1. (RVE) Concept regionaal programma U16 (versie mei).pdf
Tekst van het document
Locatie
IJsselstein
De Kroon
Netto uitgeefbaar aanbod 9
Montfoort
Heeswijk-oost
3
Lopik
De Copen
4
Oudewater
Uitbreiding Tappersheul Bedrijventerrein Meerkerk IVa
3
Locatie de Voortuin (tussen bedrijventerrein Polanen en de snelweg A12 (binnen stedelijk gebied) Putkop
Vijfheerenlanden
Woerden
Woerden
Van Zwietenweg
Terreintype
Periode
Randvoorwaarden aandachtspunten
Functioneelklein/middelgroot Gemengd
2020-2030
Functioneel – klein/middelgroot Functioneel – klein/middelgroot Functioneel klein/ Middelgroot
2020-2030
5
Gemengd
2020-2030
Mogelijk knelpunt stikstofdepositiebeoordeling Mogelijk knelpunt stikstofdepositiebeoordeling Mogelijk knelpunt stikstofdepositiebeoordeling Mogelijk knelpunt stikstofdepositiebeoordeling • Externe veiligheid • Overstroombaar gebied • Klimaatadaptief bouwen • Aardkundige waarde (oeverwal) • Bodemdalingsgevoelig gebied • Externe werking N2000 Mogelijk knelpunt stikstofdepositiebeoordeling (PB)
9
Functioneel – klein/middelgroot
2020-2030
5
2020-2030
2020-2030 2020-2025
Ten aanzien van Putkop • Strategische grondwatervoorraad • Overstroombaar gebied • Klimaaradaptief bouwen • Bij ontsluiting de N198 zo veel mogelijk ontzien door bv. op andere hoek aan te takken • Archeologie (Limes) • Overgang naar NNN oostzijde (Vijverbos) • Inkleding t.b.v. recreatieve routes Ten aanzien locatie van Van Zwietenweg: • Algemene aandachtspunten zoals hierboven omschreven. • externe veiligheid • Strategische grondwatervoorraad • Overstroombaar gebied • Klimaatadaptief bouwen • Bodemdalingsgevoelig gebied
24
Regionaal Programma U16
• •
Wijk bij Duurstede
Uitbreiding bedrijventerrein Broekweg
Totaal
1,6
Ruimtereservering A12 (Rijk) Recreatieve aankleding: wandelpaden
Mogelijk knelpunt stikstofdepositiebeoordeling
39,6
Bron: provinciaal kader voor regionale programmering wonen en werken (PS 30-9-2020)
Aanvullend hebben gemeenten een ambitie aangegeven om nieuw bedrijventerrein aan te leggen. Het gaat om een pijplijn aan plannen, waarover nog nadere besluitvorming moet plaatsvinden in het kader van het regionaal programma (met de regio en met de provincie). Dit is de pijplijn van het regionale programma. Deze locaties zijn nog niet door gemeenten en provincie afgewogen. Dat maakt de onderstaande tabel indicatief. Om binnen de uitgangspunten voor het provinciaal kader te passen, gaan gemeenten gezamenlijk keuzes maken over de locaties die worden toegevoegd aan het regionaal programma, passend binnen het PS-kader. Voor de U16 gaat het om een totaal areaal van 54 hectare. Tabel 17: pijplijn regionaal programma (nog afstemming binnen regio en met provincie nodig) Gemeente
Locatie
Bunnik
Stichtse Vecht
De Raaphorst (Bunnik Zuid) Uitbreiding Mijdrecht Breukelerwaard
Stichtse Vecht
De Werf (Loenen)
Utrecht
Nieuwe regionale locaties A12 zone Lunetten Koningsweg Gaasperwaard 2 (nieuwe locatie)
Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede
De Ronde Venen
Utrecht Vijfheerenlanden
Totaal
Netto uitgeefbaar aanbod 4
Terreintype
Periode
2030-2040
PM
Functioneel – grootschalig Functioneel – klein/middelgroot Functioneel /grootschalig Functioneel – klein/middelgroot Gemengd
PM
Gemengd
5
Functioneel – grootschalig
2030-2040
Meerkerk IVb
5
2020-2030
Uitbreiding bedrijventerrein Broekweg/ Langshaven
5 ha
Functioneelklein/middelgroot Functioneelklein/middelgroot
12 9-12 8-11 1
Opmerkingen
2020-2030 2020-20302030-2040 2020-2030
Nieuwe uitbreidingslocatie, als provincie al eerder ruimtelijk aanvaardbaar geacht maar niet opgenomen in provinciale verordening
2020-2030
54 ha
Bron: opgave gemeenten U16 en provincie Utrecht, bewerking Stec Groep 2021
De plannen daarvoor brengen de totale potentiële voorraad op 54 ha (pijplijn Regionaal Programma) +39,6 ha (realisatie Regionaal Programma)+ 34,8 ha uitgeefbaar aanbod. De totale potentiële voorraad komt daarmee op bijna 130 ha tot en met 2029 (hard en zacht). In de rest van deze paragraaf komen de sturingsknoppen aan de orde, om de behoefte aan bedrijventerrein te kunnen faciliteren.
Regionaal Programma U16
25
AFSPRAKEN KNOP 1: UITBREIDING VAN BEDRIJVENTERREINEN DOOR NIEUWE LOCATIES TOE TE VOEGEN AAN DE PROGRAMMERING Afspraak: gemeenten en provincie stemmen jaarlijks af welke terreinen toegevoegd worden aan het realisatiedeel van het Regionaal Programma Werken en verkennen de toevoeging van regionale bedrijventerreinen naast lokale bedrijventerreinen. Volgens de provinciale Interim Omgevingsverordening is een plan voor nieuw bedrijventerrein alleen uitvoerbaar als revitalisering, herstructurering en efficiënter gebruik van bestaande terreinen is verzekerd. • Gemeenten voegen hun ambities voor het ontwikkelen van nieuwe terreinen toe aan de pijplijn van het regionaal programma. Voordat terreinen worden toegevoegd aan het realisatiedeel van het regionaal programma vindt regionale afstemming plaats. • Gemeenten signaleren het belang van het toevoegen van regionale terreinen in de U16 in de drie windrichtingen rondom Utrecht. De U16 werkt het concept van regionale terreinen zoals omschreven in het IRP verder uit op bedoeling, randvoorwaarden en uitgangspunten. Onderdeel van die uitwerking is een impactanalyse op in ieder geval mobiliteit, groen, werkgelegenheid, woningbouw en energie. De betreffende gemeenten nemen deze terreinen mee in hun eigen omgevingsvisie (GOVI) trajecten.
