TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord vastgesteld 1 Bijlagen bij de Regeling Bijlage 2 Kwaliteitsomschrijving
Tekst van het document
TOR 2022
56
6.7
Openbare verlichting
6.7.1 Uitgangspunten Openbare verlichting (OVL) heeft tot doel een bijdrage te leveren aan het functioneren van de mensen in de openbare ruimte tijdens de nachtelijke uren. Het ene moment heeft dit te maken met verplaatsen van A naar B, het andere moment met sociale veiligheid, recreatie of ontspanning. Elke situatie vraagt om specifieke oplossingen. -
Bij het verlichtingsontwerp is de functie van de openbare ruimte maatgevend. Het is bijvoorbeeld niet wenselijk een verkeersweg met lage lichtmasten en een laag lichtniveau uit te rusten, maar voor een woonwijk is dit prima. Onder pararaaf ontwerpeisen zijn de vier belangrijkste functionele verschillen opgesomd met bijbehorende specificaties OVL. Op basis van de functie van de openbare ruimte bepaalt een ontwerper de vereiste lichtkleur, lichthoeveelheid en de verdeling van de verlichting over de weg. Ook stemt hij de schakeltijden en dimregimes af op wat wenselijk is.
-
Buiten de bebouwde kom wordt in beginsel geen straatverlichting toegepast om lichtvervuiling en verstoring van fauna zoveel mogelijk te voorkomen. Situaties waar buiten de bebouwde kom wel straatverlichting is vereist, is bijvoorbeeld bij clusters bebouwing, (school)fietsroutes, abrupte onderbrekingen in het wegprofiel en kruisingen van wegen. De beheerder OVL zal per situatie beoordelen wat vereist is. Indien er toch verlicht moet worden is dynamische verlichting vaak de uitkomst, dus alleen verlichten indien nodig
-
Eigen netwerken worden alleen aangelegd in uitzonderlijke gevallen
-
De openbare verlichting in de gemeente Venray wordt aangesloten op het netwerk van Enexis. Ten behoeve van de uiteindelijke realisatie dient de initiatiefnemer dan ook de aanleg- en aansluiteisen van de netbeheerder Enexis BV te volgen.
-
Aanvragen van de aansluitingen op het Enexis portaal geschied in overleg met de beheerder.
6.7.2 Ontwerpeisen Uitgangspunten -
Ontwerp volgens de landelijk gehanteerde richtlijn NPR 13201-2017.
-
Details/afmetingen standaard toe te passen lichtmasten zie Bijlage 1 OOR Openbare verlichting
-
De lichtadviseur/beheerder van de gemeente Venray of de initiatiefnemer van een bouwplan stelt een verlichtingsplan op. In alle gevallen behoeft het verlichtingsplan uiteindelijk de goedkeuring van de beheerder OVL van de gemeente Venray dus het is van belang dat dit binnen een nauwe samenwerking plaatsvind.
-
Kabeltracés alleen aanleggen in openbare ruimte.
-
Lichtmasten nabij woningen dienen voorbereid te zijn om eventueel later alsnog een afschermingsvoorziening te kunnen plaatsen.
-
Achterpaden worden niet verlicht
-
Afval verzamelplekken dienen altijd goed verlicht te zijn
-
De situering van lichtmasten nabij parkeervoorzieningen, bomen en particuliere uitritten verdient speciale aandacht
-
Voorkom lichthinder bij woningen
TOR 2022
57
-
De doelstelling van de Wet Natuurbescherming is de bescherming en het behoud van de ‘gunstige staat van instandhouding’ van in het wild levende planten- en diersoorten. Bij bestaande locaties met OVL is het niet (meer) nodig rekening te houden met deze wetgeving. Voor gebieden waar nog geen OVL aanwezig is, kan de wetgeving wel kaderstellend zijn. Hiervoor moet in de meeste gevallen contact opgenomen worden met de gemeente.
Dorps- en wijkcentra -
Keuze paaltopmast en armaturen in overleg met de Gemeente Venray
-
In de dorpskernen passen wij bij voorkeur een esthetisch iets hoogwaardiger armatuur toe.
-
In de wijken passen we een iets eenvoudiger armatuur toe.
-
Lichtbron LED
-
Lichtkleur lichtbron 3000 K
-
Lichtpunt hoogte 4 meter
-
Driver voorzien van ingebouwde dimmer volgens specificatie
-
Armatuur heeft een fabrieksmatig aangebrachte aansluitsnoer van ca. 4 m
-
Conische mast in RAL kleur, volgens materiaalspecificatie “Lichtmasten van staal”
Erftoegangswegen binnen de bebouwde kom (30km/u) -
Keuze paaltopmast en armaturen in overleg met de Gemeente Venray
-
Paaltop armatuur
-
Lichtbron LED
-
Lichtkleur lichtbron 3000 K
-
Lichtpunt hoogte 4 meter
-
Driver voorzien van ingebouwde dimmer volgens specificatie
-
Armatuur heeft een fabrieksmatig aangebrachte aansluitsnoer van ca. 4 m
-
Conische mast in RAL kleur, volgens materiaalspecificatie “Lichtmasten van staal”
Wijkontsluitingswegen (50km/u), dorpsverbindingswegen en erftoegangswegen buiten de bebouwde kom (60km/u) en industrieterreinen -
Keuze van masten en armaturen in overleg met de Gemeente Venray
-
Opschuif armatuur
-
Lichtbron LED
-
Lichtkleur lichtbron 3000 K
-
Lichtpunt hoogte 6,5 meter
-
Driver voorzien van ingebouwde dimmer volgens specificatie
-
Armatuur heeft bij voorkeur een fabrieksmatig aangebrachte aansluitsnoer van ca. 6,5 m
-
Conische mast in RAL kleur, volgens materiaalspecificatie “Lichtmasten van staal”
-
Enkele of dubbele uithouder van 1 meter in gelijke RAL kleur als de mast
-
Lichtkleur lichtbron 3000 K.
Gebiedsontsluitingswegen binnen en buiten de bebouwde kom (50km/u en 80km/u) -
Keuze masten en armaturen in overleg met de Gemeente Venray
-
Opschuif armatuur
-
Lichtbron LED
-
Lichtkleur lichtbron 4000 K
-
Lichtpunt hoogte 8 meter
TOR 2022
58
-
Driver voorzien van ingebouwde dimmer volgens specificatie
-
Armatuur heeft bij voorkeur een fabrieksmatig aangebrachte aansluitsnoer van ca. 9 m
-
Verloopmast in RAL kleur, volgens materiaalspecificatie “Lichtmasten van staal”
-
Enkele of dubbele uithouder van 1,5 meter in gelijke RAL kleur als de mast
6.7.3 Materiaalspecificaties Lichtmasten -
Stalen lichtmasten en uithouders moeten zijn voorzien van een CE-markering of label. Dit label dient zichtbaar aan de binnen- of buitenkant van de mast nabij het mastdeurtje te zijn aangebracht.
-
In de mast moet aan de binnenkant nabij de montagerail een aardbout van minimaal M8 zijn aangebracht. Aan deze aardbout moet een label "aardingsteken" te zijn bevestigd.
