DEF 20251106 TAM-OP Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn Motivering
Tekst van het document
5.11.2 Archeologie Circa 520 m² van het plangebied is op basis van het gelden planologisch-juridisch kader, het bestemmingsplan 'Ysselsteyn', gelegen binnen de functie 'Waarde - Archeologie 4'. Met inachtneming van de functie 'Waarde - Archeologie 4' dient archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd indien de bodemverstoring dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld en een oppervlakte hebben van meer dan 500 m² per bouwperceel. Een viertal woningen (2 stuks twee-onder-één-kap-woningen en 2 stuks vrijstaande woningen aan de Ringweg) worden voor een deel gerealiseerd binnen de functie 'Waarde - Archeologie 4'. Uitgaande van de bouwvlakken op de verbeelding zal de bodemverstoring voor de realisatie van deze woningen maximaal 338 m² (< 500 m²) bedragen. Gesteld wordt dat bodemverstoring die gepaard gaan met de realisatie van onderhavig voornemen, de oppervlakte-ondergrens van 500 m² binnen de functie 'Waarde - Archeologie 4' niet zullen overschrijden. De bodemverstoring die gepaard gaan met de realisatie van deze woningen is minder dan 500 m², hiermee wordt voldaan aan de vrijstellingsgrenzen waardoor het uitvoeren van archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Binnen de planregels van het voorliggend TAM-Omgevingsplan is tevens de functie 'Waarde - Archeologie 2' opgenomen.
Deze functie is niet van toepassing op het plangebied waarbinnen voorliggende voornemen wordt gerealiseerd. De functie 'Waarde - Archeologie 2' is, zoals aangeven op de verbeelding, van toepassing op een deel van de gronden ten oosten van de Ringweg. Binnen de functie 'Waarde - Archeologie 2 vinden, als gevolg van voorliggend voornemen, geen (bodemroerende) werkzaamheden plaats. 5.11.3 Cultuurhistorische elementen Het dorp Ysselsteyn werd in 1918 gesticht op de grens van de Heijdsche Peel. De stichting kwam voort uit de grootschalige heideontginningen in de Peel dat vanaf het begin van de 20e eeuw plaatsvond, waarbij men een sterke boerenmiddenstand wilde creëren binnen deze nog onontgonnen woeste gronden. Ysselsteyn is een goed voorbeeld van een dorpsstichting, waarbij van tevoren het stratenpatroon planmatig werd ontworpen. Het dorp heeft de vorm van een modelontginning, waarbij het stratenpatroon Y-vormig is.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn
51
Aan deze centrale wegen Timmermannsweg en Puttenweg werden vanaf de jaren 1920-1926 een kerk, een school en woningen voor middenstanders gebouwd. Met subsidie van de gemeente Venray kon men een boerenbedrijf beginnen in en nabij het dorp. Elk bedrijf had een eigen kavel van vaak meerdere hectaren groot, waardoor men meer dan voldoende ruimte had voor het bedrijf. Op het plangebied is momenteel geen bebouwing aanwezig, ook heeft het plangebied geen cultuurhistorische waarden. Gelet op het vorenstaande zijn er binnen het plangebied geen cultuurhistorische elementen aanwezig welke een belemmering vormen voor voorliggend voornemen. 5.11.4 Conclusie cultureel erfgoed Gelet op voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'cultureel erfgoed' geen belemmeringen oplevert voor onderhavige wijziging van het Omgevingsplan, er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.12
Activiteiten en milieuzonering
Als onderdeel van de overwegingen rondom een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het stellen van regels voor c.q. aan activiteiten dient ook rekening te worden gehouden met geluid, geur en andere milieuregels voor industrieterreinen en bedrijfslocaties. 5.12.1 Algemeen Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' met daarin milieucategorieën en richtafstanden uit 2009 komen te vervallen. Hiervoor in de plaats is de nieuwe 'Activiteiten en milieuzonering' gekomen. Deze is echter gericht op bedrijventerreinen, andere werkterreinen (niet zijnde bedrijventerrein) en woongebieden. De in deze nieuwe handreiking beschreven waarden voor geur gelden niet voor agrarische activiteiten, daarvoor bevat het Bkl specifieke instructieregels waar bij het wijzigen van het Omgevingsplan aan moet worden voldaan of waarvoor door de gemeenten zelf in een algemene verordening of geurverordening regels zijn vastgelegd. Voor het aspect geur wordt verwezen naar paragraaf 5.4. De Omgevingswet bevat meer mogelijkheden om een lokale afweging op maat te maken, per locatie en per activiteit. Daarbij wordt getoetst aan milieuwaarden in het Omgevingsplan. In het voorliggende geval heeft de gemeente Venray een Omgevingsplan waarin van rechtswege nog de voorheen geldende bestemmingsplannen zijn opgenomen.
