36. (WOS) bijlage handreiking-crisisnoodopvang.pdf
Tekst van het document
15 april 2020
Wanneer is welk mondmasker nodig? Handelingscategorie
Te gebruiken mondmasker
Handreiking crisisnoodopvang
1 Hoog risico handelingen. Waarbij het bekend is dat er grote hoeveelheden aerosolen ontstaan. Aerosolen vergroten de kans op besmeting van zorgmedewerkers. Dit betref onder andere: tracheale intubatie, bronchoscopie, uitzuigen van bovenste en onderste luchtwegen, handmatige beademing voor intubatie, niet-invasieve positieve druk beademing (NIPPV), tracheostomie, cardiopulmonale reanimatie en acute specialistische mondzorg voor COVID-19-patiënten.
FFP2-masker
Zuurstofoediening via nasale zuurstofcatheter of masker en afname van nasopharynxwat en keelwat voor diagnostiek zijn geen aerosolvormende handelingen.
Chirurgisch mondneusmasker IIR
2 Hoge intensiteit van (mogelijke) blootstelling aan SARS-CoV-2. Hieronder wordt verstaan een workfow waarbij risicomomenten gecombineerd worden, bijvoorbeeld bij monsterafname in een “monsterstraat”, een COVID-19-verdenking-spreekuur op een huisartsenpost of cohortverpleging op een COVID-19-afdeling.
FFP1- of chirurgisch mondneusmasker IIR
3 Verpleging of verzorging van individuele COVID-19-patiënten. Het gaat volgens de LCI-richtlijn Uitgangspunten PBM het ziekenhuis om handelingen waarbij direct patiëntencontact plaatsvindt met een (verdachte) 2 buiten december 2020 patiënt en sprake is van persoonlijke verzorging of lichamelijk onderzoek. Het gaat niet om handelingen op meer dan 1,5 meter afstand of om vluchtig contact.
Chirurgisch mondneusmasker IIR
4 Spoedeisende zorgverlening bij een patiënt met (onverwachte) COVID-19-verdenking. De spoedeisendheid wordt vastgesteld door de centralist van de meldkamer, de triagist van de huisartsenpost of de potentiële behandelaar.
Chirurgisch mondneusmasker IIR
Incidenteel contact binnen 1,5 meter met een onbekende persoon in de openbare ruimte valt hier niet onder. 5 Bloedprikken (door laboratoria, trombosediensten en in klinische instellingen). In geval van symptomatische COVID-19-klachten.
Geen Chirurgisch mondneusmasker IIR
In gevallen waarin de patiënt niet aanhoest en er sprake is van een vluchtig contact (vingerprik, zelfafname).
Geen
6 Begeleiding. Dit betref vormen van begeleiding in maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en Beschermd Wonen. In het algemeen kan worden volstaan met begeleiding op afstand van 1,5 meter of vluchtig contact.
Geen
Als er sprake is van onvermijdelijk contact bij verzorging of verpleging van een patiënt met (verdenking op) COVID-19 in deze voorzieningen door een (wijk)verpleegkundige. 7 Huishoudelijke hulp bij patiënten met COVID-19. Hierbij kunnen afspraken worden gemaakt om een afstand van 1,5 meter aan te houden, of te beperken tot vluchtig contact.
Chirurgisch mondneusmasker IIR Geen
Richtlijnen voor gebruik • • • • • •
Het masker mag aan een stuk gedragen worden totdat de ademhalingsweerstand te hoog wordt. Hierbij wordt uitgegaan van maximaal 3 uur achtereen dragen. Tussentijds wisselen is niet nodig bij de zorg voor meerdere patiënten achter elkaar. Let wel op dat een masker nooit om de hals gedragen wordt. Vervang het masker als het besmet is met lichaamsvocht, bij beschadiging, consumptie van eten en drinken, of bij het verlaten van het cohort. Bij thuiszorg en wijkverpleging kan een masker 3 uur achtereen gebruikt worden bij 1 of meer patiënten zonder het af te zetten, of maximaal 3 keer door dezelfde medewerker bij dezelfde patiënt als je het masker bij de patiënt achterlaat. Gebruik van maskers met een te hoog beschermingsniveau in relatie tot het besmettingsrisico moet in tijden van schaarste worden voorkomen, omdat de beschikbaarheid van maskers voor de situaties waarin ze echt nodig zijn, verkleind wordt. Als er onverhoopt bij jouw werkzaamheden geen passend persoonlijk beschermingsmiddel is, ga dan in gesprek met je werkgever over een alternatief. Biedt dat geen oplossing? Meld het bij de Inspectie SZW en/of de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.
alleen samen krijgen we corona onder controle
Meer informatie: rijksoverheid.nl/coronavirus of bel 0800-1351
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
Voorwoord De situatie kan ontstaan dat door het tekort aan reguliere opvangplekken voor de opvang van asielzoekers het helaas noodzakelijk zal zijn dat gebruik wordt gemaakt van crisisnoodopvang (CNO). Een situatie waarin het COA zijn wettelijke taak om iedere asielzoeker, die hier volgens de regelgeving recht op heeft, een opvangplek aan te bieden niet meer kan uitvoeren. Om te voorkomen dat asielzoekers letterlijk op straat moeten slapen, met alle (maatschappelijke) gevolgen van dien, is dan de inzet van crisisnoodopvang nodig. Voor u ligt een handreiking Crisisnoodopvang. De bestuursvoorzitter van het COA en de portefeuillehouder Bevolkingszorg binnen het Veiligheidsberaad hebben gezamenlijk de opdracht gegeven tot de totstandkoming hiervan. Het valt uiteen in vier delen: A. Bestuurlijke voorbereiding en processen, B. Uitvoering, C. Gezondheidszorg, D. Communicatie. U kunt dit zien als een document met verschillende richtlijnen die u helpen bij het inrichten en uitvoeren van crisisnoodopvang. De Handreiking biedt handvatten die u ondersteunen bij de organisatie en uitvoering van crisisnoodopvang. Het is daarmee zeker géén draaiboek dat u dwingend voorschrijft hóe u dit moet doen. Het is daarom dat u dit document als een ‘handreiking’ kunt aanmerken, en geen ‘handboek’.
De handreiking beschrijft met name de onderdelen en aspecten die voor iedere gemeente van toepassing zijn bij de organisatie, inrichting en inzet van crisisnoodopvang. Het is daarmee geen volledig of allesomvattende handreiking. Diverse onderdelen zullen meer gemeente- en locatiespecifek zijn en vooral ook door iedere gemeente zelf nader ingevuld worden; noem het de ‘colour locale’. De inzet van crisisnoodopvang is niet nieuw. Vele gemeenten, hun inwoners en diverse maatschappelijke organisaties hebben in de tweede helft van 2015 en in het begin van 2016 ervaringen hiermee opgedaan. Deze ervaringen en de lessen die hierbij zijn geleerd, hebben bijgedragen aan de inhoud van deze Handreiking. De handreiking omvat, naast vele handvatten die bruikbaar zijn bij de inzet van crisisnoodopvang, in het begin ook enkele toelichtende opmerkingen over het besluit dat daaraan voorafgaat; langs welke weg wordt besloten tót de inzet van crisisnoodopvang. Een belangrijk verschil met de situatie in 2015 is dat de inzet van crisisnoodopvang niet direct of noodzakelijkerwijs verbonden hoeft te zijn, of samengaat, met het inroepen van een nationale crisisstructuur. Dit betekent dat de rollen en verantwoordelijkheden van de diverse betrokken organisaties en instanties bij de inzet van crisisnoodopvang iets anders kunnen liggen dan in 2015.
Een ander belangrijk verschil in vergelijking met de inzet van crisisnoodopvang in 2015 en 2016 is dat nu iedere asielzoeker die in een crisisnoodopvanglocatie geplaatst zal worden, eerst is geïdentifceerd en geregistreerd, en tevens een medische intake heeft gehad. Deze handreiking is in samenwerking tot stand gebracht door de portefeuillehouder Bevolkingszorg binnen het Veiligheidsberaad (en burgemeester van Assen), de voorzitter van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, de burgemeester van Huizen, verschillende ambtenaren uit diverse gemeenten, het Landelijk Netwerk Bevolkingszorg, de GGD/GHOR, het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum, vertegenwoordiger van de Nationale Politie, diverse medewerkers van het COA en medewerkers van het ministerie van Justitie & Veiligheid.
