Bijlage 1 Boekwerk jaarverslag en jaarrekening 2020
Tekst van het document
22%
Covid-19 Het coronavirus heeft ook de toeristische sector geraakt. Niettemin zijn er meer inkomsten gerealiseerd dan begroot. Dit heeft de volgende oorzaken. In de tweede BERAP zijn op basis van CBS gegevens voor Limburg over het 2e kwartaal 2020 een inschatting gemaakt met lagere inkomsten vanwege het Covid-19 virus van 37,5% waardoor de inkomsten (budget) werden ingeschat op € 373.000. Conform het collegebesluit van maart 2020 (Coronavirus: maatregelen inz. belastingen/heffingen ter ontlasting van bedrijven/ondernemers) zijn er in 2020 geen voorlopige aanslagen verblijfsbelasting verstuurd. Voor het jaar 2020 is alleen over gegaan tot het (achteraf) opleggen van een definitieve aanslag verblijfsbelasting en voor de voorlopige aanslagen verblijfsbelasting 2019 worden definitieve aanslagen verstuurd. De aangiftebiljetten zijn in december aan de belanghebbende toegestuurd. Deze worden op dit moment ontvangen en verwerkt. Hierbij zijn nog niet alle aangiftes voor 2020 ontvangen en is hier een inschatting voor gedaan. Daarnaast heeft er een intensieve controle plaatsgevonden op de verblijfsbelasting in 2020. Op basis van de ontvangen aangiftebiljetten en controles wordt dit bedrag voor 2020 geschat op 356.000 overnachtingen x € 1,25 - € 445.000. Voor 2019 resulteert dit in een definitieve opbrengst van € 141.000. Dit is samen € 586.000.
Wat resulteert in een meeropbrengst ten opzichte van het gewijzigde budget. In dit kader heeft de gemeente Venray tevens een compensatie van het rijk ontvangen van € 116.000. Tarieven (water)verblijfsbelasting inflatiepercentage berekend tarief werkelijk tarief
2020
2021
2022
2023
2024
1,50% 1,27
1,80% 1,29
1,70% 1,31
1,70% 1,33
1,70% 1,33
1,25
1,25
1,20
1,30
1,30
Parkeerbelasting De parkeerbelasting geldt voor de afgesloten parkeerterreinen Blekersveld, Raadhuisplein en de parkeergarage De Gouden Leeuw. De tarieven voor 2020 zijn gelijk gebleven aan de tarieven 2019. Ondanks de bijstellingen die we in de 2e berap 2020 hebben gedaan, bleven de totale inkomsten op parkeren € 29.000 lager dan geraamd voor 2020. Hoewel de maanden aug-sept-okt nog redelijk op niveau waren, zagen we in de cijfers dat de maand nov. 2020 al achterbleef en in december verder terugliep. Het besluit om het betaald parkeren in de daluren ‘vrij’ te geven, i.v.m. corona werd eind november genomen en is met ingang van december in werking getreden. Het nadeel van € 29.000 is ‘grosso modo’ te wijten aan corona, gezien het feit dat vanaf november toch weer strengere maatregelen golden. Tezamen met de eerdere aframing van € 70.000, zijn de totale inkomsten € 99.000 lager a.g.v. corona. Van het rijk werd een compensatie van € 58.000 ontvangen. Per saldo blijft er € 41.000 vanwege corona ten laste van de gemeente. Reclamebelasting De reclamebelasting kennen we in Venray sinds 2009 en is bedoeld om de lokale economie (in)direct te stimuleren en is daarbij alleen van toepassing op het centrumgebied. Deze belasting wordt elk jaar geheven ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg.
De opbrengst hiervan komt na aftrek van de inningskosten toe aan de ondernemersvereniging Venray Centraal. Deze kan daarmee haar promotionele acties, de organisatie van speciale events, alsmede sfeerbevordering (zoals middels de Kerstverlichting) bekostigen. In het "Handelingskader en Impactanalyse Covid-19" is besloten de reclamebelasting in 2020 niet op te leggen. Voorts om het eind maart uitgekeerde voorschot van €100.000 aan te merken als subsidie voor Venray Centraal in verband met haar organisatorische en promotionele activiteiten, events en sfeer (kerstverlichting) ten behoeve van het centrum van Venray. Het niet heffen van deze belasting betekent per saldo een financieel nadeel van € 105.000 omdat de € 5.000 gemeentelijke vergoeding voor de perceptiekosten nu evenmin geïnd werd.
78
2019
Bedragen x € 1,00 voor een reclameobject met een oppervlakte tot 0,5 m²
2020
%
475
475
0%
voor een reclameobject met een oppervlakte tot van 0,5 m² tot 2,5 m² voor een reclameobject met een oppervlakte van 2,5 m² tot 5 m²
600 675
600 675
0% 0%
voor een reclameobject met een oppervlakte tot 5 m² tot 10 m² voor een reclameobject met een oppervlakte vanaf 10 m²
750 825
750 825
0% 0%
BIZ-Smakterheide Op grond van de wet op de Bedrijven–Investerings-Zones (BIZ) is het mogelijk om binnen een nader af te bakenen gebied (zoals een bedrijventerrein) alle ondernemers gezamenlijk mee te laten betalen aan de kwaliteitsverbetering van hun bedrijfsomgeving. Daarbij gaat het dan om activiteiten gericht op het bevorderen van de veiligheid of verbeteringen van de openbare ruimte in het betreffend gebied. Hiermee wordt het “freeriders” gedrag voorkomen. Sinds 2012 is een BIZ actief op bedrijventerrein Smakterheide. De gemeente int de jaarlijkse bijdragen en betaalt deze, onder inhouding van de inningskosten, uit als subsidie aan de Ondernemersvereniging Smakterheide. De tarieven worden ieder jaar afgestemd met de ondernemersvereniging en zijn ten opzichte van 2019 gelijk gebleven. De BIZ-heffing is vanwege Corona verplaatst van eind maart naar ultimo december. Wel is per eind maart een voorschot uitgekeerd van € 57.500. Daarnaast heeft een verrekening plaats gevonden ivm de bekostiging van het wandel/struinpad van € 22.500. Per saldo is derhalve € 80.000 beschikbaar gesteld voor de Ondernemersvereniging Smakterheide, terwijl daar nog geen inkomsten tegenover stonden. Deze inkomsten worden nu gezien de uitgestelde heffing pas in de eerste maanden van 2021 verwacht. 2019
2020
WOZ-waarde lager dan € 250.000 WOZ-waarde vanaf € 250.000 en lager dan € 1.000.000
250 500
250 500
WOZ-waarde vanaf € 1.000.000 en lager dan € 5.000.000 WOZ-waarde vanaf € 5.000.000
1000 1500
1000 1500
4. De lokale belastingdruk Belastingdruk woningen: In de Programmabegroting is aangegeven dat het belastingniveau een reële bijdrage moet leveren aan de gestelde ambities. Het streven naar een belastingdruk (uitgedrukt via het belastingpakket OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffingen) die per meerpersoonshuishouden zoveel mogelijk gelijk aan of onder het gemiddelde van de provincie Limburg ligt. Dat deze doelstelling is behaald blijkt uit de door de provincie Limburg verstrekte cijfers. De belastingdruk voor het belastingpakket 2020 per huishouden van OZB eigenaar (woonruimten, dus zonder bedrijven), rioolheffing en afvalstoffenheffing in vergelijking met regionale cijfers (Provincie Limburg) geeft het volgende beeld te zien: 2020 Bergen Gemiddelde WOZ-waarde
Venray
Gennep
Peel en Maas
Provincie Limburg
Horst aan de Maas
Venlo
235.627
232.538
253.252
261.367
261.849
214.573
213.529
OZB tarief
0,11%
0,14%
0,11%
0,10%
0,15%
0,15%
0,20%
OZB
269,84
331,83
284,15
255,62
388,32
322,07
395,46
Rioolheffing
235,52
223,6
242,01
288,76
217
213,13
155,03
Afvalstoffenheffing
235,56
171,81
215,3
197
211,366
251,11
251,57
Totaal
740,92
727,24
741,46
741,38
818,68
786,31
802,33
Bron: begroot belastingoverzicht 2020 Limburgse gemeenten uitgegeven door provincie Limburg.
Belastingdruk gemeente Venray per huishouden en bedrijf Artikel 16 lid 5 van de financiële verordening (ex artikel 212 Gemeentewet) geeft aan dat het college bij de jaarrekening verslag doet van de ontwikkeling van de lokale lastendruk voor éénpersoonshuishouden, meerpersoonshuishouden en bedrijven.
