CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 boekwerk kadernota 2022 inclusief 1e bijstellingen 2021

Gemeenteraad 6 juli 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Kadernota 2022 inclusief 1e bijstellingen 202121.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Kadernota 2022

MUIP 2022-2025 Gemeente Venray 17-5-2021

AANBIEDINGSBRIEF Aan de gemeenteraad, Wij bieden u hierbij de kadernota 2022 aan. Net als ieder jaar gebruiken we het voorjaar voor het opstellen van een kadernota, met daarin een beeld van de huidige financiële situatie van Venray en de belangrijkste kaders voor de begroting 2022 die in het najaar wordt gepresenteerd. Eveneens als bij de kadernota 2021 is de eerste bestuursrapportage 2021 geïntegreerd in deze kadernota 2022. In deze roerige periode waarin we zitten zijn de onzekerheden groter dan ooit. De onzekerheid is groter door COVID 19, een roerige politieke situatie, veel ontwikkelingen die grote invloed hebben op onze financiën. Denk bij dat laatste onder andere aan de alsmaar stijgende kosten in het sociaal domein en de gevolgen van de herijking gemeentefonds. Landelijk heeft een werkgroep gewerkt aan een set uitgangspunten om in deze roerige tijd toch tot verantwoorde onderbouwde ramingen te komen. Het doel is om enerzijds ingrijpende ombuigingsmaatregelen te voorkomen en anderzijds ook grote risico’s te vermijden. De kernboodschap is: • In de landelijke ontwikkelingen zijn er nog veel onduidelijkheden. Veel is afhankelijk van de formatie en het nieuwe coalitieakkoord. • Voorzichtig zijn met het rekening houden van mogelijke positieve effecten binnen de verschillende onderwerpen.

• Advies is om uit te gaan van bestaande, reeds vastgestelde en gecommuniceerde gegevens. Deze boodschap hebben we in deze kadernota als leidraad genomen. Ambities Het laatste jaar van deze raadsperiode is ingegaan. De uitvoering van de programmabegroting 2022 wordt deels al gedaan door het volgende college. Dat is een van de redenen dat wij u nu een beleidsarme begroting voorleggen. Een andere reden is COVID-19. De omstandigheden zijn door COVID-19 het afgelopen jaar niet gemakkelijk geweest. Mede daardoor zijn de ambities tot nu toe niet volledig gerealiseerd zoals gepland. Samen met de burgers en bedrijven oppakken van die ambities is in deze COVID-19 periode lastiger. Wel hebben we de overtuiging dat dit weer volop opgepakt kan worden nadat een groot deel van de Nederlandse bevolking gevaccineerd is na de zomer. Een derde reden is dat financieel de vooruitzichten op dit moment niet goed zijn. Dit ligt niet aan COVID-19. Met name lopen de kosten van het Sociaal Domein alsmaar op. Compensatie door het rijk gebeurt maar mondjesmaat en incidenteel. Overigens erkent het rijk inmiddels wel dat gemeenten financieel in de knel zijn geraakt. Dit blijkt uit een onderzoek dat het ministerie van Binnenlandse Zaken op verzoek van de 2e kamer heeft uitgevoerd. Nu is het wachten op een nieuw regeerakkoord. We gaan ervanuit dat het rijk met extra geld komt voor gemeenten.

De onzekerheid zit in de hoeveelheid extra geld en of dit structureel is. Door het ambitieniveau, de extra taken en werkomstandigheden als gevolg van COVID-19 is het werkvolume voor de organisatie te hoog is geworden. Hier willen we extra middelen voor beschikbaar stellen. Een beperkte toevoeging structureel en een incidenteel bedrag voor de komende drie jaar. Deze omstandigheden hebben ertoe geleid dat het college voor het komend jaar minimaal of geen nieuwe ambities zullen inbrengen. Eerst afmaken waar we mee bezig zijn en de gevolgen door COVID-19 voor het komend jaar een plek geven.

1e bijstellingen begroting 2021 In deze kadernota zijn de 1e bijstellingen van de begroting 2021 opgenomen. Het negatieve resultaat bij de 1e bijstellingen 2021 wordt met name veroorzaakt door de oplopende uitgaven bij de jeugdzorg en de Wmo. Bovenop de uitgavenstijging die er al opgenomen was in de begroting 2021 stijgen de verwachte kosten door met nog eens ongeveer € 2 miljoen op jaarbasis. Het financieel resultaat van de 1e bijstellingen is € 2.498.081 negatief. Rekening houdende met de eerder door uw raad genomen besluiten is de stand van de post onvoorzien € 2.408.431 negatief. Voorgesteld wordt om de post onvoorzien weer aan te vullen tot het oorspronkelijke bedrag van € 131.000. Dit betekent dat er voorgesteld wordt om een bedrag van € 2.539.431 te onttrekken uit de algemene reserve. Meerjarenperspectief Het meerjarenperspectief is op dit moment negatief. Er is voor gekozen om in deze kadernota nog geen maatregelen voor te stellen om een sluitend perspectief aan te bieden. De maatregelen die we dan zouden moeten nemen betekenen een aantasting van ons voorzieningenniveau, extra belastingverhogingen voor onze burgers en bedrijven en een aanslag op onze reservepositie. We willen bewust laten zien dat we zonder extra middelen van het rijk, het niet meer redden.

Dat gemeenten te weinig middelen krijgen om de taken die ze hebben en erbij hebben gekregen, is gebleken uit tal van onderzoeken. We verwachten dat we op het moment dat de begroting samengesteld wordt meer weten welke richting het nieuwe kabinet kiest voor de financiële bijdrage aan gemeenten om hun taken fatsoenlijk uit te kunnen voeren. Dit voor zowel het Sociaal Domein, de duurzaamheidsopgave, de uitvoering van de Omgevingswet en de andere taken waarvoor gemeenten aan de lat staan. In hoofdstuk 1 hebben we drie scenario’s uitgewerkt, voorzichtig, somber en optimistisch. Het 1e is het voorzichtige scenario. Dit is de basis voor de uitwerking van deze kadernota. Met dit scenario hebben we meerjarig een structureel tekort van ongeveer € 2,5 miljoen. Daar zit al een extra bedrag aan inkomsten opgenomen van € 2,25 miljoen voor jeugdzorg dat structureel nog niet is toegezegd maar die we wel verwachten. Voor 2021 is dit incidenteel door het rijk toegekend. Het 2e is het sombere scenario. Hierbij gaan we ervanuit dat we er niets bij krijgen van het rijk Dat betekent dat de € 2,25 miljoen bijdrage voor jeugdzorg niet structureel wordt. Dan loopt tekort van onze begroting op van ongeveer € 5,5 miljoen in 2022 naar bijna € 7 miljoen in 2025. Het 3e scenario is het optimistische scenario.

Daarbij gaan we ervanuit dat we extra geld ontvangen uit het gemeentefonds, dat de opschalingskorting op het gemeentefonds van tafel gaat, extra geld voor de kosten Sociaal Domein en extra geld voor onze opgave in het kader van het klimaatakkoord. Bij dit scenario hebben we meerjarig een positief saldo. Tevens gaan we de komende maanden aan de slag met de knoppen waar we zelf aan kunnen draaien. Hierbij denken we aan:  het niet meer toerekenen van rente op het eigen vermogen compenseren door een verhoging van de OZB op een wijze dat de belastingdruk voor inwoners en bedrijven gemiddeld hetzelfde blijft. In deze kadernota is dit als uitgangspunt gehanteerd.  nader concretiseren wat de financiële opbrengst kan zijn als gevolg van de acties in het sociaal domein, zoals het uitvoeringsprogramma kadernota sociaal domein, de realisatie van de maatregelen task force en het traject sturing en inkoop sociaal domein.  kritisch zoeken naar mogelijkheden in onze begroting bij de samenstelling daarvan. Op dit moment kiest het college er niet voor om nu al de tering naar de nering te zetten. Het college wacht eerst af wat er vanuit het rijk op ons afkomt. Het college zal in september een sluitende begroting aan uw raad aanbieden. Het meerjarenperspectief is als volgt: x € 1.000 Kadernota 2022 Meerjarenperspectief incl. MUIP (zie onderdeel 1.3) - = nadeel

2021 -1.015

2022 -2.510

2023 -2.725

2024 -2.449

2025 -2.605

Weerstandsvermogen De weerstandsnorm is op orde en is na inzet voor de incidentele lasten nog meer dan het dubbele van de minimale norm van 1,0. Weerstandsvermogen

2021

2022

2023

2024

2025

Weerstandsratio

2,20

2,29

2,55

2,43

2,43

Het weerstandsvermogen heeft een dusdanige omvang dat de gevolgen van COVID-19 op de korte termijn kunnen worden opgevangen. Na rekening gehouden te hebben met de risico’s is de vrije ruimte in 2021 € 9,6 mln. en de jaren daarna minimaal € 10 miljoen. Het college wil begin juli graag met uw raad het debat aan gaan over deze kadernota. Uiteraard rekening houdend met de ontwikkelingen tot op dat moment die wij u tijdig aanreiken. Het college van burgemeester en wethouders van Gemeente Venray.

