Bijlage 7 Toets ladder voor duurzame verstedelijking
Tekst van het document
Toets ladder voor verstedelijking Grootdorp 39, Merselo
duurzame
Opgesteld door: Datum: PlanIDN:
N.P.M. Maes 17 november 2025 NL.IMRO.0984.TAM25009-on01
Disclaimer tekst Bij het samenstellen van is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Het kan voorkomen dat informatie in deze rapportage niet juist of onvolledig is. De opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Mocht u van mening zijn dat er beeldmateriaal is gebruikt waarvoor u beeldrecht heeft, neem dan contact op via onze website of bovengenoemd adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgenomen of openbaar worden gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door kopieën, foto’s of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Inhoudsopgave 1.1.
Aanleiding
4
1.2.
Planvoornemen
4
1.3.
Ladder voor duurzame verstedelijking
10
1.4.
Stedelijke ontwikkeling
11
1.5.
Nieuwe stedelijke ontwikkeling
11
1.6.
Ruimtelijk verzorgingsgebied
12
1.7.
Behoefte
13
1.8.
Bestaand stedelijk gebied
23
Inleiding 1.1. Aanleiding De initiatiefnemer is sinds 2022 eigenaar van de locatie Grootdorp 39 in Merselo (hierna: “planlocatie”). De initiatiefneemster woont in de bestaande woning op de planlocatie en exploiteert in Gemert een zorginstelling. Vanuit de zorginstelling is er een structurele vraag naar nieuwe zorgplekken en de wens om de bestaande zorginstelling verder uit te breiden met een nieuwe zorglocatie waar zorg kan worden geboden in een rustige en groene omgeving en waar een directe verbinding kan worden gemaakt tussen de bewoners en hun directe omgeving. De planlocatie, centraal gelegen in Merselo, biedt unieke mogelijkheden om een nieuwe zorglocatie te realiseren in een groene en rustige omgeving waarin direct contact tussen bewoners en de samenleving mogelijk is. De realisatie van een nieuwe zorglocatie is echter niet rechtstreeks mogelijk binnen de bestaande planologisch-juridische regeling zoals opgenomen in het “Omgevingsplan gemeente Venray”. In totaal wordt voorzien in 3 zorggebouwen van elk 200 m2, een theehuisje, berging en schuur. 2 zorggebouwen voorzien in de permanente huisvesting van 24 deelnemers (cliënten) in het derde zorggebouw worden 8 slaapkamers voor 2 personen logeeropvang ingericht. Met deze ontwikkeling wordt voorzien in een uitbreiding van meer dan 500 m 2 bebouwing binnen bestaand stedelijk gebied.
De realisatie van het woonzorgcomplex valt daarnaast onder de definitie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook noodzakelijk. In dit document is de laddertoetsing opgenomen.
1.2. Planvoornemen 1.2.1.Permanent verblijf Op locatie worden twee zorgvoorzieningen voor elk 12 permanente deelnemers opgericht. De deelnemers verblijven structureel en onder 24-uurs begeleiding op locatie en gaan gemiddeld slechts één keer per twee weken naar huis. Het betreft 24 vaste woonplekken. Alle deelnemers hebben een hulpvraag in combinatie met een licht verstandelijke beperking of ontwikkelingsachterstand en kunnen door hun eigen persoonlijke kring niet de juiste zorg en ondersteuning worden geboden. Het Leefhuis werkt volgens de principes van koersvrijheid, groeigeluk, verbinding en vertrouwen en ontwikkelkracht. Er wordt ondersteuningsgericht gewerkt, hetgeen betekent dat de begeleiding zich richt op wat een deelnemer nodig heeft om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen en te kunnen functioneren in het dagelijks leven. De focus ligt hierbij niet op de beperking, maar op de ondersteuningsbehoefte: wat heeft iemand nodig om zich veilig, begrepen en competent te voelen? De begeleiding sluit aan bij de wensen, mogelijkheden en het tempo van de deelnemer, met als doel zoveel mogelijk zelfstandigheid, eigen regie en kwaliteit van leven. Afhankelijk van het niveau van de deelnemer wordt ingezet op verder ontwikkelen of behouden van wat er is, het bieden van rust en het creëren van een veilige en vertrouwede plek om te zijn.
De ondersteuningsgebieden sluiten daarom altijd aan bij de individuele situatie en helpen om een passende begeleiding te bieden, gericht op ontwikkeling waar het kan, comfort, stabiliteit en kwaliteit van leven waar dat belangrijker is. Het bieden van veiligheid, comfort en stabiliteit begint dan ook bij het aanbieden van permanente plekken voor maximaal 24 deelnemers. De deelnemers verblijven gedurende de gehele week op locatie en onder constante zorg en begeleiding van zorgprofessionals. Alle begeleiding wordt verzorgd door SKJ-
geregistreerde hbo’ers of mbo4-professionals onder begeleiding van een eigen orthopedagoog en toegepast psycholoog. Om een veilige en geborgen setting te creëren is er voor gekozen om twee kleinschalige woonzorggebouwen op te richten waarin maximaal 12 deelnemers verblijven. Elke deelnemers heeft een eigen slaapkamer waar hij of zij zich in een vertrouwde omgeving kan terugtrekken en een gevoel van privé heeft. Overige ruimtes, zoals de woonkamer, activiteitenruimte en keuken worden gedeeld. Activiteiten vinden zowel binnen in de woonzorggebouwen als buiten in de tuin van de zorgvoorziening plaats. Afhankelijk van het niveau en de behoefte van deelnemers worden diverse activiteiten aangeboden in de zorgvoorziening en daarbuiten. Om de sociale interactie met de omgeving te bevorderen worden daar waar mogelijk activiteiten ondernomen in Merselo. Het initiatief past daarmee binnen de transformatiegedachte van de zorg die gericht is op normalisering, tijdelijkheid, ontwikkelgerichte zorg en een zo thuis mogelijke setting. Aan het basisprincipe dat zorg het best zo thuis mogelijk bij eigen ouders/verzorgers kan worden geboden kan door omstandigheden in het gezin of door de complexe problematiek niet altijd worden voldaan. In die situaties is het dan toch goed dat deelnemers ergens anders gaan wonen.
In lijn met de gedachte ‘zo thuis mogelijk’ wordt door het Leefhuis een kleinschalige en vertrouwde woonomgeving geboden met duidelijkheid en vastigheid. In deze woonomgeving wordt gewerkt aan de verdere ontwikkeling van deelnemers in samenwerking met opgeleide zorgprofessionals met het doel de deelnemer verder te laten ontwikkelen en groeien. In lijn met de normaliseringsgedachte wordt met deelnemers gewerkt aan doelen die ze wél kunnen realiseren, ontwikkelgericht en afgestemd op de individuele deelnemer. Met eigen zorgprofessionals en het bieden van een veilige en geborgen setting wordt een sterke pedagogische omgeving gecreëerd waarbinnen optimale voorwaarden aanwezig zijn voor de deelnemer om te groeien. Met de ligging van de woonzorgvoorziening in de kern Merselo is een bewuste keuze gemaakt om er voor te zorgen dat de deelnemers onderdeel worden van het sociale netwerk en integreren in hun omgeving. Deze sociale interactie wordt bevorderd door gedeeltelijke openstelling van de voorzieningen (theetuin, speeltuin, speelweide) voor o.a. omwonenden. De deelnemers zijn voornamelijk jeugdigen en jong volwassenen en verblijven voor onbepaalde tijd op de locatie. Het betreft in dit geval voornamelijk deelnemers die vallen onder de Jeugdwet en de Wlz PGB.
