CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 5 Aanvullend ecologisch anoniem

Gemeenteraad 30 maart 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan en MER De Spurkt12.285 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dergelijke potentiële vliegroutes zijn op de onderzoekslocatie aanwezig, zie figuur 20. De lijnvormige elementen op de onderzoekslocaties vormen voornamelijk vliegverbindingen tussen oost west en noord en zuid. Voornamelijk aan de oostzijde van de onderzoekslocatie zijn lijnvormige elementen aanwezig waar veel gewone dwergvleermuizen langsop vliegen om vanuit het zuiden richting het noorden te bewegen. De oostelijke lijnvormige elementen hebben tevens een functie voor boombewonende vleermuissoorten als ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis. Het gaat echter niet om grote aantallen. De lijnvormige elementen aan de westzijde en aan de zuidzijde worden voornamelijk gebruikt als vliegroute door de laatvlieger, gewone dwergvleermuis en een enkele keer door een rosse vleermuis.

Rapport 5584.002 versie D1

Pagina 21 van 30

Figuur 20. Overzicht van de resultaten van het vleermuizenonderzoek op de onderzoekslocatie.

Door de herstructurering van de onderzoekslocatie wordt het overgrote deel van de lijnvormige elementen behouden. Als gevolg van de voorgenomen plannen zal mogelijk wel een toename zijn in verlichting op deze elementen. Om te voorkomen dat de lijnvormige elementen de functie van vliegroute en foerageerfunctie verliezen wordt geadviseerd om de bomenrijen te versterken en uitstralende verlichting te beperken. 5.10 Eekhoorn Binnen de onderzoekslocatie zijn de bosschages in de bladvrije periode onderzocht op aanwezigheid van eekhoornnesten. Deze zijn niet waargenomen op de onderzoekslocatie. Tevens zijn er op de camerabeelden geen eekhoorns waargenomen. De voorgenomen plannen hebben dan ook geen negatief effect op de eekhoorn. 5.11 Steenmarter De interne inspecties naar de steenmarter hebben gelijktijdig plaatsgevonden met de interne inspecties naar huis- en boerenzwaluw, kerkuil en steenuil. De omstandigheden voor het waarnemen van verblijfplaatsen van steenmarters waren gunstig. Enkele gebouwen en schuren op de onderzoekslocatie zijn mogelijk geschikt als vaste verblijfplaats voor steenmarter. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens de diverse inpandige inspecties zijn echter geen sporen aangetroffen die duiden op ge-

Rapport 5584.002 versie D1

Pagina 22 van 30

bruik van de onderzoekslocatie door steenmarter. Op basis van deze gegevens is het uit te sluiten dat steenmarter een vaste- rust- en verblijfplaats heeft in de bebouwing op de onderzoekslocatie. Tijdens het dassenonderzoek met een cameraval zijn er echter enkele opnames van een steenmarter gemaakt in het meest oostelijk gelegen bosperceel. Naar verwachting heeft de steenmarter in de omgeving van de onderzoekslocatie wel een vaste rust- en verblijfplaats. Mogelijke verblijfslocaties zijn de schuurtjes op het perceel van de Spurkt 11 of op het boerenerf van de Spurkt 12. Daarnaast kunnen steenmarters eventueel gebruik maken van konijnenholen en/of dassenholen als verblijfplaats. Het is dan ook mogelijk dat de steenmarter een verblijfslocatie heeft in het bosperceel zelf. Gezien de potentiële verblijfslocaties allen buiten het plangebied liggen en/of duurzaam behouden blijven, gaan er als gevolg van de voorgenomen plannen geen verblijfplaatsen van de steenmarter verloren. 5.12 Waterspitsmuis Resultaten eDNA In mei zijn bodemsamples genomen van de bodem van de waterloop Venrayse Spurkt en Smakterveld voor de analyse van eDNA. De analyse van de eDNA samples wees uit dat er in de waterloop Smakterveld géén eDNA van waterspitmuis is aangetroffen. Op basis hiervan kan met voldoende zekerheid worden uitgesloten dat er waterspitsmuis aanwezig is in de waterloop Smakterveld.