• Gemeenten houden de reeds uitgeefbare en de in het realisatiedeel van dit programma opgenomen locaties kritisch tegen het licht op uitgiftetempo, voldoen aan circulaire ambities, floor space index en terrein quotiënt en de inzetbaarheid als schuifruimte ten behoeve van de aanpak van bestaand bedrijventerrein (intensivering, verduurzaming, herstructurering). • Gemeenten wegen pijplijn plannen af tegen de ambities uit het IRP. Ten aanzien van de vier segmenten bedrijventerreinen gelden de volgende afspraken: • We zetten de functioneel kleinschalige terreinen in het realisatiedeel van het programma zo effectief mogelijk in. Dat betekent dat gemeenten terughoudend omgaan met uitgiften op deze terreinen, en dat deze terreinen zo intensief mogelijk worden uitgegeven, met een afspraak over intensief hergebruik van de achterblijvende kavel. • Gemeenten gaan in 2021 op zoek naar een locatie voor een eerste regionaal bedrijventerrein met een functioneel grootschalig profiel. Insteek is dat het eerste regionale bedrijventerrein voor 2030 in uitgifte is en dat twee andere regionale terreinen tot ontwikkeling komen in de periode 2025 en 2040. Dit is alleen mogelijk als dit past binnen het (geactualiseerde) provinciale kader voor regionale programmering wonen en werken. • Het segment XXL onder de functionele grootschalige terreinen wordt tot 2025 niet geaccommodeerd in de U16.
We gaan in dit segment geen plannen ontwikkelen. Indien een geïnteresseerde eindgebruiker zich in dit segment meldt, bespreken we dit in het proces van regionaal programmeren. • In het segment stedelijke werkmilieus streven we naar menging zonder vervangingsvraag en met een hoge floor space index en terreinquotiënt. We verwachten dat de ruimtewinst die hieruit kan voortkomen pas na 2025 optreedt. Knop 2: zorgvuldig en intensief ruimtegebruik bestaande terreinen en nieuwe terreinen Een deel van de behoefte aan bedrijfsruimte accommoderen we via een intensiveringslag van 20 tot 30% van de uitbreidingsbehoefte op bestaande bedrijventerreinen tot 2030. Daarmee bedoelen we dat de formele bedrijventerreinen ook meer arbeidsplaatsen kunnen huisvesten dan op dit moment. We zien echter ook dat deze ruimtewinst (in floor space index en terreinquotiënt) als gevolg van de intensiveringslag niet op de korte termijn kan worden ingeboekt. Dat betekent dat er op de korte termijn schuifruimte beschikbaar moet zijn, zodat bedrijven kunnen verplaatsen en er op achterblijvende kavels verder geïntensiveerd kan worden. INTENSIVEREN HANGT SAMEN MET SCHUIFRUIMTE
26
Regionaal Programma U16
In U16 ligt de sleutel voor het zorgvuldig omgaan met ruimte op bedrijventerreinen in het intensiveren. Er is in potentie zeer veel ruimtewinst te behalen, zoals de onderstaande drie scenario’s laten zien 10. 1.
2.
3.
Streven naar sterk intensievere bedrijventerreinen: Hierbij hanteren we het streven dat elk terrein net zo intensief gaat worden gebruikt als de 25% meest intensieve terreinen. De benchmark is uitgesplitst naar type terreinen (functioneel, gemengd, etc.). Dit levert een totale ruimtewinst van 25% op. In banen uitgedrukt: dit biedt ruimte aan circa 29.300 extra banen op bedrijventerreinen in de U16. Vergelijking met het gemiddelde ruimtegebruik: Deze invalshoek werkt op dezelfde manier als de eerste, alleen hanteren we hier als benchmark het (gewogen) gemiddelde ruimtegebruik per type terrein. Dit levert een ruimtewinst van 16% op. Dit levert ruimte op bestaande bedrijventerreinen voor 17.900 extra banen. Prioritaire locaties en ambitieniveaus: Tot slot berekenen we de ruimtewinst wanneer intensief ruimtegebruik wordt aangejaagd op de prioritaire locaties. We nemen hierin ook de kansrijke deelgebieden van de grootste bedrijventerreinen mee. Dit levert een ruimtewinst van 6% op. Rekenend met een gemiddelde terreinquotiënt, betekent dit 7.100 extra banen op bedrijventerreinen.
U16 Hectare
%
1. Streven naar sterk intensievere terreinen
433
25%
2. Vergelijking met gemiddeld ruimtegebruik
265
16%
3. Prioriaire locaties
106
6%
Om de intensiveringspotentie te verzilveren is echter ook schuifruimte nodig. In principe zit deze schuifruimte in de bedrijventerreinenprognose verwerkt. 11 Deze gaat namelijk uit van een frictieleegstand van 5%. De frictieleegstand is bedoeld om normale verhuisbewegingen in de bedrijfsruimtemarkt mogelijk te maken. Op het moment is de leegstand op bedrijfsruimtekavels lager dan de frictieleegstand. Dat betekent dat bedrijven in geval van uitplaatsing en op nieuw beginnen weinig keuze hebben in hoe en waar men zich kan vestigen. Dit maakt het extra belangrijk om in de omgeving van te intensiveren terreinen ook enige uitbreidingsruimte te hebben, zodat men op de nieuwe locatie intensiever kan bouwen en dat tegelijkertijd op het achterliggende perceel ook weer intensief gebouwd moet gaan worden. Zo slaan we als regio twee vliegen in één klap. Een dergelijke ketenafspraak is belangrijk om op te nemen in het uitgifteprotocol dat we gezamenlijk uitwerken. We kiezen ervoor om, passend binnen het provinciaal kader, het segment van de XXL-kavels niet gaan faciliteren, zodat we deze ruimte in de bedrijventerreinenraming kunnen inzetten om schuifruimte te maken voor het intensiveren van bestaande en nieuwe terreinen.
Op basis van inventarisatie en ambities van gemeenten verkennen we een eerste intensiveringslag op bestaande bedrijventerreinen van in potentie circa 56 tot 102 hectare tot 2040 (afhankelijk van randvoorwaarden zoals schuifruimte, en financiering).
Bron: Zorgvuldig ruimtegebruik op bedrijventerreinen in Utrecht, Stec Groep in opdracht van Provincie Utrecht, 2020, gecombineerd met aanvullende gegevens over werkgelegenheid op bedrijventerreinen, op basis van: Toekomstbestendige werklocaties in de Metropoolregio Utrecht, Stec Groep in opdracht van regio U16, 2020. 11 in de bedrijventerreinenraming is op basis van frictieleegstand gerekend met een uitbreidingsbehoefte van 3 tot 12% uitbreidingsbehoefte. 10
27
Regionaal Programma U16
Verdichten en zo intensief mogelijk omgaan met bestaande en toekomstige werklocaties vraagt gemeentebreed om een transitie in denken en doen. Gemeenten stimuleren de intensivering van bedrijventerrein over de hele linie (in afstemming met andere disciplines die hier invloed op hebben), zodat planologische en ruimtelijke beperkingen worden opgeheven. Hiermee faciliteren we ondernemers die het ruimtegebruik op hun kavels willen intensiveren, bijvoorbeeld door te werken met een verruiming van de bouwhoogte, de floor space index en schakelen mogelijk te maken. De omzetting van bestemmingsplannen naar omgevingsplannen vormen een goed moment om hier mee gaan de slag te gaan. Daarnaast werken we gebiedsgericht aan de intensivering van het ruimtegebruik door terreinen die in vergelijking met terreinen van hetzelfde terreintype (veel) minder intensief gebruikt worden te intensiveren. Hiervoor is belangrijk om zelf kennis en expertise rondom het gebiedsgericht intensiveren te vergroten, en gebruik te maken van ondersteuning van de provincie en bijvoorbeeld de OMU 12. Kansrijk zijn terreinen waar sprake gaat zijn van herstructurering. Gemeenten gaan een inspanningsverplichting aan ten opzichte van hun inzet in middelen en instrumenten bij herstructurering van terreinen om te komen tot intensivering waar dat mogelijk is.
