CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 03 Haalbaarheidsstudie - HRST-VENR150 Kabelverbinding V3

Gemeenteraad 10 december 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Aanleg grondwal en verkabelen hoogspanningsleiding bij Landweert13.186 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

HAALBAARHEIDSSTUDIE HRST-VENR150 kabelverbinding 002.728.20

Revisielog haalbaarheidsstudie

Versie

3.0

Status

Definitief

Datum

25 oktober 2023

Documentnummer Opdrachtgever

TenneT TSO

Auteur(s)

Arcadis

Goedgekeurd

1

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

Inhoud Inhoud

2

1

Algemeen

4

1.1

Van belang zijnde documenten

4

1.2

Doel en achtergrond

4

1.3

Toelichting werkwijze

5

1.4

Basisvoorwaarden reconstructies

5

2

Toelichting op bestaande situatie en knelpunt

6

2.1

Het knelpunt

6

2.2

Bestaande – en gewenste netsituatie

6

2.2.1

TenneT assets

7

2.2.2

(Lokale) netontwikkelingen en/of achtergronden

7

2.2.3

Bedrijfsvoering en VNB

7

2.2.4

Eigendom assets

8

2.2.5

Bijzonderheden

8

2.2.6

Type en omvang nieuwe assets

8

2.2.7

Standaarden TenneT

8

2.2.8

Standaarden en richtlijnen derden

9

2.3

Raakvlakken

9

2.3.1

Projecten TenneT

9

2.3.2

Projecten en plannen derden

9

3

Zoekgebied

10

4

Oplossingen

12

4.1

Leeswijzer

12

4.2

Uitgangspunten en beoordelingskader

12

4.2.1

Algemene uitgangspunten

12

4.2.2

Feitelijke gegevens

12

4.2.3

Beoordelingskader

13

4.2.4

Niet beschouwde onderwerpen

20

4.2.5

Score Beoordelingskader

21

4.3

Beschrijving oplossingen

21

4.3.1

Oplossingen

22

4.3.2

Afhankelijkheden Verkabeling HRST-VENR150 Wellsmeer 150kV-kabelverbinding 28

4.4

Vergelijking alternatieven

29

4.5

Voorkeursoplossing

36 2

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

5

Risico's

39

6

Kosten

41

7

Vervolgstappen

42

8

Planning

43

9

Lijst met begrippen en afkortingen

44

10

Bijlagen

45

3

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

1 Algemeen 1.1

Van belang zijnde documenten

In Tabel 1-1 is een overzicht opgenomen van alle voor deze haalbaarheidsstudie van belang zijnde documenten van TenneT die hebben geleid tot het opstellen van deze haalbaarheidsstudie. Ref

Document

Kenmerk

[1]

PVE.00.002 Planologische traceringsuitgangspunten en

V 3.1 (16-9-2021)

[2]

PVE.06.000 Standaard programma van eisen Kabels

V 2.3 (25-1-2021)

[3]

Haalbaarheidsstudie – Kabelverbinding Venray – Wells

Meridian: 0912776

locatie-eisen

Meer [4]

Asset data tekeningen: -

Routekaart – Omgeving station VENR150

Tekeningnummer: WK7419

-

Spanveldschema

Tekeningnummer: 97101-04-18561 1.0

Tabel 1-1 | Van belang zijnde documenten

1.2

Doel en achtergrond

Het bepalen van een tracé voor een hoogspanningsverbinding en/of het zoeken naar een geschikte nieuwbouwlocatie voor een hoogspanningsstation is een complex proces. Dit proces start doorgaans met een haalbaarheidsstudie. De haalbaarheidsstudie komt voor uit twee mogelijke opties, te weten: 1.

Aan de hand van een nettechnische verkenning van de afdeling Asset Management van TenneT (al dan niet samen met één of meerdere RNB's) wordt een knelpunt geconstateerd waarvoor één of meerdere oplossingen worden gezien. Deze oplossingen moeten nader worden verkend op een aantal aspecten, waaronder de aspecten ´inpasbaarheid´ en 'realiseerbaarheid'. In dat kader dient op hoofdlijnen te worden getoetst aan (beleids)eisen van TenneT alsook omgevingsaspecten. Doel is dat daarmee voor de verzoeker/opdrachtgever de mogelijke alternatieven inzichtelijk te krijgen en uiteindelijk tot een voorkeursalternatief te komen, voor TenneT het t investeringsvoorstel (G1-document) een voorkeursalternatief kan worden beschreven dat voor beide partijen op hoofdlijnen wordt ingeschat als 'inpasbaar' en 'realiseerbaar'.

2.

Voor het verkabelen en verplaatsen van hoogspanningslijnen in bepaalde gebieden en onder bepaalde omstandigheden zijn de start- en eindpunten (zijnde nummers van mastlocaties in genoemde verbindingen) vastgelegd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan verkabelingen en of verplaatsing die op basis van artikel 22A van de Elektriciteitswet en de bijbehorende Algemene Maatregel van Bestuur kunnen worden uitgevoerd.

De ontwikkeling van een aantal kansrijke oplossingen vindt plaats op basis van een integrale afweging van belemmeringen en kansen die zich in het gebied rondom het knelpunt voordoen. Input voor deze belemmeringen en kansen zijn de karakteristieken en feitelijkheden van het gebied (bijvoorbeeld aanwezigheid snel- of waterwegen) en de (beleids)eisen en wensen van TenneT en bevoegde gezagen. Een haalbaarheidsstudie leidt tot één voorkeursoplossing voor de mitigatie van een knelpunt. Deze voorkeursoplossing wordt door TenneT, afhankelijk van het gevolgde proces al dan niet in 4

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

samenspraak met derden, gekozen. De nadere (detail)uitwerking vindt plaats in de vervolgfasen van een project waaronder de basisontwerpfase. In de fase van de haalbaarheidsstudie worden daarom in principe geen veldonderzoeken uitgevoerd, technische details uitgewerkt of gesprekken gevoerd met de omgeving. Dit zijn onderwerpen van de vervolgfase (basisontwerpfase en verder). Op basis van deze input kan aldus: 1. Ingeval van een door TenneT geconstateerd knelpunt een keuze worden gemaakt voor een voorkeursoplossing welke als input gebruik kan worden voor een G1-document. 2. Ingeval van een Elektriciteitswet artikel 22a project door de gemeente een keuze worden gemaakt ten aanzien van het vervolgproces. Deze haalbaarheidsstudie is opgesteld voor het project HRST-VENR150 verkabeling van mast 066 tot 150kV-station Venray (VENR150). Uitgangspunt is dat de bestaande lijnvelden worden omgebouwd tot kabelvelden.

1.3

Toelichting werkwijze

De ontwikkeling van een aantal kansrijke oplossingen vindt plaats op basis van een integrale afweging van belemmeringen en kansen die zich in het gebied voordoen. Input voor deze belemmeringen en kansen zijn de feitelijkheden (bijvoorbeeld de aanwezigheid van een snelweg of een rivier/kanaal), het beleid van TenneT alsook wetgeving en het beleid van de gemeente(n)/provincies/Rijk etc .. Door in een Geografisch Informatie Systeem (GIS) informatie vanuit diverse aandachtsvelden op te nemen, wordt inzichtelijk waar de (on)mogelijkheden zijn. Met een site-visit is meer inzicht verkregen in de verschillende kritische locaties, met onder meer aandacht voor bebouwing, hoogteverschillen en toegang tot mogelijke werkterreinen. In traceringsessies met deelnemers vanuit de verschillende aandachtsgebieden, worden go en no go gebieden aangeduid, waarmee oplossingen worden gegenereerd. De oplossingen worden ingetekend en uitgewerkt en vervolgens gewogen op criteria, waarmee een voorkeursoplossing wordt vastgesteld. In de haalbaarheidsstudie worden de volgende stappen doorlopen: 1. Projectachtergrond en aanleiding voor verkabeling inzichtelijk maken (doelen) 2. Gebied inzichtelijk maken (belemmeringenkaart opstellen) 3. Verkabelingsopties identificeren 4. Verkabelingsopties wegen en voorkeursalternatief (VKA) bepalen 5.

Voorkeursalternatief nader uitwerken (Doorlooptijd, raming, eventuele risico’s)

1.4

Basisvoorwaarden reconstructies

De basisvoorwaarden vanuit TenneT ten aanzien van reconstructies die generiek van toepassing zijn voor alle reconstructies zijn opgenomen in bijlage B.1.4-a1.