In deze bestemmingsplannen is over het algemeen wel nog uitgegaan van de eerder genoemde milieucategorieën en richtafstanden. De bestaande rechten van activiteiten in de omgeving zijn daarop ook veelal gebaseerd. Daar de gemeente Venray nog geen milieuwaarden heeft vastgesteld in haar Omgevingsplan, wordt in de praktijk hoofdzakelijk (nog) uitgegaan van de uitgangspunten uit de vervallen VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Onder de Omgevingswet wordt het begrip 'milieubelastende activiteit' (mba) gehanteerd. Dit is in de bijlage bij artikel 1 van de Omgevingswet als volgt gedefinieerd: "activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit". Het gaat dus in feite om alle activiteiten die enig negatief effect op het milieu kunnen hebben (met uitzondering van 'directe lozingen' en wateronttrekkingsactiviteiten). Het gaat hierbij om de aspecten geur, geluid en trilling. Het is een breed begrip; er vallen namelijk ook niet-bedrijfsmatige activiteiten, ook niet-plaatsgebonden activiteiten en tijdelijke activiteiten onder het mba-begrip.
52
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn
5.12.2 Beoordeling Voorliggend voornemen ziet op het realiseren van het bouwplan Ringweg/Kievitsweg, een woonwijk bestaande uit 42 woningen. Woningen zijn geen milieubelastende activiteit en hebben derhalve geen invloed op het woon- en leefklimaat van bestaande woningen. Andersom betreffen de te realiseren woningen daarentegen wel nieuwe milieugevoelige functies ten opzichte van bestaande bedrijvigheid. Medewerking aan het planvoornemen is pas mogelijk indien blijkt dat een goed woon- en leefklimaat in de te realiseren woningen gegarandeerd is en de nieuwe woonfunctie bedrijven in de omgeving niet in hun activiteiten frustreert. De omgeving van het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit woningen en agrarische gronden. Ten opzichte van het plangebied is er geen sprake van bestaande bedrijvigheid in de directe omgeving die van invloed kan zijn op de ontwikkeling. Voorts ziet het voornemen niet op het mogelijk maken van een nieuwe activiteit welke van invloed kan zijn op het woon- en leefklimaat in de (directe) omgeving. De dichtstbijzijnde milieubelastende activiteit betreft een dierenartsenpraktijk aan de Ringweg 25 te Ysselsteyn, deze bedrijfsvoering ligt op een afstand circa 90 meter ten zuiden van het plangebied.
Op basis van de voormalige VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' betreft deze bedrijfsvoering een milieucategorie 2 activiteit waarvoor een richtafstand gold van 30 meter. Aan deze richtafstand voldoet voorliggend voornemen ruim. Het planvoornemen ligt op meer dan voldoende afstand ten opzichte van de milieubelastende activiteiten waardoor er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Voorts belemmeren de 42 wooneenheden de mogelijke bedrijven en inrichtingen in de omgeving niet. 5.12.3
Conclusie activiteiten en milieuzonering
Gelet op voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'activiteiten en milieuzonering' geen belemmeringen oplevert voor onderhavige wijziging van het Omgevingsplan, er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.13
M.e.r.-beoordeling
5.13.1 Algemeen De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma's waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Voor plannen die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r. alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht.
Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De plan-m.e.r.-beoordeling betreft een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn
53
De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. 5.13.2 Toetsing De beoogde ontwikkeling moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject en staat genoemd onder J11 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen' van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In deze bijlage zijn voor deze activiteit geen indicatieve drempelwaarden benoemd. Dit betekent dat het bevoegd gezag ten behoeve van de besluitvorming over wijziging van het Omgevingsplan in alle gevallen dient te bepalen of het initiatief leidt tot aanzienlijke milieugevolgen en er aanleiding is tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure. In het kader van onderhavig planvoornemen is een m.e.r.-beoordeling opgesteld, de rapportage hiervan is bijgevoegd als Bijlage 12. In de navolgende tabel zijn de relevante kenmerken van het plan, welke uitgebreid zijn verwerkt in de m.e.r.-beoordeling beknopt weergegeven. Daarnaast zijn in het kader van de voorgenomen ontwikkeling diverse (milieu)onderzoeken uitgevoerd voor de voor dit plan relevante milieuaspecten, de resultaten hiervan zijn verwerkt in Hoofdstuk 5 van deze motivering. Kenmerkenvan het plan Criteria Omvang van het project
Toets De aanleg van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld onder J11 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen' van bijlage V bij het Omgevingsbesluit.
Het voornemen betreft de ontwikkeling van het bouwplan Ringweg/Kievitsweg, een woonwijk bestaande uit 42 woningen. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Venray - sectie M perceelsnummer 1775 (ged.). Het gehele kadastrale perceel 'VRY-00-M-1775', waarop onderhavig plangebied is gelegen, heeft een oppervlakte van 13.215 m² (1,3 hectare), hiervan zal circa 11.420 m² (1,1 hectare) deel uit maken van het plangebied. Cumulatie met andere projecten Er zijn geen autonome ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied bekend, die aanleiding geven tot cumulatie van milieueffecten met andere projecten.
