CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

B1.3 - Motivering TAM-omgevingsplan HVG004 va01 - aanpassingen met arceringen

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray33.213 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Uit de uitgevoerde berekening blijkt dat enkel bij naar de aanlegfase blijkt dat een stikstofdepositie van ten hoogste 0,01 mol N/ha/jaar plaatsvindt wordt berekend in Natura 2000 -gebieden “Maasduinen” en “Boschhuizerbergen” over gedurende 2 jaar . In het stikstofdepositieonderzoek is geen gebruik gemaakt van mitigerende maatregelen in de vorm van salderen en zijn standaardonderdelen conform artikel 7.19a Besluit bouwwerken leefomgeving met invulling van de adequate maatregelen conform routekaart Schoon en emissieloos bouwen toegepast. Significant negatieve gevolgen kunnen derhalve niet op voorhand worden uitgesloten. Hiermee is mogelijk sprake van een vergunningplicht Natura 2000 -activiteit. Ten behoeve van het vervolgtraject zijn de volgende vervolgstappen mogelijk (in volgorde van voorkeur): 1. Géén Natura 2000 -activiteit, wel nadelig voor Natura 2000 -gebied; 2. Natura 2000 -activiteit; 3. ADC -toets. Ecologische voortoets Naar aanleiding van resultaten van de stikstofdepositieberekeningen is een ecologische voortoets13 voor wat betreft het aspect stikstofdepositie uitgevoerd. Onderstaand worden de conclusie weergegeven. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige rapportage.

Voor de habitattypen van Natura 2000 -gebieden Maasduinen (MD) en Boschhuizerbergen (BHB), waarvoor instandhoudingsdoelstellingen zijn geformuleerd, is in deze voortoets nagegaan of er sprake kan zijn van significant negatieve gevolgen van het voornemen. Ui t AERIUS-berekeningen blijkt namelijk dat er tijdelijke deposities groter dan de grenswaarde 0,00 mol N/ha/jr berekend worden voor stikstofgevoelige habitattypen in beide Natura 2000 -gebieden, namelijk een maximale toename van stikstofdepositie van 0,01 mo l N/ha/jr in alleen de aanlegfase, gedurende maximaal 2 jaar: • MD – H2310 Stuifzandheiden met struikhei, • MD - H2330 Zandverstuivingen, • MD – H3130 Zwakgebufferde vennen, • MD – H3160 Zure vennen, • MD – H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden), • MD – H4030 Droge heiden, • MD – H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen, • MD – H9190 Oude eikenbossen, • MD – H91D0 Hoogveenbossen, • MD – H91E0C Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen), • MD – H91F0 Droge hardhoutbossen,

12 13

Kragten, Stikstofdepositieonderzoek Poort van Castenray, projectnummer HVG004 , 13 oktober 2025 . Kragten, Voortoets stikstof Poort van Castenray, projectnummer HVG004 , 22 oktober 2025.

65

• BHB – H2310 Stuifzandheiden met struikhei, • BHB – H2330 Zandverstuivingen, • BHB – H5130 Jeneverbesstruwelen, • BHB - H91D0 Hoogveenbossen. Verder is ook een gelijke toename berekend voor de leefgebiedtypen Lg04 Zuur ven, Lg10 Kamgrasweide & Bloemrijk weidevogelgrasland, Lg13 Bos van arme zandgronden en Lg14 Eiken - en beuken-eikenbos van lemige zandgronden in Natura 2000 -gebied Maasduinen, maa r voor deze typen is geen doelstelling opgenomen. Verder is nog gekeken naar de mogelijk negatieve gevolgen voor het leefgebied in Maasduinen van de habitatsoorten H1042 Gevlekte witsnuitlibel, H1149 Kleine modderkruiper, H1163 Beek/Rivierdonderpad, H1166 Kamsalamander, H1337 Bever en H1831 Drijvende waterweegbree, alsmede dat van de broedvogels A004 Dodaars, A008 Geoorde fuut, A224 Nachtzwaluw, A326 Zwarte specht, A246 Boomleeuwerik, A249 Oeverzwaluw, A276 Roodborsttapuit en A338 Grauwe klauwier. Conclusies ten aanzien van de ecologische gevolgen Voor de typen H91E0C en H91F0 geldt dat er in het gebied dat beïnvloed wordt, geen overbelasting (meer) is, voor deze typen zijn significant negatieve effecten bij voorbaat uitgesloten. Voor de overige 13 habitattypen en ook de 4 leefgebiedtypen geldt dat de geringe toename van stikstofdepositie ecologisch gezien geen negatief effect kan hebben.

De geringe toename valt verder geheel weg tegen de geleidelijke afname van de achtergronddepositiewaarde, waarvoor in de natuurdoelanalyses van de betreffende Natura 2000 -gebieden (Provincie Limburg 2024a,b) trends zijn bepaald. Ook voor de genoemde habitatsoorten en broedvogels geldt dat ecologische gevolgen van een geringe toename van stikstofdepositie niet aan de orde zijn, voor zover de betrokken soorten al voorkomen binnen het gebied dat beïnvloed wordt en gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Benodigde vervolgstappen Omdat significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten, is er geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000 -activiteit nodig en hoeft er geen Passende Beoordeling te worden opgesteld. Verdere vervolgstappen in het kader van de Omgevingswet zijn nie t nodig. Conclusie gebiedsbescherming Vanuit het oogpunt van gebiedsbescherming is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.13

Verkeer en parkeren Om zowel de huidige en toekomstige verkeerssituatie als ook de toekomstige parkeerbehoefte in beeld te krijgen is een verkeerskundig onderzoek14 uitgevoerd. Onderstaand worden de conclusies van het onderzoek beschreven. Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige onderzoekrapport. Verkeer Verkeersaantrekkende werking Voor de geplande ontwikkeling wordt een toename van verkeersbewegingen van en naar het plangebied verwacht. Om de effecten hiervan op verkeersintensiteit en doorstroming te kunnen beoordelen, is gebruikgemaakt van kencijfers uit de meest actuele CROW -publicatie, ‘Parkeerkencijfers 2024’ (CROW -publicatie 744). Het plangebied bevindt zich in de rest bebouwde kom in een niet stedelijk gebied 15 . Net als bij de parkeertoets wordt uitgegaan van de toekomstige situatie: het plangebied ligt nu buiten, maar komt na verplaatsing van de komgrens binnen de bebouwde kom te liggen. Vandaar dat is gekozen voor het uitgangspunt ‘rest bebouwde kom’.