Ook worden per jaar één a twee plekken ingevuld voor kinderen die bijvoorbeeld door jeugdbescherming uit huis worden geplaatst (pleegzorg). In de basis verblijven deelnemers permanent en voor lange tijd in de nieuwe woonzorgvoorziening. Daar waar de gezinssituatie en de ontwikkeling van de deelnemer het toelaten, of de deelnemer en zijn verzorgers een keuze maken voor een andere woonplek, kan uiteindelijk ook weer uitstroom van deelnemers plaatsvinden. Reguliere ouderenopvang en/of verpleeghuiszorg is uitgesloten. 1.2.2.Logeeropvang Op dit moment worden al, indien ruimte beschikbaar is, slaapplekken beschikbaar gesteld voor jeugdigen en jong volwassenen in de jeugdzorg. Omdat er echter een structureel tekort aan voldoende slaapplekken is kan aan deze vraag nauwelijks gehoor worden gegeven. Vanuit haar ambitie is Het Leefhuis voornemens om, naast de permanente opvang, een logeeropvanglocatie te realiseren binnen het plangebied. Om hierin te voorzien wordt een logeeropvang met 8 slaapkamers voor elk twee personen, in totaal 16 slaapplekken, gerealiseerd. Deelnemers verblijven hier bijvoorbeeld gedurende weekenden, of andere kortdurende periodes van 2 tot 3 dagen aaneengesloten dagen. Met dit initiatief wordt aangesloten bij de productcatologus en de productcodes zoals deze gehanteerd worden binnen de regio Noord-Limburg voor het product ‘Logeren’.
Logeren bij Het Leefhuis wordt een specialistische vorm van zorg die aansluit bij de productcatologus Noord-Limburg en aanvullend is op de inzet van het systeem van steungezinnen. Het logeren is daarbij geen op zichzelf staand doel maar wordt altijd gekoppeld aan tijdelijke- begeleidings- en/of behandeldoelen. Waar het netwerk en steungezinnen opvang kunnen bieden bij lichtere ondersteuningsvragen, richt Het
Leefhuis zich op de meer complexe hulpvragen waarvoor professionele en gespecialiseerde begeleiding noodzakelijk is. Op deze manier draagt logeren bij aan het ontlasten van ouders en verzorgers, het behoud van de thuissituatie en het voorkomen van zwaardere vormen van hulp zoals residentiële jeugdzorg of uithuisplaatsing. In de logeeropvang staat professionele begeleiding centraal. Deze begeleiding wordt verzorgd door SKJgeregistreerde hbo’ers en mbo4-professionals. De opvang is kleinschalig, huiselijk en met aandacht voor dagstructuur, sociale interactie, ontspanning en het behalen van persoonlijke ontwikkelingsdoelen. De orthopedagoog en toegepaste psycholoog van Het Leefhuis hebben een belangrijke rol in de logeeropvang: Ze zijn verantwoordelijk voor de inhoudelijke aansturing, methodische onderbouwing en periodieke evaluatie van de voortgang. Hiermee wordt gewaarborgd dat de logeeropvang niet alleen ontlast, maar ook doelgericht bijdraagt aan ontwikkeling en stabiliteit. De logeeropvang is flexibel inzetbaar: in weekenden, vakanties, dagdelen of etmalen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen licht/midden en zwaar logeren conform de productcodes uit de regionale productcatologus.
Deze differentiatie maakt maatwerk mogelijk, afgestemd op de ondersteuningsbehoefte van jeugdigen en het gezin, waarbij altijd gewerkt wordt aan ontwikkelingsdoelen die bijdragen aan groei, normalisering en het versterken van het eigen netwerk. Aansluiting bij de transformatieopgave Noord-Limburg In de segmentoverstijgende inleiding van de nieuwe aanbesteding Jeugd wordt ingezet op: • Normaliseren en versterken van het netwerk; • Voorkomen van residentiële jeugdhulp; • Tijdige en passende ondersteuning in de eigen omgeving. Deze uitgangspunten worden door het Leefhuis volledig onderschreven. Waar de regio inzet op alternatieven zoals buurtgezinnen, Steun door Jou en deeltijdpleegzorg, zijn deze oplossingen in de praktijk niet altijd beschikbaar of passend. Vooral bij jeugdigen met gedragsregluatieproblemen, ontwikkelingsachterstanden, autisme, ADHD, emotieregulatie- en prikkelverwerkingsproblemen of combinatieproblematiek is professionele nabijheid en methodisch werken vereist. In die gevallen biedt de logeeropvang bij Het Leefhuis een noodzakelijke tussenvoorziening die voorkomt dat gezinnen vastlopen of dat jeugdigen uit huis geplaatst moeten worden. De logeeropvang is gericht op de ontwikkeling van het kind, ondersteunend aan de thuissituatie doordat ondersteuning wordt geboden bij complexe hulpvragen en ontlasting van ouders/verzorgers/steungezinnen mogelijk maakt.
In de logeeropvang wordt gewerkt aan inhoudelijke doelen voor deelnemers op pedagogisch vlak, het opdoen van sociale contacten en interactie en het werken aan gedrag en gedragsregulatieproblemen. Ook wordt er gewerkt aan zelfredzaamheid en zelfstandigheid, aan gedrag en aan het bieden van voorspelbaarheid, veiligheid en duidelijke kaders. Er wordt geoefend met dagelijkse vaardigheden, het vergroten van emotieregulatie en prikkelverwerking, het versterken van functies en het bevorderen van participatie en betrokkenheid. Dit zorgt voor directe verlichting van de zorgbelasting voor ouders en verzorgers en ondersteund het kind op meerdere ontwikkelingsgebieden. Logeren is geen lichte of informele ondersteuning, maar een specialistische voorziening die aanvullend is op het voorliggend veld. Het vraagt om methodisch werken, continu professioneel toezicht en een veilige, pedagogisch ingerichte omgeving en kan om deze reden niet zomaar door het voorliggend veld worden opgevangen. Zeker bij jongeren met bovengenoemde problematiek is deskundige begeleiding noodzakelijk. Binnen Het Leefhuis wordt deze begeleiding geborgd door SKJ-geregistreerde hbo’ers en mbo4professionals, ondersteund door een orthopedagoog en toegepaste psycholoog die inhoudelijke sturing en
evaluatie verzorgen. Hiermee waarborgen wij dat logeeropvang niet alleen ontlast, maar ook doelgericht bijdraagt aan ontwikkeling en stabiliteit. De logeeropvang is een preventieve en toekomstbestendige voorziening die voorkomt dat problematiek escaleert en zwaardere vormen van jeugdhulp noodzakelijk worden. Door tijdelijke ontlasting te bieden aan ouders en verzorgers, wordt de draagkracht van gezinnen vergroot en wordt bijgedragen aan het behoud van de thuissituatie. Tegelijkertijd wordt binnen de logeeropvang doelgericht gewerkt aan de ontwikkelingsdoelen van jeugdigen, onder begeleiding van hbo- en mbo-professionals en vindt inhoudelijke sturing door de eigen orthopedagoog en toegepast psycholoog plaats. De opvang kan flexibel worden ingezet, variërend van weekend- en vakantieopvang tot kortdurende dagdelen of etmalen. Deze maatwerkbenadering sluit aan bij de hervormingsagenda en de productcodes in de regionale productcatalogus. Zo wordt op het juiste moment de juiste ondersteuning geboden, passend bij de specifieke hulpvraag en afgestemd op de transformatiedoelen van de regio. De inrichting van de logeeropvang is stevig verankerd in de kernwaarden van Het Leefhuis: koersvrijheid, groeigeluk, vertrouwen en verbondenheid, en ontwikkelkracht. Deze kernwaarden vormen de rode draad in het handelen en geven richting aan de manier waarop jeugdigen worden begeleiden.
Binnen de logeeropvang worden structuur en voorspelbaarheid met ruimte voor eigen regie (koersvrijheid) gecombineerd. Er wordt een omgeving gecreëerd waarin jeugdigen kunnen groeien en geluk ervaren (groeigeluk). Vertrouwen en verbondenheid zijn de basis voor veilige relaties met begeleiders en mededeelnemers, terwijl de organisatie met ontwikkelkracht en methodisch werken gericht is op duurzame ontwikkeling. Zo maken de kernwaarden de logeeropvang niet alleen tot een tijdelijke vorm van ontlasting, maar ook tot een plek waar blijvende groei en versterking van gezinnen centraal staan. Samenwerking met lokale partners Het Leefhuis werkt actief samen met lokale partners zoals basisscholen, welzijnsorganisaties, wijkteams en huisartsen. Bij aanmelding en plaatsing van een jeugdige wordt altijd samen met verwijzers, en dan met name gemeenten en hun consulenten, afgestemd met het voorliggend veld om te beoordelen of logeeropvang de meest passende vorm van ondersteuning is of dat mogelijk lichtere alternatieven mogelijk zijn. Het Leefhuis onderhoud korte lijnen met scholen en leerkrachten om de ontwikkeling van het kind te monitoren en waar nodig gezamenlijk doelen te formuleren. Met welzijnsorganisaties wordt afgestemd over de logeeropvang, informele ondersteuning en het versterken van het netwerk rondom het gezin.
