1. Handreiking stedelijk waterplan VNG en UWV handre-hydrotheek
Tekst van het document
Er zullen afspraken moeten worden gemaakt die vastgelegd worden om de vrijblijvendheid te verminderen. Het opstellen van gemeentelijke waterplannen geeft hierbij een mogelijkheid om meer vanuit een beleidsmatige visie en met een integraal karakter relaties te leggen tussen de openbare ruimte, het watersysteem en de waterketen. In het kader van deze waterplannen zal de gemeente een strategie moeten opzetten, om verontreinigingen tegen te gaan waarbij eerste aandacht besteed wordt aan de probleemstoffen die in de stedelijke waterbodem voorkomen. Strategieën met prioritering voor een aanpak om herverontreinigingen te verminderen zijn: 1 2 3 4
de preventiegerichte aanpak (voorkomen); de brongerichte aanpak (wegnemen/afleiden van emissie); de routegerichte aanpak (onderscheppen nadat de emissie heeft plaatsgevonden); de effectgerichte aanpak (zorgen dat het effect geminimaliseerd wordt).
42
Handreiking stedelijk waterplan VNG en UvW
Het waterschap dient voor de aanpak van diffuse bronnen over de grenzen van zijn eigen takenpakket heen te kijken in de richting van de gemeenten om indien mogelijk een gemeenschappelijke winst te kunnen behalen. Een concreet voorbeeld in dezen is dat klimaatverandering zorgt voor veranderingen in het neerslagpatroon. Vanuit de afvalwaterketen vinden via riooloverstorten en effluenten lozingen plaats op het watersysteem, waardoor niet de gewenste kwaliteit wordt bereikt. Een zuiveringsbeheerder zal een investering moeten doen om de zuiveringsinstallatie uit te breiden om zo de piektoevoer te kunnen verwerken. Omdat de afvalwaterketen één systeem is, zouden de inspanningen van beide beheerders logischerwijs gericht moeten zijn op het realiseren van een optimale, duurzame en doelmatige inrichting en beheer van de gehele afvalwaterketen. Een lagere investering is mogelijk indien men geen zuiveringsinstallatie-uitbreiding doorvoert, maar een investering pleegt in het gemeentelijk rioolstelsel die hetzelfde doel nastreeft namelijk het bergingsvermogen van het rioolstelsel vergroten waardoor er een afvlakking van de piektoevoer plaatsvindt. Door deze toename van bergingsvermogen zal het gemeentelijke rioolstelsel minder overstorten bij langdurige of zware regenbuien, de piektoevoer zal lager zijn waardoor het zuiveringsrendement zal toenemen.
Dit resulteert in een betere water- en waterbodemkwaliteit. Optimalisaties kunnen gericht zijn op investeringen (aanleg en uitbreidingen), maar ook op beheersmatige aspecten (maximale benutting van capaciteit met actieve sturing). De intentie om te komen tot deze gemeenschappelijke winstpunten kan worden vastgelegd in een gezamenlijke bestuurlijke intentieverklaring genaamd ‘afvalwaterakkoord’. Binnen dit afvalwaterakkoord van gemeenten en waterschappen worden afspraken vastgelegd worden die betrekking hebben op hoe de partijen omgaan met diffuse bronnen. Een geïntegreerde planmatige benadering van water in het stedelijk gebied waarbij sanering van verontreinigingsbronnen, vernieuwd vergunningbeleid en het onderhoud en saneringsprogramma van waterbodems op elkaar worden afgestemd wordt daarom sterk aangeraden. Hierbij moet de projectmatige planning, uitgedrukt in tijd en geld, naar redelijkheid uitvoerbaar zijn. Een partij kan namelijk niet alle voorstellen tegelijk doorvoeren. Een gezamenlijke aanpak verstevigt de onderlinge relatie tussen gemeenten en waterschappen die tevens lagere maatschappelijke kosten als positief resultaat kunnen hebben. Waterschappen zullen tevens met hun vergunningenbeleid voor lozingen van (afval)water en overstorten de gewenste situatie moeten bevorderen.
