CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

B1.3.13 - Memo Endotoxine-toetsing Horsterweg 39D Castenray 27-03-2026 - anoniem

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray23.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

doorgaans grote aantallen mensen aanwezig zijn, of minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten aanwezig zijn?

Dan is de minimale afstand 25 meter voor een tank van maximaal 5 kubieke meter. En minimaal 50 meter voor een grotere tank.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 7 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Activiteit: Opslaan van propaan Maatregel:

Zorg dat de tank voldoet aan PGS 19. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

Activiteitenregeling

m3852

Eenmalig

• Artikel 3.28 lid 4 op 20­11­2017

• • • • •

Artikel 3.29 lid 1 op 20­11­2017 Artikel 3.29 lid 2 op 20­11­2017 Artikel 3.29 lid 3 op 20­11­2017 Artikel 3.29 lid 4 op 20­11­2017 Artikel 3.29 lid 5 op 20­11­2017

Toelichting PGS 19 "Propaan en butaan: opslag" bevat regels voor het opslaan van propaan in opslagtanks. De Activiteitenregeling verwijst naar PGS 19:2013 versie 1.0 (10­2013). Een opslagtank met propaan moet voldoen aan de hoofdstukken 2, 4, 5 en 6 van PGS 19. Paragrafen 4.3 (externe veiligheidsafstanden) en 4.4 (explosieveiligheid) zijn uitgezonderd. Ook is een brandmuur niet toegestaan. En een opslagtank op een bouwplaats moet ook voldoen aan hoofdstuk 7 van PGS 19. Constructie Een opslagtank voor propaan valt onder het Warenwetbesluit drukapparatuur 2016. Hoofdstuk 2 van PGS 19 bevat uitleg hierover. Ook geeft het aanvullende voorschriften voor oudere opslagtanks. Veiligheidsmaatregelen Hoofdstuk 4 van PGS 19, met uitzondering van de paragrafen 4.3 en 4.4, bevat veiligheidsmaatregelen zoals: • • • • •

brandbeschermende bekledingen brandblusmiddelen elektrische installatie aanrijdbeveiliging fundering

Hoofdstuk 4 bevat ook voorschriften voor interne afstanden tussen de opslagtank en andere onderdelen van uw bedrijf. De minimumafstand wordt afgeleid van een maximale warmtestralingsintensiteit van 10 kW/m2 op de wand van de opslagtank. Heeft u twee opslagtanks met propaan of propeen? Dan is de minimum afstand in de meeste gevallen 7,5 meter. Brandmuur Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift bepalen dat een brandmuur is toegestaan. Maar alleen als het voldoen aan de interne veiligheidsafstanden niet redelijk is. Deze brandmuur moet voldoen aan de voorschriften die de PGS 19 (oktober 2013) daaraan stelt. Bestaande opslagtank Heeft u een bestaande opslagtank die is geïnstalleerd voor 1 januari 2016? En waren de interne veiligheidsafstanden uit de voormalige PGS 19 (2­2009) kleiner dan de afstanden van de herziene PGS 19 ( 10­2013)? Dan gelden die kleinere interne afstanden. Is er eerder een brandmuur geplaatst die voldoet aan CPR 11­2, voorschrift 8.1.5? Of is de warmtestraling op de opslagtank niet meer dan 10 kW per vierkante meter? En is dat met een berekening aangetoond? Dan is een interne afstand van 3 meter voldoende. Wanneer een tank (op)nieuw wordt geïnstalleerd, dan gelden de nieuwe eisen uit de PGS 19 (oktober 2013). Incidenten Hoofdstuk 5 van PGS 19 bevat voorschriften voor incidenten en calamiteiten:

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 8 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

• •

20­11­2017

U moet instructies aanbrengen bij de propaantank. Zodat medewerkers weten wat ze moeten doen bij een incident of calamiteit. U moet een noodplan hebben.