VASTSTELLINGSBESLUIT

De raad van Venray, Gelezen het advies van B&W van 17 mei 2021. Besluit: Besluit inzake kadernota 2022: 1.

Vaststellen van de kadernota 2022, inclusief het Meerjarig Uitgaven- en Investeringsplan (MUIP) 2022-2025 als richtinggevend kader voor de Programmabegroting 2022-2025.

Besluit inzake 1e bijstellingen 2021: 2. Instemmen met de 1ste bijstelling en de daarin opgenomen, financiële en administratieve mutaties in de exploitatie en investeringsbudgetten; 3. Akkoord gaan met het negatieve resultaat 2021 van € 2.498.081 voortvloeiend uit de 1e bijstellingen 2021 en dit ten laste brengen van de post onvoorziene uitgaven 2021; 4. Het resultaat uit deze 1e bijstellingen over de jaren 2022 tot en met 2025 verwerken in de meerjarenbegroting; 5. De post onvoorziene uitgaven 2021 weer op het oorspronkelijke begrotingsniveau van € 131.000 terugbrengen door een bedrag van € 2.539.431 te onttrekken uit de Algemene Reserve en toe te voegen aan de post onvoorzien; 6. Het opheffen van de parkeer reserve en het restant bedrag van € 559.241 toe te voegen aan de algemene reserve.

Aldus besloten in de openbare vergadering van 6 juli 2021.

, voorzitter voorvoorzitter

, raadsgriffier

INHOUD Aanbiedingsbrief

3

Vaststellingsbesluit

7

INHOUD

9

Leeswijzer

10

1.

11

Financieel Meerjarenperspectief 2021-2025

1.1

Meerjarenperspecief inclusief MUIP

11

1.2

Toelichting huidig verwacht resultaat

14

1.3

Ontwikkelingen financieel

15

2.

Reservepositie en Weerstandsvermogen

19

2.1

Weerstandsvermogen

19

2.2

Risico’s

20

2.3

Reservepositie

20

3.

Programma’s

22

Programma 1 Leven

23

Programma 2 Wonen

27

Programma 3 Werken

28

Programma 4 Besturen

29

4.

De 1e bijstellingen 2021

31

Programma 1 Leven

31

Programma 2 Wonen

32

Programma 3 Werken

33

Programma 4 Besturen

34

Actueel financieel beeld na bijstellingen

35

Verloop investeringen

37

BIJLAGEN

38

Bijlage 1. TotaaL overzicht MUIP-aanvragen

38

Bijlage 2. Uitgangspunten meerjarenbegroting 2022-2025

49

2.1

Prijs- en loon/CAO-ontwikkeling

49

2.2

Belastingscenario

49

2.3

Renteomslag

52

2.4

Ontwikkelingen in de taakstelling

52

2.5

Grondbedrijf

53

Bijlage 3. Lijst met afkortingen

55

LEESWIJZER Voor u ligt de kadernota 2022, inclusief het Meerjaren Uitgaven en Investeringsplan 2022-2025 (MUIP) en de 1e bijstellingen 2021. De kadernota dient als richtinggevend kader voor de op te stellen Programmabegroting 2022-2025. Deze kadernota kent de volgende opzet: Hoofdstuk 1:

Weergave toelichting op het financiële meerjarenperspectief voor 2021-2025.

Hoofdstuk 2:

Weergave van de (meerjarige) ontwikkeling van de reservepositie en het weerstandsvermogen.

Hoofdstuk 3:

Per programma een beschrijving van activiteiten om de gestelde doelen te kunnen realiseren.

Hoofdstuk 4:

1e bijstellingen 2021.

Bijlagen:

1) Totaaloverzicht MUIP 2022-2025. 2) Uitgangspunten meerjarenbegroting 2021-2025. 3) Lijst met afkortingen.

De bedragen in de tabellen zijn in € 1.000 tenzij anders is vermeld.

10

1. FINANCIEEL MEERJARENPERSPECTIEF 2021-2025 1.1

MEERJARENPERSPECIEF INCLUSIEF MUIP

Inleiding Algemeen In deze roerige periode waarin we zitten zijn de onzekerheden groter dan ooit. De onzekerheid is groter door COVID 19, een roerige politieke situatie, veel ontwikkelingen die grote invloed hebben op onze financiën. Denk bij dat laatste onder andere aan de alsmaar stijgende kosten in het sociaal domein en de gevolgen van de herijking gemeentefonds. Landelijk heeft een werkgroep gewerkt aan een set uitgangspunten om in deze roerige tijd toch tot verantwoorde onderbouwde ramingen te komen. Het doel is om enerzijds ingrijpende ombuigingsmaatregelen te voorkomen en anderzijds ook grote risico’s te vermijden. De kernboodschap is: • In de landelijke ontwikkelingen zijn er nog veel onduidelijkheden. Veel is afhankelijk van de formatie en het nieuwe coalitieakkoord. • Voorzichtig zijn met het rekening houden van mogelijke positieve effecten binnen de verschillende onderwerpen. • Advies is om uit te gaan van bestaande, reeds vastgestelde en gecommuniceerde gegevens. Deze boodschap hebben we in deze kadernota als leidraad genomen. Hieronder wordt het huidig verwachte verloop van het meerjarenperspectief 2021 – 2025 getoond. Voor een nadere inhoudelijke toelichting op het meerjarenperspectief verwijzen wij u naar onderdeel 1.1 tot en met 1.3.

MEERJARENPERSPECTIEF KADERNOTA 2022 x € 1.000 Kadernota 2022 A

Begrotingsresultaat begroting 2021 - 2025 (vlgs boekwerk) A1 C orrectie boekjaar 2024

2021 24

2022

2023

-1.193

2024

-1.977

2025 0

-2.495

-2.318

Begrotingsresultaat 2021-2025

24

-1.193

-1.977

-2.318

-2.495

B

Raadsbesluiten tot en met april 2021

-41

-45

30

138

177

C

Toekomstige besluiten raad

-2.498

-2.290

-2.358

-2.469

-2.570

-2.515

-3.528

-4.305

-4.649

-4.888

Huidig verwacht resultaat (zie onderdeel 1.1) 1.2 Ontwikkelingen: D

Gemeentefondsuitkering meicirculaire 2021

pm

pm

pm

pm

pm

E

Herijking gemeentefonds We houden geen rekening meer met een nadeel maar ook niet met een voordeel. Dus per saldo neutraal.

pm

653

1.305

1.958

1.958

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

Ontwikkelingen 2021 Accommodatiebeleid

PM

-75

-76

-77

-78

Veiligheidsregio

PM

-85

-88

-91

-10

MGR Afschaffen rente op eigen vermogen

PM PM

-84 -632

-83 -732

-81 -755

-80 -898

C orrectie middels aanpassing OZB

PM

632

732

755

898

Afbouw overhead GR VTH

PM

-370

-370

-370

-370

1.500

1.538

2.188

2.838

2.920

-1.015

-1.990 -2.525

-2.117 -2.036

-1.810 -1.039

-1.968 -637

2.005

1.428

400

-2.510

-2.725

-2.449

F

G

Sociaal Domein Jeugdzorg Op basis van brekening voorstel 100.000+ gemeenten

Tussentotaal ontwikkelingen (zie onderdeel 1.2)

I

Geactualiseerd meerjarenperspectief Totaal nieuwe MUIP aanvragen Dekking incidentele uitgaven uit de algemene reserve Meerjarenperspectief incl. MUIP (zie onderdeel 1.3)

-1.015

-2.605

- = nadeel

11

Resultaat Meerjarenbegroting Het resultaat van onze meerjarenbegroting is negatief. Dit ondanks het feit dat we zo goed als geen extra kosten voor nieuw beleid hebben opgenomen. Zoals bekend zijn de oplopende kosten bij het Sociaal Domein een zware last voor de begroting. In de meerjarenprogrammabegroting 2021-2024 liep dat tekort al op tot ruim 4 miljoen. Op basis van de huidige verwachtingen lopen de uitgaven verder op. Deels kan dat wel worden gecompenseerd door verwachte hogere inkomsten van het rijk, lagere kosten uitvoering werkdeel participatiewet en lagere bijdrage aan de NLW. We kiezen er bewust voor om deze kadernota negatief te laten sluiten en er niet voor te kiezen om diverse taakstellingen op te nemen waarvan we niet weten of die realistisch zijn. Een negatief resultaat bevestigt het landelijk beeld dat bijna alle gemeenten financieel in zwaar weer zitten. Uiteraard komen we in het najaar met voorstellen en zullen we u een sluitende meerjarenbegroting aanbieden. Hiervoor is al aangegeven dat we met heel veel onzekerheden te maken hebben. Richting de begroting zal het beeld al wat duidelijker zijn. We verwachten dat de nieuwe regering met extra geld over de brug komt of met maatregelen die kostenverlagend werken. Op dit moment gaan we ervanuit dat er meer duidelijkheid is bij de samenstelling van de begroting.

