4 - bijlagen bestemmingsplan KweldamLekdijk.pdf
Tekst van het document
R-JVO/1353 / 18.11
Geluidbelasting Lekdijk, incl. aftrek art. 110g Wgh 181193 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 3
Resultatentabel wegverkeerslawaai 2030 LAeq totaalresultaten voor toetspunten Lekdijk Ja
Naam Toetspunt
Omschrijving
Hoogte
Dag
Avond
Nacht
Lden
01_A 01_B 01_C 02_A 02_B
westgevel westgevel westgevel noordgevel noordgevel
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
33,9 38,5 39,4 35,0 38,2
28,6 33,1 34,0 29,7 32,9
24,0 28,5 29,5 25,1 28,3
33,9 38,4 39,4 35,0 38,2
02_C 03_A 03_B 03_C 04_A
noordgevel oostgevel oostgevel oostgevel zuidgevel
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
39,5 30,7 33,2 35,0 30,0
34,1 25,4 27,7 29,6 24,7
29,6 20,8 23,2 25,1 20,1
39,4 30,7 33,1 35,0 30,0
04_B 04_C 05_A 05_B 05_C
zuidgevel zuidgevel westgevel westgevel westgevel
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
32,9 34,0 34,6 37,5 38,7
27,5 28,6 29,3 32,1 33,3
23,0 24,0 24,7 27,5 28,7
32,9 33,9 34,5 37,4 38,6
06_A 06_B 06_C 07_A 07_B
noordgevel noordgevel noordgevel oostgevel oostgevel
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
35,4 37,5 38,8 26,8 28,3
30,2 32,2 33,4 21,5 23,0
25,6 27,6 28,8 16,9 18,4
35,4 37,5 38,7 26,8 28,3
07_C 08_A 08_B 08_C
oostgevel zuidgevel zuidgevel zuidgevel
7,50 1,50 4,50 7,50
32,4 26,0 29,7 32,8
27,1 20,6 24,3 27,4
22,5 16,1 19,8 22,9
32,4 26,0 29,7 32,8
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V4.30
27-9-2018 11:47:00
Geluidbelasting Lagewaard, incl. aftrek art. 110g Wgh 181193 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 3
Resultatentabel wegverkeerslawaai 2030 LAeq totaalresultaten voor toetspunten Lagewaard Ja
Naam Toetspunt
Omschrijving
Hoogte
Dag
Avond
Nacht
Lden
01_A 01_B 01_C 02_A 02_B
westgevel westgevel westgevel noordgevel noordgevel
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
37,6 40,6 41,0 32,1 36,3
31,9 35,0 35,4 26,9 31,0
27,5 30,5 30,9 22,2 26,3
37,4 40,5 40,8 32,1 36,2
02_C 03_A 03_B 03_C 04_A
noordgevel oostgevel oostgevel oostgevel zuidgevel
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
36,7 28,6 31,2 31,8 37,7
31,4 23,4 25,8 26,4 32,0
26,8 18,7 21,2 21,8 27,6
36,7 28,6 31,1 31,8 37,6
04_B 04_C 05_A 05_B 05_C
zuidgevel zuidgevel westgevel westgevel westgevel
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
38,5 38,8 32,2 35,7 36,6
32,7 33,0 26,9 30,4 31,1
28,3 28,6 22,2 25,8 26,6
38,3 38,6 32,1 35,7 36,5
06_A 06_B 06_C 07_A 07_B
noordgevel noordgevel noordgevel oostgevel oostgevel
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
31,6 33,9 34,2 22,5 27,2
26,4 28,6 28,8 17,3 21,6
21,7 24,0 24,2 12,6 17,1
31,6 33,9 34,2 22,5 27,1
07_C 08_A 08_B 08_C
oostgevel zuidgevel zuidgevel zuidgevel
7,50 1,50 4,50 7,50
28,1 29,5 34,6 35,4
22,4 23,9 28,8 29,6
18,0 19,4 24,4 25,2
28,0 29,4 34,4 35,2
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V4.30
27-9-2018 11:47:52
Geluidbelasting alle 30 km/h wegen incl. aftrek art. 110g Wgh 181193 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 3
Resultatentabel wegverkeerslawaai 2030 LAeq totaalresultaten voor toetspunten 30 km/h wegen Ja
Naam Toetspunt
Omschrijving
Hoogte
Dag
Avond
Nacht
Lden
01_A 01_B 01_C 02_A 02_B
westgevel westgevel westgevel noordgevel noordgevel
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
19,4 18,1 18,6 28,7 30,3
14,2 13,2 13,8 23,6 24,7
9,5 8,4 8,9 18,9 20,3
19,4 18,2 18,8 28,8 30,2
02_C 03_A 03_B 03_C 04_A
noordgevel oostgevel oostgevel oostgevel zuidgevel
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
32,9 26,4 29,7 32,8 24,3
27,2 20,7 24,2 27,3 19,6
22,8 16,4 19,8 22,9 14,6
32,7 26,3 29,6 32,8 24,5
04_B 04_C 05_A 05_B 05_C
zuidgevel zuidgevel westgevel westgevel westgevel
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
26,9 28,2 27,9 28,9 28,5
22,1 23,3 22,7 23,2 22,8
17,2 18,5 18,1 18,9 18,5
27,0 28,3 28,0 28,8 28,4
06_A 06_B 06_C 07_A 07_B
noordgevel noordgevel noordgevel oostgevel oostgevel
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
32,6 34,9 36,2 29,4 32,1
27,9 30,0 31,1 24,8 27,5
22,9 25,1 26,4 19,8 22,5
32,7 35,0 36,2 29,6 32,3
07_C 08_A 08_B 08_C
oostgevel zuidgevel zuidgevel zuidgevel
7,50 1,50 4,50 7,50
34,6 21,0 24,5 26,6
29,5 16,4 19,9 21,9
24,8 11,4 14,9 17,0
34,6 21,2 24,7 26,8
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V4.30
27-9-2018 11:48:15
Gecum. geluidbelast. alle wegen (incl.30 km/h wegen) incl. aftrek art. 110g Wgh 181193 Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Voortman Ingenieurs, bouwfysica & akoestiek bijlage 3
Resultatentabel wegverkeerslawaai 2030 LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Ja
Naam Toetspunt
Omschrijving
Hoogte
Dag
Avond
Nacht
Lden
01_A 01_B 01_C 02_A 02_B
westgevel westgevel westgevel noordgevel noordgevel