2
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud Voorwoord Deel A Bestuurlijke voorbereiding en processen 1 2 3 4 5 6 7
Het besluit tot inzet van crisisnoodopvang Duur van het verblijf Doelgroep voor verblijf in CNO Organisatie en structuur bij inzet CNO Bestuurlijke besluitvorming en organisatorische inrichting Ontzeggen toegang en demonstratie Financiering van de CNO
Deel B Uitvoering
8 9 10 11 12 13 14 15 16 17
Voorzieningen in de CNO Activiteiten Veiligheid en leefbaarheid Incidenten Medewerkers in een CNO Vrijwilligers in een CNO Corona Schade afwikkeling en verzekering Nazorg Wat mag u van het COA verwachten
2 5
6 8 9 10 11 14 14
16
17 18 18 20 20 21 22 23 23 23
Deel C Gezondheidszorg
24
Deel D Communicatie
26
18 19
20
Medische zorg Technische hygiënezorg
Communicatie crisisnoodopvang
25 25
27
Bijlagen Deel A Bestuurlijke voorbereiding en processen
29
Deel B Uitvoering
34
I II III IV
V VI VII
Toelichting op het juridische advies tot gedogen Brandveilig gebruik gedogen en afstemming Informatie over het LOCC en zijn rol Handige links
Dagbesteding in crisisnoodopvang Ventilatie Nazorg eigen personeel en vrijwilligers na inzet crisisnoodopvang
30 31 31 33
35 37 38
3
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
Deel C Gezondheidszorg
41
X XI XII
45 48 50 53
VIII IX
Gezondheidszorg in crisisnoodopvanglocatie Organiseren geneeskundige hulp bij ingebruikname van een crisisnoodopvanglocatie Overzicht t.b.v. de medewerkers op de crisisnoodopvanglocatie Informatie voor zorgverleners voor asielzoekers in de crisisnoodopvang Technische hygiënezorg crisisnoodopvang
Deel D Communicatie XIII • • • •
Communicatie crisisnoodopvang; diverse bijlagen Doelgroepen Communicatie voor, tijdens en na de crisisnoodopvang Organisatie communicatie en verantwoordelijkheden Communicatievoorbeelden
42
61
62 62 64 66 68
4
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
Deel A Bestuurlijke voorbereiding en processen
5
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
Deel A van de handreiking Crisisnoodopvang behandelt het bestuurlijk proces, de rollen, taken en verantwoordelijkheden bij de inzet van crisisnoodopvang. Het deel begint met een beschrijving van de totstandkoming van het besluit tot de inzet van crisisnoodopvang.
1 Het besluit tot inzet van crisisnoodopvang Optionele agendering Landelijk Coördinatieteam
Landelijke Regietafel
Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)
Veiligheidsberaad
informeert informeert
Minister van Justitie en Veiligheid / Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Commissaris van de Koning
rapporteert
dringend beroep
informeert
Veiligheidsberaad nemen deel aan
Voorzitters Veiligheidsregio
Provinciale Regietafel
zet verzoek door naar ondersteunt
Algemeen Bestuur Veiligheidsregio legt verzoek neer bij
ondersteunt
beslist op verzoek
Burgemeester
informeert en bespreekt met College
Gemeenteraad
6
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
Het besluit tot de inzet van locaties voor de crisisnoodopvang (CNO) van asielzoekers komt tot stand langs de volgende stappen: 1. Het COA bericht de minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat het in verband met een tekort aan reguliere opvangplaatsen niet meer in staat kan zijn om de wettelijke taak om alle asielzoekers op te vangen tot uitvoering te brengen. Hieropvolgend richten, en activeren, het ministerie van J&V en het COA een landelijk coördinatieteam in. Zie ook pagina 8. Ook wordt een landelijke pagina in het LCMS geopend. 2. De minister van Justitie en Veiligheid doet een dringend beroep op de gemeenten via de voorzitters van de veiligheidsregio’s. De minister informeert tevens de Commissarissen van de Koning, in hun rol als Rijksheer, hierover. 3. De Voorzitters van de veiligheidsregio’s roepen het Algemeen Bestuur bij elkaar om het verzoek te bespreken en vragen welke burgemeesters en gemeenten bereid zijn om CNO in de gemeente te organiseren. 4. Iedere individuele gemeente – burgemeester met College en/of Raad – besluit formeel zelf over het verzoek. Een gemeente wordt hierbij ondersteund door het landelijk coördinatieteam en waar nodig of gewenst door de lokale Veiligheidsregio.
Deze handreiking crisisnoodopvang, zoals vastgesteld door de Landelijke regietafel op 15 december 2020, is voor alle gemeenten het uitgangspunt voor de lokale uitvoering. 5. De Commissaris van de Koning laat zich informeren over de voortgang van en het vervolg op het verzoek van de minister van Justitie en Veiligheid via de Provinciale Regietafel en rapporteert hierover aan de minister. 6. Indien nodig of gewenst wordt het onderwerp CNO op de agenda geplaatst van het Veiligheidsberaad en de LRT. De bestuursvoorzitter van het COA zal, alvorens de beide bewindspersonen van Justitie en Veiligheid (formeel) te berichten over het gegeven dat het COA niet meer in staat is zijn wettelijke taak uit te voeren, hierover in gesprek gaan met de opdrachtgever van het COA, de directeur-generaal Migratie van het ministerie van Justitie en Veiligheid, en de eigenaar van het COA, de secretaris-generaal van ditzelfde ministerie. In de gesprekken zullen zij tot de gezamelijke vaststelling (moeten) zijn gekomen dat: • er een acuut tekort is aan voldoende opvangplekken, • alle minder vergaande maatregelen niet voldoende opvangplekken opleveren, • het de verwachting is dat er binnen zeven dagen geen opvangplekken meer beschikbaar zijn voor nieuwe asielzoekers, en • de inzet van crisisnoodopvang nog de enige mogelijkheid is.
Overigens zal op enig moment ook het omgekeerde plaatsvinden; het COA, de opdrachtgever en de eigenaar komen in gezamenlijkheid tot de vaststelling dat de inzet van CNO niet meer nodig is. De bovengenoemde betrokkenen worden hierover geïnformeerd.
7
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
Na de gezamenlijke vaststelling dat de inzet van CNO nodig is worden de minister en de staatssecretaris hierover geïnformeerd en bericht. Het is de minister die besluit (óf en) om een dringend verzoek te doen aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s om crisisnoodopvang voor asielzoekers in te richten. De minister van Justitie en Veiligheid motiveert in zijn verzoek aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s dat de inzet van CNO noodzakelijk is vanwege de capacitaire druk op het COA. Daarbij beschrijft hij hoeveel bedden nodig zijn, met ingang van welk moment en zo goed als mogelijk voor hoe lang. In algemene zin verdient opmerking dat een besluit tot de inzet van crisisnoodopvang alleen dan pas wordt ingeroepen op het moment dat andere, minder ingrijpende, maatregelen onvoldoende opvangplekken hebben opgeleverd, dan wel op korte termijn niet genoeg plekken opleveren. Bij deze maatregelen valt te denken aan het versoepelen van de logeerregeling voor vergunninghouders, het versoepelen van de toepassing van het Programma van Eisen, het inzetten van commercieel vastgoed of het huren van vakantieparken en hotels. Het uitgangspunt bij het doen van het verzoek tot de inzet van CNO is dat dit verzoek zo vroegtijdig mogelijk wordt gedaan.
Een belangrijk uitgangspunt omdat de Veiligheidsregio’s, gemeenten en een ieder die betrokken is bij de inzet van CNO, voldoende tijd moeten hebben om de CNO te organiseren, te realiseren en alle voorbereidingen moeten kunnen treffen tot het gebruik ervan. Inclusief het (vroeg en tijdig) kunnen informeren van onder meer de omwonenden en relevante maatschappelijke organisaties. In het geval een gemeente heeft besloten tot de inzet van CNO worden de voorzitters van de veiligheidsregio’s en het landelijke coördinatieteam hierover geïnformeerd. Het landelijke coördinatieteam informeert vervolgens de minister en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid hierover. Het besluit tot de inzet van CNO betekent niet dat daarmee (noodzakelijkerwijs) een nationale crisisstructuur of nationale crisisorganisatie wordt ingericht. De inzet van CNO vindt plaats zonder de opschaling tot een nationale crisisorganisatie of -structuur. Uiteraard; de inrichting en de inzet van een locatie voor CNO zal Corona proof moeten plaatsvinden.