5

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

2 Toelichting op bestaande situatie en knelpunt 2.1

Het knelpunt

In deze haalbaarheidsstudie is een analyse uitgevoerd ten aanzien van een aantal mogelijke oplossingen voor de mitigatie van de hoogspanningsverbinding Horst – Venray (hierna HRSTVENR150) van mast 066 tot station VENR150. Het knelpunt van deze haalbaarheidsstudie komt voort uit het verzoek van gemeente Venray om op basis van artikel 22A van de Elektriciteitswet en de bijbehorende Algemene Maatregel van Bestuur het verzoek bij TenneT in te dienen de bestaande lijnverbinding uit de bewonerskern te halen. Daarnaast wil de gemeente de bestaande geluidswal tussen de woonwijk Landweert en de A73 verbreden.

Figuur 2-1 | Projectlocatie knelpunt HRST-VENR150 van mast 066 tot station VENR150

2.2

Bestaande – en gewenste netsituatie

Bestaande situatie Op dit moment is de verbinding voor het tracédeel van mast 066 tot station VENR150 bovengronds uitgevoerd. Het tracé heeft een lengte van ca. 1.360 m. Mastnummer 066 067 068 069 070 071 072

Soort mast Steunmast Hoekmast Steunmast Steunmast Hoekmast Steunmast Eindmast

Telecominstallaties? Nee Ja Nee Nee Nee Nee Nee 6

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

Tabel 2-1 | Bestaande masten

De totale lengte van dit deel van de verbinding is ca. 1.360 m, Hiervan is: - het tracédeel van station VENR150 tot mast 070 op bedrijventerrein Keizersveld gesitueerd (ca. 430 m); - het tracédeel van mast 070 tot mast 067 parallel aan de snelweg in een groenstrook gesitueerd (ca. 680 m); - het tracédeel van mast 067 tot mast 066 een snelwegkruising is (ca. 250 m). Gewenste situatie De gewenste netsituatie betreft een opstijgpunt bij mast 066, een kabelverbinding van mast 066 tot station VENR150, en bij station VENR150 worden de kabels aangesloten op de bestaande 150kVvelden die worden omgebouwd van lijnveld tot kabelveld. Als uitgangspunt is meegegeven dat de bestaande velden hergebruikt worden. De kabelverbinding bestaat uit 2 circuits, per circuit wordt uitgegaan van 2 kabels per fase. In totaal worden er dus 4 bundels van 3 fasekabels gerealiseerd. In een vervolgfase kan op basis van veldonderzoeken en berekeningen worden gekeken of dit te optimaliseren is zodat maar 1 kabel per fase noodzakelijk is, waarmee maar 2 bundels van 3 fasekabels gerealiseerd hoeven te worden. Als open ontgraving de bottleneck is, kan hierbij ook gekeken worden naar aanleg in plat vlak in plaats van driehoeksconfiguratie (in overleg met TenneT AM).

Ook zou kunnen worden gekeken naar het invoeren van beide fasekabels in één gestuurde boring, ook dit is een afwijking op de TenneT standaarden en dient met TenneT AM afgestemd te worden.

2.2.1

TenneT assets

De relevante TenneT assets die onderdeel uitmaken van deze haalbaarheidsstudie om het knelpunt te mitigeren zijn opgenomen in Tabel 2-2. Asset

Spanningsniveau

150kV-lijnverbinding Horst-Venray (HRST-VENR150)

150 kV

150kV-lijnverbinding Californië-Venray (CLF-VENR150)

150 kV

150kV-station Venray (VENR150)

150 kV

Station

Lijn

Kabel

ZRO [m]

X

40 m (totaal)

X

40 m (totaal)

X

n.v.t.

Tabel 2-2 | Betrokken stations/verbindingen

2.2.2

(Lokale) netontwikkelingen en/of achtergronden

In het betreffende 150kV-netdeel spelen er diverse ontwikkelingen: - Er worden twee nieuwe kabelcircuits gerealiseerd tussen station VENR150 en BMR150. - Er worden twee nieuwe kabelcircuits gerealiseerd tussen station VENR150 en energielandgoed Wells Meer. - Uitbreiding van het Enexis-deel aanpalend aan station VENR150 Met name de nieuwe kabelverbinding naar energielandgoed Wells Meer is een aandachtspunt voor dit project. De tracering voor deze nieuwe kabelverbinding is in de corridor van de lijnverbinding HRST-VENR150 voorzien, en voor de verkabeling HRST-VENR150 wordt dit ook als meest logische tracering gezien. In totaal worden hiermee 6 bundels van drie 1-fasekabels voorzien in dezelfde corridor.

2.2.3

Bedrijfsvoering en VNB

Ten aanzien van bedrijfsvoering is de volgende informatie beschikbaar: Verbinding Transportcapaciteit Californië-Venray 150kV-lijnverbinding 650 MVA (2.520 A) Horst-Venray 150kV-lijnverbinding 650 MVA (2.520 A) 7

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

Als uitgangspunt voor deze studie is meegegeven dat uit moet worden gegaan van 2 kabels / fase. Er worden in deze fase nog geen belastbaarheidsberekeningen uitgevoerd. Ten aanzien van VNB is het volgende uitgangspunt meegegeven: - De verbindingen HRST-VENR150 en CLF-VENR150 kunnen waarschijnlijk niet of maar kortstondig gelijktijdig uit bedrijf. Men moet dan gaan werken met tijdelijk verbindingen (noodlijn/kabel) voor langdurige VNB. Als de verbindingen al gelijktijdig uit bedrijf moeten dient dat in het weekend plaats te vinden in Q2 of Q3. - VNB-mogelijkheden voor 1 circuit zijn niet nader gedefinieerd.

2.2.4

Eigendom assets

Station VENR150 is een gedeeld station met Enexis.

2.2.5

Bijzonderheden

Er zijn geen verdere bijzonderheden t.a.v. de netsituatie.

2.2.6

Type en omvang nieuwe assets

Het type en de omvang van de nieuwe asset betreft 2 nieuwe hoogspanningskabelverbindingen, elk bestaand uit 2 kabels/fase. Dit betekent dat 4 bundels van 3 hoogspanningskabels worden gerealiseerd. De liggingsconfiguratie is conform PVE.06.000 AM-Req-1165: - In open ontgraving: in driehoeksconfiguratie, op een diepte van 1,2 m (niet-agrarisch gebied) met een tussenafstand van 2 m.

-

In gestuurde boring (HDD): in 4 mantelbuizen, diepte locatieafhankelijk, met een tussenafstand van 5 meter tussen de boorgaten:

De totale lengte van de nieuwe asset hangt af van de tracering die in hoofdstuk 4 wordt gekozen. Ter illustratie, de bestaande lijnverbinding die wordt vervangen heeft van 150kV-station Venray tot mast 066 een lengte van ca. 1.350 meter.

2.2.7

Standaarden TenneT

De volgende TenneT standaarden zijn van toepassing: Document type

Vakgebied

Naam

Versie

Publicatiedatum

PVE

00 – Algemeen

PVE.00.002 Planologische tracerings… en locatie eisen

3.1

06-08-21

PVE

00 – Algemeen

PVE.00.003 Publieke en Private rechten

3.0

25-01-19

8

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

PVE

05 – Lijnen

PVE.05.000 Lijnen

3.2

PVE

06 – Kabels

PVE.06.000 Kabels

2.3

01-09-19 25-01-21

PVE

07 – EMC en aarding PVE.07.000 EMC en aarding

2.2

16-05-18

Tabel 2-3 | Van toepassing zijnde TenneT standaarden

2.2.8

Standaarden en richtlijnen derden

De volgende standaarden en richtlijnen van derden zijn van toepassing: Document type Richtlijn

Stakeholder

Naam

Versie

Publicatiedatum

Rijkswaterstaat

Richtlijn Boortechnieken en open ontgraving voor kabels en leidingen

v1.0

Juni 2019

Tabel 2-4 | Van toepassing zijnde standaarden en richtlijnen derden.

2.3

Raakvlakken

In de onderstaande paragrafen is van zowel TenneT als derden een overzicht opgenomen van de overige projecten die uitgevoerd worden en of plannen / ontwikkelingen die te verwachten zijn in het gebied dat onderdeel is van de haalbaarheidsstudie. Deze projecten zijn mogelijk van invloed op de kansrijke oplossingen die onderdeel zijn van deze haalbaarheidsstudie.

2.3.1

Projecten TenneT

Project

Impact op HBS

003.071 Wells Meer 002.813 Kabelverbinding

Consequenties Tracering in zelfde zoekgebied, kabelvelden aan noordoostzijde

Ja

van station VENR150.