Veel hangt af van het feit wanneer er een nieuw kabinet met een regeerakkoord is. Drie scenario’s op basis van de ontwikkelingen met financiële gevolgen. Omdat er zoveel onzekerheden zijn hebben we de financiële gevolgen van de belangrijkste ontwikkelingen voor zover te overzien in drie scenario’s in onderstaand overzicht opgenomen. Daarbij zijn we uitgegaan van een voorzichtig verwacht scenario, een somber en een optimistisch scenario. Zoals het overzicht aantoont hebben we in het voorzichtig verwacht scenario al enigszins geanticipeerd op extra geld vanuit Den Haag. Indien het sombere scenario waarheid wordt, is het extra nadeel aanzienlijk groter. Indien het optimistische scenario waarheid wordt, is het meerjarig saldo positief. Input tbv scenario's grote financiële ontwikkelingen x € 1.000 Onderwerp

2022 voorzichtig

-/-

+/+

2023 voorzichtig

-/-

+/+

2024 voorzichtig

-/-

+/+

2025 voorzichtig

-/-

+/+

herijking gemeentefonds

0

653

653

0

1.305

1.955

0

1.958

3.220

0

1.958

3.220

Opschalingskorting

0

0

643

0

0

953

0

0

1.275

0

0

1.609

-2.250

1.500

3.000

-2.250

1.500

3.000

-2.250

1.500

3.000

-2.250

1.500

3.000

WMO abonnementstarief

0

0

200

0

0

200

0

0

200

0

0

200

Klimaatakkoord

0

0

1.125

0

0

1.125

0

0

1.125

0

0

1.125

-2.250

2.153

5.621

-2.250

2.805

7.233

-2.250

3.458

8.820

-2.250

3.458

9.154

Jeugdzorg

Totaal - = nadeel

Het college is in de kadernota uitgegaan van het voorzichtige scenario voor de financiële ontwikkelingen. Zie hiervoor de kolom aangemerkt met "voorzichtig". Het sombere scenario is opgenomen in de kolom -/-. Het optimistische scenario is opgenomen in de kolom +/+.

De onderwerpen en de bijbehorende inschatting van de financiële ontwikkelingen voor de diverse scenario’s zijn onderstaand toegelicht. Herijking gemeentefonds In onze huidige begroting hebben we op basis van eerdere berichtgeving rekening gehouden met een korting op onze algemene uitkering dat oploopt tot bijna € 2 miljoen structureel. Uit de 1 e berekening bleek dat wij onverwacht een voordeel gemeente werden. Die resultaten zijn weer ter discussie gesteld en volgt er een extra onderzoek. In juni wordt het resultaat hiervan verwacht. Zie voor verdere toelichting hieronder bij 1.3 onder E. Opschalingskorting De opschalingskorting is jaren geleden door de toenmalige regering ingevoerd als bezuiniging. De intentie was gemeenten op te schalen tot 100.000+ gemeenten. Dit zou flinke efficiency voordelen opleveren. Daardoor wordt de algemene uitkering gekort. Voor Venray loopt dat op tot ruim € 2,5 miljoen structureel. We hebben nog € 1,6 miljoen te gaan. De intentie gemeenten op te schalen is er niet meer maar de oplopende korting is wel blijven staan. Gemeenten onder aanvoering van de VNG ijvert er al jaren voor om deze korting af te schaffen. Wij hebben de korting in onze meerjarenbegroting verwerkt. Jeugdzorg Op het onderdeel jeugdzorg is door AEF een onderzoek uitgevoerd.

Daar is uitgekomen dat gemeenten gezamenlijk tot een bedrag van € 1,7 miljard minder vergoeding van het rijk hebben ontvangen dan dat er kosten zijn gemaakt. Voor een bedrag van € 1,5 miljard zijn de kosten niet 12

beïnvloedbaar volgens AEF. Op basis daarvan is berekend wat dit voor Venray betekent. Dit komt voor Venray neer op € 3,75 miljoen. In 2021 krijgen we incidenteel € 2,25 miljoen. Daarvan hebben we al € 0,75 miljoen structureel opgenomen in onze begroting 2021. Onlangs is er nog € 1,5 miljoen incidenteel toegekend door de minister voor 2021. In deze kadernota gaan we ervanuit dat we deze € 1,5 miljoen structureel wordt bovenop de € 0,75 miljoen die we al structureel in onze begroting hebben zitten. Dit betekent dat in het optimistische scenario we er nog € 1,5 miljoen bij kunnen krijgen. In het meest sombere scenario krijgen helemaal niets extra’s structureel. WMO abonnementstarief Sinds een paar jaar is het abonnementstarief ingevoerd bij de WMO. Dat heeft tot gevolg dat er geen eigen bijdrage meer gevraagd kan worden voor huishoudelijke hulp. Dat heeft een aantrekkende werking gehad op de aantallen en tevens verviel de eigen bijdrage. Hierdoor zijn de kosten voor de gemeenten hoger. De VNG is vraagt hiervoor compensatie of het abonnementstarief moet van tafel. Klimaatakkoord Afgelopen jaar is het klimaatakkoord ondertekend. Dit betekent voor gemeenten dat er een extra opgave ligt. Er is onderzoek naar gedaan wat het kostenplaatje hiervoor is bij de gemeenten. Het ROB heeft becijferd dat dit structureel een bedrag bedraagt van € 450 miljoen voor heel Nederland.

Voor Venray betekent dit € 1.125.000 structureel. Met deze inkomsten zijn in deze kadernota nog geen rekening gehouden. De vraag is of en welk bedrag het rijk ter beschikking zal stellen. Onderstaand is weergegeven wat de invloed is op het meerjarenperspectief op basis van het sombere scenario. Kadernota 2022 Meerjarenperspectief incl. MUIP (zie onderdeel 1.3) voorzichtig Sombere aanpassing: Nadeel herijking gemeentefonds blijfs gehanteerd Geen extra en minder middelen voor Jeugdzorg Sombere meerjarenperspectief incl. MUIP

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

-1.015

-2.510

-2.725

-2.449

-2.605

pm pm -1.015

-653 -2.250 -5.413

-1.305 -2.250 -6.280

-1.958 -2.250 -6.657

-1.958 -2.250 -6.813

- = nadeel

Onderstaand is weergegeven wat de invloed is op het meerjarenperspectief op basis van het optimistisch scenario. Kadernota 2022 Meerjarenperspectief incl. MUIP (zie onderdeel 1.3) voorzichtig

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

-1.015

-2.510

-2.725

-2.449

-2.605

Optimistische aanpassing: Extra herijking gemeentefonds Opschalingskorting

pm pm

pm 643

650 953

1.262 1.275

1.262 1.609

Jeugdzorg WMO abonnementstarief Beschermd Wonen

pm pm pm

1.500 200 pm

1.500 200 pm

1.500 200 pm

1.500 200 pm

pm -1.015

1.125 958

1.125 1.703

1.125 2.913

1.125 3.091

Klimaatakkoord Optimistisch meerjarenperspectief incl. MUIP

13

1.2

Toelichting huidig verwacht resultaat

Onderstaand wordt het huidig verwacht resultaat zoals vermeld in het meerjarenperspectief bij 1.1. (A tot en met C) nader toegelicht. De letters corresponderen met het meerjarenperspectief. (A) Begrotingsresultaat begroting 2021- 2025 Dit betreft het begrotingsresultaat 2021-2025 na vaststelling van de programmabegroting 20212024 door uw raad op 3 november 2020. Bij A1 is reeds een correctie doorgevoerd inzake de taakstelling op het sociaal domein betreffende het deel dat toegevoegd was om het boekjaar 2024 sluitend te maken. Op deze manier blijft voor alle jaren het totale tekort beter zichtbaar dat met name is ontstaan door de hogere uitgaven in het sociaal domein. (B)Raadsbesluiten tot en met 30 april 2021 Hieronder is een specificatie opgenomen van de door uw raad tot en met 30 april 2021 genomen besluiten die financiële gevolgen hebben voor het meerjarenperspectief. x € 1.000 Specificatie Raadsbesluiten t/m april 2021

2021

2022

2023

2024

2025

Raadsbesluiten Raad: 15-12-20: 2e bestuursrapportage incl. septembercirculaire Raad 30-3-21: Raadsvoorstel actualiseren onderhoudsvoorzieningen gebouwen Raad 9-2-21: 3e impactanalyse covid-19 en vervolgaanpak Raad 30-3-21: Raadsvoorstel Programma Wonen Raad 9-2-21: Raadsvoorstel opdracht onderzoek gronddeal/opdracht integriteitsonderzoek Raad 9-2-21: Vaststelling bestemmingsplan ‘Kievitsweg 6-16Kievitsakker Ysselsteyn’ Raad 9-2-21: Spoorwegovergang Witte Vennenweg Raad 30-3-21: Uitvoeringsprogramma kadernota SD Totaal Raadsbesluiten t/m april 2021

261

62

130

251

349

-16

-62

-75

-88

-103

-20 -100

0 0

0 0

0 0

0 0

-34

0

0

0

0

0 0 -132

0 0 -45

-25 0 0

-25 0 0

-25 -45 0

-41

-45

30

138

177

- = nadeel

(C)Toekomstige besluiten raad Hieronder is een specificatie opgenomen van de door uw raad nog te nemen besluiten die financiële gevolgen hebben voor het meerjarenperspectief. Dit is onder voorbehoud van goedkeuring door uw raad.

