Besluit 19 Zienswijze Ontwerpbegroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028 van de RUD LN
Tekst van het document
B&W Adviesnota Onderwerp
Zienswijze Ontwerpbegroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 20262028 van de RUD LN
Zaaknummer B&W datum
14 mei 2024
Naam steller
Medewerker team Vergunningverlening Toezicht Handhaving
Teammanager
Teammanager team Vergunningverlening Toezicht Handhaving
Portefeuillehouder
Erik van Daal
Besproken met portefeuillehouder? Ja, met Erik van Daal op 6 mei 2024 Openbaarheid Ja, per direct. Bevoegd orgaan Raad Ter kennisname aanbieden aan Commissie Werken en Besturen en Raad
Advies 1. De raad voorstellen geen zienswijze in te dienen tegen de ontwerpbegroting 2025 van de RUD LN. 2. De kadernota 2025 en concept jaarverslag en jaarrekening 2023 van de RUD LN aan de raad kenbaar te maken.
Inleiding Op grond van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (GR RUD LN) kunnen de deelnemers bij het Dagelijks Bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Er is gekozen om een beleidsarme begroting op te stellen, gebaseerd op de begroting 2024 en de conceptjaarrekening 2023. Reden hiervoor is dat de RUD LN op 28 maart 2024 het plan van aanpak om te komen tot een robuuste omgevingsdienst heeft vastgesteld. De uitvoering van het plan zal in de jaren 2024, 2025 en 2026 plaatsvinden. Het plan van aanpak voorziet in een complete herziening van de begroting. Er zullen verschuivingen van mensen en middelen van de deelnemers naar de omgevingsdienst plaatsvinden. De gevolgen hiervan zijn, op het moment van opstellen van deze begroting, onvoldoende duidelijk. Er wordt eerst een projectorganisatie opgezet en een bedrijfsplan voor de nieuwe organisatie ontwikkeld. Over verschillende onderwerpen van dit bedrijfsplan zullen DB, AB, colleges en gemeenteraden nog besluiten moeten nemen. Dat betekent dat er een begrotingswijziging wordt voorbereid voor de incidentele kosten in 2024 tot en met 2026. De structurele kosten vloeien voort uit het nog op te stellen bedrijfsplan dit wordt in verschillende sporen uitgewerkt en zal te zijner tijd in de diverse gremia worden voorgelegd.
Daarnaast worden de kadernota 2025, jaarrekening 2023 en jaarverslag 2023 van de RUD LN gelijktijdig met de ontwerpbegroting ter kennisname aan de raad gezonden.
Beoogd resultaat
1 van 3
Door het niet indienen van een zienswijze maakt de gemeenteraad aan het AB kenbaar dat er ingestemd wordt met de begroting van de RUD LN.
Argumenten 1.1 De ontwerpbegroting wordt voorgelegd aan de gemeenteraad Op grond van de GR RUD LN zendt het Dagelijks Bestuur de ontwerpbegroting aan de deelnemende raden en provinciale staten. De raden en provinciale staten kunnen hun zienswijze op de begroting geven. Op deze wijze is geborgd dat de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling inbreng in de begroting van de RUD hebben. De begroting is beleidsarm. Er zitten geen grote wijzigingen in de begroting ten opzichte van de begroting 2024. 2.1 De Kadernota wordt ter kennis gebracht van de gemeenteraad De Kadernota RUD Limburg Noord 2025, jaarverslag 2023 en jaarrekening 2023 van de RUD LN maken onderdeel uit van de begrotingscyclus van de RUD. Deze stukken worden ter kennisname toegezonden aan de gemeenteraden en provinciale staten.
Kanttekeningen of risico’s
1.1 Er komt nog een begrotingswijziging
Er is door het AB van de RUD LN op 28 maart 2024 een plan van aanpak vastgesteld om te komen tot een robuuste omgevingsdienst. De uitvoering van het plan zal in de jaren 2024, 2025 en 2026 plaatsvinden. Het plan van aanpak voorziet in een complete herziening van de begroting. Er zullen verschuivingen van mensen en middelen van de deelnemers naar de omgevingsdienst plaatsvinden. De gevolgen hiervan zijn, op het moment van opstellen van deze begroting, onvoldoende duidelijk. Er wordt eerst een projectorganisatie opgezet en een bedrijfsplan voor de nieuwe organisatie ontwikkeld. Over verschillende onderwerpen van dit bedrijfsplan zullen DB, AB, colleges en gemeenteraden nog besluiten moeten nemen. Dat betekent dat er een begrotingswijziging wordt voorbereid voor de incidentele kosten in 2024 tot en met 2026. De structurele kosten vloeien voort uit het nog op te stellen bedrijfsplan dit wordt in verschillende sporen uitgewerkt en zal te zijner tijd in de diverse gremia worden voorgelegd.
Communicatie Het besluit van de gemeenteraad wordt bekendgemaakt aan de RUD LN.
Financiële gevolgen De bijdrage voor 2025 bedraagt € 123.976,-. Dit past binnen het bestaande budget.
Vervolgtraject besluitvorming Het besluit van de raad zal worden verzonden aan het AB van de RUD LN.
Evaluatie Evaluatie is ingebed in de begrotingscyclus.
2 van 3
Bijlagen Ontwerpbegroting 2025 inclusief meerjarenbegroting 2026-2028 RUD LN Kadernota 2025 RUD LN Concept jaarverslag en jaarrekening 2023 RUD LN Concept raadsvoorstel Concept raadsbesluit
Naslagwerk
3 van 3
Begroting 2025 Inclusief meerjarenraming 2026-2028 GR RUD Limburg Noord
Datum: 04 april 2024 Versie: 1.0
Inhoudsopgave Inhoudsopgave
1
Voorwoord
2
1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Bestuurlijke organisatie 1.3 Leeswijzer
4 4 4 4
2 Programmabegroting 2.1 Programmabegroting 2.2 Wat willen we bereiken? 2.3 Wat gaan we doen?
5 5 5 6
2.3.1 Prestatie-indicatoren 2.3.2 Opdracht en werkwijze 2.3.3 Organisatorische ontwikkelingen en opgaven 2.3.4 Landelijke ontwikkelingen en opgaven 2.3.5 Vakinhoudelijke ontwikkelingen en opgaven 2.3.6 Ontwikkelingen en opgaven in de bedrijfsvoering
2.4 Wat mag het kosten?
6 6 8 11 12 13
14
3 Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2 Financiering 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.4 Bedrijfsvoering
15 15 17 19 19
4 Financiële begroting 2025 4.1 Balans inclusief toelichting 4.2 Overzicht van baten en lasten 4.3 Overzicht van incidentele baten en lasten 4.4 Overzicht van reserves en voorzieningen
22 22 24 29 30
Bijlage 1 Bijdrage per deelnemer
33
Bijlage 2 geactualiseerde risico-inventarisatie
37
Bijlage 3 Berekening kengetallen
39
1
Voorwoord Algemeen De Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (GR RUD LN) is één van de inmiddels 28 Omgevingsdiensten die Nederland heeft. Namens haar 16 deelnemers is de GR RUD LN belast met de uitvoering van taken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, gericht op een schone, veilige en gezonde leefomgeving. Activiteiten die het leefmilieu belasten kunnen langdurige effecten op onze gezondheid hebben en zijn daarom aan regels gebonden. Er wordt gecontroleerd of deze regels in de praktijk worden nagekomen en desnoods wordt er corrigerend opgetreden (handhaving). Daarnaast zijn het vooral grote maatschappelijke (milieu)vraagstukken die extra aandacht vragen: energiebesparing/duurzaamheid, stikstofproblematiek, ZZS (zeer zorgwekkende stoffen), waterkwaliteit e.d. Omgevingsdiensten krijgen steeds meer met deze overkoepelende en complexe vraagstukken te maken en moeten hierin ook als adviseur (welke aanpak is effectief?) optreden. Ontwikkelingen Het rapport van de commissie van Aartsen (maart 2021) concludeerde dat het stelsel van Omgevingsdiensten beter moet functioneren om ongewenste gevolgen (schade) voor het leefmilieu te voorkomen. Het stelsel van Omgevingsdiensten is hierdoor in beweging gekomen.
