TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord vastgesteld 1 Bijlagen bij de Motivering Bijlage 16 Vooronderzoek conflictperiode ontplofbare oorlogsresten
Tekst van het document
Subsoort Brisantgranaat van 2 cm, 7,5 cm, 7,62 cm, 10,5 cm, 15 cm Brisantpantsergranaat van 2 cm & 7,5 cm Brisantgranaat van 8 cm mr
Ontsteker Schokbuis Mechanische (tijd)schokbuis Bodembuis
Hoeveelheden Tientallen
Verschijningsvorm Verschoten
Enkelen
Verschoten
Schokbuis
Tientallen
Verschoten
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
72
Hoofdsoort Geschutmunitie Brits
Geschutmunitie Amerikaans
Raketten Duits
Subsoort Brisantgranaat van 25 pr, 3.7 inch, 4.5 inch, 5.5-inch
Brisantgranaat van 2 & 3-inch mr Springrookgranaat van 2 en 3-inch mr Rookgranaat van 25 pdr Brisantpantsergranaat van 37 mm, 75 mm, 76 mm Pantsergranaat van 75 mm, 76 mm c.q. 3-inch Brisantgranaatraket van 15 cm Springrookgranaatraket 15 cm
Ontsteker Schokbuis Tijdschokbuis Mechanische tijd(schok)buis Schokbuis
Hoeveelheden Tientallen
Verschijningsvorm Verschoten
Enkelen
Verschoten
Schokbuis
Enkelen
Verschoten
Tijdschokbuis Bodembuis
Tientallen Enkelen
Verschoten Verschoten
Bodembuis
Enkelen
Verschoten
Bodembuis
Tientallen
Verschoten
Wapenopstellingen, loopgraven, mangaten en watergangen In de wapenopstellingen, loopgraven, mangaten en watergangen in het onderzoeksgebied is een hoge kans op het aantreffen van gedumpte kleinkalibermunitie, handgranaten, geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en munitietoebehoren van zowel Britse als Duitse komaf. Hoofdsoort Kleinkaliber-munitie Handgranaten
Nationaliteit Duits en geallieerd Duits en geallieerd
Hoeveelheden Tientallen Enkelen
Verschijningsvorm Achtergelaten/gedumpt Achtergelaten/gedumpt
Geweergranaten
Duits en geallieerd
Enkelen
Achtergelaten/gedumpt
Munitie voor granaatwerpers Brits Munitietoebehoren
Duits en geallieerd
Enkelen
Achtergelaten/gedumpt
Duits en geallieerd
Enkelen
Achtergelaten/gedumpt
Geschutopstellingen Uit praktische overwegingen werd geschutmunitie normaliter zo dichtbij mogelijk gedumpt. In de geschutopstellingen en nabijgelegen dumplocaties is er derhalve een verhoogde kans op gedumpte geschutmunitie, ontstekingsinrichtingen en munitietoebehoren. Hoofdsoort Geschutmunitie Duits
Geschutmunitie Brits
Geschutmunitie Amerikaans
Ontstekingsinrichtingen en munitietoebehoren (Duits en geallieerd)
Subsoort Brisantgranaat van 2 cm, 7,5 cm, 7,62 cm, 10,5 cm, Brisantpantsergranaat van 2 cm & 7,5 cm Brisantgranaat van 8 cm mr Brisantgranaat van 25 pr
Brisantgranaat van 2 & 3-inch mr Springrookgranaat van 2 en 3-inch mr Rookgranaat van 25 pdr Brisantpantsergranaat van 37 mm, 75 mm, 76 mm Pantsergranaat van 75 mm, 76 mm c.q. 3-inch N.v.t.
Ontsteker Schokbuis Mechanische (tijd)schokbuis Bodembuis
Hoeveelheden Enkelen
Verschijningsvorm Achtergelaten/gedumpt
Enkelen
Achtergelaten/gedumpt
Schokbuis
Enkelen
Achtergelaten/gedumpt
Schokbuis Tijdschokbuis Mechanische tijd(schok)buis Schokbuis
Enkelen
Achtergelaten/gedumpt
Enkelen
Achtergelaten/gedumpt
Schokbuis
Enkelen
Achtergelaten/gedumpt
Tijdschokbuis
Enkelen
Achtergelaten/gedumpt
Bodembuis
Enkelen
Achtergelaten/gedumpt
Bodembuis
Enkelen
Achtergelaten/gedumpt
N.v.t.
Enkelen
Achtergelaten/gedumpt
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
73
4.5
Verticale afbakening In onderstaande tabellen is de minimale en maximale diepteligging van de aan te treffen OO (per hoofdsoort) in het verdacht gebied weergegeven ten opzichte van het maaiveld (situatie 1940-1945). Indien mogelijk wordt de verticale afbakening uitgedrukt in de diepte ten opzichte van NAP. De hoogte van het maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog (in NAP) wordt vastgesteld op basis van topografische kaarten. Voor het huidige onderzoeksgebied geldt dat de hoogte van het maaiveld varieerde per locatie. Voor het gebied Smakterheide geldt dat de NAP-hoogtes tussen 18.4 en 19.4 meter +NAP gelegen waren; de polders eromheen lagen op ongeveer tussen 17.2 en 20.7 meter +NAP. Bij het bepalen van de verticale afbakening per hoofdsoort is specifiek rekening gehouden met minimaal gewicht en het kaliber/de diameter van OO alsmede de bodemopbouw. RAP_441014A], [RAP_441016A], [RAP_4409A], [RAP_4409B], [RAP_4409C], [RAP_4409D] Volgens de CS-VROO richtlijnen wordt de maximale diepteligging van geschutsprojectielen en grond-grondraketten ‘vastgesteld op basis van kengetallen. Deze kengetallen zijn gebaseerd op de ervaringen die zijn opgedaan bij opsporingsacties door opsporingsbedrijven en ruimingen van aangetroffen ontplofbare oorlogsresten door de EOD in de laatste tientallen jaren.
Op basis van de aangetroffen ontplofbare oorlogsresten is een tabel opgesteld die wordt gebruikt als richtlijn voor het afbakenen van de maximale diepteligging van geschutmunitie en/of grond-grondraketten. Indien hiervan wordt afgeweken wordt dit onderbouwd in de rapportage. Hierbij moet worden aangegeven dat kanonnen gebruikt door de veldartillerie als krombaan (en dus niet als vlakbaan) moeten worden beschouwd. Deze tabel ziet er als volgt uit:
Soort geschutmunitie kaliber
en
Veengrond
Kleigrond
Zandgrond
Kanonmunitie tot 6 cm
40 cm
30 cm
20 cm
Kanonmunitie 6 tot 9 cm
40-80 cm
30-65 cm
20-50 cm
Kanonmunitie 9 tot 13 cm
80-100 cm
65-80 cm
50-70 cm
Mortiermunitie tot 6 cm
50 cm
40 cm
30 cm
Mortiermunitie 6 tot 9 cm
50-100 cm
40-90 cm
30-80 cm
Mortiermunitie 9 tot 13 cm
100-150 cm
90-130 cm
80-100 cm
Houwitsermunitie tot 11 cm
150 cm
100 cm
75 cm
Houwitsermunitie 11 tot 16 cm
150-225 cm
100-175 cm
75-150 cm
Houwitsermunitie 16 tot 25 cm
225-275 cm
175-225 cm
150-175 cm
Houwitsermunitie 25 tot 30 cm
275-325 cm
225-275 cm
175-225 cm
Vlakbaan
Krombaan
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
74
(Grond-grond)raketten Raketten tot 8 cm
80 cm
60 cm
40 cm
Raketten 8 cm tot 15 cm
80-100 cm
60-80 cm
40-60 cm
Raketten 15 tot 21 cm
100-125 cm
80-100 cm
60-80 cm
Raketten 21 tot 33 cm
125-150 cm
100-125 cm
80-100 cm
Volgens verschillende boringen toegankelijk op dinoloket.nl bestaat de bodem van het huidige onderzoeksgebied overwegend uit zand. De maximale diepteliggingen van de verschillende kalibers geschutmunitie en raketten zijn dan als volgt: Hoofdsoort Brisant granaat van 2 cm
Verschijningsvorm Verschoten
Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP) De maximale diepteligging is 0.20 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.2 en 19.2 +NAP)
Brisantpantsergranaat van 2 cm (Duits)
De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP).
