CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

TAMIMRO202401 Ruimtelijke motivatie v5

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Grootdorp 39, Merselo.27.576 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Hoofdstuk 22M Grootdorp 39 Merselo ETFAL-toetsing

Opgesteld door: Datum: PlanIDN:

N.P.M. Maes 12 mei 2025 NL.IMRO.0984.TAM22009-va01

Disclaimer tekst Bij het samenstellen van is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Het kan voorkomen dat informatie in deze rapportage niet juist of onvolledig is. De opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Mocht u van mening zijn dat er beeldmateriaal is gebruikt waarvoor u beeldrecht heeft, neem dan contact op via onze website of bovengenoemd adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgenomen of openbaar worden gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door kopieën, foto’s of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2

Inhoudsopgave

3

1.1.

Aanleiding

5

1.2.

Projectgebied

5

1.3.

Het Omgevingsplan

6

1.4.

Leeswijzer

9

3.1.

Planvoornemen

13

3.2.

Procedure

19

4.1.

Rijksbeleid

20

4.2.

Provinciaal beleid

21

4.3.

Omgevingswaarden

28

4.4.

Regionaal beleid

29

4.5.

Gemeentelijk beleid

31

5.1.

Landschappelijke kwaliteit

40

5.2.

Cultureel erfgoed en archeologie

42

5.3.

Stedenbouw en architectuur

44

5.4.

Ladder voor duurzame verstedelijking

46

6.1.

Beschermen van de gezondheid

48

6.2.

Milieubelastende activiteiten

48

6.3.

Bedrijven en milieuzonering

50

6.4.

Geluid door activiteiten

52

6.5.

Geur door activiteiten

56

6.6.

Bodemkwaliteit

60

6.7.

Wegen, verkeer en parkeren

60

6.8.

Kwaliteit van de buitenlucht

63

6.9.

Omgevingsveiligheid

66

6.10.

Natuur

67

6.11.

Water en watersystemen

68

6.12.

Niet gesprongen explosieven

70

6.13.

Duurzaamheid

70

4

8.1.

Financiële haalbaarheid

73

8.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

73

8.3.

Belangenafweging en conclusie

74

9.1.

Algemene planopzet

75

Inleiding 1.1. Aanleiding De initiatiefnemer is sinds 2022 eigenaar van de locatie Grootdorp 39 in Merselo (hierna: “planlocatie”). De initiatiefneemster woont in de bestaande woning op de planlocatie en exploiteert in Gemert een zorginstelling. Vanuit de zorginstelling is er een structurele vraag naar nieuwe zorgplekken en de wens om de bestaande zorginstelling verder uit te breiden met een nieuwe zorglocatie waar zorg kan worden geboden in een rustige en groene omgeving en waar een directe verbinding kan worden gemaakt tussen de bewoners en hun directe omgeving. De planlocatie, centraal gelegen in Merselo, biedt unieke mogelijkheden om een nieuwe zorglocatie te realiseren in een groene en rustige omgeving waarin direct contact tussen bewoners en de samenleving mogelijk is. De realisatie van een nieuwe zorglocatie is echter niet rechtstreeks mogelijk binnen de bestaande planologisch-juridische regeling zoals opgenomen in het “Omgevingsplan gemeente Venray”. Om de nieuwe zorglocatie te kunnen realiseren is dan ook een afwijking of wijziging van de regels in het omgevingsplan noodzakelijk. Namens de initiatiefnemer is in 2023 dan ook een verzoek ingediend om medewerking te verlenen aan het planvoornemen en de realisatie van een nieuwe zorglocatie mogelijk te maken. Op 5 september 2023 is door de gemeente principemedewerking verleend aan het planvoornemen.

In overleg met de gemeente is besloten om de gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken middels een TAMIMRO-procedure.

1.2. Projectgebied Het plangebied bestaat uit percelen die kadastraal bekend zijn als gemeente Venray, sectie Z, nummers 677, 741, 742 en 761 en is 46.278 m2 groot. De woning en bijgebouwen liggen centraal in de kern Merselo. De noordzijde grenst direct aan het centrum. Aan de overzijde van de weg staan de kerk, het voormalige jeugdhonk en de oude school.

1: Plangebied

5

De zuidkant percelen 741 en 742 grenzen aan het buitengebied van Merselo. Deze percelen worden al decennia gebruikt ten behoeve van de huidige woonfunctie. De percelen zijn omgeven door een groen raamwerk dat aan de oostzijde doorbroken is. De woning is direct aan Grootdorp gesitueerd. Achter de woning staan enkele bijgebouwen. De overige delen van deze percelen zijn onbebouwd. Percelen 677 en 761 zijn agrarische percelen en zijn onderdeel van het buitengebied rondom de kern Merselo. Perceel 677 is in 2023 aangekocht door de initiatiefnemers en door de vorige eigenaren in gebruik geweest voor het beweiden van vee en houden van paarden. Om het perceel staan enkele bouwwerken. Perceel 761 is eind november 2024 aangekocht door de initiatiefnemers en is tot op heden in gebruik als agrarisch perceel. Omdat beide agrarische percelen binnen 50 meter van percelen 741 en 742 liggen vormen ze mogelijk een belemmering voor de ontwikkeling van de zorglocatie in het kader van het aspect ‘spuitzonering’. Om deze reden wordt op de percelen binnen een straal van 50 meter van percelen 741 en 742 het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen uitgesloten.

2: Topografische ligging

Vanwege de ligging van de locatie in de kern en direct aan het buitengebied is er sprake van enige mate van functiemenging. In de directe omgeving is hoofdzakelijk sprake van woonfuncties die worden afgewisseld door maatschappelijke functies (kerk, jeugdhuis, school) en enkele bedrijfsfuncties. In het buitengebied is vooral sprake van de aanwezigheid van (voormalige) agrarische bedrijven en agrarisch grondgebruik.

1.3. Het Omgevingsplan Het vigerend “Omgevingsplan gemeente Venray” is in werking getreden op 1 januari 2024. Het onderliggende ruimtelijke kader is opgenomen in de voormalige bestemmingsplannen “Merselo”, vastgesteld op 16 december 2014, “Buitengebied Venray 2010” vastgesteld op 14 december 2010 en de daarop volgende herzieningen. Percelen 741 en 742 De percelen 741 en 742 hebben de hoofdfunctie ‘Wonen’. Gronden met de hoofdfunctie “Wonen” zijn primair bedoeld ten behoeve van de woonfunctie. Bedrijfsmatige activiteiten, buiten beroepen aan huis, zijn niet toegestaan. Op de locatie ligt tevens de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 4” die is opgenomen ter bescherming van mogelijke archeologische waarden in de bodem. 6

Op de locatie liggen tevens de gebiedsaanduidingen ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’ en ‘luchtvaartverkeerszone”. De ‘Vrijwaringszone – Molenbiotoop” is opgenomen ter bescherming en instandhouding van de belangen van de bestaande molen als werktuig en beeldbepalend element. Ook ligt binnen het plangebied de gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerzone’ die is opgenomen ter bescherming van vliegbasis “De Peel”. Binnen deze gebiedsaanduiding gelden beperkingen ten aanzien van de

3: Uitsnede omgevingsplan gemeente Venray percelen 741 en 742

bouwhoogte van gebouwen. Het bouwen van gebouwen hoger dan 65 meter is niet toegestaan. Percelen 677 en 761 De percelen 677 en 761 hebben de hoofdfunctie “Agrarisch met waarden”. Gronden met deze hoofdfunctie zijn primair bedoeld voor agrarisch grondgebruik. Op de gronden liggen tevens de dubbelbestemmingen “Waarde – Archeologie -2” en “Waarde – Archeologie – 3” ter bescherming van mogelijke archeologische waarden in de bodem. De dubbelbestemming “Waarde – Esgronden” is opgenomen te bescherming van de landschapswaarden die de oude esgronden typeren.