Betrekken en versterken van het eigen netwerk Voorafgaand aan en tijdens de logeeropvang brengt het Leefhuis samen met het gezin het bestaande netwerk in kaart. Ouders en verzorgers worden gestimuleerd om gebruik te maken van hun eigen netwerk en bieden ondersteuning bij het versterken hiervan, bijvoorbeeld door netwerkgesprekken of het betrekken van steungezinnen. Waar mogelijk wordt logeeropvang gecombineerd met informele ondersteuning, zodat de zorg zo licht en dichtbij mogelijk blijft. Er wordt samen met het gezin gewerkt aan het vergroten van de zelfredzaamheid en het benutten van eigen kracht en mogelijkheden. Dit wordt vastgelegd in een integraal ondersteuningsplan. Afstemming en gezamenlijke evaluatie De voortgang van de jeugdige wordt periodiek geëvalueerd in samenspraak met het gezin, het netwerk en betrokken professionals uit het voorliggend veld. De doelen uit het ondersteuningsplan worden geëvalueerd. Indien nodig wordt de ondersteuning (het ondersteuningsplan) bijgesteld of wordt samen
gezocht naar alternatieven binnen het lokale aanbod. Zo wordt gezorgd voor een integrale aanpak en een soepele overgang tussen verschillende vormen van ondersteuning. Normalisering Met dit woonzorgcomplex wordt bewust gekozen voor een plek midden in het dorp, omdat normalisering voor het Leefhuis twee kanten heeft. De ene kant gaat het om het normaliseren van mensen met een hulpvraag binnen de gemeenschap: deelnemers wonen gewoon tussen andere dorpsbewoners, nemen deel aan het dorpsleven en worden gezien als mede-inwoners in plaats van als een aparte groep. Door laagdrempelige ontmoeting, open communicatie en dagelijkse zichtbaarheid ontstaat vanzelfsprekend contact en inclusie. Er is dan ook nadrukkelijk geen sprake van een gesloten vorm van woonzorg. Aan de andere kant betreft normalisering de wijze waarop met zorgvragen wordt omgegaan. Een hulpvraag wordt niet groter gemaakt dan noodzakelijk is. Passende ondersteuning wordt geboden zonder te groot te maken en te over professionaliseren en er wordt ruimte gelaten voor iemands eigen kracht en het dagelijks functioneren van de zorgvrager. Binnen dit woonzorgproject wordt begeleiding op maat geboden, in proportie met de daadwerkelijke zorgbehoefte De zorg is dichtbij, zichtbaar en praktisch, maar niet verzwaard of geïsoleerd.
Op deze manier versterken beide vormen van normalisering elkaar: deelnemers leven gewoon mee in het dorp, terwijl hun ondersteuningsvraag op een normale, beheerste en passende wijze wordt opgepakt. Zo ontstaat een woonomgeving die bijdraagt aan inclusie, zelfredzaamheid en een gezonde balans tussen zorg en gemeenschap. Met de realisatie van een logeeropvanglocatie in Merselo wordt een waardevolle voorziening toegevoegd aan het bestaande jeugdzorgaanbod in Noord-Limburg. Het Leefhuis heeft reeds een goedlopende logeeropvang in Gemert (Zuidoost-Brabant), waar aantoonbare ervaring is opgedaan met het bieden van professionele en kleinschalige opvang. Vanuit die bewezen praktijk wordt bijgedragen aan de verdere uitbreiding van dit aanbod, zodat nog meer deelnemers en gezinnen kunnen worden ondersteunen. Doelstellingen van de transformatie en de Hervormingsagenda Jeugd worden gecombineerd – het normaliseren waar mogelijk, het voorkomen van residentiële plaatsingen en het versterken van gezinnen – met een professioneel, toekomstbestendig en regionaal passend aanbod. Zo wordt ingespeeld op de actuele behoeften van ouders, jeugdigen en gemeenten, en wordt bijgedragen aan een duurzaam en toekomstgericht jeugdzorgstelsel. Op locatie worden alle voor de deelnemers noodzakelijke voorzieningen gerealiseerd. Een wooneenheid met 12 slaapkamers vormt de basis van de voorziening.
Elke deelnemer heeft een eigen slaapkamer met eigen sanitaire voorzieningen. In de wooneenheid leven ze samen met andere deelnemers waarbij ze gebruik maken van een gedeelde woonkamer en keuken. Sanitaire voorzieningen en hobby- en werkruimtes
zijn ook aanwezig in de wooneenheid. De wooneenheden hebben een minimale oppervlakte van 200 m2 (10 meter bij 20 meter).
1: Nieuwe zorglocatie
Op het buitenterrein worden verschillende voorzieningen gerealiseerd voor de deelnemers. Omdat het merendeel van de bewoners jeugdigen en jongvolwassenen betreft worden binnen het plangebied een speeltuin, moestuin, en groene buitenruimte ingericht waarin de deelnemers kunnen spelen, rust kunnen vinden en zich verder kunnen ontwikkelen. Om de binding en het contact met de directe omgeving te stimuleren wordt tevens een thee-/koffiehuisje gebouwd waarin inwoners van Merselo en andere personen buiten de zorgvoorziening gedurende gezette tijden zelfgemaakte producten kunnen kopen en eventueel kunnen nuttigen onder het genot van koffie of thee. Hierbij valt te denken aan taart, jam, compote e.d. met producten uit de eigen moestuin en bijvoorbeeld verkoop van groenten en fruit uit eigen moestuin. De gedurende de dagbesteding gemaakte producten kunnen hier ook worden verkocht. Ook de speeltuin en de het sportveld is gedurende gezette tijden geopend voor kinderen uit Merselo. Op deze wijze wordt ingezet op inclusie en een sterke sociale binding met de directe omgeving. In de uitwerking van de plannen is gebleken dat het nemen van enkele akoestische maatregelen noodzakelijk is om een acceptabel woon- en leefklimaat te borgen voor omwonenden. Deze akoestische maatregelen bestaan onder andere uit het aanleggen van een grondwal en het plaatsen van geluidsschermen.
Een geluidsscherm wordt geplaatst aan de noordzijde van het terras zolang fase 3 van de zorgvoorziening nog niet is gerealiseerd. Het tweede geluidsscherm wordt geplaatst op de grens met de aan de noordzijde grenzende percelen. Deze akoestische maatregelen hebben invloed gehad op de indeling van het perceel. Door de aanleg van de grondwal ter hoogte van de zuidgevel van fase 3 en het plaatsen van geluidsschermen wordt een acceptabel woon- en leefklimaat met betrekking tot het aspect geluid gegarandeerd.
De ruimte tussen de nieuw aan te leggen grondwal en fase 3 van de zorgvoorziening wordt een geluidsluwe ruimte en ingericht als prikkelarme ruimte voor bewoners. Op dit deel van het perceel worden enkele fruitbomen en andere beplanting aangeplant en kunnen deelnemers tot rust en tot zichzelf komen. Op dit deel van het perceel vinden geen andere activiteiten plaatsen. Dit betekent dat ook het geplande theehuisje naar de zuidzijde van het perceel is verplaatst. Deze wijzigingen, die betrekking hebben op het gebruik van de gronden en niet op de bebouwing en de parkeerplaatsen, komen tegenmoet aan de wensen van omwonenden. Dit 3de en definitieve stedenbouwkundige concept vormt de basis voor de planologischjuridische regeling. Akoestische maatregelen Op het terrein worden diverse akoestische maatregelen getroffen om geluidsuitstraling naar omliggende woningen tot een minimum te beperken. Ter hoogte van de nieuwe speeltuin wordt een grondwal aangelegd. Aan de noordzijde van het terras wordt een geluidsscherm geplaatst. En ook in de nog nieuw aan te leggen groenstrook op de noordgrens van het perceel wordt een akoestisch scherm geplaatst. Op de noordelijke perceelsgrens is in 2024 een hekwerk met doek geplaatst. Dit hekwerk wordt aangepast/vervangen om als akoestisch scherm te kunnen functioneren.