We zien tegelijkertijd ook dat niet ieder terrein geschikt is voor intensivering en dat er dus een afweging noodzakelijk is per werklocatietype om te bepalen in hoeverre intensivering mogelijk en gewenst is. Dit gaat zijn beslag krijgen in de Economische visie van de U16 en de REP die voorjaar 2021 worden vastgesteld en de provinciale verordening. Een sleutelinstrument om werk te maken van de intensivering op bestaande en op nieuw uit te geven bedrijventerreinen is een regionaal uitgifteprotocol dat we in 2021 gezamenlijk uitwerken. Dit uitgifteprotocol is van toepassing op alle nieuwe uit te geven bedrijventerreinen en stelt eisen aan de herkomst van de bedrijfsruimtegebruikers, de vraag of de ruimtebehoefte op het huidige perceel kan worden gerealiseerd, en de wijze waarop het nieuwe bedrijventerrein zal worden gebruikt (floor space index en terreinquotiënt). Tabel 18: mogelijke intensiveringslocaties (locaties met in potentie bovengemiddeld grote ruimtewinst als pilotterreinen om de intensivering) Gemeente
Locatie
Terreintype
Periode
Bunnik
Stationsgebied
Gemengd
2020-2030
De Bilt
Weltevreden
Functioneel – klein/middelgroot
2020-2040
IJsselstein Houten
Stationsgebied IJsseloevers Doornkade (deels) De Schaft (deels)
Knelpunten/ aandachtspunten Intensivering en menging van alle functies Vestiging woonwagenkamp en gemeentelijk depot Intensivering en menging van alle functies
Functioneel – klein/middelgroot Functioneel- klein/middelgroot
2020-2040 2020-2040
Functioneel-klein/middelgroot Functioneel-klein/middelgroot Functioneel-klein/middelgroot
Transformatie met mogelijke vervangingsvraag Ook pilotlocatie voor mengen
Meerpaal Rondeel Nieuwegein Stichtse Vecht 12
Plettenburg-De Wiers Maarssenbroek
Functioneel grootschalig
2020-2040
Gemengd
2020-2040
Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht. De OMU kan ondersteunen bij de aanpak van bedrijventerreinen en bedrijfskavels.
28
Regionaal Programma U16
De Ronde Venen Utrecht
Utrecht Utrechtse Heuvelrug Vijfheerenland en Woerden
Zeist
Mijdrecht
Functioneel klein/middelgroot/ functioneel Gemengd
2020-2030
Park Voorn Werkspoor Amerongen West
Gemengd Gemengd
2020-2040 2020-2040
De Hagen + De Biezen Barwoutswaarder
Functioneel – grootschalig
2020-2040
Functioneel – klein/middelgroot
2020-2040
Dijnselburg
Functioneel – klein/middelgroot Gemengd
2020-2040
4e Kwadrant LW)
Fornheselaan
2020-2040
2020-2040 Functioneel – klein/middelgroot
Zeist-West Dijnselburg Handelscentrum (Zeist Noord) Bron: Voorstel U16
Functioneel – klein/middelgroot
2020-2040 2020-2040
Vereist diverse ingrepen zoals verbinding met station Leidsche Rijn
Voorstel voor pilotlocatie met herontwikkeling/ herstructurering
Regionaal Programma U16
29
AFSPRAKEN KNOP 2: ZORGVULDIG EN INTENSIEF RUIMTEGEBRUIK BESTAANDE TERREINEN EN NIEUWE TERREINEN: Gezamenlijke Ambitie: Uitgangspunt is om ruimtevragers zoveel mogelijk plaats te laten krijgen binnen het bestaande stedelijk gebied, onder andere ook op bestaande werklocaties. We streven naar een verhoging van de floor space index (fsi) en /of het verlagen van het aantal vierkante meters per arbeidsplaats ten opzichte van de huidige situatie. Voor de termijn tot 2030 richten we ons op het wegwerken van belemmeringen om te komen tot intensivering van het ruimtebeslag. Daarnaast verkennen we welke locaties extra kansrijk zijn om te komen tot intensivering van het ruimtegebruik. We gebruiken hiervoor de input uit de provinciale verkenning van het zorgvuldig ruimtegebruik. De uitwerking hoe de intensivering wordt vormgegeven verschilt per terrein. Afspraken: • Gemeenten spannen zich in om te komen tot een zo hoog mogelijke intensivering van bedrijventerreinen in floor space index en terreinquotiënt, passend bij terreintype en bedrijfsproces. • Gemeenten en provincie voeren het komend jaar verkennende gesprekken met de OMU over ondersteuning bij de intensiveringsopgave, met als doel het in beeld brengen van kansrijke kavels of panden voor korte en langere termijn. Het starten van één of meerdere pilots komt daarbij concreet aan de orde.
De provincie zegt toe gemeenten hierbij te ondersteunen, uitgaande van een gezamenlijke, niet-vrijblijvende, inzet van instrumenten en middelen. • Gemeenten en provincie zetten in op verdere regionale kennisontwikkeling over het verhogen van de intensivering van bestaande werklocaties. • Gemeenten en provincie zoeken de samenwerking op met het Ministerie van EZK, kennispartners, Europa om te komen tot intensivering en zorgvuldig ruimtegebruik op de bedrijventerreinen in de U16. • Gemeenten en provincie monitoren de ontwikkeling van de floor space index in U16 en de provincie beziet of deze informatie ook mee kan worden genomen in de provinciale monitor werklocaties die in ontwikkeling is. TOELICHTING: AANDACHTSPUNTEN IN HET PROCES ROND KNOP 2: • •
• •
• •
•
Wat is nodig om zorgvuldig en intensief ruimtegebruik op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen mogelijk te maken? Creëren van draagvlak: laat, op basis van voorbeelden zien wat er mogelijk is. Besteed daarbij aandacht aan representativiteit van het voorbeeld voor bedrijventerreinen in de U16, eventuele actuele ontwikkelingen die aanknopingspunten bieden en de aanwezigheid van voldoende draagvlak bij gemeentelijke bestuurders. Lokaal, regionaal en provinciaal (evt. samen met Rijk) bestuurlijk commitment, ‘we gaan ervoor’. Een aantal pilots om ervaring op te doen, ervaring die wordt gedeeld met en gebruikt door andere gemeenten. Door ervaringen (kennis en kunde) actief en breed te delen kunnen andere gemeenten en partners enthousiast worden gemaakt om ook aan de slag te gaan met intensivering. Hierbij hoort een vervolgaanpak voor andere gemeenten (tijd, geld, resultaat e.d.). Een helder plan(proces): wat is de inzet? wie is nodig? hoe gaan we het organiseren? hoeveel tijd ‘nemen’ we? Andere randvoorwaarden zoals financiële hulp, procedurele en evt. personele ondersteuning, goed georganiseerd bedrijfsleven, misschien zelfs een convenant/intentieverklaring waarin de inzet van alle partijen is vastgelegd. Positief realisme, dus vooral geen te hoge (vooral theoretisch ingeschatte) verwachtingen vooraf.
