Besluit 19 Zienswijze Ontwerpbegroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028 van de RUD LN
Tekst van het document
24
•
Het budget voor de bijzondere ondernemingsraad is iets verhoogd, zodat er een klein budget is voor externe advisering. • De afgelopen jaren is gebleken dat het representatiebudget niet toereikend is. Zeker de aankomende periode zal er geïnvesteerd worden in bijeenkomsten die kosten met zich mee zullen brengen. Vandaar dat het budget naar boven is bijgesteld, gebaseerd op de historische uitgaven. • De contributie voor ODNL is naar boven bijgesteld. Dit is besloten in de ALV van ODNL, mede door de intensievere en grotere rol die ODNL gaat spelen en het bedrijfsbureau dat is opgericht. • Vanaf 1 januari 2022 mogen medewerkers bovenwettelijke verlofuren sparen (verlofsparen). Hiervoor is een voorziening gevormd. Het bovenwettelijk verlof van de medewerkers dient gestort te worden in de voorziening. Uiteraard is voor de toekomst niet te voorspellen wat de stortingen zullen zijn. Om hier toch enigszins rekening mee te houden is meerjarig gerekend met een te storten bedrag gelijk aan 2023. • Sinds het 3e kwartaal van 2022 wordt door het rijk rente vergoed over het saldo aangehouden in de schatkist. Door de voorschotten van de twee SPUK regelingen is dit voor 2023 een behoorlijk bedrag geweest. Op basis van de historische gegevens is een inschatting gemaakt van de meerjarige rentevergoeding. Voor 2025 is dit bedrag ingeschat op € 30.000. De jaren daarna zal dit afnemen.
• Het budget overige uitgaven milieu is op basis van de uitgaven in het verleden met een klein budget naar beneden bijgesteld. • Op basis van het nieuw Regionaal UitvoeringsProgramma (RUP 2024) en de historische uitwisselingspercentages, is een nieuwe inschatting gemaakt van de te verwachten uitwisseling op milieu- en Wabo-taken. Dit heeft geen financieel effect op de begroting van de RUD LN, aangezien dit zowel op de baten als lastenkant effect heeft. Uiteraard kan dit wel effect hebben op de begrotingen van de individuele gemeenten. • Er is een geactualiseerd plan voor het project SPUK THE ingediend en akkoord bevonden door het ministerie. De uitgaven en inkomsten voor de jaren 2024, 2025 en 2026 zijn hierop aangepast. Enkele medewerkers zijn reeds in dienst getreden. Enkele functies zijn nog vacant. De medewerkers zijn in vaste dienst genomen. Op dit moment bestaat het risico dat niet alle kosten declarabel zijn voor de SPUK regeling. Hier is rekening mee gehouden in de risicoinventarisatie. Verder loopt de SPUK regeling in 2026 af. De verwachting is dat er een aanvullende regeling zal komen in 2027, of dat partners meer energietaken zullen inbrengen vanaf 2027, of dat deze medewerkers op andere werkzaamheden ingezet kunnen worden. Het blijft echter een risico na 2027. Dit zal tegen die tijd dan ook meegenomen worden in de risico-inventarisatie. 6.
Alle bedragen zijn afgerond op duizendtallen. In het onderstaande overzicht van baten en lasten zijn de lasten en baten meerjarig weergegeven. Tevens is aangegeven op welk taakveld de baten en lasten betrekking hebben. Na de tabel volgt een toelichting. De effecten van bovengenoemde aanpassingen op de bijdrage van de deelnemers is toegelicht in bijlage 1.
25
Tabel 9
Begroting Lasten 1 Programmauitvoering Openbare orde en veiligheidtaken RUP Basis- en milieutaken RUP Basis- en milieutaken overige Projecten Wonen en Bouwen taken RUP 2 Coordinatiecentrum 3 Onvoorzien 4 Vennootschapsbelasting 5 Betalingsverkeer Totaal lasten Baten 6 Programmauitvoering Openbare orde en veiligheid RUP Basis en milieutaken RUP Basis en milieutaken overige Projecten Wabotaken Bestuurskosten Overhead Onvoorzien 5 Betalingsverekeer Totaal baten
Taakveld
Rekening 2023
Begroting 2024*
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
1.2 Openbare orde en Veiligheid 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.9 Vpb 0.5 Treasury
€ € € € € 345.000 € 581.000 € 302.000 € 318.000 € 335.000 € 353.000 € 181.000 € 173.000 € 177.000 € 182.000 € 188.000 € 194.000 € 231.000 € 511.000 € 634.000 € 627.000 € € € 98.000 € 111.000 € 111.000 € 117.000 € 123.000 € 130.000 € 29.000 € 30.000 € 31.000 € 31.000 € 32.000 € 32.000 € 1.087.000 € 1.856.000 € 1.376.000 € 1.435.000 € 1.497.000 € 1.562.000 € € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € € € € € € € € € € € € € 1.971.000 € 3.312.000 € 2.681.000 € 2.760.000 € 2.225.000 € 2.321.000
1.2 Openbare orde en Veiligheid 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.5 Treasury
€ € € € € € € 310.000 € 581.000 € 302.000 € 318.000 € 335.000 € 353.000 € 123.000 € 173.000 € 177.000 € 182.000 € 188.000 € 194.000 € 255.000 € 511.000 € 634.000 € 627.000 € € € 98.000 € 111.000 € 111.000 € 117.000 € 123.000 € 130.000 € 21.000 € 30.000 € 31.000 € 31.000 € 32.000 € 32.000 € 1.412.000 € 1.270.000 € 1.346.000 € 1.414.000 € 1.483.000 € 1.548.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 77.000 € € 30.000 € 21.000 € 14.000 € 14.000 € 2.346.000 € 2.726.000 € 2.681.000 € 2.760.000 € 2.225.000 € 2.321.000
Resultaat Resultaat voor bestemming € 375.000 € -586.000 € € € € 7 Mutatie reserve onttrekkingen 0.10 mutaties reserves € 57.000 € 586.000 € € € € 7 Mutatie reserve storting 0.10 mutaties reserves € 50.000 € € € € € Resultaat na bestemming € 382.000 € € € € € * De cijfers van de begroting 2024 zijn aangepast n.a.v. het besluit in de bestuursrapportage 2023 en rekeninghoudende met de besluiten bij de jaarrekening 2023
1. Programma uitvoering De programma uitvoering bestaat deels uit het uitwisselingsdeel van de uitvoering van het Regionale Uitvoeringsprogramma en deels uit projecten en overige taken. Het uitwisselingsdeel van het uitvoeringsprogramma is ingedeeld in drie taakvelden: • Openbare orde en veiligheid. Hiervoor is in 2025 geen uitwisseling begroot. • Basis- en milieutaken. Hiervoor is in 2025 € 302.000 aan uitwisseling begroot. • Wonen en Bouwen. Hiervoor is in 2025 € 111.000 aan uitwisseling begroot. Daarnaast bestaat de programma uitvoering nog uit de budgetten voor projecten en voor overige basis- en milieutaken. • Voor de projecten is een bedrag van ruim € 634.000 geraamd. Dit betreft de inzet vanuit de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK THE) 2022-2026. Deze kosten komen uit het aangepaste, goedgekeurde plan bij de subsidieaanvraag. • Overige basis- en milieutaken beslaat een bedrag van € 177.000. Dit bestaat uit: • De kosten voor de bereik- en beschikbaarheidsdiensten voor circa € 54.000;
26
• • •
De kosten voor inspectieview milieu voor circa € 27.000. De hosting en licentiekosten en beheerkosten voor het VTH-systeem voor € 40.000. Een budget van € 56.000 voor het aanschaffen en onderhouden van (meet)apparatuur, visualisering van de informatieplicht en overige kosten zoals voor rapporteringstools.