14

x € 1.000 Toekomstige besluiten raad

2021

2022

2023

2024

2025

Gevolgen eerste bijstellingen 2021 (Raad juni 2021) B&W 30-11-20: Evaluatie eikenprocessierups 2020 B&W 18-1-21: Vervolgpilot live chat B&W 25-1-21: Inkoopstr. en kostprijzen S&I B&W 8-2-21: Eindrapportage onderzoek de Borggraaf B&W 19-4-21: Parkeren - 4e impact-analyse C orona (incl. 3e impactanalyse Overige eerste bijstellingen niet zijnde raadsbesluiten 2021 Totaal eerste bijstellingen 2021 (Raad juni 2021)

-22 -23 -45 -40

-23 0 0 -10

-23 0 0 0

-24 0 0 0

-24 0 0 0

-50 -2.318 -2.498

0 -2.257 -2.290

0 -2.334 -2.358

0 -2.446 -2.469

0 -2.546 -2.570

Totaal toekomstige besluiten raad

-2.498

-2.290

-2.358

-2.469

-2.570

- = nadeel

1.3

Ontwikkelingen financieel

Onderstaand worden de ontwikkelingen zoals vermeld in het meerjarenperspectief bij 1.1. (D tot en met G) nader toegelicht. De letters corresponderen met het meerjarenperspectief. (D) Gemeentefondsuitkering meicirculaire 2021 De meicirculaire 2021 verschijnt naar verwachting eind mei. Het is koffiedik kijken welke onderwerpen in de circulaire opgenomen zullen worden en welke financiële effecten dit voor de begroting van Venray gaat hebben. Dit ook gezien de demissionaire status van het kabinet. Het is wachten op de meicirculaire 2021. Zodra deze is ontvangen en de eerste berekeningen zijn uitgevoerd zal uw raad zo snel mogelijk hiervan op de hoogte worden gesteld. (E) Herijking gemeentefonds Op basis van wat er het afgelopen jaar gecommuniceerd is hebben we in de begroting 2021 rekening gehouden met het feit dat Venray een negatieve bijstelling zou krijgen. Daar hebben we op voorgesorteerd en in onze meerjarenbegroting rekening gehouden met een oplopende lagere uitkering tot een bedrag van structureel € 1.958.000. Begin dit jaar werden de voorlopige cijfers bekend gemaakt. Daaruit bleek verrassend dat Venray een gemeente is die kan rekenen op een positieve bijstelling van de algemene uitkering. Echter omdat er nog een advies van het ROB moest komen was dit nog geen zekerheid. Ook veel nadeelgemeenten hebben verontwaardigd gereageerd op het resultaat.

Op basis daarvan heeft het rijk besloten om nog extra onderzoek te doen. Het resultaat hiervan wordt in juni 2021 verwacht. Met deze kennis hebben we het nadeel in deze kadernota laten vervallen, maar ook dat we nog geen rekening houden met een voordeel, dus neutraal. Dat is conform het advies van de landelijke werkgroep. Overigens is de inwerkingtreding van de herijking een jaar verschoven van 2022 naar 2023. In onze begroting blijven we wel rekening houden met de oplopende opschalingskorting. Uit het nieuwe coalitieakkoord moet blijken wat het rijk hiermee gaat doen. Vanaf 2022 moet er landelijk nog een bedrag van € 675 miljoen gerealiseerd worden. Voor Venray is dat nadeel ongeveer € 1,7 miljoen. (F) Sociaal Domein De financiële positie van gemeente Venray staat onder druk, met als één van de belangrijkste oorzaken de tekorten in het sociaal domein, meer specifiek bij de jeugdzorg en de wmo. Dit is overigens geen specifiek Venrays probleem. Het overgrote deel van de gemeenten in Nederland kampt met dezelfde tekorten. Daarnaast hebben we nog te maken met de gevolgen van de coronacrisis waarvan het einde inmiddels in zicht lijkt, maar waarvan de na-ijleffecten voor het sociaal domein nog onduidelijk zijn. In de meerjarenbegroting 2021 zijn de budgetten voor jeugdzorg en wmo verhoogd vanwege een grote stijging in de uitgaven vanaf 2018.

Inmiddels kunnen we concluderen dat deze stijging zich in 2020 verder heeft doorgezet. Dit betekent dat vanaf 2021 wederom extra budget nodig is om de verwachte kosten van jeugdzorg en wmo in de toekomst te kunnen dekken. In hoofdstuk 3, onder deelprogramma 1.1 wordt dit verder toegelicht. Inmiddels hebben het Rijk en de VNG op 22 april afspraken gemaakt over extra middelen en maatregelen voor de situatie binnen de jeugdzorg. Daartoe wordt in 2021 € 613 miljoen extra beschikbaar gesteld voor de acute problemen in de jeugdzorg – deels het gevolg van de coronapandemie - en de financiële druk die dit veroorzaakt. Voor Venray betekent dit dat er in 2021 ca. € 1,5 mln. aan extra middelen voor jeugdzorg beschikbaar komt. 15

Verder is afgesproken dat gemeenten en Rijk aan de slag gaan met maatregelen om de structurele houdbaarheid van de uitvoering van de Jeugdwet te verbeteren. Wat het Rijk structureel gaat doen met betrekking tot de tekorten in de jeugdzorg wordt dus overgelaten aan een volgend kabinet. Voor de kadernota 2022 wordt als uitgangspunt genomen dat de extra bijdrage 2021 in de plannen van het nieuwe kabinet structureel worden verankerd. Dit betekent dat er vanaf 2022 met een extra rijksbijdrage van € 1,5 mln. rekening wordt gehouden. De invoering van het abonnementstarief voor de wmo heeft voor gemeenten zeer nadelig uitgepakt (zie de ‘Monitor abonnementstarief’). Het huidige kabinet heeft aangegeven dat hiervoor geen aanvullende compensatie komt. De VNG blijft hierover in gesprek met het ministerie en dit zal ook inzet zijn bij gesprekken met een volgend kabinet. Op dit moment houden we nog geen rekening met extra baten voor de wmo vanuit het Rijk. Het bovenstaande leidt tot het volgende beeld voor de 1e bijstelling 2021 en de kadernota 2022: Ontwikkeling budgetten

2021

2022

2023

2024

2025

Tekort op de jeugdzorg

1.372.145

1.395.471

1.419.194

1.443.321

1.467.857

707.246

719.269

731.497

743.933

756.579

Totaal tekort

2.079.391

2.114.740

2.150.691

2.187.254

2.224.436

Extra bijdrage Rijk voor jeugdzorg

-1.500.000

-1.500.000

-1.500.000

-1.500.000

-1.500.000

Extra budget t.l.v. alg. middelen

579.391

614.740

650.691

687.254

724.436

Tekort op de Wmo

Binnen het sociaal domein zijn we op dit moment bezig om de beweging die in de kadernota SD (2019) is beschreven, ook daadwerkelijk te realiseren. Onderdeel daarvan is grip houden op de uitgaven in het sociaal domein. Via de taskforce “Maatregelen SD” zijn hiervoor een aantal voorstellen gedaan waar de raad grotendeels mee heeft ingestemd. Daarnaast zullen het uitvoeringsprogramma SD en het traject “Sturing en Inkoop” ook bijdragen aan een betere monitoring en sturing op de uitgaven. Met al deze sporen, die inmiddels zijn ingezet, proberen we invulling te geven aan onze ambitie om meer vat te krijgen op de uitgavenstijging in het sociaal domein en deze zelfs af te buigen. Deze ambitie is bij het opstellen van de begroting 2021 vertaald in een taakstelling. Concrete resultaten worden ten gunste van deze taakstelling gebracht. Het actuele beeld is als volgt: Saldo taakstelling

2021

2022

2023

2024

2025

oorspronkelijk

-1.697

-1.726

-1.755

-4.103

-1.815

0

45

364

567

732

-1.697

-1.681

-1.391

-3.536

-1.084

414

324

337

228

233

-1.283

-1.357

-1.055

-3.308

-851

0

858

858

858

858

-1.283

-499

-197

-2.450

7

strategische koers NLW resterend per 1-1-2021 mutaties 1e bijstelling en kadernota resterend na 1e bijstelling inbesteden werkplein * resterend na verwerking nota's

