Bijlage 1 Motivering en regels ontwerp TAM-OP Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Tekst van het document
Ontwerp (11 maart 2025)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Inhoudsopgave
Motivering
6
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend omgevingsplan 1.4 Leeswijzer
7 7 7 9 10
Hoofdstuk 2 Huidige en nieuwe situatie 2.1 Huidige situatie 2.2 Nieuwe situatie
11 11 12
Hoofdstuk 3 Juridische toelichting 3.1 Inleiding 3.2 Opbouw van de regels 3.3 Werkingsbereik/toepassingsbereik TAM-Omgevingsplan 3.4 Functies
14 14 14 15 15
Hoofdstuk 4 Toetsing aan beleid 4.1 Toetsing rijksbeleid 4.2 Toetsing provinciaal beleid 4.3 Toetsing regionaal beleid 4.4 Toetsing beleid waterschap 4.5 Toetsing gemeentelijk beleid 4.6 Conclusie
17 17 17 19 20 21 24
Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 5.1 Duurzaamheid 5.2 Luchtkwaliteit 5.3 Geluid 5.4 Bodem 5.5 Externe veiligheid 5.6 Bedrijven en milieuzonering 5.7 Spuitzonering 5.8 Geur 5.9 Waterhuishouding 5.10 Natuur en ecologie 5.11 Cultureel erfgoed 5.12 Verkeer en parkeren 5.13 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.14 Molenbiotoop 5.15 Ontplofbare oorlogsresten 5.16 m.e.r.-beoordeling
25 25 25 27 31 33 34 37 38 39 44 46 48 49 51 52 52
Hoofdstuk 6 Participatie 6.1 Verplichte participatie 6.2 Intaketafel/ Omgevingstafel 6.3 Omgevingsdialoog 6.4 Bestuurlijk vooroverleg
54 54 54 54 54
Hoofdstuk 7 Financiële haalbaarheid 7.1 Kostenverhaal & nadeelcompensatie
56 56
Hoofdstuk 8
57
2
Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Bijlagen bij motivering
58
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
59
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek industrielawaai
60
Bijlage 3
Verkennend en nader bodemonderzoek
61
Bijlage 4
Geuronderzoek
62
Bijlage 5
Waterparagraaf
63
Bijlage 6
Quickscan natuur
64
Bijlage 7
Aanvullend ecologisch onderzoek
65
Bijlage 8
Activiteitenplan
66
Bijlage 9
Ontheffing soorten Wet natuurbescherming
67
Bijlage 10
Stikstofdepositieonderzoek
68
Bijlage 11
Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
69
Bijlage 12
Participatieverslag
70
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
3
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Regels
72
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Inleidende regels Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Toepassingsbereik Algemeen gebruiksverbod Zorgplicht Aanvraagvereisten
73 73 81 82 83 83 83
Hoofdstuk 2 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Regels over functies en gebiedsaanwijzingen Groen Verkeer Wonen luchtvaartverkeerzone vrijwaringszone - molenbiotoop Waarde - Archeologie 4
84 84 86 88 93 94 96
Hoofdstuk 3 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Algemene regels voor functies en activiteiten Anti-dubbeltelregel Bouwactiviteit algemeen Afwijken - algemeen
98 98 98 99
Hoofdstuk 4 Artikel 16
Overgangsregels Overgangsrecht
101 101
4
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
5
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Motivering
6
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Het voorliggende plan heeft betrekking op de herontwikkeling van de voormalige basisschoollocatie 'De Lier' aan de Coppelenberg 3 in Merselo (gemeente Venray) naar een woningbouwlocatie. Door de verhuizing van de basisschool naar de nieuwe multifunctionele accommodatie in het dorp is er plaats vrijgekomen voor woningbouw op deze locatie. De van Grunsven Groep (hierna: initiatiefnemer) heeft de tender gewonnen voor de herontwikkeling van de schoollocatie naar een hofje met 16 grondgebonden woningen met het plan 'De Lierhof'. Het plangebied heeft op dit moment grotendeels een maatschappelijke functie en deels een verkeersfunctie (o.a. evenemententerrein). Het initiatief past niet binnen de regels van het Omgevingsplan gemeente Venray (van rechtswege). Gedurende de overgangsfase zal een wijziging van het omgevingsplan verlopen middels de tijdelijke alternatieve maatregelen (TAM) ofwel een TAMomgevingsplan.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen centraal in het dorp Merselo aan de Coppelenberg 3 en staat kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie AB, nr's 135, 262 en 401 en heeft een oppervlakte van circa 5.113 m². Het plangebied wordt globaal gezien als volgt begrensd: Noordzijde: de achterste perceelsgrenzen van de woonpercelen aan de Coppelenberg 5 t/m 13, de straat Coppelenberg en de zijdelingse perceelsgrens van het kleinschalige (bedrijfs)perceel Kleindorp 5; Oostzijde: de achterste perceelsgrens van het kleinschalige (bedrijfs)perceel Kleindorp 5 en de straat Kleindorp; Zuidzijde: de zijlingse perceelsgrens van het jeugdhuis aan het Kleindorp 1, de achterste perceelsgrenzen van de woonpercelen aan het Grootdorp 24 t/m 30 en de achterzijde van het perceel van de kinderopvanglocatie aan het Grootdorp 32; Westzijde: de achterste perceelsgrenzen van de woonpercelen aan de Coppelenberg 15 t/m 23. Navolgende afbeeldingen tonen de globale ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding van dit TAMomgevingsplan.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
7
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Globale ligging plangebied (rode druppel, bron: maps.google.nl)
Globale begrenzing plangebied (rode omkadering)
8
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
1.3
Geldend omgevingsplan
Voor de gronden in het plangebied geldt het tijdelijke Omgevingsplan gemeente Venray, in werking getreden op 1 januari 2024. Dit tijdelijke omgevingsplan omvat het voormalig bestemmingsplan 'Merselo', zoals de gemeenteraad van de gemeente Venray dat heeft vastgesteld op 16 december 2014. Ter plaatse van het plangebied gelden op basis van dit bestemmingsplan de functies 'Maatschappelijk - Gemengd' en 'Verkeer'. De functie 'Verkeer' is tevens voorzien van de functieaanduiding 'evenemententerrein'. Verder is het hele plangebied voorzien van de gebiedsaanwijzing 'Waarde - Archeologie 4'. Indien de verstoring meer dan 500 m² per bouwperceel bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm moet de aanvrager een rapport (voortoets, bijvoorbeeld bureauonderzoek, inventariserend veldonderzoek, proefsleuvenonderzoek, opgraving, sleufgraaf, archeologische begeleiding) overleggen, waaruit blijkt dat de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; Daarnaast is vanwege de molen aan de Grootdorp 93 het hele plangebied voorzien van de gebiedsaanwijzing 'vrijwaringszone - molenbiotoop' voor bescherming en instandhouding van de belangen van de bestaande molen als werktuig en beeldbepalend element. Tenslotte heeft het hele plangebied de gebiedsaanwijzing 'luchtvaartverkeerzone'.
