CConstaterende datVijfheerenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

15. (AZ) deel 2 Bijlagenbundel VTH-beleid 2021-2024.pdf

Raadsvergadering Vijfheerenlanden 8 juli 2021, gemeente VijfheerenlandenBij agendapunt: Categorie I: schriftelijke mededelingen van college of griffie36.166 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

VTH – beleid 2021-2024 Vijfheerenlanden

Deel 2 Bijlagenbundel 7 juni 2021

1

Inhoudsopgave Inleiding .............................................................................................................................. 3 Bijlage 1: Lijst met veel gebruikte afkortingen ............................................................ 4 Bijlage 2: Begrippenlijst ................................................................................................... 6 Bijlage 3: Reikwijdte VTH-beleid Vijfheerenlanden ....................................................12 Bijlage 4: De Big-8 Cyclus ..............................................................................................13 Bijlage 5: Bestuur en organisatie ..................................................................................14 Bijlage 6: Wettelijk kader................................................................................................16 Bijlage 7: Evaluatie Integraal Handhavingsbeleid ......................................................22 Bijlage 8: Bestuurlijk- en beleidskader .........................................................................26 Bijlage 9: Omgevingsanalyse Vijfheerenlanden ..........................................................32 Bijlage 10: Risicoanalyse per taakveld .........................................................................35 Bijlage 11: Werkwijze prioritair werken

.......................................................................42 Bijlage 12: Uitleg / toelichting ‘Tafel van Elf’ ..............................................................48 Bijlage 13: Preventiestrategie ........................................................................................50 Bijlage 14: Communicatie strategie ..............................................................................51 Bijlage 15: Vergunningenstrategie ................................................................................52 Bijlage 16: Toezichtstrategie ..........................................................................................72 Bijlage 17: Handhavingsstrategie ..................................................................................75 Bijlage 18: Toelichting interventies van licht naar zwaar ..........................................84 Bijlage 19: Richtlijnen dwangsombedragen en termijnen .........................................87 Bijlage 20: Gedoogstrategie ...........................................................................................96 Bijlage 21: Privaatrechtelijke handhaving....................................................................97 Bijlage 22: Handhaving bij overtreding eigen organisatie of andere overheid ......97 Bijlage 23: Manier van werken bij toezicht en handhaving

......................................98 Bijlage 24: Toets- en Toezichtmatrix ..........................................................................100 Bijlage 25: Beleidsregels intrekken vergunningen ...................................................107 Bijlage 26: Beleidsregels tegengaan permanente bewoning recreatieverblijven 109 Bijlage 27: Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid.........................................111

2

Inleiding In april 2016 is een wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden, waarmee verbeteringen van het stelsel van Vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) een wettelijke verankering hebben gekregen. Op grond van de Wet VTH en de daarvan afgeleide Verordening Kwaliteit VTH hebben gemeenten, het college van B&W, de plicht een integraal vergunningen- en handhavingsbeleid te formuleren en dat jaarlijks uit te werken in uitvoeringsprogramma’s. Het college informeert de gemeenteraad, gedeputeerde staten en partners over het vastgestelde beleid, de uitvoeringsprogramma’s en doet daar jaarlijks verslag van. Verder evalueert het college de ingezette formatie en middelen. De wet VTH gaat beleidsneutraal over in de Omgevingswet. De artikelen die de verplichtingen voor het VTH-beleid en bijbehorende documenten regelen, staan vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet in het Omgevingsbesluit. De strategieën in deze bijlagebundel zijn ook getoetst aan de wetgeving in het Omgevingsbesluit. Er wordt in de regio Utrecht al vanaf 2010 door 18 gemeenten, ODRU, RUD, VRU en de Provincie Utrecht actief samengewerkt om ervaringen te delen, kennis uit te wisselen en projecten af te stemmen. De gemeente Vijfheerenlanden participeert hier ook actief in.

Eén van de doelen is om in gezamenlijkheid de kwaliteit en uniformatie van het VTH-beleid, VTH Uitvoeringsprogramma en VTH evaluaties te vergroten. Ook is de voorbereiding van de Omgevingswet in deze samenwerking opgepakt. Door het bestuurlijk ondertekenen van een Samenwerkingsovereenkomst Omgevingswet (SOK-OW) is dit proces geformaliseerd. Er zijn diverse werkgroepen geformeerd. Dit kan afhankelijk van de behoefte wijzigen. In dit regionale verband is een format opgesteld voor het VTH-beleid. De voorliggende set van beleidsnotitie en bijlagenbundel is op basis daarvan opgesteld. Ook het uitvoeringsprogramma VTH en het jaarverslag zullen conform de regionale formats worden opgesteld. De komende periode wordt in Utrechts samenwerkingsverband gekeken naar het Omgevingswetproof maken van het VTH-beleid. De verplichte basistaken (milieu) die de ODRU uitvoert voor haar gemeenten worden uniform uitgevoerd. Afstemming van deze basistaken en de uniforme borging is vastgelegd in het Koersdocument 2019-2022. Het Koersdocument is door het Algemeen Bestuur van de ODRU vastgesteld. Dit Algemeen Bestuur bestaat uit wethouders van de 15 deelnemende gemeenten van de ODRU. Hiermee is ook de afstemming op bestuurlijk niveau geborgd en wordt er voldaan aan de eisen die het omgevingsrecht stelt aan uitvoering en afstemming op OD-schaalniveau.

Specifiek voor de milieutaken zijn in ODRUverband afspraken gemaakt over risicogestuurd toezicht en het toepassen van de (op één punt aangepaste) landelijke handhavingsstrategie. De strategieën in deze bijlagebundel gelden Wabo-breed. En in bijlage 17 wordt de specifieke afwijking aangegeven. Leeswijzer Het gemeentelijke VTH-beleid 2021-2024 bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel geeft op een visuele manier kort de hoofdlijnen weer van de missie & visie, uitgangspunten, doelen, prioriteiten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het tweede deel is de voorliggende bijlagenbundel waarin de onderwerpen uit het eerste deel verder zijn uitgewerkt. De volgorde van de bijlagen in deze bijlagenbundel volgt de volgorde in het VTH-beleid 2021-2024. Deel 2 is van toepassing op het taakveld bouwen en milieu. Daar waar dat niet zo is zal dit afzonderlijk worden aangegeven.

3

Bijlage 1: Lijst met veel gebruikte afkortingen Wetgeving en besluiten AIM Activiteitenbesluit Internet Module AMvB Algemene Maatregel van Bestuur APV Algemene Plaatselijke Verordening AVG Algemene Verordening Gegevensbescherming Awb Algemene wet bestuursrecht Bbl Besluit bouwwerken leefomgeving Bevi Besluit externe veiligheid inrichtingen Bor Besluit omgevingsrecht Brzo Besluit risico’s zware ongevallen BWT Bouw- en woningtoezicht HUP Handhavingsuitvoeringsprogramma LHS Landelijke Handhavingsstrategie Mor Ministeriële regeling omgevingsrecht Ow Omgevingswet Rav Regeling ammoniak en veehouderij Revi Regeling externe veiligheid inrichtingen RO Ruimtelijke Ordening Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wav Wet ammoniak en veehouderij Wed Wet op de economische delicten Wet Bibob Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur Wet VTH Wet vergunningen, toezicht en handhaving (is de werknaam) Wet WOZ Wet Waardering Onroerende Zaken Wgh Wet geluidhinder Wgv Wet geluidhinder en veehouderij Wkb Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Wnb Wet natuurbescherming Wm Wet milieubeheer Wro Wet ruimtelijke ordening Organisaties CJIB EU IenW ILT JenV NVWA ODRU OM RUDU RIVM SMK SZW VNG VRU