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen
Daarmee is er voor wat betreft cumulatie met andere projecten geen sprake van aanzienlijke milieueffecten. Bij de ontwikkeling wordt niet permanent gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen.
Productie van afvalstoffen
54
Daarmee is er voor wat betreft het gebruik van natuurlijke hulpbronnen geen sprake van aanzienlijke milieueffecten. Naast het reguliere afval van de toekomstige bebouwing en functies zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn
Verontreiniging en hinder
De voorgenomen ontwikkeling veroorzaakt buiten de reguliere hinder gedurende de aanlegfase, die gebruikelijk is bij een dergelijke stedelijke ontwikkeling, geen onevenredige hinder die leidt tot aanzienlijke milieueffecten. Eén en ander blijkt ook uit Hoofdstuk 4 waaruit valt af te leiden dat voor wat betreft de diverse (milieu)aspecten geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten als gevolg van de ontwikkeling. De ontwikkeling brengt geen significante risico's voor ongevallen met zich mee. Verkeersbewegingen van, naar en binnen het plangebied kunnen op een veilige manier plaatsvinden. Er worden daarnaast binnen het plangebied geen extra gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd.
Risico voor ongevallen
Daarmee is voor wat betreft risico's voor ongevallen geen sprake van aanzienlijke milieueffecten. Plaats van het project Criteria Bestaand grondgebruik Rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied
Toets Het plangebied is momenteel in gebruik als agrarische grond waarop gewassen worden geteeld. Niet van toepassing. Er zijn geen bijzondere aardkundige waarden of andere natuurlijke hulpbronnen aanwezig.
Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met aandacht voor: - wetlands, oeverformatie en Wetlands, oeverformatie en riviermondingen; niet van toepassing. riviermondingen; - kustgebieden en het mariene Kustgebieden en het mariene milieu; niet van toepassing. milieu; - berg- en bosgebieden; Berg- en bosgebieden: niet van toepassing. - reservaten en natuurparken; Reservaten en natuurparken: niet van toepassing. - gebieden die in de Gebieden die in de Nederlandse wetgeving zijn aangeduid of door die Nederlandse wetgeving zijn wetgeving worden beschermd; niet van toepassing, zie ook paragraaf 5.9.2 aangeduid of door die Gebiedsbescherming. wetgeving worden beschermd; - speciale beschermingszones Speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn door de lidstaten aangewezen 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn); volgens Richtlijn 79/409/EEG (= niet van toepassing, zie ook paragraaf 5.9.2 Gebiedsbescherming. Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn); - gebieden waar de Europese Gebieden waar de Europese milieukwaliteitsnormen al niet worden gehaald; milieukwaliteitsnormen al niet niet van toepassing. worden gehaald; - gebieden met een hoge Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; niet van toepassing.
bevolkingsdichtheid; - landschappen van historisch, Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang; niet van cultureel of archeologisch toepassing, zie ook paragraaf 5.11 Cultureel erfgoed. belang.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn
55
Kenmerken van het potentiële effect Kenmerken Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking) Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte en complexiteit effect Waarschijnlijkheid effect Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect
Toetsing Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing. Niet van toepassing.
De uitgevoerde m.e.r.-beoordeling concludeert dat, als gevolg van onderhavig voornemen, geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het volgen van een m.e.r.-beoordelingsprocedure en het opstellen van een milieueffectrapportage (MER) is derhalve niet noodzakelijk. 5.13.3 Conclusie m.e.r.-beoordeling Gelet op voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'm.e.r.-beoordeling' geen belemmeringen oplevert voor onderhavige wijziging van het Omgevingsplan, er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.14
Duurzaamheid en klimaat
5.14.1 Algemeen Duurzaamheid Uit de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet vloeit voort dat deze onder meer is gericht op een duurzame ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Dit houdt in, dat de wet voorziet in een ontwikkeling van de fysieke leefomgeving die tegemoet komt aan de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen. Duurzame ontwikkeling is een breed begrip waar een veelheid aan onderwerpen onder kan vallen, zoals energietransitie en klimaatadaptatie. In de NOVI is daarom 'ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie' als prioriteit opgenomen. Daarnaast vallen onder het begrip duurzaamheid ook onderwerpen als mobiliteit, duurzaam bouwen en biodiversiteit. Het beleid ten aanzien van energietransitie en klimaatadaptatie vloeit voort uit nationale programma's die vervolgens regionaal zijn uitgewerkt (Regionale Energiestrategie, Nationale Klimaatadaptatiestrategie). De doelstellingen die hieruit voortvloeien zijn vervolgens integraal opgenomen in het gemeentelijk beleid, met name de Omgevingsvisie. Deze is weer uitgewerkt in programma's. Bij duurzaam bouwen en verbouwen wordt er rekening gehouden met de effecten op het milieu. Binnen het kader van de Omgevingswet worden al de nodige regels voorgeschreven met betrekking tot duurzaam (ver)bouwen.