Daarnaast zijn in dit ruimtelijke plan maximale aantallen bezoekers en gebruikers opgenomen die tegelijk gebruik mogen maken van buitenvoorzieningen als het terras, de speeltuin en het sportveld. Door gebruiksregels in het plan op te nemen worden de maximale aantallen personen op locatie geborgd. Spuitvrije zone Met de realisatie van de nieuwe zorgvoorziening wordt een nieuwe gevoelige functie mogelijk gemaakt op locatie. De nieuwe planologisch-juridische regeling maakt het permanent verblijf van personen op locatie mogelijk en voorziet in ruimere bouwmogelijkheden dan de huidige situatie. In dit kader dient dan ook rekening te worden gehouden met het gezondheidsaspect waarvan het aspect ‘gewasbestrijdingsmiddelen’ een onderdeel is. Het oprichten van gevoelige functies binnen 50 meter van gronden waarop het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen mogelijk is is niet toegestaan. Ten oosten en zuiden van percelen 741 en 742 liggen percelen (677 en 761) met de hoofdfunctie “Agrarisch met waarden”. In de regels is voor deze gronden geen verbod op het gebruik van gewasbestrijdingsmiddelen opgenomen. Een groot gedeelte van perceel 741 en 742 ligt binnen 50 meter van deze gronden waardoor realisatie van de zorgvoorziening zonder een beperking van de mogelijkheid van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen feitelijk niet mogelijk is.
Voor de systematiek van de regels is aangesloten bij het bestemmingsplan “Woningbouw Vlakwater II”. Initiatiefnemers hebben in 2024 percelen 741 en 742 aangekocht met het doel een oplossing te vinden voor de problematiek rondom het gebruik van gewasbestrijdingsmiddelen. Op percelen 741 en 742 wordt de planologisch-juridische regeling dan ook zo aangepast dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is uitgesloten. Op deze wijze wordt ten aanzien van het aspect ‘gewasbestrijdingsmiddelen’ een haalbare oplossing gecreëerd.
1.3. Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder is een wettelijk verplicht motiveringsinstrument, waaraan iedere ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ moet worden getoetst. In artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving is de volgende instructieregel opgenomen: “Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met:
a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien.” Met het voorliggende TAM-omgevingsplan wordt de hoofdfunctie van de locatie gewijzigd van “Wonen” naar “Maatschappelijk” met de aanduidingen ‘zorghuis’ en ‘theehuis’ en kunnen binnen deze hoofdfunctie drie zorggebouwen en de daarbij behorende functies en voorzieningen worden gerealiseerd. Ter plaatse van de aanduiding ‘theehuisje’ kan tevens een theehuisje worden gerealiseerd. Ook worden een schuur voor de opslag van tuinmaterialen, zowel privé als voor de zorgvoorziening, en een berging gerealiseerd waarin buitenspullen, buitenspeelgoed en andere zaken van de zorgvoorziening worden opgeslagen. Gezien het ruimtebeslag, dat groter is dan > 500 m 2, betreft het plan een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling. De locatie bevindt zich, door de ligging in het voormalig bestemmingsplan “Merselo” en het feit dat de gronden onderdeel uitmaken van de huidige woning op Grootdorp 39 in Merselo, binnen het bestaand stedelijk gebied.
Daarom is dit onderzoek gericht op de behoefte aan de ontwikkeling binnen het relevante verzorgingsgebied. Het onderzoek is opgebouwd uit de volgende vragen: 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? 2. Is de stedelijke ontwikkeling ‘nieuw’? 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Zo nee, waarom kan niet binnen bestaand stedelijk gebied in de behoefte worden voorzien?
1.4. Stedelijke ontwikkeling Artikel 5.129 g van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. De aard en omvang van de ontwikkeling in relatie met de omgeving bepaalt of het plan voldoende substantieel is. Bij nieuwbouw en uitbreiding van overige stedelijke functies, zoals zorg, ligt de ondergrens in beginsel bij een ruimtebeslag van 500 m 2. Het planvoornemen voorziet in een ruimtebeslag groter dan 500 m2. Ten behoeve van de nieuwe zorgvoorziening worden 3 zorggebouwen van elk 200 m2, een schuur van 300 m2, een theehuis van circa 16 tot 20 m2 en een berging van circa 20 – 30 m2 opgericht. Hiermee overschrijdt de ontwikkeling de ondergrens van 500 m2.
1.5. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet worden of er een nieuw of groter beslag op de ruimte is dan het geldende omgevingsplan toestaat. In het geldende omgevingsplan heeft de locatie de hoofdfunctie “Wonen”. Op locatie staan een woning en enkele bijgebouwen. De woning en bijgebouwen blijven behouden. Naast de bestaande bebouwing worden de in paragraaf 1.2.1 beschreven oppervlaktes nieuwe bebouwing toegevoegd. Er is dan ook sprake van een groter ruimtebeslag. Het geldend omgevingsplan laat deze oppervlaktes aan bebouwing en de nieuwe zorgfunctie niet toe. Om deze reden is een TAM-omgevingsplan noodzakelijk om het gebruik en de toename aan oppervlakte van bebouwing mogelijk te maken.
Op basis van bovenstaande wordt dan ook geconcludeerd dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
1.6. Ruimtelijk verzorgingsgebied Met het plan wordt voorzien in de realisatie van 24 plekken voor permanent begeleid/beschermd wonen en 16 slaapplekken voor logeeropvang, primair voor jeugdigen en jong-volwassenen. Anders dan bij grote zorgaanbieders die contracten hebben met omliggende gemeenten wordt zorg van de toekomstige bewoners, net als bij de zorglocaties in Gemert en Heibloem, voor het overgrote deel ingekocht door ouders/verzorgers via pgb-budget vanuit de WLZ. Daarnaast vindt incidenteel inkoop via WMO en de jeugdwet plaats. Het initiatief wordt ontwikkeld door een bestaande, kleinschalige zorgorganisatie met zorglocaties in Gemert en Heibloem. Anders dan grote, regionaal gecontracteerde instellingen, wordt de zorg binnen deze organisatie in de meeste gevallen niet via gemeentelijke inkoopcontracten gefinancierd, maar hoofdzakelijk via persoonsgebonden budgetten (pgb’s) in het kader van de Wet langdurige zorg (WLZ). Bij de huidige deelnemers (cliënten) van de zorginstelling wordt voor 76 van de 77 personen de zorg gefinancierd via de WLZ of de Jeugdwet; slechts één cliënt ontvangt financiering via de WMO. Dit onderstreept het landelijke karakter van de zorgverlening en geeft aan dat de organisatie nauwelijks afhankelijk is van gemeentelijke contracten. De WLZ-zorg is formeel niet locatiegebonden.
Uit een enquête onder ouders en verzorgers van al bestaande deelnemers blijkt dat de feitelijke bereidheid tot reizen voor zorg en logeeropvang beperkt is tot circa 30 kilometer vanaf de woonplaats. Ouders geven aan dat zij de nabijheid van de zorglocatie van groot belang vinden, zowel voor het bezoek aan hun kind als voor praktische betrokkenheid bij de zorgverlening. Gezien de beperkte beschikbaarheid van permanente woonlocaties wordt dus in de meeste gevallen echter een relatief grote afstand tot de woonplaats geaccepteerd. Op basis van deze gegevens is het ruimtelijk verzorgingsgebied van de toekomstige zorglocatie in Merselo bepaald op een straal van circa 30 kilometer rondom de projectlocatie. Dit verzorgingsgebied wordt beschouwd als de reële afzetmarkt van de zorglocatie. Bij een straal van 30 kilometer rondom Merselo (gemeente Venray) vallen de volgende gemeenten geheel of grotendeels binnen het verzorgingsgebied: • Gemeente Venray • Gemeente Horst aan de Maas • Gemeente Peel en Maas • Gemeente Leudal • Gemeente Weert • Gemeente Nederweert • Gemeente Deurne • Gemeente Asten • Gemeente Someren • Gemeente Gemert-Bakel • Gemeente Helmond • Gemeente Laarbeek • Gemeente Boekel • Gemeente Land van Cuijk
• Gemeente Maashorst (vooral de kernen Zeeland en Odiliapeel) • Gemeente Bergen (L.) • Gemeente Gennep Binnen deze regio wonen gezamenlijk ruim 600.000 inwoners, waarvan op basis van landelijke cijfers ongeveer 2,5 tot 3% behoort tot de doelgroep die in aanmerking komt voor vormen van beschermd of begeleid wonen. Dat betekent dat binnen het verzorgingsgebied potentieel tussen de 15.000 en 18.000 personen behoren tot de doelgroep van deze ontwikkeling. Daarmee is sprake van een ruim voldoende en aantoonbaar verzorgingsgebied voor de beoogde 24 vaste woonplekken en 16 logeerplekken.