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
39,2 42,7 43,3 37,4 40,8
33,6 37,2 37,8 32,2 35,4
29,1 32,7 33,3 27,6 30,8
39,1 42,6 43,2 37,4 40,8
02_C 03_A 03_B 03_C 04_A
noordgevel oostgevel oostgevel oostgevel zuidgevel
7,50 1,50 4,50 7,50 1,50
41,9 33,7 36,4 38,2 38,6
36,5 28,4 31,0 32,7 33,0
32,0 23,8 26,4 28,2 28,5
41,9 33,7 36,3 38,1 38,4
04_B 04_C 05_A 05_B 05_C
zuidgevel zuidgevel westgevel westgevel westgevel
4,50 7,50 1,50 4,50 7,50
39,8 40,3 37,1 40,1 41,0
34,2 34,7 31,8 34,7 35,6
29,7 30,2 27,2 30,1 31,0
39,7 40,2 37,1 40,0 40,9
06_A 06_B 06_C 07_A 07_B
noordgevel noordgevel noordgevel oostgevel oostgevel
1,50 4,50 7,50 1,50 4,50
38,3 40,5 41,5 31,8 34,5
33,2 35,3 36,3 27,0 29,5
28,5 30,6 31,7 22,1 24,7
38,3 40,5 41,5 32,0 34,6
07_C 08_A 08_B 08_C
oostgevel zuidgevel zuidgevel zuidgevel
7,50 1,50 4,50 7,50
37,2 31,5 36,1 37,7
32,0 26,1 30,5 32,1
27,3 21,5 26,0 27,6
37,2 31,5 36,0 37,6
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V4.30
27-9-2018 11:48:45
datum 2-6-2021 dossiercode 20210602-9-26679
Projectomschrijving Bouw van 2 woningen
Algemene projectgegevens Plannaam: Bestemmingsplan 'Inpassing 2 woningen Lekdijk-Kweldam' Adres: Lekdijk 46, Tienhoven aan de Lek Gemeente: Vijfheerenlanden Het plan is ingediend door: Trevor Versluis Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. Oppervlakte plangebied: 1974 Geachte lezer, U heeft het waterschap geïnformeerd over het plan Bestemmingsplan 'Inpassing 2 woningen Lekdijk-Kweldam'aan de Lekdijk 46 in Tienhoven aan de Lek via de website www.dewatertoets.nl. Uit de toets blijkt dat u de gangbare watertoetsprocedure moet volgen. Dit betekent dat er nader overleg plaats moet vinden met Waterschap Rivierenland. Het waterschap wil vroegtijdig met u meedenken, u informeren en u adviseren over de waterhuishoudkundige aspecten van uw plan [Bouw van 2 woningen]. Het waterschap beoordeelt of het waterbelang voldoende gewaarborgd is. Deze uitgangspuntennotitie is onderdeel van de watertoetsprocedure. Deze uitgangspuntennotitie vormt de start voor uw overleg met het waterschap. De notitie is automatisch opgesteld op basis van uw antwoorden en uw ingetekende plangebied. Waterschap Rivierenland geeft in deze uitgangspuntennotitie aan welke wateraspecten van belang zijn voor uw ruimtelijke plan. De gemeente draagt ook zorg voor aspecten van de waterhuishouding. Daarom is het belangrijk om uw plan ook met hen af te stemmen.
U kunt contact opnemen met uw accountmanager van Waterschap Rivierenland voor overleg. De contactinformatie vindt u aan het einde van deze uitgangspuntennotitie. Beleid Waterschap Rivierenland Het waterbeheerprogramma is bepalend voor het beleid van Waterschap Rivierenland en wordt iedere zes jaar geactualiseerd. Het plan omvat alle watertaken van het waterschap op gebied van waterveiligheid, afvalwaterzuivering, schoon en voldoende water. Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening: de Keur. In de Keur staan regels voor de bescherming van onder andere waterkeringen, watergangen en bijhorende kunstwerken. In de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden beheert het waterschap ook wegen buiten de bebouwde kom (geen Rijks- of provinciale wegen). Hier is de Keur ook op van toepassing. De werkzaamheden in of nabij de watergangen, waterkeringen en wegen in beheer bij het waterschap worden getoetst aan de regels in de Keur. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een watervergunning nodig zijn. Klimaatadaptatie Water en ruimtelijke ordening zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zeker in ons veranderende klimaat. Extreme buien worden steeds vaker afgewisseld met perioden van droogte. We blijven ernaar streven om voldoende water van voldoende kwaliteit beschikbaar te hebben.
Het waterschap heeft samen met de gemeenten de taak om te zorgen voor een klimaatbestendige inrichting van onze leefomgeving. Dit kunnen we niet alleen. U kunt een bijdrage leveren door uw plan zo klimaatbestendig mogelijk in te richten. Denk bijvoorbeeld aan groene daken of natuurvriendelijke oevers. De kwaliteit van de leefomgeving of de biodiversiteit kan zo worden vergroot. Op de website ( https://nl.urbangreenbluegrids.com/bouwadaptief/) kunt u zich laten inspireren door klimaatadaptatieve projecten en vindt u een overzicht van mogelijke maatregelen. Waterveiligheid Om ons te beschermen tegen hoogwater beheert en onderhoudt het waterschap de waterkeringen (zoals bijvoorbeeld dijken) in ons rivierengebied. Nieuwe plannen mogen onze waterveiligheid niet in gevaar brengen. Daarom staan in de Keur beperkingen voor bouwen en andere activiteiten op en langs waterkeringen. Er ligt geen waterstaatswerk of beschermingszone in uw plangebied. De regels uit de Keur over activiteiten op en langs waterkeringen zijn voor u niet van toepassing.