Alle betrokken partijen, VNG, IPO, de Omgevingsdiensten en 3 ministeries (EZK, I&W, V&J) ontwikkelen samen plannen voor een versterking van het stelsel in de vorm van het Interbestuurlijk Programma VTH (IBP). In plaats van de door van Aartsen voorgestelde wijzigingen in bevoegdheden, hebben de partners afgesproken de versterking te bereiken door verbeteringen in de manier van werken, echter zonder de positie van de bevoegde gezagen aan te tasten. Zo blijft het huis van Thorbecke in stand en kan het stelsel toch worden versterkt. Dat dit nodig is, daar is iedereen het over eens. Er zijn 6 “pijlers” waarop het IBP zich richt. Voor de Omgevingsdiensten is nu pijler 1 het meest spannend, hoewel natuurlijk alle andere pijlers ook consequenties kunnen hebben. Pijler 1 gaat over de criteria waaraan Omgevingsdiensten moeten voldoen: de zogenaamde robuustheidscriteria. Deze criteria zijn medio 2023 vastgesteld en alle diensten hebben getoetst of men hieraan voldoet. Deze criteria zijn dus het resultaat van landelijke afspraken tussen de betrokken partners. In principe is daarom geen wetgeving noodzakelijk. De staatssecretaris houdt echter toch een AMvB achter de hand, mocht er onverhoopt discussie ontstaan, of indien individuele diensten zich niet aan de gemaakte afspraken zouden houden.
De RUD Limburg Noord voldoet nog niet aan die criteria en heeft daarom een plan van aanpak laten opstellen door adviesbureau Berenschot. Met de uitvoering van dit plan kan de RUD Limburg Noord naar verwachting in 2026 wel voldoen en dus een robuuste dienst worden. Het plan voorziet in de transformatie naar een omgevingsdienst met eigen medewerkers in dienst, ondersteunende diensten, mandaat voor de taken die worden uitgevoerd en een centrale aansturing. Bij deze nieuwe opzet willen we zoveel mogelijk
2
(binnen de beperkingen van de criteria) de verworvenheden van de afgelopen 10 jaar als netwerk, behouden en inpassen. Op 28 maart 2024 heeft het Algemeen Bestuur het plan vastgesteld. Besluitvorming over de toekomst en begroting 2025 e.v. De RUD LN heeft met het vaststellen van het plan van aanpak een keuze gemaakt over de toekomst als robuuste omgevingsdienst. De uitvoering van het plan zal in de jaren 2024, 2025 en 2026 plaatsvinden. Deze transformatie naar een reguliere (fysieke) omgevingsdienst betekent ook een complete herziening van de begroting. Er zullen verschuivingen plaatsvinden van mensen en middelen van de deelnemers naar de omgevingsdienst. De gevolgen van de gemaakte keuze laten zich, op het moment dat de begroting 2025 wordt aangeboden, nog niet bepalen. In 2024 wordt eerst een projectorganisatie opgezet en een bedrijfsplan voor de nieuwe organisatie ontwikkeld. Binnen dit bedrijfsplan zullen nog keuzes worden gemaakt over: takenpakket, formatie, organisatieopzet, werklocaties, personele gevolgen, arbeidsvoorwaarden e.d. Het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur, de colleges en gemeenteraden zullen over verschillende onderdelen besluiten moeten nemen. De structurele gevolgen zullen dan ook in het spoor financiën worden uitgewerkt en aan de betreffende gremia ter besluitvorming worden voorgelegd, in de vorm van een meerjarenbegroting.
Daarom is deze begroting 2025 als (nagenoeg) beleidsarme begroting opgezet. Indexering dus en aanpassingen van verschillende posten waarover wel al meer bekend is, zoals bijvoorbeeld contributies. Indien tussentijds aanpassingen nodig zijn, zal een begrotingswijziging worden aangeboden. In ieder geval zal in 2024 een begrotingswijziging worden aangeboden over de incidentele kosten voor de transitie (met name de kosten van de projectorganisatie). Daarnaast zal de transitie impact hebben op de reguliere werkzaamheden. Het is daarom zaak de ontwikkeling vlot te laten verlopen, waarbij zorgvuldigheid niet uit het oog wordt verloren. Review IBP Op 15 maart 2024 hebben Sorgdrager en Van Aartsen onderzocht of de doelen van het IBP volgens planning worden gehaald. Ze concluderen dat er meer tijd nodig is om de doelen te halen, de positie van omgevingsdiensten nog niet sterk genoeg is, formalisering van de Strategische Milieukamer nodig is, binnen het stelsel nog te versnipperd wordt gewerkt en veel afspraken te vrijblijvend zijn. Omgevingsdiensten zijn te afhankelijk van de bevoegde gezagen. Ze vinden dat het tijd is voor een stelseldiscussie en wetgeving. De staatssecretaris heeft de bevindingen aan de Tweede Kamer gestuurd en aangegeven dat zij met wetgeving komt, zodat de staatssecretaris haar verantwoordelijkheid voor het VTH-stelsel beter kan nemen.
De verwachting is dat de komende jaren verder gebouwd wort aan de versterking van het stelsel van omgevingsdiensten zodat deze sterk genoeg worden om de groeiende bedreigingen van de leefomgeving aan te kunnen. Namens het Dagelijks Bestuur, K.G.M.C. (Karel) Joosten Directeur RUD Limburg Noord
3
1 Inleiding 1.1 Algemeen De 15 gemeenten in Limburg Noord en de provincie Limburg zijn deelnemers van de GR RUD LN. Er zijn circa 147 fte (conform het tweejaarlijks onderzoek medio 2023) die taken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving verrichten en ondersteunende diensten verrichten. Vanwege de netwerkopzet van de RUD LN werken zij bij de aangesloten partners aan de taken die in het jaarlijks uitvoeringsprogramma zijn opgenomen.
1.2 Bestuurlijke organisatie Het bestuur van de RUD Limburg Noord bestaat uit een Algemeen en een Dagelijks Bestuur. Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur bestaat uit 16 leden, waaronder de voorzitter. De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincie hebben uit hun midden elk één lid en één plaatsvervangend lid aangewezen. Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur is door en uit het Algemeen Bestuur gekozen. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit vijf leden. De voorzitter De voorzitter van de RUD Limburg Noord is de heer Tim Snijckers, wethouder van de gemeente Maasgouw. Hij is lid en voorzitter van het AB én van het DB.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de programmabegroting opgenomen. Hierin staat op hoofdlijnen wat de RUD Limburg Noord wil bereiken, wat ze daarvoor gaat doen en wat dat mag kosten. In hoofdstuk 3 wordt inzicht gegeven in de verplichte paragrafen: weerstandsvermogen en risicobeheersing, financiering, onderhoud kapitaalgoederen en bedrijfsvoering. In hoofdstuk 4 is de financiële begroting uiteengezet. In de bijlagen vindt u: 1. de bijdrage per deelnemer; 2. de risico-inventarisatie; 3. de berekening kengetallen.
4
2 Programmabegroting 2.1 Programmabegroting De begroting 2025 van de RUD Limburg Noord is opgezet conform de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In het BBV is geregeld hoe decentrale overheden hun financiële administratie inrichten en verantwoorden. In de programmabegroting en de paragrafen wordt de voorgenomen uitvoering in het jaar 2025 toegelicht.