1.7.
Behoefte
Voor een correcte bepaling van de behoefte is allereerst in een duiding van het karakter van de te verlenen zorg van belang. Zoals al omschreven in paragraaf 1.5 is de verwachting, dat net als de bestaande deelnemersgroep, het merendeel van de deelnemers van de nieuwe zorgvoorziening gebruik zal maken van de Jeugdwet en de WLZ. De WLZ voorziet in langdurige zorg voor mensen met een blijvende zorgbehoefte. De financiering geschiedt in dit geval vrijwel geheel via pgb’s (persoonsgebonden budgetten). Dit betekent dat ouders en verzorgers zelf de aanbieder kunnen kiezen bij wie zij zorg willen inkopen. De WLZ is niet locatiegebonden. Een budget dat wordt toegekend, kan in principe bij iedere erkende zorgaanbieder in Nederland worden besteed. Ouders en verzorgers zijn dus niet gebonden aan een specifieke regio of een door de gemeente gecontracteerde instelling. In tegenstelling tot de WMO waar gewerkt wordt door gemeenten met gecontracteerde aanbieders is dit in de WlZ niet het geval. Daar waar er een goed overzicht is van het aantal personen in de WMO, het aantal gecontrarieerde zorgvoorzieningen en daarmee ook de wachtlijsten is dit bij de WlZ-zorg niet het geval. 1.7.1.Stelselcontext: Wlz, Jeugdwet en Wmo • WlZ (Wet langdurige zorg) is bedoeld voor mensen die blijvend 24/7 toezicht of zorg dichtbij nodig hebben.
Dat betreft vooral ouderen en (jong)volwassenen met een blijvende, zwaardere grondslag (o.a. VG). Jongeren komen ook in de Wlz, maar vormen een kleiner deel van het totaal. Wlz-zorg wordt regionaal uitgevoerd via zorgkantoren (in Noord- en Midden-Limburg is dit VGZ Zorgkantoor). • Jeugdwet (gemeenten) regelt jeugdhulp voor 0–18 (en soms tot 23) jaar, variërend van ambulant tot jeugdhulp met verblijf. Een deel van deze groep stroomt door naar de Wlz (o.a. jongvolwassenen met VG-grondslag). Landelijk ontving in 2024 circa 10,6% van alle jongeren jeugdhulp; een relevant deel betrof verblijf. • Wmo 2015 (gemeenten) ondersteunt volwassenen bij participatie/zelfredzaamheid (o.a. begeleiding, beschermd wonen). Jongeren in jeugdhulp kunnen doorstromen naar Wmobegeleiding of bij blijvende en zwaardere zorgbehoefte naar de Wlz
1.7.2. Beperkte registratie jeugdzorg Cijfers die goed inzicht geven in de wachttijden in de jeugdzorg zijn er niet. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de ggz die vanuit de Zorgverzekeringswet gefinancierd wordt, waar wel inzicht in aard en omvang van wachttijden is. Het Centraal Bureau voor de Statistiek verzamelt geen gegevens over wachttijden in de jeugdzorg en ook geen gegevens waar wachttijden uit zouden kunnen worden afgeleid. Sommige aanbieders publiceren wachttijden op hun website maar afgezien van de vraag in hoeverre deze actueel en vergelijkbaar zijn, geven deze geen informatie over het aantal jeugdigen dat op zorg wacht. Dat inzicht in de exacte aard en omvang van wachtlijsten en wachttijden in de jeugdzorg ontbreekt, heeft ook te maken met verschillende definities van wachttijden die gehanteerd worden en met het feit dat verschillende betrokken instanties verschillende registratiesystemen gebruiken. Dit zijn vaak systemen die vanwege privacywetgeving niet aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Hoewel duidelijk is dat er wachttijden zijn, is niet bekend hoe lang er gewacht moet worden op welke vormen van zorg en is er evenmin inzicht in verschillen tussen gemeenten en regio’s. Ook de jeugdbeschermingsregio’s hebben geen goed overzicht van kinderen met een maatregel die wachten op zorg.
Er zijn wel initiatieven om het inzicht in wachttijden te vergroten, zoals het Team Aanpak Wachttijden van het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd. 1.7.3.Wachtlijsten jeugdzorg Het inzichtelijk maken van wachtlijsten in de jeugdhulp, waarop het initiatief zich primair richt blijkt, op basis van informatie van de Nederlandse Jeugdautoriteit, lastig kwantificeerbaar en lokaal te maken zijn. Het doel van de Nederlandse jeugdautoriteit is om als overheidsinstantie problemen met de continuïteit van jeugdhulp te signaleren en te helpen oplossen. De Jeugdautoriteit is onderdeel van het ministerie van VWS en is per 1 januari 2019 in de plaats gekomen van de Transitie Autoriteit Jeugd (TAJ). Zij stelt het volgende: “In de beeldvorming over de jeugdzorg spelen wachtlijsten en wachttijden een grote rol. Wachtlijsten in de jeugdzorg zijn echter verre van nieuw”… Al in 1995 verscheen een rapport van een ambtelijke werkgroep van de ministeries Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Justitie en Veiligheid over wat toen werd genoemd “de toegangsproblematiek”. Geconstateerd werd dat jeugdigen niet snel genoeg toegang hadden tot de benodigde zorg. Dit werd destijds voor een deel geweten aan toegenomen vraag ten opzichte van het beschikbare aanbod en voor een deel aan verstopping en doorstroomproblemen.
De Rijksoverheid reageerde hierop door extra incidentele middelen voor de jeugdzorg vrij te maken, maar de onderliggende oorzaken werden ongemoeid gelaten en de wachtlijsten en wachttijden bleven.1 De Nederlandse jeugdautoriteit geeft aan dat er geen volledig en actueel inzicht is in de wachttijden binnen de jeugdzorg, mede door het ontbreken van uniforme registraties en privacybeperkingen. Cijfers verschillen per onderzoek, maar er zijn duidelijke signalen dat veel jongeren lang moeten wachten op zorg; soms loopt dit op tot maanden. Initiatieven om meer zicht te krijgen op de wachttijden zijn wel in gang gezet, maar betrouwbare landelijke gegevens ontbreken vooralsnog. 2 Er zijn wel onderzoeken die een indicatie geven van de problematiek. Zo wees een onderzoek in 2021 uit dat 81% van de jeugdigen die zorg nodig heeft op zorg moet wachten. De gemiddelde wachttijd was 44 weken. De Nederlandse jeugdautoriteit gaat verder in op de oorzaken van wachtlijsten. De wachttijden in de jeugdzorg ontstaan door een mismatch tussen vraag en aanbod, waarbij het gebruik van jeugdzorg sterk is toegenomen. Dit betekent echter niet altijd dat er te weinig zorg is in totaal: het probleem zit vooral in de verdeling. Voor sommige vormen van zorg is de vraag groter dan het aanbod, terwijl andere zorgvormen juist minder worden benut.