79
Eénpersoonshuishoudens 2018 raming WOZ-waarde
2018 realisatie 2019 raming
212.426,00
212.463,00
220.881,00
OZB eigenaar
320,96
321,67
Rioolheffing eigenaar
99,44
99,44
2019 realisatie 2020 raming
2020 realisatie
221.235,00
229.021,00
229.600,00
326,68
327,2
326,81
327,64
101,13
101,13
102,86
102,86
Lastendruk
Rioolheffing gebruiker
58,37
58,37
59,36
59,36
60,37
60,37
Afvalstoffenheffing [2]
124,16
124,16
118,18
118,18
142,38
142,38
Totaal
602,93
603,64
605,35
605,87
632,42
633,25
Noot: Voor de jaren 2018 t/m 2020 is uitgegaan van een vast tarief vermeerderd met 14 ledigingen bij de ondergrondse voorzieningen. Met de korting in 2018 en 2019 is rekening gehouden.
Meerpersoonshuishoudens 2018 raming WOZ-waarde
2018 realisatie 2019 raming
212.426,00
212.463,00
220.881,00
OZB eigenaar
320,96
321,67
Rioolheffing eigenaar
99,44
99,44
Rioolheffing gebruik
116,73 150 687,13
2019 realisatie 2020 raming
2020 realisatie
221.235,00
229.021,00
229.600,00
326,68
327,2
326,81
327,64
101,13
101,13
102,86
102,86
116,73
118,72
118,72
120,74
120,74
150
145,05
145,05
171,33
171,33
687,84
691,58
692,1
721,74
722,57
Lastendruk
Afvalstoffenheffing [3] Totaal
Noot: Voor de jaren 2018 t/m 2020 is uitgegaan van een vast tarief vermeerderd met 7 ledigingen van 140 liter containers Restafval en 3 ledigingen van containers van 140 liter GFT. Met de korting in de jaren 2018 en 2019 is rekening gehouden.
Bedrijven 2018 raming Z-waarde
2018 realisatie 2019 raming
2019 realisatie 2020 raming
2020 realisatie
624.109
624.520
630.350
629.000
657.000,00
667.000,00
OZB eigenaar
1.947,84
1.949,12
1.974,25
1.970,02
2.001,88
2.032,35
OZB gebruiker
Lastendruk
1.560,89
1.561,92
1.582,17
1.578,79
1.595,20
1.619,48
Rioolheffing eigenaar
99,44
99,44
101,13
101,13
102,86
102,86
Rioolheffing gebruiker
116,73
116,73
118,72
118,72
120,74
120,74
3.724,90
3.727,21
3.776,27
3.768,66
3.820,68
3.875,43
Totaal
5. Het gerealiseerde kwijtscheldingsbeleid Het aanvragen van kwijtschelding is mogelijk voor: - OZB - Afvalstoffenheffing - Rioolheffing 100% Norm De raad heeft in het verleden besloten de regeling voor kwijtschelding zo ruim mogelijk toe te passen. Het normbedrag voor levensonderhoud is toen vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm. Het gehanteerde normbedrag is het maximale bedrag dat gemeenten mogen hanteren volgens de Invorderingswet 1990 en de daarbij behorende uitvoeringsregeling. Inlichtingenbureau De gemeente Venray maakt gebruik van het zogenaamde Inlichtingenbureau. Hierdoor wordt de administratieve procedure vereenvoudigd. Door deze werkwijze kan, aan een grote groep belastingplichtigen, sneller kwijtschelding worden verleend.
80
Kwijtscheldingen Het aantal kwijtscheldingsverzoeken en beroepen stabiliseert de afgelopen jaren.
Totaal aantal klanten*
2016
2017
2018
2019
2020
1.085
1.125
1.018
1.005
1.137
Automatische kwijtschelding (inlichtingenbureau)
415
494
505
465
450
Beroepschriften (klanten)
82
85
47
52
25
* Aantal kwijtschelingen
81
Paragraaf B. Weerstandsvermogen en risicobeheer In deze paragraaf wordt een toelichting gegeven op het weerstandsvermogen en de mate waarin de organisatie de belangrijkste risico’s onder controle heeft. In het risicobeleid zijn de doelstellingen en uitgangspunten vastgelegd en wordt ook aangegeven op welke wijze we risico’s managen. Deze paragraaf geeft inzicht in: Weerstandsvermogen: de mate waarin de gemeente in staat is om risico’s van materiële betekenis te kunnen opvangen, zonder te hoeven ingrijpen in de normale bedrijfsvoering. Risico’s: de afwijking van een doelstelling als gevolg van het optreden van een onzekere gebeurtenis. Van strategische risico’s worden opgenomen: de omvang en de getroffen beheersmaatregelen en de ontwikkelingen hierin. Weerstandscapaciteit: toelichting op omvang en ontwikkeling van de vermogenscomponenten en andere bronnen die dienen om de risico’s op te vangen. Financiële kengetallen: conform de BBV is een basisset financiële kengetallen opgenomen. 1. Risicomanagement De raad, het college en het management zijn ervan bewust dat adequate risicobeheersing onderdeel is van “good governance” en bijdraagt aan het “in control” zijn van de organisatie. Kernthema hierin is transparantie: het (tijdig) rapporteren over risico’s en gezamenlijk met alle betrokkenen afstemmen over beheersmaatregelen.
Het risicobewustzijn is nog steeds een punt van aandacht in de organisatie. Hoewel dit op de verschillende terreinen beter wordt opgepakt, is het nog geen automatisme. Risico’s overkomen ons nog af en toe, ondanks signalen die achteraf onvoldoende onderkend werden. In beleids-/besluitvormingsnota’s worden de risico’s nog niet altijd voldoende uitgewerkt, waardoor niet de juiste beheersmaatregelen worden genomen. Bij de implementatie van de rechtmatigheidsverantwoording door het college krijgt de inrichting en de werking van de administratieve organisatie en interne controle extra aandacht. 2. Weerstandsvermogen Het beleid gaat uit van een weerstandsratio van minimaal 1,0. Dat wil zeggen dat de berekende risico’s in ieder geval zijn afgedekt door de aanwezige weerstandscapaciteit (vermogensbuffer). Hiermee sluiten we aan bij de adviezen van de provinciale toezichthouder. Daarnaast is een minimumgrens van € 12 mln. (10% van de jaarexploitatie) als streefwaarde voor de weerstandscapaciteit vastgesteld. Stand ultimo (bedragen x € 1.000)
2017
2018
2019
2020
Algemene reserve
13.732
15.468
16.740
18.021
Risicoreserve grondbedrijf
1.307
3.137
4.664
5.022
Niet benutte deel belastingcapaciteit
nvt
nvt
nvt
nvt
Weerstandscapaciteit
15.039
18.605
21.404
23.043
Algemene risico's
1.641
1.443
3.059
6.569
Risico's grondbedrijf
2.840
1.944
1.593
1.108
Risico's
4.481
3.387
4.652
7.677
Vrije ruimte
10.557
15.218
16.752
15.365
- Algemeen
12.090
14.025
13.681
11.451
- Grondbedrijf
-1.533
1.193
3.071
3.914
3,36
5,49
4,60
3,00
Weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen komt ultimo 2020 uit op 3,00. Dit is forse daling ten opzichte van eind 2019. Oorzaak is de forse toename van de algemene risico’s m.n. als gevolg van COVID-19. Mede dank zij het jaarrekeningresultaat 2020 (2,6 mln.) en de positieve financiële ontwikkelingen bij het grondbedrijf blijft het weerstandsvermogen nog boven de vastgestelde norm van 1,00. De vrije ruimte bedraagt € 15,4 mln, een afname met bijna € 1,4 mln. ten opzichte van eind 2019. De vrije ruimte in de algemene reserve bedraagt € 11,5 mln en het grondbedrijf € 3,9 mln.
