CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

b_NL.IMRO.1961.BPleerbroekseweg9-VA01_toelichting.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 20 april 2023, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Leerbroekseweg 9, Leerbroek26.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTAANDE ENTREE GEBRUIKEN

BESTAANDE GROENE KARAKTER VAN KAVEL BEHOUDEN EN VERSTERKEN VAN BOERENERF KARAKTER

22

L E E R B R O E K S E W

9b

BESTAANDE BOERDERIJ OPGESPLITST IN 3 WOONEENHEDEN

E G 20

9a NIEUWE WONING 18

MET INGETOGEN, LANDELIJK KARAKTER

VOLDOENDE PARKEER-

12

MANOEUVREERRUIMTE BESTAAND GRINDERF (ONTSLUITINGSPAD)

7A-9

GEMEENSCHAPPELIJK ERF MET RUIMTE VOOR PARKEREN 9

BEZOEKERS

7 KNOTWILGENRIJ IN GRASBERM BESTAANDE SCHUUR BEHOUDEN

WEILAND KNOTWILGENRIJ IN GRASBERM

HOOGSTAM FRUITBOOMGAARD 7 VOLDOENDE PARKEERMANOEUVREERRUIMTE

BESTAAND AGRARISCH GRAS

ONTSLUTINGSPAD

5a ERFSCHEIDINGEN D.M.V. HAGEN (BIJV. LIGUSTER, (HAAG)BEUK OF GRAS

VELDESDOORN)

ERFSCHEIDINGEN D.M.V. HAGEN (BIJV. LIGUSTER, (HAAG)BEUK OF VELDESDOORN)

ENKELE GESTROOIDE HOOGSTAM BOMEN (BIJV. FRUITBOMEN, WEILAND

BERK, ES OF ELS)

ERFBOOM (BIJV. LINDE, ES OF KASTANJE)

NIEUWE DWARSSLOOT

BESTAAND AGRARISCH ONTSLUTINGSPAD

NB: exacte tuinvulling nader te bepalen

0

10

20m

LANDSCHAPPELIJK INRICHTINGSPLAN - LEERBROEKSEWEG 9 - LEERBROEK © LAGENDIJK TUIN- EN LANDSCHAPSARCHITECTEN - 1 JUNI 2022 - IN OPDRACHT VAN V.D. Heuvel Ontwikkeling & Beheer

www.lagendijkTLarchitecten.nl - Bergambacht - tel 0182 - 357077

BOUWHISTORISCHE QUICKSCAN BOERDERIJ MET ERF EN BIJGEBOUWEN LEERBROEKSEWEG 9 TE LEERBROEK

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

Colofon Opdrachtgever: G. Kooijman Van den Heuvel Ontwikkeling en Beheer b.v. Lekdijk 44 2967 GB Langerak Uitgevoerd door: Bureau Helsdingen te Vianen Helsdingse Voorweg 2 4133 ND Vianen advies@bureauhelsdingen.nl www.bureauhelsdingen.nl tel. 0347-370651 Bureau Helsdingen is een onderzoeks- en adviesbureau op het gebied van Monumenten en Bouwhistorie. Tekst en samenstelling: M. Urbanus MA Status: Definitief Datum: 28 juli 2021

2 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING

4

2

PROJECTGEGEVENS

5

3

OMGEVINGSGESCHIEDENIS

7

4

BOUWGESCHIEDENIS

9

5

BESCHRIJVING

14

6

WAARDESTELLING

35

7

SAMENVATTING

41

8

BRONNEN

42

9

BIJLAGE – MIP BESCHRIJVING

43

3 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

1 INLEIDING Aanleiding In deze bouwhistorische quickscan wordt de cultuurhistorische waarde van boerderij Leerbroekseweg 9 te Leerbroek met erf en bijgebouwen beschreven en gewaardeerd. Aanleiding voor dit rapport is het voornemen van de eigenaren om de boerderij en de schuur op te delen in meerdere woningen en een herinrichting van het erf met een extra woning. Het doel van deze bouwhistorische quickscan is het in kaart brengen van de cultuurhistorische waarden van de boerderij, de naastgelegen schuur en de historische ontwikkeling van het erf. De uitkomsten van het rapport kunnen dienen als onderbouwing en als toetsingskader van het plan. Leeswijzer Dit rapport is als volgt opgebouwd. Na de projectgegevens wordt in hoofdstuk drie de omgevingsgeschiedenis van de boerderij besproken. Deze geschiedenis maakt de verschijningsvorm en de locatie van het pand inzichtelijk. In het vierde hoofdstuk wordt de bouwgeschiedenis van de boerderij en de naastgelegen schuur besproken, evenals de ontwikkeling van het erf. In het vijfde hoofdstuk volgt de beschrijving van het exterieur en het interieur van de boerderij en de schuur, ondersteund met foto’s. De materialisering van de panden, de unieke kenmerken en de zichtbare bouwsporen worden per onderdeel genoemd en waar mogelijk gedateerd. Ook de overige opstallen op het erf komen aan bod.

In hoofdstuk zes volgt ten slotte de waardenstelling waarin de verschillende onderdelen van de boerderij, de schuur en het erf worden gewaardeerd. Het rapport sluit af met een samenvatting.

Uitvoering Bureau Helsdingen is een adviesbureau voor monumenten en bouwhistorie, gespecialiseerd in boerderijen. Zij voert dit onderzoek uit in de vorm van een bouwhistorische quickscan met waardenstelling, waarbij geen destructief onderzoek wordt gedaan. De opbouw en de reikwijdte van bouwhistorische rapporten zijn beschreven in de brochure 'Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek.1

Richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek, gezamenlijke uitgave van o.a. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de Stichting Bouwhistorie en de Rijksgebouwendienst (Den Haag, 2009). Te raadplegen via: http://cultureelerfgoed.nl/publicaties/richtlijnenbouwhistorisch-onderzoek. 1

4 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

2 PROJECTGEGEVENS Opdrachtgever

Eigenaar

: G. Kooijman Van den Heuvel Ontwikkeling en Beheer b.v. Lekdijk 44 2967 GB Langerak : Fam. Verrips Leerbroekseweg 9 4245 KR Leerbroek

Objectgegevens Adres

: Leerbroekseweg 9 4245 KR Leerbroek Gemeente : Vjjfheerenlanden Kadastraal adres : ZEDERIK D 308, 309 Ligging : Binnen de bebouwde kom, aan een ontginningas. Status : Niet beschermd, opgenomen in het Monumenten Inventarisatie Project voor jongere bouwkunst en stedebouw 1800-1945 (1991). Bestemmingsplan : Enkelbestemming Agrarisch, dubbelbestemming Waarde – Archeologie – 4 (Kernen Zederik Geconsolideerd, 2020-06-25). De voor ‘Waarde – Archeologie – 4’ aangewezen gronden zijn – behalve voor de aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.2 Oorspronkelijke bestemming : Agrarisch Huidige bestemming : Wonen Bouwjaar : 1890 Bouwstijl : Traditioneel ambachtelijk Actuele kaartgegevens/ situering Topografische ligging van het pand buiten de bebouwde kom van Leerbroek. Afbeelding: www.google.com/maps

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1961.BPHerKernenZederikCON1/r_NL.IMRO.1961.BPHerKernenZederik-CON1.html#NL.IMRO.PT.50c04700878a4e868bdab22f1d54ef1d (geraadpleegd 26-05-2021) 2

5 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

Detail van de bovenstaande foto met het erf en bijgebouwen van Leerbroekseweg 9. Afbeelding: www.google.com/maps

Het kadastrale perceel van Leerbroekseweg 9 (ZEDERIK D 308 en 309). Afbeelding: www.rce.webgispublisher.nl

6 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

3

versie: definitief 28-07-2021

OMGEVINGSGESCHIEDENIS

Het dorp Leerbroek ligt in het klei-op-veengebied tussen de oeverwallen van de Lek en de Linge. Dit gebied is ontgonnen tussen de elfde en de dertiende eeuw. Leerbroek ligt ten zuiden van de grote cope-ontginningen van Hei- en Boeicop en Middelkoop. Cope-ontginningen werden gekenmerkt door lange, regelmatige, smalle kavels van 113 bij 1250 meter. Langs de kavels werden sloten gegraven om water af te kunnen voeren, die uitkwamen op weteringen. Op de kop van de kavels werden boerderijen geplaatst in de richting van de kavel. Op deze wijze ontstonden boerderijenlinten in het landschap. Het grondgebied van Leerbroek, evenals dat van het naburige Nieuwland, was minder aantrekkelijk voor vestiging dan Hei- en Boeicop en Middelkoop door de lage ligging en daardoor natte grond. De ‘broek’ in de naam van het dorp betekent onder meer laagland of moeras. Het gebied van Leerbroek is in de twaalfde eeuw ontgonnen en is veel onregelmatiger dan de bovengenoemde ontginningen van Hei- en Boeicop en Middelkoop. De basis van de ontginning in Leerbroek lag aan de Leerbroekse Voorwetering, het verlengde van de veenstroom de Lede; de stroom waar zowel Leerbroek als Leerdam haar naam aan ontleden. De noordelijke kavels van Leerbroek hebben een diepte die min of meer past bij cope-ontginningen.