2.2 Wat willen we bereiken? De doelstelling van het programma is om in een gezamenlijke verantwoordelijkheid met de deelnemers de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden te verbeteren bij de uitvoering van VTH-taken en de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren. De GR RUD LN wil daarbij een innovatieve, slagvaardige en efficiënte organisatie zijn, die bijdraagt aan een duurzame, gezonde en veilige leefomgeving en aan de verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De RUD wil een deskundige partner in de regio zijn voor het bereiken van de (kern)doelen van de Omgevingswet; zit bij de partners aan tafel en werkzaamheden worden in goede afstemming uitgevoerd. De RUD kan daarbij flexibel inspringen op veranderende behoeften vanuit haar deelnemers en de maatschappij; groeit van de uitvoeringsdienst zoals we nu zijn naar een robuuste Omgevingsdienst die input levert aan (milieu)beleid en adviseert bij de aanpak van maatschappelijke vraagstukken over de leefomgeving; Werkt volgens de wettelijk kwaliteitscriteria (momenteel 2.3) en voldoet aan de landelijk overeengekomen criteria voor robuuste omgevingsdiensten. Opereert regionaal, maar als onderdeel van het landelijk VTH-stelsel en levert hieraan ook een bijdrage.
5
2.3 Wat gaan we doen? 2.3.1 Prestatie-indicatoren De RUD monitort de prestaties van de uitvoering. In het bijzonder gebeurt dit op basis van de prestatie-indicatoren en hun normstelling in tabel 1. Daarnaast wordt gekeken naar de kwaliteitscriteria en of medewerkers en de werkwijze hieraan voldoen. Tabel 1
Prestatie-indicator % uitgevoerde milieucontroles (excl. hercontroles) % volledige controles % deelcontroles
Norm 90% 90% 90%
% uren vanuit het RUP gerealiseerd
95%
% adviezen binnen de termijn opgeleverd % adviezen overgenomen door de colleges
90% 100%
2.3.2 Opdracht en werkwijze Uitvoeringsbeleid De deelnemers hebben op basis van een probleem- en risicoanalyse en van wettelijke eisen een VTH-uitvoeringsbeleid vastgesteld. Dit vormt het kader voor de manier waarop wordt gewerkt en geprioriteerd. Zowel de probleem- en risicoanalyse als het beleid dient nog geactualiseerd te worden. Hier zal aangesloten worden bij de formats die beschikbaar zullen komen vanuit het IBP. De uitwerking zal opgenomen worden in de sporen vanuit het op te stellen bedrijfsplan naar een robuuste Omgevingsdienst. Verder wordt er gewerkt volgens regionaal afgesproken formats en procedures. Hierdoor is een level- playing field (wettelijke eis) in de regio geborgd. De gemeenteraden hebben met hun Verordening kwaliteit VTH vastgesteld dat uitvoering van de VTH-taken dient te voldoen aan de geldende kwaliteitscriteria. Dit is ook zo vastgelegd in de Gemeenschappelijke Regeling van de RUD Limburg Noord. De kwaliteitscriteria worden landelijk bepaald. Takenpakket De GR RUD LN draagt zorg voor de uitvoering van tenminste de taken zoals opgenomen in het wettelijk basistakenpakket als bedoeld in artikel 7.1 lid 1 van het Besluit Omgevingsrecht.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de beoordelingssystematiek gewijzigd en dient er aan de hand van de milieubelastende activiteiten (verder MBA’s) bepaald te worden of de werkzaamheden onder het basistakenpakket vallen. Met deze nieuwe beoordelingssystematiek kan er een lichte verschuiving van het bassistakenpakket plaatsvinden.
6
Naast de verplichte taken uit het basistakenpakket die alle deelnemers hebben ingebracht, kunnen de deelnemers desgewenst meer (milieu)taken bij de RUD LN beleggen. Een groot aantal deelnemers doet dit al. Een 5-tal gemeenten brengt daarnaast ook bouwtaken of APV-taken in. In het op te stellen bedrijfsplan robuuste Omgevingsdienst zal het spoor Taken en processen in samenhang met het spoor Financiën businesscases opstellen voor de inbreng van potentiële plustaken en dergelijke. De RUD is verantwoordelijk voor de uitvoering van alle ingebrachte taken en tevens verantwoordelijk dat de uitvoering ervan aan de wettelijke kwaliteitscriteria voldoet. Uitvoeringsprogramma Het Algemeen Bestuur stelt jaarlijks vast welke taken komend jaar worden uitgevoerd. Dit wordt vastgelegd in het Regionaal Uitvoeringsprogramma. Het RUP 2025 zal in principe in december 2024 ter vaststelling worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Vanwege de nieuwe werkwijze van het RUP is het de bedoeling dat dan niet alleen het programma (inhoudelijk) wordt vastgesteld, maar wordt ook wordt vastgelegd wie voor de uitvoering van welk onderdeel verantwoordelijk is. Ook zou dan inzichtelijk moeten worde op welke fronten er nog inhuur benodigd is. Met de vaststelling van het RUP dragen de deelnemers de uitvoering van de overeengekomen taken op aan de GR RUD LN.
Na de vaststelling van het jaarprogramma is de Omgevingsdienst hiervoor verantwoordelijk als functioneel opdrachtgever. Kennis Uitvoering vindt op dit moment plaats in samenwerking tussen de deelnemers door uitwisseling van specialistische kennis en capaciteit. In zogenoemde kennisgroepen wordt door medewerkers vanuit de verschillende disciplines (zoals externe veiligheid, bodem, asbest/sloop) de ontwikkelingen op dit vakgebied gevolgd en worden voorstellen gemaakt als hierdoor aanpassingen in de werkafspraken (werkverdeling) nodig zijn. Deskundige uitvoering Voor het takenpakket GR RUD LN stelt het Algemeen Bestuur kwaliteitseisen vast. Hierin zijn de geldende kwaliteitscriteria, de handhavingsarrangementen met het OM en de politie, de opdrachten van het Algemeen Bestuur en de vastgestelde landelijke prioriteiten verwerkt. Jaarlijks voert de RUD een beoordeling uit of voldaan wordt aan de kwaliteitscriteria voor de taken die in de RUD zijn belegd. Voor deze beoordeling wordt gebruik gemaakt van Ervaringsprofielen (EVP’s); iedere uitvoerend medewerker dient minimaal 1x per 5 jaar een dergelijk EVP-traject te doorlopen. Zo kan worden vastgesteld of medewerkers aan de gestelde kwaliteitseisen voldoen. Door een jaarlijks opleidingsprogramma wordt ingespeeld op situaties waar medewerkers (nog) niet voldoen.
Met deze medewerkers voldoen we aan de kwaliteitscriteria voor het grootste takenpakket: casemanagement, vergunningverlening milieu, toezicht milieu (met uitzondering van complex toezicht afval en procesindustrie), vergunningverlening en
7
toezicht bouwen en RO en bodem, evenals de juridische specialismen en technische specialismen sloop en asbest, constructieve veiligheid, bodem, geluid en energiebesparing. Voor het specialisme luchtkwaliteit beschikken we over voldoende menskracht, maar is het werkpakket van de RUD te klein. Voor het specialisme externe veiligheid beschikken we over voldoende werk, maar is de capaciteit te beperkt. Voor de specialismen ketentoezicht, afvalwater, BOA, brandveiligheid, bouwfysica, groen en ecologie, stedenbouw en inrichting openbare ruimte, kostenverhaal en planeconomie en cultuurhistorie heeft de RUD een te klein werkpakket om te kunnen voldoen. Voor deze taken moet het takenpakket van de RUD toenemen OF moet de RUD met andere overheden zoeken naar een schaal van uitvoering, zodat werkzaamheden ook conform de kwaliteitscriteria uitgevoerd kunnen worden. Dit is bijvoorbeeld mogelijk door deze specialismen te beleggen bij een andere overheid die (in totaal) wel een voldoende groot werkpakket heeft. In 2024 en 2025 wordt in het kader van het bedrijfsplan naar een robuuste Omgevingsdienst, bekeken hoe hier vorm aan gegeven kan worden, zodat werkzaamheden uiterlijk per 1 april 2026 ook conform de geldende kwaliteitscriteria uitgevoerd worden.