2. Coördinatiecentrum De kosten van het coördinatiecentrum bestaan uit bestuurskosten en overheadkosten. • De bestuurskosten van € 31.000 hebben betrekking op de inzet van de accountant. • De overheadkosten van € 1.376.000 bestaan uit loon- en reiskosten (€ 981.000), verlofsparen (€ 15.000), opleidingskosten (€ 107.000, waarvan € 15.000 betrekking heeft op actualisering van EVP’s die doorbelast worden aan de partners), inkoop van PIOCHAF-diensten bij de gastorganisatie (€ 100.000), contributies (€ 68.000) en overige kosten, zoals representatiekosten, advieskosten, verzekeringen etc. (€ 105.000). 3. Onvoorzien Voor onvoorzien is een bedrag van € 50.000 gereserveerd. 4. Vpb De RUD gaat ervanuit dat zij geen vpb hoeft te betalen aangezien a) de RUD geen winstdoelstelling heeft, b) de kosten via een vaste verdeelsleutel worden verrekend en c) eventuele overschotten normaliter aan het eind van het jaar worden teruggegeven aan deelnemers. 5. Betalingsverkeer Voor het betalingsverkeer is, in verband met de tot op heden zeer beperkte omvang, geen apart bedrag begroot. 6. Baten De baten zijn in 2025 als volgt onderverdeeld:
27
Tabel 10
A
Onderdeel
Taakveld
Uitwisseling werkzaamheden RUP
1.2 Openbare orde en Veiligheid
Bedrag
Verdeelsleutel €-
Werkelijke afname op basis van uitwisseling vanuit het RUP
7.4 Milieubeheer
€ 302.000
Werkelijke afname op basis van uitwisseling vanuit het RUP
8.3 Wonen en bouwen
€ 111.000
Werkelijke afname op basis van uitwisseling vanuit het RUP
B
Projecten
C
Overige milieu:
D
7.4 Milieubeheer
€ 634.000
SPUK uitkering
Beschikbaarheidsregeling
7.4 Milieubeheer
€ 48.000
Vast: evenredig
Bereikbaarheidsregeling
7.4 Milieubeheer
€ 6.000
Werkelijke afname
Apparatuur
7.4 Milieubeheer
€ 123.000
Vast: inwoneraantal
Coördinatiecentrum
0.1 Bestuur
€ 31.000
Vast: inwoneraantal
0.4 Overhead
€ 1.331.000
Vast: inwoneraantal
0.4 Overhead (EVP’s)
€ 15.000
Werkelijke afname
E
Onvoorzien
0.8 Overige baten en lasten
€ 50.000
Vast: inwoneraantal
F/5
Betalingsverkeer
0.5 Treasury
€ 30.000
Op basis van werkelijke rentevergoedingen
Totaal
€ 2.681.000
Toelichting: A. Uitwisseling werkzaamheden RUP De uitwisseling van uitvoeringscapaciteit voor de basis en milieutaken zijn geraamd op € 302.000. Voor de Wabo-taken is de uitwisseling geraamd op € 111.000. De kosten worden aan de deelnemers doorberekend op basis van daadwerkelijke afname geregistreerd in de voorgangsmonitor, op basis van door het Algemeen Bestuur nog vast te stellen uurtarieven. B. Projecten Het betreft de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparing en Informatieplicht. De kosten worden via de SISA regeling verantwoord, waarna de subsidie kan worden vastgesteld. C. Overige milieu: • De kosten voor de beschikbaarheidsregeling van € 48.000 worden evenredig over de deelnemers verdeeld, met uitzondering van de Provincie. Ieder betaald 1/15e deel. • De ingeschatte kosten voor de bereikbaarheidsregeling (€ 6.000) worden achteraf op basis van werkelijke calls met de betreffende partners verrekend. • De kosten voor apparatuur worden verdeeld op basis van het inwoneraantal per gemeente. Hierbij wordt uitgegaan van de meest actuele gegevens. Dit betekent dat de verdeling in de begroting 2024 is gebaseerd op de inwoneraantallen van 1 januari 2023.
28
D. Coördinatiecentrum: • De kosten voor bestuur en overhead worden verdeeld op basis van het inwoneraantal per gemeente. Hierbij wordt uitgegaan van de meest actuele gegevens. Dit betekent dat de verdeling in de begroting 2024 is gebaseerd op de inwoneraantallen van 1 januari 2023. Voor de Provincie is een vaste bijdrage overeengekomen. Deze bijdrage is, conform de afspraak uit het inrichtingsplan geïndexeerd met de dienstenprijsindex (jaarmutatie 3e kwartaal 2023, zijnde 4,5%). • De ingeschatte kosten voor uit te voeren EVP’s (€ 15.000) worden achteraf op basis van werkelijkheid met de betreffende partners verrekend. E. Onvoorzien: De kosten voor onvoorzien worden verdeeld op basis van het inwoneraantal per gemeente. Hierbij wordt uitgegaan van de meest actuele gegevens. Dit betekent dat de verdeling in de begroting 2024 is gebaseerd op de inwoneraantallen van 1 januari 2023. F./5 Betalingsverkeer: Sinds het 3e kwartaal van 2022 wordt door het rijk rente vergoed over het saldo aangehouden in de schatkist. Door de voorschotten van de twee SPUK regelingen is dit voor 2023 een behoorlijk bedrag geweest. Op basis van de historische gegevens is een inschatting gemaakt van de meerjarige rentevergoeding. Voor 2025 is dit bedrag ingeschat op € 30.000. De jaren daarna zal dit afnemen. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen van de vaste bijdragen per deelnemer. 7.
Mutatie reserve Vanaf 2025 zijn er geen stortingen en onttrekkingen voorzien.
4.3 Overzicht van incidentele baten en lasten In het onderstaande overzicht zijn de incidentele baten en lasten beschreven. Tabel 11
Incidentele lasten en baten Lasten 1 Uitvoering 2 Coordinatiecentrum 2 Coordinatiecentrum 3 Onvoorzien 4 Vennootschapsbelasting Totaal incidentele lasten Baten 6 Programmauitvoering 6 Overhead Totaal incidentele baten
Taakveld
Rekening 2023
Begroting 2024*
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
7.4 milieubeheer 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.9 Vpb
€ € € € € €
222.000 € € 126.000 € € € 348.000 €
€ € 622.000 € € € 622.000 €
-
€ € € € € €
-
€ € € € € €
-
€ € € € € €
-
7.4 milieubeheer 0.4 overhead
€ € €
210.000 € 271.000 € 481.000 €
€ 36.000 € 36.000 €
-
€ €
-
€ €
-
€ €
-
Resultaat incidentele baten en lasten Incidenteel resultaat voor bestemming € 132.000 € -586.000 € € € € 7 Storting reserve 0.10 mutaties reserves € 50.000 € € € € € 7 Onttrekking reserve 0.10 mutaties reserves € 57.000 € 586.000 € € € € Incidenteel resultaat na bestemming € 139.000 € € € € € * De cijfers van de begroting 2024 zijn aangepast n.a.v. het besluit in de bestuursrapportage 2023 en rekeninghoudende met de besluiten bij de jaarrekening 2023
29
In 2025 zijn er geen incidentele baten en lasten begroot. De cijfers van 2024 zijn aangepast aan de hand van de voorliggende besluiten bij de jaarrekening 2023.
4.4 Overzicht van reserves en voorzieningen In de financiële verordening is vastgelegd dat in de begroting en jaarrekening een overzicht wordt opgenomen van reserves en voorzieningen. Het overzicht bevat criteria voor de vorming en besteding ervan. Reserves Algemene reserve Het aanhouden van een algemene reserve heeft als doel: • Te fungeren als weerstandsvermogen om financiële risico’s en tegenvallers op te vangen. • Het voorkomen van administratieve lasten bij het verrekenen van beperkte resultaten. De hoogte van de algemene reserve: De hoogte van de reserve wordt jaarlijks beoordeeld bij de paragraaf weerstandsvermogen. Uitgangspunt is dat het weerstandsvermogen als ratio minimaal “voldoende” is om de mogelijke risico’s op te vangen. Indien het ratio “voldoende” is, wordt als maximum gesteld dat de algemene reserve niet meer bedraagt dan 5% van de totale begroting (totale lasten). Wanneer de gekwantificeerde risico’s echter hoger zijn, dient de algemene reserve daarop te worden aangepast. Gezien de aankomende ontwikkelingen van de RUD Limburg Noord wordt op dit moment geen bijstelling op de algemene reserve doorgevoerd. Uitgangspunten: Indien de algemene reserve lager is dan het minimum kan een aanvullende bijdrage aan de partners worden gevraagd om de algemene reserve op te hogen tot aan het minimum.