We vragen u de buitenbeschermingszoneaan te duiden met een algemene aanduidingsregel: Ter plaatse van de gebiedsaanduiding
'vrijwaringszone - dijk - 2' zijn de gronden naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, aangeduid als buitenbeschermingszone van de primaire waterkering. In buitenbeschermingszones zijn de volgende zaken niet toegestaan zonder watervergunning; afgravingen en seismische onderzoeken, werken met een overdruk van 10 bar, aanleggen van bodemenergiesystemen en werken met explosiegevaarlijk materiaal of explosiegevaarlijke inrichtingen. Grondwater (algemeen) Waterschap Rivierenland is verantwoordelijk voor het waterpeil in sloten en vaarten. Dit peil heeft indirect effect op het grondwaterpeil. Gemeenten moeten overlast door te veel of te weinig grondwater beperken. Particulieren zijn verantwoordelijk voor het grondwater op hun perceel. Drooglegging Drooglegging is de maat waarop het maaiveld, het straatniveau of het bouwpeil boven het oppervlaktewaterpeil ligt. We adviseren voor het maaiveld een drooglegging van 0,70 meter, voor het straatpeil een drooglegging van 1,00 meter en voor het bouwpeil een drooglegging van 1,30 meter. Zo voorkomt u overlast door grondwater. We adviseren om onderzoek te doen in gebieden waar overlast door grondwater bekend is of waar hoge grondwaterstanden voorkomen. U kunt maatregelen nemen om overlast te voorkomen. Voorbeelden van maatregelen zijn het ophogen van het maaiveld of bouwen zonder kruipruimte.
Infiltreren Het is wenselijk dat uw plan grondwaterneutraal is. Dit kan door hemelwater te infiltreren. U houdt zo water vast voor drogere perioden. Dit kan alleen in gebieden waar de grondwaterstanden en de bodemopbouw dat toelaten. Het zijn de hogere gronden met een goede doorlatendheid. Onze accountmanager kan u hierover adviseren. Met een infiltratieonderzoek kunt u (laten) onderzoeken of en op welke wijze infiltratie kan plaatsvinden. Watercompensatie Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Om te voorkomen dat hierdoor wateroverlast ontstaat, kan aanleg van extra waterberging noodzakelijk zijn. Zo wordt het verlies van berging in de bodem gecompenseerd. Binnen uw plan neemt de verharding af of blijft gelijk. U hoeft geen watercompensatie te realiseren. Watergangen Werkzaamheden in de watergang hebben invloed op de water aan- en afvoer, de waterberging of het onderhoud. Voor deze werkzaamheden geldt een vergunning- of meldplicht. A- en B-watergangen hebben een beschermingszone. De beschermingszone is in de legger opgenomen. De beschermingszone van een watergang is een obstakelvrije strook. Met deze zone wordt handmatig en/of machinaal onderhoud van de watergang vanaf de kant mogelijk gemaakt en wordt het talud beschermd. Bij A-watergangen is de beschermingszone minimaal 4 meter breed, gemeten uit de insteek.
In de Alblasserwaard en Vijfheerenlanden en in het Land van Heusden en Altena is de beschermingszone minimaal 5 meter breed, gemeten uit de insteek. Bij B-watergangen is de beschermingszone minimaal 1 meter breed. C-watergangen hebben geen beschermingszone. Binnen het plangebied ligt een C-watergang. Ruimtelijke ontwikkelingen nabij een C-watergang kunnen aanleiding zijn voor een statuswijziging. Binnen het plangebied ligt geen A-watergang. Binnen het plangebied ligt geen beschermingszone van een A-watergang. Binnen het plangebied ligt geen B-watergang of een beschermingszone van een B-watergang.
Verbeelding We vragen u A-watergangen te bestemmen als Water. De beschermingszone van de watergangen hoeft niet te worden bestemd. Voor de boezemgebieden of het winterbed verzoeken we de dubbelbestemming Waterstaat Waterberging op te nemen. Waterkwaliteit (algemeen) Hieronder volgt een aantal algemene aandachtspunten die gelden voor verschillende ruimtelijke ontwikkelingen: ● Gebruik geen uitlogende materialen zoals zink of koper. Zo komen deze materialen niet in de sloot terecht. Gebruikt u wel uitlogende
materialen, dan mag het dakwater niet rechtstreeks op de sloten worden geloosd. ● Bladeren van bladverliezende bomen langs het water komen vaak in het water terecht. Dit kan de waterkwaliteit negatief beïnvloeden.
U kunt de hoeveelheid bladafval in de watergang beperken door rekening te houden met de plaatsing van bomen. ● Neem de ecologische waarde mee in het ontwerp van een watergang, wadi, etc. Door aandacht te hebben voor de ecologische waarde,
vergroot u deze zonder al te veel moeite. Riolering en zuiveringswerken Het rioolstelsel valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. U kunt met uw gemeente contact op nemen voor het aansluiten van (nieuwe) woningen en bedrijven. Bij de herstructurering van bestaande woonwijken of herbouw van woningen is er de mogelijkheid om het rioolsysteem zodanig aan te passen dat hemelwater wordt afgekoppeld. Het uitgangspunt is dat hemelwater gescheiden wordt afgevoerd. Het
waterschap gaat bij nieuwbouw van woningen uit van een (duurzaam) gescheiden rioleringsstelsel. Hemelwater van terreinverhardingen stroomt bij voorkeur niet direct af op het oppervlaktewater. Het stroomt eerst door een berm, wadi of bodempassage om het water te filteren. Bij bedrijventerreinen wordt ernaar gestreefd om het hemelwater gescheiden van vuil water af te voeren. In het algemeen wordt gestreefd naar een verbeterd gescheiden rioleringsstelsel.
In het plangebied ligt geen rioolwaterpersleiding van het waterschap.
Vervolgtraject Het is van belang om de accountmanager van het waterschap te betrekken bij het plan en rekening te houden met de in dit document aangegeven uitgangspunten en adviezen. Wij verzoeken u ons te informeren over de wijze waarop het plan verder zal worden voorbereid. Accountmanager Vijfheerenlanden Tamara van Vemden-Versprille telefoon: 0344 649 571 e-mailadres: T.van.Vemden@wsrl.nl © Digitale Watertoets - www.dewatertoets.nl Dit document is gegenereerd via de website http://www.dewatertoets.nl//op basis van door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens. Dit digitale advies heeft een geldigheid van 2 jaar.