Regionaal Programma U16
•
• •
30
Tussentijdse evaluatie en/of bijstuur-momenten (zijn we nog op de goede weg of veranderen we van richting?). De afspraken die in de pilots zijn gemaakt kunnen zo nodig op basis van de ervaringen en evaluatie worden aangescherpt. Ook kan worden nagegaan of de opgedane ervaringen moeten leiden tot aanpassing van de eerder geformuleerde uitgangspunten (doelstelling, beoogd resultaat) en de uitgangspunten voor de regionale programmering voor werken (het provinciale kader) . Het juiste instrumentarium en/of een experimenteer-status om ‘buiten de bestaande paden te kunnen gaan’. Communicatie: goede voorbeelden actief uitdragen zodat positieve publiciteit ontstaat. Indien het gewenste resultaat niet (helemaal) wordt bereikt, daar ook eerlijk over zijn.
Knop 3: transformatie en menging van wonen en werken Een andere belangrijke knop die invloed heeft op de manier waarop we bedrijfsruimte binnen de U16 kunnen borgen, hangt samen met de manier waarop we omgaan met het mengen van wonen en werken en de transformatie van bedrijventerreinen. Insteek daarbij is telkens dat we ernaar streven te komen tot menging zonder dat dit ten koste gaat van bedrijfsruimtegebruik binnen het betreffende gebied. De mate waarin dit mogelijk is hangt af van de aard en samenstelling van de bedrijfsruimtegebruikers op de betreffende terreinen. In de Stad Utrecht wordt mengen van wonen en werken verkend op Papendorp (mengen met wonen en toevoegen bedrijfsruimte, verplaatsing van kantoren naar elders), op Rijnsweerd (kantorenlocatie mengen met wonen) en in het Beurskwartier (Jaarbeursdoeleinden gemengd met andere vormen van werken en wonen). In de Merwedekanaalzone wordt wonen gemengd met lichte vormen van bedrijvigheid en in de zone langs de A12 in Oudenrijn wordt verkend of de kantoren aldaar een gemengde invulling kunnen krijgen. In 2020 zijn 12 locaties buiten de stad Utrecht verkend op de mate waarin menging mogelijk is. Uit deze eerste verkenningen bleek dat de onderzochte terreinen een grote potentie voor functiemenging hebben, wanneer de dichtheid van deze terreinen omhooggaat, zonder dat dit leidt tot vervangingsvraag op andere locaties 13.
In 2021 maken gemeenten de keuze welke bedrijventerreinen geoormerkt kunnen worden als pilotlocatie voor functiemenging zonder vervangingsvraag. De mate waarin de mengpotentie kan worden verzilverd zonder vervangingsvraag is een belangrijke ontwerpopgave binnen de U16. Tabel 19 verkende terreinen met mengpotentie14 Regio
Gemeente
Larenstein
De Bilt
Weltevreden
De Bilt
De Schaft
Houten
Doornkade
Houten
De Corridor
IJsselstein
Paardenveld
IJsselstein
Herenstraat-Brugwal
Nieuwegein
Plettenburg-De Wiers Zuid
Nieuwegein
Maarssenbroek
Maarssen
Honthorst
Woerden
Middelland Noord
Woerden
Dijnselburg
Zeist
Uit de verkenning bleek dat circa 50 tot 60% van het bedrijfsoppervlak op deze terreinen mengbaar is, zonder dat dit leidt tot vervangingsvraag, nog eens circa 20% is onder voorwaarden mengbaar en circa 25% is moeilijk mengbaar zonder vervangingsvraag.
13
14 Dat de terreinen zijn verkend, betekent niet dat menging op deze terreinen zal plaatsvinden. Zo hebben bijvoorbeeld De Bilt en Houten geen ambitie om de onderzochte terreinen te mengen.
31
Regionaal Programma U16
Bron: Quickscan mengen en intensivering van bedrijventerreinen in U16, Stec Groep, 2020
In de U16 houden we verder rekening met de toekomstige transformatie van een aantal bedrijventerreinen. Het is belangrijk deze transformatie zoveel mogelijk te laten plaatsvinden zonder dat hier vervangingsvraag door ontstaat. Op termijn gaat het om minimaal circa 73 ha aan transformatieterrein. Onder ‘gemiddelde omstandigheden` brengt dit een mogelijke vervangingsvraag van circa 58 ha (tabel 20) met zich mee. Deze vervangingsvraag is niet meegenomen in de behoefteraming zoals geschetst in 3.2. Ook hier staan we voor de uitdaging het aandeel transformatie met vervangingsvraag zoveel mogelijk te beperken zodat de locaties hun economische functionaliteit zoveel mogelijk kunnen behouden. Tabel 20: Transformatie van bedrijventerreinen in de periode 2021-2040 Gemeente
Bedrijventerrein
Oppervlakte transformatie in ha
De Bilt
Divers (Molenkamp en Ambachtstraat)
1
Indicatieve vervangingsvraag, op basis van kengetallen 15 0,8
Houten
Doornkade
PM
PM
IJsselstein
IJsseloevers/Zomerdijk
PM
PM
Nieuwegein
Liesbosch West
PM
PM
De Ronde Venen
Spoorlaan -Vinkeveen
3
2,4
De Ronde Venen
Den Engel
0,5
0,4
Utrecht
Merwede & Cartesiusdriehoek
7
5,6
Wijk bij Duurstede
Bedrijventerrein Cothen
3,3
2,6
Vijfheerenlanden
Ambachtsweg, Lexmond
Woerden
Middelland-Noord
50
40
Woerden
Den Oudsten (particulier terrein)
6
4,8
Woerden
Honthorst (beperkt deel)
PM
PM
Wijk bij Duurstede
Verplaatsing Gemeentewerf en milieustraat Wijk bij Duurstede naar bedrijventerrein.