De analyse van de eDNA samples wees uit dat er in één van de 12 samples die genomen waren in de waterloop Venrayse Spurkt, DNA aanwezig was van een waterspitsmuis (Datura, d.d. 29 juni 2018). Dit duidt op (sporadische) aanwezigheid van een waterspitsmuis. Resultaten vallen onderzoek Naar aanleiding van de resultaten van het eDNA onderzoek, zijn vallen uitgezet bij de Venrayse Spurkt. In totaal is er tijdens dit onderzoek elf keer een knaagdier gevangen. De gevangen knaagdieren behoorden tot de soort: dwergmuis (drie individuen), bosspitsmuis spec. (twee individuen) en rosse woelmuis (één individu). De meeste dieren werden gevangen in de ochtend van 25 september en in de ochtend van 26 september. Tijdens het aanvullend onderzoek is geen waterspitsmuis gevangen. Op basis van de bevindingen wordt geconcludeerd dat er binnen de desbetreffende waterloop en oeverzones geen waterspitmuizen voorkomen. Op basis van de gemaakte onderzoeksinspanning is redelijkerwijs uit te sluiten dat de onderzoekslocatie als vaste ruste- en verblijfplaats dient voor waterspitsmuizen. Ondanks dat er tijdens dit onderzoek geen waterspitsmuizen zijn aangetroffen, maar tijdens het eDNA onderzoek wel een heel lage waarde van de waterspitsmuis werd aangetoond, kan het zijn dat de waterspitsmuis tijdens dit onderzoek is gemist.

Het kan zijn dat een incidentele verblijfsfunctie van één of enkele individuen werd gemist. De IBN-methode blijft een reeks van momentopnames, waardoor niet elke avond en/of ochtend gedurende het seizoen onderzoek plaats kan vinden. Wanneer er tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch één of meerdere waterspitsmuizen worden aangetroffen dienen de werkzaamheden ter plaatse tijdelijk te worden gestaakt en dient er in eerste instantie contact te worden opgenomen met Econsultancy of een lokale muizendeskundige. In overleg zal vervolgens worden bepaald hoe er verder gehandeld dient te worden en welke eventuele maatregelen getroffen moeten worden. Binnen de locaties werden er wel individuen van de soorten: dwergmuis, bosspitsmuis spec. en rosse woelmuis aangetroffen. Deze soorten vallen onder de vrijgestelde soorten: hiervoor geldt echter wel de zorgplicht. Daarom vormen ze geen belemmering voor mogelijke werkzaamheden binnen het gebied. Om verstoring van mogelijk aanwezige foeragerende individuen te voorkomen wordt geadviseerd de werkzaamheden bij daglicht uit te voeren.

Rapport 5584.002 versie D1

Pagina 23 van 30

5.13 Overige soorten Binnen de onderzoekslocatie zijn diverse overige zoogdieren waargenomen (o.a. reeën, konijnen, ratten, vossen) en diverse overige vogels (spreeuwen, boomklevers, koolmezen etc.). Deze soorten hebben mogelijk hun vaste rust- en verblijfplaats, dan wel nestlocatie, op de onderzoekslocatie. 5.14 Overzicht van alle resultaten Figuur 21 geeft een overzicht van de resultaten van het onderzoek op en nabij Klaver 15.

Figuur 21. Overzicht van alle relevante onderzoeksresultaten op de en nabij de onderzoekslocatie.

Rapport 5584.002 versie D1

Pagina 24 van 30

6 6.1

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING Huismus

De huismus valt onder het beschermingsregime van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de nesten mogen niet worden weggenomen. Voor de sloop van de opstallen met huismusnesten dient ontheffing te worden verkregen voor het beschadigen, vernielen, wegnemen en storen van jaarrond beschermde huismusnesten. De functionaliteit van de nestplaatsen moet voor, tijdens en na uitvoer van de geplande activiteiten gegarandeerd kunnen worden door het treffen van mitigerende maatregelen. 6.2

