3. (WOS) 6a Vijf jaar Avres Evaluatie_def (1).pdf
Tekst van het document
Veranderen in verbondenheid
Evaluatie Avres November 2020
Veranderen in verbondenheid
Evaluatie Avres November 2020
Voorwoord In haar afscheidsmail richting externen begin september 2020, schreef de toenmalige directeur van Avres - Saar Spanjaard - de volgende constatering: Avres is uitgegroeid tot een ‘volwassen organisatie’. Eén van de belangrijkste redenen voor haar om op zoek te gaan naar een nieuwe en andere functie buiten Avres. Volgens haar brengt volwassenheid namelijk ook een onvermijdelijk proces van loslaten met zich mee. Het vertrek van Saar Spanjaard markeert in zekere zin een einde van een transformatieproces, dat onder haar leiding en verantwoordelijkheid in 2015 is ingezet. Begonnen als kwartiermaker en later als directeur van Avres heeft zij medewerkers en vele externen weten te inspireren om binnen de regio Alblasserwaard/Vijfheerenlanden op een creatieve en innovatieve manier te bouwen aan een nieuw leerwerkbedrijf, met oog voor de belangen van de inwoners, gericht op intensieve samenwerking met gemeenten en ketenpartners en vormgegeven door een effectieve en efficiënte uitvoering van taken en verantwoordelijkheden.
De afronding van genoemd transformatieproces bracht ook de bestuurlijke wens met zich mee om een evaluatie uit te voeren. Reeds bij de oprichting van Avres was afgesproken dat het functioneren van Avres na een aantal jaren zou worden geëvalueerd. Deze afspraak kon met de huidige bestuurlijke wens worden nagekomen. Bijgaand treft u dan ook de evaluatie over het functioneren van Avres in de bijna 5 jaar van haar bestaan aan. Het biedt u een terugblik op de meest belangrijke opgaven waar Avres zich de afgelopen jaren voor gesteld zag en op welke wijze zij aan die opgaven invulling en inhoud heeft gegeven. In genoemde afscheidsmail sprak mevrouw Spanjaard haar uitdrukkelijke dank uit in de richting van allen die er toe hebben bijgedragen dat Avres in staat is geweest om zich te ontwikkelen en tot groei en bloei te komen. Het bestuur en het managementteam van Avres sluiten zich van harte bij deze woorden aan. Bestuur, managementteam en alle medewerkers van Avres willen echter op deze plaats (nogmaals) uitdrukkelijk hun dank uitspreken in de richting van Saar Spanjaard zelf. Haar tomeloze inzet, betrokkenheid en bevlogenheid zijn een inspiratiebron voor velen geweest; zij heeft hiermee zelf belangrijke randvoorwaarden gecreëerd waardoor Avres zich tot de door haar geconstateerde volwassenheid heeft kunnen ontwikkelen. Wij wensen u veel leesplezier.
Bestuur, managementteam en medewerkers van Avres.
Evaluatie Avres, november 2020
5
Inhoudsopgave Voorwoord
5
Inleiding: Veranderen in verbondenheid
8
Hoofdstuk 1: De context
10
1.1 1.2
10 11
De juridische context De bestuurlijke context
Hoofdstuk 2: Het transformatieproces: de algemene uitgangspunten
12
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.6.1 2.6.2 2.7
12 13 14 16 18 21 21 22 24
Historische terugblik Het vertrekpunt Decentraal, lokaal en integraal De ondernemer onderneemt Samenwerking, preventie en voorlichting Gericht op ontwikkeling (extern en intern) en participatie Ontwikkeling extern en participatie Ontwikkeling intern De toekomst
Hoofdstuk 3: Werk, ontwikkeling en participatie
27
3.1 Ontwikkeling bijstandsbestand 3.2 Statushouders en jongeren met een arbeidshandicap 3.2.1 Statushouders 3.2.2 Jongeren met een arbeidsbeperking 3.3 Plaatsing op werk
27 29 29 30 31
3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5 3.4.6. 3.4.8 3.4.9 3.4.10 3.4.11 3.5
Ontwikkeling Loonkostensubsidie en jobcoaching Taalsnelweg Matchmaker Behouden Vaart Beweegprogramma’s Timmerwerkplaats Samenwerking met Syndion Samenwerking met Stichting SamenDoen Ontwikkelplekken in de interne infrastructuur Opstapbanen Participatie
32 32 33 34 35 35 37 37 38 38 38 39
Hoofdstuk 4: Sociale werkvoorziening en Nieuw Beschut
42
4.1 4.2 4.3
42 43 46
Sociale werkvoorziening Kosten en opbrengsten/netto toegevoegde waarde Nieuw beschut
Hoofdstuk 5: Inkomensverstrekking en schulddienstverlening
48
5.1 5.2.
48 52
Inkomensverstrekking Schulddienstverlening
Hoofdstuk 6: Financiële aspecten
54
Inleiding
Veranderen in verbondenheid Avres is opgericht op 1 januari 2016 als fusieorganisatie van het voormalige SW-bedrijf de Avelingen - Groep en de Regionale Sociale Dienst Alblasserwaard/Vijfheerenlanden (RSD). De reden voor deze fusie was tweeledig. In de eerste plaats de invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015. Met de komst van deze nieuwe wet werd tevens een wijziging van het sociale zekerheidsstelsel doorgevoerd. Nieuwe instroom in de sociale werkvoorziening is met ingang van die datum niet langer (meer) mogelijk1); mensen met een arbeidsbeperking moeten zoveel mogelijk aan het werk op reguliere werkplekken (al dan niet ondersteund door een loonkostensubsidie en jobcoaching). Gedurende de periode dat dit voor hen nog niet (volledig) mogelijk is, kunnen zij voor wat betreft inkomensondersteuning een beroep doen op een uitkering in het kader van de Participatiewet (die een voortzetting is van de Wet Werk en Bijstand). Omdat enerzijds de toeleiding en begeleiding van mensen met een arbeidsbeperking richting werk als taak van de voormalige Avelingen-Groep, en anderzijds de inkomensondersteuning via een uitkering als taak van de voormalige RSD, onder de nieuwe Participatiewet samenkwamen, wordt (reeds) in 2014 het besluit genomen om beide organisaties te laten fuseren.
Evaluatie Avres, november 2020
8
De tweede reden was meer financieel van aard. De nieuwe Participatiewet bracht een verschuiving van geldstromen en budgetten met zich mee. Bovendien ging de invoering van het nieuwe stelsel gepaard met een bezuinigingstaakstelling vanuit het Rijk, met name gericht op de budgetten ten behoeve van de zittende SW-populatie (€ 1 miljoen). Omdat de invoering van de Participatiewet onderdeel was van de transitie en de transformatie binnen het brede sociale domein, met raakvlakken richting de WMO/Awbz en de Jeugdwet, zijn de fusieorganisatie bij haar oprichting bestuurlijk ook nog (ondermeer) de volgende uitgangspunten meegegeven: integraliteit (binnen het sociale domein); lokaal maatwerk; de menselijke maat centraal; kwalitatief hoogwaardige dienstverlening en een uniform proces gericht op ontwikkeling voor meerdere doelgroepen. In deze evaluatie wordt ingegaan op de (inhoudelijke) ontwikkelingen bij Avres sinds haar oprichting in 2016. Daarmee wordt ook
tegemoetgekomen aan de evaluatieopdracht zoals die is opgenomen in de gemeenschappelijke regeling. Doelstelling van de evaluatie is enerzijds inzicht te verschaffen in het transformatieproces dat Avres in de afgelopen vier jaar heeft doorlopen en anderzijds leerpunten op te doen en conclusies te trekken die een basis kunnen vormen voor (toekomstige) beleidsaanpassingen. Bij deze evaluatie is als methodiek gekozen voor een documentstudie2) en gegevens-/cijferonderzoek3) die/dat is uitgevoerd door Avres zelf. Hierbij zijn twee opmerkingen op zijn plaats. In de eerste plaats is deze evaluatie geen effectmeting op vooraf geformuleerde concrete doelstellingen; Simpelweg omdat dergelijke doelstellingen voorafgaand aan de fusie niet zijn geformuleerd. Er is een half jaar voorafgaand aan de fusie weliswaar een meerjarenbeleidsplan ontwikkeld, echter dat was (te) weinig concreet in haar doelstellingen. Bovendien is genoemd document nog opgesteld vanuit meer “klassieke denkbeelden” en daarom op dit moment niet meer bruikbaar. Overigens moet dit laatste aspect ook worden beschouwd vanuit het tijdsbeeld in 2014 en 2015.