Brisantpantsergranaat van 37 mm (Amerikaans)
De maximale diepteligging is 0.20 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.2 en 19.2 +NAP). De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP).
Brisantgranaat van 2 & 3-inch mr (Brits)
Springrookgranaat van 3-inch mr (Brits)
Brisant granaat van 7.5 cm (Duits)
Verschoten
Verschoten
Verschoten
Verschoten
De maximale diepteligging is 0.20 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.2 en 19.2 +NAP). De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP)
De maximale diepteligging is 0.30 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.1 en 19.1 +NAP). De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP).
De maximale diepteligging is 0.30 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.1 en 19.1 +NAP). De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP) De maximale diepteligging is 0.50 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 17.9 en 18.9 +NAP).
Brisant granaat van 7.62 cm (Duits)
Verschoten
De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP). De maximale diepteligging is 0.50 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 17.9 en 18.9 +NAP).
Pantsergranaat van 76 mm c.q. 3-inch (Amerikaans)
Brisantpantsergranaat van 7,5 cm (Duits)
Verschoten
Verschoten
De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP). De maximale diepteligging is 0.50 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 17.9 en 18.9 +NAP). De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP).
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
75
Hoofdsoort
Rookgranaat van 25 pr (Brits)
Brisantgranaat van 25 pr en 3.7 inch (Brits)
Brisant granaat van 10.5 cm (Duits)
Brisantgranaat van 8 cm mr (Duits)
Brisantgranaatraket van 15 cm (Duits)
Brisant granaat van 15 cm (Duits)
Brisantgranaat van 4.5 en 5.5 inch (Brits)
Verschijningsvorm
Verschoten
Verschoten
Verschoten
Verschoten
Verschoten
Verschoten
Verschoten
Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld
De maximale diepteligging is 0.50 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 17.9 en 18.9 +NAP). De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP). De maximale diepteligging is 0.75 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 17.65 en 18.65 +NAP). De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP).
De maximale diepteligging is 0.75 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 17.65 en 18.65 +NAP). De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP). De maximale diepteligging is 0.75 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 17.65 en 18.65 +NAP). De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP) De maximale diepteligging is 0.80 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 17.6 en 18.6 +NAP). De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP). De maximale diepteligging is 0.80 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 17.6 en 18.6 +NAP). De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP). De maximale diepteligging is 1.50 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 16.9 en 17.9 +NAP). De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP). De maximale diepteligging is 1.50 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 16.9 en 17.9 +NAP).
De maximale diepteligging van het zwaarst verschoten geschut in de bodem van het onderzoeksgebied is derhalve 1,5 meter minus maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 16.9 en 17.9 +NAP). Voor de wapenopstellingen, geschutopstellingen en loopgraven in het gebied geldt dat hun diepte bij de maximale indringingsdiepte van het verschoten geschut opgeteld dient te worden. De maximale diepte van deze militaire infrastructuur is bepaald op 1,5 meter minus maaiveld ten tijde van de Tweede Wereldoorlog (zie onder). Daarnaast bestaat een gedeelte van het onderzoeksgebied uit water(gangen). Voor de verticale afbakening van geschutmunitie in het water bieden de CS-VROO richtlijnen geen handvaten. Bombs Away gaat ervan uit dat verschoten geschutmunitie niet voldoende snelheid had om in de vaste waterbodem in te dringen. De minimale en tegelijkertijd maximale diepteligging van deze geschutmunitie is derhalve de vaste waterbodem ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Wapenopstellingen, loopgraven, mangaten en watergangen Wapenopstellingen, geschutopstellingen, mangaten en loopgraven hadden geen standaard diepte. Hun algemene diepteligging kan echter bepaald worden op basis van de gemiddelde lengte van de Nederlandse militair tijdens de Tweede Wereldoorlog (tussen de 1,71 en 1,73 m).
Er kan aangenomen worden dat deze gemiddelde lengte ook gold voor Duitse of geallieerde militairen. Bij een wapenopstelling, geschutopstelling of mangat (ook wel schuttersput genoemd) was de diepte waarop een militair stond om vuur uit te brengen in het algemeen de
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
76
lengte tot aan de borst. De uitgegraven grond werd in het algemeen als een borstwering of achterdekking aangebracht. Door de achterdekking waren de contouren van het hoofd vanaf de zijde van de vijand minder zichtbaar. Onder in het mangat of de stelling kon tevens nog een verlaging zijn aangebracht voor afwatering, het opslaan van materieel of om geheel te kunnen schuilen in de put. Bij een voorbereide gevechtsloopgraaf werd tevens in veel gevallen een verlaging aangebracht zodat militairen zich gedekt konden verplaatsen. Zo’n verlaging was tussen de 30 en 60 cm diep. Zodoende wordt bij de verticale afbakening van wapenopstellingen, geschutopstellingen, mangaten en loopgraven een minimale diepteligging van net onder het maaiveld van de Tweede Wereldoorlog gehanteerd en een maximale diepteligging van ongeveer 1,5 meter. De maximale diepteligging van de gedumpte munitie in het water is tevens de vaste waterbodem ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Wapenopstellingen, loopgraven, mangaten Hoofdsoort Kleinkalibermunit ie, handgranaten, geweergranaten, munitie voor granaatwerpers, munitietoebehore n
Verschijningsvorm Gedumpt/achtergelaten
Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP). De maximale diepteligging is 1.5 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 16.9 en 17.9 (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP).129
Watergangen Hoofdsoort Kleinkalibermunit ie, handgranaten, geweergranaten, munitie voor granaatwerpers, munitietoebehore n
Verschijningsvorm Gedumpt/achtergelaten
Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld De minimale en maximale diepteligging is de vaste waterbodem ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.
Geschutopstellingen Wapenopstellingen, geschutopstellingen, mangaten en loopgraven hadden geen standaard diepte. Hun algemene diepteligging kan echter bepaald worden op basis van de gemiddelde lengte van de Nederlandse militair tijdens de Tweede Wereldoorlog (tussen de 1,71 en 1,73 m). Er kan aangenomen worden dat deze gemiddelde lengte ook gold voor Duitse of geallieerde militairen. Bij een wapenopstelling, geschutopstelling of mangat (ook wel schuttersput genoemd) was de diepte waarop een militair stond om vuur uit te brengen in het algemeen de lengte tot aan de borst. De uitgegraven grond werd in het algemeen als een borstwering of achterdekking aangebracht. Door de achterdekking waren de contouren van het hoofd vanaf de zijde van de vijand minder zichtbaar. Onder in het mangat of de stelling kon tevens nog een verlaging zijn aangebracht voor afwatering, het opslaan van materieel of om geheel te kunnen schuilen in de put. Bij een voorbereide gevechtsloopgraaf werd tevens in veel gevallen een verlaging aangebracht zodat militairen zich gedekt konden verplaatsen. Zo’n verlaging was tussen de 30 en 60 cm diep. Zodoende wordt bij de verticale afbakening van wapenopstellingen, geschutopstellingen, mangaten en loopgraven een minimale diepteligging van net onder het maaiveld van de Tweede Wereldoorlog gehanteerd en een maximale diepteligging van ongeveer 1,5 meter.