Klimaat Om invulling te geven aan de in de NOVI beschreven prioriteit 'Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie' dient bij de overwegingen rondom een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het stellen van regels voor c.q. aan activiteiten rekening te worden gehouden met maatregelen ten aanzien van klimaatadaptatie. Onder klimaatadaptatie wordt verstaan: het tijdig en effectief aanpassen aan het actuele of verwachte klimaat. Daardoor kan schade door klimaatverandering beperkt worden. In de Omgevingsverordening Limburg is in artikel 3.5, lid 1 voorgeschreven (instructieregel) dat de motivering
56
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn
bij een omgevingsplan, dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van bevat van (a) de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's en gevolgen van klimaatverandering, en (b) de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de risico's en gevolgen van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Bij die beschrijving dient in ieder geval te worden ingegaan op wateroverlast, overstroming, en droogte. Voor klimaatadaptatie is het belangrijk om integraal te werken en meekoppelkansen met andere ruimtelijke ontwikkelingen te benutten. Er zijn veel mogelijkheden om de aanpak en maatregelen uit de verschillende transities te combineren. Hierbij kan gedacht worden aan waterberging in natuurgebieden, groen in de stad en vermindering van hitte in de bebouwde omgeving. 5.14.2 Beoordeling De gemeente Venray heeft haar ambities op het gebied van duurzaamheid en klimaat omschreven onder de noemer Venray Vergroent. Venray Vergroent kent drie deel projecten: energietransitie, klimaatadaptie en circulaire economie. Verder kent de gemeente Venray het (concept) Beleid natuurinclusief bouwen. Bij de bouw is het belangrijk om, in het kader van duurzaam bouwen, zorgvuldig om te gaan met materiaalgebruik.
Biobased bouwen en het toepassen van circulaire isolatiematerialen, zoals houtvezel en hennep, kunnen hierbij waardevolle opties zijn. Dergelijke natuurlijke materialen ademen beter en reguleren vocht op een natuurlijke manier. Dit zorgt voor een gezonder en comfortabeler binnenklimaat, met minder kans op schimmel en een betere luchtvochtigheid. Bovendien nemen deze materialen tijdens de groei CO2 op, die bij toepassing in bouwmaterialen langdurig wordt opgeslagen in het gebouw. Daarnaast kan op het gebied van duurzaamheid aandacht worden besteed aan de vormgeving van de bebouwing, het gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik, flexibel (levensloopbestendig) bouwen en het toepassen van bijvoorbeeld gras/ betontegels ter plaatse van de parkeergelegenheden in openbaar gebied. Ook wordt onnodig afval voorkomen door tijdens de bouw zorgvuldig en zuinig om te gaan met bouwmaterialen. Binnen het plangebied wordt, ter plaatse van de noordelijk gelegen groenvoorziening - tussen de beoogde vrijstaande woningen en de geschakelde woningen een transformatorstation gerealiseerd. Aan de netbeheerder wordt verzocht om in dit transformatorstation voorzieningen te treffen waarmee drie laadpalen gerealiseerd kunnen worden.
Hierdoor kunnen op een later moment, indien hier vraag naar blijkt, in totaal zes parkeerplekken geschikt worden gemaakt voor het opladen van elektrische voertuigen. De woningen in het plangebied worden duurzaam en energiezuinig gebouwd, met aandacht voor onder andere klimaatadaptief bouwen. De woningen worden voorzien van zonnepanelen en warmtepompen. Alle woningen worden gasloos uitgevoerd. Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding wordt opgevangen en afgevoerd naar een in het plangebied aan te leggen hemelwatervoorziening (wadi’s). Naast bovengenoemde maatregelen, die met name gericht zijn op de woningen zelf, wordt bij de inrichting van de openbare ruimte ook voorzien van 20% groene inpassing. Dit is in de verbeelding opgenomen met de functie 'groen'. Het groen binnen het plangebied helpt bij het voorkomen van hittestress en wateroverlast doordat water onder de bomen kan wegtrekken en de beplanting water verdampt op hete dagen. Dit levert verkoeling op. Het hemelwater binnen het plangebied wordt oppervlakkig afgevoerd, opgevangen en geïnfiltreerd in te realiseren wadi's. Daarmee wordt het rioolstelsel ontlast en het plangebied klimaatadaptief ingericht. Op deze wijze wordt tevens natuurinclusief gebouwd en wordt er een bijdrage geleverd aan het tegengaan van hittestress en wateroverlast.