* ter besluitvorming geagendeerd voor B&W 3-5-2021. Voor een deel bestaat de oplossing voor de nog openstaande taakstelling uit de financiële resultaten die de maatregelen uit de taskforce, het uitvoeringsprogramma kadernota SD en het traject “Sturing en Inkoop” nog gaan opleveren. Op dit moment is dit nog moeilijk te vertalen naar concrete bedragen. Bij het opstellen van de begroting 2021 is er voor gekozen om voor de jaren 2022 en 2023 niet het volledige tekort als taakstelling voor het sociaal domein op te nemen maar om dit tot uitdrukking te brengen in een negatief begrotingsresultaat. Hieronder is een totaalbeeld opgenomen van de (resterende) tekorten in het sociaal domein zoals die bij de meerjarenbegroting 2021 en deze kadernota zijn ingeschat. 16

Tekort SD in meerjarenperspectief

2021

2022

2023

2024

2025

Restant taakstelling SD

-1.283

-499

-197

-2.450

7

0

-1.193

-1.977

0

-2.495

Verwacht resultaat kadernota 2022

-579

-615

-651

-687

-724

Totaal op te lossen vanwege tekorten SD

-1.862

-2.307

-2.824

-3.137

-3.212

Op te lossen via taakstelling SD

1.283

499

197

132

7

Overige invulling

-579

-1.808

-2.627

-3.005

-3.219

Begrotingsresultaat MJB 2021

Het overzicht laat een oplopend tekort zien binnen het sociaal domein van € 1,8 mln. in 2021 tot ruim € 3,2 mln. in 2025. Verder is aangegeven welk deel van dit tekort mogelijk nog binnen het sociaal domein kan worden opgelost. Dit is gebaseerd op het restant van een taakstelling van € 1,7 mln. Dit betekent dat voor een financieel tekort van ruim 1,8 mln. in 2022, oplopend naar 3,2 mln. in 2025 andere oplossingen in en ook andere domeinen moeten worden gezocht. Het voorstel is om in deze kadernota in het meerjarenperspectief de taakstelling 2024 voor het sociaal domein in lijn te brengen met de andere jaarschijven. Dit betekent dat de restant taakstelling voor het sociaal domein wordt vastgesteld op € 131.958 en dat het resterend begrotingsresultaat MJB 2021 voor de jaarschijf 2024 wordt vastgesteld op € 2.317.712. (G) Overige ontwikkelingen 2021 Accommodatiebeleid Tijdens de behandeling van het voorgestelde accommodatiebeleid in de Commissie Leven van 22 april is besproken dat de gemeente de vergoeding aan de tennis voor renovatie gelijk wil trekken aan de andere bijdragen. In het voorgestelde accommodatiebeleid is aangegeven dat vanaf 2022 de bijdrage instandhouding van de accommodaties voor de jeugd en sport met jaarlijks €57.000 te verhogen.

Als de gemeente de vergoeding aan de tennis voor renovatie verhoogt van 50% naar 2/3 stijgen de structurele meerkosten met €18.333 per jaar ( van €57.000 naar €75.333) Begroting 2022 van de Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN) De concept ontwerp begroting 2022 van de VRLN laat een kostenstijging zien, die een hogere bijdrage van de aangesloten gemeenten tot gevolg heeft. De kostenstijging is het gevolg van de verbetering van paraatheid bij de brandweer, loonontwikkeling, gevolgen van het ingroeimodel, aanvulling van het weerstandsvermogen en nieuw beleid. Modulaire Gemeenschappelijke Regeling (MGR) De hogere bijdrage aan de MGR voor 2022 en verder is een gevolg van de doorontwikkeling van de MGR als een bedrijfsvoeringsorganisatie op het gebied van opdrachtgeven in het sociaal domein. Het doorvoeren van contractmanagement op de schaal van Limburg-Noord is hierbij de belangrijkste ontwikkeling. Concreet betekent dit dat de relatiemanagers die voorheen in dienst waren bij de gemeente Venlo, met ingang van 1 januari 2022 bij de MGR in dienst treden en daarmee gaan zij werken voor de gehele regio Limburg-Noord. De verwachting is dat de extra inzet van contractmanagement een sterke bijdrage gaat leveren aan het beheersen van contractafspraken en de hieruit voortvloeiende kosten.

Daarnaast is door de MGR afgezien van indexering van de deelnemersbijdrage en is gehoor gegeven aan de oproep van gemeenten om rekening te houden met hun financiële positie. Afschaffen rente op eigen vermogen Het voorstel is om geen rentevergoeding meer over de inzet van eigen vermogen te berekenen. Deze vergoeding is in de huidige begroting opgenomen in het rente-omslagpercentage. De afschaffing heeft alleen financiële nadelen voor het meerjarenperspectief tot gevolg voor producten bij welke we de rentekosten doorberekenen. Dit zijn concreet de afvalstoffenheffing, de rioolrechten en de havengelden. Om zowel voor de begroting als voor de burger/bedrijven de aanpassing neutraal te houden is het een optie om de OZB opbrengst met een zelfde bedrag te verhogen. De belastingdruk voor de burger/bedrijven blijft daardoor gemiddeld genomen gelijk. Deze keuze hiervoor wordt uiteindelijk bepaald in de raadsvergadering van december 2021 als de belastingverordeningen 2022 vastgesteld worden.

17

Afbouw overhead Gemeenschappelijke regeling VTH Een van de gevolgen van de aanpassing samenwerking VTH taken in Noordelijk Noord Limburg is dat de huidige Gemeenschappelijke Regeling met Horst aan de Maas ontbonden wordt. Een gevolg hiervan is dat Venray de bijdrage van Horst aan de Maas gaat missen. Voor een groot deel wordt dit opgelost doordat de formatie in Venray afneemt. Maar voor het overheaddeel dat in het tarief opgenomen is, is dat niet mogelijk. In het verleden is dit deel ten gunste gebracht van de algemene middelen. Nu we deze inkomsten niet meer ontvangen betekent dit een nadeel voor onze begroting van € 370.000. (I) Totaal nieuwe Meerjarig Uitgaven en Investeringsprogramma (MUIP) 2022-2025 In de Kadernota vinden ontwikkelingen hun plek. Dit zijn ontwikkelingen die nog niet financieel vertaald zijn in de meerjarenbegroting en die via het MUIP worden ingediend. Bij de vaststelling van de programmabegroting 2022 worden de aanvragen die opgenomen staan voor de jaarschijf 2022 definitief. Indien er in de periode van nu tot aan de vaststelling van de programmabegroting 2022 andere inzichten ontstaan, kan dit aanleiding zijn tot herprioritering. In de programma’s van deze kadernota 2022 wordt inzicht gegeven op hoofdlijnen van de MUIPaanvragen.

In bijlage 1 is een totaaloverzicht MUIP-aanvragen opgenomen waarbij de afzonderlijke MUIP-aanvragen financieel inzichtelijk zijn gemaakt en toegelicht. In voorgaande jaren zijn de incidentele lasten ten laste van de vrije ruimte in de algemene reserve gebracht. In deze kadernota wordt dit ook nu weer voorgesteld. Het doel van de algemene reserve is onder meer deze in te zetten ter dekking van incidentele lasten. De weerstandsnorm (zie hoofdstuk 2) is voldoende om ruim boven de norm van 1.0 te blijven.

18

2. RESERVEPOSITIE EN WEERSTANDSVERMOGEN Inleiding In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op het weerstandsvermogen: het vermogen van de gemeente om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat het bestaande beleid daarvoor moet worden aangepast. Hiervoor is inzicht vereist in de omvang van de aanwezige reserves (weerstandscapaciteit) en in de risico's. Bij de berekening van risico’s hanteren we een bestendige gedragslijn: de concreet aanwijsbare en kwantificeerbare risico’s worden meegenomen. Er zijn dus diverse risico’s die we wel kunnen benoemen, maar waarvan de omvang niet bekend is en/of de kans op manifesteren zeer ongewis is. Derhalve moeten de uitkomsten als richtinggevend worden geïnterpreteerd. 2.1

Weerstandsvermogen

In het risicobeleid is de minimumwaarde van het weerstandsvermogen op 1,0 gesteld. Dat wil zeggen dat de berekende risico’s in ieder geval zijn afgedekt door de aanwezige weerstandscapaciteit. Hiermee sluiten we aan bij de adviezen van de provinciaal toezichthouder. Daarnaast streven we een minimale omvang van de weerstandscapaciteit na van € 12 mln. Op basis van de uitgangspunten in deze Kadernota 2022 verwachten we de volgende ontwikkeling van de weerstandscapaciteit. Stand ultimo (bedragen x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