Nee

Tracering en nieuwe kabelvelden aan noordwestzijde station

Nee

Nieuw transformatorveld aan zuidwestzijde van station

Venray-Boxmeer 003.083 Enexis trafoveld TR04

VENR150. Tabel 2-5 | TenneT projecten in de omgeving

2.3.2

Projecten en plannen derden

Project / Plan Plan: Verhoging/verbreding geluidswal langs rijksweg A73 Uitbreiding van het Enexis-station

Impact op HBS Ja Nee

Consequenties Rekening houden met tracering dat er grondophoging langs de snelweg zal plaatsvinden (Autocad verstrekt). Nee

aanpalend aan station VENR150 Tabel 2-6 | Projecten en Plannen van derden in de omgeving

9

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

3 Zoekgebied Het zoekgebied voor deze haalbaarheidsstudie is weergegeven in figuur 3.1 en opgenomen in bijlage B.3-a1. Het zoekgebied is op voordracht van de auteur van de haalbaarheidsstudie goedgekeurd door TenneT en (waar van toepassing door) opdrachtgever op 1 maart 2023. Op hoofdlijnen is het zoekgebied opgedeeld in 3 delen:  Rood: industrieterrein Keizersveld  Blauw: bestaande lijnverbindingenstrook aan de westkant van de rijksweg A73  Paars: agrarisch gebied met woningen aan de oostkant van de rijksweg A73

Figuur 3-1 | Zoekgebied

Als bijlage B3-a1 is een belemmeringenkaart opgenomen. Aandachtspunten en afbakeningen van het zoekgebied zijn:  Station VENR150 is omgeven door gebouwen op bedrijventerrein Keizersveld. Zoals ook in de HBS voor aansluiting Energielandgoed Wells Meer is geconcludeerd, is ontsluiting op het station via de bestaande corridor van de lijnverbinding het meest logisch.  De breedte van de corridor is beperkt, een totale beschikbare strook van ca. 40 m. In deze strook staat ook mast 071, waar rekening mee gehouden moet worden bij realisatie. De strook wordt gebruikt door de diverse naastgelegen bedrijven, o.a. als parkeerplaats. 10

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

Aanleg in een gestuurde boring is daarom het meest voor de hand liggend, de beperkte beschikbare ruimte dient dan wel optimaal benut te worden. De rijksweg A73 doorkruist het zoekgebied. Kruisen van de rijksweg zal in een gestuurde boring en haaks uitgevoerd moeten worden. De gemeente heeft aangegeven dat de bestaande rijksweg op deze locatie niet verbreed zal worden. De gemeente Venray heeft tijdens het kick-off overleg aangegeven dat de ecologische waarde van de strook aan de westkant van de rijksweg geen belemmering hoeft te zijn, en dat hier werkzaamheden in uitgevoerd kunnen worden. Na uitvoering werkzaamheden dient de strook weer groen ingericht te worden. De gemeente Venray heeft plannen om de bestaande geluidswal te verbreden en verhogen. Hier moet rekening mee worden gehouden bij de tracering. Zie voor het beoogde ontwerp van de geluidswal Figuur 3-2 en bijlage B3-a2.

Figuur 3-2 | Ontwerp geluidswal langs rijksweg A73 (Sweco)

11

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

4 Oplossingen 4.1

Leeswijzer

In dit hoofdstuk is gemotiveerd beschreven hoe – en aan de hand van welke uitgangspunten - de kansrijke oplossingen voor de mitigatie van het knelpunt van deze haalbaarheidsstudie zijn bepaald. Dat leidt ertoe dat gekomen wordt tot een voorkeursoplossing. Deze voorkeursoplossing wordt ook (gemotiveerd) beschreven in dit hoofdstuk. De uitwerking van de meest kansrijke oplossing – zijnde de voorkeursoplossing - wordt opgenomen in de volgende fase van het project: de basisontwerpfase.

4.2

Uitgangspunten en beoordelingskader

4.2.1

Algemene uitgangspunten

Ten behoeve van deze studie zijn onderstaande algemene uitgangspunten gebruikt:  Er wordt verkabeld vanaf station VENR150 (mast 072) tot mast 066. o Indien niet vanaf mast station VENR150 kan worden verkabeld door de smalle corridor op bedrijventerrein Keizersveld, kan een tracering vanaf mast 070 worden overwogen1.  Er wordt gezocht naar tracering voor 2 circuits, elk bestaande uit 2 kabels per fase (in totaal: 4 keer 3 kabels).  Zowel open ontgraving (in driehoeksconfiguratie) als gestuurde boringen behoren tot de mogelijke aanlegmethodieken. Liggingsconfiguraties conform PVE.06.000 (zie hoofdstuk 2.2.6).

4.2.2

Feitelijke gegevens

Ten behoeve van deze studie zijn onderstaande feitelijke gegevens gebruikt en benut: a. Gegevens van de risicokaart NL, zoals buisleidingen en terreinen met gevaarlijke stoffen. b. Gegevens van Ruimtelijkeplannen.nl c. Gegevens van de Archeologische Monumenten kaart (AMK) d. Open GIS-data (zoals topografische kaarten, luchtfoto's, gemeentegrenzen). e. Gegevens van de Natura 2000 en NNN-gebieden. f. Asset gegevens van TenneT (lijnen, kabels, stations). g. Gegevens afkomstig uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). h. KLIC-melding i. Gegevens van Rijkswaterstaat (Kerngis Droog)

1

Mast 70 als vertrekpunt hanteren is als optie benoemd in de vraagspecificatie (002.728.20.S27.002, 14 juli 2022, versie 1.0, pagina 8 van 12). Gezien het zogenoemde ‘rupsen’ heeft dit qua landschappelijke inpassing niet de voorkeur. 12

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

4.2.3

Beoordelingskader

Het planologische beoordelingskader voor verbindingen, gebaseerd op het PvE (zie par. 2.2.7), is opgenomen in Tabel 4-1. In deze tabel is inzichtelijk gemaakt wat de relevantie is van de gebruikte criteria van het PvE. Het beoordelingskader wordt allereerst gebruikt voor het identificeren van kansrijke oplossingen binnen het zoekgebied voor het ondergrondse tracé (zie hoofdstuk 3). Hierbij is gekeken naar de aspecten met een ‘X’ in de kolom “Selectie tracé’. Dit zijn de belangrijkste criteria, omdat de kans groot is dat als dit criterium van toepassing is, de ontwikkeling niet te mitigeren is en daarmee bij voorbaat niet ruimtelijk inpasbaar is (‘showstopper’). Criteria die niet zijn aangekruist worden meegenomen in de beoordeling maar zijn minder maatgevend voor de tracé bepaling.

Archeologie en aardkundige waarden

Afwegingscriteria

Relevantie

Archeologische Monumenten Kaart (AMK) (AM-Req-1541)

De archeologische monumenten zijn plaatsen waarvan bekend is dat er daadwerkelijk archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn. De overheid wil archeologische vindplaatsen zoveel mogelijk onaangetast in de grond bewaren (behoud ter plekke ofwel in situ). De Archeologische Monumenten Kaart (AMK) geeft aan op welke plekken zich archeologische waarde bevindt. Deze kaart is gebruikt bij de beoordeling van dit criterium.

Archeologische verwachtingswaarde (AM-Req-1541)

De archeologische verwachtingswaarde geeft een indicatie van de te verwachten archeologische waarden. Dit geeft inzicht in de mogelijke risico’s die er zijn ontremd archeologie. Bij gebrek aan gemeentelijke kaarten geeft de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden inzicht in deze risico’s.

Aardkundige waarden (AM-Req-1541)

Bodem

Bodemverontreiniging (AM-Req-1543)

Het 'roeren' van de bodem kan leiden tot onomkeerbare gevolgen en kunnen aardkundige monumenten in zodanige mate aantasten dat herstel niet mogelijk is. TenneT wenst dit te voorkomen. Echter wanneer in overleg met het bevoegd gezag een maatregel wordt gekozen waarmee alle daarbij betrokken belanghebbenden (inclusief het bevoegd gezag) in kunnen stemmen, dan kan 'roeren' van de bodem ter plaatse van aardkundige monumenten toegestaan worden. Een ernstige bodemverontreiniging kan een negatief effect hebben op de gezondheid van de mens, het milieu en de assets van TenneT. Deze negatieve effecten kunnen doorgaans in voldoende mate worden ingeperkt door het treffen van maatregelen waardoor realisatie niet (langer) onmogelijk c.q. onverantwoord is. Eén van de

Selectie tracé

X

Beoordeling

Wijze van beoordelen

Bron

Ligging ter plaatse van archeologische monumenten (AMK)

- ligt ter plaatse van archeologische monumenten 0 ligt niet ter plaatse van archeologische monumenten

AMK (Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed)

Lengte door hoge archeologische waarden volgens het vigerende archeologiebeleid in gemeenten waar de kabel doorheen gaat

- ligging binnen gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde 0 geen ligging binnen gebied met hoge archeologische waarden

Provinciale kaarten

Ligging ter plaatse van gebied met aardkundige waarden

- ligging binnen gebied met aardkundige waarden 0 geen ligging binnen gebied met aardkundige waarden

Provinciale Verordening (aardkundige waarden)

Ligging ter plaatse van bekende bodemverontreinigingen op basis van het bodenloket

- ligging binnen gebied met een bodemverontreiniging bekend op basis van het bodemloket

Bodemloket

13

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

Afwegingscriteria

Zettingsgevoelige gebieden (AM-Req1544)

Relevantie

Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) is gericht op het behoud en de ontwikkeling van aanwezige en potentiële natuurwaarden. Het ruimtebeslag voor deze gebieden is in deze studie aangegeven.