14

Kragten, Verkeer en parkeren Poort van Castenray, projectnummer HVG004 , 1 8 november 2025 . In de gemeentelijke ‘Beleidsnota Parkeernormen’ is voor de gehele gemeente uitgegaan van matig stedelijk gebied. Op basis van CBS -statline is ter hoogte van Castenray sprake van niet stedelijk gebied. Voor de berekening van de verkeersgeneratie is daarom worstcase uitgegaan van niet stedelijk gebied. 15

66

In de toekomstige situatie is in het plangebied een woningbouwontwikkeling gepland met 89 nieuwe woningen. In het TAM-omgevingsplan en de anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer is het woningbouwprogramma vastgelegd. Dit woningbouwprogra mma is als uitgangspunt gehanteerd voor de berekeningen van de verkeersgeneratie. Hierbij dient te worden opgemerkt dat voor wat betreft de woningen binnen de categorie betaalbare koop/middenhuur worstcase is uitgegaan van koopwoningen. Op basis van de CROW -kencijfers is in de navolgende tabel de verkeersgeneratie van de nieuwe woningen berekend. Hierbij zijn het aantal verkeersbewegingen (heen en terug) op een gemiddelde weekdag opgenomen. Voor een beoordeling van de verkeersafwikkeling worden de weekdaggemiddelden omgerekend naar werkdaggemiddelden. Hiervoor wordt de standaard CROW -omrekenfactor van 1,11 voor woonfuncties gehanteerd. Uit de tabel blijkt dat de geplande ontwikkeling naar verwachting circa 621 extra motorvoertuigbewegingenop een gemiddelde weekdag zal genereren en circa 689 extra motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Tabel 1 Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling Verkeersgeneratie Woningtype Aantal Koop, huis, 15 vrijstaand Koop, huis, 32 twee-ondereen-kap Koop, huis, 18 tussen/hoek Huur, huis, 24 sociale huur 89

Kencijfer 8,2 per woning 7,8 per woning

7,4 per woning 4,8 per woning

Weekdag Totaal 123 motorvoertuigbewegingen per etmaal 249,6 motorvoertuigbewegingen per etmaal

Werkdag Totaal 136,5 motorvoertuigbewegingen per etmaal 277 motorvoertuigbewegingen per etmaal

133,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal 115,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal 621 motorvoertuigbewegingen per etmaal

147,9 motorvoertuigbewegingen per etmaal 127,9 motorvoertuigbewegingen per etmaal 689,3 motorvoertuigbewegingen per etmaal

Over het agrarisch bedrijf aan de Matthiasstraat 3 kan het volgende worden opgemerkt: • De wijziging van een varkenshouderij naar een agrarisch verwant bedrijf heeft verkeerskundige gevolgen ; • Voorheen waren er wekelijks vrachtwagens voor varkensafvoer en voeraanvoer, plus overige motorvoertuigbewegingen; • In de nieuwe situatie worden slechts enkele trekkers ingezet voor een kleinschalig, seizoensgebonden akkerbouwbedrijf (met pieken tijdens mesten, zaaien en oogsten). Uit bovenstaand genoemde punten kan geconcludeerd worden dat het gemiddelde aantal motorvoertuigbewegingen van en naar Matthiasstraat 3 afneemt ten opzichte van de huidige situatie. Verkeerstoets In de toekomstige situatie worden twee ontsluitingen voorzien op de Horsterweg binnen de bebouwde kom, waarbij de komgrens ten behoeve van het plan wordt verschoven. Feitelijk ligt het gebied in de huidige situatie buiten de bebouwde kom. Ten behoeve van de bereikbaarheid van het woongebied voor hulpdiensten is binnen het woongebied een verbinding tussen de verschillende delen van het woongebied voorzien. Voor de Horsterweg geldt dat de huidige verkeersintensiteit relatief beperkt is. Op basis van telgegevens uit april 2024 blijkt dat de verkeersintensiteit 3.877 motorvoertuigen per etmaal op een gemiddelde werkdag bedraagt. Als gevolg van de beoogde woning bouw neemt de verkeersintensiteit toe.

De totale toename bedraagt 667 motorvoertuigen per etmaal op een gemiddelde werkdag. Deze toename verspreidt zich over beide richtingen. Hierbij is het relevant op te merken dat de ontwikkeling aan de Matthiasstraat 3 geen gevolgen heeft voor het aantal verkeersbewegingen op de omliggende wegen. Een vuistregel is dat bij gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom doorgaans een intensiteit van maximaal 6.000 – 15.000 motorvoertuigen per etmaal past. De huidige en toekomstige verkeersintensiteit op de Horsterweg blijft na de ontwikkeling ruimschoots onder deze richtintensiteit.

67

Ook op basis van de verkeersverdeling worden er geen doorstromingsknelpunten verwacht op de Venrayseweg in de richting van Horst en de aansluiting naar de A73. Hetzelfde geldt voor de Horsterweg richting Venray en Leunen. De wegen zijn robuust vormgegeven en hebben theoretisch nog voldoende restcapaciteit om een toename aan verkeer op te kunnen vangen. Beoordeling verkeersveiligheid Om een verkeersveilige situatie voor alle verkeersdeelnemers te waarborgen, gelden er een aantal aandachtspunten voor de beoogde aansluitingen van het woongebied op de Horsterweg. • Op basis van het huidige gemeentelijk beleid (netwerk 16 ennota) betreft de Horsterweg binnen de bebouwde kom een zogenaamde ‘wijkontsluitingsweg’. De huidige inrichting van de weg klopt op het gebied van inrichting. In het ‘nieuwe wensbeeld wegcategorisering’ is de Horsterweg binnen de bebouwde kom opgenomen al s GOW30. • In het kader van de beoogde ontwikkeling wordt het wegprofiel ter hoogte van het plangebied en voor zover gelegen binnen de toekomstige bebouwde kom, in z’n geheel aangepast naar een wegprofiel BIBEKO, waarbij de vrijliggende fietspaden komen te vervallen. Hierbij is sprake van fietssuggestiestroken en wordt mogelijke zichtbelemmering als gevolg van bomen bij vrijliggende fietspaden voorkomen. Dit komt de verkeersveiligheid ten goede.

Bij de nadere ontwerpuitwerking is het aan te bevelen om beide aansluitin gen zo overzichtelijk als mogelijk vorm te geven. • De wegen binnen het nieuwe woongebied worden ingericht als erftoegangsweg met een snelheidsregime van 30 km/uur (ETW30). De wegen binnen het plangebied zijn zodanig vormgegeven dat lange volledig rechte stukken zijn voorkomen. Ter hoogte van de nieuwe ontsluitingen op de Horsterweg zijn voorrangskruispunten voorzien en worden haaientanden aangebracht op de wegen. De nieuwe wegen binnen het woongebied worden daarmee ondergeschikt aan de Horsterweg. In combinatie met het beperken van de rijsnelheid van gemotoriseerde voertuigen, wordt hiermee bijgedragen aan de verkeersveiligheid. Parkeren De gemeente Venray heeft in 2013 de Beleidsnota Parkeernormen vastgesteld. Deze normen zijn bedoeld als richtlijn voor het bepalen van de parkeerbehoefte bij nieuwe ruimtelijke plannen, ontwikkelingen, verbouwingen of functiewijzigingen binnen de gemeente. De normen zijn gebaseerd op de CROW -publicatie 317 "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie". In de toekomstige situatie is in het plangebied een woningbouwontwikkeling gepland met 89 nieuwe woningen, waarbij uit wordt gegaan van de uitgangspunten ‘Rest bebouwde kom’ en ‘Matig stedelijk’. Dit houdt in dat er een parkeernorm van 2,0 per woning geldt.