Steenuil

De steenuil valt onder het beschermingsregime van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Conform artikel 3.1 lid 2, is het verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de nesten mogen niet worden weggenomen. Artikel 3.1 lid 4 en 5 betreft het verbod op opzettelijk storen van vogels, tenzij het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Bovendien zijn nesten van steenuilen jaarrond beschermd (categorie 1). Op de onderzoekslocatie zijn een tweetal steenuil territoria vastgesteld. Als gevolg van de voorgenomen plannen zullen dan ook twee vaste rust- en verblijfplaatsen van de steenuil verloren gaan. De voorgenomen ingrepen kunnen een negatief effect hebben op de steenuil. Voor de voorgenomen ingreep zal een ontheffing, met de daarbij benodigde maatregelen voor steenuil, aangevraagd dienen te worden ten aanzien van de verboden als vermeldt in artikel 3.1, lid 2, 4 en 5. De functionaliteit van de twee nestplaatsen moet voor, tijdens en na uitvoer van de geplande activiteiten gegarandeerd kunnen worden door het treffen van mitigerende dan wel compenserende maatregelen. Bijvoorbeeld door de nesten actief te verplaatsen naar geschikte broedlocaties in de directe omgeving van de onderzoekslocatie, mits daar niet reeds een concurrerende steenuil aanwezig is.

Anderzijds is het mogelijk om nieuw foerageergebieden en nestlocaties te realiseren om het aantal territoria op lokaal niveau te kunnen blijven garanderen. Naar verwachting zal een combinatie van de bovenstaande maatregelen noodzakelijk zijn. De benodigde maatregelen dienen omschreven te worden in een activiteitenplan ten behoeve van een ontheffingsaanvraag. 6.3

Boerenzwaluw

De boerenzwaluw valt in de provincie Limburg onder de categorie 2 jaarrond beschermde nesten: zeer plaatstrouwe broedvogels of soorten die afhankelijk zijn van bebouwing Deze soorten broeden elk broedseizoen op dezelfde plaats en zijn daarin zeer conservatief. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Conform artikel 3.1 lid 2, is het verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de nesten mogen niet worden weggenomen. Artikel 3.1 lid 4 en 5 betreft het verbod op opzettelijk storen van vogels, tenzij het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Als gevolg van de voorgenomen plannen zullen dan ook vijf actieve nesten verloren gaan. Voor de voorgenomen ingreep zal een ontheffing, met de daarbij benodigde maatregelen voor de boerenzwaluw, aangevraagd dienen te worden ten aanzien van de verboden als vermeldt in artikel 3.1, lid 2, 4 en 5. De functionaliteit van de vijf nestplaatsen moet voor, tijdens en na uitvoer van de geplande activiteiten gegarandeerd kunnen worden door het treffen van mitigerende dan wel compenserende maatregelen

Rapport 5584.002 versie D1

Pagina 25 van 30

6.4

Buizerd en Wulp

De buizerd en wulp zijn in Limburg geclassificeerd onder categorie 4 van jaarrond beschermde nesten: ‘nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt moet worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft.’ (bron: Gedeputeerde Staten van Limburg, 2017). Buizerd Op circa 350 meter buiten de onderzoekslocatie is een broedgeval van de buizerd aanwezig. De onderzoekslocatie maakt deel uit van het foerageergebied van de buizerd. De nestlocatie bevindt zich buiten de directe verstoringsafstand van het plangebied. Daarnaast zal doordat de buizerd doorgaans een groot jachtterritorium heeft tot enkele kilometers van het nest ook geen sprake zijn van een wezenlijke afname van het foerageergebied van de buizerd. Ten aanzien van de buizerd worden geen overtredingen van de Wet natuurbescherming voorzien. Wulp Binnen de onderzoekslocatie is in 2018 één (waarschijnlijk) broedend wulpenpaar waargenomen. Het beschermingsregime van de wulp komt overeen met die van de buizerd (categorie 4 Limburg, functioneel leefgebied moet op regionaal niveau gegarandeerd blijven en de soort bevat voldoende flexibiliteit om elders een nestplaats te zoeken).