-
Het mastdeurtje dient een perfecte pasvorm en maatvastheid hebben. De spleetruimte tussen het mastdeurtje en de mast mag in gemonteerde toestand nergens meer bedragen dan 1 mm.
-
Oppervlaktebehandeling DCC-coating: o
De materialen dienen geheel thermisch verzinkt te zijn volgens NEN-EN ISO 1461 : 1999 en gelakt met een DCC-coating zoals hieronder beschreven.
o
Het verzinkte materiaal volledig voorzien van een DCC-natlak systeem, maximaal 2-laags, waarbij de primer 40-60 micron- en de toplaag 60-80 micron moet zijn. Dit DCC-natlak systeem dient aan onderstaande specificaties van de lakproducent te voldoen, te weten:
o
ISO 2810 South Florida Exposition - Outdoor Black Box Weathering Test - met een glansbehoud van 80% na 48 maanden;
-
o
ISO 4624 over zinkprimer met een hechtingswaarde groter of gelijk aan 16 MPa;
o
ISO 1519 geen scheurvorming bij 2mm mandrel diameter;
o
ISO 12944 I+M klasse C5.
o
ISO 1520
o
ASTM D-40460 150mg. bij 5000 cycli met Cs17 - 1 kg.
>6mm.
Masten voorzien van maaiveld- en grondstukbescherming type HMR® en aangebracht tot 25 cm. boven maaiveld. HMR® eigenschappen: o
extreme slijt- en slagvastheid
o
geen aantasting door strooizout en gangbare chemische stoffen
o
resistent tegen urine en (grond)zuren.
o
lucht- en waterdicht
o
HMR® is recyclebaar en onschuldig voor het milieu.
Grondspots -
Bij het gebruik van grondspots moet vooraf een deskundig lichtadvies opgesteld worden. Het lichtadvies moet inzicht geven in lichtkleur, lichtsterkte en lichtbundel. Het advies wordt ter beoordeling voorgelegd aan de gemeente.
-
Het te plaatsen armatuur moet een waterdichtheid hebben van ten minste IP68.
-
Bij plaatsing moet voorkomen worden dat verkeersdeelnemers verblind raken door het licht. Aanwijzingen van de gemeente dienen stipt en direct te worden opgevolgd.
-
Grondspots dienen vlak te liggen in de bestaande bestrating en mogen geen obstakel vormen in de betrating
TOR 2022
59
Dimmer Het armatuur bevat een ingebouwde driver voorzien van een dimregime. Er wordt doorgaans gebruik gemaakt van twee dimregimes, namelijk 3A en 4A: Dimregime 3A; -
verlichting aan = 100%
-
23.00 uur = 70%
-
06.00 uur = 100%
-
verlichting uit
Dimregime 4A -
verlichting aan = 100%
-
20.00 uur – 23.00 uur = 70%
-
23.00 uur – 06.00 uur = 50%
-
06.00 uur = 100%
-
Verlichting uit
6.7.4 Uitvoeringseisen -
De actuele veiligheidsvoorschriften voor het werken in nabijheid van hoogspanningslijnen beheerd door TenneT;
-
CROW uitgave Handboek Lichtmasten, publicatie nr. 215, augustus 2005;
-
CROW publicaties "Veilig werken aan wegen";
-
NEN 1010-2015 'De veiligheidsvoorschriften voor laagspanningsinstallaties';
-
NEN-EN 50110-1 'Bedrijfsvoering van elektrische installaties';
-
NEN-EN-40 voor lichtmasten.
-
NEN 3140+A1:2015 'Bedrijfsvoering van elektrische Installaties - Aanvullende Nederlandse bepalingen voor laagspanningsinstallaties';
TOR 2022
60
6.8
Wegmeubilair
6.8.1 Uitgangspunten -
Plaatsing wegmeubilair volgens ASVV 2012
-
Locatie en soort bewegwijzering wordt door de gemeente bepaald, eventueel in overleg met NBd en/of Rijkswaterstaat. Als bewegwijzering onderdeel is van een plan, dan kan initiatiefnemer op aangeven van de gemeente advies inwinnen bij de NBd.
-
Alle kosten voor het benodigde wegmeubilair (inclusief de kosten voor engineering) zijn voor rekening initiatiefnemer.
6.8.2 Ontwerpeisen Bebording -
RVV bebording: o
Reflectieklasse 3.
o
Plaatsing op flespalen met anti diefstal beugels en grondankers.
o
Flespaal 0,80m. onder maaiveld.
-
Bewegwijzering volgens specificaties NBd (Nederlandse Bewegwijzeringsdienst).
-
Bedrijvennummering industrieterreinen volgens specificaties Revis.
-
Straatnaambebording volgens specificaties gemeente Venray.
-
Objectbewegwijzering volgens specificaties Agmi en/ of gemeente Venray.
-
Recreatieve bewegwijzering volgens specificaties Routebureau Noord- en Midden Limburg
-
Bij toepassing van bebording in gesloten verharding (bv in middengeleiders), “Pipelocks” systeem toepassen met buisdiameter 76mm en diepte van 600mm.
Zitelementen De volgende zitelementen worden toegepast binnen de gemeente Venray m.u.v. het kernwinkelgebied en de bosgebieden (voor afmetingen; zie Bijlage 1 OOR Picknicksets): -
Zitbank; Velopa type BN 200.
-
Tafel; Velopa type TP 200.
Verkeerspalen De volgende verkeerspalen worden toegepast binnen de gemeente Venray m.u.v. het kernwinkelgebied: -
Afneembare paal, type MA 66 S voorzien van een zeskantsleutel.
-
Vaste paal, type diamantkoppaal 150x150mm. gerecycled kunststof, kleur zwart.
-
Geleideboog, type Ø60mm. gegalvaniseerd staal, hoogte 0,9m.
Fietsstalvoorzieningen -
Fietsaanleunbeugel RVS.
Openbare afvalbakken -
Toe te passen afvalbak: type Capitole met binnenbak en tussenstrip tpv inwerpopening, kleur groen (RAL 6009).
TOR 2022
61
6.9
Kunstobjecten in de openbare ruimte
6.9.1 Uitgangspunten kunstinitiatieven -
De gemeente wil graag kunstinitiatieven faciliteren en ondersteunen waar dat (financieel) mogelijk is. Waar de invloed gering is, zal de ondersteuning ook minder groot zijn.
-
Bij initiatieven vanuit de bevolking of schenkingen in het kader van bouwprojecten, is de gemeente meer volgend.
-
Vanuit gemeentelijk beleid zijn drie voorkeursgebieden aangewezen waar jonge kunstenaars hun kunst (tijdelijk) kunnen exposeren, daarvoor zijn door de gemeente randvoorwaarden vastgesteld. De drie aangewezen voorkeursgebieden zijn: 1. Kunst in het kernwinkelgebied van Venray - permanente en tijdelijke kunstobjecten. 2. Kunst op vier rotondes welke de entrees Venray vormen - tijdelijke kunstobjecten. 3. Kunst aan de buitensingel van Venray - tijdelijke kunstobjecten.