Gelet op de bovenstaand omschreven maatregelen kan gesteld worden dat het voorliggend planvoornemen aansluit bij de gemeentelijke ambities op het vlak van duurzaamheid en klimaat en zo ook het omgevingsprogramma Venray Vergroent en het (concept) Beleid natuurinclusief bouwen.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn
57
5.14.3 Conclusie duurzaamheid en klimaat Gelet op vorenstaande wordt geconcludeerd dat bij voorliggend plan rekening wordt gehouden met het aspect 'duurzaamheid en klimaat' en dat dit aspect geen belemmeringen impliceert voor onderhavige wijziging van het Omgevingsplan, er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
58
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Participatie en omgevingsdialoog
6.1.1 Algemeen Onder de Omgevingswet heeft participatie een prominente rol. De wetgever heeft het belang van participatie erkend en participatie vormt één van de belangrijkste pijlers van de Omgevingswet. De Omgevingswet zorgt ervoor dat het bevoegd gezag of initiatiefnemers, burgers, belanghebbenden of omwonenden in een vroeg stadium worden betrokken bij een planvoornemen/project. Door burgers, belanghebbenden of omwonenden in een vroeg stadium te betrekken bij een planvoornemen wordt verwacht dat tijdwinst ontstaat, omdat minder juridische procedures worden gestart. Daarnaast speelt participatie een belangrijke rol in de relatie tussen de burger en de overheid en het vertrouwen dat de burger in de overheid heeft. Het is daarbij van belang dat burgers het gevoel hebben ook daadwerkelijk gehoord te worden. Het participatieproces bij het opstellen of wijzigen van een Omgevingsplan kent onder de Omgevingswet een kennisgeving(plicht) en een motiveringsplicht. Bij een motiveringsplicht moet het bevoegd gezag aangeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden betrokken zijn en wat er met de resultaten is gedaan. Bij een Omgevingsplan is naast de motiveringsplicht ook geregeld dat aan de voorkant bij de kennisgeving aangegeven wordt hoe een initiatiefnemer burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden gaat betrekken.
6.1.2 Omgevingsdialoog In het kader van onderhavig planvoornemen is op 20 januari 2025 door initiatiefnemer een omgevingsdialoog gehouden. De omgevingsdialoog is gehouden in 'De Smelehof', Puttenweg 2 te Ysselsteyn. De omgevingsdialoog was op basis van inloop vanaf 16:00 uur tot 19:00 uur. Omwonenden van het plangebied zijn met een brief uitgenodigd om deel te nemen aan de omgevingsdialoog. Tijdens de inloopmiddag/ -avond is aan de hand van diverse tekeningen en schetsen het planvoornemen inzichtelijk gemaakt. Gedurende deze bijeenkomst hebben omwonende de gelegenheid gehad om vragen te stellen en/ of opmerkingen te plaatsen bij het planvoornemen. Van de omgevingsdialoog is een verslag opgesteld het welk tevens ter aanvulling is voorgelegd aan de omwonenden die daar behoefte aan hadden. Het verslag van deze omgevingsdialoog is opgenomen als Bijlage 13 Verslag omgevingsdialoog ontwikkeling Ringweg/ Kievitsweg (d.d. 17-02-2025). Uit de gevoerde omgevingsdialoog kan geconcludeerd worden dat de meeste omwonenden het plan positief ontvangen. Aandacht is gevraagd voor de ontsluiting van het plangebied en mogelijk sluipverkeer. Naast de omgevingsdialoog met omwonenden van het plangebied, heeft de initiatiefnemer overleg gevoerd met dorpsraad. Ook uit het overleg met de dorpsraad kan worden geconcludeerd dat er draagvlak is voor onderhavig voornemen.
6.1.3 Procedure wijziging Omgevingsplan Het ontwerp-wijzigingsbesluit en de daarbij behorende stukken worden gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd (artikel 3:11, Awb). Binnen deze termijn heeft eenieder de mogelijkheid een zienswijze in te brengen. Dit kan zowel schriftelijk als mondeling. Eventuele zienswijzen worden beantwoord in een separate notitie, die te zijner tijd als bijlage bij het wijzigingsbesluit wordt opgenomen.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn
59
6.2
Vooroverleg
In het kader van de beoogde wijziging van het Omgevingsplan, heeft de gemeente Venray het planvoornemen voorgelegd aan de Provincie Limburg, de Veiligheidsregio Limburg-Noord en het Waterschap Limburg. Alle drie de partijen hebben middels een vooroverlegreactie per brief een aan advies uitgebracht aan de gemeente Venray, desbetreffende brief zijn opgenomen als bijlagen bij voorliggende motivering. De vooroverlegreactie van de Provincie Limburg is bijgevoegd als Bijlage 14. De Provincie Limburg geeft aan dat de beoordeling van het plan geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. Indien het plan op dezelfde wijze wordt voorgezet, ziet de Provincie Limburg geen aanleiding om in de verder procedure van het plan een zienswijze in te dienen. De vooroverlegreactie van de Veiligheidsregio Limburg-Noord is bijgevoegd als Bijlage 15, het advies van de VRLN is verwerkt in paragraaf 5.8 van voorliggende motivering. De vooroverlegreactie van het Waterschap Limburg is bijgevoegd als Bijlage 16, het advies van het Waterschap Limburg is verwerkt in paragraaf 5.10 van voorliggende motivering.
