etmaal]
50
1.193
periode
uurintensiteit
1)
onderverdeling per voertuigcategorie [%]
[%]
licht
middelzwaar
zwaar
dag
6.87
91.28
7.36
1.37
avond
2.79
96.06
3.39
0.55
nacht
0.80
93.19
5.89
0.92
Maatgevende intensiteit ter hoogte van plangebied.
Gezien de grote hoeveelheid invoergegevens zijn alleen de relevante invoergegevens van het akoestisch model weergegeven in bijlage 2. Voor de overige gegevens wordt verwezen naar het digitale model.
datum
28 mei 2021
kenmerk
R-JVO/1690 21.1546
pagina 9 van 13
13
4
ONDERZOEKSRESULTATEN
4.1
Rekenresultaten en toetsing wegverkeerslawaai Met behulp van het berekeningsmodel is op de ontvangerpunten de geluidbelasting vanwege wegverkeer van de Leerbroekseweg en 30 km/h wegen berekend. In afbeelding III t/m VI zijn de berekende geluidbelastingen weergegeven. De rekenresultaten per ontvangerpunt en -hoogte zijn weergegeven in bijlage 3. Afbeelding III: geluidbelasting ten gevolge van de Leerbroeksweg, incl. aftrek conform art. 110g Wgh
Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de Leerbroekseweg ten hoogste 43 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt. Deze geluidbelasting is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeer. Afbeelding IV: geluidbelasting ten gevolge van alle 30 km/h wegen, incl. aftrek conform art. 110g Wgh
datum
28 mei 2021
kenmerk
R-JVO/1690 21.1546
pagina 10 van 13
13
Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van alle 30 km/h wegen ten hoogste 45 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt. 30 km/h wegen hebben van rechtswege geen geluidzone en worden in het kader van de ruimtelijke ordening niet getoetst aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. In afbeelding V is de gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle wegen, incl. 30 km/h wegen), incl. aftrek artikel 110g Wgh), weergegeven. Afbeelding V: gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle wegen, incl. aftrek art. 110g Wgh
Uit de rekenresultaten blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle wegen ten hoogste 47 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt. Uit de berekening blijkt dat de woningen alzijdig over geluidluwe gevels en een geluidluwe buitenruimte beschikken en aan het gemeentelijk geluidbeleid wordt voldaan.
datum
28 mei 2021
kenmerk
R-JVO/1690 21.1546
pagina 11 van 13
13
In afbeelding VI is de gecumuleerde geluidbelasting (excl. aftrek artikel 110g Wgh), ten gevolge van alle wegen weergegeven, ten bate van het bepalen van de noodzakelijke gevelmaatregelen in het kader van het Bouwbesluit. Afbeelding VI: gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle wegen, excl. aftrek art. 110g Wgh (gevelmaatregelen)
De benodigde karakteristieke geluidwering van de gevel bedraagt conform het Bouwbesluit 2012 ten hoogste (52 - 33 =) 19 dB. De minimum eis van 20 dB conform het Bouwbesluit 2012 is derhalve maatgevend.
datum
28 mei 2021
kenmerk
R-JVO/1690 21.1546
pagina 12 van 13
13
5
SAMENVATTING EN CONCLUSIES In opdracht van Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer bv is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de realisatie van 3 woningen (1 vrijstaande woning en een bestaande woonboerderij waar 2 extra wooneenheden in worden ondergebracht) aan de Leerbroekseweg 9 te Leerbroek. De woningen zijn ten aanzien van wegverkeerslawaai gelegen binnen de geluidzone van de Leerbroekseweg en de invloedssfeer van 30 km/h wegen. Doel van het onderzoek is om in het kader van de ruimtelijke onderbouwing de geluidbelasting op de woning ten gevolge van wegverkeerslawaai te bepalen en te toetsen aan de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid. Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat: ▪
De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Leerbroekseweg ten hoogste 43 dB, inclusief aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt en niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeer;
▪
De berekende geluidbelasting ten gevolge van alle 30 km/h wegen ten hoogste 45 dB, inclusief aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt en niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeer. 30 km/h wegen hebben van rechtswege geen geluidzone en worden in het kader van de ruimtelijke ordening niet getoetst aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder.
▪
De berekende gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle wegen (incl. 30 km/h wegen) ten hoogste 47 dB, inclusief aftrek artikel 110g Wgh, bedraagt;
▪
De woningen beschikken alzijdig over een geluidluwe gevel en buitenruimte, zodat aan het gemeentelijk geluidbeleid wordt voldaan.
