CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding - regels en toelichting

Commissie Wonen 18 november 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22b “150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venray”.20.097 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venray

Inhoudsopgave

Vaststellingsbesluit

5

Regels

7

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Algemene bepalingen Begripsbepalingen Aanvullende begripsbepalingen Toepassingsbereik Meet- en rekenbepalingen Aanvraagvereisten Algemeen gebruiksverbod

8 8 9 10 11 12 13

Hoofdstuk 2 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Functies en activiteiten Leiding - Hoogspanning Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2

14 14 16 17

Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Overige regels

18 18 19

Hoofdstuk 4 Artikel 12

Overgangsrecht Overgangsrecht

20 20

Toelichting

21

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Planlocatie 1.3 Vigerend omgevingsplan 1.4 Planopzet en leeswijzer

22 22 23

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Inleiding 2.2 Tracékeuze 2.3 Tracékeuze bedrijventerrein Venray

27

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

41 41 43 45

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Inleiding 4.2 Archeologie en cultuurhistorie 4.3 Ecologie 4.4 Water 4.5 Mobiliteit 4.6 Gezondheid 4.7 Omgevingsveiligheid 4.8 Bedrijven en milieuzonering 4.9 Ongesprongen Oorlogsresten 4.10 Mer-beoordeling 4.11 Klimaatadaptatie 4.12 Duurzaamheid

47

24 25 27 27 37

47 48 49 55 57 57 61 61 62 63 66 66

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 2 van 81

4.13

Conclusie fysieke leefomgeving

67

Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Financiële haalbaarheid 5.2 Kostenverhaal 5.3 Participatie 5.4 Vaststellingsprocedure

68 68 68 68 69

Hoofdstuk 6 Belangenafweging en conclusie 6.1 Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? 6.2 Conclusie

70 70 70

Bijlagen bij toelichting

71

Bijlage 1

Archeologisch onderzoek

72

Bijlage 2

Verkennend natuuronderzoek

73

Bijlage 3

Aanvullend soortenonderzoek

74

Bijlage 4

Nee, tenzij-toets

75

Bijlage 5

Ecologische beoordeling

76

Bijlage 6

Geohydrologisch onderzoek

77

Bijlage 7

Verkennend bodem- en waterbodemonderzoek

78

Bijlage 8

Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten

79

Bijlage 9

Aanmeldingsnotitie

80

Bijlage 10

Nota van zienswijzen

81

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 3 van 81

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 4 van 81

Vaststellingsbesluit

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 5 van 81

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 6 van 81

Regels Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het realiseren van een ondergrondse 150 kV hoogspanningsverbinding tussen de hoogspanningstations Boxmeer en Venray. Het plan is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22b) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Venray. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22b van het omgevingsplan van de gemeente Venray. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22b' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22b' gelezen worden.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 7 van 81

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 1.1

Begripsbepalingen

begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in artikel 2 daarvan is afgeweken.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 8 van 81

Artikel 2

2.1

Aanvullende begripsbepalingen

TAM-omgevingsplan

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venray 2.2

omgevingsplan

het omgevingsplan van de gemeente Venray 2.3

verbeelding

De digitale weergave van het TAM-omgevingsplan als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0984.TAM24004-va01. 2.4

belemmeringenstrook

een strook grond ter plaatse van en ter weerszijden van de hoogspanningsverbinding die dient om de veiligheid, de bereikbaarheid en het ongestoord functioneren van de hoogspanningsverbinding te kunnen garanderen. 2.5

gestuurde boring

nauwkeurig bestuurbare sleufloze aanlegtechniek voor mantelbuizen, kabels en leidingen waarbij met een boorstelling vanaf het maaiveld de productleiding volgens een van te voren bepaald ondergronds tracé aangelegd kan worden. 2.6

maaiveld

het grensvlak tussen de ondergrond en de lucht. 2.7

NAP

Nieuw Amsterdams Peil. 2.8

(gewoon) onderhoud, gebruik en beheer

het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt en de detaillering, profilering en vormgeving gelijk blijft. 2.9

peil

de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan. 2.10

initiatiefgebied

alle gronden gelegen binnen de aanduiding 'initiatiefgebied' op de verbeelding. 2.11

werk

een constructie geen bouwwerk zijnde, zoals bestrating, drainage, kabels en leidingen en dergelijke.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 9 van 81

Artikel 3

Toepassingsbereik

1. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 2. De regels in afdeling 22.2 van het omgevingsplan, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie '150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer - Venray', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0984.TAM24004-va01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 10 van 81

Artikel 4

Meet- en rekenbepalingen

De meetbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan van gemeente Venray zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 11 van 81

Artikel 5

Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan van gemeente Venray, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 12 van 81

Artikel 6

Algemeen gebruiksverbod

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 13 van 81

Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten

Artikel 7 7.1

Leiding - Hoogspanning

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen op de bij dit omgevingsplan behorende verbeelding als 'Leiding - Hoogspanning'. 7.2

Functieomschrijving

De voor 'Leiding - Hoogspanning' aangewezen locaties zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s) en activiteiten, bestemd voor: a. de realisatie, instandhouding en bescherming van een ondergrondse hoogspanningsverbinding met een maximum spanning van 150 kV en de bijbehorende belemmeringenstrook; b. toegangswegen en andere (tijdelijke) voorzieningen ten behoeve van de functie en andere bouwwerken. De functie 'Leiding-hoogspanning' gaat voor op de overige aan deze locaties toegekende functies en activiteiten. 7.3

Specifieke functieregels

7.3.1

Gestuurde boring

Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - hoogspanningsverbinding gestuurde boring' mag de hoogspanningsverbinding uitsluitend worden aangelegd door middel van een gestuurde boring. 7.4