82
3. Risico's De risico’s uit de jaarrekening 2019 zijn het uitgangspunt van de rapportage. Nieuwe (strategische) risico’s zijn toegevoegd, relevante wijzigingen in bestaande risico’s worden toegelicht. De risicomatrix plaatst de risico’s in het perspectief van kans en gevolg. In de risicotoelichting wordt het risico nader omschreven en de (voortgang van) beheersmaatregelen beschreven. Naast het feit dat COVID-19 ons maatschappelijke en sociale leven in 2020 heeft overdonderd, brengt het ook hoge risico’s met zich mee voor onze bedrijfsvoering en de uitvoering van de gemeentelijke taken. Niet alleen voor de jaren 2020/2021, maar ook zal er een doorwerking zijn naar de jaren erna, waarvan we de impact op dit moment nog niet kunnen overzien. Vanaf juni 2020 wordt de raad elk kwartaal middels een impact-analyse op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen op verschillende beleidsterreinen waarbij zowel wordt ingegaan op de inhoudelijke aspecten, als ook op de financiële consequenties en risico’s die we als gemeente lopen. Daarbij wordt tevens in beeld gebracht welke compensatiemaatregelen van het rijk beschikbaar zijn en hoe deze middelen worden ingezet om de extra kosten (of lagere inkomsten) in onze exploitatie af te dekken.
Daarbij streven we naar een zo adequaat mogelijke uitvoering van de landelijke en lokale maatregelen en naar zoveel mogelijk continuïteit van de reguliere werkzaamheden en van noodzakelijke (digitale) besluitvorming. Daarvoor werd in oktober 2020 door de raad de Aanpak Covid-19 vastgesteld waarin de financiële uitgangspunten werden bekrachtigd en een handelingsperspectief werd vastgesteld voor steunmaatregelen aan sociaal-maatschappelijke organisaties en economische activiteiten. Dit handelingsperspectief werd bij elke impact-analyse voorzien van een vervolgaanpak. Tevens wordt in elke impact-analyse vooruit gekeken naar de risico’s die mogelijk nog te verwachten zijn voor het betreffende/komende jaar. Mede op basis van de informatie uit de begroting 2021 en de 4e impactanalyse (behandeld in de raadsvergadering van 11 mei 2021) is de risico-matrix voor het onderdeel COVID-19 opgesteld. In de jaarrekening (onderdeel 2) worden de gebeurtenissen na balansdatum uiteengezet bij de toelichting op de balans. Een ontwikkeling die na balansdatum heeft plaatsgevonden, betreft het aftreden van het voltallige College van Gedeputeerde Staten van Limburg op 9 april jl.
Hierdoor is een uitzonderlijke situatie ontstaan, die voor de Limburgse Gemeenten en dus ook voor Venray onzekerheden en wellicht ook risico’s met zich mee kan brengen, doordat op belangrijke dossiers besluitvorming wordt uitgesteld en/of standpuntbepalingen niet worden gedaan. Het is nog niet duidelijk of dit al dan niet impact heeft voor Venray. Risicomatrix
83
Risicotoelichting In navolgend overzicht:
Kolom nr. verwijst naar risicomatrix. Kolom potentiële risicogebeurtenis: de gebeurtenis voorafgegaan door het nummer van het deelprogramma waarop deze betrekking heeft. Enkele risico’s hebben betrekking op meerdere deelprogramma’s, die zijn algemeen genoemd. (Status) beheersmaatregelen: per risico zijn beheersmaatregelen benoemd. De voortgang/status is “cursief” beschreven.
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
1
1. Breed Sociaal Domein
Er is een uitvoeringsprogramma sociaal domein vastgesteld met diverse deelopdrachten die gekoppeld zijn aan de bouwstenen uit de Kadernota SD (zie hieronder)
Bouwsteen Omgeving De omgeving wordt onvoldoende versterkt waardoor de beweging van “vangnet” naar “omgeving” niet of onvoldoende gemaakt wordt.
Inzet van gebiedsgericht werken (aansluiting zoeken bij de specifieke behoefte van een wijk of dorp). Inzet van ondersteunende maatregelen zoals subsidies, accommodaties, etc. -
-
Gebiedsgericht werken is ingezet. Subsidiebeleid en accommodatiebeleid wordt geactualiseerd. Het versterken van de omgeving vormt een deelopdracht van het uitvoeringsprogramma SD. Opdrachtformulering is opgesteld en implementatie is gestart. Er zijn specifieke maatregelen geformuleerd om de omgeving te versterken: JSP, BSO+, SOJ, jeugdhulp en opvoedondersteuning, overzicht van voorliggende voorzieningen WMO en Jeugd.
Bouwsteen Vangnet De afschaling van voorzieningen komt onvoldoende tot stand.
Versterken van de omgeving. Anders organiseren van de toegang. Herijken van onze inkoopmethodiek.
Openeinderegelingen: Toename van het aantal maatwerkvoorzieningen als gevolg van veranderende omstandigheden (economische, demografische, wetgeving, rijksbeleid)
Duurzaam partnerschap met aanbieders en gesubsidieerde instellingen. Afspraken maken met andere verwijzers. -
-
Het herinrichten van de toegang vormt een deelopdracht van het uitvoeringsprogramma SD. Opdrachtformulering opgesteld en implementatie in 2021 e.v. Nieuwe inkoopmethodiek per 1 januari 2022. De publicatie van de aanbestedingen heeft in februari 2021 plaatsgevonden. De definitieve gunningen volgen rond de zomer. Nieuwe inkoop gaat o.a. uit van langdurige contracten.
84
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
Bouwsteen Gedrag en Houding De gewenste gedragsverandering bij medewerkers komt onvoldoende tot stand.
Opstellen ontwikkelplan voor medewerkers gericht op het gesprek met de inwoner, de integraliteit en het aansluiten bij de omgeving.
De gemeentelijke visie wordt niet onderschreven door de aanbieders
Meerjarige afspraken maken met aanbieders waarbij zij het vertrouwen krijgen om te investeren in innovatie. -
-
Houding en gedrag vormt een deelopdracht van het uitvoeringsprogramma SD. Opdrachtformulering is opgesteld en implementatie in 2021 e.v. Meerjarige afspraken: zie ook project sturing en inkoop.
Bouwsteen Communicatie De boodschap komt onvoldoende over
Opstellen communicatiestrategie en instrumenten. -
Communicatie vormt een deelopdracht van het uitvoeringsprogramma SD. Centraal staat daar het meer in gesprek zijn met inwoners. Opdrachtformulering deelopdracht communicatie opgesteld. Verbreding van instrumenten vindt plaats in 2021 e.v.
Bouwsteen Financiën De gerealiseerde uitgaven van het Sociaal Domein Breed overstijgen de begroting.
Monitoren uitgaven SD-breed versus begroting, waarbij de indeling “vangnet” en “omgeving” wordt gehanteerd. Oplevering van de halfjaarrapportage Sociaal Domein. -
2
2.1 Grondbedrijf Afzet gronden blijft achter bij planning
3
Monitoring uitgaven vindt maandelijks plaats. Nieuwe overlegstructuur ingevoerd op basis van advies taskforce SD. Oplevering jaarrapportage 2020 2de kwartaal 2021. Doorontwikkeling dashboard jeugd, begin 2021 opgeleverd.
Stimuleringsmaatregelen verkoop kavels - promotie via website en woontafel) - geen betaling waarborgsom is mogelijk - courtageregeling makelaars
4.3 Privacy en Informatiebeveiliging - Vertrouwelijke/gevoelige informatie is beschikbaar bij niet-geautoriseerden (binnen en buiten de organisatie) - Onverantwoordelijk gebruik en
Maximale samenwerking door de functies van FG (Functionaris gegevensbescherming), PO (Privacy Officer) en CISO (Chief Information Security Officer);
85
Nr.
Potentiële risicogebeurtenis
Beheersmaatregelen (tekst in cursief geeft de actuele status aan)
uitwisseling van persoonsgegevens en privacygevoelige informatie binnen de organisatie en naar partners.
Jaarlijkse verantwoording over informatieveiligheid, implementatie BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en privacy via ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit);
- Niet voldoen aan de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming)
Privacy maakt standaard onderdeel uit van projecttoetsing; Het uitvoeren van PIA's (Privacy Impact Assessments); In kaart brengen overlap verschillende normenkaders en invalshoeken en implementatie (volgorde) bepalen. De basis is op orde. Het voldoen aan de AVG is een continu proces. Privacy maakt standaard onderdeel uit van projecttoetsing. Door maatregelen te treffen worden de risico’s geminimaliseerd. De verantwoordelijkheid voor P&IB bij de proceseigenaren borgen; Met de komst van de BIO in 2020 borgen we de verantwoordelijkheid voor P&IB bij de proceseigenaren. De verwachting is dat deze verantwoordelijkheid in 2021 conform BIO wordt geborgd; Uitvoeren Privacy en Security awareness trainingen. Alle medewerkers hebben de securityawareness training gevolgd en zijn gewezen op de risico’s bij het thuiswerken. Jaarlijks uitvoeren pentest/ethische hack. In het laatste kwartaal 2020 is een opdracht verstrekt. Met de uitvoering is gestart en de uitkomsten hiervan zullen in 2e kwartaal 2021 duidelijk worden.