“Het hele brede sociale domein in Nederland” was zoekende; Zoekend naar nieuwe structuren, creatieve en innovatieve dienstverleningsconcepten en -methodieken, inkooprelaties en samenwerkingsverbanden (met het maatschappelijk middenveld), en tegelijkertijd moest ook het “oude denken” nog opzij worden gezet. In deze evaluatie zullen de eerder genoemde uitgangspunten zoals die bestuurlijk aan Avres bij de fusie zijn meegegeven, zoals effectiviteit, efficiency, integraliteit, lokaal maatwerk, de menselijke maat, hoogwaardige dienstverlening en het proces gericht op ontwikkeling, echter wel zoveel mogelijk worden benoemd en zichtbaar worden gemaakt. Daar waar bovendien een kwantitatieve analyse op basis van gegevens/cijfers niet mogelijk is of onvoldoende inzicht geeft, is de tekst in deze evaluatie verrijkt met voorbeelden van het effect van de dienstverlening en ondersteuning door Avres. In de tweede plaats is deze evaluatie een zelf-evaluatie. Dit heeft vooren nadelen. Voordeel is dat op deze wijze heel direct gebruik gemaakt kan worden van veel (ervarings-)kennis bij mensen die de afgelopen jaren heel direct bij het transformatieproces van Avres betrokken
waren. Nadeel hiervan is evenwel dat een extern perspectief wellicht beter in staat is om aspecten te beschouwen op afstand, om een nadere reflectie te bieden in een bredere context4) en/of om in te zoomen op elementen die in deze evaluatie niet of in onvoldoende mate aan de orde komen. Voor een dergelijk extern perspectief staat Avres ook open en dit kan wellicht worden vormgegeven in een vervolgevaluatie, waarvoor de opdracht door het bestuur dan op basis van deze zelf-evaluatie wordt geformuleerd. Er is door de twee besturen sinds de fusie in de afgelopen jaren een duidelijke koers uitgezet: Van Avres wordt verwacht dat zij invulling geeft aan een pro-actieve mensgerichte aanpak, waarbij niemand tussen wal en schip valt; inwoners zich zoveel mogelijk moeten kunnen ontwikkelen; en mensen inkomenszekerheid hebben. Bovendien doet iedereen mee en mensen met een arbeidsbeperking zijn zoveel als mogelijk aan het werk op een reguliere werkplek. Genoemde koers is ook het beeld dat uit deze evaluatie naar voren komt. Uit deze evaluatie zal (ook) blijken dat er een aantal verbeterpunten zijn, bijvoorbeeld op het gebied van aanpak/methodiek en efficiency. Echter beleidsinhoudelijk komen er uit deze evaluatie geen echte “quick-wins” naar voren.
1) De huidige doelgroep blijft overigens tot hun pensionering onder de doelgroep vallen. 2) O.a. Jaarplannen, Jaarverslagen, Jaarrekeningen, Begrotingen, Beleidsdocumenten. 3) O.a. Jaarverslagen, viermaandsrapportages, interne kerncijfers, Benchmark Divosa. 4) Bijvoorbeeld in relatie tot de ontwikkelingen in het gehele sociale domein.
Evaluatie Avres, november 2020
Het sociale domein staat financieel onder druk. Als het gaat om bezuinigingen zal uiteraard eerst zoveel mogelijk worden ingezet op het realiseren van dergelijke “quick-wins”. Echter als deze ontbreken, dan gaat het uiteindelijk om meer fundamentele inhoudelijke keuzes met het oog op kostenbesparing. Bijvoorbeeld: willen we de aanpak voor jongeren zonder uitkering voortzetten? Willen we iedereen volledig in beeld hebben? Moet de jobcoaching met deze intensiteit worden voortgezet? Zijn alle minima-regelingen noodzakelijk? Moeten we iedereen met schulden helpen, ook als dit een enorme tijds-investering vraagt? Lastige vragen, maar gelet op de grote opgaven en de beperkte financiële Rijksmiddelen die voor deze opgaven en andere opgaven in het sociale domein beschikbaar zijn, zijn dit wel de vragen die op weg naar een begroting 2023 - waarin structurele baten en lasten in evenwicht moeten zijn - gesteld moeten worden. Daarbij kan en mag naar de mening van het bestuur van Avres (ook) niet uit het oog worden verloren dat als gevolg van de uitbraak van de Corona-pandemie inmiddels een nieuwe werkelijkheid is ontstaan.
Avres hoopt dat deze evaluatie de gemeenten helpt bij het beantwoorden van vragen. De evaluatie zelf geeft nog geen antwoorden. Die moeten gezamenlijk met de gemeenten worden geformuleerd in komende begroting(swijzigingen) met als doel een gezond financieel perspectief. Om door de tijd heen te kunnen beoordelen hoe het transformatieproces zich binnen Avres heeft voltrokken, is het ook belangrijk om stil te staan bij de juridische en bestuurlijke context. In hoofdstuk 1 zal hier nader op worden ingegaan. In hoofdstuk 2 zal het transformatieproces worden besproken aan de hand van een aantal algemene uitgangspunten. In de daarop volgende hoofdstukken (3 t/m 5) zal worden ingezoomd op het transformatieproces op de verschillende taakvelden. In het laatste hoofdstuk tenslotte zal worden ingegaan op enkele financiële aspecten die verband houden met deze evaluatie.
9
Hoofdstuk 1:
De context 1.1 De juridische context
Avres is een openbaar lichaam in de vorm van een gemeenschappelijke regeling, waarbij zowel de raden als de colleges van de drie deelnemende gemeenten (gemengde raadsregeling) bevoegdheden hebben overgedragen. Sinds de oprichting van de gemeenschappelijke regeling is deze drie keer gewijzigd. Directe aanleiding voor deze wijzigingen waren uittredingen, toetredingen en herindelingen. Bij de drie wijzigingen is bovendien nog een aantal technische wijzigingen doorgevoerd.
Evaluatie Avres, november 2020
10
De gemeenschappelijke regeling kent drie zelfstandige dochterorganisaties: Avres SW BV, Avres Diensten BV en de Stichting Avres Nieuw Beschut (sinds 2018). Daarnaast neemt Avres deel in twee andere rechtspersonen: De kringloop BV Het Goed - Avres (sinds 2019; 50 % aandeelhouder) en de Stichting Inkoopbureau Midden Nederland (sinds 2020). In de BV Avres SW zijn de werkzaamheden van de Sociale Werkvoorziening ondergebracht en via de BV Avres Diensten is de arbeidsrelatie geregeld voor de niet ambtelijk medewerkers bij Avres. Na de fusie op 1 januari 2015 zijn er geen ambtelijk medewerkers meer in dienst getreden bij de GR, maar is hen een dienstverband naar burgerlijk recht aangeboden via de Avres diensten BV. De werkzaamheden in de SW BV zijn daarin ondergebracht met het oog op de vennootschapsbelastingplicht die ook voor overheidsorganisaties van toepassing is. In het licht van de huidige uitvoeringspraktijk door de belastingdienst rondom de vennootschapsbelasting en de inwerkingtreding van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WRNA) zal de noodzaak van respectievelijk de SW BV en de diensten BV opnieuw worden beoordeeld. Conclusie/aanbeveling: Beoordeling noodzaak in stand houden Avres SW BV en Avres Diensten BV De deelnemende gemeenten aan de GR hebben hun bevoegdheden overgedragen aan Avres.