Het plangebied ligt momenteel buiten de bebouwde kom, maar zal door verplaatsing van de komgrens ten behoeve van de ontwikkeling in de toekomst binnen de bebouwde kom komen te liggen. Vandaar dat is gekozen voor het uitgangspunt ‘rest bebouwde kom’. De beoogde woningbouwontwikkeling omvat 89 woningen, wat betekent dat er in totaal 178 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd binnen de plangrenzen. Binnen de plangrenzen is voldoende ruimte beschikbaar om aan de gemeentelijk gestelde normen te voldoen. In het stedenbouwkundig ontwerp zoals weergegeven in hoofdstuk 1, is rekening gehouden met het reserveren van ruimte voor zowel parkeren op eigen terrein bij de vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen en parkeren in het openbaar gebied bij de rijwoning en. Het stedenbouwkundig ontwerp voorziet in voldoende parkeerplaatsen overeenkomstig de gemeentelijke parkeernormen. Conclusie Vanuit verkeerkundig oogpunt is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

16

Met netwerken nota wordt bedoeld de nota “Uitgangspunten Netwerken Infrastructuur en Verkeer, Fietsen en lopen in de spotlights!”

68

4.14

Weging van het waterbelang Algemeen Nederland leeft met water. Dat betekent dat bij bouwen rekening gehouden moet worden met water. Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. Dit volgt uit een instructierege l (artikel 5.37) die is opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Bkl. Op basis van artikel 5.37 vervalt de term 'watertoets'. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' deze term. Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven. Wel geldt dat moet worden voldaan aan de beoordelingsregels uit het Bkl. Daarnaast moet worden voldaan aan de instructieregels in de omgevingsverordening van de provincie Limburg en in het geval van water aan de Waterschapsverord ening van het waterschap. In de kamerbrief 'water en bodem sturend' van 25 november 2022 formuleert het Rijk een aantal uitgangspunten om water en bodem sturend te laten zijn in de ruimtelijke ordening. Dat zorgt ervoor dat de inwoners ook in een Nederland met een veranderend klimaat kunnen blijven leven, wonen en werken. Naast de keuze 'waar' te bouwen is er ook invulling gegeven aan de vraag 'hoe' een gebied klimaatbestendig kan worden ingericht of bebouwd.

Daartoe hebben de samenwerkende overheden en externe partijen een landeli jke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de thema's wateroverlast, droogte, hitte, gevolgbeperking overstromingen, biodiversiteit en bodemdaling bij nieuwbouw. Toetsing Ten behoeve van voorliggend plan is een notitie 'weging van het waterbelang' opgesteld. Onderstaand zijn de voornaamste conclusies opgenomen. Voor de volledige notitie wordt verwezen naar de volledige rapportage 17 . Voor de weging van het waterbelang is naar de volgende aspecten gekeken: grondwater, oppervlaktewater, regenwater en afvalwater. Voor deze ontwikkeling wordt het volgende geconcludeerd: Het plangebied is gelegen in een boringsvrije zone. Hier is het verboden om kleilagen te doorboren ter bescherming van de grondwatervoorraden. Het grondwater staat voldoende laag voor de beoogde ontwikkeling om te voldoen aan de ontwateringsnorm en grondwateroverlast te voorkomen. Met een totaal netto verhard oppervlak van 27.303 m 2 en een bergingseis van 0,06 m per m 2 aan 3 verhard oppervlak, is de benodigde compensatie aan waterberging ongeveer 1.638 m . Door middel van de 5 grote wadi’s opgenomen in het stedenbouwkundig plan kan worden voorzien in de benodigde berging. De infiltratiewaarden in het plangebied variëren tussen 0,2 en 4,0 meter per dag.

De verwachting is dat de voorzieningen niet binnen 24 uur leeg zijn dit vraagt nog de nodige aandacht. In de directe omgeving van het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig waardoor een eventuele overloopvoorziening via het maaiveld moet lopen. Het initiatief leidt niet tot beïnvloeding van grondwaterstanden en -stromingen in de omgeving van het plangebied en het voorgenomen gebruik veroorzaakt geen risico’s op aantasting van de grondwaterkwaliteit. Direct aan de voorzijde van de ontwikkeling is openbare gemengde riolering aanwezig. Hierop kan het afvalwater worden aangesloten. Het ligt in de verwachting dat de omvang van de te verwachten hoeveelheid afvalwater, niet zal leiden tot capaciteitsprobleme n voor de bestaande riolering in de omgeving van het plangebied. Naast de voorgaande conclusies, zijn de volgende aanbevelingen opgenomen: Bij alle hemelwaterafvoeren bladvangers installeren om te voorkomen dat vuil terechtkomt in de infiltratievoorzieningen.

17

Kragten, Weging van het waterbelang Poort van Castenray, projectnummer

HVG004 , 13 oktober 2025 .

69

-

Bij de keuze van de beplanting er rekening mee houden dat deze met enige regelmaat water gaat krijgen vanwege de waterbergende functie van de wadi’s. Belangrijk is dat bij de realisatie van de infiltratie voorzieningen de bodem niet wordt dichtgereden door bouwverkeer. Hoewel het grondwater voldoende laag staat om aan de ontwateringsnorm te voldoen, wordt geadviseerd om de bouwpeilen van de woningen op te hogen tot 0,2 tot 0,3 m boven de kruinhoogte van de aanliggende wegen.

Om de leeglooptijd van de wadi’s te verbeteren kan gedacht worden aan: Het maximaliseren van het wandoppervlak van de infiltratievoorzieningen. Toepassen van grondverbetering ter plaatse van de slecht doorlatende lagen Verbindingen maken tussen de wadi’s zodat water op goed doorlatende locaties kan infiltreren. Conclusie Vanuit de weging van het waterbelang is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.15

Spuitzones gewasbescherming Algemeen Kenmerkend voor de land- en tuinbouw zijn de intensieve teeltsystemen met een relatief hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Derhalve dient afstand te worden gehouden tussen gevoelige objecten en teeltgebieden ten behoeve van akkerbouw. Er zijn geen wettelijke bepalingen over de aan te houden afstand. Door de Raad van State wordt bij beoordeling van nieuwe ruimtelijke situaties vanwege drift over het algemeen een afstand van 50 meter als aanvaardbaar geacht. Dit neemt niet weg dat in bepaalde situatie een kortere afstand ook aanvaardbaar kan worden geacht. De toelating van gewasbeschermingsmiddelen is Europees geregeld en aan strenge regelgeving onderworpen. Toelating van gewasbeschermingsmiddelen berust op het voorzorgsbeginsel. Volgens het voorzorgsbeginsel mag onzekerheid over negatieve effecten geen excuus zijn om die negatieve effecten voor lief te nemen. Toelating van gewasbeschermingsmiddelen moet de teelt vooruit helpen, maar alleen als dat niet schadelijk is voor mens en milieu. Ondanks de strenge toelatingsprocedure kan het risico op gezondheidsscha de bij mensen nooit geheel worden uitgesloten.