Centraal Justitieel Incassobureau Europese Unie Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Inspectie Leefomgeving en Transport Ministerie van Justitie en Veiligheid Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit Omgevingsdienst regio Utrecht Openbaar Ministerie Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Strategische milieukamer Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Vereniging Nederlandse Gemeenten Veiligheidsregio Utrecht

Milieu CO2 EED ETS IPPC kWh LAP LAVS

koolstofdioxide Energy Efficiency Directive/Europese Energie-Efficiency Richtlijn EU Emissions Trading System/Europees systeem voor emissiehandel Integrated Pollution Prevention and Control kiloWatt hour Landelijk Afvalbeheerplan Landelijk Asbestvolgsysteem 4

LGR LPG MEE MJA3 NRB PFAS PFOA PFOS PGS RRGS

Landelijk Grondwater Register Liquefied Petroleum Gas Meerjarenafspraak energie-efficiëntie ETS-ondernemingen Meerjarenafspraak energie-efficiëntie 2001-2020 Nederlandse Richtlijn Bodembescherming Poly- en perfluoralkylstoffen Perfluoro octanoic acid Perfluoroctaansulfonzuur Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen

Overig B&W BAG BBT BOA BSBm DSO EV IBP IBT LOB LOD MTG NEC OBM PV RIE SOK TUO

College van burgemeester en wethouders Basisregistratie Adressen en Gebouwen Beste beschikbare technieken Buitengewoon opsporingsambtenaar Bestuurlijke Strafbeschikking milieu Digitaal Stelsel Omgevingswet Externe veiligheid Interbestuurlijk Programma Interbestuurlijk Toezicht Last onder bestuursdwang Last onder dwangsom Maximaal toelaatbare geluidsbelasting National Emission Ceiling/Nationaal emissieplafond Omgevingsvergunning beperkte milieutoets Proces-verbaal Richtlijn Industriële Emissies Samenwerkingsovereenkomst Taakuitvoeringsovereenkomst

5

Bijlage 2: Begrippenlijst Begrip Ambtelijke waarschuwing of constateringsbrief

Basistaken (milieu)

Beginselplicht tot handhaving

Toelichting Brief naar aanleiding van een controle waarbij wel een overtreding is vastgesteld. In de brief wordt aangegeven welke maatregelen getroffen moeten worden om de overtreding te beëindigen en binnen welke termijn (hersteltermijn) dit moet zijn uitgevoerd. In deze brief worden eventuele sancties aangekondigd. Het basistakenpakket van de Omgevingsdiensten is (nu nog) vastgelegd in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, artikel 5.3 4e lid) en het Besluit Omgevingsrecht (artikel 7.1). Het gaat om de VTH-taken op het gebied van milieu waarvoor de gemeente bevoegd gezag is. Onder de Omgevingswet zijn de basistaken vastgelegd in het Besluit Omgevingsrecht. De in de ODRU deelnemende gemeenten hebben gezamenlijk een Koers vastgesteld. Daarin zijn Koerstaken benoemd, dat zijn de taken bovenop de basistaken die alle ODRUgemeenten in lijn met de Koers onderbrengen bij de ODRU na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bijvoorbeeld milieutoezicht bij activiteiten. Uitgangspunt dat het bevoegd gezag verplicht is om op te treden bij een geconstateerde overtreding. De term ‘beginselplicht’ impliceert dat er omstandigheden kunnen zijn om van handhaven en/of het opleggen van een sanctie af te zien.

Dit is in het recht geregeld via artikel 5:5 Awb (het bestuursorgaan legt geen bestuurlijke sanctie op voor zover voor de overtreding een rechtvaardigingsgrond bestond) en artikelen 39 en verder van het Wetboek van strafrecht (strafuitsluitingsgronden). Uit de rechtspraak volgt voorts dat overwogen kan worden van handhaven af te zien als er concreet zicht op legalisatie bestaat, of wanneer handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

Begunstigingstermijn (artikel 5:24 lid 2 en artikel 5:32a lid 2 Awb)

Bij verzoek om handhaving kan voorlopig van handhaving worden afgezien omdat wegens het bestaan van een redelijk handhavingsbeleid betrokkenen eerst de gelegenheid krijgt om de overtreding ongedaan te maken. Verzoeken om handhaving worden eveneens getoetst aan dit beleid, hetgeen kan inhouden dat aan laag-prioritaire zaken niet direct aandacht wordt geschonken. Termijn die wordt gesteld in een bestuursdwang- of dwangsombeschikking waarbinnen de overtreder de overtreding ongedaan kan maken zonder dat de bestuursdwang wordt uitgevoerd of een dwangsom moet worden betaald.

6

Begrip Belangenafweging

Bestuurlijk Omgevingsberaad

Bestuurlijke boete

Bestuurlijke strafbeschikking

Bestuursdwangbeschikking (last onder bestuursdwang) (artikelen 5:21 t/m 5:31c Awb)

Toelichting Bij de voorbereiding van besluiten moet het bevoegd gezag de betrokken belangen afwegen. Aan de ene kant kunnen dit bijvoorbeeld zijn de persoonlijke, economische en financiële belangen van een overtreder. Aan de andere kant de gemeentelijke taak om toezicht te houden op de naleving van wet- en regelgeving, veiligheid, voorkomen dat een dergelijke overtreding op meerdere locaties in de gemeente plaatsvindt (precedentwerking) en dergelijke. Mede op basis van deze belangenafweging bepaald het bevoegd gezag of er handhavend wordt opgetreden, welke termijn er wordt gehanteerd, of er een sanctie wordt opgelegd Centraal bestuurlijk overleg over het stelsel VTH onder leiding van de Minister van IenM, gericht op afstemming van de verschillende taken en verantwoordelijkheden. Aan het Bestuurlijk Omgevingsberaad doen in ieder geval mee: de ministers van IenM en JenV, drie vertegenwoordigers van de omgevingsdiensten, vertegenwoordigers van de bevoegde overheden en het OM. Een boete die door een daartoe bevoegde overheidsdienst zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Een strafrechtelijke boete die bij strafbeschikking wordt opgelegd ter afdoening van relatief eenvoudige overtredingen. De gevallen waarin dit instrument kan worden toegepast zijn opgenomen in het Feitenboekje Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten. Bestuursdwang is het optreden door het bevoegd gezag tegen een overtreding op kosten van de overtreder. De definitie van last onder bestuursdwang in de Awb luidt: ’Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie inhoudende: a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en b. de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.’

Bevinding

Artikel 5:25 Awb bepaald dat de kosten van toepassing van bestuursdwang op de overtreder verhaald kunnen worden. Tegen een bestuursdwangbeschikking kan bezwaar worden gemaakt, een voorlopige voorziening worden gevraagd (mits bezwaar is ingediend) en (hoger) beroep worden ingesteld. Waarneming die ten aanzien van een bepaald onderwerp van onderzoek tijdens een inspectie wordt 7

Begrip

Bevoegd gezag

Dwangsombeschikking (last onder dwangsom) (artikel 5:31d t/m 5:36 Awb)

Toelichting gedaan. Na beoordeling ervan kunnen bevindingen leiden tot de kwalificatie wel/geen overtreding. Het bestuursorgaan dat bevoegd is een handhavingsbesluit te nemen of een besluit te nemen op een aanvraag om omgevingsvergunning. Doorgaans is dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente. Uitzondering is bijvoorbeeld het college van Gedeputeerde Staten (bijvoorbeeld bij provinciale milieu-inrichtingen). Een last onder dwangsom betekent dat een overtreding binnen een bepaalde periode ongedaan moet worden gemaakt. Als dit niet binnen die periode is gebeurd, dan moet de overtreder een boetebedrag (dwangsom) betalen. Een last onder dwangsom is bedoeld om de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding of een herhaling van de overtreding te voorkomen. De definitie van een last onder dwangsom in de Awb luidt als volgt: Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie inhoudende: a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en b. de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.