5.1
Aan te vragen hogere grenswaarden wegverkeerslawaai Voor de onderzochte woning hoeft geen hogere waarden te worden vastgesteld.
5.2
Geluidwering van de gevel Algemeen geldt dat voor verblijfsruimten met een geluidbelasting tot 53 dB, excl. aftrek art. 110g Wgh zonder aanvullende geluidwerende voorzieningen en bij toepassing van gebruikelijke bouwconstructies/ materialen (spouwmuren, standaard dubbel glas, enkele kierdichting, ventilatieroosters etc.) een minimale geluidwering van 20 dB wordt bereikt. Een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevel is derhalve niet noodzakelijk.
datum
28 mei 2021
kenmerk
R-JVO/1690 21.1546
pagina 13 van 13
Bijlage 1: Figuren akoestisch model en situatietekening (5 pagina’s)
R-JVO/1690 / 21.1546
3D-overzicht akoestisch model
BESTAANDE ENTREE
BESTAANDE GROENE KARAKTER VAN KAVEL BEHOUDEN
GEBRUIKEN
EN VERSTERKEN VAN BOERENERF KARAKTER
22
20
18
12 9A 10A
LE ER BR OE KS EW EG
BESTAANDE BOERDERIJ OPGESPLITST IN 3 WOONEENHEDEN
NIEUWE WONING MET INGETOGEN,
7A-9
LANDELIJK KARAKTER NIEUW ONTSLUITINGSPAD
GEMEENSCHAPPELIJK ERF 7
MET RUIMTE VOOR PARKEREN
KNOTWILGENRIJ IN GRASBERM
BEZOEKERS
WEILAND KNOTWILGENRIJ IN GRASBERM HOOGSTAM FRUITBOOMGAARD
GRAS
GRAS
ERFBOOM (BIJV. LINDE, ES OF KASTANJE)
ENKELE GESTROOIDE HOOGSTAM BOMEN (BIJV. ES OF ELS)
ERFSCHEIDINGEN D.M.V. HAGEN (BIJV. LIGUSTER, (HAAG)BEUK OF VELDESDOORN) NIEUWE DWARSSLOOT
5C WEILAND
0
10
20m
LANDSCHAPPELIJK INRICHTINGSPLAN - LEERBROEKSEWEG 9 - LEERBROEK © LAGENDIJK TUIN- EN LANDSCHAPSARCHITECTEN - 27 NOVEMBER 2020 - IN OPDRACHT VAN V.D. Heuvel Ontwikkeling & Beheer
www.lagendijkTLarchitecten.nl - Bergambacht - tel 0182 - 357077
Bijlage 2: Invoergegevens akoestisch model (7 pagina’s)
R-JVO/1690 / 21.1546
Invoergegevens akoestisch model 211546 Model: Groep:
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 2
wegverkeerslawaai 2031 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam
Omschr.
ISO_H
ISO M.
Type
Cpl
Cpl_W
Helling
V(MR(D))
V(MR(A))
V(MR(N))
V(MR(P4))
V(LV(D))
V(LV(A))
V(LV(N))
V(LV(P4))
V(MV(D))
Boomgaards Boomgaards Boomgaards Dorpsweg Dorpsweg
Boomgaardstraat Boomgaardstraat Boomgaardstraat Dorpsweg Dorpsweg
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
------
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
True True True True True
0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
0 0 0 0 0
W9a W9a W9a W0 W0
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
Dorpsweg Dorpsweg Dorpsweg Ds H A van Kloosterho
Dorpsweg Dorpsweg Dorpsweg Ds H A van Bemmelstraat Kloosterhof
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
------
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
True True True True True
0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
0 0 0 0 0
W0 W0 W0 W9a W9a
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
Leerbroe30 Leerbroeks Raadhuisst Raadhuisst Raadhuisst
Leerbroekseweg Leerbroekseweg Raadhuisstraat Raadhuisstraat Raadhuisstraat
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
--0,50 0,50 --
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