2.3.3 Organisatorische ontwikkelingen en opgaven Versterking robuustheid VTH-stelsel, Interbestuurlijk programma (IBP VTH) De commissie Van Aartsen heeft onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het VTH-stelsel in Nederland. De commissie geeft in haar rapport “Om de leefomgeving” (4 maart 2021) aan dat een sterker en onafhankelijker VTH-stelsel nodig is om vermijdbare schade aan het leefmilieu te voorkomen. De commissie heeft o.a. aanbevelingen gedaan over de robuustheid, de onafhankelijke positie en de financiering van de Omgevingsdiensten. Deze aanbevelingen zijn vertaald naar het Interbestuurlijk Programma (IBP) VTH. In het IBP trekken Rijk, IPO, VNG en Omgevingsdienst NL gezamenlijk op. De omgevingsdiensten moeten zelf aan de slag om de voorgestelde verbeteringen in praktijk te brengen. In het programma van het IBP staat de ambitie centraal om te komen tot robuuste, deskundige en vernieuwende Omgevingsdiensten die hun taken met gezag, onafhankelijkheid en professionaliteit kunnen uitvoeren en waarbij de informatiehuishouding tussen alle partijen in de keten op orde is.
8
Het programma bestaat uit de pijlers: 1. Robuuste Omgevingsdiensten en financiering 2. Bestuursrechtelijke en stafrechtelijke handhaving en vervolging 3. Informatie-uitwisseling en datakwaliteit 4. Kennisinfrastructuur (inclusief arbeidsmarkt voor gekwalificeerd personeel) 5. Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving 6. Monitoring kwaliteit milieutoezicht Het eerste deel van pijler 1 is uitgewerkt en geconcretiseerd. Er zijn criteria opgesteld, waaraan Omgevingsdiensten moeten voldoen, willen zij geacht worden robuust te zijn. Met behulp van de zelftoets is geconstateerd dat wij nog niet aan alle criteria voldoen. Daarop is op 28 maart 2024 een plan van aanpak vastgesteld in het Algemeen Bestuur dat ertoe gaat leiden dat we op in 2026 wel gaan voldoen aan alle criteria. Zoals eerder in deze begroting aangegeven kunnen op dit moment de financiële gevolgen hiervan nog niet worden berekend. Er zullen incidentele kosten gemoeid zijn met het maken van het bedrijfsplan voor de nieuwe organisatie. Deze kosten zullen slechts ten dele in de vigerende begroting kunnen worden opgevangen Daarnaast zal hier een begrotingswijziging voor worden voorgelegd. Naast de incidentele kosten voor planvorming, zoals hiervoor omschreven, zal de uitwerking van het plan van aanpak ook structurele kosten met zich meebrengen.
Dit komt voort uit maatregelen die (vanuit het IBP) genomen zullen moeten worden en uitgewerkt worden in het op te stellen bedrijfsplan, zoals: - Versterken van de innovatiekracht; - Verbeteren kwaliteit van de uitvoering; - Intensivering van de handhaving; - Verbetering van de informatievoorziening; - Sterkere sturing op outcome. Er wordt door de Omgevingsdiensten en gemeenten op ingezet dat het Rijk ook haar verantwoordelijkheid hierin neemt. Tenslotte is het mogelijk dat er vanuit het IBP vanuit de andere pijlers nog meer punten voortkomen. Op dit moment is daar nog niet concreet iets over te melden. Zodra hier meer helderheid over is, wordt dit in het bedrijfsplan bij de betreffende sporen bekend gemaakt en de gevolgen uitgewerkt. Eigen plan van aanpak doorontwikkeling ODLN (2022) Mede naar aanleiding van het rapport van de commissie van Aartsen en het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (IBP) had het Dagelijks Bestuur van de RUD Limburg Noord de opdracht gegeven om te komen tot een plan van aanpak voor het versterken van de RUD Limburg Noord, passen bij de landelijke ontwikkelingen en de ontwikkelingen in de regio. Het eigen plan is op 7 juli 2022 vastgesteld. Hiermee wilde de RUD LN vooruitlopen op de plannen die vanuit het IBP op ons af zouden komen. Inmiddels is er overlap ontstaan dan wel zijn zaken achterhaald.
9
Er waren zes werkgroepen aan de slag gegaan met voorstellen tot versterken van onze dienst op de gebieden beleid, programmeren van de uitvoering, monitoring, sturing, kwaliteit en juridische zaken. Een uitgewerkt onderdeel is het veranderde proces van het Regionaal Uitvoeringsprogramma (RUP). Daarbij zou het RUP centraal worden opgesteld en de werkverdeling centraal worden aangestuurd, waardoor er beter gebruik gemaakt zou kunnen worden van de inzet van beschikbare menskracht en (specialistische) kennis. Voor managers betekent het dat men opdrachtnemer wordt voor een bepaald werkpakket, terwijl voor medewerkers de veranderingen kunnen zijn dat aanpassingen in hun takenpakket plaatsvinden. De ontwikkeling tot een robuuste regionale omgevingsdienst zal echter veel veranderingen in de werkwijze tot gevolg hebben. Bij het op te stellen bedrijfsplan zullen zoveel mogelijk de verbeteringen die we inmiddels hebben bedacht en deels geïmplementeerd, worden meegenomen.
Omgevingsdienst NL (ODNL) De RUD Limburg Noord is lid van deze vereniging van directeuren van de inmiddels 28 Omgevingsdiensten. ODNL heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot een platform dat ondersteuning biedt aan de aangesloten diensten, landelijke projecten coördineert, subsidie voor bepaalde projecten verdeeld, kennis ontwikkelt (kennisnet) en gesprekspartner voor ministerie (I&W) en VNG is. Ook bij de verbeteringen in het VTH-stelsel, het IBP, heeft ODNL een prominente regisserende rol. Er is een programmabureau van ODNL opgericht die de spil is in de kennisdeling en bij coördinatie van landelijke projecten en subsidiestromen. De verwachting is dat in 2025 de RUD Limburg Noord nog meer zal samenwerken met ODNL in zowel uitwisseling van gegevens als kennisdeling. Ook krijgt ODNL een centrale rol in het verdelen van incidentele of projectmatige subsidies, bij het organiseren van opleidingen voor medewerkers van omgevingsdiensten, bij het door ontwikkelen van datagestuurd werken en bij de uitwisseling van kennis. Door de verzwaring van taken bij ODNL neemt de contributie die elke Omgevingsdienst dient te betalen wel toe.
10
2.3.4 Landelijke ontwikkelingen en opgaven Omgevingswet Met het in werking treden van de Omgevingswet (OW) per 1 januari 2024, is het begrip 'inrichting' verdwenen uit de Wet milieubeheer. Hiervoor in de plaats is het begrip milieubelastende activiteit (verder: MBA genoemd) gekomen. Om VTH-werkzaamheden uit te kunnen voeren is het noodzakelijk om het inrichtingenbestand “om te zetten” naar MBA’s. De gemeenten zijn weliswaar de brongegevenshouders, maar de ombouw naar MBA’s is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de RUD Limburg Noord en zijn partners. Het omzetten naar MBA’s, met name bij de huidige vergunningsplichtige locaties, is een arbeidsintensief en complex traject gebleken. De initiële omzetting is in 2023 en wordt verder in 2024 uitgevoerd. Vervolgens zullen specifieke beoordelingen van MBA’s uitgevoerd worden, zodra een zogenaamd ‘natuurlijke moment’ zich voordoet. Zo’n moment is bijvoorbeeld een periodieke controle, een ‘nieuwe’ vergunningaanvraag of een melding. De Omgevingswet voorziet in meer lokale afwegingsruimte, passend bij lokaal beleid, in bijvoorbeeld Omgevingsplannen. Gemeenten hebben tot en met 2029 de tijd om beleidskeuzes te maken. Welke keuzes gemeenten maken en wanneer, heeft effect op de uitvoering van taken door de RUD Limburg Noord. De RUD Limburg Noord adviseert de gemeenten (op verzoek) daarbij.