2
1,6
72,8
58,2
16
Totaal Bron: opgave gemeenten, Stec Groep 2021
AFSPRAKEN KNOP 3: Gezamenlijke ambitie: We stimuleren functiemenging in het stedelijk gebied. Voor bedrijven die zich niet laten mengen blijven specifieke werklocaties nodig. Afspraken: • Gemeenten streven ernaar bedrijfsruimte te incorporeren in bestaande transformatieplannen, waarbij de werkgelegenheid zoveel mogelijk behouden blijft. • Indien als gevolg van transformatie een vervangingsvraag optreedt die niet is meegenomen in de bedrijventerreinbehoefte waardoor er een tekort kan ontstaan, wordt dit bij een volgende actualisatie van zowel het provinciaal kader voor de regionale programmering wonen en werken als het regionaal programma aan de orde gesteld. • De gemeenten verkennen in het kader van de REP op welke locaties functiemenging wordt gefaciliteerd en op welke locaties functiemenging juist niet gefaciliteerd zal worden. Deze strategie zal vanaf 2021 stap voor stap integraal ingevuld worden.
Praktijkervaringen laten zien dat de vervangingsvraag van uitgeplaatste bedrijven gemiddeld genomen circa 80% bedraagt. Op basis van position-paper gemeente Nieuwegein; mogelijke transformatie naar gemengd wonen werken als onderdeel van de A12 zone waarbij de voorwaarde is dat de systeemsprong op de vervoersknoop Westraven gerealiseerd wordt 15 16
Regionaal Programma U16
•
32
Gemeenten wijzen in 2021 enkele pilotterreinen aan waarin wordt verkend hoe mengen zonder vervangingsvraag vorm kan krijgen.
Resultaat van deze knoppen Wanneer we vraag en aanbod naar terreintype en tijdsperiode met elkaar confronteren 17, signaleren we dat er op termijn nog aanvullende ruimtebehoefte is aan vooral grootschalige functionele terreinen. Deze tekorten blijven met de huidige plannen bestaan. Zonder verdere planvorming is het tekort aan bedrijventerrein tot en met 2029 circa 12 ha. In tabel 21 staat de indicatieve confrontatie tussen vraag en aanbod naar tijdsperiode en terreintype. • De kolom beschikbaar aanbod bestaat uit: o alle terreinen in de regio U16 die volgens (IBIS, 2019) beschikbaar zijn, verminderd met terreinen die niet meer beschikbaar zijn, zoals aangegeven door gemeenten. Het gaat in totaal om bijna 37 ha, zie tabel 12. o aan dit aanbod is het geborgd aanbod uit PRS/PRV toegevoegd (zie tabel 16, in totaal wordt nu 40 ha in het realisatiedeel van het programma opgenomen). o Daarnaast gaat het om de (nog niet geborgde) ambities van gemeenten om nieuwe terreinen toe te voegen, zoals deze staan opgenomen in tabel 17, in totaal gaat het om 54 ha. De tabel bevat de optelsom van het realisatie en pijplijn. Het aanbod aan bedrijventerreinen is ingedeeld naar tijdsperiode, aansluitend op de tijdsperiode die gemeenten hebben aangegeven dat het terrein uitgeefbaar zou kunnen zijn.
• De kolom ‘vraag’ in de tabel is op basis van de provinciale prognose (2019), indicatief toegedeeld naar tijdsperioden om enigszins inzicht te krijgen in de knelpunten in de vraag. Notabene: prognoses vormen een lange termijn behoefte, waarin rekening wordt gehouden met perioden van laagconjunctuur en perioden van hoogconjunctuur. Het toedelen aan tijdsperioden van 5 jaar kent dan ook de nodige beperkingen. • De kolom Intensivering is gebaseerd op het PS Kader, waarin een ambitie tot en met 2029 van 20 tot 30% van de uitbreidingsbehoefte staat vermeld in een bandbreedte 42-63, zie tabel 11. In de confrontatietabel is het midden van deze bandbreedte als uitgangspunt gehanteerd. Daarbij geldt dat de mogelijke ruimtewinst pas naar enkele jaren gerealiseerd kan worden. Daarom is voor de periode tot en met 2024, uitgegaan van 0 ha ruimtewinst, in de periode daarna gaat het om het uitgangspunt uit het PS Kader. Omdat in de regio U16 met name op kleinschalige en middelgrote functionele terreinen grote verschillen in het ruimtegebruik voorkomen, is de inschatting gemaakt dat met name op dit type terrein intensivering mogelijk is. Dit is in lijn met de situatie dat op dit type terrein ook nieuwe terreinen worden toegevoegd, zodat indien noodzakelijk sprake kan zijn van schuifruimte op uitleglocaties.
• De laatste kolom geeft de confrontatie van aanbod en vraag weer, rekening houdend met de beschreven intensiveringsambitie uit het provinciaal kader. • Er is indicatief rekening gehouden met vervangingsvraag die voort kan komen uit transformatie, uitgaande van tabel 20. Wanneer er sprake is van vervangingsvraag op andere terreinen, brengt dit nog een extra behoefte met zich mee, die jaarlijks geactualiseerd kan worden. In de tabel betekent groen dat er indicatief voldoende aanbod is en oranje dat er indicatief een tekort aan aanbod lijkt te zijn. Het tekort tot en met 2029 loopt dan op tot in totaal circa 12 ha, terwijl het aandeel functioneel terrein met kleine en middelgrote kavels ruim blijft en er een tekort van circa 32 tot 42 ha aan grootschalige terreinen is, naast tekort aan XXL-terrein (circa 15 ha). In de bijlage staat een doorkijk van de confrontatie van vraag en aanbod tot en met 2039 (tabel 26 en 27).