Uitsnede tijdelijk omgevingsplan met globale begrenzing plangebied (rode omkadering) Omdat de beoogde ontwikkeling van 16 woningen met bijbehorende voorzieningen niet past binnen de geldende functies, zal van het tijdelijke omgevingsplan moeten worden afgeweken om de woningbouw mogelijk te maken. Vandaar dat in de onderhavige motivering wordt onderbouwd dat, ondanks dat het woningbouwplan niet passend is binnen de regeling van het tijdelijke omgevingsplan, sprake is van een ruimtelijk en stedenbouwkundig aanvaardbare situatie waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
9
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
1.4
Leeswijzer
Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleiding en het kader voor de planafwijking beschreven en is het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en zijn de strijdigheden in beeld gebracht. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied, waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. Juridische toelichting In hoofdstuk 3 wordt de juridische regeling toegelicht. Verantwoording In de hoofdstukken 4 en 5 worden onder meer het (beleids)kader en de milieu- en omgevingsaspecten uiteengezet. Uitvoerbaarheid Hoofdstuk 6 en 7, gaan in op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan. Daarbij wordt onder meer ingegaan op de resultaten van het vooroverleg en het participatietraject. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) In hoofdstuk 8 wordt ingegaan op het feit of sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
10
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige en nieuwe situatie
Huidige situatie
Op dit moment bevindt zich in het plangebied een voormalige schoolgebouw met schoolplein en aan de zijde van het Kleindorp een kleinschalige evenemententerrein.
Impressie bestaand schoolgebouw
Impressie bestaande situatie met schoolgebouw aan zijde Coppelenberg
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
11
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Impressie bestaande situatie zijde met kleinschalig evenemententerrein aan zijde Kleindorp In de directe omgeving van het plangebied komen naast woningen aan de Coppelenberg en het Grootdorp ook verschillende maatschappelijke voorzieningen voor in de vorm van een kinderopvang (Grootdorp 32) een jeugdhuis (Kleindorp 1) en een kerk (Kleindorp 2). Ook is er een kleinschalig bedrijfsperceel gelegen direct aangrenzend aan het plangebied aan de Kleindorp 5.
2.2
Nieuwe situatie
Het plan ‘De Lierhof’ zet in op ‘vitaal wonen in het hart van de gemeenschap’. Er komen in totaal 16 grondgebonden woningen, met name voor senioren en starters, om de doorstroming in Merselo te bevorderen. ‘De Lierhof’ is ontworpen met respect voor de bestaande dorpscultuur, bebouwde omgeving, groen en historie. Er komt een gemeenschappelijk woonhof met ruimte voor activiteiten van en door de inwoner van Merselo. Verder worden bestaande bomen en hagen zoveel mogelijk behouden en is er ruimte voor vergroening. Parkeren wordt zoveel mogelijk geclusterd zodat er vanuit de woningen een optimaal zicht is op het groen.
12
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Situatietekening planopzet (Bron: bouwbedrijf van Grunsven, d.d. 22 november 2024) Aan de westzijde van het plangebied komt een hofje met 6 levensloopgeschikte seniorenwoningen bestaande uit 1 bouwlaag met kap. Centrale punt van het hofje wordt gevormd door een wadi met daarin enkele bomen. Het parkeren wordt zoveel mogelijk geclusterd achter de 2 twee-onder-één-kapwoningen aan de zijde van de Coppelenberg. Deze woningen bestaan uit 2 bouwlagen met kap en kunnen optioneel levensloopgeschikt worden uitgevoerd. Tenslotte komen er 2 korte blokken met 4 rijwoningen aan de oostzijde van het plangebied voor starters. Ook deze woningen bestaan uit 2 bouwlagen met kap. Van deze 8 woningen zullen er 4 als sociale huurwoning verhuurd worden en 2 als sociale koopwoning verkocht worden (zie voor meer uitleg subparagraaf 4.5.2 Omgevingsprogramma Wonen 2022 - 2026). Voor het aspect parkeren wordt verder verwezen naar paragraaf 5.12 van deze motivering. Qua duurzaamheid zijn alle woningen energiezuinig en voorzien van zonnepanelen en een warmtepomp. Er komen vleermuiskasten in de gevels van de woningen en de parkeerplaatsen worden voorzien van halfverharding.
Tevens krijgt het plangebied een flinke groene impuls door een centrale groene wadi met enkele bomen aan de westzijde en een langgerekte groenzone (wadi) met bomen ter hoogte van de zichtlijn naar de kerk, die ten oosten van het plangebied is gelegen.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
13
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Hoofdstuk 3 3.1
Juridische toelichting
Inleiding
Het TAM-omgevingsplan reguleert het gebruik van de gronden binnen het plangebied. Het plan biedt het gemeentebestuur een basis voor handhaving, indien op een bepaalde locatie activiteiten plaatsvinden die strijdig zijn met het omgevingsplan en zodoende uit ruimtelijk oogpunt onwenselijk worden geacht. Onderhavig TAM-omgevingsplan vormt een wijziging van het Omgevingsplan gemeente Venray. Woningbouw op deze locatie past niet in het van het tijdelijk omgevingsplan onderdeel uitmakende bestemmingsplan 'Merselo', waardoor het omgevingsplan gewijzigd moet worden. Om te zorgen dat het TAM-omgevingsplan juridisch één geheel is met het Omgevingsplan gemeente Venray wordt het als hoofdstuk 22e toegevoegd. Onderhavig TAM-omgevingsplan dient dus ook als onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Venray gelezen te worden. In dit hoofdstuk volgt een toelichting op de juridische regeling. Het juridisch bindende gedeelte van dit omgevingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De verbeelding en de regels dienen in samenhang met elkaar te worden begrepen.
3.2
Opbouw van de regels
In deze paragraaf wordt uiteengezet welke gedachten aan de juridische regeling ten grondslag hebben gelegen en hoe deze uiteindelijk zijn vormgegeven. De regels zijn onderverdeeld in 5 hoofdstukken. Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Dit TAM-omgevingsplan maakt onderdeel uit van het Omgevingsplan gemeente Venray. Dat betekent dat alle regels uit het omgevingsplan ook van toepassing zijn op onderhavige ontwikkeling in het plangebied. Daarom worden in de regels alleen bepalingen opgenomen die specifiek relevant zijn voor onderhavige ontwikkeling in het plangebied. Hoofdstuk 2: Regels over functies en gebiedsaanwijzingen Conform de eisen vanuit de Omgevingswet worden in dit hoofdstuk de toegestane functies en activiteiten beschreven voor de specifieke locatie. Alhoewel de regels niet hoeven te voldoen aan de SVBP, en er dus over 'functies en activiteiten' wordt gesproken in plaats van 'bestemmingen', staan deze op de verbeelding behorend bij onderhavig plan nog wel aangeduid als zijnde 'bestemming'. Dit vanwege het feit dat het plan anders niet juist gepubliceerd kan worden op www.ruimtelijkeplannen.nl. Voor onderhavig TAM-omgevingsplan voor het plangebied is beoogd zoveel mogelijk aansluiting te vinden bij de regels en bepalingen voor vergelijkbare functies en activiteiten uit het bestemmingsplan 'Venray' en het bestemmingsplan 'Venray 2e partiële herziening (reparatie div.)'.
