CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide Noord vastgesteld 1 Bijlagen bij de Regeling Bijlage 2 Kwaliteitsomschrijving

Gemeenteraad 26 mei 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22h Bedrijventerrein Smakterheide-Noord24.134 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

KWALITEITSOMSCHRIJVING BEDRIJVENTERREIN SMAKTERHEIDE NOORD

MAART 2026

Inhoudsopgave 0

Algemeen

2

1

Energie en klimaat

6

2

Stedenbouw

6

3

Cultureel Erfgoed

6

4

Milieu

6

5

Ecologie

6

6

Mobiliteit

6

7

Stedelijk Groen

7

8

Wegen

14

9

Civieltechnische Kunstwerken

14

10

Riool en Water

14

11

Kabels en Leidingen

14

12

Afval en Reiniging

14

13

Speelvoorzieningen

14

Bijlage I

Toetssteen Openbare Ruimte 2022

Gemeente Venray

II

Landschapsplan

ARCADIS

III

Activiteitenplan Klaver 15

Econsultancy

1

0

Algemeen

▪

Toetsteen Openbare Ruimte (TOR) versie mei 2022 is van toepassing en dient als eis bij uitvoering van civiele werkzaamheden. De TOR is opgenomen als Bijlage I of digitaal te raadplegen via Toetssteen Openbare Ruimte | Gemeente Venray. Bij de Kwaliteitseisen Smakterheide Noord is de hoofdstukindeling van de TOR aangehouden, waarbij de inhoud een aanvulling of nadere duiding van de TOR is.

▪

Ontwerpprincipes Openbare Ruimte (OOR) versie mei 2022 is van toepassing en dienen als eis bij uitvoering van civiele werkzaamheden. Op de site: bijlage Toetssteen Openbare Ruimte | Gemeente Venray

▪

Voor de inrichting van de openbare ruimte van bedrijventerrein Smakterheide Noord is door Arcadis een Landschapsplan gemaakt. Het Landschapsplan is aanvullend op de TOR en is opgenomen als Bijlage II.

▪

De Standaard RAW bepalingen 2025 (CROW) zijn van toepassing en dienen als eis bij uitvoering van civiele werkzaamheden. Naast een RAW bestek, inclusief tekeningen en een directieraming, zijn aanvullende eisen vermeld in de Toetssteen 2022.

▪

Alle richtlijnen zijn in overleg met team Openbare Ruimte van de gemeente Venray.

▪

Zoveel als mogelijk sluitende grondbalans: uitkomende grond en zand verwerken in op te hogen percelen of in natuurfunctie.

▪

Kavels worden met een terreinhoogte van ca 20 cm onderkant weg opgeleverd.

Bouwrijp maken van het uitgeefbaar gebied Het bouwrijp maken van het uitgeefbaar gebied omvat in hoofdlijnen de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: 1. het verwijderen van struiken, bomen, gewassen en boomstronken; 2. het slopen van bestaande opstallen met bijbehorende verhardingen; 3. het opsporen en verwijderen van niet-gesprongen explosieven; 4. het uitvoeren van (nader) onderzoek c.q. het treffen van uit archeologisch oogpunt noodzakelijke maatregelen; 5. voor zover noodzakelijk het saneren van bodem- en/of grondwaterverontreiniging afgestemd op de bodemfunctie; 6. het ontgraven, ophogen en egaliseren van het terrein; 7. het aanbrengen van een (tijdelijk) gronddepot; 8. het dempen van bestaande watergangen; 9. het treffen van grondwater regulerende maatregelen; 10. het aanbrengen van de aansluiting vanuit een kavel op de openbare DWA-riolering; 11. het aanbrengen van de aansluiting voor de afvoer van hemelwater vanuit een kavel naar waterbergingsvoorzieningen in de openbare ruimte. 2

Bouwrijp maken van de openbare ruimte Het gaat hier in hoofdlijnen om de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: 1. het verwijderen van struiken, bomen, gewassen en boomstronken; 2. het slopen van bestaande opstallen met bijbehorende verhardingen; 3. het opsporen en verwijderen van niet-gesprongen explosieven; 4. het uitvoeren van (nader) onderzoek c.q. het treffen van uit archeologisch oogpunt noodzakelijke maatregelen; 5. voor zover noodzakelijk het saneren van bodem- en/of grondwaterverontreiniging afgestemd op de bodemfunctie; 6. het ontgraven, ophogen en egaliseren van het terrein; 7. het aanbrengen van een (tijdelijk) gronddepot; 8. het dempen van bestaande en de aanleg van nieuwe watergangen; 9. de aanleg c.q. aanpassing van de A-watergang in de gebiedsaanduiding-zone water; 10. het treffen van grondwaterregulerende maatregelen; 11. de aanpassing van de weg Spurkt in de gebiedsaanduiding Spurkt-weggedeelte 1 in definitieve vorm; 12. de aanleg van de ontsluitingslus in de gebiedsaanduiding-ontsluitingslus als bouwweg; 13. de aanpassing van de weg Spurkt in de gebiedsaanduiding Spurkt-weggedeelte 2 in definitieve vorm; 14.

de aanleg respectievelijk aanpassing van openbare riolering (hemelwaterafvoer (HWA) en droogweerafvoer (DWA)) van het aansluitpunt van de riolering nabij de kavel naar openbaar water (hemelwaterafvoer) respectievelijk het aansluitpunt op de bestaande respectievelijk alsdan aangelegde openbare riolering (droogweerafvoer), met inbegrip van bijbehorende werken; 15. de aanleg van de waterbergingswerken en natuur- en groenvoorzieningen binnen de gebiedsaanduidingen natuur, natuur en waterberging en groen en waterberging, met inbegrip van bijbehorende werken. 16. de aanleg van mitigerende maatregelen voor onder andere vleermuizen, dassen etc, met inbegrip van bijbehorende werken. Voor de volgorde van uitvoering is van belang dat eerst, gekoppeld aan de werkzaamheden in de openbare ruimte en/of uitgeefbaar gebied, de ontwikkeling van deelgebied 1 plaatsvindt. Vervolgens kan de ontwikkeling van deelgebied 2 plaatsvinden.

3

Gebruiksgereed maken van de openbare ruimte Het betreft hier de uitvoering van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die zien op de verdere inrichting en afwerking van de (eerder bouwrijp gemaakte) openbare ruimte. Deze werken en werkzaamheden kunnen als volgt op hoofdlijnen worden omschreven: 1. de afwerking en definitieve voltooiing van de eerder als bouwweg aangelegde ontsluitingslus in de gebiedsaanduiding-ontsluitingslus, met inbegrip van bijbehorende werken; 2. de aanleg c.q. aanpassing van openbare fietspaden en openbare voetpaden (uitgezonderd in de gebiedsaanduidingen Spurkt-weggedeelte 1 en Spurktweggedeelte 2); 3. het aanbrengen van bebording, bewegwijzering, bebakening en belijning (uitgezonderd in de gebiedsaanduidingen Spurkt-weggedeelte 1 en Spurktweggedeelte 2); 4. het aanbrengen en aanleggen van openbare verlichting, straatmeubilair en voorzieningen voor openbaar vervoer (uitgezonderd in de gebiedsaanduidingen Spurkt-weggedeelte 1 en Spurkt-weggedeelte 2); 5. het aanleggen van bluswatervoorzieningen, waaronder begrepen brandkranen (uitgezonderd in de gebiedsaanduidingen Spurkt-weggedeelte 1 en Spurktweggedeelte 2); 6. de afwerking van de aanleg van de waterbergingswerken en natuur- en groenvoorzieningen binnen de gebiedsaanduidingen natuur, natuur en waterberging en groen en waterberging, met inbegrip van bijbehorende werken.

AANVULLENDE EISEN BOUWRIJP MAKEN OPENBARE RUIMTE 1.

Inleiding

Het bouwrijp maken van de openbare ruimte ten behoeve van een kavel voor het bouwen van een gebouw op een kavel in een ontwikkelveld mag niet worden verleend voordat onder meer ‘het bouwrijp maken van de openbare ruimte ten behoeve van dat kavel’ is voltooid. Onder het ‘bouwrijp maken van de openbare ruimte ten behoeve van een kavel’ wordt verstaan: het geheel van de navolgende werken en werkzaamheden, als onderdeel van het bouwrijp maken van de openbare ruimte: •

de aanleg van waterbergingswerken ten behoeve van een kavel;

•

de aanleg van openbare vuilwaterriolering ten behoeve van een bouwperceel;

•

de aanleg van de ontsluitingslus als bouwweg in het ontwikkelveld waarbinnen de kavel is gelegen;

•

de aanleg van de hoofdweg (Spurkt) in bruikbare vorm.

Onderdeel van de hier genoemde werken is ‘de aanleg van waterbergingswerken ten behoeve van een kavel'. Daaronder wordt verstaan: "het geheel van de werken en werkzaamheden, als onderdeel van het bouwrijpmaken van de openbare ruimte en overeenkomstig de eisen zoals opgenomen in de kwaliteitsomschrijving”.

4

2.