6.3
Financiële uitvoerbaarheid
6.3.1 Algemeen Onder de Omgevingswet dat een gemeenteraad bij het toekennen van functies aan locaties niet meer aannemelijk hoeft te maken dat die ontwikkeling (financieel) uitvoerbaar is. In haar Omgevingsplan wordt door de gemeente aangegeven dat een functie op een bepaalde locatie kan komen, dat minder verstrekkend is. Enkel behoeft te worden gemotiveerd dat een ontwikkeling in beginsel mogelijk is (‘niet evident onuitvoerbaar’). Pas als zich een concreet initiatief aandient dat past binnen de in het Omgevingsplan toebedeelde functie, moet worden onderzocht hoe dat op een aanvaardbare wijze kan worden gerealiseerd. 6.3.2 Kostenverhaal Op grond van Omgevingswet (afdeling 13.6 Ow) zijn overheden verplicht om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen. Indien sprake is van een ontwikkeling op eigendomsgronden van de overheid zelf, is het kostenverhaal verzekerd en zijn daartoe geen overeenkomst of kostenverhaalsregeling aan de orde. Anterieure overeenkomst Als sprake van een ontwikkeling die op private gronden is gelegen, dan is het uitgangspunt van de overheid om middels het sluiten van een anterieure overeenkomst het kostenverhaal te verzekeren. Dit is mogelijk op grond van artikel 13.13 Ow.
Indien de onderhandelingen over deze overeenkomst succesvol zijn, kan overgegaan worden tot het wijzigen van het Omgevingsplan en vinden betalingen plaats op grond van de gemaakte afspraken. Publiekrechtelijk kostenverhaal Naast het privaatrechtelijke spoor van het sluiten van een anterieure overeenkomst, kan het kostenverhaal ook via het publiekrechtelijke spoor worden verzekerd in het Omgevingsplan, in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse Omgevingsplanactiviteit) of een projectbesluit (paragraaf 13.6.3 Ow). Dit spoor is aan de orde indien geen overeenkomst wordt bereikt bij de onderhandelingen over de anterieure overeenkomst. In het publiekrechtelijke spoor mag de overheid de kosten alleen verhalen als ze voldoen aan de criteria profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid. Daarnaast mogen er niet meer kosten worden verhaald dan dat er opbrengsten zijn. Er worden twee systemen in het publiekrechtelijk kostenverhaalsstelsel onderscheiden waarvoor de Omgevingswet in regelingen voorziet voor het kostenverhaal:
60
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn
1. 2.
Integrale gebiedsontwikkeling, mét tijdvak (artikel 13.14 Ow) Organische gebiedsontwikkeling, zónder tijdvak (artikel 13.15 Ow)
Met betrekking tot voorliggend voornemen is er geen sprake van een publiekrechtelijk kostenverhaal. Tussen de gemeente Venray en initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst afgesloten waarin het kostenverhaal is verzekerd. Financiële consequenties zullen uitsluitend door de initiatiefnemers worden gedragen. Daar de kosten voor de planontwikkeling geheel voor rekening zijn van de initiatiefnemer, heeft onderhavig plan géén gevolgen voor de gemeentelijke begroting en/of gemeentelijke financiën. 6.3.3 Financiële bijdragen Artikel 13.22 Ow biedt, in aanvulling op het kostenverhaal, een grondslag voor het maken van afspraken over een vrijwillige financiële bijdrage voor ontwikkelingen van een gebied. Het betreft andere kosten dan die verhaald worden via de anterieure overeenkomst over het kostenverhaal. De basis van deze bijdragen moet worden gelegd in een omgevingsvisie of programma. Dergelijke bijdragen dienen ter verbetering van de fysieke leefomgeving. In het kader van deze wijziging van het Omgevingsplan zijn aanvullende financiële bijdragen aan de orde op basis van de Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling gemeente Venray 2011. Deze aanvullende financiële bijdragen worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst. 6.3.4 Nadeelcompensatie Nadeelcompensatie is de vergoeding van schade die de overheid veroorzaakt in de uitoefening van haar taak of bevoegdheid.
In afdeling 15.1 van de Omgevingswet wordt een aantal besluiten of maatregelen aangewezen die als oorzaak van de schade kunnen optreden. Aangewezen zijn besluiten of maatregelen: die rechtstreeks werkende rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten; of die rechtstreeks gevolgen hebben voor burgers en bedrijven door verandering van de fysieke leefomgeving. De belangrijkste schadeveroorzakende besluiten zijn: het (gemeentelijk) Omgevingsplan (opvolger van onder meer het bestemmingsplan); een omgevingsvergunning; een projectbesluit voor realisatie van een project van het Rijk, provincie of waterschap; en rechtsreeks werkende regels in een verordening van provincie of waterschap. Alleen schade veroorzaakt door die besluiten of maatregelen komt voor vergoeding in aanmerking. De schade moet redelijkerwijs toe te rekenen zijn aan de schadeoorzaak. De schade moet: het rechtstreekse gevolg zijn van het besluit of de maatregel. Bijvoorbeeld de bouw van een woning of aanleg van een weg; of het gevolg zijn van de feitelijke uitvoering van de activiteit. Bijvoorbeeld een tijdelijke wegafsluiting; de schade kan ook het gevolg zijn van een activiteit, die pas later zichtbaar wordt. Bijvoorbeeld schade door grondwateronttrekking kan zich jaren later openbaren. Bij de vraag of de schade moet worden vergoed, en zo ja hoeveel, speelt een aantal factoren een rol.