Ruimtebeslag Natura2000-gebieden (AM-Req-1557)

Onder Natura 2000-gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn zijn aangewezen. Voor al deze gebieden gelden instandhoudingsdoelen. De essentie van het beschermingsregime voor deze gebieden is dat deze instandhoudingsdoelen niet in gevaar mogen worden gebracht. Om dit toetsbaar te maken, kent de wet Natuurbescherming voor projecten en andere handelingen (zowel bestaand als nieuw) die gevolgen voor soorten en habitattypen van de betreffende gebieden zouden kunnen hebben, een vergunningplicht. Een vergunning voor een project wordt alleen verleend wanneer zeker is dat de instandhoudingsdoelen van het gebied niet in gevaar worden

Beoordeling

Wijze van beoordelen

Bron

0 geen ligging binnen gebied met een bodemverontreiniging bekend op basis van het bodemloket

te treffen maatregelen is dat de bodem gesaneerd wordt. Het uitvoeren van maatregelen (waaronder een bodemsanering) brengt meestal een grote financiële last met zich mee. TenneT is daarom van mening dat realisatie op een dergelijke locatie alleen toegestaan wordt indien geen alternatieve locatie of verbinding beschikbaar is. In het plangebied kan sprake zijn van bodem- en grondwaterverontreiniging. Mochten er bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten of andere aanleidingen worden gevonden, kan een nader bodemonderzoek noodzakelijk zijn. Dit kan gevolgen hebben voor planning en kosten. Voor het in beeld brengen van bodemverontreiniging zijn gegevens van bodemloket.nl gebruikt. Hoewel grote delen van de Nederlandse bodem zettingsgevoelige bodems betreft (veen/kleigronden, ofwel slappe bodems), wenst TenneT in principe geen assets te realiseren in/op deze bodems. Het is immers nagenoeg onmogelijk om assets te realiseren zonder maatregelen te treffen die de stabiliteit van de bodem vergroten en daarmee ongewenste effecten, zoals verzakking van de asset voorkomen. Het treffen van die maatregelen brengen aanzienlijke financiële lasten voor TenneT met zich mee. In deze studie wordt in kaart gebracht of de locaties liggen in gebied dat zettingsgevoelig is.

Ruimtebeslag NNNgebied (of provinciaal equivalent) of Nationale Parken (AMReq-11232)

Natuur

Selectie tracé

Ligging in gebieden met een zettingsgevoelige bodem

- ligging in gebieden met een zettingsgevoelige bodem 0 geen ligging in gebieden een zettingsgevoelige bodem

Zettingskaart

X

Ligging binnen NNNgebied (provinciaal equivalent) of Nationaal Park

- ligging door NNNgebied (of provinciaal equivalent) of Nationaal park 0 ligging door NNNgebied (of provinciaal equivalent) of Nationaal park

Provinciale Verordening (NNNgebieden)

X

Ligging binnen Natura 2000-gebied

- ligging door Natura 2000-gebied 0 geen ligging door Natura 2000-gebied

PDOK Natura2000

14

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

Afwegingscriteria

Relevantie

Selectie tracé

Beoordeling

Wijze van beoordelen

Bron

gebracht. Hiervan mag alleen worden afgeweken wanneer alternatieve oplossingen voor het project ontbreken en wanneer sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang. Ganzen- en weidevogelleefgebied (AM-Req-1559)

Waterwingebieden (AM-Req-1576)

Water Nabij of in waterkeringen (AMReq-4220)

Beïnvloeding / veiligheid

Nabij vliegvelden (AMReq-1567)

Nabijheid spoorwegen (AM-Req-11231)

Ganzen- en weidevogelleefgebied zijn veelal weilanden waar ganzen en weidevogels kunnen foerageren/eten vinden. Het plaatsen van assets van TenneT in deze gebieden kan negatieve effecten hebben op de ruimte die er voor deze vogels over blijft. Kabelverbindingen worden bij voorkeur niet gerealiseerd in waterwingebieden, tenzij gemotiveerd aangetoond wordt dat realisatie elders minder wenselijk is en het bouwen in dit gebied uitvoerbaar kan worden gemaakt. TenneT wil geen onnodige schade toebrengen aan waterkeringen, dijken etc. Daarom hanteert TenneT hierin het uitgangspunt dat in deze zones in principe geen assets worden gerealiseerd. Daarmee wordt ook tegemoetgekomen aan het convenant 'Kabels en leidingen in waterkeringen', Unie van Waterschappen en Het Platform Netbeheerders, 11 december 2012. Realisatie van assets in deze zones (of hiervoor gereserveerde zones) wordt daarnaast alleen toegestaan door het bevoegd gezag c.q. de eigenaar indien daar een dringende reden voor is en bepaalde (kostbare en/of technisch moeilijk uitvoerbare) maatregelen zijn of worden genomen. Voor kruisingen kan makkelijker afgeweken worden van deze eis. In het geval een vliegtuig of helikopter neerstort kan een gevaarlijke situatie ontstaan voor personeel van TenneT en/of schade ontstaan aan de assets van TenneT. Dat kan in een gebied met bebouwing gebeuren of in een ‘buitengebied’.

Maar de kans hierop is het meest aanwezig op of vlakbij een start- of landingsbaan, binnen een gebied van ongeveer 300 meter breed en een kilometer ervoor en erna. Daarom hanteert TenneT dit criterium. Daarbij komt dat wat in het Luchthaven IndelingsBesluit (LIB, zie ook de daarbij behorende AMvB's) is opgenomen (welke bebouwing is toegestaan tot welke hoogte) een nadere inperking kan geven van deze beleidsregel. Ligging dichtbij spoorwegen en/of paralelloop kan een negatieve effecten hebben op de veiligheidssystemen van ProRail. Dit criterium komt vanuit de aangescherpte veiligheidsrichtlijnen van ProRail.

X

Ligging in ganzen- en/of weidevogelleefgebied

X

Ligging binnen waterwingebieden

X

- ligging door ganzenen/of weidevogelleefgebied 0 geen ligging door ganzen- en/of weidevogelleefgebied - ligging in waterwingebied 0 geen ligging in waterwingebied

Provinciale Verordening (natuurwetgeving) Provinciale Verordening (waterwingebieden)

Ligging binnen / door (vrijwaringszone van) een waterkering

- ligging binnen / door (vrijwaringszone van) een waterkering 0 geen ligging binnen / door (vrijwaringszone van) een waterkering

Legger waterschappen en Rijkswaterstaat

Worden er assets gerealiseerd binnen 300 meter van de buitenzijde van een start/landingsbaan of 1km voor en na een baan?

- er worden assets gerealiseerd binnen de risicoafstanden van een vliegveld 0 er worden geen assets gerealiseerd binnen de risicoafstanden van een vliegveld

Achtergrondkaart

Kruising en/of paralelligging (ca. 700 meter) van een spoorverbinding

- paralelligging of kruising in een of meerdere spoorverbindingen

Spoorwegen (PDOK)

15

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

Afwegingscriteria

Relevantie

Selectie tracé

Beoordeling

Wijze van beoordelen

Bron

0 geen paralelligging of kruising met een spoorverbinding

Windturbines (AMReq-1571)

Bij de plaatsing van windturbines staat de veiligheid voor de omgeving voorop. Mogelijke risico's rond een windturbine zijn mastbreuk, het afbreken van de gondel of van een blad. Voordat de overheid toestemming geeft voor de bouw van een windturbine, kan ze om een kwantitatieve risicoanalyse vragen. Het vigerende Handboek Risicozonering Windturbines (HRW, versie mei 2020) kan worden gebruikt als een praktijkrichtlijn voor het uitvoeren van een risicoanalyse voor windturbines (vanaf 1 MW). Conform HRW geldt dat als er meer dan 245 meter afstand is tussen de turbine en de asset van TenneT dat er geen bezwaar is. Wanneer niet wordt voldaan aan de afstandseis, wordt op basis van het concrete geval bekeken welk risico kan worden aanvaard. Dit kan niet generiek worden bepaald, omdat het onder andere afhankelijk is de locatie van de windturbine, type windturbine, etc. In deze haalbaarheidsstudie is gekeken naar de nabijheid van windturbines in de omgeving van de mogelijke stations en verbinding.