De maximale diepteligging van de gedumpte munitie in het water is tevens de vaste waterbodem ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Geschutopstellingen (en dumplocaties zoals nabijgelegen wapenopstellingen en mangaten) Hoofdsoort Geschutmunitie, ontstekingsinrich tingen en munitietoebehore n
Verschijningsvorm Gedumpt/achtergelaten
Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld De minimale diepteligging is net onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP).
129
Indien het verdachte gebied samenvalt met militaire infrastructuur, dan geldt dat er bij de diepteligging maximaal 1,5 meter bij opgeteld wordt.
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
77
Hoofdsoort
Verschijningsvorm
Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld De maximale diepteligging is 1.5 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog (variërend tussen 16.9 en 17.9 (variërend tussen 18.4 en 19.4 +NAP).130
Verschijningsvorm Gedumpt/achtergelaten
Min. & max. diepteligging t.o.v. maaiveld De minimale en maximale diepteligging is de vaste waterbodem ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.
Watergangen Hoofdsoort Geschutmunitie, ontstekingsinrich tingen en munitietoebehore n
4.6
Naoorlogse ontwikkelingen Naoorlogse ontwikkelingen in een gebied kunnen van invloed zijn op de aanwezigheid van OO in de bodem. In onderstaande afbeelding(en) zijn de veranderingen in het onderzoeksgebied aan de hand van een vergelijking van een luchtfoto uit de Tweede Wereldoorlog met een recent satellietbeeld en de tijdlijn van Kadasterkaarten op www.topotijdreis.nl getoond. Het onderzoeksgebied was op 26 november 1944 niet bebouwd. Hoewel het tegenwoordig nog steeds grotendeels uit weilanden bestaat, grenst het aan bebouwd industriegebied en is op enkele plaatsen binnen het onderzoeksgebied bebouwing bijgekomen. Op basis van topografische kaarten is zichtbaar dat het bebouwde gebied vanaf ongeveer 1980 tot stand kwamen en langzamerhand uitgebreid werd.
Afbeelding 22: Vergelijking tussen een luchtfoto van het onderzoeksgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en een recent satellietbeeld.
130
Indien het verdachte gebied samenvalt met militaire infrastructuur, dan geldt dat er bij de diepteligging maximaal 1,5 meter bij opgeteld wordt.
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
78
Afbeelding 22: Vergelijking tussen een luchtfoto van het onderzoeksgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en een uitsnede van een historische kaart anno 1950.
Afbeelding 22: Vergelijking tussen een luchtfoto van het onderzoeksgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en een uitsnede van een historische kaart anno 1960.
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
79
Afbeelding 22: Vergelijking tussen een luchtfoto van het onderzoeksgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en een uitsnede van een historische kaart anno 1970.
Afbeelding 22: Vergelijking tussen een luchtfoto van het onderzoeksgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en een uitsnede van een historische kaart anno 1980.
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
80
Afbeelding 22: Vergelijking tussen een luchtfoto van het onderzoeksgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en een uitsnede van een historische kaart anno 1990.
Afbeelding 22: Vergelijking tussen een luchtfoto van het onderzoeksgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en een uitsnede van een historische kaart anno 2000.
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
81
Afbeelding 22: Vergelijking tussen een luchtfoto van het onderzoeksgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en een uitsnede van een historische kaart anno 2010.
Afbeelding 22: Vergelijking tussen een luchtfoto van het onderzoeksgebied ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en een uitsnede van een historische kaart anno 2020.
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
82
4.7
Indicaties zonder verdacht gebied In de geraadpleegde bronnen zijn tevens indicaties van oorlogshandelingen aangetroffen die betrekking hebben op het onderzoeksgebied en/of de nabije omgeving maar die niet hebben geleid tot een verdacht gebied binnen de grenzen van het onderzoeksgebied. In de onderstaande tabel is per indicatie met RAP-nummer beargumenteerd waarom de indicatie niet heeft geleid tot een verdacht gebied binnen de grenzen van het onderzoeksgebied. RAP-nummer [RAP_401128A] [RAP_401128B] [RAP_401128C] [RAP_401128D] [RAP_401128E] [RAP_401128F] [RAP_401128G] [RAP_401128H] [RAP_401128I] [RAP_401128J]
Gebeurtenis 28 november 1940 Op deze datum vond een bombardement plaats op Venray. Als gevolg werd er diverse schade gemeld aan de Overloonseweg.
Bron Gav. Toeg. nr. 004. Inv. nr. 3696.; Gav. Toeg. nr. 004. Inv. nr. 3697.
Argumentatie Alle beschadigde panden vallen buiten het onderzoeksgebied. Van de bommen is bekend dat deze aan de Broekweg neerkwamen, wat buiten het onderzoeksgebied ligt. Noch deze schade noch kraters zijn waargenomen op de luchtfoto van 21 augustus 1942, hoewel vermeld dient te worden dat deze luchtfoto circa anderhalf jaar na het bombardement werd genomen. Er is onvoldoende indicatie om een verdacht gebied af te bakenen binnen het onderzoeksgebied.
[RAP_420530A] [RAP_420530B] [RAP_420530C] [RAP_420530D] [RAP_420530E] [RAP_420530F] [RAP_420530G] [RAP_420530H]
30/31 mei 1942 Op deze datum vond een bombardement plaats op de gemeente Venray. Er vielen twee gewonden. Ook werd er veel schade gemeld aan de Overloonseweg en de Spurkt.
GAV, Toeg. nr. 005, inv. nr. 6137.; RHCL, toeg. nr. 04.07B. inv. nr. 502.
[RAP_441013A]
13 oktober 1944 Op deze datum vonden verschillende raketaanvallen plaats op Venray. Drie van de vier aanvallen vonden plaats op kartvierkanten buiten het onderzoeksgebied. Een van de bombardementen werd uitgevoerd door vier Britse Hawker Typhoon jachtbommenwerpers van 174 Squadron van 121 Wing. Zij vuurden 32 raketten af op een huis op positie qE.781292 met troepen en gemotoriseerde voertuigen in de tuin. Alle
TNA UK AIR 37/715.