Het is met name van belang om onevenredige risico's zoveel mogelijk te beperken en om vooraf goed en zorgvuldig onderzoek te doen, zoals bij het bepalen van een veilige afstand tussen gevoelige functies en agrarische percelen met open teelten. De toepassing van het voorzorgsbeginsel geldt zowel voor de teler die de gewasbeschermingsmiddelen gebruikt als de (toekomstige) bewoners van woningen in de nabijheid van agrarische percelen waarop het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen plaatsvindt. De teler dient voorzichtig en terughoudend te werk te gaan bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen. Dit onder meer door rekening te houden met windsnelheden en windrichting en niet te spuiten als de windsnelheid hoger is dan 5 m/s en de windrichting hoofdzakelijk richting woningen waait en dus de kans op drift richting woningen groter is. In artikel 4.723e. 'water en gezondheid: geen gewasbeschermingsmiddelen bij wind' van het Besluit activiteiten leefomgeving, is het volgende opgenomen: • Met het oog op het voorkomen of beperken van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam en het beschermen van de gezondheid worden geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt als de windsnelheid meer is dan 5 m/s, gemeten op: a. m boven de grond bij neerwaarts bespuiten; en b. 1m boven boomhoogte bij op - en zijwaarts bespuiten. • Het eerste lid is niet van toepassing: a.

als kan worden aangetoond dat niet anders dan door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen bij een windsnelheid groter dan 5 m/s een teeltbedreigende situatie kan worden voorkomen; of b. op een overkapte beddenspuit.

70

Toetsing Op grond van jurisprudentie is, voor zover de omliggende gronden een agrarische bestemming hebben, een zone aangehouden van 50 meter rondom de functievlakken met de functie 'Wonen ' waarvoor de gebiedsaanduiding ' milieuzone - spuitvrije zone' is opgenomen. Op de gronden met de gebiedsaanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone' is het gebruik van gewasbeschermings - en/of bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen die kunnen leiden tot schadelijke effecten voor het woon-en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat van hiervoor gevoelige functies, uitgesloten. Conclusie Vanuit het oogpunt van het gebruik van gewasbeschermings- en/of bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen die kunnen leiden tot schadelijke effecten voor het woon-en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat van hiervoor gevoelige functies, is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.16

Ontplofbare oorlogsresten Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Het gehele grondgebied van de gemeente Venray heeft in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet ontplofbare oorlogsresten. Met beh ulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico's van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de planologische procedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijde de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving. Geadviseerd wordt dan ook om minimaal een detectieonderzoek uit te laten voeren. Op basis van dat detectieonderzoek kan verder bepaald worden of opsporing en benadering noodzakelijk is.

71

5

JURIDISCHE PLANVORM

5.1

Algemeen Het voorliggende TAM -omgevingsplan bestaat uit de regels, verbeelding en deze motivering. De verbeelding en regels dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.

5.2

Verbeelding Op de verbeelding hebben de gronden binnen het plangebied een functie gekregen. Binnen een functie kunnen nadere aanduidingen zijn opgenomen. De juridische betekenis hiervan is beschreven in de regels. Bepaalde gegevens hebben geen juridische betekenis. Deze zijn uitsluite nd op de verbeelding opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid, zoals kadastrale en topografische gegevens.

5.3

Planregels

5.3.1

Functieregels Hoofdstuk 1 bevat onder meer de begripsbepalingen, het toepassingsbereik, de meet - en rekenbepalingen, de aanvraagvereisten en een algemeen gebruiksverbod. In hoofdstuk 2 zijn de regels opgenomen behorende bij de functies en activiteiten die op de verbeelding aan de gronden zijn toegekend. Hoofdstuk 3 bevat regels over het beschermen van waarden, in dit geval met archeologische functies. In hoofdstuk4 zijn algemene regels opgenomen die op het gehele plangebied of delen daarvan van toepassing zijn. Onderstaand worden de voor het plangebied opgenomen functies, zoals deze zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van de planregels, kort toegelicht. Agrarisch De functie 'Agrarisch' is opgenomen voor de gronden buiten het beoogde woongebied, waarvoor de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – spuitvrije zone’ is opgenomen en waarvoor de onderliggende functie ‘Agrarisch’ is overgenomen vanuit het van rechtswege geldende bestemmingsplan. De als ‘Agrarisch’ aangewezen gronden hebben de volgende functies: agrarisch grondgebruik, dagrecreatief medegebruik 1, dagrecreatief medegebruik 2, erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen, bosschages, en voorzieningen van openbaar nut , één en ander met bijbehorende voorzieningen ten dienste van de functie 'Agrarisch'.

Agrarisch met waarden De functie 'Agrarisch met waarden' is opgenomen voor de gronden ten oosten van de gronden met de functie ‘Bedrijf – Landbouwverwant’. De als ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden hebben de volgende functies: agrarisch grondgebruik, en behoud, ontwikkeling en versterking van de aanwezige landschappelijke waarden, in het bijzonder van het esdorpenlandschap en de beekdalen, bestaande natuurwaarden al dan niet in combinatie met agrarisch gebruik, dagrecreatief medegebruik 1, dagrecreatief medegebruik 2, er fbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen en bosschages, één en ander met bijbehorende voorzieningen, met dien verstande dat deze bijbehorende voorzieningen ten dienste staan van de functie 'Agrarisch met waarden'. Bedrijf – Landbouwverwant Op de locatie van de Matthiasstraat 3 wordt een landbouwverwant bedrijf mogelijk gemaakt. De mogelijkheden tot het uitoefenen van een intensieve veehouderij worden middels dit TAM -omgevingsplan verwijderd. Voor het nieuwe bedrijfsperceel is de functie ‘Bedrijf – Landbouwverwant’ opgenomen.

72

De gronden ter plaatse hebben de volgende functies: de uitoefening van een landbouwverwant bedrijf, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ' bedrijfsmatige activiteiten uitgesloten', geenbedrijfsmatige activiteiten zijn toegestaan. Verder zijn voorzieningen van openbaar nut, wonen in de bedrijfswoning, al dan niet met inbegrip van een aan -huis-gebonden -beroep tot een maximum van 40 m². Groen De functie 'Groen' is toegekend aan de groenzone aan de noord - en zuidzijde van het woongebied en voor de onderhoudsstroken aan de oost- en westzijde van het woongebied. Ook de centrale groenvoorziening die in oost westrichting door het woongebied is voorzien, krijgt overwegend de functie ‘Groen’. Tuin De functie ‘Tuin’ is opgenomen voor het perceel kadastraal bekend als Venray, sectie P, nummer 764, aan de zuidoostzijde van het beoogde woongebied. Daarnaast is de functie ‘Tuin’ opgenomen voor een deel van de gronden aan de Matthiasstraat 3. De als ‘Tuin’ aangewezen gronden hebben de volgende functies: tuin, met inbegrip van het hobbymatig houden van dieren, groenvoorzieningen, speel -, sport- en wandelgelegenheid, kunstwerken, langzaamverkeersroute(s), voorzieningen van openbaar nut, waterhuishoudkundige voorzieningen, bluswatervoorzieningen en andere bijbehorende bouwwerken, met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, paden en verhardingen.

