CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

gebiedsvisie geurhinder en veehouderij

Commissie Wonen 18 april 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Westsingel 1 Venray11.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Tabel 6.1

Referentiebedrijf

Geuremissie van een aantal

Emissiearm

Luchtwassers (laagste factor)

Ou

Ou

referentiebedrijven op basis

Zeugen 500

10.270

2.040

van de standaard eisen

Zeugen 1.000

20.540

4.080

Vleesvarkens 5.000

89.500

23.000

Vleesvarkens 7.500

134.250

34.500

Zeugen gesloten 375

60.522

15.333

Zeugen gesloten 750

121.044

30.666

Legkippen 60.000

21.000

15.000

Legkippen 90.000

31.500

22.500

Vleeskuikens 100.000

24.000

17.000

Vleeskuikens 150.000

36.000

25.500

Vleeskalveren 2.000

71.200

49.800

Vleeskalveren 3.000

106.800

74.700

(emissiearm) en bij extra reductie door het toepassen van luchtwassers

Risico scenario 1.000 MVE = 23.000 OU

Het onderstaande scenario is opgesteld en doorgerekend in het kader van deze gebiedsvisie: ƒ Groei geuremissie intensieve veehouderijbedrijven mits er sprake is van individuele ruimte en groei tot het maximum. ƒ Geen toename van geuremissie op locaties in de A-zones (Wav-A inclusief een zone van 250 meter). ƒ Verwevingsgebieden: groei geuremissie met 20%, maximale grootte varkenshouderij 60.000 ou en maximale grootte pluimveebedrijven 30.000 ou. ƒ LOG: groei geuremissie met 30%, maximale grootte varkenshouderij 90.000 ou en maximale grootte pluimveebedrijven 40.000 ou. ƒ Voor alle zones geldt alleen verhoging voor zover individuele geurruimte dat toelaat. Dit scenario is als een risicoscenario aan te merken, omdat er in dit scenario alleen wordt uitgegaan van groei van de geuremissies. Een daling van de geuremissies (door het stoppen van bedrijven en het toepassen van moderne stallen en technieken) is hier niet in meegenomen. Het betreft dus een bijgestelde worstcase berekening. Op basis van dit scenario is de achtergrondbelasting doorgerekend indien de veehouderijen zich verder ontwikkelen, uitgaande van de verschillende beleidsopties (nulvariant, basisvariant en LOG-variant). Voor de LOG-variant zijn er 2 scenario’s doorgerekend: ƒ LOG-variant A: Bovenstaand risicoscenario met een norm van 25 ou voor de log’s, maar zonder nieuwvestiging.

ƒ LOG – variant B: Bovenstaand risicoscenario met een norm van 25 ou voor de log’s, maar met nieuwvestiging.

110502/ZF7/520/201550

ARCADIS

29

GEBIEDSVISIE GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

6.4

GEURBELASTING

Nieuwe woongebieden In bijlage 5 is de verschilkaart aangegeven ten aanzien van de indicatieve achtergrondbelasting op basis van het hier geschetste risicoscenario, uitgaande van een eigen gemeentelijke normstelling conform de basisvariant. Het verschil betreft de achtergrondbelasting die mogelijk kan ontstaan bij de geschetste groei van de geuremissies, ten opzichte van de huidige geurbelasting. Deze kaart laat zien dat de norm van 8 ou voor de nieuwe woongebieden niet leidt tot een tot een significatie toename van de geurbelasting in de nieuwe woongebieden (zoekgebieden). Kortom: vanuit de gedachte dat bij een versoepeling van de normen de geurbelasting niet mag leiden tot een verslechtering van het leefklimaat en rekening houdend met het feit dat in de meeste zoekgebieden het leefmilieu als redelijk goed tot goed kan worden aangemerkt (classificatie RIVM), zijn er geen bezwaren tegen het hanteren van een norm van 8 ou voor deze gebieden.