Zonnepanelen (AMReq-4235)

TenneT wenst geen zonnepanelen (in bredere zin bebouwing) op haar verbindingen om leveringzekerheid te kunnen garanderen.

Beheerszones wegen (AM-Req-1542)

BRZO-locaties (AMReq-1568)

Om te bereiken dat assets van TenneT ongestoord kunnen liggen of aanwezig kunnen zijn en blijven, worden assets in principe niet in de nabijheid van wegen gelegd of geplaatst. Met in de nabijheid wordt in gedoeld op 'de (toekomstige) beheerszone van deze wegen'. De wegbeheerder stelt deze vast. Dit is wel toegestaan wanneer kruisingen van beheerszones onvermijdelijk is. Deze beleidsregel geldt voor alle assets maar met name voor ondergrondse verbindingen die mogelijk worden gerealiseerd nabij wegen waarvan bekend is dat ze op korte termijn worden aangepast / uitgebreid (dit is na te zoeken in bijvoorbeeld het MIRT alsook in de structuurvisies / wegbeheerplannen van de provincie en gemeente). Beheerzones worden met name ingesteld op provinciale- en rijkswegen. Voor zover redelijkerwijs mogelijk worden geen assets gerealiseerd in de directe nabijheid van locaties waar ‘overige gevaarlijk gebruik /

X

Ligging tracé binnen 245 meter van (geplande) windturbines

- er zijn binnen 245 meter van de locatie windturbines aanwezig of voorzien, hoeveel? 0 er zijn binnen 245 meter van de locatie geen windturbines aanwezig of voorzien

Basisregistratie Topografie (BRT)

Aantal aanwezige zonnevelden nabij of onder bovengrondse leidingen

Aantal aanwezige zonnevelden nabij of onder bovengrondse leidingen

Ruimtelijke plannen

Ligging binnen/door de (toekomstige) beheerszones van gemeentelijke, provinciale of rijkswegen

- ligging door de (toekomstige) beheerszones van gemeentelijke, provinciale of rijkswegen. 0 geen ligging door de (toekomstige) beheerszones van gemeentelijke, provinciale of rijkswegen.

Bestemmingsplan (ruimtelijke plannen)

Worden er assets gerealiseerd binnen 25

- er worden assets gerealiseerd binnen 25

Risicokaart.nl inrichtingen

16

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

Afwegingscriteria

Relevantie

Selectie tracé

stoffen’ zijn toegestaan. Als gevolg van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen kan brand of explosiegevaar aan de orde zijn. Dat kan de ongestoorde ligging of aanwezigheid van assets nadelig beïnvloeden. Wat onder gevaarlijke stoffen / gebruik wordt verstaan is niet specifiek omschreven. Het kan hier om een veelheid aan stoffen gaan. Dit uitgangspunt betreft dan ook een streven. Er is gebruikt gemaakt van data van risicokaart.nl.

Algemene traceringsuitgangspunten

Beoordeling

Wijze van beoordelen

meter van locaties waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn (BRZO)? Voor een kabel geldt ligging op BRZO-terrein.

meter van BRZO-locatie (voor kabel ligging op BRZO-terrein) 0 er worden geen assets gerealiseerd binnen 25 meter van BRZO-locatie (voor kabel ligging op BRZOterrein) - grote ligging in gebieden met verhoogd risico OO 0 geen ligging in gebieden met verhoogd risico OO - parallelligging met een gas- of buisleiding waarbij de afstand tussen beide minder dan 1000 meter is 0 geen parallelligging met een gas- of buisleiding waarbij de afstand tussen beide minder dan 1000 meter is

Ontplofbare Oorlogsresten (AMReq-1553)

Het kan zijn dat er in gebieden een kans is dat er Ontplofbare oorlogsresten (OO) worden aangetroffen. Deze zijn bijvoorbeeld achtergelaten of niet afgegaan in de Tweede Wereldoorlog. Meestal wordt deze informatie uit historisch onderzoek gehaald. In deze studie is gekeken naar de ruimingkaart van Beobom.

Ligging in aandachtsgebieden voor niet gesprongen explosieven

Parallelloop (AM-Req1565)

Wanneer een gas- of buisleiding parallel ligt met een hoogspanningsverbinding kunnen er negatieve effecten optreden vanwege de beïnvloeding van de elektrische verbinding en het materiaal van de leiding. Parallelligging maakt inzichtelijk waar potentiële risico’s kunnen ontstaan.

Parallelligging met een gas- of buisleiding waarbij de afstand tussen beide minder dan 1000 meter is

Zo kort mogelijke lengte van de kabel (AM-Req-4222)

Hoe langer een tracé is, ten opzichte van de alternatieven, hoe meer kosten, ingrepen en effecten er zijn voor de omgeving. De lengte van het tracé is een onderdeel van de afweging om tot een voorkeursalternatief te komen.

Zo min mogelijk kruisingen met infra (AM-Req-4222)

Het kruisen van bestaande infrastructuur kan complex zijn. Het aantal kruisingen maakt inzichtelijk hoe ingewikkeld het tracé is.

Bereikbaarheid assets (AM-Req-4212)

Bij de tracering dient er rekening voornamelijk mee te worden gehouden dat in- en uittredepunten van boringen zo veel als mogelijk bereikbaar moeten zijn vanaf de weg, voor de aanlegfase en beheer en onderhoudswerkzaamheden. Daarnaast is relevant dat bij open ontgraving de kabel vanaf maaiveld bereikbaar moet zijn,

Bron

Beobom (ruimingen)

Risicokaart.nl buisleidingen

X

Lengte van het tracé in meters

- relatief lang tracé 0 relatief kort tracé

Meten (in GIS)

X

Aantal kruisingen met infrastructuur

- relatief veel kruisingen met infrastructuur 0 relatief weinig kruisingen infrastructuur

Rijkswegen, spoorwegen, provinciale wegen

Bereikbaarheid van de kabelverbinding (voornamelijk in- en uittredepunten)

"- Ligging ver van wegen 0 Ligging dichtbij wegen"

Achtergrondkaart

17

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

Afwegingscriteria

Relevantie

Selectie tracé

Beoordeling

Wijze van beoordelen

Aantal gevoelige objecten binnen 2x25 meter van tracé

Aantal gevoelige objecten binnen 2x25 meter weerszijden van het tracé - relatief weinig ruimte aan weerzijde van de verbinding en/of strijdig gebruik 0 relatief veel ruimte aan weerszijde van de verbinding en/of niet strijdig gebruik - ligging nieuwe ondergrondse verbinding binnen ZRO bestaande bovengrondse verbinding 0 geen ligging van nieuwe ondergrondse verbindingen ZRO bestaande bovengrondse verbinding.

Bron

met name rondom moflocaties. Gevoelige objecten

Schade en hinder (AM-Req-4226)

Er moet voldoende ruimte zijn voor de aanleg van een hoogspanningsverbinding. Hierdoor wordt er gekeken naar het aantal gevoelige objecten binnen 25 meter van het tracé.

Belemmerende strook (AM-Req-4229)

Voor een kabelverbinding moet voldoende ruimte zijn aan weerszijde van de kabels. Bij dit criterium wordt onderzocht of er voldoende vrije ruimte is voor een goede ligging en of de ruimteclaim leidt tot strijdigheden met de reeds aanwezige bestemmingen of grondgebruik. Hierbij wordt gehanteerd 17 meter bij HDD en maximaal 12 meter bij open ontgraving (dubbel circuit).

Lengte waarbij 5 meter ruimte aan weerzijde van de kabel mogelijk niet mogelijk is

Nabij bestaande verbindingen (AMReq-1572)

TenneT vereist een vrije ligging van haar assets. Dat betekent dat een nieuwe kabelverbinding niet in de ZRO-strook van een bestaande verbinding mag liggen. Bundelen is gewenst (alleen voor bovengrondse verbindingen), echter zullen de verbindingen op voldoende afstand moeten liggen.