Verkeer Aan de wegen ter hoogte van het beoogde woongebied, een deel van de Horsterweg en het eerste deel van de ontsluitingsweg van de Matthiasstraat 3 is de functie ‘Verkeer’toegekend. Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als `Verkeer´ heeft de volgende functies: verkeer - en verblijfsdoeleinden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, wegen, paden, verhardingen en andere bij de functie passende voorzieningen, groenvoorzi eningen, kunstwerken, parkeervoorzieningen, voorzieningen van openbaar nut, speelen wandelgebied, bluswatervoorzieningen en opstelplaatsen voor calamiteiten. Wonen Voor de beoogde woonpercelen, met inbegrip van de openbare ruimte waaronder interne ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen, is de functie ‘Wo nen’ opgenomen. De als zodanig aangewezen gronden hebben de volgende functies: wonen, beroep aan huis met een maximum oppervlak van 40 m², tuinen en erven, groenvoorzieningen, verblijfsdoeleinden, kunstwerken, voorzieningen van openbaar nut, inbegrepen de bereikbaarheid door nutsbedrijven en afvalinzameldiensten, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, bluswatervoorzieningen en opstelplaatsen voor calamiteiten. Binnen de als zodanig aangewezen gronden zijn in totaal 89 woningen toegestaan.

In de regels is daarbij vastgelegd dat minimaal 24 woningen als sociale huurwoning wordt uitgevoerd, minimaal 7 woningen als sociale koopwoning wordt uitgevoerd en minimaal 31 woningen als middenhuur of betaalbare koopwoning wordt uitgevoerd. Het overige deel van de woningen is vrij in te vullen. Waarde - Archeologie 2 Voor een deel van het plangebied geldt de functie 'Waarde - Archeologie 2 '. De als zodanig aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor de bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden in het gebied. Binnen deze functie is een ondergrens voor archeologisch onderzoek opgenomen van 500 m² oppervlakteverstoring in combinatie met 50 centimeter diepteverstoring. Middels deze regeling zijn de archeologische belangen in voldoende mate geborgd. Waarde - Archeologie 3 Voor een deel van het plangebied geldt de functie 'Waarde - Archeologie 3'. De als zodanig aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bedoeld voor de bescherming van de

73

mogelijk aanwezige archeologische waarden in het gebied. Binnen deze functie is een ondergrens voor archeologisch onderzoek opgenomen van 100 m² oppervlakteverstoring in combinatie met 50 centimeter diepteverstoring. Middels deze regeling zijn de archeolog ische belangen in voldoende mate geborgd .

74

6

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

6.1

Participatie Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van het wijzigen/afwijken van het omgevingsplan. Dit komt omdat een omgevingsplan niet alleen invloed heeft op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. In het kader van de beoogde ontwikkeling is een participatietraject doorlopen . Een verslag hiervan is als separate bijlage bij deze motivering te raadplegen .

6.2

Vooroverleg In art. 2.2 van de Omgevingswet is een algemene verplichting opgenomen dat een bestuursorgaan bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op grond van deze wet rekening houdt met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen en deze zo nodig af stemt met deze andere bestuursorganen. In het kader van de beoogde wijziging van het omgevingsplan, is het concept ontwerp TAM-omgevingsplan voorgelegd aan diverse instanties, waaronder de provincie Limburg , Waterschap Limburg en de Veiligheidsregio Limburg -Noord. Onderstaand wordt kort ingegaan op de reacties van de genoemde instanties. Provincie Limburg Per brief van 5 augustus 2025 met kenmerk DOC -00813581 heeft de provincie Limburg aangegeven dat het plan geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. Wel wijst men op de uitgevoerde natuurtoets, waarbij aangegeven wordt dat de conclusies onderschr even worden en wordt geadviseerd de aanbevelingen met betrekking tot het uitvoeren van een nader onderzoek naar vleermuizenop te volgen. Indien er ten gevolge van de ruimtelijke ontwikkeling negatieve effecten optreden op beschermde soorten en die effecte n leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen, dient voor dit plan een omgevingsvergunning flora - en fauna-activiteit aangevraagd te worden.

Verder wordt opgemerkt dat indien er ten gevolge van de ruimtelijke ontwikkeling significant negatief effecten op Nature 2000 -gebieden optreden, er mogelijk sprake is van een vergunningplicht voor een omgevingsvergunning voor een Natura 2000 -activiteit. De uitvoering van een onderzoek naar vleermuizen is in uitvoering en in de regels van het TAM -omgevingsplan is geborgd dat sloop van de bestaande stallen pas is toegestaan na uitvoering van het onderzoek naar vleermuizen en indien vleermuizen zijn aangetroffen, pas na het verkrijgen van een omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit en het uitvoeren van de eventueel benodigde mitigerende maatregelen . Voor wat betreft gebiedsbescherming is door middel van een ecologische voortoets aangetoond dat de berekende tijdelijke toename van stikstofdepositie geen significante effecten kan hebben op Natura 2000 gebieden. Daarmee is het aanvragen van een omgevingsv ergunning voor een Natura 2000 -activiteit niet aan de orde. Waterschap Limburg Per e-mail van 5 september heeft Waterschap Limburg gereageerd op het TAM -omgevingsplan. Aangegeven is dat men zich kan vinden in de uitgangspunten zoals opgenomen in het plan. Gesteld wordt dat er aandacht is voor water en dat het hemelwater wordt verwerkt binnen het plangebied (d.m.v. wadi’s).

Er ligt geen oppervlaktewater of kering in de buurt van het plangebied van waaruit beperkingen gelden. Ook al wordt het hemelwater niet geloosd op een oppervlaktewater, wordt toch geadviseerd om voor de hemelwatervoorziening de norm van 100 mm per m² in 24 uur te hanteren.

75

Verder lijkt het plangebied alleen in het westen iets gevoelig voor wateroverlast bij hevige regen. Het advies is dan ook om hier rekening mee te houden bij het realiseren van de woningen. De genoemde uitgangspunten worden meegenomen bij de verdere technische uitwerking van het plan. De voorziene wadi’s voldoen aan de norm van 100 mm per m² in 24 uur. Veiligheidsregio Limburg -Noord Per brief van 18 juli 2025 met kenmerk Z2025 -00002232 is een reactie ontvangen van de Veiligheidsregio Limburg-Noord. In het advies is ingegaan op aspecten als bluswater, bereikbaarheid en energietransitie. De Veiligheidsregio Limburg-Noord heeft de volgen de adviezen afgegeven: Benoem in de “Beschouwing externe veiligheid” het beëindigen van de intensieve veehouderij en transformatie tot een landbouwverwant bedrijf; Voorzie in een primaire bluswatervoorziening van 60 m³/uur bij het landbouwverwant bedrijf, bijvoorbeeld een geboorde put; Leg bij fase 1 reeds beide ontsluitingen + rondweg aan; Indien er zaken als zonnepanelen, EOS of andere alternatieve en energiebronnen worden toegepast, dan in een zo vroeg mogelijk stadium in overleg te treden met de VRLN om nadere eisen/uitganspunten te bespreken. Het beëindigen van de intensieve veehouderij en transformatie tot een landbouwverwant bedrijf is opgenomen in de rapportage ‘Beschouwing externe veiligheid Poort van Castenray’.

De overige adviezen van de Veiligheidsregio Limburg-Noord worden meegenomen bi j de verdere uitwerking van de plannen.