Gebruik van de installatie Hoofdstuk 6 van PGS 19 bevat voorschriften voor het gebruik van de propaaninstallatie. Zoals het vullen, het in gebruik nemen en het buiten gebruik stellen. Hoofdstuk 6 bevat ook voorschriften voor het uitvoeren van onderhoud aan de propaaninstallatie. Opslagtank op bouwplaats Gaat het om een opslagtanks op een bouwplaats? Die voor bouwactiviteiten in gebruik is? Dan moet de tank ook voldoen aan hoofdstuk 7 van PGS 19. En is een aantal voorschriften uit hoofdstuk 4 van PGS 19 niet van toepassing. Om welke voorschriften het gaat, staat in hoofdstuk 7 van PGS 19. In grote lijnen gaat het om de regels voor: • • • • • • • •

verkleining afstand tot erfgrens door middel van brandmuur, kathodische bescherming, dakconstructie, bescherming ondergrondse of ingeterpte reservoirs, hekwerk, vulpunt, verdamper, en koppelen van reservoirs in het hogedrukgedeelte.

PGS 19 vindt u op de website van Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen.

Activiteit: Opslaan van propaan Maatregel:

Ga na hoe vaak u onderhoud moet uitvoeren. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

Activiteitenregeling

m3855

Eenmalig

• Artikel 3.28 lid 4 op 20­11­2017

• Artikel 3.30 op 20­11­2017

Toelichting Ga na hoe vaak u onderhoud moet uitvoeren aan uw propaantank. De frequentie van het onderhoud is afhankelijk van het onderhoudsschema. Een onderhoudsschema moet voldoen aan NEN­EN 12817.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 9 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Activiteit: Opslaan van propaan Maatregel:

Keuring en controle ­ Laat de tankinstallatie keuren. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

Activiteitenregeling

m3853

Eenmalig

• Artikel 3.28 lid 4 op 20­11­2017

• Artikel 3.30 op 20­11­2017

Toelichting U moet een tankinstallatie als u deze in gebruik neemt en daarna elke zes jaar laten keuren. Het gaat om de opslagtank met bijbehorende leidingen en andere onderdelen. Alleen een aangewezen certificatie­ of keuringsinstelling (cki) mag de keuring uitvoeren. Een overzicht met certificatie­ en keuringsinstellingen staat op de website van de inspectie SZW. Keuring voor ingebruikneming De keuring voor ingebruikneming (KVI) geldt voor alle onderdelen van de tank die onder druk staan. Uitzondering Heeft u een opslagtank die kleiner is dan 5 kubieke meter? En waaruit u propaan als gas onttrekt? Dan is een keuring voor ingebruikname niet nodig. Wel moet u de installatie en ingebruikname vakkundig en verantwoord uit laten voeren. Voor een opslagtank op een bouwplaats is de ondergrens 8 kubieke meter. Herkeuring U moet een propaantank elke zes jaar laten keuren. Volgt u een onderhoudsschema volgens NPR 2578? Dan kunt u de termijn voor een inwendige inspectie verlengen tot maximaal 12 jaar.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 10 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Activiteit: Opslaan van propaan Maatregel:

Keuring en controle ­ Zorg dat keuring, herkeuring en onderhoud juist wordt uitgevoerd. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

Activiteitenregeling

m3854

Eenmalig

• Artikel 3.28 lid 4 op 20­11­2017

• Artikel 3.30 op 20­11­2017

Toelichting De keuring en het onderhoud moet plaatsvinden volgens NEN­EN 12817 en NPR 2578. Deze normen zijn te vinden op de website van het NEN. Alleen een aangewezen certificatie­ of keuringsinstelling (cki) mag de keuring uitvoeren. Een overzicht met certificatie­ en keuringsinstellingen staat op de website van de inspectie SZW. Onderhoudsschema NEN­EN 12817 U moet voor elke installatie een onderhoudsschema hebben. Dit schema bevat procedures voor inspectie van een opslagtank, de omvang van de inspectie van de opslagtank en appendages en aandachtspunten voor de inspectie op locatie. Onderhoud NPR 2578 Deze praktijkrichtlijn beschrijft taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor personen van bedrijven die betrokken zijn bij het onderhoud. Verder geeft het aan welke deskundigheden iemand die onderhoud uitvoert moet hebben. Frequentie De frequentie van het onderhoud is afhankelijk van het onderhoudsschema. Stel zelf de frequentie vast. Volg hierbij het advies van de installateur.

