[Gemeente Venray 2025] - Boekwerk jaarverslag en jaarrekening [Gestempeld]
Tekst van het document
Bedragen x € 1,-2.954.055 -68.153 -22.883
Inkomsten excl.heffingen Mutatie voorziening egalisatie riolering
47.105 -1.508.615
Netto kosten
-4.506.601
Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW Totale kosten
-421.656 -417.096 -5.345.354 Eigenaar 47%
Gebruiker 53%
Totale kosten gesplitst
-5.345.354 -2.506.802
-2.838.552
Opbrengst heffingen
5.349.096
2.508.557
2.840.539
100%
100%
Dekking
Rioolaansluitrecht Voor het tot stand brengen van een individuele aansluiting op het gemeentelijke rioolstelsel wordt een bedrag in rekening gebracht. Dit bedrag is van een aantal factoren afhankelijk. Bijvoorbeeld de afstand van de perceelsgrens tot het riool, of er wordt aangesloten op een vrijverval of drukrioleringstelsel. Deze kosten worden doorberekend aan de aanvrager van de aansluiting. Streven is om deze kosten zoveel mogelijk kostendekkend te laten zijn. De kostendekkendheid staat o.a. als gevolg van de stijgende inflatie en een toename in het aantal drukriool aansluitingen onder druk.
78 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Berekening kostendekkendheid rioolaansluitrecht Bedragen x € 1,Kosten incl. (omslag)rente -59.355 Inkomsten excl.heffingen Netto kosten
0 -59.355
Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW
0 -12.465
Totale kosten
-71.820
Opbrengst heffingen
67.164
Dekking
94%
Leges Leges zijn verschuldigd voor verstrekte diensten en worden geheven om de verschillende taken te bekostigen. Bijvoorbeeld het in behandeling nemen van een aanvraag voor een paspoort of rijbewijs. Ook zijn er leges verschuldigd voor het in behandeling nemen van een omgevingsvergunning, een evenementenvergunning of een drank- en horecavergunning. De opbrengsten uit de heffing van leges worden gebruikt om de kwaliteit van de verstrekking te waarborgen en om personeels-, huisvesting- en materiaalkosten te dekken. De opbrengst uit de leges mag de totale kosten niet overtreffen. De kostendekkendheid van de leges wordt hieronder per titel van de legesverordening inzichtelijk gemaakt: Hoofdstuk 1
Algemene dienstverlening
Bedragen x €1
Lasten
1.977.705
Baten
929.287
Kostendekkendheid
Hoofdstuk 2
47% Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet
Lasten
2.489.004
Baten
1.158.069
Kostendekkendheid
Hoofdstuk 3
47% Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijnen en niet vallend onder hoofdstuk 2
Lasten
315.710
Baten
31.266
Kostendekkendheid
10%
Kruissubsidiëring vindt plaats binnen en tussen de diverse titels. Een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit/Een overdekking binnen de ene groep diensten wordt gebruikt voor onderdekking van een andere groep diensten. Marktgelden Elke standplaatshouder op de markt dient jaarlijks marktgeld te betalen. Hiervoor worden onder meer de kramen, stroom, schoonmaak en verkeersmaatregelen gerealiseerd, alsmede de inzet van de marktmeester. De hoogte van het marktgeld wordt berekend aan de hand van strekkende meters van de kramen. Het marktgeld wordt verhoogd als er stroom wordt afgenomen, afhankelijk van de capaciteit van de aansluiting.
79 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Havengelden Voor elk schip dat de haven van Wanssum aandoet (liggeld of laden/lossen) is havengeld verschuldigd. Dit is vastgelegd in de havengeldverordening. De havengeldverordening is afgestemd op de actuele activiteiten in de haven van Wanssum. In deze op maat gesneden verordening is daarom een gedifferentieerde tariefstelling opgenomen voor containerschepen en bulkschepen. Er is een tarief voor bulkschepen, gebaseerd op max. laadvermogen van het schip. Voor containerschepen geldt een tarief per geloste standaard container. Schepen met een Green Award certificering krijgen 15% korting op de tarieven. De tarieven zijn in de periode 2022-2025 zoals bepaald in "Beheerplan haven Wanssum 2022" jaarlijks met 2% gestegen. Met de opbrengst worden de kosten betaald die de gemeente maakt om de havenvoorzieningen goed te beheren en te onderhouden. De tarieven mogen maximaal kostendekkend zijn. De havengelden zijn uit concurrentie overwegingen niet kostendekkend. In december 2025 is het nieuwe havenbeheerplan 2026-2030 door de gemeenteraad vastgesteld. Berekening kostendekkendheid havengelden Bedragen x € 1,Kosten incl. (omslag)rente
-420.784
Inkomsten excl.heffingen
0
Mutatie voorziening egalisatie industriehaven Netto kosten
0 -420.784
Toe te rekenen kosten: Overhead incl. (omslag)rente BTW
-30.980 0
Totale kosten
-451.764
Opbrengst heffingen
208.544
Dekking
46%
Lijkbezorgingsrechten Venray heeft één gemeentelijke begraafplaats: Boschhuizen. Voor het gebruik van deze begraafplaats worden begraafrechten geheven. Er zijn verschillende tarieven. Zo betaalt men bijvoorbeeld voor het recht op een eigen graf voor een bepaalde periode, het bijzetten van urnen en asbussen of het verstrooien van as. In Venray zijn de legestarieven voor de kosten van begraven in 2020 onderzocht en kostendekkend gemaakt met ingang van 1-1-2021. Vanwege specifieke regelgeving en omstandigheden is de totale exploitatie van de begraafplaats niet kostendekkend. Beleid/uitgangspunten algemene begraafplaats Sinds 1972 heeft Venray een algemene begraafplaats. In 1973 en 1974 zijn hier de graven van de Petrus Banden Kerk (katholieke begraafplaats) naar over gebracht. Dit is het begin geweest van de algemene begraafplaats. De graven van de kerk zijn geplaatst in het zogenaamde vak O. Dit vak heeft een aparte status binnen de begraafplaats. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 26 juni 2018 de notitie ontwikkeling vak O Begraafplaats Boschhuizen vastgesteld. In deze notitie is besloten om vanaf 26 juni 2018 geen leges meer te heffen over de bestaande graven in vak O. Ook is besloten dat er geen (bij)begravingen, dan wel (bij)plaatsingen van urnen worden toegestaan. 3b.
