CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport integriteitsonderzoek gemeente Venray OPENBAAR

Gemeenteraad 30 juni 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Onderzoeksrapport naar de handelwijze van wethouder Loonen in het Loobeekdal20.869 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.

het verhuren van roerende zaken aan de gemeente

5.

het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente

6.

het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen

7. 2.

het onderhands huren of pachten van de gemeente.

Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen.

Artikel 28 jo. artikel 58 – Omgang met belangen 1.

Een lid van de raad7 neemt niet deel aan de stemming over: a.

een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken

b.

de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort

6 7

Volgens artikel 41c, lid 1, Gemeentewet geldt dit ook voor wethouders. Volgens artikel 58 Gemeentewet geldt dit ook voor een lid van het college van B en W.

65176 – Openbaar

2.

40

Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan het inleveren van een stembriefje

3.

Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.

Artikel 41a – Eed of belofte 1.

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de wethouders, in de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: «Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot wethouder benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als wethouder naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!» («Dat verklaar en beloof ik!»)

Artikel 41b - Nevenfuncties 1.

Een wethouder vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van zijn wethouderschap.

2.

Een wethouder meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan de raad.

3.

Een wethouder maakt zijn nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis.

4.

Een wethouder die zijn ambt niet in deeltijd vervult, maakt tevens de inkomsten uit nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten.

5.

Onder inkomsten wordt verstaan: loon in de zin van artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met de eindheffingsbestanddelen bedoeld in artikel 31 van die wet.

2

Algemene wet bestuursrecht

De Algemene wet bestuursrecht bevat algemene bepalingen die van toepassing zijn op het verkeer tussen burgers en bestuursorganen. Onderstaand zijn enkele van deze bepalingen opgenomen die ook wel de algemene beginselen van behoorlijk bestuur worden genoemd.

Artikel 2:4 – Verbod op vooringenomenheid 1.

Het bestuursorgaan8 vervult zijn taak zonder vooringenomenheid.

2.

Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden.

Artikel 3:2 – Zorgvuldigheid Bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.

8

Het college van B en W is het betreffende bestuursorgaan in dit normenkader.

41

65176 – Openbaar

Artikel 3:3 – Verbod op misbruik van bevoegdheden Het bestuursorgaan gebruikt de bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is verleend.

Artikel 3:4 – Specialiteit en evenredigheid 1.

Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.

2.

De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.

Artikel 3:46 – Motivering Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering. In aanvulling op bovenstaande beginselen uit de Awb zijn mogelijk ook onderstaande beginselen van belang:

3

o

Gelijkheidsbeginsel: Gelijke gevallen dienen op gelijke wijze te worden behandeld.

o

Legaliteitsbeginsel: Voor overheidshandelen dient een wettelijke grondslag te bestaan.

Gedragscode voor wethouders van de gemeente Venray 2017

Artikel 1 Regels rondom (de schijn van) belangenverstrengeling Een wethouder mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander(e organisatie) waarmee hij een persoonlijke betrokkenheid heeft. 1.

Een wethouder moet actief en uit zichzelf (de schijn van) belangenverstrengeling tegengaan.

2.

Een wethouder onthoudt zich alleen van deelname aan de stemming in het college als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling dreigt; het gaat dan om kwesties waar hij zelf een persoonlijk belang bij heeft, of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij een substantiële betrokkenheid heeft.

3.

Een wethouder onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling dreigt, niet alleen van stemming (zie artikel 1.2 van de gedragscode) maar ook van de beïnvloeding van de besluitvorming in de andere fases van het besluitvormingsproces.

5.

Een wethouder mag bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan of verrichten.

6.

Een wethouder maakt via de gemeentesecretaris openbaar welke betaalde en onbetaalde functies hij naast het wethouderschap vervult.

7.

De gemeentesecretaris zorgt voor een actuele openbare lijst met functies van wethouders. Op deze lijst wordt tevens vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn en wat de inkomsten zijn uit die functies.

8.