7

4: Uitsnede voormalig bestemmingsplan "Buitengebied Venray, herziening locaties" perceel 677

Op de gronden liggen tevens de gebiedsaanduidingen ‘Reconstructiewetzone – Verwevingsgebied” en “Luchtvaartverkeerzone” en de maatvoering “Maximum bouwhoogte (m): 80”. Binnen de “Reconstructiewetzone – Verwevingsgebied” is de verdere ontwikkeling van intensieve veehouderijen mogelijk. Deze zonering heeft door het vervallen van het onderliggende provinciale beleid geen inhoudelijke werking mee. Binnen de aanduiding “Luchtvaartverkeerszone” en ‘Maximum bouwhoogte (m): 80’ is het verboden om gebouwen te bouwen met een bouwhoogte hoger dan 80 meter.

5: Uitsnede voormalig bestemmingsplan "Buitengebied Venray 2010" perceel 761

8

De realisatie van een nieuwe zorgvoorziening is op de gronden met de hoofdfunctie “Wonen” niet rechtstreeks mogelijk. Het gebruik van de gronden voor zorgactiviteiten en de bouw van de gewenste zorggebouwen, bijgebouwen en parkeerplaatsen is niet rechtstreeks toegestaan. Ten behoeve van de zorgvoorziening wordt tevens een bufferzone voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen opgenomen. De bufferzone dient juridisch-planologisch te worden geborgd. In het vigerend omgevingsplan is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op percelen 677 en 671 immers niet uitgesloten. Om het gebruik van de gronden en bouw van de gewenste zorgvoorzieningen mogelijk te maken en tevens een ‘spuitvrije’ zone op te nemen is een wijziging van het planologisch regime noodzakelijk. Middels een TAMIMRO-procedure wordt een specifieke, op maat gemaakte, planologische regeling voor de percelen gerealiseerd.

1.4. Leeswijzer In de volgende hoofdstukken is de verantwoording van de activiteit opgenomen die met deze omgevingsvergunning mogelijk wordt gemaakt. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving en analyse van de huidige ruimtelijk-functionele situatie. In hoofdstuk 3 wordt verder ingegaan op het planvoornemen en de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 is het planvoornemen beoordeeld aan de hand van relevante planologische en milieukundige aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 6 is de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid opgenomen.

9

Huidige situatie Perceel 741 en 742 Deze percelen worden gebruikt ten behoeve van de woonfunctie. Binnen dit deel van het plangebied staat een woonboerderij die door de initiatiefnemers wordt bewoond. Ten zuiden van de woonboerderij staan een schuur en prieel als bijgebouwen bij de woning. Rondom de woning en bijgebouwen ligt verharding die de bebouwing toegankelijk maakt. De overige delen van de percelen liggen braak en zijn uitsluitend in gebruik als tuin. De randen van de percelen zijn ingepast door een groen raamwerk (bosplantsoen) dat aan de oostzijde is onderbroken en vrij uitzicht biedt op het achterliggende buitengebied. Het staat aan de noordzijde op enige afstand van de perceelsgrens waardoor er een niet-functioneel te benutten ruimte is ontstaan tussen perceelgrens en bosplantsoen. Het grote middendeel bestaat enkel uit gras en wordt als tuin gebruikt door de bewoners. De locatie is toegankelijk via twee inritten ten oosten en westen van de woning. De westelijke inrit ontsluit de carport. Via de oostelijke inrit worden de overige delen van de percelen ontsloten.

6: Huidige situatie Percelen 741 en 742

Percelen 677 en 761 Perceel 677 is in het verleden onderdeel geweest van een agrarisch bedrijfskavel. Na sanering van het agrarisch bedrijf is dit perceel in gebruik geweest ten behoeve van hobbymatig agrarisch grondgebruik. Op het perceel staan enkele gebouwen, waaronder een paardenstal en schuur die door de vorige eigenaren zijn gebouwd. De paardenstal is gedeeld eigendom van een andere eigenaren. Op locatie is tevens een buitenrijbak met verlichting aanwezig. De overige delen van het perceel zijn enkel in gebruik geweest als grasland. Het perceel is toegankelijk vanaf de zuidzijde via Pas. 10

Perceel 677 grenst aan de noord- zuid- en westzijde aan locaties met de hoofdfunctie ‘Wonen’. Ten oosten grenst het perceel aan perceel 761 dat de hoofdfunctie ‘Agrarisch met waarden’ heeft. Perceel 761 is tot op heden in gebruik als agrarische productiegrond. De gronden zijn gebruikt voor de teelt van verschillende akker- en tuinbouwgewassen. Het perceel is sinds eind november 2024 eigendom van de initiatiefnemers. Het perceel is toegankelijk vanaf de zuidzijde via Pas en vanaf de noordzijde via de percelen 741 en 742. Perceel 741 grenst aan de noordzijde aan diverse woonfuncties aan Grootdorp. Aan de oostzijde aan diverse akkerbouwpercelen en aan de zuidzijde aan twee (voormalige) agrarische bedrijven. Aan de westzijde grenst het perceel aan perceel 677.

7: Huidige situatie percelen 677 en 741

Bestaande zorg In 2019 is Zorgcentrum het Leefhuis opgericht. Het zorgcentrum richt zich op cliënten met een ontwikkelingsachterstand en/of licht verstandelijke beperking, zoals: • Sociaal-emotionele achterstanden; • Autisme; • ADHD; • Down-sydroom. Het zorgcentrum is voornamelijk gericht op kinderen (jeugdigen) en jongvolwassenen, maar biedt ook zorg aan volwassen. Er wordt dagbesteding, individuele begeleiding, naschoolse opvang en logeer-, weekenden vakantieopvang aangeboden in een huiselijke, vertrouwde, herkenbare en kleinschalige setting. De zorg wordt aangeboden en onderverdeeld in de thema’s mens, dier, natuur en plezier en activiteiten worden binnen deze thema’s aangeboden. Het Leefhuis beschikt over de noodzakelijke logeercodes in het kader van de Jeugdwet. Het bedrijf bestaat uit een team van 16 fulltime en parttime medewerkers en stagiaires en momenteel worden 55 cliënten (die in de filosofie van Het Leefhuis “deelnemers” worden genoemd) begeleid. Een 11

begeleider begeleid maximaal 4 tot 6 deelnemers om zo goede en intensieve ondersteuning te kunnen bieden. Deelnemers worden geholpen in hun zelfstandigheid en zelfredzaamheid en worden begeleid in de dagbesteding en persoonlijke ontwikkeling. Er is geen zorg voor rolstoeldeelnemers of mensen met een lichamelijke beperking. Eigen zorg en vaste woonplekken worden voor het overgrote deel door deelnemers zelf met eigen PGBbudget vanuit de WLZ ingekocht. Ook vindt incidenteel inkoop vanuit ouders/verzorgers vanuit de WMO en de jeugdwet plaats en vindt voor één tot twee personen per jaar uithuisplaatsing door jeugdbescherming plaats (pleegzorg). Het Leefhuis heeft contracten met de Peelgemeenten in Zuidoost-Brabant (WMO) en bedient daarnaast deelnemers in de regio’s Zuidoost-Brabant en Noord- en Midden-Limburg. In 2025 is Het Leefhuis als gecontracteerd zorgaanbeider voor WMO in Midden-Limburg. In de huidige situatie worden slaapplekken beschikbaar gesteld voor jeugdigen en jongeren in de Jeugdzorg. Door een gebrek aan slaapplekken kan hier echter nauwelijks gehoor aan worden gegeven. Ondanks recente uitbreiding naar Heibloem kan nog steeds niet voldaan worden aan de vraag naar voldoende zorgplekken. Er is enerzijds een sterke behoefte voor meer structurele, langdurige zorg in de vorm van week- of weekendbegeleiding.