Algemene belastingen Onroerendezaakbelastingen (OZB) Iedere eigenaar van een onroerende zaak, zoals een woning of niet-woning is belastingplichtig in het kader van de OZB. Een gebruiker van een onroerende-zaak zijnde niet-woning is ook belastingplichtig in het kader van de OZB. Dit met uitzondering van het woondeel van een nietwoning. Voor de inkomstenraming OZB geldt als algemeen uitgangspunt een constante omvang van de opbrengst van de OZB en een jaarlijkse aanpassing van de OZB tarieven. In het coalitieakkoord
80 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
2022-2026 is vastgelegd dat als uitgangspunt voor de OZB de jaarlijkse inflatiecorrectie wordt gekozen. Conform de begroting is voor 2025 het inflatiepercentage van 2,2 % toegepast. (Water)verblijfsbelasting Belast is een overnachting in vakantieonderkomens, mobiele kampeeronderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten, vaste standplaatsen en logiesverblijven. De aanslag toeristenbelasting wordt opgelegd aan de hotelier, pensionhouder, campinghouder etc., maar ook op locaties waar buitenlandse werknemers verblijven. De toeristen zelf ontvangen geen aanslag, maar zien het bedrag meestal wel op de rekening. De stijging van het tarief wordt pas doorgevoerd, zodra het tarief afgerond kan worden op 5 cent. Uitgangspunt is een aanpassing van de tarieven met het geldende CPB inflatiepercentage. Voor 2025 is uitgegaan van een inflatiepercentage van 2,20%. Het tarief voor de (water)verblijfsbelasting 2025 is ten opzichte van 2024 hierdoor gestegen. 2024 inflatiepercentage berekend tarief
1,35
2025
2026
2027
2027
2027
2,20%
42,86%
2,20%
2,20%
2,30%
1,40
2,00
2,04
2,09
2,14
Parkeerbelasting De parkeerbelasting geldt voor de afgesloten parkeerterreinen Blekersveld, Raadhuisplein en de Centrumgarage in Venray. De tarieven voor 2025 zijn gelijk gebleven aan de tarieven 2024. Reclamebelasting De reclamebelasting kennen we in Venray sinds 2009 en is bedoeld om de lokale economie (in)direct te stimuleren en is daarbij alleen van toepassing op het centrumgebied. Deze belasting wordt elk jaar geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg. De opbrengst hiervan komt na aftrek van de inningskosten toe aan de ondernemersvereniging Venray Centraal. Deze kan daarmee haar promotionele acties, de organisatie van speciale events, alsmede sfeerbevordering (zoals middels de Kerstverlichting) bekostigen. De tarieven worden ieder jaar afgestemd met de Ondernemersvereniging Venray Centraal. De gemeente int de jaarlijkse bijdragen en betaalt deze, onder inhouding van de inningskosten, uit als subsidie aan de Ondernemersvereniging Venray Centraal. 2024
2025 %
voor een reclameobject met een oppervlakte tot 0,5 m²:
475
475
0,00%
voor een reclameobject met een oppervlakte van 0,5 m² tot 2,5 m²:
600
600
0,00%
voor een reclameobject met een oppervlakte van 2,5 m² tot 5 m²:
675
675
0,00%
voor een reclameobject met een oppervlakte van 5 m² tot 10 m²:
750
750
0,00%
voor een reclameobject met een oppervlakte vanaf 10 m²:
825
825
0,00%
BIZ-Smakterheide Op grond van de wet op de Bedrijven–Investerings-Zones (BIZ) is het mogelijk om binnen een nader af te bakenen gebied (zoals een bedrijventerrein) alle ondernemers gezamenlijk mee te laten betalen aan de kwaliteitsverbetering van hun bedrijfsomgeving. Daarbij gaat het dan om activiteiten gericht op het bevorderen van de veiligheid of verbeteringen van de openbare ruimte in het betreffend gebied. Hiermee wordt het “freeriders” gedrag voorkomen. Sinds 2012 is een BIZ actief op bedrijventerrein Smakterheide. De gemeente int de jaarlijkse bijdragen en betaalt deze, onder inhouding van de inningskosten, uit als subsidie aan de Ondernemersvereniging Smakterheide. De tarieven worden ieder jaar afgestemd met de ondernemersvereniging en zijn ten opzichte van 2022 gelijk gebleven. 2024
2025
WOZ-waarde lager dan € 250.000
250
250
0,00%
WOZ-waarde vanaf € 250.000 en lager dan € 1.000.000
500
500
0,00%
WOZ-waarde vanaf € 1.000.000 en lager dan € 5.000.000
1000
1000
0,00%
WOZ-waarde vanaf € 5.000.000
1500
1500
0,00%
81 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
4. De lokale belastingdruk Belastingdruk woningen: In de Programmabegroting is aangegeven dat het belastingniveau een reële bijdrage moet leveren aan de gestelde ambities. Het streven naar een belastingdruk (uitgedrukt via het belastingpakket OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffingen) die per meerpersoonshuishouden zoveel mogelijk gelijk aan of onder het gemiddelde van de provincie Limburg ligt. Dat deze doelstelling is behaald blijkt uit de door de provincie Limburg verstrekte cijfers. Uit onderstaande overzichten blijkt dat de gemeente Venray tot de “relatief” goedkope gemeenten in Limburg hoort (bron: Provincie Limburg) met een gemiddelde lastendruk voor een huishouden (eigenaar en gebruiker) van € 922,86 en een lastendruk voor een huurder (gebruiker) van € 405,88. De gemiddelde lastendruk per huishouden (eigenaar en gebruiker) in de provincie Limburg bedraagt € 947,64 en de gemiddelde lastendruk voor de huurder (gebruiker) bedraagt € 415,32. De belastingdruk voor het belastingpakket 2025 per huishouden van OZB eigenaar (woonruimten, dus zonder bedrijven), rioolheffing en afvalstoffenheffing in vergelijking met regionale cijfers (Provincie Limburg) geeft het volgende beeld te zien:
82 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
83 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
4] Bron: belastingoverzicht 2025 Limburgse gemeenten uitgegeven door provincie Limburg
84 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Belastingdruk gemeente Venray per huishouden en bedrijf Artikel 16 lid 5 van de financiële verordening (ex artikel 212 Gemeentewet) geeft aan dat het college bij de jaarrekening verslag doet van de ontwikkeling van de lokale lastendruk voor éénpersoonshuishouden, meerpersoonshuishouden en bedrijven. Eénpersoonshuishoudens
WOZ-waarde
2023
2023
2024
2024
2025
2025
raming
realisatie
raming
realisatie
raming
realisatie
301.700,00 304.687,00 315.092,00 318.033,00 333.791,00 351.878,00
Lastendruk OZB eigenaar
347,26
350,69
364,25
367,65
369,17
389,18
Rioolheffing eigenaar
112,56
112,56
116,77
116,77
119,95
119,95
Rioolheffing gebruiker
66,12
66,12
68,52
68,52
70,40
70,40
Afvalstoffenheffing
268,36
268,36
255,27
255,27
263,64
263,64
Totaal
794,30
797,73
804,81
808,21
823,16
843,17
Meerpersoonshuishoudens
WOZ-waarde
2023
2023
2024
2024
2025
2025
raming
realisatie
raming
realisatie
raming
realisatie
301.700,00 304.687,00 315.092,00 318.033,00 333.791,00 351.878,00
Lastendruk OZB eigenaar
347,26
350,69
364,25
367,65
369,17
389,18
Rioolheffing eigenaar
112,56
112,56
116,77
116,77
119,95
119,95
Rioolheffing gebruik
132,12
132,12
137,04
137,04
140,81
140,81
Afvalstoffenheffing
258,48
258,48
256,72
256,72
265,12
265,12
Totaal
850,42
853,85
874,78
878,18
895,05
915,06
2023
2023
2024
2024
2025
2025
raming
realisatie
raming
realisatie
raming
realisatie
Bedrijven
WOZ-waarde
594.100,00 616.573,00 624.781,00 638.673,00 641.829,00 646.923,00
Lastendruk OZB eigenaar
1.856,56
1.926,79
2.001,80
2.046,31
2.091,08
2.107,68
OZB gebruiker
1.474,56
1.530,33
1.589,44
1.624,78
1.662,98
1.676,18
Rioolheffing eigenaar
112,56
112,56
116,77
116,77
119,95
119,95
Rioolheffing gebruiker
132,12
132,12
137,04
137,04
140,81
140,81
3.575,80
3.701,80
3.845,05
3.924,90
4.014,82
4.044,61
Totaal
5. Het gerealiseerde kwijtscheldingsbeleid Burgers die de aanslag niet kunnen betalen, kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding. Handmatige- en geautomatiseerde kwijtschelding Kwijtschelding vindt enerzijds plaats door middel van een toetsing door de Stichting Inlichtingenbureau van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Dit bureau voert geautomatiseerde bestandsvergelijkingen uit, waardoor de kwijtschelding eenvoudiger en geautomatiseerd toegekend kan worden. Anderzijds wordt ook nog een aanzienlijk aantal verzoeken tot kwijtscheldingen handmatig beoordeeld en afgehandeld. 100% Norm De raad heeft in het verleden besloten de regeling voor kwijtschelding zo ruim mogelijk toe te passen. Het normbedrag voor levensonderhoud is toen vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm. Het gehanteerde normbedrag is het maximale bedrag dat gemeenten mogen hanteren volgens de
85 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Invorderingswet 1990 en de daarbij behorende uitvoeringsregeling. Waarbij wordt uitgegaan van het vermogensbegrip van art. 34 van de Participatiewet. Daarnaast is conform het raadsbesluit van 31 januari 2023, met terugwerkende kracht, de maximale verruiming van de kwijtschelding vermogensnorm doorgevoerd. Verhoging van de vermogensnorm kwijtschelding Op 17 september 2022 trad de Regeling kwijtschelding belastingen medeoverheden in werking. Deze regeling bevat regels over de wijze waarop provincies, gemeenten en waterschappen het vermogen en de kosten van bestaan kunnen vaststellen voor de beoordeling van het recht op kwijtschelding van belastingen. Nieuw was dat de raad kan bepalen dat het bedrag aan financiële middelen dat niet meetelt bij de berekening van het vermogen wordt verhoogd. Het kabinet besloot de algemene verhoging van de vermogensnorm niet te beperken tot enkel AOWgerechtigden en duurzaam arbeidsongeschikten, zoals eerder het plan was. De algemene verhoging bedraagt maximaal € 2.000 bovenop de reguliere vermogensnorm. In navolging hiervan is conform het raadsbesluit van 31 januari 2023, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021, de maximale verruiming van de kwijtschelding vermogensnorm doorgevoerd.