Deze zijn wel dusdanig omgevormd dat deze voldoen aan de regels van de Omgevingswet. Verder is er in dit geval één gebiedsaanwijzing voor archeologische waarde ('Waarde - Archeologie 4'). Ook zijn in dit hoofdstuk de gebiedsaanwijzingen 'luchtvaartverkeerzone' en 'vrijwaringszone molenbiotoop' opgenomen. Hoofdstuk 3: Algemene regels voor functies en activiteiten Voor dit hoofdstuk zijn er algemene bepalingen opgenomen die alleen betrekking hebben op de artikelen uit dit TAM-omgevingsplan. Hier zitten bijvoorbeeld algemene bouw- en functieregels in die gelden voor het gehele grondgebied van de ontwikkellocatie.
14
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Hoofdstuk 5: Overgangsregels In dit hoofdstuk is onder meer aangegeven dat de bestaande bouwwerken dan wel vergunde rechten tot het oprichten van een bouwwerk worden gerespecteerd, ook al wijken deze af van het onderhavige TAM-omgevingsplan. Deze bouwwerken mogen gedeeltelijk worden vernieuwd en veranderd. Het is dus niet toegestaan om een bouwwerk af te breken en geheel te vernieuwen. Evenmin is het toegestaan om het bouwwerk geleidelijk aan helemaal te vernieuwen. In geval het bouwwerk door een calamiteit verloren is gegaan, mag wel tot gehele nieuwbouw worden overgegaan, mits de omgevingsvergunning voor het bouwen binnen een termijn van twee jaren na de calamiteit is aangevraagd. Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels en bepalen dat bestaande afwijkingen mogen worden vergroot voor een uitbreiding van de bebouwing met maximaal 10%. Illegale bouwwerken zijn expliciet uitgesloten van het overgangsrecht. Voor gebruik van gronden en opstallen is eveneens bepaald dat het gebruik dat strijdig is met het onderhavige plan, mag worden gecontinueerd. Verandering van het gebruik is niet toegestaan, tenzij de afwijking naar haar aard en omvang wordt verkleind. Indien gebruik voor een periode van langer dan 1 jaar wordt onderbroken, mag dit gebruik niet meer worden hervat.
Een uitzondering wordt gemaakt voor het gebruik dat reeds strijdig was met het voor het onderhavige omgevingsplan ter plekke van kracht zijnde plan. Het overgangsrecht is op deze situaties niet van toepassing. Verbeelding De verbeelding die is opgesteld voor het TAM-omgevingsplan moet worden opgesteld conform de technische eisen van IMRO2012. Dat betekent dat er op de verbeelding wel 'bestemmingen' zijn te zien, en dat specifieke functies als zijnde 'functieaanduidingen' worden benoemd. Dit vanwege het feit dat het plan anders niet door de validator van ruimtelijke plannen komt. Voor meer info, zie: https://docs.geostandaarden.nl/ro/HRTAMomplan/.
3.3
Werkingsbereik/toepassingsbereik TAM-Omgevingsplan
Dit TAM-omgevingsplan (hierna: plan) wijzigt het omgevingsplan in die zin dat aan hoofdstuk 22 van het omgevingsplan een hoofdstuk 22e wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan. De hoofdstukken in de regels moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22e van het Omgevingsplan gemeente Venray. Dit plan komt in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. In de regels staat de verhouding tot de rest van het tijdelijke omgevingsplan (zie artikel 1.2 en 1.3).
3.4
Functies
Op de verbeelding is de grens van het plangebied aangegeven. Binnen die grens zijn de verschillende functies met verschillende kleuren weergegeven. Daarnaast zijn diverse aanduidingen opgenomen, waarnaar in de regels wordt verwezen. Artikel 7 Groen De groenvoorzieningen van enige omvang binnen het plangebied vallen binnen deze functie waardoor een groene invulling van de openbare ruimte wordt geborgd. Op locaties met deze functie zijn behalve groenvoorzieningen ook waterpartijen (inclusief waterbergende en infiltrerende voorzieningen), speelvoorzieningen, sport- en wandelgelegenheden toegestaan. De bouwmogelijkheden zijn beperkt. Voor het bouwen van voorzieningen van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn bouwregels opgenomen. Artikel 8 Verkeer Deze functie is gericht op de afwikkeling van het verkeer. Naast wegverkeer zijn onder meer ook voet- en rijwielpaden, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. De bouwmogelijkheden zijn beperkt. Gebouwen zijn niet toegestaan. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn bouwregels opgenomen.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
15
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Artikel 9 Wonen De nieuwe woningen mogen worden gebouwd ter plaatse van deze functie binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken, die een maximum diepte van 12 m kennen. Ook bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde mogen in het bouwvlak worden opgericht. Deze mogen echter ook buiten het bouwvlak worden gebouwd. In de regels is verbaal opgenomen waaraan bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, moeten voldoen. De maximum goothoogtes en het maximum aantal wooneenheden per bouwvlak worden geregeld door middel van maatvoeringsaanduidingen op de verbeelding. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de situering en afmetingen van bouwwerken. Voor wat betreft de gebruiksmogelijkheden is van belang dat aan huis verbonden beroepen onder voorwaarden rechtstreeks zijn toegestaan in een gedeelte van de aanwezige gebouwen. Voor aan huis verbonden bedrijven is een omgevingsvergunning vereist. Het uitsluiten van zaken als detailhandel en meer parkeerbehoefte zijn de voornaamste.
16
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Hoofdstuk 4
Toetsing aan beleid
In dit hoofdstuk wordt het actuele algemene ruimtelijke beleidskader behandeld met conclusies over de betekenis van het beleidskader voor het plangebied. Het specifieke sectorale beleid gericht op bepaalde thema's komt in Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu aan bod.
4.1
Toetsing rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan. 4.1.2
Conclusie
In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding.
4.2
Toetsing provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie Limburg
Op 1 oktober 2021 hebben de Provinciale Staten van Limburg de 'Provinciale Omgevingsvisie Limburg' vastgesteld. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030 - 2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk als in het bebouwde gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt.