Anderszijds is er behoefte aan meer logeerplekken waar deelnemers kunnen verblijven gedurende de weekenden of korte aaneengesloten periodes van enkele dagen. Het huidig aantal slaapplekken is op dit moment te weinig om de gewenste zorg te kunnen bieden. Ook is er een grote behoefte aan meer buitenruimte om beter invulling te kunnen geven aan de thema’s ‘dier’ en ‘natuur’. Op de huidige locatie in Gemert kan hier niet in worden voorzien.

12

Gewenste ontwikkeling 3.1. Planvoornemen Realisatie nieuwe zorgvoorziening De initiatiefnemer is voornemens om op perceel 742 een nieuwe zorgvoorziening te realiseren. De bestaande activiteiten van zorgcentrum ‘Het Leefhuis’ worden op de locatie in Merselo verder uitgebreid. Op locatie wordt een kleinschalige zorgvoorziening voor 24 permanente deelnemers, vaste woonplekken, en 8 kamers voor 2 personen, in totaal voor 16 deelnemers, logeeropvang gerealiseerd. Permanent verblijf Op locatie worden twee zorgvoorzieningen voor elk 12 permanente deelnemers opgericht. De deelnemers verblijven structureel en onder 24-uurs begeleiding op locatie en gaan gemiddeld slechts één keer per twee weken naar huis. Het betreft 24 vaste woonplekken. Alle deelnemers hebben een hulpvraag in combinatie met een licht verstandelijke beperking of ontwikkelingsachterstand en kunnen door hun eigen persoonlijke kring niet de juiste zorg en ondersteuning worden geboden. Het Leefhuis werkt volgens de principes van koersvrijheid, groeigeluk, verbinding en vertrouwen en ontwikkelkracht. Er wordt ondersteuningsgericht gewerkt, hetgeen betekent dat de begeleiding zich richt op wat een deelnemer nodig heeft om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen en te kunnen functioneren in het dagelijks leven.

De focus ligt hierbij niet op de beperking, maar op de ondersteuningsbehoefte: wat heeft iemand nodig om zich veilig, begrepen en competent te voelen? De begeleiding sluit aan bij de wensen, mogelijkheden en het tempo van de deelnemer, met als doel zoveel mogelijk zelfstandigheid, eigen regie en kwaliteit van leven. Afhankelijk van het niveau van de deelnemer wordt ingezet op verder ontwikkelen of behouden van wat er is, het bieden van rust en het creëren van een veilige en vertrouwede plek om te zijn. De ondersteuningsgebieden sluiten daarom altijd aan bij de individuele situatie en helpen om een passende begeleiding te bieden, gericht op ontwikkeling waar het kan, comfort, stabiliteit en kwaliteit van leven waar dat belangrijker is. Het bieden van veiligheid, comfort en stabiliteit begint dan ook bij het aanbieden van permanente plekken voor maximaal 24 deelnemers. De deelnemers verblijven gedurende de gehele week op locatie en onder constante zorg en begeleiding van zorgprofessionals. Alle begeleiding wordt verzorgd door SKJgeregistreerde hbo’ers of mbo4-professionals onder begeleiding van een eigen orthopedagoog en toegepast psycholoog. Om een veilige en geborgen setting te creëren is er voor gekozen om twee kleinschalige woonzorggebouwen op te richten waarin maximaal 12 deelnemers verblijven.

Elke deelnemers heeft een eigen slaapkamer waar hij of zij zich in een vertrouwde omgeving kan terugtrekken en een gevoel van privé heeft. Overige ruimtes, zoals de woonkamer, activiteitenruimte en keuken worden gedeeld. Activiteiten vinden zowel binnen in de woonzorggebouwen als buiten in de tuin van de zorgvoorziening plaats. Afhankelijk van het niveau en de behoefte van deelnemers worden diverse activiteiten aangeboden in de zorgvoorziening en daarbuiten. Om de sociale interactie met de omgeving te bevorderen worden daar waar mogelijk activiteiten ondernomen in Merselo. Het initiatief past daarmee binnen de transformatiegedachte van de zorg die gericht is op normalisering, tijdelijkheid, ontwikkelgerichte zorg en een zo thuis mogelijke setting. Aan het basisprincipe zorg het best zo thuis mogelijk bij eigen ouders/verzorgers kan worden geboden kan door omstandigheden in het gezin of door de complexe problematiek niet altijd worden voldaan. In die situaties is het dan toch goed dat 13

deelnemers ergens anders gaan wonen. In lijn met de gedachte ‘zo thuis mogelijk’ wordt door het Leefhuis een kleinschalige en vertrouwde woonomgeving geboden met duidelijkheid en vastigheid. In deze woonomgeving wordt gewerkt aan de verdere ontwikkeling van deelnemers in samenwerking met opgeleide zorgprofessionals met het doel de deelnemer verder te laten ontwikkelen en groeien. In lijn met de normaliseringsgedachte wordt met deelnemers gewerkt aan doelen die ze wél kunnen realiseren, ontwikkelgericht en afgestemd op de individuele deelnemer. Met eigen zorgprofessionals en het bieden van een veilige en geborgen setting wordt een sterke pedagogische omgeving gecreëerd waarbinnen optimale voorwaarden aanwezig zijn voor de deelnemer om te groeien. Met de ligging van de woonzorgvoorziening in de kern Merselo is een bewuste keuze gemaakt om er voor te zorgen dat de deelnemers onderdeel worden van het sociale netwerk en integreren in hun omgeving. Deze sociale interactie wordt bevorderd door gedeeltelijke openstelling van de voorzieningen (theetuin, speeltuin, speelweide) voor o.a. omwonenden. De deelnemers zijn voornamelijk jeugdigen en jong volwassenen en verblijven voor onbepaalde tijd op de locatie. Het betreft in dit geval voornamelijk deelnemers die vallen onder de Jeugdwet en de Wlz PGB.

Ook worden per jaar één a twee plekken ingevuld voor kinderen die bijvoorbeeld door jeugdbescherming uit huis worden geplaatst (pleegzorg). In de basis verblijven deelnemers permanent en voor lange tijd in de nieuwe woonzorgvoorziening. Daar waar de gezinssituatie en de ontwikkeling van de deelnemer het toelaten, of de deelnemer en zijn verzorgers een keuze maken voor een andere woonplek, kan uiteindelijk ook weer uitstroom van deelnemers plaatsvinden. Reguliere ouderenopvang en/of verpleeghuiszorg is uitgesloten. Logeeropvang Op dit moment worden al, indien ruimte beschikbaar is, slaapplekken beschikbaar gesteld voor jeugdigen en jong volwassenen in de jeugdzorg. Omdat er echter een structureel tekort aan voldoende slaapplekken is kan aan deze vraag nauwelijks gehoor worden gegeven. Vanuit haar ambitie is Het Leefhuis voornemens om, naast de permanente opvang, een logeeropvanglocatie te realiseren binnen het plangebied. Om hierin te voorzien wordt een logeeropvang met 8 slaapkamers voor elk twee personen, in totaal 16 slaapplekken, gerealiseerd. Deelnemers verblijven hier bijvoorbeeld gedurende weekenden, of andere kortdurende periodes van 2 tot 3 dagen aaneengesloten dagen. Met dit initiatief wordt aangesloten bij de productcatologus en de productcodes zoals deze gehanteerd worden binnen de regio Noord-Limburg voor het product ‘Logeren’.