Het aanvragen van kwijtschelding is mogelijk voor: OZB: kwijtschelding kan in bepaalde omstandigheden plaatsvinden indien de vermogenspositie hiertoe aanleiding geeft. Afvalstoffenheffing: kwijtschelding kan plaatsvinden van het vastrecht, vermeerderd met maximaal het gemiddelde aantal ledigingen van grijze en groene containers of inworpen in een verzamelcontainer voor restafval. Jaarlijks wordt dit gemiddelde aantal ledigingen of inworpen opnieuw vastgesteld. Dit gebeurt in de verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing, waarmee ook de hoogte van het variabel en vastrecht wordt vastgesteld. Rioolheffing: kwijtschelding kan m.n. plaatsvinden voor het gebruikersdeel voor woningen. Kwijtscheldingen Het aantal kwijtscheldingsverzoeken is nagenoeg hetzelfde gebleven. Belastingplichtigen met meerjarige betalingsproblemen worden vanaf 2016 actief benaderd. Daarnaast zijn alle belastingplichtigen, die verleden jaar geen kwijtscheldingen ontvingen, automatisch opgenomen in de procedure en wordt onderzocht of deze groep nu wel voor kwijtschelding in aanmerking kan komen. 2021
2022
2023
2024 2025 [1]
Totaal aantal kwijtscheldingsverzoeken
1117
1137
1152
1140
1138
Verzoeken via inlichtingenbureau (voor de aanslagoplegging)
486
442
494
494
497
Beroepschriften (klanten)
26
17
4
0
0
1. Stand per januari 2026. Aantallen zijn per verzoek.
86 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Paragraaf B. Weerstandsvermogen en risicobeheer In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op het weerstandsvermogen en de mate waarin de organisatie de belangrijkste risico’s onder controle heeft. Op 31 oktober 2023 is het geactualiseerde risicobeleid vastgesteld. In dit risicobeleid zijn de doelstellingen en uitgangspunten vastgelegd en wordt ook aangegeven op welke wijze we risico’s managen. Deze paragraaf geeft inzicht in: • Weerstandsvermogen: de mate waarin de gemeente in staat is om risico’s van materiële betekenis te kunnen opvangen, zonder te hoeven ingrijpen in de normale bedrijfsvoering. • Risico’s: de afwijking van een doelstelling als gevolg van het optreden van een onzekere gebeurtenis. Van strategische risico’s worden opgenomen: de omvang en de getroffen beheersmaatregelen en de ontwikkelingen hierin. • Weerstandscapaciteit: toelichting op omvang en ontwikkeling van de vermogenscomponenten en andere bronnen die dienen om de risico’s op te vangen. • Financiële kengetallen: conform de BBV is een basisset financiële kengetallen opgenomen. 1. Risicomanagement De raad, het college en het management zijn ervan bewust dat adequate risicobeheersing onderdeel is van “good governance” en bijdraagt aan het “in control” zijn van de organisatie.
Kernthema hierin is transparantie: het (tijdig) rapporteren over risico’s, het gezamenlijk met alle betrokkenen afstemmen over beheersmaatregelen en het eventueel bewust nemen van geringe risico's. Met de verdere implementatie van het risicobeleid wordt dit door middel van een risicodialoog en een structurele aanpak vorm gegeven. Het vergroten van het risicobewustzijn is hierin een belangrijk onderdeel. Met het voeren van het juiste gesprek willen we het nieuwe beleid verder implementeren en borgen. Daarnaast blijven we zoeken naar een juiste afweging van de (effecten van) risico’s en de te maken kosten voor het elimineren van deze risico’s. Het is een utopie om voor alle risico’s adequate beheersmaatregelen te kunnen treffen. 2. Weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten, en dus ook kosten als gevolg van risico's, te dekken. In het Risicobeleid 2023 is vastgesteld dat de streefwaarde voor onze weerstandscapaciteit 10% van onze financiële (jaar-)exploitatie bedraagt. Hierbij gaan we uit van het totaal van onze baten. Wanneer we onze weerstandscapaciteit afzetten tegen de streefwaarde dan geeft dit het volgende beeld: Stand ultimo
2022
2023
2024
2025
(bedragen x € 1.000) Algemene reserve (vrij)
25.293
35.312
47.652
54.694
Risicoreserve grondbedrijf
7.829
7.836
7.802
7.669
Weerstandscapaciteit
33.122
43.148
55.454
62.363
Streefwaarde weerstandscapaciteit
12.000
17.096
19.736
20.186
Tekort/overschot streefwaarde
21.122
26.052
35.718
42.176
We zien dat onze weerstandscapaciteit in de afgelopen jaren steeds ruim voldoende is geweest. Vooral het vrije deel van onze algemene reserve is toegenomen. In onderstaande tabellen wordt de opbouw van de onderdelen van de weerstandscapaciteit weergegeven.
87 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Algemene reserve Stand ultimo
2022
2023
2024
2025
Algemene reserve (adm) stand 1-1
18.866
30.855
43.968
56.951
Resultaatbestemming
17.085
17.907
12.984
21.657
Budgetoverheveling alg.reserve
-329
-617
-4.558
-1.488
Vrijval overheveling restant expl.budget
807
964
293
453
Raadsbesluiten in het nieuwe jaar (t/m mei)
-6.902
-8.710
-2.503
0
Specifieke ontrekkingen
-1.807
Storting in reserve overh. restant-budgetten
-2.427
-5.087
-2.532
-9.232
(bedragen x € 1.000)
Realisatie onttrekking alg.reserve
-6.855
Reserveringen binnen de alg.reserve
-6.792
Algemene reserve (vrij)
25.293
35.312
47.652
54.694
Bij de presentatie van de vrij-beschikbare reserve sluiten we aan op het detailniveau dat ook in de Kadernota en de Programmabegroting wordt weergegeven. Het saldo van de reserve per 31 december 2025 wordt verhoogd met het bruto jaarrekeningresultaat 2025. Vervolgens wordt de reserve gecorrigeerd voor onder andere budgetoverhevelingen en reeds genomen of voorgenomen raadsbesluiten. de verschuiving van investeringen die uit de algemene reserve bekostigd worden (budgetoverheveling) en met reeds genomen raadsbesluiten (o.a. de MUIP) die nog niet (volledig) uitgevoerd zijn. Risicoreserve grondbedrijf Stand ultimo
2022
2023
2024
2025
Saldo per 1-1
6.404
7.829
7.835
7.802
Winstnemingen
2.028
373
342
111
Onttrekkingen
-603
-366
-375
-244
Saldo per 31-12
7.829
7.836
7.802
7.669
(bedragen x € 1.000)
De winstnemingen 2025 betreffen het vrijval van de voorziening Brukske (€ 64.688) en Oirlo Zuid-Oost (€ 65.190). De onttrekkingen 2025 betreffen afboeking van grondbedrijf alg.-woningbouw (€ 9.489), grondbedrijf alg.-bedrijventerrein (€ 226.918) en restkavels afgesloten expl.-bedrijventerrein De Blakt (€ 7.186). 3. Risico's Werkwijze Voor de jaarrekening 2025 gaan we uit van de normeringen die in het nieuwe beleid zijn vastgelegd. De risico-inventarisatie is vanaf de begroting 2026 geheel opnieuw opgebouwd. Via een brede uitvraag in de organisatie is de risico-inventarisatie geactualiseerd en aangevuld. In deze paragraaf worden daaruit de belangrijkste risico's benoemd, als ook de beheersmaatregelen daarbij. De groslijst van ge-inventariseerde risico's wordt gebruikt voor een periodieke bespreking met het management en een ingesteld kernteam risicomanagement. Dit beschouwen we dan ook als een belangrijk onderdeel van het risicomanagement in onze organisatie. Elk geïnventariseerd risico is beoordeeld via de risicomatrix uit ons risicobeleid (zie onderstaande figuur) waarmee de zwaarte van elk risico is ingeschat.