Ligging nieuwe ondergrondse verbinding binnen ZRO bestaande bovengrondse verbinding

X

Vrije ligging assets

Techniek

Alg. systeemeisen Toegankelijkheid app./comp. (00) (AMReq-0007)

Zijn de betreffende locaties goed bereikbaar voor onderhoudswerkzaamheden met het gebruikelijke materieel

Kruisingen met bestaande infra

Kruist het tracé andere infrastructuur en op welke manier wordt er gekruist (haaks/schuin, diep/ondiep, in- en uittredepunt dichtbij/ver).

X

Toegankelijkheid: mogelijkheden tot werkwegen, lengte werkwegen, bebouwingen, watergangen of belangrijke wegen.

Woonfuncties (BAG)

GIS buffer, kwalitatief beoordelen

TenneT assets

- het tracé heeft een matige tot slechte bereikbaarheid. 0 het tracé heeft voldoende bereikbaarheid. - kruisingen met bestaande infrastructuur is risicovol (schuin, ondiep, in- en uittredepunt dichtbij). 0 kruisingen met bestaande infrastructuur

18

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

Afwegingscriteria

Complexiteit boring technisch (realisatie)

Relevantie

Is de boring/zijn de boringen complex/risicovol?

Selectie tracé

Beoordeling

Wijze van beoordelen

Bron

hebben weinig risico's: kruisingen met bestaande infrastructuur is gunstig (haaks, diep en in- en uittredepunten ver weg) - de boring(en) is/zijn van dermate technische complexiteit (verschillende type rigs vereist, kleine boogstralen, slechte grond, boringen langer dan 1 km, objecten (funderingen) in de bodem, of andere knelpunten voor de boring) 0 de boring(en) is/zijn van beperkte technische complexiteit (één type rig vereist, weinig bochten, goede grond, geen knelpunten voor de boring)

Tabel 4-1 | Planologisch beoordelingskader

19

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

4.2.4

Niet beschouwde onderwerpen

Niet alle aspecten uit het PVE 00.002 van TenneT zijn meegenomen in deze haalbaarheidsstudie. Hiervoor zijn verschillende redenen. De belangrijkste is het detailniveau van deze planologische haalbarheidstudie. In de haalbaarheidsstudie wordt per stap een verkenning uitgevoerd op het daarbij behorende detailniveau. Een aantal criteria uit PVE00.002 hoeft pas uitgewerkt te worden in een latere fase of heeft geen betrekking op de assets van deze studie (een nieuwe ondergrondse hoogspanningsverbinding). De volgende aspecten zijn niet beschouwd voor deze verkabelingsstudie: Afwegingscriteria Landschappelijke inpassing (AM-Req-1556 en (AMReq 4214) Gesloten grondbalans (AM-Req-1546) Gebruik cultuurtechnisch protocol (AM-Req-1547) Gebruik CST (AM-Req-4213) Blootstellingslimiet dc-magneetvelden (AM-Req-11250) E&M verbindingen en stations (AM-Req-1549) Risico's vogels (AM-Req-11233) Natuur inclusief werken (AM-Req-4217) Gedragscode TenneT Natuur (AM-Req-1560) Gedragscode TenneT Houdopstanden (AM-Req-4215) Dassen- en beverburchten (AM-Req-4216) Aanwezigheid nesten (AM-Req-4218) Mitigatieladder natuur (AM-Req-4219) Beleidsadvies VROM (AM-Req-1574) Nieuwe gevoelige bestemmingen (AM-Req-1575) Gevoelige bestemmingen HS-lijn (AM-Req-4223) Woningen onder geleiders HS-lijn (AM-Req-4224) Berekening magneetveldzone (AM-Req-4225) Inzicht in magneetveldcontour (AM-Req-4227) Liggingsdiepte kabels

(AM-Req-4228) Ligging in leidingenstraat (AM-Req-4230) Ligging kabel irt ZRO's (AM-Req-4231) Ligging kabel aan rand perceel (AM-Req-4233) Verstoringsafstand weidevogel 380kV-verbinding (AMReq-4234) 0,4 microtesla magneetveldcontour (AM-Req-4240) inzichtelijk maken

Reden Geldt voor niet voor een ondergrondse verbinding Te gedetailleerd voor deze studie Te gedetailleerd voor deze studie Te gedetailleerd voor deze studie Te gedetailleerd voor deze studie Geldt niet voor een ondergrondse verbinding Te gedetailleerd voor deze studie Te gedetailleerd voor deze studie Te gedetailleerd voor deze studie Te gedetailleerd voor deze studie Te gedetailleerd voor deze studie Te gedetailleerd voor deze studie Te gedetailleerd voor deze studie Geldt niet voor een ondergrondse verbinding Te gedetailleerd voor deze studie Geldt niet voor een ondergrondse verbinding Geldt niet voor een ondergrondse verbinding Geldt niet voor een ondergrondse verbinding Te gedetailleerd voor deze studie Te gedetailleerd voor deze studie Alleen tijdens tracering opletten Alleen tijdens tracering opletten Alleen tijdens tracering opletten Geldt niet voor een ondergrondse verbinding Niet vereist voor deze studie

Tabel 4-2 | Niet beschouwde criteria

De volgende onderwerpen zijn ook niet beschouwd, en worden in een vervolgfase nader onderzocht of uitgevoerd: Aangaan van verplichtingen/opstellen van documenten voor bijv. ruimtelijke plannen, vergunningen of ZRO's; Opstellen basisontwerp Bepalen grondwaterstanden middels veldonderzoeken Gedetailleerde groeninventarisatie (bijvoorbeeld specifiek in beeld brengen locatie bomen en soorten) Bepalen G-waarden middels veldonderzoeken Ontwerp boringen (wel rekening gehouden met benodigde werkruimte en uitlegtracé) Onvoorziene adviezen en onderzoeken

20

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

4.2.5

Score Beoordelingskader

De tracé alternatieven worden beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader (zie Tabel 4-1). De resultaten van deze beoordeling zijn weergegeven in paragraaf 4.4. Hierbij is de volgende beoordelingsschaal gehanteerd: Score

Impact op realiseerbaarheid

0

De belemmering heeft geen of nauwelijks effect ten aanzien van het criterium realiseerbaarheid

-

De belemmering heeft een (mogelijk) effect ten aanzien van de realiseerbaarheid

Tabel 4-3 | Beoordelingsschaal

4.3

Beschrijving oplossingen

In het in hoofdstuk 3 opgenomen zoekgebied is van beperkte omvang. Binnen dit beperkte zoekgebied zijn twee alternatieven geïdentificeerd waar een eventuele verkabeling kan worden gerealiseerd. De alternatieven volgen de (deel)zoekgebieden Keizersveld, bestaande lijnverbindingenstrook aan de westkant van de rijksweg A73 en agrarisch gebied met woningen aan de oostkant van de rijksweg A73. Aangezien het deel Keizersveld van beperkte grootte is, zijn daar geen onderscheidende alternatieven mogelijk. In een eerder studie (Wells Meer) is gekeken of er andere traceringsopties door het Keizersveld zijn. Die werden toen niet mogelijk geacht. Na het Keizersveld spreiden de deelgebieden naar twee gebieden aan weerszijde van de A73. Hier is per (deel)zoekgebied één oplossing gedefinieerd. Deze oplossingen worden hieronder per stuk behandeld. Aangezien het tracé naar Wells Meer ook (gedeeltelijk) door dezelfde corridor heen gaat als een mogelijk tracé naar mast 66, is er rekening gehouden met alternatieven inclusief de twee circuits naar Wells Meer daar waar de Wells Meer tracés mogelijk kunnen komen. In totaal is er rekening gehouden met zes circuits daar waar Wells Meer gelijk aan de Venray-Horst verbinding ligt en vier circuits daar waar Wells Meer op voorhand niet gelijk (gaat) lig(gen)t.

Dit leidt tot een volledige breedte van strook van de alternatieven van 39,8 meter bij zes circuits en 28,2 meter bij vier circuits. De HDD breedte is het grootst waardoor het ook het meest inzichtelijk maakt of deze verbinding haalbaar en uitvoerbaar is.