1 2
5. Wachtlijsten en wachttijden | Jeugdautoriteit 5. Wachtlijsten en wachttijden | Jeugdautoriteit
Daarnaast spelen organisatorische en financiële factoren een rol, zoals lange indicatieprocedures, te beperkte indicaties waardoor zorg langer moet worden voortgezet, budgetplafonds, en doorstroomproblemen binnen de keten. Ook personeelskrapte, vooral binnen de jeugdbescherming, draagt bij aan wachttijden. De grootste knelpunten doen zich echter voor bij de zwaardere en specialistische vormen van jeugdzorg. Juist jongeren met complexe problematiek moeten vaak het langst wachten. Gemeenten zijn door financiële beperkingen terughoudend met het inkopen van dure specialistische zorg, wat leidt tot beperkte beschikbaarheid. Net als in de ggz speelt ook hier dat de bekostigingssystematiek aanbieders prikkelt om lichtere zorg te leveren, omdat die financieel aantrekkelijker is. Wanneer jeugdigen met complexe problematiek te laat passende hulp krijgen, verergert hun situatie, waardoor uiteindelijk zwaardere en duurdere zorg nodig wordt. Dit werkt averechts op het doel van de Jeugdwet, die juist inzet op tijdige en preventieve ondersteuning. Op basis van gegevens van het Nederlands Jeugdinstituut blijkt wel dat het aantal jeugdigen in de jeugdzorg in de periode 2016 tot en met 2024 gestegen is van 404.000 naar 491.000 personen. Het betreft in dit geval jeugdigen in de leeftijd tot 23 jaar, zoals ook onderstaande tabel laat zien. Tabel 1: Aantal jongeren in jeugdzorg3
Betreft:
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
Jeugd tot 23 jaar met jeugdz org
404.0 80
419.5 80
430.1 75
443.5 85
435.7 60
469.7 05
476.5 60
489.8 95
491.0 25
1.7.4.Wachtlijsten Wlz Toename van WLZ-indicaties Uit de monitor langdurige zorg blijkt dat het aantal personen met een WLZ-indicatie jaarlijks stijgt, zoals ook blijkt uit onderstaande grafiek. In deze grafiek is een algemene stijging van het de WLZ-indicaties zichtbaar in de periode 2015 tot 1ste kwartaal van 2025.
3
Cijfers over jeugdzorg | Nederlands Jeugdinstituut
In bovenstaande grafiek wordt tevens duidelijk zichtbaar dat het aandeel personen met een verstandelijke beperking de grootste groep betreft in de totale WLZ-populatie en gestegen is van grofweg 92.000 personen in 2015 naar 124.000 personen in het 1ste kwartaal van 2025. In deze grafiek zijn de instroom van jongeren met een verstandelijke beperking in de WLZ van 2017 en jongeren met een GGZ-wonen-indicatie in 2021 zichtbaar. Ook de instroom van jongeren met GGZ-problematiek is sinds 2021 toegenomen door verschillende beleidswijzigingen op het gebied van de gezondheidszorg. Op basis van gegevens van de zorgcijfersdatabank.nl kan inzicht worden verkregen in de wachtlijsten van de Wlz-zorg. Onderstaande tabel komt uit “Tabellen toegankelijkheid Wet langdurige zorg, stand 01-092025” waarin de meest recente cijfers van de landelijke wachtlijsten in de Wlz te vinden zijn. 4 2: Halfjaarlijkse trend wachtenden Wlz
4
Peildatum 01-09-2025 - tabellen toegankelijkheid Wlz
In deze tabel is een relatief groot en stabiel aantal wachtenden in de gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg zichtbaar. De nieuwe zorgvoorziening richt zich primair op de gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg onder de Wlz. 1.7.5.Toename WMO Op basis van cijfers van het CBS blijkt dat het aantal mensen dan zorg ontvangt vanuit de WMO in 2024 gestegen is naar 1,26 miljoen. Daarbij is het aandeel jongvolwassenen dat gebruik maakt van de WMO is in de afgelopen vijf jaar gestegen blijkt uit diezelfde cijfers.5 Ook het aantal personen dat gebruik maakt van Wlz-zorg is in de afgelopen jaren sterk gestegen. 6 Dit leidt tot een stijgende druk op bestaande zorgvoorzieningen. Door het realiseren van nieuwe plekken voor begeleid/beschermd wonen en logeeropvang wordt expliciet ingespeeld op deze maatschappelijke ontwikkeling en wordt voorkomen dat kwetsbare doelgroepen tussen wal en schip raken. 1.7.6.Tekort aan pleeggezinnen Uit cijfers van pleegzorg.nl blijkt dat de druk op de pleegzorg in Nederland onverminderd hoog blijft. In 2024 waren er 14.713 pleeggezinnen voor de opvang van 19.918 pleegkinderen. In 2024 zijn 1.752 nieuwe pleegouders geaccepteerd, maar 3020 pleegouders zijn gestopt. Op 31 december 2024 wachtten 881 kinderen op pleegzorg een stijging van 5% ten opzichte van 2023.
Van alle pleegkinderen betrof 22% deeltijdpleegzorg die meestal in weekenden en/of vakanties plaatsvindt. 33% van de voogdij ligt bij gecertificeerde instellingen (jeugdbescherming). 7 Dit structurele nationale tekort aan pleegzorg zorgt voor een regionaal tekort aan 25 pleeghouders in Noord- en Midden-Limburg zoals blijkt uit onderzoek van Rubicon jeugdzorg en pleegzorg Nederland.8 Uit deze gegevens blijkt dat de al hoge druk op de pleegzorg en gezinshuizen onverminderd hoog blijft en tekorten toenemen. Het planvoornemen voorziet in de realisatie van een logeeropvang voor bijvoorbeeld weekenden en/of vakanties en voorziet daarmee in een toevoeging van (tijdelijke) pleegzorgplekken. De permanente plaatsing van deelnemers in de woonzorg vallen onder de pleegzorg in een gecertificeerde instelling. Ook met de toevoeging van de 24 permanente plekken wordt dan ook voorzien in een toename van het aantal pleegzorgplekken in Nederland en wordt invulling gegeven aan een bestaande behoefte. 1.7.7. Overbelasting van mantelzorgers en gezinnen In het huidige zorgsysteem wordt ingezet op het zoveel mogelijk leveren van zorg door familie, kennissen en de directe omgeving van zorgbehoevenden. Het betreft in dit geval mantelzorg die al dan niet vergoed wordt uit bijvoorbeeld een persoonsgebonden budget.
Dit geldt ook voor jeugdigen en jong volwassenen die in aanmerking komen voor permanente woonplekken of logeerplekken en op dit moment door hun naasten verzorgd worden. Daar waar mogelijk vindt de zorg zoveel mogelijk thuis plaats. In veel gevallen blijkt de zorg echter een te zware belasting te zijn voor de naasten of niet te combineren met de dagelijkse verantwoordelijkheden van werk, sociaal leven en het huishouden. Uit onderzoek blijkt dat het aantal zwaar- tot overbelaste mantelzorgers met 52% is toegenomen tot circa 309.000. In Noord-Brabant blijkt de toename met 88% zeer hoog te zijn. In Limburg is deze toename 42%. Ook op gemeenteniveau is in Venray een toename van 140% zichtbaar. Met uitzondering van de gemeenten Horst aan de Maas en Asten binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied laten alle gemeenten een sterke stijging van het aantal overbelaste mantelzorgers zien. 9
5
Vaker zorg vanuit de Wmo, meer jongvolwassenen kregen hulp | CBS Gebruik Wlz-zorg | De Staat van Volksgezondheid en Zorg 7 Feiten en cijfers over pleegzorg | Pleegzorg.nl 8 25 pleegouders gezocht in Noord- en Midden-Limburg : Nijpend tekort aan pleegouders terwijl aantal pleegkinderen toeneemt | HALLO Online 9 Onderzoek: Aantal zwaar- tot overbelaste mantelzorgers in tien jaar tijd toegenomen met ruim 52% 6
Uit andere gegevens blijkt dat ouders van jeugdigen met specifieke zorgvragen (licht verstandelijk gehandicapten in combinatie met gedragsproblematiek en lichamelijke beperkingen) veelal geen beroep kunnen doen op reguliere kinderopvang of naschoolse opvang waardoor de belasting op deze ouders hoog is. Het betreft in dit geval kinderen die vallen onder de Jeugdwet en niet onder de WLZ. Om een dreigende overbelasting te voorkomen is logeeropvang waarin begeleiding wordt geboden op het gebied van zelfredzaamheid, sociale vaardigheden en persoonlijke en sociale ontwikkeling noodzakelijk om een dreigende overbelasting van de thuissituatie te voorkomen. 10 De nieuw te realiseren logeeropvang biedt een mogelijkheid voor mantelzorgers in de regio om op noodzakelijke momenten rust te creëren en het gevoel van overbelasting te beperken. De logeeropvang is daarbij geen reguliere vorm van respijtzorg, maar wordt altijd gekoppeld aan de ontwikkeling van de jeugdige of jongvolwassene en gaat gepaard begeleiding in ontwikkeldoelen. Met de logeeropvang wordt dan ook voorzien in een ontlasting van verzorgers om overbelasting, en daarmee het volledig wegvallen van de verzorgers, te voorkomen. In brede zin draagt de opvang dan ook bij aan het instand houden van het zorgsysteem.