88 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Risicotoelichting Hieronder zijn de voornaamste risico's beschreven. Daar waar al beheersmaatregelen vastgesteld zijn worden deze ook vermeld. Externe risico’s Dit betreft risico’s waarmee we als maatschappij geconfronteerd worden, waar we als gemeente weliswaar niet direct invloed kunnen uitoefenen, maar waar we als lokale overheid wel op moeten acteren. Belangrijkste risico's die we hieronder kunnen scharen zijn: Krapte op de arbeidsmarkt Polarisatie en maatschappelijke ontevredenheid Toename omvang en complexiteit van (zorg)vragen van burgers Netcongestie Aanvullende regelgeving in het ruimtelijk domein (stikstof, spuitzonering, beschikbaarheid van water en waterkwaliteit, etc.) Organisatorische risico’s Dit gaat om risico's als gevolg van tekortkomingen in processen, systemen of organisatie. In een gemeentelijke organisatie, met een grote verscheidenheid aan te leveren producten en diensten, bestaat er altijd een kans dat zich ergens fouten of tekortkomingen voordoen. Gevolg hiervan is inefficiëntie en kostenverhogingen. Het kan ook effect hebben op onze dienstverlening, zoals ontevredenheid, of erger nog, wachtlijsten, achterstanden of incidenten bij onze burgers en bedrijven.
Het vaststellen van heldere richtlijnen, werkwijzen en processen aan de voorkant en het inrichten van een effectieve pdca-cyclus gelden als beheermaatregelen om deze risico's zoveel mogelijk beperken. Informatieveiligheid en privacy risico Tegelijk met de digitalisering van ons werk en van onze dienstverlening nemen ook de risico’s op het gebied van informatieveiligheid en privacybescherming toe. De grootste risico’s op dat gebied zijn: Vertrouwelijke/gevoelige informatie komt beschikbaar bij niet-geautoriseerden (binnen en buiten de organisatie), bijvoorbeeld door een datalek. Uitwisseling van persoonsgegevens en privacygevoelige informatie binnen de organisatie en naar partners gebeurt onzorgvuldig. Informatiebeveiligings-incidenten bedreigen de continuïteit van onze bedrijfsvoering en/of dienstverlening, bijvoorbeeld door een systeemhack. We proberen deze risico’s zoveel mogelijk te beperken door inzet van de functies van FG (Functionaris gegevensbescherming), PO (Privacy Officer) en CISO (Chief Information Security Officer), uitvoering van een jaarlijkse verplichte audit over informatieveiligheid, implementatie BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en privacy via ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit).
Op het gebied van informatieveiligheid en privacy maken we in onze processen en projecten zoveel mogelijk gebruik van nieuwe technieken (denk aan AI) om risico’s in beeld te brengen en waar mogelijk te mitigeren. Belangrijk is verder het werken aan bewustzijn via Privacy en Security awareness Trainingen.
89 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Juridische risico’s Hieronder verstaan we risico's met potentiële negatieve gevolgen waar we als gemeente mee te maken krijgen wanneer we wetten, regels en verordeningen, contracten of andere juridische verplichtingen niet goed naleven of onjuist interpreteren. Dit kan dan leiden tot claims en aansprakelijkheidsstellingen, financiële verliezen, reputatieschade en verstoringen in de uitvoering. De oorzaken voor dit soort risico’s zijn divers. Borging van juridische kwaliteit is daarvoor nodig op het gebied van kennis bij medewerkers, kwaliteit van de processen en organisatie van de juridische functie. Voor Venray is in dit kader het opzetten van een goed systeem van juridische kwaliteitszorg met voldoende aandacht voor preventie en zorg van belang. Actuele onderdelen hierin zijn een centrale contractregistratie en juiste toepassing van de WOO. Projectrisico’s We hebben ook te maken met risico’s die zich voordoen binnen specifieke projecten. Voorbeelden van generieke risico’s die verband houden met de uitvoering van projecten binnen de gemeente zijn: Beperkt aanbod van geschikte aannemers; Onvoorziene kosten van investeringen in/onderhoud aan de openbare ruimte als gevolg van initiatieven van derden; Gevolgen van nieuwe woningbouwplannen voor vereiste voorzieningenniveau (bijv.
onderwijs, sport, gemeenschapsaccommodaties, etc.) Kosten voor het anticiperen op gevolgen van klimaatverandering. Het identificeren en monitoren van dit soort risico’s maakt deel uit van het reguliere projectmanagement. Bestuurlijk of politieke risico’s Het nieuwe kabinet “Jetten” is in februari gestart als minderheidskabinet. Het moet nog blijken of dit gaat leiden tot de gewenste politieke/bestuurlijke stabiliteit in Nederland. Hetzelfde geldt ook voor de nieuwe gemeenteraad en het nieuwe college, kunnen zij op korte termijn tot de vereiste bestuurlijke stabiliteit komen om de grote vraagstukken waar we in Venray voor staan op te pakken? Op het gebied van samenwerking in onze regio is de actualisatie van de regionale visie voor NoordLimburg nagenoeg afgerond. Er is een nieuwe GR opgericht die slagvaardiger moet kunnen opereren dan in de informele samenwerking. Het succes van de samenwerking hangt verder af van de mate waarin de deelnemende gemeenten zich committeren aan de visie en het daaruit volgende uitvoeringsprogramma. Daarnaast bestaat er altijd een risico dat bepaalde uitspraken of gedragingen van een bestuurder, besluiten van het college, of besluitvormingsprocessen kunnen leiden tot verstoringen of stagnaties van het bestuurlijk proces. Reputatierisico’s Bij dit soort risico’s gaat het om de beeldvorming naar buiten.
Ze zijn daarmee van invloed op de mate van vertrouwen van burgers en bedrijven in de politiek. We proberen we zo transparant mogelijk te zijn naar buiten, bijvoorbeeld door het benoemen van risico’s en kanttekeningen in adviesnota’s. We hebben echter weinig grip op hoe een journalist dit vervolgens opschrijft. Reputatierisico’s liggen vaak in het verlengde van andere risico’s. Wanneer er bestuurlijk iets aan de hand is of er worden juridische fouten gemaakt, dan is de kans aanwezig dat dit via de pers of sociale media onder de aandacht wordt gebracht. De impact hiervan proberen we te beperken door te zorgen dat de eigen communicatie naar de burgers en pers zorgvuldig en kwalitatief op orde is. Ook zijn er factoren op het gebied van communicatie die we zelf minder in de hand hebben maar die wel tot reputatieschade kunnen leiden. Denk hierbij aan verspreiding van nepnieuws en een toename van sensatiejournalistiek. Financiële risico’s Uiteindelijk kunnen alle risico’s die hierboven zijn beschreven, direct of indirect leiden tot een financieel nadeel. De omvang en het moment waarop dit nadeel zich voordoet is echter moeilijk te bepalen. Voor een aantal risico’s is het nadeel financieel vertaald door de kans dat het nadeel zich voordoet en de omvang van het nadeel concreet te maken. 1.