True True True True True
0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
0 0 0 0 0
W0 W0 W9a W9a W9a
30 50 30 30 30
30 50 30 30 30
30 50 30 30 30
------
30 50 30 30 30
30 50 30 30 30
30 50 30 30 30
------
30 50 30 30 30
Raadhuisst Raadhuisst Raadhuisst Recht van Recht van
Raadhuisstraat Raadhuisstraat Raadhuisstraat Recht van Ter Leede Recht van Ter Leede
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
--0,50 1,00 --
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling
True True True True True
0,1 0,1 0,1 0,1 0,1
0 0 0 0 0
W9a W9a W9a W0 W0
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs Bouwfysica & Akoestiek
Wegdek
28-5-2021 06:43:26
Invoergegevens akoestisch model 211546 Model: Groep:
Naam
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 2
wegverkeerslawaai 2031 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 V(MV(A))
V(MV(N))
V(MV(P4))
V(ZV(D))
V(ZV(A))
V(ZV(N))
V(ZV(P4))
Totaal aantal
%Int(D)
%Int(A)
%Int(N)
%Int(P4)
%MR(D)
%MR(A)
%MR(N)
%MR(P4)
%LV(D)
%LV(A)
%LV(N)
%LV(P4)
Boomgaards Boomgaards Boomgaards Dorpsweg Dorpsweg
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
189,00 189,00 189,00 1003,00 1003,00
6,75 6,72 6,72 6,75 6,75
3,39 3,62 3,62 3,50 3,50
0,70 0,64 0,64 0,63 0,63
------
------
------
------
------
96,47 96,36 96,36 90,10 90,10
98,31 98,51 98,51 95,78 95,78
96,66 97,42 97,42 92,81 92,81
------
Dorpsweg Dorpsweg Dorpsweg Ds H A van Kloosterho
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
1193,00 1833,00 1833,00 193,00 65,00
6,74 6,73 6,73 6,69 6,81
3,52 3,55 3,55 3,62 3,47
0,63 0,63 0,63 0,63 0,63
------
------
------
------
------
91,09 93,05 93,05 97,11 87,40
96,22 97,09 97,09 98,82 94,48
93,55 94,99 94,99 98,00 90,21
------
Leerbroe30 Leerbroeks Raadhuisst Raadhuisst Raadhuisst
30 50 30 30 30
30 50 30 30 30
------
30 50 30 30 30
30 50 30 30 30
30 50 30 30 30
------
1193,00 1193,00 606,00 606,00 598,00
6,74 6,87 6,70 6,70 6,70
3,52 2,79 3,63 3,63 3,64
0,63 0,80 0,64 0,64 0,64
------
------
------
------
------
91,09 91,28 97,08 97,08 97,42
96,22 96,06 98,81 98,81 98,95
93,55 93,19 97,96 97,96 98,17
------
Raadhuisst Raadhuisst Raadhuisst Recht van Recht van
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
30 30 30 30 30
------
598,00 598,00 658,00 2331,00 2331,00
6,70 6,70 6,71 6,73 6,73
3,64 3,64 3,62 3,56 3,56
0,64 0,64 0,64 0,63 0,63
------
------
------
------
------
97,42 97,42 96,84 93,54 93,54
98,95 98,95 98,71 97,30 97,30
98,17 98,17 97,77 95,31 95,31
------
Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs Bouwfysica & Akoestiek
28-5-2021 06:43:26
Invoergegevens akoestisch model 211546 Model: Groep:
Naam
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 2
wegverkeerslawaai 2031 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 %MV(D)
%MV(A)
%MV(N)
%MV(P4)
%ZV(D)
%ZV(A)
%ZV(N)
%ZV(P4)
MR(D)
MR(A)
MR(N)
MR(P4)
LV(D)
LV(A)
LV(N)
LV(P4)
MV(D)
MV(A)
MV(N)
MV(P4)
ZV(D)
ZV(A)
Boomgaards Boomgaards Boomgaards Dorpsweg Dorpsweg
2,93 3,02 3,02 8,34 8,34
1,43 1,25 1,25 3,60 3,60
2,92 2,32 2,32 6,53 6,53
------
0,60 0,62 0,62 1,55 1,55