Bij de totstandkoming van Avres zijn met het oog op vergroting van de betrokkenheid van de deelnemende gemeenten een aantal nadere bepalingen in de GR opgenomen. Zo is in tegenstelling tot de wettelijke verplichting de jaarrekening/
het jaarverslag zienswijzeplichtig. Ook de vaststelling/wijziging van verordeningen (met externe werking) en het vaststellen van kadernota’s zijn zienswijzeplichtig gemaakt. Deze zienswijzeplicht is uiteraard echter dan op grond van wettelijke bepalingen - ook van toepassing op het jaarplan / de begroting / begrotingswijzigingen. Naast de zienswijzeverplichting organiseert Avres twee keer per jaar een informatiebijeenkomst voor de raadsleden van de deelnemende gemeenten. Geconstateerd moet worden dat de deelname aan dergelijke informatiebijeenkomsten wisselend is. Drie keer is een dergelijke bijeenkomst namelijk geannuleerd moeten worden wegens gebrek aan belangstelling. Bij belangrijke ontwikkelingen worden de raden rechtstreeks geïnformeerd via raadsinformatiebrieven. Zo zijn de raden tijdens de Corona-crisis vrijwel wekelijks door Avres op de hoogte gebracht over de aanpak en de voortgang van de uitvoering van maatregelen - waaronder de Tozo. Als verbonden partij voor de gemeenten vindt Avres het van groot belang dat de betrokkenheid van de gemeenten - en in het bijzonder de raden - goed is geregeld en wordt uitgevoerd, zeker in het kader van de transparantie die zij nastreeft. Met het oog daarop is Avres op dit moment in gesprek met de drie griffies om te onderzoeken hoe de betrokkenheid van de raden verder kan worden vergroot.
Het wijzigingsvoorstel van de Wet gemeenschappelijke regeling zal worden betrokken bij dit onderzoek. Conclusie/aanbeveling: Onderzoek naar en formulering van verbetervoorstellen voor vergroting van de betrokkenheid van de raden, mede in relatie tot de voorziene wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Binnen de Governance van Avres zijn er twee adviesorganen actief: Het kernteam en de cliëntenraad. Het kernteam bestaat uit ambtelijk medewerkers uit de deelnemende gemeenten: Iedere gemeente is in dit kernteam vertegenwoordigd door een vakgerichte beleidsmedewerker en een financieel beleidsmedewerker. De rol van het kernteam is de inhoudelijke advisering van het algemeen bestuur bij de besluitvorming, mede vanuit gemeentelijk perspectief. De cliëntenraad is een wettelijk adviesorgaan op grond van de Participatiewet. Zij brengt gevraagd en ongevraagd advies uit aan het bestuur van Avres. Bij zienswijzeprocedures richting de raden wordt ook altijd een advies aan de cliëntenraad gevraagd. Vier tot zes keer
per jaar heeft de cliëntenraad een overlegvergadering met de directeur en één maal per jaar vindt er een overlegvergadering plaats met het bestuur. De cliëntenraad bestaat uit 12 leden: vier vertegenwoordigers uit iedere gemeente. De cliëntenraad vertegenwoordigt de doelgroep - met uitzondering van de SW-medewerkers die zijn vertegenwoordigd in de ondernemingsraad - en behartigt hun belangen. Het bestuur hecht een grote waarde aan de door hen uitgebrachte adviezen. Zij geven mede inzicht in de wijze waarop inwoners in de regio de kwaliteit van de dienstverlening en ondersteuning door Avres ervaren. In breder perspectief kan een cliënttevredenheidsonderzoek hier inzicht in verschaffen. Sinds de fusie heeft Avres één cliënttevredenheidsonderzoek uitgevoerd, specifiek gericht op de dienstverlening en ondersteuning in het kader van schulddienstverlening. De inwoners die een beroep deden op schulddienstverlening waardeerden de ondersteuning en dienstverlening door Avres in 2018 gemiddeld met een 8.4. Tot op heden heeft er echter nog geen onderzoek plaatsgevonden onder de inwoners uit andere doelgroepen die een beroep doen op de dienstverlening en ondersteuning door Avres. Om de kwaliteit hiervan te beoordelen zal het bestuur van Avres in 2021 een algeheel cliënttevredenheidsonderzoek uitvoeren. Bij de opzet en uitvoering hiervan zal de cliëntenraad intensief worden betrokken.
Conclusie/aanbeveling (in relatie tot het uitgangspunt kwalitatieve hoogwaardige dienstverlening): In 2021 een algeheel cliënttevredenheidsonderzoek uitvoeren in samenwerking met de cliëntenraad om de kwaliteit van dienstverlening en ondersteuning van Avres (nader) in beeld te brengen.
1.2 De bestuurlijke context
Met ingang van 1 januari 2018 is de gemeente Hardinxveld-Giessendam uitgetreden. De nieuwe fusiegemeente Molenlanden, ontstaan uit de voormalige gemeenten Giesenlanden en Molenwaard, is lid sinds 1 januari 2019. De gemeente Vijfheerenlanden - gevormd door de voormalige gemeenten Leerdam, Vianen en Zederik - is voor wat betreft de voormalige gemeenten Leerdam en Zederik eveneens lid geworden
De verschillende trajecten rondom herindelingen, uittreding, en intreding zijn complex en intensief geweest. Dat gold voor het bestuurlijke en het managementniveau, maar was zeker ook van toepassing voor de uitvoering, dat specifiek als opdracht had om de overdracht van cliënten op een zorgvuldige wijze te laten plaatsvinden. Dit heeft bij alle in-/ uitvlechtingen naar volle tevredenheid van de cliënten plaats kunnen vinden. Als uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, maakt Avres samen haar ketenpartner het UWV deel uit van de arbeidsmarktregio Alblasserwaard/ Vijfheerenlanden. Deze arbeidsmarktregio bestaat uit de gemeenten Gorinchem, Molenlanden en Vijfheerenlanden. In haar vergadering van juli 2020 heeft de raad van de gemeente Vijfheerenlanden besloten om de komende drie jaar deel te nemen aan de arbeidsmarktregio AV. Omdat de uitvoeringsorganisatie Avres en de arbeidsmarktregio dezelfde gemeenten bestrijken, kan - met name omdat het arbeidsmarktbeleid zich richt op de onderkant van de arbeidsmarkt - een grote synergie worden bereikt in de uitvoering van de Participatiewet. Dit geldt ook voor de inzet van de door het Rijk ontvangen arbeidsmarktmiddelen in relatie tot het beschikbare Participatiebudget. Het huidige - en tweede - bestuur van Avres bestaat uit zes wethouders.
Het dagelijks bestuur wordt gevormd door de portefeuillehouders Participatie uit de drie deelnemende gemeenten. De overige drie leden van het algemeen bestuur - uit iedere deelnemende gemeente één zijn portefeuillehouders financiën, respectievelijk sociaal domein.
Evaluatie Avres, november 2020
Na de fusie tussen de Avelingen Groep en de RSD in 2016 bestond de gemeenschappelijke regeling uit zeven deelnemende gemeenten: Giessenlanden, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Leerdam, Lingewaal, Molenwaard en Zederik. Het algemeen bestuur bestond uit de zeven portefeuillehouders Participatiewet en uit hun midden was er een dagelijks bestuur van drie personen gekozen.
per 1 januari 2019 en sinds 1 januari 2020 maakt ook de voormalige gemeente Vianen als onderdeel van de gemeente Vijfheerenlanden deel uit van de gemeenschappelijke regeling. Tenslotte is de gemeente Lingewaal, vanwege een fusie met de gemeenten Geldermalsen en Neerijnen tot de nieuwe gemeente West Betuwe, met ingang van 1 januari 2019 uitgetreden. Op basis van een dienstverleningsovereenkomst heeft Avres in geheel 2019 nog de dienstverlening verzorgd voor het bestaande bestand van de voormalige gemeente Lingewaal. De SWmedewerkers van Hardinxveld-Giessendam en Lingewaal zijn bij Avres gebleven.
11
Hoofdstuk 2:
Het transformatieproces: de algemene uitgangspunten De fusie bracht niet alleen met zich mee dat twee (naar hun aard toch verschillende) organisaties moesten worden samengevoegd, maar ook dat - zeker in relatie tot het transformatieproces in het brede sociale domein en de bezuinigingstaakstelling5) - er een nieuwe organisatie zou moeten ontstaan met meerwaarde op effectiviteit en efficiency. De opgaven waarvoor de nieuwe fusieorganisatie zich gesteld stond, kan niet worden beschouwd zonder een korte historische terugblik.