De bommen vielen nabij de Zwarte Klef, wat ten zuidwesten van het onderzoeksgebied ligt. Een groot deel van de beschadigde panden aan de Overloonseweg vallen buiten het onderzoeksgebied. De panden aan de Spurkt vallen binnen het onderzoeksgebied; de omnummering van deze panden is echter onzeker. Mogelijk bevonden de panden zich (deels) aan de Spurkterweg, ten zuiden van het onderzoeksgebied. Er is geen schade waargenomen binnen het onderzoeksgebied op de luchtfoto van 21 augustus 1942. Er is derhalve op basis van deze indicatie geen verdacht gebied afgebakend. Op 13 oktober 1944 voerden Britse Hawker Typhoon jachtbommenwerpers raketaanvallen uit in de omgeving van het onderzoeksgebied. Het dichtstbijzijnde doelwit lag op 140 meter buiten het onderzoeksgebied. Op de luchtfoto’s van 15 oktober 1944, 11 november 1944 en 26 november 1944 werden honderden kraters waargenomen binnen en buiten het onderzoeksgebied, waarvan sommigen met een diameter van groter dan 3,5 meter. Enkele van deze grotere kraters zouden veroorzaakt kunnen zijn door
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
83
RAP-nummer
Gebeurtenis raketten kwamen dicht bij het huis terecht, er waren echter geen voltreffers. Er kwam zwarte rook van het huis af.
Bron
[RAP_441014B]
14 oktober 1944 Vier Britse Hawker Typhoon jachtbommenwerpers van 247 Squadron van 124 Wing vuurden 32 raketten op positie qE.782292 af. Er werden geen resultaten waargenomen.
TNA UK AIR 37/715.
[RAP_450101A]
1 januari 1945 Op 1 januari 1945 is een Duitse Messerschmitt Bf 109 jachtvliegtuig van Stan Stab IV/Jagd Geschwader 27 in Smakt ten noordoosten van Venray neergestort. Het toestel was neergeschoten door luchtafweergeschut. Het jachtvliegtuig kwam op het Smakterveld neer. Onbekende datum Meerdere panden aan de Overloonseweg raakten beschadigd tijdens de oorlog. Van de volgende
Wildekamp, 70.
[RAP_480303B]
GAV, toeg. nr. 005, inv. nr. 6140; GAV, toeg. nr. 005, inv. nr. 6137; GAV, toeg. nr. 005, inv. nr. 6722; RHCL, toeg.
Argumentatie Britse raketten; ze kunnen echter ook veroorzaakt zijn door het zwaardere geschut en de Duitse raketten die op het onderzoeksgebied zijn afgevuurd tijdens de grondgevechten in oktober 1944. Wanneer het doelwit van deze Britse raketaanval als pin point target benaderd wordt, wordt hier een buffer omheen getrokken van 108 meter. Deze buffer overlapt niet met het onderzoeksgebied. Er is derhalve geen verdacht gebied op Britse raketten afgebakend. Op 14 oktober 1944 voerden Britse Hawker Typhoonjachtbommenwerpers een aanval met raketten uit. Het dichtstbijzijnde doelwit lag buiten het onderzoeksgebied. Op de luchtfoto’s van 15 oktober 1944, 11 november 1944 en 26 november 1944 werden honderden kraters waargenomen binnen en buiten het onderzoeksgebied, waarvan sommigen met een diameter van groter dan 3,5 meter. Enkele van deze grotere kraters zouden veroorzaakt kunnen zijn door Britse raketten; ze kunnen echter ook veroorzaakt zijn door het zwaardere geschut en de Duitse raketten die op het onderzoeksgebied zijn afgevuurd tijdens de grondgevechten in oktober 1944. Wanneer het doelwit van deze Britse raketaanval als pin point target benaderd wordt, wordt hier een buffer omheen getrokken van 108 meter. Deze buffer overlapt niet met het onderzoeksgebied. Er is derhalve geen verdacht gebied op Britse raketten afgebakend.
Op 1 januari 1945 stortte een Duits toestel neer in of rondom de Smakt. SGLO meldt geen neergestort toestel op deze datum. Op de luchtfoto van 14 juli 1945 is deze gebeurtenis niet waargenomen. Er is derhalve op basis van deze indicatie geen verdacht gebied afgebakend.
Op onbekende datum raakten verschillende panden beschadigd aan de Overloonseweg en de Spurkt. Tijdens de luchtfotoanalyse is
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
84
RAP-nummer
Gebeurtenis adressen is niet bekend wat de datum, aard en oorzaak van de schade was. Er was schade aan verschillende adressen aan de Overloonseweg en de Spurkt.
Bron nr. 04.07B, inv. nr. 6. ; GAV, toeg. nr. 005, inv. nr. 6723.; GAV, toeg. nr. 005, inv. nr. 6722.
Argumentatie er enkele oorlogsschade waargenomen. Echter is de datum, aard en oorzaak van de schade onbekend. Hierdoor kan de oorzaak niet achterhaald worden. Er zijn derhalve geen verdachte gebieden afgebakend op basis van deze indicatie. Het is mogelijk dat de indicatie te maken heeft met de bevrijdingsgevechten in oktober 1944; deze zijn afgebakend op basis van waargenomen geschutinslagen.
Geen
Mijnenvelden
EODD archief
Geen
Bomkrater
Luchtfoto 26 november 1944
Er zijn indicaties dat er één mijnenveld binnen het onderzoeksgebied en één erbuiten lag. Voor beiden geldt dat het onbekend is hoeveel mijnen er destijds gelegd zijn. Bij het mijnenveld binnen het onderzoeksgebied is naoorlogse een zoekactie geweest maar zijn er geen mijnen gevonden/geruimd. Er is derhalve geen verdacht gebied afgebakend. Tijdens de luchtfotoanalyse is slechts één bomkrater waargenomen binnen 250 meter van het onderzoeksgebied, namelijk op circa 210 meter ten noordwesten van het onderzoeksgebied. Indien deze krater afgebakend zou worden, zou dit niet binnen het onderzoeksgebied vallen. Er zijn derhalve geen verdachte gebieden op afwerpmunitie afgebakend.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat er niet kan worden uitgesloten dat er OO in onverdachte gebieden worden aangetroffen. Op basis van dit onderzoek zijn in de geraadpleegde bronnen voor de onverdachte gebieden geen/onvoldoende aanwijzingen aangetroffen dat er een verhoogde kans is op OO. 4.8
Leemten in kennis Op basis van de analyse van de gegevens zijn nog enkele leemten in kennis. Deze leemten in kennis zijn: •
• •
Er is een zekere leemte in kennis aangaande de aan te treffen (sub)soorten OO. Zowel de geallieerde als de Duitse eenheden beschikten over een divers arsenaal aan wapentuig en munitie. Op basis van de beschikbare bronnen is een inschatting gemaakt welke soorten OO aangetroffen kunnen worden; deze lijst is echter niet limitatief; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de hoeveelheden aan te treffen OO. De aantallen zijn gebaseerd op schattingen; Er is een zekere leemte in kennis aangaande beschietingen tegen luchtdoelen. Door de wijze van beschietingen tegen luchtdoelen vond er een enorm grote spreiding plaats van mogelijke blindgangers. In de OO branche is daarom afgesproken geen afbakening
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
85
•
4.9
te hanteren voor eventuele blindgangers van luchtdoelartillerie, tenzij de exacte locatie van een blindganger kan worden vastgesteld; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de naoorlogse ontwikkelingen. De analyse van de ontwikkelingen is gebaseerd op luchtfoto- en satellietfotovergelijkingen. Naoorlogse ontwikkelingen die ondergronds hebben plaatsgevonden (zoals bijvoorbeeld de aanleg van kabels en/of rioolsystemen) zijn hierop niet zichtbaar.
Bodembelastingkaart OO Op de Bodembelastingkaart OO is het verdachte gebied (horizontaal) binnen het onderzoeksgebied weergegeven, gespecificeerd naar hoofdsoort OO. In overleg met de opdrachtgever is de verticale afbakening niet weergegeven op de kaart; voor gegevens over de verticale afbakening wordt verwezen naar paragraaf 4.5. In de onderstaande afbeelding is de Bodembelastingkaart OO weergegeven. Deze kaart is ook losbladig, op A1-formaat (bijlage 6) aan dit Vooronderzoek Conflictperiode OO toegevoegd.