Een wethouder doet er bij de gemeentesecretaris opgaaf van als hij financiële belangen heeft (bijvoorbeeld aandelen, opties en derivaten) in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Deze financiële belangen zijn openbaar en worden ter inzage gelegd. Ook een tussentijds ontstaan financieel belang dient opgegeven te worden.

9.

De gemeentesecretaris zorgt voor een actuele openbare lijst met gemelde financiële belangen van wethouders.

Artikel 2 Regels rondom (de schijn van) corruptie Een wethouder mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld.

65176 – Openbaar

42

1.

Een wethouder moet actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegengaan.

4.

Een wethouder accepteert geen faciliteiten en diensten van anderen waarvan mag/kan worden aangenomen dat die hem uit hoofde van of vanwege zijn functie als wethouder worden aangeboden, tenzij:

5.

a.

het weigeren ervan het bestuurswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken en

b.

tegelijkertijd de schijn van corruptie minimaal is.

Een wethouder gebruikt faciliteiten of diensten van anderen waarvan mag/kan worden aangenomen dat die hem uit hoofde van of vanwege zijn bestuursfunctie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden.

Artikel 4 Regels rondom informatie Het college van B&W verstrekt de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. Het college kan geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet. 1.

Een wethouder betracht maximale openheid als het gaat om beleid en beslissingen en om zijn beweegredenen daarbij. Hij handelt in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet openbaarheid van bestuur.

2.

Een wethouder die de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het geheime of vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hem tot mededeling verplicht.

3.

Een wethouder maakt niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.

Artikel 6 Regels rondom de naleving van de gedragscode 4.

Als de wethouder twijfelt of een handeling die hij wil verrichten of nalaten een overtreding van de gedragscode zou kunnen zijn, wint hij hierover advies in bij de gemeentesecretaris.

4

De Integriteitsgedragscode voor bestuurders 2002

Deel I Kernbegrippen van bestuurlijke integriteit Bestuurlijke integriteit houdt in, dat de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt wordt aanvaard en dat er de bereidheid is om daarover verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt intern afgelegd aan collega-bestuurders, maar ook extern aan organisaties en burgers voor wie bestuurders hun functie vervullen. Een aantal kernbegrippen is daarbij leidend en plaatst bestuurlijke integriteit in een breder perspectief: Dienstbaarheid – Het handelen van een bestuurder is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uit maken. Functionaliteit – Het handelen van een bestuurder heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult in het bestuur. Onafhankelijkheid – Het handelen van een bestuurder wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedereen schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden. Openheid – Het handelen van een bestuurder is transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van de bestuurder en zijn beweegredenen daarbij. Betrouwbaarheid – Op een bestuurder moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken.

Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven.

65176 – Openbaar

43

Zorgvuldigheid – Het handelen van een bestuurder is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen. Deze kernbegrippen zijn de toetssteen voor de nu volgende gedragsafspraken. Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen getoetst kunnen worden.

Artikel 2. Belangenverstrengeling en aanbesteding 1.

Een bestuurder doet opgave van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen.

2.

Bij privaat publieke samenwerkingsrelatie voorkomt de bestuurder (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen.

4.

Een bestuurder die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht.

Artikel 3. Nevenfuncties 1.

Een bestuurder vervult geen nevenfuncties waarbij strijdigheid is of kan zijn met het belang van de gemeente.

2.

Een bestuurder maakt melding van al zijn nevenfuncties waarbij tevens wordt aangegeven of de functie wel of niet bezoldigd is. Deze gegevens worden openbaar gemaakt.

4.

Een bestuurder (in dit geval niet zijnde de leden van de raad en commissies) die een nevenfunctie wil vervullen, anders dan uit hoofde van het ambt, bespreekt dit voornemen in het college. Daarbij komt tevens aan de orde hoe wordt gehandeld met betrekking tot eventuele vergoedingen en de te maken kosten.

Artikel 4. Informatie 1.

Een bestuurder gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij verstrekt geen geheime informatie.

2.

Een bestuurder houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.

3.

Een bestuurder maakt niet ten eigen bate of van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10348981/1