2.1 Historische terugblik
Evaluatie Avres, november 2020
12
De sociale werkvoorziening (SW) is in de jaren 50 van de vorige eeuw opgericht om mensen met een arbeidsbeperking in een beschutte/beschermde omgeving betaalde werkzaamheden te laten verrichtten. Daarvoor zijn toentertijd overal in het land grote regionale werkvoorzieningsschappen opgericht. In de regio Alblasserwaard/ Vijfheerenlanden was dat het werkvoorzieningsschap de Avelingen Groep in Gorinchem. In de werkvoorzieningsschappen (WVS) werden met name productiewerkzaamheden verricht. Voor het verrichten van deze werkzaamheden betaalde de ondernemer, met wie het WVS een contract had afgesloten, het WVS een vergoeding die was gebaseerd op betaling tegen stuksprijs. De opbrengst die het WVS hiermee genereerde minus de kosten werd de (netto) toegevoegde waarde genoemd, waarmee het WVS een deel van de kosten voor de uitvoering van de SW financierde (met name overhead en begeleidingskosten). Voor de vergoeding van de loon/salariskosten voor de SW-medewerkers ontving het WVS een Rijksbijdrage. Bij de contracten werd door ondernemers vaak bedongen dat de rekening en het ondernemerschap van het productieproces - waaronder bijvoorbeeld de aanschaf en het onderhoud van de productiemachines - tot het risico van het WVS behoorde. Naast de begeleiding van de SW-medewerkers, was het WVS daarmee dus ook verantwoordelijk (geworden) voor de bedrijfsvoering.
In de loop van de jaren negentig wordt duidelijk dat bovengenoemde financieringsopzet voor werkvoorzieningsschappen volstrekt onvoldoende was om op zijn minst kostendekkend te kunnen
opereren. Gemeenten hebben er toen voor gekozen om (jaarlijks) via een extra gemeentelijke bijdrage (in de regio AV € 1.7 miljoen) aan de werkvoorzieningsschappen, de (ontstane) tekorten weg te werken. Er waren twee belangrijke oorzaken voor de ontstane tekorten. In de eerste plaats werd het productieproces door de ondernemer betaald tegen stuksprijs en niet tegen de werkelijke of reële loonwaarde van de SW medewerkers. Daarnaast was het in stand houden en het onderhoud van de infrastructuur in de vorm van grote productielocaties en productiemiddelen - die werkvoorzieningsschappen in hun bezit hadden - erg kostbaar in aanschaf, beheer en onderhoud. De Regionale Sociale Dienst Alblasserwaard/Vijfheerenlanden is opgericht in 2001. De samenwerking in een gemeenschappelijke regeling tussen de voormalige gemeentelijke sociale diensten werd toentertijd ingegeven door een aantal redenen. In de eerste plaats was de uitvoering van de wet- en regeling na de komst van de nieuwe Algemene bijstandswet (nAbw) in 1996 steeds complexer geworden. De kleinere, maar ook de middelgrote gemeenten hadden zelf onvoldoende kennis en deskundigheid in huis - zeker in relatie tot de omvang van de bestanden - om alle taken en bevoegdheden op een juiste, efficiënte en rechtmatige wijze uit te voeren6).
Hier lag ook een groot risico voor de afzonderlijke gemeenten, omdat een onrechtmatige uitvoering zou leiden tot een korting op budgetten7). De tweede reden was gelegen in het feit dat samenwerking de kwetsbaarheid van de afzonderlijke gemeenten kon verminderen. Bij ziekte of vertrek van medewerkers waren zij niet in staat om langer zelfstandig bepaalde taken uit te voeren of moesten zij via - dure - inhuur, voorzieningen treffen om de voortgang van essentiële primaire processen te kunnen waarborgen. De derde en laatste reden voor samenwerking in de RSD was gelegen in de aard van de wet- en regelgeving. De nAbw - evenals overigens haar rechtsopvolgers de Wet werk en bijstand en de Participatiewet - is voor de gemeenten geen autonome taak, maar wordt in medebewind voor en met het Rijk uitgevoerd, omdat het voeren van inkomensbeleid strikt is
voorbehouden aan het Rijk. De beleidsvrijheid voor afzonderlijke gemeenten is hierdoor sterk beperkt. Vanuit dit gegeven werd aan het eind van de jaren 90 op inhoud al samenwerking gezocht en werd - in het ontbreken van (grote) beleidsinhoudelijke verschillen - een reden gevonden om deze samenwerking te formaliseren. Tot 2009 was de RSD alleen belast met de uitvoering van de bijstandswet. Vanaf 2009 zijn haar taken uitgebreid met schulddienstverlening en een kredietbank. Sinds haar oprichting heeft de RSD financieel een wisselend resultaat weten te scoren. Financieel goede jaren zijn afgewisseld met een aantal financieel mindere jaren. De eerste jaren - mede door gunstige conjunctuurontwikkelingen - werden over het algemeen positief afgesloten. De reservepositie van de RSD is toen ten gunste van de gemeenten afgeroomd en bijgesteld. Na en als gevolg van de kredietcrisis loopt het financiële resultaat van de RSD enige jaren terug en herstelt zich weer nadien. Door haar opgebouwde reservepositie en compensatieregelingen vanuit het Rijk8) was zij in de loop der tijd in staat om voorkomende tegenvallers zelf op te vangen. Binnen de regio AV was de RSD op het moment van de oprichting van Avres sterk gecentraliseerd; Er werd gewerkt vanuit één centrale locatie op het Stadhuisplein in Gorinchem.
Na de start van de RSD is weliswaar nog enige jaren in de afzonderlijke gemeenten spreekuur gehouden, echter in overleg met de gemeenten zijn deze spreekuren op de gemeentehuizen in de regio reeds in 2006 beëindigd9). De eerste vorm van samenwerking tussen de Avelingen Groep en de RSD is ontstaan vanaf 2010. Door oplopende tekorten is de Avelingen Groep zich vanuit haar infrastructuur toen ook gaan richten op trajectbegeleiding voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Via inbesteding kocht de RSD jaarlijks gemiddeld voor een bedrag van ruim € 800.000,-- aan trajecten in bij de Avelingen Groep.
Een fusieproces tussen twee verschillende organisaties tot een goed einde brengen is al een opgave op zich. Het is veel meer dan het ontwikkelen van een passende (juridische) structuur, aanpalende bedrijfsonderdelen samenvoegen, werkprocessen uitlijnen en aanpassen, functies invullen en/of een nieuwe missie en visie ontwikkelen. Het is ook - en wellicht vooral - bijvoorbeeld het samenbrengen van verschillende organisatieculturen, het bouwen aan een nieuwe cultuur en het creëren van draagvlak bij medewerkers voor de nieuwe koers en daar ook feitelijk naar gaan werken en handelen. Hieraan is door beide voormalige organisaties vanaf 2014 - dus vanaf
Evaluatie Avres, november 2020
2.2 Het vertrekpunt
13
2 jaar voor de feitelijke fusiedatum - hard gewerkt. Dat is niet altijd een proces zonder rimpels geweest, maar uiteindelijk kon Avres op 1 januari 2016 daadwerkelijk aan de slag. De start van Avres vond plaats onder het gesternte van de transitie en de transformatie van het sociale domein breed, waarbij de gewijzigde WMO en Jeugdwet nieuwe taken voor de gemeenten werden. Waar dit enerzijds als een extra opgave voor een fusieorganisatie kan worden beschouwd, is het anderzijds en tegelijkertijd ook een (extra) mogelijkheid/kans (geweest) voor Avres om de koers van de nieuwe organisatie vanaf het begin anders en nader te richten.
2.3 Decentraal, lokaal en integraal
Evaluatie Avres, november 2020
14
Zoals in de historische terugblik al is aangegeven werkte de nieuwe fusieorganisatie bij haar start vanuit twee locaties. De locaties10) van de voormalige Avelingen Groep en de locatie van de RSD. Voor een fusieorganisatie die vanuit een nieuwe visie en missie, cultuur, structuur en werkprocessen moest gaan werken was dit verre van ideaal. Er is onderzocht of samenvoeging van medewerkers op één van beide locaties kon worden gerealiseerd, echter de bestaande locaties waren daarvoor te klein en aanpassingen/verbouwingen niet mogelijk en/of te kostbaar. Tegelijkertijd blijkt dat in het kader van de transformatie in het brede sociale domein de behoefte bij gemeenten en Avres zelf groeit om meer decentraal, lokaal en integraal te gaan werken. Ontwikkeling en ondersteuning van mensen - zo blijkt uit onderzoek - kan namelijk het beste plaatsvinden in de directe woon- en leefomgeving van mensen, met zoveel mogelijk voorzieningen die (afgestemd) worden
aangeboden in de directe nabijheid. Daar kwam nog bij dat de bestaande centrale locatie van de Avelingen Groep - gelegen aan de Avelingen West in Gorinchem - op zeer veel aspecten lang niet meer voldeed aan acceptabele en verantwoorde Arbo-eisen en dat een zeer forse financiële investering noodzakelijk zou zijn om toch aan dergelijke eisen te voldoen11). Tenslotte werd na analyse van bedrijfsresultaten duidelijk dat een hoger rendement op SW-werkzaamheden (=netto toegevoegde waarde) kon worden gerealiseerd, indien de medewerkers die daartoe in staat zijn, hun werkzaamheden via detachering uitvoeren bij de ondernemer zelf. Het bovenstaande leidde in 2017 tot de conclusie dat aanpassing van werkwijzen en herhuisvesting van het overgrote deel van de organisatie noodzakelijk was, niet alleen om de fusie tussen de twee voormalige organisaties daadwerkelijk af te kunnen ronden, maar ook vanwege het optimaliseren van de bedrijfsresultaten en om invulling en uitvoering te kunnen geven aan de transformatiegedachte binnen het brede sociale domein. In 2018 heeft het bestuur van Avres het herhuisvestingsplan vastgesteld. Hiermee werd in de eerste plaats groen licht gegeven voor de verkoop van het pand aan de Avelingen-West. De verkoop van dit pand is in 2019 afgerond, met een winst naar boekwaarde ter hoogte van € 3.7 miljoen.