Functioneel Parket Fysieke leefomgeving

Gedoogbeschikking

Gedoogstrategie

Geheel of gedeeltelijke intrekking vergunning of ontheffing

Gelijkwaardige oplossing

Tegen een last onder dwangsombeschikking kan bezwaar worden gemaakt, een voorlopige voorziening worden gevraagd (mits bezwaar is ingediend) en (hoger) beroep worden ingesteld. Specialistisch, landelijk opererend onderdeel van het OM, dat zich toelegt op de bestrijding van complexe fraude en milieucriminaliteit. De fysieke leefomgeving omvat de inrichting van de woonwijk/gemeente inclusief de wegen, parken, industrieterreinen. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving wordt deels bepaald door de milieukwaliteit. Een schriftelijk besluit van het bevoegde gezag voor het afzien van het gebruik van ter beschikking staande bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten voor een bepaalde termijn. Een bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd in welke situaties en onder welke condities inzet van sancties tegenover overtreders tijdelijk achterwege kan blijven. Naast een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang kan een bestuursorgaan ook als sanctie de vergunning of ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken. Door intrekking van een vergunning of ontheffing ontneemt het bevoegde gezag de overtreder de juridische basis van zijn activiteit. Er is sprake van een afwijking van (een of meerdere voorschriften van) een 8

Begrip

Handhaven

Handhavingsbeleid

Handhavingsstrategie

Handhavingsuitvoeringsprogramma

Handhavingsverzoek

Integrale handhaving Interventie Legalisatie (concreet zicht op)

Legalisatietoets Motiveringsbeginsel

Toelichting vergunning/ontheffing/vrijstelling, maar het door de rechtsregel beschermde belang wordt in dezelfde mate of beter gewaarborgd. Door toezicht en het toepassen van bestuursrechtelijke, strafrechtelijk of privaatrechtelijke middelen bereiken dat geldende rechtsregels worden nageleefd. Dit is een beleid(snota) voor alle betrokken beleidsvelden. Daarin staat een beschrijving van de gemeentelijke prioriteiten, de doelen, de strategieën en de activiteiten. Het beleid is afgestemd met andere betrokken bestuursorganen (zoals Waterschap, Provincie en dergelijke). Bestuurlijk vastgesteld document, waarin de basisaanpak voor het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij overtredingen is vastgelegd. De handhavingsstrategie omvat ten minste: a. een op elkaar afgestemd bestuursrechtelijk – strafrechtelijk optreden tegen overtreding van de gestelde milieunormen; b. een passende reactie op geconstateerde overtredingen; c. een stringentere reactie bij voortduring van de overtreding; d. een regeling voor optreden tegen overtredingen door de eigen organisatie en andere overheden; e. transparantie over te stellen termijnen voor het opheffen van (standaard)overtredingen en over de zwaarte van sancties daarvoor. Jaarprogramma waarin wordt omschreven welke handhavingsactiviteiten er zullen worden uitgevoerd.

Hierbij is rekening gehouden met de onderkende risico’s en de vastgestelde prioriteiten. In dit programma staat ook een overzicht van de financiering en de capaciteit. Een handhavingsverzoek is een verzoek aan de overheid om handhavend op te treden tegen de overtreding van een bestuursrechtelijke norm. Een handhavingsverzoek dient schriftelijk en gemotiveerd ingediend te worden en kan niet anoniem. Het afstemmen en samenbrengen van handhavingsactiviteiten binnen verschillende taakvelden en/of organisaties. Actieve handeling om een geconstateerd probleem op te lossen. Het vooruitzicht dat een overtreding binnen de geldende regels toegestaan kan worden. Voorwaarde is dat er door de overtreder concreet om gevraagd moet worden, bijvoorbeeld door het aanvragen van een omgevingsvergunning. Toets om na te gaan of legalisatie van een overtreding mogelijk is. In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd beginsel dat besluiten goed gemotiveerd moeten zijn, feiten

9

Begrip

Nalevingstrategie

Normadressaat Omgevingsdiensten

Overtreding

Preventieve handhaving Preventiestrategie Privaatrechtelijke handhaving Programmatisch handhaven

Rechtsgelijkheid Rechtvaardigingsgrond Repressieve handhaving Sanctie Schulduitsluitingsgrond Strafuitsluitingsgrond

Strafrechtelijke handhaving Strategische milieukamer

Toelichting moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn. Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd met welke instrumenten naleving wordt gerealiseerd en welke rol handhaving daarbinnen speelt. Een nalevingstrategie bevat in ieder geval een toezichtstrategie, een handhavingsstrategie en een gedoogstrategie. Natuurlijke of rechtspersoon voor wie een bepaalde norm of voorschrift geldt. Diensten van provincies en gemeenten voor de uitvoering van de VTH-taken. De Omgevingsdiensten werden eerder ook aangeduid als Regionale Uitvoeringsdiensten (RUD’s). Een afwijking van een rechtsregel, waarbij geen sprake is van een gelijkwaardige oplossing (zie artikel 5:1 lid 1 Awb). Het vergunningsproces en het al dan niet vergunninggebonden toezicht op activiteiten en/of gebruik. De strategie is gericht om burgers en ondernemers spontaan wet- en regelgeving te laten naleven. Handhaven op grond van civiel recht in plaats van bestuurs- en/of strafrecht. Dit gebeurt bijvoorbeeld als het om eigendomsrecht gaat. Een structurele en integrale aanpak van de handhaving. Daarbij zijn prioriteiten gesteld en de handhavingsactiviteiten op elkaar afgestemd. Bij een programmatische aanpak worden beleid en uitvoering van beleid opgevolgd door evaluatie en bijsturen. Het bevoegd gezag stelt een dergelijk uitvoeringsprogramma jaarlijks vast.

Rechtsbeginsel dat bepaalt dat gelijke gevallen gelijk dienen te worden behandeld en ongelijke verschillend naar de mate van het verschil. Omstandigheid die de wederrechtelijkheid van een handeling bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen. Met repressie wordt bedoeld het herstellen van situaties die in strijd zijn met de geldende wet- en regelgeving of een verleende vergunning. Straf of maatregel die wordt toegepast als rechtsregels worden overschreden. Omstandigheid die de verwijtbaarheid van een handeling bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen. Er zijn twee categorieën strafuitsluitingsgronden: rechtvaardigheidsgronden en schulduitsluitingsgronden. Strafrechtelijke handhaving betekent dat, na het instellen van een proces-verbaal, strafvervolging wordt ingesteld. Overleg tussen het Functioneel Parket van het OM, de inspecteurs-generaal van de ILT, NVWA en de Inspectie SZW, de Nationale Politie, een vertegenwoordiging van de Omgevingsdiensten en het bestuurlijk bevoegd gezag. De SMK stelt de landelijke 10

Begrip

Toezicht Toezichthouder

Toezichtstrategie

Voorlopige maatregel Voornemen last of voorwaarschuwing

VTH Kwaliteitscriteria

Wraken Zienswijze (artikel 4:8 Awb e.v.)