Afbeelding 23: Bodembelastingkaart OO van het onderzoeksgebied Greenport Venlo Smakterheide, Venray.
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
86
4.10 Verschillen met reeds uitgevoerde vooronderzoeken In paragraaf 2.2 staat een overzicht van de reeds uitgevoerde onderzoeken die voor het huidige onderzoek geraadpleegd zijn. Er is een vergelijking gemaakt tussen de conclusies uit deze onderzoeken en de conclusies van het huidige rapport. Hierin zijn verschillen aangetroffen. In 2019/2020 voerde Bombs Away een vooronderzoek uit naar Klaver 15 te Venray. Toentertijd is het onderzoeksgebied verdacht verklaard op geschutmunitie, kleinkalibermunitie, raketten, handgranaten, geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en munitietoebehoren. Dit is afgebakend op basis van waarnemingen op de luchtfoto’s en historische indicaties dat het onderzoeksgebied is getroffen door oorlogshandelingen. Aanleiding voor de afbakening zijn Duitse en geallieerde artilleriebeschietingen in oktober 1944, militaire aanwezigheid in de vorm van mangaten en loopgraven en Britse raketaanvallen op 13 en 14 oktober 1944. In het onderzoek uit 2019/2020 is de linkerhoek van het onderzoeksgebied ingetekend als verdacht op raketmunitie. De aanleiding voor de afbakening waren de raketaanvallen op 13 en 14 oktober 1944. De doelwitten van deze aanvallen waren de Duitse stellingen op de posities qE.781292 en qE.782292.
Toentertijd is beargumenteerd dat omdat de exacte locaties van aanvallen wel eens afweken en er geen onderscheid gemaakt kon worden tussen kraters veroorzaakt door raketten en kraters veroorzaakt door geschutmunitie, de stellingen in de directe omgeving van de aangevallen posities als verdacht verklaard werden. Deze zijn conform de regelgeving van het WSCS-OCE afgebakend als Pin Point Target. Vanuit het hart van het doel is een cirkel met een straal van 108 (plus 5 meter georeferentie-afwijking) getrokken. In het kader van het huidige onderzoek zijn de raketaanvallen opnieuw geanalyseerd. In tegenstelling tot het onderzoek uit 2019/2020 is in het huidige onderzoek geconcludeerd dat de doelwitten van de raketaanvallen hoogstwaarschijnlijk (ruim) buiten het onderzoeksgebied lagen: de coördinaten van de doelwitten komen ongeveer overeen met de locaties van op luchtfoto’s waargenomen huizen (en daar omheen gegraven stellingen). Indien men hier een straal van 108 meter omheen trekt, komen de buffers niet binnen het onderzoeksgebied. De resten van ‘raketten’ die in en nabij het onderzoeksgebied zijn gevonden, zijn tevens vermoedelijk afkomstig van Duitse raketten die bij de grondgevechten in oktober 1944 zijn ingezet. Er is derhalve geen verdacht gebied op Britse raketten afgebakend.
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
87
Afbeelding 23: Buffers rondom de doelwitten van twee Britse raketaanvallen ten opzichte van het onderzoeksgebied Greenport Venlo Smakterheide, Venray.
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
88
5 CONCLUSIE EN ADVIES 5.1
Conclusie Op basis van de geraadpleegde bronnen, de beoordeling en evaluatie van de indicaties en contra-indicaties is vastgesteld dat het onderzoeksgebied Greenport Venlo Smakterheide te Venray in de gelijknamige gemeente getroffen is door oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waardoor OO in de (water)bodem kunnen zijn achtergebleven. Het onderzoeksgebied is derhalve VERDACHT op OO. Het gaat om de volgende indicaties: • • •
Artilleriebeschietingen Wapenopstellingen, loopgraven en mangaten Geschutopstellingen
Aan de hand van deze indicaties zijn binnen de grenzen van het onderzoeksgebied de hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit en verschijningsvorm van mogelijke OO alsmede de horizontale en de verticale afbakening van het verdachte gebied vastgesteld. Ook is voor de hoofdsoort afwerpmunitie het type ontstekingsinrichtingen en het verwachte aantal vastgesteld. De conclusies staan in de onderstaande paragrafen beschreven. 5.1.1
Afbakening verdachte gebied(en) Artilleriebeschietingen (RAP_441014A], [RAP_441016A], [RAP_4409A], [RAP_4409B], [RAP_4409C], [RAP_4409D]) De omgeving van het onderzoeksgebied is in oktober-november 1944 beschoten geweest door zowel geallieerde als Duitse troepen. Er is hevig gevochten en er zijn tijdens de luchtfotoanalyse meerdere geschutinslagen waargenomen. Het gehele onderzoeksgebied is daarom verdacht op verschoten geschutmunitie en Duitse raketten. Het betreft geallieerde en Duitse geschutmunitie van 2 cm t/m 15 cm, 7,5 cm, 8 cm, 25 pdr t/m 5.5-inch, 2 inch en 3 inch en Duitse raketten van 15 cm. De geschutmunitie kan worden aangetroffen tot een maximale diepte van ongeveer 1,5 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog en tot op de vaste waterbodem ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Wapenopstellingen, loopgraven en mangaten Tijdens de luchtfotoanalyse zijn er meerdere wapenopstellingen, loopgraven en mangaten waargenomen binnen het onderzoeksgebied. Omdat er in de omgeving van het onderzoeksgebied hevig gevochten is en de stellingen in gebruik zijn geweest, is er in (de directe omgeving van) deze stellingen een verhoogde kans op gedumpte munitie. De contouren (+5 meter georeferentie) zijn verdacht verklaard op kleinkalibermunitie, handgranaten, geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en munitietoebehoren.
Deze gedumpte munitie kan aangetroffen worden tot een maximale diepte van ongeveer 1.5 meter onder maaiveld Tweede Wereldoorlog in de wapenopstellingen, loopgraven, mangaten. De watergangen in het onderzoeksgebied zijn verdacht verklaard op dezelfde dumpmunitie, omdat het bekend is dat watergangen gewilde dumplocaties waren. De watergangen zijn verdacht tot op de vaste waterbodem ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Geschutopstellingen Tijdens de luchtfotoanalyse zijn er meerdere geschutopstellingen binnen het onderzoeksgebied waargenomen. Aangezien ervan uitgegaan kan worden gegaan dat deze geschutopstellingen in gebruik zijn geweest, is hier vermoedelijk geschutmunitie gedumpt. Derhalve zijn de contouren van de geschutopstellingen afgebakend alsmede de contouren van de dichtstbijzijnde mogelijke dumplocaties, zoals watergangen en greppels, binnen 25 meter van de stellingen. Deze gedumpte munitie kan aangetroffen worden tot een maximale diepte van ongeveer 1.5 meter onder maaiveld Tweede
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
89
Wereldoorlog in de geschutopstellingen en tot op de vaste waterbodem ten tijde van de Tweede Wereldoorlog in de watergangen. 5.1.2
5.2
Eerder uitgevoerde vooronderzoeken Er is een vergelijking gemaakt tussen de conclusies uit dit rapport en de conclusies van eerder uitgevoerde vooronderzoeken. Hierin zijn verschillen aangetroffen. Deze verschillen worden in paragraaf 4.10 in detail beschreven.