Open-einde uitgaven sociaal domein De omvang van uitgaven binnen het vangnet van het sociaal domein wordt door tal van factoren beïnvloedt. Op de eerste plaats is het streven van de Kadernota Sociaal Domein om een
90 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
verschuiving van vangnet naar omgeving tot stand te brengen. Wanneer dit onvoldoende lukt blijft de druk op de uitgaven binnen het vangnet onverminderd hoog. Verder neemt door demografische, politieke, economische en sociale ontwikkelingen het aantal cliënten en het beroep op voorzieningen toe. Om hier beter op te kunnen sturen richten we de toegang voor het sociaal domein opnieuw in, samen met partners. Hiermee willen we meer focus leggen op de omgeving met meer duurzame oplossingen. We hebben te maken met stijging van de prijzen in het sociaal domein. Als gemeenten zijn we gehouden aan de Amvb’s reële kostprijzen en contractstandaarden waardoor de mogelijkheid om op de kostprijs te sturen beperkt is. Bij contractverlengingen of nieuwe aanbestedingen geven we zoveel mogelijk invulling aan de transformatie bij onze aanbieders. Compensatie voor de uitgaven voor het vangnet loopt voor een groot deel via de algemene uitkering. Op het gebied van participatie ontvangen we een aparte BUIG-uitkering die pas in het najaar definitief bekend wordt en vaak afwijkt van de voorlopige toekenning. Dit betekent dus ook een extra risico. 2. Raming gemeentefondsuitkering en toekomst algemene uitkering De gemeentefondsuitkering is de grootste inkomstenpost die de gemeente ontvangt van het rijk.
De uitkering heeft als basis de ontwikkelingen in het bruto binnenlands product, het btwcompensatiefonds en een zestigtal parameters zoals de inwoneraantallen, lage inkomens, oppervlakte van de gemeente en WOZ-waarden. Deze gegevens zijn voortdurend onderhevig aan landelijke en lokale veranderingen met grote invloed op de hoogte van de uitkering en dit betekent automatisch een risico. Op dit moment loopt nog steeds het traject voor de herverdeling van het gemeentefonds en dus een aanpassing van het huidige financieringssysteem. Op dit moment is het voornemen om per 11-2027 een start te maken met het zogenaamde ingroeipad, het pad waarmee gemeenten naar de nieuwe verdeling toegroeien. Het uitblijven van duidelijkheid omtrent rijksfinanciën (algemene uitkering en Spuks) maakt het moeilijk voor gemeenten om beleid voor de lange termijn vast te stellen omdat structurele financiële dekking ontbreekt. Het leidt voor gemeenten in elk geval tot financiële onzekerheid en belemmeringen in het ontwikkelen en uitvoeren van beleid en van wettelijke taken. In het uiterste geval kan dit leiden tot bezuinigingen, vertragingen of het stopzetten van belangrijke voorzieningen. 3.
Pensioen- en wachtgeldverplichtingen voormalig bestuurders Voor het opvangen van eventuele verplichtingen wanneer (oud-)bestuurders arbeidsongeschikt raken, komen te overlijden of aanspraak (gaan) maken op de wachtgeldregeling, hebben we een voorziening getroffen. De fluctuerende marktrente maakt dat hiervoor nog een extra risico bestaat. De uitvoering van de pensioenregeling gaat per 1 januari 2028 over naar het ABP, waarmee ook het risico voor dit onderdeel dan komt te vervallen. Uitvoering van de wachtgeldregeling, inclusief bijbehorende risico’s blijft een verantwoordelijkheid van de gemeenten. 4. Kosten voor beheer en onderhoud gemeentelijk vastgoed Actuele meerjarenonderhoudsplannen (MJOP's) vormen voor een belangrijk deel de basis voor de benodigde budgetten van het gemeentelijk vastgoed. Op dit moment zijn er een aantal gebouwen waarvan de bestemming nog niet duidelijk is en waarvoor geen MJOP is opgesteld en waarvoor dus nog geen geld is gereserveerd in de voorziening. Daarnaast zien we dat kosten voor onderhoud en exploitatie harder dan gemiddeld zijn gestegen de afgelopen jaren. Denk hierbij aan kosten van energie, onderhoud en overige exploitatielasten. Het is onzeker in welke mate zich dit de komende jaren nog verder doorzet. 5.
Verbonden partijen Door met of via andere partijen samen te werken, geven we een deel van onze taken en de beheersing daarvan (gedeeltelijk) uit handen. Dit doen we echter binnen de kaders van Vizier op Samenwerking waarbij we periodiek bekijken of ze nog altijd doen wat we beogen. Bij de begroting en jaarrekening nemen we tweemaal per jaar de doelen, risico’s en beheersmaatregelen door (zie paragraaf E). Ontwikkelingen van de gemeenschappelijke regelingen waarin we deelnemen volgen we verder intensief via o.a. de begrotingen en jaarstukken. Daar waar risico’s ontstaan, nemen we passende beheersmaatregelen en waar nodig rapporteren we die tussentijds aan de gemeenteraad.
91 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
6. Specifieke uitkeringen en inkomende subsidies Een deel onze uitgaven wordt gedekt door specifieke uitkeringen (SPUK) en subsidies. Het is van belang om dossiervorming ten behoeve van verantwoording van deze middelen goed op orde te hebben. Wanneer dit niet het geval is, of vooraf aangegeven resultaten worden niet geheel behaald, dan kan dit gevolgen hebben voor de uiteindelijke toekenning die dan lager uit kan vallen dan begroot. Door aan de voorkant goed na te gaan aan welke eisen de inrichting van de benodigde administratie c.q. registratie moet voldoen, voorkomen we achteraf problemen in de verantwoording. 7. Frauderisico’s Het gaat hier om risico's die verband houden met de mogelijkheid van opzettelijke misleiding of bedrog, met als doel een onrechtmatig voordeel te behalen. Deze risico's kunnen zich zowel intern als extern voordoen en binnen diverse processen, zoals financiële transacties, contractafspraken, administreren van uitkeringen of andere verstrekkingen, etc. In paragraaf E. Bedrijfsvoering is onder "Toelichting op de rechtmatigheidsverantwoording" opgenomen welke maatregelen inmiddels genomen zijn en nog genomen gaan worden om frauderisico’s te beperken en te beheersen. In 2024 is ook het beleid Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O) geactualiseerd.
Dit heeft als doel om misbruik/oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen te voorkomen (preventief) en om hierop controles in te richten en op basis daarvan, indien nodig, beleidskaders of processen bij te stellen en misbruik en oneigenlijk gebruik te bestraffen (repressief). 8. Juridische claims Net als alle andere gemeenten, krijgt ook Venray te maken met een breed spectrum aan juridische claims, bijvoorbeeld voortkomend uit schade, fouten in besluitvorming of nalatig handelen. Gemeenten kunnen hiervoor aansprakelijk gesteld worden. Veel voorkomende claims zijn aansprakelijkheidsstellingen, planschade verzoeken en nadeelcompensatie. Gemeentebreed zijn (mogelijke) juridische claims en geschillen centraal in beeld gebracht. Daarbij is gekeken naar de omvang, de actuele stand van zaken en een risico inschatting of het tot daadwerkelijke uitbetaling komt. 9. Gewaarborgde geldleningen en garantstellingen De gemeente staat garant voor een aantal financiële risico’s van derden. Deze worden periodiek gevolgd en hierover wordt gerapporteerd in de jaarrekening. De meest risicovolle garantstelling was voorheen die voor Glasweb Venray (GWV) vanwege het mogelijk achterblijven van het benodigde aantal aansluitingen waardoor er problemen met de betalingsverplichtingen zouden kunnen ontstaan.