2 Duur van het verblijf Het advies is om als richtlijn voor het gebruik van een specifeke locatie voor crisisnoodopvang een duur van 1 week te hanteren. Zo nodig kan deze duur één of twee maal verlengd worden met 24 uur. Hierbij is het advies om enkel in het uiterste geval de duur van zeven dagen met een of enkele dagen te verlengen. Het is belangrijk om in verband met zowel de bestuurlijke betrouwbaarheid als het maatschappelijke draagvlak hier uiterst terughoudend mee om te gaan. De duur van zeven dagen is mede gebaseerd op de geleerde lessen en de eerdere ervaringen in 2015 en 2016. Het is een korte en duidelijke periode die voldoende recht doet aan alle inspanningen van de inwoners van de gemeente en alle betrokken organisaties. Deze periode doet
8
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
ook recht aan de belangen van asielzoekers die in de crisisnoodopvang verblijven doordat deze duur het verplaatsen van asielzoekers van de ene naar de andere locatie beperkt. Het advies is om mede in verband met het benodigde draagvlak voor de inzet van CNO, de omwonenden (vooraf) te informeren over de duur van de inzet van CNO. Inclusief de mogelijkheid tot verlenging. De inzet van CNO was in 2015 en 2016 gebaseerd op een verblijf van 72 uur in de locatie, met de mogelijkheid tot verlenging. De negatieve effecten hiervan, zoals het veelvuldig moeten verplaatsen van asielzoekers, leiden tot het advies de duur van 72 uur los te laten en te verlengen tot een week. Het verzoek is om voorafgaand aan een besluit tot verlenging hierover in contact te treden met het landelijk coördinatieteam. Om twee redenen. Een verlenging is mede bepalend voor het antwoord op de vraag of – landelijk bezien – de inzet van CNO op andere plekken gecontinueerd of uitgebreid moet worden. Het is daarnaast goed mogelijk dat een verlenging niet noodzakelijk is.
3 Doelgroep voor verblijf in CNO Een asielzoeker kan worden geplaatst in de CNO in het geval dat: • hij of zij onlangs is ingestroomd, én • na binnenkomst in Nederland is geïdentifceerd en geregistreerd, én • een medische intake heeft gehad, met daarbij specifeke aandacht voor opsporing Corona, én • hij of zij, dan wel een van de gezinsleden, niet besmet is met het Corona-virus. De volgende categorieën asielzoekers worden niet geplaatst in de CNO: • Kinderen onder 1 jaar en hun gezinsleden. • Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV’s). • Asielzoekers die direct een medische behandeling nodig hebben of asielzoekers met een complexe zorgvraag. • Asielzoekers, en hun gezinsleden, bij wie sprake is van een (vermoedelijke) besmetting met het Corona-virus dan wel met een andere A-meldingsplichtige infectieziekte. • Asielzoekers, en hun gezinsleden, die in afwachting zijn van de uitslag van de test of sprake is van besmetting met het Corona-virus of een andere A-meldingsplichtige infectieziekte. • Asielzoekers die afhankelijk zijn van thuiszorg, een rolstoel of andere hulpmiddelen. • Asielzoekers die herhaaldelijk een behandeling (moeten) ondergaan in een ziekenhuis, zoals trombosedienst of dialyse. • Tbc-patiënten. • Asielzoekers van wie bekend is dat er sprake is van psychiatrische problematiek • Vrouwen in de periode van 6 weken voor de uitgerekende bevallingsdatum.
9
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
4 Organisatie en structuur bij inzet CNO Uitgangspunten
• De organisatie en structuur bij de inzet van CNO zal langs een drietal niveaus ingericht worden: landelijk, regionaal en lokaal. • Op ieder niveau kán, waar nuttig of zinvol, gebruik gemaakt worden van de structuur en de processen van de crisisorganisatie. Echter; zónder dat sprake moet zijn van het inroepen en inrichten van een crisisorganisatie. • Het Multi Landelijk Operationeel Beeld in LCMS dat iedere Veiligheidsregio kan inzien, wordt geopend. • Er wordt een landelijke coördinatiepunt en -team ingericht, waar o.m. het COA onderdeel van is.
Landelijk Landelijk coördinatieteam
Op het moment dat de voorzitters van de Veiligheidsregio’s worden verzocht om de inzet van CNO mogelijk te maken wordt een landelijk coördinatieteam ingericht. Gemeenten, veiligheidsregio’s en andere betrokkenen kunnen hier terecht voor vragen en informatie. Ook de regionale en gemeentelijke beleidsteams kunnen bij dit team terecht voor informatie. Deelnemers in dit team zijn vertegenwoordigers van en uit: • • • • • • • • •
Landelijk Netwerk Bevolkingszorg (voorzitter) COA (bestuurslid of directieteamlid) VNG DG Migratie (J&V) Vertegenwoordiger van Raad van directeuren en commandanten van VR Politie en OM Coördinerend Directeur Publieke Gezondheidszorg COA Communicatiespecialist, in afstemming met het NCTV. Ondersteuning door NCC/LOCC; indien noodzakelijk.
In tegenstelling tot de situatie van hoge instroom in 2015 en 2016 is er geen directe rol voor het LOCC. Het LOCC heeft een ondersteunende en bijstandsverlenende rol in het geval er door schaarste een verdeling moet plaatsvinden van de beschikbare materiële voorzieningen, zoals bedden. In bijlage III is meer informatie over het LOCC aan te treffen. Een bestuurlijke netwerkkaart Vreemdelingen is beschikbaar. Deze is aan te treffen op het Kennisplein op de website van het Instituut Fysieke Veiligheid.
Regionaal Regionaal Beleidsteam
Naast het landelijke team kán een regionaal beleidsteam worden ingericht dat vooral op strategisch en tactisch niveau opereert.
10
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
Het regionale team kan uiteraard ook een provinciaal team zijn. Waar het betreft de inzet van CNO zijn er (weliswaar) geen formele bevoegdheden toebedeeld aan provinciale bestuurs organen, nu het bestuur van een gemeente primair verantwoordelijk is voor de inzet van CNO. Maar dat staat los van, en laat onverlet, de belangrijke rol die de Commissaris van de Koning heeft als Rijksheer. In het geval een regionaal team wordt ingericht kan gedacht worden om dit team te laten bestaan uit de vaste leden van het regionale beleidsteam, aangevuld met: • Commissaris van de Koning (Rijksheer) en/of • afgevaardigde vanuit het COA (te denken valt aan een regiomanager Uitvoering) Het doel en de taken van zowel het landelijke als ieder regionaal team kunnen vergelijkbaar zijn met de handelwijze die gebruikelijk is wanneer er sprake is van het inroepen en organiseren van een crisisstructuur of crisisorganisatie. In ieder geval zullen vele activiteiten van de teams betrekking hebben op de informatiestromen, op communicatie en op het zorgen van overzicht.
Lokaal Gemeentelijk beleidsteam
Een gemeentelijk beleidsteam kan worden ingericht dat op operationeel niveau opereert. Naast de vaste deelnemers in dit team kan het worden aangevuld met: • Locatieleider van de CNO • Vrijwilligerscoördinator (EHBO, opvang en begeleiding, activiteiten bewoners) Het doel en de taken van het gemeentelijk beleidsteam kunnen zijn: • Overzicht en inzicht logistiek en verblijf op lokale schaal/locatie • Aansturing van de operatie; logistiek, verblijf, nafase, aansturing teams • Aanspreekpunt voor het bevoegd gezag • Informatiemanagement locatieniveau • Coördinatie van de communicatie
5 Bestuurlijke besluitvorming en organisatorische inrichting In dit onderdeel treft u een korte beschrijving aan van de rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van onderdelen van de ‘lokale organisatie’, provincie en veiligheidsregio. Vooral om u een beeld te geven van de meer organisatorsiche betekenis van de inzet van CNO. Voor de inrichting van de provinciale en gemeentelijke organisatie kan, zónder dat sprake is van een ingerichte crisisorganisatie, gebruik gemaakt worden van de structuren en processen binnen de crisisorganisatie. Met de onderkenning dat de structuur van, en de cultuur binnen ieder onderdeel van de overheid verschilt.