Deze winst is door het bestuur bestemd in bestemmingsreserve afschrijvingen (vernieuwde) locaties. Daarnaast is besloten om nieuwbouw te plegen voor de locatie kwekerij de Landsinghof. Ook dit pand voldeed niet meer aan de minimale Arbo-eisen en was bovendien te klein om voldoende medewerkers te huisvesten en een optimaal bedrijfsresultaat te kunnen realiseren. De opening van deze vernieuwde locatie is voorzien in het najaar van 2020. Omdat steeds meer SW-medewerkers via detachering hun werkzaamheden inmiddels uitvoerden bij (reguliere) werkgevers
ontbrak de noodzaak om de werkzaamheden voor die medewerkers, die nog wel zijn/blijven aangewezen op een beschutte werkplek, opnieuw onder te brengen in een grote centrale locatie. Daarom is gekozen om deze werknemers voor hun werkzaamheden onder te brengen in decentrale locaties, die (samen met partners) worden aangehuurd. Inmiddels zijn er in een beschutte omgeving (nog) medewerkers werkzaam in “de Lingeloods” in Gorinchem, in Sociaal Lokaal in Leerdam, in locatie “ Pand 83” in Nieuw Lekkerland en in het eigen pand van kwekerij de Landsinghof in Giessenburg12). Door de herhuisvesting van deze medewerkers werd bovendien bereikt dat reisafstanden en begeleid vervoer voor hen werd beperkt; dat deze medewerkers meer direct zichtbaar worden in de samenleving; en dat ook hun verdere ontwikkeling in de directe woon- en leefomgeving kan plaatsvinden. Bijkomend voordeel van aanhuur is bovendien dat meer flexibel kan worden ingespeeld op het aantal benodigde m2, temeer daar onder de huidige wet- en regelgeving het aantal werkplekken beschut in de toekomst zal afnemen.
Met de verkoop van het pand aan de Avelingen West, kon Avres ook een andere stap zetten: Het samenvoegen van de staf-, bedrijfs- en ondersteunende afdelingen13), het vormgeven van een nieuw opgezette backoffice14) en het creëren van een uitvalbasis / terugkomlocatie15) voor de ambtelijk medewerkers die in de regio werkzaam zijn. Met het oog daarop heeft Avres in 2018 een centraal gelegen pand in de regio aangehuurd aan de Energieweg in Meerkerk. Achterliggende filosofie - in het licht van efficiency en effectiviteit - was hierbij: regionaal organiseren (van administratieve en ondersteunende activiteiten) en lokaal uitvoeren (met het oog op integraliteit, bereikbaarheid en laagdrempeligheid, aansluiten bij lokale netwerkstructuren en ontwikkeling in de woon- en leefomgeving van de inwoner). Hierdoor is lokaal maatwerk ook steeds beter mogelijk geworden.
Het gebruik van de locatie op het Stadhuisplein zal in 2020 - nadat Avres haar intrek heeft genomen in Lingeloods met het oog op de verbinding met het sociale domein in deze gemeente - worden afgebouwd. Avres zal via haar klantcontactcentrum (KCC) samen met het UWV blijven participeren op het Werkplein en het Werkplein17) zal verder nog beperkt worden gebruikt voor gesprekken (bijvoorbeeld indien deze een veiligheidsrisico met zich meebrengen). Lokaal en decentraal werken op zich is echter nog geen garantie dat binnen Avres de integraliteit ook intern is geborgd. Daarom is Avres vanaf de zomer 2019 overgestapt naar het gebiedsgericht werken en zijn grote stappen gemaakt op weg naar drie gebiedsgerichte teams: één voor iedere deelnemende gemeente. In deze teams werken alle medewerkers betrokken bij primaire processen voor één en dezelfde gemeente samen: Van de medewerker uitkeringsadministratie tot de participatiecoach; van de accountmanager bedrijven tot de consulent schulddienstverlening; samen zijn zij ook verantwoordelijk voor een integrale benadering van de inwoner vanuit Avres. Na een organisatieaanpassing in 2020, worden de drie gebiedsgerichte teams ook door één manager aangestuurd. Decentraal, lokaal en integraal werken heeft ook financiële consequenties voor Avres gehad.
In vergelijking tot vóór de uitvoering van het herhuisvestingsplan zijn de kosten voor de huisvesting ook afgenomen. Inzet op effectiviteit in het kader van decentraal, lokaal en integraal werken heeft derhalve ook positieve gevolgen gehad voor de efficiency in het kader van kostenbeheersing. Avres monitort de huisvestingskosten nauwlettend. Op huisvestingskosten zou overigens (verder) bespaard kunnen worden door minder in te zetten op decentraal, lokaal en integraal werken.
Evaluatie Avres, november 2020
Vanaf 2018 zijn de medewerkers schulddienstverlening en de participatiecoaches stapsgewijs fysiek aangesloten bij de sociale teams in de regio. Hierdoor is een (meer) integrale benadering van problematiek en oplossingsrichtingen mogelijk geworden. Anno 2020 is er een dergelijke verbinding met de sociale teams Molenlanden West en Molenlanden Oost, Sociaal team/lokaal zorgnetwerk Gorinchem (Lingeloods) en het sociale team Vijfheerenlanden (Samen Doen). Omdat in/aan deze sociale teams ook organisaties uit het maatschappelijk middenveld zijn verbonden is daarmee ook een deel van de gewenste lokale netwerkstructuren geborgd. Op de locaties van de sociale teams of via huisbezoeken16) vinden de gesprekken met de inwoners plaats en wordt casuïstiek en oplossingsrichting besproken en uitgewerkt in het kader van het brede sociale domein. Daarnaast
heeft Avres nog een spreekuurlocatie in de Haarwijk in Gorinchem en in de Voorstraat in Vianen. Op deze beide locaties vindt samenwerking met maatschappelijke organisaties plaats, welke in de toekomst verder zal worden uitgebouwd. Door de verbinding met de sociale teams kan Avres samen met de gemeenten invulling geven aan de gezamenlijke en gemeenschappelijke opgaven binnen het brede sociale domein. Op beleidsniveau wordt via het kernteam en bilaterale overleggen invulling en uitvoering gegeven aan de gemeenschappelijke en gezamenlijke opgaven van Avres en de gemeenten, mede in het licht van (specifieke) lokale opgaven waar de gemeenten zich voor gesteld zien. Beleidsontwikkeling en -afstemming vindt - waar noodzakelijk en gewenst - ook zoveel mogelijk plaats vanuit lokaal perspectief (= lokaal maatwerk).