rekening houdend met een potentiële ruimtewinst die op termijn op bestaande bedrijventerreinen ontstaat, en rekening houdend met de vervangingsvraag van terreinen die worden getransformeerd
17
33
Regionaal Programma U16
Tabel 21: Confrontatietabel: vraag en aanbod naar terreintype en tijdsperiode (inclusief realisatie, en intensivering conform provinciaal kader voor regionale programmering wonen en werken (PS 30-92020), exclusief pijplijn en transformatie) Tijdsperiode
Tot en met 2024
2025 tot en met 2029
Totaal tot en met 2029
Aanbod in ha 18
Vraag in ha 19
Waarvan intensivering in ha
Functioneel - klein/middelgroot
46,3
13,7
0,0
13,7
32,6
Functioneel – grootschalig
0,0
14,0
0,0
14,0
-14,0
Functioneel – XXL
0,0
6,7
0,0
6,7
-6,7
Stedelijk werkmilieu klein/middelgroot
13,2
12,8
0,0
12,8
0,4
Totaal
59,5
47,2
0,0
47,2
12,3
Functioneel - klein/middelgroot
12,5
17,1
17,5
-0,4
12,9
Functioneel – grootschalig
0,0
17,5
0,0
17,5
-17,5
Functioneel – XXL
0,0
8,3
0,0
8,3
-8,3
Stedelijk werkmilieu klein/middelgroot
4,0
16,0
0,0
16,0
-12,0
Totaal
16,5
59,0
17,5
41,5
-25,0
Functioneel - klein/middelgroot
58,8
30,8
17,5
13,3
45,5
Functioneel – grootschalig
0,0
31,5
0,0
31,5
-31,5
Functioneel – XXL
0,0
15,0
0,0
15,0
-15,0
Stedelijk werkmilieu klein/middelgroot
17,2
28,9
0,0
28,9
-11,7
Totaal
76,2
106,2
17,5
88,7
-12,7
Bedrijventerrein naar terreintype
Vraag – Confrontatie intensivering vraag en in ha 20 aanbod in ha 21
Bron: Stec Groep 2021
Aanbod: beschikbaar aanbod, geborgd aanbod uit PRS/PRV, ambities van gemeenten om nieuwe terreinen toe te voegen. Vraag op basis van provinciale prognose (Stec Groep 2019), indicatief toegedeeld naar tijdsperioden. Notabene: prognoses vormen een lange termijn behoefte, waarin rekening wordt gehouden met perioden van laagconjunctuur en perioden van hoogconjunctuur. Het toedelen aan tijdsperioden van 5 jaar kent dan ook de nodige beperkingen. 20 Vraag minus ruimtebeslag dat in potentie vrij kan komen uit intensivering in ha. 21 Confrontatie van aanbod en vraag minus ruimtebeslag dat in potentie vrij kan komen uit ruimtewinst. Groen= indicatief voldoende aanbod, oranje = indicatief tekort aan aanbod 18 19
34
Regionaal Programma U16
Tabel 22: Confrontatietabel: vraag en aanbod naar terreintype en tijdsperiode, inclusief realisatie, pijplijn, transformatie en intensivering conform provinciaal kader voor regionale programmering wonen en werken (PS 30-9-2020) Tijdsperiode
Tot en met 2024
2025 tot en met 2029
Totaal tot en met 2029
Aanbod in ha 22
Vraag in ha 23
Waarvan intensivering in ha
Functioneel - klein/middelgroot
54,4
13,7
0,0
13,7
40,7
Functioneel – grootschalig
4,8
14,0
0,0
14,0
-9,3
Functioneel – XXL
0,0
6,7
0,0
6,7
-6,7
Stedelijk werkmilieu klein/middelgroot
13,2
12,8
0,0
12,8
0,4
Totaal
72,2
47,2
0,0
47,2
25,0
Functioneel - klein/middelgroot
21,0
26,2
17,5
8,7
12,3
Functioneel – grootschalig
4,8
37,5
0,0
37,5
-32,8
Functioneel – XXL
0,0
8,3
0,0
8,3
-8,3
Stedelijk werkmilieu klein/middelgroot
6,0
16,0
0,0
16,0
-10,0
Totaal
31,8
88,1
17,5
70,6
-38,9
Functioneel - klein/middelgroot
75,2
39,9
17,5
22,4
52,8
Functioneel – grootschalig
9,5
51,5
0,0
51,5
-42,0
Functioneel – XXL
0,0
15,0
0,0
15,0
-15,0
Stedelijk werkmilieu klein/middelgroot
19,2
28,9
0,0
28,9
-9,7
Totaal
103,9
135,3
17,5
117,8
-13,9
Bedrijventerrein naar terreintype
Vraag – Confrontatie intensivering vraag en in ha 24 aanbod in ha 25
Bron: Stec Groep, 2021
Aanbod: beschikbaar aanbod, geborgd aanbod uit PRS/PRV, ambities van gemeenten om nieuwe terreinen toe te voegen. Vraag op basis van provinciale prognose (Stec Groep 2019), indicatief toegedeeld naar tijdsperioden. Notabene: prognoses vormen een lange termijn behoefte, waarin rekening wordt gehouden met perioden van laagconjunctuur en perioden van hoogconjunctuur. Het toedelen aan tijdsperioden van 5 jaar kent dan ook de nodige beperkingen. 24 Vraag minus ruimtebeslag dat in potentie vrij kan komen uit intensivering in ha. 25 Confrontatie van aanbod en vraag minus ruimtebeslag dat in potentie vrij kan komen uit ruimtewinst. Groen= indicatief voldoende aanbod, oranje = indicatief tekort aan aanbod 22 23
Regionaal Programma U16
35
4 Samenwerking en werkwijze Dit regionale programma is een product van de gemeenten en provincie gezamenlijk, op initiatief van de provincie Utrecht. De totstandkoming van dit programma is ambtelijk voorbereid, en beraadslaging en besluitvorming erover vindt plaats aan de bestuurstafels van de U16 met deelneming van de verantwoordelijke gedeputeerden. Zoals reeds in paragraaf 1 aangegeven is regionale programmering een cyclisch en adaptief proces: het programma zal periodiek worden geactualiseerd. Nadat er in een regionaal overleg overeenstemming is over het regionale programma, zal gedeputeerde Staten de essentie daarvan vastleggen in een provinciaal programma. Voor locaties die passen in dit provinciale programma, kunnen gemeenten op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening bestemmingsplannen vaststellen. Op basis van de ervaringen met deze eerste cyclus voor regionale programmering wordt hier een voorstel gedaan voor een werkwijze ten behoeve van het gezamenlijk sturen op en bewaken van de voortgang van het programma en ten aanzien van de toekomstige actualisaties. Belangrijke opmerking hierbij is dat dit regionale programma moet worden gezien als een sturingsinstrument: het is als het ware een dashboard dat acties en afspraken met elkaar in verband brengt.
Vanuit dit programma worden in principe geen eigen acties gestart: dit programma bouwt geen woningen noch intensiveert het programma bedrijventerreinen, maar we maken de benodigde samenwerkingsafspraken en brengen zo goed mogelijk in kaart wat er gebeurt zodat de afspraken (kwantitatief en kwalitatief) indien nodig kunnen worden bijgesteld of aangescherpt. Belangrijke uitzondering daarop is de monitoring: dit programma beoogt in kaart te brengen wat er gebeurt zodat de afspraken daarop kunnen worden aangepast. Organisatie Het zorgdragen voor en het bewaken van de voortgang van de uitvoering van dit programma wordt primair uitgevoerd door een ambtelijke Kopgroep regionale programmering U16. Hierin zijn zowel vertegenwoordigers vanuit de U16 (wonen en werken) als de provincie (wonen, werken, omgevingsbeleid) vertegenwoordigd. Deze Kopgroep komt zoveel als nodig wordt geacht doch ten minste eenmaal per maand ambtelijk bij elkaar. Binnen de kopgroep worden afspraken gemaakt over trekkerschap en agendering. De voortgang en actualisering van het regionale programma wonen en werken wordt regelmatig (ten minste 1x per kwartaal) geagendeerd in de AO’s GWL en EP van de U16, in aanwezigheid van een betrokken provinciemedewerker.