21

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

Figuur 4-1 | Zoekgebied

4.3.1

Oplossingen

Ten aanzien van bedrijventerrein Keizersveld (rood in Figuur 4-1) is één traceringsoplossing geïdentificeerd, maar zijn wel verschillende realisatiemethodieken mogelijk. Vanaf mast 070 zijn 2 oplossingen geïdentificeerd: 1 langs de westkant van de rijksweg en 1 langs de oostkant van de rijksweg. 4.3.1.1 Deel Keizersveld Het deel Keizersveld is een smalle corridor door het bedrijventerrein Keizersveld. Station VENR150 bevindt zich op dit bedrijventerrein, en de corridor naar dit station wordt op dit moment gebruikt voor de lijnverbindingen HRST-VENR150 en CLF-VENR150 die met deze studie verkabeld worden. De corridor heeft een breedte van ca. 40 meter tussen de gevels van de bestaande bebouwing. In deze corridor bevinden zich geen andere gebouwen, wel zijn er diverse parkeerplaatsen en zijn er bedrijfsmaterialen gestald (ramenleverancier, bouwketen/woonwagens). Ook mast 071 staat halverwege deze corridor. Om deze corridor te kruisen zijn er een aantal opties: 1. Alle verbindingen in gestuurde boring realiseren (in totaal 6 HDD’s) 2. Alle verbindingen in open ontgraving realiseren (6 verbindingen in driehoeksconfiguratie) 3. Een combinatie van bovenstaande opties: een deel in open ontgraving, een deel in gestuurde boringen 4.

[alternatief] De circuits naar Energielandgoed Wells Meer worden in gestuurde boringen tot aan station VENR150 aangelegd, maar de verbindingen HRST-VENR150 en CLFVENR150 worden tot mast 070 verkabeld en dus niet tot station VENR150 (opstijgpunt langs de rijksweg A73). 22

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

In Figuur 4-2 is de ligging van de kabels binnen de corridor weergegeven, wanneer wordt gekozen voor aanleg van alle verbindingen d.m.v. een gestuurde boring. Een afstand van 5 m tussen de boorgaten is gehanteerd, en uitgegaan is van alle gestuurde boringen op een gelijke diepte. Rekening dient te worden gehouden met de diepte van de fundaties van mast 071.

Figuur 4-2 | Zes circuits Keizersveld

In Figuur 4-3 en Figuur 4-4 zijn de buitenste beheerzones weergegeven (de kabelcircuits en de belemmerende strook). Hierin is zichtbaar dat er een minimale overlap is met 1 van de gebouwen. In het BO kan hier een oplossing voor gezocht worden, waarbij er verschillende opties zijn: - Kabelbelastbaarheidsberekeningen uitvoeren om te bepalen of het mogelijk is met 1 kabel per fase de vereiste transportcapaciteit te garanderen. Als dit technisch mogelijk is komen 2 circuits te vervallen en wordt de beheerzone minder breed. - Gedurende het ontwerp kan worden bepaald, evt. in overleg met een uitvoerende partij, of de gestuurde boringen met een onderlinge afstand van iets minder dan 5 m (tussen de boorgaten) gerealiseerd kunnen worden. - Gedurende het ontwerp kan worden bepaald, evt. in overleg met een uitvoerende partij, of de gestuurde boringen op verschillende dieptes gerealiseerd kunnen worden, (tussen de boorgaten) gerealiseerd kunnen worden. - In overleg met TenneT AM accepteren dat de beheerzone iets smaller is dan 5m aan de buitenzijde van de buitenste gestuurde boring. - Aanleg van (een deel van) de circuits in open ontgraving, waardoor minder onderlinge afstand nodig is en de beheerzone minder breed is. - De verkabeling van de verbindingen HRST-VENR150 en CLF-VENR150 starten vanaf mast 070.

Dit zou in afwijking van de TenneT standaarden zijn, maar op basis van de vraagspecificatie is dit een overweging.

23

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

Omdat er veel mitigerende maatregelen te bedenken zijn voor de realisatie op het bedrijventerrein Keizersveld in de corridor van de lijnverbinding, is dit een aandachtspunt maar wordt dit niet als een showstopper gezien.

Figuur 4-3 | Zes circuits met buitenste beheerzones

Figuur 4-4 | Kleine overlap buitenkant beheerzone met bedrijf aan de Keizersveld 12, Venray 24

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

Op basis van het spanveldschema (zie Figuur 4-5 en bijlage B.4.3.1.1-a2) heeft de fundatie van mast 71 een diepte van 7,6 m -mv. Een gestuurde boring kan hier onderdoor gerealiseerd worden.

Figuur 4-5 | Spanveldschema Verbinding HRST-VENR150

4.3.1.2 Oplossing 1 – Westkant rijksweg A73 Vanaf mast 070 is één traceringsoplossing geïdentificeerd aan de westkant van de rijksweg A73. Deze oplossing volgt op hoofdlijnen de bestaande lijnverbinding, en wordt in een HDD aangelegd. De traceringsoplossing ligt buiten de te realiseren geluidswal (zie Figuur 4-7 en bijlage B4.3.1.1a3). Alleen bij het intredepunt ligt het buitenste circuit net in de beheerszone van de rijksweg (50 meter lang maximaal 3 meter in de zone). Voor de rest van de verbinding wordt buiten de beheerszone gelegen. Door zoveel mogelijk langs de westkant (bebouwing) van deze strook de kabelcircuits te realiseren, blijft er ook nog ruimte over voor een mogelijke alternatieve tracering van de Wellsmeer 150kV-kabelverbinding. De 4 HDD’s treden in ter hoogte van mast 070, en hebben een totale lengte van ca. 800 m. De HDD’s gaan onder de fundatie van mast 069 door, deze fundaties hebben een diepte van ca. 7,6m -mv. (zie bijlage B4.3.1.1-a2). Ter hoogte van de Morgenster treden de HDD’s uit, en wordt in open ontgraving in een bocht aangelegd. Hierna kan de rijksweg A73 in een gestuurde boring met een lengte van ca. 125 m gekruist worden. Bij mast 066 wordt een opstijgpunt gerealiseerd, zie ook paragraaf 4.3.1.4. Om het systeem te aarden is gezien de lengte van 1.370 m midpoint bonding een mogelijkheid.

Dit betekent dat het kabeltracé wordt gerealiseerd met 2 kabellengtes en bij de moflocatie een aardpunt gerealiseerd moet worden. Dit kan op een locatie tussen de gestuurde boringen, en nabij mast 070 is dan de meest logische locatie. In het BO moeten de benodigde berekeningen uitgevoerd worden en de moflocatie gedefinieerd worden. Wanneer voor de Wellsmeer 150kV-kabelverbinding ook een tracering langs de westzijde van de snelweg wordt gekozen, zal deze een gestuurde boring tot mast 068 hebben, in open ontgraving een bocht maken om mast 068 en dan hier de rijksweg A73 kruisen in een gestuurde boring. Omdat de gestuurde boringen HRST-VENR150 en CLF-VENR150 hier nog op diepte doorlopen, is dit technisch uitvoerbaar.

25

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

Figuur 4-6 | Tracé/locatie oplossing 1 inclusief belemmeringen en kansen

Figuur 4-7 | Tracéopties t.o.v. geluidswal (geluidswal in groen)

26

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

4.3.1.3 Oplossing 2 – Oostzijde rijksweg A73 Vanaf mast 071 is een tweede oplossing geïdentificeerd aan de oostzijde van de rijksweg A73. De gestuurde boringen kruisen hier direct de rijksweg A73 ter hoogte van mast 070: indien mogelijk wordt de boring vanaf mast 072 direct doorgetrokken (mogelijk is hierover afstemmen met RWS noodzakelijk, omdat de snelwegkruising dan niet haaks is), en anders wordt de gestuurde boring in 2 stukken uitgevoerd: één van mast 072 tot mast 070, en één van mast 070 tot de oostzijde van de rijksweg A73. Daarna wordt parallel aan de beoogde Wellsmeer-tracering aangelegd. De benodigde ZRO-strook wordt hierdoor breder dan wanneer alleen de Wellsmeer 150kVkabelverbinding hier gerealiseerd zou worden. In open ontgraving wordt de belemmerende strook ca. 16,5m breed, waar dit nu ca. 8 m breed is. In HDD zou de belemmerende strook ca. 39,8 m breed worden, waar dit nu ca. 17 m breed is. Dit kan tot weerstand van omwonenden leiden. Het kabeltracé slingert tussen de aanwezige woonbestemmingen door en volgt de perceelgrenzen. Waar de Wellsmeer 150kV-kabelverbinding in oostelijke richting afbuigt vervolgt oplossing 2 langs de perceelgrenzen in zuidelijke richting, om vervolgens langs perceelgrenzen af te buigen in westelijke richting naar mast 066.