Daarnaast geldt voor een beperkte categorie overbelaste mantelzorgers dan zij op termijn een beroep moeten doen op permanente woonplekken voor hun kinderen/pleegkinderen. De 24 permanente woonplekken voorzien in deze behoefte naar permanente woonplekken. 1.7.8.Regionaal beleidsplan Jeugd 2022 en verder Noord-Limburg Het Regionaal Beleidsplan Jeugd 2022 en verder van de regio Noord-Limburg biedt duidelijke aanknopingspunten voor woonzorginitiatieven gericht op jeugdigen en jongvolwassenen. In het plan wordt onder het onderdeel ‘Wonen’ benoemd dat er alternatieve woonvormen nodig zijn voor jongeren voor wie de thuissituatie geen veilige of passende omgeving vormt. Daarbij wordt benadrukt dat de geboden hulp zoveel mogelijk moet lijken op een normale thuissituatie en gericht moet zijn op duurzame woonoplossingen. Ook wordt expliciet aandacht besteed aan de overgang van jeugd naar volwassenheid: beschermd wonen is in de regio mogelijk vanaf 17 jaar, juist om die overgang van 18- naar 18+ goed te begeleiden. Daarnaast wordt in de regio een tekort geconstateerd aan kleinschalige woonleefgroepen, waarmee direct een beleidsmatige behoefte wordt onderstreept.
Het planvoornemen voorziet in een directe toevoeging van kleinschalige woongroepen voor jeugdigen en jong volwassenen waarbij het mogelijk is voor de jeugdige deelnemers om, afhankelijk van de behoefte, ook na hun 18de levensjaar te blijven wonen op deze locatie. De regio streeft ernaar dat jongeren gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien en zich optimaal kunnen ontwikkelen. De nadruk ligt op het versterken van de eigen kracht, het stimuleren van zelfstandigheid en het ondersteunen van de directe leefomgeving. Het woonzorginitiatief voor jeugdigen en jongvolwassenen waarin gewerkt wordt aan de ontwikkeling passend bij de cliënt sluit daarom naadloos aan bij de visie en doelstellingen van het beleidsplan. Daarbij wordt aangesloten bij de gedachte van een woonomgeving die zoveel mogelijk op een thuis lijkt en waarin jongeren leren verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen ontwikkeling. Het beleidsplan biedt ruimte voor initiatieven die bijdragen aan duurzame woonzorg en gericht zijn op het ontwikkelen van de zelfstandigheid. Het woonzorginitiatief kan deze beleidsdoelen concreet ondersteunen door jongeren de mogelijkheid te bieden om begeleid te wonen, ervaring op te doen met zelfstandig leven, leren sociale contacten met de omgeving aan te gaan en tegelijk de benodigde zorg of begeleiding te ontvangen.
Initiatieven dienen bij te dragen aan het versterken van eigen regie, het verbeteren van het woon- en leefklimaat en het bieden van perspectief voor jongeren in de overgang naar volwassenheid. In lijn met de gedachte ‘zo thuis mogelijk’ wordt door het Leefhuis een kleinschalige en vertrouwde woonomgeving geboden met duidelijkheid en vastigheid. In deze woonomgeving wordt gewerkt aan de verdere ontwikkeling van deelnemers in samenwerking met opgeleide zorgprofessionals met het doel de 10
Deeltijd respijtzorg voor jeugdigen met meervoudige beperkingen - RIGG
deelnemer verder te laten ontwikkelen en groeien. In lijn met de normaliseringsgedachte wordt met deelnemers gewerkt aan doelen die ze wél kunnen realiseren, ontwikkelgericht en afgestemd op de individuele deelnemer. Met eigen zorgprofessionals en het bieden van een veilige en geborgen setting wordt een sterke pedagogische omgeving gecreëerd waarbinnen optimale voorwaarden aanwezig zijn voor de deelnemer om te groeien. Met de ligging van de woonzorgvoorziening in de kern Merselo is een bewuste keuze gemaakt om er voor te zorgen dat de deelnemers onderdeel worden van het sociale netwerk en integreren in hun omgeving. Deze sociale interactie wordt bevorderd door gedeeltelijke openstelling van de voorzieningen (theetuin, speeltuin, speelweide) voor o.a. omwonenden. Op deze wijze wordt een directe bijdrage geleverd aan de doelen uit het beleidsplan en kan worden geconcludeerd dat er in de regio behoefte is aan dit initiatief dat bijdraagt aan duurzame woonzorg.
1.7.9. Implementatieplan Hervormingsagenda Jeugd Regio Noord-Limburg De Hervormingsagenda Jeugd (2023–2028) is een gezamenlijk programma van Rijk, gemeenten, jeugdhulpaanbieders, cliëntenorganisaties en beroepsgroepen. Het doel van deze agenda is om het jeugdstelsel in Nederland duurzaam, toekomstbestendig en effectief te maken. De agenda komt voort uit de constatering dat het huidige stelsel onder druk staat: de vraag naar jeugdhulp groeit al jarenlang, de kosten stijgen, en professionals ervaren hoge werkdruk en complexe regelgeving. De Hervormingsagenda richt zich op vier hoofddoelen: 1. Jeugdigen groeien veilig en gezond op, zo thuis mogelijk. 2. Zorg en ondersteuning worden tijdiger, effectiever en dichter bij huis georganiseerd. 3. De specialistische zorg wordt kleinschaliger, meer regionaal georganiseerd en minder afhankelijk van instellingsverblijf. 4. Het stelsel wordt eenvoudiger, met duidelijke verantwoordelijkheden, betere samenwerking en structurele financiële houdbaarheid. Om deze landelijke koers te vertalen naar de praktijk, hebben de jeugdzorgregio’s in Nederland elk een regionaal implementatieplan opgesteld.
In de Regio Noord-Limburg richt het Implementatieplan Hervormingsagenda Jeugd zich specifiek op: • het versterken van de lokale toegang tot jeugdhulp, • het verbeteren van samenwerking tussen gemeenten, onderwijs en zorg, • en het doorontwikkelen van het regionale zorglandschap, met nadruk op kleinschalige en toekomstbestendige vormen van wonen en zorg voor jeugdigen. Uit het regionale implementatieplan blijkt dat de mentale problemen onder jongeren toenemen en dat de vraag naar jeugdhulp al decennia groeit. Deze ontwikkeling wordt versterkt door maatschappelijke trends zoals vergrijzing, individualisering en toenemende prestatiedruk. Daarnaast wordt erop gewezen dat de samenleving complexer wordt en dat grotere groepen jongeren moeite hebben om daarin mee te komen. Tegelijkertijd neemt het aantal beschikbare professionals in de zorg af, doordat de verhouding tussen het aantal werkenden en het aantal 65-plussers steeds verder verschuift. Hierdoor komt de uitvoerbaarheid van de jeugdhulp onder druk te staan en ontstaan er wachttijden en capaciteitsproblemen. De conclusie die uit deze analyse volgt, is dat er sprake is van een structureel groeiende en complexer wordende zorgvraag die vraagt om hernieuwde organisatie en uitbreiding van passende voorzieningen. Binnen deze context staat in de Hervormingsagenda het principe “zo thuis mogelijk” centraal.
Dat betekent dat jongeren zoveel mogelijk in hun eigen omgeving moeten kunnen opgroeien en dat zware residentiële vormen van zorg alleen worden ingezet als het echt niet anders kan. De regio Noord-Limburg heeft daarom als belangrijke ambitie opgenomen om het aantal grootschalige verblijfsvoorzieningen af te bouwen en om te vormen tot kleinschalige woonvormen met meer nabijheid en persoonlijke begeleiding. Zo wordt
toegewerkt naar afbouw van gesloten verblijven, ombouw naar kleinschaligheid en de ontwikkeling van voldoende alternatieven om deze beweging te kunnen realiseren. Deze koers impliceert dat er in de regio een behoefte bestaat aan nieuwe woonvormen voor jongeren die tijdelijk of langdurig niet thuis kunnen wonen, maar wel een beschermde en begeleide omgeving nodig hebben. Met de realisatie wordt een dergelijke kleinschalige woonvorm mogelijkgemaakt waarin wonen, begeleiding, zorg en dagstructuur worden gecombineerd. Ze vormen een brug tussen verblijf in een instelling en zelfstandig wonen, en sluiten daardoor naadloos aan bij de uitgangspunten van de Hervormingsagenda. De regio Noord-Limburg heeft daarnaast de ambitie om het zorglandschap voor jeugd door te ontwikkelen. Daarbij gaat het niet alleen om de kwaliteit van de zorg, maar ook om de organisatie ervan. De regio wil minder afhankelijk worden van niet-gecontracteerde aanbieders en meer sturen op effectiviteit, samenwerking en doorstroom. Door voorzieningen als woonzorgcomplexen regionaal te organiseren en op te nemen in de reguliere contractering, ontstaat een stabiel en herkenbaar aanbod. Dit draagt bij aan een betere regie op capaciteit en kwaliteit en maakt het mogelijk om de door- en uitstroom van jongeren beter te monitoren.