Beoordelingsregels bouwwerken

7.4.1 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan van gemeente Venray gelden tevens de volgende beoordelingsregels: a. Op de gronden met de functie 'Leiding - Hoogspanning' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de in lid 7.2 bedoelde functies worden gebouwd; b. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter. 7.4.2

Beoordelingsregels bouwwerken

Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.4.1 voor het bouwen. De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de activiteit geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding, waarbij burgemeester en wethouders het schriftelijk advies van de beheerder van de ondergrondse hoogspanningsverbinding betrekken.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 14 van 81

7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.5.1

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen werken en werkzaamheden

Een omgevingsvergunning is vereist voor de volgende activiteiten: a. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen, dieper dan 0,80 meter onder peil; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem, dieper dan 0,80 meter onder peil; d. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen dieper dan 0,80 meter onder peil; e. het aanbrengen van andere kabels en leidingen anders dan in de functieomschrijving aangegeven, en daarmee verband houdende constructies; f. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; g. het aanleggen van drainage dieper dan 1,0 meter onder peil; h. het aanbrengen van verhardingen, wegen en paden; i. het opslaan van goederen. 7.5.2

Uitzonderingen

De in 7.5.1 opgenomen vergunningplicht is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer ten aanzien van de hoogspanningsverbinding en belemmeringenstrook betreffen; b. reeds in uitvoering zijn krachtens een verleende omgevingsvergunning, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. betrekking hebben op de aanleg en het beheer van de ondergrondse hoogspanningsverbinding. 7.5.3

Beoordelingsregels werken en werkzaamheden

De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de activiteit geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding, waarbij burgemeester en wethouders het schriftelijk advies van de beheerder van de ondergrondse hoogspanningsverbinding betrekken.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 15 van 81

Artikel 8 8.1

Waarde - Archeologie 1

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen op de bij dit omgevingsplan behorende verbeelding als 'Waarde - Archeologie 1'. 8.2

Functieomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen locaties zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s) en activiteiten, bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze locatie voorkomende en te verwachten archeologische waarden. De functie 'Waarde - Archeologie 1' gaat voor op de overige aan deze locaties toegekende functies en activiteiten. 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen werken en werkzaamheden

Een omgevingsvergunning is vereist voor de volgende activiteiten: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); c. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het peil) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); i. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; j. het dempen van sloten of greppels; k. het verwijderen van gras en het vervolgens aanplanten van gewassen of jonge bomen (ten behoeve van boomkwekerij of sierteelt); 8.3.2

Uitzonderingen

De in 8.3.1 opgenomen vergunningplicht is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 2500 m2; c. blijkens een rapport van een door gemeenteweg erkende archeologisch deskundige de omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. 8.3.3

Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover: a. door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 16 van 81

Artikel 9 9.1

Waarde - Archeologie 2

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen op de bij dit omgevingsplan behorende verbeelding als 'Waarde - Archeologie 1'. 9.2

Functieomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen locaties zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s) en activiteiten, bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze locatie voorkomende en te verwachten archeologische waarden. De functie 'Waarde - Archeologie 2' gaat voor op de overige aan deze locaties toegekende functies en activiteiten. 9.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.3.1

Aanwijzing vergunningplichtige gevallen werken en werkzaamheden

Een omgevingsvergunning is vereist voor de volgende activiteiten: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); c. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het peil) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); i. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; j. het dempen van sloten of greppels; k. het verwijderen van gras en het vervolgens aanplanten van gewassen of jonge bomen (ten behoeve van boomkwekerij of sierteelt). 9.3.2

Uitzonderingen

De in 9.3.1 opgenomen vergunningplicht is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 500 m2; c. blijkens een rapport van een door gemeenteweg erkende archeologisch deskundige de omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. 9.3.3

Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover: a. door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 17 van 81

Hoofdstuk 3 Algemene regels

Artikel 10

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 18 van 81

Artikel 11 11.1

Overige regels

Verwijzing naar andere wettelijke regelingen

Waar in dit plan wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de regelingen zoals die luidden op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het TAM-omgevingsplan.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 19 van 81

Hoofdstuk 4 Overgangsrecht

Artikel 12 12.1

Overgangsrecht

Overgangsrecht functioneel gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 12.1 a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in artikel 12.1 a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. artikel 12.1 a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat omgevingsplan.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 20 van 81

Toelichting

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 21 van 81

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1

Aanleiding

TenneT TSO B.V. (hierna: TenneT) is voornemens om een ondergrondse 150kV-hoogspanningsverbinding aan te leggen. TenneT beheert het hoogspanningsnet in Nederland en in grote delen van Duitsland, in totaal meer dan 22.000 kilometer aan hoogspanningsverbindingen. Over het hoogspanningsnetwerk wordt elektriciteit op 110kV (110.000 Volt) en hoger getransporteerd. Dit is nodig om een betrouwbare en ononderbroken levering van elektriciteit mogelijk te maken. In Limburg stijgt de elektriciteitsvraag, maar wordt beperkt elektriciteit opgewekt. Om ervoor te zorgen dat er voldoende elektriciteit beschikbaar is in Limburg, moet er elektriciteit van Noord-Brabant naar Limburg worden getransporteerd. Het bestaande 150kV-hoogspanningsnetwerk voldoet niet aan alle technische eisen om in deze toenemende behoefte te kunnen voorzien en om bij verstoringen in de omgeving de leveringszekerheid te garanderen. Om aan de technische eisen te voldoen en om klaar te zijn voor de toekomstige situatie, is het voor TenneT noodzakelijk om het 150kV-hoogspanningsnetwerk in Noord-Brabant en Limburg te versterken. Dit wordt onder meer gedaan door het vergroten van de transportcapaciteit tussen Boxmeer (Brabant) en Venray (Limburg). De reeds aanwezige 150kV-hoogspanningsverbinding tussen Boxmeer en Venray omvat twee circuits in een bovengrondse hoogspanningsverbinding.