Eisen aanleg waterbergingswerken ten behoeve van een kavel

De waterbergingswerken ten behoeve van een kavel bestaan uit het geheel van de volgende werken en werkzaamheden: •

De aanleg van ‘Natuur en waterberging’ en ‘Groen en waterberging’ in het gebied dat op de ruimtegebruikskaart is aangeduid met de functie ‘Natuur en waterberging’ en ‘Groen en waterberging' (zoals weergegeven op de ruimtegebruikskaart).

•

De aanleg van werken en voorzieningen ten behoeve van de afvoer van hemelwater vanuit de kavels naar de ‘Natuur en waterberging’ en ‘Groen en waterberging’.

Onder aanleg ‘ten behoeve van een kavel’ wordt verstaan de aanleg van een zodanig gedeelte van een centrale watergang en/of groen-/waterretentievoorzieningen dat, in relatie tot de verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw op een kavel in een ontwikkelveld, wordt beschikt over een voldoende capaciteit van waterbergingvoorzieningen.

5

1

Energie en klimaat

Bij het ontbreken van een stroomaansluiting of bij onvoldoende vermogen van een vaste elektriciteitsaansluiting is het niet toegestaan om (diesel)aggregaten te plaatsen.

2

Stedenbouw

In aanvulling op de TOR2022 is voor de ontwikkeling van bedrijventerrein Smakterheide Noord een Beeldkwaliteitsplan door Arcadis 20260309_SMAKTERHEIDE_NOORD_Beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit document dient als uitgangspunt voor de verdere invulling van het nieuwe bedrijventerrein en is opgenomen als bijlage 4 Beeldkwaliteitsplan bij de Regeling TAMOmgevingsplan Smakterheide Noord.

3

Cultureel Erfgoed

Geen aanvullingen.

4

Milieu

4.8.3

Bodem- en (grond)waterkwaliteit

Gronddepot(s) locatie op de verbeelding weergegeven.

5

Ecologie

5.4

Mitigerende maatregelen

In 2019 is een activiteitenplan opgesteld door Econsultancy voor dit gebeid. Voor de nieuwe ontheffing flora en fauna van de provincie Limburg wordt een nieuw activiteitenplan opgesteld. Het oude rapport (Bijlage III) is een uitgangspunt voor de benodigde mitigerende maatregelen waarbij met de volgende mitigerende maatregelen rekening dient te worden gehouden: 5.4.1 Algemene maatregel voor diverse soortgroepen (compensatiestal) 5.4.2 Huismus (broedplaats) 5.4.3 Huismus (functioneel leefgebied) 5.4.4 Steenuil (functioneel leefgebied) 5.4.5 Boerenzwaluw 5.4.6 Verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis 5.4.7 Vliegroute van diverse vleermuizensoorten 5.4.8 Das (verwijderen vluchtpijpen) 5.4.9 Das (leefgebied)

6

Mobiliteit

6.5

Parkeren

Parkeernormering op basis van CROW publicatie 744, Parkeercijfers 2024.

6

7

Stedelijk Groen

7.2

Bomen

7.2.1

Uitgangspunten

Boomgrootte Bomen langs de Spurkt 1e grootte Bomen langs ontsluitingslus 2e grootte Bomen in functie natuur: veren of spillen 7.3

Natuur

Natuurontwikkeling Smakterheide De basis voor natuurontwikkeling is het creëren van abiotische uitgangspunten zoals hydrologie, maaiveld en bodemsoort. De combinatie maaiveld en hydrologie bepaalt in belangrijke mate het type natuur droog versus nat. In combinatie met de bodemsoort vormt dit de natuurlijke situatie voor de ontwikkeling van een type natuur. Het gebied bestaat uit een overgang van een hoge grond naar een beekdal. De hoge grond is doorgaans droog en het grondwater zit relatief diep. Het beekdal is doorgaans nat, waarbij de grondwaterstand plaatselijk tot aan het maaiveld komt en overstroming van het gebied (inundatie) met beekwater (oppervlaktewater) de vochtigheid en mineralenaanvoer (voedselrijkdom) bepaalt. De natuurontwikkeling is voorzien op de overgangen tussen de hoge gronden en het laaggelegen beekdal. Juist deze overgangen zijn voor de biodiversiteit van grote waarde omdat er zeer specifieke soorten kunnen voorkomen, omdat de diversiteit aan soorten erg hoog kan zijn en omdat juist deze gebieden in het verleden zijn ontgonnen waardoor ze schaars zijn geworden. Een belangrijke randvoorwaarde voor de ontwikkeling van vegetatie kan het voormalig grondgebruik zijn. Door langdurige overdadige bemesting van de gronden kan er een zeer voedselrijke situatie ontstaan die spontane natuurontwikkeling minder vanzelfsprekend maakt.

Extra inrichtingsmaatregelen kunnen dan nodig zijn om de ontwikkeling van de natuur de juiste/beoogde richting op te duwen. Beheer na de inrichting zal dan een cruciale rol spelen in het behalen van de natuurdoelen. In het natuurontwikkelingsgebied Smakterheide-Noord wordt een aantal verschillende ecologische landschapstypen onderscheiden. In onderstaande tekst worden deze landschapstypen beschreven. Het gaat hierbij om de inrichtingsmaatregelen zoals het aanbrengen van vegetatie. De beoogde abiotische omstandigheden zijn beschreven onder de civieltechnische maatregelen. Madelandschap Het woord made is een verbastering van maaien. Een madelandschap is dus een landschap waarin het maaien van grasland een belangrijke rode draad is. Een madelandschap bestaat uit hooilanden in een beekdal. Hierdoor is het van oudsher lastig om begrazing met vee als beheermaatregel in te zetten vanwege de overwegend natte tot vochtige omstandigheden. De graslanden worden dus gemaaid/gehooid. De gronden zijn van nature relatief voedselrijk door de aanvoer van nutriënten door het beekwater, wanneer de beek de graslanden inundeert bij hoge waterstanden. Hierdoor was in het verleden bemesten vrijwel niet noodzakelijk om voldoende hooi van het land te krijgen.

7

Echter, na WO II heeft kunstmest en nog later drijfmest zijn intrede gedaan en zijn de gronden verder verrijkt met voedingsstoffen. Hiervan is ook sprake op de bewuste percelen in het plangebied. De hooilanden worden doorkruist door landschapselementen. Dit zijn vooral soorten die tegen vochtige omstandigheden kunnen, maar ook tolerant zijn voor langere drogere perioden. De oostrand bestaat uit een laag boomvormers in laanvorm (tweezijdig). Het is een natuurlijke verlenging van de bestaande houtwal. Boomvormers bestaan uit een afwisseling van Zomereik en Zachte berk, met maten 20-25 over een lengte van 225 m. De noordzijde grenst direct op het dal van de Loobeek en is daarmee vochtiger. Hier bestaat de laan uit Zachte berk met maat 20-25 over een lengte van 152 m. De westrand en de drie oost-west georiënteerde houtsingels die het gebied doorkruisen bestaan hoofdzakelijk uit struikvormers met een enkele boomvormer. Struiken worden als 1- of 2-jarige aangeplant; boomvormers 20-25. Totale lengte is 620 m. Soortensamenstelling is inheems bosplantsoen.

De graslanden bestaan uit een afwisseling van gras met bloemrijke kruiden. Vanwege het ontbreken hiervan in de directe omgeving en het langdurige gebruik als bouwland is een spontane vestiging van karakteristieke soorten onwaarschijnlijk. Ook is er geen zaadbank in de bodem aanwezig. Om de ontwikkeling op weg te helpen worden de hooilanden ingezaaid met een inheems kruidenrijk grasmengsel dat past bij beekdalgraslanden van vochtige tot natte standplaatsen. Het gaat hierbij om een areaal van 30.000 m2 (3 ha). Beheer van de hooilanden bestaat uit het maaien in de periode eind juni tot augustus. Door laat in de zomer te maaien kunnen bloemrijke kruiden hun zaden op een natuurlijke manier verspreiden, wat essentieel is voor het voorbestaan van het hooiland. Tevens draagt het bij aan het beschermen van kwetsbare fauna tijdens het voorjaar/de broedtijd. Na maaien wordt het maaisel verwijderd, waardoor er verschraling optreedt.

8

Hiermee wordt vervilting van de bodem met grassen voorkomen en krijgen bloemrijke kruiden meer kans op ontwikkeling. Machinaal maaien is wel sterk afhankelijk van de draagkracht van de bodem, dus wanneer de bodem op z’n droogst is. Dit is doorgaans ook in de nazomer. Hiermee wordt beschadiging van de bodem (o.a. verdichting) door zware machines voorkomen. Om de biodiversiteit nog te vergroten is het raadzaam om het hooiland gefaseerd te maaien waardoor er verschillende stroken overblijven. Hier kunnen insecten overwinteren en andere fauna kunnen dekking vinden. Er kan gekozen worden om in de late herfst een tweede maaibeurt in te zetten om vergrassing tegen te gaan, of indien de vochtigheid het toestaat, na-beweiding in te zetten, bij voorkeur met runderen. De zuidrand van het gebied bestaat uit een aaneengesloten bosgebied van ca 7.300 m2. Dit bosgebied wordt aangelegd met 1- of 2-jarig inheems bosplantsoen, bestaande uit boomvormers en struikvormers. Bosrandlandschap Het bosrandlandschap bestaat uit een afwisseling van kruidenrijke graslanden en kleine bosschages tegen een achtergrond van (vrijwel) aaneengesloten bosstrook die de grens markeert tussen het bedrijventerrein en de natuurontwikkeling.