In eerste instantie wordt de reserve aangevuld door het rekeningresultaat toe te voegen aan de algemene reserve. Het verloop van de algemene reserve is in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 12
Algemene reserve 1 Storting 2 Onttrekking resultaatbestemming BI Tooling Totaal mutatie Saldo reserve
primaire rekening begroting Begroting na 2023 2024* wijziging 2024* 2025 2026 2027 2028 € 50.000 € € € € € € € € € -50.000 € € € € € 50.000 € € -50.000 € € € € € 185.000 € 185.000 € 135.000 € 135.000 € 135.000 € 135.000 € 135.000
* Het eindsaldo is aangepast naar aanleiding van het werkelijke eindsaldo 2023 nav de jaarrekening
30
Conform het besluit van het Algemeen Bestuur in 2023 is het budget voor de BI Tool in de reserve gestort en is deze in 2024 weer onttrokken ten behoeve van de ontwikkeling van de BI Tool. Bestemmingsreserve VTH-systeem Bestedingsdoel: bijdrage aan de incidentele implementatiekosten van het nieuwe VTHsysteem. Voor het jaar 2023 werden ook de structurele lasten uit deze reserve gedekt. Zie tabel 13. Tabel 13
primaire rekening begroting Begroting na Bestemmingsreserve VTH-systeem 2023 2024* wijziging 2024* 1 Storting € € € € 2 Bijdrage VTH-syteem € -31.000 € € € 3 Licentie en hosting € -26.000 € € € 4 Beheerkosten € € € € 5 Toevoeging aan bestemmingsreserve robuuste OD€ € € -154.000 € Totaal mutatie € -57.000 € € -154.000 € Saldo reserve € 154.000 € 154.000 € €
2025 € € € € € € €
2026 € € € € € € €
2027 € € € € € € €
2028 -
2027 € € € €
2028 -
* Het eindsaldo is aangepast naar aanleiding van het werkelijke eindsaldo 2023 nav de jaarrekening
Gezien de implementatiekosten voldaan zijn en de structurele beheerkosten niet gedekt mogen worden uit een reserve wordt dit vanaf 2024 ook niet meer toegepast. Het Algemeen Bestuur is daarom bij de jaarrekening voorgesteld deze reserve om te vormen naar een bestemmingsreserve voor de doorontwikkeling van de RUD naar een robuuste Omgevingsdienst. Op die manier kon direct gestart worden met de doorontwikkeling van de RUD Limburg Noord. Bestemmingsreserve robuuste OD Bestedingsdoel: bijdrage aan de doorontwikkeling van de RUD naar een robuuste Omgevingsdienst. Zie tabel 14. Tabel 14
rekening Bestemmingsreserve robuuste OD 2023 1 Storting € 2 Onttrekking uitvoering bedrijfsplan robuuste OD € Totaal mutatie € Saldo reserve € -
primaire begroting Begroting na 2024* wijziging 2024* € € 536.000 € € € -536.000 € € € € € € €
2025 € € € €
2026 € € € €
* Rekening houdende met de besluiten bij de jaarrekening 2023
Het Algemeen Bestuur is bij de jaarrekening voorgesteld om zowel het jaarrekening resultaat 2023 (€ 382.000) als het restant van de bestemmingsreserve VTH-systeem (€ 154.000) te storten in een te vormen bestemmingsreserve robuuste OD ten behoeve van een deel van de incidentele kosten in 2024.
31
Voorziening verlofsparen Tabel 15
Voorziening verlofsparen 1 Storting 2 Onttrekking Totaal mutatie Saldo reserve
primaire rekening begroting Begroting na 2023 2024* wijziging 2024* € € € 15.000 € € € € € € € € 15.000 € € 15.000 € 15.000 € 30.000 €
2025 15.000 € -9.000 € 6.000 € 36.000 €
2026 15.000 € € 15.000 € 51.000 €
2027 15.000 € € 15.000 € 66.000 €
* Het eindsaldo is aangepast naar aanleiding van het werkelijke eindsaldo 2023 nav de jaarrekening
Per 1 januari 2022 is het mogelijk om bovenwettelijke vakantie-uren te sparen(CAO artikel 6.3). Aangezien er bij verlofsparen sprake is van arbeidskostengerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw en afbouw kennen, dient hier een voorziening voor gevormd te worden. In de opbouwjaren zal naar verwachting vooral sprake zijn van toevoegingen en groei van de omvang van het spaarsaldo. In 2025 wordt een onttrekking verwacht. Hoe hoog de opname van het verlof exact zal zijn is uiteraard aan de medewerkers.
32
2028 15.000 15.000 81.000
Bijlage 1 Bijdrage per deelnemer Tabel 16
Totaal vaste bijdrage per partner Deelnemers Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Beesel € 39.650 € 37.585 € 39.588 € 41.454 € 43.349 € 45.150 Bergen € 38.710 € 36.737 € 38.695 € 40.519 € 42.372 € 44.134 Echt-Susteren € 89.950 € 85.149 € 89.709 € 93.910 € 98.170 € 102.194 Gennep € 49.503 € 48.668 € 51.267 € 53.677 € 56.123 € 58.442 Horst aan de Maas € 119.457 € 115.135 € 121.305 € 126.979 € 132.730 € 138.154 Leudal € 101.752 € 95.871 € 101.006 € 105.734 € 110.527 € 115.051 Maasgouw € 68.500 € 65.469 € 68.971 € 72.206 € 75.487 € 78.591 Mook en Middelaar € 24.421 € 23.699 € 24.957 € 26.140 € 27.345 € 28.498 Nederweert € 49.877 € 47.987 € 50.550 € 52.926 € 55.339 € 57.626 Peel en Maas € 122.681 € 119.335 € 125.730 € 131.611 € 137.570 € 143.191 Roerdalen € 59.246 € 56.214 € 59.219 € 62.000 € 64.821 € 67.493 Roermond € 164.191 € 157.106 € 165.530 € 173.266 € 181.103 € 188.488 Venlo € 282.994 € 268.446 € 282.852 € 296.056 € 309.429 € 322.015 Venray € 122.827 € 117.670 € 123.976 € 129.775 € 135.652 € 141.195 Weert € 140.137 € 133.708 € 140.876 € 147.463 € 154.137 € 160.429 Provincie € 87.425 € 93.719 € 97.937 € 102.344 € 106.949 € 111.762 Totaal € 1.561.321 € 1.502.498 € 1.582.168 € 1.656.059 € 1.731.105 € 1.802.413
Hieronder is de opbouw van de totale vaste bijdrage weergegeven: Tabel 17
Overhead: bijdrage coördinatiecentrum Deelnemers Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Beesel € 33.066 € 29.424 € 31.246 € 32.851 € 34.475 € 35.993 Bergen € 32.225 € 28.702 € 30.479 € 32.045 € 33.630 € 35.110 Echt-Susteren € 78.058 € 69.938 € 74.268 € 78.085 € 81.945 € 85.553 Gennep € 41.880 € 38.864 € 41.270 € 43.391 € 45.537 € 47.541 Horst aan de Maas € 104.452 € 95.478 € 101.390 € 106.600 € 111.870 € 116.796 Leudal € 88.616 € 79.070 € 83.965 € 88.280 € 92.645 € 96.723 Maasgouw € 58.873 € 53.175 € 56.467 € 59.369 € 62.304 € 65.047 Mook en Middelaar € 19.444 € 17.597 € 18.686 € 19.646 € 20.618 € 21.525 Nederweert € 42.214 € 38.285 € 40.655 € 42.744 € 44.857 € 46.832 Peel en Maas € 107.336 € 99.056 € 105.188 € 110.594 € 116.061 € 121.171 Roerdalen € 50.595 € 45.292 € 48.096 € 50.568 € 53.068 € 55.404 Roermond € 144.466 € 131.227 € 139.352 € 146.513 € 153.756 € 160.526 Venlo € 250.733 € 226.063 € 240.058 € 252.395 € 264.873 € 276.535 Venray € 107.467 € 97.638 € 103.683 € 109.011 € 114.400 € 119.437 Weert € 122.950 € 111.299 € 118.189 € 124.263 € 130.406 € 136.148 Provincie € 87.425 € 93.719 € 97.937 € 102.344 € 106.949 € 111.762 Totaal € 1.369.800 € 1.254.826 € 1.330.927 € 1.398.700 € 1.467.395 € 1.532.104
33
Tabel 18