6.3

Procedure wijziging omgevingsplan Het ontwerp TAM-omgevingsplan heeft gedurende 6 weken ter inzage gelegen, van 19 december 2025 tot en met 29 januari 2026. Tijdens de inzagetermijn heeft eenieder het recht gehad een schriftelijke of mondelinge zienswijze in te dienen bij de gemeenteraad. In totaal z ijn 6 zienswijzen ingediend. Voor de inhoud van de zienswijzen en het gemeentelijk standpunt ten aanzien daarvan, wordt verwezen naar het ‘Eindrapport zienswijzen en (ambtshalve) wijzigingen’ dat als bijlage bij de motivering is opgenomen.

76

7

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

7.1

Kostenverhaal Algemeen Met de voorliggende wijziging van het omgevingsplan wordt de mogelijkheid geboden voor bouwactiviteiten in het plangebied. Hiervoor maakt de gemeente kosten, zoals voor het wijzigen van dit omgevingsplan, voor de aanleg van openbare voorzieningen en mogeli jk voor nadeelcompensatie. De gemeente is verplicht de gemaakte kosten te verhalen op een initiatiefnemer als deze nieuwe bouwactiviteiten wil uitvoeren (artikel 13.11 Omgevingswet). Dit kostenverhaal kan privaatrechtelijk of publiekrechtelijk worden geregeld. Het privaatrechtelijk kostenverhaal heeft de voorkeur boven het publiekrechtelijk kostenverhaal. Bij privaatrechtelijk kostenverhaal sluiten de gemeente en de initiatiefnemer van de bouwactiviteit een overeenkomst. Deze overeenkomst wordt gesloten vóór dat de gemeente besluit tot wijziging van de functie van de grond. Is het niet mogelijk om een overeenkomst te sluiten, dan past de gemeente de regeling van het publiekrechtelijk kostenverhaal toe. Publiekrechtelijk kostenverhaal vindt plaats bij: 1. Het publiekrechtelijk toelaten van kostenverhaalplichtige activiteiten en 2. Er geen overeenkomst met de initiatiefnemer is gesloten. Bij publiekrechtelijk kostenverhaal wordt het kostenverhaal geregeld in het omgevingsplan. De gemeente mag de kosten alleen verhalen als ze voldoen aan drie criteria: profijt, proportionaliteit en toerekenbaarheid.

Ook moet de locatie het kostenverhaal kunnen dragen. Dat houdt in dat er niet meer kosten worden verhaald dan dat er opbrengsten zijn. De gemeente verhaalt de kosten op basis van de kostenverhaalregels in het plan. Zolang de kostenverhaals bijdrage door initiatiefnemer niet is betaald, is het verboden om de bouwwerkzaamheden uit te voeren. Er vindt geen kostenverhaal plaats bij bouw op gronden die door gemeente zijn verkocht of in erfpacht zijn uitgegeven. De kosten worden dan verrekend in de verkoopprijs van de grond of in de erfpachtcanon. In de volgende 3 gevallen kan het bevoegd gezag afzien van kostenverhaal (artikel 8.14 Omgevingsbesluit): • Als er minder dan 10.000 euro aan verhaalbare kosten zijn. • Als er geen verhaalbare kosten zijn voor openbare werken (als bedoeld in A3 tot en met A9 van bijlage IV van het Omgevingsbesluit). • Als er alleen kosten zijn voor de aansluiting op de openbare ruimte of nutsvoorzieningen. Kostenverhaal beoogde ontwikkeling In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een bouwplan. Tussen de gemeente en de initiatiefnemers is een anterieure overeenkomst gesloten waarin de benodigde afspraken over het kostenverhaal zijn vastgelegd.

7.2

Nadeelcompensatie Algemeen Nadeelcompensatie gaat over de schade die de gemeente rechtmatig veroorzaakt bij bijvoorbeeld vergunningverlening of uitvoering. De basisregeling voor nadeelcompensatie staat in titel 4.5 van de Awb. In deze titel staan grondslagen, inhoudelijke eisen en p rocedurele bepalingen over de toekenning van nadeelcompensatie.

77

Omdat deze regeling niet zonder meer kan worden toegepast op besluiten uit de Omgevingswet voorziet de Omgevingswet in een regeling voor nadeelcompensatie in de afdelingen 1 en 2 van hoofdstuk 15. Afdeling 1 van hoofdstuk 15 wijst een aantal besluiten of maatregelen aan, die als oorzaak van de schade kunnen optreden. Alleen schade veroorzaakt door die besluiten of maatregelen komt voor vergoeding in aanmerking. De belangrijkste zijn: 1. het (gemeentelijk) omgevingsplan; 2. een omgevingsvergunning; 3. een projectbesluit voor realisatie van een project van het Rijk, provincie of waterschap, en; 4. rechtstreeks werkende regels in een verordening van provincie of waterschap. In projecten van derden bedingt de gemeente via een anterieure overeenkomst of schadevergoedingsovereenkomst, dat de initiatiefnemer van het plan uiteindelijk verantwoordelijk is voor de kosten met betrekking tot de schade/nadeelcompensatie. Op grond van d e Omgevingswet zal de gemeente, naast de netto uit te keren schadevergoeding, ook de met de schadevergoeding samenhangende kosten verhalen op de initiatiefnemer. Hierbij kan gedacht worden aan de wettelijke rente, de deskundigenkosten van de aanvrager en d e kosten van het bestuursorgaan bestaande uit bijvoorbeeld de ambtelijke kosten, eventuele onderzoekskosten en kosten voor de schadecommissie.

Nadeelcompensatie beoogde ontwikkeling In het voorliggende geval is tussen gemeente en initiatiefnemers een anterieure overeenkomst afgesloten, waarin ook afspraken zijn vastgelegd over nadeelcompensatie.

7.3

Financiële noodzaak oprichting landbouwverwant bedrijf Matthiasstraat 3 Na de sanering van de intensieve veehouderij wil de eigenaar zijn eigen arbeid en de vrijkomende middelen laten renderen teneinde ook een inkomen te genereren. De eigenaar beschikt over eigen cultuurgrond waarop onder andere Paulownia-bomen worden geteeld. De teelt en verzorging van deze bomen vraagt om specialistische kennis, machines en arbeid. Door de oprichting van een landbouwverwant bedrijf kan de eigenaar deze middelen efficiënter inzetten, zowel voor het eigen bedrijf als voor derden die eveneens Paulownia-bomen hebben aangeplant. De financiële noodzaak voor deze bedrijfsontwikkeling is tweeledig: 1. Kostenbesparing en schaalvoordeel: Door werkzaamheden te verrichten voor derden, kunnen investeringen in machines en personeel beter worden benut. Dit leidt tot lagere kosten per hectare en een betere spreiding van vaste lasten. 2. Extra inkomstenbron: De markt voor Paulownia-teelt groeit, waardoor er vraag ontstaat naar gespecialiseerde dienstverlening. Door deze diensten aan te bieden, genereert de eigenaar aanvullende inkomsten, wat bijdraagt aan de financiële continuïteit van het bedrijf. Daarnaast draagt de bedrijfsvoering bij aan de economische draagkracht van het landelijk gebied.