www.dewatertoets.nl
datum 2-6-2021 dossiercode 20210602-9-26679 Samenvatting In deze paragraaf worden puntgewijs de resultaten van de toetsing samengevat. Tekenen: Heeft u een toetslaag geraakt? ja In welke gemeente ligt uw plangebied? Vijfheerenlanden Vragen: Gaat het plan uitsluitend over functiewijziging van bestaande bebouwing zonder fysieke aanpassingen van de bebouwing en de ruimte? nee Gaat het ruimtelijk plan over activiteiten anders dan woningen, bedrijven of kleinschalige infrastructuur? nee Is uw totale plangebied groter dan 3500 m² ? nee Verwacht u een toename van verharding in het plan groter dan 500 m² in stedelijk gebied of 1500 m² in landelijk gebied? nee Afbeeldingen geraakte toetslagen
Afbeeldingen geraakte signaleringskaarten
www.dewatertoets.nl
Voortoets stikstofdepositie Ontwikkeling uitbreiding Kweldam te Tienhoven aan de Lek
Van den Heuvel Milieuadvies Adres: Postcode + plaats: Telefoon: Email: Website:
Lekdijk 44 2967 GB Langerak 0184-600240 info@vandenheuvelbv.eu www.vandenheuvelbv.eu
Titel document: Referentie: Versie: Datum:
Voortoets stikstofdepositie ontwikkeling uitbreiding Kweldam te Tienhoven aan de Lek 17073 1.1 2 juni 2021
AERIUS-kenmerk aanlegfase: AERIUS-kenmerk gebruiksfase:
RTUSHWM9qRcL RuMhsujrZVCr
Pagina 2 van 17
Inhoudsopgave 1 Inleiding ...........................................................................................................................................4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................................. 4 1.2 Plangebied............................................................................................................................................. 4 1.3 Nieuwe situatie ..................................................................................................................................... 4 1.4 Ligging plangebied in relatie tot stikstofgevoelige habitats.................................................................. 5 2. Beleidskader ....................................................................................................................................6 2.1 Wet natuurbescherming ....................................................................................................................... 6 2.2 Besluit natuurbescherming ................................................................................................................... 6 2.3 Regeling natuurbescherming ................................................................................................................
6 2.4 Programma Aanpak Stikstof (PAS) ........................................................................................................ 6 3. Wijze van meten .............................................................................................................................. 7 4. Uitgangspunten ............................................................................................................................... 8 4.1 Aanlegfase ............................................................................................................................................. 8 4.2 Gebruiksfase........................................................................................................................................ 10 5. Emissiebepaling ............................................................................................................................. 11 5.1 Aanlegfase ........................................................................................................................................... 11 5.2 Gebruiksfase........................................................................................................................................ 13 5.3 Gebouwinvloed ................................................................................................................................... 14 6.
Rekenresultaten en conclusie ......................................................................................................... 15 Bijlage 1 – Referentie mobiele werktuigen ......................................................................................... 16 Bijlage 2 – AERIUS-exports ................................................................................................................. 17
Pagina 3 van 17
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aan de Kweldam te Tienhoven aan de Lek worden twee woningen gerealiseerd. Om de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden vanwege de aanleg- en gebruiksfase van deze ontwikkeling te berekenen is Van den Heuvel Milieuadvies gevraagd een voortoets stikstofdepositie op te stellen.
1.2 Plangebied Het plangebied betreft een onbebouwde bouwkavel welke thans wordt gebruikt voor opslag van materialen. Het plangebied is gelegen aan de Kweldam te Tienhoven aan de Lek.
AFBEELDING 1: BEGRENZING PLANGEBIED
1.3 Nieuwe situatie In de nieuwe situatie zijn twee vrijstaande woningen gebouwd.
AFBEELDING 2: NIEUWE SITUATIE Pagina 4 van 17
1.4 Ligging plangebied in relatie tot stikstofgevoelige habitats Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitat is gelegen binnen Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Lek’ en is gelegen op een afstand van circa 320 meter tot het plangebied. Verder zijn stikstofgevoelige habitats in de volgende Natura 2000-gebieden gelegen. Tabel 1: Overzicht Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats in de omgeving Gebieds- Natura 2000-gebied Ca. afstand stikstofgevoelige habitat tot nummer plangebied 70 Lingegebied & Diefdijk-Zuid 12,4 kilometer 82 Uiterwaarden Lek 320 meter 105 Zouweboezem 2,7 kilometer
320 m 2,7 km
12,4 km AFBEELDING 3: AFSTAND PLANGEBIED TOT STIKSTOFGEVOELIGE HABITATS BINNEN NATURA 2000-GEBIEDEN
Pagina 5 van 17
2. Beleidskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De bescherming van de Natura 2000gebieden is ondervangen in het onderdeel ‘gebiedsbescherming’. Bij significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden geldt een ontheffingsplicht. Uit een passende beoordeling dient te blijken dat de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het plan voordat een ontheffing op basis van de Wnb verleend kan worden.
2.2 Besluit natuurbescherming In titel 2 van het Besluit natuurbescherming (Bnb) is de Programmatische aanpak stikstof opgenomen. Daarin is aangegeven dat er een programma aanpak stikstof wordt vastgesteld met welke doelstellingen, hoe de vaststelling plaatsvindt, voor hoe lang en door wie. PAS-partijen stellen voor 6 jaar een programma vast. De gebiedsanalyses die per Natura 2000-gebied worden opgesteld zijn een verplicht onderdeel van het PAS. Deze maken ook onderdeel uit van de passende beoordeling van het programma. Deze zijn nodig om aan Europeesrechtelijke verplichtingen van de Habitatrichtlijn te voldoen. In het Bnb is in artikel 2.12 de hoogte van de zogenoemde grenswaarde vastgesteld op twee verschillende manieren. De eerste waarde betreft een generieke waarde van depositie op een habitat van 1,00 mol per hectare per jaar. Deze waarde wordt voor een Natura 2000-gebied van rechtswege verlaagd naar 0,05 mol per hectare per jaar op het moment dat blijkt dat nog maar 5% van de hoeveelheid depositieruimte resteert die voor dit Natura 2000-gebied hiervoor is vastgesteld. De tweede waarde is van toepassing voor infrastructurele activiteiten en betreft een afstand in kilometers. Afhankelijk van de type activiteit waarbij het hier om gaat, is de afstand 3 of 5 km.
Deze grenswaarde voor infrastructurele activiteiten is beperkt tot de activiteiten die zijn opgenomen op de prioritaire lijst. Indien de grenswaarden door een activiteit niet worden overschreden, dan valt deze activiteit onder de uitzondering van de vergunningplicht.