De netuitbreiding wordt gerealiseerd door middel van twee ondergrondse 150kV-kabelcircuits tussen de 150kV-hoogspanningsstations Boxmeer en Venray. In eerste instantie ging TenneT uit van een netuitbreiding met één nieuw ondergronds 150kV kabelcircuit tussen Boxmeer en Venray. Medio 2022 is echter duidelijk geworden dat met name in de provincies Limburg en Noord-Brabant sprake is van congestie op het hoogspanningsnet, die onder andere veroorzaakt wordt door versnelde ontwikkelingen in deze regio's. Om de congestie zo spoedig mogelijk te verminderen, heeft TenneT gezocht naar mogelijke oplossingen om de netwerkcapaciteit uit te breiden. Hierbij is ook gekeken naar bestaande of in voorbereiding zijnde netuitbreidingen zoals onder andere het project dat dit TAM-omgevingsplan mogelijk maakt: de Netuitbreiding Boxmeer-Venray. Na diverse studies en onderzoeken is geconstateerd dat het uitbreiden van de transportcapaciteit tussen Boxmeer en Venray, zijnde van één ondergronds kabelcircuit naar twee ondergrondse 150 kV-kabelcircuits, op een versnelde en relatief efficiënte wijze bijdraagt aan het oplossen van een deel van de (congestie)problematiek op korte termijn. In voorliggend TAM-omgevingsplan wordt dan ook de realisatie van twee nieuwe 150kV kabelcircuits mogelijk gemaakt.

De volgende netuitbreiding dient te worden gerealiseerd voor het vergroten van de transportcapaciteit:  Twee kabelvelden op 150kV-hoogspanningsstation Boxmeer;  Twee kabelvelden op 150kV-hoogspanningsstation Venray;  Eén 150kV-hoogspanningsverbinding tussen Boxmeer - Venray, bestaande uit twee ondergrondse circuits. De vigerende omgevingsplannen van gemeente Land van Cuijk en Gemeente Venray maken het mogelijk om kabelvelden op de stations Boxmeer en Venray te realiseren ten behoeve van deze verbinding. Voor de hoogspanningsverbinding is een wijziging van de omgevingsplannen nodig. De hoogspanningsverbinding bevindt zich op het grondgebied van twee gemeenten: de gemeente Land van Cuijk in Noord-Brabant en de gemeente Venray in Limburg. Voor de hoogspanningsverbinding is een wijziging van de omgevingsplannen nodig. Om het project te realiseren wordt in beide gemeenten een TAM-omgevingsplanprocedure doorlopen. Voorliggende toelichting bij het TAM-omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venray' bevat de motivering van de gemeenten om een

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 22 van 81

TAM-omgevingsplan vast te stellen dat de aanleg, het gebruik en de bescherming van deze nieuwe hoogspanningsverbinding mogelijk maakt. Met de beoogde tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) IMRO omgevingsplan wordt alleen een nevenfunctie toegevoegd, waardoor de functies in de moederplannen van kracht blijven. Deze toelichting beschrijft zoveel mogelijk het volledige tracé en gaat in op de effecten van het project in beide gemeenten. Elke gemeente stelt echter een TAM-IMRO omgevingsplan vast voor het deel van het tracé dat in haar grondgebied ligt. Er is geen formele coördinatie tussen de omgevingsplanprocedures in de gemeente Land van Cuijk en de gemeente Venray. Vanwege de samenhang is er wel voor gekozen beide procedures zoveel mogelijk gelijktijdig te doorlopen.

1.2

Planlocatie

Het initiatiefgebied bestaat uit het tracé van de 150kV-kabelverbinding tussen de 150kV-hoogspanningsstations Boxmeer en Venray. Het tracé van de ondergrondse hoogspanningsverbinding loopt voor een groot deel door agrarische percelen. In figuur 1.1 is de locatie van het initiatiefgebied weergegeven. Voor het exacte initiatiefgebied kan de verbeelding bij het voorliggende TAM-omgevingsplan geraadpleegd worden. Dit TAM-omgevingsplan voorziet in een planologische regeling voor de hoogspanningsverbinding.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 23 van 81

Figuur 1.1: Het initiatiefgebied

1.3

Vigerend omgevingsplan

Binnen het initiatiefgebied vigeren het omgevingsplannen van rechtswege van de gemeente Land van Cuijk én van gemeente Venray. Het onderhavige TAM-omgevingsplan is opgesteld voor gemeente Venray. Het omgevingsplan van gemeente Venray bestaat uit alle voormalige bestemmingsplannen die zijn overgegaan in het tijdelijk deel van het omgevingsplan van gemeente Venray bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 24 van 81

Het voorliggend TAM-omgevingsplan is in 2021 opgesteld als bestemmingsplanwijziging onder de Wet ruimtelijke ordening, gezien het voornemen juridisch planologisch gezien niet binnen de vigerende bestemmingsplannen paste. Deze bestemmingsplanwijziging heeft nooit ter inzage gelegen. Door inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is in overleg met de gemeente het document met de daarbij behorende bijlagen gewijzigd in een Tijdelijke alternatieve maatregel (TAM) Omgevingsplan zoals deze conform de Omgevingswet benodigd is voor de voorgenomen activiteit. Uit het TAM Omgevingsplan dient geconcludeerd te worden dat de voorgenomen activiteit bijdraagt aan de 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. De huidige juridische regeling van de betreffende gronden in gemeente Venray is neergelegd in de volgende ruimtelijke plannen:

Plan

Naam

IMRO Nummer

Vaststellingsdatum

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan Smakterheide

NL.IMRO.0984.BP100 18-6-2013 04-va01

Bestemmingsplan

Keizersveld

NL.IMRO.0984.BP100 14-12-2011 05-va01

Bestemmingsplan

Keizersveld 26 Venray

NL.IMRO.0984.BP200 28-09-2021 21-va01

Bestemmingsplan

Loobeek, deelgebieden NL.IMRO.0984.BP170 30-10-2018 Venrays Broek en de Spurkt 03-va01