Logeren bij Het Leefhuis wordt een specialistische vorm van zorg die aansluit bij de productcatologus Noord-Limburg en aanvullend is op de inzet van het systeem van steungezinnen. Het logeren is daarbij geen op zichzelf staand doel maar wordt altijd gekoppeld aan tijdelijke- begeleidings- en/of behandeldoelen. Waar het netwerk en steungezinnen opvang kunnen bieden bij lichtere ondersteuningsvragen, richt Het Leefhuis zich op de meer complexe hulpvragen waarvoor professionele en gespecialiseerde begeleiding noodzakelijk is. Op deze manier draagt logeren bij aan het ontlasten van ouders en verzorgers, het behoud van de thuissituatie en het voorkomen van zwaardere vormen van hulp zoals residentiële jeugdzorg of uithuisplaatsing. In de logeeropvang staat professionele begeleiding centraal. Deze begeleiding wordt verzorgd door SKJgeregistreerde hbo’ers en mbo4-professionals. De opvang is kleinschalig, huiselijk en met aandacht voor dagstructuur, sociale interactie, ontspanning en het behalen van persoonlijke ontwikkelingsdoelen. De orthopedagoog en toegepaste psycholoog van Het Leefhuis hebben een belangrijke rol in de logeeropvang: Ze zijn verantwoordelijk voor de inhoudelijke aansturing, methodische onderbouwing en periodieke evaluatie van de voortgang.

Hiermee wordt gewaarborgd dat de logeeropvang niet alleen ontlast, maar ook doelgericht bijdraagt aan ontwikkeling en stabiliteit. De logeeropvang is flexibel inzetbaar: in weekenden, vakanties, dagdelen of etmalen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen licht/midden en zwaar logeren conform de productcodes uit de regionale productcatologus. Deze differentiatie maakt maatwerk mogelijk, afgestemd op de 14

ondersteuningsbehoefte van jeugdigen en het gezin, waarbij altijd gewerkt wordt aan ontwikkelingsdoelen die bijdragen aan groei, normalisering en het versterken van het eigen netwerk. Aansluiting bij de transformatieopgave Noord-Limburg In de segmentoverstijgende inleiding van de nieuwe aanbesteding Jeugd wordt ingezet op: • Normaliseren en versterken van het netwerk; • Voorkomen van residentiële jeugdhulp; • Tijdige en passende ondersteuning in de eigen omgeving. Deze uitgangspunten worden door het Leefhuis volledig onderschreven. Waar de regio inzet op alternatieven zoals buurtgezinnen, Steun door Jou en deeltijdpleegzorg, zijn deze oplossingen in de praktijk niet altijd beschikbaar of passend. Vooral bij jeugdigen met gedragsproblemen, ontwikkelingsachterstanden, autisme, ADHD, emotieregulatie- en prikkelverwerkingsproblemen of combinatieproblematiek is professionele nabijheid en methodisch werken vereist. In die gevallen biedt de logeeropvang bij Het Leefhuis een noodzakelijke tussenvoorziening die voorkomt dat gezinnen vastlopen of dat jeugdigen uit huis geplaatst moeten worden. De logeeropvang is gericht op de ontwikkeling van het kind, ondersteunend aan de thuissituatie doordat ondersteuning wordt geboden bij complexe hulpvragen en ontlasting van ouders/verzorgers/steungezinnen mogelijk maakt.

In de logeeropvang wordt gewerkt aan inhoudelijke doelen voor deelnemers op pedagogisch vlak, het opdoen van sociale contacten en interactie en het werken aan gedrag en gedragsproblemen. Ook wordt er gewerkt aan zelfredzaamheid en zelfstandigheid, aan gedrag en aan het bieden van voorspelbaarheid, veiligheid en duidelijke kaders. Er wordt geoefend met dagelijkse vaardigheden, het vergroten van emotieregulatie en prikkelverwerking, het versterken van functies en het bevorderen van participatie en betrokkenheid. Dit zorgt voor directe verlichting van de zorgbelasting voor ouders en verzorgers en ondersteund het kind op meerdere ontwikkelingsgebieden. Logeren is geen lichte of informele ondersteuning, maar een specialistische voorziening die aanvullend is op het voorliggend veld. Het vraagt om methodisch werken, continu professioneel toezicht en een veilige, pedagogisch ingerichte omgeving en kan om deze reden niet zomaar door het voorliggend veld worden opgevangen. Zeker bij jongeren met bovengenoemde problematiek is deskundige begeleiding noodzakelijk. Binnen Het Leefhuis wordt deze begeleiding geborgd door SKJ-geregistreerde hbo’ers en mbo4professionals, ondersteund door een orthopedagoog en toegepaste psycholoog die inhoudelijke sturing en evaluatie verzorgen.

Hiermee waarborgen wij dat logeeropvang niet alleen ontlast, maar ook doelgericht bijdraagt aan ontwikkeling en stabiliteit. De logeeropvang is een preventieve en toekomstbestendige voorziening die voorkomt dat problematiek escaleert en zwaardere vormen van jeugdhulp noodzakelijk worden. Door tijdelijke ontlasting te bieden aan ouders en verzorgers, wordt de draagkracht van gezinnen vergroot en wordt bijgedragen aan het behoud van de thuissituatie. Tegelijkertijd wordt binnen de logeeropvang doelgericht gewerkt aan de ontwikkelingsdoelen van jeugdigen, onder begeleiding van hbo- en mbo-professionals en vindt inhoudelijke sturing door de eigen orthopedagoog en toegepast psycholoog plaats. De opvang kan flexibel worden ingezet, variërend van weekend- en vakantieopvang tot kortdurende dagdelen of etmalen. Deze maatwerkbenadering sluit aan bij de hervormingsagenda en de productcodes in de regionale productcatalogus. Zo wordt op het juiste moment de juiste ondersteuning geboden, passend bij de specifieke hulpvraag en afgestemd op de transformatiedoelen van de regio. De inrichting van de logeeropvang is stevig verankerd in de kernwaarden van Het Leefhuis: koersvrijheid, groeigeluk, vertrouwen en verbondenheid, en ontwikkelkracht. Deze kernwaarden vormen de rode draad in het handelen en geven richting aan de manier waarop jeugdigen worden begeleiden. Binnen de 15

logeeropvang worden structuur en voorspelbaarheid met ruimte voor eigen regie (koersvrijheid) gecombineerd. Er wordt een omgeving gecreëerd waarin jeugdigen kunnen groeien en geluk ervaren (groeigeluk). Vertrouwen en verbondenheid zijn de basis voor veilige relaties met begeleiders en mededeelnemers, terwijl de organisatie met ontwikkelkracht en methodisch werken gericht is op duurzame ontwikkeling. Zo maken de kernwaarden de logeeropvang niet alleen tot een tijdelijke vorm van ontlasting, maar ook tot een plek waar blijvende groei en versterking van gezinnen centraal staan. Samenwerking met lokale partners Het Leefhuis werkt actief samen met lokale partners zoals basisscholen, welzijnsorganisaties, wijkteams en huisartsen. Bij aanmelding en plaatsing van een jeugdige wordt altijd samen met verwijzers, en dan met name gemeenten en hun consulenten, afgestemd met het voorliggend veld om te beoordelen of logeeropvang de meest passende vorm van ondersteuning is of dat mogelijk lichtere alternatieven mogelijk zijn. Het Leefhuis onderhoud korte lijnen met scholen en leerkrachten om de ontwikkeling van het kind te monitoren en waar nodig gezamenlijk doelen te formuleren. Met welzijnsorganisaties wordt afgestemd over de logeeropvang, informele ondersteuning en het versterken van het netwerk rondom het gezin.