Het bosdallandschap beslaat een areaal van 60.000m2 (6 ha) waarbij het zuidelijke deel, grenzend aan het bedrijventerrein, bestaat uit bos van inheems bosplantsoen. Deze bosstrook beslaat een oppervlakte van 30.000m2 (3h a). Aanleg van deze bosstrook bestaat uit 1- tot 2-jarig inheems bosplantsoen waarbij er een afwisseling is tussen struikvormers en boomvormers. De noordelijke helft van eveneens 30.000m2 (3 ha) bestaat uit een kruidenrijk grasland, afgewisseld met kleine bosschages. De bosjes worden aangelegd door het planten van 1- tot 2jarig inheems bosplantsoen met soorten die bestand zijn tegen natte standplaatsen, maar tevens droogte-tolerant zijn. In totaal zullen er 10 bosjes worden geplant met een gemiddelde omvang van 800 m2. 9

Als gevolg van jarenlange mestgift ten gevolge van landbouwkundig gebruik zal hier geen spontaan kruidenrijk grasland ontstaan. Het inzaaien van een gras-kruiden mengsel van inheemse soorten voor vochtige zandbodem stimuleert de ontwikkeling naar een kruidenrijk grasland. Kwellandschap Een kwellandschap heeft als kenmerk dat het wordt beïnvloed door grondwater dat ter plekke uit de bodem treedt. Dit kwelwater heeft doorgaans als eigenschap dat het voedselarm is en onderweg tussen infiltratiegebied, waar het als neerslag is gevallen, en kwelzone, waar het weer uit de bodem komt, mineralen op z’n reis heeft meegenomen. De samenstelling van deze mineralen bepaalt in grote mate de vegetatiesamenstelling. Deze vegetatiesamenstelling moet op een natuurlijke manier tot ontwikkeling komen en is niet te sturen met het zaaien of aanplanten van soorten. Over een deel van de oeverzone ontwikkelt zich riet, afgewisseld met typische kwelindicatoren als Waterviolier en mogelijk zelfs Drijvende waterweegbree. Deze laatste soort is een typische soort uit dit deel van Nederland en komt voor in het door Staatsbosbeheer beheerde natuurgebied Smakterveld, in het verlengde van (stroomafwaarts) en op korte afstand van Smakterheide-Noord. Een deel van het kwelrandlandschap bestaat uit open water.

Als gevolg van de kwel is dit water altijd in beweging waardoor dichtgroeien met vegetatie wordt voorkomen. Belangrijk voor de biodiversiteit is, naast karakteristieke zeldzame planten, dat het tijdens vorstperioden later dichtvriest omdat het uittredende grondwater een hogere temperatuur heeft dan het oppervlaktewater in de omgeving. Veel diersoorten profiteren hiervan. De noordzijde van het kwelrandlandschap bestaat uit hogere gronden die als lobben in de kwelplas uitkomen. Op deze lobben wordt inheems bosplantsoen van 1- tot 2-jarige aangeplant, dat bestand is tegen vochtige tot natte omstandigheden zoals Zwarte els, een typische boomvormer van beekdalen. De lobben met elzen hebben een gezamenlijke lengte van 180 m. Het noordelijke deel van het kwelrandlandschap bestaat uit kruidenrijk grasland, dat wordt ingezaaid met een inheems gras-kruidenmengsel geschikt voor droge tot vochtige zandgronden. Het betreft een oppervlakte van 1250 m2.

10

Heidecorridor De heidecorridor is een hoger en daarmee ook droger gebied dat de veiligheidszone onder de hoogspanningsleidingen beslaat. De vegetatie bestaat afwisselend uit matig voedselrijke graslanden en voedselarme zand- en heischrale graslanden. Ontwikkeling van schrale graslandtypen waarin ook struikhei (droog) en gewone dophei (vochtiger) tot ontwikkeling kan komen is afhankelijk van de mestvoorraad in de bodem. Indien de gronden jarenlang met kunstmest en/of drijfmest van mineralen zijn voorzien, is ontwikkeling van schrale graslandvegetaties op kortere of middellange (>50jaar) onmogelijk. In dat geval zal de heidecorridor vooral bestaan uit kruidenrijk grasland, dat wordt ingezaaid met een inheems graskruidenmengsel van droge zandgronden. Een maai- en eventueel begrazingsbeheer kan leiden tot meer verschraling en een ontwikkeling naar schralere vegetatietypen. Dit zal naar verwachting vele jaren in beslag nemen. De in te zaaien strook heeft een oppervlakte van 17.500 m 2 (1.75 ha). De randen van deze heidecorridor bestaan uit een dubbele bomenrij, maat 20-25, aan weerszijden van de corridor. Evenwijdig aan het wandelpad ligt een aantal rijen met inheems bosplantsoen, aangeplant 1-2 jaar oud. De soorten in dit bosplantsoen zijn uitsluitend struikvormers, vanwege de hoogspanningsleidingen, en zijn droogte minnend.

Boslaancorridor De Boslaancorridor is een versterking van de bestaande eikenlaan bij de zandweg met waterloop. In de huidige situatie bevinden zich de zomereiken aan een zijde van de zandweg, waarbij vanaf de Spurkt de eerste 200 m aan de westzijde van de zandweg nog uit Zomereiken bestaat. Verder naar het noorden staan de Zomereiken aan de oostzijde van het zandpad. In de beoogde situatie zijn beide zijden van het zandpad voorzien van Zomereiken tot aan het elzenbroekbos van het Broedboslandschap. Vanaf hier zullen aan de oostzijde laanbeplanting van Zwarte els staan. Maat Zomereik en Zwarte els bij aanplant is 20-25.

11

Broekboslandschap Het broekboslandschap bestaat uit een aaneengesloten Elzenbroekbos van Zwarte els, aangeplant op de aangelegde rabatten als 1- tot 2-jarig bosplantsoen. Het beslaat een oppervlakte van 35.000m2 (3,5 ha). Het elzenbroekbos sluit daarmee naadloos aan bij het al bestaande elzenbroekbos aan de noordzijde (buiten het plangebied). Doordat er in perioden water tussen de rabatten staat zal de lagere vegetatie van nature tot ontwikkeling gaan komen. Deze zal bestaan uit varens en kruiden die moerasbodems bedekken die regelmatig ook droog staan. Natuurlijke fluctuaties die passen bij een elzenbroekbos zijn hoge waterstanden in de winter die in het latere voorjaar langzaam wegzakken.

Beekmoeraslandschap Het Beekmoeraslandschap bestaat uit een mozaïek van vochtige en drogere kruidenrijke graslanden. In het centrale deel van dit landschap liggen twee poelen. Oevervegetatie bestaat uit een natuurlijke ontwikkeling van Schietwilg, Grauwe wilg, Riet en Grote lisdodde. Her en der staan er bosschages (7 stuks 150 m2) van inheems bosplantsoen, aangeplant 1- tot 2-jarig. Het verlengde van de Dassencorridor bestaat uit laanbeplanting van Es, Zwarte els en Zachte berk, maat 20-25, aan weerszijden van de daar al liggende zandweg. 12

Een bos van inheems bosplantsoen; meer drogere soorten, aanplant 1- tot 2-jarig, grenst aan het bos met de dassenburcht (6.000 m2). In de noordoosthoek van dit deelgebied ligt eveneens een bos bestaande uit inheems bosplantsoen, meer soorten van vochtigere omstandigheden, aanplant 1- tot 2-jarig (4.500 m2). Het kruidenrijke grasland wordt ingezaaid met een inheems graskruidenmengsel van drogere en vochtigere zandgronden.

Dassencorridor De Dassencorridor heeft een specifieke functie om dassen vanuit de burcht in het ‘provinciebosje’ (driehoekig bosje net buiten het plangebied) de kans te geven om naar het dal van de Loobeek en het Beekmoeraslandschap te migreren. Deze gebieden vormen immers de voedselgronden van de dassen. De dassencorridor bestaat uit een kruidenrijk grasland met voldoende dekking waarlangs de dassen zich kunnen bewegen. Deze dekking bestaat uit een inheems bosplantsoen, aanleg 1tot 2-jarigen met enkele boomvormers, maat 20-25 waaronder Zomereik, Zachte Berk en Es. Het Kruidenrijkgrasland wordt ingezaaid met een inheems gras-kruidenmengsel voor droge zandgronden.

13

8

Wegen

Geen aanvullingen.

9

Civieltechnische Kunstwerken

Geen aanvullingen.