In 2021 is door Seinstra & partners bij verschillende Omgevingsdiensten uitgebreid onderzoek verricht naar de (financiële) impact van de Omgevingswet. Daaruit is gebleken dat de uitvoering structureel meer zal gaan kosten. Wat dit precies aan kosten voor de RUD Limburg Noord betekent is nog niet in beeld en zal pas gaande de uitvoering meer inzichtelijk worden. Doorontwikkeling informatievoorzieningen en datakwaliteit De komst van de Omgevingswet (OW), de ontwikkelingen in digitale dienstverlening en het werken in Omgevingsdiensten, vereist een andere manier van bijhouden van de informatie. Van lokale, stand-alone systemen naar systemen die “in de cloud” zitten en aangesloten zijn op landelijke voorzieningen. De focus voor 2025 ligt dan ook op het verder door ontwikkelen van de organisatie op het gebied van informatievoorziening. Doordat alle deelnemers van de RUD Limburg Noord, als ook de veiligheidsregio, de RUD Zuid Limburg als de RUD Limburg Noord zelf werken in het zelfde VTH-systeem Rx.Mission, zal er beter en op uniforme wijze gewerkt kunnen worden. In 2024 en 2025 zal verder worden gebouwd aan verbetering van BI tooling, zoals bijvoorbeeld voortgangsbewaking en monitoring op kwaliteitsborging.
11
Ook in het kader van het IBP zal hier aandacht naar uit moeten gaan. De Omgevingsdienst dient te beschikken over een Business-intellegence (BI) strategie en dient hier ook voldoende capaciteit voor beschikbaar te hebben. Ook is de RUD Limburg Noord aangesloten op Inspectieview Milieu. In dit systeem stellen alle Omgevingsdiensten en een groot aantal andere instanties informatie beschikbaar over toezicht. De Omgevingsdiensten zijn geautoriseerd deze informatie te raadplegen en kunnen daardoor een beter inzicht krijgen in de situatie bij bedrijven. Dit maakt effectiever toezicht en betere afstemming tussen instanties mogelijk. In 2025 zal de nadruk liggen op het verbeteren van de datakwaliteit. Tenslotte zal in 2025 ook gefocust worden op het verder ontwikkelen op het beter kunnen voldoen aan de informatiebehoefte, daarbij te denken aan de Wet Open Overheid (Woo) en zaaksystemen ook voor interne controles.
2.3.5 Vakinhoudelijke ontwikkelingen en opgaven Naar aanleiding van de omgevingswet zijn per 1 januari 2024 veel veranderingen opgetreden. Met name de verschuivingen van taken tussen bevoegde gezagen (b.v. bodemtaken) en de veranderingen in het vastleggen (van inrichtingen naar milieubelastende activiteiten) en uitwisselen van informatie (via Rx-Mission) hebben gevolgen voor het werk van VTH-medewerkers. In de kern verandert (de inhoud van) het werk voor vergunningen, toezicht en handhaving niet echt. Voor een uitvoerig inzicht in beleidsmatige veranderingen verwijzen wij naar de gemeentelijke kadernota’s en begrotingen. Energie Een uitzondering hierop is het onderwerp energiebesparing bij bedrijven. Vanwege de subsidie die de RUD LN rechtstreeks ontvangt, de zogenaamde specifieke uitkering voor toezicht energiebesparing (SPUK-THE 2022-2026). Voor het uitvoeren van deze extra werkzaamheden is er een energieteam opgezet, waarvan de medewerkers in dienst van de RUD LN werken. Zij werken samen om de bewustwording en energiebesparing bij bedrijven te bevorderen.
12
Voor de RUD Limburg Noord is onder gestelde voorwaarden uit het SPUK THE in totaal maximaal € 2,1 miljoen beschikbaar gesteld voor de periode 2022-2026. Om deze middelen te kunnen inzetten moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Deze zijn: - middelen moeten worden besteed aan additionele inzet merendeels in de vorm van medewerkers in dienst bij de RUD; - middelen dienen te worden ingezet voor producten die zijn vermeld in de regeling; - er dient (half) jaarlijks verantwoording te worden afgelegd over de besteding van middelen; - 40% van het budget moet aan het einde van het jaar minimaal zijn gespendeerd; Indien middelen niet voor de genoemde producten worden ingezet kan er worden teruggevorderd. Gelet op de eerste voorwaarde is besloten om een team energie-toezicht te verbinden aan de RUD LN. Doordat de werving langer heeft geduurd heeft er eind 2023 een gesprek plaatsgevonden, waarin het ministerie heeft aangegeven de laatste voorwaarde voor de periode 2022-2023 niet toe te passen, mits er een aangepast plan ingediend zou worden. Dit is gedaan. De inzet en daarmee ook de middelen zijn over de jaren herverdeeld. Deze nieuwe opzet is in deze begroting verwerkt.
Voor de jaren waarin de SPUK gelden van toepassing zijn, bestaat het risico dat niet alle werkzaamheden uitgevoerd door het energie-team, in aanmerking komen volgens de subsidieregeling, waardoor niet alle kosten gedekt zullen zijn. Dit risico is meegenomen in de geactualiseerde risico-inventarisatie. In 2025 zal meer duidelijkheid komen of de SPUK regeling nog een vervolg zal krijgen in een subsidieregeling na 2026, of dat partners meer energietaken in zullen brengen bij de RUD LN of dat het personeel dat vast in dienst is genomen ingezet kan worden voor andere werkzaamheden. Het risico bestaat dat vanaf 2027 de kosten voor het team niet of gedeeltelijk niet gedekt zullen zijn. Dit hogere risico zal te zijner tijd in de risicoinventarisatie worden opgenomen.
2.3.6 Ontwikkelingen en opgaven in de bedrijfsvoering Personeel In zijn algemeenheid bestaat er een hoge werkdruk. Het blijft lastig om vacatures te vervullen en naar verwachting blijft dit de komende jaren zo. De arbeidsmarktsituatie leidt ertoe dat vacatures niet altijd ingevuld kunnen worden en dit kan een toename van (duurdere) inhuur tot gevolg hebben. Deze krapte geldt niet alleen in onze regio, maar landelijk binnen het gehele VTH-domein.
13
Door de hoge werkdruk is het extra van belang om oog te hebben voor het personeel om “uitval” en ziekteverzuim te voorkomen. Zeker nu de RUD de aankomende jaren voor een forse verandering staat. Het opstellen van het bedrijfsplan en de omvorming van de organisatie kan nog meer werkdruk bij medewerkers veroorzaken. Bij het bedrijfsplan worden uiteraard ook de BOR, vakbonden en dergelijke betrokken.