Landbouwontwikkelingsgebieden In bijlage 6 is de verschilkaart aangegeven ten aanzien van de indicatieve achtergrondbelasting op basis van het hier geschetste risicoscenario, uitgaande van een eigen gemeentelijke normstelling conform de LOG-variant A (wel versoepeling, geen nieuwvestiging). Het verschil betreft de achtergrondbelasting die mogelijk kan ontstaan bij het hanteren van een soepelere norm (25 ou) voor de log’s (zoekgebieden), ten opzichte van de geurbelasting bij toepassing van de normstelling (14 ou) in de basisvariant. Deze kaart laat zien dat een norm van 25 ou voor de log’s (zoekgebieden) bij uitbreiding van bestaande veehouderijen (dus zonder nieuwvestiging) niet leidt tot een tot een significante toename van de geurbelasting in deze gebieden. Kortom: vanuit de gedachte dat bij een versoepeling van de normen de geurbelasting niet mag leiden tot een verslechtering van het leefklimaat zijn er geen bezwaren tegen het hanteren van een norm van 8 ou voor deze gebieden. Het effect van nieuwvestiging is hierbij echter niet meegenomen.

LOG-variant met inplaatsing Om de effecten van nieuwe bedrijfsvestigingen in het LOG te onderzoeken zijn fictief 25 locaties aangewezen waar individuele bedrijven zich zouden kunnen vestigen. Deze locaties zijn getoetst aan het Raadsbesluit “de Ruimte Benut” van december 2005. Dat betekent dat zij dienen te liggen aan bestaande wegen, in de nabijheid van bedrijven en niet in het open gebied. Aangezien dit ruimtelijke criteria zijn en de milieuhygiënische effecten niet zijn meegenomen is gekozen voor een zo groot mogelijke spreiding van de locaties en niet voor concentratie of een projectmatige ontwikkeling op enkele locaties. Bij elke inplaatsing is uitgegaan van een geuremissie van 90.000 ou, voor zover individuele geurruimte dat toelaat. In bijlage 7 is de verschilkaart opgenomen met betrekking tot de indicatieve achtergrondbelasting op basis van het hier geschetste risicoscenario, uitgaande van een eigen gemeentelijke normstelling conform de LOG-variant, inclusief 25 nieuwvestigingen (LOG-variant B).

110502/ZF7/520/201550

ARCADIS

30

GEBIEDSVISIE GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

Het verschil betreft de achtergrondbelasting die mogelijk kan ontstaan bij 25 nieuwvestigingen, ten opzichte van de geurbelasting met een soepelere normstelling voor de LOG’s maar zonder de 25 nieuwvestigingen. Het betreft dus het verschil tussen LOGvariant B en LOG-variant A. Deze kaart laat zien dat bij een dergelijk scenario met 25 nieuwvestigingen lokaal knelpunten kunnen ontstaan t.a.v. de geurbelasting. Dit betreft de geurbelasting op woningen in het buitengebied (gelegen in de zoekgebieden LOG’s) en de geurbelasting op woningen in een aantal kernen (zoals Veulen, Oirlo en Vredepeel). Hierbij moet rekening worden gehouden met het feit dat bij de keuze voor de locaties voor de (fictieve) nieuwvestigingen vooral ruimtelijke aspecten hebben meegewogen en niet de milieuruimte m.b.t. geurhinder. Een andere locatiekeuze of verschillen in aantal en omvang van de nieuwvestigingen is zeer bepalend voor het wel of niet ontstaan van knelpunten m.b.t. de geurbelasting.

Vergelijking beleidsopties In de onderstaande tabel is indicatief en samenvattend weergegeven, welk effecten een afwijkende normstelling en wel of geen inplaatsing kunnen hebben op de achtergrondbelasting, uitgaande van het hiervoor geschetste risicoscenario.

Tabel 6.2

Kans op

Objecten in de bebouwde kom

geurhinder

(inclusief nieuwe

<5%

woongebieden), classificatie

5-10%

achtergrondbelasting (RIVM)

Tabel 6.3 Objecten buiten de bebouwde kom, classificatie achtergrondbelasting (RIVM)

Beoordeling

LOG

LOG

variant A

variant B

4091

3988

3907

3755

3713

3246

1854

1883

2007

2086

Matig

620

620

640

1060

20-25%

Tamelijk slecht

42

43

44

85

> 25%

Slecht

11

11

11

19

Nulvariant

Basisvariant

LOG

LOG

variant A

variant B

Nulvariant

Basisvariant

Zeer goed

4150

Goed

3726

10-15%

Redelijk goed

15-20%

Kans op geurhinder

leefklimaat (Vrom/Rivm)