Leemten in kennis Samenvattend zijn er de volgende leemten in kennis zijn: • • •
• •
•
•
•
• •
•
De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1940-1946 zijn onbekend; De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1947-1970 zijn onbekend; Niet van alle gebeurtenissen kon de exacte locatie worden vastgesteld op basis van de geraadpleegde bronnen. In dergelijke gevallen gaat het om generieke, doorgaans onnauwkeurige beschrijvingen van een locatie. Voor deze gebeurtenissen geldt dat ze niet nader geanalyseerd zijn in het kader van dit vooronderzoek; Websites veranderen continu door updates en nieuwe informatie. Soms verdwijnen sites ook van het internet; of zijn ontoegankelijk geworden. Informatie kan zodoende verdwijnen of veranderen; In de geraadpleegde luchtfoto-archieven hebben de luchtfoto’s uit de eerste jaren van de oorlog grotendeels een beperkte dekking en zijn ze vaak niet beschikbaar voor het betreffende onderzoeksgebied. Voorts zijn de luchtfoto’s uit deze beginperiode niet altijd van goede kwaliteit en schaal. Het is hierdoor niet altijd mogelijk om oorlogshandelingen nauwkeurig te lokaliseren; Luchtfoto’s geven doorgaans een betrouwbare indicatie voor wat betreft de vraag of er oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied. Luchtfoto’s geven echter altijd een momentopname weer.
Er kunnen voor, na en tussen verschillende opnamedata oorlogshandelingen in het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden, die niet zichtbaar zijn op de beschikbare luchtfoto’s; De ruimrapporten van de EODD kennen hun beperkingen voor wat betreft de nauwkeurigheid van de vindplaatsbeschrijvingen. Het is niet altijd mogelijk om exact aan te geven waar de OO werden aangetroffen. Deze munitie is bovendien geruimd. Dergelijke beperkingen zijn er ook bij andere geraadpleegde bronnen, zoals bijvoorbeeld documenten uit de gemeentearchieven; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de aan te treffen (sub)soorten OO. Zowel de geallieerde als de Duitse eenheden beschikten over een divers arsenaal aan wapentuig en munitie. Op basis van de beschikbare bronnen is een inschatting gemaakt welke soorten OO aangetroffen kunnen worden; deze lijst is echter niet limitatief; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de hoeveelheden aan te treffen OO. De aantallen zijn gebaseerd op schattingen; Er is een zekere leemte in kennis aangaande beschietingen tegen luchtdoelen. Door de wijze van beschietingen tegen luchtdoelen vond er een enorm grote spreiding plaats van mogelijke blindgangers.
In de OO branche is daarom afgesproken geen afbakening te hanteren voor eventuele blindgangers van luchtdoelartillerie, tenzij de exacte locatie van een blindganger kan worden vastgesteld; Er is een zekere leemte in kennis aangaande de naoorlogse ontwikkelingen. De analyse van de ontwikkelingen is gebaseerd op luchtfoto- en satellietfotovergelijkingen. Naoorlogse ontwikkelingen die ondergronds hebben plaatsgevonden (zoals bijvoorbeeld de aanleg van kabels en/of rioolsystemen) zijn hierop niet zichtbaar.
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
90
5.3
Advies Op basis van de resultaten van dit Vooronderzoek Conflictperiode OO en de conclusies is het onderzoeksgebied VERDACHT verklaard op OO. 5.3.1
Verdachte gebieden In de gebieden die VERDACHT zijn op OO wordt geadviseerd om voorafgaand aan de voorgenomen (grond-)werkzaamheden vervolgstappen te ondernemen in de opsporing van OO. Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden. •
•
5.3.2
Het laten uitvoeren van een Vooronderzoek Na-Conflictperiode (VNC) met een risicoanalyse (RA) OO, waarbij dit Vooronderzoek Conflictperiode OO als basis zal dienen. Het VNC heeft als doelstelling om de naoorlogse werkzaamheden binnen de verdachte gebieden nauwkeurig in beeld te brengen. Hierbij wordt gekeken naar reeds uitgevoerde naoorlogse afgravingen en/of verhogingen, indien alle naoorlogse werkzaamheden in beeld zijn kan een definitieve verticale afbakening worden opgesteld, pas hierna kan er gekeken worden of het mogelijk is de verdachte gebieden in verticale zin te passeren. De RA-OO heeft tot doelstelling het vaststellen en beoordelen van de risico’s van de in de verdachte gebiedenmogelijk aanwezige OO, gegeven de toekomstige werkzaamheden in het onderzoeksgebied. Daartoe worden de risico’s op schade en letsel ten gevolge van een accidentele werking van OO geïnventariseerd en beoordeeld. Tevens wordt op basis van een analyse van de risico’s van OO voor de daadwerkelijke uitvoering van het project bepaald wat de meest geschikte opsporingstechniek of andere beheersmaatregelen zijn; Het direct laten uitvoeren van opsporingswerkzaamheden door een CS-OOO 131 gecertificeerd bedrijf. De opsporingstechniek is afhankelijk van de hoofdsoort OO en de diepteligging hiervan.
Advies voor het huidige onderzoeksgebied Aangezien er tijdens de uitvoering van het Vooronderzoek Conflictperiode OO indicaties van oorlogshandelingen zijn aangetroffen en het onderzoeksgebied verdacht is, wordt geadviseerd om voorafgaand aan de voorgenomen bodemingrepen in het onderzoeksgebied vervolgstappen te nemen in de opsporing van OO. Omdat er weinig tot geen naoorlogse ontwikkelingen in het onderzoeksgebied zijn geweest, wordt geadviseerd om direct over te gaan op detectiewerkzaamheden door een CS-OOO gecertificeerd bedrijf.
Tot slot wordt aan de opdrachtgever aanbevolen om het rapport te overleggen aan de gemeente Venray. Aangezien er sprake is van de afbakening van een verdacht gebied, wordt hier conform de richtlijnen van het CS-VROO door Bombs Away melding van gemaakt bij de gemeente Venray.
131
Indien een gecertificeerd opsporingsbedrijf beschikt over een managementsysteemcertificaat OCE dat is afgegeven voor 1 januari 2021, behoudt dit certificaat zijn geldigheid voor de resterende geldigheidsduur van het certificaat, mits de certificaathouder vanaf die datum voldoet aan de eisen van het huidige certificaatschema en de daarbij behorende bijlagen.
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
91
6 BIJLAGEN
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
92
Bijlage 1
Overzicht beoordelen/evalueren inventarisatie (VO OO)
In het ‘Certificatieschema vooronderzoek (VO) en risicoanalyse (RA) Ontplofbare oorlogsresten (OO)’ staat vermeld dat de indicaties en contra-indicaties uit het bronnenonderzoek worden beoordeeld en op basis daarvan wordt gemotiveerd vastgesteld: 1. of er in het onderzoeksgebied sprake is van concrete aanwijzingen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, en zo ja; 2. hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit en verschijningsvorm van mogelijke ontplofbare oorlogsresten en voor de hoofdsoort afwerpmunitie tevens het type ontstekingsinrichtingen en het verwachte aantal; 3. horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Bij de beoordeling en evalueren van het bronnenmateriaal worden de volgende uitgangspunten gehanteerd. 1. Bij het vaststellen van de conclusie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de beoordeling of bepaalde oorlogshandelingen een concrete aanwijzing vormen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied, wordt bijlage 2a als leidraad gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken en gemaakte keuzes moeten worden onderbouwt; b. Indien er sprake is van concrete aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt de conclusie VERDACHT gerapporteerd; c.