Het tracé kan niet strak aan de oostzijde van de A73 gelegd worden (zoals oplossing 1) vanwege de aanwezigheid van woonbestemmingen, wegen en vanwege de vereiste breedte van het kabelbed. Daarom ligt het tracé verder van de rijksweg af waarbij het in zo veel mogelijk agrarisch gebied ligt aan de perceelsgrenzen. Het in

Figuur 4-8 weergegeven tracé is de eerste mogelijkheid waarbij een verbinding aan de oostzijde van de A73 mogelijk wordt geacht. De belemmeringen zorgen voor een aanzienlijk langer tracé dan de huidige verbinding (+-50% langer). Gezien de totale tracélengte van deze oplossing van 1.860 meter is midpoint bonding en crossbonding een optie. Wanneer voor midpoint bonding wordt gekozen moet halverwege het kabeltracé een moflocatie worden gerealiseerd, wanneer voor crossbonding wordt gekozen op 27

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

1/3e en op 2/3e van het kabeltracé. In het BO moeten de benodigde berekeningen uitgevoerd worden en de moflocatie gedefinieerd worden.

Figuur 4-8 | Tracé/locatie oplossing 2 (zwarte corridor) inclusief belemmeringen en kansen

4.3.1.4 Locatie opstijgpunt en aansluiten op lijnverbinding Het aansluiten op de bestaande lijnverbinding is een aandachtspunt. Mast 066 wordt als eindmast voor de verkabeling gedefinieerd, maar is een steunmast. Deze mast is daarom niet geschikt om als eindmast te fungeren, en moet daarom worden vervangen. Andere opties zijn om tot een andere mast te verkabelen, of een portaal in de zeeg van de verbinding te bouwen. Verkabelen tot mast 067 (wel een hoekmast) is geen optie omdat dan het knelpunt niet volledig opgelost wordt: de magneetveldzone van de lijnverbinding blijft bij mast 067 dan de percelen met woonbestemming raken.

4.3.2

Afhankelijkheden Verkabeling HRST-VENR150 Wellsmeer 150kVkabelverbinding

VENR150 – Mast 070 Zoals hierboven is beschreven zijn er afhankelijkheden tussen de projecten 002.728.20 Verkabeling HRST-VENR150 en 003.071 Wellsmeer 150kV-kabelverbinding. Door de beperkte ruimte op het bedrijventerrein Keizersveld (en indien een alternatieve tracering wordt gekozen voor Wellsmeer, tot mast 068), dient wanneer beide projecten doorgang vinden, rekening met elkaar gehouden te worden. De gestuurde boringen dienen vanwege de beperkte ruimte binnen de randvoorwaarden van de TenneT standaarden (m.n. AM-Req-1165) zo dicht mogelijk naast elkaar gerealiseerd te worden: dit betekent een afstand van 5m tussen de boorgaten van gestuurde boringen, en dicht langs de rand van de bebouwing om voldoende ruimte vrij te houden voor de andere circuits (zie ook Figuur 4-2, Figuur 4-3 en Figuur 4-4). Het combineren van de realisatie 28

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

van de projecten kan voordelen hebben: door het combineren is overlast voor de omgeving beperkt tot één tijdsperiode, en mogelijk leidt het tot een efficiëntere realisatie. Dit kan ook kostenvoordelen met zich meebrengen. Mast 070-068 Het verkabelen van de Wellsmeer 150kV-kabelverbinding via de westkant van de rijksweg A73 kan voordelen met zich meebrengen, met name doordat woningen in Boshuijzen worden ontzien. Het tracé wordt ca. 50 m langer, maar kan waarschijnlijk met 2 langere boringen gerealiseerd worden in plaats van 3 kortere boringen en stukken open ontgraving. Hier staat tegenover dat ook tot mast 068 de ruimte beperkt is, en dat de kabelverbindingen dan over een korte lengte nabij mast 070 in de beheerszone van de A73 komt te liggen. Hierover zal afstemming met RWS plaats moeten vinden. Ook zal, indien wordt besloten dat deze tracering voor de Wellsmeer 150kVkabelverbinding inderdaad de voorkeur heeft, opnieuw met de omgeving in gesprek gegaan moeten worden. Wanneer beide projecten doorgang vinden, is het dus belangrijk om voor het tracédeel van station VENR150 tot mast 070 de werkzaamheden op elkaar af te stemmen, en indien de tracering van de Wellsmeer 150kV-kabelverbinding wordt gewijzigd geldt ook voor dit tracédeel dat de werkzaamheden op elkaar afgestemd moeten worden.

4.4

Vergelijking alternatieven

In deze paragraaf zijn de tracé-alternatieven HRST-VENR150 beoordeeld op planologische en technische haalbaarheid. De beoordeling heeft plaatsgevonden op basis van het in paragraaf 4.2.3 beschreven beoordelingskader. Tabel 4-4 bevat het resultaat van de planologische en technische beoordeling van de tracé-alternatieven, gebaseerd op het beoordelingskader. Indien er één van de alternatieven de voorkeur heeft boven de andere is dat aangeven in de meest rechter kolom. Onder de tabel is per criteria nader toegelicht hoe tot de scores is gekomen aan de hand van toelichtende kaartjes. In Bijlages B.4.4-a1, B.4.4-b1, B.4.4-c1, B.4.4-d1, B.4.4-f1 en B.4.4-g1 zijn de kaarten op groot formaat opgenomen. Voor criteria waarvan tijdens de beoordeling is gebleken dat ze negatief scoren zijn eventuele mitigerende maatregelen benoemd. Tabel 4-4 Planologische en technische beoordeling tracé alternatieven Criterium

AM-Req

Archeologie en aardkundige

AM-Req-1541

waarden Bodem Water

Natuur

veiligheid

(Archeologische waarden)

AM-Req-1543

Oplossing 2 (oost)

Voorkeur

-

Voorkeur:

(Archeologische waarden)

west

0

0

0

0

AM-Req-11232

-

-

AM-Req-1557

(Hinder voor

(Hinder voor beschermde

AM-Req-1559

beschermde soorten)

soorten)

AM-Req-1544 AM-Req-1576 AM-Req-4220

AM-Req-1567

Beïnvloeding en

Oplossing 1 (west)

AM-Req-11231 AM-Req-1571 AM-Req-4235 AM-Req-1542

Geen voorkeur Geen voorkeur Geen voorkeur

-

-

(Ontplofbare

(Ontplofbare

Geen

oorlogsresten,

oorlogsresten,

voorkeur

Beheerszone wegen)

Nabij spoorwegen)

29

Haalbaarheidsstudie verkabeling HRST-VENR150, projectnummer 002.728.20 25 oktober 2023, versie 3.0

Criterium

AM-Req

Oplossing 1 (west)

Oplossing 2 (oost)

Voorkeur

-

Voorkeur:

(Lengte tracé)

west

AM-Req-1568 AM-Req-1553 AM-Req-1565

Algemene traceringsuitgangs-

AM-Req-4222

0

AM-Req-4226

0

punten Gevoelige objecten Vrije ligging assets

Geen voorkeur

AM-Req-4229

-

-

Geen

AM-Req-1572

(Belemmerende strook)

(Belemmerende strook)

voorkeur

AM-Req-0007

Techniek

0

Kruisingen bestaande infra Complexiteit boringen

-

-

(complexiteit boringen,

(complexiteit boringen,

kruisingen infra)

kruisingen infra)

Geen voorkeur

Archeologie en aardkundige waarden (AM-Req-1541) Er is een bureaustudie uitgevoerd naar de archeologische waarden binnen het zoekgebied. Een samenvatting van de bevindingen is hieronder beschreven. De bureaustudie is bijgevoegd als bijlage B.4.4-a2. Zoals te zien is op Figuur 4-9 zijn beide tracé alternatieven voor grofweg de helft van het tracé gelegen in zone met hoge archeologische verwachtingswaarden. Daarnaast doorkruist oplossing 1 (west) ook een bekende vindplaats. Aan de zuid- en oostzijde van oplossing 2 zijn meerdere vindplaatsen bekend die niet direct binnen de corridor liggen, maar wel dichtbij gelegen zijn en daarom ook invloed kunnen hebben op de archeologische verwachting. Binnen de zones met hoge verwachtingswaarden is op basis van het gemeentelijke beleid archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk indien de geplande werkzaamheden een verstoringsoppervlakte én diepte van respectievelijk 500 m2 en 50 cm-mv (cat. 4) of 100m2 en 50cm -mv (cat. 3) overschrijden. Voor het noordelijke gedeelte van beide tracé alternatieven geldt er géén gemeentelijke onderzoeksverplichting. Ten opzichte van oplossing 1 is oplossing 2 over een grotere afstand gelegen in een zone met hoge archeologische verwachting en tevens nabij bekende vindplaatsen. Het risico op aantasting van archeologische waarden wordt voor oplossing 2 daarom hoger ingeschat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14736277/1