2.3 Regeling natuurbescherming In de Wnb en Bnb is bepaald dat een aantal zaken nader bij ministeriële regeling wordt uitgewerkt en vastgesteld, zoals dat de AERIUS Calculator gebruikt dient te worden als rekenmodel voor de bepaling van de depositie en de vrijstelling van beweiden en bemesten welke in provinciale verordeningen is vastgelegd.
2.4 Programma Aanpak Stikstof (PAS) Een toename in stikstofdepositie kan een effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen. Hierom is een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig voor activiteiten welke voorzien in stikstofdepositie op beschermde stikstofgevoelige habitats. Voorheen was toestemming hiervoor gebaseerd op het PAS, waarbij de drempelwaarde van 0,05 mol per hectare per jaar werd gehanteerd om effecten van ontwikkelingen te toetsen. De Raad van State heeft op 29 mei 2019 beoordeeld dat het PAS niet als basis voor toestemming voor activiteiten mag worden gebruikt. Op basis van het PAS werd namelijk vooruitlopend op toekomstige positieve gevolgen van maatregelen voor beschermde natuurgebieden alvast toestemming gegeven voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor die gebieden. Een dergelijke toestemming ‘vooraf’ mag niet meer. Er dient vooraf aangetoond te worden dat een ontwikkeling niet voorziet in significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden.
Pagina 6 van 17
3. Wijze van meten De stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden als gevolg van de aanleg- en de gebruiksfase van het plan is berekend met de nieuwe versie van het rekenprogramma AERIUS Calculator 2020. Omdat de depositie van de aanlegfase tijdelijk van aard is en de depositie vanwege de gebruiksfase permanent is, zijn de fases separaat in de Calculator berekend. Met betrekking tot het invoeren van de gegevens in de AERIUS Calculator 2020 is gebruikgemaakt van de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020 ’ van BIJ12 (januari 2021, versie 3.0).
Pagina 7 van 17
4. Uitgangspunten Om de stikstofdepositie als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase in kaart te brengen is een stikstofberekening opgesteld met behulp van de AERIUS Calculator 2019A. Voor het stikstofdepositieonderzoek is uitgegaan van onderstaande uitgangspunten.
4.1 Aanlegfase De aanlegfase kan globaal verdeeld worden in drie fases: de saneringsfase, het bouwrijp maken van het terrein en de realisatiefase. Tijdens deze fases worden machines en voertuigen ingezet die tijdelijk stikstof emitteren. Op basis van expert judgement wordt per fase beschreven welke machines worden ingezet en hoeveel uren deze machines per fase worden ingezet. Bij de inzet van de machines is tevens rekening gehouden met het stationair draaien van de werktuigen.
4.1.1 Saneringsfase De saneringsfase voorziet niet in sloopwerkzaamheden, maar in het opruimen van het terrein ter grootte van circa 600 m². Voor de opruimwerkzaamheden worden 5 grote vrachtauto’s zwaar vrachtverkeer) ingezet. Verder wordt ervan uitgegaan dat 2 werknemers elk met een bestelauto licht verkeer) een week lang (5 werkdagen) het plangebied betreden. Resumerend worden voor de saneringsfase de volgende voertuigen (tabel 2) ingezet. Tabel 2: Inzet voertuigen tijdens de saneringsfase Type voertuig Aantal voertuigen Licht verkeer 10 Zwaar vrachtverkeer 5
Aantal ritten (heen en weer) 20 10
4.1.2 Bouw- en woonrijp maken De tweede fase voorziet in het bouw- en woonrijp maken van het plangebied. Voor deze fase wordt uitgegaan van 1 maand (20 werkdagen). Voor het graven wordt een minigraver voor de helft van de tijd ingezet. Nadat de graafwerkzaamheden zijn voltooid wordt 1 werkdag een trilplaat gebruikt om verzakking te voorkomen. Tijdens deze fase betreden elke werkdag 4 bestelauto’s het terrein. Tevens betreedt om de twee dagen 1 vrachtauto het terrein. Resumerend wordt voor het bouw- en woonrijp maken van het terrein de volgende mobiele werktuigen (tabel 3) en voertuigen (tabel 4) ingezet. Tabel 3: Inzet mobiele werktuigen tijdens het bouw- en woonrijp maken Type mobiele werktuig Aantal Inzet machine (uren) Minigraver 1 80 Trilplaat 1 8 Tabel 4: Inzet voertuigen tijdens het bouw- en woonrijp maken Type voertuig Aantal voertuigen Licht verkeer 80 Zwaar vrachtverkeer 10
Totaal (uren) 80 8
Aantal ritten (heen en weer) 160 20
Pagina 8 van 17
4.1.3 Realisatiefase Gedurende 12 maanden (240 werkdagen) wordt tijdens de realisatiefase het project afgerond. Er wordt een compacte heimachine voor 3 werkdagen ingezet voor het heien van de palen en 1 werkdag een betonstorter ingehuurd voor het storten van de vloeren. Voor de realisatiefase wordt tenslotte 8 werkdagen een minihijskraan ingezet voor het verplaatsen van bouwmateriaal. Verder wordt ervan uitgegaan dat elke dag bouwvakkers het terrein betreden met 4 bestelauto’s. Voor het vervoeren van bouwmaterialen (palen, vloeren, kappen, stenen, kalkzandstenen, gipsbeton, betonstaal, trappen, bouwmaterialen, materieel, kozijnen, dakpannen, zandcement, afval en installatie) zijn 40 vrachtauto’s nodig. Resumerend wordt voor het bouw- en woonrijp maken van het terrein de volgende mobiele werktuigen (tabel 5) en voertuigen (tabel 6) ingezet. Tabel 5: Inzet mobiele werktuigen tijdens de realisatiefase Type mobiele werktuig Aantal Inzet machine (uren) Compacte heimachine 1 24 Betonstorter 1 8 Minihijskraan 1 64 Tabel 6: Inzet voertuigen tijdens de realisatiefase Type voertuig Aantal voertuigen Licht verkeer 960 Zwaar vrachtverkeer 40
Totaal (uren) 24 8 64
Aantal ritten (heen en weer) 1.920 80
4.1.4 Resume Per saldo voorziet de aanlegfase in de inzet van de volgende machines (tabel 7) en voertuigen (tabel 8). Tabel 7: Inzet mobiele werktuigen tijdens de aanlegfase Mobiele werktuig Inzet Minigraver 80 uren Trilplaat 8 uren Compacte heimachine 24 uren Betonstorter 8 uren Minihijskraan 64 uren Tabel 8: Inzet voertuigen tijdens de aanlegfase Type voertuig Aantal voertuigen Licht verkeer 1.050 Zwaar vrachtverkeer 55
Aantal ritten (heen en weer) 2.100 110
Pagina 9 van 17
4.2 Gebruiksfase Met betrekking tot de gebruiksfase is in het kader van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden de verkeersgeneratie als gevolg van de nieuwe situatie alsmede de stikstofuitstoot door stookinstallaties in de woningen relevant.