De in zuidelijke richting uitgezette kavels zijn wisselend van diepte en bovendien minder diep dan de kavels aan de noordzijde. Dit gebied is niet ontgonnen als eenheid maar nog wel gedeeltelijk in cope-verband, getuige de naam de polder: Reijerskoop.3

1. Leerbroek is ontgonnen vanaf de Leerbroekse Voorwetering (gele stippellijn). De kavels ten zuiden van de wetering waren veel onregelmatiger en minder diep dan de kavels aan de noordzijde. Met een rood kader is de locatie van de boerderij aangegeven, ten zuiden van de ontginningsbasis in de polder Reijerskoop. Afbeelding: www.topotijdreis.nl (1900) Het zwaartepunt van het Leerbroek lag ten noorden van het water. Zowel de kerk aan de Dorpsweg als de dorpskom bevinden zich ten noorden van de Leerbroekse Wetering, op een hooggelegen zandgrond die onderdeel is van het Schoonrewoerdse ruggensysteem.4 Na 1900 vormde zich hier een kleine dorpskern en na de Tweede Wereldoorlog is het dorp aan de noordzijde uitgebreid.5 Leerbroek heeft dezelfde structuur als andere cope-ontginningen in de omgeving met boerderijen op enige afstand van elkaar aan het water. Meerdere boerderijen in Leerbroek zijn gebouwd op huisterpen, vrijwel 3 Catharina L. van Groningen, De Vijfheerenlanden met Asperen, Heukelum en Spijk (‘s-Gravenhage, 1989) p. 304-305. 4 Van Groningen, De Vijfheerenlanden p. 305.

5 Ronald Stenvert e.a., Monumenten in Nederland. Zuid-Holland (Zwolle, 2004) p. 294.

7 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

allemaal aan de noordzijde van het water. Aan de Leerbroekseweg, ten westen van de Dorpsweg, lagen de boerderijen aan beide zijden van de weg. De boerderijen stonden verder uit elkaar naarmate men verder van de dorpskern kwam.6 Aan deze weg staan boerderij uit de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw. De bebouwing is in de loop van de twintigste eeuw verdicht met woonhuizen tussen de boerderijen in. 2. Het dorp Leerbroek met herberg, kerk en smederij in de achttiende eeuw. Tekening van P. van Liender (1750).7 Afbeelding: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort/227.791

6 Van Groningen, De Vijfheerenlanden p. 309. 7 Van Groningen, De Vijfheerenlanden p. 305.

8 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

4 BOUWGESCHIEDENIS Bouwfase 0: 1890 De oudste boerderijen in Leerbroek dateren in opzet uit de laat zestiende/ zeventiende eeuw, maar het kavel van de Leerbroekseweg 9 aan de ontginningsas van het dorp is tot de late negentiende eeuw onbebouwd gebleven (afb. 3). De boerderij is gebouwd in 1890, getuige de hardstenen eerste steen in de voorgevel van de boerderij (afb. 6). De nieuwe rechthoekige boerderij onder een zadeldak bestond uit één bouwlaag onder een kap met een kleine kelder. Het was een hallenhuisboerderij, het meest voorkomende boerderijtype in midden Nederland met een rechthoekige plattegrond. De constructie werd gevormd door (ankerbalk-) gebinten die de ruimte in de langsrichting in drieën verdelen met een brede middenbeuk en smalle zijbeuken aan weerszijden (afb. 5). Het woon- en werkgedeelte liggen in een hallenhuisboerderij onder één kap. Een stenen dwarswand, de brandmuur, scheidt het woon- en het werkgedeelte van elkaar. In het voorhuis woonde de boerenfamilie, terwijl achter de brandmuur het bedrijfsgedeelte was waar het vee stond. De zolder was in gebruik voor (hooi)opslag. De boerderij had aan de achterzijde een dakoverstek: een forse luifel tegen de achtergevel van de boerderij waar de hooiwagen droog onder kon staan.8 Dakoverstekken zijn een regionaal verschijnsel en kwamen voor bij boerderijen in de Betuwe.

Naar het westen toe kwamen dakoverstekken voor tot ongeveer halverwege de Vijfheerenlanden, ca. tot Gorinchem. Boerderij Leerbroekseweg 9 had hoge zijgevels, i.p.v. de traditionele lage zijgevels van hallenhuisboerderijen. Dit is kenmerkend voor boerderijen van rond 1900. De voorgevel en zijgevels waren gemetseld, terwijl de achtergevel een houten topgevel had. Het deels bouwen in houten gevels is een traditie die zich in de Vijfheerenlanden heeft doorgezet tot ca. 1900. De voorgevel met gemetselde tuit was zorgvuldig vormgegeven met een min of meer symmetrische geplaatste voordeur, zesruits schuifvensters onder een segmentboog en rozetankers. Achter de voordeur was een centrale gang die naar het achterhuis leidde, met aan weerszijden kamers. In de rechter zijbeuk van het voorhuis was een kleine kelder met opkamer. De constructie van het voorhuis bestond uit een enkelvoudige balklaag. De constructie van het achterhuis bestond uit drie ankerbalkgebinten. In de eerste travee achter de brandmuur was een woon-/werkruimte met grote werkschouw en voorzien van een enkelvoudige balklaag. De achterste drie traveeën betroffen het bedrijfsgedeelte met een brede deel in het midden van de ruimte en de koestallen in de smalle zijbeuken. De hooizolder fungeerde tegelijkertijd als een waterzolder: een verstevigde zolder waar het vee naartoe kon worden gebracht bij hoge waterstanden.

Tegelijk met de boerderij werd aan de oostzijde van het erf een rechthoekige schuur onder een zadeldak gebouwd. De schuur had gemetselde gevels met voor en achter houten topgevels met een dakoverstek en had net als de boerderij een driebeukige indeling. In de eerste travee was tegen de linker zijgevel een kelder opgenomen, een vrij ongebruikelijk element in agrarische schuren. Behalve de schuur werd achter de boerderij een tweede, kleiner bijgebouw gebouwd. De functie van dit gebouw was onbekend. Eigenaar van de boerderij met bijgebouwen was de boer Arie de Jong. Het eigendom ging in 1902, twaalf jaar na de bouw van de boerderij, over op dochter Aantje de Jong en haar echtgenoot J.J. Bakker.9 3. Het perceel van het huidige erf van de boerderij was nog onbebouwd op de oudste kadastrale kaart van 1832. Het perceel (249) was in eigendom van Gerard Blom & consorten en was in gebruik als weiland. Met een donkerblauw kader is het perceel van het huidige erf weergegeven. Afbeelding: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort/ MIN08098C01

8 Arjan Wijnstra, ‘Droog onder kap. Dakoverstekken in Vijfheerenlanden’, in: Landleven 2 (2015) pp. 126-131, p.126. 9 Archiefviewer Kadaster.

9 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

4. Op de kadastrale hulpkaart van 1892 is de boerderij voor het eerst ingetekend. De grotere rechthoek links op de afbeelding stelt de boerderij voor, de kleinere rechthoek rechts de schuur. Achter de boerderij staat een tweede bijgebouw. Eigenaar van de boerderij met bijgebouwen was de boer Arie de Jong. Afbeelding: Hulpkaart 1892, het Kadaster.