Zorgvuldigheidsbeginsel

Toelichting prioriteiten vast voor de strafrechtelijke handhaving en de afstemming van de strafrechtelijke handhaving op de bestuurlijke handhaving. Het controleren of en in hoeverre wettelijke bepalingen worden nageleefd. Toezichthouders zijn ambtenaren die door of namens het college benoemd zijn om te controleren of de rechtsregels worden nageleefd. In hun functie als toezichthouder mogen deze ambtenaren elke plaats, met uitzondering van een woning, betreden. Indien noodzakelijk kunnen ze ook met bijzondere toestemming van de burgemeester een woning zonder toestemming van de bewoner betreden, zelfs tegen de wil van de eigenaar of bewoner (op grond van de Algemene wet op het binnentreden). Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. Een maatregel opgelegd door de rechter of de officier van justitie ter voorkoming van verdere overtreding van de wet. Schriftelijke waarschuwing van het bevoegde gezag waarin wordt aangekondigd dat, vanwege een geconstateerde overtreding, het voornemens is een bestuursrechtelijke sanctie op te leggen. In dit voornemen wordt een termijn gegeven waarbinnen de overtreder de gelegenheid krijgt om mondeling of schriftelijk zijn zienswijze naar voren te brengen op de voorgenomen bestuursrechtelijke sanctie (artikel 4:8 Awb).

Landelijke kwaliteitscriteria die inzichtelijk maken welke kwaliteit burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en opdrachtgevers mogen verwachten bij de uitvoering of de invulling van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken). Op schriftelijke wijze aangeven dat het bestuursorgaan zich het recht voorbehoudt om handhavend op te treden, maar daar niet per direct aan toe komt. De belanghebbenden kunnen hun visie geven op de vraag of er sprake is van een overtreding, of er goede redenen zijn handhaving (tijdelijk) achterwege te laten en op de vraag welke belangen daarmee gediend zouden zijn. Daarnaast kan gereageerd worden op voorgenomen dwangsombedragen en begunstigingstermijn voor zover deze bij het vragen van een zienswijze al bekend zijn. De zienswijze kan mondeling of schriftelijk worden ingediend bij het bevoegde gezag. In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd rechtsbeginsel, dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden en nemen: correcte handeling van de burger, zorgvuldig onderzoek naar de feiten en belangen, procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming.

11

Bijlage 3: Reikwijdte VTH-beleid Vijfheerenlanden Het VTH-beleid van de gemeente heeft betrekking op de volgende taakvelden en in ieder geval op de daarbij aangegeven onderdelen. Dit betreft echter geen limitatieve opsomming. Nr. 1.

Taakveld Milieu

Verantwoordelijk ODRU

2.

Bouwen en wonen

Gemeente

3.

Ruimtelijke ordening

Gemeente

4.

Brandveiligheid

Gemeente en VRU

4.

Omgevingsveiligheid

Gemeente en VRU

5.

Overige activiteiten

Gemeente

Onderdelen Milieu-inrichtingen Aanbieden, storten of verbranden afvalstoffen Bodem Indirecte lozingen Verwijdering asbest Slopen (meldingen en controle hierop) Handhavingsverzoeken m.b.t. asbest en slopen Adviestaak Wabo Ontheffing route gevaarlijke stoffen Aanleg, bouw- en oprichtingsfase (vergunning, toezicht) Monumenten en archeologie Aanlegvergunning Vellen houtopstand In-/uitritten Reclame Illegaal gebruik van bouwwerken en gronden Illegale sloop, bouw of aanleg Woonkwaliteit/Onveilige bewoning (o.a. permanente bewoning recreatiewoningen) Advies brandveiligheid (waaronder evenementen) Toezicht tijdens de bouw Toezicht gebruik bouwwerken (zorginstellingen, bijeenkomst, onderwijs, sport, industrie, logies, kamerverhuur, winkel) Toezicht evenementen Toezicht milieu (integraal met ODRU) Toezicht bij meldingen brandonveilige situaties Integrale toezicht- en handhavingsacties Activiteiten met gevaarlijke stoffen met aandachtsgebieden brand, explosie en gifwolk Klachten Verzoeken tot handhaving

12

Bijlage 4: De Big-8 Cyclus Inleiding In dit beleid volgen we de systematiek van de “BIG 8” cyclus uit de wet VTH. De verschillende stappen in de cyclus vormen samen het VTH-beleid en het uitvoeringsprogramma. Ook geven de stappen richting aan de systematiek van doorwerking en evaluatie. In dit VTH-beleidsplan geven wij de BIG 8 cyclus weer aan de hand van iconen. Ieder icoon staat voor een bepaalde stap uit de cyclus. Hieronder word per icoon uitgewerkt welke inhoudelijke stukken hierbij horen.

Figuur 1 BIG 8 cyclus

Overzicht stappen Prioriteiten & Doelen

Strategie Programma & Organisatie

Werkwijze Uitvoering Programmaevaluatie

Beleids evaluatie

Ter behoeve van de prioriteiten en doelen voor de komende beleidsperiode beschrijven we in het VTH-beleid:  De verbeterpunten uit de evaluaties van het vorige beleid  De visie van de gemeente aan de hand van bijvoorbeeld het coalitieakkoord en andere visiedocumenten.  De relevente ontwikkelingen voor de komende periode De missie van de gemeente komt terug in het VTH-beleidsplan. De strategie van het VTH-beleidsplan wordt bepaald door het uitwerken van deze missie in de visie voor VTH. Vanuit de missie en visie stellen we een aantal hoofddoelstellingen op. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden deze doelstellingen uitgewerkt in acties voor dat betreffende jaar in het uitvoeringsprogramma. Door middel van een risicoanalyse en priortering geven wij vorm aan de werkwijze van onze VTH-taken. Door middel van het beschrijven van onze uitvoeringsstrategieën voor V, T en H geven wij weer hoe wij uitvoering geven aan onze VTH-taken. Wij maken de beschikbare personele en financiële middelen voor de komende beleidsperiode inzichtelijk. Aan de hand van dit inzicht kunnen we monitoren of de gestelde doelen haalbaar zijn en/of deze moeten worden aangepast. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma gaan wij hier voor dat specifieke jaar verder op in. Met de beleidsevaluatie maken we de beleidscyclus rond.

In het VTH-beleid beschrijven we de manier van evalueren van het beleid en de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s.

13

Bijlage 5: Bestuur en organisatie Besluitvorming op (vergunnings)aanvragen, toezicht en handhaving zijn een kerntaak van de gemeente, die hierin duidelijk haar verantwoordelijkheden heeft en neemt. Het bestuur, de directie en de zelforganiserende teams hebben ieder hun eigen rol en verantwoordelijkheid. De zelforganiserende teams en de netwerkmanagers hebben onder andere als taak interne processen aan te sturen. Daarvoor is het nodig om het (gewenste) verloop van primaire werkprocessen inzichtelijk te maken, te structureren en te bewaken. Naast de bestuurlijke verantwoordelijkheid, zal duidelijk moeten zijn wie operationeel verantwoordelijk is voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (wie is verantwoordelijk voor de activiteit, (tussen)resultaten en besluitvormingsmomenten). In het kader van deze beleidsnota past het dan ook om de diverse rollen en verantwoordelijkheden van de actoren nader te beschrijven. De rol van de gemeenteraad Nadat het college vastgestelde VTH-beleid, uitvoeringsprogramma en jaarverslag worden heeft vastgesteld worden die in het kader van de controlerende taak van de gemeenteraad ter kennisname aan de raad verstuurd. Het jaarverslag dient dan ook als evaluatie van het uitvoeringsprogramma VTH en daarin wordt gerapporteerd aan de raad hoe en of de gestelde doelen zijn bereikt.