4.2.1 Woningen De woningen worden conform de huidige eisen gasloos gerealiseerd. Er vinden in de nieuwe situatie geen stikstofemissies plaats vanwege de woningen.
4.2.2 Af- en aanrijdend verkeer Het af- en aanrijdend verkeer als gevolg van de nieuwe woningen zorgen voor stikstofemissies. Voor de vaststelling van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van de maximale kencijfers voor verkeersgeneratie uit de CROW-publicatie 381. Met betrekking tot de stedelijke zone wordt uitgegaan dat het plangebied is gelegen in ‘rest bebouwde kom’ behorende bij de stedelijkheidsgraad ‘niet stedelijk’. Tabel 9: Verkeersgeneratie per etmaal Categorie Verkeersgeneratie Koop, woning, vrijstaand 8,6 per woning
Aantal 2
Totale verkeersgeneratie per etmaal
Totaal 17,2 verkeersbewegingen 18 verkeersbewegingen
Het plan voorziet in een verkeersgeneratie van 18 verkeersbewegingen per etmaal.
Pagina 10 van 17
5. Emissiebepaling 5.1 Aanlegfase 5.1.1 Mobiele werktuigen Via bureaustudie is het vermogen van de werktuigen achterhaald door gebruik te maken van websites van mobiele werktuigenproducenten en -verhuurders (zie bijlage 1). De stageklasse volgt uit het bouwjaar. Naast de inzet van de machines dient tevens het stationair draaien van de mobiele werktuigen meegenomen te worden. Uit wordt gegaan dat een machine 70% van de tijd wordt belast en 30% van de tijd stationair draait. De factsheet ‘TNO getallen voor AERIUS 2020 v9 mobiele werktuigen ’ is gebruikt om de belasting en emissiefactoren van NOx en NH3 tijdens belasting en stationair draaien te bepalen. Uit deze gegevens kunnen de NOx en NH3-emissies van de mobiele werktuigen berekend worden aan de hand van de volgende formules: 𝐸𝑚𝑖𝑠𝑠𝑖𝑒 𝑡𝑖𝑗𝑑𝑒𝑛𝑠 𝑏𝑒𝑙𝑎𝑠𝑡𝑖𝑛𝑔 = 𝑖𝑛𝑧𝑒𝑡 × 𝑣𝑒𝑟𝑚𝑜𝑔𝑒𝑛 × 𝑓𝑟𝑎𝑐𝑡𝑖𝑒 𝑏𝑒𝑙𝑎𝑠𝑡𝑖𝑛𝑔 × 𝑒𝑚𝑖𝑠𝑠𝑖𝑒𝑓𝑎𝑐𝑡𝑜𝑟 𝐸𝑚𝑖𝑠𝑠𝑖𝑒 𝑡𝑖𝑗𝑑𝑒𝑛𝑠 𝑠𝑡𝑎𝑡𝑖𝑜𝑛𝑎𝑖𝑟 𝑑𝑟𝑎𝑎𝑖𝑒𝑛 = 𝑖𝑛𝑧𝑒𝑡 × 𝑐𝑖𝑙𝑖𝑛𝑑𝑒𝑟𝑖𝑛ℎ𝑜𝑢𝑑 × 𝑒𝑚𝑖𝑠𝑠𝑖𝑒𝑓𝑎𝑐𝑡𝑜𝑟 De mobiele werktuigen worden over het plangebied gebruikt zonder vaste werklocatie. Hierom zijn de emissies van de mobiele werktuigen als vlakbron over het plangebied gemodelleerd. Tabel 10: Emissies mobiele werktuigen bij belasting Mobiele Vermogen Belasting Inzet werktuigen (70%)
Minigraver Trilplaat Compacte heimachine* Betonstorter Minihijskraan
Emisssiefactor NOx g/kWh
Emissiefactor NH3 g/kWh
Emissie NOx
Emissie NH3
kg/jaar
kg/jaar
7,0 1,1 1,0
0,00271 0,00062 0,00288
4,62 0,03 0,94
0,00179 0,00002 0,00269
69,3 5,6 2014 ≥ 1,0 0,00277 69,3 44,8 2015 ≥ 1,0 0,00288 Totale emissie mobiele werktuigen tijdens belasting
0,78 0,84 7,21
0,00215 0,00242 0,00907
kW
%
17 10 80
69,3 40,0 69,3
200 27
uur/ jaar 56,0 5,6 16,8
Bouwjaar
2007 ≥ 2008 ≥ 2014 ≥
* In de factsheet zijn geen gegevens beschikbaar voor een heistelling. Derhalve is aangesloten bij de emissiegegevens van hijskranen, 100 kW, bouwjaar 2015.