Activiteit: Opslaan van propaan Maatregel:

Keuring en controle ­ Houd een installatieboek bij. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

Activiteitenregeling

m3856

Voortdurend

• Artikel 3.28 lid 4 op 20­11­2017

• Artikel 3.31 op 20­11­2017

Toelichting U moet een installatieboek bijhouden voor de propaaninstallatie. Neem daarin in elk geval op: • • •

getekende verklaringen van keuringen en herkeuringen, rapportages van onderhoud en werkzaamheden, en gebruiksaanwijzingen.

U hoeft het installatieboek niet in uw bedrijf zelf te bewaren. Maar het moet wel op verzoek voor het bevoegd gezag beschikbaar zijn.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 11 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Activiteit: Opslaan en overslaan van goederen ­ algemeen De maatregelen bij deze activiteit zijn van toepassing op het opslaan van bulk­ en stukgoederen. Deze activiteit is altijd opgenomen in het overzicht, omdat dit bij vrijwel alle bedrijven voorkomt. De maatregelen zijn bijvoorbeeld ook van toepassing op afvalcontainers. Slaat u ook bodembedreigende of stuifgevoelige bulk­ of stukgoederen op? Dan gelden naast deze algemene maatregelen ook de maatregelen onder de activiteiten: "Opslaan van bodembedreigende goederen" en/of "Opslaan van stuifgevoelige goederen of zeven grond".

Maatregel:

Voorkom dat inerte goederen zich verspreiden. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

Activiteitenregeling

m0021

Voortdurend

• Artikel 3.32 lid 1 op 20­11­2017

• Artikel 3.39 op 20­11­2017 • Artikel 3.40 lid 1 op 20­11­2017

Toelichting Het gaat er om dat de goederen de omgeving en het oppervlaktewater niet kunnen verontreinigen. Heeft u buitenopslag bij een laad­ en loskade? Sla dan geen goederen op binnen 2 meter van de kaderand. Of zorg voor een keerwand waarbij u de ruimte tussen keerwand en kade schoon houdt. Lees in artikel 3.39 van de Activiteitenregeling welke goederen in ieder geval inert zijn.

Activiteit: Opslaan en overslaan van goederen ­ algemeen Maatregel:

Lozen voorkomen ­ Hergebruik het afvalwater dat in contact is geweest met inerte goederen voor het bevochtigen van die goederen. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

m0027

Voortdurend

• Artikel 3.33 lid 6 op 20­11­2017

Activiteitenregeling

Toelichting Bevochtigt u de goederen om verspreiding te voorkomen? Gebruik dan zoveel mogelijk het afvalwater voor dit bevochtigen.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 12 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Activiteit: Opslaan van agrarische bedrijfsstoffen Maatregel:

Plaats agrarische bedrijfsstoffen op de juiste afstand tot geurgevoelige objecten. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

m3860

Voortdurend

• • • • • • • • •

Activiteitenregeling

Artikel 3.46 lid 1 op 20­11­2017 Artikel 3.46 lid 2 op 20­11­2017 Artikel 3.46 lid 3 op 20­11­2017 Artikel 3.46 lid 4 op 20­11­2017 Artikel 3.46 lid 5 op 20­11­2017 Artikel 3.46 lid 6 op 20­11­2017 Artikel 3.46 lid 7 op 20­11­2017 Artikel 3.46 lid 8 op 20­11­2017 Artikel 3.46 lid 9 op 20­11­2017

Toelichting De opslag van agrarische bedrijfsstoffen mag geen geurhinder veroorzaken. Wat er precies wordt bedoeld met agrarische bedrijfsstoffen staat in het overzicht van agrarische bedrijfsstoffen op de website van InfoMil. Dit zijn onder meer vaste mest, kuilvoer en vaste bijvoedermiddelen en restmateriaal van teelt. U met een minimale afstand van de opslag tot een geurgevoelig object aanhouden. Deze afstand is: • •

100 meter van geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom en 50 meter van geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom.