11
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
De commissaris van de Koning en de provinciale regietafels
De minister van Justitie en Veiligheid informeert de commissarissen van de Koning, in hun rol als Rijksheer, over het dringende beroep dat hij via de voorzitters van de veiligheidsregio’s heeft gedaan aan gemeenten tot het realiseren van de inzet van CNO. De commissaris van de Koning laat zich informeren over de voortgang van en het vervolg op het verzoek van de minister van Justitie en Veiligheid via de Provinciale Regietafel. De commissaris van de Koning wordt tevens door de provinciale regietafel nader geïnformeerd over het verloop van de daadwerkelijke inzet van CNO. Ter toelichting en achtergrond: Ingevolge artikel 41 van de Wet Veiligheidsregio’s ziet de commissaris van de Koning toe op de samenwerking in het regionaal beleidsteam en kan daartoe aanwijzingen geven. Ingevolge artikel 42 de Wet Veiligheidsregio’s kan de commissaris van de Koning, in geval van een ramp of crisis van meer dan regionale betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de voorzitter van de veiligheidsregio, zo mogelijk na overleg met hem, aanwijzingen geven over het inzake de rampenbestrijding of crisisbeheersing te voeren beleid. De voorzitters van de veiligheidsregio’s en de commissarissen van de Koning en Onze Minister verstrekken elkaar de nodige inlichtingen ten behoeve van hun rol bij de toepassing van de hierboven genoemde artikelen 41 en 42.
Aan de provinciale regietafels zal afstemming plaatsvinden en boven-regionale informatie worden gedeeld. In principe worden geen bevoegdheden bij de provinciale bestuursorganen neergelegd. De veiligheidsregio en met name de burgemeesters van de deelnemende gemeentes blijven primair verantwoordelijk. De commissaris van de Koning informeert de Landelijke regietafel over de voortgang in de provincie.
De veiligheidsregio’s
Nadat is vastgesteld dat de inzet van CNO noodzakelijk is zal de minister van Justitie en Veiligheid de voorzitters van de veiligheidsregio’s hierover berichten en verzoeken om bij de gemeenten een dringend beroep te doen tot de inzet van CNO. De voorzitters van de veiligheidsregio’s roepen hiertoe het Algemeen Bestuur bij elkaar om het verzoek van de minister te bespreken en met elkaar te bezien welke burgemeesters en gemeenten bereid zijn om CNO in de gemeente te organiseren. Iedere individuele gemeente – burgemeester met College en/of Raad – besluit formeel zelf over het verzoek tot inzet van CNO. Een gemeente wordt hierbij ondersteund door het landelijk coördinatieteam en waar nodig of gewenst door de ‘eigen’ veiligheidsregio. De Politie en GGD/GHOR hebben een adviserende en ondersteunende rol.
De lokale driehoek
Het bestuur van een gemeente zal de locatie die ingezet wordt voor CNO veelal kiezen uit de lijst van beschikbare opvanglocaties uit de crisisplannen van de gemeente. Is dit het geval dan verdient het aanbeveling om te kijken naar andere afspraken die in de vorm van convenanten al zijn gemaakt met deze (opvang)locaties. Voor zover het een niet bekende locatie betreft en er gerede twijfels bestaan over de betrouwbaarheid van de verhuurder of uitbater, is het verstandig om dit in het lokale driehoeksverband met het OM en de politie te bespreken.
12
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
Het is waardevol om in het lokale driehoeksverband de (mogelijke) effecten van de crisisnoodopvang op de leefbaarheid en de openbare orde te bespreken. Belangrijk is om daarbij aandacht te hebben voor het toezicht en voor afspraken over de handhaving bij bijvoorbeeld overlast. Bij overlast valt te denken aan extra verkeersbewegingen (inclusief aan- en afvoer van hulpgoederen), rommel, het hinderlijk ophouden en rondhangen.
De politie
De inzet van crisisnoodopvang valt, ondanks het bijzondere karakter ervan, voor de politie binnen ‘de staande organisatie’. Aanvullende maatregelen of activiteiten die betrekking hebben op de inzet van crisisnoodopvang passen primair binnen de reguliere politiezorg en daarmee dus binnen de staande organisatie. De wijkagent heeft in deze een belangrijke rol en positie. De contactpersoon voor de gemeentelijke organisatie en het bestuur van de gemeente is de teamchef. Deze contactgegevens zijn bij gemeenten bekend. Indien nodig kan via het nummer 0900 – 8844 naar de juiste teamchef worden gevraagd.
De burgemeester
Het besluit tot de inzet van CNO in een bepaalde gemeente is voorbehouden aan de burgemeester van deze gemeente. De bevoegdheid hiertoe en de juridische basis voor deze bevoegdheid kan gezien kunnen worden in artikel 5 Wet Veiligheidsregio’s. Een juridische basis kan ook gezien worden in artikel 172 Gemeentewet. Het gaat dan om de handhaving van de openbare orde en veiligheid (en voorkomen dat mensen op straat staan) in combinatie met de algemene zorgplicht van gemeenten aan een ieder binnen de poorten van de gemeenten. In alle gevallen valt het – vanuit een politiek en maatschappelijk oogpunt – te adviseren (tenminste) het college (in)formeel mee te nemen in deze besluitvorming.
De gemeenteraad
De gemeenteraad wordt zo spoedig mogelijk over (het voornemen tot) de inzet van CNO geïnformeerd. Zeker zo belangrijk in verband met zorgen voor zowel maatschappelijk als politiek draagvlak voor de CNO. Ook het presidium kan hiervoor gebruik worden. Strikt formeel, juridisch is er overigens geen toestemming van de gemeenteraad nodig tot de inzet van CNO.
Het college
Los van het besluit om crisisnoodopvang te realiseren, zullen mogelijk ook andere besluiten moeten worden genomen. Denk aan een gedoogbeschikking voor wat betreft de strijdigheid met het bestemmingsplan of de tijdelijke gebruikersvergunning. Het college is hiertoe bevoegd. Vaak past de CNO niet in de ter plaatse geldende bestemmingsplannen en binnen de vereisten voor een brandveilig gebruik van de locatie. De vraag is dan of daarvoor een omgevingsvergunning moet worden verleend, of kan ook worden volstaan met het gedogen van deze afwijking van het bestemmingsplan en de zogeheten gebruiksvergunning. Het advies is om kortstondig gedogen wegens ‘strijdig gebruik’ met het bestemmingsplan.
Toelichting op het advies
Het college van burgemeester en wethouders zou gezien de korte periode van het verblijf en de bijzondere omstandigheden een beslissing kunnen nemen om tijdelijk niet te handhaven. Dit besluit staat niet open voor beroep, maar het formaliseert wel het bestuurlijk 13
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
handelen en opent de deur naar communicatie met de gemeenteraad en omwonenden ofwel belanghebbenden. Indien belanghebbenden het niet eens zijn met dit besluit kunnen zij verzoeken tot handhavend optreden. De hierop volgende besluiten staan wel open voor bezwaar en beroep.
6 Ontzeggen toegang en demonstratie Ontzeggen van de toegang tot de locatie
Het is mogelijk om personen de toegang tot de locatie te ontzeggen. Ongeacht wat de reden is waarom iemand de locatie wil betreden. Een eigenaar of gebruiker van de locatie kan namelijk zelf de toegang tot zijn pand reguleren, door middel van het toepassen van een eigen ‘toegangsbeleid’. Het staat iedere eigenaar of gebruiker van een pand vrij te bepalen wie, waarvoor en op welke tijden toegang heeft tot het pand. Hier zijn nauwelijks beperkingen aan verbonden. Wanneer een persoon zich onbevoegd ophoudt in de locatie voor crisisnoodopvang dan kan hij of zij uiteindelijk door de politie worden aangehouden en uit de locatie worden verwijderd. Juist ook in verband met Corona zijn richtlijnen die voorschrijven wie de locatie mag betreden, en op welke wijze, van het allergrootste belang. Het verdient aanbeveling om hierin ook voorschriften op te nemen die bepalen waar een bezoeker zich bij binnenkomst moet melden, als ook voorschriften die een bezoeker verplichten zich te registreren.