De wulp maakt in Nederland vooral gebruik van agrarisch cultuurlandschap als foerageergebied en voor nestlocaties. Direct ten noorden en westen van de onderzoekslocatie zijn diverse agrarische en begraasde natuurterreinen aanwezig met voldoende alternatief leefgebied voor de wulp. Op regionaal niveau zijn deze habitattypes tevens voldoende aanwezig en bovendien zijn de aangetroffen aantallen broedparen (één paar wulp) erg laag. Daarom is ook in onderhavige situatie sprake van behoud van de functionaliteit van de regio voor de betreffende soort en geen invloed op de populatie op regionaal niveau. Overtreding van artikel 3.1 lid 2, 4 en 5 is niet aan de orde zolang de werkzaamheden plaatsvinden buiten de periode dat de wulp broedt. Dit, en eventueel andere maatregelen, dienen te worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol. 6.5

Das

De das is beschermd conform artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de verblijfplaatsen mogen niet worden weggenomen. Op de onderzoekslocatie zelf zijn een aantal vluchtpijpen van de das aanwezig welke enkel voor korte periodes door de das in gebruik zijn geweest afgelopen jaar. Als gevolg van de voorgenomen plannen zullen dan ook enkele vluchtpijpen van de das verloren gaan. De voorgenomen ingrepen kunnen een negatief effect hebben op de das. Voor de voorgenomen ingreep zal een ontheffing, met de daarbij benodigde maatregelen voor de das, aangevraagd dienen te worden ten aanzien van de verboden als vermeldt in artikel 3.10. Op de onderzoekslocatie is tevens een hoofdburcht van de das aanwezig in het oostelijke bosperceel. De initiatiefnemer is voornemens het gehele bosperceel in de toekomstige situatie duurzaam te behouden. Ondanks dat het bosperceel zelf in de toekomstige situatie duurzaam behouden blijft kan de planvorming indirect leiden tot een afname van de functionaliteit van de hoofdburcht. Als gevolg van de voorgenomen plannen zal namelijk circa 6 ha aan begraasd weiland en 29 ha aan wisselend agra-

Rapport 5584.002 versie D1

Pagina 26 van 30

risch omgevormd worden naar bedrijventerrein. Om te bepalen of als gevolg van de voorgenomen plannen de functionaliteit van de aanwezige voortplantingslocatie achter uit gaat dient ten behoeve van een activiteitenplan een gebiedsanalyse uitgevoerd te worden. Hieruit kan bepaald worden in hoeverre preferent en secundair leefgebied van de das verloren gaat als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van deze gebiedsanalyse kunnen de benodigde mitigerende en/of compenserende maatregelen bepaald worden. De functionaliteit van de voortplantingsplaats van de das moet voor, tijdens en na uitvoer van de geplande activiteiten gegarandeerd kunnen worden door het treffen van mitigerende dan wel compenserende maatregelen. 6.6

Vleermuizen

Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Wet natuurbescherming ondergebracht in artikel 3.5. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: "het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort". Dit houdt in dat niet alleen de verblijfplaatsen maar ook de verbindingen hiertussen (vliegroutes) en de foerageergebieden bescherming genieten. 6.6.1

Verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis

Als gevolg van de voorgenomen plannen gaan twee zomer- en paarverblijfplaatsen, één zomerverblijfplaats en drie paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis verloren. Voor de voorgenomen ingreep zal een ontheffing, met de daarbij benodigde maatregelen voor de gewone dwergvleermuis, aangevraagd dienen te worden ten aanzien van de verboden als vermeldt in artikel 3.5, lid 2 en 4. De functionaliteit van de verblijfplaatsen moet voor, tijdens en na uitvoer van de geplande activiteiten gegarandeerd kunnen worden door het treffen van mitigerende dan wel compenserende maatregelen. 6.6.2

Foerageerfunctie en vliegroute

De lijnvormige elementen op de onderzoekslocatie vervullen de functie van vliegroute met zijdelingse foerageerfunctie voor gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Een deel van de lijnvormige elementen (voornamelijk aan de oostzijde) worden ook gebruikt als vliegroute door meer kritische soorten als de gewone grootoorvleermuis, watervleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis. De initiatiefnemer is voornemens de lijnvormige elementen op de onderzoekslocatie zoveel mogelijk te behouden. Als gevolg van de voorgenomen plannen zal mogelijk wel een toename zijn in verlichting op deze elementen. Om te voorkomen dat de lijnvormige elementen de functie van vliegroute en foerageerfunctie verliezen wordt geadviseerd om de bomenrijen te versterken en uitstralende verlichting te beperken. De mitigerende maatregelen dienen te worden vastgelegd in het activiteitenplan.