15
Conclusie/aanbeveling (in relatie tot effectiviteit, efficiency, integraliteit en lokaal maatwerk): • Avres heeft de afgelopen jaren stevig ingezet op integraliteit en lokaal maatwerk; zij is extern lokaal verbonden met sociale teams, het lokale maatschappelijk middenveld en verricht haar dienstverlening en ondersteuning zoveel mogelijk op locaties in de woon- en leefomgeving van inwoners. Ook intern is de integraliteit doorgevoerd, nadat zij is overgestapt naar gebiedsgericht werken. • De SW- medewerkers die afhankelijk zijn van beschutte werkplekken zijn inmiddels op decentrale locaties werkzaam, dichter in de buurt van hun woon- en leefomgeving. • De twee hierboven genoemde aspecten maken zichtbaar dat Avres een transformatie heeft doorlopen van intern gericht naar extern gericht. In het kader van de uitgangspunten integraliteit en lokaal maatwerk kan worden gesteld dat het transformatieproces effectief is geweest. • De gerealiseerde effectiviteit heeft ook gevolgen gehad voor de efficiency in het kader van kostenbeheersing; de huisvestingskosten zijn in vergelijking tot het verleden afgenomen. Op de huisvestingskosten zou overigens verder bespaard kunnen worden door minder in te zetten op decentraal, lokaal en integraal werken. Zo zijn er twee locaties in de gemeente VHL.Dit omdat inwoners van de voormalige gemeente Vianen anders naar Leerdam zouden moeten reizen.
2.4 De ondernemer onderneemt
Evaluatie Avres, november 2020
16
In deze evaluatie is al eerder aan de orde gekomen18) dat de SWbedrijven in het verleden hun werkzaamheden vooral verrichten tegen stuksprijs. Bovendien was een SW-bedrijf - over het algemeen -zelf verantwoordelijk en financieel risicodrager voor het productieproces en de productiemiddelen. Niet alleen was deze manier van werken zeer ongunstig voor het realiseren van een positief bedrijfsresultaat, het deed bovendien in hoge mate afbreuk aan de waardering van de werkzaamheden door medewerkers uit de SW-doelgroep. Deze waardering gaat namelijk verder dan alleen de financiële compensatie, ook de intrinsieke waardering voor de SW-medewerkers die ondanks hun arbeidsbeperking naar vermogen hun werkzaamheden verrichtten is van essentieel belang. Deze ontbrak bij productie tegen stuksprijs echter vrijwel geheel. Om zowel het bedrijfsresultaat positief te kunnen beïnvloeden - er lag immers ook een bezuinigingstaakstelling - als de intrinsieke waardering
voor de SW-medewerkers te kunnen verhogen, heeft Avres na haar fusie een aantal maatregelen doorgevoerd. In de eerste plaats zijn zoveel mogelijk SW-medewerkers, die hiertoe ondanks hun beperking in staat zijn, gedetacheerd bij reguliere werkgevers. Veel medewerkers voelden zich hierdoor intrinsiek veel beter gewaardeerd. Zij waren immers onderdeel geworden van de organisatie waarvoor zij hun werkzaamheden verrichtten en andere medewerkers van deze organisaties waardeerden hen bovendien als een collega. Bovendien ervaren zij door hun detachering dat zij nog meer deel uit maken van de samenleving. Door de toename van het aantal detacheringen, maar dit is ook van toepassing op de resterende beschutte werkactiviteiten, kon Avres als tweede maatregel ook het principe van “de ondernemer onderneemt” toepassen. Avres ziet zichzelf als een leer-werkbedrijf met het oog op ontwikkeling van mensen. Begeleiding van mensen bij deze ontwikkeling is haar “core-business”, en niet het inrichten van werkprocessen of het onderhoud van productiemiddelen; Dat is een taak en verantwoordelijkheid voor de ondernemer. In het principe van “de ondernemer onderneemt” komt dat ook tot uiting: de ondernemer is verantwoordelijk en risicodrager voor het productieproces en Avres is (via jobcoaching) verantwoordelijk voor de begeleiding van de SW-medewerkers in het productieproces.
Dit uitgangspunt heeft uiteindelijk voor Avres een besparing opgeleverd in aanschaf van en het onderhoud op de productiemiddelen (waaronder het gebruik van een groot centraal productiepand aan de Avelingen West in Gorinchem19)). De derde maatregel die Avres heeft doorgevoerd is betaling van de SWmedewerker door de ondernemer naar reële loonwaarde. Iedere SW-
medewerker heeft - voor de werkzaamheden die hij/zij verricht in relatie tot zijn/haar arbeidsbeperking - een reële loonwaarde. Deze reële loonwaarde is in feite de economische waarde die de arbeid die een SW-medewerker verricht voor de ondernemer oplevert. Daar moet de ondernemer ook voor betalen, niets meer, maar ook niets minder (= “eerlijke” vergoeding). Avres heeft sinds haar fusie stevig ingezet op betaling tegen loonwaarde, ook met het oog op het bedrijfsresultaat. Vooraf was al duidelijk dat dit geen eenvoudig proces zou zijn. Veel ondernemers waarvoor Avres in het verleden werkzaamheden verrichtten hadden hun eigen businesscase gebaseerd op vergoeding van de werkzaamheden tegen stukprijs. Betaling tegen reële loonwaarde betekende voor hen vermindering of het wegvallen van winstmarges. De samenwerking met deze ondernemers is in de afgelopen jaren dan ook veelal beëindigd. Nieuwe samenwerkingsverbanden zijn daarvoor in de plaatsgekomen, met ondernemers die in het kader van Maatschappelijk verantwoord ondernemen, wel bereid waren/zijn om voor de werkzaamheden van de SW-medewerkers de reële loonwaarde te betalen. Ook is Avres zelf een (nieuw) samenwerkingsverband aangegaan met Kringloopwinkel Het Goed (publiek private samenwerking).
In de gezamenlijke BV die hiervoor in 2019 is opgericht zullen de SW-medewerkers worden betaald tegen reële loonwaarde en is ‘t Goed verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering en Avres voor het beschikbaar stellen van de medewerkers en hun begeleiding. De BV heeft geen winstoogmerk; opbrengsten zullen ten bate komen van ontwikkeling van medewerkers.
De ontwikkeling van de netto toegevoegde waarde blijft voor Avres de komende jaren een uiterst belangrijk aandachtspunt en zij zal de verdere ontwikkeling hiervan nauwgezet blijven monitoren. In dat licht moet bovendien worden betrokken dat de reële loonwaarde voor de SW-doelgroep op (middel) lange termijn onder druk staat, omdat er geen nieuwe instroom meer plaatsvindt en de huidige doelgroep vergrijst. Daartegenover staat dat de vergoeding naar loonwaarde voor de nieuwe doelgroep “Nieuw Beschut” hoger is dan bij
Conclusie/aanbeveling (in relatie tot effectiviteit, efficiency, de menselijke maat en het proces gericht op ontwikkeling): • Avres heeft door detachering van het SW-personeel, het hanteren van het uitgangpunt “de ondernemer onderneemt” en de betaling van verrichtte werkzaamheden tegen reële loonwaarde een effectief beleid kunnen voeren. Hierdoor kan zij zich (meer) richten op haar eigen “core business” (het begeleiden van medewerkers), is in het kader van de menselijke maat de intrinsieke waardering van SWmedewerkers toegenomen en kunnen de SW-medewerkers zich binnen reguliere bedrijven verder ontwikkelen. • De drie maatregelen die zijn doorgevoerd zijn ook efficiënt geweest. Er heeft een kostenbesparing plaatsgevonden omdat enerzijds de ondernemer verantwoordelijk en risicodrager is (geworden) voor het productieproces en de productiemiddelen en anderzijds omdat een hogere opbrengst kan worden gerealiseerd door bij de te verrichten werkzaamheden uit te gaan van betaling tegen reële loonwaarde in plaats van betaling tegen loonwaarde. Voor Avres leidt het tot een verschuiving van kosten. Het leidt tot vermindering van het aantal werkleiders, productieplanners, etc. en meer vraag naar jobcoaches. • Verhoging van de netto toegevoegde waarde is nog niet bij alle ondernemers gerealiseerd.
Bovendien is het effect van de bezuiniging op de Rijksbijdrage SW nog niet volledig opgevangen (kunnen worden.) Inzetten op verhoging van de netto-toegevoegde waarde door beheersing van de kosten en het vergroten van de opbrengsten, blijft voor Avres de komende jaren een belangrijk uitgangspunt. Zij zal de ontwikkeling hiervan nauwgezet blijven monitoren. In dat verband is nog een ander aspect van belang: Ook al bereikt de netto-toegevoegde waarde ook in de toekomst nooit volledig het gewenste “break-even point”, het verrichten van SW-werkzaamheden is financieel voordeliger dan het duurdere WMO alternatief voor (een deel van) de doelgroep in de vorm van arbeidsmatige dagbesteding.