Demonstratie
De burgemeester is bevoegd om een (onaangekondigde) demonstratie te ‘beperken’ door middel van een aanwijzing over de locatie van de demonstratie, de duur en de aard of omvang hiervan. De burgemeester kan hiertoe besluiten indien er sprake is van dreigende wanordelijkheden, een ernstige stremming van de mobiliteit of een gevaar voor de volksgezondheid. Handhaving van de richtlijnen van het RIVM met betrekking tot Corona kan reden zijn voor beperking van een demonstratie. Het advies is om in dat geval in contact te treden met de voorzitter van de veiligheidsregio. De burgemeester is daarnaast bevoegd om de demonstratie te ontbinden.
7 Financiering van de CNO De inzet van CNO brengt voor een gemeente diverse kosten met zich mee. Iedere gemeente die de inzet van CNO mogelijk maakt ontvangt dan ook hiervoor een vergoeding van het COA. Zoals ook in 2015 en 2016 is er sprake van een vaste vergoeding; het COA betaalt iedere gemeente een vast bedrag per dag en per ingerichte plek, gebaseerd op het aantal bewoners bij de aanvang. Tevens is ook nu sprake van een zo te noemen ‘hardheidsclausule’. Zijn er door een gemeente bijzondere en extra kosten gemaakt waarvoor de vaste dagvergoeding niet toereikend is, dan kan een verzoek bij het COA worden ingediend om deze kosten vergoed te krijgen. Gedacht kan worden aan bijzondere kosten die zien op het mogelijk maken van het verblijf, of op kosten voor de beveiliging. Uitgangspunt van de fnanciële tegemoetkoming aan gemeenten is dat zij fnancieel geen nadeel ondervinden van het aanbieden van sobere en doelmatige CNO. De inzet van CNO moet voor een gemeente budgetneutraal verlopen. 14
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
Kosten beveiliging en tolken
De gemeente kan ten behoeve van de (eventuele) inhuur van beveiligingspersoneel gebruik maken van het contract dat het COA heeft gesloten met een beveiligingsbedrijf voor de beveiliging van reguliere opvanglocaties. Tevens kunnen gemeenten gebruik maken van de overeenkomst die het COA heeft gesloten ten behoeve van de levering van tolkdiensten. U kunt over het gebruik van (een van de) beide overeenkomsten contact opnemen met het COA. In het geval er sprake is van een locatieleider die vanuit het COA beschikbaar is gesteld kan in de dagelijkse ‘praktijk’ over de levering van tolkdiensten in contact worden getreden met de locatieleider. Deze medewerker van het COA beschikt over alle relevante (contact) gegevens. In aanvulling hierop: de kosten voor de inzet van tolken door zorgverleners – zoals een huisarts – op basis van het zorgnummer op de zorgpas, komen altijd op (en voor) rekening van het COA.
15
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
Deel B Uitvoering
16
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
8 Voorzieningen in de CNO In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven wat aanwezig kán dan wel móet zijn in een CNO. Hierbij staat voorop dat het verblijf in de CNO zo is ingericht dat voldaan wordt aan de richtlijnen van het RIVM met betrekking tot Corona. Zo zal ook in de CNO het vereiste van anderhalve meter afstand moeten zijn gewaarborgd. De locatie moet ‘Corona-proof’ zijn. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat er een afscheiding is tussen de verschillende ruimten. In met name bijlage XII over de technische hygiënezorg en bijlage VI over ventilatie is hier meer informatie over opgenomen.
Ruimten • • • • • • • • • • • • •
Werk- en overlegruimte medewerkers Zichtbare plek beveiliging (portocabin mogelijk) Opslagruimte voor etenswaren. Inclusief koeling Opslagruimte voor hygiënemiddelen van bewoners Slaapvertrekken Sanitair Recreatieruimtes; ook voor de avonden en slecht weer Etensuitgifte Goederenuitgifte (persoonlijke hygiëne, etc.) Infobalie bewoners Gespreksruimten met tolkentelefoon Quarantaineruimtes Sportveld in de buurt.
Facilitair • • • • • • • • • • • • • • • • •
Goederen hygiëne; tandenborstels, zeep, luiers, etc. Afvalemmers in sanitaire ruimten Bedden, matrassen, kussens, dekens etc. Markeringsmateriaal (waar wel/niet, o.a. i.v.m. Corona) Postermateriaal, printer, stiften Verwarming vertrekken Opties in mate van verlichting vertrekken Wif, zeer stevig netwerk voor bewoners Ruim voldoende oplaadpunten telefoons bewoners Spelletjes, tafeltennis/voetbal, PlayStation etc. ( jong en oud, voldoende voor ieder) Kleren (seizoen) jong en oud. Schoonmaakmiddelen Desinfectiemiddelen en dispensers hiervoor Persoonlijke beschermingsmiddelen (mondmaskers, handschoenen en eventueel schorten) Communicatiemiddelen medewerkers (telefoons, computers en portofoons) Gescheiden netwerk voor medewerkers (overbelasting) Parkeerruimte medewerkers, vrijwilligers, hulpdiensten en bezoekers.
Beschikbaarheid bedden
Het is uiteraard noodzakelijk dat in de CNO voldoende slaapvoorzieningen zoals bedden, slaapzakken en kussens aanwezig zijn. Voor het beheer van de landelijke logistieke voorraad beschikt het Instituut Fysieke Veiligheid over aanvullende materieel die Veiligheidsregio’s kunnen inzetten bij rampen en grote calamiteiten. Dit materieel en materiaal kan worden aangevraagd via het Landelijk Operationeel
17
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
Coördinatie Centrum. Het gaat dan onder meer om veldbedden en overnachtingssets. Het LOCC heeft een gedetailleerd en actueel overzicht van het beschikbare materiaal en materieel.
Duurzaamheid
Het advies is om, in het kader van duurzaamheid, in het geval een bewoner van de ene CNO verhuist naar een andere CNO, het beddengoed zoals slaapzak en kussen mee te laten verhuizen. De bewoner kan dit materiaal, goed verpakt en voorzien van een naamsticker, meenemen naar de nieuwe locatie. Dit in plaats van het materiaal na het gebruik in één locatie (al) te vernietigen.
Kleding en speelgoed
De ervaringen in 2015 en 2016 leren dat de inrichting en inzet van een locatie voor crisisnoodopvang in een gemeente vele mooie maatschappelijke initiatieven doen ontstaan. Zoals het beschikbaar stellen en verstrekken van kleding en speelgoed. De ervaringen in 2015 en 2016 leren ook dat het aanbod hiervan overweldigend kan zijn, en zelfs zo groot dat er meer kleding en speelgoed beschikbaar wordt gesteld dan nodig is. Het advies is om een duidelijke plek af te spreken waar kleding en speelgoed kan worden afgegeven, en van waaruit de kleding en het speelgoed aan bewoners wordt verstrekt. Een (her)kenbaar distributiepunt derhalve. Het advies daarbij is ook om duidelijk vast te leggen op welke momenten ‘de uitgifte’ van kleding en speelgoed aan bewoners mogelijk is, en hierbij te zorgen voor een eerlijke verdeling. Ook om te voorkomen dat bewoners hier ‘handel mee bedrijven’. Bedenk tevens wat met de kleding en het speelgoed wordt gedaan die over- of achterblijven ná de inzet van CNO en communiceer hierover met hen die kleding en speelgoed afgeven.
Afval
Het advies is om binnen uw gemeente met het lokale afvalverwerkingsbedrijf afspraken te maken over extra momenten waarop het afval van de CNO kan worden afgehaald.