Bestuur: bijdrage coördinatiecentrum Deelnemers Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Beesel € 549 € 760 € 775 € 791 € 807 € 823 Bergen € 535 € 742 € 756 € 772 € 787 € 803 Echt-Susteren € 1.296 € 1.807 € 1.843 € 1.880 € 1.918 € 1.956 Gennep € 695 € 1.004 € 1.024 € 1.045 € 1.066 € 1.087 Horst aan de Maas € 1.734 € 2.467 € 2.516 € 2.567 € 2.618 € 2.670 Leudal € 1.471 € 2.043 € 2.084 € 2.125 € 2.168 € 2.211 Maasgouw € 977 € 1.374 € 1.401 € 1.429 € 1.458 € 1.487 Mook en Middelaar € 323 € 455 € 464 € 473 € 482 € 492 Nederweert € 701 € 989 € 1.009 € 1.029 € 1.050 € 1.071 Peel en Maas € 1.782 € 2.559 € 2.611 € 2.663 € 2.716 € 2.770 Roerdalen € 840 € 1.170 € 1.194 € 1.218 € 1.242 € 1.267 Roermond € 2.398 € 3.391 € 3.458 € 3.528 € 3.598 € 3.670 Venlo € 4.163 € 5.841 € 5.958 € 6.077 € 6.198 € 6.322 Venray € 1.784 € 2.523 € 2.573 € 2.625 € 2.677 € 2.731 Weert € 2.041 € 2.876 € 2.933 € 2.992 € 3.052 € 3.113 Provincie € € € € € € Totaal € 21.289 € 30.000 € 30.600 € 31.212 € 31.836 € 32.473
Tabel 19
Overige baten en lasten: onvoorzien Deelnemers Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Beesel € 1.289 € 1.267 € 1.267 € 1.267 € 1.267 € 1.267 Bergen € 1.256 € 1.236 € 1.236 € 1.236 € 1.236 € 1.236 Echt-Susteren € 3.044 € 3.012 € 3.012 € 3.012 € 3.012 € 3.012 Gennep € 1.633 € 1.674 € 1.674 € 1.674 € 1.674 € 1.674 Horst aan de Maas € 4.073 € 4.112 € 4.112 € 4.112 € 4.112 € 4.112 Leudal € 3.455 € 3.405 € 3.405 € 3.405 € 3.405 € 3.405 Maasgouw € 2.295 € 2.290 € 2.290 € 2.290 € 2.290 € 2.290 Mook en Middelaar € 758 € 758 € 758 € 758 € 758 € 758 Nederweert € 1.646 € 1.649 € 1.649 € 1.649 € 1.649 € 1.649 Peel en Maas € 4.185 € 4.266 € 4.266 € 4.266 € 4.266 € 4.266 Roerdalen € 1.973 € 1.950 € 1.950 € 1.950 € 1.950 € 1.950 Roermond € 5.633 € 5.651 € 5.651 € 5.651 € 5.651 € 5.651 Venlo € 9.776 € 9.735 € 9.735 € 9.735 € 9.735 € 9.735 Venray € 4.190 € 4.205 € 4.205 € 4.205 € 4.205 € 4.205 Weert € 4.794 € 4.793 € 4.793 € 4.793 € 4.793 € 4.793 Provincie € € € € € € Totaal € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000
34
Tabel 20
Milieubeheer: apparatuur Deelnemers Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Beesel € 2.063 € 3.094 € 3.113 € 3.188 € 3.265 € 3.345 Bergen € 2.011 € 3.018 € 3.036 € 3.110 € 3.185 € 3.263 Echt-Susteren € 4.869 € 7.353 € 7.398 € 7.577 € 7.762 € 7.951 Gennep € 2.612 € 4.086 € 4.111 € 4.211 € 4.313 € 4.419 Horst aan de Maas € 6.515 € 10.038 € 10.100 € 10.344 € 10.596 € 10.855 Leudal € 5.527 € 8.313 € 8.364 € 8.567 € 8.775 € 8.990 Maasgouw € 3.672 € 5.591 € 5.625 € 5.761 € 5.901 € 6.046 Mook en Middelaar € 1.213 € 1.850 € 1.861 € 1.906 € 1.953 € 2.001 Nederweert € 2.633 € 4.025 € 4.050 € 4.148 € 4.249 € 4.353 Peel en Maas € 6.695 € 10.414 € 10.478 € 10.732 € 10.993 € 11.262 Roerdalen € 3.156 € 4.762 € 4.791 € 4.907 € 5.026 € 5.149 Roermond € 9.011 € 13.797 € 13.882 € 14.218 € 14.563 € 14.919 Venlo € 15.639 € 23.768 € 23.914 € 24.492 € 25.088 € 25.701 Venray € 6.703 € 10.265 € 10.328 € 10.578 € 10.836 € 11.101 Weert € 7.669 € 11.702 € 11.774 € 12.058 € 12.352 € 12.654 Provincie € € € € € € Totaal € 79.988 € 122.076 € 122.826 € 125.798 € 128.858 € 132.008
Tabel 21
Milieubeheer: beschikbaarheidsdienst Deelnemers Rekening 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Beesel € 2.683 € 3.040 € 3.188 € 3.357 € 3.534 € 3.722 Bergen € 2.683 € 3.040 € 3.188 € 3.357 € 3.534 € 3.722 Echt-Susteren € 2.683 € 3.040 € 3.188 € 3.357 € 3.534 € 3.722 Gennep € 2.683 € 3.040 € 3.188 € 3.357 € 3.534 € 3.722 Horst aan de Maas € 2.683 € 3.040 € 3.188 € 3.357 € 3.534 € 3.722 Leudal € 2.683 € 3.040 € 3.188 € 3.357 € 3.534 € 3.722 Maasgouw € 2.683 € 3.040 € 3.188 € 3.357 € 3.534 € 3.722 Mook en Middelaar € 2.683 € 3.040 € 3.188 € 3.357 € 3.534 € 3.722 Nederweert € 2.683 € 3.040 € 3.188 € 3.357 € 3.534 € 3.722 Peel en Maas € 2.683 € 3.040 € 3.188 € 3.357 € 3.534 € 3.722 Roerdalen € 2.682 € 3.040 € 3.188 € 3.357 € 3.534 € 3.722 Roermond € 2.683 € 3.040 € 3.188 € 3.357 € 3.534 € 3.722 Venlo € 2.683 € 3.040 € 3.188 € 3.357 € 3.534 € 3.722 Venray € 2.683 € 3.040 € 3.188 € 3.357 € 3.534 € 3.722 Weert € 2.683 € 3.040 € 3.188 € 3.357 € 3.534 € 3.722 Provincie € € € € € € Totaal € 40.244 € 45.596 € 47.815 € 50.349 € 53.017 € 55.827
35
Tabel 22
Vergelijking begroting 2025 met begroting 2024 jaarschijf 2025 en verder meerjarenbegroting 2025 2025 2026 2027 lasten € 2.680.843 € 2.760.566 € 2.225.163 baten € 2.680.843 € 2.760.566 € 2.225.163 meerjarenbegroting 2024 lasten baten
€ €
2025 2.807.215 € 2.807.215 €
2026 2.923.661 € 2.923.661 €
2027 2.507.535 2.507.535
verschil lasten baten
€ €
2025 -126.372 € -126.372 €
2026 -163.095 € -163.095 €
2027 -282.372 -282.372
Oorzaken verschillen lasten begroting 2025 tov begroting 2024 Bijstellingen lasten begroting 2025 tov begroting 2024 2025 2026 index loon € 1.667 € 3.466 € index materieel € -9.179 € -18.899 € CAO en sociale lasten € 24.191 € 25.449 € Budget BOR € 1.021 € 1.041 € Budget representatie € 18.001 € 18.361 € Budget contributie ODNL € 29.962 € 30.561 € Verlofsparen € 15.000 € 15.000 € Rente kosten € 300 € 312 € Overige uitgaven milieu € -2.182 € -2.226 € Wachtdienstregeling € -197 € -208 € Uitwisseling milieu* € -264.617 € -278.642 € Uitwisseling Wabo* € -5.651 € -5.951 € UE Roermond* € -44.805 € -47.135 € Actualisering project SPUK THE* € 110.118 € 95.774 € Totaaltelling bijstellingen € -126.372 € -163.096 €
2027 5.449 -29.186 26.772 1.122 18.728 31.172 15.000 324 -2.270 -220 -293.410 -6.266 -49.587
Tabel 23
-282.372
* deze bijstellingen hebben geen effect op de deelnemersbijdrage omdat hier gelijke inkomsnten tegenoverstaan vanuit subsidies dan wel werkelijke afname productie door partners. Tabel 24
Effect op de vaste bijdrage deelnemers Totaal vaste bijdrage deelnemers begroting 2025 begroting 2024 Hogere bijdrage
€ € €
Hoger bijdrage door: Bijstellingen bovengenoemde budgetten vanuit tabel 23 € Rente opbrengen verrekening met bijdrage partners € Deel indexering van posten die niet behoren tot de vaste bijdrage deelnemers (grijs gearceerd in tabel 23) € Totaal €
2025 1.582.168 € 1.533.879 € 48.289 €
2026 1.656.059 € 1.604.796 € 51.263 €
2027 1.731.105 1.679.158 51.947
2025 78.583 € -30.000 €
2026 72.858 € -21.000 €
2027 66.891 -14.000
-294 € 48.289 €
-594 € 51.264 €
-944 51.947
36
Bijlage 2 geactualiseerde risico-inventarisatie
37
38
Bijlage 3 Berekening kengetallen De wijze waarop de kengetallen worden berekend is in de ministeriele regeling van juni 2015 vastgelegd. Netto schuldquote: De netto schuldquote geeft de verhouding van de schuldenlast van de RUD Limburg Noord ten opzichte van de eigen middelen weer. Tabel 25 (Netto) Schuldquote (bedragen x € 1.000)
Jaarrekening 2023 Begroting Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 2024*
Vaste schulden
15
30
36
51
66
81
Netto vlottende schulden
74
150
150
150
150
150
Overlopende passiva Financiële activa exclusief verstrekte leningen Uitzettingen < 1 jaar
1.584
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
0
0
0
0
0
0
2.079
940
946
961
976
991
Liquide middelen
45
100
100
100
100
100
Overlopende activa
270
275
275
275
275
275
Saldo
-721
-135
-135
-135
-135
-135
Totale baten (excl. Mutatie reserve)
2.346
2.726
2.681
2.760
2.225
2.321
(Netto) schuldquote
-30,74%
-4,95%
-5,04%
-4,89%
-6,07%
-5,82%
* De begrotingscijfers 2024 zijn aangepast n.a.v. de jaarrekening 2023 m.b.t. de juiste stand van het eigen vermogen.