5. Referentiebeeld Schematische weergave van een traditionele hallenhuisboerderij met lage zijgevels. De boerderij heeft een driebeukige opzet, het woon- en werkgedeelte zijn van elkaar gescheiden door een brandmuur. Leerbroekseweg 9 heeft, in tegenstelling tot deze traditionele opzet hoge zijgevels.

6. In de voorgevel van de boerderij is een hardstenen eerste steen aangebracht. Op de steen staat: ‘DE EERSTE STEEN GELEGD DOOR AANTJE DE JONG A d 1890 JULIJ 5 LEERBROEK’

10 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

Bouwfase 1 De opzet van het erf veranderde niet tot nauwelijks in de eerste helft van de twintigste eeuw. De boerderij was agrarisch in gebruik. Het houten dakoverstek aan de achterzijde van het gebouw werd afgebroken en de houten achtergevel werd versteend. In 1965 werd de boerderij door Aantje Bakker verkocht aan Hendrikus Peterzoon Verrips, een veehouder uit Leerbroek. De boerderij werd vervolgens overgenomen door zijn zoon Jan Arie Verrips en zijn vrouw Elizabeth de Jong.10 Op het erf van de boerderij werden meerdere betonnen kuilgrassilo’s geplaatst.

7. De boerderij in 1979 met links achter het pand de schuur met houten topgevel. De voorgevel van de boerderij is min of meer symmetrisch met net uit het midden een deur met bovenlicht en aan weerszijden tweemaal twee zesruits schuifvensters. Ook op de verdieping zijn twee schuifvensters aangebracht. De voorgevel betreft een gemetselde tuitgevel met rozetankers. De rechter zijgevel van de boerderij bestaat uit twee kleine, hoge opkamervensters, een hoog vensters onder een segmentboog en drie stalramen. Het voorste deel van het dak is gedekt met riet, het achterste deel met pannen. Afbeelding: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort/ 205.838 De eerste verandering op het erf is de afbraak van het kleine bijgebouw achter de boerderij. Dit bijgebouw is niet meer te zien op de topografische kaart van 1989, maar was vermoedelijk al eerder afgebroken.

10 Archiefviewer Kadaster.

11 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

8. De topografische kaart van 1989 met de boerderij en de schuur (rode kader). Het kleine bijgebouw achter de boerderij is niet meer zichtbaar. Afbeelding: www.topotijdreis.nl

Bouwfase 2 Wanneer de boerderij nieuwe eigenaren krijgt (de zoon van Jan Verrips en zijn vrouw), worden enkele aanpassingen aangebracht in de boerderij. De woonruimte in de eerste travee achter de brandmuur krijgt meer daglicht door een breed venster dat in de linker zijgevel wordt aangebracht. In de rechter zijgevel wordt het zesruits schuifvenster verwijderd en een deur aangebracht. Eind twintigste eeuw (of mogelijk al eerder) worden op zowel de verdieping van het voorhuis als in de eerste travee achter de brandmuur slaapkamers aangebracht.

9. De boerderij in januari 1990 met links de schuur. In de linker zijgevel van de boerderij is een breed venster aangebracht. Afbeelding: Jongere bouwkunst en stedebouw 1800-1945. Zederik (MIP). Omdat er binnen de bestaande boerderij te weinig ruimte was om uit te kunnen breiden, is het bedrijfsgedeelte van de boerderij verlengd met een moderne stal zodat men meer koeien kwijt kon. Ook in de schuur naast de boerderij stonden koeien. De schuur werd verlengd met een aparte pinkenstal (stal voor éénjarige runderen). Op het erf verschenen eind twintigste eeuw twee nieuwe bijgebouwen, die begin een-en-twintigste eeuw zijn vervangen voor twee grote schuren.

12 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

10. Het erf van de boerderij in 1998 met twee nieuwe schuren/ bijgebouwen (rood kader). Afbeelding: www.topotijdreis.nl

11. Het erf van de boerderij in 2010. Aan de westzijde van het erf staan twee grote, nieuwe schuren (rood kader). Afbeelding: www.topotijdreis.nl

Bouwfase 3 De bewoners van de boerderij zijn eind twintigste eeuw gestopt met boeren. De voormalige koestal in de boerderij is hierna ingericht voor bewoning. Hierbij zijn de stallen verwijderd. De boerderij is in de 21e eeuw ingericht voor bewoning in tweeën: één woning in het oorspronkelijke voorhuis van de boerderij en één woning in het oorspronkelijke bedrijfsgedeelte. Hiervoor zijn de doorgangen tussen het voor- en het achterhuis dichtgezet. In het voorhuis is een woning gecreëerd met eigen keuken in de gang en met een eigen toilet en badkamer. In het achterhuis is in de eerste travee een kleine hal gecreëerd achter een nieuwe voordeur in de rechter zijgevel.

13 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

5 BESCHRIJVING

5.1 Hoofdopzet erf en gebouwen Het perceel van de boerderij is iets schuin georiënteerd ten opzichte van de Leerbroekseweg en volgt de richting van de middeleeuwse cope-ontginning. Het erf wordt aan de voorzijde begrensd door de straat, een eenvoudig hek scheidt het erf van de weg. Aan beide zijden wordt het erf begrensd door sloten die in opzet dateren uit de cope-ontginningen, terwijl aan de achterzijde het erf overloopt in het weiland achter de boerderij. Het erf is bereikbaar via twee opritten: de oorspronkelijke rechte oprit die uitkomt tussen de boerderij en schuur uit 1890 en een jongere, schuine oprit aan de westzijde van het erf. Beide opritten bestaan uit grind. Midden op het erf, aan de voorzijde, staat de rechthoekige boerderij met zadeldak uit 1890, de nok staat haaks op de weg. De boerderij heeft één bouwlaag met een kelder en kap. De boerderij is aan de achterzijde verlengd met een stal met zadeldak uit de laatste kwart van de twintigste eeuw. De stal is smaller en lager dan het hoofdvolume van de boerderij. Ten oosten van de boerderij staat de rechthoekige schuur met zadeldak uit 1890 met de nok haaks op de weg. Op het erf staan verder vijf betonnen kuilgrassilo’s, twee aan de westzijde van het erf en drie aan de oostzijde achter de schuur.

Aan de westzijde van het erf staan tevens twee moderne schuren die in de laatste kwart van de twintigste eeuw/ begin 21e eeuw zijn gebouwd. Achter de boerderij ligt een betonnen mestplaat. Verder staan op het erf diverse kippenrennen. Aan de voorzijde van de boerderij is een tuin bestaande uit gras met enkele struiken. De omheining van de tuin met een ligusterhaag is traditioneel voor de streek. Voor de schuur is een moestuin aangelegd, ook omzoomd door ligusterhagen. De aanwezigheid van de tuin en moestuin aan de voorzijde van de boerderij is kenmerkend voor boerderijen in de streek, de huidige aanleg dateert echter van na 1978 (zie afb. 7) en is dus niet historisch. Langs de schuine oprit aan de oostzijde van het erf zijn aan weerszijden bomen geplant, ook na 1978. De rest van het erf bestaat aan de voorzijde uit gras en ter hoogte van en achter de boerderij uit beton met enkele solitaire bomen. Langs de sloot aan de oostzijde van het erf staat een rij knotwilgen. Knotwilgen werden traditioneel langs sloten op boerenerven geplant en functioneerden als geriefhout: hout voor het eigen gebruik van de boerderij, bijvoorbeeld hakhout.

12. Luchtfoto van het erf (gele kader) met de verschillende opstallen. Met rood zijn de opritten tot het erf aangegeven. Afbeelding: google.com/maps, bewerkt door Bureau Helsdingen

14 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

13. De voortuin voor de boerderij met enkele bomen en ligusterhaag langs de weg.

14. De moestuin voor de schuur omringd door ligusterhagen met rechts de oprit die uitkomt tussen de schuur en boerderij.

15. Grasveld met enkele bomen naast de schuine oprit naar de boerderij.

16. Grote delen van het erf achter de boerderij zijn voorzien van betonnen platen.

17. Langs de sloot aan de oostzijde van het erf staat een rij oude knotwilgen. Ze zijn geplant als geriefhout en maken onderdeel uit van het historische boerenerf.