10

Riool en Water

10.1 Algemene uitgangspunten -Bouwpeil: Het minimale bouwpeil van een gebouw dient ten minste 25 cm boven de definitieve as van de woonrijp situatie te liggen. De peilen dienen te worden voorgelegd aan de gemeente ter goedkeuring.

11

Kabels en Leidingen

Geen aanvullingen.

12

Afval en Reiniging

Geen aanvullingen.

13

Speelvoorzieningen

Geen aanvullingen.

14

Bijlage I Toetssteen Openbare Ruimte (TOR) Venray

0

2022 Gemeente Venray mei 2022

[TOETSSTEEN OPENBARE RUIMTE]

WOORD VOORAF

Voor u ligt de ‘Toetssteen Openbare Ruimte’. Dit document is tot stand gekomen met de gezamenlijke inzet van de afdeling Stad Dorp en Wijken van de gemeente Venray, vertegenwoordigers van de in Venray actief zijnde nuts- en telecombedrijven en vertegenwoordigers van verschillende hulpdiensten. De gemeentelijke beleidsnota’s die een relatie hebben met de openbare ruimte, vormen de basis van dit document. De ‘Toetssteen’ vormt een overzichtelijke bundeling van geconcretiseerd bestaand beleid met betrekking tot de openbare ruimte. Het werken met dit document zal enige gewenning behoeven en mogelijk tot reacties leiden. Suggesties voor verbeteringen zijn altijd welkom.

INHOUD

INLEIDING

8

DOELSTELLING

9

PROCEDURE

9

TOETSSTEEN OPENBARE RUIMTE VERSUS GRONDEXPLOITATIEWET

10

AAN TE LEVEREN STUKKEN INRICHTINGSPLAN OPENBARE RUIMTE

11

Schets Ontwerp (SO)

11

Voorlopig Ontwerp (VO)

12

Definitief Ontwerp (DO)

12

Uitvoeringsgereed Ontwerp (UO) incl. RAW bestek

13

LEESWIJZER

1

ENERGIE EN KLIMAAT 1.1

2

UITGANGSPUNTEN

15

Energietransitie

15

1.1.2

Klimaatadaptatie

15

1.1.3

Circulaire economie

16

1.1.4

Aan te leveren gegevens

16

STEDENBOUW

18

UITGANGSPUNTEN

18

2.1.1

Wettelijke regelgeving

18

2.1.2

Vigerende beleidsdocumenten

18

2.1.3

Aan te leveren gegevens

19

CULTUREEL ERFGOED 3.1

21

UITGANGSPUNTEN

21

3.1.1

Wettelijke regelgeving

21

3.1.2

Vigerende beleidsdocumenten

21

3.1.3

Protocollen, handreikingen en modellen

21

3.2

ARCHEOLOGIE

22

3.2.1

Onderzoeksplicht

22

3.2.2

Aan te leveren onderzoeken

22

3.3

4

15

1.1.1

2.1

3

13

MONUMENTEN

23

3.3.1

Vergunningplicht

23

3.3.2

Aanvraagprocedure omgevingsvergunning reguliere procedure

24

3.3.3

Aanvraagprocedure omgevingsvergunning uitgebreide procedure

25

3.4

CULTUURHISTORIE

25

3.5

AAN TE LEVEREN GEGEVENS

25

MILIEU 4.1

27

ALGEMENE UITGANGSPUNTEN

27

4.1.1

Wettelijke regelgeving

27

4.1.2

Vigerende beleidsdocumenten

27

TOR 2022

1

4.1.3 4.2

Uitgangspunten

28

4.2.2

Ontwerpeisen

29

GEUR

29

4.3.1

Uitgangspunten

29

4.3.2

Ontwerpeisen

29

4.4

GELUID

30

4.4.1

Uitgangspunten

30

4.4.2

Ontwerpeisen

30

4.5

LICHT

4.5.1 4.6

31

Uitgangspunten

31

BODEM- EN (GROND)WATERKWALITEIT

32

4.6.1

Uitgangspunten

32

4.6.2

Ontwerpeisen

32

4.7

LUCHTKWALITEIT

4.7.1 4.8

33

Uitgangspunten

33

UITVOERINGSEISEN

34

4.8.1

Externe veiligheid

34

4.8.2

Geluid

34

4.8.3

Bodem- en (grond)waterkwaliteit

4.9

AAN TE LEVEREN GEGEVENS

4.9.1

34 36

Bodem- en (grond)waterkwaliteit

ECOLOGIE 5.1

6

27 28

4.2.1 4.3

5

Handboeken, richtlijnen en normeringen

EXTERNE VEILIGHEID

36

38

UITGANGSPUNTEN

38

5.1.1

Wettelijke regelgeving

38

5.1.2

Planologische bescherming

38

5.1.3

Compensatieregeling

38

5.1.4

Handreikingen

39

5.2

VOORWAARDEN

39

5.3

AAN TE LEVEREN GEGEVENS

42

MOBILITEIT 6.1

44

ALGEMENE UITGANGSPUNTEN

44

6.1.1

Wettelijke regelgeving

44

6.1.2

Vigerende beleidsdocumenten

44

6.1.3

Handboeken, richtlijnen en normeringen

45

6.2

WEGCATEGORISERING

45

6.2.1

Verkeersgebied

45

6.2.2

Verblijfsgebied

47

6.2.3

Kruispunten

49

VERKEERSCIRCULATIE

50

6.3

6.3.1

Uitgangspunten

50

6.3.2

Afsluiten van wegen en éénrichtingsverkeer

50

6.3.3

Bewegwijzering en bebording

50

6.3.4

Omleidingsroutes

50

TOR 2022

2

6.4

WEGINRICHTING

51

6.4.1

Uitgangspunten

51

6.4.2

Schoolzones

51

6.4.3

Fietsstraten

51

6.4.4

VOP’s (Voetgangers Oversteek Plaatsen oftewel zebrapaden)

51

6.4.5

Snelheidsremmers

52

6.4.6

Inritten

52

6.5

PARKEREN

53

6.5.1

Uitgangspunten

53

6.5.2

Ontwerpeisen

54

6.6

HULPDIENSTEN

55

6.6.1

Uitgangspunten

55

6.6.2

Ontwerpeisen

55

6.6.3

Uitvoeringseisen

56

OPENBARE VERLICHTING

57

6.7

6.7.1

Uitgangspunten

57

6.7.2

Ontwerpeisen

57

6.7.3

Materiaalspecificaties

59

6.7.4

Uitvoeringseisen

60

6.8

WEGMEUBILAIR

61

6.8.1

Uitgangspunten

61

6.8.2

Ontwerpeisen

61

6.9

KUNSTOBJECTEN IN DE OPENBARE RUIMTE

6.9.1

Uitgangspunten kunstinitiatieven

62

6.9.2

Randvoorwaarden kunstobjecten voorkeursgebieden

62

6.9.3

Uitvoeringseisen kunstobjecten

62

6.10 AAN TE LEVEREN GEGEVENS

7

62

63

Verkeerskundige beschouwing/analyse plan

63

Parkeerbalans

63

Verlichtingsplan

63

Bebordingstekening

64

Verkeersmanagementplan realisatie

64

STEDELIJK GROEN

66

7.1

ALGEMENE UITGANGSPUNTEN

66

7.1.1

Wettelijke regelgeving

66

7.1.2

Vigerende beleidsdocumenten

66

7.1.3

Handboeken, richtlijnen en normeringen

7.2

BOMEN

66 67

7.2.1

Uitgangspunten

67

7.2.2

Ontwerpeisen

68

7.2.3

Herdenkingsbomen (in de openbare ruimte)