De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
39
Solvabiliteitsratio: Het solvabiliteitsratio betreft het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Tabel 26 Solvabiliteitsratio (bedragen x € 1.000)
Jaarrekening 2023 Begroting Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 2024*
Eigen vermogen
721
135
135
135
135
135
Balanstotaal
2.394
1.315
1.321
1.336
1.351
1.366
Totaal
30,10%
10,27%
10,22%
10,10%
9,99%
9,88%
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de RUD Limburg Noord in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Structurele exploitatieruimte: Tabel 27 Structurele exploitatieruimte
Jaarrekening 2023 Begroting Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028
(bedragen x € 1.000)
2024*
Totale structurele lasten
1623
2690
2681
2760
2225
2321
Totale structurele baten
1865
2690
2681
2760
2225
2321
Totale structurele toevoegingen reserves
0
0
0
0
0
0
Totale structurele onttrekkingen reserves
0
0
0
0
0
0
Gerealiseerde totaal saldo baten
2346
2726
2681
2760
2225
2321
Totaal:
10,32%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
0,00%
40
41
KADERNOTA RUD LIMBURG NOORD 2025
30 november 2023 Versie 1.3
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ..................................................................................................................................... 4
2.
Doelstelling, takenpakket en werkwijze RUD LN .............................................................. 6
3.
Beleidskaders en ontwikkelingen ......................................................................................... 8
3.1 Organisatorische ontwikkelingen ........................................................................................... 8 Versterking robuustheid VTH-stelsel, Interbestuurlijk Programma (IBP) ........................ 8 Plan van aanpak doorontwikkeling ODLN ................................................................................ 9 Omgevingsdienst NL (ODNL) ................................................................................................... 10 3.2 Landelijke ontwikkelingen ..................................................................................................... 10 Omgevingswet ............................................................................................................................. 10 Doorontwikkeling informatievoorzieningen en datakwaliteit ............................................ 11 3.3 Vakinhoudelijke ontwikkelingen ........................................................................................... 12 Bodemtaken ................................................................................................................................. 12 Wet kwaliteitsborging Bouwen (Wkb) ....................................................................................
12 Energie .......................................................................................................................................... 12 Geluid ............................................................................................................................................ 13 3.4 Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering ................................................................................. 13 Algemeen ...................................................................................................................................... 13 Personeel ...................................................................................................................................... 14 4.
Financiële uitgangspunten ................................................................................................... 16
4.1 Algemeen .................................................................................................................................. 16 4.2 Exploitatie (lasten en baten) ................................................................................................ 16 4.3 Tarieven .................................................................................................................................... 17 4.4 Impact ontwikkelingen ........................................................................................................... 17
2
3
1. Inleiding De Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN) is een samenwerkingsverband tussen de 15 gemeenten in Noord- en Midden-Limburg en de provincie Limburg. De RUD Limburg Noord is sinds 1 januari 2018 een gemeenschappelijke regeling (GR). In de Wet gemeenschappelijke regeling is vastgelegd dat het Algemeen Bestuur voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders toestuurt naar de raden en staten van haar deelnemers. In de voorliggende kadernota 2025 zijn de uitgangspunten voor de begroting 2025 opgenomen. De kadernota is tot stand gekomen na afstemming met de financieel adviseurs van de deelnemers en het lijnmanagersoverleg (LMO). De ontwerpbegroting 2025 zal vervolgens worden opgesteld en rond eind april aan de raden en staten worden toegezonden. Gezien de huidige dynamiek in de economie en in ons werkveld, is het opstellen van de kadernota een lastige opgave en sluiten we het niet uit dat de situatie er te zijner tijd anders uit zal zien. Dit geldt bijvoorbeeld voor de effecten van de ontwikkelingen in regelgeving, de inflatie, de energiecrisis, het tekort op de arbeidsmarkt, de inwerkingtreding van de Omgevingswet maar vooral ook de vooralsnog onduidelijke gevolgen van de uitwerkingen van het Interbestuurlijk Programma VTH.
Wij stellen de begroting met de grootst mogelijke zorg en volgens de laatste ontwikkelingen op. Het is dan ook mogelijk dat wij straks in de begroting rekening moeten houden met zaken die tijdens het schrijven van deze kadernota nog niet bekend zijn.
4
5
2. Doelstelling, takenpakket en werkwijze RUD LN In het beslisdocument van de RUD Limburg Noord (21-12-2017 in AB) zijn de missie en visie opgenomen die richtinggevend zijn voor de organisatie van de RUD Limburg Noord. Deze zijn als volgt: Missie De deelnemers aan de RUD Limburg Noord hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden te verbeteren bij de uitvoering van VTH-taken en de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren. Visie De RUD Limburg Noord is een innovatieve, slagvaardige en efficiënte organisatie, die bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit, gezondheid en veiligheid van de leefomgeving en aan de verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De dienstverlening wordt o.a. verbeterd door: • Een ‘level playing field’ (gelijke benadering en behandeling onder de RUD LN); • Minder toezichtlasten door efficiënte en innovatieve toezichtmethoden. De RUD Limburg Noord is daarbij een flexibele organisatie die zich verhoudt tot de ontwikkelingen in de omgeving en hiervoor samenwerkt met ketenpartners. De RUD Limburg Noord draagt zorg voor de uitvoering van tenminste het wettelijke basistakenpakket als bedoeld in artikel 7.1 lid 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor).
Daarnaast kan een deelnemer de uitvoering van het milieutakenpakket voor niet RUD-inrichtingen, het WABO -takenpakket (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) en desgewenst APV (Algemene Plaatselijke Verordening) en bijzondere wetten onderbrengen bij de RUD Limburg Noord. De feitelijke uitvoering van de taken die bij de RUD Limburg Noord zijn “ondergebracht” gebeurt door medewerkers van de deelnemers. Ze werken samen aan de realisering van het jaarlijks door het Algemeen Bestuur vastgestelde regionale uitvoeringsprogramma. Ambitie De RUD Limburg Noord: wil een vanzelfsprekende deskundige partner in de regio zijn voor het bereiken van de (kern)doelen van de Omgevingswet; zit bij de partners aan tafel en werkzaamheden worden in gezamenlijkheid uitgevoerd. De RUD kan daarbij flexibel inspringen op veranderende behoeften vanuit haar deelnemers; groeit van de uitvoeringsdienst zoals we nu zijn naar dé omgevingsadviseur in brede zin binnen onze leefomgeving, die input levert aan beleid, vergunningverlening, toezicht en handhaving en tot slot procesoptimalisatie. De inhoud van het werk en te leveren kwaliteit is daarbij altijd leidend; voert uit op een ondernemende, innovatieve, betrouwbare én uitdagende manier. Werkwijze Voor de uitvoering van VTH-taken wordt gebruik gemaakt van de expertise die aanwezig is bij de deelnemers.
Daarbij blijft het loket voor het indienen van vergunningaanvragen, meldingen en klachten en besluitvorming over vergunningen en handhavingszaken bij de individuele deelnemers. Om kwaliteit van uitvoering en onderlinge afstemming te borgen is er een coördinatiecentrum in dienst van de RUD Limburg Noord. Het coördinatiecentrum ondersteunt en faciliteert de partners, coördineert werkzaamheden en opleidingen.