4
Alg. Garantstelling Gemeente wordt aangesproken op inlossen van een garantstelling.
Garantstellingsbeleid actualiseren. Vooralsnog geen prioriteit - risico's explicieter opnemen - in besluitvorming toelichten waarom risico's al dan niet worden meegewogen. Bewustwording wordt meegenomen in overlegstructuren en krijgt daarmee meer aandacht.
Het garantieplafond voor 2020 is €
- periodieke rapportage over ontwikkeling 86
716.000.
risicovolste garantstellingen. Informatieverstrekking vindt per dossier plaats.
Meest risicovolle garantstelling:
Glasweb:
Glasweb:
Aanvullende informatie inwinnen
- Er wordt niet voldaan aan regels voor staatssteun en financieringsconstructies.
Deze informatie geeft geen aanleiding om aanvullende maatregelen te nemen.
- Exploitatie valt tegen (minder uptake, meer kosten). - Fase 2.
5
Periodieke rapportage Via de maandelijkse voortgangsrapportage (majeure projecten). De mogelijkheden voor de aanleg van fase 2 worden nog verkend.
Alg. Samenwerken/Verbonden Partijen (VP) Resultaten van samenwerkingspartners wijken af van lokale doelstellingen.
Beleid op samenwerking en verbonden partijen opstellen (incl. timing en niveau van informatievoorziening) - Nota vizier op samenwerking vastgesteld - Evaluatienota (incl. verbetermaatregelen) opgesteld. Verbetermaatregelen deels nog doorvoeren. Per bestaande VP doelen en risico's inventariseren en maatregelen treffen. Bij het deelnemen in nieuwe VP-eisen stellen aan informatievoorziening.
Meest risicovolle Verbonden Partijen:
- Onder de noemer "grip op samenwerking" vindt uniforme sturing plaats op de vijf grote gemeenschappelijke regelingen.
Veiligheidsregio:
Veiligheidsregio:
onverwachte gebeurtenissen leiden tot extra budgetaanvraag
Regionale overleggen financieel adviseurs en adviseurs openbare orde en veiligheid per 2 maanden Oppakken adviezen rekenkameronderzoek Raad geïnformeerd over financiële ontwikkelingen n.a.v. P&C-producten Veiligheidsregio. Invullen van afspraken uit RIB “Grip op samenwerken”. Venray is adoptiegemeente. Ambtenaren betrokken in voortraject beleidsontwikkeling en opstellen P&C-producten.
87
Noord Limburg West (NLW):
NLW:
(bedrijfsvoerings)kosten worden onvoldoende in lijn gebracht met de (korting op de) rijkssubsidie.
Het transitieplan is afgerond.
Begrote opbrengsten worden onvoldoende gerealiseerd (dalende Wsw-inkomsten en afnemende tewerkstelling van medewerkers)
6
Een nieuwe koers is vastgesteld in de raad van december 2020. Deze koers is voor de periode 2021-2030 en bestaat uit een drietal sporen. Uitvoering WSW, Participatiewet dienstverlening aan gemeenten en dienstverlening aan derden. Om de koers te monitoren wordt een set van KPI’s opgesteld.
Alg. Bestuurders: pensioen/wachtgeld/ nabestaande pensioen en arbeids-ongeschiktheid Door dalende marktrente en actualisatie sterftetabel moeten extra stortingen in de pensioenvoorziening worden gedaan om deze op niveau te houden. Bestuurders stappen voortijdig op en maken aanspraak op wachtgeld Bestuurders komen te overlijden of raken arbeidsongeschikt
Onderbrengen bij pensioenfonds Naar verwachting worden de pensioenen voor bestuurders vanaf 2021 gefaseerd overgedragen aan een landelijk fonds. Hierover is echter nog geen concrete info beschikbaar. Aanbieden outplacementtraject om wachtgeldperiode te bekorten. Risico’s verzekeren In 2020 is het financiële risico van overlijden van een (wachtgeld) wethouder vóór de pensioengerechtigde leeftijd afgesloten (zgn. kortleven-risico).
7
Alg. Rijksinkomsten: algemene uitkering M.i.v. 2023 kunnen tekorten in de exploitatie ontstaan door het fundamenteel herijken van de uitgangspunten voor het Gemeentefonds. M.i.v. 2022 ontstaan extra tekorten op de Jeugdzorg omdat de (administratief) toegezegde extra middelen niet worden ontvangen.
Bijhouden van ontwikkelingen in het Gemeentefonds: vooralsnog geen signalen dat grote nadelige gevolgen voor ons heeft.
Bijhouden van informatie omtrent de Jeugdzorgmiddelen. Dit is één van de belangrijkste punten in de onderhandeling van de VNG met het nieuwe kabinet. Verder proberen we de stijging van de uitgaven op de jeugdzorg om te buigen (taskforce SD, uitvoeringsprogramma SD, traject sturing & inkoop) en monitoren we de uitgaven permanent.
Implementatie Omgevingswet Onvoldoende structurele compensatie-middelen beschikbaar om hieraan adequate invulling te
88
kunnen geven. -In de onderhandeling van de VNG met het nieuwe kabinet is dit ook een thema vanuit het standpunt: ‘nieuwe taken, nieuwe knaken’. -Alternatieve inkomstenbronnen overwegen.
8
Impact COVID-19 Door de uitbraak van COVID-19 ontstaan hogere kosten op de diverse beleidsterreinen (o.a. handhavingstaken, sociaal domein), komen burgers/bedrijven in financiële problemen en worden inkomstenramingen niet gehaald. Afhankelijk of er een tweede golf ontstaat heeft dit ook gevolgen voor 2021 (en mogelijk voor) volgende jaren.
Bijhouden en monitoren gevolgen en effecten van COVID-19 Direct na de lock-down in maart 2020 werden maatregelen getroffen om burgers en ondernemers te ondersteunen o.a. door het uitstellen van invorderingen en het facturen aan bedrijven. Tevens werden de concrete gevolgen en risico’s op de diverse beleidsterreinen geïnventariseerd en werd de raad per kwartaal geïnformeerd. De ontwikkelingen worden permanent gevolgd, de compensatiemaatregelen rijk gemonitord en de effecten daarvan bijgehouden.
Naar hun aard hebben majeure projecten in beginsel grote risico’s in zich. Voor deze projecten zijn beheersmaatregelen getroffen, waardoor de risico’s (voor zover hierboven niet expliciet opgenomen) afdoende zijn afgedekt. Risico-ontwikkeling In het risicobeleid is aangegeven dat niet alle risico’s een financieel gevolg hoeven te hebben. Risico’s kunnen ook imagoschade en negatieve effecten hebben op het realiseren van (maatschappelijke) doelstellingen. De financieel gecalculeerde risico’s hebben zich als volgt ontwikkeld: Stand ultimo (bedragen x € 1.000)
2017
2018
2019
2020
Algemeen
1.641
1.443
3.059
6.569
Grondbedrijf
2.840
1.944
1.593
1.108
Totaal
4.481
3.387
4.652
7.677
Het totaal aan risico’s neemt met ruim € 3 mln. toe. Dit komt met name door de impact van COVID-19 en een toename van de risico's op het sociaal domein. De risico's in het grondbedrijf dalen met € 0,485 mln.