6.9.2 Randvoorwaarden kunstobjecten voorkeursgebieden 1. Hedendaagse, vernieuwende kunst; Vernieuwende kunstvormen, bij voorkeur uitgevoerd door jonge kunstenaars. 2. Samenhang met de context; Het aangaan van een relatie met de aanwezige componenten van de openbare ruimte. Voorkom dat losstaande objecten zonder interactie met hun omgeving ontstaan. 3. Keuze voor kwaliteit; Kunst dient voor toekomstige generaties zijn waarde te behouden. Het kunstwerk dient een krachtige uitstraling te hebben. Deze kracht kan zich bijvoorbeeld uiten door een dienstbare functie waardoor het bestaande wordt versterkt. 4. Burgerparticipatie; Kwaliteit gaat voor populariteit. Goede kunst stemt tot nadenken en kan discussie oproepen. Het is dan ook van groot belang om tenminste over de denkbeelden die liggen achter een kunstobject goed te communiceren. Wanneer mogelijk bij het ontwerp en de plaatsing burgers betrekken en duidelijk communiceren over de kaders waarbinnen participatie plaatsvindt.
6.9.3 Uitvoeringseisen kunstobjecten -
Een kunstobject, inclusief eventuele sokkel, mag nooit (tijdelijk) verplaatst worden zonder toestemming van de betreffende kunstenaar en de afdeling Maatschappelijke Diensten van de gemeente Venray.
TOR 2022
62
6.10 Aan te leveren gegevens Initiatieffase: -
Vlekkenplan geografische situatie
-
Verkeerskundige beschouwing/analyse plan
Haalbaarheidsfase: -
Schets Ontwerp
-
Verkeerskundige beschouwing/analyse plan
-
Parkeerbalans
Ontwerpfase: -
Voorlopig Ontwerp
-
Verlichtingsplan
-
Bebordingstekening
Voorbereidingsfase: -
Verkeersmanagementplan realisatie
-
Uitvoeringsgereed Ontwerp incl. RAW bestek
Verkeerskundige beschouwing/analyse plan Er wordt een beschouwing verwacht over de bestaande en toekomstige interne en externe verkeersontsluiting van het plangebied inclusief een beschrijving van de noodzakelijke voorzieningen. Waar nodig en zinvol wordt deze beschouwing onderbouwd met tekeningen, cijfermateriaal, berekeningen en verkeersprognoses. De verkeersgevolgen van de ontwikkeling dienen over een periode van 10 jaar te worden bezien
Parkeerbalans De initiatiefnemer verstrekt een voldoende uitgewerkte parkeerbalans. Hierin wordt zowel de parkeervraag gekwantificeerd (met het benoemen van functies met aantal eenheden of oppervlakte) als het aanbod van parkeergelegenheid met beschrijving van een eventuele parkeermaatregel en dubbelgebruik. Verder wordt ingegaan op de kwaliteit van de parkeervoorziening wat betreft loopafstand, ligging, bereikbaarheid, sociale veiligheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid voor auto en voetganger. Afhankelijk van locatie en aard van het plan kan het zinvol zijn een relevant deel van de omgeving in de parkeerbalans te betrekken. Voor de volledige tekst wordt verwezen naar de Beleidsnota Parkeernormen.
Verlichtingsplan De initiatiefnemer verstrekt een gedetailleerde tekening met daarop aangegeven de plaats van de lichtmasten en relevante technische informatie zoals lichtberekening(en), exacte omschrijving van de gebruikte materialen (fabrikaat mast-, uithouder-, armatuur en lamptype). Tekeningen en aanvullende informatie dient te voldoen aan de door de gemeente op te geven eisen en de NPR Openbare Verlichting 13201-1, opdat deze kunnen worden opgenomen in het beheersysteem van de gemeente.
TOR 2022
63
Bebordingstekening De initiatiefnemer verstrekt een bebordingstekening welke de te plaatsen, te verwijderen en te hergebruiken bebording bevat. Aan de hand van deze tekening zal ook de eventuele behoefte en locatie van bewegwijzering en overige bebording bepaald worden door de Gemeente, eventueel in overleg met Nationale Bewegwijzeringsdienst (NBd) en Rijkswaterstaat.
Verkeersmanagementplan realisatie Er wordt voorafgaand aan realisatie van een plan een verkeersmanagementplan verwacht waar in wordt beschreven hoe de verkeerscirculatie en ontsluiting tijdens realisatie van het plan zal verlopen. Denk hierbij aan een faseringsplan, een omleidingsplan etc. E.e.a. conform ‘Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990’ en CROW-publicaties 96 en 96b.
TOR 2022
64
7
Stedelijk groen
TOR 2022
65
7 Stedelijk groen
7.1
Algemene uitgangspunten
De gemeente Venray streeft naar een prettige, fraaie en gezonde leefomgeving voor haar bewoners. Stedelijk groen verbetert het milieu, zorgt voor een rijke biodiversiteit, vermindert luchtvervuiling, draagt bij aan waterberging, dempt geluid en verkoelt in warme perioden. Deze ambitie heeft onder meer vorm gekregen in de omgevingsvisie van de gemeente. Hier in is vastgelegd dat voor alle bouwinitiatieven een minimaal streefdoel van 20% openbaar groen- en/of watervoorziening dient te worden gehanteerd. Het percentage groen- en/of watervoorziening wordt bepaald ten opzichte van het totale exploitatiegebied en/of plangebied. De groenvoorzieningen in de openbare ruimte van de gemeente Venray zijn opgedeeld in drie categorieën: Bomen, Beplanting en Gras. Elk van deze categorieën kent zijn eigen uitgangspunten en ontwerpeisen. Welk type groenvoorziening waar toe te passen wordt project specifiek in overleg met de gemeente bepaald. Voor wegen is het type groenvoorziening vastgelegd in de standaard wegprofielen binnen de Ontwerpprincipe Openbare Ruimte (zie Bijlage 1 OOR Wegcategorieën )
7.1.1
Wettelijke regelgeving
-
Wet Natuurbescherming
-
Algemene Plaatselijke Verordening (APV)
7.1.2
Vigerende beleidsdocumenten
-
Omgevingsvisie Venray, waarde natuur en groen
-
Beheerplan groen & reiniging 2020 - 2025
-
Uitvoeringsnota bomen Venray 2020
-
Leidraad Adoptie Rotondes Venray 2015
-
Bermbeheerplan Venray
7.1.3
Handboeken, richtlijnen en normeringen
-
Standaard RAW Bepalingen 2020
-
Handboek Bomen 2018 (norminstituut bomen)
TOR 2022
66
7.2
Bomen
7.2.1 Uitgangspunten Algemeen -
Uitgangspunt voor gezonde (monumentale, waardevolle en functionele) bomen en bomen in aandachtsgebieden is behoud. De gemeente Venray beschikt over een interactieve kaart waarop alle monumentale en waardevolle bomen en aandachtsgebieden staan vermeld.
-
Op het rooien van een gemeentelijke boom is een compensatieplicht van toepassing. Deze bestaat uit een herplantplicht of een eventuele financiële compensatie, dit is afhankelijk van de herplant mogelijkheden. Voor de exacte regeling zie “Uitvoeringsnota bomen Venray” Aandacht voor beperking potentiele overlast van bomen voor omwonenden door de omgeving te betrekken bij de juiste situering en soortkeuze.