6
7
3. Beleidskaders en ontwikkelingen
De kadernota voor 2025 wordt in november 2023 door het Dagelijks Bestuur en in december 2023 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. In onderstaande paragrafen zijn de beleidskaders benoemd die een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van de VTH-taken door de RUD Limburg Noord en haar deelnemers (zoals in hoofdstuk 2 benoemd).
3.1 Organisatorische ontwikkelingen Versterking robuustheid VTH-stelsel, Interbestuurlijk Programma (IBP) De commissie Van Aartsen heeft onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het VTH-stelsel in Nederland. De commissie geeft in haar rapport “Om de leefomgeving” (4 maart 2021) aan dat een sterker en onafhankelijker VTH-stelsel nodig is om vermijdbare schade aan het leefmilieu te voorkomen. De commissie heeft o.a. aanbevelingen gedaan over de robuustheid, de onafhankelijke positie en de financiering van de Omgevingsdiensten. Deze aanbevelingen zijn vertaald naar het Interbestuurlijk Programma (IBP) VTH. In het IBP trekken Rijk, IPO, VNG en Omgevingsdienst NL gezamenlijk op. Het Ministerie van I&W heeft incidentele middelen beschikbaar gesteld via een specifieke uitkering (SPUK regeling) om de aanbevelingen uit te werken. De omgevingsdiensten moeten zelf aan de slag om de voorgestelde verbeteringen in praktijk te brengen. In het programma van het IBP staat de ambitie centraal om te komen tot robuuste, deskundige en vernieuwende Omgevingsdiensten die hun taken met gezag, onafhankelijkheid en professionaliteit kunnen uitvoeren en waarbij de informatiehuishouding tussen alle partijen in de keten op orde is. Het programma bestaat uit de pijlers: 1. Robuuste Omgevingsdiensten en financiering 2. Bestuursrechtelijke en stafrechtelijke handhaving en vervolging 3.
Informatie-uitwisseling en datakwaliteit 4. Kennisinfrastructuur (inclusief arbeidsmarkt voor gekwalificeerd personeel) 5. Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving 6. Monitoring kwaliteit milieutoezicht Het eerste deel van pijler 1 is als eerste verder uitgewerkt en geconcretiseerd. Er zijn criteria opgesteld, waaraan Omgevingsdiensten moeten voldoen willen zij geacht worden robuust te zijn. In eerste instantie toetsen de diensten zelf of zij daaraan voldoen. Onze dienst heeft op 1 oktober 2023 deze zelftoets ingediend en geconstateerd dat nog niet op alle punten aan de criteria wordt voldaan. Dit is met name vanwege de omvang van het werkprogramma, het nog niet beschikken over een innovatiebudget, de omvang van het opleidingsbudget en het nog gaan voldoen aan de kwaliteitscriteria.
8
Er moet voor 1 april 2024 een plan van aanpak worden gemaakt dat ertoe gaat leiden dat we op 1 april 2026 wel voldoen aan alle criteria. Er zullen incidentele kosten gemoeid zijn met het maken van dit plan. Mochten deze kosten niet in de begroting van 2024 en 2025 op te vangen zijn dan zal hier een begrotingswijziging voor worden voorgelegd. Op dit moment is de omvang van de kosten nog lastig in te schatten. Naast de incidentele kosten voor planvorming, zoals hiervoor omschreven, zal de uitwerking van het plan van aanpak ook structurele kosten met zich meebrengen. Dit komt voort uit maatregelen die (vanuit het IBP) genomen zullen moeten worden en uitgewerkt worden in het op te stellen plan van aanpak, zoals: Versterken van de innovatiekracht; Verbeteren kwaliteit van de uitvoering; Intensivering van de handhaving; Verbetering van de informatievoorziening; Sterkere sturing op outcome. Er wordt door de Omgevingsdiensten en gemeenten op ingezet dat het Rijk ook haar verantwoordelijkheid hierin neemt, maar hierover is nu nog geen duidelijkheid. Daarnaast wordt in 2024 een voorstel (vanuit pijler 1) verwacht waarin een minimum niveau van de uitvoering van VTH-taken wordt vastgelegd. Wat dit per deelnemende gemeente voor effect heeft is nog niet aan te geven. Op dit moment is de verwachting dat dit dan pas vanaf de begroting van 2026 effect zou kunnen hebben.
Hierbij wordt de kanttekening gemaakt dat het beschikken over de benodigde middelen, niet per definitie een oplossing is. De ongunstige arbeidsmarkt betekent dat middelen soms ook “op de plank blijven liggen” of dat noodgedwongen tegen hogere kosten moet worden ingehuurd. Tenslotte is het mogelijk dat er vanuit het IBP in 2024 nog meer punten voortkomen. Op dit moment is daar nog niet concreet iets over te melden. Eigen plan van aanpak doorontwikkeling ODLN Mede naar aanleiding van het rapport van de commissie van Aartsen en het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (IBP) had het Dagelijks Bestuur van de RUD Limburg Noord de opdracht gegeven om te komen tot een plan van aanpak voor het versterken van de RUD Limburg Noord, passen bij de landelijke ontwikkelingen en de ontwikkelingen in de regio. Het eigen plan is op 7 juli 2022 vastgesteld. Hiermee wilde de RUD LN vooruitlopen op de plannen die vanuit het IBP op ons af zouden komen. Inmiddels is er wel een zekere overlap ontstaan. Er zijn zes werkgroepen aan de slag gegaan met voorstellen tot versterken van onze dienst op de gebieden beleid, programmeren van de uitvoering, monitoring, sturing, kwaliteit en juridische zaken. Het volledige proces loopt door tot in 2024. Een uitgewerkt onderdeel is het veranderde proces van het Regionaal Uitvoeringsprogramma.
Vanaf 2024 gaat er volgens een aangepast proces gewerkt worden. Dit betekent dat na de vaststelling van het RUP in ons Algemeen Bestuur, de uitvoering centraal aangestuurd wordt. Op deze manier kan er beter gebruik gemaakt worden van de inzet van beschikbare menskracht en (specialistische) kennis. Tevens krijgt hierdoor het werken volgens de vastgestelde kwaliteitscriteria een boost. Deze andere werkwijze vergt ook een omschakeling in denken bij de lijnmanagers en medewerkers. Voor managers betekent het dat men opdrachtnemer wordt voor een bepaald werkpakket, terwijl voor medewerkers de veranderingen kunnen zijn dat aanpassingen in hun takenpakket plaatsvinden.
9
Er zal een team aangesteld moeten worden die verantwoordelijk is voor de werkverdeling op kwaliteitscriteria en die monitort, rapporteert en bijstelt. Dit ligt ook in het verlengde van de voorstellen van de werkgroep sturing die deze omslag ondersteunen. Sturing is bezig met het uitwerken van een voorstel om te gaan werken met regiocoördinatoren en een beleidsadviseur. De genoemde voorstellen/wijzigingen hebben ook financiële gevolgen. Omdat deze nog niet zijn uitgewerkt kunnen de specifieke consequenties nog niet in deze kadernota opgenomen kunnen worden.
Omgevingsdienst NL (ODNL) De RUD Limburg Noord is lid van deze vereniging van directeuren van de 29 Omgevingsdiensten. De ODNL heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot een platform dat ondersteuning biedt aan de aangesloten diensten, landelijke projecten coördineert, subsidie voor bepaalde projecten verdeeld, kennis ontwikkelt (kennisnet) en gesprekspartner voor ministerie (I&W) en VNG is. Ook bij de verbeteringen in het VTH-stelsel, het IBP, heeft ODNL een prominente regisserende rol. Het programmabureau van ODNL is de spil in de kennisdeling en bij coördinatie van landelijke projecten en subsidiestromen. De verwachting is dat in 2025 de RUD Limburg Noord nog meer zal samenwerken met ODNL in zowel uitwisseling van gegevens als kennisdeling. Ook krijgt ODNL een centrale rol in het verdelen van incidentele of projectmatige subsidies.