Door het aanbieden van gespecialiseerde agrarische diensten wordt de lokale werkgelegenheid versterkt, ontstaat er meer bedrijvigheid en wordt de agrarische in frastructuur in de regio ondersteund. Dit sluit aan bij bredere beleidsdoelen voor een vitaal en economisch veerkrachtig buitengebied. Tot slot biedt deze bedrijfsstructuur flexibiliteit om in te spelen op toekomstige ontwikkelingen in de markt en regelgeving. Het versterkt de economische positie van het bedrijf en draagt bij aan een duurzame bedrijfsvoering.

78

B1 LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN POORT VAN CASTENRAY

Met opmerkingen [BZ2]: Vervangen door nieuwe versie!

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

K

P 813

K K

K

A

A K P 183

K

K K

K K

K K K K

K

K

B

B

K K

K

K K

K

K K

K

C

K

K

C

K

K

K

K

K

K

K

K K K

K

K K

K

D

D

K

K

K

K

K

E

K

K

K K

K

D

K

K

K K

A F

K K

K

K

E K

Bosplantsoen 1264 m2 (3st./m2) Rhamnus frangula 10% 379 st. Cornus sanguinea 18% 683 st. Euonymus europaeus18% 683 st. Ligustrum vulgare 16% 607 st. Prunus spinosa 14% 531 st. Rosa canina 12% 455 st. Viburnum opulus 12% 454 st.

E

G

K

B

K

B

K

K K

K

B

D

F

K

K

J K

B C

C

G

K

K

K

K

H

F

K

K

K

F

D

K

K

K

K

K

K

A

K

E

F K

K

A F

K

G

B

F

K

D

G

K

K

K

K

L

K

Zaaien Stroomdalflora 150 gr. / 100m2

F

K

E

C

G

224V st. V

K

VV

VV

VV

VV

VV

VV

VV

K

CbV V

K

Zaaien Stroomdalflora 150 gr. / 100m2

K

K

F

VV

VV

K

VV

59

VV

VV VV

VV

B

K

88

Zaaien Stroomdalflora 150 gr. / 100m2

RVR

K

Pf 'A' 135 st.

Sc 225 st.

R 'R' 85 st.

K

M 'S' 115 st.

K

Cc 'GB' 165 st.

45

K

44

L

43 18

190

Hh

K

K

74

K Sc 240 st.

73

P 182

L

K

B'

K

46

K

M 'S' 155 st.

K

K

55

K

K

R 'ST' 160 st.

K K

M 'S' 125 st.

Cs 'CB '

R 'F' 135 st.

VV

Sc 235 s

t. Cc 'G 120 B' st.

VV

75 s

Bd 'BC' 230 st.

t.

BD 'L 235 P' st.

o

VLV

Lp 205 st.

VV

VV VV

VV

VV VV

VV

st.

st. 128

VV

160

VV

Hh

Lo

VV

Lp 180

st.

VV

VV

st.

stV.

VV

278

170

st.

V

L

Bd 'B

Hh

25

A

VV

M 190 'S' st.

K V

LH M

K

K

L

DD

D

K

K

H

L

D

M

D

M

D

K

DD D L D

K H

D

D

DD

LH M

M

M

L D

H

L

K

D

P 694

D D LD DD

K

ri

M

DD

D LDD 24.89 DD D D

L

klk

L D DD

K

K

DD

LH M

D

M

M

klk

D

L

43

M

K

43A

K

klk

K

D

D

bk

DD

K

K

L

D D

P 1019

K

M

K

43B

klk

K

DD

L

D D

DD D DD

K

K

K

L L D

43C

klk

ri

Overzichtstekening

projectnummer

tekeningomschrijving

blad

K

K

K

klk

K

4250091

43D

klk

K

P 860

K

getekend

datum

gecontroleerd

paraaf

datum

versie

vrijgegeven

paraaf

datum uitgave

tekening nummer

VDB K

45 klk klk

K

K

paraaf

ri

K

K

K

K

K

Tekening

ri

klk

P 129

formaat

van documentsoort

1

Groenplan

P 1034

36

K

opdrachtgever

klk

L

K

04-02-2026

1

R

A0S schaal

1:500 / 1:100

V3

45A

K

K

K

K

P 128

klk

K

K

K

P 193

onderdeel

K

34

K

Q

Erpseweg 11, 5463 PG Veghel 0413-363199 info@vandebeeten.nl www.vandebeeten.nl

Poort van Castenray

K

M

L

D DD

32

P 534

K

- Maten in meters tenzij anders vermeld - Hoogtes t.o.v. NAP tenzij anders vermeld

project

P 192

K

K

4250091-T-N-GR-0001

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

P

ALGEMEEN:

K

K

DD

K DD D

K

V3

Omschrijving: Datum: Eerste opzet 17-10-2025 Plantlijst geupdate 10-11-2025 Groen verder uitgewerkt " Update groenplan 29-01-2026

K

K

D

L D L DD

K

K

K

H

klk

DD

30E

R

K

LH M

M

M

L

D L DD

P 698

H

D

L

K

K

K

K

LH M

D M

ri

bk

LD D

Versie: V1 V2

K

P 947

LH M

M

klk

L

L

K P 1004

H D

M

K

P 699

LH M

L

D D D L L D

- x-b-gbkn-0001.dwg - x-b-klic-0001.dwg - x-n-bebouwing-0006.dwg - x-n-wadi-0007.dwg - x-n-dwarsprofiel-0010.dwg - x-n-terreinplan-0009.dwg - x-n-rioolplan-0009.dwg - x-n-verlichtingsplan_derden-0004.dwg - x-n-beplanting-0004.dwg - x-b-aansluiting-0003.dwg

I: Info@vandebeeten.nl E: T: Erpseweg 0413-363199 www.vandebeeten.nl 9, 5463 PG Veghel

P 1003

K

K

DD

LH M

M

K

D

P 945

H D

M

K

L

30

M

L

DD

BEHEER:

K

K

K

H D

M

DD

REFERENTIES:

K

D

Bestaand - Gas hoge druk

K

K

K

P 1053

K

D M

M

L

DD D L D

H

K

LH M

ri

D

28

H

H

K

L

DD D L D

K

LH M

K

K

Q

H D M

K

D

K P 693

DM

DD

K

K

K

DD

L

D

M

L

M

DD L

Zaaien mengsel Bremos 400 gr. / 100m2

K

LH M

K

L

DD D L D D

H

K

L

K

K

K

LH M

DM

K

M

D DD D

K

L T

P 1054

K

D

K

K

K

H

Bestaand - Middenspanning

K

LHM

DM

L

D

H

K

K

M

D

P 764

K

K

L

D D

L

K

K

H

plaats

D

Bd 170 'LP' st.

VV

K MD

D

J

K

LHM

E

K

H

M

3

J

K

D

H

K

bk

Zaaien mengsel Bremos 400 gr. / 100m2

LHM

D

D

L

K

K

D D D

M

K K

K H

D

D

D DD D

K

VV

L

K

M

M

. 80 st . 40 stK

K

L

K

V

M

D

LHM

V

D

J

H

D

K

K

D

K

LHM

M

L

D

H

V

D

V

P' Bd 'L ' Im 'BP

VV

VV

208V st.