18. De sloot aan de westzijde van het erf met het naastgelegen weiland.

15 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

5.2 Exterieur boerderij Voorgevel De voorgevel van de boerderij is gemetseld in een rode vormbaksteen in kruisverband met een drieklezoor in de strekkenlaag om de hoekoplossing te vormen. Het metselwerk is voorzien van een gesneden kalkvoeg. Alle vensteropeningen uit de bouwtijd zijn aangebracht onder een anderhalfsteense segmentboog. Langs de dakrand zijn vlechtingen in het metselwerk. Langs de dakrand is tevens na de bouwtijd een houten makelaar aangebracht. De tuit is afgebroken. De gevel is voorzien van een grijs gecementeerde plint met in de plint ventilatieopeningen (tegenwoordig dichtgezet). Ter hoogte van de verdiepingsvloer en de kapconstructie zijn in het metselwerk gietijzeren rozetankers toegepast. De gevel is min of meer symmetrisch van opzet met net uit het midden de voordeur met bovenlicht met getoogde bovenzijde. Het houten deurkozijn uit de bouwtijd is voorzien van een duivejagerprofilering en staat op gefrijnde hardstenen neuten met hardstenen onderdorpel. Het kalf is voorzien van een ojiefprofiel. De houten voordeur dateert ook uit de bouwtijd en bestaat uit zes panelen met een imitatie-middelstijl met cannelures om twee openslaande deuren te imiteren. Links van de voordeur zijn twee zesruits schuiframen uit 1890 met getoogde bovenzijde. In de kozijnen zijn gesmede duimen uit de bouwtijd waaraan luiken waren bevestigd.

In de houten vensterbank en het kozijn aan de bovenzijde zijn tevens ijzeren pinnen bewaard gebleven waarop de luiken sloten. De houten vensterbanken zijn omkleed met een zinken plaat van na de bouwtijd. Rechts van de deur zijn nog twee zesruits schuiframen uit de bouwtijd. De vensters zijn gelijk aan de overige vensters in de voorgevel met gesmede duimen voor luiken. Het meest rechter venster behoort bij de opkamer maar is op dezelfde hoogte aangebracht als de overige vensters van de eerste bouwlaag, waardoor het aan de buitenzijde niet herkenbaar is als opkamerraam. Een opkamerraam op dezelfde hoogte als de overige vensters in de gevel is kenmerkend voor boerderijen van rond 1900. Alle schuiframen ter hoogte van de begane grond hebben in de twee bovenste ramen restanten van imitatie glas in lood. Rechts naast de voordeur is een klein toiletraampje dat na de bouwtjjd is aangebracht. Op de verdieping zijn symmetrisch nog twee getoogde vensters uit de bouwtijd met getoogde bovenzijde en kozijnen met duivejagerprofilering. Dit waren van oorsprong zesruits schuiframen. In de laatste kwart van de twintigste eeuw zijn de ramen aangepast waarbij de onderste vier ramen openslaande ramen zijn geworden. Linker zijgevel De linker zijgevel bestaat uit de zijgevel van de boerderij en de zijgevel van de aangebouwde stal.

De zijgevel van de boerderij is net als de voorgevel gemetseld in een rode vormbaksteen in kruisverband met een gesneden kalkvoeg en voorzien van een grijs gecementeerde plint. Onder de dakrand zijn ter hoogte van de balklaag van de verdiepingsvloer reguliere, rechte muurankers aangebracht. Dit in tegenstelling tot de sierankers die in de voorgevel waren toegepast. Ter plaatse van de gebinten in de voormalige stal zijn gekoppelde muurankers toegepast. Het voorste venster in de gevel (gezien vanaf de voorgevel) behoort bij het voorhuis van de boerderij en is gelijk aan de vensters in de voorgevel met een zesruits schuifraam uit de bouwtijd met duimen in het kozijn voor luiken. De vensteropening is gemetseld onder steense segmentboog. Dit in tegenstelling tot de voorgevel waar alle venstersopeningen onder een anderhalfsteense segmentboog waren aangebracht. Achter de brandmuur zijn, in de gevel van het voormalige bedrijfsgedeelte, achtereenvolgend een breed venster, een deur, een stalraam, een tweede deur en nog twee stalramen aangebracht. Het brede venster dateert uit de tweede helft van de twintigste eeuw en is aangebracht toen in de eerste travee achter de brandmuur een woonkamer werd ingericht. De eerste deur is een staldeur uit de bouwtijd van de boerderij. De deur is aangebracht onder een steense segmentboog.

Het houten kozijn dateert uit de bouwtijd en staat op hardstenen neuten, het is voorzien van een duivejagerprofilering. De deur is een keer vervangen. De tweede deur in de gevel leidde ook naar de stal. De deur is na de bouwtijd aangebracht, het metselwerk is aan weerszijden behakt om de deur te kunnen plaatsen. De drie getoogde stalramen dateren uit de bouwtijd. De ramen zijn gemetseld onder een steense segmentboog met aan de onderzijde een halfsteense rollaag en een rij stenen op hun kant. In de kozijnen zijn duimen aanwezig voor luiken. De ramen bestaan uit houten, vierruits stalramen. De zijgevel van de aangebouwde stal bestaat uit rode machinale stenen in halfsteensverband met een cementvoeg. Het bovenste deel van de gevel bestaat uit een doorlopende strook plastic voor daglichttoetreding in de voormalige stal. In de gevel is een houten staldeur aangebracht.

16 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

19. De voorgevel van de boerderij.

20. Detail van de voordeur met middenstijl met cannelures en geprofileerd kalf.

21. In de kozijnen van de ramen zijn duimen uit de bouwtijd aanwezig waaraan de luiken hingen.

22. De kozijnen zijn aangebracht onder een anderhalfsteense segmentboog en in elkaar gezet met pen- en gatverbindingen.

23. De linker zijgevel van de boerderij met daarachter de aangebouwde stal.

24. De originele opening voor de staldeur (rechts) onder een steense segmentboog met daarnaast een stalraam uit de bouwtijd.

17 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

Achtergevel De achtergevel van de boerderij bestaat uit de achtergevel van het hoofdvolume en de achtergevel van de verlengde stal. De achtergevel van de boerderij was van oorsprong van hout met een dakoverstek maar bestaat tegenwoordig uit metselwerk (machinale stenen) in halfsteensverband met een cementvoeg. Het bovenste deel van de gevel bestaat uit groene damwandplaten. Ter plaatse van de overgang van de zijgevels naar de achtergevel is een bouwspoor in het metselwerk te zien waar het oude metselwerk uit 1890 aansluit op het jongere metselwerk. In de gevel is een betonnen, drieruits stalvenster aangebracht. Een voormalig venster onder een betonlatei is ingeboet. De achtergevel van de verlengde stal is gemetseld in een rode machinale steen in halfsteensverband met cementvoeg. De indeling van de achtergevel is traditioneel voor de streek en komt vermoedelijk overeen met de oorspronkelijke achtergevel van de boerderij. Centraal in de midden is een brede deur onder een betonlatei. De deur wordt gevormd door een garagedeur. Aan weerseinden van de gevel zijn ter hoogte van de koestallen twee smalle, houten deuren. Rechter zijgevel De rechter zijgevel bestaat uit de zijgevel van de boerderij uit 1890 en de zijgevel van de verlengde stal. De zijgevel van het hoofdvolume is gemetseld in dezelfde steen als de voorgevel en linker zijgevel en heeft ook een grijs gecementeerde plint.