Tabel 11: Emissies mobiele werktuigen bij stationair draaien (onbelast) Mobiele Vermogen Cilinder- Inzet Stage- Emisssie- Emissiewerktuigen inhoud (30%) klasse factor factor NOx NH3 kW liter uur/ g/l/uur g/l/uur jaar Minigraver 17 0,85 24,0 III A 14,2 0,00330 Trilplaat 10 0,50 2,4 III A 14,2 0,00330 Compacte 80 4,00 7,2 IV 10,0 0,00315 heimachine Betonstorter 200 10,00 2,4 IV 10,0 0,00315 Minihijskraan 27 1,35 19,2 IV 10,0 0,00315 Totale emissie mobiele werktuigen tijdens stationair draaien
Emissie NOx
Emissie NH3
kg/jaar
kg/jaar
0,29 0,02 0,29
0,00007 0,00001 0,00010
0,24 0,26 1,10
0,00008 0,00009 0,00035
Pagina 11 van 17
5.1.2 Voertuigen 5.1.2.1 Af- en aanrijdend verkeer De gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdend verkeer worden niet meer aan het in werking zijn van de inrichting toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. De verkeersbewegingen ten behoeve van de aanlegfase zijn hierom gemodelleerd als lijnbron vanaf het plangebied tot het verkeer welke is opgenomen in het heersende verkeersbeeld, in dit geval tot het kruispunt Tiendweg – Lagewaard – Hogewaard. 5.1.2.2 Stationair draaien zwaar vrachtverkeer Verder dient het stationair draaien van het zware vrachtverkeer meegenomen te worden in de berekening. Omdat op voorhand niet te bepalen is waar de vrachtauto’s zullen stilstaan binnen het plangebied, is een vlakbron over het hele plangebied gemodelleerd. Omdat de AERIUS Calculator geen vlakbron toelaat voor wegverkeer is gekozen voor de categorie ‘Anders’ met een uittreedhoogte van 0,5 meter. Om de emissie tijdens het en stationair draaien van het zwaar vrachtverkeer te bepalen is gebruik gemaakt van openbare gegevens van het RIVM. Voor de component NOx is gebruik gemaakt van de publicatie ‘2021 emissiefactoren voor snelwegen en niet snelwege n’ (16 maart 2021) en voor de component NH3 is gebruik gemaakt van de publicatie ‘2020 emissiefactoren NH3 voor snelwegen en niet snelwegen’ (15 oktober 2020).
Omdat de kenmerken van het stationair draaien van het zwaar vrachtverkeer op het plangebied vergelijkingen heeft met de kenmerken van stagnerend verkeer in de binnenstad, is gebruik gemaakt van de emissiefactoren van de categorie ‘stad stagnerend, file’. Uit wordt gegaan dat de emissie van het stationair draaien van 1 vrachtauto gelijk is aan de emissie van 1000 meter filerijden van één vrachtwagen in een stad. De inzet van de vrachtauto’s die benodigd zijn tijdens de aanlegfase zorgen voor de volgende emissies. Tabel 12: Emissies stationair draaien zwaar vrachtverkeer tijdens aanlegfase NOx Emissiefactor 2021 (g/km) 8,1729 Aantal zwaar vrachtverkeer 55 Totale emissie in gram (g) 449,51 Totale emissie in kilogram (kg) 0,450
NH3 0,0681 55 3,7455 0,004
Pagina 12 van 17
5.2 Gebruiksfase 5.2.1 Woningen De nieuwe woningen voorziet niet in stikstofemissies. De woningen zijn gemodelleerd middels puntbronnen, waarbij alle parameters zijn ingevuld met 0.
5.2.2 Af- en aanrijdend verkeer De verkeersbewegingen zijn gemodelleerd middels een lijnbron met actuele emissiefactoren voor wegverkeer die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn opgenomen. De lijnbron is opgenomen vanuit het plangebied tot het punt waar het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Voor het onderhavige plan wordt gesteld dat gezien de ontwikkeling uitsluitend lichte verkeersbewegingen genereerd, het extra verkeer vanwege onderhavige ontwikkeling niet meer te onderscheiden valt van het overige verkeer wanneer het enerzijds de kruising Kweldam – Lagewaard bereikt en anderzijds het kruispunt Lekdijk – Kweldam. Voor het plan zijn de verkeersritten van de woningen in de AERIUS Calculator in twee verschillende routes opgenomen, waarbij de ritten gelijk zijn verdeeld.
Pagina 13 van 17
5.3 Gebouwinvloed Naast de emissie van mobiele werktuigen, voertuigen en gebouwen wordt de hoeveelheid stikstofdepositie deels bepaald door de invloed van gebouwen. Adviesbureau BIJ12 heeft in aanvulling op het instructiedocument op 20 januari 2020 een addendum vrijgegeven. Gebouwinvloed is relevant om mee te nemen in situaties waarin de verspreiding van emissies wordt beïnvloed door een dominant gebouw in de directe omgeving van de bron. Veelal is de emissiebron gelegen op of aan de zijkant van het gebouw zelf, zoals bij een fabriek met een schoorsteen of bij stallen. Het meenemen van gebouwinvloed heeft tot gevolg dat in veel gevallen een hogere (maximale) concentratie en depositie wordt berekend dan wanneer gebouwinvloed niet wordt meegenomen. In het addendum is opgenomen dat gebouwinvloed in de berekening moet zijn meegenomen indien aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan. 1) De stikstof emitterende bron betreft een stationaire bron, zoals het geval is bij stallen (stalemissies) en (industriële) schoorstenen. Gebouwinvloed wordt niet meegenomen in de berekening bij niet-stationaire bronnen zoals wegverkeer, railverkeer, scheepvaart en mobiele werktuigen.
Ook bij oppervlaktebronnen wordt gebouwinvloed niet meegenomen; 2) De puntbron staat op een dominant gebouw of dichtbij een of meerdere dominante gebouwen; 3) De hoogte van het emissiepunt is minder dan 2,5 maal de hoogte van het gebouw; 4) De afstand van de emissiebron tot de meest nabije stikstofgevoelige natuur is minder dan 3 kilometer. Het plan voorziet niet in stationaire stikstof emitterende bronnen. Er wordt niet voldaan aan de bovenstaande vier voorwaarden, waardoor gebouwinvloed niet meegenomen dient te worden in de berekening.
Pagina 14 van 17
6. Rekenresultaten en conclusie Rekenresultaten In de voortoets stikstofdepositie is voor het plan de stikstofdepositie vanwege de aanleg- en gebruiksfase ter plaatse van stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden berekend met behulp van de AERIUS Calculator 2020. Uit de berekening blijkt dat de aanlegfase voorziet in rekenresultaten niet hoger dan 0,02 mol/ha/j en de gebruiksfase voorziet in rekenresultaten niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. De invoergegevens en rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage 2 van dit rapport. De rekenresultaten geven een stikstofemissie (0,02 mol/ha/j) weer tijdens de aanlegfase op een stikstofgevoelig habitat binnen het Natura 2000-gebied ‘Uiterwaarden Lek’. Oorzaak van de emissie is de tijdelijke inzet van materieel, waardoor gedurende een bepaalde tijd emissies van stikstof plaatsvinden en dientengevolge ook depositie. Het ingezette materieel betreft echter geen nieuw fenomeen. Het materieel wordt al sinds de inwerktreding van de gebiedsbescherming gebruikt en steeds op een wisselende plek, afhankelijk van waar het project is. Er is daarom in beginsel geen sprake van een structurele toename van de belasting op een specifieke locatie.