7.3

BEPLANTING

70 71

7.3.1

Uitgangspunten

71

7.3.2

Ontwerpeisen

71

7.4

GRAS

75

TOR 2022

3

7.4.1

Uitgangspunten

75

7.4.2

Ontwerpeisen

75

UITVOERINGSEISEN

77

7.5

7.5.1

Algemeen

77

7.5.2

Bomen

77

7.5.3

Beplanting

77

7.5.4

Gras

77

7.6

8

78

Groenplan

78

WEGEN

80

8.1

UITGANGSPUNTEN

80

8.1.1

Wettelijke regelgeving

80

8.1.2

Vigerende beleidsdocumenten

80

8.1.3

Handboeken, richtlijnen en normeringen

81

8.2

ONTWERPEISEN

81

8.2.1

Wegverhardingen

81

8.2.2

Wegfunderingen

82

8.2.3

Wegmarkering

82

UITVOERINGSEISEN

83

8.3

8.3.1

Elementenverharding

83

8.3.2

Asfalt

83

8.3.3

Fundering

84

8.3.4

Ophogingen en aanvullingen

84

8.4

9

AAN TE LEVEREN GEGEVENS

AAN TE LEVEREN GEGEVENS

84

CIVIELTECHNISCHE KUNSTWERKEN 9.1

ALGEMENE UITGANGSPUNTEN

86 86

9.1.1

Wettelijke regelgeving

86

9.1.2

Vigerende beleidsdocumenten

86

9.1.3

Handboeken, richtlijnen en normeringen

9.2

ONTWERPEISEN

86 87

9.2.1

Ontwerpuitgangspunten

87

9.2.2

Materialisering

87

9.2.3

Bruggen

88

9.2.4

Tunnels

89

9.2.5

Duikers

89

9.3

UITVOERINGSEISEN

89

9.4

AAN TE LEVEREN GEGEVENS

90

10 RIOOL EN WATER

92

10.1 ALGEMENE UITGANGSPUNTEN

92

10.1.1 Wettelijke regelgeving

92

10.1.2 Vigerende beleidsdocumenten

92

10.1.3 Handboeken, richtlijnen en normeringen

92

10.2 ONTWERPUITGANGSPUNTEN

93

10.3 ONTWERPEISEN RIOLERINGSSYSTEEM

93

TOR 2022

4

10.3.1 Vuilwaterriool (DWA riool)

93

10.3.2 Hemelwater infiltratieriool (IT riool) en/of retentievoorziening

93

10.3.3 Persriool

94

10.4 ONTWERPEISEN CONSTRUCTIEONDERDELEN

94

10.4.1 Rioolbuizen

94

10.4.2 Persleidingen

96

10.4.3 Duikers

96

10.4.4 Gemalen

96

10.4.5 Inspectieputten

98

10.4.6 Kolken

99

10.4.7 Riool spindelschuiven en terugslagkleppen

99

10.4.8 Randvoorzieningen

99

10.4.9 Infiltratie- en retentievoorzieningen t.b.v. regenwater 10.5 UITVOERINGSEISEN

100 101

10.5.1 Grondwateronttrekkingen

101

10.5.2 Lozingen

101

10.6 AAN TE LEVEREN GEGEVENS

102

Waterparagraaf

103

Rioleringsplan

103

Kwaliteitscertificaten

103

Controlerapporten waterdichtheid riolering

103

Camera-inspectie riolering

104

11 KABELS EN LEIDINGEN

106

11.1 UITGANGSPUNTEN

106

11.1.1 Wettelijke regelgeving

107

11.1.2 Vigerende beleidsdocumenten

107

11.1.3 Handboeken, richtlijnen en normeringen

107

11.2 ONTWERPEISEN

108

11.2.1 Kabels en Leidingen

108

11.2.2 Brandkranen en brandputten

108

11.2.3 Gasstations

108

11.2.4 Traforuimtes

108

11.2.5 Verdeelkasten

109

11.2.6 POP stations

109

11.3 UITVOERINGSEISEN

109

11.4 AAN TE LEVEREN GEGEVENS

109

12 AFVAL EN REINIGING

111

12.1 UITGANGSPUNTEN

111

12.1.1 Wettelijke regelgeving

112

12.1.2 Vigerende beleidsdocumenten

112

12.2 ONTWERPEISEN

112

12.2.1 Minicontainers, PMD zakken en oud papier dozen

112

12.2.2 Ondergrondse en bovengrondse verzamelcontainers

112

12.2.3 Openbare afvalbakken

113

12.2.4 Reiniging

113

TOR 2022

5

12.3 UITVOERINGSEISEN

113

12.4 AAN TE LEVEREN GEGEVENS

113

13 SPEELVOORZIENINGEN

115

13.1 UITGANGSPUNTEN

115

13.1.1 Wettelijke regelgeving

116

13.1.2 Vigerende beleidsdocumenten

116

13.1.3 Handboeken, richtlijnen en normeringen

116

13.2 ONTWERPEISEN

117

13.2.1 Ontwerpuitgangspunten

117

13.2.2 Situering

117

13.2.3 Omheining speelplek

117

13.2.4 Ondergrond

118

13.2.5 Speeltoestellen

119

13.3 AAN TE LEVEREN GEGEVENS

119

TOR 2022

6

BIJLAGEN Bijlage 1

Ontwerpprincipes Openbare Ruimte (OOR)

Bijlage 2

Netwerkkaarten Gemeente Venray

Bijlage 3

Aan te leveren gegevens nuts- en telecombedrijven

Bijlage 4

Sweco-rapport ‘Standaard asfaltverhardingen gemeente Venray’

Bijlage 5

Soorten samenstelling bloemenmengsel

LIJST VAN TABELLEN Tabel 1 Kenmerken wegen verkeersgebied ............................................................................ 46 Tabel 2 Ontwerpuitgangspunten kruising per wegcategorie ...................................................... 49 Tabel 3 Boomgroottes per wegcategorie ................................................................................ 68 Tabel 4 Randvoorwaarden speelplek per doelgroep (bron: NUSO) ........................................... 115 LIJST VAN FIGUREN Figuur 1 Stedelijke zones parkeren ....................................................................................... 53 Figuur 2 Ontwerpvoertuig branpolance .................................................................................. 55

TOR 2022

7

Inleiding De definitie van de openbare ruimte kan worden omschreven als; “De ruimte die voor iedereen toegankelijk is”. Dit document, de Toetssteen Openbare Ruimte, heeft betrekking op de (toekomstige) openbare ruimte, geen gebouw zijnde, welke beheerd wordt door de gemeente Venray. Initiatiefnemers Bouwplannen die invulling geven aan het uiterlijk van de openbare ruimte binnen de gemeente Venray worden door verschillende partijen geïnitieerd. Initiatiefnemers van bouwplannen in de (toekomstige) openbare ruimte zijn te verdelen in drie hoofdgroepen, te weten: 1. Projectontwikkelaars 2. Particulieren 3. Overheid Bouwplanfasering Alle bouwplannen doorlopen de volgende bouwfasen: 1. Initiatief

vaststellen; wat wil men

2. Haalbaarheid

vaststellen; kan dat wat men wil

3. Ontwerp

komen tot een uitgewerkt ontwerp/beeld van wat men wil

4. Voorbereiding

contractdocumenten t.b.v. de uitvoering opstellen

5. Realisatie

het bouwplan realiseren

6. Beheer

ingebruikname en overdracht naar de beheerorganisatie

Vakdisciplines gemeente Venray Bouwobjecten binnen een bouwplan in de (toekomstige) openbare ruimte dienen aan het einde van de realisatiefase overgedragen te worden aan de vakbeheerders van de gemeente Venray. Een bouwplan in de (toekomstige) openbare ruimte dient daarom te voldoen aan de kwaliteitseisen die zijn vastgesteld door deze vakbeheerders. De vakbeheerders van de openbare ruimte zijn onder te verdelen in de volgende vakdisciplines : Stedelijk groen

Riool en Water

Speelvoorzieningen

Wegen

Mobiliteit

Kabels en Leidingen

Afval en Reiniging

Civieltechnische Kunstwerken

Verder zijn er nog een aantal beleidsterreinen binnen het ruimtelijke domein die in belangrijke mate bijdragen aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Deze vakdisciplines zijn achtereenvolgens: Energie en Klimaat

Stedenbouw

Milieu

Ecologie

Cultureel Erfgoed

TOR 2022

8

Doelstelling Dit document (de Toetssteen Openbare Ruimte) heeft als doel het waarborgen van de kwaliteit van de openbare ruimte van de gemeente Venray. Het begrip kwaliteit kan worden opgedeeld in: 1. Technisch-functionele kwaliteit 2. Sociaal-maatschappelijke kwaliteit De Toetssteen beschrijft de uitgangspunten, randvoorwaarden, ontwerpeisen etc. waaraan bouwplannen in de openbare ruimte minimaal dienen te voldoen. Verder verschaft de Toetssteen inzicht in de toetsingsprocedure van de gemeente. Integraal ontwerp Het meenemen van de uitgangspunten, randvoorwaarden en ontwerpeisen van al de betrokken vakdisciplines in een vroeg stadium zal resulteren in een integraal ontwerp. Met deze werkwijze kan op de lange termijn integraal ontworpen openbare ruimte kostenefficiënter worden beheerd en kan deze door keuzes als flexibiliteit en aanpasbaarheid blijven voorzien in de behoeften van de maatschappij. Ook zal het beoordelingstraject van een bouwplan efficiënter verlopen.

Procedure Het waarborgen dat wordt voldaan aan de verschillende kwaliteitseisen van de gemeente bestaat uit twee stappen, te weten: 1. Verwijzen naar Toetssteen en hoe deze te gebruiken 2. Controle op toepassing Toetssteen in de plannen In het geval aan een willekeurige kwaliteitseis niet wordt voldaan is het altijd mogelijk in overleg met de gemeente een alternatief te bespreken. Het is namelijk nooit de bedoeling creativiteit en nieuwe (technische) ontwikkelingen tegen te houden.