Bestemmingsplan

Buitengebied Venray 2010

NL.IMRO.0983.BPL20 30-03-2011 09019-VA01

Bestemmingsplan

Buitengebied Venray 2010, herziening locaties

NL.IMRO.0984.BP150 01-11-2016 02-va01

Wijzigingsplan

Rozendaal 2 Merselo

NL.IMRO.0984.WBP1 16-12-2014 4003-va01

Bestemmingsplan

Buitengebied Venray 2010, herziening regels

NL.IMRO.0984.PHBP 20-9-2017 15001-va02

Tabel 1.1 Geldende omgevingsplannen gemeente Venray In dit TAM-omgevingsplan wordt het thans geldende omgevingsplan in het initiatiefgebied van toepassing verklaard en aangevuld met een regeling voor de hoogspanningsverbinding. Daarmee blijft de huidige hoofdfunctie met eventuele nevenfuncties van de gronden, en dus ook het huidige gebruik, ook in de toekomst mogelijk. Op de gronden waar in het onderhavige omgevingsplan een nevenfunctie is voorzien, gelden straks dus twee functies: een hoofdfunctie (en eventuele nevenfunctie(s)) vanuit het vigerende omgevingsplan en de nieuwe nevenfunctie vanuit het onderhavige TAM-omgevingsplan.

1.4

Planopzet en leeswijzer

Planopzet Het TAM-omgevingsplan bestaat formeel uit de volgende onderdelen: Toepasbare regels:  Regels die van toepassing zijn op bepaalde situaties of locaties in het gebied.  Deze regels worden opgesteld aan de hand van de kenmerken en doelstellingen van het gebied Algemene Maatregelen:  Maatregelen die gelden voor het hele gebied of voor specifieke delen ervan  Deze maatregelen zijn gericht op het bevorderen van duurzaamheid, leefbaarheid, etc. Verbeelding:

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 25 van 81

Een visuele weergave van de wijziging van het omgevingsplan in het initiatiefgebied, vergelijkbaar met de plankaart in een bestemmingsplan  Op de verbeelding worden de toepasbare regels en algemene maatregelen in kaart gebracht Leeswijzer Het TAM-omgevingsplan is daarnaast vergezeld van een toelichting. De toelichting dient als onderbouwing van het plan en kent geen rechtstreeks bindende werking. De toelichting is als volgt opgebouwd. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 de planbeschrijving In hoofdstuk 3 wordt vervolgens ingegaan op de geldende (ruimtelijke) beleidskaders. In hoofdstuk 4 komen de verschillende relevante omgevingsaspecten aan bod, waarbij de resultaten van diverse onderzoeken worden uitgelicht. In hoofdstuk 5 worden zowel de financiële als maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven en in hoofdstuk 6 worden de belangen afgewogen en de conclusie getrokken.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 26 van 81

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een nadere beschrijving gegeven van het project. Achtereenvolgens komt de tracékeuze aan bod, waarna de uitwerking van het voorkeursalternatief wordt toegelicht.

2.2

Tracékeuze

Om te bepalen welke route het meest geschikt is voor de realisatie van de ondergrondse 150kV-hoogspanningsverbinding heeft Sweco in opdracht van TenneT een tracéstudie uitgevoerd. Gedurende het proces is besloten om van één naar twee circuits te gaan zoals beschreven in 1.1 Aanleiding. De werkwijze in de tracéstudie omvatte de volgende stappen. Uitgangspunten Voor het uitvoeren van de tracéstudie zijn diverse thema's onderzocht op basis van planologische en technische uitgangspunten. In de onderstaande tabel is per thema weergegeven welke deelaspecten zijn meegenomen in de beoordeling van de tracéalternatieven. Daarnaast is in de afweging van de tracéalternatieven zo veel mogelijk rekening gehouden met de inbreng vanuit de omgeving.

Tabel 2.1: Uitgangspunten tracéstudie

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 27 van 81

De tracéalternatieven zijn op elk thema beoordeeld. Voor elk thema is beoordeeld of een tracéalternatief zeer negatief, negatief, neutraal, positief of zeer positief scoort. De beoordeling loopt van 0 (zeer negatief) tot en met 2 (zeer positief). Bij de beoordeling gaat het om de impact van een thema op de realiseerbaarheid/haalbaarheid van de tracéalternatieven. Op basis van de beoordeling van de tracéalternatieven op alle thema's, is een voorkeursalternatief geselecteerd. Hierbij is de beoordeling van de verschillende tracéalternatieven tegen elkaar afgezet. Het tracéalternatief met het hoogste aantal punten is het voorkeursalternatief (VKA) geworden. Niet alle thema's wogen even zwaar mee in de keuze van het voorkeursalternatief. Het ene thema heeft meer impact op de realiseerbaarheid/haalbaarheid van de tracéalternatieven dan het andere thema. Thema's met een grote impact wogen daarom zwaarder mee dan thema's met een kleinere impact. Zoekgebied Het zoekgebied voor de nieuwe ondergrondse hoogspanningsverbinding tussen hoogspanningsstation Boxmeer en Venray is door de gemeentes en TenneT gezamenlijk bepaald. Het zoekgebied, met in het noorden hoogspanningsstation Boxmeer en in het zuiden hoogspanningsstation Venray, is weergegeven in figuur 2.1. Het zoekgebied wordt in het westen begrensd door de bestaande bovengrondse 380kV hoogspanningsverbinding.