0,26 0,24 0,24 0,62 0,62
0,42 0,26 0,26 0,66 0,66
------
------
------
------
------
12,31 12,24 12,24 61,00 61,00
6,30 6,74 6,74 33,62 33,62
1,28 1,18 1,18 5,86 5,86
------
0,37 0,38 0,38 5,65 5,65
0,09 0,09 0,09 1,26 1,26
0,04 0,03 0,03 0,41 0,41
------
0,08 0,08 0,08 1,05 1,05
0,02 0,02 0,02 0,22 0,22
Dorpsweg Dorpsweg Dorpsweg Ds H A van Kloosterho
7,50 5,89 5,89 2,29 12,36
3,22 2,50 2,50 0,94 5,42
5,85 4,57 4,57 1,75 9,69
------
1,41 1,06 1,06 0,61 0,24
0,56 0,41 0,41 0,23 0,10
0,59 0,45 0,45 0,25 0,10
------
------
------
------
------
73,24 114,79 114,79 12,54 3,87
40,41 63,18 63,18 6,90 2,13
7,03 10,97 10,97 1,19 0,37
------
6,03 7,27 7,27 0,30 0,55
1,35 1,63 1,63 0,07 0,12
0,44 0,53 0,53 0,02 0,04
------
1,13 1,31 1,31 0,08 0,01
0,24 0,27 0,27 0,02 --
Leerbroe30 Leerbroeks Raadhuisst Raadhuisst Raadhuisst
7,50 7,36 2,36 2,36 2,18
3,22 3,39 0,98 0,98 0,90
5,85 5,89 1,81 1,81 1,67
------
1,41 1,37 0,56 0,56 0,40
0,56 0,55 0,21 0,21 0,15
0,59 0,92 0,23 0,23 0,17
------
------
------
------
------
73,24 74,81 39,42 39,42 39,03
40,41 31,97 21,74 21,74 21,54
7,03 8,89 3,80 3,80 3,76
------
6,03 6,03 0,96 0,96 0,87
1,35 1,13 0,22 0,22 0,20
0,44 0,56 0,07 0,07 0,06
------
1,13 1,12 0,23 0,23 0,16
0,24 0,18 0,05 0,05 0,03
Raadhuisst Raadhuisst Raadhuisst Recht van Recht van
2,18 2,18 2,62 5,60 5,60
0,90 0,90 1,08 2,37 2,37
1,67 1,67 2,01 4,33 4,33
------
0,40 0,40 0,54 0,86 0,86
0,15 0,15 0,21 0,33 0,33
0,17 0,17 0,23 0,36 0,36
------
------
------
------
------
39,03 39,03 42,76 146,74 146,74
21,54 21,54 23,51 80,74 80,74
3,76 3,76 4,12 14,00 14,00
------
0,87 0,87 1,16 8,79 8,79
0,20 0,20 0,26 1,97 1,97
0,06 0,06 0,08 0,64 0,64
------
0,16 0,16 0,24 1,35 1,35
0,03 0,03 0,05 0,27 0,27
Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs Bouwfysica & Akoestiek
28-5-2021 06:43:26
Invoergegevens akoestisch model 211546 Model: Groep:
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 2
wegverkeerslawaai 2031 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam
ZV(N)
ZV(P4)
LE (D) 63
LE (D) 125
LE (D) 250
LE (D) 500
LE (D) 1k
LE (D) 2k
LE (D) 4k
LE (D) 8k
LE (A) 63
LE (A) 125
LE (A) 250
LE (A) 500
LE (A) 1k
LE (A) 2k
LE (A) 4k
LE (A) 8k
Boomgaards Boomgaards Boomgaards Dorpsweg Dorpsweg
0,01 --0,04 0,04
------
73,43 73,46 73,46 75,54 75,54
77,92 77,97 77,97 80,20 80,20
85,81 85,90 85,90 90,15 90,15
85,27 85,28 85,28 89,63 89,63
88,63 88,63 88,63 94,63 94,63
82,00 82,01 82,01 92,13 92,13
76,89 76,89 76,89 85,62 85,62
71,18 71,25 71,25 80,93 80,93
69,52 69,70 69,70 70,82 70,82
73,58 73,70 73,70 74,97 74,97
80,35 80,26 80,26 83,98 83,98
81,87 82,12 82,12 85,80 85,80
85,40 85,66 85,66 91,14 91,14
78,59 78,83 78,83 88,26 88,26
73,42 73,66 73,66 81,65 81,65
66,36 66,40 66,40 75,23 75,23
Dorpsweg Dorpsweg Dorpsweg Ds H A van Kloosterho
0,04 0,05 0,05 ---
------
76,02 77,28 77,28 73,20 71,65
80,63 81,74 81,74 77,61 76,60
90,47 91,34 91,34 85,18 86,08
90,23 91,76 91,76 85,25 81,62
95,27 96,91 96,91 88,63 84,78
92,72 94,24 94,24 81,94 78,78
86,20 87,68 87,68 76,81 73,74
81,30 82,28 82,28 70,74 70,57
71,42 72,93 72,93 69,61 66,68