Het moet gaan om schade die boven het normaal maatschappelijk risico (4%) uitsteekt. Bovendien moet de schade de aanvrager onevenredig treffen ten opzichte van anderen. Met betrekking tot onderhavig planvoornemen wordt in het kader van nadeelcompensatie afspraken gemaakt tussen de gemeente Venray en de initiatiefnemer. Deze afspraken worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn
61
62
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn
Hoofdstuk 7 7.1
Artikelsgewijze toelichting
TAM-Omgevingsplan
7.1.1 Algemeen Een TAM-Omgevingsplan is een tijdelijk hulpmiddel om ervoor te zorgen dat ontwikkelingen door kunnen blijven gaan, tot dat gemeente het Omgevingsplan volledig in STOP (Standaard voor officiële publicaties) kan opstellen. Het TAM-Omgevingsplan wordt later ondergebracht in STOP. Het TAM-Omgevingsplan is een wijziging van het Omgevingsplan van rechtswege, alleen wordt deze opgesteld met de techniek welke in gebruik is volgens de huidige (of oude) wetgeving. Juridisch moet een TAM-Omgevingsplan ook voldoen aan de regels van het Bkl en de provincie. Een TAM-Omgevingsplan wordt met een andere techniek (IMRO i.p.v. STOP/TP) opgesteld, bekend gemaakt en beschikbaar gesteld. Daardoor is het niet mogelijk om het TAM-Omgevingsplan en de tekst van de bruidsschat in één bestand samen te voegen. Omdat het juridisch wel één Omgevingsplan vormt, wordt in de praktijk het TAM-Omgevingsplan als het ware als een nieuw hoofdstuk toegevoegd in het Omgevingsplan van rechtswege. Dit hoofdstuk wordt juridisch toegevoegd na Hoofdstuk 22 en voor de slotbepalingen. De naam van een TAM-Omgevingsplan begint met ‘TAM-Omgevingsplan’ gevolgd door een spatie en de rest van de plannaam. De IMRO-standaarden maken het niet mogelijk om een regeling te beginnen met een ander hoofdstuk dan hoofdstuk 1. De naamgeving van het hoofdstuk kan gewijzigd worden, maar hoofdstuk 1 blijft altijd zichtbaar.
De standaarden bieden ook geen mogelijkheid tot het gebruik van paragrafen. Ook voor de artikelen geldt dat deze in IMRO automatisch worden genummerd en dat de nummering bij ‘artikel 1’ begint. Voor het doel is de IMRO hoofdstuk- en artikelnummering echter onhoudbaar, omdat het Omgevingsplan van rechtswege al een hoofdstuk 1 en een artikel 1 kent. Deze nummers zijn dus al bezet. Om duidelijk te maken hoe een TAM-Omgevingsplan zich verhoudt tot de rest van het Omgevingsplan, wordt met voorliggend plan na het object Regels en voor het toevoegen van het object Hoofdstuk een preambule opgenomen. De preambule geeft aan hoe het TAM-Omgevingsplan in samenhang met de rest van het Omgevingsplan gelezen moet worden. 7.1.2 Uitwerking in de regels Ter plaatse van het plangebied is het Omgevingsplan gemeente Venray van toepassing. Dit Omgevingsplan is per 1 januari 2024 van rechtswege geldend. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn alle bestemmingsplannen in de gemeente Venray van rechtswege omgezet naar één Omgevingsplan. Deze bestemmingsplannen maken onderdeel uit van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan gemeente Venray. In het nieuwe deel van het Omgevingsplan zijn nog geen regels voor onderhavige locatie opgenomen. Hierom is op deze locatie het bestemmingsplan 'Ysselsteyn' leidend.