Beoordeling leefklimaat (Vrom/Rivm)

<5%

Zeer goed

109

109

109

109

5-10%

Goed

180

179

178

151

10-15%

Redelijk goed

361

361

356

263

15-20%

Matig

213

214

216

271

20-25%

Tamelijk slecht

136

136

137

163

> 25%

Slecht

73

73

76

115

De verschillen tussen de beleidsopties zijn klein. Het risico op het ontstaan van knelpunten ten aanzien van de achtergrondbelasting bij een soepelere norm voor de nieuwe woongebieden of een soepelere norm voor de landbouwontwikkelingsgebieden (maar dan zonder nieuwvestiging) is klein.

110502/ZF7/520/201550

ARCADIS

31

GEBIEDSVISIE GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

Er zijn grotere verschillen tussen de beide LOG-variant, dus wel of geen nieuwvestigingen. Het risico op het ontstaan van knelpunten ten aanzien van de achtergrondbelasting bij nieuwvestiging is dan ook groter. Dit risico kan beperkt worden door bij het aanwijzen van locaties voor nieuwvestiging de milieuruimte ten aanzien van geur en de ligging ten opzichte van de kernen, de zoekgebieden woningbouw en de lintbebouwing in het buitengebied nadrukkelijk mee te nemen in de afweging.

6.5

MILIEURUIMTE

Milieuruimte basisscenario versus vaste wettelijke waarden Op de kaart in bijlage 3 is de milieuruimte aangeven uitgaande van de vaste wettelijke normstelling. Voor de landbouwontwikkelingsgebieden geeft deze nagenoeg hetzelfde beeld als voor de basisvariant. In en rondom de nieuwe woongebieden en de bijzondere gebieden (bedrijventerreinen, vakantiepark de Witte Vennen, clustering TBS/Pascalis/Dichterbij) zijn er kleine verschillen. In de onderstaande tabel is indicatief en samenvattend weergegeven, welk effect de eigen gemeentelijke normstelling volgens de basisvariant heeft op de uitbreidingsruimte (vergunbare extra emissie ten opzichte van de huidige vergunning) van de bestaande veehouderijen in de gemeente Venray. De cijfers die tussen haakjes zijn weergegeven geven de verschillen weer ten opzichte van de aantallen bij toepassing van de vaste wettelijke waarden (dus de nulvariant). Bij de beoordeling van de nulvariant is er van uit gegaan dan voor de nieuwe woongebieden een norm van 3 ou zou gelden. Tabel 6.4 Uitbreidingsruimte veehouderijen in Venray: basisvariant (ten opzichte van nulvariant).

Uitbreidingsruimte (indicatief)

Varkens

Pluimvee

Rundvee

Overig

0 (geen)

90 (-3)

19 (0)

0 (0)

0 (0)

1 – 10 000

36 (0)

9 (0)

0 (0)

0 (0)

10 000 – 25 000

34 (-2)

16 (-1)

0 (3)

0 (0)

25 000 – 50 000

27 (+2)

14 (-1)

4 (4)

0 (1)

50 000 – 100 000

23 (+3)

6 (+1)

4 (2)

1 (1)

>= 100 000

20 (0)

4 (+1)

2 (1)

3 (2)

in ou (standaard staluitvoering)

Hieruit blijkt dat een gemeentelijke normstelling conform het basisscenario leidt tot een beperkte toename van het aantal veehouderijen met ruime uitbreidingsmogelijkheden (50.000 ou of meer, meer dan 2.000 mve’s). Voor de bestaande intensieve veehouderijen betreft het circa 5 locaties.

Milieuruimte LOG-variant versus de basisvariant Op de kaart in bijlage 8 is de milieuruimte aangeven uitgaande van de normstelling van de van de normstelling van de LOG-variant. In de onderstaande tabel is indicatief en samenvattend weergegeven, welk effect de eigen gemeentelijke normstelling volgens de LOG-variant (25 ou) heeft op de uitbreidingsruimte (vergunbare extra emissie ten opzichte van de huidige vergunning) van de bestaande veehouderijen in die gelegen zijn in de landbouwontwikkelingsgebieden.