De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Limburgse principes en algemene zonering
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
17
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Bij (nieuwe) ontwikkelingen kiest de provincie voor maatwerk en daarbij wordt rekening gehouden met het karakter en de mogelijkheden van een gebied en de afweging van belangen op lokale schaal. De afweging vindt plaats op basis van de onderstaande Limburgse principes: een inclusieve, gezonde en veilige samenleving; de kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal; meer stad, meer land zorgvuldig omgaan met ruimte en voorraden; boven- én ondergronds. Het toekomstbeeld voor Limburg kan worden gevangen in een indicatieve zonering (landelijke gebieden, bebouwde gebieden en infrastructuren). Die zonering bouwt voort op de ‘tijdloze’ karakteristiek van de ondergrond; de geomorfologie en het watersysteem en de typering en ontwikkeling van het ruimtegebruik in deelgebieden binnen Limburg in de afgelopen decennia. Wonen en leefomgeving De omgevingsvisie houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd.
Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Planspecifiek In lijn met de Limburgse principes is het woongebied zodanig ingericht en ontsloten dat het mogelijkheden biedt voor mensen om elkaar te ontmoeten en er te recreëren. Aan de west- en zuidzijde van het plangebied komen groene zones, die ruimte bieden voor ontmoeting. Met het bouwen van de nieuwe woningen vindt er herstructurering plaats van een voormalige school plaats in de bestaande bebouwde kern Merselo. Bij de planuitwerking is rekening gehouden met de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren middels de ontwikkeling van een groene geleding en behoud van zichtlijnen richting de kerk. De beoogde ontwikkeling omvat in lijn met de omgevingsvisie zowel betaalbare, als levensloopbestendige woningen. De woningen worden duurzaam en energiezuinig gebouwd, waarbij er aandacht is voor onder andere klimaatadaptief bouwen. De daken van de woningen wordt afgekoppeld en al het hemelwater kan op eigen terrein infiltreren.
Uiteraard worden de woningen gasloos uitgevoerd en er zal daarnaast sprake zijn van goede isolatie, lage temperatuur verwarming, een warmtepomp en er worden zonnepanelen op het dak geplaatst om de nodige energie op te wekken. Er is hiermee sprake van een duurzame verstedelijking, zie ook paragraaf 5.13. Er wordt aangesloten bij de regionale en gemeentelijke woonvisie, zoals onderbouwd in subparagrafen 4.3.1 en 4.5.2. Daarmee past het voornemen binnen de Provinciale Omgevingsvisie.
18
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
4.2.2
Omgevingsverordening Limburg
De Omgevingsverordening is op 1 januari 2024 in werking getreden en vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Limburg. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek Uit de Omgevingsverordening blijkt dat het plangebied valt binnen de gebiedsaanwijzing 'landelijke kern'. Dit is onderdeel van het bestaand bebouwd gebied. In artikel 12.1 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een omgevingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als: sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid-Limburg.
De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; Omdat de ontwikkeling van 16 woningen in de kern Merselo past binnen de regionale en de gemeentelijke woonvisie, zoals onderbouwd in subparagrafen 4.3.1 en 4.5.2, en er overeenstemming is binnen de regio, wordt aan het bepaalde in artikel 12.1 voldaan. Het plan is in het regionaal overleg van 19 augustus 2024 afgestemd en goedgekeurd, waarmee aan dit artikel wordt voldaan. Voor het onderhavige plangebied zijn geen andere specifieke doelstellingen geformuleerd in de Omgevingsverordening. Vandaar dat het voornemen past binnen de Omgevingsverordening. 4.2.3
Conclusie
In het plangebied zijn geen provinciale en regionale belangen in het geding.
4.3
Toetsing regionaal beleid
4.3.1
Regionale woonvisie Noord-Limburg 2020 - 2024
De Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 14 september 2020, is een visie waarmee de bestuurders van de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Peel en Maas, Venlo, Venray sturing geven aan de regionale woningmarkt. Bij nieuwbouw kiest de regio ervoor om te werken met een kwalitatieve richtlijn. De basis hiervoor wordt gevormd door huishoudensprognoses, de referentieprognose is Progneff, maar (indien kwalitatief wenselijk) blijft er ruimte om de ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Dit is geen vrijbrief om ongebreideld woningbouwplannen toe te voegen. Hiervoor zijn uitgangspunten geformuleerd, waaraan alle bouwplannen moeten voldoen die binnen de kwalitatieve richtlijn vallen (ook Ruimte voor Ruimte plannen worden hieraan getoetst). Hieronder worden de regionale uitgangspunten weergegeven: Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; Koppelkansen; Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot; Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; Nastreven sociaal duurzame woonconcepten; Aansluiting zoeken op de duurzaamheidsdoelen die landelijk, regionaal en lokaal gesteld zijn.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
19
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Planspecifiek Het voorliggende woningbouwinitiatief op een herstructureringslocatie in de bestaande kern van Merselo voldoet aan de gestelde uitgangspunten. De beoogde duurzame nieuwbouwwoningen zijn energiezuinig en voldoen daarmee beter aan de behoefte van de toekomst. Er worden (deels) levensloopbestendige woningen gerealiseerd (6 stuks en 2 optioneel) en er wordt voorzien in de kwalitatieve behoefte aan goedkopere woningen (betaalbaar en bereikbaar, waarvan 4 sociale huurwoningen en 2 sociale koopwoningen). In het woningbouwprogramma zitten maar 2 dure vrije sector woningen. In de gemeente Venray, en specifiek de kern Merselo, is bovendien een grote vraag naar grondgebonden woningen die inspelen op de behoefte van starters en senioren. Het woningbouwprogramma in het plangebied sluit hier op aan. Verder krijgt het plangebied een groene impuls door het toevoegen van 2 grote groene wadi's met daarin enkele bomen in het westelijk en zuidelijk deel van het plangebied.
4.4
Toetsing beleid waterschap
Waterbeheerprogramma 2022 - 2027 Het plangebied ligt in het stroomgebied van het Waterschap Limburg. Het waterschap is binnen de provincie naast de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder van het watersysteem tevens de beheerder van de waterkeringen. In het waterbeheerprogramma 2022 - 2027 zet het waterschap de koers uit voor het toekomstig waterbeheer in Limburg en geeft zij aan hoe zij invulling wil geven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, en voldoende schoon water. In het plan is onder meer vastgelegd hoe men het watersysteem en de waterkeringen op orde wil brengen en behouden. Waterschapsverordening en legger Om haar taak uit te kunnen voeren kent het waterschap naast haar beleid de waterschapsverordening als regelgeving. Dit is een verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. De regels gelden voor handelingen, werkzaamheden en veranderingen die worden uitgevoerd of aangebracht in, op of in de nabijheid van waterkeringen, watergangen en kunstwerken. Voor het waterschap is de waterschapsverordening, samen met de legger, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een (digitale) kaart.
Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers, lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken (stuwen, sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen. De legger vormt de basis voor de gebieden waarbinnen regels uit de waterschapsverordening gelden. Deze gebieden – de werkingsgebieden – zijn opgenomen in de waterschapsverordening. Ten gevolge van de verwachte klimaatverandering zal de neerslagintensiteit toenemen. Hierdoor neemt het risico op wateroverlast toe. Bij afvoer en lozing van hemelwater afkomstig van nieuw aangelegd verhard oppervlak wordt daarom het stand-still beginsel (waterneutraal bouwen) gehanteerd. Dit wil zeggen dat er ten gevolge van de aanleg geen extra hemelwater mag worden geloosd ten opzichte van een lozing die vanaf onverhard terrein plaatsvindt (2 l/s/ha). Het lozen van hemelwater afkomstig van nieuwe verhard oppervlak is op grond van de waterschapsverordening dan ook alleen toegestaan als dit niet leidt tot een versnelde afvoer van hemelwater. Bij een lozing als gevolg van de aanleg van nieuw verhard oppervlak moet de initiatiefnemer zodanige infiltratie- en bergingsvoorzieningen treffen dat een toename van de afvoer op het watersysteem wordt vermeden.
Daarnaast moet ook altijd aan de zorgplicht worden voldaan als bepaald in de waterschapsverordening.
20
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Uitgangspunt verwerking hemelwater Een initiatiefnemer (particulier of bedrijf) is in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater dat op zijn perceel (en daarop staande gebouwen en verharding) valt. In het geval niet alles kan worden verwerkt, heeft de gemeente in het kader van haar hemelwaterzorgplicht (Waterwet) de taak het overtollige hemelwater te verwerken. De gemeente kan hieraan specifieke normen stellen wat betreft de opvangplicht op particulier terrein of verwerkt eventueel zelf het (overtollige) hemelwater. Uiteindelijk mag het (overtollige) hemelwater dat niet is geïnfiltreerd conform de normen van het waterschap met betrekking tot het lozen op het watersysteem (gedoseerd) aangeboden worden op het watersysteem dat door het waterschap wordt beheerd. Iedereen (particulieren, bedrijven en gemeenten) die op het watersysteem loost moet aan deze normen voldoen. Ten aanzien van het stand-still beginsel (waterneutraal bouwen) hanteert het waterschap de volgende uitgangspunten: Bij uitbreiding van verhard oppervlak wordt regenwater middels dynamische bergings-/ infiltratievoorzieningen door de initiatiefnemer terug in de bodem gebracht (waterneutraal bouwen). Ook bij kleine ontwikkelingen vangt de initiatiefnemer zijn eigen water op, geen ondergrens.
Onder dynamische berging wordt verstaan de berging die te allen tijde beschikbaar is voor het bergen van neerslagwater. Bij bergingen die in open verbinding staan met het grondwater hanteren we hiervoor de ruimte boven de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG). Onder statische berging verstaan we de extra berging die mogelijk beschikbaar is maar die niet gegarandeerd beschikbaar is. Dynamisch bergings-/ infiltratievoorzieningen dienen minimaal gedimensioneerd te worden op een buiduur van 100 mm in 24 uur. Bij de omvang van de benodigde berging/infiltratie mag rekening worden gehouden met de leegloop en de infiltratie gedurende 24 uur. Als infiltreren aantoonbaar niet of nauwelijks mogelijk is kan een dynamische bergings-/ infiltratievoorziening aangelegd worden met leegloopvoorziening. Om afwenteling naar benedenstrooms te voorkomen mag hiermee maximaal 2l/s/ha geloosd worden. Er moet boven de inhoud van de dynamische berging een waking gehanteerd worden van minimaal 25 centimeter. Geadviseerd wordt om een waking van 50 centimeter te hanteren. Aan de bovenkant van de voorgeschreven dynamische berging moet een calamiteitenleegloop aangelegd worden met een maximale leegloop van 10l/s/ha. Aan de bovenkant van de voorziening mag een noodoverlaat worden aangebracht.
Bij wijziging van de lozingssituatie van bestaande verharde oppervlakken is realisering van de voldoende waterberging niet in alle situaties redelijkerwijs mogelijk. In die situaties streeft het waterschap naar een redelijkerwijs zo maximaal mogelijke omvang van waterberging. Planspecifiek Bij de uitwerking van het plan is rekening gehouden met voorgaande uitgangspunten dat verwerking van hemelwater op eigen terrein moet plaatsvinden. In paragraaf 5.9 is hier nader op ingegaan.
4.5
Toetsing gemeentelijk beleid
4.5.1
Omgevingsvisie Venray 2023
De gemeenteraad van Venray heeft op 21 december 2023 de Omgevingsvisie Venray vastgesteld. In de omgevingsvisie laat de gemeente zien voor welke uitdagingen zij staat en waar zij als gemeente naar toe wil in de toekomst. De belangrijke waarden van Venray wil de gemeente beschermen en versterken. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillende opgaven zoals de klimaatverandering, de energietransitie en de woningbouw om het woningtekort op te lossen. In de omgevingsvisie komen de verschillende opgaven samen in 5 integrale hoofdambities voor de komende 10 à 20 jaar: Groen wonen voor iedereen; Een gezond Venray heeft de toekomst; Venray bloeit, bruist en boeit; Natuurlijk Venray; Ambities in regionaal perspectief.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
21
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Wonen Venray en de dorpen kennen een fijn woonklimaat. Tegelijkertijd kent de gemeente een woningtekort. Zowel voor jongeren als voor ouderen. De gemeente wil bouwen voor behoefte en sturen op meer kwaliteit van woningen. Oplossingen ziet de gemeente in het bouwen van woningen die meer aansluiten bij het toekomstperspectief. Een vooruitblik in de toekomst laat ons zien dat: er voldoende groen en ruimte is waar Venraynaren elkaar dicht bij huis kunnen ontmoeten en er passende woningen zijn voor jong en oud. Venray gaat hierbij voor woongebieden die over een aantal jaar veranderd zijn in groene wijken en dorpen waar jong en oud over een woning beschikken die past bij hun levensfase en levensstijl. In het toekomstig Venray ziet de gemeente voldoende betaalbare en voldoende nultredenwoningen. Dit alles in een groene woonomgeving, bijzondere woonvormen en vitale gemeenschappen die voor elkaar zorgen. De mens staat centraal en inwoners hebben de kansen en keuzemogelijkheden om te kunnen deelnemen aan de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan de toegang tot voorzieningen en vervoer. Planspecifiek De inwoners van Merselo zien de noodzaak om te groeien, er moet een gezonde leeftijdsmix in het dorp zijn. Om het dorp leefbaar te houden zijn er dan ook meer woningen nodig om zowel het dorp, de gemeenschap en alle verenigingen gezond te houden.