36
Regionaal Programma U16
Indien relevant wordt de voortgang en actualisering van het programma geagendeerd voor de bestuurstafels GWL en/of EP van de U16, met uitnodiging van de verantwoordelijke gedeputeerde(n). Voor de uitvoering van het programma, zowel het kwantitatieve als het kwalitatieve deel, vindt waar relevant overleg en afstemming plaats tussen vertegenwoordigers van provincie, regio, gemeenten en andere betrokkenen. Zo zal er ten behoeve van de planvorming van de in het programma opgenomen locaties separaat contact zijn tussen provincie en de desbetreffende gemeente. Voorts zullen veel acties (mede) in het kader van het REP-proces van de U16 worden opgepakt. Waar dat relevant wordt geacht kan de provincie daarbij aansluiten. Opzet Monitoring De provincie neemt het initiatief om de monitoring van dit regionale programma in te richten. Hierbij wordt zo veel als mogelijk gebruik gemaakt van reeds bestaande gegevens en systemen, zoals bijvoorbeeld de planmonitor wonen. Voorts wordt bezien welke gegevens aanvullend nodig zijn. Over deze monitoringsopzet zal uiteraard overleg plaatsvinden met de gemeenten, in de hier voornoemde gremia. Aan gemeenten wordt gevraagd om de gegevens zo volledig en tijdig mogelijk aan te leveren.
Dat geldt voor de planmonitor wonen en andere bestaande systemen, maar ook wordt gevraagd om voor plannen die worden ingebracht bij de regionale programmering gebruik te maken van een format, waarvan een eerste opzet hieronder is weergegeven. Op die manier kunnen relatief eenvoudig aanvullende gegevens worden verzameld. Tabel 23 Format wonen (voorstel, nader aan te vullen) Oppervlakte netto uitgeefbaar Criterium (conform regionaal programma U16) Past binnen kwalitatieve behoefte sub-regio
Betaalbaarheid en beschikbaarheid
Evenwichtige ontwikkeling van rood en groen
Energieneutraal Klimaatadaptief Circulair Realiseerbaarheid: Belangen
Realiseerbaarheid: randvoorwaarden
kaartaanduiding Omschrijving (conform regionaal programma U16) Totale omvang programma < behoefte Totale omvang programma > behoefte 1. 50% binnen plan, anders: 2. Gemeenten streven naar verevening binnen grenzen 3. Beargumenteerde afwijking 50%-norm
Evenredig met de voorgenomen woningbouw wordt de realisatie van x aantal hectare groen toegevoegd in de regio (harde eis bij uitbreidingslocaties) Project is energieneutraal Project is klimaatadaptief Project is circulair Zijn er andere gemeentelijke, regionale of provinciale belangen in het geding en zo ja, hoe wordt daarmee omgevaan? Zijn de randvoorwaarden voor realisatie op orde?
Scores: worden ambtelijk voorbereid Plan kan door, mits passend binnen regionale afspraken. Faseringsafspraken maken
Toelichting
1.
4.
Plan kan door, mits passend binnen regionale afspraken. 2. Bezien in totaal regionaal programma 3. Bezien in totaal regionaal programma Score: ++, +, 0, -, --
Score: ++, +, 0, -, -Score: ++, +, 0, -, -Score: ++, +, 0, -, -Score: ++, +, 0, -, --
Score: ++, +, 0, -, --
37
Regionaal Programma U16
Tabel 24 format Werken (voorstel, nader aan te vullen) Criterium (conform regionaal programma U16)
Omschrijving (conform regionaal programma U16)
Scores: worden ambtelijk voorbereid
Past binnen kwantitatieve behoefte
Totale omvang programma < behoefte
Plan kan door, mits passend binnen regionale afspraken. Faseringsafspraken maken Plan kan door, mits passend binnen regionale afspraken. Afspraken maken Score: ++, +, 0, -, --
Past binnen kwalitatieve behoefte Zorgvuldig/intensief ruimtegebruik
Evenwichtige ontwikkeling van rood en groen Realiseerbaarheid: Belangen
Realiseerbaarheid: randvoorwaarden
Format voor te bereiden door gemeenten voor AO
Totale omvang programma > behoefte Onderscheid in vier terreintypen
Terrein wordt uitgegeven conform uitgifteprotocol. Fsi en TQ zijn minimaal bovengemiddeld (ten opzichte van het regionale gemiddelde binnen betreffende terreintype) Ter compensatie van het plan wordt x aantal hectare groen toegevoegd in de regio Zijn er andere gemeentelijke, regionale of provinciale belangen in het geding en zo ja, hoe wordt daarmee omgevaan? Zijn de randvoorwaarden voor realisatie op orde?
Toelichting
Score: ++, +, 0, -, --
Score: ++, +, 0, -, --
Score: ++, +, 0, -, --
* Dit betreft nadrukkelijk een eerst voorstel voor het format. Provincie en gemeenten kunnen nog criteria wijzigen of toevoegen.