TOR 2022

9

Toetssteen Openbare Ruimte versus Grondexploitatiewet Een particulier initiatief kan onder de Grondexploitatiewet vallen indien zijn bouwplan wordt gekwalificeerd als een bouwplan in de zin van de Grondexploitatiewet. Is dat het geval, dan bestaat er voor de gemeente een verplichting om haar kosten, die samenhangen met het bouwplan, te verhalen op de exploitant. Onder kosten kan o.a. worden verstaan: de ambtelijke kosten. Daarnaast heeft de gemeenteraad op 29 maart 2011 een structuurvisie vastgesteld waarin is bepaald dat er per woning dan wel per m2 uitgeefbaar bouwvlak (agrarisch dan wel bedrijventerrein) een bijdrage in de ruimtelijke ontwikkeling en in de bovenwijkse voorzieningen gedaan moet worden door de exploitant. Voordat de ruimtelijke procedure ten behoeve van het bouwplan kan worden gestart zal een anterieure overeenkomst dienen te worden gesloten waarin het kostenverhaal en de eventuele bijdragen zijn opgenomen. Ten aanzien van een bouwplan kan overeen gekomen worden dat het openbaar gebied door de ontwikkelaar wordt aangelegd en vervolgens wordt terug overgedragen naar de gemeente. De onderhavige Toetssteen dient hier als beleidskader te fungeren voor de kwaliteitseisen die gesteld worden in het kader van de inrichting van het openbaar gebied van een nieuw bouwplan.

Deze eisen worden opgenomen in de anterieure overeenkomst of het exploitatieplan samen met het door de gemeente vast te stellen Definitief Ontwerp van de openbare ruimte. De hoogte van de benodigde financiële zekerheidsstelling en de ambtelijke inzet/uren ten behoeve van projectbegeleiding worden aan de hand van het Definitief Ontwerp van de openbare ruimte bepaald en opgenomen in de anterieure overeenkomst.

TOR 2022

10

Aan te leveren stukken inrichtingsplan openbare ruimte Om tot een goedgekeurd inrichtingsplan voor de openbare ruimte te komen hanteert de gemeente vier verschillende statussen voor inrichtingsplannen, te weten; 1. Schets Ontwerp (SO) 2. Voorlopig Ontwerp (VO) 3. Definitief Ontwerp (DO) 4. Uitvoeringsgereed Ontwerp (UO) Een hele belangrijke in deze is het Definitief Ontwerp (DO). Met het DO wordt namelijk de technische en functionele haalbaarheid van het betreffende plan voor de openbare ruimte aangetoond en vastgelegd. Dit alles in afstemming/overeenstemming met de interne en externe belanghebbenden. Deze ontwerpdocumenten vormen de toets basis voor alle plannen mbt de openbare ruimte. Naast deze ontwerpdocumenten zijn afhankelijk van de aard en inhoud van het bouwplan meer documenten nodig om te kunnen toetsen of een plan voldoende kwaliteit heeft en voldoet aan de vigerende wet- en regelgeving. Elke vakdiscipline (hoofdstuk) in de Toetssteen kent een paragraaf “Aan te leveren gegevens” waar de voor de betreffende relevante documenten opgesomd en toegelicht worden. In het geval een bouwplan onder de regels valt van de Grondexploitatiewet wordt in beginsel een Anterieure Overeenkomst (AO) opgesteld waar in de verschillende verantwoordelijkheden tussen gemeente en initiatiefnemer worden vastgelegd.

Voor vaststelling van een AO mbt een bouwplan met daar in een aandeel openbare ruimte is een Definitief Ontwerp nodig. De hoogte van de benodigde financiële zekerheidsstelling en de ambtelijke inzet/uren tbv projectbegeleiding (PL incl. toezicht) wordt namelijk adhv het DO bepaald. Hieronder een beschrijving van de verschillende ontwerpproducten en wat deze minimaal moeten bevatten om het bouwplan te kunnen toetsen op alle relevante aspecten:

Schets Ontwerp (SO) Het Schets Ontwerp vormt de eerste visualisatie van een bouwplan in zijn omgeving, vaak ook stedenbouwkundig plan of verkavelingsplan genoemd. Een SO dient ten minste aan de onderstaande voorwaarden te voldoen en onderstaande onderdelen te bevatten: 

De voorgestelde functies; industrie, winkels, horeca, woningen

Bij functie Wonen, de aantallen en verschillende woningtypes; gestapeld/grondgebonden, geschakeld/vrijstaand, zorgwoningen etc., bij andere functies het BVO/functionele ruimte in m2

Een duidelijk onderscheidt tussen de voorgestelde openbare en private ruimte.

De omringende (openbare) ruimte waar het bouwplan op aansluit

Schaal max 1:1000

Bestandsformaat .pdf

TOR 2022

11

Voorlopig Ontwerp (VO) Het Voorlopig Ontwerp is de verdere uitwerking van het SO. Alle concept versies tussen het initiële SO en het uiteindelijk vast te stellen DO krijgen de status VO. Een VO dient ten minste aan de onderstaande voorwaarden te voldoen en onderstaande onderdelen te bevatten: 

Schaal max 1:500.

Bestandsformaat .dwg en .pdf.

Vormgeving conform TOR 2022. Waar TOR niet in voorziet zijn in beginsel de betreffende

Een legenda/verklaring met daar in tenminste de materialisering aangegeven.

De tracés tbv de ondergrondse netwerken inzichtelijk irt bovengrondse voorzieningen (k&l

CROW richtlijnen van toepassing.

tracés, riolering) inclusief eventueel benodigde randvoorzieningen (trafo’s, POP,s etc.). 

De eventuele locatie(s) van bestaande en nieuw aan te planten bomen.

De locatie(s) van bestaande en eventueel te realiseren onder- en/of bovengrondse afvalvoorzieningen.

De eventuele locatie(s) en oriëntatie van de verschillende speelvoorzieningen en/of

Berekeningen/onderbouwingen dat rioleringssysteem zal functioneren (bergingscapaciteit

speeltoestellen HWA te relateren aan ontwerp en aantonen dat DWA onder vrijverval kan worden gekoppeld met bestaand stelsel).

Definitief Ontwerp (DO) Het Definitief Ontwerp is de verdere uitwerking van het VO, waarbij is vastgesteld door de gemeente dat de technische en functionele haalbaarheid van het betreffende plan voor de openbare ruimte voldoende is aangetoond. Een DO dient ten minste aan de onderstaande voorwaarden te voldoen en onderstaande onderdelen te bevatten: 

Schaal max 1:500.

Bestandsformaat .dwg en .pdf.

Relevante maatvoering/dimensionering op tekening weergeven.

Relevante dwars- en/of langsprofielen op tekening weergeven.

Een legenda/verklaring met daar in tenminste de materialisering aangegeven.

De tracés ondergrondse netwerken inzichtelijk irt bovengrondse voorzieningen (k&l tracés, riolering) inclusief eventueel benodigde randvoorzieningen (trafo’s, POP,s etc.).

De eventuele locatie(s) van bestaande en nieuw aan te planten bomen.

De locatie(s) van bestaande en eventueel te realiseren onder- en/of bovengrondse

De eventuele locatie(s) en oriëntatie van de verschillende speelvoorzieningen en/of

afvalvoorzieningen. speeltoestellen 

Vormgeving conform TOR 2022. Waar TOR niet in voorziet zijn in beginsel de betreffende CROW richtlijnen van toepassing.

TOR 2022

12

Uitvoeringsgereed Ontwerp (UO) incl. RAW bestek Het UO is de technische uitwerking van het DO (naar 3D) waar in de kwaliteit van de te realiseren voorzieningen in de openbare ruimte wordt vastgelegd. De gemeente hanteert daartoe een moederbestek (separaat “grijs” en “groen”) dat beschikbaar is als template voor het op te stellen RAW bestek. Naast het RAW bestek inclusief tekeningen worden afhankelijk van de aard van het werk ook aanvullende documenten gevraagd van initiatiefnemer, deze maken ook onderdeel uit van het UO. Een UO dient ten minste aan de onderstaande voorwaarden te voldoen 

Engineering/technische eisen conform TOR 2022. Waar TOR niet in voorziet zijn in beginsel de betreffende CROW richtlijnen van toepassing.

Relevante maatvoering/dimensionering op tekening weergeven.

Relevante dwars- en/of langsprofielen op tekening weergeven.

Schaal bestekstekeningen max 1:200.

Tekenstandaard NLCS.

Bestandsformaat tekeningen .dwg en .pdf, Bestek; .pdf.

en minimaal onderstaande onderdelen te bevatten: 

Toe te passen verhardingsmaterialen, inclusief opbouw verhardingsconstructie, dikte tegels, etc.

Verlichtingsplan (eventueel door gemeente op te laten stellen).

Groenplan tbv groenvoorzieningen (optioneel, kan ook gecombineerd worden met de UO tekeningen, mede afhankelijk van aard werk en hoe e.e.a. wordt ingekocht).

Rioleringsplan (optioneel, kan ook gecombineerd worden met de UO tekeningen)

BRO registratieobjecten gemeenten (grondwatermonitoring, grondwatergebruik en bodemen grondonderzoek) conform BRO specificaties

Leeswijzer De Toetssteen bevat 13 gelijkwaardige vakdisciplines met elk een individuele toetssteen. Alle 13 vakdisciplines dienen gelijkwaardig te worden meegenomen in het opstellen van een bouwplan. Elke afzonderlijke toetssteen beschrijft eerst de algemene uitgangspunten met betrekking tot de betreffende vakdiscipline. De navolgende paragrafen behandelen de eventueel van toepassing zijnde ontwerpeisen, uitvoeringseisen etc. ten behoeve van het uitwerken van een plan. Elke toetssteen sluit af met de paragraaf ‘Aan te leveren gegevens’ , welke een beknopt overzicht weergeeft van de door de initiatiefnemer aan te leveren gegevens. Ook wordt globaal aangegeven wanneer deze gegevens aangeleverd dienen te worden binnen de bouwplanfasering.