110502/ZF7/520/201550

ARCADIS

32

GEBIEDSVISIE GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

De cijfers die tussen haakjes zijn weergegeven geven de verschillen weer ten opzichte van de aantallen bij toepassing van de vaste wettelijke waarden (dus de basisvariant en de nulvariant, 14 ou). Tabel 6.5

Uitbreidingsruimte (indicatief)

Uitbreidingsruimte

in ou (standaard staluitvoering)

veehouderijen in de log’s: LOG-variant (ten opzichte van de basisvariant).

Varkens

Pluimvee

Rundvee

Overig

0 (geen)

6 (-8)

1 (-3)

1 (0)

0 (0)

1 – 10 000

4 (-1)

4 (+1)

0 (0)

0 (0)

10 000 – 25 000

12 (+3)

4 (0)

2 (-2)

0 (-4)

25 000 – 50 000

8 (0)

3 (-1)

4 (0)

6 (+4)

50 000 – 100 000

12 (+3)

4 (+2)

5 (0)

1 (0)

>= 100 000

10 (+3)

1 (+1)

5 (+2)

0 (0)

Totaal

52

17

17

7

Een soepelere norm in de landbouwontwikkelingsgebieden (ten opzichte van het basisscenario) heeft het meest directe effect voor circa 13 bestaande intensieve veehouderijen en voor 6 andere veehouderijen. Het betreft circa 20% van de veehouderijen die gelegen zijn in de landbouwontwikkelingsgebieden (zoekgebieden). Daarnaast ontstaat er extra milieuruimte in het nu onbebouwde gebied binnen het LOG.

110502/ZF7/520/201550

ARCADIS

33

GEBIEDSVISIE GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

HOOFDSTUK

7

Conclusies en aanbevelingen Zoekgebieden woningbouw Wij adviseren de gemeente Venray op grond van de mogelijkheden die de Wgv biedt en de resultaten uit het onderzoek af te wijken van de standaard wettelijke normen. Dit om de gewenste woningbouw in en rondom de kernen veilig te stellen. Gecombineerd met een 3

norm van 8 ou/m 98 percentiel voor de nieuwe woongebieden zorgt een norm van 3 ou/m

3

98 percentiel voor de bestaande kernen voor voldoende bescherming tegen een te hoge geurbelasting van de woningen in de bestaande en nieuwe woongebieden in en rondom de kernen. Vanuit de gedachte dat een versoepeling van de normen voor de nieuwe woongebieden niet mag leiden tot een verslechtering van het leefklimaat en rekening houdend met het feit dat in de meeste zoekgebieden woningbouw het leefmilieu als redelijk goed tot goed kan worden aangemerkt, zijn er geen bezwaren tegen het hanteren van een norm van 8 ou voor deze gebieden.

Landbouwontwikkelingsgebieden Ook kan geconcludeerd worden dat een versoepeling van de norm in de LOG’s perspectief kan bieden voor de bestaande (intensieve) veehouderijen die gelegen zijn in deze gebieden. Knelpunten met betrekking tot een te hoge achtergrondbelasting in en rond de landbouwontwikkelingsgebieden zijn vooral bij nieuwvestiging van meerdere intensieve veehouderijen te verwachten. Het onderzoek naar de milieuruimte in de landbouwontwikkelingsgebieden toont aan dat delen van de provinciale zoekgebieden minder geschikt zijn voor nieuwvestiging. In andere delen is er wel ruimte zonder dat dit hoeft te leiden tot knelpunten m.b.t. de geurbelasting. Wij adviseren dan ook de landbouwontwikkelingsgebieden op gemeentelijk niveau nader in te vullen. Verruiming van de geurnorm voor deze nader begrensde gebieden ligt voor de hand, maar moet worden bezien in samenhang met andere factoren (ammoniak, ruimtelijke kwaliteit, fijn stof, e.d.). 3

Gecombineerd met een norm van 8 ou/m 98 percentiel voor de nieuwe woongebieden en 3 de bestaande bedrijventerreinen, een norm van 3 ou/m 98 percentiel voor de bestaande 3 woongebieden in de kernen, een norm van 14 ou/m 98 percentiel voor het buitengebied, kan een norm van 25 ou/m3 98 percentiel voor de af te bakenen landbouwontwikkelingsgebieden leiden tot een goede balans tussen ruimte voor ontwikkeling van intensieve veehouderij op de goed gelegen locaties binnen de LOG’s en voldoende bescherming tegen een te hoge geurbelasting van de woningen in de kernen en het buitengebied.