Evaluatie Avres, november 2020
De netto toegevoegde waarde in het kader van de bedrijfsvoering wordt in hoge mate bepaald door enerzijds de betaling tegen reële loonwaarde en anderzijds de beheersing van de kosten. Avres heeft de afgelopen jaren stevig ingezet op het verkrijgen van een “eerlijke” vergoeding. Een optimaal gewenst resultaat is de afgelopen jaren echter nog niet bij alle opdrachtgevers gerealiseerd kunnen worden. Bovendien is door de drie doorgevoerde maatregelen het effect van de vermindering van de Rjiksbijdrage op de SW door Avres nog niet volledig opgevangen (kunnen worden).
de inwerkingtreding van de Participatiewet werd verondersteld. Met betrekking tot het aspect beheersing van de kosten als onderdeel van de netto toegevoegde waarde heeft de afgelopen jaren een grote daling kunnen plaatsvinden door meer in te zetten op detacheringen en het principe te hanteren van “de ondernemer onderneemt”. In hoofdstuk 4 wordt een nader inzicht gegeven van de ontwikkeling van de netto toegevoegde waarde in de afgelopen jaren.
17
2.5 Samenwerking, preventie en voorlichting
De opgaven behorende bij de taken en bevoegdheden die Avres op grond van de gemeenschappelijke regeling uitvoert, verricht zij niet autonoom. Om deze opgaven te kunnen realiseren werkt zij nauw samen en heeft zij verbinding met diverse andere organisaties. Avres beschouwt zichzelf als een netwerkorganisatie die samen met andere (semi)overheden en instellingen uit het maatschappelijk middenveld gemeenschappelijke doelstellingen tracht te realiseren. De lijst van samenwerkingsverbanden is lang en divers van aard. Naast het Rijk en de deelnemende gemeenten - als opdrachtgever - (ook via de sociale teams)22), zijn dit bijvoorbeeld woningbouwcorporaties, welzijnsinstellingen, koepelorganisaties en vrijwilligersorganisaties. Het voert te ver om in deze evaluatie op al deze samenwerkingsverbanden/- vormen in te gaan23). Bij een aantal samenwerkingsverbanden/-vormen staan we hieronder wel stil, omdat zij meer specifiek inzicht kunnen verschaffen in het verloop van het transformatieproces dat Avres de afgelopen jaren heeft doorlopen. Een belangrijke (keten)samenwerkingspartner voor Avres is het Uitvoeringinstituut Werknemersverzekeringen (UWV).
Op grond van de Wet Structuur Werk en Inkomen (SUWI) zijn Avres en het UWV (binnen de arbeidsmarktregio AV) gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het (Rijks)beleid op het terrein van inkomensverstrekking en toeleiding naar werk voor werkzoekenden. De samenwerking tussen beide organisaties is bij uitkeringsaanvragen voor Avres al vanaf het eerste moment heel praktisch en concreet. Alle aanvragen voor een bijstandsuitkering bij Avres moeten op grond van wettelijke bepalingen worden ingediend via het digitale loket van het UWV. Daar vindt een eerste (globale) toets plaats en vervolgens draagt het UWV de aanvraag (digitaal) over aan Avres. Afstemming kan eventueel plaatsvinden op het Werkplein waar beide organisaties fysiek zijn vertegenwoordigd.
Evaluatie Avres, november 2020
18
In het kader van het regionale arbeidsmarktbeleid zijn beide organisaties gezamenlijk verantwoordelijk voor de werkgeversdienstverlening in de regio. Zij bemensen daartoe samen vanuit beide organisaties het Regionale Werkgeversservicepunt (WSP). Avres heeft in 2017 het besluit genomen om de operationele aansturing van het WSP geheel over te dragen aan het UWV. Op deze wijze wordt bijvoorbeeld voorkomen dat accountmanagers uit beide organisaties op bezoek gaan bij dezelfde werkgever met dezelfde vragen of hetzelfde ondersteuningsaanbod. Bovendien Is één accountmanager per bedrijf/ondernemer beter voor de herkenbaarheid van het WSP en draagt dit bij tot een meer vertrouwde werkrelatie tussen de accountmanager en de ondernemer. Van de 35 arbeidsmarktregio’s in Nederland is het WSP AV het enige dat heeft gekozen voor een operationele aansturing door één van de twee uitvoeringsorganisaties en daarmee is de aanpak van Avres de meest
vergaande. Hierdoor beogen we een zo integraal mogelijke aanpak voor alle werkzoekenden te realiseren. Samenwerking tussen de beide uitvoeringsorganisaties krijgt ook heel concreet invulling bij de formulering en de uitvoering van het regionale arbeidsmarktbeleid. Samen met de gemeenten, onderwijsinstellingen, werkgevers en de vakbonden ontwikkelen de twee ketenpartners op basis van regionale arbeidsmarktanalyses projecten die de match tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt moet verbeteren en die met name de doelgroep aan de onderkant van de arbeidsmarkt betere kansen moet bieden op structureel werk. Iedere arbeidsmarktregio ontvangt daartoe - ongeacht haar omvang en deelnemende gemeenten hetzelfde bedrag aan Rijksmiddelen. Deze middelen zijn een welkome aanvulling op teruglopende re-integratiemiddelen. Daarnaast kan de arbeidsmarkt een beroep doen op bijzondere projectsubsidies. In het kader van een dergelijke projectsubsidie heeft de arbeidsmarktregio AV in 2017 middelen ontvangen voor een door Avres ontwikkeld concept voor een digitaal matchingsplatform: WIJIJ. Het matchingsplatform WIJIJ is inmiddels geëvalueerd door het Rijk en als voorbeeldproject aangemerkt. Avres deelt goede concepten graag met anderen met het oog op doorontwikkeling én het delen van ontwikkelkosten.
Daarom wordt het platform WIJIJ door Avres ook ingebracht bij aanbestedingsopdrachten in andere arbeidsmarktregio’s. Andere gemeenten en / of hun uitvoeringsorganisatie worden hierdoor mede eigenaar van het platform. Voor een beroep op de meer reguliere arbeidsmarktmiddelen heeft Avres voor de arbeidsmarktregio AV in 2019 de “Doe-agenda” ontwikkeld en geschreven. Op basis van het goedgekeurde projectplan heeft de arbeidsmarktregio voor de uitvoering hiervan zowel over 2019 als over 2020 een bedrag van € 1 miljoen ontvangen. Doel van de regionale Doe-agenda is om de werkgevers een meer gelijkwaardige positie te geven met het oog op het vervullen van vacatures overeenkomstig hun vraag naar personeel en om een structurele regionale infrastructuur in het leven te roepen met het oog op een leven lang leren en ontwikkelen, zowel voor werkzoekenden als werkenden. Projecten uit deze Doeagenda zijn ondermeer “Het Ambachtscollege” (= “Sity-Academy”); professionalisering van de Werkgeversdienstverlening; Het project Bijstaanders, waarin buurtgenoten andere buurtgenoten bijstaan in ondersteuning en ontwikkeling; en een ambassadeur voor en vanuit de werkgevers. Deze projecten zijn onlangs opgestart of bevinden zich nog in een ontwikkelfase. Tenslotte heeft de samenwerking tussen het UWV en Avres vorm en inhoud gekregen door wederzijds gebruik te maken van elkaars
re-integratie-instrumenten. Op deze wijze kan bijvoorbeeld worden voorkomen dat werkzoekenden waarvoor het einde van hun WWuitkering in het verschiet ligt (uiteindelijk) een beroep moeten doen op het vangnet van een bijstandsuitkering. Meer divers is de samenwerking die Avres de afgelopen jaren met verschillende organisaties/instellingen uit het maatschappelijk middenveld heeft opgebouwd. Vaak is deze samenwerking (meer) formeel van aard en/of vloeit deze voort uit gemeenschappelijke en/ of integrale opgaven die gerealiseerd moeten worden24). Vanaf 2017 is Avres in haar samenwerking echter nog een stap verder gegaan. Organisaties en instellingen in het (lokale) maatschappelijk middenveld met overeenkomstige of gemeenschappelijke doelstellingen, beschikken veelal zelf ook over een grote kennis en expertise op de beleidsvelden / opgaven waar Avres voor verantwoordelijk is. In een aantal gevallen kunnen deze organisaties zelfs slimmer, effectiever, efficiënter en/of sneller werken dan Avres, omdat zij bijvoorbeeld minder zijn geïnstitutionaliseerd, laagdrempeliger voor inwoners zijn en/of in de uitvoering minder formeel kunnen handelen. Avres is van mening dat van de kracht van dergelijke organisaties optimaal gebruik gemaakt moet worden, omdat deze kracht de effectiviteit (en ook efficiency) van haar eigen beleid juist enorm kan vergroten.