9 Activiteiten In de bijlage Dagbesteding in crisisnoodopvang zijn diverse algemene tips opgenomen over de dagbesteding in een CNO. Tevens is aandacht voor de veiligheidsaspecten bij het aanbieden van activiteiten. De bijlage biedt u ook een overzicht van verschillende soorten activiteiten die kunnen worden aangeboden. Hierbij is er bijzondere aandacht voor activiteiten aan kinderen.
10 Veiligheid en leefbaarheid Het verblijf in de CNO moet uiteraard veilig en leefbaar zijn. Voor iedere bewoner, voor iedere medewerker en vrijwilliger en voor iedere omwonende. In deze paragraaf enkele opmerkingen over de wijze waarop de veiligheid en leefbaarheid op een CNO kan worden geborgd en wat bijdraagt aan een veilig en leefbaar verblijf. • Een goede voorbereiding met als inzet een voorspelbare omgeving voor zowel bewoners, medewerkers, beveiliging, vrijwilligers, hulpdiensten, omgeving en de gemeente helpt om de CNO beheersbaar te kunnen voeren. Neem hiervoor dus goed de tijd.
18
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
• Het is belangrijk dat een gemeente regie heeft. De informatievoorziening speelt hierbij een belangrijke rol. Zo is het belangrijk te weten wie er binnen de locatie aanwezig is. Zowel de bewoners, de medewerkers en vrijwilligers als de bezoekers. Zorg daarom dat registratiemiddelen aanwezig zijn, die ook vooraf zijn getest. Zorg tevens voor de aanwezigheid van voldoende en goed werkende communicatiemiddelen zoals portofoons, telefoons en computers. • Controleer bij binnenkomst op Corona klachten. Dit geldt zowel voor medewerkers als voor vrijwilligers. En registreer wie aanwezig is. Bij klachten geen toegang tot de locatie. • Van belang is dat er vooraf duidelijke afspraken zijn gemaakt welke rollen de verschillende medewerkers, beveiliging en vrijwilligers vervullen. Wie doet wat. Wie is waar verantwoordelijke voor. Wat kan helpen is het organiseren van voldoende overlegmomenten. • Incidenten; doordat er veel mensen op elkaar zitten, is het belangrijk dat alle medewerkers en vrijwilligers hun rol kennen bij eventuele incidenten. Weten wat ze moeten doen in het geval van een incident. Een ‘protocol’ kan daarbij behulpzaam zijn. • Bewoners hebben vaak een moeilijke reis achter de rug en een onzekere toekomst voor zich. Het is prettig als er een luisterend oor is, als de bewoner gezien en gehoord kan worden. Regel in dat deze aandacht er zal zijn.
Spreek met vrijwilligers en medewerkers duidelijk af wat de grens is in de betrokkenheid. • Bespreek met elkaar wat het betekent om bewoners op te vangen met zeer verschillende achtergronden (religie, LHTBI, etc.) en spreek af dat je als organisatie een neutrale houding aanneemt. Bespreek met elkaar wat dat betekent en hoe je elkaar hier scherp op houdt. • Bewoners brengen veel tijd door op de CNO. Een van de voorwaarden om e.e.a. zo leefbaar mogelijk te maken is het aanbieden van activering. Uiteraard ook hier met inachtneming van de anderhalve meter afstand en andere richtlijnen van het RIVM. In de bijlage Dagbesteding in crisisnoodopvang is hier meer informatie over terug te vinden. Niet onbelangrijk; goede WiFi en oplaadpunten zijn een must. • Het helpt heel erg als het dagprogramma duidelijk is voor bewoners. De huidige Corona situatie maakt overigens de ‘vrije’ uitgifte van eten en goederen, met betrokkenheid van bewoners, niet mogelijk. • Er wordt veel gevraagd van bewoners in een CNO. Het is voor bewoners prettig als er duidelijke omgangsregels zijn. Hang deze in verschillende talen en beelden op zichtbare plekken. Te denken valt hierbij aan slaaptijden (wanneer is het rustig), verbod van gebruik van drank en drugs, betekenis van het non-discriminatiebeginsel van artikel 1 Grondwet, etc.
• Het is hierbij belangrijk dat aanwijzingen van medewerkers ten alle tijden opgevolgd worden. Dit betekent ook dat het team op de locatie elkaar moet kunnen aanspreken. Bespreek daarom vooraf, en tijdens de uitvoering, of en hoe een veilige werkklimaat om elkaar aan te spreken geborgd wordt. • Als algemene regel kan gesteld worden dat het belangrijk is om als team er voor te zorgen dat er voldoende medewerkers op de werkvloer aanwezig zijn. Met in achtneming van de richtlijnen van het RIVM, zoals bijvoorbeeld de 1,5 meter afstand. Bedenk vooraf hoe alle verschillende taken onder elkaar worden toebedeeld, en houd er rekening mee dat enkele medewerkers een vrije rol hebben om met name ook het toezicht te borgen. • Aandacht voor Corona geldt ook hier: Houd met iedereen een checkgesprek op coronagerelateerde klachten, en weiger mensen met klachten de toegang.
19
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
11 Incidenten Incidenten kunnen een vervelende sfeer creëren op een CNO. Incidenten moeten zoveel als mogelijk dan ook worden voorkomen. Het is daarom belangrijk om vooraf na te denken over de leefbaarheid, beheersbaarheid en veiligheid op de locatie. Vaak ontstaan incidenten door een mix van de psychische of medische gesteldheid van de betrokken bewoner, zijn of haar omgeving en het uitzicht naar de toekomst. Door hier zoveel mogelijk proactief op in te spelen, wordt de kans op incidenten kleiner. Ondanks de voorbereidingen kunnen incidenten niet altijd voorkomen worden. Het is dan belangrijk om zoveel mogelijk regie te nemen. Hierbij is een aantal zaken belangrijk: • Incidentenprotocol. Afspraken over wie wat doet, communicatie(middelen) en de afhandeling. • BHV-protocol. • Netwerkkaarten bij de hand. • Vooraf door medewerkers, beveiliging en politie scenario’s laten doornemen. • Eventueel aangifte politie onder veilige publieke taak. • Afspraken met COA in het geval een bewoner niet op de CNO (medisch of beheersbaarheid/ veiligheid) kan verblijven.
12 Medewerkers in een CNO Niet iedere gemeente zal de mogelijkheid hebben een locatieleider beschikbaar te stellen. Het COA zal, indien een gemeente dit wenselijk vindt, dan ook zorgen voor een locatieleider in een CNO. De gemeente en het COA maken vooraf afspraken over de aansturing van de locatieleider. Het uitgangspunt hierbij is dat de gemeente (en de gemeentelijke organisatie) de locatieleider functioneel – niet hiërarchisch – aanstuurt. Hieronder een indicatie, om u een beeld te geven, van de verschillende medewerkers die in een CNO ingezet kunnen worden:
1 x Locatieleider
Eindverantwoordelijk locatie, signaleert, linking pin voor gemeente en het COA, aansturing van coördinatoren, aanspreekpunt omgeving.
1 x Ondersteuning locatieleider
Financieel, doorgeleiden inkomende en uitgaande communicatie, roosters, fexibel.
2 x Coördinatoren
Sturen medewerkers aan, coördineren in afstemming met locatieleider, werken eventueel zelf mee.
20
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
20 x Teammedewerkers
Onderscheid tussen dagdienst en late dienst. Verdeling rollen van de dag: • Activiteiten- en vrijwilliger coördinatie (1 x dag en 1 x avond) • Etensuitgifte / hygiëne (2 x dag, 2 x avond) • Infobalie 2x (vast moment op de dag, buiten etenstijd) • 2 x goederenuitgifte (vast moment) Goederenontvangst. • Vrije medewerkers. Zichtbaar zijn, bewoners leren kennen, signaleren, etc. • 3 x beveiliging 24 uur per dag. Flexibele opschaling mogelijk. Altijd 1 beveiliger bij entree. Twee lopen rond, houden toezicht, zijn zichtbaar. BHV-ploegleiders.