Indien er geen sprake is van concrete aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt de conclusie ONVERDACHT gerapporteerd. 2. Indicaties/contra-indicaties dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied. Voor de locatieverwijzing gelden de volgende uitgangspunten: a. indicaties/contra-indicaties moeten worden vertaald naar een locatie in de huidige topografie; b. waar sprake is van onduidelijkheid/onbetrouwbaarheid in de locatieverwijzing, wordt dit gedocumenteerd; c. bij gebruikmaking van indicaties/contra-indicaties uit geschreven bronnen, dient de locatieverwijzing uit het bronbestand in de rapportage ongewijzigd te worden overgenomen. 3. Bij de classificatie van objecten op luchtfoto’s dient de validiteit van de classificatie vastgelegd te worden in de volgende twee niveaus van betrouwbaarheid. a. Bevestigd: betrouwbaarheid grenst aan zekerheid. De waarneming kan worden bevestigd met een tweede bron (betrouwbaarheid 99%); b. Waarschijnlijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend zeker van de validiteit van de classificatie van het object (betrouwbaarheid 50 % of hoger). c.
Mogelijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend onzeker van de validiteit van de classificatie van het object (betrouwbaarheid lager dan 50 %). De betrouwbaarheid van de classificatie wordt per object vastgelegd. Indien een object met de betrouwbaarheid “mogelijk” invloed uitoefent op de afbakening van het verdachte gebied, wordt dit duidelijk in de rapportage beschreven. 4. De interpretatie van luchtfoto’s uit het tijdvak 1940-1945 vindt als volgt plaats:
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
93
a. De organisatie rapporteert de wijze waarop de luchtfotobeelden zijn geoptimaliseerd voor interpretatie; b. De organisatie interpreteert de geselecteerde luchtfoto’s ten minste op schade aan het landschap als gevolg van oorlogshandelingen en de indicaties zoals genoemd in bijlage 2; c. Bij de interpretatie dienen aantoonbaar ten minste twee deskundigen ter zake luchtfotointerpretatie te worden betrokken, zowel betreffende de classificatie van objecten als het betrouwbaarheidsniveau zoals bedoeld onder punt 3. 5. De conclusie wordt vastgesteld op basis van indicaties en/of contra-indicaties waarvan de betrouwbaarheid door de organisatie is getoetst door het stellen van de onderstaande vragen. a. Betreft het informatie uit een primaire bron of uit een secundaire bron?; b. Kan de informatiebron op zichzelf als betrouwbaar worden beschouwd aangaande de feiten die de bron vermeldt?; c. Komt de informatie uit een bron overeen met informatie over dezelfde -(contra-)indicatie? d. Aan de hand van de antwoorden op deze vragen wordt de betrouwbaarheid van de bron geëvalueerd. Indien een informatiebron of informatie welke doorslaggevend is voor de conclusie VERDACHT als overwegend onbetrouwbaar wordt beschouwd, dient dit in de rapportage te worden vastgelegd. 6.
Bij het vaststellen van de conclusie VERDACHT/ONVERDACHT voor het onderzoeksgebied of een deel daarvan worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. De conclusie VERDACHT wordt gehanteerd indien op basis van de beoordeling van indicaties en contra-indicaties er volgens een onderbouwde inschatting van de organisatie voor het gehele of een gedeelte van het onderzoeksgebied sprake is van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten; b. De conclusie ONVERDACHT wordt gehanteerd voor dat deel van het onderzoeksgebied dat niet als verdacht gebied wordt aangemerkt. 7. Het verdachte gebied wordt horizontaal en verticaal afgebakend, gespecificeerd per hoofdsoort van mogelijke ontplofbare oorlogsresten. Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt bijlage 2 als richtlijn gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken en gemaakte keuzes moeten worden onderbouwd. b. Uitgangspunten verticale afbakening: i. bij het bepalen van de verticale afbakening per hoofdsoort dient specifiek rekening te worden gehouden met in ieder geval: bodemtype, gewicht en kaliber/diameter van ontplofbare oorlogsresten; ii. voor het berekenen van de indringingsdiepte van afwerpmunitie wordt gebruik gemaakt van een rekenmethode.
Indien de verwachtte ontplofbare oorlogsresten in de catalogus van het ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven (Deltares, 1210497-000, 2015), aanwezig zijn dient tenminste deze rekenmethode gebruikt te worden. Bevinden de verwachte ontplofbare oorlogsresten niet in de catalogus, wordt beschreven en gemotiveerd welke rekenmethode wel is gebruikt. Indien naast de “Deltares methode” andere rekenmethoden worden toegepast, worden de verschillen tussen beide methoden en de uitkomsten daarvan in de rapportage verklaard; iii. indien sprake is van grondverzet/grondroering in de periode 1945 tot heden, wordt op basis daarvan bepaald of, en zo ja tot welke diepte minus huidig maaiveld/ huidige (water)bodem en ten opzichte van NAP de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten kan worden uitgesloten; iv. de verticale afbakening wordt uitgedrukt in de diepte ten opzichte van NAP, en als dat niet mogelijk is, wordt dit uitgedrukt in de diepte ten opzichte van de maaiveldhoogten ten tijde van WOII.
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
94
c.
Uitgangspunten horizontale afbakening: i. bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt, op basis van het beschikbare bronnenmateriaal, de geografische tolerantie gerapporteerd en bij een geografische tolerantie van meer dan 10 meter wordt de reden daarvan gemotiveerd; ii. voor luchtfoto’s wordt de wijze waarop dit is gegeorefereerd beschreven; iii. het verdachte gebied wordt weergegeven op een wijze waardoor de positie ten opzichte van het coördinatensysteem van de Rijksdriehoeksmeting (RD) nauwkeurig te herleiden is; iv. indien de afstanden die zijn gebruikt bij de horizontale afbakening een basis hebben in wetenschappelijk of empirisch onderzoek, wordt voor dit onderzoek een voor derden herleidbare bronvermelding gegeven; v. indien de afstanden die zijn gebruikt bij de horizontale afbakening arbitrair bepaald zijn, wordt dit als zodanig in de rapportage benoemd. d. De verschijningsvorm van mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten wordt vastgesteld en gerapporteerd.