-
Gemeentebomen binnen de invloedssfeer van een project dienen beschermd te worden volgens de bomenposter ‘Werken rond bomen’ uit Handboek Bomen 2018. Afwijken van deze randvoorwaarden en eisen ten behoeve van boombescherming dient met de betreffende beheerders worden afgestemd.
-
Aanplant en verplant alleen binnen het plantseizoen. (van 1 november tot 1 maart)
-
Uitgangspunt is de aanplant van verschillende soorten binnen groepen of lanen ter voorkoming van monoculturen en om het risico op uitval door eventuele ziekten te spreiden.
-
Vormbomen zoals; leibomen, gekandelaberde bomen en knotbomen in beginsel niet toepassen vanwege de relatief hoge beheerinspanning. Alleen binnen een dorpshart en/of kernwinkelgebied zijn vormbomen een optie, e.e.a. altijd in overleg met de boombeheerder van de gemeente Venray.
-
Aanplant nieuwe bomen altijd met draadkluit en op zandgrond gekweekt.
-
Minimale aanplantmaat (omtrek stam op 1,0m. +mv) binnen bebouwde kom 18/20cm. en buiten bebouwde kom 16/18cm.
Boomgrootte Gemeente Venray hanteert drie boomgroottes voor bomen met een ovale of eironde kroonvorm (reguliere kroonvorm): 1.
Bomen van de 1e grootte: ≥20 meter, voorbeelden zijn plataan, zomereik, linde, gewone beuk, en paardenkastanje.
2.
Bomen van de 2e grootte: ≥8 en ≤20 meter, zoals haagbeuk, els en ruwe berk.
3.
Bomen van de 3e grootte: ≤8 meter, zoals sierkers, sierappel en krentenboom.
De eisen met betrekking tot afwijkende kroon- en snoeivormen worden per plan individueel bepaald door de gemeente.
TOR 2022
67
De toe te passen grootte is per wegcategorie (zie Bijlage 1 OOR Wegcategorieën) uiteengezet in tabel 2.
Wegcategorie
Boomgrootte Buiten de bebouwde kom
Gebiedsontsluitingsweg 80
1e grootte, buiten de obstakelvrije zone
Dorpsverbindingsweg 60
1e of 2e grootte
Erftoegangsweg 60
1e of 2e grootte Binnen de bebouwde kom
Gebiedsontsluitingsweg 50-70
1e grootte
Wijkontsluitingsweg 50
1e of 2e grootte
Erftoegangsweg 30
1e , 2e of 3e grootte
Tabel 3 Boomgroottes per wegcategorie 7.2.2 Ontwerpeisen Situering -
De boom moet kunnen uitgroeien tot de soorteigen habitus (groeivorm). In de ontwerptekeningen bomen dan ook weergeven in “volwassen” omvang.
-
Bij (nieuwe) bouwplannen waarbij ter hoogte van de begrenzingen van het plan bomen, landschappelijke elementen en/of beplanting aanwezig is/zijn, dient rekening gehouden te worden met de uiteindelijke kroonomvang/volume van deze bestaande groenvoorziening. Het te hanteren uitgangspunt daarbij is het duurzame behoud van deze groenvoorzieningen. De hiervoor benodigde inventarisatie dient in een vroeg stadium plaats te vinden aangezien dat consequenties kan hebben voor de beoogde stedenbouwkundige opzet en het verkavelingsplan van het betreffende bouwplan. In het geval het een gemeentelijke groenvoorziening betreft dient ten alle tijden de toegankelijk van bomen i.v.m. beheer en onderhoud geborgd te zijn. -
Bij 1e grootte bomen dient tenminste 10 meter vanaf het hart van de stamvoet tot aan de grens aangehouden te worden
-
Bij 2e grootte bomen dient tenminste 7,5 meter vanaf het hart van de stamvoet tot aan de grens aangehouden te worden
-
Bij 3e grootte bomen dient tenminste 5 meter vanaf het hart van de stamvoet tot aan de grens aangehouden te worden.
-
Locatie bomen zodanig dat aanrijschade door verkeer wordt voorkomen.
-
Voor laanstructuren binnen en buiten de bebouwde kom dient een plantafstand van 10 meter h.o.h. te worden aangehouden. Dit geldt zowel voor bomen van de 1e als van 2e grootte.
-
Uitgangspunt om bij aanplant van bomen een duurzame groeiplaats te realiseren waar een boom zich kan ontwikkelen tot volwaardige boom. De omvang van het plantvak dient daarom voldoende groot te zijn (conform Handboek Bomen 2018). Plantvak bij voorkeur voorzien van onderbeplanting. (Op deze wijze wordt de toepassing van (dure) ondergrondse groeivoorzieningen voorkomen). Dit is niet afhankelijk van de onderbeplanting
-
Bomen in verharding (met toepassing van boomspiegels) alleen toepassen als er onvoldoende ruimte is voor een volwaardig plantvak. Dit gaat dan gepaard met de juiste ondergrondse groeiplaatsvoorzieningen.
TOR 2022
68
Om de gezondheid van een boom te kunnen garanderen en wortelopdruk van verharding te
-
voorkomen/beperken dient een minimale afstand gehanteerd te worden conform handboek bomen. Aanplant solitaire bomen in talud; maximale helling 1:4. Bomen dienen verder goed
-
toegankelijk te zijn voor een hoogwerker. Hierbij zijn de volgende eisen van toepassing: 1. Taludlengte ≤ 6,0m. ; aan één zijde voorzien in een obstakelvrij schouwpad van min. 2,5m. breed 2. Taludlengte tussen 6,0 - 12,0m. ; aan twee zijden voorzien in een obstakelvrij schouwpad van min. 2,5m. breed 3. Taludlengte ≥ 12,0m. ; geen bomen toepassen Soortkeuze Enkele belangrijke aandachtspunten bij de soortkeuze zijn:
-
o
Uiteindelijke grootte.
o
Passend bij het landschapstype.
o
Bevordering van de biodiversiteit.
o
Mogelijkheid tot opkronen in stedelijk gebied.
o
Gevoeligheid voor ziekten en plagen.
o
Vruchtdracht.
o
Takbreukgevoeligheid.
o
Gevoeligheid voor strooizout langs wegen.
o
Oppervlakkige beworteling (wortelopdruk wegen/paden).
Bovengrondse voorzieningen -
Verankering tbv nieuwe aanplant bomen:
Robinia boompalen, 3 stuks per boom. Geschild, gekruind en gepunt, niet verduurzaamd. Lengte 1,6m. diameter 70-80mm. Verticaal en in driehoeksverband plaatsen, 0,7m boven maaiveld.
Boom verankeren met boomband, type autogordel, aan boompalen en vastzetten met boombandnagels.
-
Voorziening watergeven tbv nazorg nieuwe aanplant bomen:
Aanbrengen HPDE gietrand, kleur zwart, 2mm dik en 30,0cm hoog. Plaatsen aan binnenzijde boompalen en 10,0cm ingraven. Gietrand dient geplaatst te worden zodat deze een doorsnede heeft van ten minste 70,0cm, en met een overlap van min. 10,0cm t.h.v. een boompaal. Bovengronds vastzetten met twee boombandnagels per boompaal.