De het college van burgemeester en wethouders Het college stelt het VTH-beleid, het Jaarverslag en het Jaarprogramma vast en heeft de plicht om deze te delen met de gemeenteraad en de provincie Utrecht. De rol van samenwerkingspartners Het doel is samen met o.a. politie, VRU, ODRU, burgers, bedrijven en instellingen verder te werken aan vergunningverlening, toezicht en handhaving. Een ieder zal daarom op zijn of haar eigen verantwoordelijkheid worden aangesproken; elk individu, elke organisatie kan namelijk op eigen wijze in meer of mindere mate een bijdrage leveren aan een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. De samenwerking op verschillende niveaus zal de komende periode worden geïntensiveerd, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande overlegvormen. De belangrijkste samenwerkingspartners met betrekking tot het VTH-beleid staan benoemd in hoofdstuk 11 Samenwerkingspartners van het VTHbeleidsplan 2021-2024. Coördinatie en afstemming in de regio Er wordt in de regio Utrecht al vanaf 2010 door 18 gemeenten, ODRU, RUD, VRU en de Provincie Utrecht actief samengewerkt om ervaringen te delen, kennis uit te wisselen en projecten af te stemmen. De gemeente Vijfheerenlanden participeert hier ook actief in. Eén van de doelen is om in gezamenlijkheid de kwaliteit en uniformatie van het VTH-beleid, VTH Uitvoeringsprogramma en VTH evaluaties te vergroten.

Ook is de voorbereiding van de Omgevingswet in deze samenwerking opgepakt. Door het bestuurlijk ondertekenen van een Samenwerkingsovereenkomst Omgevingswet (SOK-OW) is dit proces geformaliseerd. In dit regionale verband is een format opgesteld voor het VTH-beleid. De voorliggende set van beleidsnotitie en voorliggende bijlagenbundel zijn op basis daarvan opgesteld. Ook het uitvoeringsprogramma VTH en het jaarverslag zullen conform de regionale formats worden opgesteld De rol van de Provincie Utrecht (IBT) De provincie Utrecht heeft de (wettelijke) taak gekregen om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren door middel van het Interbestuurlijk Toezicht (hierna: IBT). De Provincie Utrecht ziet toe op, of en in hoeverre gemeenten voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen, onder andere op het gebied van het omgevingsrecht. Het IBT richt zich 14

zowel op de taken vergunningenverlening, toezicht en handhaving, als op ruimtelijke ordening, milieu, externe veiligheid en erfgoed/monumenten. In de provinciale verordening systematische toezichtinformatie is vastgelegd welke informatie de provincie van de gemeenten jaarlijks wil ontvangen op de onderdelen van het omgevingsrecht. Op basis van de aangeleverde informatie vindt de beoordeling plaats. Hierbij kan het oordeel uitkomen op ‘adequaat’, ‘redelijk adequaat’ of ‘niet adequaat’.

15

Bijlage 6: Wettelijk kader Inleiding Hieronder staat een beknopte opsomming van landelijke wet- en regelgeving die een rol speelt in het VTH-beleid 2021-2024. Deze opsomming is niet uitputtend. Gemeentewet In artikel 125 lid 2 en 3 van de Gemeentewet staat dat het college van B&W of de burgemeester een bevoegdheid heeft om handhavend op te treden. Letterlijk staat er dat het college of de burgemeester een last onder bestuursdwang kan opleggen. Wie een last onder bestuursdwang kan opleggen, mag in plaats hiervan op grond van artikel 5:32 lid 1 Awb ook een last onder dwangsom opleggen. Aan het bestuursorgaan die deze handhavende bevoegdheden heeft, worden in de Awb ook allerlei toezichtsbevoegdheden gegeven. Dit artikel in de gemeentewet vormt dus de wettelijke basis voor het college of de burgemeester om toezicht uit te oefenen en de herstelsancties (last onder bestuursdwang en last onder dwangsom) op te leggen. Het college heeft de bevoegdheid om toezichthouders aan te stellen. Daarnaast stelt het college op grond van artikel 142 Wetboek van Strafvordering Buitengewoon opsporingsambtenaren (BOA’s) aan. Deze Boa’s hebben opsporingsbevoegdheden binnen het strafrecht. Naast de herstelsancties in het bestuursrecht kent het bestuursrecht ook een bestraffende sanctie.

De wettelijke basis voor de raad om in een verordening op te nemen dat op overtreding van wettelijke voorschriften een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, is artikel 154b Gemeentewet. De Boa’s hebben de bevoegdheid om een bestuurlijke strafbeschikking aan te kondigen. Uiteindelijk legt de officier van justitie de strafbeschikking op. Algemene wet bestuursrecht (Awb) In de Awb (hoofdstuk 5) worden geen bevoegdheden tot het verlenen van vergunningen of het uitvoeren van toezicht en handhaving toebedeeld aan bestuursorganen, maar worden aan de hiertoe bevoegde bestuursorganen en daartoe aangewezen ambtenaren instrumenten gegeven (een gereedschapskist om mee te werken). De voornaamste handhavingsinstrumenten die beschreven staan, zijn de herstelsancties in titel 5.3 van Hoofdstuk 5 te weten de last onder bestuursdwang (afdeling 5.3.1) en de last onder dwangsom (afdeling 5.3.2). Deze instrumenten bieden een bestuursorgaan de bevoegdheden om zelf de overtreding geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of te beëindigen dan wel de overtreder een dwangsom op te leggen om dit zelf te doen. Daarnaast staat in titel 5.4 Awb een bestraffende sanctie opgenomen; te weten een bestuurlijke boete. Deze sanctie beoogt leed toe te voegen aan de overtreder en mag naast een herstelsanctie worden opgelegd.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) De Wabo is een kaderwet waarmee bevoegd gezag (bij gemeente meestal het college van B&W) één integraal besluit tot vergunningverlening kan nemen waarbij in een besluit diverse aspecten aan de orde kunnen komen met betrekking tot de fysieke leefomgeving (zoals ruimte, milieu, natuur alsook aspecten met betrekking tot bouwen, monumenten en brandveiligheid). Met deze diverse deelvergunningen beoogt de wetgever diverse belangen te beschermen. In hoofdstuk 5 van de Wabo staan bepalingen over de uitvoering en handhaving van de Wabo. In artikel 5.2 Wabo staat een algemene bepaling opgenomen dat het bevoegde gezag zorg moet dragen voor de bestuursrechtelijke handhaving van bepalingen bepaald bij of krachtens de Wabo en een aantal in de Wabo genoemde wetten. In artikel 5.5. Wabo wordt daaraan toegevoegd dat het college zorg moet dragen voor een goede kwaliteit van de uitvoering en handhaving. In artikel 5.3 Wabo is de instelling van de omgevingsdiensten geregeld. 16

Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (Wet VTH) De wet VTH is op 14 april 2016 in werking getreden. Het doel van deze wet is een veilige en gezonde leefomgeving, door het bevorderen van de kwaliteit en samenwerking bij de uitvoering van het omgevingsrecht. De wet is een invulling van de Wabo, formaliseert de Omgevingsdiensten en regelt de randvoorwaarden voor gemeenten en provincies om tot een hogere kwaliteit te komen. Zo wordt het basistakenpakket van de omgevingsdiensten wettelijk vastgelegd en worden gemeenten verplicht een verordening kwaliteit VTH te hebben. In deze verordening dient de gemeenteraad de kaders vast te leggen waaraan de uitvoering van de basistaken minimaal dient te voldoen. VTH verordening De gemeenteraad heeft op grond van artikel 5.4 lid 1 aanhef en onder b Wabo een Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Vijfheerenlanden (VTH-verordening) vastgesteld op 11 juni 2020. Deze verordening heeft betrekking op de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de wetten (onder andere de Wabo, Wet ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Natuurbeschermingswet) voor wat betreft de taken die de gemeente zelf uitvoert als de taken die in mandaat worden uitgevoerd door bijvoorbeeld de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) en de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) uitvoert.