U hoeft deze afstand niet aan te houden tot uw eigen woning. U moet de afstand meten vanaf de buitenzijde van het geurgevoelig object tot aan de rand van de opslag, die het dichtst bij het object ligt. Uitzondering bestaande opslag Heeft u een bestaande opslag van voor 1 januari 2013? En is verplaatsen redelijkerwijs niet mogelijk? Dan is verplaatsen niet nodig. Wel moet u maatregelen treffen om geurhinder te voorkomen of te beperken. Zoals het afdekken van de opslag. Als het bevoegd gezag hier om vraagt, moet u aangeven welke maatregelen u treft. Maatwerk Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen aan de opslag van agrarische bedrijfsstoffen. Maar alleen als de geurhinder onaanvaardbaar is. Deze voorschriften kunnen alleen gaan over: • • •

de plaats van de opslag, het afdekken van de opslag, en de frequentie en het tijdstip van de afvoer van de opgeslagen agrarische bedrijfsstoffen.

Uitzondering veevoederbalen Heeft u veevoederbalen die in plastic folie zijn verpakt? Dan zijn er geen voorschriften om geurhinder te beperken. U hoeft geen minimale afstand aan te houden. Uitzondering vaste dierlijke mest, niet afkomstig van landbouwhuisdieren Slaat u vaste dierlijke mest op die niet afkomstig is van landbouwhuisdieren? Dan geldt ook voor binnen de bebouwde kom een minimale afstand van 50 meter. Kunt u deze afstand niet halen? Dan moet u deze stoffen opslaan in een afgesloten voorziening. En deze niet langer dan twee weken bewaren. Dit betekent dat u vaste dierlijke mest elke twee weken moet afvoeren.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 13 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Uitzondering kuilvoer Heeft u kuilvoer? Dan is een afstand van 25 meter voldoende. Het maakt niet uit of het geurgevoelige object binnen of buiten de bebouwde kom ligt. Maakt u gebruik van deze uitzondering en is de afstand minder dan 50 meter? Dan moet u het kuilvoer afdekken. U mag wel veevoeder toevoegen of weghalen. Knolgewassen, wortelgewassen of fruit hoeft u niet af te dekken. Geurgevoelige objecten Het Activiteitenbesluit verwijst voor de definitie van een geurgevoelig object naar de Wet geurhinder en veehouderijen. Kort gezegd is een geurgevoelig object een gebouw, waar geregeld mensen verblijven. Woningen zijn geurgevoelige objecten, maar ook een school, kinderdagverblijf, kantoor of werkplaats kan een geurgevoelig object zijn. Landbouwhuisdieren Landbouwhuisdieren zijn dieren die voor productiedoeleinden in de agrarische sector worden gehouden of gefokt. Bijvoorbeeld voor de productie van melk, vlees, wol en eieren. Het kan gaan om koeien, varkens, schapen, paarden, kippen, kalkoenen, eenden, pelsdieren, waterbuffels, lama's, struisvogels, ganzen, fazanten en herten. Ook paarden in maneges zijn landbouwhuisdieren. Als de bovenstaande dieren niet voor productiedoeleinden gehouden worden, zoals bijvoorbeeld bij kinderboerderijen of bij hertenkampen, dan zijn het geen landbouwhuisdieren.

Activiteit: Opslaan van agrarische bedrijfsstoffen Maatregel:

Lozen voorkomen ­ Plaats een opslag op onverharde bodem op ten minste 5 meter van de insteek van oppervlaktewater of bescherm de opgeslagen stoffen tegen hemelwater. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

m3862

Eenmalig

• Artikel 3.49 op 20­11­2017

Activiteitenregeling

Toelichting Slaat u agrarische bedrijfsstoffen op, op een ondergrond die niet is verhard? Dan moet de afstand tussen de opslag en de insteek van een oppervlaktewater ten minste 5 meter zijn. Dit is om verontreiniging van sloten en ander oppervlaktewater te voorkomen. De insteek is de lijn waar het maaiveld en het talud elkaar ontmoeten. Is de afstand korter? Dan moet u de opslag beschermen tegen hemelwater. Bijvoorbeeld met een afdak of een zeil.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 14 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Activiteit: Opslaan van agrarische bedrijfsstoffen Maatregel:

Neem bij het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen (geen pluimveemest) maatregelen die de bodem en het oppervlaktewater beschermen. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

Activiteitenregeling

m3865

Voortdurend

• Artikel 3.48 op 20­11­2017

• • • • • • •

Artikel 3.65 lid 2 op 20­11­2017 Artikel 3.65 lid 3 op 20­11­2017 Artikel 3.65 lid 4 op 20­11­2017 Artikel 3.65 lid 5 op 20­11­2017 Artikel 3.65 lid 6 op 20­11­2017 Artikel 3.65 lid 7 op 20­11­2017 Artikel 3.65 lid 10 op 20­11­2017

Toelichting Slaat u agrarische bedrijfsstoffen op? En gaat het om andere stoffen dan pluimveemest? En blijft dit langer dan twee weken liggen? Dan moet u maatregelen nemen om de bodem en het oppervlaktewater te beschermen. Welke maatregelen dit zijn hangt af van te tijd dat u de stoffen op één plaats laat liggen. Opslaan korter dan 6 maanden Slaat u de stoffen korter dan 6 maanden op? En is de bodem onverhard? Dan moet u de stoffen opslaan op een absorberende laag die ten minste 15 centimeter dik is en voor 25% of meer bestaat uit organische stof. Een dikke laag stro of turf is voldoende. En u moet: • • •

de opslag afdekken, bijvoorbeeld met een zeil of overkapping, en als u de stoffen verwijdert ook de absorberende laag verwijderen, en bij een nieuwe opslag ook een nieuwe absorberende laag plaatsen.

Opslaan langer dan 6 maanden Slaat u de stoffen langer dan 6 maanden op? Dan moet de opslag plaatsvinden op een vloeistofkerende voorziening. Dat kan een vloeistofdichte vloer zijn. Maar ook een aaneengesloten verharding zonder scheuren is voldoende. Opslaan op een verharde bodem Slaat u de stoffen op een verharde bodem op? Dan moet u de vloeistoffen opvangen in een opslagvoorziening. Deze opslagvoorziening moet mestdicht zijn. Dat is zo als deze voldoet aan paragraaf 5.5 en hoofdstuk 6 en 7 van BRL 2342. Verder moet de afvoer naar de opslagvoorziening zó liggen, dat de vloeistoffen er vanzelf naar toe stromen. Uitzondering droog kuilvoer Slaat u kuilvoer op? En is het gehalte aan droge stof daarvan 40% of meer? Dan zijn er geen eisen voor de ondergrond. Wel moet u het kuilvoer beschermen tegen hemelwater. Dat kan door afdekken met zeil of opslaan onder een overkapping. Uitzondering bestaande kuilvoeropslag Heeft u een kuilvoeropslag van vóór 1 januari 2013? Dan hoeft u pas op 1 januari 2027 te voldoen aan de eisen voor de ondergrond en het opvangen van de vloeistoffen. Uitzondering veevoederbalen Heeft u veevoederbalen die in plastic folie zijn verpakt? Dan zijn deze maatregelen niet nodig.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 15 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Activiteit: Opslaan van agrarische bedrijfsstoffen Maatregel:

Neem bij het opslaan van pluimveemest maatregelen die de bodem beschermen. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

Activiteitenregeling

m3864

Een keer per 6 maanden

• Artikel 3.48 op 20­11­2017

• • • •

Artikel 3.65 lid 2 op 20­11­2017 Artikel 3.65 lid 3 op 20­11­2017 Artikel 3.65 lid 8 op 20­11­2017 Artikel 3.65 lid 9 op 20­11­2017

Toelichting Slaat u pluimveemest op? En blijft dit langer dan twee weken liggen? Dan moet u maatregelen nemen om de bodem te beschermen. Welke maatregelen dit zijn hangt af van de tijd dat u de pluimveemest op één plaats laat liggen. Opslaan korter dan 6 maanden Slaat u de pluimveemest korter dan 6 maanden op? Dan moet u dit opslaan: • •

in een afgedekte container, of op een absorberende laag die ten minste 15 centimeter dik is en voor 25% of meer bestaat uit organische stof, zoals stro of turf.