13 Vrijwilligers in een CNO Voor een goed verloop van de opvang in een CNO is de aanwezigheid en inzet van vrijwilligers essentieel. Het gebruik van een locatie voor crisisnoodopvang vraagt om de inzet van veel medewerkers en vrijwilligers. Zowel bij de voorbereiding hiervan als tijdens de periode dat de locatie operationeel is. De inzet van vrijwilligers is hard nodig door de (waarschijnlijk) beperkte beschikbaarheid van het eigen gemeentelijke personeel. De crisisnoodopvang in 2015 en 2016 heeft de grote betekenis en waarde laten zien van de inzet van vrijwilligers bij de opvang. Vele vrijwilligers en organisaties voelden zich verbonden en wilden bijdragen aan een goed verloop van de opvang. De verwachting is dat dit nu niet anders zal zijn. In het geval er onvoldoende vrijwilligers beschikbaar zijn valt te denken aan de inzet van medewerkers van buitenaf. Zoals medewerkers die werkzaam zijn binnen de evenementenbranche. Een andere mogelijkheid is de inzet van vrijwilligers van het Nederlandse Rode Kruis, Ready2help; het burgernetwerk van het Rode Kruis, of het Veteraneninstituut. Voor de inzet van vrijwilligers zijn, mede op basis van de lessen uit 2015 en 2016, de volgende aandachtspunten relevant:
1. Stel in een vroeg stadium een coördinator vrijwilligers aan
Het coördineren van vrijwilligers is heel wat anders dan het managen van een organisatie. Het vraagt om specifeke competenties om mensen te motiveren, te sturen en aan te spreken. Hierin zijn verschillende vormen te onderscheiden. Te denken valt aan een specifeke coördinator vrijwilligers die vooral tot taak heeft de inzet van vrijwilligers te coördineren. Ook kan een dergelijke taak worden uitbesteed, bijvoorbeeld aan een welzijnsorganisatie.
2. Bepaal vooraf bij welke onderdelen u vrijwilligers wilt gebruiken en werf gericht De ervaring leert dat na een oproep vele vrijwilligers en organisaties zich melden om een bijdrage te leveren. Het is belangrijk om, alvorens een oproep te doen, te bedenken op welke aspecten je vrijwilligers inzetbaar wil maken. Ook moet het duidelijk zijn voor hoeveel personen, voor welke activiteit en op welk moment vrijwilligers nodig zijn. Alleen dan kan een goede aansturing en match van vraag en aanbod plaatsvinden. Zeker in de context van Corona is het verstandig om het aantal vrijwilligers te beperken met als voordeel dat asielzoekers ook vaker hetzelfde gezicht zien. Als het enigszins mogelijk is ga een intake gesprek aan met vrijwilligers om de verwachtingen goed scherp te maken. Geef vrijwilligers een duidelijke en afgebakende taak.
21
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
Vanwege Corona is het ook van belang bij de inzet van vrijwilligers de RIVM-richtlijnen goed te hanteren. Hoe meer mensen op de opvanglocatie hoe groter immers de kans van besmettingen is. Denk bovendien ook aan het afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering voor de vrijwilligers die ingezet worden. Voor vrijwilligers is het belangrijk dat zij concreet weten welke bijdrage van hen verwacht wordt, en vooral ook wat niet.
3. Zorg voor een goede afronding en nazorg
Een valkuil voor vrijwilligers kan zijn dat zij zich overspoeld voelen door de hoeveelheid leed of hulpvragen en vooral oog hebben voor dat waar zij niet aan toe komen. Dat kan een gevoel van onmacht geven. Schenk daarom aandacht aan de ‘successen’ maar benadruk ook dat het onmogelijk is om ieders probleem op te lossen. Zorg voor een goede afronding door het laten zien van waardering en draag bij aan een goede ‘terugschakeling’ naar het dagelijkse leven.
14 Corona Uiteraard dienen ook in een crisisnoodopvanglocatie de RIVM richtlijnen gehanteerd en opgevolgd te worden. Dit heeft onder meer consequenties voor het aantal asielzoekers dat in een locatie kan worden opgevangen, en voor de inrichting van de locatie. Op meerdere plekken in deze handreiking en de bijbehorende bijlagen zijn (dan ook) opmerkingen over de consequenties van Corona voor de inrichting en inzet van CNO opgenomen. Op deze plek behoeft opmerking dat met betrekking tot het testen bij een mogelijke besmetting kan worden aangesloten bij de testinfrastructuur van de GGD/GHOR. Het verdient aanbeveling om vooraf afspraken te maken met de GGD over het testen van asielzoekers met Corona gerelateerde klachten. Bewoners van de CNO met klachten moeten laagdrempelig getest kunnen worden, bij voorkeur op de locatie omdat mensen geen eigen vervoer hebben en zo mogelijk met voorrang. Bewoners die getest zijn moeten in quarantaine tot de testuitslag bekend is. De locatie moet beschikken over voldoende quarantaine ruimte. Er moet dus veel capaciteit voorhanden zijn. Bijvoorbeeld twee of drie quarantaineruimtes op de locatie zelf voor het afwachten van de uitslag van de test en bijv een externe locatie met meer capaciteit in geval van besmetting. Er kan ook worden gedacht aan semi-afgesloten compartimenten in de sporthal zelf (partytent met wanden).
Een quarantaineruimte hoeft niet luchtdicht te zijn. In het geval sprake is van een positieve uitslag en besmetting met het coronavirus moet een bewoner in isolatie. De locatie beschikt bij voorkeur over een of meerdere isolatieruimten zodat Corona positieve personen zo min mogelijk verplaatst hoeven worden. Indien dat niet mogelijk is, moet er een externe locatie beschikbaar zijn, en moet hiertoe worden teruggevallen op het reguliere verzoek aan de voorzitter van de veiligheidsregio. Bedenk dat in geval van isolatie of quarantaine de medewerkers op de locatie goed voorbereid moet zijn en moet weten hoe en wanneer persoonlijke beschermingsmiddelen moeten worden ingezet.
22
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
15 Schade afwikkeling en verzekering Het valt niet helemaal uit te sluiten dat de inzet van CNO tot schade lijdt. Vele schadeposten zijn denkbaar. In de praktijk zal de gemeente de afhandeling coördineren van de verzoeken tot een vergoeding van de schade. Coördineren is uiteraard iets anders dan betalen. De toekenning van een vergoeding voor de schade die is ontstaan zal vaak afhankelijk zijn van verzekeringen die zijn afgesloten. Hier moet tijdig aandacht aan worden besteed.
16 Nazorg De inzet binnen de CNO vormt voor veel medewerkers en vrijwilligers een intensieve tijd en een tijd waarin veel indrukken worden opgedaan. Een goede afsluiting van deze tijd is van groot belang. Dat kan op verschillende manieren. In de bijlage Nazorg eigen personeel en vrijwilligers na inzet op noodopvanglocaties is hier informatie over opgenomen. De informatie is opgesteld door Stichting Impact, kennis en adviescentrum psychosociale zorg en veiligheid bij schokkende gebeurtenissen (partner in Arq) en het RIVM/centrum gezondheid en milieu.
17 Wat mag u van het COA verwachten Wat mag iedere gemeente van het COA verwachten: • Registratie van asielzoekers; anders dan in 2015 zullen bewoners van CNO wel – door de Afdeling Vreemdelingen, Identifcatie en Mensenhandel van de politie – zijn geïdentifceerd en geregistreerd. • Medische intake. • Plaatsing in CNO pas na medische intake. • Het COA levert, indien een gemeente dit wenst, de locatieleider. • Het COA zorgt voor het vervoer van de asielzoekers van de locatie waar zij geregistreerd zijn en een medische intake hebben ontvangen naar de locatie voor CNO. • Het COA informeert de gemeente waar CNO is ingericht over de asielzoekers die hier gaan worden opgevangen en informeert de gemeente over de datum en het tijdstip waarop zij zullen arriveren. • Het COA is weliswaar niet verantwoordelijk voor de crisisnoodopvang maar zal zoveel als mogelijk is, bijvoorbeeld door het leveren van expertise en verstrekken van informatie, iedere gemeente faciliteren en ondersteunen.