Binnen de gietrand standplaats afvullen met een laag van circa 10 cm boomschors of ten minste 1 jaar uitgerijpte houtsnippers.
-
In te beweiden graspercelen, bomen voorzien van gegalvaniseerde boomkorven Ø0,45m. Specificaties: maaswijdte 4,0x9,0cm, dikte 0,03cm, hoogte 1,5m.
Ondergrondse voorzieningen -
Bij renovatie of reconstructiewerk waarbij bestaande bomen worden gehandhaafd dient in trottoirs gebruik te worden gemaakt van Nederlands gebroken steenslag met sortering 816mm om op te straten. Dit om worteling in de straatlaag en daardoor wortelopdruk te kunnen voorkomen. Een alternatief is bijvoorbeeld een wortelscherm.
TOR 2022
69
-
Grondverbetering ten minste 1,0m. diep, tot een maximum van 2,0m. Afhankelijk van grootte boom. Plantvak volledig voorzien van humeuse teelaarde. Vrijkomende grond afvoeren.
-
-
Hoeveelheid toe te passen bomengrond (organisch stofgehalte 8-12%) per boomgrootte: o
1e grootte ≥ 20m3
o
2e grootte ≥ 12m3
o
3e grootte ≥ 9m3
200 liter schimmeldominante humuscompost toepassen per aan te planten boom. Schimmeldominante humuscompost dient vermengt te worden met de teelaarde rondom de kluit. Voorafgaand aan levering, certificaat toegepaste schimmeldominante humuscompost ter goedkeuring voorleggen aan gemeente.
-
Toe te passen ondergrondse groeiplaatsconstructie bij onvoldoende bovengrondse ruimte: o
Sandwichconstructie: dient ter vervanging van de funderingslaag bij verharding. Er wordt een luchtlaag gecreëerd onder de verharding waardoor wortelopdruk wordt voorkomen. Onder de constructie kan teelaarde worden aangebracht om de groeiruimte van een boom te optimaliseren.
o
Boombunker: Er wordt een vrije doorwortelbare ruimte gecreëerd met de eigenschappen van een open plantspiegel. Boven op de constructie kan verharding worden aangebracht. Deze constructie kan grote verkeersbelasting aan en kan tevens bijdrage aan het bergen van regenwater.
7.2.3 Herdenkingsbomen (in de openbare ruimte) Voorwaarden Herdenkingsbomen inclusief een eventueel bijbehorend tekstbord of andere voorziening worden in samenwerking met initiatiefnemer(s) en gemeente geplaatst. Per geval zal bekeken worden wat er mogelijk is, maar in beginsel hanteert de gemeente daarbij de volgende uitgangspunten: -
De voorziening moet voldoen aan de minimale kwaliteit die de gemeente voorschrijft.
-
De benodigde investeringen in tijd en geld ten behoeve van aanleg en nazorg komen voor rekening van initiatiefnemer(s).
-
De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de voorziening.
-
Initiatiefnemer(s) is/zijn verantwoordelijk voor eventuele vervanging van (delen van) de voorziening.
Locaties Herdenkingsbomen planten wordt niet overal in de openbare ruimte toegestaan. Om dit te reguleren zijn de volgende locaties aangewezen als plantlocatie: 1. Vlakwater (stuifzandgebied) In 2013 is op initiatief van oud burgemeester H. Gilissen een begin gemaakt met het aanplanten van bomen ter ere van honderdjarigen. 2. Hoogzand (nabij visvijver Wanssumseweg) Hier kunnen mensen die een persoonlijke gebeurtenis zoals een geboorte willen vieren een herdenkingsboom planten. Daarnaast is in dit gebied een gedeelte gereserveerd om herdenkingsbomen te planten vanuit maatschappelijk betrokken stichtingen of verenigingen.
TOR 2022
70
Aanplant op andere locaties is mogelijk wanneer het gaat om zaken waarvoor landelijk grote aandacht is in de samenleving, bijvoorbeeld bij geboortes of kroningen van het koningshuis, of in een geval waarbij (nagenoeg) elke inwoner van een dorp of wijk betrokken is.
7.3
Beplanting
7.3.1 Uitgangspunten -
De gemeente hanteert zeven categorieën beplanting: bosplantsoen, (bodembedekkende) heesters, (blok)hagen, rozen, vaste planten, bollen en wisselperken.
-
De vitaliteit van de beplanting moet kunnen worden gegarandeerd. Naast externe omstandigheden (beschadigingen bijvoorbeeld) zijn standplaats, groeiruimte, bodem, waterhuishouding en de juiste soortkeuze, essentieel voor een vitaal beplantingsvak.
-
Aanplant en verplant alleen binnen het plantseizoen.
-
Overlast van beplanting aan omwonenden moet zoveel mogelijk worden beperkt, ook tijdens het uitgroeien tot uiteindelijke omvang.
-
Geen snippergroen realiseren; snippergroen zijn vaak “reststrookjes” welke overblijven na inpassing van de benodigde infrastructuur.
7.3.2
Ontwerpeisen
Situering -
De beplanting moet kunnen uitgroeien tot de soorteigen habitus (groeivorm). In het UO en/of Groenplan beplanting dan ook weergeven in “volwassen” omvang.
-
Landschappelijke beplantingsvakken niet direct tegen particuliere tuinen aanleggen ofwel een harde grens tussen particulier en openbaar groen realiseren. Dit om onrechtmatig gebruik van gemeentelijk eigendom tot een minimum te kunnen beperken.
-
Hoeken in plantvakken scherper dan 60 graden niet toepassen .
-
De afstand van landschappelijke elementen en beplantingen tot verharding en erfgrenzen minimaal 1,5m. tot de eerste rij beplanting.
-
Bij aanplant bosplantsoen in talud; steilheid talud maximaal 1:2, aan één zijde voorzien in een obstakelvrij schouwpad van min. 2,5m. breed.
-
Toegankelijkheid ten behoeve van onderhoudsmaterieel (trekker) waarborgen bij grote (>100m²) oppervlaktes.
-
Wisselperken alleen toepassen in centrumgebied en winkelcentra.
-
Vaste planten alleen toepassen op beeldbepalende locaties, zoals monumenten, binnenstedelijke wadi’s en zichtlocaties aan ontsluitingswegen binnen de bebouwde kom.
-
Bollen alleen toepassen in (tussen) bermen/recreatief gras bij gebiedsontsluitingswegen, wijkontsluitingswegen en parken.
TOR 2022
71
Ondergrond Beplantingsvakken dienen voorzien te zijn van minerale teelaarde met 5% organisch
-
stofgehalte en vrij te zijn van steenpuin, wortelresten, wortelonkruiden en invasieve exoten. Dit is ook van toepassing op gebiedseigen grond. -
De minimale gronddekking bij het aanleggen van beplantingsvakken bedraagt 0,4m teelaarde.
-
De indringingsweerstand van de grond (bepaald met een standaardconus van 1 cm2) mag maximaal 3 MPa bedragen ten tijde van aanplant. Dit wordt gemeten met een penetrograaf tot een diepte van 1,20m.