2.4 Wat mag het kosten? In onderstaande tabel zijn de totale baten en lasten opgenomen voor de uitvoering van de hierboven benoemde doelstellingen en werkwijze. In paragraaf 4.2 als onderdeel van de begroting is een toelichting opgenomen op de lasten en baten. Tabel 2
Begroting Lasten 1 Programmauitvoering Openbare orde en veiligheidtaken RUP Basis- en milieutaken RUP Basis- en milieutaken overige Projecten Wonen en Bouwen taken RUP 2 Coordinatiecentrum 3 Onvoorzien 4 Vennootschapsbelasting 5 Betalingsverkeer Totaal lasten Baten 6 Programmauitvoering Openbare orde en veiligheid RUP Basis en milieutaken RUP Basis en milieutaken overige Projecten Wabotaken Bestuurskosten Overhead Onvoorzien 5 Betalingsverekeer Totaal baten
Taakveld
Rekening 2023
Begroting 2024*
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
1.2 Openbare orde en Veiligheid 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.9 Vpb 0.5 Treasury
€ € € € € 345.000 € 581.000 € 302.000 € 318.000 € 335.000 € 353.000 € 181.000 € 173.000 € 177.000 € 182.000 € 188.000 € 194.000 € 231.000 € 511.000 € 634.000 € 627.000 € € € 98.000 € 111.000 € 111.000 € 117.000 € 123.000 € 130.000 € 29.000 € 30.000 € 31.000 € 31.000 € 32.000 € 32.000 € 1.087.000 € 1.856.000 € 1.376.000 € 1.435.000 € 1.497.000 € 1.562.000 € € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € € € € € € € € € € € € € 1.971.000 € 3.312.000 € 2.681.000 € 2.760.000 € 2.225.000 € 2.321.000
1.2 Openbare orde en Veiligheid 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.5 Treasury
€ € € € € € € 310.000 € 581.000 € 302.000 € 318.000 € 335.000 € 353.000 € 123.000 € 173.000 € 177.000 € 182.000 € 188.000 € 194.000 € 255.000 € 511.000 € 634.000 € 627.000 € € € 98.000 € 111.000 € 111.000 € 117.000 € 123.000 € 130.000 € 21.000 € 30.000 € 31.000 € 31.000 € 32.000 € 32.000 € 1.412.000 € 1.270.000 € 1.346.000 € 1.414.000 € 1.483.000 € 1.548.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 50.000 € 77.000 € € 30.000 € 21.000 € 14.000 € 14.000 € 2.346.000 € 2.726.000 € 2.681.000 € 2.760.000 € 2.225.000 € 2.321.000
Resultaat Resultaat voor bestemming € 375.000 € -586.000 € € € € 7 Mutatie reserve onttrekkingen 0.10 mutaties reserves € 57.000 € 586.000 € € € € 7 Mutatie reserve storting 0.10 mutaties reserves € 50.000 € € € € € Resultaat na bestemming € 382.000 € € € € € * De cijfers van de begroting 2024 zijn aangepast n.a.v. het besluit in de bestuursrapportage 2023 en rekeninghoudende met de besluiten bij de jaarrekening 2023
14
3 Paragrafen In de BBV zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de RUD. De RUD int geen belastingen en heffingen, bezit geen grondposities en heeft geen verbonden partijen. Om deze reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid, kapitaalgoederen en verbonden partijen niet opgenomen. Hieronder staan de paragrafen: 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing; 2. Financiering; 3. Onderhoud kapitaalgoederen; 4. Bedrijfsvoering.
3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de buffer om tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de RUD LN loopt. Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in zowel de omvang en de achtergronden van de mogelijke risico’s als ook in de beschikbare weerstandscapaciteit. De ratio tussen de beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit (op basis van de geïnventariseerde risico’s) bepaalt het weerstandsvermogen van de RUD Limburg Noord. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als de middelen en mogelijkheden waarover de RUD LN kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Het is een buffer om ervoor te zorgen dat de organisatiedoelstellingen niet in gevaar komen, als risico’s werkelijkheid worden. Het Algemeen Bestuur heeft in 2023 besloten om het positieve jaarrekeningresultaat over 2022 ter hoogte van afgerond € 135.000 te storten in een te vormen algemene reserve. Naast deze algemene reserve beschikt de RUD LN in de begroting over een post onvoorzien ter hoogte van € 50.000 die tot de weerstandscapaciteit gerekend kan worden. Risicobeheersing De RUD LN inventariseert de risico’s waaraan de RUD LN is blootgesteld. Een aantal risico’s zijn afgedekt met verzekeringen.
Denk daarbij aan de aansprakelijkheidsen rechtsbijstandverzekering. Een tabel van de geactualiseerde risico-inventarisatie is in bijlage 2 opgenomen. Opgemerkt dient te worden dat de tabel inzicht geeft in de verwachtingswaarde van de risico’s. Wanneer een risico zich daadwerkelijk voordoet kan het effect groter of kleiner zijn dan de verwachtingswaarde.
15
Beoordeling weerstandsvermogen Voor de beoordeling van het weerstandsvermogen is gebruik gemaakt van de waarderingstabel die door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit van Twente is ontwikkeld (NARIS). Tabel 3
In de onderstaande tabel is de beoordeling van het weerstandsvermogen opgenomen. Uit de tabel blijkt dat het huidige weerstandsvermogen door een actualisatie van de risico’s een ratio heeft van 0.94 en daarmee als “matig” wordt beoordeeld. Het uitgangspunt is dat de het weerstandsvermogen als ratio minimaal “voldoende” is. Indien de gekwantificeerde risico’s hoger zijn, dient de algemene reserve daarop te worden aangepast. Er komen de aankomende tijd, met de uitwerking van het bedrijfsplan, de nodige ontwikkelingen op ons af. Financiën zal een onderdeel in zijn. Het spoor financiën zal onder andere een nieuwe meerjarenbegroting opstellen, waarin een geactualiseerde risico-inventarisatie en het weerstandvermogen een onderdeel zullen zijn. Vandaar dat er nu geen aanpassingen worden voorgesteld. De uitgangspunten voor algemene reserve zijn nader toegelicht in paragraaf 4.4 reserves en voorzieningen. Tabel 4
Weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit • Algemene reserve • Post onvoorzien Totaal Risico’s Ratio Beoordeling
€ 135.000 € 50.000 € 185.000 € 172.250 1,07 voldoende
Kengetallen In artikel 11 van het BBV staat dat gemeenten, Provincies en gemeenschappelijke regelingen in de paragraaf Weerstandsvermogen een set van vijf financiële kengetallen dienen op te nemen. Dit zijn kengetallen voor: de netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. Gezien de RUD Limburg Noord geen belastingen en heffingen int en geen grondposities bezit zijn de
16
kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit niet van toepassing. Hieronder zijn de (overige) ratio’s weergegeven. In bijlage 3 is de berekeningswijze uiteengezet. Tabel 5 Realisatie 2023 -30,74%
2024* -4.95%
2025 -5.04%
2026 -4.89%
2027 -6.07%
2028 -5.82%
Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen
-30,74%
-4.95%
-5.04%
-4.89%
-6.07%
-5.82%
Solvabiliteitsratio
30,10%
10,27%
10.22%
10,10%
9.99%
9.88%
Structurele exploitatieruimte
10,32%
0,00%
0.00%
0,00%
0,00%
0,00%
Kengetallen Netto schuldquote
Begroting
Duiding
Beoordeling
Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe lager dit percentage hoe beter. Bij verstrekte leningen bestaat onzekerheid op terugbetaling. Door deze leningen in mindering te brengen op de financiële activa wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dat betekent voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage hoe beter. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de RUD in staat is zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage hoe beter. Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de RUD heeft om de eigen lasten te dragen. Hoe hoger dit percentage hoe beter.
De RUD beschikt over voldoende eigen middelen en heeft geen leningen. De RUD heeft geen leningen verstrekt en gaat deze in 2025 naar verwachting ook niet verstrekken. Hierdoor wijkt het percentage niet af van de netto schuldquote. Door de algemene reserve blijft het solvabiliteitsratio positief. De begroting laat zien structureel in evenwicht te zijn.
3.2 Financiering Deze paragraaf gaat in op de wijze waarop de RUD LN zo adequaat mogelijk omgaat met het liquiditeitenbeheer. Hiervoor gelden niet alleen wettelijke kaders en regels, zoals vastgelegd in onder andere de wet FiDo (Financiering Decentrale Overheden) en RUDDO (Regeling Uitzettingen Derivaten Decentrale Overheden), maar ook interne richtlijnen; deze interne richtlijnen zijn vastgelegd in het treasurystatuut. Het statuut geeft de kaders aan waarbinnen het beleid wordt uitgevoerd. Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (Fido) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening verplicht voorgeschreven. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover van toepassing valutarisico’s. De grondslag voor de treasuryfunctie van de RUD Limburg Noord wordt
17
gevormd door het treasurystatuut. In het treasurystatuut zijn de kaders opgenomen waarbinnen het Dagelijks Bestuur de financieringsfunctie mag uitoefenen. Treasurybeheer- en beleid De belangrijkste algemene doelstelling van het treasurybeleid zijn: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s; • Het verankeren van de treasury activiteiten in de (administratieve) organisatie; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; • Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de wet Fido, RUDDO en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut; • Het bewaken van de financiële risico’s op afgegeven garanties. Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet Fido is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen.