110502/ZF7/520/201550

ARCADIS

34

GEBIEDSVISIE GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

Een besluit over de norm voor de nader afgebakende landbouwontwikkelingsgebieden kan echter pas genomen worden in samenhang met andere aspecten en besluiten ten aanzien van het (maximum) aantal, de omvang en de locaties van nieuwe intensieve veehouderijen in de landbouwontwikkelingsgebieden.

Advies normstelling Wij adviseren dan ook de volgende normstelling vast te stellen: Gebied Tabel 7.1 Voorstel gemeentelijke

3

Norm in ou/m 98 percentiel

Bestaande woongebieden, bebouwde kommen

3

Zoekgebieden wonen, bedrijventerreinen, bijzondere gebieden

8

Buitengebied

14

normstelling

Op de kaart in de bijlagen (bijlage 9) is dit voorstel weergegeven.

Maatwerk is en blijft mogelijk Een nog soepelere norm (bijvoorbeeld 14 ou) zal de nog resterende overlap tussen geurcontouren en nieuwe woongebieden kunnen beperken. Gelet op het feit dat in de kaart met de geurcontouren altijd is uitgegaan van de contouren rondom bouwblokken (wat tot een overschatting kan leiden van de contouren) en uitgegaan is van de standaard uitvoering van stallen (vooral bij moderne stallen kan de contour kleiner zijn dan weergegeven), wordt voorgesteld om die verdere versoepeling niet in het kader van deze gebiedsvisie door te voeren. Bij een meer exacte berekening kan blijken dat de norm van 8 ou voldoende ruimte biedt om het ruimtelijk plan te realiseren. Wel kan er gebiedsspecifiek, bijvoorbeeld in het kader van de ruimtelijke procedures, onderzocht en onderbouwd worden of een verdere versoepeling nodig is, waarom andere alternatieven bij een norm van 8 ou niet voldoende probleemoplossend of haalbaar zijn en of de verdere versoepeling niet leidt tot knelpunten m.b.t. het leefmilieu. De raad kan dan voor die specifieke deelgebieden besluiten tot een andere normstelling.

Monitoring en bijstelling van de normstelling Het verdient de aanbeveling de ontwikkelingen in de gemeente Venray, in relatie tot de regionale ontwikkelingen, te monitoren. Het advies is om 2 jaar na het vaststellen van de verordening te evalueren of de gemeentelijke verordening aanpassing behoeft. Daarnaast is het ook mogelijk dat, gekoppeld aan een ruimtelijke procedure (bijvoorbeeld voor nieuwe woongebieden of in het kader van de nadere invulling van de landbouwontwikkelingsgebieden) tussentijds een voorstel aan de raad wordt gedaan om de geurnorm aan te passen.

110502/ZF7/520/201550

ARCADIS

35

GEBIEDSVISIE GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

HOOFDSTUK

8

Procedure en

afstemming 8.1

PROCEDURE Op basis van de inspraakverordening van de gemeente Venray wordt de ontwerpverordening voor inspraak vrijgegeven. Deze concept gebiedsvisie is een onderbouwend document voor die ontwerp verordening. Belanghebbenden hebben de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen tegen dit beleidsvoornemen. De termijn hiervoor is 6 weken (volgens afdeling 3.4 van Algemene wet bestuursrecht). De ingekomen reacties worden beoordeeld en in een aanvullend document bij het definitieve besluit aan de gemeenteraad voorgelegd. De rechtsbescherming tegen de vastgestelde gemeentelijke verordening is gelijk aan die van elke andere krachtens de gemeentewet vastgestelde verordening. Tegen een dergelijke verordening staat geen beroep open bij de bestuursrechter (artikel 8:2 van de AWB). De ontwerp-verordening zal gepubliceerd worden en verstuurd worden naar het Dorpsradenoverleg, LLTB en de provincie Limburg. Daarnaast is de informatie via de gemeentelijke website raadpleegbaar.