In het oosten wordt het zoekgebied begrensd door de spoorlijn tussen Boxmeer en Venray. Het zoekgebied ligt verdeeld over twee gemeenten, namelijk Land van Cuijk en Venray.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 28 van 81

Figuur 2.1: Zoekgebied 150kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venray Ruimtelijke analyse zoekgebied Na bepaling van het zoekgebied is aan de hand van de traceringuitgangspunten een GIS-analyse uitgevoerd voor het gehele zoekgebied. Hiervoor is relevante en beschikbare openbaar beschikbare data als kaartlaag ingeladen in GIS. Met behulp van een ruimtelijke analyse is inzichtelijk gemaakt met welke aspecten rekening gehouden dient te worden in het zoekgebied. Het betreft de volgende data: Data voor GIS-analyse Bebouwing Oppervlaktewater Grondwaterwingebied Grondwaterbeschermingsgebied Zettingsgevoelige gebieden

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 29 van 81

Boringsvrije zones Geologische breukzone Aardkundig waardevolle gebieden Aardkundige monumenten Zorgmaatregelen (grond, grondwater & waterbodem) Verontreinigingscontouren (grond, grondwater & waterbodem) Saneringscontouren (grond, grondwater & waterbodem) Cultuurtechnisch (gewasziektes) Archeologische verwachtingsgebieden Archeologische monumenten Cultuurhistorische monumenten Ontplofbare oorlogsresten belemmeringen Natuur Netwerk Nederland Natura 2000-gebieden Ganzen- en weidevogelgebieden Inrichtingen met gevaarlijke stoffen Terreingrens gevaarlijke stoffen Hoogspanningskabels Buisleidingen gevaarlijke inhoud Hoge druk gasleidingen Hoogspanningskabels Structuurvisie: ruimtereservering buisleidingen Windturbines Snelwegen Provinciale wegen Spoorwegen Tabel 2.2: Onderwerpen GIS analyse Voor nieuwe ondergrondse hoogspanningsverbindingen hanteert TenneT traceringsuitgangspunten. Belangrijke uitgangspunten zijn dat bebouwing bij voorkeur gemeden wordt en dat rekening gehouden wordt met de bodemopbouw en de aanwezigheid van archeologische waarden en beschermde natuurgebieden. Omdat open ontgraving geen wenselijke aanlegmethode is in archeologisch waardevol gebied en in natuurgebieden zijn deze delen van het tracé aangemerkt als belemmering. Projectspecifieke omgevingsaspecten maken tevens onderdeel uit van de weging.

Ook wordt gelet op andere ontwikkelingen in het gebied, zoals de toekomstige aanleg van zonnepark Sambeeksedijk A73 in de gemeente Land van Cuijk. Bepaling corridors Aan de hand van de ruimtelijke GIS-analyse (met de onderwerpen zoals in tabel 2.2 weergegeven) zijn in het initiatiefgebied drie corridors bepaald van enkele honderden meters breed. De corridors zijn weergegeven in figuur 2.2. Deze corridors zijn onder te verdelen in corridor west (blauw), midden (groen) en oost (geel). De westelijke corridor loopt vanuit Venray in westelijke richting naar de bestaande 380kV hoogspanningsverbinding Maasbracht-Dodewaard. De corridor loopt vervolgens parallel aan de 380kV

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 30 van 81

hoogspanningsverbinding naar hoogspanningsstation Boxmeer. De middelste corridor loopt parallel aan de bestaande bovengrondse 150kV-hoogspanningsverbinding van Venray naar Boxmeer. De meeste oostelijke corridor is gelegen aan weerszijden van de A73.

Figuur 2.2: Corridors Boxmeer-Venray Drie mogelijke tracéalternatieven Drie mogelijke tracés zijn ingetekend binnen de corridors tussen hoogspanningsstation Boxmeer en Venray. Dit is gedaan op basis van informatie uit de GIS-analyse. De tracés zijn bepaald waarbij gekozen is voor de routes met de minste belemmeringen gecombineerd met een zo kort mogelijke afstand tussen de beide hoogspanningsstations. Door de eigenschappen van het zoekgebied zijn er in alle tracéalternatieven aandachtspunten aanwezig. Het hoogspanningsstation Venray is gelegen in het hart van het bedrijventerrein Keizersveld en het bedrijventerrein Smakterheide. De positie van het hoogspanningsstation vermoeilijkt de aansluiting van de nieuwe 150kV-kabel. Aangezien nadere informatie opgehaald moest worden over mogelijke aansluitingen op hoogspanningsstation Venray is gekozen om de tracéalternatieven te bepalen tot aan de kruising van de Metaalweg en de Spurkt. De

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 31 van 81

tracéalternatieven voor het bedrijventerrein Venray zullen behandeld worden in paragraaf 2.3. De drie ingetekende tracéalternatieven zijn vervolgens voorzien van een buffer van 70 meter aan weerszijden vanaf de hartlijn (optimalisatieruimte). Hiermee zijn tracéalternatieven ontstaan met een maximale breedte van 140 meter, als gebied waar binnen een kabeltracé aangelegd kan worden. Deze 140 meter zorgt ervoor dat er speling mogelijk is met de uiteindelijke ligging van het tracé binnen het voorkeursalternatief. De tracéalternatieven zijn vervolgens handmatig bijgesteld op basis van enkele zwaarwegende criteria. In figuur 2.3 zijn de drie tracéalternatieven weergegeven. De blauwe lijn markeert het tracé west, de groene lijn markeert het tracé midden en de gele lijn het tracé oost.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 32 van 81

Figuur 2.3: Tracéalternatieven Voorkeursalternatief In tabel 2.2 zijn de gewogen scores voor de tracéalternatieven weergegeven. Op basis van de totaalscore voor alle thema's is tracéalternatief west aangewezen als het voorkeursalternatief. Tracé west scoort het beste in de totaalscore. Bij een bepaalde weging krijgt een tracé een score, afhankelijk van hoe zwaar de weging is kan de score hoog/ laag uitvallen. Op voorhand

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 33 van 81

zijn de wegingen bepaald. Hoe zwaarder de weging hoe belangrijker het beoordelingscriteria is.