De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. De RUD LN heeft geen opgenomen (noch verstrekte) leningen, waarmee toetsing aan de renterisiconorm niet aan de orde is. Kasgeldlimiet Voor het bepalen van de liquiditeitspositie is de zogenaamde kasgeldlimiet belangrijk. Hieronder wordt verstaan het bedrag dat maximaal als kasgeld mag worden opgenomen. Dit bedrag wordt berekend door middel van een door het Ministerie van Financiën vastgesteld percentage van 8,5%, te vermenigvuldigen met het totaal van de jaarbegroting van de RUD Limburg Noord bij aanvang van het jaar. Bij overschrijding van dit limiet moet er in langlopende financieringsmiddelen worden voorzien. De RUD Limburg Noord heeft geen schulden en het is ook niet voorzien om in 2024 vreemd vermogen aan te trekken. De activiteiten van de RUD Limburg Noord worden gefinancierd uit voorschotten van de deelnemers. Deelnemers wordt aan de start van ieder jaar verzocht de deelnemersbijdrage voor het gehele jaar over te maken. Als zodanig is het prognosticeren van zowel de kasgeldlimiet alsook de renterisiconorm niet aan de orde. Schatkistbankieren Sinds 15 december 2013 stelt het Rijk Schatkistbankieren verplicht.
Dit houdt in dat overtollige liquiditeiten aangehouden dienen te worden in de Nederlandse schatkist: 'overtollig' verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig
18
hebben voor de publieke taak. Aan de verplichting tot het aanhouden van overtollige liquide middelen in de schatkist is een ondergrens verbonden, namelijk 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt Voor de RUD LN betekent dat, dat overschotten slechts in de schatkist aangehouden dienen te worden, zodra deze minimaal € 1 miljoen (gemiddeld tegoed gedurende een heel kalenderkwartaal) bedragen. Inherent aan eerder vermelde is, dat het banksaldo aan het begin van het jaar hoog is en naarmate het jaar vordert afneemt. Overtollige liquiditeiten parkeren wij dan ook conform de verplichting en in overeenstemming met de wet Fido, op een rekening ‘schatkistbankieren’ bij het Ministerie van Financiën. Interne ontwikkelingen en renteresultaat Sedert het derde kwartaal van 2022 wordt door het rijk rente vergoed over het saldo aangehouden in de schatkist. Berekening omslagrente Nieuwe regelgeving binnen het BBV stelt dat de berekening van de ‘omslagrente’ moet worden opgenomen in de paragraaf Financiering. De omslagrente wordt bepaald door de externe rentelasten te delen door het totaal van de activa. Zoals hiervoor is weergegeven heeft de RUD Limburg Noord geen externe rentelasten. De berekening van de omslagrente is daarmee niet van toepassing voor de RUD Limburg Noord.
3.3 Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen heeft tot doel om aan te tonen hoe RUD Limburg Noord de instandhouding van haar kapitaalgoederen waarborgt. Er zijn echter geen investeringen in kapitaalgoederen door de RUD Limburg Noord voorzien. RUD Limburg Noord beschikt vooralsnog niet over dienstauto’s en heeft de ondersteunende diensten zoals kantoorruimte en ICT in bij de gastorganisatie Roermond ingekocht.
3.4 Bedrijfsvoering De landelijke criteria voor een robuuste Omgevingsdienst zijn niet alleen op het primaire proces gericht, maar er worden ook eisen gesteld aan de bedrijfsvoering en de inzet van ICT. De beschikbaarheid van een degelijk ICT-systeem en het efficiënt gebruik ervan zijn nodig om te kunnen rapporteren en tijdig bij te sturen. Ook moet dit de dienst in staat stellen snel in te kunnen spelen op wijzigingen in het takenpakket of de omvang ervan. Het IBP bestaat dan ook uit 6 pijlers. De uitwerkingen van de pijlers kunnen in meer of mindere mate in gaan grijpen op de bedrijfsvoering. Zo komt vanuit pijler 1, medio 2024, een voorstel voor de inrichting van de financiële administratie om eenduidigheid te creëren. Uitkomsten van andere pijlers kunnen ook betrekking hebben op de inrichting en uitvoering van bedrijfsvoering. Zodra hier meer over bekend is wordt dit aan u voorgelegd, dan wel in het op te stellen bedrijfsplan verwerkt.
19
Personeelsbeleid Binnen de GR RUD Limburg Noord is een klein team, het coördinatiecentrum in dienst van de RUD Limburg Noord naast het energieteam. Het overig personeel is nog in dienst bij haar partners. De RUD Limburg Noord maakt voor de uitvoering van haar personeelsbeleid en de salarisadministratie gebruik van de ondersteuning door de gemeente Roermond in een gastheerconstructie. Dit is enkel gericht op de beperkte ambtelijke organisatie van de RUD LN, het coördinatiecentrum inclusief de directeur (6,83 FTE) en het energieteam. (2,49 FTE, die in 2024 verder uitgebreid zal worden richting 5,6 FTE). Iedere partner heeft een vast aanspreekpunt voor de RUD-zaken aangewezen (lijnmanager). Hij/zij verzorgt de interne coördinatie tussen RUD en de eigen organisatie. Doordat de MER-gemeenten hiervoor 1 persoon hebben aangewezen gaat het om 14 functionarissen die in dienst van de gemeenten, het Servicecenter MER of de provincie zijn. Een goede overdracht van oude naar nieuw functionaris is essentieel voor de continuïteit. Omdat bij de medewerkers veel mutaties zijn is er een introductieprogramma opgezet voor nieuwe managers en medewerkers. Naast de online beschikbare informatie is fysiek contact broodnodig. Informatisering en automatisering Onze VTH-applicatie. Rx.Mission, is aangesloten op het landelijke portaal Inspectieview.
Dit programma is op de nieuwe omgevingswet ingericht en vormt het platform waarin alle deelnemers werken. Daardoor zal het ook als basis voor monitoring en rapportage voor taken die deelnemers in de GR inbrengen moeten gaan dienen. Daarnaast beschikken we over een digitale portal, die we in 2024 gaan inzetten voor het automatisch verwerken van gegevens rondom uitvoeringsprogramma en de daaraan verbonden financiële verrekening en verantwoording. Ook zal het EVP dashboard in 2024 worden afgerond, een kwaliteitsapplicatie ten behoeve van de kwaliteitseisen VTH. De applicatie maakt het mogelijk om te monitoren en waar nodig bij te sturen door input te leveren voor ons opleidingsplan. Voor ondersteunende zaken wordt gebruik gemaakt van de applicaties van de gastheer gemeente Roermond. Rechtmatigheid Met ingang van het boekjaar 2023 geldt de nieuwe wet waarbij nieuwe regels gelden voor de financiële verslaglegging en de accountantscontrole. Met deze wetswijziging dient het Dagelijks Bestuur in de jaarrekening een verklaring af te geven over de rechtmatigheid van de financiële beheers handelingen. De accountant toetst de jaarrekening (inclusief rechtsmatigheidsverantwoording) op getrouwheid. Het Algemeen Bestuur geeft in het controleprotocol de nadere aanwijzingen aan de accountant over de reikwijdte van de accountantscontrole.
Tevens stelt het Algemeen Bestuur met betrekking tot de rechtmatigheidsverantwoording door het Dagelijks Bestuur de verantwoordings- en rapporteringsgrens vast.