Betrekken en versterken van het eigen netwerk Voorafgaand aan en tijdens de logeeropvang brengt het Leefhuis samen met het gezin het bestaande netwerk in kaart. Ouders en verzorgers worden gestimuleerd om gebruik te maken van hun eigen netwerk en bieden ondersteuning bij het versterken hiervan, bijvoorbeeld door netwerkgesprekken of het betrekken van steungezinnen. Waar mogelijk wordt logeeropvang gecombineerd met informele ondersteuning, zodat de zorg zo licht en dichtbij mogelijk blijft. Er wordt samen met het gezin gewerkt aan het vergroten van de zelfredzaamheid en het benutten van eigen kracht en mogelijkheden. Dit wordt vastgelegd in een integraal ondersteuningsplan. Afstemming en gezamenlijke evaluatie De voortgang van de jeugdige wordt periodiek geëvalueerd in samenspraak met het gezin, het netwerk en betrokken professionals uit het voorliggend veld. De doelen uit het ondersteuningsplan worden geëvalueerd. Indien nodig wordt de ondersteuning (het ondersteuningsplan) bijgesteld of wordt samen gezocht naar alternatieven binnen het lokale aanbod. Zo wordt gezorgd voor een integrale aanpak en een soepele overgang tussen verschillende vormen van ondersteuning. Normalisering Met dit woonzorgcomplex wordt bewust gekozen voor een plek midden in het dorp, omdat normalisering voor het Leefhuis twee kanten heeft.

De ene kant gaat het om het normaliseren van mensen met een hulpvraag binnen de gemeenschap: deelnemers wonen gewoon tussen andere dorpsbewoners, nemen deel aan het dorpsleven en worden gezien als mede-inwoners in plaats van als een aparte groep. Door laagdrempelige ontmoeting, open communicatie en dagelijkse zichtbaarheid ontstaat vanzelfsprekend contact en inclusie. Er is dan ook nadrukkelijk geen sprake van een gesloten vorm van woonzorg. Aan de andere kant betreft normalisering de wijze waarop met zorgvragen wordt omgegaan. Een hulpvraag wordt niet groter gemaakt dan noodzakelijk is. Passende ondersteuning wordt geboden zonder te groot te maken en te over professionaliseren en er wordt ruimte gelaten voor iemands eigen kracht en het dagelijks functioneren van de zorgvrager. Binnen dit woonzorgproject wordt begeleiding op maat geboden, in proportie met de daadwerkelijke zorgbehoefte De zorg is dichtbij, zichtbaar en praktisch, maar niet verzwaard of geïsoleerd. Op deze manier versterken beide vormen van normalisering elkaar: deelnemers leven gewoon mee in het dorp, terwijl hun ondersteuningsvraag op een normale, beheerste en passende wijze wordt opgepakt. Zo

16

ontstaat een woonomgeving die bijdraagt aan inclusie, zelfredzaamheid en een gezonde balans tussen zorg en gemeenschap. Met de realisatie van een logeeropvanglocatie in Merselo wordt een waardevolle voorziening toegevoegd aan het bestaande jeugdzorgaanbod in Noord-Limburg. Het Leefhuis heeft reeds een goedlopende logeeropvang in Gemert (Zuidoost-Brabant), waar aantoonbare ervaring is opgedaan met het bieden van professionele en kleinschalige opvang. Vanuit die bewezen praktijk wordt bijgedragen aan de verdere uitbreiding van dit aanbod, zodat nog meer deelnemers en gezinnen kunnen worden ondersteunen. Doelstellingen van de transformatie en de Hervormingsagenda Jeugd worden gecombineerd – het normaliseren waar mogelijk, het voorkomen van residentiële plaatsingen en het versterken van gezinnen – met een professioneel, toekomstbestendig en regionaal passend aanbod. Zo wordt ingespeeld op de actuele behoeften van ouders, jeugdigen en gemeenten, en wordt bijgedragen aan een duurzaam en toekomstgericht jeugdzorgstelsel. Op locatie worden alle voor de deelnemers noodzakelijke voorzieningen gerealiseerd. Een wooneenheid met 12 slaapkamers vormt de basis van de voorziening. Elke deelnemer heeft een eigen slaapkamer met eigen sanitaire voorzieningen. In de wooneenheid leven ze samen met andere deelnemers waarbij ze gebruik maken van een gedeelde woonkamer en keuken.

Sanitaire voorzieningen en hobby- en werkruimtes zijn ook aanwezig in de wooneenheid. De wooneenheden hebben een minimale oppervlakte van 200 m 2 (10 meter bij 20 meter).

8: Nieuwe zorglocatie

Op het buitenterrein worden verschillende voorzieningen gerealiseerd voor de deelnemers. Omdat het merendeel van de bewoners jeugdigen en jongvolwassenen betreft worden binnen het plangebied een speeltuin, moestuin, en groene buitenruimte ingericht waarin de deelnemers kunnen spelen, rust kunnen vinden en zich verder kunnen ontwikkelen. Om de binding en het contact met de directe omgeving te stimuleren wordt tevens een thee-/koffiehuisje gebouwd waarin inwoners van Merselo en andere personen 17

buiten de zorgvoorziening gedurende gezette tijden zelfgemaakte producten kunnen kopen en eventueel kunnen nuttigen onder het genot van koffie of thee. Hierbij valt te denken aan taart, jam, compote e.d. met producten uit de eigen moestuin en bijvoorbeeld verkoop van groenten en fruit uit eigen moestuin. De gedurende de dagbesteding gemaakte producten kunnen hier ook worden verkocht. Ook de speeltuin en de het sportveld is gedurende gezette tijden geopend voor kinderen uit Merselo. Op deze wijze wordt ingezet op inclusie en een sterke sociale binding met de directe omgeving. In de uitwerking van de plannen is gebleken dat het nemen van enkele akoestische maatregelen noodzakelijk is om een acceptabel woon- en leefklimaat te borgen voor omwonenden. Deze akoestische maatregelen bestaan onder andere uit het aanleggen van een grondwal en het plaatsen van geluidsschermen. Een geluidsscherm wordt geplaatst aan de noordzijde van het terras zolang fase 3 van de zorgvoorziening nog niet is gerealiseerd. Het tweede geluidsscherm wordt geplaatst op de grens met de aan de noordzijde grenzende percelen. Deze akoestische maatregelen hebben invloed gehad op de indeling van het perceel. Door de aanleg van de grondwal ter hoogte van de zuidgevel van fase 3 en het plaatsen van geluidsschermen wordt een acceptabel woon- en leefklimaat met betrekking tot het aspect geluid gegarandeerd.

De ruimte tussen de nieuw aan te leggen grondwal en fase 3 van de zorgvoorziening wordt een geluidsluwe ruimte en ingericht als prikkelarme ruimte voor bewoners. Op dit deel van het perceel worden enkele fruitbomen en andere beplanting aangeplant en kunnen deelnemers tot rust en tot zichzelf komen. Op dit deel van het perceel vinden geen andere activiteiten plaatsen. Dit betekent dat ook het geplande theehuisje naar de zuidzijde van het perceel is verplaatst. Deze wijzigingen, die betrekking hebben op het gebruik van de gronden en niet op de bebouwing en de parkeerplaatsen, komen tegenmoet aan de wensen van omwonenden. Dit 3de en definitieve stedenbouwkundige concept vormt de basis voor de planologischjuridische regeling.