De gevel kent net als de linker zijgevel reguliere muurankers ter hoogte van de verdiepingsvloer met gekoppelde muurankers ter plaatse van de gebinten. In het voorste deel van de gevel, ter plaatse van het voorhuis, zijn vier vensters aangebracht: twee keldervensters en twee opkamervensters, allen uit 1890. De keldervensters zijn rechthoekig en gemetseld onder een steens strekse boog. Dit wijkt af van de segmentboog boven de overige vensteropeningen. De houten kozijnen met ijzeren duimen dateren vermoedelijk uit de bouwtijd. In het kozijn zijn ronde diefijzers aangebracht en de ramen kunnen aan de voorzijde worden dichtgezet met een los houten raam met gaas en vanaf de binnenzijde met twee kleine, naar binnen toe openende ramen. De twee rechthoekige opkamerramen zijn ook gemetseld onder een steens strekse boog met aan de onderzijde een halfsteense rollaag en een rij stenen op hun kant, net als bij de stalramen. In het kozijn zijn duimen aanwezig voor luiken. De opkamervensters zijn net als de kelder voorzien van diefijzers. Dit betekent dat de opkamer van oorsprong vermoedelijk in gebruik was als kaaskamer: de ramen van een kaaskamer stonden open om de ruimte goed te kunnen ventileren. D.m.v. diefijzers werd voorkomen dat men van buitenaf bij de kazen kon. Na de opkamer is, direct na de brandmuur, in de gevel een deur aangebracht onder een steense gementselde strek.

De deur dateert van na de bouwtijd (tweede helft twintigste eeuw of begin 21e eeuw). Het metselwerk is aan weerszijden van de deur behakt. Naast de deur is een getoogd zesruits schuifraam onder een steens gemetselde strek, gelijk aan de schuiframen in de voorgevel. Het raam dateert uit de bouwtijd. Dit betekent dat aan deze zijde van de boerderij achter de brandmuur een werkruimte was, vermoedelijk een keuken. Dit komt overeen met de grote werkschouw in de achterliggende ruimte (zie beschrijving Interieur). Na het venster is een klein toiletraam (na de bouwtijd) en een deur met een zijlicht. De deur kent langs het bovenste deel van de vensteropening aan weerszijden een hoekoplossing bestaande uit een drieklezoor in de strekkenlaag. Langs het onderste deel van de deur en het zijlicht is het metselwerk behakt. Hier was van oorsprong een vierkant stalraam met vierruits schuifraam onder een segmentboog. Dit raam is na 1979 aangepast tot deur. In de zijgevel zijn nog twee getoogde vierruits stalramen onder een segmentboog uit de bouwtijd (van oorsprong waren er dus drie stalramen). De stalramen zijn gelijk aan de stalramen in de linker zijgevel. Tegen de voormalige stal in na de bouwtijd een houten schuurtje geplaatst.

De rechter zijgevel van de verlengde stal is gelijk aan de linker zijgevel, met machinale baksteen in halfsteensverband en een strip aan de bovenzijde met plastic platen voor lichttoetreding in de voormalige stal. Dak Het zadeldak van de boerderij is gedekte met opnieuw verbeterde rode holle pannen van na de bouwtijd. Ter hoogte van de brandmuur is een gemetselde schoorsteen uit 1890. In het linker dakvlak zijn na de bouwtijd vier dakramen aangebracht en een brede dakkapel. Boven de stal is een hooiluik uit 1890 waar hooi naar binnen kon worden opgestoken naar de zolder. Het hooiluik is niet meer in gebruik en dichtgezet met een houten plaat. In het rechter dakvlak zijn na de bouwtijd nog een vier dakramen aangebracht. Beide zijgevels en het hooiluik zijn voorzien van een bakgoot van pvc. Deze bakgoot is in de laatste kwart van de twintigste eeuw aangebracht (na 1979), voor die tijd was er geen goot.

18 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

25. De achtergevel van de boerderij. De boerderij moet aan deze zijde net als de schuur een dakoverstek hebben gehad. Dit is niet meer zichtbaar omdat de gevel is versteend.

26. In het kader de overgang van het metselwerk uit 1890 (rechts, linker zijgevel) naar het jongere metselwerk van de achtergevel.

27. De achtergevel van de aangebouwde stal.

28. De rechter zijgevel van de boerderij met links op de foto de twee opkamervensters met daaronder de keldervensters.

29. De rechter zijgevel in 1979 ter vergelijking. In de zijgevel zijn nog geen deuren. Het toiletraampje naast het voorste stalraam (gele pijl) is na de bouwtijd aangebracht. Afbeelding: RCE, Amersfoort/205.838 (detail)

30. De keldervensters zijn voorzien van ronde diefijzers en gemetseld onder een steens strekse boog.

19 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

31. De deur met zijlicht onder een steense rollaag ter plaatse van een voormalig stalraam.

32. Stalvenster met kozijn en vierruits schuifraam uit de bouwtijd. In de kozijnen zijn duimen aangebracht waaraan luiken hingen.

33. Het hooiluik uit de bouwtijd.

34. De schoorsteen uit de bouwtijd.

20 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

5.3 Interieur boerderij Kelder Rechts achter de voorgevel, onder de opkamer, bevindt zich een smalle kelder uit de bouwtijd. De kelder is toegankelijk via een houten paneeldeur aan de achterzijde van de brandmuur. Via een houten trapje betreed men de kelder. Op de vloer liggen grijze estrikken, de gemetselde wanden van de kelder zijn gestuukt. Het plafond van de kelder wordt gevormd door brede, houten delen (afb. 36). Doordat de kelder vrij smal is, zorgen de houten delen voor voldoende stevigheid en was er geen balklaag nodig. Begane grond De boerderij wordt in tweeën bewoond. In de oorspronkelijke voorhuis, voor de brandmuur, is één woning. De woning bestaat uit een centrale gang achter de voordeur (0.4). De oorspronkelijke doorgang in de brandmuur naar het achterhuis is dichtgezet. De vloer was van oorsprong voorzien van gekleurde cementtegels, deze zijn verplaatst naar het achterhuis (afb. 42).11 Het plafond van de gang is afgedekt met platen. Links van de centrale gang is de woonkamer (0.6). De kamer is toegankelijk via een houten paneeldeur uit de bouwtijd met geprofileerd kozijn op houten neuten. Tegen de achterwand van de woonkamer is centraal een schoorsteenmantel met aan weerszijden dubbele paneeldeuren waarachter van oorsprong bedsteden waren gesitueerd. De schoorsteenmantel dateert uit de bouwtijd en bestaat uit zwart geschilderd hout als imitatie van natuursteen.

De opening van de schoorsteenmantel is dichtgezet, hiervoor staat een jongere kachel. De vloer van de woonkamer is vernieuwd. De draagconstructie boven de kamer bestaat uit een enkelvoudige balklaag bestaande uit smalle, hoge balken met een duivejagerprofilering uit de bouwtijd. Dit type balken is zeer kenmerkend voor de negentiende eeuw. De balken zijn evenwijdig aan de voorgevel gesitueerd en bevinden zich vermoedelijk ook boven de overige ruimtes van het voorhuis, maar zijn niet overal zichtbaar door platen tegen het plafond. Aan de rechterzijde van de gang is de slaapkamer (0.3). De kamer is bereikbaar via een houten paneeldeur uit de bouwtijd gelijk aan de deur naar de woonkamer. De deuren zijn symmetrisch tegenover elkaar geplaatst. Aan de gang is tevens na de bouwtijd een wc geplaatst, hiervoor is een nieuwe deur in de gang aangebracht. Via een brede doorbraak in de rechter wand van de gang bereikt men een brede hal met badkamer. Vanuit hier leidt een leidt een houten trappetje naar de opkamer, die tegenwoordig in tweeën is verdeeld door een tussenwand (0.1 en 0.2). In kamer 0.2 is net als in de woonkamer het balkenplafond uit de bouwtijd zichtbaar. Achter de brandmuur, in het voormalige werkgedeelte van de boerderij, is de tweede woning.