In de VTH-verordening is bepaald dat op de uitvoering en de handhaving van alle taken de landelijke kwaliteitscriteria van toepassing zijn. De gemeente vraagt de externe partners of zij voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria middels een verklaring. AMvB VTH Naast de wet VTH is er ook de zogenaamde AMvB VTH (Besluit tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving)), welke op 1 juli 2017 in werking is getreden. In deze AMvB wordt een vertaalslag gemaakt naar het Bor. Ook zijn procescriteria opgenomen voor vergunningverlening; Besluit omgevingsrecht In het BOR wordt onder meer invulling gegeven aan diverse bepalingen van hoofdstuk 5 (Uitvoering en handhaving) van de Wabo. In artikel 5.7 Wabo lid 1 staat dat in een AMvB regels worden gesteld over: 1. een strategische en programmatische uitvoering en handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten door de betrokken bestuursorganen; 2.

een onderling afgestemde uitoefening van bevoegdheden met betrekking tot de uitvoering en handhaving, bedoeld onder a, en de daarmee samenhangende werkzaamheden tussen de bij de handhaving betrokken bestuursorganen en de onder hun gezag werkzame toezichthouders alsmede over de afstemming van deze werkzaamheden op de werkzaamheden van de instanties die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving van het bepaalde bij of krachtens de betrokken wetten; 3. over de prioriteitstelling bij de uitvoering en handhaving voor zover die prioriteitstelling van bovenregionaal belang is. In artikel 7.2 lid 5 en 6 van het BOR staat dat het Uitvoerings- en handhavingsbeleid (voor zover handhaving en toezicht valt onder de Wabo) ten minste inzicht moet geven in: - de prioriteitenstelling met betrekking tot de uitvoering van de krachtens het eerste en tweede lid voorgenomen activiteiten; - de methodiek die de bestuursorganen gebruiken om te bepalen of de krachtens het eerste en tweede lid gestelde doelen worden bereikt; - de daarin opgenomen objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen, en - de werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen.

- de afspraken die door de bestuursorganen onderling en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt, over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden; 17

- de wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de krachtens het eerste en tweede lid gestelde doelen te bereiken; - de rapportage van de bevindingen van degenen die toezicht hebben uitgeoefend en het vervolg dat aan die bevindingen wordt gegeven, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen; - de wijze waarop bestuurlijke sancties alsmede de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen; - de wijze waarop de bestuursorganen handelen na overtredingen die zijn begaan door of in naam van die bestuursorganen of van andere organen behorende tot de overheid. In artikel 7.1 van het BOR zijn de basistaken van de omgevingsdiensten beschreven. Voor deze basistaken die verplicht worden overgedragen aan een omgevingsdienst moet het Uitvoerings- en handhavingsbeleid bovendien regionaal zijn afgestemd. Bovenstaande verplichtingen gelden voor de activiteiten waarvan de handhaving verloopt via Hoofdstuk 5 van de Wabo (en bijvoorbeeld niet voor de activiteiten van artikel 2.2 Wabo (kapvergunningen etc.).

Overige wetten reikwijdte VTH-beleidsplan Hieronder volgt nog een opsomming van andere wetten die in relatie staan met de reikwijdte van dit beleid. Ook deze opsomming is geen uitputtende lijst. Bouwbesluit 2012 Het Bouwbesluit bevat de bouwtechnische voorschriften waaraan zowel de bestaande bouwwerken alsmede de nieuw te realiseren bouwwerken dienen te voldoen. Tevens wordt in het Bouwbesluit de verplichting tot het indienen van een sloopmelding dan wel een melding brandveilig gebruik geregeld en welke procedure beide meldingen dienen te doorlopen; Wet natuurbescherming (Wnb) Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet zijn opgegaan de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. In hoofdstuk 7 van deze wet is handhaving geregeld. In dit hoofdstuk staat onder andere welke bestuursorganen zijn belast met toezicht en handhaving. Er worden handhavingsinstrumenten genoemd en een koppeling gemaakt met de Wabo. Wet economische delicten (Wed) Een toezichthouder kan bij het constateren van bepaalde overtreding ook kiezen voor het strafrechtelijke spoor. In de wet economische delicten staan in artikel 1 en 1a veel verwijzingen naar wetsartikelen. Overtreding van die wettelijke artikelen is een delict in de zin van de Wet economische delicten (Wed). Ook in een lokale verordening kan een verwijzing staan naar de Wed.

De ODRU heeft eigen BOA’s m.b.t. de milieutaken. De BOA’s zijn dan bevoegd om strafrechtelijke bevoegdheden toe te passen bij het uitvoeren van hun toezicht. De BOA’s mogen ook een proces-verbaal opmaken en een sanctie aankondigen. Het OM beslist uiteindelijk of er daadwerkelijke tot vervolging wordt overgegaan en legt mogelijk een sanctie op. Wet Ruimtelijke Ordening (Wro) Vanaf 1 juli 2008 is de Wro in werking getreden. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) regelt hoe ruimtelijke plannen tot stand komen en welke bestuurslaag voor deze plannen verantwoordelijk is. Daarnaast regelt de Wro de verhoudingen in het ruimtelijk domein tussen de verschillende overheden en bestuursorganen in Nederland.

18

Wet milieubeheer (Wm) De Wet milieubeheer (Wm) regelt een groot aantal verschillende aspecten en wordt daarom wel als een raamwet beschouwd. De wet legt in grote lijnen vast welke wettelijke instrumenten er zijn om het milieu te beschermen en welke uitgangspunten daarvoor gelden. De nadere uitwerking op detailniveau wordt geregeld via AmvB’s en ministeriële regelingen. Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen (Wkpb) Sinds 2007 is in de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb) geregeld dat overheden inzicht geven in welke beperkingen zij op eigendom hebben gelegd. Bijvoorbeeld het aanwijzen van een pand als gemeentelijk monument of het opleggen van een last onder bestuurdwang of dwangsom. Vanaf 1 januari 2021 kunnen inwoners, ondernemers en overige partijen alle informatie over beperkingen en bijbehorende brondocumenten bij één partij vinden: het Kadaster. Het doel van deze wet is om eenvoudig inzicht te geven in door de overheid opgelegde beperkingen op een stuk grond of een gebouw. Sinds 2007 regelt de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb) dat de burger inzicht heeft over welke beperkingen de overheid mogelijk heeft gesteld aan wat er met een huis of een stuk grond (onroerende zaak) gedaan mag worden, of waar de burger rekening mee moet houden.