Naast de monitoring van de inhoud van het programma zullen we ook de voortgang van de afgesproken acties volgen. Evaluatie en actualisatie van het programma De monitoring laat zien wat er gebeurt: hierover vindt een evaluatie plaats zodat bij een volgende programma kan worden bijgestuurd. De provincie is voornemens om in de tweede helft van 2021 ook het proces van totstandkoming van de eerste ronde regionale programmering te evalueren: hierbij zullen ook de partners worden betrokken. Aan provinciale staten is toegezegd deze evaluatie met hen te bespreken alvorens het kader voor regionale programmering wonen en werken ter actualisering voor te leggen. Op basis van het door Provinciale Staten vastgestelde geactualiseerde kader kunnen de regionale programma’s worden geactualiseerd. Uiteraard kan daarbij ook de eventuele besluitvorming over regionale trajecten (IRP of integrale programmering REP fase 4) worden betrokken. Planning en tijdpad Het streven is om dit regionale programma jaarlijks te actualiseren. Gezien de verkiezingen in het voorjaar (2022: gemeenteraden, 2023: Provinciale Staten) is het voorstel om de besluitvorming over de regionale programma’s voortaan na de zomer te laten plaatsvinden. Daarmee ontstaat tevens voldoende ruimte voor een goede evaluatie van deze eerste cyclus. Het globale tijdpad voor het komende jaar is als volgt:
Tabel 25: tijdpad voor regionaal programma wonen werken wanneer
Wat Provincie
Wie Provincie en gemeenten (Regionaal programma U16)
38
Regionaal Programma U16
April/mei 2021
Begin mei – medio juni 2021 juli of begin september 2021 Doorlopend
Vaststelling ontwerp provinciaal programma wonen en werken (PPWW) en bijbehorende planMER Terinzagelegging PPWW en planMER Definitieve vaststelling PPWW
GS
Monitoring en bewaken voortgang uitvoering regionaal programma
September- december
Evaluatie proces totstandkoming eerste programma’s
Voorjaar 2022
Vaststelling geactualiseerd kader voor regionale programmering wonen en werken Regionale overeenstemming geactualiseerd regionaal programma wonen en werken
Najaar 2022
GS
GS Bestuurstafels GWL en EP Ge en PS (m.m.v. gemeenten en regio) PS
Gemeenten en provincie in de bestuurstafels GWL en EP
Inbrengen nieuwe locaties door gemeenten Het is aan gemeenten om nieuwe locaties voor te stellen ten behoeve van de regionale programmering. Daarbij wordt aan gemeenten gevraagd om gebruik te maken van de hierboven aangegeven formats. De provincie geeft over nieuwe – niet eerder beoordeelde – (uitbreidings)locaties zo spoedig mogelijk een eerste ambtelijke opvatting. Binnenstedelijke (woningbouw)locaties kunnen zeer klein van omvang zijn. Ook kunnen deze plannen een korte doorlooptijd hebben en dus snel ontwikkeld worden, maar anderzijds kan er door een onverwachte omstandigheid ook ineens stagnatie optreden. Daarom is het van belang dat er voor de kleinere binnenstedelijke plannen flexibiliteit mogelijk is. Deze flexibiliteit ontstaat al, doordat in het provinciale programma niet alle afzonderlijke binnenstedelijke plannen worden opgenomen, maar een totaalaantal. Slechts in uitzonderlijke gevallen, als er specifieke provinciale belangen in het geding zijn, zal een binnenstedelijk plan afzonderlijk in het provinciaal programma kunnen worden opgenomen. Met het eerste programma doen we ervaring op over de werkwijze en het detailniveau. Op basis van de opgedane ervaringen werken we voor een volgend regionaal programma zo nodig een voorstel uit over bundeling, flexibiliteit en fasering van binnenstedelijke plannen.
Het al of niet opnemen van de locaties in het deel realisatie van het regionale programma hangt onder andere af van de passendheid van de locatie binnen de kaders. Het gaat hier zowel om het provinciale kader, als eventuele kaders die gemeenten onderling hebben afgesproken, bijvoorbeeld in het kader van het REP. Locaties die bestuurlijk geaccordeerd zijn kunnen aan de programmering worden toegevoegd. Vervolgens wordt een geactualiseerd regionaal programma opgesteld (voor werkwijze zie boven), wat wederom ter besluitvorming (‘regionale overeenstemming’) wordt voorgelegd aan het Ambtelijk Overleg en het Bestuurlijk Overleg. Indien partijen niet tot overeenstemming komen ten aanzien van bepaalde locaties, worden deze (nog) niet in het programma opgenomen. Over het concept-regionale programma vindt consultatie plaats met maatschappelijke organisaties. Voor onze werklocaties gaan we op zoek naar overlegvormen tussen publieke bestuurders en ondernemersverenigingen aanvullend op de formele juridische inspraakmomenten. In deze overleggen streven we ernaar om bureaustudies die beschikbaar zijn te vertalen naar concrete acties.
39
Regionaal Programma U16
Bijlage Confrontatie vraag en aanbod bedrijventerreinen tot en met 2039 Tabel 26: Confrontatietabel: vraag en aanbod naar terreintype en tijdsperiode (inclusief realisatie, en intensivering conform provinciaal kader voor regionale programmering wonen en werken (PS 30-92020), exclusief pijplijn en transformatie) Tijdsperiode 2030 tot en met 2039
Totaal 2021 tot en met 2039
Aanbod in ha 26
Vraag in ha 27
Waarvan intensivering in ha
Functioneel - klein/middelgroot
0,0
35,3
35,0
0,3
-0,3
Functioneel – grootschalig
0,0
21,2
0,0
21,2
-21,2
Functioneel – XXL
0,0
8,8
0,0
8,8
-8,8
Stedelijk werkmilieu klein/middelgroot
0,0
17,4
0,0
17,4
-17,4
Totaal
0,0
82,7
35,0
47,7
-47,7
Functioneel - klein/middelgroot
57,4
66,1
52,5
13,6
43,8
Functioneel – grootschalig
0,0
52,7
0,0
52,7
-52,7
Functioneel – XXL
0,0
23,8
0,0
23,8
-23,8
Stedelijk werkmilieu klein/middelgroot
17,2
46,3
0,0
46,3
-29,1
Totaal
74,6
188,9
52,5
136,4
-61,8
Bedrijventerrein naar terreintype
Vraag – Confrontatie intensivering vraag en in ha 28 aanbod in ha 29
Tabel 27: Confrontatietabel: vraag en aanbod naar terreintype en tijdsperiode, inclusief realisatie, pijplijn, transformatie en intensivering conform provinciaal kader voor regionale programmering wonen en werken (PS 30-9-2020) Tijdsperiode 2030 tot en met 2039
Totaal 2021 tot en met 2039
Aanbod in ha
Vraag in ha
Waarvan intensivering in ha
Functioneel - klein/middelgroot
0,0
44,4
35,0
9,4
-9,4
Functioneel – grootschalig
24,5
41,2
0,0
41,2
-16,7
Functioneel – XXL
0,0
8,8
0,0
8,8
-8,8
Stedelijk werkmilieu klein/middelgroot
0,0
17,4
0,0
17,4
-17,4
Totaal
24,5
111,8
35,0
76,8
-52,3
Functioneel - klein/middelgroot
75,4
84,3
52,5
31,8
43,6
Functioneel – grootschalig
34,0
92,7
0,0
92,7
-58,7
Functioneel – XXL
0,0
23,8
0,0
23,8
-23,8
Stedelijk werkmilieu klein/middelgroot
19,2
46,3
0,0
46,3
-27,1
Totaal
128,6
247,1
52,5
194,6
-66
Bedrijventerrein naar terreintype
Vraag – Confrontatie intensivering vraag en in ha aanbod in ha
Bron: Stec Groep, 2021
Aanbod: beschikbaar aanbod, geborgd aanbod uit PRS/PRV, ambities van gemeenten om nieuwe terreinen toe te voegen. Vraag op basis van provinciale prognose (Stec Groep 2019), indicatief toegedeeld naar tijdsperioden. Notabene: prognoses vormen een lange termijn behoefte, waarin rekening wordt gehouden met perioden van laagconjunctuur en perioden van hoogconjunctuur. Het toedelen aan tijdsperioden van 5 jaar kent dan ook de nodige beperkingen. 28 Vraag minus ruimtebeslag dat in potentie vrij kan komen uit intensivering in ha. 29 Confrontatie van aanbod en vraag minus ruimtebeslag dat in potentie vrij kan komen uit ruimtewinst. Groen= indicatief voldoende aanbod, oranje = indicatief tekort aan aanbod 26 27
Regionaal Programma U16
40