Het eerste gebintvak achter de brandmuur is voorzien van een enkelvoudige balklaag met duivejagerprofilering, evenwijdig aan de voorgevel. Dit is dezelfde balklaag als in het voorhuis. Het gebruik van de balklaag in het bedrijfsgedeelte geeft aan dat dit deel van de boerderij een woon-/ werkfunctie had en niet in gebruik was als stal. Achter de voorste, nieuw aangebrachte deur in de rechter zijgevel is hal 0.7 gecreëerd met vanuit hier een steektrap met een kwart naar de verdieping. De onderste kwart leidt naar de brandmuur, mogelijk was hier in het verleden een doorgang naar de opkamer en was de opkamer bereikbaar vanuit het bedrijfsgedeelte. Dit was niet ongebruikelijk en bovendien zeer praktisch wanneer de opkamer ook als werkruimte (in dit geval als kaaskamer) werd gebruikt. Op de vloer van de hal liggen gekleurde cementegels met geometrische patronen. De tegels dateren uit de bouwtijd en lagen van oorsprong in de centrale gang achter de voorgevel. De huidige keuken 0.8 was van oorsprong al keuken met een grote werkschouw uit de bouwtijd tegen de brandmuur. De schouw bestaat uit twee houten pilasters met een geprofileerde kroonlijst met bordenrichel. De achterwand van de schouw bestaat uit witjes met een roetbaan van schildpadtegels (zes tegels breed) met een mangaankleurig tableau van 4 tegels met ster.

Aan weerszijden van de roetbaan zijn twee tableaus van 2 bij 3 tegels met een boer en boerin. Deze twee tableaus zijn replica’s die zijn aangebracht toen de schouw uit elkaar is gehaald om een geluidsisolerende wand tegen de brandmuur aan de brengen toen de boerderij in tweeën werd bewoond.12 Op de vloer van de schouw liggen de overige cementtegels die van oorsprong uit de centrale gang komen. De werkschouw is vrij traditioneel van opzet voor een boerderij uit 1890 en is een laat voorbeeld van een dergelijke werkschouw, maar is niet ongebruikelijk in de regio. Woonkamer 0.9 heeft een schoorsteenmantel tegen de brandmuur gelijk aan die in ruimte 0.6, wat wijst op een woonfunctie vanaf de bouwtijd. Hiernaast zijn in de brandmuur dubbele paneeldeuren aangebracht waarachter een bedstede bevond. 11 Vriendelijke mededeling mevr. Verrips. 12 Vriendelijke mededeling mevr. Verrips.

21 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

35. Plattegrond van de kelder. De voorgevel is rechts. Afbeelding: De Kuiper Infrabouw

36. Het plafond van de kelder bestaat uit brede, houten delen zonder balklaag.

37. Plattegrond van de begane grond. De voorgevel is rechts. Met een rode lijn is de brandmuur weergegeven. Afbeelding: De Kuiper Infrabouw

38. De woonkamer (0.6) gezien richting de brandmuur met paneeldeuren en schoorsteenmantel 22 van 44

39. Detail van de schoorsteenmantel uit 1890.

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

40. Het voorhuis en de eerste travee achter de brandmuur zijn voorzien van een enkelvoudige balklaag (0.6)

41. Detail van één van de balken met aan de onderzijde een duivejagerprofilering (0.6).

42. In hal 0.7 zijn de gekleurde cementegels uit 1890 herplaatst die van oorsprong in de gang (0.4) lagen.

43. De grote werkschouw aan de achterzijde van de brandmuur (0.8).

44. Detail van de roetbaan van schildpadtegels met mangaankleurig tegeltableau met ster. Eén rij schildpadtegels ontbreekt aan de bovenzijde.

45. De paneeldeuren in de brandmuur vanuit kamer 0.9 met links de schoorsteenmantel (gele pijl).

23 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

De constructie achter de brandmuur bestaat uit drie ankerbalkgebinten. Vermoedelijk had de constructie een vierde gebint ter hoogte van de achtergevel die is afgebroken toen de achtergevel werd versteend. Vanaf het tweede gebintvak achter de brandmuur bestaat de draagconstructie boven de begane grond uit lage gebintstrijkbalken met daarop op korte afstand van elkaar zware, houten balken die dwars op de voorgevel zijn gesitueerd (afb. 46 en 47). Dit is de intacte constructie van een waterzolder.13 Waterzolders waren versterkte zolders in boerderijen waar vee in veiligheid kon worden gebracht bij hoogwaterstanden. Hier werd ook het hooi opgetast. Veel boerderijen in het westelijk deel van de Vijfheerenlanden, waar regelmatig sprake was van wateroverlast, kenden in de zeventiende en achttiende eeuw waterzolders.14 De waterzolder in de boerderij is daarmee, net als de werkschouw, een vrij laat maar traditioneel voorbeeld van deze bouwwijze. De meeste waterzolders in de regio zijn inmiddels afgebroken, waarmee deze zolder een zeldzaam voorbeeld is van een dergelijke constructie. In de vloer van de waterzolder is geen opening aangetroffen voor een hellingbaan waarover het vee naar de zolder kon worden geleid. Mogelijk gebeurde dit via een luik op de verdieping in de achtergevel.

In het tweede gebintvak achter de brandmuur is in de laatste kwart van de twintigste eeuw een bijkeuken aangebracht (0.10) met toilet en badkamer en een woonruimte (0.11) naast een gang. In ruimte 0.11 zijn de zware balken van de waterzolder zichtbaar. Ruimte 0.12 is eveneens ingericht als woonruimte. Toen de familie stopte met het boerenbedrijf zijn de stallen uit de ruimte verwijderd en is een betonnen vloer in de ruimte aangebracht. De stijlen van de constructie staan op betonnen poeren. Tegen de oorspronkelijke achtergevel van de boerderij is een kleine schouw met kachel aangebracht. Deze hoort niet bij de oorspronkelijke opzet van de stal. Ruimte 0.13 is de verlengde stal die in de tweede helft van de twintigste eeuw is aangebracht. De koestallen zijn verwijderd en de ruimte wordt tegenwoordig gebruikt als opslag. Vanuit de nieuwe stal is de gecementeerde achtergevel van de boerderij te zien. De brede doorgang in de achtergevel op de begane grond is versmalt, op de verdieping zijn in het nieuwe metselwerk luiken aangebracht naar de hooizolder. Eerste verdieping De eerste verdieping aan de voorzijde van de brandmuur behoort bij de woning achter de brandmuur en is bereikbaar vanaf de trap vanuit hal 0.7. De ruimte is na de bouwtijd verdeeld in een hal (1.4) met daaraan slaapkamers en een badkamer (1.3).

De twee slaapkamers achter de voorgevel (1.1 en 1.2) zijn voorzien van de houten binnenluiken uit de bouwtijd. In de schuine ruimte onder het dak zijn in de twee kamers kasten aangebracht met houten paneeldeuren. De paneeldeuren zijn afkomstig van bedsteden die op de begane grond stonden.15 In slaapkamer 1.5 bevindt zich het rookkanaal van de schoorsteenmantel in het voorhuis. Achter de brandmuur is een gang aangebracht met aan weerszijden meer slaapkamers. Achter de brandmuur bevindt zich het grote rookkanaal van de werkschouw achter de brandmuur. Ruimte 1.10 is de voormalige hooizolder/ waterzolder. De draagconstructie met ankerbalkgebinten dateert uit 1890. De constructie is in elkaar gezet met pen- en gatverbindingen. De onderdelen van de constructie zijn voorzien van telmerken met de Romeinse cijfers I t/m VI (afb. 52, de telmerken I (1), III (3), IIII (4) en VI (6) zijn aangetroffen). De telmerken zijn zowel op de gebintstijlen als de korbelen aangetroffen. Boven de gebinten zijn driehoekspanten geplaatst. De spantbalken boven de achterste twee gebinten zijn doorgezaagd, mogelijk om in het verleden een installatie op de hooizolder aan te brengen (afb. 54). Op de gebinten en driehoekspanten zijn de gordingen van de gordingenkap aangebracht. De kapconstructie is in de lengterichting verstevigd met houten windschoren.

De sporen met panlatten zijn grotendeels uit het zicht door platen. De voormalige hooizolder is tegenwoordig in gebruik als opslag. Tweede verdieping De zolder boven het voorhuis is bereikbaar via een uitschuifbare houten trap vanaf overloop 1.4. De kapconstructie bestaat uit één nokstijlspant waarop de gordingen steunen die zijn opgelegd tussen de voorgevel en de brandmuur. Tegen de brandmuur is het versleepte rookkanaal zichtbaar van de schoorsteenmantel in het voorhuis. Boven de slaapkamers in het eerste gebintvak achter de brandmuur is na de bouwtijd een zolder aangebracht. Tegen de brandmuur is hier het conisch gemetselde rookkanaal van de werkschouw. Boven ruimte 1.9 is een open zolder die bereikbaar is vanaf de hooizolder. 13 Van Groningen, Vijfheerenlanden p. 169.