GWV heeft in 2025 een deel van de bestaande lening waarvoor wij garant staan afgelost met het afsluiten van een nieuwe lening, waardoor het risico voor ons als gemeente aanzienlijk kleiner is geworden. De overige gewaarborgde geldleningen zijn beoordeeld conform het actuele Garantstellingsbeleid. Het risico hiervan is zeer beperkt. 10. Budgetrisico's Voor bepaalde ontwikkelingen of opgaven is het lastig om vooraf een inschatting te maken van de kosten die hiermee gemoeid zijn. Een voorbeeld hiervan is de ontvlechting van de NLW en de toekomstige de lokale invulling Wsw en Participatiewet. Voor dit soort opgaves worden goed onderbouwde inschattingen gemaakt, maar er zijn veel factoren, waar je zelf vaak weinig invloed op hebt, die ertoe kunnen leiden dat de uiteindelijke kosten toch hoger uitvallen. Op de voortgang wordt een strakke projectmatige sturing toegepast met voldoende kennis en ervaring en eventueel met hulp van externe begeleiding. Er is duidelijkheid over het opdrachtgeverschap en budgetten worden continu gemonitord. Dit biedt de mogelijkheid om direct bij te sturen zodra hiervoor aanleiding is. Afhankelijk van het risico wordt ook een plan B ontwikkeld om achter de hand te hebben, mocht dit noodzakelijk zijn. Risico-ontwikkeling De financiële omvang van de risico's is vanaf 2023 afgenomen voor zowel de algemene dienst als het grondbedrijf.
Naar de toekomst toe zal het totaalrisico toenemen, zoals ook is toegelicht in de begroting 2026. De toekomstige risico's van het grondbedrijf zijn meegenomen in de risicoinschatting. Deze risico's blijven we de komende jaren aandachtig volgen.
92 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stand ultimo
2022
2023
2024
2025
Algemeen
2.575
4.161
3.000
2.644
Grondbedrijf
561
311
342
272
Totaal risico's
3.136
4.472
3.342
2.916
(bedragen x € 1.000)
Hieronder wordt de risico-ontwikkeling verder toegelicht. Algemene dienst Bij het opstellen van de begroting 2026 (najaar 2025) is een nieuwe methodiek toegepast voor het kwantificeren van financiële risico’s. Deze methodiek passen we nu ook toe in deze jaarrekening. Dit is dus een andere berekeningswijze, dan die is gebruikt in de begroting 2025 en de in de voorgaande jaren. In de huidige systematiek verschillen de uitgangspunten per risicosoort. In een aantal gevallen is dit een percentage van de gerelateerde budgetten in de begroting, maar dit kan ook een inschatting zijn van bijvoorbeeld de frequentie van het risico maal het risicobedrag (kans x impact). Het resultaat is opgenomen in onderstaande tabel. Stand ultimo (bedragen x € 1.000) 1. Open einde uitgaven sociaal domein 2. Raming gemeentefonds en toekomst algemene uitkering 3. Pensioen- en wachtgeldverplichtingen voormalig bestuurders 4. Kosten voor beheer en onderhoud gemeentelijk vastgoed
2025 3.614 1.049 495 369
5. Verbonden partijen
191
6. Specifieke uitkeringen en inkomende subsidies
202
7. Frauderisico's
100
8. Juridische claims
930
9. Gewaarborgde geldleningen en garantstellingen
15
10. Budgetrisico's
565
Totaal
7.530
In het risicobeleid is vastgelegd dat nog een aantal andere aspecten wordt meegenomen om de omvang van de risico’s in te schatten en daarmee het weerstandsvermogen te bepalen. -
Niet alle risico’s doen zich in één jaar voor; hiertoe wordt een correctie van 25% toegepast op het totaal van de gecalculeerde risico’s. Risicobedrag voor niet-gecalculeerde risico’s; hiertoe wordt 1% van de totale exploitatie meegenomen. Een deel van de risico’s kan opgevangen worden in de exploitatie; hiervoor wordt een correctie van 50% van het gemiddelde jaarrekeningsaldo van de afgelopen 4 jaren toegepast.
Rekening houdend met het bovenstaande is de geschatte omvang van de geïnventariseerde risico’s als volgt:
93 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Stand ultimo
2022
2023
2024
2025
7.439
6.920
5.286
7.530
Risico's doen zich niet in 1 jaar voor
-1.860
-1.730
-1.321
-1.882
Niet geïdentificeerde risico's
1.200
1.710
1.973
2.034
Opvangen risico's in exploitatie
-4.204
-2.739
-2.938
-5.037
Totaal algemene risico's na correctie
2.575
4.161
3.000
2.644
(bedragen x € 1.000) Totaal algemene risico's Correcties cf risicobeleid:
De correctie die is toegepast voor het opvangen van risico's binnen exploitatieoverschotten, is voor 2025 nog aanzienlijk vanwege de positieve resultaten in de voorgaande jaren. In de toekomst zal dit vangnet afnemen. De begrotingssaldo's lopen terug en zijn vanaf 2028 zelfs negatief. Hierdoor zal het totaalbedrag van de risico’s voor het weerstandsvermogen toenemen. Grondbedrijf Stand ultimo
2022
2023
2024
2025
Projectspecifieke risico's/ramingsonzekerheden
481
252
259
252
Marktrisico
80
59
83
20
Risico ontwikkelbedrijf Greenport
0
0
0
0
561
311
342
272
(bedragen x € 1.000)
Totaal risico's
In zijn algemeenheid nemen risico’s af naarmate het project vordert, per project nemen de ramingen af, zowel de kosten als de opbrengsten. Daarnaast nemen ook de jaren waarover het marktrisico wordt berekend af. De grootste mutaties van risico’s binnen het Grondbedrijf zien we bij Verwerving TP-B Smakterheide Noord (-€ 60.361), Verwerving TP-W Brabander II (- € 93.721) en Verwerving TP-W Oostrumsveld (- € 75.572). Het totale verschil tussen 2024 en 2025 is een lager risico van € 70.000. Vanaf 2025 zijn er geen lopende grondexploitaties meer. Zoals in de begroting 2026 al is vermeld loopt vanaf 2026 het risico voor het grondbedrijf echter flink op. Deze stijging is met name het gevolg van de begrote grondaankopen voor de in voorbereiding zijnde projecten voor woningbouw en bedrijventerreinen. Deze ontwikkeling wordt verder in de begroting 2026 toegelicht. Sinds 2018 zijn we o.b.v. het BBV als gemeente gehouden aan een vaste methode voor winstneming bij grondexploitaties: de POC-methode, Percentage Of Completion. Oftewel % gerealiseerde kosten * % gerealiseerde opbrengsten = % te nemen winst (-/- reeds gerealiseerde winst). De mogelijkheid bestaat om op dit bedrag van winstneming een bedrag voor 'risico reservering' in mindering te brengen. Voor de grondexploitaties waarin we uitsluitend zelf deelnemen, maken we hier geen gebruik van.
Voor de grondexploitaties waar we met een partner in deelnemen (PPS-overeenkomsten) zijn we daar voorzichtiger in, omdat je wilt voorkomen dat je 'te veel' winst uitkeert aan de partner en hier later op terug moet komen. Op dit moment zijn er geen grondexploitaties in de vorm van PPS. 4. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen (of weerstandsratio) geeft aan in welke mate de gemeente in staat is om negatieve financiële consequenties van risico’s zelfstandig op te vangen, zonder de bestedingsruimte onnodig te beklemmen en in te grijpen op de normale bedrijfsvoering. Weerstandsvermogen =
Weerstandscapaciteit ----------------------------Gekwantificeerde risico’s 94 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Het beleid gaat uit van een weerstandsvermogen van minimaal 1,0. Dit wil zeggen dat de berekende risico’s in ieder geval zijn afgedekt door de aanwezige weerstandscapaciteit (vermogensbuffer). Hiermee sluiten we aan bij de adviezen van de provinciale toezichthouder. Als streefwaarde voor de weerstandscapaciteit gaan we in ons risicobeleid uit van 10% van de jaarexploitatie. Dit betekent dat op basis van de meerjarenbegroting de weerstandscapaciteit jaarlijks kan verschillen. Stand ultimo (bedragen x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Algemene reserve
25.293
35.312
47.652
54.694
Risicoreserve grondbedrijf
7.829
7.836
7.802
7.669
Weerstandscapaciteit
33.122
43.148
55.454
62.363
Algemene risico's
2.575
4.161
3.000
2.644
561
311
342
272
3.136
4.472
3.342
2.916
Vrije ruimte
29.986
38.676
52.112
59.447
- Algemeen
22.718
31.151
44.652
52.050
- Grondbedrijf
7.268
7.525
7.460
7.397
Weerstandsvermogen
10,56
9,65
16,59
21,39
Risico’s grondbedrijf Risico's
Het weerstandsvermogen stijgt eind 2025 naar 21,07 en blijft daarmee ruim boven de vastgestelde norm van 1,00. Oorzaak van de stijging van de weerstandsratio is tweeledig. Op de eerste plaats is de weerstandscapaciteit gestegen, vooral als gevolg van een toename van de omvang van de algemene reserve. Daarnaast is de omvang van de risico's afgenomen. Dit komt voornamelijk door de correctie die vanuit het risicobeleid wordt toegepast voor het kunnen opvangen van de risico's binnen de lopende exploitatie. Hiertoe wordt gekeken naar het jaarrekeningresultaat van de afgelopen 4 jaar en dat was in al deze jaren zeer positief. 5. Financiële kengetallen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven dat gemeenten een basisset van vijf financiële kengetallen opnemen in de programmabegroting en programmaverantwoording. De kengetallen zijn afgeleiden van bestaande informatie en genereren geen ‘nieuwe’ informatie. De kengetallen moeten het de gemeenteraad gemakkelijker maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente en het vergelijken met andere gemeenten gemakkelijker maken. De kengetallen drukken een verhouding uit die zichtbaar is op de balans en de jaarrekening. Door het BBV is geen norm vastgesteld waarmee de uitkomsten van de vijf kengetallen vergeleken moeten worden.