Zowel het Rijk als provincies, waterschappen en gemeenten kunnen besluiten nemen waaruit de beperkingen voortvloeien op een perceel, huis of gebouw. Alle beperkingen zijn voor burgers te raadplegen via een kadastraal bericht, aan te vragen via internet bij het Kadaster. Echter de gemeentelijke beperkingenbesluiten (brondocumenten) zelf moet een burger nu nog bij de desbetreffende gemeente opvragen. Deze huidige vorm van de Wkpb bestaat nu ruim tien jaar en door betrokkenen wordt gesteld dat de Wkpb nooit tot wasdom is gekomen. Met het project Beter Kenbaar (gemeenten, Kadaster, ministerie van BZK) is een verbetering van de dienstverlening, een modernisering van de registratie en de aanlevering van de publiekrechtelijke beperkingen beoogd.

Nieuwe wetgeving Omgevingswet De komst van de Omgevingswet betekent dat er veel verandert. De wet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. In de Omgevingswet staat de decentrale besluitvorming door de gemeente centraal. Gemeenten krijgen meer beleidsvrijheid en verantwoordelijkheid en meer mogelijkheden om lokale afwegingen te maken en rekening te houden met gezondheid en wensen van inwoners. Ook maakt de wet het mogelijk om beter in te spelen op actuele ontwikkelingen. De gemeenten krijgen hiervoor nieuwe (kern)instrumenten, die zij kunnen inzetten om hun doelen en ambities t.a.v. de fysieke leefomgeving te verwezenlijken, namelijk de omgevingsvisie, het programma en het omgevingsplan. Een omgevingsvisie is een strategische visie, met ambities en beleidsdoelen, voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving. De gemeente stelt voor het gehele grondgebied 1 omgevingsvisie vast. Het programma bevat de uitwerking van beleid en bevat maatregelen die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving (omgevingswaarde). Er zijn verplichte (geluid en dreigende overschrijding van omgevingswaarden) en onverplichte programma’s. Het omgevingsplan neemt binnen de Omgevingswet een prominente rol in.

De gemeente kan de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving, zoals beschreven in de omgevingsvisie, concreter maken door die ook stevig juridisch vast te leggen. Het omgevingsplan bevat juridisch bindende regels

19

voor de gemeente en haar burgers en ondernemers. De regels kunnen betrekking hebben op de gehele gemeente of op slechts delen daarvan. Met de komst van de Omgevingswet per 1 juli 2022 (verwachte inwerkingtredingsdatum) moet een groot aantal rijksregels decentraal (in het omgevingsplan) worden geregeld, zoals verschillende milieuregels uit het Activiteitenbesluit. Deze specifieke rijksregels zijn opgenomen in de bruidsschat om te voorkomen dat er een juridisch gat ontstaat voor onderwerpen c.q. specifieke regels die tot het moment van inwerkingtreding landelijk geregeld werden, maar na inwerkingtreding van de Omgevingswet gedecentraliseerd zijn. Het Rijk verwacht namelijk niet van gemeenten om een omgevingsplan (waar deze onderwerpen voortaan in geregeld gaan worden) direct bij inwerkingtreding van de Omgevingswet vast te stellen. De gemeente krijgt wel de verantwoordelijkheid voor deze regels. Tijdens een overgangsfase kunnen gemeenten keuzes maken over hoe én of deze tijdelijke regels worden opgezet. Onder de Omgevingswet zullen de algemene rijksregels minder vergunningplichten voor activiteiten bevatten. Voor de meest voorkomende activiteiten, zoals milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten, geldt nog steeds een plicht om een omgevingsvergunning aan te vragen. De wetgever heeft op rijksniveau voor zoveel mogelijk activiteiten algemene regels gemaakt.

Daardoor heeft de initiatiefnemer van een activiteit niet meer altijd toestemming nodig. Ten aanzien van de omgevingsvergunning wijzigt het volgende: 1. De reguliere procedure wordt standaard 2. De vergunning van rechtswege vervalt 3. Eén loket, gemeenten bij meervoudige aanvragen bevoegd gezag 4. Meldingen en aanvragen komen binnen via DSO, per mail of analoog 5. Nieuwe definities, begrippen en terminologie 6. Nieuwe aanvraagvereiste m.b.t. participatie 7. De ‘knip’ (en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, Wkb) 8. Omgevingsvergunning geen omgevingsdocument, wel verplichting na 5 jaar verwerken in het omgevingsplan 9. Nieuw toetsingskader inhoudelijke beoordeling en toezicht en handhaving. Invoeringsbesluit van de Omgevingswet Aangezien we het huidige VTH-beleid en de voorliggende bijlagenbundel al getoetst hebben aan het Invoeringsbesluit van de Omgevingswet, plaatsen we hieronder de relevante artikelen. Uiteraard gaan met de komst van de Omgevingswet de Wabo, wet VTH, het Bouwbesluit 2012, etc. ook over in de Omgevingswet. In artikel 13.6 wordt aangegeven waar met de uitvoerings- en handhavingsstrategie inzicht in moet worden gegeven. Deze elementen zijn gelijk aan de elementen uit het voormalige artikel 7.2, zesde en zevende lid, van het Besluit omgevingsrecht. 1. De uitvoerings- en handhavingsstrategie biedt in ieder geval inzicht in: 1.

de prioriteitenstelling voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 13.5, eerste lid; 2. de methode die wordt gebruikt om te bepalen of de doelen, bedoeld in artikel 13.5, eerste lid, worden bereikt; 3. de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de wet; en 4. de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de wet. 2. De handhavingsstrategie biedt ook inzicht in: a. de afspraken die door bestuursorganen onderling en met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt over samenwerking bij en afstemming van werkzaamheden; 20

b. de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden; c. de wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en eventueel daaraan verbonden consequenties; d. de wijze waarop bestuurlijke sancties en termijnen die bij het opleggen en ten uitvoer leggen daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd; en e. de wijze waarop wordt gehandeld na geconstateerde overtredingen die zijn begaan door of in naam van een bestuursorgaan of een andere tot de overheid behorende instantie. In artikel 13.7 wordt aangegeven welke elementen in ieder geval behoren tot de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt uitgeoefend (artikel 13.6, tweede lid, onder b). Deze elementen zijn afkomstig uit artikel 10.3 van de Regeling omgevingsrecht. 1. Tot de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden, bedoeld in artikel 13.6, tweede lid, onder b, behoort in ieder geval: a. de wijze waarop toezicht wordt voorbereid, uitgaande van een register waarin in ieder geval IPPC-installaties zijn opgenomen; b.

de frequentie waarmee routinematig toezicht wordt gehouden, waarbij die frequentie voor IPPC-installaties, afhankelijk van de milieurisico’s, het nalevingsgedrag en de aanwezigheid van een gecertificeerd milieuzorgsysteem, ten minste is: 1°. eenmaal per drie jaar bij beperkte milieurisico’s; en 2°. eenmaal per jaar bij grote milieurisico’s; en c. de termijn waarbinnen na het vaststellen van een ernstige klacht, ernstig ongewoon voorval of ernstige overtreding niet-routinematig toezicht wordt gehouden, waarbij die termijn voor IPPC-installaties is: 1°. na het vaststellen van een ernstige klacht, ernstig ongewoon voorval of ernstige overtreding: zo spoedig mogelijk en in voorkomend geval voor de verlening of wijziging van een omgevingsvergunning; of 2°. na het vaststellen van een ernstige overtreding: in ieder geval binnen zes maanden. 2. Tot de wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en eventueel daaraan verbonden consequenties, bedoeld in artikel 13.6, tweede lid, onder c, behoort in ieder geval: a. de termijn waarbinnen een rapportage wordt gedeeld met betrokkenen, waarbij die termijn voor rapportage met betrekking tot IPPC-installaties twee maanden is; en b.