TOR 2022

13

1

Energie en klimaat

TOR 2022

14

1 Energie en klimaat 1.1

Uitgangspunten

Klimaatverandering, luchtkwaliteit, stikstof, plastic soep, stijging van de zeespiegel, hevige buien en langdurige droogte, afnemende biodiversiteit: deze onderwerpen zijn aan de orde van de dag. Net als Europa, het Rijk en de provincies, hebben ook gemeenten een belangrijke rol om deze problemen het hoofd te bieden. De gemeente Venray doet dat onder de noemer van Venray Vergroent. Venray Vergroent kent drie deelprojecten: energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. Van initiatiefnemers wordt verwacht in hun (bouw)plan aandacht te besteden aan deze aspecten door middel van een zogeheten ‘energie- en klimaat paragraaf’.

1.1.1 Energietransitie In onze Energiestrategie hebben we als ambitie opgenomen om als gemeente in 2030 CO2neutraal te zijn en in 2050 volledig energieneutraal. Om deze CO2-doelstellingen te kunnen bereiken, zetten we in op energiebesparing en duurzame opwekking van energie. Bij nieuwbouw is gasloos bouwen een voorwaarde bij een aanvraag voor een Omgevingsvergunning. Ook al ligt er al een bestaande gasleiding, dan nog is men verplicht gasloos te bouwen. Bij een ingrijpende renovatie is het verplicht om een duurzame energietechniek te installeren. Bijvoorbeeld het plaatsen van pv-panelen, een (hybride) warmtepomp of een zonneboiler. Voor bestaande woningen geldt de opgave om voor 2030, resp. 2050, van het aardgas af te zijn. Meestal zijn eerst isolerende maatregelen nodig voordat kan worden overgeschakeld naar een duurzame energietechniek. De gemeente beschikt over een energieadviseur. Deze heeft als taak het informeren, begeleiden en adviseren van initiatiefnemers van bouwplannen met betrekking tot energiebesparing en gebruik van duurzame energie. Voor inspiratie mbt duurzaam bouwen is een overzichtelijke folder beschikbaar. In de haalbaarheidsfase is het belangrijk om met de netbeheerder af te stemmen of aansluiting op het elektriciteitsnet mogelijk is in verband met het huidige overbelaste elektriciteitsnet.

Dit geldt zowel voor afname van elektriciteit als voor teruglevering van elektriciteit.

1.1.2 Klimaatadaptatie In de visie klimaatadaptatie met bijbehorend uitvoeringsprogramma wordt een koers uiteengezet die zicht geeft op de effecten van klimaatverandering op de samenleving en richting geeft aan oplossingen. Er zijn 4 belangrijke thema’s uiteengezet te weten: -

Overstromingen

-

Wateroverlast

-

Hitte en Droogte

-

Biodiversiteit

TOR 2022

15

Een belangrijke maatregel om negatieve effecten van klimaatverandering te voorkomen is het vergroenen van onze leefomgeving. Een groene omgeving met planten draagt bij aan het voorkomen van wateroverlast na hevige regenbuien, maar de planten zorgen ook voor verkoeling in ze zomer bij hoge temperaturen en het voorkomen van droogte doordat regenwater nog de bodem in kan trekken. Daarnaast biedt het leefgebied voor tal van planten en dieren en draagt het bij aan onze eigen gezondheid en welzijn. Kortom: Bij nieuwe plannen en renovatie beogen we dus meer groen en minder verharding.

1.1.3 Circulaire economie In de visie circulaire economie met bijbehorend uitvoeringsprogramma wordt de richting verwoord die Venray de komende jaren gaat volgen om circulaire economie na te streven. Een circulaire economie gaat dus over het zo hoogwaardig mogelijk in de kringloop houden van grondstoffen. Hiervoor hanteren we de Venrayse circulaire ladder: Grondstof en productiefase 1. Voorkomen van gebruik van grondstoffen 2. Verminderen van grondstoffen in product Gebruikersfase 3. Onderhouden en gebruik van product op duurzame wijze 4. Hergebruiken van producten (tweedehands, delen van producten) 5. Repareren en product opknappen 6. Herbestemmen van product en onderdelen door hergebruik met ander doel Recyclefase 7. Recyclen: demontage, verwerking en hergebruik materialen Binnen de omgevingsvisie is per deelgebied aangegeven welke thema’s er in de gemeente Venray spelen op het gebied van duurzaamheid.

1.1.4 Aan te leveren gegevens Initiatieffase

Ruimtelijke analyse

(omschrijving initiatief)

Haalbaarheidsfase

Schets Ontwerp

(stedenbouwkundig plan)

Energie- en klimaatparagraaf De Energie- en klimaatparagraaf dient minimaal te bevatten: -

Inventarisatie van de mogelijkheden voor energiebesparing en de toepassing van duurzame energie bij betreffend (bouw)plan.

-

Hoe invulling wordt gegeven aan meer groen en minder verharding.

-

Op welke wijze invulling wordt gegeven aan de circulaire ladder.

Bovenstaande punten kunnen relevant zijn in de ontwerp-, bouw- en/of exploitatiefase. Duurzame maatregelen worden steeds meer geïntegreerd in de andere onderwerpen en kunnen dus ook elders in deze Toetssteen terugkomen. Ontwerpfase

Voorlopig en uiteindelijk een Definitief Ontwerp(inrichtingsplan)

TOR 2022

16

2

Stedenbouw

TOR 2022

17

2 Stedenbouw

2.1

Uitgangspunten

Vanuit stedenbouw wordt in algemene zin gekeken naar de gebouwde omgeving in relatie tot de (openbare) ruimte. Maat, schaal en beeldkwaliteit dienen passend te zijn voor de omgeving, met de functionele gebruiksaspecten als kader. In die zin is het lastig om harde kaders mee te geven van te voren, aangezien elke situatie anders is. Wat dan ook vooral belangrijk is, is het proces waarmee een plan tot stand komt. De vakafdeling stedenbouw hanteert een werkwijze waarbij de stedenbouwkundige in een vroeg stadium wordt betrokken bij de plannen. De stedenbouwer toetst niet alleen plannen, maar denkt en tekent ook graag mee. In sommige gevallen kan het ook zijn dat een plan wordt voorgelegd aan de ARK (Adviesbureau Ruimtelijke Kwaliteit) voor een nadere uitwerking. De gebieden en plannen waarvoor dit geldt staan beschreven in onze welstandnota (Nota Wederzijds Vertrouwen). Nieuwe initiatieven van enige omvang (die niet passend zijn binnen het bestemmingsplan) en (cultuurhistorische) waardevolle gebouwen/gebieden worden ook aan ARK voorgelegd, ook wanneer deze in een welstandvrij gebied zijn gesitueerd. Voor een aantal gebieden binnen de gemeente Venray is een beeldkwaliteitsplan van toepassing, waarin kaders worden geschetst of wordt geïnspireerd ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Binnen de gemeente Venray zijn de volgende beeldkwaliteitsplannen van kracht: Buitengebied

Groeneweg (Heide)

De Brabander en Cluster 4 (Venray)

Heiveld II (Geijsteren)

Achter de Jera (Ysselsteyn)

Kerkhoek (Oirlo)

Ysselsteyn Zuid (Ysselsteyn)

Annapark (Venray medio 2019)

Lollebeekweg (Castenray)

2.1.1 Wettelijke regelgeving -

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

-

Woningwet

-

Wet ruimtelijke ordening

-

Besluit ruimtelijke ordening

2.1.2 Vigerende beleidsdocumenten -

Omgevingsvisie Venray, Waarde Stedenbouwkundig kader

-

Structuurvisies (DOP’s en WOP’s)

-

Nota wederzijds vertrouwen (1e herziening 2015)

-

Beeldkwaliteitplannen

-

Ruimte voor kunst

-

De kunst van Cultuurbeleid

TOR 2022

18

2.1.3 Aan te leveren gegevens Initiatieffase

Ruimtelijke analyse

(vlekkenplan)

Haalbaarheidsfase

Schets Ontwerp

(stedenbouwkundig plan)

Ontwerpfase

Voorlopig Ontwerp

(inrichtingsplan)

TOR 2022

19

3

Cultureel erfgoed

TOR 2022

20

3 Cultureel erfgoed

3.1

Uitgangspunten

Elke fysieke ingreep heeft gevolgen voor de omgeving. Als hiervoor gebouwen of bebouwing (mogelijk monumenten) moet wijken is dit duidelijk waarneembaar. Het is algemeen bekend dat hiervoor dan een vergunning moet worden aangevraagd. Er kan echter ook sprake zijn van archeologische waarden of cultuurhistorische waarden die in de bodem of in het landschap (verweven) zitten. Deze waarden worden ook beschermd. In verordeningen, bestemmingsplannen en bij ontheffingsprocedures is archeologie onderdeel van het afwegingskader waarbij de gemeente als bevoegd gezag optreedt. Archeologisch onderzoek maar ook de beoordeling ervan is geregeld in de ‘Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie’ (KNA). Binnen de gemeente Venray zijn enkele archeologische monumenten aangewezen. Dit zijn rijksmonumenten met een bescherming op basis van de Monumentenwet. Binnen de gemeente zijn gebouwen en bouwwerken aanwezig met een beschermde status, dit zijn de rijks- en gemeentelijke monumenten. Wijzigingen aan deze objecten zijn gekoppeld aan een vergunningstelsel. Uitgangspunt bij vergunningverlening is het behoud van de monumentale waarden. Monumentale waarden is een breed begrip. Het is meer dan alleen het aanzicht van het gebouw. Ook historische materialen, constructieve technieken, erfindeling, erfinrichting en geografische ligging kunnen bijdragen aan de monumentale waarde.