2025

Algemene reserve

11.780

11.780

11.780

11.780

11.780

Risicoreserve grondbedrijf

5.784

7.125

6.712

6.286

5.848

Niet benutte deel belastingcapaciteit

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

Weerstandscapaciteit

17.564

18.905

18.492

18.066

17.628

Algemene risico's

6.983

7.239

6.219

6.405

6.209

Risico's grondbedrijf

994

1.012

1.024

1.044

1.050

Risico's

7.977

8.251

7.243

7.449

7.259

Vrije ruimte

9.587

10.654

11.249

10.616

10.369

- Algemeen

4.797

4.541

5.561

5.374

5.571

- Grondbedrijf

4.790

6.113

5.688

5.242

4.798

Weerstandsvermogen

2,20

2,29

2,55

2,43

2,43

Tabel 2.1. opbouw weerstandsvermogen Definitie weerstandsvermogen: bedrag weerstandscapaciteit delen door bedrag risico’s

Het totale weerstandsvermogen neemt in de planperiode toe van 2,20 naar 2,43. Het weerstandsvermogen blijft nog ruim boven de minimale grens van 1,0. De vrije ruimte neemt in de planperiode toe met € 0,8 mln. (algemene dienst + € 0,8 mln., grondbedrijf blijft gelijk) De weerstandscapaciteit overschrijdt gedurende de gehele planperiode de minimale streefwaarde van € 12 mln. In 2021 is deze overschrijding € 5,6 mln. Dit loopt in 2022 t/m 2024 iets op, waarna het in 2025 weer daalt naar € 5,6 mln.

19

2.2

Risico’s

Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Sociaal domein

2021 3.787

2022 3.472

2023 3.472

2024 3.472

2025 3.472

Garanties

664

622

580

542

505

Verbonden partijen

544

544

544

544

544

Pensioen/arbeidsongeschiktheid bestuurders

475

475

475

475

475

Herijking gemeentefonds

pm

pm

pm

pm

pm

3.862

3.062

1.955

1.570

1.345

338

338

338

338

338

9.669

8.511

7.363

6.941

6.679

Risico's doen zich niet in 1 jaar voor

-2.417

-2.128

-1.841

-1.735

-1.670

Niet geïdentificeerde risico's

1.200

1.200

1.200

1.200

1.200

Opvangen risico's in exploitatie

-1.469

-345

-504

0

0

Totaal algemene risico's na correctie

6.983

7.239

6.219

6.405

6.209

994

1.012

1.024

1.044

1.050

7.977

8.251

7.243

7.449

7.259

Impact COVID-19 Diversen Totaal algemene risico's Correcties cf risicobeleid:

Risico 's grondbedrijf Totaal risico's

Tabel 2.2. opbouw risico’s De risico’s nemen in de planperiode af met € 0,7 mln. De risico’s in het grondbedrijf blijven nagenoeg gelijk. De algemene risico’s dalen met € 0,7 mln. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de lagere risico’s voor COVID-19 na verloop van jaren. De correctiepost “opvang van risico’s in exploitatie” neemt geleidelijk af omdat we voor toekomstige jaren in principe uitgaan van een sluitende exploitatie. 2.3

Reservepositie

De stand van de reserves ontwikkelt zich als volgt. Stand ultimo (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

Algemene reserve (vrij)

11.780

11.780

11.780

11.780

11.780

Risicoreserve grondbedrijf

5.784

7.125

6.712

6.286

5.848

T.b.v. bepaling weerstandsvermogen

17.564

18.905

18.492

18.066

17.628

Bestemmingsreserves algemeen

19.028

18.371

17.740

17.141

16.618

Bestemmingsreserve grondbedrijf

3.671

3.976

4.120

4.265

4.410

40.263

41.252

40.352

39.472

38.656

Totaal

2021

Tabel 2.3.a ontwikkeling reservepositie De totale waarde van de reserves neemt in de planperiode af met € 1,6 mln. Dit wordt met name veroorzaakt door de afname van de algemene bestemmingsreserves. De reserves van het grondbedrijf nemen iets toe (€ 0,8 mln.). Bestemmingsreserves zijn geoormerkt maar kunnen na raadsbesluit anderszins bestemd worden. Voor de beoordeling van de reservepositie worden de bestemmingsreserves aangemerkt als onderdeel van het eigen vermogen. Deze maken echter geen deel uit van de weerstandscapaciteit.

20

Algemene reserve Stand ultimo (bedragen x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

2025

Algemene reserve (adm) stand 31-dec-2020

19.621

17.012

14.107

12.230

11.805

Raadsbesluiten t/m 30-04-2021

-3.691

-1.350

-450

-50

-25

-50

-50

Raadsbesluit 11-05-2021

-352

Resultaatbestemming 2020 (besluit 29 juni 2021)

2.585

Budgetoverheveling 2020 (besluit 29 juni 2021)

-570

Opheffing parkeerreserve (besluit 6 juli 2021)

559

1e bijstelling 2021 (besluit 6 juli 2021)

-2.539

MUIP 2022 e.v. (besluit 6 juli 2021)

-3.832

-3.832

-1.827

-400

Algemene reserve (vrij)

11.780

11.780

11.780

11.780

11.780

Tabel 2.3.b ontwikkeling (vrije) algemene reserve In bovenstaande tabel is uitgegaan van de (administratieve) stand van de algemene reserve op balansdatum 31 december 2020 en zijn vervolgens de reeds genomen besluiten en de nog te nemen besluiten vermeld. Door deze mutaties afzonderlijk in beeld te brengen, vooruitlopend op definitieve besluitvorming, wordt een transparant beeld gegeven van de impact van de nog te nemen besluiten. Immers, toekomstige uitgaven uit hoofde van MUIP en andere raadsbesluiten leggen een claim op de (administratieve) algemene reserve. Voor de berekening van het weerstandsvermogen worden deze bedragen in mindering gebracht op de administratieve reserve. We gaan (vooralsnog) uit van een sluitende exploitatie 2022-2025 bij de begroting 2022. Risicoreserve grondbedrijf Stand ultimo (bedragen x € 1.000)

2021

2022

2023

2024

2025

Saldo per 1-1

5.022

5.784

7.125

6.712

6.286

Winstnemingen

1.195

1.804

10

3

12

Onttrekkingen Saldo per 31-12

-433

-463

-423

-429

-450

5.784

7.125

6.712

6.286

5.848

Tabel 2.3.c ontwikkeling risicoreserve grondbedrijf De winstnemingen en bijdragen zijn gebaseerd op de geactualiseerde exploitatieberekeningen bij de Programmaverantwoording 2020. Er is rekening gehouden met tussentijdse winstnemingen gebaseerd op het principe dat de negatieve boekwaarde groter is dan de gecalculeerde nog te maken kosten. Eventuele toekomstige vertragingen in de uitvoering van exploitaties kunnen grote invloed hebben op de bovenstaande cijfers.

21

3. PROGRAMMA’S Inleiding Programma’s In deze kadernota komen de speerpunten van het lopende collegeprogramma tot uiting. Per programma lichten we onze ambities kort toe en beschrijven we aan welke speerpunten uit het collegeprogramma een bijdrage wordt geleverd. Ook benoemen we per programma een aantal nieuwe ontwikkelingen vanaf 2021 waar we als gemeente mee te maken gaan krijgen. Tot slot worden per programma de MUIP-aanvragen toegelicht en er wordt inzicht gegeven in de hieruit volgende (meerjarige) financiële effecten. Financiële gevolgen Hieronder treft u het totaaloverzicht aan van de financiële gevolgen per programma van de MUIPaanvragen. Voor een nadere inhoudelijke toelichting verwijzen wij u naar de diverse (deel)programma’s. Deze financiële gevolgen zijn verwerkt in het meerjarenperspectief in hoofdstuk 2. Het overzicht toont de toe- of afname van de exploitatielasten ten opzichte van de huidige begroting 2021-2024. Door de actualisering van de bestaande MUIP-aanvragen qua fasering of investeringsbedrag ontstaan mutaties ten opzichte van de exploitatielasten die in de huidige begroting 2021-2024 zijn opgenomen.