In de toelichting op de regeling is opgenomen dat deze beoordeling van de financiële positie is voorbehouden aan het horizontale controle- en verantwoordingsproces. Met andere woorden: gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de interpretatie van hun financiële positie. Een afzonderlijk kengetal zegt niet alles en moet altijd in relatie worden gezien en beoordeeld in samenhang met andere kengetallen. De hoogte van de schulden moet bijvoorbeeld in samenhang gezien worden met de hoogte van het eigen vermogen (ratio solvabiliteit) en de hoogte van de structurele baten (ratio structurele exploitatieruimte). De uitkomsten van de kengetallen zijn daarnaast ook van belang voor de provinciale toezichthouder om zijn oordeel over de financiële positie van de gemeente op te baseren. In onderstaand overzicht zijn de kengetallen voor Venray opgenomen. Tevens zijn ter vergelijking opgenomen het landelijk gemiddelde voor gemeenten met 35.000 – 45.000 inwoners. Deze percentages zijn afkomstig van de site ‘Data Financiën Decentrale Overheden’ (Findo). De jaarrekeningcijfers over het jaar 2023 van de andere gemeenten zijn natuurlijk nog niet bekend. De percentages gemeenten 35.000 – 45.000 zijn daarom gebaseerd op de jaarrekeningen 2022. Daarnaast is een vergelijking gemaakt met de signaleringswaarden volgens het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader van de provincie Limburg.
95 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Financiële kengetallen jaarrekening 2025 Gemeenten 35.000 Rek. '24 45.000 Venray inwoners o.b.v. GTK o.b.v. prov. 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 rekening Limburg: GTK provincie 2023 categorie Limburg Jaarrekening
Financiele kengetallen
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
61%
48%
56%
44%
51%
40%
48%
38%
43%
34%
46%
38%
40%
33%
39%
32%
A
Cat. A: < 90% Cat. B: 90 130% Cat. C: > 130%
A
Cat. A: < 90% Cat. B: 90 130% Cat. C: > 130%
Solvabiliteitsratio
30%
30%
32%
38%
42%
40%
44%
40%
B
Structurele exploitatieruimte
1%
2%
6%
7%
8%
3%
10%
6%
A
Cat. A: > 50% Cat. B: 20 50% Cat. C: < 20% Cat. A: > 0% Cat. B: = 0% Cat. C: < 0%
A
Cat. A: < 20% Cat. B: 20 35% Cat. C: > 35%
A
Cat. A: < 95% Cat. B: 95 105% Cat. C: > 105%
Grondexploitatie
Belastingcapaciteit
0%
93%
-1%
-2%
98% 101%
-1%
90%
0%
90%
0%
88%
0%
87%
6%
98%
• Netto schuldquote. Geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van het totaal van de inkomsten (exclusief mutatie reserves). De hoogte van de inkomsten bepaalt namelijk in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente kan dragen. Een schuldquote tussen 0% en 100% wordt als gangbaar beschouwd. Voor een gemeente geldt als indicatie voor een zeer hoge schuld indien deze schuldquote boven de 130% uitkomt. Dus hoe lager het percentage hoe beter. De netto schuldquote van 40% is ten opzichte van de jaarrekening 2024 (46%) verbeterd. De schuldquote ligt iets hoger dan het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten in de grootteklasse 35.000 – 45.000 inwoners (gebaseerd op jaarrekeningen 2024) en ruim in categorie A volgens de signaleringswaarden van de provincie Limburg. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of als dat wel het geval is, valt dit niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn.
Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). • Netto schuldquote, gecorrigeerd met verstrekte leningen. In dit onderdeel worden de doorgeleende leningen in mindering gebracht op de totale leningen. De netto schuldquote exclusief de doorgeleende leningen van 33% ligt vanzelfsprekend lager dan de eerder gepresenteerde netto schuldquote. De netto schuldquote exclusief de doorgeleende leningen is ten opzichte van de jaarrekening 2024 (38%) ook verbeterd. Ook deze ligt iets hoger dan het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten in de grootteklasse 35.000 – 45.000 inwoners
96 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
(gebaseerd op jaarrekeningen 2024). De quote ligt ook ruim onder de signaleringswaarde van 90% en dus in categorie A volgens de signaleringswaarden van de provincie Limburg. • Solvabiliteit. Geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen (weerbaarheid). De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves). Gangbaar is dat de ratio van een gemeente zich tussen 20% en 70% bevindt. Hoe hoger de ratio hoe beter de weerbaarheid van de gemeente is. De solvabiliteitsratio van 44% is ten opzichte van de jaarrekening 2024 (40%) verbeterd. De ratio is iets hoger dan het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten in de grootteklasse 35.000 – 45.000 inwoners (gebaseerd op jaarrekeningen 2024) en categorie B volgens de signaleringswaarden van de provincie Limburg. Door uw raad is bepaald dat onze weerstandsratio minimaal 1 moet zijn en dat de streefwaarde voor onze weerstandscapaciteit minimaal 10% van onze financiële (jaar)exploitatie bedraagt (ruim € 20 mln. in 2025). Uit de voorliggende onderdelen van deze paragraaf blijkt dat we hier ruimschoots aan voldoen. • Structurele exploitatieruimte.
Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte is om de structurele lasten te kunnen dragen. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Hoe hoger het kengetal hoe beter. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. De structurele exploitatieruimte is 10% en is ten opzichte van de jaarrekening 2024 (3%) iets verbeterd. Het percentage van 10% ligt ook boven de signaleringswaarde en dus in categorie A volgens de signaleringswaarden van de provincie Limburg. • Grondexploitatie. Geeft weer hoe de waarde van de grond (grondpositie) zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten (exclusief mutatie reserves). Voor de berekening van dit kengetal worden de bouwgronden in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale (geraamde) baten. Hoe lager het percentage hoe minder risico er wordt gelopen. Het kengetal grondexploitatie is 0%. Dit komt omdat er per 31 december 2025 sprake is van een beperkte boekwaarde bouwgrondexploitaties. Voor een nadere toelichting per grondexploitatie verwijzen wij u naar de paragraaf Grondbeleid.