Gebruikt u een absorberende laag als bodembeschermende voorziening? Dan moet u: • • •

de opslag afdekken, bijvoorbeeld met een zeil of overkapping, en als u de pluimveemest verwijdert ook de absorberende laag verwijderen, en bij een nieuwe opslag ook een nieuwe absorberende laag plaatsen.

Opslaan langer dan 6 maanden Slaat u de pluimveemest langer dan 6 maanden op? Dan moet u dit opslaan in een afgesloten ruimte. Deze ruimte moet: • •

voldoende ventilatie hebben, en een aangesloten vloer of verharding zonder scheuren hebben.

Activiteit: Opslaan van agrarische bedrijfsstoffen Maatregel:

Bewaar de stoffen niet langer dan 2 weken bij het ontbreken van voorzieningen. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

Activiteitenregeling

m3863

Een keer per 2 weken

• Artikel 3.48 op 20­11­2017

• Artikel 3.65 lid 2 op 20­11­2017

Toelichting Slaat u agrarische bedrijfsstoffen op? En heeft u daarvoor geen voorzieningen om de bodem te beschermen? Of om afvalwater op te vangen? Dan mag u deze stoffen niet langer dan twee weken bewaren. Dit betekent dat u kuilvoer binnen twee weken moet gebruiken en vaste mest elke twee weken moet afvoeren.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 16 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Activiteit: Houden van landbouwhuisdieren bij een veehouderij type C Maatregel:

Zorg dat een vloer van een dierenverblijf een aaneengesloten verharding heeft zonder scheuren. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

Activiteitenregeling

m4021c

Eenmalig

• Artikel 3.122 op 20­11­2017

• Artikel 3.96 lid 1 op 20­11­2017 • Artikel 3.96 lid 2 op 20­11­2017

Toelichting De vloer van een dierenverblijf moet vloeistofkerend zijn. Dit betekent dat het een aaneengesloten verharding moet zijn waar geen scheuren in zitten. Uitzondering mestkelder Dit geldt niet voor een vloer of deel van een vloer waaronder zich een mestkelder bevindt.

Activiteit: Houden van landbouwhuisdieren bij een veehouderij type C Maatregel:

Huisvestingssysteem ­ Zorg dat het huisvestingssysteem is uitgevoerd volgens de technische beschrijving. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

m4022c

Eenmalig

• Artikel 3.123 lid 2 op 20­11­2017

Activiteitenregeling

Toelichting Een huisvestingssysteem moet zijn gebouwd volgens de technische eisen in de stalbeschrijving. Een stalbeschrijving heet ook wel systeembeschrijving of leaflet. Voor een groot aantal stalsystemen is er zo'n beschrijving. Op de website van InfoMil staat een overzicht met alle stalbeschrijvingen. In principe gelden de eisen van het systeem ten tijde van uw melding Activiteitenbesluit of uw milieuvergunning.

Activiteit: Houden van landbouwhuisdieren bij een veehouderij type C Maatregel:

Huisvestingssysteem ­ Zorg dat u het huisvestingssysteem gebruikt en onderhoud volgens de technische beschrijving. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

m4023c

Voortdurend

• Artikel 3.123 lid 3 op 20­11­2017

Activiteitenregeling

Toelichting U moet een huisvestingssysteem gebruiken en onderhouden volgens de voorwaarden, die nodig zijn voor een goede werking van het systeem. Deze voorwaarden staan ook in de stalbeschrijvingen. Op de website van InfoMil staat een overzicht met alle stalbeschrijvingen.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 17 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Activiteit: Houden van landbouwhuisdieren bij een veehouderij type C Maatregel:

Melkwinning ­ Hergebruik was­ en spoelwater van de melkinstallatie. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

m4003c

Voortdurend

• Artikel 3.129 lid 1 op 20­11­2017 • Artikel 3.129 lid 2 op 20­11­2017 • Artikel 3.129 lid 3 op 20­11­2017

Activiteitenregeling

Toelichting Maakt u gebruik van een melkinstallatie? Dan moet u het afvalwater van het wassen en spoelen van de melkinstallatie zoveel mogelijk hergebruiken. Is hergebruik niet meer mogelijk? Dan mag u het afvalwater: • •

in het vuilwaterriool lozen, of gelijkmatig over de onverharde bodem verspreiden.