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
95
Bijlage 2
Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek (CS-VROO)
Deze bijlage maakt onderdeel uit van hoofdstuk 3 van de Nadere bepalingen voor het beoordelen van bronnenmateriaal en afbakening van verdacht gebied behorende bij het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten en wordt gebruikt om te beoordelen of er concrete aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (verdacht of onverdacht) en voor de horizontale afbakening van het verdachte gebied. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken. Deze bijlage bevat per indicatie een uitgebreide opsomming van factoren waarmee de onderzoeker rekening moet houden bij de beoordeling of sprake is van een verdacht gebied, en zo ja, bij de afbakening van dit gebied. Naast deze uitgangspunten die door de onderzoeker worden toegepast, is een ‘referentiekader’ opgesteld met gedeelde kennis, uitgangspunten en referentiedocumenten. Dit is een meer dynamisch deel en dat valt buiten dit certificatieschema. Beoordelen bronnenmateriaal conflictperiode Militair object Indicatie Algemene omschrijving
Militair object Gebouw, bouwwerk of cluster van gebouwen en/of bouwwerken, al dan niet voorzien van wapens en/of OO, dat dient ter verdediging, voor logistieke doeleinden of voor de huisvesting van militairen in oorlogstijd. Militaire gebouwen/bouwwerken kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën: • veldversterkingen (lichte constructie van hout, grond e.d.); • zware versterkingen (ongewapend/licht gewapend beton, baksteen/beton combinaties); • duurzame versterking (zwaar gewapend beton, eventueel met stalen pantserdelen). Een niet-limitatieve opsomming van objecten waaraan kan worden gedacht:
Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
• wapenopstelling; • geschutopstelling; • barak; • munitieopslag, al dan niet in open veld; • zoeklichtopstelling; • radaropstelling; • gevechtsloopgraaf; • communicatieloopgraaf; • schuilloopgraaf; • schuttersput; • mangat; • tankgracht- of geul; • bunker, in de vorm van zware of duurzame versterking; • kampement; • obstakel, zoals prikkeldraadversperring, wegafzetting, drakentand, palenveld tegen luchtlandingen, net tegen torpedo’s en afgezonken schip; • een verdedigingswerk bestaande uit meerdere objecten. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de aard/functie van het object; • of het object onderdeel vormde van een groter geheel; • het aantal vermoedelijk aanwezige OO ter plaatse van het militair object gedurende het gebruik daarvan; • de vermoedelijke locatie in of nabij het object waar OO werden opgeslagen; • tijdstip en reden van het verlaten van het militair object (bijvoorbeeld: voordat de bevrijding plaatsvond, opmars vijandelijke troepen, algehele capitulatie, verplaatsen van wapens); • informatie over het opruimen van het militaire object en/of de daar aanwezige OO; • welke voor de hand liggende dumplocaties er in de nabijheid van het object aanwezig zijn geweest.
• of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het object of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met de bekende aard/functie van het object.
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
96
Mijnenveld Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Mijnenveld Geregistreerd mijnenveld of gebied waar ooit de aanwezigheid van landmijnen is vermoed. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • het aantal en type gelegde mijnen; • het aantal en type geruimde mijnen; • of het mijnenveld meerdere keren op aanwezigheid van mijnen is onderzocht; • de nauwkeurigheid van de aangegeven begrenzing van het mijnenveld; • verschijningsvorm; • welke voor de hand liggende dumplocaties er in de nabijheid van het mijnenveld aanwezig zijn geweest; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het mijnenveld of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met het mijnenveld.
Dumplocatie van OO Indicatie
Dumplocatie van OO
Algemene omschrijving
Informatie dat op een specifieke locatie OO in de landbodem en/of waterbodem zijn gedumpt met als doel OO te verwijderen of te verbergen. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren:
Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
• het type of de typen OO die zijn gedumpt; • losse OO of verpakt; • wijze van dumping (met vrachtwagen, met de hand, vanaf een vaartuig); • locatie van dumping (land/water); • de verplaatsing van OO in het water en de ophoping bij obstakels in het water ingeval van dumping van OO in water.
Vliegtuigcrash Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Vliegtuigcrash Het neerkomen van (delen van) een militair vliegtuig, niet zijnde een geslaagde (nood)landing. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • of er aanwijzingen zijn dat er onderdelen van het toestel (of delen daarvan) in de bodem of op/in de waterbodem zijn achtergebleven, en zo ja: • de bekende locatie(s) van neerkomen; • de OO die aan boord waren bij neerkomen; • de toestand van het toestel bij neerkomen; • schadebeeld; • de bergingswerkzaamheden die in de verschillende tijdvakken (in de directe nasleep van de crash, direct na de bevrijding en daarna) hebben plaatsgevonden; • de ondergrondse verplaatsing van het toestel of delen daarvan; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de crashlocatie, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met de crash; • de mogelijke aanwezigheid van stoffelijke resten, milieukundige bodemverontreiniging (zoals brandstof) en archeologisch erfgoed.
Vernielingslading Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Vernielingslading Vernielingslading (al dan niet in werking gesteld) Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • gebruikte OO als vernielingslading; • de aard van het te vernietigen object, zoals gebouwen, bruggen en wegen; • de (locatie van) de plaatsing van de vernielingslading ten opzichte van het te vernietigen object; • of de lading (gedeeltelijk) in werking is gesteld en of daardoor een deel van de vernielingslading is verplaatst; • schadebeeld; • opruimwerkzaamheden ter plaatse van het vernietigde object;
24P154 conceptrapport AVO OO AO Greenport Venlo Smakterheide versie 1.0 d.d. 18 november 2024
97
Indicatie
Vernielingslading • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het te vernietigen object, of in de nabijheid daarvan.
(Ongecontroleerde) massa explosie/vernielingslocatie Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
(Ongecontroleerde) massa explosie/vernietigingslocatie (Sympathische) detonatie van een explosievenvoorraad zoals bijvoorbeeld een munitieopslag of munitietrein of een locatie waar OO vernietigd zijn. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de locatie waar de explosie(s) heeft/hebben plaatsgevonden (primaire detonatiehaard); • de wijze waarop de explosie(s) tot stand is/zijn gekomen (bijv. beschieting, ongeval of gecontroleerde detonatie); • de voorziening waarin de OO waren ondergebracht/gelegen ten tijde van de explosie (bijvoorbeeld een gebouw, een open munitieopslagvoorziening, een springput waarin de OO zijn ingegraven, aan boord van trein/vrachtwagen/schip); • de terreineigenschappen/geografische omstandigheden van het gebied waar de explosie/vernietiging heeft plaatsgevonden; • de hoofdsoort, subsoort, type en aantal/hoeveelheid van de opgeslagen/aanwezige bij de explosie betrokken OO; • het tijdsbestek waarin de massa-explosie/munitievernietiging heeft plaatsgevonden; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen in de omgeving van de (ongecontroleerde) massa explosie/vernietigingslocatie, en zo ja, of deze OO een relatie heeft/hebben met de explosie; • de locaties waar als gevolg van de explosie
weggeslingerde OO zijn beland en de spreiding ervan; • de vraag of weggeslingerde OO direct na de explosie aan de oppervlakte is/zijn gebleven of is/zijn ingedrongen in de bodem; • de zorgvuldigheid waarmee eventuele ruimingen kort na de explosie hebben plaatsgevonden en onder welke omstandigheden/condities dat is gebeurd.
Artilleriebeschieting Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Artilleriebeschieting Beschieting door grondgebonden geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudige) raketwerpsystemen of beschieting door scheepsgeschut. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • het soort en kaliber granaat; • de locatie van waar is geschoten; • de nauwkeurigheid waarmee het doel is geregistreerd; • de afstand waarover is geschoten; • de locaties en spreiding van granaatinslagen; • type beschieting (bijvoorbeeld: storingsvuur, uitwerkingsvuur, afsluitingsvuur); • intensiteit van de beschieting (bijvoorbeeld: aantal vuurstoten, duur van de vuurstoten, aantal granaten per vuurstoot, totaal aantal verschoten granaten); • periode waarbinnen beschietingen hebben plaatsgevonden (uren, dagen, maanden, enz.); • of de beschieting werd uitgevoerd met een waarnemer; • of er vooraf is ingeschoten; • of er OO zijn aangetroffen in het kennelijk beschoten gebied, of in de nabijheid daarvan, en zo ja, of deze OO een relatie heeft/hebben met de beschieting.