Zichtbaar is dat Venray zich ruim onder het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten bevindt in de grootteklasse 35.000 – 45.000 inwoners (gebaseerd op de jaarrekeningen 2024) en in categorie A volgens de signaleringswaarden van de provincie Limburg. De grondpositie vormt dan ook een verwaarloosbaar deel van de totale baten. Bij gemeenten waar dit verhoudingspercentage fors hoger is, kan dit duiden op een forse grondvoorraad waarover de gemeente mogelijk een risico loopt. • Belastingcapaciteit. Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente Venray zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Uitgangspunt zijn de woonlasten meerpersoonshuishouden van het voorafgaande jaar. De uitkomst van het kengetal belastingcapaciteit is 87% en bevindt zich onder het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten in de grootteklasse 35.000 – 45.000 inwoners (gebaseerd op de jaarrekeningen 2022). Dit betekent dat gemeente Venray relatief beperktere mogelijkheden heeft om inkomsten uit gemeentelijke belastingen te genereren in vergelijking tot andere gemeenten. Volgens de signaleringswaarden van de provincie Limburg is sprake van categorie A. Conclusie financiële kengetallen: Ten opzichte van de signaleringswaarden van de provincie Limburg is, met uitzondering van de solvabiliteitsratio, sprake van een indeling in de hoogste categorie A.
Dit komt overeen met het beeld in de jaarrekeningen van voorgaande jaren. Bij bijna alle kengetallen zijn verbeteringen zichtbaar. De weerstandscapaciteit is goed te noemen en ligt ook ruim boven de door uw raad gestelde minimumwaarden. De uitkomsten van de financiële kengetallen zijn dan ook goed te noemen.
97 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Paragraaf C. Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf gaat in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de “grotere” kapitaalgoederen in onze gemeente. Onder Kapitaalgoederen verstaan we “duurzame productiemiddelen”: de spullen die we nodig hebben om de diensten en goederen die wij aan onze burgers leveren te produceren. Daarbij gaat het om grotere goederen die meerdere jaren meegaan en veel waarde hebben. Hierbij moet worden gedacht aan de kosten van instandhouding van wegen, verlichting, riolering, groen, sportfaciliteiten en gebouwen (inclusief de scholen). In de kosten voor het onderhoud van de kapitaalgoederen zijn meegenomen: reguliere kosten, dagelijks (klein) onderhoud en groot onderhoud. Een groot deel van het “vermogen” van onze gemeente ligt in de grond of op het openbaar gebied. Het is dan ook van belang dat hierover een zorgvuldig beheer wordt gevoerd. Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Om die reden dienen de kosten van de instandhouding dan ook hun weerslag te vinden in onderhoudc.q. beheerplannen. De vaststelling hiervan is voorbehouden aan de raad. Hiermee wordt invulling gegeven aan het dualisme namelijk kaders stellen voor het onderhoud van wegen, riolering, gebouwen enz.
Onderhoud van en investeringen in kapitaalgoederen worden integraal uitgevoerd door alle disciplines binnen de openbare ruimte, om te zorgen dat de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet en de overlast van de burgers tot een minimum wordt beperkt. Daarnaast worden de bewoners, dorps- en wijkraden en gebruikers betrokken bij het maken van het ontwerp en wordt zelfwerkzaamheid meegenomen in de uitvoering. Op deze manier van werken wordt uitvoering gegeven aan zelfsturing en wordt de betrokkenheid bij de openbare ruimte vergroot. Deze werkwijze zorgt er ook voor dat de planning uit de individuele beheersplannen wordt aangepast om meer synergie te behalen en/of integrale uitvoering mogelijk te maken. Hierdoor kunnen plannen naar voren of achteren schuiven of prioriteiten worden aangepast, zodat onderhoud niet of anders wordt uitgevoerd. Deze paragraaf geeft invulling aan het onderhoud van de kapitaalgoederen. De investeringen zijn opgenomen in paragraaf H. De omvang van de kapitaalgoederen wordt geïllustreerd weergegeven in onderstaande tabel door de volgende cijfers: Omschrijving Oppervlakte van de gemeente Venray (ha) Verharde en onverharde wegen (m2) Aantal lichtmasten Aantal kolken Aantal pompen en gemalen Vrijverval riool (km) Persleiding (km) Bos. incl.
natuurterreinen (ha) Openbaar groen en water, binnen de kom (m2) Openbaar groen en water, buiten de kom (m2)
Hoeveelheid 16.500 3.870.812 10.386 18.997 753 405 188 1.390 2.150.375 2.749.785
Artikel 12 van het BBV schrijft expliciet voor dat van de kapitaalgoederen moet worden aangegeven: - het beleidskader; - de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; - de vertaling van de financiële consequenties in de begroting. Wij zullen nader ingaan op de volgende onderdelen: • Onderhoud wegen. • Onderhoud riolering. • Onderhoud haven. • Onderhoud openbaar groen. • Onderhoud bossen, natuurgebieden en landschappelijke elementen. • Onderhoud openbare verlichting. • Onderhoud gebouwen. Voor deze onderdelen zijn de volgende beheerplannen actueel:
98 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. Uitsluitend voor identificatiedoeleinden
Beheerplan
Vastgesteld in
Looptijd t/m
Financiële vertaling in begroting
Achterstallig onderhoud
Wegen
2023
2027
Ja
Nee
GRP
2021
2025
Gesloten systeem
Nee
Havenbeheerplan
2022
2025
Ja
Nee
Groenbeheerplan
2019
2025
Ja
Nee
Beheerplan onkruid op verharding
2017
Geen einddatum Ja
Nee
Bossen
2022
2031
Via reserve
Nee
Openbare Verlichting
2021
2026
Ja
Nee
Gebouwen
2021
2030
Ja
Nee
Speelruimteplan
2017
2029
Ja
Nee
Beheerplan civiele kunstwerken
2023
2027
Ja
Nee
Onderhoud wegen (programma 3) Doel Instandhouding van het verharde wegennet, zodanig dat de mobiliteit van de gebruikers gewaarborgd en van voldoende comfort blijft. De streefkwaliteit voor wegen is B. Voor fietspaden en het centrumgebied wordt A nagestreefd. Het minimale onderhoudsniveau mag daarbij nooit lager worden dan niveau C. Beleidskader In Venray wordt de strategie toegepast dat het juiste onderhoud op het juiste tijdstip wordt uitgevoerd, om een zo rendabel mogelijk beheer van de verhardingen te realiseren. In het huidige beleidsplan, is aangegeven dat veel gebruikte verhardingen een hoger kwaliteitscijfer mogen hebben dan minder of niet gebruikte verhardingen. Er is gekozen voor gedifferentieerde kwaliteit, waarbij extra aandacht besteed zal worden aan de verhardingen in de centra van Venray en kerkdorpen en verhardingen ten behoeve van de voet- en fietspaden. In de monitoring van 2018 is nog een aanvulling op het wegenbeleidsplan gekomen, rijbanen en goten worden binnen de bebouwde kom in het vervolg uitgevoerd in gebakken klinkers. Enkele stroomwegen binnen de bebouwde kom zullen voortaan onderhouden worden met Steen Mastiek Asfalt (asfalt met een open structuur die zorgt voor geluidsreductie ten opzichte van dicht asfalt beton). Investerings- en onderhoudsbudgetten worden eens per twee jaar voor de eerst volgende 4 jaar vastgesteld.
In 2023 is een nieuw wegenbeleidsplan vastgesteld waarmee de budgetten zijn bijgesteld om de noodzakelijke kwaliteit te behouden. Bij werkzaamheden wordt telkens gekozen voor een zo integraal mogelijke aanpak van alle werkzaamheden, waaronder riolering, verkeer, groen en openbare verlichting. Bij totale vervanging van de wegverharding worden aparte kredieten aangevraagd, vaak in combinatie met rioolvervanging en aanleg verkeersmaatregelen. Het dagelijks onderhoud wordt uitgevoerd op basis van inspecties en periodieke schouwen door de weginspecteurs en eigen waarnemingen van beheerders en toezichthouders. De resterende noodzakelijke reparaties worden uitgevoerd n.a.v. klachten en meldingen van derden. Bijzonderheden In 2025 is conform het wegenbeleidsplan (groot) onderhoud gepleegd aan diverse wegen. In zijn algemeenheid vinden reconstructies plaats in combinatie met andere projecten. De belangrijkste reconstructies die vanuit het wegenbeleidsplan zijn uitgevoerd zijn de Albionstraat, zuidsingel, Pavanenstraat en Castenrayseweg. De investeringsbudgetten voor de komende 4 jaar zijn verwerkt in de begroting door middel van het vaststellen van het wegenbeleidsplan 2023-2027. Financieel overzicht