Dit leidt ertoe dat het geheel aan deze activiteiten, in combinatie met het verspreidingseffect van NOx, per jaar tot een bepaalde stikstofemissie en -depositie leidt die onderdeel is van de landelijke achtergronddepositie die altijd al aanwezig was. Conform de ‘Handreiking Voortoets Stikstof’ (februari 2021) van BIJ12 is bij een tijdelijke emissie als gevolg van de inzet van materieel ten behoeve van de aanlegfase, van ten hoogste 0,05 mol/ha/j gedurende maximaal 2 jaar, of een equivalent hiervan, geen Passende Beoordeling noodzakelijk omdat significante negatieve gevolgen op voorhand worden uitgesloten (zie voorbeeld 6 in deze handreiking). Omdat de emissie tijdens de aanlegfase ontstaat als gevolg van de tijdelijke inzet van materieel en de depositie kleiner is dan 0,05 mol/ha/j gedurende maximaal 2 jaar, of een equivalent hiervan, wordt geconcludeerd dat in het kader van stikstofdepositie significante negatieve gevolgen vanwege de ontwikkeling op voorhand zijn uitgesloten.
Conclusie Ten aanzien van stikstofdepositie ondervinden stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden geen negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling. Er is geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming in het kader van stikstofdepositie.
Pagina 15 van 17
Bijlage 1 – Referentie mobiele werktuigen Tabel 13: Referentie mobiele werktuigen Type werktuig Minigraver
Trilplaat Compacte heistelling
Betonstorter Minihijskraan
Bron: pon-cat.com Conform factsheet ‘TNO emissiefactoren 2020 voor AERIUS 2020 ’: 10 kW
Bron: ihcfundex.com Conform factsheet ‘TNO emissiefactoren 2020 voor AERIUS 2020 ’: 200 kW
Bron: hocap.nl
Pagina 16 van 17
Bijlage 2 – AERIUS-exports
Pagina 17 van 17
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RTUSHWM9qRcL (02 juni 2021) pagina 1/7
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Van den Heuvel Milieuadvies
Lekdijk 46, 4235 VM Tienhoven aan de Lek
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Ontwikkeling uitbreiding Kweldam te Tienhoven aan de Lek
RTUSHWM9qRcL
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
02 juni 2021, 13:05
2020
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Situatie 1
NOx
10,12 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Bijdrage
Uiterwaarden Lek
0,02
Toelichting
Aanlegfase
Resultaten
Situatie 1
RTUSHWM9qRcL (02 juni 2021) pagina 2/7
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
8,31 kg/j
Af- en aanrijdend verkeer Wegverkeer | Buitenwegen
< 1 kg/j
1,31 kg/j
-
< 1 kg/j
Stationair draaien zwaar vrachtverkeer Anders... | Anders...
Resultaten
Situatie 1
RTUSHWM9qRcL (02 juni 2021) pagina 3/7
Resultaten
Resultaten stikstof gevoelige Natura 2000 gebieden
Natuurgebied
Hoogste bijdrage
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
Uiterwaarden Lek
0,02
0,01
(mol/ha/j)
*
Resultaten
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Situatie 1
RTUSHWM9qRcL (02 juni 2021) pagina 4/7
Resultaten
Resultaten per habitattype
Uiterwaarden Lek Habitattype
Hoogste bijdrage
Bijdrage op (bijna) overbelaste hexagonen*
H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver)
0,02
0,01
H6120 Stroomdalgraslanden
0,01
(mol/ha/j) voor de 10 stikstofgevoelige Natura 2000gebieden met het hoogste resultaat
*
Resultaten
Als de hoogste depositietoename plaatsvindt op een hexagoon waar géén sprake is van een (naderende) stikstofoverbelasting, dan is de hoogste toename op een hexagoon met wel een (naderende) stikstofoverbelasting in deze kolom weergegeven.
Situatie 1
RTUSHWM9qRcL (02 juni 2021) pagina 5/7
Resultaten
Emissie (per bron)
Mobiele werktuigen 124647, 441408 8,31 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
Warmte Stof inhoud (MW)
Emissie
AFW
Emissie tijdens belasting
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
7,21 kg/j < 1 kg/j
AFW
Emissie tijdens stationair draaien (onbelast)
4,0
4,0
0,0 NOx NH3
1,10 kg/j < 1 kg/j
Af- en aanrijdend verkeer 124767, 440889 1,31 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Standaard
Licht verkeer
2.100,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
110,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam
Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie NOx Resultaten
Situatie 1
Stationair draaien zwaar vrachtverkeer 124647, 441408 0,5 m 0,1 ha 0,0 m 0,000 MW Continue emissie < 1 kg/j RTUSHWM9qRcL (02 juni 2021) pagina 6/7
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210525_2040287d5b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RTUSHWM9qRcL (02 juni 2021) pagina 7/7
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RuMhsujrZVCr (02 juni 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Van den Heuvel Milieuadvies
Lekdijk 46, 4235 VM Tienhoven aan de Lek
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Ontwikkeling uitbreiding Kweldam te Tienhoven aan de Lek
RuMhsujrZVCr
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
02 juni 2021, 13:04
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
< 1 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Gebruiksfase
Situatie 1
RuMhsujrZVCr (02 juni 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Woning 1 Wonen en Werken | Woningen
-
-
Woning 2 Wonen en Werken | Woningen
-
-
Af- en aanrijdend verkeer (1/2) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Af- en aanrijdend verkeer (2/2) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
RuMhsujrZVCr (02 juni 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Naam
Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Situatie 1
Woning 1 124656, 441414 0,0 m 0,000 MW Continue emissie
Woning 2 124641, 441409 0,0 m 0,000 MW Continue emissie
Af- en aanrijdend verkeer (1/2) 124693, 441383 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
9,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Af- en aanrijdend verkeer (2/2) 124738, 441477 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
9,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
RuMhsujrZVCr (02 juni 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210525_2040287d5b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RuMhsujrZVCr (02 juni 2021) pagina 5/5