9: Definitieve stedenbouwkundige concept

18

Akoestische maatregelen Op het terrein worden diverse akoestische maatregelen getroffen om geluidsuitstraling naar omliggende woningen tot een minimum te beperken. Ter hoogte van de nieuwe speeltuin wordt een grondwal aangelegd. Aan de noordzijde van het terras wordt een geluidsscherm geplaatst. En ook in de nog nieuw aan te leggen groenstrook op de noordgrens van het perceel wordt een akoestisch scherm geplaatst. Op de noordelijke perceelsgrens is in 2024 een hekwerk met doek geplaatst. Dit hekwerk wordt aangepast/vervangen om als akoestisch scherm te kunnen functioneren. Daarnaast zijn in dit ruimtelijke plan maximale aantallen bezoekers en gebruikers opgenomen die tegelijk gebruik mogen maken van buitenvoorzieningen als het terras, de speeltuin en het sportveld. Door gebruiksregels in het plan op te nemen worden de maximale aantallen personen op locatie geborgd. Spuitvrije zone Met de realisatie van de nieuwe zorgvoorziening wordt een nieuwe gevoelige functie mogelijk gemaakt op locatie. De nieuwe planologisch-juridische regeling maakt het permanent verblijf van personen op locatie mogelijk en voorziet in ruimere bouwmogelijkheden dan de huidige situatie. In dit kader dient dan ook rekening te worden gehouden met het gezondheidsaspect waarvan het aspect ‘gewasbestrijdingsmiddelen’ een onderdeel is.

Het oprichten van gevoelige functies binnen 50 meter van gronden waarop het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen mogelijk is is niet toegestaan. Ten oosten en zuiden van percelen 741 en 742 liggen percelen (677 en 761) met de hoofdfunctie “Agrarisch met waarden”. In de regels is voor deze gronden geen verbod op het gebruik van gewasbestrijdingsmiddelen opgenomen. Een groot gedeelte van perceel 741 en 742 ligt binnen 50 meter van deze gronden waardoor realisatie van de zorgvoorziening zonder een beperking van de mogelijkheid van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen feitelijk niet mogelijk is. Voor de systematiek van de regels is aangesloten bij het bestemmingsplan “Woningbouw Vlakwater II”. Initiatiefnemers hebben in 2024 percelen 741 en 742 aangekocht met het doel een oplossing te vinden voor de problematiek rondom het gebruik van gewasbestrijdingsmiddelen. Op percelen 741 en 742 wordt de planologisch-juridische regeling dan ook zo aangepast dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is uitgesloten. Op deze wijze wordt ten aanzien van het aspect ‘gewasbestrijdingsmiddelen’ een haalbare oplossing gecreëerd.

3.2. Procedure Het planvoornemen past niet direct binnen de uitgangspunten van het Omgevingsplan. Dit geldt voor de realisatie van de nieuwe zorglocatie en de op te nemen spuitvrije zone op percelen 677 en 761. Een wijziging van het omgevingsplan is dan ook noodzakelijk. Gemeente Venray beschikt op dit moment nog slechts over een tijdelijk omgevingsplan. In de overgangsfase tussen het tijdelijk omgevingsplan en een nieuw omgevingsplan kan voor de wijziging van het omgevingsplan tot en met 31 december 2025 gebruik worden gemaakt van de Tijdelijke Alternatieve Maatregelen, het zogenaamde TAM-Omgevingsplan.

19

Beleid en regelgeving In dit hoofdstuk wordt het relevante beleidskader voor de voorgenomen activiteiten toegelicht en wordt de activiteit hieraan getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden of gemotiveerd van kunnen afwijken. Ook instructieregels in Omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn in dit hoofdstuk opgenomen.

4.1. Rijksbeleid 4.1.1.Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld door de Tweede Kamer. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de vastgestelde omgevingswet volgt de verplichting dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. De NOVI heeft betrekking op het strategisch beleid voor de fysieke leefomgeving, omdat deze een visie is en hoofdzaken bevat van het beleid voor de fysieke leefomgeving (artikel 3.2 Omgevingswet). De NOVI is in de plaats gekomen van gebiedsdekkende structuurvisies, de relevante delen van de natuurvisie, verkeers- en vervoersplannen, strategische gedeelten van nationale en provinciale waterplannen en milieubeleidsplannen. Het Nationaal Milieubeleidsplan en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel vervallen en het NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 (NWP) op grond van de Waterwet.

Belangrijke beleidsbeslissingen, beleidskeuzes en -uitgangspunten staan niet alleen in de NOVI, maar soms ook nog in bestaande beleidsdocumenten. In het NOVI staan in veel gevallen alleen hoofdlijnen van bestaand strategische beleid opgenomen. De concretisering of uitwerking daarvan staat nog steeds in het bestaande beleidsdocument. De nationale belangen die eerder waren geformuleerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn overgenomen in de NOVI. Op ruimtelijke vlak is er beleidsmatig door de NOVI dan ook weinig veranderd. Het planvoornemen is van een dusdanig geringe omvang dat deze geen negatieve invloed heeft op de realisatie van nationale belangen. De NOVI is geen belemmering voor het planvoornemen. 4.1.2.Instructieregels Rijk (AMvB’s) Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b.

de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); c. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert. In het Bkl zijn de volgende hoofdonderwerpen opgenomen: 20

• • • • • •

•

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

In afdeling 5.2 van het Bkl zijn instructieregels opgenomen voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Het gaat daarbij onder andere om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. De bovenstaande onderwerpen komen, indien van toepassing op de activiteit, in de volgende paragrafen aan bod. 4.1.3. Conclusie De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van het Rijk.

4.2. Provinciaal beleid De provinciale regels zijn opgenomen in de Omgevingsverordening Limburg. In de Omgevingsverordening zijn regels gesteld over de uitoefening van taken of bevoegdheden aan de gemeente. De zogenaamde instructieregels o.g.v. art. 2.22 van de Omgevingswet en instructies o.g.v. art. 2.23 Omgevingswet. 4.2.1. Ontwerp provinciale omgevingsvisie Limburg Van 26 mei 2025 tot 7 juli 2025 heeft de Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg en het planMER met bijbehorende passende beoordeling ter inzage gelegen. De POVI is het strategisch plan voor de fysieke leefomgeving in Limburg. In de POVI staan de provinciale ambities, doelen en kaders voor de lange termijn (2025 – 2050). Het document is een integrale leidraad voor hoe de schaarse ruimte in de provincie wordt ingericht, beheerd en gebruikt. De omgevingsvisie is een actualisatie van de POVI uit oktober 2021 en is volgens de standaarden van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) opgebouwd. In het nieuwe POVI zijn 4 overkoepelende ambities geformuleerd voor Limburg die aansluiten bij de lagenbenadering in de ruimtelijke ordening. Om sturing te geven aan de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Limburg wordt een gebiedsdekkende indeling in zones gehanteerd.