De gemeente wil hierbij vooral inzetten op starterswoningen en levensloopbestendige woningen. Met 8 starterswoningen, 6 levensloopgeschikte seniorenwoningen en 2 twee-onder-één-kapwoningen die levensloopgeschikt gemaakt kunnen worden, wordt zo goed mogelijk invulling gegeven aan deze opgave. Daarnaast hanteert de gemeente bij nieuwe, grotere woningbouwplannen een streefdoel van 20 % (openbaar) groen en water binnen het plangebied. Hieraan wordt met 21 % aan voldaan. Gelet hierop past het planvoornemen binnen de woonambities van de gemeente. 4.5.2
Omgevingsprogramma Wonen 2022 - 2026
In het verlengde van de omgevingsvisie heeft de gemeenteraad op 15 februari 2022 het Omgevingsprogramma Wonen 2022 - 2026 “Verder bouwen aan de toekomst van Venray” vastgesteld als opvolger van de Woonvisie 2017 - 2021. Dit programma is mede gebaseerd op de 'Woningbehoeftepeiling Venray' van Stec Groep (d.d. 10 november 2021). In het omgevingsprogramma wordt niet alleen aandacht besteed aan de demografische ontwikkelingen, maar ook aan de sterk opgelopen druk op de woningmarkt in alle sectoren. De gemeente constateert dat vooralsnog geen sprake meer is van de eerder aangenomen bevolkingskrimp, die mogelijk een stuk later zal intreden (als die zich al gaat voordoen). Zij constateert een behoefte aan grote diversiteit in het woonprogramma. In dat verband onderscheidt de gemeente 5 kernopgaven. In het kader van de onderhavige ontwikkeling zijn de volgende relevant: 1. Snel voldoende woningen bouwen: a. een bouwproductie van minimaal 2.000 tot 2035; b. waarvan minimaal 1.500 in de komende 10 jaar (gemiddeld ca 150 per jaar); 2. Gevarieerd aanbod: a. een goede differentiatie van de nieuwbouw, passend bij de behoefte van de toekomst; b. focus op betaalbaarheid in koop en huur; c. niet meer van hetzelfde, maar meer variatie in vorm, techniek en doelgroepen; d. meer sturing en regie op type en prijsklassen van nieuwe woningen, passend bij behoefte en opgaven; e.
een daarbij passend stelsel van maatregelen, afspraken en instrumenten; f. focus op aanpassing bestaande voorraad (levensloopgeschikt maken). 3. Duurzame woningvoorraad: een duurzame Venrayse samenleving, die: a. minder CO2 -uitstoot: in 2030 met 60% vergeleken met 1990; b. volledig energieneutraal is in 2050; c. de klimaatadaptatie onder controle heeft in 2035; d. de circulaire werkwijze als vanzelfsprekend uitgangspunt ziet in 2035. De gemeente zet in op differentiatie van de nieuwbouw. Hierbij ligt een sterke focus op betaalbare woningen in koop en huur. De primaire voorkeur voor een grondgebonden woning is in alle kernen binnen de gemeente dominant aanwezig. In Merselo gaat zelfs 100% van de primaire voorkeur uit naar een grondgebonden woning. Bij woningbouwprojecten vanaf 12 woningen of meer geldt de in
22
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
het Omgevingsprogramma opgenomen differentiatietabel; 50% betaalbaar, 20% bereikbaar en 30% duur. Planspecifiek In het omgevingsprogramma is een verdeling van woningen over de verschillende kernen aangegeven. Voor de kern Merselo is een kwantitatieve woningbouwopgave van 50 woningen tot 2035 opgenomen. De herinvulling van de schoollocatie in het plangebied is daarbij aangemerkt als prioriteit. Doordat er maar 2 dure vrije sector woningen in het plangebied worden gerealiseerd en meer dan 85 % van de woningen in de sociale en betaalbare koopcategorie (waarvan 4 sociale huur (25 %)), 2 sociale koop (12,5 %), 8 betaalbare koop (50 %) en 2 bereikbare koop (12,5 %), wordt aangesloten op het gemeentelijke woningbouwprogramma en past het plan binnen de verdeelsleutel uit de 'Doelgroepenverordening Woningen Venray 2022'. 25% sociale huur; 10% sociale koop (= prijspeil 2022: € 280.000,-); 15% betaalbare koop (= prijspeil 2022: € 355.000,-); 20% bereikbare koop (= prijspeil 2022: € 430.000,-); 30% vrije markt. Het plan levert een belangrijke bijdrage aan de versnellingsopgave, biedt een gedifferentieerd aanbod en speelt in op de woningbehoefte in Merselo. 4.5.3
Ruimtelijk kwaliteitskader
Het ruimtelijk kwaliteitskader vormt een inspiratiedocument voor initiatiefnemers en bevat aanbevelingen die helpen om een initiatief zo goed mogelijk in te passen rekening houdend met de omringende waarden. De gemeenteraad heeft dit kader vastgesteld op 25 september 2016. In het ruimtelijk kwaliteitskader: heeft de gemeente vastgelegd welke waarden en kenmerken belangrijk zijn om te behouden, versterken of herstellen; heeft de gemeente aangegeven welke randvoorwaarden gelden om toekomstige plannen mogelijk te maken. Ruimtelijk kwaliteit is het samenhangend geheel van belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Een omgeving die divers is, met herkenbare identiteit en aangenaam om te ervaren (belevingswaarde). Het is ook belangrijk dat er functionele samenhang is (gebruikswaarde) en dat de ruimte duurzaam, aanpasbaar en beheerbaar is ingericht (toekomstwaarde) zodat deze kan worden doorgegeven aan toekomstige generaties. Merselo De gemeente Venray heeft 13 dorpen, die samen ca. 13.500 inwoners hebben. Deze dorpskernen zijn aangemerkt als woongebieden. Over het algemeen is het er prettig wonen in een dorps woonmilieu; ruim opgezet, met een lage woningdichtheid en veel groen. Over Merselo staat het volgende: "Merselo is een typisch esdorp met wegen rondom de essen en (deels) laanbeplanting langs wegen.
Aan de oostkant van Merselo worden de essen aan de oostzijde door bossen begrensd. Daarnaast ligt ten zuiden van Merselo een beekdal met meanderende beek. Merselo kenmerkt zich door het hoogteverschil van de hoger gelegen essen die langzaam afdalen naar de Loobeek. Aan de rand van het dorp staat de Beltmolen Nooit Gedacht en in het centrum de uit 1400 stammende H. Johannes de Doper kerk. Ook vind je hier nog veel oude boerderijen..." "...Belangrijke uitgangspunten om rekening mee te houden bij ontwikkeling Openhouden en versterken van de openheid van de es Behoud (zichten op) Beltmolen Nooit gedacht Behoud (zichten op) H. Johannes de doper kerk Historische boerderijen koesteren Aanwezigheid van groen Versterk de relatie met het beekdal. Zowel visueel als door middel van het creëren van recreatieve routes. Versterk de relatie met de verschillende omliggende natuurgebieden Welstandscriteria: monumenten en karakteristieke panden.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
23
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Opgaven Voldoende en betaalbare woningen voor jong en oud, inzetten op levensloopbestendige woningen Aandacht voor groen en kwaliteiten van de omgeving bij ontwikkellocaties; nieuwbouw in schaal en maat goed afstemmen op de omgeving Toegankelijkheid van voorzieningen, goede wandel- en fietsverbindingen Een gezonde en groene woonomgeving die uitnodigt om te bewegen en te ontmoeten" Planspecifiek Een belangrijk uitgangspunt waarmee rekening is gehouden in het stedenbouwkundig ontwerp in het plangebied, is het behoud van het zicht op de kerk. Vanuit het hofje aan de westzijde is er een rechtstreekse zichtlijn naar de kerk ten oosten van het plangebied. Tevens krijgt het plangebied een flinke groene impuls door een centrale groene wadi met enkele bomen aan de westzijde en een langgerekte groenzone (wadi) met bomen ter hoogte van de zichtlijn naar de kerk. Daarnaast is er bij de herontwikkeling van deze voormalige schoollocatie ingezet op energiezuinige nieuwe woningen die qua maat en schaal afgestemd zijn op de omgeving. De levensloopgeschikte woningen in het hofje in het binnengebied bestaan daarom uit 1 bouwlaag met kap. Terwijl met de twee-onder-één-kapwoningen aan de Coppelenberg en de rijwoningen aan de oostzijde met 2 bouwlagen met kap juist is aangesloten bij de maat en schaal van de aangrenzende grondgebonden woningen.