Lasten Muip Programma 1 Leven Programma 2 Wonen Programma 3 Werken Programma 4 Besturen Totaal

2022 26 202 254 2.044 2.525

2023 11 0 312 1.712 2.036

2024 11 0 344 685 1.039

x € 1.000 2025 10 0 342 285 637

22

PROGRAMMA 1 LEVEN Ambities In het collegeprogramma 2018-2022 is de volgende ambitie vastgelegd voor het programma Leven vastgelegd: “Een duurzame Venrayse samenleving betekent voor ons, naast investeren in energie, klimaat en circulaire economie, ook dat iedereen, inwoners en partners, naar vermogen meedoet en participeert. De kracht van de Venrayse samenleving geldt hierbij als uitgangspunt. Waar nodig en mogelijk bieden we als gemeente de noodzakelijke ondersteuning. Wij zetten in op het bevorderen van de verbinding tussen de verschillende beleidsterreinen en het daarbij investeren in netwerken en het bouwen aan relaties. Voor ons zijn het uitgaan van eigen kracht, preventie en innovatie belangrijke uitgangspunten. Dit geldt niet alleen voor onze inwoners, maar ook voor onze voorzieningen en thema’s als onderwijs, kunst en cultuur, sport en subsidies.” Het programma leven draagt bij aan de volgende speerpunten uit ons collegeprogramma: -

Sociaal Domein, de volgende stap Voorzieningen: gebouwelijk, subsidie en onderwijs(huisvesting) Zelfsturing Kunst en cultuur Duurzaamheid

Ontwikkelingen Voor programma Leven zijn voor 2022 de volgende ontwikkelingen belangrijk en relevant om hier te benoemen: Corona In 2020 is de samenleving geconfronteerd met het coronavirus. Dit heeft zijn effecten op de gehele samenleving. Zowel sociaal, economisch als maatschappelijk. Het sociaal domein is bij uitstek getroffen door dit virus en hoewel de verwachting is dat de pandemie in 2022 onder controle zal zijn zullen we te maken hebben met naijleffecten:  De economie zal zich herstellen maar de economische impact zal de komende jaren nog merkbaar blijven. Stijgende werkeloosheid, toename van het aantal schulden en bedrijven die het (toch) niet zullen redden;  Groter beroep op maatvoorzieningen als gevolg van uitgestelde zorg en de mentale gevolgen van de langdurige maatregelen;  Op termijn een grotere onderwijsachterstand waardoor extra inzet noodzakelijk is;  Een grotere kloof in de samenleving (kansenongelijkheid);  Het maatschappelijk leven zal zich herstellen, maar ook de sociaal-maatschappelijke impact zal de komende jaren nog merkbaar blijven. Vermindering of verandering van activiteiten op sociaal-cultureel vlak en binnen amateursport heeft op zijn beurt invloed op de basisvoorzieningen, zoals sport-, cultuur- en gemeenschapsaccommodaties.

Tekorten Jeugdzorg Op basis van de Jeugdwet hebben we als gemeente zorgplicht, kinderen of jongeren die ondersteuning nodig hebben kunnen we dit niet weigeren (ook niet op basis van financiële argumenten). Daarmee zijn deze voorziene kosten gekoppeld aan een wettelijke verplichting. Sinds 2015 zien we een stijging in de uitgaven voor jeugdzorg. Dit is een landelijke trend die we bij alle gemeenten terugzien. Dit komt ook naar voren uit het onderzoek naar de kosten van de jeugdzorg dat door AEF in 2020 is uitgevoerd in opdracht van de VNG. Door het nemen van maatregelen en het inzetten van de beweging naar meer preventie proberen we de trend van alsmaar stijgende uitgaven af te vlakken (zie bijvoorbeeld Taskforce Maatregelen SD). Het is echter niet reëel om in 2021 al uit te gaan van teruglopende budgetten. Daarom is de realisatie 2020 als uitgangspunt genomen voor de benodigde budgetten vanaf 2021, waarbij wel rekening is gehouden met indexeringen.

23

De opbouw van de noodzakelijke structurele aanpassingen van de budgetten jeugd is als volgt:

PGB Jeugd Begeleiding Wonen (zonder behandeling) Verblijf met behandeling Behandeling GGZ

bedragen x € 1.000 46 261 161 458 446 1.372

Bij een nadere analyse van de trend die vanaf 2018 zichtbaar is, zien we dat er op de meeste van de bovenstaande onderdelen sprake is van een groei van het aantal cliënten. Ook zien we dat op een aantal fronten de uitgaven per cliënt stijgen. Dit heeft te maken met prijsstijgingen maar ook met inzet van duurdere zorg. Voorbeelden zijn meer gebruik van ‘gezinshuis’ in plaats van pleegzorg en stijging van specialistische behandeling GGZ. Een andere oorzaak van verder stijgende uitgaven ligt in de coronacrisis. Zorg kan over het algemeen weliswaar doorgaan maar er is duidelijk sprake van meer crisisaanmeldingen in de GGZ. Extra rijksmiddelen jeugdzorg in 2021 Het Rijk en VNG hebben op 22 april afspraken gemaakt over extra middelen en maatregelen voor de situatie binnen de jeugdzorg. Daartoe wordt in 2021 € 613 miljoen extra beschikbaar gesteld voor de acute problemen in de jeugdzorg – deels het gevolg van de corona-pandemie - en de financiële druk die dit veroorzaakt. De extra middelen zijn onder andere bedoeld om in 2021 uitbreiding van de crisiscapaciteit jeugd-ggz mogelijk te maken en wachttijden aan te pakken. In het totaal wordt daarmee € 493 mln. via de Algemene Uitkering verstrekt en is € 120 mln. beschikbaar via Specifieke Uitkeringen. Voor Venray betekent dit dat er in 2021 ca. € 1,5 mln. aan extra middelen voor jeugdzorg beschikbaar komt.

Verder is afgesproken dat gemeenten en Rijk aan de slag gaan met maatregelen om de structurele houdbaarheid van de uitvoering van de Jeugdwet te verbeteren. Wat het Rijk structureel gaat doen met betrekking tot de tekorten in de jeugdzorg wordt dus overgelaten aan een volgend kabinet. Voor de kadernota 2022 wordt als uitgangspunt genomen dat de extra bijdrage 2021 in de plannen van het nieuwe kabinet structureel worden verankerd. Dit betekent dat er vanaf 2022 met een extra rijksbijdrage van € 1,5 mln. rekening wordt gehouden. Tekorten Wmo Bij de 2e berap 2020 waren we genoodzaakt om een aantal budgetten bij te stellen. Dit is toen incidenteel gebeurd. Er zijn echter 2 grote ontwikkelingen die een verdere structurele toename van de uitgaven tot gevolg hebben. Op de eerste plaats is dit de invoering van het abonnementstarief waardoor het beroep op hulp bij huishouden is toegenomen en waardoor de inkomsten uit eigen bijdrage zijn afgenomen. In de Tweede monitor abonnementstarief wordt dit nog eens toegelicht. Een tweede reden van de aanhoudende uitgavenstijging is de vergrijzing. Hiermee wordt de groep inwoners, die een beroep zullen gaan doen op de maatwerkvoorzieningen die de Wmo kent, gestaag groter.

De opbouw van de noodzakelijke structurele aanpassingen van de budgetten Wmo is als volgt: bedragen x € 1.000 Maatwerkvoorzieningen aanpassingen/onderhoud 20 Nieuwe taken WMO individuele begeleiding 18+ 387 Oude taken WMO hulp bij het huishouden 300 707 Er is sprake van een forse toename in het aantal cliënten die ‘specialistische’ individuele begeleiding krijgen. Oorzaken hiervoor zijn : uitstroom cliënten beschermd wonen die individuele begeleiding krijgen; zorgaanbieders bieden veelal ’specialistische’ begeleiding aan; sociaal netwerkoverleg zorgt voor het oppakken van meer casussen, vaak ‘specialistisch’; 24

-

langer thuis wonen zorgt voor ondersteuning bij meer complexere casussen (o.a. verder gevorderde dementie en ggz-problematiek); opnames bij Vincent van Gogh zijn korter geworden, cliënt gaan eerder naar huis met begeleiding. De verwachting is dat de stijging van deze uitgaven de komende jaren nog doorzet De stijging in de uitgaven voor hulp bij het huishouden wordt enerzijds veroorzaakt door indexatie van de tarieven, maar grotendeels ligt de oorzaak in toename van het aantal cliënten. Oorzaken hiervoor: aanzuigende werking abonnementstarief; toename door vergrijzing; ouderen blijven langer zelfstandig thuis wonen. Omdat de prognoses aangeven dat de vergrijzing in Venray zich nog doorzet tot ca 2035 is de verwachting dat deze kosten de komende jaren nog blijven stijgen. Doordecentralisatie Beschermd Wonen Met ingang van 1 januari 2022 zijn alle gemeentes zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van het beschermd wonen (Wmo) waarbij het Rijk een verplichting tot regionale samenwerking (schaal Noord- en Midden Limburg) heeft opgelegd. In 2022 ontvangt de centrumgemeente (Venlo) nog de (volledige) integratie-uitkering Beschermd Wonen; de individuele lokale gemeenten krijgen nog geen inkomsten omdat het objectieve verdeelmodel met bijbehorende ingroeipad pas in 2023 gaat starten.