Daarnaast onderstreept het implementatieplan het belang van preventie, vroegsignalering en een sterke sociale basis. Hoewel preventie essentieel is, erkent de regio dat er altijd jongeren zullen zijn voor wie de thuissituatie tijdelijk of structureel geen veilige plek is. Voor deze groep is het noodzakelijk dat er voldoende alternatieve woonplekken beschikbaar zijn, waarin zowel zorg als begeleiding geboden kan worden. De nieuwe zorgvoorziening draagt met de logeeropvang bij aan deze alternatieve plekken waarin voor lange tijd of kortdurend verbleven kan worden en actief en persoonsgericht wordt aan ontwikkeldoelen en verdere zelfstandigheid. De combinatie van de stijgende zorgvraag, de beleidsmatige keuze voor kleinschaligheid, de noodzaak tot capaciteitsversterking en de behoefte aan continuïteit in de keten maakt duidelijk dat er in de regio NoordLimburg een concrete en groeiende behoefte bestaat aan woonzorgvoorzieningen. Een kleinschalige woonzorgvoorziening sluit beleidsmatig en inhoudelijk aan bij de doelstellingen van zowel de landelijke Hervormingsagenda Jeugd als het regionale implementatieplan. Het biedt een structurele, kleinschalige en duurzame oplossing voor jeugdigen en jongvolwassenen die tijdelijk of langdurig ondersteuning nodig hebben in hun weg naar zelfstandigheid. 1.7.10.
Gemeentelijke beoordeling De plannen zijn al in een vroegtijdig stadium voorgelegd en besproken met de afdeling maatschappelijke ontwikkeling en het zorgkantoor van de gemeente Venray. Uit deze overleggen is gebleken dat de 24 permanente begeleid/beschermd wonenplekken en de logeerplekken passend, en in het geval van de logeerplekken aanvullend zijn, op het bestaande aanbod aan zorg in Noord-Limburg. Dit is ook bevestigd in het besluit op het principeverzoek dat in 2023 is genomen door de gemeente Venray: “Vanuit de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling (specifiek jeugd) wordt een positief advies afgegeven wat betreft het nieuwe zorginitiatief. Het beschrijft een missie en visie waar we als gemeente alleen maar achter kunnen staan. Kortom zorg op maat zo dicht mogelijk bij huis. We zien echter graag dat er cliënten (deelnemers) uit onze gemeente een plekje kunnen krijgen binnen het zorginitiatief. Voor het ter inzage leggen van het TAM-omgevingsplan heeft met de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling van gemeente Venray en het zorgkantoor nog overleg plaatsgevonden over het planvoornemen. Het planvoornemen is volledig uitgewerkt en beoordeeld door de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling. De belangrijkste vraag in deze was of met het planvoornemen voorzien wordt in een regionale behoefte.
De afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling heeft aangegeven dat het planvoornemen voorziet in een zichtbare regionale behoefte omdat er op dit moment een tekort aan
(jeugd)logeerplekken is. Het initiatief is dan ook een waardevolle aanvulling op het bestaande aanbod. Daarnaast pas het initiatief goed in de transformatiegedachte van de zorg. 1.7.11. Beschikbaarheid woon- en logeerplekken regio Onderhavig initiatief speelt primair in op zorg gerelateerde vormen van (beschermd) wonen voor jeugdigen (<18) en jongvolwassenen met een verstandelijke beperking of ontwikkelingsachterstand. Aan de hand van openbare gegevens en de beschikbaarheidswijzer is getracht een beeld te krijgen van de beschikbaarheid van vergelijkbare voorzieningen in het ruimtelijk verzorgingsgebied. Het platform ‘Beschikbaarheidswijzer’ is een platform waarin wachttijden voor zowel jeugdhulp als voor de maatschappelijke zorg en ondersteuning die vanuit de WMO geboden worden inzichtelijk zijn. In dit platform zijn de wachttijden voor logeren en respijtzorg voor jeugd inzichtelijk. Ook zijn hierin woongroepen opgenomen waar personen zich kunnen aanmelden voor permanent verblijf. In dit overzicht zijn de regio’s Noord- en Midden-Limburg echter nog niet opgenomen. Een volledig overzicht van locaties in deze regio ontbreekt dus en is ook niet volledig inzichtelijk bij gemeenten. De regio’s Zuidoost-Brabant en Zuid-Limburg en andere omliggende regio’s zijn wel opgenomen in deze zorgmonitor.
Uit de beschikbaarheidswijzer blijkt dat binnen de regio Zuidoost-Brabant slechts een bed voor permanente bewoning beschikbaar is. Ook de logeeropvang is zeer beperkt aanwezig met slechts twee aanbieders waar de wachttijden respectievelijk 12 en 26 weken betreffen. Naast de beschikbaarheidswijzer is in onderstaande tabel een overzicht weergegeven van zorg gerelateerde woonvormen voor jeugdigen en jongvolwassen in de regio Noord- en Midden-Limburg. Indien bekend zijn de beschikbaarheid en wachttijden opgenomen. Aanbieder
Plaats(en)
Doelgroep / Leeftijd
MET ggz
Noord- & MiddenLimburg Venray / Venlo / Weert
17–27 jaar
Vincent van Gogh (VvG) Daelzicht Care+ GGzE ORO Samen Verder
Heel, Koningslust Noord- & MiddenLimburg Eindhoven / ZuidoostBrabant Helmond (Brandevoort, centrum) Eindhoven & Helmond
Jongeren & jongvolwassenen Kinderen, jongeren, jongvolwassenen Jongeren & volwassenen 18–27 jaar Jongeren & jongvolwassenen Vanaf 18 jaar
Type Wonen / Begeleiding Beschermd wonen, 24uurs begeleiding Begeleid / Beschermd wonen (GGZ) Beschermd wonen, woongroepen (LVB) Beschermd wonen / Begeleiding Thuis Beschermd wonen (grooten kleinschalig) Beschermd / Begeleid wonen Begeleid / Beschermd wonen
Bezetting/wachttijd Wachttijd minimaal 4 weken Gemiddeld 2–3 weken (individuele begeleiding, Wmo) Beschikbaarheid onbekend Beschikbaarheid onbekend Groot: ±52 weken / Klein: ±8 weken Geen beschikbaarheid bekend Geen beschikbaarheid bekend
Met de tabel is getracht een zo goed mogelijk overzicht te geven van de in het ruimtelijk verzorgingsgebied beschikbare intensievere vormen van woonzorg en beschermd wonen voor jeugdigen en jongvolwassenen. In de tabel is duidelijk zichtbaar dat het aanbod aan vergelijkbare locaties in de regio zeer beperkt is. Van dit beperkt aantal enigszins vergelijkbare locaties hebben 3 locaties geen directe beschikbaarheid en wachttijden. Afgaande op het groot aantal wachtenden in de WLZ mag worden aangenomen dat ook de andere locaties slechts een beperkte beschikbaarheid hebben of volledig vol zijn. Van de opgenomen locaties en instellingen is daarbij slechts een beperkt deel gericht op het bieden van woonruimte voor jeugdigen en jong volwassenen vanaf 17 jaar en ouder en is slechts een beperkt aantal plekken beschikbaar voor jeugdigen onder de 17 jaar. Enkel de locaties van Daelzicht zijn qua aard en omvang vergelijkbaar met een ruim opgezette woonomgeving en een huiselijke sfeer.