-
Harde en / of slecht doorlaatbare lagen doorspitten tot op een diepte van 1,2m.
-
In plantvakken het maaiveld minimaal 3,0cm lager dan bovenkant kantopsluiting plantvak afwerken.
Bemesting De mest dient in alle gevallen onkruidvrij en uit gecomposteerd te zijn. Verder zijn hieronder per beplantingscategorie de specifieke eisen irt bemesting benoemd: Bosplantsoen Een laagdikte van 3 cm bestaande uit 50% champignonmest en 50% tuinturf dient vermengt
-
te worden met de teelaarde tot een diepte van 25cm. (Bodembedekkende) heesters Een laagdikte van 5 cm bestaande uit 50% champignonmest en 50% tuinturf dient vermengt
-
te worden met de teelaarde tot een diepte van 25cm. (Blok)hagen Een laagdikte van 5 cm bestaande uit 50% champignonmest en 50% tuinturf dient vermengt
-
te worden met de teelaarde tot een diepte van 25cm. Bij de aanplant van beukenhagen of haagbeuken dienen mycorrhiza schimmels toegevoegd te worden. (product en hoeveelheid i.o.m. gemeente) Rozen Een laagdikte van 5 cm bestaande uit 50% champignonmest en 50% tuinturf dient vermengt
-
te worden met de teelaarde tot een diepte van 25cm. Vaste planten Een laagdikte van 20cm BVB G2C Buffersubstraat dient vermengt te worden met de teelaarde
-
tot een diepte van 25cm. Bollen -
Nvt
Wisselperken -
Aanbrengen edelcompost 2m3 per 100m2 en onderwerken in plantvak tot een bewerkingsdiepte van 0,25 cm.
Soortkeuze -
Toe te passen soorten vaste planten, bollen en wisselperken in overleg met gemeente bepalen.
-
Bij de soortkeuze dient de benodigde beheerinspanning (bijvoorbeeld snoeien en onkruidbeheersing) te worden meegenomen in de afweging. Soorten die intensief onderhoud vergen moeten zoveel mogelijk vermeden worden.
-
Rondom sportparken en speelplekken geen gedoornde of vruchtdragende plantsoorten aanplanten.
-
Bij het aanplanten van een struiketage vooral schaduwverdragende soorten toepassen.
TOR 2022
72
-
Heesterrozen dienen bestand te zijn tegen het jaarlijks afzetten met een klepelmaaier.
Plantruimte en plantwijze Houtwal en/of houtsingel -
Een houtwal en/of houtsingel is een vrij liggend lijnvormig en aaneengesloten landschapselement met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken.
-
Een houtwal en/of houtsingel is minimaal 25 meter lang en maximaal 20 meter breed.
Bosje -
Een bosje is een vrij liggend vlakvormig en aaneengesloten landschapselement met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken.
-
Een bosje is minimaal 2,0 are en maximaal 1,0 hectare groot.
Struweel -
Een struweel is een aaneengesloten rand met een variatie van inheemse bomen of struiken en een kruidachtige begroeiing van inheemse grassen en kruiden die zich spontaan kan ontwikkelen.
-
De rand is minimaal 25 meter lang en maximaal 20 meter breed.
-
Maximaal 50% van de oppervlakte van de rand wordt ingenomen door inheemse bomen en/of struiken.
-
Een struweelrand kan langs een bosrand of een landschapselement liggen maar ook vrij in het veld, bijvoorbeeld langs een perceel rand.
Bosplantsoen (binnen de bebouwde kom) -
Bosplantsoen is een houtachtige beplanting met inheemse gewassen o
o
-
Bosplantsoen met boomvormers (20% boomvormers)
Breedte van het plantvak is tenminste 10 meter.
Lengte van het plantvak is tenminste 20 meter.
Bosplantsoen zonder boomvormers
Breedte van het plantvak is tenminste 5 meter.
Lengte van het plantvak is tenminste 10 meter.
De plantafstand van landschappelijke elementen en/of beplantingen tot verharding en erfgrenzen bedraagt minimaal 1,5m. Boomvormers tenminste 4 meter vanaf de erfgrens.
-
Aanplant in driehoek verband, waarbij de plantafstand 1,0m x 1,0m bedraagt. Hierbij dient plantmateriaal minimaal 2-jarig te zijn. Boomvormers tenminste 80/100.
(Bodembedekkende)heesters: -
Onderlinge plantafstand afhankelijk van de soort (1-5 stuks per m2).
-
Afstand tot verharding is de halve volwassen plantmaat.
-
Bij grotere solitairheesters een kunststof gietrand met een minimale capaciteit van 100ltr toepassen.
(Blok)hagen -
Breedte plantvak minimaal 0,8m. (tussen kantopsluiting).
-
Hoogte maximaal 1,2m, langs wegen maximaal 0,4m.
-
Plantafstand enkele rij 2-5 stuks per m1; afhankelijk van de soort.
TOR 2022
73
-
Dubbele rij; 4-7 st/ m1 haag, afhankelijk van de soort.
-
Rijen aanplanten ca. 0,25m uit grens haagvoet.
Rozen -
Afstand tot verharding de halve volwassen plantmaat.
-
Plantafstand 0,4m x 0,4m.
-
Aanplanten in driehoek verband.
Vaste planten -
Plantdichtheid afhankelijk van de soort, maar wel zo dat binnen één groeiseizoen een dichte beplanting is verkregen.
-
Groepsgewijs aanplanten.
Bollen -
Minimale breedte plantvak 2,0m.
Wisselperken -
Minimale breedte plantvak 1,0m.
-
Plantverband en dichtheid afhankelijk van de soort.
TOR 2022
74
7.4
Gras
7.4.1
Uitgangspunten
-
De gemeente Venray kent twee grastypen, te weten: 1.
Recreatief gras; o
Grasvelden, trapveldjes, parken, wegbermen en groenstroken binnen de bebouwde kom.
2.
Ruw gras; o
Schrale (bloemrijke) grasvelden; (ecologisch beheerregime; 1x of 2x/jaar maaien, maaisel wordt afgevoerd ter bevordering van de kruidenvegetatie).
o
Te beweiden grasvegetaties (ecologisch beheerregime; afhankelijk van groeidruk).
o
Bloemenweides; inheemse, wilde flora en fauna tot ontwikkeling laten komen(beheerregime; 1x of 2x / jaar maaien, maaisel wordt afgevoerd ter bevordering van de diversiteit.
o
Grasbermen buiten de kom;
Reguliere wegbermen buiten de bebouwde kom (beheerregime; 1x/jaar de eerste meter maaien, 1x/jaar de gehele berm maaien).
Ecologische bermen (ecologisch beheerregime).
De gemeente Venray beschikt over een digitale kaart waar de bestaande bermen buiten de bebouwde kom op staan vermeld met bijbehorend beheerregime. Uit deze kaart is af te leiden waar sprake is van reguliere bermen of ecologische bermen.
-
Ivm bevorderen habitatten flora en fauna bij de aanleg van wadi’s er altijd naar streven wisselende steilheden van taluds toe te passen, zowel in lengte- als in breedterichting.