Verder heeft het plan geen gevolgen voor de esgronden, aangezien het gaat om een herontwikkelingslocatie binnen de bestaande kern. Tenslotte is het plangebied vanaf 2 zijden toegankelijk (noord- en oostzijde) voor alle verkeersvormen en is een eventuele (langzaam)verkeersverbinding in zuidelijke richting niet onmogelijk gemaakt. Gelet hierop past de beoogde ontwikkeling binnen het de uitgangspunten en de opgaven zoals opgenomen in het ruimtelijk kwaliteitskader. 4.5.4
Conclusie
In het plangebied zijn geen gemeentelijke belangen in het geding.
4.6
Conclusie
De herontwikkeling van de schoollocatie naar een woningbouwlocatie past binnen het beleidskader van de verschillende overheidslagen.
24
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Hoofdstuk 5
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
Dit hoofdstuk bevat de uitkomsten van technische onderzoeken met conclusies. Alleen de voor het plangebied relevante milieuaspecten worden beschreven. Aan het eind van elke paragraaf volgt een conclusie met betrekking tot het aspect.
5.1
Duurzaamheid
5.1.1
Regelgeving
Energiebesparing is een eerste vereiste om de energievraag te minimaliseren. Het gaat daarbij om het minimaliseren van zowel de energievraag van gebouwen als die van bedrijfsprocessen. De energie die dan nog gebruikt wordt, wordt zoveel mogelijk duurzaam opgewekt. Uitgangspunt is dat bij nieuwbouw alle daken zoveel mogelijk vol komen te liggen met zonnepanelen. Alle (nieuwe) daken moeten dan ook geschikt zijn voor zonnepanelen. Nieuwbouw moet aardgasvrij gerealiseerd worden. In het kader van natuurinclusief bouwen wordt er bewust ruimte gemaakt voor biodiversiteit op, aan of in een gebouw of de omgeving, zodat er meer verschillende planten- en diersoorten kunnen leven, bijvoorbeeld in de vorm van nestkasten. 5.1.2
Doorvertaling planvoornemen
De woningen in het plangebied worden duurzaam en energiezuinig gebouwd, waarbij er aandacht is voor onder andere klimaatadaptief bouwen. De daken van de woningen wordt afgekoppeld en al het hemelwater kan op eigen terrein infiltreren in de wadi's in het plangebied. Uiteraard worden de woningen gasloos uitgevoerd en er zal daarnaast sprake zijn van goede isolatie, lage temperatuur verwarming, een warmtepomp en er worden zonnepanelen op het dak geplaatst om de nodige energie op te wekken. Er komen vleermuiskasten in de gevels van de woningen en de parkeerplaatsen worden voorzien van halfverharding. Tevens krijgt het plangebied een flinke groene impuls door een centrale groene wadi met enkele bomen aan de westzijde en een langgerekte groenzone (wadi) met bomen ter hoogte van de zichtlijn naar de kerk, die ten oosten van het plangebied is gelegen. 5.1.3
Conclusie
Het aspect 'duurzaamheid' vormt geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
5.2
Luchtkwaliteit
5.2.1
Regelgeving
Uit artikel 1.2 lid 2 Ow volgt expliciet dat lucht onderdeel uitmaakt van de fysieke leefomgeving. Dit houdt in dat een omgevingsplan regels kan bevatten die gericht zijn op het beschermen van lucht (zoals aangegeven in artikel 4.1 Ow). De rijksoverheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in de zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO 2) of fijnstof (PM10). Soms wordt hier een rijksomgevingswaarde overschreden of de achtergrondconcentratie is zo hoog, dat bij toevoeging van een nieuw project alsnog een rijksomgevingswaarde overschreden kan worden. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen. Hierbij gaat het om activiteiten binnen het aandachtsgebied. Maar het kan ook gaan om activiteiten in de buurt van een aandachtsgebied, als deze activiteiten zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen het nabijgelegen aandachtsgebied.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
25
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Er wordt getoetst aan de omgevingswaarden, tenzij de activiteit niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de stikstofdioxide- (NO2) of fijnstof- (PM10) concentraties. De specifieke beoordelingsregels voor lucht staan in artikel 8.17, 8.21 en 8.24 Bkl. Deze gaan over: beoordeling luchtkwaliteit en toetsing aan de rijksomgevingswaarden; ammoniakemissies van veehouderijen; geologische opslag van CO 2. 5.2.2
Doorvertaling planvoornemen
Het plangebied is niet gelegen in of nabij één van de aandachtsgebieden uit artikel 5.51, lid 2 Bkl. Bovendien geldt dat de ontwikkeling van een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Voorliggend initiatief maakt de realisatie van maximaal 16 woningen mogelijk en draagt zodoende niet in betekenende mate bij aan de verhoging van de luchtverontreiniging. Dit wordt bevestigd door een berekening met de NIBM-tool (d.d. 24 april 2024):
Bestaande luchtkwaliteit Op basis van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK), zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor het monitoringsjaar 2022 (monitoringsronde 2023) bepaald. Hieruit blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden (40 µg/m3 voor NO2 en PM10 en 25 µg/m3 voor PM2,5) ter plaatse van het dichtstbijzijnde toetspunt (14132389_65362) op de meest nabij gelegen gemonitorde weg, de Beekweg, niet worden overschreden. De waardes bedragen respectievelijk 13,5 µg/m3 voor NO2, 17,5 µg/m3 voor PM10 en 9,2 µg/m3 voor PM2,5. Daarnaast is de trend dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen zullen dalen, waardoor geen overschrijdingen van de grenswaarden zijn te verwachten. De daggemiddelde grenswaarde voor PM10 van 50 µg/m³ mag maximaal 35 keer per jaar overschreden worden. Uit het CIMLK blijkt dat in 2022 het totaal aantal overschrijdingsdagen 6,1 bedraagt, waarmee ruimschoots aan de daggemiddelde grenswaarde wordt voldaan. 5.2.3
Conclusie
Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
26
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
5.3
Geluid
5.3.1
Regelgeving
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat instructieregels in afdeling 3.5 (o.a. normen) voor: het geluid van geluidveroorzakende activiteiten op geluidgevoelige gebouwen en het toelaten van geluidgevoelige gebouwen in het geluidaandachtsgebied (van wegen, spoorwegen en industrieterreinen, artikel 3.18 lid 1 Bkl). Geluidgevoelige gebouwen Het Bkl bevat in artikel 3.21 een definitie van geluidgevoelige gebouwen. Hier vallen gebouwen onder met een woonfunctie, een onderwijsfunctie, een gezondheidszorgfunctie (met bedgebied) en kinderopvang (met bedgebied). Het Bkl bevat niet de mogelijkheid voor een gemeente om de definitie van geluidgevoelige gebouwen uit te breiden. Bij nieuwe ontwikkelingen moeten gemeenten in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wel rekening houden met geluid op niet door het Bkl aangewezen gebouwen en locaties. Geluidaandachtsgebieden In het Bkl is bepaald dat het omgevingsplan waarborgt dat het geluid veroorzaakt door een (spoor)weg of industrieterrein op een voor geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied aanvaardbaar is. Het Bkl bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. Deze waarden zijn van toepassing op het geluid door alle geluidbronnen binnen een geluidbronsoort.