Vanaf 2023 komt er in een tijdspad van maximaal 10 jaar een verschuiving in de financiële middelen van Venlo naar alle individuele gemeenten. Vóór 1 januari 2022 moeten we regionale samenwerkingsafspraken maken conform de Norm voor Opdrachtgeverschap (NvO) en de governance op een goede manier inrichten. Daarnaast moeten we een gezamenlijke regionale begroting opstellen. We begroten regionaal wat moet en lokaal wat kan zodat er lokaal voldoende beleidsvrijheid is om de doelstellingen te realiseren. Dit is de hoofdreden dat in ieder geval de volgende producten en diensten geen onderdeel meer zullen zijn van de regionale begroting en zullen landen in onze lokale begroting: Beschermd Thuis; Dagbesteding beschermd wonen en beschermd thuis; Toegang en back office; Binnen de regionale samenwerking worden nadere afspraken gemaakt met betrekking tot de financiële solidariteit en de verdeling van de resterende integratie-uitkering naar de individuele gemeenten om deze kosten te kunnen dekken. Hierbij gaan we er van uit dat de doordecentralisatie van Beschermd Wonen budgettair-neuraal realiseerbaar is. Wijziging Woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet De manier waarop wordt bepaald welke gemeente verantwoordelijk is voor de kosten van jeugdhulp bij verblijf in een instelling wijzigt. Deze gaat wijziging per 1-1-2022 in.

Deze wijziging is bedoeld om het woonplaatsbeginsel eenduidiger te maken en beter te laten aansluiten op de doelen van de Jeugdwet. Ook wordt hierbij het verdeelmodel herzien dat de budgetten voor jeugdhulp toebedeelt aan gemeenten. Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (WAMS) De WAMS moet bijdragen aan een betere zorg voor inwoners met meervoudige problematiek. De wet beoogt gemeenten in staat te stellen om tot een integrale en gecoördineerde aanpak te komen bij de uitvoering van WMO 2015, Jeugdwet, Participatiewet en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (WGS). Ook wordt betere samenwerking met aanpalende domeinen beoogd. De doelstelling van de wet is bovendien dat de aanpak niet alleen ingezet kan worden voor één cliënt, maar indien noodzakelijk ook voor gezinsleden. Tevens moet de wet gegevensuitwisseling tussen domeinen mogelijk maken indien nodig. De WAMS zal naar verwachting eind 2022 in werking treden. Wetswijziging Jeugdwet: wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen Het Rijk is voornemens de Jeugdwet op een aantal belangrijke punten te wijzigen. Zo wil men dat gemeenten meer samenwerken bij de inkoop van specialistische zorg voor kinderen en gezinnen. Daartoe worden verplichtingen bij wet vastgelegd. Ook komen er wettelijke kader voor reële tarieven en zorgvuldigheidseisen bij inkoop.

Een ander belangrijk punt is een wijziging in de organisatie van de jeugdbescherming, dat moet leiden tot een effectievere bescherming van jeugd en gezin. De verwachting is dat de wetswijziging begin 2023 van kracht zal worden. 25

Visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid Om nog sneller en duurzamer een einde te maken aan onveilige situaties in gezinnen en huishoudens, is het noodzakelijk dat alle betrokken professionals werken volgens eenzelfde visie. Het vraagt samenwerking over organisaties en sectoren heen: zorg, civiel, straf en bestuur. Daartoe is landelijk de visie gefaseerd samenwerking aan veiligheid omarmd. Deze visie gaat uit van drie stappen: Stap 1 is het werken aan directe veiligheid op basis van een veiligheidsplan, stap 2 is het risico gestuurd zorg inzetten om risicofactoren aan te pakken en stap 3 is herstelgericht inzetten van zorg en/of ondersteuning. Gemeenten hebben in het uitrollen van deze visie een rol als opdrachtgever en als regievoerder in de samenwerking. Daarnaast vraagt deze visie ook van de gemeentelijke uitvoering een andere manier van werken vragen. Meerjarig Uitgaven en InvesteringsPlan (MUIP) In het kader van het Meerjarig Uitgaven en InvesteringsPlan 2022-2025 heeft een inventarisatie plaatsgevonden van alle investeringen en exploitatie uitgaven welke voor de komende vier jaar noodzakelijk zijn. Een overzicht met de financiële consequenties voor het programma Leven is hieronder opgenomen in hoofdlijnen. Een uitgebreide financiële uiteenzetting met onderbouwing is opgenomen in bijlage 1; totaal overzicht MUIP 2022-2025.

Lasten Muip: programma Leven Deelprogramma: Breed Sociaal Domein Voorzieningen Zelfsturing Kunst en C ultuur Totaal

2022

2023 26 26

x € 1.000 2025

2024 11 11

11 11

10 10

26

PROGRAMMA 2 WONEN Algemeen Ambities In het collegeprogramma 2018-2022 is de volgende ambitie vastgelegd voor het programma Wonen: “Ontwikkelingen als Omgevingswet en duurzaamheid, maar ook ontwikkelingen op het gebied van demografie en veiligheid stellen ons de komende jaren voor grote opgaven binnen het beleidsterrein wonen. Waarbij wij onmiddellijk toevoegen dat deze ontwikkelingen zich niet beperken tot alleen wonen. Met de genoemde, niet uitputtende ontwikkelingen in het achterhoofd zetten wij in op vraaggericht, duurzaam ,levensloopbestendig en divers bouwen. Waarbij er met inwoners en partners gezorgd wordt voor een leefbare, duurzame en veilige woon- en leefomgeving.” Het programma Wonen draagt bij aan de volgende speerpunten uit ons collegeprogramma: -

Woningbouw en woonomgeving Huisvesting arbeidsmigranten Integrale veiligheid Toezicht en handhaving Uitvoering visie veehouderij Duurzaamheid

Ontwikkelingen Er zijn voor 2022 geen nieuwe, grote ontwikkelingen op dit programma gepland. Voor programma Wonen zijn de bovengenoemde speerpunten opgepakt en relevant. Doelstelling is om de bestaande opgaves uit te voeren, conform de planningen en rapportages zoals die periodiek met de gemeenteraad worden gedeeld. Programma wonen

Bij de behandeling van het raadsvoorstel Programma Wonen is de aanpak gepresenteerd om de snelheid van te realiseren woningbouwontwikkelingen te vergroten. Er wordt extra capaciteit ingezet om woningbouwontwikkelingen in Venray aan te jagen, onderzoek te doen en procedures snel te doorlopen. Meerjarig Uitgaven en InvesteringsPlan (MUIP) In het kader van het Meerjarig Uitgaven en InvesteringsPlan 2022-2025 heeft een inventarisatie plaatsgevonden van alle investeringen en exploitatie uitgaven welke voor de komende vier jaar noodzakelijk zijn. Een overzicht met de financiële consequenties voor het programma Wonen is hieronder opgenomen in hoofdlijnen. Een uitgebreide financiële uiteenzetting met onderbouwing is opgenomen in bijlage 1; totaal overzicht MUIP 2022-2025.

Lasten Muip: programma Wonen Deelprogramma: Woningbouw Woonomgeving Veiligheid en Handhaving Natuur, landschap en plattelandsontwikkeling Totaal

2022

2023

202 202

x € 1.000 2025

2024 -

-

-

-

-

-

27

PROGRAMMA 3 WERKEN Algemeen Ambitie In het collegeprogramma 2018-2022 is de volgende ambitie vastgelegd voor het programma Werken: “Wij maken het mogelijk dat sectoren en bedrijven in Venray duurzaam kunnen blijven innoveren en ontwikkelen. Hoewel veel ontwikkelingen binnen het programma Werken een bovenlokale schaal kennen, is het onze ambitie om als Venray ook voor bedrijven herkenbaar te blijven. Door het creëren van goede randvoorwaarden, zoals een goede dienstverlening, een goede bereikbaarheid, voldoende en goed opgeleide arbeidskrachten en een goede verbinding tussen het onderwijs en bedrijfsleven, blijven wij aantrekkelijk als vestigingsplaats, zeker voor de bestaande Venrayse bedrijven.” Het programma Werken draagt bij aan de volgende speerpunten uit ons collegeprogramma: -

Kennis en Innovatie op het gebied van agrofood Behoud economische ontwikkeling Vrijetijdseconomie Kernwinkelgebied Ontwikkeling De Brier Trendsportal Duurzaamheid

Ontwikkelingen Er zijn voor 2022 geen nieuwe, grote ontwikkelingen op dit programma gepland. De gemeente Venray blijft investeren in ontwikkelingen die bijdragen aan de economische ontwikkeling en bovenstaande speerpunten. Zo wordt er extra ingezet op het uitvoeren van de regiodeal en investeringsagenda, de Stationsomgeving, Via Venray en de uitvoering van Trendsportal. Meerjarig Uitgaven en InvesteringsPlan (MUIP) In het kader van het Meerjarig Uitgaven en InvesteringsPlan 2022-2025 heeft een inventarisatie plaatsgevonden van alle investeringen en exploitatie uitgaven welke voor de komende vier jaar noodzakelijk zijn. Een overzicht met de financiële consequenties voor het programma Werken is hieronder opgenomen in hoofdlijnen. Een uitgebreide financiële uiteenzetting met onderbouwing is opgenomen in bijlage 1; totaal overzicht MUIP 2022-2025. Lasten Muip: programma Werken Deelprogramma: Kennis en innovatie Economische ontwikkeling C entrumontwikkeling Mobiliteit en infrastructuur Totaal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10212577/1