Baggerspecie stort- of verwerkingsplaatsen In de praktijk is het binnen het stedelijk gebied veelal niet wenselijk en mogelijk om bagger op de kant te bergen. Het verdient dan ook geen voorkeur dat de water-
Bijlagen
43
beheerder hier het juridische middel van de ontvangstplicht inzet. Dat neemt niet weg dat, in goed overleg tussen gemeente en waterschap, de (beperkte) mogelijkheden om baggerspecie ook binnen de bebouwde kom op de kant te zetten, wel moeten worden benut. Immers, met het op de kant bergen van bagger zijn de laagst maatschappelijke kosten gemoeid. Indien bagger niet op de kant kan worden geborgen is er echter wel meer depotruimte, danwel ruimte voor andere bestemmingsvarianten, nodig. In Gemeenten geven water een plaats wordt gesteld dat de gemeente wordt aangesproken op haar verantwoordelijkheid om medewerking te verlenen aan het planologisch beschikbaar stellen van locaties voor de stort van bagger. In Water is overal wordt gesteld dat het beschikbaar stellen van ruimte om de baggerspecie te bestemmen binnen de gemeentegrenzen een voorwaarde is om tot sluitende afspraken te komen voor beheer en onderhoud van de wateren binnen het stedelijk gebied. De gemeente is de sturende partij in de ruimtelijke ordening op lokaal niveau. Zij zal dus de ruimteclaim voor depots na afweging van locaties moeten realiseren.
Om tot een oplossing voor het gemeentelijk waterbodemprobleem te komen zal er samengewerkt moeten worden tussen waterschappen en gemeenten teneinde per gemeente een bestemming te verzekeren voor de baggerspecie uit die gemeente dan wel, in regionaal verband, met meerdere gemeenten.
44
Handreiking stedelijk waterplan VNG en UvW
Sanering van stedelijke waterbodems Naast het regelmatig terugkerende onderhoud van waterbodems kan het voorkomen dat waterbodems zodanig verontreinigd zijn dat uitsluitend om die reden het waterbodemmateriaal moet worden verwijderd. Dergelijke werken vinden dus uitsluitend plaats buiten de afmetingen zoals die van het betreffende water zijn vastgelegd in de legger (onderhoudsprofiel). Er wordt dan gesproken van de sanering van waterbodems op grond van de Wet bodembescherming inclusief het daarbij behorende financiële regime. Voor het saneren van de waterbodem is de waterkwaliteitsbeheerder de initiatiefnemer, tenzij het een sanering in ‘eigen beheer’ betreft, dat wil zeggen door de belanghebbende particulier uitgevoerd Het waterschap is ook in het stedelijk gebied de verantwoordelijke partij voor de uitvoering van waterbodemsaneringen. Momenteel wordt in het kader van het bodembeleidskader en de implementatie van de Kaderrichtlijn Water onderzocht of een nieuw saneringscriterium moet worden geformuleerd. Het verdient aanbeveling om bij het maken van afspraken omtrent de taakverdeling van het onderhoud ook de situatie ten aanzien van eventuele saneringen in beeld te hebben of te brengen. Daarbij kan worden bezien of, voor zover niet bij voorbaat bekend, er in de betreffende wateren saneringen dienen te worden uitgevoerd.
Tevens kan worden nagegaan in hoeverre en op welke termijn daarvoor gelden uit het waterbodemsaneringsbudget van de Wet bodembescherming kunnen worden aangewend.
Handreiking stedelijk waterplan VNG en UvW
45
Begrippenkader Aangeland: eigenaar/gebruiker van gronden langs een water. Algemene plaatselijke verordening: (APV): Gemeentelijk instrument op basis van art. 149 uit de Gemeentewet. Dit artikel luidt: ‘De raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt’. De VNG heeft hiertoe een modelverordening opgesteld. De APV richt zich primair op de burger. In de APV is een artikel opgenomen over de toestand van wateren. Artikel 4.4.8. luidt: ‘Sloten en andere wateren en niet-openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen’. Dit artikel biedt ruimte om voor wateren, die buiten het waterschapsbeheer vallen, af te dwingen dat periodiek onderhoud wordt verricht. Keur: verordening van het algemeen bestuur van het waterschap op basis van de Waterschapswet, waarin verbods-, gebods- en gedoogbepalingen worden gesteld waarvan de naleving bestuurlijk of strafrechtelijk kan worden gehandhaafd (in feite derhalve de APV van het waterschap). Er bestaat een Uniemodelkeur. Legger: staat van waterstaatswerken waarvan de vaststelling is voorgeschreven bij of krachtens wet, bij waterschapsreglement of provinciale verordening. In deze staat staan de waterstaatswerken, waaronder hun afmetingen, omschreven.