De zonering maakt een differentiatie van opgaven, doelen en aanpakken naar deelgebieden mogelijk, rekening houdend met de kenmerken van de verschillende gebieden. De overkoepelende ambities zijn: 1. Sterke steden en dorpen en een goed vestigingsklimaat De bronnen beschrijven dat Limburgse steden en dorpen te maken hebben met diverse opgaven op gebieden als wonen, economie, energie en leefbaarheid, die in samenhang aangepakt moeten worden. Demografische ontwikkelingen, zoals vergrijzing en een krappe arbeidsmarkt, vragen om het versterken van het vestigingsklimaat en het aantrekken en behouden van talent en 21

werknemers. Er is een grote behoefte aan passende woningen, waarbij de uitdaging ligt in het aanpassen van de bestaande voorraad, het stimuleren van doorstroming en het realiseren van nieuwbouw door verdichting, met aandacht voor bereikbaarheid, netwerken en waterveiligheid. De Limburgse economie, met sterke innovatie en een focus op export en het mkb, moet toekomstgericht en circulair worden gemaakt om het verdienvermogen en de werkgelegenheid te behouden, beïnvloed door geopolitieke factoren en de arbeidsmarkt. Belangrijke ambities zijn het realiseren van duurzame verstedelijking, investeren in werklocaties, strategische samenwerkingen (ook grensoverschrijdend), en leven lang ontwikkelen, om Limburg aantrekkelijk te houden en economische kansen te benutten. 2. Balans tussen functies in het landelijk gebied Zo’n 70% van Limburg bestaat uit een landelijk gebied met agrarische en natuurlijke landschappen, waar we een vitaal en herkenbaar gebied nastreven ondanks grote maatschappelijke, economische en ecologische uitdagingen. De belangrijkste opgave is het behouden en ontwikkelen van een toekomstgerichte landbouw die voldoet aan eisen vanuit natuur, water en klimaat, tegelijkertijd met de toenemende ruimtevraag voor stedelijke ontwikkelingen.

Om deze complexe uitdagingen te beheren, wordt een meer gedifferentieerde zonering van het landelijk gebied voorgesteld, waarbij duidelijke keuzes over de ruimte voor diverse functies worden gemaakt. Deze zonering omvat het Natuurnetwerk Limburg en drie typen landbouwgebied (Primair, Groenblauw, Verwevingsgebied), elk met specifieke doelen en de noodzaak om de bedrijfsvoering af te stemmen op het gebied. Met deze aanpak wil men de unieke natuur en het karakteristieke Limburgse landschap beschermen, versterken en in stand houden, rekening houdend met de ruimtelijke opgaven. 3. Toekomstbestendige mobiliteits- en energiesystemen Goede bereikbaarheid en een betrouwbare energievoorziening worden gezien als essentiële randvoorwaarden voor economische en maatschappelijke ambities in Limburg. Er zijn echter grote uitdagingen: de levering, betaalbaarheid en beschikbaarheid van energie staan onder druk, met name door groeiende netcongestie die nieuwe aansluitingen en duurzaamheidsinitiatieven belemmert. Op het gebied van mobiliteit zijn de internationale treinverbindingen ondermaats en staat het openbaar vervoer, vooral op het platteland, onder druk door vergrijzing en veranderd reisgedrag. Limburg streeft naar toekomstbestendige energie- en mobiliteitsnetwerken die toegankelijk, betaalbaar en beschikbaar zijn voor iedereen en bijdragen aan een goed vestigingsklimaat.

Dit wordt nagestreefd door een stevigere rol in energieplanologie en infrastructuur, het verbeteren van (inter)nationale spoorverbindingen, en het bevorderen van multimodaal transport. 4. Een vitale bodem en een robuust watersysteem De vitaliteit van de bodem in Limburg staat onder druk door menselijke activiteiten en klimaatverandering, en de natuurlijke kringloop is verstoord. Klimaatverandering zorgt voor extremer weer met zowel langere droge perioden als meer zware regenbuien, wat het watersysteem uitdaagt. Hoewel de waterkwaliteit verbeterde, stagneert dit en is het water, met name door te hoge nutriëntenbelasting, nog niet schoon en voldoet het niet aan de Europese doelen voor 2027. Er is herstel van de bodem nodig voor een vitale en gezonde bodem die functioneert als een spons, bijdraagt aan schoon drinkwater en weerbaarheid van gewassen. Het is de ambitie om het watersysteem zo robuust en natuurlijk mogelijk in te richten, zodat het zowel droogteperioden kan opvangen als wateroverlast bij zware buien kan beperken, wat cruciaal is voor voldoende en schoon water in Limburg. De opgaven zijn vervolgens per thema geconcretiseerd in doelen. In de ontwerp omgevingsvisie zijn geen concrete doelstellingen voor zorginitiatieven geformuleerd.

Wel is in het thema ‘Wonen’ de volgende passage opgenomen: Opgaven rond woningbouw overschrijden gemeentegrenzen en vragen om regionaal inzicht en een regionale aanpak. Wij hebben een rol in de coördinatie van de bovengemeentelijke afstemming van beleid 22

en een evenwichtige verdeling van opgaven, omdat dit efficiënter en effectiever is. Een goede samenhang en samenwerking tussen gemeenten is daarbij van belang. Wij zien specifiek toe op voldoende en kwalitatief goede (sociale) huisvesting − ook voor aandachtsgroepen − in elke gemeente en met een evenwichtige verdeling over gemeenten in de regio. Toetsing In onderhavige situatie is sprake van een vorm van huisvesting voor een aandachtsgroep die mogelijkheden krijgt om onder 24-uurs begeleiding te wonen. Om deze wijze worden ouders en verzorgers ontlast en wordt voorzien in een specifieke woonbehoefte waarin er sprake is van de juiste zorg en ondersteuning van de bewoners. Gebiedsaanwijzigingen Naast de algemene doelstellingen die op het gehele grondgebied van Limburg van toepassing zijn zijn specifieke gebiedsaanwijzigen van kracht waaruit regels en verplichtingen voortvloeien.

Binnen het plangebied liggen de volgende gebiedsaanwijzingen: • Provinciaal archeologische aandachtsgebieden, te bescherming van mogelijke archeologische waarden in de bodem en het zichtbaar maken van de archeologische waarden om zo archeologie een bijdrage te laten leveren aan een aantrekkelijk woonklimaat en inwoners te verbinden met hun omgeving; • TUG-zones, hebben betrekking op locaties die mogen worden gebruikt door bepaalde categorieën luchtvaartuigen die volgens de Wet luchtvaart ook buiten een luchthaven mogelijk starten of landen; • Uitbreidingsgebieden glastuinbouw 1, waarbinnen de uitbreiding van glastuinbouwbedrijven onder voorwaarden is toegestaan; • Uitsluitingsgebied windturbines, waarbinnen het bouwen van windturbines is uitgesloten; • Velden – Gebiedspaspoort, waarbinnen de kenmerken van het landschapstype “Velden” van toepassing zijn; • Verwevingsgebied, als aanduiding van gebieden die rond bebouwd gebied liggen en waar kansen liggen om verbindingen te leggen: slimme combinaties van landbouw met andere functies, zoals natuurontwikkeling, dag- en verblijfsrecreatie, lokale voedselproductie, wateropgaven, bosontwikkeling en stadslandbouw.

Toetsing Het planvoornemen voorziet in de realisatie van een zorgvoorziening en heeft geen betrekking op doelstellingen, regels of voorwaarden die betrekking die voortvloeien uit de gebiedsaanwijzingen van de TUG-zones, Uitbreidingsgebieden glastuinbouw 1, Uitsluitingsgebieden windturbines of Verwevingsgebied. Voor een uitgebreide beoordeling van het aspect archeologie wordt verwezen naar de paragraaf 5.2 Cultuurhistorie, erfgoed en archeologie in deze ruimtelijke motivatie. Op basis van eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken is geconcludeerd dat het archeologisch niveau ter plaatse van het plangebied verstoord is en naar verwachting geen archeologische waarden meer in de bodem aanwezig zijn. Het planvoornemen heeft dan ook geen negatieve gevolgen op de instandhouding van mogelijke archeologische waarden in het plangebied. Ten behoeve van het planvoornemen is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. In dit landschappelijk inpassingsplan is rekening gehouden met de lokale situatie, het gebiedstype en is inheemse beplanting toegepast om de herkenbaarheid van het gebied zoveel mogelijk te behouden. Voor een uitgebreide beschrijving van het planvoornemen wordt verwezen naar het in bijlage 1 bijgevoegde landschappelijk inpassingsplan.