7.4.2
Ontwerpeisen
Situering -
Situering en vormgeving zodanig dat zo min mogelijk wordt uitgenodigd om te parkeren op gras. Dit om schade aan het gras te voorkomen.
-
Omsloten grasvlakken met ruw gras dienen een toegang van minimaal 2,5m breed te hebben, grasvlakken met recreatief gras 2,0m, breed. Dit ten behoeve van toegankelijkheid onderhoudsmaterieel.
-
-
Aanleg gras op talud; o
Recreatief gras maximale steilheid 1:3.
o
Schraal gras, grasbermen of te beweiden grasvelden; maximale steilheid 1:3 .
Taludlengte in relatie tot bereikbaarheid; o
Taludlengte tussen ≤ 6,0m. ; aan één zijde voorzien in een obstakelvrij schouwpad van min. 2,5m. breed.
o
Taludlengte ≥6,0m. ; aan twee zijden voorzien in een obstakelvrij schouwpad van min. 2,5m. breed.
TOR 2022
75
Ondergrond -
De bovenste laag van de bodem moet tenminste 0,20m. teelaarde te bevatten met een organisch stofgehalte van tenminste 3%. Dit is niet van toepassing op grastypen met ecologisch beheerregime.
-
Harde en / of slecht doorlaatbare lagen doorspitten tot op een diepte van 1,20m.
-
De indringingsweerstand van de grond (bepaald met een standaardconus van 1 cm2) mag maximaal 3 MPa bedragen ten tijde van het zaaiwerk. Dit wordt gemeten met een penetrograaf tot een diepte van 1,20m.
-
Bij grasbermen het maaiveld 1,0cm lager dan de aangrenzende verharding afwerken, na verwachte inklink.
Soortkeuze -
Voorgeschreven grasmengsel per functie: o
Recreatief gras: grasmengsel SV7 of Solide (2,5kg/are).
o
Bermen flauwer dan helling 1:3 bloemenmengsel (0,2kg/are) .
o
Bermen steiler dan helling 1:3 bloemenmengsel (0,2kg/are) icm grasmengsel B3 (1,0kg/are) (op aangeven directie)
-
.
o
Te begrazen grasvegetaties: grasmengsel in overleg te bepalen.
o
Bloemenweide: Bloemenmengsel i.o.m. gemeente op basis van ondergrond en wens.
Bij aanleg gras onder bomen met dichte kroon schaduwbestand grasmengsel selecteren en ter goedkeuring voorleggen aan gemeente.
Plantruimte en plantwijze -
Grasstroken van gazon of recreatief gras minimaal 1,0m breed en een minimaal oppervlak van 10m².
-
Vakbreedte ruw gras minimaal 3,0m en een minimale oppervlakte van 100m².
-
Vakbreedte grasberm minimaal 3,0m en een minimale oppervlakte van 100m².
TOR 2022
76
7.5
Uitvoeringseisen
7.5.1 Algemeen -
Tenzij anders overeengekomen zijn op de uitvoering de technische bepalingen van de Standaard RAW Bepalingen 2020 van toepassing.
-
In openbare groenvoorzieningen sleuven zodanig graven, dat de bovengrond, gescheiden van de kwalitatief mindere ondergrond, wordt opgeslagen en dat bij het dichten van de sleuf weer bovenin wordt verwerkt.
7.5.2 Bomen -
Bij werken rondom bomen gelden de eisen uit het handboek bomen 2018.
-
Ophoging en afgraving in de wortelzone is niet toegestaan zonder boomtechnisch advies en overleg met de beheerder.
-
Bij werkzaamheden nabij een monumentale en/of waardevolle boom (of aandachtsgebieden) dient de Bomenwacht Nederland (https://www.bomenwacht.nl/ ) een advies uit te brengen. De kosten hiervan zijn voor rekening initiatiefnemer.
-
Bestaande wortels met een diameter ≥ 5cm mogen alleen in overleg met de gemeentelijke toezichthouder worden verwijderd.
7.5.3 Beplanting -
Bij werken rondom bestaande beplanting dient beplanting die tijdelijk verwijderd wordt direct opgekuilt te worden of herplant te worden met dezelfde soort en grootte.
-
Beplanting uitzetten op plantvak alvorens te starten met aanplantwerkzaamheden.
7.5.4 Gras -
Bij het maken van sleuven of gaten in gazons of grasstroken dient na de werkzaamheden de strook verdicht, geëgaliseerd en ingezaaid te worden met SV7. Stroken dienen vrij te zijn van puin- en wortelresten.
-
Bij bermen buiten de kom staan we het herzaaien van de kabelsleuf toe.
TOR 2022
77
7.6
Aan te leveren gegevens
Haalbaarheidsfase -
Schets Ontwerp
Ontwerpfase -
Voorlopig Ontwerp
Voorbereidingsfase -
Uitvoeringsgereed Ontwerp incl. RAW bestek
-
Groenplan
-
Certificaten/keurmerken toe te passen groenvoorzieningen
-
Eventuele adviezen Bomenwacht Nederland
Beheerfase As built tekeningen conform NLCS tekenstandaard in .pdf en .dwg formaat. Deze dienen tenminste te bevatten: -
Toegepaste soorten bomen en beplanting, inclusief maatvoering.
-
Toegepaste grasmengsels.
-
Aantallen beplanting per m2.
-
Dwarsprofielen/details ondergrondse (groei)voorzieningen.
-
Milieuhygiënische verklaringen toegepaste en verwijderde grond.
Groenplan Een groenplan is een aparte tekening, aan te leveren op een bruikbare schaal, maximaal 1:500, welke minimaal de volgende onderdelen bevat: -
Eindbeelden van het toe te passen groen.
-
Beplantingsmaten bij aanplant.
-
De toe te passen soorten.
-
Dwarsprofielen/details ondergrondse (groei)voorzieningen.
TOR 2022
78
8
Wegen
TOR 2022
79
8 Wegen
8.1
Uitgangspunten
Wegbeheerders zoals de gemeente Venray hebben vanuit de Wegenwet de zorgplicht over de gemeentelijke wegverhardingen. Dit betekent dat de gemeente als wegbeheerder, te allen tijde, verantwoordelijk is voor de kwaliteit (onderhoudstoestand) van de verhardingen die de gemeente in beheer heeft. Deze zorgplicht moet er aan bijdragen dat het gebruik van de wegen veilig plaats kan vinden en schades/ongevallen ten gevolge van gebreken aan de weg zoveel mogelijk worden voorkomen. -
Vormgeving wegverharding, wegfundering, wegmarkering, kantopsluitingen etc. volgens OOR (zie Bijlage 1 Ontwerpprincipes Openbare Ruimte).
-
Voor wegen met overwegend een verblijfsfunctie (30 km/u wegen) is meer keuzevrijheid mogelijk in bijvoorbeeld materiaalkeuze en wegbreedte dan bij wegen met overwegend een ontsluitingsfunctie (50, 60, 70 en 80 km/u wegen).
-
Op alle civieltechnische werkzaamheden, toe te passen bouwstoffen en producten zijn de Standaard RAW Bepalingen 2020 (CROW) van toepassing.