U mag het afvalwater niet mengen met mest.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 18 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Activiteit: Lozen van hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening De maatregelen bij deze activiteit zijn van toepassing op het lozen van: • •

hemelwater dat bij neerslag door de bodem sijpelt en via drainage wordt afgevoerd hemelwater dat over een verharding afstroomt. Het gaat alleen over hemelwater van verhardingen waar geen bodembeschermende maatregelen voor nodig zijn.

Deze activiteit is altijd opgenomen in het overzicht, omdat dit bij vrijwel alle bedrijven voorkomt.

Maatregel:

Lozen voorkomen ­ Voorkom het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en onkruidverdelgers bij straatkolken of putten. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

m0414

Voortdurend

• Artikel 3.3 lid 5 op 20­11­2017

Activiteitenregeling

Toelichting Gewasbeschermingsmiddelen en onkruidbestrijdingsmiddelen zijn schadelijk voor het oppervlaktewater. Daarom mag u deze niet gebruiken in of nabij straatkolken of putten.

Activiteit: Lozen van hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening Maatregel:

Lozen voorkomen ­ Voorkom het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en onkruidverdelgers op half­open en gesloten verhardingen. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

m4t413

Voortdurend

• Artikel 3.3 lid 4 op 20­11­2017

Activiteitenregeling

Toelichting Halfopen verhardingen zijn tegels en klinkers. Gesloten verhardingen zijn asfalt en beton. U mag alleen gewasbeschermingsmiddelen, waaronder onkruidbestrijdingsmiddelen, op deze verhardingen toepassen als: • •

u de middelen pleksgewijs toepast, met selectieve technieken, zoals sensorgestuurde spuitsystemen, onkruidbestrijkers en spuitlansen, en volgens het KNMI de kans op neerslag binnen 24 uur voor uw regio niet groter is dan 40%.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 19 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Activiteit: Algemene milieuregels voor emissies van zeer zorgwekkende stoffen naar de lucht voor type C inrichtingen Maatregel:

Onderzoek hoe u de emissie van zeer zorgwekkende stoffen kunt voorkomen of verder beperken. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

Activiteitenregeling

m4086

Een keer per 5 jaar

• Artikel 2.3a lid 2 op 20­11­2017 • Artikel 2.4 lid 2 op 20­11­2017 • Artikel 2.4 lid 3 op 20­11­2017

• Artikel 2.20 op 20­11­2017

Toelichting Heeft uw bedrijf emissies van zeer zorgwekkende stoffen naar de lucht? Dan moet u deze emissies voorkomen of tot een minimum beperken. U moet daarom één maal in de vijf jaar een onderzoek uitvoeren hoe u deze emissies kunt voorkomen of verder kunt beperken. Het onderzoek bevat in ieder geval de volgende onderdelen: • • • • • •

informatie over de mate waarin emissies van zeer zorgwekkende stoffen naar de lucht plaatsvinden een overzicht van mogelijkheden en technieken om emissies van zeer zorgewekkende stoffen naar de lucht te voorkomen en beperken informatie over het rendement van de technieken informatie over de validatie van de technieken informatie over de bedrijfszekerheid en de kosten informatie over afwenteleffecten

Komen er uit het onderzoek maatregelen naar voren waarmee verdere beperking van de emissie mogelijk is? Dan moet u deze maatregelen uitvoeren. Is uw activiteit onderdeel van een IPPC­installatie? En gelden er BBT­conclusies voor zeer zorgwekkende stoffen? Dan is deze onderzoeksplicht niet van toepassing. De minimalisatieplicht voor zeer zorgwekkende stoffen geldt wel altijd. Maatwerk Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift bepalen dat u geen onderzoek hoeft te doen of dat u het onderzoek gefaseerd mag uitvoeren. Meer informatie Op de website van InfoMil staat meer informatie over zeer zorgwekkende stoffen.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 20 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Activiteit: Algemene milieuregels voor geuremissies voor type C inrichtingen Maatregel:

Voorkom of beperk geurhinder. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

m4087

Voortdurend

• • • • • •

Activiteitenregeling

Artikel 2.3a lid 4 op 20­11­2017 Artikel 2.7a lid 1 op 20­11­2017 Artikel 2.7a lid 2 op 20­11­2017 Artikel 2.7a lid 3 op 20­11­2017 Artikel 2.7a lid 4 op 20­11­2017 Artikel 2.7a lid 5 op 20­11­2017

Toelichting Zijn uw activiteiten onderdeel van een IPPC­installatie waarvoor BBT­conclusies voor geur gelden? Dan is deze maatregel niet van toepassing op deze installaties. Gelden voor uw activiteiten geurmaatregelen op grond van activiteiten uit hoofdstuk 3 of 5 van het Activiteitenbesluit? Dan is deze maatregel niet van toepassing op die activiteiten. Heeft uw bedrijf ook andere activiteiten met geuremissies? Dan moet u voorkomen dat u bij het starten of veranderen van uw activiteiten geurhinder veroorzaakt. Is het niet mogelijk om geurhinder te voorkomen, dan moet u de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau beperken. Beschrijving bij vergunningaanvraag U moet in uw vergunningaanvraag beschrijven hoe u geurhinder voorkomt of beperkt. Het bevoegd gezag kan u daarna vragen om een geuronderzoek uit te laten voeren. Maar alleen als uit uw beschrijving onvoldoende blijkt dat u geurhinder voorkomt of beperkt. Dit geuronderzoek moet voldoen aan de NTA 9065. Maatwerk Het bevoegd gezag kan met een maatwerkvoorschrift bepalen dat u een bepaalde geurbelasting of geuremissie niet overschrijdt. Of dat u bepaalde maatregelen treft of gedragsregels naleeft. Maar dat kan alleen als de geurhinder niet aanvaardbaar is. Het bevoegd gezag kan u vragen om een onderzoek naar de beschikbaarheid van technische voorzieningen of gedragsregels om wel te voldoen aan een aanvaardbaar hinderniveau.

Op de website van InfoMil staat meer informatie over maatwerk voor geur. Geurgevoelige objecten Het Activiteitenbesluit verwijst voor de definitie van een geurgevoelig object naar de Wet geurhinder en veehouderijen. Kort gezegd is een geurgevoelig object een gebouw, waar geregeld mensen verblijven. Woningen zijn geurgevoelige objecten, maar ook een school, kinderdagverblijf, kantoor of werkplaats kan een geurgevoelig object zijn. Aanvaardbaar hinderniveau Het bevoegd gezag bepaalt wat het aanvaardbaar hinderniveau is. In het afwegingsproces kunnen de volgende aspecten een rol spelen: • • • • • • • •

toetsingskader geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten aard en de waardering van de geur (hedonische waarde) klachtenpatroon huidige en verwachte hinder technische en financiële consequenties van maatregelen en gevolgen daarvan voor andere emissies zijn getroffen maatregelen voor luchtemissies overeenkomstig BBT uit BREFs en nationale BBT­ documenten? lokale situatie (onder meer planologische ruimte, sociaal­economische aspecten en andere lokale afwegingen)

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 21 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

•

20­11­2017

historie van het bedrijf in zijn omgeving

Het bevoegd gezag kan een aantal aspecten uitgewerkt hebben in lokaal geurbeleid. In dat geval toetst het bevoegd gezag de geurhinder ook aan het lokale geurbeleid. Overgangsrecht vergunningvoorschriften De geurvoorschriften uit de vergunning gelden tot 1 januari 2021 als maatwerkvoorschrift om een aanvaardbaar niveau van geurhinder toe te staan.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 22 van 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16974234/1