23

Het planvoornemen voldoet dan ook aan de doelstellingen, regels en voorwaarden uit de specifieke gebiedsaanwijzingen. Ook past het plan binnen de algemene uitgangspunten uit de ontwerp Provinciale Omgevingsvisie. Conclusie Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het planvoornemen past binnen de doelstellingen, visie en uitgangspunten van de ontwerp Provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2.Omgevingsvisie Limburg 2021 Op 1 oktober 2021 is de Omgevingsvisie Limburg 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030 – 2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving zijn hierin meegenomen. De Omgevingsvisie is het richtinggevende document van de Omgevingswet en benoemt ambities, centrale opgaven en strategie vanuit een samenhangend perspectief op ruimte, milieu, natuur en landschap, water, verkeer en vervoer en cultureel erfgoed. In de Omgevingsvisie zijn dan ook regels voor natuur, milieu, (grond-)water, ontgrondingen, wegen en ruimte (verstedelijking, woon- werklocaties, agrarische bedrijven) vastgelegd. Hoofdopgaven In de omgevingsvisie zijn drie hoofdopgaven geformuleerd: a.

Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied; b. In landelijk gebied; b. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie, inclusief landbouw-transitie; c. Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven spelen Limburg-breed en dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen de Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale Omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Limburgse principes en algemene zonering De Omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst. Er is ruimte om bij (nieuwe) ontwikkelingen keuzes te maken. Daarbij wordt gekozen voor maatwerk en wordt rekening gehouden met het karakter en de mogelijkheden van gebieden en de afweging van belangen op lokale schaal. Als afwegingen worden gemaakt gebeurt dat op basis van onderstaande Limburgse principes: • Streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving; Fysieke opgaven zijn onlosmakelijk verbonden met de sociaaleconomische-, veiligheids- en gezondheidssituatie van inwoners. Bij ontwikkelingen wordt dan ook aan de voorkant rekening gehouden met deze aspecten.

Gebieden moeten daarom dusdanig worden ingericht en ontsloten dat zij mensen uitnodigen tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid. • De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal; Gebieds- en cultuurkenmerken zoals het historisch perspectief, landschap en erfgoed vormen het vertrekpunt bij nieuwe ontwikkelingen of oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Behoud van de kenmerken en identiteit van het gebied staan centraal. • Meer stad, meer land; 24

•

De variatie tussen verstedelijkte en landelijke gebieden wordt gekoesterd. Er wordt ingezet op duurzame verstedelijking en behoud van het landelijk gebied. Steden en dorpen worden compact gehouden. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen horen primair thuis in het bestaand bebouwd gebied. Zorgvuldig omgaan met de ruimte en voorraden; boven- én ondergronds. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt ingezet op een duurzaamheid. Er wordt uitgegaan van het voorzorgsbeginsel in de Omgevingswet. In beginsel wordt preventief gehandeld en milieuaantastingen worden bij voorrang aan de bron bestreden. De vervuiler betaald. Bij nieuwe plannen wordt ingegaan op de samenhang tussen programma’s inzake ruimte, water, natuur, landschap, economie, energie, land- & tuinbouw, verkeer & vervoer, infrastructuur, cultureel erfgoed en gezondheid.

Naast inhoudelijke principes worden ook de volgende procesmatige uitgangspunten gehanteerd: • De maatschappelijke opgaven en kansen staan centraal; • (grensoverschrijdende) samenwerking, participatie en eigenaarschap; • Gebiedsgericht werken; • Adaptief werken aan de geformuleerde opgaven; • Werken als één overheid. Het toekomstbeeld van Limburg is daarnaast opgenomen in een indicatieve zonering. De begrenzing van de zoneringen en andere werkingsgebieden die voortkomen uit de Limburgse principes en de uitwerkingen van de thema’s in de Omgevingsvisie zijn verankerd in kaartmateriaal behorende bij de Omgevingsverordening Limburg. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: • een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; • een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Wonen en leefomgeving De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgericht maken van de verouderde en niet-courante woningvoorraad. Daarnaast verandert de woonvraag waardoor het woningaanbod niet altijd aansluit op de vraag. Op korte termijn is er daarom vraag naar woningen voor specifieke doelgroepen en is er lokaal een overschot aan incourante plannen en woningen.

Volgens de prognoses worden vanaf 2030 overschotten in de woningvoorraad verwacht. Getalsmatig zijn er voldoende woningen en liggen er voldoende plannen klaar. Kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Er is behoefte aan passende, en mogelijk tijdelijke, huisvesting voor internationale werknemers, vluchtelingen, statushouders en woonurgenten. De betaalbaarheid van woningen blijft een belangrijk aandachtspunt. Voor sommige doelgroepen nemen kansen op de woningmarkt af door stijgende huurprijzen, hoge inkomenseisen, lossere arbeidsrelaties, passend toewijzen, hogere studieschulden, strengere hypotheekeisen en weinig doorstroming. Wat betreft onze ambitie is het succes van de woningmarkt is onlosmakelijk verbonden met de sociaaleconomische- en gezondheidssituatie van de inwoners in de steden en dorpen en het voorkomen van segregatie. 25

Ambitie Samen met partners wil de provincie een voortreffelijke woon- en leefomgeving realiseren; een leefomgeving waarin mensen zich prettig voelen. Flexibiliteit op de woningmarkt wordt gefaciliteerd en flexibele woonvormen worden gestimuleerd waardoor aan de veranderende woonwensen en -behoeften van diverse groepen mensen tegenmoet kan worden gekomen. Door in samenhang te kijken naar woonopgaves, worden op wijk-, en buurtniveau de juiste verbindingen tussen sociale en fysieke woonopgaven (wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid) en een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving met gevarieerde woonmilieus gelegd. Op deze wijze wordt verdere segregatie voorkomen en kan ruimtelijk worden gestuurd om inbreiding (herstructurering/herbestemming), conform de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Veiligheid en gezondheid Naast het lichamelijk welbevinden dragen ook de zes pijlers van het gedachtegoed van ‘Positieve Gezondheid’ – mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, sociaal maatschappelijk participeren en dagelijks functioneren – bij aan het aspect gezondheid. Limburg scoort op dit punt minder goed dan de rest van Nederland.

Landelijke studies bevestigen dit beeld: ‘Limburg scoort op het punt van besteedbaar inkomen, arbeidsparticipatie, sociale contacten en vertrouwen en gezondheid beduidend slechter dan het Nederlandse gemiddelde.’ Voor deze opgaven liggen er niet alleen uitdagingen en plichten op persoonlijk vlak, maar is er ook betrokkenheid en verantwoordelijkheid nodig van maatschappelijke initiatieven, bedrijfsleven en (semi-)overheden. Naast fysieke aspecten zoals omgevings- en milieukwaliteit zijn er ook andere aspecten die de gezondheid beïnvloeden en hiermee samenhangen. Denk aan de toenemende individualisering, de toenemende eenzaamheid onder bepaalde doelgroepen waaronder ouderen, iemands sociaaleconomische positie en de extramuralisering van de zorg. Ambitie Er wordt ingezet op een gezonde en veilige leefomgeving voor iedereen in Limburg. Voor wat betreft de diverse milieuaspecten wordt ingezet op acceptabele niveaus en emissies. Daarnaast moet de inrichting van de leefomgeving bijdragen aan een gezonde en veilige omgeving die bewegen, ontmoeten, zelfredzaamheid, educatie en een gezonde levensstijl stimuleert. Zo wordt bijgedragen aan het vergroten van de zelf- en samenredzaamheid van Limburgers in een kwetsbare positie en het verbeteren van hun participatie in de samenleving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16975159/1