Vandaar dat zij vanaf 2017 stevig heeft ingezet op “operationele outsourcing”: Een gedeeltelijke overdracht van de uitvoering van taken aan maatschappelijke instellingen en organisaties.
De afgelopen jaren is Avres in het kader van de “operationele outsourcing” samenwerking aangegaan met ondermeer de volgende organisaties/instellingen: - “De Stichting Leergeld” in het kader van de uitvoering van het minimabeleid en de bestrijding van kinderarmoede. De stichting Leergeld heeft een groot bereik omdat deze organisatie door inwoners als zeer laagdrempelig wordt ervaren; - “Taalmaatjes” als ondersteuning in het kader van reintegratietrajecten en de ontwikkeling/participatie van inwoners en
Samenwerking is ook terug te zien bij de preventieve activiteiten die Avres uitvoert. Zo heeft Avres afspraken met woningcorporaties in de regio in het kader van vroegsignalering. Huurachterstanden zijn namelijk vaak een eerste signaal dat een inwoner financiële problemen / schulden heeft. Een huisuitzetting brengt niet alleen persoonlijke en sociale problemen voor een inwoner met zich mee, maar ook hoge maatschappelijke kosten die wel kunnen oplopen tot € 60.000,--. Het is dus van groot belang om te voorkomen dat er een huisuitzetting plaatsvindt. Door een signaleringsfunctie vanuit de woningcorporaties kan Avres veelal preventief optreden en een huisuitzetting voorkomen. Omdat huurachterstanden mogelijk een signaal kunnen zijn van meerdere achterliggende problemen, is Avres in 2018 samen met de gemeenten en lokale zorgnetwerken een project gestart, waarbij indien noodzakelijk en gewenst - dergelijke problemen ook integraal kunnen worden benaderd en aangepakt. De schuldenproblematiek bij jongeren is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Daarom is Avres in 2016 samen met een aantal regionale banken en het onderwijs gestart met het project SAMSAM. Geld is voor jongeren tegenwoordig minder tastbaar en de verleidingen door commerciële en sociale beïnvloeding onder jongeren zijn groot.
Een goede voorlichting en het aanleren van financieel gezond gedrag kan jongeren in een vroeg stadium helpen om financiële vaardigheden te vergroten en schulden te voorkomen. Avres vindt het van belang om in te zetten op preventie onder jongeren om armoede en schuldenproblematiek te voorkomen. Samen maken genoemde partijen zich in de regio AV sterk voor de inzet op financiële educatie onder jongeren onder de naam: SAMSAM.
Evaluatie Avres, november 2020
Bij “operationele outsourcing” levert Avres bij de overdracht van een taak de expertise en deskundigheid aan het voorliggend veld; houdt zij (een deel van) de regie op de uitvoering en voert zij de betreffende taak niet meer (geheel) zelfstandig uit. Indien een bepaalde taak vanwege de complexiteit of wettelijke bepalingen toch (voor een deel) door Avres zelf moet worden uitgevoerd, kunnen door het voorliggende veld bijvoorbeeld ook op een bepaald (onder)deel van de betreffende taak werkzaamheden worden verricht.
in het kader van de bestrijding van laaggeletterdheid; - “Humanitas”, “Schuldhulpmaatjes” en de “Stichting MEE” in het kader van schulddienstverlening. Deze drie “thuisadministratieorganisaties” ondersteunen inwoners bijvoorbeeld bij het op orde brengen van de financiële administratie van inwoners - zodat de professionals binnen Avres zich volledig kunnen richten op de uitvoering van de meer complexe taken in het kader van schulddienstverlening - en de nazorg voor inwoners na beëindiging van een schuldhulpverleningstraject door Avres. - Stichting Lezen en schrijven in het kader van de inburgering van vrouwelijke Statushouders uit Syrië en Eritrea; Een taaltraject is hierbij gekoppeld aan aspecten als beroepsoriëntatie, beweegprogramma, traumaverwerking en leefstijl. Avres levert voor dit programma (en de nazorg) twee Peer-to Peer25) coaches uit de doelgroep26). Dit project is genaamd EVA (EVA =.Educatie voor Vrouwen met Ambitie) en heeft als doel empowerment van vrouwelijke statushouders.
19
Omdat het omgaan met financiën binnen de context van de Nederlandse samenleving en cultuur voor een groot aantal statushouders een probleem is, is Avres in 2019 ook gestart met een specifiek project dat zich richt op financiële bewustwording en het aanleren van financieel gezond gedrag voor deze doelgroep. De projecten vroegsignalering en SAMSAM zijn niet alleen een voorbeeld van de samenwerking die Avres met diverse organisaties is aangegaan, maar zijn dat tevens van preventieve instrumenten die Avres de afgelopen jaren heeft ingezet. Met name het beleidsterrein schulddienstverlening leent zich voor de toepassing van preventieve activiteiten. In dat kader heeft Avres in 2017 ook een nieuw instrument ontwikkeld en ingezet als onderdeel van haar reguliere dienstverleningspakket: de Budgetadviesgesprekken. Tijdens een budgetadviesgesprek krijgen inwoners die zich (nog) niet in een (complexe) schuldensituatie bevinden begeleiding en coaching van medewerkers van Avres om zelfstandig hun financiële huishouden op orde te houden of (weer) te brengen. Samenwerking is voor Avres een zeer belangrijk middel om niet alleen haar eigen opgaven te effectueren, maar ook om in gezamenlijkheid met anderen gemeenschappelijke doelstellingen te kunnen realiseren.
In het jaarplan van Avres voor 2021 is de verdere uitbouw van de samenwerking en het naar een hoger niveau tillen hiervan dan ook als een van de prioriteiten aangemerkt. Conclusie/aanbeveling (in relatie tot effectiviteit, efficiency, de menselijke maat en het proces gericht op ontwikkeling):
Evaluatie Avres, november 2020
20
• Avres heeft de afgelopen jaren stevig ingezet op samenwerking met haar (keten)partners. In hoofdstuk 2.3 is eerder al ingegaan op de verbinding met de gemeenten via de sociale teams. In dit hoofdstuk is uitgebreid stilgestaan bij de samenwerking met het UWV en de overige partners binnen de arbeidsmarktregio. Door deze samenwerking kunnen werkgevers bijvoorbeeld effectiever en efficiënter worden benaderd. Bovendien kunnen met ontvangen Rijksmiddelen in gezamenlijkheid nieuwe projecten worden ontwikkeld met het oog op een betere matching van de vraag naar en het aanbod van werk en de toeleiding van inwoners aan de onderkant van de arbeidsmarkt richting structurele werkplekken. Omdat door deze samenwerking meer kan worden gerealiseerd, is deze niet alleen effectief, maar is zij bovendien efficiënt omdat de
verkregen Rijksmiddelen ten behoeve van de arbeidsmarkt ook aanvullend kunnen worden ingezet voor de re-integratieactiviteiten van Avres, dit bij een dalend re-integratiebudget. • Sinds 2017 geeft Avres haar samenwerking mede vorm via het principe van “operationele outsourcing”. Dit gebeurt vanuit de gedachte dat andere (lokale) maatschappelijke organisaties bepaalde taken soms slimmer, effectiever, efficiënter en/of sneller kunnen uitvoeren. In het licht van de uitgangspunten effectiviteit en efficiency scoort deze vorm van samenwerking dan ook hoog. Omdat dergelijke samenwerkingsorganisaties veelal een gezamenlijke / gemeenschappelijke opgave hebben en zijn ingebed in lokale netwerkstructuren, bevordert “operationele outsourcing” ook de integraliteit en het lokale maatwerk. • De inzet van preventieve instrumenten door Avres is effectief en efficiënt omdat hierdoor problematische situaties voor inwoners worden voorkomen en hoge maatschappelijke kosten/uitgaven kunnen worden vermeden. • Uitbouw van de samenwerking en het naar een hoger niveau tillen hiervan is en blijft een prioriteit voor Avres. Dit is in het jaarplan van 2021 als zodanig ook benoemd.