14 Van Groningen, Vijfheerenlanden p. 169. 15 Vriendelijke mededeling mevr. Verrips.

24 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

46. De voormalige koestal met daarboven de balken van de waterzolder.

47. De balken van de waterzolder zijn vrij fors en zijn dicht op elkaar aangebracht.

48. De gebintstrijkbalken (horizontale balken) zijn met ijzeren pennen aan de stijlen vastgezet.

49. De gemetselde achtergevel van de boerderij vanuit de nieuwe stal met enkele deur (was breder), gietijzeren stalraam (afwijkend van de houten stalramen) en luiken op de verdieping.

VI

IIII

III

I

50. Plattegrond van de eerste verdieping, de voorgevel is rechts. Met blauwe lijnen zijn de gebinten aangegeven met daarnaast de aangetroffen telmerken. Met een rode lijn is de brandmuur weergegeven. Afbeelding: De Kuiper Infrabouw 25 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

51. Detail van het ankerbalkgebint op de hooizolder (1.10).

52. Telmerk ‘III’ op een gebintstijl.

53. Driehoekspant boven een ankerbalkgebint.

54. De spantbalken en korbelen van de achterste twee driehoekspanten zijn doorgezaagd.

55. Het nokstijlspant van de zolder boven het voorhuis. Op de achtergrond het versleepte rookkanaal van de schoorsteenmantel tegen de brandmuur (gele pijl).

56. Het conisch gemetselde rookkanaal van de werkschouw tegen de achterzijde van de brandmuur.

26 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

5.4 Schuur 1 Exterieur

De schuur naast de boerderij is voor het eerst ingetekend op de kadastrale hulpkaart van 1892 en is gelijktijdig of direct na de boerderij in 1890 gebouwd. De schuur heeft een rechthoekig oppervlak met een zadeldak met de nok haaks op de weg. De schuur bestaat uit één bouwlaag met kap met een voorin de schuur een halfverdiepte kelder tegen de linker zijgevel. Tegen de achterzijde van de schuur is in de laatste kwart van de twintigste eeuw een pinkenstal aangebouwd. Deze stal is smaller dan het bouwvolume van de schuur. De eerste bouwlaag van de schuur is gemetseld in een rode handvorm baksteen in kruisverband met een kalkvoeg. Dit is gelijk aan het metselwerk van de boerderij. De tweede bouwlaag van de voor- en achtergevel bestaat uit houten rabatdelen. De delen aan de voorzijde zijn groen geschilderd, de delen aan de achterzijde zijn onbeschilderd. Mogelijk is de verf aan deze zijde verweerd, de achtergevel bevindt zich nu binnen door de aanbouw van de pinkenstal en het hout wordt niet meer blootgesteld aan het weer. De pinkenstal is gemetseld in een rode, machinale steen in halfsteenverband met daarboven verticale houten delen die groen zijn geschilderd met een geveltop van groene damwandplaten. De dakbedekking van de schuur bestaat uit grijze damwandplaten met daaronder een bakgoot van pvc.

Deze dakbedekking bestond in het verleden uit riet.16 In de voorgevel zijn in de eerste bouwlaag twee gietijzeren stalramen aangebracht met een halfronde bovenzijde. De stalramen dateren uit de bouwtijd en zijn aangebracht onder een halfsteense rollaag. Dit zijn andere stalramen dan in de boerderij. In de rabatdelen van de tweede bouwlaag is een houten hooiluik aangebracht met daarboven nog twee gietijzeren stalramen. In de top is een ronde opening waar mogelijk een rond stalraam heeft gezeten. Ter hoogte van de balklaag van de verdiepingsvloer zijn in de voorgevel reguliere, rechte muurankers aangebracht. Boven het maaiveld zijn twee hoge, gekoppelde muurankers. Het rechter muuranker was aangebracht om een penant in de rechter zijgevel te verstevigen waar vermoedelijk een deur in de gevel zat. Het linker gekoppelde muuranker is verbonden met de achterliggende dwarsmuur van de kelder (zie beschrijving ‘Interieur’). De rechter zijgevel van de schuur is de zijgevel aan de erfzijde. Deze gevel bestaat uit drie verschillende vlakken metselwerk, waarvan het vlak tegen de voorgevel het jongste metselwerk is (tweede helft twintigste eeuw) en het vlak grenzend aan de achtergevel uit de bouwtijd dateert. Het voorste vlak is gemetseld in een machinale rode baksteen in halfsteensverband met een cementvoeg.

In het metselwerk zijn dubbele schuurdeuren aangebracht onder een anderhalfsteense rollaag. De ijzeren gehengen van de deuren zijn met de hand gesmeed en zijn bevestigd aan gesmede duimen (afb. 61). Dit zijn hergebruikte duimen en gehengen die mogelijk afkomstig zijn van de oorspronkelijke deuren in de zijgevel. Het middelste vlak van de gevel is gemetseld in een lichtrode handvormsteen in kruisverband met cementvoeg. Hierin zijn een houten staldeur geplaatst en een rechthoekig, drielichts stalraam. Het metselwerk dateert vermoedelijk ca. het midden van de twintigste eeuw. Het achterste deel van het metselwerk is het metselwerk uit 1890 en is gelijk aan het metselwerk van de voorgevel. Hierin zijn twee hoge gietijzeren stalramen aangebracht onder een rondboog, gelijk aan de ramen in de tweede bouwlaag van de voorgevel. Ter plaatse waar het metselwerk uit 1890 aansluit op het middelste vlak van het metselwerk is aan de zijde van het oudste metselwerk een hoekoplossing te zien met een drieklezoor in de strekkenlaag (afb. 62). Dit betekent dat op deze plek in de oudste bouwfase een deuropening was. In de oorspronkelijke achtergevel van de stal zijn aan weerszijden twee smalle deuren uit de bouwtijd, voorzien van de oorspronkelijke duimen en gehengen. In de nieuwe gevel van de pinkenstal (afb.

63) zijn in de achtergevel brede deeldeuren aan een rail aangebracht met twee drielicht stalramen aan weerszijden en een rechthoekig venster boven de deeldeuren. In de zijgevels van de aangebouwde stal zijn twee smalle staldeuren aangebracht onder een betonlatei. De aangebouwde pinkenstal is exact even breed als het overstek van de achtergevel, dat nog aanwezig is onder het huidige zadeldak van de aanbouw. De linker zijgevel van de schuur is ongewijzigd sinds 1890. Vooraan in de gevel is een gevelvenster uit de bouwtijd. Het originele kozijn is voorzien van een houten luik. In het kozijn zijn diefijzers aangebracht, net als in de kozijnen van de kelder en opkamer van de boerderij. In de gevel zijn verder drie gietijzeren stalramen aangebracht onder een segmentboog. Dit zijn andere stalramen dan die in de voor- en rechter zijgevel zijn aangebracht. De verschillende stalramen dateren echter allen uit de bouwtijd. Onder de dakrand zijn ter hoogte van de balklaag reguliere muurankers toegepast. 16 Jongere bouwkunst en stedebouw (1800-1945). Zederik (1991). In de beschrijving staat bij ‘bijz. bijgeb.’: ‘Links schuur met zadeldak, rieten

dekking’. 27 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

57. De voorgevel van de schuur met de locaties van de twee gekoppelde muurankers (gele pijlen).

58. Detail van het hooiluik in de voorgevel onder een houten afdakje.

59. Het gekoppelde hoge muuranker rechts in de voorgevel.

60. De rechter zijgevel van de schuur bestaat uit metselwerk uit verschillende perioden.

61. Eén hand de hergebruikte, handgesmeden gehengen met duim aan de nieuwe deur.

62. Het metselvlak uit ca. het midden van de twintigste eeuw. In de aansluiting met het oudere metselwerk rechts is in het onderste deel van het metselwerk uit 1890 sprake van een hoekoplossing (gele kader). Hier was in het verleden een staldeur.

28 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

63. De achtergevel van de schuur met later aangebouwde pinkenstal. De kap van de pinkenstal is over het dakoverstek heen gebouwd.