Bestaand - Laagspanning

Bestaand - Kabelbed

V

D

V

D plaats

M

ri

VV

VV

K K

V

D

K

H

V

V

M

CbV

V

D

D

M

LHM

V

D

H

V

K

L

K

T

D

V

LHM

M

V

M

D

VV VV

L D

D

t. 114 s 51 st. K

K

VV

D

D

A

VV

D

P' Bd 'L ' Im 'BP

170 s

M

K

K

K

G

K

LH M H

M

t.

C' Bd 'B

M

K

VV

D D

M

G

LH H M

M

L

J

. 115 st

C' Bd 'B

L

M

K

M

D

VV

VV

LH H M

M

L

D

Zaaien mengsel Bremos 400 gr. / 100m2

V

L

Bestaand - Kabelbed

Bd 'B

41

L

K

. 115 st

C'

V

V

V

VV

K

D

D

D

192 V st.

HD

D

K

V

V

N

K

LH M

M

D

Cb V

D

M

L

D

VV

K

HD

VV

M M

D

P

LH M

D

29

V

V

VV VV

K

H

V

VV

VV

D

D

E

D

VV

D

HD

VV

HL M

A

K

D

M

VV

M

D

VV

HL M

M

D

L

K

28 VV

H

D

L

1

26

Bestaand - Datatransport

Bestaand - Mantelbuis data

K

K

D

Kom port alen

L

D

K

VV

L

VV

H

HL M

D

K

27 D

M

K

VV

D

M

M

D

R 'ST' 140 st.

D

D

L

VV

.

K

L

V

VV

L

195 Vs t VV

M

Fs

K

H

D HL M

D

Bestaand - Kabelbed

K

VV

VV

VV

D

D

K

M

H

VV

Zaaien mengsel Bremos 400 gr. / 100m2

K

HLD M

J

Klic melding

Bosplantsoen 340 m2 (3st./m2) Rhamnus frangula 10% 102 st. Cornus sanguinea 18% 184 st. Euonymus europaeus18% 184 st. Ligustrum vulgare 16% 163 st. Prunus spinosa 14% 143 st. Rosa canina 12% 122 st. Viburnum opulus 12% 122 st.

L

C'

165

Pf 125 'A' st.

K

VV

M 230 'S' st. R 'R 120 ' st.

R 120 'F' st. t.

Sc 210 s

K

K

VV

V 1V

o

V LV VV

K K

K

K L D

Cs 'CB' 140 st.

VV VV VV VV

t. 20 s

Po 66 'AB' st.

V LoV VV

V

K

V

V

Lo V VV VV

K

6V4 st .

K VV

128V st.

K

VV

VV

125 st.

V

128V V

Lo V VV

Lp

160 st.

R 'R' 165 st.

VV

st.

K

st.

VV

K

L

H

VV

D L

VV

VV

K

K

VV VV

H

Fs VV

L

VV

VV

VV

VV

VV

K

VV

7

Verlichting - Voorlopige locatie

K VV

K

D

D

6

40

J

K

D

M

D

K

H

H

HL D M

M

D

VV

D M

D

D

VV

K

D

D

R 'F' 160 st.

V

M

Groen - Gazon A

Zaaien mengsel Bremos 400 gr. / 100m2

VV

kast

H HL D M D

D

V

t.

T

D D M

D

V

VV

VV

K

195 Vs

Groen - Kruinrijk gras

V

st.

VV

N

VV

Fs

Groen - Haag

VV

HL M

D M

5

39

63

VV

VV

DD

H

278V

K

HL M

V

VV

4

K

K

H

62

VV

J K

DD

L

Sc 170 st.

FsV

VV

J

L

VV VV

J

K

30

VV

K

61

VV

VV

Gazon

2

60

VV

I

3 31

K

VV

M

L

M 'S' 160 st.

R 'ST' 150 st.

Groen - Bodembedekker

16

L

32

P 743

L

24

15

L

J K

14

VV

K

13

K

VV

36

33

Groen - Heester

VV

Bd 'BC'

K

8

L

VV

34

Cc 'GB' 80 st.

Groen - Bosplantsoen

P 742

K

M

37

69

Po 'AB' 70 st.

K

9

VV

225

K

I

Pf 'A' 85 st.

Po 'AB' 46 st.

L

Groen - Nieuwe boom (meerstammig)

K

Sc 220 st.

Po 'AB' 170 st.

68

Sc 95 st.

Pf 'A' 165 st.

Gazon

L

Gazon

VV

J

12

K

J

J

VV

Im 'BP' 90 st.

VV

67

Cc 'GB' 85 st.

VV

66

VV

65

VV

M

Gazon

64

Bd 'LP' 90 st.

VV

I

Bd 'LP' 180 st.

41

11

K

58

Groen - Nieuwe boom

Hh 325 st.

45

38

M

L

K

J

105 st.

Cc 'GB' 170 st.

K

44

35

82

K

43

M 'S' 180 st.

J

L M 'S'

L

K

VV

L

K Cs 'CB' 430 st.

K

VV

J

R 'R' 115 st.

83

Groen - Natuurzones/ wadi's

Groen - Bestaande boom

57

42

R 'ST' 100 st.

L

VV

84

L

st.

Hh 175 st.

VV

R 'R' 145 st.

115

L

10

R 'R' 130 st.

78

P 1161

Gazon

VV

L

Sc 180 st.

C'

K

VV

R 'ST' 165 st.

Kavels - 22.760m2

Bd 'BC' 205 st.

56

77

L

Bd 'B

R 'F' 100 st.

70 Sc 165 st.

23

st.

K

L

Bd 'LP' 140 st.

85

205

54

J

Plangebeid - 50.960m2

K

71

22

Cs 'C

Po 'AB' 56 st.

Sc 200 st.

L

47

Cc 'GB' 185 st.

VV

K

Cs

Sc 170 st.

76

72

K

'CB'

75 Pf 'A' 90 st.

K

180

K

st.

K

K

Po 'AB' 38 st.

86

K

Verklaring algemeen

17

P 1160

J

K

Pf 'A' 160 st.

K

M 'S' 195 st.

19

K

Cc 'GB' 85 st.

st.

46

K

87

K

49

K

L

48

R 'ST' 185 st.

Bd 'B C' 115 s t.

Bd 'B C' 125 st.

t.

20

K

K

Lp 1 45 s

M 'S' 135 st.

L 190 st. K

Cs 'C B' 205 st.

Lp 1 60 s t.

H

Sc

R 'F' 110 st.

R 'R' 100 st.

Bd 'LP' 110 st.

K

VV

112 st.

K

VV

K

L VV

Cb

80

t.

K

Im 'BP' 72 st. R 'F' 45 st.

Bd 'LP' 130 st.

81 Hh 1 70 s

K

L

Sc 230 st.

VV

t.

K

Hh 125 s

K

79

H

K

K

K

K

21

F

14

15

16

17

18

19

20

21 4250091-T-N-GR-0001.dwg

22

23

24

Roermond Schoolstraat 8 6049 BN Herten Postbus 14 6040AA Roermond

’s-Hertogenbosch Hintham 152-E 5246 AK Rosmalen Postbus 2309 5202 CH ’s-Hertogenbosch

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16974237/1