89
Algemene dienst Stand ultimo
2017
(bedragen x € 1.000) Sociaal domein
2018
2019
2020
2.046
1.599
3.864
4.714
Garanties
92
726
654
723
Verbonden partijen Pensioen/arbeidsongeschiktheid bestuurders
787
563
563
544
500
710
650
475
Herijking gemeentefonds Impact COVID-19
3.856
Diversen
452
452
338
338
4.281
4.453
6.069
10.650
Risico's doen zich niet in 1 jaar voor
-1.070
-1.113
-1.517
-2.662
Niet geïdentificeerde risico's
1.200
1.200
1.200
1.200
Opvangen risico's in exploitatie
-2.770
-3.097
-2.693
-2.618
Totaal algemene risico's na correctie
1.641
1.443
3.059
6.569
2018
2019
2020
Totaal algemene risico's Correcties cf risicobeleid:
Grondbedrijf Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Project-specifieke risico's/ramingsonzekerheden Marktrisico Risico ontwikkelbedrijf Greenport Totaal risico's
2017
2.030
1.291
967
730
206
204
342
246
604
449
284
132
2.840
1.944
1.593
1.108
In zijn algemeenheid nemen de risico's af naarmate het project vordert. Tenslotte nemen de ramingen af (kosten en opbrengsten). Daarnaast nemen ook de jaren waarover het marktrisico wordt berekend af. De grootste afname van risico's binnen het Grondbedrijf zien we bij de projecten Aan den Heuvel (-€ 98.000), Oirlo zuid-oost (-€ 70.000), Brukske (-€ 88.000) Blitterswijck (-€ 48.000), Castenray (-€ 14.000) totaal een afname van (-€ 330.000). Daarnaast is het risico van Greenport met (-€ 150.000) verlaagd. Brukske wordt eind 2021 afgesloten en bij Aan den Heuvel, Oirlo zuid-oost, Blitterswijck en Castenray waren in 2020 de kavel verkopen voorspoediger dan gedacht. Het risico neemt hierdoor af, de looptijd in Oirlo is bij de jaarrekening 2020 met 5 jaar ingekort en bij Blitterswijck met 14 jaar ten opzichte van jaarrekening 2019. Sinds 2018 zijn we als gemeente gehouden aan een vaste methode van winst nemen bij grondexploitaties: de POC-methode, Percentage Of Completion. Oftewel % gerealiseerde kosten * % gerealiseerde opbrengsten = % te nemen winst (-/- reeds gerealiseerde winst). De mogelijkheid bestaat om op dit bedrag van winstneming een bedrag voor 'risico reservering' in mindering te brengen. Voor de grondexploitaties waar we alleen zélf in deelnemen maken we hier geen gebruik van.
Voor de grondexploitaties waar we met een partner in deelnemen (PPS-overeenkomsten) zijn we daar voorzichtiger in, omdat je wilt voorkomen dat je 'teveel' winst uitkeert aan de partner en hier later op terug moet komen.
90
4. Weerstandscapaciteit Stand ultimo
2017
(bedragen x € 1.000) Algemene reserve (vrij)
2018
13.732
2019
15.468
2020
16.740
18.021
Risicoreserve grondbedrijf
1.307
3.137
4.664
5.022
Weerstandscapaciteit
15.039
18.605
21.404
23.043
Streefwaarde weerstandscapaciteit
12.000
12.000
12.000
12.000
Tekort/overschot streefwaarde
3.039
6.605
9.404
11.043
Algemene reserve Stand ultimo
2017
(bedragen x € 1.000)
2018
2019
2020
Algemene reserve administratief
15.886
18.159
20.389
19.621
Bruto resultaat
4.784
6.242
336
2.585
Budgetoverheveling
-127
-1.743
-973
-570
Raadsbesluiten w.o. MUIP
-6.811
-7.190
-3.012
-3.615
Algemene reserve (vrij)
13.732
15.468
16.740
18.021
2018
2019
2020
Risicoreserve grondbedrijf Stand ultimo (bedragen x € 1.000) Saldo per 1-1
2017 84
1.307
3.137
4.664
Winstnemingen
2.094
2.099
1.477
392
Onttrekkingen
-871
-269
50
-33
1.307
3.137
4.664
5.022
Saldo per 31-12
De winstnemingen 2020 zijn in aan den Heuvel (€ 201.000), Ysselsteyn fase II (€ 347.000) en Brukske (€ 39.000) voor totaal € 587.000 en de bijstelling van grondexploitatie De Blakt met (-€ 191.000) per saldo € 392.000. De bijdragen aan grondbedrijf (projecten) betreft onder andere de afboeking van niet door te berekenen algemene kosten grondbedrijf (-€ 255.000), projecten in voorbereiding (-€70.000) verwerving toekomstige plannen (-€ 34.000) en afboeking van kosten restkavels (-€65.000) totaal -€ 424.000. De voorzieningen van 2 verliesgevende exploitaties zijn gedeeltelijk vrijgevallen (ten gunste van de reserve) Het betreft Blitterswijck (€ 278.000) en Oirlo zuid-oost (€ 118.000) samen een totaal van € 395.000 positief. De looptijden van beide projecten zijn ingekort door positieve kavelverkopen. De totale bijdrage in 2020 is per saldo -€ 33.000. Financiële kengetallen In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is voorgeschreven dat gemeenten een basisset van vijf financiële kengetallen opnemen in de programmabegroting en programmaverantwoording. De kengetallen zijn afgeleiden van bestaande informatie en genereren geen ‘nieuwe’ informatie. De kengetallen moeten het de gemeenteraad gemakkelijker maken om inzicht te krijgen in de financiële positie van de gemeente en het vergelijken met andere gemeenten gemakkelijker maken.
De kengetallen drukken een verhouding uit die zichtbaar is op de balans en de jaarrekening. Door het BBV is geen norm vastgesteld waarmee de uitkomsten van de vijf kengetallen vergeleken moeten worden. In de toelichting op de regeling is opgenomen dat deze beoordeling van de financiële positie is voorbehouden aan het horizontale controle- en verantwoordingsproces. Met andere woorden: gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de interpretatie van hun financiële positie. Een afzonderlijk kengetal zegt niet alles en moet altijd in relatie worden gezien en beoordeeld in samenhang met andere kengetallen. De hoogte van de schulden moet bijvoorbeeld in samenhang gezien worden met de hoogte van het eigen vermogen (ratio solvabiliteit) en de hoogte van de structurele baten (ratio structurele exploitatieruimte). 91
De uitkomsten van de kengetallen zijn daarnaast ook van belang voor de provinciale toezichthouder om zijn oordeel over de financiële positie van de gemeente op te baseren. In onderstaand overzicht zijn de kengetallen voor Venray opgenomen. Tevens zijn ter vergelijking opgenomen het landelijk gemiddelde voor gemeenten met 20.000 – 50.000 inwoners. Deze percentages zijn afkomstig van de site ‘waar staat je gemeente’. De jaarrekeningcijfers over het jaar 2020 zijn natuurlijk nog niet bekend. De percentages gemeenten 20.000 – 50.000 zijn daarom gebaseerd op de jaarrekeningen 2019. Daarnaast is een vergelijking gemaakt met de norm voor 100.000+ gemeenten. Voor gemeenten onder de 100.000 inwoners is geen algemeen geldende norm bekend.
Jaarrekening Financiele kengetallen
Gemeenten 20.000 50.000 inwoners o.b.v. rekening 2019
Rek. '20 tov 100.000+ gemeenten: categorie
100.000+ gemeenten
2016
2017
2018
2019
2020
Netto schuldquote
53%
56%
61%
61%
56%
55%
A
Cat. A: < 90% Cat. B: 90 - 130% Cat. C: > 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
42%
45%
47%
48%
44%
48%
A
Cat. A: < 90% Cat. B: 90 - 130% Cat. C: > 130%
Solvabiliteitsratio
26%
27%
30%
30%
30%
34%
B
Cat. A: > 50% Cat. B: 20 - 50% Cat. C: < 20%
Structurele exploitatieruimte
6%
5%
7%
1%
2%
0%
A
Cat. A: > 0% Cat. B: = 0% Cat. C: < 0%
Grondexploitatie
9%
7%
6%
0%
-1%
13%
A
Cat. A: < 20% Cat. B: 20 - 35% Cat. C: > 35%
Belastingcapaciteit
95%
94%
94%
93%
98%
103%
B
Cat. A: < 95% Cat. B: 95 - 105% Cat. C: > 105%
Netto schuldquote Geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van het totaal van de inkomsten (exclusief mutatie reserves). De hoogte van de inkomsten bepaalt namelijk in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente kan dragen. Een schuldquote tussen 0% en 100% wordt als gangbaar beschouwd. Voor een gemeente geldt als indicatie voor een zeer hoge schuld indien deze schuldquote boven de 130% uitkomt. Dus hoe lager het percentage hoe beter. De netto schuldquote van 56% is ten opzichte van de jaarrekening 2019 verbeterd. De schuldquote is ongeveer gelijk aan het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten in de grootteklasse 20.000 – 50.000 inwoners (gebaseerd op jaarrekeningen 2019) en in categorie A volgens de indeling van de 100.000+ gemeenten. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of als dat wel het geval is valt dit niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn.
Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Netto schuldquote, gecorrigeerd met verstrekte leningen In dit onderdeel worden de doorgeleende leningen in mindering gebracht op de totale leningen. De netto schuldquote exclusief de doorgeleende leningen van 44% ligt vanzelfsprekend lager dan de eerder gepresenteerde netto schuldquote. De netto schuldquote exclusief de doorgeleende 92
leningen is ten opzichte van de jaarrekening 2019 ook verbeterd. Zichtbaar is dat deze schuldquote onder het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten in de grootteklasse 20.000 – 50.000 inwoners (gebaseerd op jaarrekeningen 2019) ligt. De quote ligt ook ruim onder de signaleringswaarde van 90% en dus in categorie A van de 100.000+ gemeenten. Solvabiliteit Geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen (weerbaarheid). De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves). Gangbaar is dat de ratio van een gemeente zich tussen 20% en 70% bevindt. Hoe hoger de ratio hoe beter de weerbaarheid van de gemeente is. De solvabiliteitsratio van 30% is gelijk gebleven ten opzichte van de jaarrekening 2019. De ratio is iets lager dan het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten in de grootteklasse 20.000 – 50.000 inwoners (gebaseerd op jaarrekeningen 2019) en categorie B volgens de indeling van de 100.000+ gemeenten. Door uw raad is bepaald dat onze weerstandsratio minimaal 1 moet zijn en de minimumgrens van de weerstandscapaciteit € 12 mln. is. Uit de voorliggende paragraaf (onderdeel weerstandsvermogen) blijkt dat onze weerstandsratio voor 2020 op 3 ligt.
Dit betekent dat de geïnventariseerde risico’s meer dan voldoende zijn afgedekt. De weerstandscapaciteit ligt met € 23 mln. ruim boven minimumgrens van € 12 mln.. • Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte is om de structurele lasten te kunnen dragen. Daarnaast geeft dit kengetal ook aan of de gemeente in staat is structurele tegenvallers op te vangen dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. Hoe hoger het kengetal hoe beter. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. De structurele exploitatieruimte is 2% en is ten opzichte van de jaarrekening 2019 iets verbeterd en bevindt zich boven aan het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten in de grootteklasse 20.000 – 50.000 inwoners (gebaseerd op de jaarrekeningen 2019). Het percentage van 2% ligt ook boven de signaleringswaarde en dus in categorie A van de 100.000+ gemeenten. Grondexploitatie. Geeft weer hoe de waarde van de grond (grondpositie) zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten (exclusief mutatie reserves). Voor de berekening van dit kengetal worden de bouwgronden in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale (geraamde) baten.
Hoe lager het percentage hoe minder risico er wordt gelopen. Het kengetal grondexploitatie is -1%. Dit komt omdat er per 31 december 2020 sprake is van een negatieve boekwaarde bouwgrondexploitaties. De totale boekwaarde van de gronden in exploitatie is gedaald met ruim € 2 mln. Dit komt doordat de totaal gerealiseerde opbrengsten hoger waren dan de kosten. Met name door de voorspoedige grondverkopen in project Aan den Heuvel (€ 4,3 mln.) zijn de opbrengsten zo hoog, maar ook bij de projecten Ysselsteyn fase 2, Oirlo zuid-oost, Blitterswijck en Castenray waren de grondopbrengsten hoog. Voor een nadere toelichting per project verwijzen wij u naar de paragraaf Grondbeleid. Zichtbaar is dat Venray zich ruim onder het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten bevindt in de grootteklasse 20.000 – 50.000 inwoners (gebaseerd op de jaarrekeningen 2019 ) en in categorie A volgens de indeling van de 100.000+ gemeenten. De grondpositie vormt dan ook een verwaarloosbaar deel van de totale baten. Bij gemeenten waar dit verhoudingspercentage fors hoger is, kan dit duiden op een forse grondvoorraad waarover de gemeente mogelijk een risico loopt. • Belastingcapaciteit. Dit kengetal geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente Venray zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Uitgangspunt zijn de woonlasten meerpersoonshuishouden van het voorafgaande jaar.
93
De uitkomst van het kengetal belastingcapaciteit is 98% en bevindt zich onder het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten in de grootteklasse 20.000 – 50.000 inwoners (gebaseerd op de jaarrekeningen 2019). Volgens de indeling van de 100.000+ gemeenten is sprake van categorie B. Gebaseerd op deze ratio betekent dit dat Venray, indien geconfronteerd met grote financiële tegenvallers, enige ruimte heeft om de belastingen te verhogen. Conclusie financiële kengetallen: Ten opzichte van de categorie indeling van de 100.000+ gemeenten is, met uitzondering van de solvabiliteitsratio en belastingcapaciteit, sprake van een indeling in de hoogste categorie A. Ten aanzien van de solvabiliteit is de ratio constant gebleven. De weerstandscapaciteit is goed te noemen en ligt ook ruim boven de door uw raad gestelde minimumwaarden. De uitkomsten van de financiële kengetallen zijn dan ook goed te noemen.
94
Paragraaf C. Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf gaat in op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de “grotere” kapitaalgoederen in onze gemeente. Onder Kapitaalgoederen verstaan we “duurzame productiemiddelen”: de spullen die we nodig hebben om de diensten en goederen die wij aan onze burgers leveren te produceren. Daarbij gaat het om grotere goederen die meerdere jaren meegaan en veel waarde hebben. Hierbij moet worden gedacht aan de kosten van instandhouding van wegen, verlichting, riolering, groen, sportfaciliteiten en gebouwen (inclusief de scholen). In de kosten voor het onderhoud van de kapitaalgoederen zijn meegenomen: reguliere kosten, dagelijks (klein) onderhoud en groot onderhoud. Een groot deel van het “vermogen” van onze gemeente ligt in de grond of op het openbaar gebied. Het is dan ook van belang dat hierover een zorgvuldig beheer wordt gevoerd. Met het onderhoud van kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Om die reden dienen de kosten van de instandhouding dan ook hun weerslag te vinden in onderhoudc.q. beheerplannen. De vaststelling hiervan is voorbehouden aan de raad. Hiermee wordt invulling gegeven aan het dualisme namelijk kaders stellen voor het onderhoud van wegen, riolering, gebouwen enz.
Onderhoud van en investeringen in kapitaalgoederen worden integraal uitgevoerd door alle disciplines binnen de openbare ruimte, om te zorgen dat de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet en de overlast van de burgers tot een minimum wordt beperkt. Daarnaast worden de bewoners, dorps- en wijkraden en gebruikers betrokken bij het maken van het ontwerp en wordt zelfwerkzaamheid meegenomen in de uitvoering. Op deze manier van werken wordt uitvoering gegeven aan zelfsturing en wordt de betrokkenheid bij de openbare ruimte vergroot. Deze werkwijze zorgt er ook voor dat de planning uit de individuele beheersplannen wordt aangepast om meer synergie te behalen en/of integrale uitvoering mogelijk te maken. Hierdoor kunnen plannen naar voren of achteren schuiven of prioriteiten worden aangepast, zodat onderhoud niet of anders wordt uitgevoerd. Deze paragraaf geeft invulling aan het onderhoud van de kapitaalgoederen. De investeringen zijn opgenomen in paragraaf H. De omvang van de kapitaalgoederen wordt geïllustreerd weergegeven in onderstaande tabel door de volgende cijfers: Omschrijving
2019
Oppervlakte van de gemeente Venray (ha)
2020 16.500
16.500
3.860.047
4.034.540
Aantal lichtmasten
9.104
9.256
Aantal kolken
19.075
19.083
Aantal pompen en gemalen
713
742
Vrijverval riool (km)
329
366
Persleiding (km)
192
192
Bos. incl. natuurterreinen (ha)
1.380
1.380
Beplanting/openbaar groen (m2)
547.883
528.764
Verharde en onverharde wegen (m2)
Gras/openbaar groen, excl. bermen buitengebied (m2) 1.266.477 Artikel 12 van het BBV schrijft expliciet voor dat van de kapitaalgoederen moet worden aangegeven: het beleidskader; de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; de vertaling van de financiële consequenties in de begroting.