3.2 Landelijke ontwikkelingen Omgevingswet Met het in werking treden van de Omgevingswet (OW) per 1 januari 2024, verdwijnt het begrip 'inrichting' uit de Wet milieubeheer. Hiervoor in de plaats komt het begrip milieubelastende activiteit (verder: MBA genoemd). Om VTH-werkzaamheden uit te kunnen voeren na inwerkingtreding van de Omgevingswet is het noodzakelijk om het inrichtingenbestand “om te zetten” naar MBA’s. De omzetting is cruciaal voor de bedrijfsvoering binnen de RUD Limburg Noord en zijn partners. De gemeenten zijn weliswaar de brongegevenshouders, maar de ombouw naar MBA’s is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de RUD Limburg Noord en zijn partners. Het omzetten naar MBA’s, met name bij de huidige vergunningsplichtige locaties, is arbeidsintensief en complex.
10
De initiële omzetting wordt in 2023 en 2024 uitgevoerd. Vervolgens zullen specifieke beoordelingen van MBA’s uitgevoerd worden, zodra een zogenaamd ‘natuurlijke moment’ zich voordoet. Zo’n moment is bijvoorbeeld een periodieke controle, een ‘nieuwe’ vergunningaanvraag of een melding. De Omgevingswet voorziet in meer lokale afwegingsruimte, passend bij lokaal beleid, in bijvoorbeeld Omgevingsplannen. Gemeenten hebben tot en met 2029 de tijd om beleidskeuzes te maken. Welke keuzes gemeenten maken en wanneer, heeft effect op de uitvoering van taken door de RUD Limburg Noord. De RUD Limburg Noord adviseert de gemeenten (op verzoek) daarbij. In 2021 is door Seinstra & partners bij verschillende Omgevingsdiensten uitgebreid onderzoek verricht naar de (financiële) impact van de Omgevingswet. Daaruit is gebleken dat de uitvoering structureel meer zal gaan kosten. Wat dit precies aan kosten voor de RUD Limburg Noord betekent is nog niet in beeld en zal pas gaande de uitvoering inzichtelijker worden. Doorontwikkeling informatievoorzieningen en datakwaliteit De komst van de Omgevingswet (OW), de ontwikkelingen in digitale dienstverlening en het werken in Omgevingsdiensten, vereist een andere manier van bijhouden van de informatie. Van lokale, stand-alone systemen naar systemen die “in de cloud” zitten en aangesloten zijn op landelijke voorzieningen.
De focus voor 2025 ligt dan ook op het verder door ontwikkelen van de organisatie op het gebied van informatievoorziening. Doordat alle deelnemers van de RUD Limburg Noord, als ook de veiligheidsregio, de RUD Zuid Limburg als de RUD Limburg Noord zelf werken in het zelfde VTH-systeem Rx.Mission, zal er beter op uniforme wijze gewerkt kunnen worden. In 2024 en 2025 zal verder worden gebouwd aan verbetering van BI tooling, zoals bijvoorbeeld voortgangsbewaking en monitoring op kwaliteitsborging. Ook in het kader van het IBP zal hier aandacht naar uit moeten gaan. De Omgevingsdienst dient e beschikken over een Business-intellegence (BI) strategie en dient hier ook voldoende capaciteit voor beschikbaar te hebben. Ook is de RUD Limburg Noord aangesloten op Inspectieview Milieu. In dit systeem stellen alle Omgevingsdiensten en een groot aantal andere instanties informatie beschikbaar over toezicht. De Omgevingsdiensten zijn geautoriseerd deze informatie te raadplegen en kunnen daardoor een beter inzicht krijgen in de situatie bij bedrijven. Dit maakt effectiever toezicht en betere afstemming tussen instanties mogelijk. In 2025 zal de nadruk liggen op het verbeteren van de datakwaliteit.
Tenslotte zal in 2025 ook gefocust worden op het verder ontwikkelen op het beter kunnen voldoen aan de informatiebehoefte, daarbij te denken aan de Wet Open Overheid (Woo) en zaaksystemen ook voor interne controles.
11
3.3 Vakinhoudelijke ontwikkelingen Bodemtaken Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen taken en bevoegdheden vanuit de huidige Wet bodembescherming (wbb) van provincies naar gemeenten verschuiven. De gemeenten worden daarmee verantwoordelijk voor de bodemkwaliteit en de sanering van bodemverontreiniging. Ook kent de Omgevingswet nieuwe bodemtaken. De gemeenten krijgen zodoende meer taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken). Daarnaast zullen de gemeenten potentieel extra risico lopen door de verschuiving van verantwoordelijkheden als verantwoordelijke saneerders niet aan hun financiële verplichtingen (kunnen) voldoen. De (financiële) consequenties voor de individuele gemeenten en de RUD Limburg Noord worden door de werkgroep Bodem in beeld gebracht. De voorlopige conclusies zijn dat er: • 2 fte aan vergunningverlening bodem en 2 fte toezicht bodem zal moeten worden aangetrokken binnen de RUD Limburg Noord om de uitbreiding van de werkzaamheden vanuit het RUP ingebracht door de deelnemers te kunnen uitvoeren. • Het beleid decentraal bij de gemeenten zal blijven, wel in afstemming met de werkgroep Bodem. • De informatievoorziening (BIS) voorgesteld wordt gezamenlijk te organiseren.
De uiteindelijke conclusies en de daarmee samenhangende uitwerkingen worden in gezamenlijkheid meegenomen in de uitwerking van het plan van aanpak doorontwikkeling RUD Limburg Noord, om zo tot een uniform geheel te komen. Wet kwaliteitsborging Bouwen (Wkb) Door de toenemende complexiteit in de bouw vindt men dat een herziening van het huidig stelsel van kwaliteitsborging noodzakelijk is. De Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen treedt tegelijk met de nieuwe Omgevingswet in fases in werking. De wet moet enerzijds de bouwkwaliteit een impuls geven, maar anderzijds geen verdere juridisering of kostenverhoging in de hand werken. Met de wet wordt de positie van de particuliere en zakelijke bouwconsument versterkt. Het nieuwe stelsel geldt eerst alleen voor bouwwerken in de laagste risicoklasse. De invoering van deze wet betekent dat de technisch-inhoudelijke toetsing aan en toezicht op het Bouwbesluit 2012 voor de gemeenten grotendeels vervalt en er een aantal voornamelijk administratieve taken bijkomen. De bevoegde gezagen zijn verantwoordelijk voor deze taken. Bij de RUD Limburg Noord hebben 5 gemeenten bouwtaken ingebracht. Doordat de bouwtechnische toetsing bij de complexere bouwwerken (waaronder monumenten) blijft bestaan én meer marktwerking aan de voorkant waarschijnlijk gaat leiden tot een intensievere handhaving, blijft capaciteit op bouwtechnisch gebied noodzakelijk.
In nauwe samenwerking met de gemeenten die deze taken hebben ingebracht bereiden wij ons voor op de komende veranderingen. De impact op de begroting van de RUD Limburg Noord is, mede gezien ons netwerkconstruct vooralsnog beperkt. De feitelijke kosten voor de uitvoering worden immers bij de aangesloten gemeenten zelf gemaakt, zij hebben het personeel in dienst van de organisatie. De gevolgen voor leges zullen de partners vanaf het in werking treden van de Wkb ervaren en zichtbaar moeten maken in hun begrotingen. Energie Intensivering van energiebesparing en het vergroten van het aandeel duurzaam opgewekte energie zijn belangrijke speerpunten van het Klimaatakkoord en vanuit de Regionale Energie Strategie (RES).
12
Energie en duurzaamheid zijn beleidsmatig met elkaar verbonden. In de uitvoeringspraktijk ligt de focus tot op heden bij het aspect energie. Bedrijven en instellingen zijn verplicht om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van minder dan 5 jaar uit te voeren. De Omgevingsdiensten en de gemeenten zien toe op naleving daarvan. Naast deze energiebesparingsplicht is er ook een informatieplicht waarbij de bedrijven en instellingen aan de overheid rapporteren welke maatregelen getroffen zijn. Het kabinet heeft als extra impuls geld beschikbaar gesteld aan Omgevingsdiensten. Deze zogenaamde SPUK THE (Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht) gelden zijn bedoeld als aanvulling op het bestaand toezicht. Voor de RUD Limburg Noord is onder gestelde voorwaarden uit het SPUK THE in totaal maximaal € 2.089.929 beschikbaar gesteld voor de periode 2022-2026. Eén van de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de SPUK THE is dat de vakspecialist(en) energie in dienst zijn bij de RUD Limburg Noord. Verder dient aangetoond te worden dat de uitgevoerde taken aanvullend zijn geweest op het bestaande toezicht en dient minimaal 70% van de gelden besteed te worden aan daadwerkelijke bedrijfsbezoeken en/of het verzamelen van informatie met administratieve controles of door het aanschrijven van bedrijven.