3.1.1 Wettelijke regelgeving -

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

-

Erfgoedwet

-

Erfgoedverordening Venray

-

Wet ruimtelijke ordening

3.1.2 Vigerende beleidsdocumenten -

Omgevingsvisie Venray, Waarden Erfgoed en Landschap

-

“Begrensd Verleden, een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart en de cultuurhistorische waardenkaart voor de gemeente Venray” 2013

3.1.3 Protocollen, handreikingen en modellen -

KNA versie 4.2 Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie

TOR 2022

21

3.2

Archeologie

3.2.1 Onderzoeksplicht Alle bestemmingsplannen hebben bepalingen welke verplichtingen inhouden voor nader onderzoek bij een bepaalde verstoring vanaf een bepaalde oppervlakte en een bepaalde diepte. Omdat nog niet alle bestemmingsplannen zijn aangepast is er een overgangsfase. Daar waar de bestemmingsplannen nog niet zijn geactualiseerd is de Erfgoedverordening van toepassing als het gaat om het verstoren van de bodem. Bepalingen in een actueel bestemmingsplan gaan boven de algemene bepalingen in de Erfgoedverordening. Onderzoek is alleen nodig als er een verwachting is dat er ook daadwerkelijk archeologische sporen in de bodem aanwezig zijn. Op basis van bodemgegevens, historische informatie en vindplaatsen van vondsten heeft de gemeente Venray een archeologische beleidskaart opgesteld. Hierop is van de gehele voormalige gemeente Venray de archeologische waarde vastgesteld. -

Archeologische beleidskaart raadplegen De archeologische beleidskaart is te vinden op de gemeentelijke website. Indien de archeologische waarde bepaald is, geeft de Erfgoedverordening aan of er een onderzoeksplicht bestaat.

-

Erfgoedverordening Op het moment dat u de archeologische waarde van de locatie kent en de omvang van de fysieke ingreep kunt u op basis van de Erfgoedverordening Venray bepalen of er een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. De bepalingen staan in de artikelen 16, 17 en 18. De verordening kunt u vinden via bijgaande link: Erfgoedverordening Venray 2010

-

Bestemmingsplan Archeologische bescherming is in alle bestemmingsplannen terug te vinden. Landelijk zijn alle bestemmingsplannen digitaal te raadplegen via www.ruimtelijkeplannen.nl Per perceel kunt u dan kijken welke voorschriften van toepassing zijn. In het bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010, die al digitaal gepubliceerd is, komt deze archeologische bestemming voor. In de voorschriften staat aangegeven wanneer onderzoek noodzakelijk is.

3.2.2 Aan te leveren onderzoeken Op basis van alle aanwezige gegevens is de archeologische verwachting bepaald en aangegeven. Het blijft echter gaan om een verwachting. Verder onderzoek kan noodzakelijk zijn. Om dure onderzoeken te voorkomen wordt in de archeologie gewerkt met verschillende vooronderzoeken om de verwachting en mogelijke locatie nader te specificeren. -

Bureauonderzoek BO In een bureauonderzoek wordt vooraf, op basis van alle te raadplegen bronnen de informatie verzameld en op papier gezet, hierdoor treedt een verfijning op van de archeologische verwachting.

TOR 2022

22

-

Inventariserend vooronderzoek IVO Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel in het bureauonderzoek. Het IVO gebeurt in het veld en kent een verkennende -, karterende - en waarderende fase. Doel is kansarme zones uit te sluiten en kansrijke zones te selecteren voor een volgende fase van onderzoek. Veel gebruikt zijn booronderzoeken om mogelijke verstoringen in de bodemopbouw waar te nemen, karterend veldonderzoek en karterende boringen om vondsten en sporen te vinden. Ook het graven van proefputje (max. 1 m2) wordt gerekend tot vooronderzoek.

-

Proefsleuvenonderzoek Het BO + IVO wordt door de gemeente beoordeeld. Indien het BO + IVO daartoe aanleiding kan het noodzakelijk zijn dat verder onderzoek plaatsvindt in de kansrijke zones van het te verstoren gebied. Hiervoor wordt dan gekozen voor een destructieve methode in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Hierbij wordt onder begeleiding van een gecertificeerd archeologisch bureau 5 – 10% van het terrein onderzocht door met een kraan sleuven te graven tot op de archeologische laag. Aan dit proefsleuvenonderzoek ligt een Programma van Eisen (PvE) ten grondslag dat is goedgekeurd door de gemeente.

-

Opgraving Het proefsleuvenonderzoek wordt weer beoordeeld door de gemeente. Indien hiertoe aanleiding is kan het noodzakelijk zijn verder onderzoek uit te voeren. Dit is in de meeste gevallen een opgraving van het terrein op het meest kansrijke gedeelte van het terrein. Ook voor de opgraving moet weer een PvE worden opgesteld dat moet worden goedgekeurd door de gemeente.

Van alle archeologische onderzoeken worden wetenschappelijke rapporten opgesteld die ter goedkeuring worden aangeboden aan het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Venray.

3.3

Monumenten

3.3.1 Vergunningplicht Het is verboden een monument, te beschadigen of te vernielen en zonder vergunning van het bevoegd gezag af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Dit geldt voor rijks- en gemeentelijke monumenten. Onder de bescherming valt niet alleen het gebouw maar het hele kadastrale perceel. Omgevingsvergunning Het vergunningstelsel voor monumenten valt onder de Wabo. De vergunningsplichtige activiteit in relatie tot het monument komt altijd voor in combinatie met een andere Wabo-activiteit. Bijvoorbeeld voor het verbouwen van een monument, is een omgevingsvergunning nodig voor het bouwen en voor het wijzigen van een monument. Voor het slopen van een monument, is een omgevingsvergunning nodig voor het slopen en voor het wijzigen/slopen van een monument. De activiteit met betrekking tot een monument is onlosmakelijk verbonden aan de andere activiteit in het kader van de Wabo.

TOR 2022

23

Vergunningcheck Om te controleren of u een omgevingsvergunning of watervergunning nodig hebt of een melding moet doen kunt u de vergunningcheck doen via .www.omgevingsloket.nl In te dienen gegevens bij een vergunningaanvraag Er zijn landelijk afspraken gemaakt over de manier waarop een omgevingsvergunning moet worden ingediend, welke tekeningen erbij moeten, welke berekeningen, op welke schaal getekend moet worden etcetera. Iedere activiteit heeft eigen “indieningvereisten”. In de Regeling omgevingsrecht (Mor) staat dit precies omschreven. Deze kunt u vinden op de website: www.overheid.nl. Per hoofdstuk staat beschreven wat moet worden ingediend voor het onderdeel dat wordt aanvraagd. Bouwen staat in hoofdstuk 2, aanleg en/of gebruiksactiviteiten in hoofdstuk 3, activiteiten met betrekking tot monumenten in hoofdstuk 5, slopen in hoofdstuk 6 etc. Compleetheid aanvraag Alleen complete aanvragen worden in behandeling genomen. Is een aanvraag niet compleet dan krijgt de aanvrager de gelegenheid de aanvraag aan te vullen. Hiervoor geldt een redelijke termijn. Worden de stukken niet binnen de gestelde termijn aangeleverd, dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. Komen de stukken niet, niet compleet of te laat, dan wordt de aanvraag ook buiten behandeling gesteld. Wel kan dan weer een nieuwe aanvraag indienen worden.

De tijd die de gemeente heeft moeten wachten op het compleet maken van de aanvraag, verlengt de behandeltermijn. Procedures Er zijn twee soorten procedures voor het verlenen van een omgevingsvergunning, namelijk een reguliere procedure en een uitgebreide procedure. De reguliere procedure duurt maximaal acht weken en kan, indien nodig, met zes weken worden verlengd. De uitgebreide procedure mag maximaal 26 weken duren.

3.3.2 Aanvraagprocedure omgevingsvergunning reguliere procedure Voor rijks- en gemeentelijke monumenten is de reguliere procedure van toepassing. Dit betekent: -

Besluitvorming binnen 8 weken; max. zes weken verlenging beslistermijn bij ingewikkelde of omstreden onderwerpen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16859779/1