-
Alle nieuw toe te passen bouwstoffen dienen gekeurd te zijn volgens de van toepassing verklaarde normen en keuringseisen (NEN, CE, KOMO). Een afschrift van deze certificaten c.q. attesten c.q. keuringsresultaten dient naar de afdeling SDW van de gemeente Venray te worden toegezonden alvorens deze bouwstoffen worden toegepast.
-
Uitgangspunten binnen de bouwfasering: o
In de bouwrijp fase dient de eventuele bouwweg voorzien te worden van 5cm bouwasfalt, niet van een elementenverharding op de kop of een halfverharding.
o
Het woonrijp maken van een bouwlocatie dient de bouw te volgen en in overleg met de gemeente eventueel gefaseerd plaats te vinden. Dit ivm de benodigde bereikbaarheid en toegankelijkheid van reeds bewoonde woningen of overige gerealiseerde bestemmingen.
o
Het woonrijp maken kan pas starten als de gemeente daar goedkeuring voor gegeven heeft.
8.1.1 Wettelijke regelgeving -
Wegenwet
-
Wegenverkeerswet 1994
-
Arbeidsomstandighedenwet (Arbo wet)
-
Besluit bodemkwaliteit
-
Algemene Plaatselijke Verordening (APV specifiek mbt inritvergunningen)
8.1.2 Vigerende beleidsdocumenten -
Beleidsplan Onderhoud Wegen (incl. aanvullingen uit jaarlijkse monitoring)
-
Visie wegenstructuur en wegcategorisering
-
Ontwerpprincipes Openbare Ruimte (OOR)
TOR 2022
80
8.1.3 Handboeken, richtlijnen en normeringen -
CROW richtlijnen
-
Standaard RAW-Bepalingen 2020 (CROW)
-
NEN-EN normen
8.2
Ontwerpeisen
8.2.1 Wegverhardingen Algemeen -
Materialisering conform OOR details wegprofielen, meer duurzame alternatieven kunnen altijd besproken worden.
-
Ter plaatse van een aansluiting van een onverharde weg op een verharde weg moet de eerste 5,0m. van de aansluitende onverharde weg van elementenverharding worden voorzien. Dit om vervuiling van de rijbaan op de verharde weg te beperken. In geen geval mag dit de voorrangssituatie onduidelijk maken, dus bij een verharde weg van elementenverharding zal dan een voorrangsregeling nodig zijn.
Beton -
Op kleine rammelstroken, middengeleiders, rijbaansplitsingen en vluchtheuvels beton C45/55, milieuklasse XF2 met Cobblestone print toepassen. (rammelstroken wapenen).
-
Ten behoeve van aanleg rammelstroken bij ETW60 wegen beton met kwaliteit C35/45, milieuklasse XF2 toepassen,
-
In het werk gestorte banden toepassen t.b.v. overrijdbaar gedeelte middeneiland rotondes.
Elementenverharding -
De toe te passen elementenverhardingen staan vermeld in de verschillende standaard OOR profielen (zie Bijlage 1).
-
Toegestane formaten elementenverharding: o
BSS betonstraatsteen en SBS straatbaksteen; kei,- dik,- en waalformaat.
o
Alle betonnen elementenverharding dient te zijn voorzien van een kleurechte deklaag met minimaal 80% natuurlijke toeslag materialen en splintervrije kop.
-
Rijbanen altijd voorzien van gebakken bestratingsmateriaal, betonstraatstenen toepassen tbv verkeersplateau’s in wegen met de wegcategorie WOW50
-
Gebakken straatstenen van minimale hardheidsklasse A4-12.
-
Keiformaten met vellingkant toepassen om breuk tegen te gaan tijdens gebruik
-
Ontwerp afstemmen op machinaal straatwerk volgens CROW-publicatie 282 ‘Mechanisch aanbrengen elementenverharding’.
Asfaltverharding -
De toe te passen asfaltverhardingen staan vermeld in de verschillende standaard OOR wegprofielen (zie Bijlage 1 OOR Wegcategorieën). De technische grondslag hiervan is terug te vinden in het Sweco-rapport ‘Standaard asfaltverhardingen gemeente Venray’ (zie Bijlage 4).
TOR 2022
81
-
Toepassing van de verhardingsconstructies uit de standaard OOR profielen, zoals weergegeven in tabel 4-1 van het Sweco rapport is alleen mogelijk indien er sprake is van een goed draagkrachtige ondergrond (zie hoofdstuk 4 van het Sweco-rapport). Indien dit niet wordt aangetoond, of er sprake is van een minder draagkrachtige ondergrond, dan dient de verhardingsconstructie te worden ontleend aan tabel 4-2 van het Sweco-rapport. Alternatieve asfaltverhardingen kunnen worden aangeboden, mits deze met behulp van berekeningen zijn onderbouwd. De berekeningen dienen te worden uitgevoerd met behulp van OIA (Ontwerp Instrumentarium Asfalt), waarbij dezelfde uitgangspunten worden gehanteerd zoals omschreven in hoofdstuk 2 van het Sweco-rapport.
Halfverharding -
Halfverharding nooit toepassen in rijbanen binnen de bebouwde kom
-
Kunststof grastegels alleen toepassen daar waar geen/nauwelijks zwaar verkeer wordt verwacht. Het gekozen systeem moet in alle gevallen gedurende de gehele levensduur demontabel zijn. Voorbeeld van een geschikt type grastegel is de Tonn HD Eco rooster met verkeersklasse SLW 60 conform DIN 1072
-
Grasbetontegels alleen toepassen tbv rammelstroken als hiermee een conflict met kabels en leidingen kan worden voorkomen. In alle andere gevallen bermbeton C35/45, milieuklasse XF2 toepassen tbv rammelstroken
-
Voor recreatieve (fiets)routes Grauwacke, Komex of Achterhoeks padvast toepassen
8.2.2 Wegfunderingen -
Wegfunderingen van reguliere rijbanen, parkeervoorzieningen en fietspaden dienen te worden voorzien van menggranulaat 0/31,5.
-
Wegfunderingen van rijbanen, parkeervoorzieningen en fietspaden gelegen in gebieden met een kans op een voorkomende grondwaterstand hoger dan 30 cm –mv of water op maaiveld gedurende periode van 1 dag of meer in het jaar, dienen te worden voorzien van een fundering bestaande uit hydraulisch gebonden menggranulaat (e.e.a. om pompwerking te voorkomen).
8.2.3 Wegmarkering -
Soort/vormgeving markering volgens OOR en CROW-publicatie 207 ‘Richtlijnen voor de bebakening en markering van wegen’.
-
-
Aan te brengen markering: o
Op asfalt:
Thermoplast.
o
Op beton:
Sprayplast.
o
Op elementenverharding:
Prefab elementen.
o
Thermoplast markering op fiets(suggestie)stroken op langsnaad aanbrengen.
Rode fietsoversteken (bv tpv rotondes) dienen uitgevoerd te worden in thermoflex en niet in rood asfalt, dit om naden in het asfalt van de rijbaan te voorkomen/beperken.
-
Voetganger Oversteek Plaatsen (VOP’s) op asfalt dienen uitgevoerd te worden, gebruik makend van zwarte en witte thermoflex.
-
Verwijderen markering:
TOR 2022
82