Het aantrekken van medewerkers is, met uitzondering van een parttime coördinator, tot op heden nog niet succesvol geweest. Hierdoor zal waarschijnlijk voor de periode 2022-2023 niet kunnen worden voldaan aan alle gestelde voorwaarden, Op dit moment zijn we hierover in gesprek met de subsidieverstrekker, welke mogelijkheden hier nog in zijn. Daarnaast zal het in diensttreden van energiemedewerkers tot een aanpassing van de risicoparagraaf 2025 leiden. Geluid Bij het in werking treden van de Omgevingswet wordt de wet- en regelgeving over geluid ingrijpend gewijzigd. Het voorkomen van onbeheerste groei en cumulatie van geluid staat daarbij voorop. Hierdoor zal meer inzet m.b.t. het monitoren van meerdere geluidsrelevante activiteiten en indien nodig het aanpassen hiervan, nodig zijn. De gemeenten krijgen er hierdoor een aantal geluidtaken bij wat betekent dat gemeenten lokaal meer moeten doen. Er zal meer informatie-uitwisseling moeten gaan plaatsvinden voor o.a. de (landelijke) Centrale Voorziening van Geluid Gegevens (CVGG). Bij het nemen van besluiten geldt een motiveringsplicht. Hiervoor zullen continu gegevens voor het bepalen van geluid gerelateerde activiteiten, zoals bijvoorbeeld verkeersgegevens, moeten worden verzameld en aangeleverd. Er dient een meer digitale werkwijze voor dataverzameling te komen.
Verwacht mag worden dat dit een significante toename van de werkzaamheden voor de geluidspecialisten zal betekenen.
3.4 Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering Algemeen De hierboven beschreven ontwikkelingen hebben invloed op het takenpakket dat binnen RUDverband wordt georganiseerd maar zeker ook op de totale inrichting van de RUD Limburg Noord. Over de wijze waarop de taken als ook de totale organisatie het best kan worden georganiseerd blijft de RUD in dialoog met haar deelnemers.
13
Personeel Zowel bij het coördinatiecentrum als bij de deelnemers bestaat een hoge werkdruk. Het blijft lastig om vacatures te vervullen en naar verwachting blijft dit de komende jaren zo. De arbeidsmarktsituatie leidt ertoe dat vacatures niet altijd ingevuld kunnen worden en dit kan een toename van (duurdere) inhuur tot gevolg hebben. Deze krapte geldt niet alleen in onze regio, maar landelijk binnen het gehele VTH-domein. Intensivering van de samenwerking, b.v. op het gebied van inhuur en begeleiding stagiaires/trainees kan een hulpmiddel zijn in deze problematiek. Ook in 2025 zal onderzocht worden welke middelen ingezet kunnen worden. Vanuit het interbestuurlijk programma (IBP) wordt de aankomende tijd vanuit de pijlers 1 en 4 arbeidsmarkt en kwaliteitscriteria ook verder gewerkt aan dit thema. De RUD Limburg Noord volgt deze informatie en levert zelf ook een bijdrage in het project. Zo wordt er in 2024 een landelijke arbeidsmarktcampagne vanuit ODLN gelanceerd. Ook vanuit ons eigen plan van aanpak doorontwikkeling ODLN wordt aandacht besteed aan kwaliteit, de uniforme werkwijze voor de uitvoering van taken als ook de sturing en programmering. Al deze elementen hebben effect op het personeel. Welke (financiële) effecten dit precies voor 2025 heeft voor de RUD Limburg Noord is op dit moment nog niet in te schatten.
Vanaf het boekjaar 2023 heeft er een verandering plaatsgevonden in de verantwoordelijkheden met betrekking tot de rechtmatigheid van de jaarrekening. Niet langer is het de accountant die vaststelt dat in lijn met wet- en regelgeving is gehandeld, maar is het aan het Dagelijks Bestuur. Daarbij dient het Dagelijks Bestuur te kunnen steunen op een adequaat functionerend systeem van interne beheersing en controle. Het intern controleplan ligt hieraan ten grondslag. Dit plan zal in 2024 en 2025 verder vormgegeven moeten worden, waarbij ook capaciteit voor de uitvoering van de interne controles nog nader zal moeten worden ingericht. Of hier, en zo ja welke, kosten hiermee gemoeid zijn kan nu niet worden aangegeven. Hierover zal ook nog overleg gevoerd worden met de gastorganisatie. Ditzelfde geldt voor de invoering van de Woo en de daarbij horende contactfunctionaris.
14
15
4. Financiële uitgangspunten
In dit hoofdstuk worden de financiële uitgangspunten voor de begroting 2025 benoemd.
4.1 Algemeen •
•
•
Het belangrijkste uitgangspunt voor de meerjarenbegroting 2025-2028 is dat de baten en lasten in evenwicht zijn, zodat er meerjarig een sluitende begroting ligt. Dit is tevens een voorwaarde voor repressief toezicht. De financiële consequenties van de in het voorgaande hoofdstuk beschreven ontwikkelingen zijn op dit moment nog niet duidelijk. Zo is de invloed van wetswijzigingen voor een groot deel nog onbekend. De eventuele financiële effecten van de uitwerkingen van zowel het eigen plan van aanpak doorontwikkeling ODLN als het op te stellen plan van aanpak in het kader van het IBP zijn nog niet bekend. Zodra deze uitwerkingen concreet zijn, worden deze ofwel opgenomen in de ontwerpbegroting 2025 dan wel apart voorgelegd, afhankelijk van het tijdstip van oplevering. Het moge echter duidelijk zijn dat de uitwerkingen grote financiële impact zullen hebben. Een indicatie is hieronder opgenomen in paragraaf 4.4.
4.2 Exploitatie (lasten en baten) •
•
•
•
Voor de indexering van loon-en prijsstijgingen wordt uitgegaan van de meest actuele raming van het CPB (MEV, loonvoet sector overheid en overheidsconsumptie netto materieel imoc) en voor de provincie het CBS (DPI). Vanuit de MEV 2024, gerapporteerd in september 2023 zijn geen ramingen over het jaar 2025 opgenomen. In augustus 2023 is ten aanzien van de MEV 2024 wel een lage termijn reeds gerapporteerd. Daar wordt voor het jaar 2025 voor de loonvoer sector overheid uitgegaan van 5,3% en voor de imoc van 2,0%. Vanuit de begroting 2024 waren de index cijfers 5,2% respectievelijk 3,9%. De indexaanpassingen zijn daarmee klein, waardoor het effect op de begroting minimaal zal zijn. Wat betreft de cijfers van het CBS worden met het dan laatst bekende cijfer, zijnde 3 e kwartaal 2023 gewerkt. Op dit moment is alleen het cijfer van het 2e kwartaal bekend. Dit is 6,3%. Het construct van de uitvoeringseenheid Roermond is in de begroting 2024 aangepast. Gezien de parttime medewerker in 2024 de dienst gaat verlaten, zullen de kosten en opbrengsten van de uitvoeringseenheid Roermond vanaf het jaar 2025 niet meer worden opgenomen in de begroting. Op basis van de nieuwe manier van werken van het Regionaal UitvoeringsProgramma en het programma over 2024, kan het zijn dat de uitwisseling van werkzaamheden beter ingeschat kunnen worden en daarmee bijgesteld moeten worden.
Dit heeft echter geen financieel effect op de begroting van de RUD Limburg Noord, aangezien dit dan zowel op de baten als lastenkant effect heeft. Uiteraard kan dit wel effect hebben op de begrotingen van de individuele gemeenten. Het SPUK THE, betreffende energie wordt in de meerjarenbegroting 2025 opgenomen. Op dit moment is het plan nog niet bijgesteld, waardoor de uitgaven voor de jaren 2025 tot en met 2026 nog als volgt zijn:
16
Begroting SpUK THE Omschrijving
omschrijving
2025
Uitgaven reguliere en uitgebreide doelgroep energiebesparingsplicht (niet-EU ETS bedrijven) Uitgaven regulie en uitgebeide doelgroep energiebesparingsplicht (niet-EU ETS bedrijven)
Activiteiten toezicht en handhaving
€
493.697 €
501.746
Overige activiteiten
€
30.600 €
29.412
€
524.297 €
531.158
Totaal project
2026
Deze bestedingen komen in aanmerking voor subsidie. Voor de RUD Limburg Noord zal dit naar verwachting dan ook niet kostenverhogend zijn. Wel zal de risico-inventarisatie aangevuld worden in verband met het in dienst nemen van personeel. Verder kan het ook zijn dat er een bijstelling van het plan volgt, waardoor de bedragen zullen worden aangepast.