1.494.287
Wij zullen nader ingaan op de volgende onderdelen: Onderhoud wegen. Onderhoud riolering. Onderhoud haven. Onderhoud openbaar groen. Onderhoud bossen, natuurgebieden en landschappelijke elementen. Onderhoud openbare verlichting. Onderhoud gebouwen. 95
Voor deze onderdelen zijn de volgende beheerplannen actueel: Beheerplan Vastgesteld in Looptijd t/m Financiële vertaling in begroting
Achterstallig onderhoud
Wegen
2017
2020
Ja
Ja
GRP
2017
2021
Ja
Nee
Havenbeheerplan**
2016
2019
Gesloten systeem met vaste jaarlijkse bijdrage aan algemene dienst
Nee
Groenbeheerplan
2019
2025
Ja
Nee
Beheerplan onkruid op 2017 verharding
Geen einddatum
Ja
Nee
Bossen
2014
2020
Gesloten systeem
Nee
Openbare verlichting Gebouwen
2016 planning 2021
2021
Ja Deels
Nee Nee
** Havenbeheerplan: In verband met de afronding van de werkzaamheden in de GOW en de uitbreiding van de industriehaven wordt het nieuwe havenbeheerplan in 2021 vastgesteld. Tot die tijd loopt het huidige havenbeheerplan (2016 t/m 2019). Bijzonderheden Wegen: In 2020 is conform het wegenbeleidsplan (groot) onderhoud gepleegd aan diverse wegen. In zijn algemeenheid vinden reconstructies plaats in combinatie met andere projecten. De belangrijkste reconstructies die vanuit het wegenbeleidsplan zijn uitgevoerd zijn de Ericaweg, Oirloseweg, klimaat adaptatie Blitterswijck fase 3 en 4, Henri Dunantstraat en de Castenrayseweg. De investeringskredieten voor de komende 4 jaar zijn al verwerkt in de begroting. Riolering: Jaarlijks wordt er afgekoppeld in de riolering. Zo zijn in 2020 weer een aantal straten in Blitterswijck voorzien van een infiltratieriool. Deze werkzaamheden lopen nog een aantal jaren door. Oude, versleten riolen worden opgeknapt. Met name de rioolleidingen waar een streng van de drukriolering op loost vergen meer onderhoud. Zo is in 2020 een aantal leidingen in Ysselsteyn gerelined. Hierbij wordt een kunststof voering in de bestaande betonnen buis ingebracht. Ook zijn in 2020 conform planning weer een deel van de mini gemalen in het buitengebied vervangen. Een heel bijzondere ervaring was de hoosbui die op 13 augustus in de gemeente Venray viel.
In deze bui die ongeveer twee uur duurde viel bijna evenveel water als normaliter in de gehele maand augustus. Er waren wel grote verschillen over de gemeente: Leunen en Venray kregen de meeste hoeveelheid te verduren. Kernen als Blitterswijck en Geijsteren hadden veel minder neerslag te verwerken. In Venray en Leunen kon de riolering het water niet verwerken. Op grote schaal trad water op straat op. En in een aantal gevallen zelfs water in woningen of bedrijfspanden. De gemeente heeft extra maatregelen getroffen zoals het schoonvegen van de straten en het opschonen van de wadi's. De extra kosten worden ingeschat op € 37.000 welke grotendeels worden gedekt door het reguliere budget. Haven: In de haven van Wanssum wordt hard gewekt aan de uitbreiding van de insteekhaven. Deze werkzaamheden zullen in 2021 worden afgerond. Ook zijn door Gebiedsontwikkeling OoijenWanssum de laatste loodjes aan de haven aangebracht. Niet alleen het plaatsen van de Lienebrug maar ook de afwerking van de kades, het aanbrengen watertuin en pontonbrug. In 2020 zou volgens planning een nieuw havenbeheerplan worden opgesteld. In verband met het afronden van de werkzaamheden heeft uw raad ingestemd met het voorstel om dit met één jaar uit te stellen. Openbaar groen: In 2020 is de uitvoeringsnota bomen herzien.
De uitvoeringsnota bomen geeft duidelijke richtlijnen met betrekking tot de bescherming van bomen, compensatieregeling bij het kappen van bomen en een bijdrageregeling voor monumentale bomen op particulier grondgebied. In de uitvoeringsnota bomen 2020 zijn de criteria voor waardevolle en monumentale bomen aangescherpt en verschillende beschermingsniveau voor diverse categorieën bomen vastgesteld. Tevens is een
96
vernieuwde bomenlijst vastgesteld en zijn onder andere richtlijnen opgenomen met betrekking tot de omgang van bomen in relatie tot zonnepanelen. Eind 2020 zijn de beheeraanpassingen met betrekking tot de beheersing van de eikenprocessierups geëvalueerd. De aanpassingen die zijn gedaan met betrekking tot de beheersing, tezamen met een afname van de plaagdruk, hebben ervoor gezorgd dat de overlast in 2020 is afgenomen. De effecten van de droogte van afgelopen jaren op het openbaar groen worden steeds beter zichtbaar. Ook 2020 heeft weer extreem droge periodes gekend. Zeker nieuwe aanplant van bomen en beplanting heeft moeite om aan te slaan, maar ook grotere bomen en oudere beplanting krijgt het, door de aanhoudende droogte, steeds moeilijker. De gevolgen van de droogte op het openbare groen zijn vaak niet direct zichtbaar. De extreme droogte heeft ook in 2020 als gevolg gehad dat jonge bomen en beplanting extra water hebben gekregen om uitval te minimaliseren. In augustus heeft een storm gezorgd voor de nodige schade aan bomen en landschappelijke elementen. De opruimwerkzaamheden hebben circa € 30.000 euro gekost. Bossen, natuurgebieden en landschappelijke elementen: Door de aanhoudende droogte van afgelopen jaren hebben een aantal boomsoorten in bossen, natuurgebieden en/of landschappelijke elementen het zichtbaar moeilijk. De uitval onder bomen is meer dan normaal.
Vooralsnog wordt herstel middels het reguliere beheer en financiële middelen opgevangen. Openbare verlichting: In 2020 zijn lokale knelpunten, zo mogelijk in combinatie met andere projecten opgelost. Een aantal projecten zijn dit jaar gerealiseerd of hier is al opdracht voor gegeven: Er zijn een groot aantal projecten uitgevoerd waarbij de conventionele verlichting is vervangen door LED. Op de binnen-en buitenring hebben we de gasontladingslampen vervangen door LED units, met behoud van het armatuur, de meest duurzame oplossing. Op de Castenrayseweg en rond het sportpark Oirlo-Castenray hebben we dynamische verlichting aangebracht, zodat daar alleen licht brandt als het nodig is. Met al deze projecten hebben we een besparing behaald van ruim 71.000 kWh, wat neer komt op een vermindering van 30 ton CO2 uitstoot. Voor 2021 is een nieuw vervangingsplan gemaakt en staan er al weer nieuwe projecten op de planning. Een van deze projecten is het plaatsen van dynamische verlichting op de fietsroute tussen Wanssum in Geysteren. Daar zal het licht als het ware met de fietser meelopen. Gebouwen: Voor alle gemeentelijke gebouwen plannen we het onderhoud op basis van meerjaren onderhoudsplannen. Dit is ook wettelijk voorgeschreven. De schoolbesturen zijn nog steeds zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van de scholengebouwen van het primair onderwijs.
De gemeente heeft een zeer beperkte rol met betrekking tot beheer van deze gebouwen. In 2020 is de meest recent gemeten onderhoudsstaat vergeleken met de eerdere uitgevoerde gebouwinspectie van 2015. Uit dit vergelijk komt naar voor dat de gemeentelijke gebouwen zich in redelijke tot goede onderhoudsstaat bevinden. Tevens is inzichtelijk geworden voor welke gebouwen er nog extra maatregelen of afspraken nodig zijn om de onderhoudsstaat te verbeteren. Een aantal onderhoudsklussen konden worden doorgeschoven naar 2021. Het gaat hier om de renovatie van de sportvloer van sporthal de Weert. De renovatie van de douchevoorzieningen is in 2020 afgerond met uitzondering van Ysselsteyn en de Toverbal, omdat daar plannen voor nieuwe ontwikkelingen worden onderzocht. De ontwikkelingen rondom de bibliotheek aan de Merseloseweg zijn vooralsnog onveranderd. In 2020 is besloten het pand te behouden. De tekortkomingen op het onderhoud zijn met het bibliotheekbestuur besproken. In 2021 krijgt dit een vervolg. Op basis van de meest recente gebouwinspecties zijn in 2020 nieuwe meerjarenonderhoudsplannen (MJOP's) opgesteld. In 2020 is berekend of de voorzieningen 'gemeentehuis' en 'accommodatiebeheer' nog toereikend zijn of bijstelling behoeven. Hiervoor zal een relatie met de gemeentebegroting worden gelegd waaruit moet blijken of de onderhoudsdotaties moeten worden bijgesteld.