de termijn waarbinnen en mate waarin een rapportage openbaar wordt gemaakt, waarbij die termijn voor rapportage met betrekking tot IPPC-installaties vier maanden is en de artikelen 19.3 tot en met 19.5 van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing zijn. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Met de komst van de Wkb heeft het bevoegd gezag bij de toetsing van de aanvraag en het toezicht tijdens de bouw geen inhoudelijke rol meer met betrekking tot de bouwtechnische voorschriften en zal het bevoegd gezag niet meer toetsen of het aannemelijk is dat het bouwwerk hieraan voldoet. Dit wordt namelijk door marktpartijen gedaan. Het bevoegd gezag toetst nog wel aan welstand, ruimtelijke ordening en omgevingsveiligheid (zowel bij de toetsing van de aanvraag als tijdens de bouw). Daarnaast controleert het bevoegd gezag de risicobeoordeling die door een private partij geleverd wordt. Vervolgens blijft het bevoegd gezag verantwoordelijk voor de toezicht op de bestaande bouw en eventuele handhaving. 1 juli 2022 is de beoogde inwerkingtreding. De nieuwe wet geldt dan eerst alleen nog voor een bepaald type bouwwerken (“Gevolgklasse 1, gedefinieerd in artikel 1:35 Bouwbesluit). Na 1 januari 2024 wordt de werking mogelijk uitgebreid tot alle nieuwe bouwwerken. 21

Bijlage 7: Evaluatie Integraal Handhavingsbeleid Inleiding In dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van de evaluatie van het “Handhavingsbeleid Vianen 2016-2018 ‘Oog voor leefbaarheid’”. Het geldende handhavingsbeleid was oorspronkelijk vastgesteld voor de gemeente Vianen en niet gericht op de gemeenten Leerdam en Zederik. Met ingang van 1 januari 2019 is dit beleid vanuit pragmatische overwegingen van toepassing verklaard op de hele gemeente Vijfheerenlanden. In dat beleid zijn de algemene beleidsuitgangspunten van de gemeente Vijfheerenlanden op het gebied van toezicht en handhaving geformuleerd. Het beleid beperkt zich tot toezicht en handhaving van de regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zoals: bouwen, ruimtelijke ordening, milieu en brandveiligheid. Overige beleidsterreinen zijn buiten beschouwing gelaten. In deze evaluatie is zowel de beoordeling van de portefeuillehouders, juristen, toezichthouders/handhavers/vergunningverleners en beleidsadviseurs VTH van de gemeente opgenomen als van de provincie. Dit laatste in het kader van het Interbestuurlijk toezicht (IBT), de wettelijke taak die de provincie heeft op de uitvoering van wettelijke taken door de gemeente.

1. Evaluatie Handhavingsbeleid Dit evaluatieverslag is tot stand gebracht door de beleidsadviseurs VTH (milieu en bouwen). Allereerst zijn de beleidsdoelen en bijbehorende activiteiten uit het beleidsplan en bijbehorende documenten in een overzichtelijke structuur geplaatst. Vervolgens zijn documenten geanalyseerd en hebben interviews plaatsgevonden met de teams, portefeuillehouders en met de ODRU en VRU om te beoordelen in hoeverre de activiteiten zijn gehaald en daarmee de beleidsdoelstellingen uit het beleidsdocument zijn behaald. Relatie tot de Wabo Deze evaluatie is onderdeel van de wettelijk voorgeschreven beleidscyclus (‘Big 8’). Evaluatie beleidsdoelen De gemeente heeft 7 beleidsdoelen opgenomen in het handhavingsbeleid. Hieronder wordt aangegeven of deze behaald zijn of niet en wat de input is voor het nieuwe beleid. In het originele evaluatieverslag is de toelichting hierop terug te vinden.  Het behouden en bevorderen van de kwaliteit van de leefomgeving, door structureel en volgens het vastgelegde beleid te handhaven. o Behaald o Meenemen in nieuw beleid  Het bevorderen van de eenheid in uitvoering van de handhaving door het realiseren van een integrale en interactive aanpak. o Behaald o In- en externe partijen actief betrekken zodat dit nog meer bevorderd kan worden.

 Het creeëren van draagvlak door onder andere het verbeteren van de in- en externe samenwerking en communicatie o Deels behaald o Eerst in gesprek gaan en het versimpelen van de brieven moet onderdeel worden van het werkproces.  Het streven naar een uniforme en gelijke aanpak o Niet behaald o Duidelijk formuleren van beleid en bekend maken onder medewerkers  Het programmamatisch, planmatig en cyclisch oppakken van het handhavingsbeleid o Behaald o Vergunningen en Milieu meenemen in het nieuwe beleid 22

 Een heldere bestuurlijke regie op het terrein van toezicht en handhaving o Deels behaald o Meer aandacht aan tussentijdse evaluaties en aan milieu.  Evaluatie van het Toets- en toezichtprotocol Bouwbesluit o Deels behaald o Aandacht voor het toezichtprotocol en de inwerkingtreding van de Wkb. Conclusie De in het voor Vijfheerenlanden van toepassing verklaarde Handhavingsbeleid Vianen 2016-2018 opgenomen beleidsdoelstellingen zijn geëvalueerd. Over het algemeen kan gesteld worden dat de nodige inspanningen zijn verricht om de beleidsdoelstellingen na te streven dan wel te verwezenlijken. Uit de interviews en documentenanalyse kan geconcludeerd worden dat: • het beleidsdocument specifiek opgesteld is voor de voormalige gemeente Vianen en minder of niet toegepast kon worden op situaties in Leerdam en Zederik; • door het personeelsverloop (vast- en inhuur) de doelstellingen uit het beleid niet consequent en eenduidig zijn toegepast of geïnterpreteerd; • dat vanaf de start van de nieuwe gemeente Vijfheerenlanden de werkzaamheden programmatisch, planmatig en cyclisch opgepakt zijn; • er veel tijd is geïnvesteerd om van drie verschillende administraties, rekening houdend met overdracht van taken, nieuwe automatiseringsprogramma’s et cetera, één VTH-organisatie te bouwen • het VTH-beleid voor bouwen en milieu nog teveel los van elkaar lijken te staan.

Verbetervoorstellen Op basis van bovenstaande conclusies worden onder andere onderstaande verbetervoorstellen voorgesteld. Deze zullen tezamen met de verbetervoorstellen die gedaan zijn bij de evaluatie van de beleidsdoelstellingen in acht genomen worden bij het gemeenteproof maken van het nieuw VTH-beleid. • Nieuwe sanctietabel maken want de huidige levert in de praktijk veel problemen op; • Het beleid volgens de planning- en controlcyclus van de ‘big 8’ te volgen. De strategische cyclus om de vier jaar evalueren en de operationele cyclus jaarlijks evalueren en programmeren in de vorm van een Jaarverslag /Uitvoeringsprogramma; • Instrumenten, strategieën, protocollen goed afstemmen zodat de beleidsdoelen van het college op een goed uitvoeringsniveau bereikt worden. • Monitoring en evaluatie is een continu proces. Vaststelling van het uitvoeringsprogramma en het jaarverslag gebruiken als tussentijdse ijkpunten voor het resultaat en voor het beleid. • De gemeentelijke organisatie laten voldoen aan de meest actuele kwaliteitscriteria en de VTH-taken volgens de wet en het beleid op een adequaat niveau uitvoeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vijfheerenlanden&id=40f10fa9-eba6-45e2-8b6e-71a3b829e569