Tabel 2.3: Scoretabel voorkeursalternatief

In figuur 2.4 is het voorkeursalternatief getekend.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 34 van 81

Figuur 2.4: Voorkeursalternatief Boxmeer-Venray Participatie en aanpassing tracéalternatieven TenneT hecht veel waarde aan het betrekken van stakeholders bij de tracering. In januari 2021 is een digitale informatieavond georganiseerd waar bewoners en grondeigenaren uit het zoekgebied de mogelijkheid hadden om deze online te volgen. Tijdens deze informatieavond

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 35 van 81

zijn de drie corridors gepresenteerd. Daarnaast is een online participatieplatform gepresenteerd waarin bewoners en grondeigenaren gebiedsspecifieke kennis binnen de corridors konden aangeven. Het online participatieplatform is door enkele personen ingevuld. De opgehaalde informatie was voornamelijk gerelateerd aan de aanwezigheid van natuurherstelprojecten in het zoekgebied. Deze informatie is meegenomen in de nadere uitwerking van de tracéalternatieven. Eind maart 2021 zijn, aan de hand van het voorkeursalternatief, diverse online ateliers gehouden met stakeholders vanuit het voorkeursalternatief. De aanwezigen, zoals omwonenden en perceeleigenaren, zijn tijdens deze online sessies in de gelegenheid gesteld om voor hen het meest logische tracé binnen het voorkeursalternatief in te tekenen. Tevens hebben de aanwezigen informatie gegeven betreffende perceeleigenschappen en uitbreidingsplannen. Enkele voorbeelden hiervan zijn, de aanwezigheid van hoogwaardige teelten zoals asperges, lokale zandwegen in bosschages en biologische boerderijen. De input welke is verkregen uit deze online ateliers is gebruikt bij finetunen van voorkeurstracé. Uitwerking voorkeursalternatief Nadat het voorkeurstracé is vastgesteld door TenneT, is gestart met het uitvoeren van haalbaarheidsonderzoeken in het veld en zijn gesprekken gevoerd met grondeigenaren.

De informatie, hieruit voortkomend, is gebruikt om het voorkeursalternatief uit de tracéstudie verder uit te werken. Er wordt hier onder andere gekeken naar de technische haalbaarheid en waar bijvoorbeeld gestuurde boringen gezet moeten worden en waar mitigerende maatregelen getroffen moeten worden. Het betreft een gedetaillerder onderzoek dan het bepalen van het voorkeurstracé, het is te vergelijken met een vervolgonderzoek. Bij het nader uitwerken van het tracé hebben wijzigingen op verzoek van of in overleg met de grondeigenaren op een aantal locaties geleid tot een kleine afwijking buiten de 40 meter strook van het voorkeursalternatief. Het voorkeursalternatief is vertaald in een gedetailleerd digitaal ontwerp waarbij het tracé van de kabel is uitgewerkt op schaal 1:1.000. In dit ontwerp is tevens aangegeven op welke wijze de kabel wordt aangelegd; met een open ontgraving of een gestuurde boring. Waar mogelijk wordt het tracé met een open ontgraving aangelegd. Op delen van het tracé is gekozen voor een boring of persing. Bij deze uitvoeringsmethode wordt gewerkt met een sleufloze techniek waardoor de hinder voor de huidige gebruikers van de locatie beperkt is. Bij een open ontgraving worden op de plek waar de kabels komen te liggen, sleuven gegraven. Hierbij wordt de grond tijdelijk langs het werkterrein opgeslagen.

Het betreft ontgravingen met een breedte van 5 tot 10 meter en een diepte van 1,7 tot 2,3 meter. De kabel wordt in stedelijk gebied (bedrijventerrein Venray) circa 1,20 m onder maaiveld en in agrarisch gebied circa 1,80 m onder maaiveld aangelegd. Op locaties waar niet met open ontgraving gewerkt kan worden, worden de kabels in mantelbuizen getrokken. Om die te leggen moeten gestuurde boringen worden uitgevoerd. Op deze locaties wordt de kabel doorgaans dieper aangelegd, zodat geen verstoring van het bestaande grondgebruik plaatsvindt. Na afloop van de werkzaamheden zorgt TenneT ervoor dat de gronden weer in oude staat worden hersteld. Naast deze planologische procedure wordt op basis van het privaatrecht met de grondeigenaren een zakelijk recht overeenkomst (ZRO) gesloten, waarbinnen een recht van opstal geldt. Op voorhand worden afspraken gemaakt over de financiële effecten van de aanleg en de instandhouding van de hoogspanningsverbinding. Schadevergoeding maakt onderdeel uit van een zakelijk recht overeenkomst. Het initiatiefgebied van de tracéligging is 17 meter breed. Dit betreft de tracéligging inclusief beschermingszone van 5,5 meter aan weerszijden.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 36 van 81

2.3

Tracékeuze bedrijventerrein Venray

In deze paragraaf zijn de tracéalternatieven op het bedrijventerrein in Venray beoordeeld. Dit is op dezelfde manier gedaan als de uitgangspunten in 2.2. Het belangrijkste verschil ten opzichte van de beoordeling is dat enkele wegingen zijn aangepast. Dit geldt voor de lengte van de tracéalternatieven en de aanwezigheid van kabels en leidingen. Daarnaast is ook het criteria aantal unieke perceelseigenaren toegevoegd aan de analyse. Drie mogelijke ontsluitingsvarianten Na een analyse van het bedrijventerrein van Venray zijn drie ontsluitingsvarianten tot stand gekomen om de aansluiting tussen het voorkeursalternatief en het hoogspanningsstation te realiseren. Hierbij is onder andere rekening gehouden met het vooraf bepaalde onderzoeksgebied, de ligging van bedrijfspanden en woningen in de directe omgeving en de huidige infrastructuur in het gebied.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 37 van 81

In figuur 2.5 zijn de drie ontsluitingsvarianten weergegeven. De blauwe lijn markeert 'variant Venray west', de groene lijn markeert 'variant Venray midden' en de gele lijn markeert 'variant Venray oost'.