23
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
Deel C Gezondheidszorg
24
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
18 Medische zorg Asielzoekers die worden geplaatst in een CNO hebben eerder een korte medische intake gehad, waarbij ook is gekeken naar Corona gerelateerde klachten. Een asielzoeker die direct een medische behandeling nodig heeft wordt niet geplaatst in de CNO. In de bijlage Gezondheidszorg in crisisnoodopvanglocaties zijn diverse gezondheidszorgaspecten beschreven die samenhangen met het verblijf van een asielzoeker in de CNO. Hier is onder meer informatie te vinden over hoe te handelen bij medische hulpvragen, over zorgkosten, over het gebruik van tolken en over identifcatie. In de bijlage Organiseren geneeskundige hulp bij ingebruikname van een crisisnoodopvang locatie is informatie te vinden over de ondersteuning door, en taken van, de GHOR bij het bieden van geneeskundige zorg, tandheelkundige noodhulp en farmaceutische zorg.
19 Technische hygiënezorg In de bijlage Technische Hygiënezorg Crisisnoodopvang zijn richtlijnen opgenomen voor de technische hygiënezorg in een CNO. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op de landelijke eisen die gelden voor asielzoekerscentra. In deze bijlage zijn onder meer richtlijnen opgenomen voor slaap- en woonvertrekken, voor het sanitair, over EHBO, de schoonmaak, verwerking van wasgoed en de afvalverwerking. Ook zijn richtlijnen opgenomen met betrekking tot Corona, het testen en over quarantaine. Er zal per locatie bezien moeten worden wat haalbaar en realistisch is. De GGD treedt daarbij adviserend op richting de gemeente. In een aparte bijlage is specifeke informatie opgenomen over de ventilatie.
25
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
Deel D Communicatie
26
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
20 Communicatie crisisnoodopvang Inleiding en strategie
Communicatie is een belangrijke randvoorwaarde om draagvlak te bevorderen voor de opvang van asielzoekers. De inzet van crisisnoodopvang is geen gemakkelijke boodschap. Dit vereist een goede uitleg over nut en noodzaak. Het is belangrijk om zowel vooraf, tijdens als achteraf betrokken partijen te informeren, te betrekken en, daar waar mogelijk, mee te laten denken. Het in verbinding zijn en blijven met de omgeving is cruciaal voor het draagvlak in een gemeente. De communicatieparagraaf biedt ondersteuning aan lokaal bestuur om draagvlak te bevorderen en biedt handvatten (kernboodschap, voorbeeldteksten en Q&A’s) om de lokale gemeenschap te informeren en op de hoogte te brengen van de inzet van crisisnoodopvang. Regie over de communicatie ligt bij de gemeente. Het COA kan hierin faciliteren en ondersteunen. Het is belangrijk dat partijen in afstemming en in gezamenlijkheid met elkaar communiceren. Ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid.
Uitgangspunten communicatie
• De communicatie is open, eerlijk en transparant (nut en noodzaak). • De communicatie is proactief, tijdig en op maat en afgestemd op de verschillende doelgroepen. • De communicatie naar asielzoekers in de CNO is open, eerlijk en eenduidig.
Open, eerlijk en transparant
Duidelijk uitleggen waarom crisisnoodopvang noodzakelijk (nut en noodzaak/urgentie) is. Het is van belang om betrokkenen goed mee te nemen in de processtappen en de besluiten, zowel intern als extern. Alleen door open, eerlijk en transparant te communiceren kunnen we draagvlak bevorderen. Belangrijk om ook aandacht te hebben voor zorgen van inwoners over de komst van de crisisnoodopvang. Zorg dat inwoners zich gehoord voelen.
Proactieve communicatie en communicatie op maat
Het is van belang om de doelgroepen tijdig en op maat te informeren. Bij voorkeur ruim voordat een crisisnoodopvanglocatie wordt geopend zodat inwoners zich niet overvallen voelen. Om draagvlak te bevorderen proactief communiceren naar de verschillende doelgroepen. Naast algemene kernboodschappen is maatwerk nodig voor diverse doelgroepen, bijvoorbeeld omwonenden, belangenverenigingen en vrijwilligers. Daarbij wordt persoonlijk contact altijd zeer gewaardeerd, uiteraard e.e.a. binnen geldende corona-richtlijnen.
Open, eerlijke en eenduidige communicatie naar asielzoekers
Communiceer open en met een eenduidige boodschap naar de asielzoekers. Leg uit waarom ze in een crisisnoodopvang worden opgevangen, hoe lang de opvang duurt en wat ze kunnen verwachten. Heb aandacht voor hun zorgen. Communiceer zoveel mogelijk in hun eigen taal. Asielzoekers hebben vaak een moeilijke reis achter de rug en gaan een onzekere toekomst tegemoet. Bied een luisterend oor.
27
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
Kernboodschap
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) heeft een tekort aan opvangplekken om aan iedere asielzoeker die naar Nederland komt onderdak te bieden. De minister van Justitie en Veiligheid heeft, via de voorzitters van de veiligheidsregio’s, de gemeente [naam] gevraagd om crisisnoodopvang voor één week mogelijk te maken. Deze termijn kan eventueel verlengd worden met één of twee dagen. De gemeente vindt het zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid om mensen die gevlucht zijn voor oorlog en geweld hulp te bieden. Daarom komen wij graag tegemoet aan het verzoek van het COA om crisisnoodopvang in de gemeente mogelijk te maken.
Communicatie bijlagen
In de bijlage VIII van deze Handreiking zijn diverse documenten opgenomen met meer informatie over: • De doelgroepen • Communicatielijnen • Voorbeeldteksten • Q&A’s • Draaiboek voor informatiebijeenkomsten.
28
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
Bijlagen Deel A Bestuurlijke voorbereiding en processen
29
Handreiking crisisnoodopvang
Inhoud
Bijlage I Toelichting op het juridische advies tot gedogen De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) biedt de mogelijkheid om voor een tijdelijk gebruik van een sport- of evenementenhal als crisisnoodopvanglocatie voor vluchtelingen een omgevingsvergunning te verlenen. Dat zou kunnen in de vorm van een tijdelijke afwijking op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, 2° van de Wabo, jo. bijlage II, artikel 4, onder 9 of 11, van het Besluit omgevingsrecht. Een dergelijke tijdelijke afwijking kan op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef, echter alleen worden verleend indien de activiteit niet in strijd is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Afgevraagd kan worden of een toereikende onderbouwing kan worden opgesteld dat een dergelijke crisisnoodopvanglocatie – zij het kortstondig – voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Gemeenten verlenen medewerking aan het realiseren van een crisisnoodopvanglocatie, vanuit onder meer humanitaire en maatschappelijke overwegingen en omdat hiertoe een harde noodzaak is vanwege de druk c.q. overbelasting op de reguliere opvanglocaties (AZC’s) en de noodopvanglocaties, en op verzoek van het COA. Gelet op deze bijzondere omstandigheden zal een gemeente bereid zijn om medewerking te verlenen en ligt het in een dergelijk geval het meest voor de hand om de overtreding van het bestemmingsplan te gedogen.
Weliswaar is algemeen uitgangspunt in de jurisprudentie van de bestuursrechter dat, in gevallen waarin zich een overtreding van het bestemmingsplan voordoet, het bevoegd gezag in de regel van de bevoegdheid tot handhaving gebruik zal moeten maken, gelet op het algemeen belang dat is gediend met handhaving. Het is echter ook vaste jurisprudentie dat onder bijzondere omstandigheden het bestuursorgaan ervan mag afzien om handhavend op te treden. Dat kan zich onder meer voordoen als handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in een concrete situatie behoort te worden afgezien. In het geval van crisisnoodopvang van vluchtelingen doen dergelijke bijzondere omstandigheden zich hoogstwaarschijnlijk voor. Bijkomstigheid is ook dat het veelal niet haalbaar zal zijn om de ruimtelijke procedure tijdig te kunnen doorlopen en afgerond te hebben, vanwege de snelheid waarmee een beroep wordt gedaan op een gemeente om een crisisnoodopvanglocatie te realiseren. Dit verzoek wordt veelal vanuit het COA, de Minister of de provincie, enkele dagen van tevoren bekend gemaakt. Praktisch punt is nog wel dat tegen beslissingen van bestuursorganen om te gedogen, geen beroep (meer) openstaat. Indien het college zou besluiten om deze overtreding ongemoeid te laten, hoeft er niet een expliciet gedoogbesluit te worden genomen.