64. De linker zijgevel van de boerderij met kelderraam en drie stalramen.

65. Het kozijn van het kelderraam is in elkaar gezet en pen- en gatverbindingen en dateert uit de bouwtijd. Achter het gaas zijn diefijzers zichtbaar.

66. Eén van de gietijzeren stalramen in de linker zijgevel.

29 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

Interieur De constructie van de schuur bestaat uit houten balken die in de zijgevels zijn opgelegd, ondersteund door stijlen. Hierop is een enkelvoudige balklaag aangebracht met de balken haaks op de voorgevel. Op de balken liggen houten vloerdelen. De schuur is verdeeld in twee ruimtes: een kleine ruimte aan de voorzijde (0.1) en de voormalige koestal aan de achterzijde (0.2). De twee ruimtes zijn van elkaar gescheiden door een wand die deels met baksteen en deels met kalkzandsteen is gemetseld. Mogelijk stond hier vanaf de bouwtijd een wand, die is ingeboet met grote delen kalkzandsteen. Ruimte 0.1 heeft een klinkervloer die vermoedelijk uit de bouwtijd dateert. De balklaag in deze ruimte is geel geschilderd. Achterin de ruimte is, halfverdiept in de grond, een kelder uit de bouwtijd (-0.1). De kelder wordt aan de voorzijde begrensd door een gemetseld muurtje dat is gepleisterd. Op sommige plekken is het metselwerk ingeboet met kalkzandsteen. In het midden van de muur is een houten deurtje met ijzeren gehengen, beiden uit de bouwtijd. Tussen het muurtje en de linker zijgevel van de schuur zijn balken opgelegd met daarop houten delen. Op de vloer van de kelder liggen ook klinkers. Het raampje in de zijgevel is voorzien van diefijzers, dit wijst erop dat de kelder van oorsprong is gebruikt voor de opslag van voedselwaren.

Boerderijen in de Vijfheerenlanden hebben in principe altijd een kelder maar het is ongebruikelijk dat de schuren op het erf ook zijn voorzien van een kelder. Ruimte 0.2 is ingericht geweest als koestal. Dit is vermoedelijk pas na de bouwtijd gebeurd. Tegen de stijlen zijn met houten klossen twee onderslagbalken aangebracht die zijn opgelegd in de gemetselde tussenwand en de achtergevel. De balken hebben geen dragende functie, mogelijk zijn ze aangebracht als onderdeel van de koestal. De stallen zijn tegenwoordig verdwenen. De vloer van de ruimte bestaat uit beton. De verdieping van de schuur is bereikbaar via de aangebouwde pinkenstal. De constructie bestaat uit drie schaarspanten met spantbalken en windschoren in de lengterichting van de kap. Op de gordingen liggen rietlatten met daarop het riet van het dak. Dit riet is vanaf de buitenzijde niet zichtbaar door de platen die hier overheen zijn geplaatst. De vloer van de schuur was niet veilig te betreden, de verdieping is daarom alleen waargenomen vanaf de toegang boven de aangebouwde stal. In de pinkenstal is tegen de achtergevel aan het houten dakoverstek uit 1890 zichtbaar. De breedte van het dakoverstek heeft de breedte van de aangebouwde stal bepaald.

67. De plattegrond van de begane grond van de schuur, de voorgevel is rechts. Afbeelding: De Kuiper Infrabouw

30 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

68. Ruimte 0.1 gezien richting de linker zijgevel met half verdiept de kelder (-1.1, geel kader).

69. De kelder in de schuur.

70. De voormalige stal (0.2) gezien richting de aangebouwde pinkenstal.

71. Na de bouwtijd zijn voor de stal twee onderslagbalken aangebracht (gele pijl).

72. De oorspronkelijke houten achtergevel van de boerderij met twee houten luiken. Het luik links is vermoedelijk aangebracht met de pinkenstal. Bovenin de top een ronde vensteropening net als in de voorgevel.

73. De kapconstructie van de schuur gezien richting de voorgevel met drie schaarspanten.

31 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

74. Het dakoverstek uit 1890 boven de pinkenstal, met links de achtergevel van de schuur. De gordingen van de kapconstructie zijn doorgetrokken (gele pijl) om de hoekkepers te ondersteunen met rechts het wolfeind dat boven de achtergevel uitstak. De planken van de achtergevel rechts zijn niet geteerd omdat het overstek het hout beschermde tegen weersinvloeden.

75. De constructie van het dakoverstek gezien naar boven toe met de twee hoekkepers (gele pijlen) die de constructie vormen. Het overstek is gedekt met riet. Het feit dat de schuur een dakoverstek heeft, betekent dat de boerderij er ook een moet hebben gehad. Het kon voorkomen dat een boerderij een dakoverstek had en de schuur niet, maar niet andersom.

76. Referentiebeeld. Voorbeeld van een dakoverstek bij een boerderij aan de Diefdijk in Leerdam (1941). Twee schoren ondersteunen de constructie. Afbeelding: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort/20.434.

77. Het dakoverstek tegenwoordig. Onder het overstek kon de hooiwagen droog worden gestald waarvandaan het hooi op de zolder kon worden gestoken.

32 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

5.5 Overige bijgebouwen Schuur 2

Schuur twee is gebouwd aan de westzijde van het erf eind twintigste eeuw. De schuur heeft een rechthoekige plattegrond en is grotendeels open aan de voorzijde. De schuur heeft een gemetselde onderbouw en houten zijgevels en achtergevel. Het dak betreft een asymmetrisch zadeldak met golfplaten. De constructie van de schuur bestaat uit houten spanten. Tegen de noordzijde staat een smallere schuur op rechthoekige plattegrond. Ook deze schuur heeft een gemetselde onderbouw en achtergevel met een houten voor- en zijgevel en damwandplaten. Het flauwe zadeldak van de lagere schuur is gedekt met golfplaten.

Schuur 3

Schuur 3 staat ten zuiden van schuur 3 en is na schuur 2 gebouwd. Het vierkante gebouw heeft een gemetselde onderbouw van machinale stenen in halfsteensverband met gevels van groene damwandplaten. Het asymmetrische zadeldak is gedekt met golfplaten.

Kuilgrassilo’s

Op het erf staan vijf betonnen kuilgrassilo’s: twee aan de westzijde van het erf en nog drie aan de oostzijde, achter schuur 1. Het zijn ronde silo’s van beton met aan één zijde een opening en open van boven. Vanaf de jaren 1930 werd door veehouders geëxperimenteerd met het maken van kuilgras als ruwvoer voor melkvee. Half gedroogd gras (minder droog dan hooi) werd in kuilgrassilo’s opgeslagen en luchtdicht afgedekt en voorzien van een toplaag van zand. Het gewicht van het zand zorgde ervoor dat zuurstof uit de pakken met gras werd gedrukt en door de verzuring ontstond kuilgras. De eerste betonnen silo’s voor kuilgras verschenen in Nederland vanaf de jaren 1930 maar werden pas veelvuldig toegepast na de Tweede Wereldoorlog: in de jaren 1950 en 1960 kwamen op vrijwel alle boerenbedrijven in Nederland één of meerdere kuilgrassilo’s te staan. Hoe oud exact de silo’s op het erf van Leerbroekseweg 9 zijn, is niet duidelijk. Door schaalvergroting in de landbouw in de tweede helft van de twintigste eeuw werden veestapels groter en kuilgrassilo’s te klein. Zij maakten plaats voor grotere sleufsilo’s en verdwenen vaak weer van het erf.

Mestplaat

Achter de boerderij is een mestplaat. De mestplaat bestaat uit drie betonnen wanden en is open aan één zijde. Hier konden grote hoeveelheden mest worden opgeslagen.

Overige elementen

Op het erf staan diverse kippenhokken van na de bouwtijd en meerdere containers.

33 van 44

Bouwhistorische quickscan Leerbroekseweg 9 te Leerbroek

versie: definitief 28-07-2021

78. Schuur 2.

79. Schuur 3.

80. Eén van de tweede ronde, betonnen kuilgrassilo’s aan de westzijde van het erf.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=52a48841-8cb2-41a6-93c0-771fdd13ee93