Rapport 5584.002 versie D1

Pagina 27 van 30

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Econsultancy heeft in opdracht van Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Smakterheide 3 e.o. te Venray. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en ontwikkeling van het bedrijventerrein Klaver 15 naar aanleiding van de resultaten van de quickscan flora en fauna die Econsultancy op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 5584.001, versie D2, d.d. 23 januari 2018). Voorgenomen ingreep Ten behoeve van de voorgenomen plannen zullen de agrarische percelen en weilanden verdwijnen, de aanwezige gebouwen gesloopt worden, de waterlopen mogelijk verlegd en/of gedempt worden en zullen delen van bosschages mogelijk verdwijnen. Conclusie Op de onderzoekslocatie zijn functies aanwezig van huismus, steenuil, boerenzwaluw, diverse soorten vleermuizen en de das, zie tabel VII. Voor deze soorten zullen de benodigde maatregelen omschreven dienen te worden in een activiteitenplan ten behoeve van een ontheffingsaanvraag op de Wet natuurbescherming. Tabel VII. Aangetroffen soorten en functies op de onderzoekslocatie Soort Huismus Steenuil Boerenzwaluw Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en watervleermuis Das

Functie Nestlocatie en functioneel leefgebied Nestlocaties en functioneel leefgebied Nestlocaties en functioneel leefgebied Verblijfplaatsen, vliegroute en foerageerfunctie Vliegroute en foerageerfunctie

Ontheffingsaanvraag? Ja: artikel 3.1 lid 2 en 4 Ja: artikel 3.1 lid 2 en 4 Ja: artikel 3.1 lid 2 en 4 Ja: artikel 3.5 lid 2 en 4 Ja: artikel 3.5 lid 2 (en 4)

Vaste rust en verblijfplaats (hoofdburcht en vluchtpijpen) en functioneel leefgebied

Ja: artikel 3.10 lid 1

Econsultancy Boxmeer, 6 februari 2019

Rapport 5584.002 versie D1

Pagina 28 van 30

8

LITERATUURLIJST

Literatuur Bergers, P.J.M., 1997. Kleine zoogdieren inventariseren: het kan efficiënter. Zoogdier 8 (3): p. 3-7. Bloem H., Boer K., Groen N. M., van Harxen R. & Stroeken P. 2001. De Steenuil in Nederland. Handleiding voor onderzoek en bescherming. Stichting Steenuilenoverleg Nederland (STONE) STONE 2011, Handleiding voor onderzoek en bescherming. Bremer van den, L., van Harxen R. & Stroeken R. 2009. Terreingebruik en voedselkeus van broedende Steenuilen in de Achterhoek. SOVON-Onderzoeksrapport 2009/02. SOVON Vogelonderzoek Nederland, Beek-Ubbergen. Fink P.1989. Seasonal variation of territory size with the little owl (Athene noctua). Oecologia 83: 6875. Gedeputeerde Staten van Limburg, 2017. Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming, d.d. 14 november 2017. Grzywaczewski G. 2009. Home range size and habitat use of the little owl Athene noctua in East Poland. Ardea 97(4): 541-545. Heijnen, J.H. 1990. Meles, een draagkrachtmodel voor de das Meles meles (L.). Landinrichting 1990/30 (4): 11-21. Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl

Vleermuisprotocol

maart

2017.

Zuberogoitia I., Zabala J., Martínez J.A., Hidalgo S., Martínez J.E., Azkona A. & Castillo I. 2007. Seasonal dynamics in social behavior and spacing patterns of the little owl Athene noctua. Ornis Fennica 84: 173-180. Rapportages en memo’s Memo 5584.005, versie D1 d.d. 22 oktober 2018. Populatie-grootte onderzoek waterspitsmuis. Econsultancy. Rapport 5584.001, versie D2, d.d. 23 januari 2018. Quickscan flora en fauna te Klaver 15. Econsultancy. van Bochove K. 2018. eDNA onderzoek naar waterspitsmuis. Rapport RA2018045, Datura, Huissen. Kennisdocumenten BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017. Kennisdocument Das, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017. Kennisdocument Kerkuil, versie 1.0, juli 2017.

Rapport 5584.002 versie D1

Pagina 29 van 30

Rapport 5584.002 versie D1

Pagina 30 van 30

Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/EHS hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/ EHS, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden.

Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kun oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.

Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing

De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status.

Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Vaste rust- of verblijfplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levencyclus van een individu. Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk.

Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf. Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9370735/1