Figuur 2.5: Ontsluitingsvarianten Venray Voorkeursvariant Venray

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 38 van 81

Op basis van de beoordeling van de ontsluitingsvarianten is in deze paragraaf een voorkeursvariant aangewezen. In tabel 2.4 zijn de gewogen scores voor de tracéalternatieven weergegeven. Op basis van de gewogen totaalscore voor alle thema's is de ontsluitingsvariant Venray Oost aangewezen als het voorkeursvariant, deze scoort het beste op de totaalscore van de beoordelingscriteria. Bij een bepaalde weging krijgt een tracé een score, afhankelijk van hoe zwaar de weging is kan de score hoog/ laag uitvallen. Op voorrand zijn de wegingen bepaald. Hoe zwaarder de weging hoe belangrijker het beoordelingscriteria is.

Tabel 2.4: Scoretabel ontsluitingsvarianten Venray De voorkeursvariant voor de nieuwe ondergrondse hoogspanningsverbinding op het bedrijventerrein Venray is weergegeven in figuur 2.6.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 39 van 81

Figuur 2.6: Voorkeursalternatief bedrijventerrein Venray Uitwerking voorkeursvariant Bij de uitwerking is het tracé definitief bepaald, in afstemming met de grondeigenaren. Op de verbeelding is het definitieve tracé opgenomen, waarbij het initiatiefgebied (overwegend) 17 meter breed is. Dit betreft de tracéligging inclusief beschermingszone aan weerszijden.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 40 van 81

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1

Nationaal beleid

In deze paragraaf wordt het relevante ruimtelijke rijksbeleid en wet- en regelgeving aangegeven dat van belang is voor de kabeltracé. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de rijksvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving en opvolger van de SVIR. Met de NOVI kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Met de komst van het nieuwe stelsel van wetgeving doet een nieuw instrument zijn intrede dat een antwoord biedt op deze ambitie: de omgevingsvisie. Rijk, provincies en gemeenten moeten allemaal een omgevingsvisie opstellen voor hun grondgebied. Het Rijk heeft in dit kader de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. De NOVI beschrijft de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het Nederlandse grondgebied. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies; uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationaal belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan het inrichten van de fysieke leefomgeving. De Nationale Omgevingsvisie richt zich daarbij op vier prioriteiten: 1.

Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. 3. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Er zijn in totaal 21 nationale belangen waar de NOVI zich op richt: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11.

Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 41 van 81

17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Relatie met de voorliggende wijziging van het omgevingsplan De ontwikkeling die met deze wijziging van het omgevingsplan wordt mogelijk gemaakt, past binnen het ruimtelijk beleid van het Rijk dat in de NOVI wordt beschreven. Het initiatief draagt bij aan het realiseren van een robuust, betrouwbaar en veilig energienetwerk met voldoende capaciteit om de transitie naar een circulaire economie en CO 2-arme energievoorziening te realiseren. Nationale Omgevingsvisie Extra (Novex) Om meer invulling te geven aan de Nationale Omgevingsvisie wordt het programma NOVEX opgesteld. In dat programma werken alle overheden samen aan een plan voor de inrichting van Nederland. In de Novex staat de provinciale en gebiedsgerichte samenwerking centraal, evenals het versterken van de uitvoeringskracht.

In december 2022 is er een startpakket gepubliceerd, deze bestaat uit de volgende drie onderdelen:  de vragen aan de provincies die voortvloeien uit de nationale programma's;  het proces om deze opgaven ruimtelijk te vertalen in elke provincie;  beoogde resultaat. Ook zijn er 16 Novex-gebieden aangewezen waar ontwikkelperspectieven en uitvoeringsafspraken voor worden opgesteld. Momenteel zijn alle provincies bezig om de vragen uit het eerste onderdeel te beantwoorden. Dit leidt tot een ruimtelijk voorstel waarin de nationale en decentrale opgaven zijn opgenomen. Vervolgens werken Rijk en provincie naar een ruimtelijk arrangement. Daarin maken het Rijk en provincies wederkerige, bestuurlijke afspraken die nodig zijn om de voorstellen daadwerkelijk uit te voeren. Het ruimtelijk arrangement werd eind 2023 verwacht maar is nog niet gereed. Relatie met de voorliggende wijziging van het omgevingsplan Momenteel vloeit er nog geen toetskader uit de Novex voor dit initiatief omdat er nog geen concrete afspraken zijn gemaakt. Bovendien is het voorliggende initiatiefgebied geen onderdeel van een Novex-gebied. Instructieregels De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (afgekort AMvB's). Dit zijn het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

In deze AMvB's staan regels voor het uitvoeren van de Omgevingswet. Hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels voor het omgevingsplan. Deze komen voort uit de beleidsdoelen van de Omgevingswet. Met zo’n instructieregel geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels: I. Regels die in acht moeten worden genomen; II. Regels waar rekening mee moet worden gehouden; III. Regels die moeten worden betrokken bij de wijziging. Hoofdstuk 5 van het Bal bevat onder meer regels ten aanzien van onderzoeksinspanningen die voor specifieke voorgenomen activiteiten verricht dienen te worden. Instructieregels gelden onder andere voor de volgende onderwerpen:  waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl)  beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl)  beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4 Bkl), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit;  beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5 Bkl), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking;

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 42 van 81

het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6 Bkl) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;  het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7 Bkl), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën;  het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl);  het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen (afdeling 5.2 Bkl). Relatie met de voorliggende wijziging van het omgevingsplan In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de voor het voorliggende initiatief relevante instructieregels. Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g (zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand): 1.

Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. 2. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3. Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: c. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en d. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4.

Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Relatie met de voorliggende wijziging van het omgevingsplan Uit jurisprudentie blijkt dat een hoogspanningsverbinding niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt beschouwd (zie uitspraak van 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:465 Inpassingsplan DW380 Doetinchem - Voorst). Derhalve is er bij het voorliggende initiatief geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waardoor een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet nodig is. Hierdoor is er geen belemmering voor voorliggend omgevingsplan

3.2

Provinciaal beleid

In deze paragraaf wordt het relevante ruimtelijke beleid van de provincie voor de 150kV-hoogspanningsverbinding van Boxmeer naar Venray weergegeven. Omgevingsvisie (POVI) Limburg

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venr Pagina 43 van 81

De Omgevingsvisie Limburg vervangt het in 2014 vastgestelde Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) en is in een interactief proces met overheden, semioverheden, belangenvertegenwoordigers, andere partnerorganisaties en inwoners opgesteld. Deze visie bouwt deels voort op eerder gemaakte beleidskeuzes, op andere onderdelen zijn nieuwe keuzes gemaakt door de Provincie Limburg. Toekomstvisie Noord-Limburg In de paragraaf 18.2.2. van de omgevingsvisie is het toekomstbeeld voor Noord-Limburg in 2030 – 2050 beschreven. In dit toekomstbeeld draagt Noord-Limburg significant bij aan het bruto nationaal inkomen van Nederland. Inwoners en ondernemers verdienen een goed inkomen. Dat heeft positieve effecten voor de brede welvaart, het welzijn en de kwaliteit van de leefomgeving. De regio maakt optimaal gebruik van haar strategische ligging als logistiek knooppunt tussen de mainports in Nederland en Vlaanderen en het Duitse achterland. Brightlands Campus Greenport Venlo, als onderdeel van de kennis-as van Brightlands campussen in Limburg, is de spin in het web en fungeert als vliegwiel voor innovatie en vernieuwing. De karakteristiek van de Maas en de Peel geeft richting én ruimte om ontwikkelingen mogelijk te maken. Hierbij wordt aangesloten op het Limburgse principe ‘zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden bovengronds en ondergronds’.

Het samenspel tussen de ambities uit het regionale beleid, het toekomstperspectief van de locatie én het ontwikkelingsperspectief van de omgeving spelen hierbij een rol. Het gaat niet alleen om het behouden en versterken van kwaliteit, maar ook om het toevoegen van kwaliteit aan de verschillende transitie-opgaven waar de regio voor staat: ‘sterker maken wat al sterk is’ en ‘de juiste ontwikkeling op de juiste plek’. Dit vraagt flexibiliteit en creativiteit van alle betrokkenen. De steden en dorpen ontwikkelen zich verder tot veilige, gezonde en vitale gemeenschappen, met een sterke sociale structuur en identiteit, een aantrekkelijk cultureel klimaat en voldoende voorzieningen. Het is ook een veilige regio: de economische- en wooncentra in de regio zijn afdoende beveiligd tegen de toenemende hoogwaterrisico’s. Hierbij zijn de landschappelijke kwaliteiten alleen daar waar dat absoluut noodzakelijk is aangetast. Het zorgt ervoor dat mensen in de regio willen blijven wonen of zich er willen vestigen. Noord-Limburg bereidt zich voor op klimaatveranderingen. De ambitie is dat alle gemeenten in 2020 klimaatbestendig handelen en in 2050 zo goed als mogelijk klimaatbestendig zijn. Deze goede balans tussen mens, omgeving en welvaart is de randvoorwaarde voor de doorontwikkeling van de regio. Energie In hoofdstuk 11 van de omgevingsvisie wordt in de visie ingegaan op het thema Energie.

De provincie ziet een innovatieve energietransitie, die de economische structuur versterkt, ons minder afhankelijk maakt van fossiele energie, de gevolgen van uitstoot vermindert en rekening houdt met de biodiversiteit, van provinciaal belang. Er wordt verder aangegeven dat de energietransitie vraagt om aanpassingen aan onze boven- en ondergrondse infrastructuur. En dat het bestaande energienetwerk zal gaan veranderen, zowel op lokale, regionale, nationale én internationale schaal. Er zal volgens de provincie geïnvesteerd moeten worden in de vernieuwing en/of uitbreiding van het bestaande netwerk. De energietransitie vergt dus ruimte, zowel bovengronds als ondergronds, en die ruimte moet vrijgemaakt worden. De Provincie geeft aan zich sterk te maken voor ruimtelijke reserveringen en een goede aanhaking op (inter-) nationale energienetwerken. Om het mogelijke ruimtegebruik van de energietransitie goed af te stemmen met ontwikkelingen vanuit bijvoorbeeld industrie, landbouw, mobiliteit en klimaat voert de provincie samen met partners een systeemstudie energie-infrastructuur uit. Relatie met de voorliggende wijziging van het omgevingsplan De aanleg van de ondergrondse hoogspanningsverbinding sluit aan bij de doelstellingen die in de omgevingsvisie Limburg worden gesteld met betrekking tot de energietransitie.

Ook faciliteert de voorgenomen ontwikkeling andere doelen met betrekking tot de productie van duurzame energie en economische ontwikkeling. Hiervoor is, zoals ook de provincie aangeeft, een sterk elektriciteitsnetwerk nodig, waarvoor het bestaande netwerk uitgebreid en vernieuwd moet worden. Hiermee sluit het initiatief aan op de Omgevingsvisie Limburg. Omgevingsverordening Limburg 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16192468/1