Onderhoudsplicht: verplichting op basis van de keur tot het uitvoeren van onderhoud aan wateren (en eventueel de bijbehorende kunstwerken). De onderhoudsplicht is vermeld in de legger van het waterschap. De onderhoudsplicht kan bij het waterschap zelf berusten, bij aangelanden of eventueel andere derden. [In het landelijk gebied zijn de waterschappen onderhoudsplichtig voor de grotere watergangen van het watersysteem terwijl aangelanden langs secundaire wateren (kleinere wateren die van weinig of geen belang zijn voor gehele watersysteem) onderhoudsplichtig zijn voor die wateren.] Ontvangstplicht: verplichting op basis van de Waterstaatswet 1900 tot het ontvangen van onder-
46
Handreiking stedelijk waterplan VNG en UvW
houdsspecie op erven of gronden, die door of onder toezicht van de waterkwantiteitsbeheerder uit de waterloop wordt verwijderd. Het vrijstellingsbesluit stortverbod buiten inrichtingen stelt eisen aan zowel kwaliteit als kwantiteit van baggerspecie die verspreid (en dus ontvangen) mag worden. Waterschapsreglement: statuut van het waterschap/provinciale verordening waarin de nadere reglementering (o.a. taak, gebied, bevoegdheden) ten opzichte van het bepaalde in de Waterschapswet door provinciale staten is vastgelegd. Ter vergelijking: gemeenten zijn ingesteld door de Gemeentewet; het gebied van de gemeente wordt per gemeente vastgelegd in een instellings- of samenvoegingswet. Watersysteem: een samenhangend geheel van oppervlaktewater en grondwater inclusief: waterbodems, oevers, technische infrastructuur en de daarin voorkomende biologische component (in feite een als geheel functionerend samenstel van wateren met de daarbij behorende directe omgeving; bijvoorbeeld een peilgebied, een boezem of een beek). Beheer van het watersysteem: het watersysteembeheer omvat zowel het passieve als het actieve beheer van het watersysteem. Het passieve beheer van watersystemen omvat de regeling en het bestuur dienaangaande. Het betreft de niet overdraagbare overheidstaak. De belangrijkste elementen daarvan zijn: planvorming; regelgeving; vergunningverlening en handhaving.
Het actieve beheer van watersystemen omvat het zorgdragen voor de uitvoering van concrete werkzaamheden die tot de collectieve taak van het waterschap worden gerekend. Deze werkzaamheden moeten dus meer dan een (tot een enkel individu of enkele individuen) beperkt belang dienen. De belangrijkste elementen van het actieve beheer zijn: aanleg en/of bouw van werken; beheer (regulering van aan- en afvoer, alsmede conservering van water) en onderhoud. Het actieve beheer van watersystemen wordt door het waterschap, dan wel in opdracht ingevolge de keur van het waterschap door derden, uitgevoerd.. In deze notitie wordt verder over het watersysteembeheer of beheer gesproken daarmee zowel het passieve als actieve beheer aanduidend. Onderhoud van het watersysteem: het uitvoeren van werkzaamheden, zoals het verwijderen van waterbodemmateriaal, zodat het watersysteem zijn afmetingen behoudt zoals vastgelegd in de legger of keur. Het onderhoud is er op gericht dat de wateren kunnen blijven functioneren zoals zij ontworpen zijn voor het watersysteem.
Bijlagen
47
48
Handreiking stedelijk waterplan VNG en UvW