Voor het opstellen van onderhavig TAM-Omgevingsplan is dan ook aangesloten bij het bestemmingsplan 'Ysselsteyn'. Via dit TAM-Omgevingsplan wordt via de IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen het omgevingsplan gewijzigd. Het TAM-Omgevingsplan maakt juridisch gezien deel uit van het omgevingsplan, maar heeft technisch gezien het 'oude' formaat. De regels van het TAM-Omgevingsplan zijn onderverdeeld in diverse hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels met daaraan voorafgaand een preambule, Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten, Hoofdstuk 3 Beschermen van Waarden, Hoofdstuk 4 Algemene regels en Hoofdstuk 5 Overgangsregels. Hieronder wordt een nadere toelichting gegeven op deze hoofdstukken. Preambule In de preambule is opgenomen dat het TAM-Omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk in het Omgevingsplan gemeente Venray en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn
63
met het Omgevingsplan van rechtswege te voorkomen. Inleidende regels (hoofdstuk 1) De algemene bepalingen zijn opgenomen in Hoofdstuk 1 van onderhavig TAM-Omgevingsplan. Hoofdstuk 1 bevat onder meer het toepassingsbereik, de toepassing van de begripsbepaling, aanvullende begripsbepalingen, de toepassing van de meet- en rekenbepalingen, aanvullende meet- en rekenbepalingen, de aanvraagvereisten en de zorgplicht. Functies en activiteiten (hoofdstuk 2) In Hoofdstuk 2 van het TAM-Omgevingsplan is opgenomen welke functies en activiteiten binnen het plangebied zijn toegestaan. De in de regels opgenomen functies en activiteiten zijn in paragraaf 7.1.3 nader toegelicht. Beschermen van Waarden (hoofdstuk 3) In Hoofdstuk 3 van het TAM-Omgevingsplan zijn functies opgenomen ter bescherming van archeologische waarden en landschappelijke waarden in het gebied. Algemene regels (hoofdstuk 4) Hoofdstuk 4 van het TAM-Omgevingsplan bevat de algemene regels die van toepassing zijn op het plangebied zoals de algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels de anti-dubbeltelregel en overige regels zoals de werking van wettelijke regelingen, de voorrangsregels, voorwaardelijke verplichtingen en de regelset voor het woonprogramma.
Overgangsregels (hoofdstuk 5) In Hoofdstuk 5 van het TAM-Omgevingsplan zijn overgangsbepalingen opgenomen voor bouwwerken respectievelijk gebruik. 7.1.3 Functies en activiteiten Onderstaand worden de voor het plangebied opgenomen functies, zoals deze zijn opgenomen in Hoofdstuk 2 van voorliggen TAM-Omgevingsplan, kort toegelicht. Groen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bedoeld voor groenvoorzieningen, speel-, sport- en wandelgelegenheid, verblijfsgebied, kunstwerken, langzame verkeersroute(s), voorzieningen van openbaar nut, waterhuishoudkundige voorzieningen, bluswatervoorzieningen en andere bijbehorende bouwwerken. Daarnaast zijn binnen de functie zowel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, als paden en verhardingen toegestaan. Verkeer De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bedoeld voor; verkeer- en verblijfsdoeleinden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, wegen, paden, verhardingen, groenvoorzieningen, kunstwerken, parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, speelgebied, wandelgebied en bluswatervoorzieningen. Wonen Voor een groot deel van het plangebied is de functie 'Wonen' opgenomen. Binnen de functie 'Wonen' zijn 42 woningen toegestaan waarvan minimaal 10 sociale huur woningen, minimaal 4 sociale koopwoningen en minimaal 15 midden huur/ betaalbare koopwoningen.
Binnen de functie 'Wonen' zijn, naast woningen binnen het bouwvlak, waterhuishoudkundige voorzieningen en parkeervoorzieningen, paden en verharding, in- en uitritten, tuinen en erven toegestaan conform de planregels. Daarnaast zijn binnen de functie 'Wonen' bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
64
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn
toegestaan.
7.2
Procedure
Op de voorbereiding van een besluit tot wijziging van (een tijdelijk deel van) een Omgevingsplan is ingevolge artikel 16.30 Omgevingswet de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 Awb van toepassing. De te doorlopen procedure ziet er grofweg als volgt uit. 1.
Voorbereiding: de gemeente geeft op de daartoe voorgeschreven wijze kennis van het voornemen om het Omgevingsplan te wijzigen en geeft aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken.
2.
Ontwerp: de gemeente geeft op de daartoe voorgeschreven wijze kennis van de terinzagelegging van het ontwerp-Omgevingsplan, zodat iedereen gedurende een termijn van 6 weken dat het ontwerp-Omgevingsplan ter inzage ligt een zienswijze (schriftelijk of mondeling) kan indienen.
3.
Vaststelling: de gemeente stelt het (gewijzigde) Omgevingsplan vast en geeft daarbij aan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken, wat resultaten daarvan zijn en hoe invulling is gegeven aan het geldende betrokken, wat de resultaten daarvan zijn en hoe invulling is gegeven aan het geldende participatiebeleid. Het besluit tot vaststelling van het gewijzigde Omgevingsplan wordt op de daartoe voorschreven wijze bekendgemaakt, en tegelijkertijd wordt kennisgegeven van de terinzagelegging dit besluit.
4.
Inwerkingtreding: het gewijzigde Omgevingsplan treedt in werking op de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag waarop de gemeente het besluit op de daartoe voorgeschreven wijze bekend heeft gemaakt.
5.
Beroep: tegen het besluit tot wijzigen van het Omgevingsplan staat beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Woningbouw Ringweg-Kievitsweg Ysselsteyn
65