20
M&O beleid De RUD Limburg Noord beschikt nog niet over een M&O beleid. De interne beheershandelingen zijn er mede op gericht om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen, detecteren en corrigeren. Dit wordt tevens via de interne controle (steekproefsgewijs) gecontroleerd. De RUD zal in de verdere doorontwikkeling van de organisatie ook aandacht besteden aan het M&O beleid. Uitvoering Wet open Overheid (Woo) De Wet open overheid (Woo) regelt het recht op informatie over alles wat de overheid doet. Het is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De RUD Limburg Noord heeft een contactpersoon aangewezen die de informatieverzoeken in behandeling neemt. Daarnaast is het mogelijk om informatie via email (laagdrempelig) op te vragen. Stukken die betrekking hebben op de Gemeenschappelijke Regeling worden op grond van artikel 3.1 lid 1 gepubliceerd op de website van KOOP. Vergaderstukken van het Algemeen Bestuur worden voor de betreffende vergadering op de website van de RUD gezet. Op deze manier voldoen wij aan de wettelijke verplichtingen die de Woo aan ons stelt. Overhead Het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft voor in de begroting een apart overzicht “overhead” op te nemen. Aan de detaillering van dit overzicht worden door het BBV geen eisen gesteld, met uitzondering van de bepaling dat er minimaal een scheiding moet zijn tussen de lasten en de baten.
Dit overzicht is hieronder in tabel 6 weergegeven. Tabel 6 Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Taakveld 2023 2024* 2025 2026 2027 2028 Lasten 2 Coordinatiecentrum 0.4 overhead € 1.087.000 € 1.856.000 € 1.376.000 € 1.435.000 € 1.497.000 € 1.562.000 Baten 6 Overhead 0.4 overhead € 1.412.000 € 1.270.000 € 1.346.000 € 1.414.000 € 1.483.000 € 1.548.000 Resultaat € 325.000 € -586.000 € -30.000 € -21.000 € -14.000 € -14.000 7 Mutatie reserve onttrekkingen 0.10 mutaties reserves € € 586.000 € € € € 7 Mutatie reserve storting 0.10 mutaties reserves € 50.000 € € € € € Resultaat na bestemming € 275.000 € € -30.000 € -21.000 € -14.000 € -14.000 * De cijfers van de begroting 2024 zijn aangepast n.a.v. het besluit in de bestuursrapportage 2023 en rekeninghoudende met de besluiten bij de jaarrekening 2023
Een toelichting op de lasten, baten en de reserve mutatie is opgenomen in hoofdstuk 4 de financiële begroting.
21
4 Financiële begroting 2025 4.1 Balans inclusief toelichting Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen
De begroting is opgesteld in overeenstemming met de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten. In overeenstemming met artikel 63 BBV vindt de waardering van de activa plaats op basis van verkrijgingsprijs. De waardering van passiva vindt plaats op basis van nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen welke tegen de contante waarde zijn gewaardeerd. Mits niet anders vermeld bij de desbetreffende balansonderdelen, worden de activa, passiva en de bepaling van het resultaat gewaardeerd tegen nominale waarde. De baten en lasten worden in overeenstemming met artikel 2 BBV toegerekend aan het begrotingsjaar waarop ze betrekking hebben. Baten en winsten nemen we slechts op voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. De verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden vóór het einde van het begrotingsjaar, nemen we in acht indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn. Personeelslasten rekenen wij in principe toe aan het begrotingsjaar waarop ze betrekking hebben. Er geldt echter een formeel verbod om voorzieningen of schulden op te nemen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten en gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. De referentieperiode is hetzelfde als die van de meerjarenraming.
Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties), dan dienen deze als een verplichting opgenomen te worden. Echter, in de CAO van 2021-2022 is vastgesteld dat medewerkers vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke verlofuren mogen sparen (verlofsparen). Met verlofsparen kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke verlofuren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levensen carrièreplanning. Deze uren verjaren niet en de opbouw is onvoorspelbaar. Zodoende dient deze verplichting daarentegen wel conform het BBV in een voorziening opgenomen te worden. Dit is dan ook in de meerjarenbegroting opgenomen.
22
Tabel 7
Omschrijving
Realisatie
(bedragen x € 1.000)
2023
Activa Vaste activa: Materiële vaste activa
€
Immateriële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa:
Begroting 31-12 2024*
2025
2026
2027
2028
- €
- €
- €
- €
-
€
- € - €
- €
- €
- €
- €
-
€
- €
- €
- €
- €
- €
-
€
- €
- €
- €
- €
- €
-
Vlottende activa: Uiteenzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar Liquide middelen Overlopende activa
2.079
940
946
961
976
991
45
100
100
100
100
100
270
275
275
275
275
275
Totaal vlottende activa:
2.394
1.315
1.321
1.336
1.351
1.366
Totaal activa
2.394
1.315
1.321
1.336
1.351
1.366
Eigen vermogen:
721
135
135
135
135
135
Voorzieningen
15
30
36
51
66
81
Totaal vaste passiva:
736
165
171
186
201
216
Passiva Vaste passiva:
Vlottende passiva: Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overlopende passiva
74
150
150
150
150
150
1584
1000
1000
1000
1000
1000
Totaal vlottende passiva:
1.658
1.150
1.150
1.150
1.150
1.150
Totaal passiva
2.394
1.315
1.321
1.336
1.351
1.366
* De begrotingscijfers 2024 zijn aangepast n.a.v. de jaarrekening 2023 m.b.t. de juiste stand van het eigen vermogen
23
Tabel 8
2024*
EMU-SALDO Financiële vaste activa
Vlottende activa
Mutaties (1 januari tot 31 december)
Vaste Passiva Passiva
Vlottende passiva
2026
2027
2028
-571
6
15
15
15
0
0
0
0
0
-1139
0
0
0
0
Liquide middelen
55
6
15
15
15
Overlopende activa
5
0
0
0
0
Vaste schuld
0
0
0
0
0
Kapitaalverstrekkingen en leningen Uitzettingen
Activa
2025
Vlottende schuld Overlopende passiva
Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa
76
0
0
0
0
-584
0
0
0
0
0
0
0
0
0
* De begrotingscijfers 2024 zijn aangepast n.a.v. de jaarrekening 2023 m.b.t. de juiste stand van het eigen vermogen
4.2 Overzicht van baten en lasten Uitgangspunten 1. De begroting 2025 is gebaseerd op de jaarrekening 2023, de begroting 2024 en de kadernota 2025. 2. Voor de indexering van loon-en prijsstijgingen wordt uitgegaan van de meest actuele raming van het CPB (zijnde de MEV 2024 in augustus 2023). • Loonvoet sector overheid: 5,3% • Prijs overheidsconsumptie, netto materieel: 2,0% 3. Voor de indexering van de bijdrage van de provincie is uitgegaan van het afgesproken DPI-index, de meest actuele raming is van het 3e kwartaal 2023, zijnde 4,5%. 4. 28 maart is het plan van aanpak naar een robuuste omgevingsdienst door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Dit betekende het startsein voor het opstellen van het bedrijfsplan om te komen tot een robuuste omgevingsdienst die daarbij voldoet aan de robuustheidscriteria gesteld vanuit het Interbestuurlijk programma VTH (IBP). De criteria zoals 80% van het personeel in dienst van de RUD Limburg Noord, beschikken over 3% opleidingsbudget, 1% innovatiebudget etc. worden allemaal uitgewerkt in het bedrijfsplan, waarbij de elementen met elkaar in samenhang worden beoordeeld. Om niet vooruit te lopen op de uitwerkingen in besloten om hier nu nog niets van in deze begroting te verwerken.
Dat betekent dat, zoals ook in het Algemeen Bestuur op 28 maart 2024 afgesproken, er een begrotingswijziging wordt voorbereid voor de incidentele kosten in 2024 tot en met 2026 en de structurele kosten in het bedrijfsplan bij de verschillende sporen wordt uitgewerkt en aan de diverse gremia wordt voorgelegd. 5. De begroting is door ontwikkelingen en nieuwe inzichten op de volgende punten aangepast: • De jaarwedden zijn naar boven bijgesteld in verband met hogere sociale lasten en CAO verhogingen.