75,50 76,85 76,85 73,53 71,22
84,36 85,33 85,33 79,69 79,87
86,50 88,22 88,22 82,15 77,79
91,87 93,66 93,66 85,71 81,21
88,95 90,67 90,67 78,86 74,75
82,33 84,03 84,03 73,67 69,63
75,68 76,86 76,86 66,09 64,77
Leerbroe30 Leerbroeks Raadhuisst Raadhuisst Raadhuisst
0,04 0,09 0,01 0,01 0,01
------
76,02 75,04 78,18 78,18 77,95
80,63 82,57 82,57 82,57 82,23
90,47 89,57 90,17 90,17 89,67
90,23 93,54 90,20 90,20 90,02
95,27 99,50 93,60 93,60 93,47
92,72 96,20 86,91 86,91 86,76
86,20 89,48 81,78 81,78 81,61
81,30 80,56 75,71 75,71 75,29
71,42 69,82 74,60 74,60 74,46
75,50 76,97 78,52 78,52 78,32
84,36 83,31 84,71 84,71 84,32
86,50 88,73 87,13 87,13 87,03
91,87 95,28 90,69 90,69 90,62
88,95 91,85 83,84 83,84 83,75
82,33 85,08 78,65 78,65 78,56
75,68 75,28 71,08 71,08 70,80
Raadhuisst Raadhuisst Raadhuisst Recht van Recht van
0,01 0,01 0,01 0,05 0,05
------
77,95 77,95 78,65 78,15 78,15
82,23 82,23 83,07 82,54 82,54
89,67 89,67 90,80 92,09 92,09
90,02 90,02 90,59 92,67 92,67
93,47 93,47 93,98 97,88 97,88
86,76 86,76 87,32 95,17 95,17
81,61 81,61 82,19 88,60 88,60
75,29 75,29 76,26 83,05 83,05
74,46 74,46 75,00 73,89 73,89
78,32 78,32 78,94 77,74 77,74
84,32 84,32 85,27 86,12 86,12
87,03 87,03 87,49 89,21 89,21
90,62 90,62 91,05 94,69 94,69
83,75 83,75 84,20 91,67 91,67
78,56 78,56 79,02 85,02 85,02
70,80 70,80 71,55 77,70 77,70
Geomilieu V2020.2 Licentiehouder: Voortman Ingenieurs Bouwfysica & Akoestiek
28-5-2021 06:43:26
Invoergegevens akoestisch model 211546 Model: Groep:
Naam
Voortman Ingenieurs - bouwfysica & akoestiek bijlage 2
wegverkeerslawaai 2031 (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 LE (N) 63
LE (N) 125
LE (N) 250
LE (N) 500
LE (N) 1k
LE (N) 2k
LE (N) 4k
LE (N) 8k
LE (P4) 63
LE (P4) 125
LE (P4) 250
LE (P4) 500
LE (P4) 1k
LE (P4) 2k
LE (P4) 4k
LE (P4) 8k
Boomgaards Boomgaards Boomgaards Dorpsweg Dorpsweg
63,50 62,74 62,74 64,43 64,43
67,90 66,97 66,97 68,82 68,82
75,74 74,45 74,45 78,54 78,54
75,33 74,76 74,76 78,73 78,73
78,74 78,25 78,25 83,96 83,96
72,09 71,53 71,53 81,31 81,31
66,96 66,37 66,37 74,73 74,73
61,12 60,02 60,02 69,39 69,39
------
------
------
------
------
------
------
------
Dorpsweg Dorpsweg Dorpsweg Ds H A van Kloosterho
64,94 66,30 66,30 62,47 60,61
69,26 70,47 70,47 66,59 65,43
78,86 79,77 79,77 73,64 74,71
79,37 81,00 81,00 74,69 70,91
84,64 86,36 86,36 78,21 74,18
81,93 83,54 83,54 71,44 68,02
75,35 76,93 76,93 66,27 62,95
69,77 70,84 70,84 59,47 59,29
------
------
------
------
------
------
------
------
Leerbroe30 Leerbroeks Raadhuisst Raadhuisst Raadhuisst
64,94 65,20 67,53 67,53 67,36
69,26 72,62 71,65 71,65 71,41
78,86 79,43 78,74 78,74 78,35
79,37 83,83 79,73 79,73 79,61
84,64 90,03 83,25 83,25 83,16
81,93 86,68 76,48 76,48 76,37
75,35 79,94 71,31 71,31 71,19
69,77 70,71 64,54 64,54 64,23
------
------
------
------
------
------
------
------
Raadhuisst Raadhuisst Raadhuisst Recht van Recht van
67,36 67,36 67,99 67,21 67,21
71,41 71,41 72,15 71,33 71,33
78,35 78,35 79,39 80,55 80,55
79,61 79,61 80,11 81,97 81,97
83,16 83,16 83,62 87,35 87,35
76,37 76,37 76,88 84,51 84,51