Een voorstel voor eventuele bijstelling zal begin 2021 aan de raad worden voorgelegd. In 2020 is het technisch onderhoud van het gemeentehuis opnieuw aanbesteed en gegund. Doel van de aanbesteding was het onderhoud van het gemeentehuis de komende 6 jaren uit te besteden aan een nieuwe contractpartij. Het contract met de bestaande onderhoudspartij liep in 2020 af. Een overdracht van het onderhoud vind plaats in het eerste kwartaal van 2021. In 2020 is de renovatie van de atletiekaccommodatie aanbesteed en daarna in geheel gerenoveerd, het gaat om de rondbaan en de diverse atletiekdisciplines. De accommodatie was aan een renovatie toe omdat de genoemde elementen wedstrijdtechnisch weer bij de tijd gebracht moesten worden, maar ook omdat de rondbaan hoogstnodig aan vervanging toe was.
97
In 2020 is verder het klimaatsysteem van gebouw Jerusalem vervangen, en is het gehele gebouw voorzien van Wifi-dekking. Enerzijds wordt hiermee aan de wens van de bestaande huurders tegemoet gekomen, anderzijds zal deze voorziening naar verwachting in 2021 weer nieuwe huurders aantrekken. Onderhoud wegen (programma 3) Doel Instandhouding van het verharde wegennet, zodanig dat de mobiliteit van de gebruikers gewaarborgd en van voldoende comfort blijft. De streefkwaliteit voor wegen is B. Voor fietspaden en het centrumgebied wordt A nagestreefd. Het minimale onderhoudsniveau mag daarbij nooit lager worden dan niveau C. Beleidskader In Venray wordt de strategie toegepast dat het juiste onderhoud op het juiste tijdstip wordt uitgevoerd, om een zo rendabel mogelijk beheer van de verhardingen te realiseren. In het huidige beleidsplan, geactualiseerd in 2016, is aangegeven dat veel gebruikte verhardingen een hoger kwaliteitscijfer mogen hebben dan minder of niet gebruikte verhardingen. Er is gekozen voor gedifferentieerde kwaliteit, waarbij extra aandacht besteed zal worden aan de verhardingen in de centra van Venray en kerkdorpen en verhardingen ten behoeve van de voet- en fietspaden. In 2016 is het huidige beleidsplan wegen 2017-2020 vastgesteld.
In de monitoringen van 2018 is nog een aanvulling op het wegenbeleidsplan gekomen, rijbanen en goten worden binnen de bebouwde kom in het vervolg uitgevoerd in gebakken klinkers. Enkele stroomwegen binnen de bebouwde kom zullen voortaan onderhouden worden met Steen Mastiek Asfalt (asfalt met een open structuur die zorgt voor geluidsreductie ten opzichte van dicht asfalt beton). Investerings- en onderhoudsbudgetten worden jaarlijks voor de eerst volgende 4 jaar vastgesteld, zoals de monitoring van 20 juni 2019.In 2021 zal een nieuw wegenbeleidsplan worden opgesteld. Naar aanleiding van de vastgestelde bezuinigingen van de afgelopen jaren is de kwaliteit van het wegennet hard achteruit gegaan, zelfs naar een lager kwaliteitsniveau dan dat was vastgesteld. Hierdoor is er sprake van achterstallig onderhoud. Met het nieuwe wegenbeleidsplan is meer budget beschikbaar gesteld voor onderhoud en reconstructies van wegen. De komende jaren wordt een inhaalslag gemaakt. Op die manier wordt voorkomen dat onacceptabele en onveilige situaties ontstaan en wordt het achterstallig onderhoud weggewerkt. Bij werkzaamheden wordt telkens gekozen voor een zo integraal mogelijke aanpak van alle werkzaamheden, waaronder riolering, verkeer, groen en openbare verlichting.
Bij totale vervanging van de wegverharding worden aparte kredieten aangevraagd, vaak in combinatie met rioolvervanging en aanleg verkeersmaatregelen. Het dagelijks onderhoud wordt uitgevoerd op basis van inspecties en periodieke schouwen door de weginspecteurs en eigen waarnemingen van beheerders en toezichthouders. De resterende noodzakelijke reparaties worden uitgevoerd n.a.v. klachten en meldingen van derden. Financiële consequenties en vertaling Voor de uitvoering van het onderhoud in wegen en verkeersmaatregelen zijn in 2020 de volgende bedragen geraamd:
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Lasten wegen en verkeer
Begroting 4.052
Jaarrekening 3.731
Onderhoud riolering (programma 3) Doel Het doelmatig inzamelen en afvoeren van afvalwater, minimaliseren van wateroverlast en het beperken van verontreiniging van de bodem c.q. oppervlakte- en grondwater door ongezuiverde lozingen. Beleidskader In september 2017 heeft de gemeenteraad het huidige GRP 2018-2021 vastgesteld. In dit GRP is het beleid met betrekking tot de riolering opgenomen. En wordt aangegeven hoe dit beleid kan worden bekostigd. Het bestaande en nieuw aan te leggen rioolstelsel wordt zo efficiënt mogelijk gemaakt. Dit betekent o.a. de jaarlijks een deel van de riolering wordt geïnspecteerd volgens de uitgangspunten van het GRP. Schades worden gerepareerd en riolen die niet meer voldoen worden vervangen of gerelined. Verder zal jaarlijks hemelwater worden afgekoppeld van de riolering. Het regenwater 98
wordt bij voorkeur geïnfiltreerd in de bodem. Om de gevolgen van de klimaatverandering tegen te gaan zal het rioolstelsel de komende jaren op diverse locaties worden aangepast. In 2017 heeft de raad besloten tot een versnelde uitvoering hiervan tot 2027. Middels het convenant "samenwerking in de afvalwaterketen Noord-Limburg" werken we samen met het waterschap, het waterleidingbedrijf en de gemeenten in Noord en Midden Limburg. Binnen het convenant worden gezamenlijk projecten uitgevoerd met als doel het reduceren van kosten, verbeteren van de kwaliteit en het verhogen van kennis van de riolering. Financiële consequenties en vertaling Voor de uitvoering van het onderhoud in riolering zijn in 2020 de volgende bedragen geraamd:
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Lasten riolering
Begroting
Jaarrekening 1.484
1.459
Onderhoud haven (programma 3) Doel Het in stand houden van de industrie- en jachthaven. Beleidskader Het beleidskader voor het onderhoud van de haven wordt gevormd door het havenbeheerplan. In dit plan worden de onderhoudsmaatregelen beschreven, begroot en in een planning opgenomen. Het huidige beheerplan dateert uit 2016 en zou in 2020 moeten worden vervangen door een nieuw havenbeheerplan. Besloten is dat dit met een jaar wordt uitgesteld, zodat dan de meest actuele situatie in de haven als uitgangspunt kan worden gebruikt. Dit havenbeheerplan wordt op dit moment op twee manieren aangevuld: 1) de uitbreiding van de insteekhaven door Exclusief Project en 2) het aanleggen van de Lienebrug en het aanpassen van de waterkeringen door de Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum. De haven heeft door deze twee projecten een grote wijziging ondergaan. En een groot deel van de voorzieningen is of nieuw of staat op het punt om te worden vervangen. Als gevolg hiervan zijn er in 2020 nauwelijks reguliere onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Financiële consequenties In 2020 zijn de volgende bedragen beschikbaar gesteld c.q. daadwerkelijk besteed:
Omschrijving (bedragen x € 1.000) Lasten industriehaven en jachthaven
Begroting
Jaarrekening 38
56
Onderhoud openbaar groen (programma 2) Doel Het in standhouden en verbeteren van de openbare groenvoorzieningen, om een comfortabel leefklimaat te handhaven. Hierbij worden met gericht beheer en onderhoud de verschillende functies van het openbaar groen, zoals aankleding, afscherming en verkeersgeleiding gewaarborgd. Beleidskader Het openbaar groen maakt integraal deel uit van het algeheel stedelijk woon- en leefklimaat. Om zowel de visueel/ruimtelijke, gebruiks- als ecologische functie te kunnen waarborgen moet het groen zo goed en efficiënt mogelijk onderhouden worden. Binnen de beschikbare middelen wordt gezocht naar efficiënter en effectiever onderhoud. Het groenstructuurplan dient als uitgangspunt voor het beheer en de inrichting van de openbare ruimte. Het is de bedoeling dat deze meerjarenvisie, na herziening, ook een rol in de omgevingsvisie gaat spelen. Op basis van het beheerplan groen & reiniging is het onderhoud van openbaar groen op beeldkwaliteitsniveau ingedeeld. Uitgangspunt hierbij is dat het groen op minimaal basisniveau wordt onderhouden, om verwaarlozing en daardoor vroegtijdige groenrenovaties te voorkomen (kapitaalsvernietiging). De vastgestelde beeldkwaliteitsniveaus zijn verwerkt in onderhoudsbestekken en worden continu gemonitord.