8.2

AFSTEMMING

Provincie Uit artikel 6 van de Wgv volgt expliciet dat de andere normstelling ‘bij gemeentelijke verordening’ wordt bepaald, dus door de gemeenteraad. Als dan ook de provincie het bevoegd gezag is voor een veehouderij, zal zij ook een vergunningaanvraag moeten toetsen aan de normstelling uit die gemeentelijke verordening. Overleg met de provincie wordt dan vanuit de Wgv aanbevolen.

Buurgemeenten De gemeentelijke beslissing om een bepaald gebied een alternatief beschermingsniveau te geven, kan effecten hebben op de uitbreidingsmogelijkheden voor veehouderijen in nabijgelegen gemeenten. Een relatief hoog beschermingsniveau voor geurgevoelige objecten in een grensgebied vermindert immers de uitbreidingsmogelijkheden voor veehouderijen direct buiten de gemeentegrens. Om die reden is overleg voorgeschreven met de nabijgelegen gemeenten, voorafgaande aan besluitvorming over de andere waarde of de andere afstand (artikel 9 van de Wgv). Bij de voorbereiding van de ontwerp-verordening en deze concept gebiedsvisie is in de afgelopen maanden overleg gevoerd met de verschillende gemeenten en provincie Limburg.

110502/ZF7/520/201550

ARCADIS

36

GEBIEDSVISIE GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

BIJLAGE

1

Geurcontouren 3, 8 en 14 ou rondom bouwblokken van veehouderijen

110502/ZF7/520/201550

ARCADIS

37

GEBIEDSVISIE GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

BIJLAGE

2

Indicatieve achtergrondbelasting huidige situatie

110502/ZF7/520/201550

ARCADIS

38

GEBIEDSVISIE GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

BIJLAGE

3

Indicatieve milieuruimte bij toepassing norm 3 ou (binnen de bebouwde kom) en 14 ou (buiten de bebouwde kom)

110502/ZF7/520/201550

ARCADIS

39

GEBIEDSVISIE GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

BIJLAGE

4

Indicatieve geurhindercontouren 8 ou

110502/ZF7/520/201550

ARCADIS

40

GEBIEDSVISIE GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

BIJLAGE

5

Verschil in indicatieve achtergrondbelasting (uitgaande van de bijgestelde worst case) tussen de basisvariant en de huidige achtergrondbelasting

110502/ZF7/520/201550

ARCADIS

41

GEBIEDSVISIE GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

BIJLAGE

6

Verschil in indicatieve achtergrondbelasting (uitgaande van de bijgestelde worst case) tussen de log-variant en de basisvariant

110502/ZF7/520/201550

ARCADIS

42

GEBIEDSVISIE GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

BIJLAGE

7

Verschil in indicatieve achtergrondbelasting (uitgaande van nieuwvestiging) tussen de log-variant B en log-variant A

110502/ZF7/520/201550

ARCADIS

43

GEBIEDSVISIE GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

BIJLAGE

8

Indicatieve milieuruimte bij toepassing norm volgens de LOG-variant

110502/ZF7/520/201550

ARCADIS

44

GEBIEDSVISIE GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

BIJLAGE

9

Voorstel gemeentelijke normstelling

110502/ZF7/520/201550

ARCADIS

45

GEBIEDSVISIE GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ

COLOFON

GEBIEDSVISIE GEURHINDER EN VEEHOUDERIJ CONCEPT OPDRACHTGEVER: GEMEENTE VENRAY

STATUS: Concept

AUTEUR: K. Albers L. Bekkers H. Ullenbroeck

GECONTROLEERD DOOR: Gemeente Venray

VRIJGEGEVEN DOOR: H. Ullenbroeck 12 november 2007 110502/ZF7/520/201550

ARCADIS REGIO BV Utopialaan 40-48 Postbus 1018 5200 BA 's-Hertogenbosch Tel 073 6809 211 Fax 073 6144 606 www.arcadis.nl Handelsregister 9053755 ©ARCADIS. Alle rechten voorbehouden. Behoudens uitzonderingen door de wet gesteld, mag zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbenden niets uit dit document worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, digitale reproductie of anderszins.

110502/ZF7/520/201550

ARCADIS

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12569298/1