De waarden die bij toelaten van een geluidgevoelig gebouw voor de geluidbronsoorten met een geluidproductieplafond (gpp) als omgevingswaarde gelden, staan in navolgende tabel: Standaardwaarde (dB) (tabel 3.34 Bkl)
Grenswaarde (dB) (tabel 3.35 Bkl)
Provinciale wegen Rijkswegen
50 Lden
65 Lden
Gemeentewegen Waterschapswegen
53 Lden
70 Lden
Hoofdspoorwegen
55 Lden
70 Lden
Industrieterreinen
50 Lden
60 Lden
40 Lnight
50 Lnight
Geluidbronsoort
De geluidaandachtgebieden zijn - indien gepubliceerd - opgenomen op de kaart van de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG). Dit geluidsregister is op dit moment nog vrijwel leeg. Voldoen aan de standaardwaarde is de hoofdregel (artikel 3.34 Bkl). Als het geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw voldoet aan de standaardwaarde, is het geluid in ieder geval aanvaardbaar en de kans op gezondheidsschade klein. Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Het besluit moet dan voldoen aan de eisen uit de instructieregels (artikelen 3.35 tot en met 3.40 Bkl). In het omgevingsplan kunnen dan flexibiliteitsbepalingen worden opgenomen om voor het toelaten van een geluidgevoelig gebouw af te wijken van de standaardwaarden (vergelijkbaar met het hogere grenswaardenbesluit zoals we dat voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet kenden). Bij geluid tussen de standaardwaarde en de grenswaarde vindt een bestuurlijke afweging plaats en gelden een aantal eisen. Het bevoegd gezag kan alleen geluid tot en met de grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toestaan als voldaan wordt aan een van de voorwaarden onder artikel 5.78z lid 1 onder a of b, 5.78z lid 2, 5.78ab lid 2, 5.78ac en 5.78ad Bkl.
Op grond van artikel 5.78i Omgevingswet hebben alle verharde wegen met een jaargemiddelde verkeersintensiteit van 1.000 motorvoertuigen of meer - los van de snelheid - ook een geluidaandachtsgebied, met uitzondering van woonerven.
"TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo" (ontwerp)
27
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22e Coppelenberg 3 Merselo
Zolang er geen basisgeluidsemissies met bijbehorende aandachtsgebieden vast zijn gelegd geldt op grond van artikel 17.5 van de Omgevingsregeling een geluidaandachtgebied waarbij bij een gemeentelijke weg of waterschapsweg de breedte van het geluidaandachtsgebied wordt bepaald door vaste afstanden tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip: Aantal rijstroken
Maximum snelheid weg (km/u)
Breedte zone (m)
1 of 2
30 of minder
100
1 of 2
meer dan 30
200
3 of meer
350
Geluid door activiteiten Onder 'geluid door activiteiten' vallen nagenoeg alle activiteiten (zoals activiteiten van bedrijven). Het Bkl wijst in artikel 5.55 de activiteiten aan die er niet onder vallen. Zo bepaalt het Bkl dat de activiteit wonen geen geluidveroorzakende activiteit is. Het Bkl bevat zelf geen definitie van het begrip wonen, maar de toelichting bij het Bkl geeft aan dat een beroep of bedrijf aan huis en een 'uit de hand gelopen hobby' geen verband houden met de activiteit wonen. Dit is vergelijkbaar met de wetgeving voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet waar de milieuregels ook van toepassing zijn op activiteiten die worden verricht in een omvang alsof zij bedrijfsmatig zijn. Het Bkl bepaalt in artikel 5.59 dat het omgevingsplan waarborgt dat het geluid veroorzaakt door een geluidveroorzakende activiteit (zoals activiteiten bij bedrijven) op een geluidgevoelig gebouw aanvaardbaar is. Er wordt voldaan aan dit aanvaardbaarheidsvereiste als het omgevingsplan de standaardwaarden van het Bkl overneemt. Het Bkl bevat standaardwaarden voor toelaatbaar geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. Deze standaardwaarden zijn overgenomen in navolgende tabel: Standaardwaarde toelaatbaar geluid op 07.00 - 19.00 uur een geluidgevoelig gebouw
19.00 - 23.00 uur
23.00 - 7.00 uur
45 dB(A)
40 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen
70 dB(A)
70 dB(A)
Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden
65 dB(A)
65 dB(A)
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten
50 dB(A)
Voldoen aan de standaardwaarde is de hoofdregel (artikel 5.64 Bkl). Als het geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw voldoet aan de standaardwaarde, is het geluid in ieder geval aanvaardbaar en de kans op gezondheidsschade klein. Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Het besluit moet dan voldoen aan de eisen uit de instructieregels (artikelen 5.65 en 5.66 Bkl). Indien de gemeente een soepelere norm wil opnemen in het omgevingsplan, moet door middel van onderzoek vaststaan dat de binnenwaarde (het geluid binnen de geluidgevoelige gebouwen) niet hoger is dan de normen die het Bkl daarvoor stelt. Indien de gemeente een strengere norm wil opnemen, moet aangetoond worden dat de bestaande geluidveroorzakende activiteiten niet worden beperkt ten opzichte van het huidige recht. In het omgevingsplan kunnen dan flexibiliteitsbepalingen worden opgenomen om voor één of meerdere geluidgevoelige ruimte(n) binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen af te wijken van de standaardwaarden. Deze mogen de grenswaarden niet overschrijden. De grenswaarden worden niet bepaald op de gevel, maar in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen. De grenswaarden zijn overgenomen in navolgende tabel: