CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

B1.3.13 - Memo Endotoxine-toetsing Horsterweg 39D Castenray 27-03-2026 - anoniem

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray23.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

21 oktober 1998 van het Ministerie van VROM (de Handreiking). Hierbij zijn met name hoofdstuk 3 (paragraaf 3.2) en hoofdstuk 4 van de Handreiking van belang. Binnen de inrichting zijn de volgende akoestisch relevante bronnen aanwezig: Ventilatoren (ten behoeve van de ventilatie van de stallen); Gebruik van tractor (tijdens het laden/lossen van kuikens en mest) Vervoersbewegingen van vrachtauto’s en personenauto’s (van en naar de inrichting); Laad- en losactiviteiten, zoals verladen dieren, mest en lossen voer. Representatieve bedrijfssituatie Het geluid wordt beoordeeld op basis van de representatieve bedrijfssituatie. Dit is de toestand waarbij de inrichting volledig gebruik maakt van de volledige capaciteit in de betreffende beoordelingsperiode. In de representatieve bedrijfssituatie worden het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, de maximale geluidniveaus en de indirecte hinder als gevolg van het in werking zijn van de inrichting beoordeeld. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) Binnen de gemeente Venray is geen gemeentelijke nota industrielawaai vastgesteld. Daarom is voor de bepaling van de maximaal toegestane gemiddelde geluidbelasting aansluiting gezocht bij hoofdstuk 4 van de Handreiking, waarbij gebruik wordt gemaakt van richtwaarden gerelateerd aan de woonomgeving.

Besluit van Burgemeester en Wethouders HZ-OMV-2016-0063 Onderwerp

Datum

3 augustus 2018

Besluit omgevingsvergunning

Pagina

19 van 23

Tabel 5: Richtwaarden voor woonomgevingen Aanbevolen richtwaarden in de woonomgeving in dB(A) Dag Avond Nacht Landelijke omgeving 40 35 30 Rustige woonwijk, weinig verkeer 45 40 35 Woonwijk in de stad 50 45 40 Overschrijding van deze richtwaarden kan toelaatbaar zijn op grond van een bestuurlijk afwegingsproces. Bij bestaande inrichtingen is overschrijding van de richtwaarden in ieder geval mogelijk tot het referentieniveau van het omgevingsgeluid. Onderhavige inrichting is gelegen in het buitengebied van Castenray, hetgeen betekent dat in beginsel een waarde van 40 dB(A)-etmaalwaarde geldt (landelijke omgeving). Indien de omgeving van de inrichting echter nader wordt bekeken, kan worden geconcludeerd dat er diverse (agrarische) bedrijvigheden plaatsvinden. De omgeving, waarin zowel het bedrijf als de geluidsgevoelige objecten liggen, kan worden getypeerd als een landelijke omgeving, die qua geluidniveau vergelijkbaar is met het type woonomgeving “Rustige woonwijk, weinig verkeer”. Met inachtneming van deze gebiedstypering, wordt het aanvaardbaar geacht om de richtwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) te stellen op 45 dB(A)-etmaalwaarde.

Gezien de aard en omvang van de (akoestisch relevante) werkzaamheden en activiteiten en de afstand tot de omliggende woningen kan/mag in alle redelijkheid worden aangenomen dat aan deze richtwaarden kan worden voldaan. Deze richtwaarden zijn dan ook als voorschrift bij deze vergunning opgenomen. Maximale geluidniveau (LA,max) Voor het maximale geluidniveau (LA,max) moet volgens § 3.2 van de handreiking ter plaatse van geluidgevoelige objecten worden gestreefd naar het voorkomen van geluidsniveaus die meer dan 10 dB boven het aanwezige gemiddelde geluidsniveau uitkomen. In gevallen waarbij niet aan deze waarden kan worden voldaan, kunnen normen worden gehanteerd die het maximum van 70 dB(A), 65 dB(A) en 60 dB(A) niet overschrijden voor dag-, avond- en nachtperiode. Laatstgenoemde waarden zijn volgens vaste jurisprudentie reeds regelmatig als aanvaardbaar aangemerkt. Gezien de aard en omvang van de (akoestisch relevante) werkzaamheden en activiteiten en de grote afstand tot de omliggende woningen kan/mag in alle redelijkheid worden aangenomen dat aan deze normen kan worden voldaan. Deze waarden zijn dan ook als voorschrift bij deze vergunning opgenomen. Incidentele bedrijfssituatie (IBS) Aan en afvoerbewegingen vinden allen in de dagperiode (7.00 – 19.00 uur) plaats.

Uit de aanvraag volgt echter dat het maximaal 6 keer per jaar kan voorkomen dat er – tussen 19.00 en 07.00 uur (avond- en nachtperiode) – vrachtwagens de inrichting bezoeken ten behoeve van het verladen van vleeskuikens. Het een en ander zal tot gevolg hebben dat er tijdens het uitvoeren van deze werkzaamheden en activiteiten hogere geluidbelastingen zullen worden geproduceerd dan de normstelling van de representatieve bedrijfssituatie. Nu deze werkzaamheden en activiteiten “slechts” enkele keren per jaar gedurende de avond- en nachtperiode plaatsvinden en het voor een goede bedrijfsvoering noodzakelijk is dat deze werkzaamheden en activiteiten in deze periodes wordt uitgevoerd, wordt het aanvaardbaar geacht dat een verhoging van de geluidnormen wordt toegestaan. Indirecte hinder vanwege het verkeer van en naar de inrichting De beoordeling van het aspect `indirecte hinder´ (het verkeer van en naar de inrichting dat nog niet is opgenomen in het heersende verkeersbeeld) heeft plaatsgevonden op basis van de circulaire van VROM d.d. 29 februari 1996. In deze circulaire is een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A)-etmaalwaarde opgenomen. Wij verwachten, gelet op het beperkt aantal verkeersbewegingen en de afstand van de omliggende woningen tot de weg, dat de indirecte hinder als gevolg van de inrichting de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde niet overschrijdt.

Besluit van Burgemeester en Wethouders HZ-OMV-2016-0063 Onderwerp

Datum

3 augustus 2018

Besluit omgevingsvergunning

Pagina

20 van 23

Verkeersbewegingen van en naar de inrichting kunnen indirecte hinder met zich meebrengen. De afstand waarbinnen er sprake kan zijn van indirecte hinder blijft beperkt tot de afstand waarbinnen de herkomst van het verkeer aan het bedrijf kan worden toegerekend en/of waarbinnen de voertuigen van en naar het bedrijf voor het gehoor nog herkenbaar zijn ten opzichte van de andere voertuigen op de openbare weg. Gelet op de afstand tussen het bedrijf en de woningen die het meest dichtbij liggen is dit hier niet het geval en is indirecte hinder daarom niet aan de orde. Ontbreken akoestisch onderzoek Gezien de aard en omvang van de (akoestisch relevante) werkzaamheden en activiteiten en de grote afstand tot de omliggende woningen kan/mag in alle redelijkheid worden aangenomen dat aan de in deze vergunning opgenomen geluidnormen wordt voldaan. Daarom wordt het op dit moment niet noodzakelijk geacht dat een akoestisch onderzoek onderdeel dient uit te maken van de aanvraag.

3.4.4 Energie In de Wabo is vastgelegd dat het bevoegd gezag bij een beslissing op de aanvraag voor een omgevingsvergunning, beoordeelt of de drijver van de inrichting de beste beschikbare technieken in de inrichting heeft toegepast. Deze technieken zijn mede nodig om energiegebruik te voorkomen of te beperken en hiermee energie te besparen. Bij het voorschrijven van energiemaatregelen weegt het bevoegd gezag de economische en technische haalbaarheid hiervan mee. Het bevoegd gezag kan aan de omgevingsvergunning voorschriften verbinden met de verplichting tot het treffen van technische maatregelen. Doelmatig gebruik van energie Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning in ieder geval voorschriften over een doelmatig gebruik van energie. Reikwijdte Het jaarlijkse energieverbruik van de inrichting bepaalt of het bedrijf onder de werkingssfeer van de energiebesparingsverplichting valt. Inrichtingen kunnen in drie verschillende categorieën worden ingedeeld: kleingebruikers, middelgebruikers en de grootgebruikers. Volgens de aanvraag is er sprake van een kleingebruiker (propaan) en middelgebruiker (elektriciteit). Voor kleingebruikers neemt het bevoegd gezag géén voorschriften over het besparen van energie op in de vergunning. Wel wordt in gesprekken met de drijver van de inrichting energiebesparing en het treffen van maatregelen gestimuleerd.

Zoals blijkt uit de aanvraag verbruikt de inrichting een relevante hoeveelheid energie met een jaarlijks energieverbruik groter dan 50.000 kWh en kleiner dan 200.000 kWh elektriciteit. Dit houdt in dat wordt getoetst of de inrichting de beste beschikbare technieken (BBT) toepast om tot een zuinig en verantwoord omgaan met energiegebruik te komen. Als dit niet het geval is, kan het bevoegd gezag een haalbaarheidsonderzoek naar specifieke (BBT-) maatregelen eisen. Op basis van de toetsing zijn wij van mening dat in de inrichting adequaat wordt omgegaan met energie. Daarom zijn geen voorschriften ten aanzien van een zuinig gebruik van energie in deze vergunning opgenomen.

Besluit van Burgemeester en Wethouders HZ-OMV-2016-0063 Onderwerp

Datum

3 augustus 2018

Besluit omgevingsvergunning

Pagina

21 van 23

Mede op basis van algemeen beschikbare maatregellijsten / informatiebladen / databanken dient te worden vastgesteld welke rendabele energiebesparende maatregelen voor het bedrijf gelden.

3.4.5

Toetsing aan overige richtlijnen, regels en wetten

Het verlenen van deze vergunning houdt niet in dat hiermee is voldaan aan de bepalingen die in andere wetten en regels (zoals een besluit op basis van de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren) zijn gesteld dan wel op grond hiervan worden voorgeschreven.

Besluit van Burgemeester en Wethouders HZ-OMV-2016-0063 Onderwerp

Datum

3 augustus 2018

Besluit omgevingsvergunning

Pagina

22 van 23

4.

VOORSCHRIFTEN

Aan de vergunning zijn de volgende voorschriften verbonden: 4.1 Voorschriften met betrekking tot de activiteit Milieu Zie bijlage.

Besluit van Burgemeester en Wethouders HZ-OMV-2016-0063 Onderwerp

Datum

3 augustus 2018

Besluit omgevingsvergunning

Pagina

23 van 23

5.

BIJGEVOEGDE DOCUMENTEN

De volgende documenten zijn als gewaarmerkt stuk bijgevoegd en behoren bij het besluit: Omschrijving

Kenmerk Milieu Gewijzigd formulier OLO 2251847 Gewijzigd formulier OLO: locatie gegevens 2251847 Gewijzigd formulier OLO: aanvrager bedrijf 2251847 Bijlage aanvraag omgevingsvergunning. Gegevens Versie 15-11-2017 niet-technische samenvatting en houden dieren. Situatietekening en plattegrond milieuaspecten Tekening no 0713MB wijz 3 Stalbeschrijving vleeskuikens BWL 2005.10.V5 Geurberekening V-Stacks variant opfokkippen 69.330 Opfokkippen Fijnstofberekening ISL3a variant vleeskuikens Vleeskuikens 2017v2 Fijnstofberekening ISL3a variant opfokkippen Opfok 2017v2 Bewijs van indienen aanvraag Wet Afschrift aanvraag natuurbescherming bij Provincie Limburg Nbw-vergunning aan Provincie Limburg Geurberekening V-Stacks variant vleeskuikens Gewijzigde geuremissiefactor 59.100 vleeskuikens Beschrijving Volksgezondheid en endotoxinen [geen kenmerk] Melding Activiteitenbesluit Axtv6f3ubzn Overzicht maatregelen AIM-sessie Axtv6f3ubzn Overzicht relevante artikelen AIM-sessie Axtv6f3ubzn

Datum

Ingediend

18-03-2016 18-03-2016 18-03-2016 02-02-2018

18-03-2016 18-03-2016 18-03-2016 02-02-2018

[geen datum]

02-02-2018

25-04-2018 18-03-2016 15-11-2017 15-11-2017 16-03-2016

25-04-2018 18-03-2016 20-11-2017 20-11-2017 18-03-2016

15-02-2017

15-02-2017

02-02-2018 20-11-2017 20-11-2017 20-11-2017

02-02-2018 20-11-2017 20-11-2017 20-11-2017

HZ-OMV-2016-0063

Voorschriften behorende bij de omgevingsvergunning ingevolge artikel 2.6 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) inzake de activiteit milieu van Mts. van Bommel en Zonen De Brentjes 34 5984 NV Koningslust

voor een pluimveehouderij

op het adres Horsterweg 39d 5811 AA Castenray Kadastraal bekend: Gemeente Venray, sectie Sectie: P nrs. 927 en 928

INHOUDSOPGAVE A. B.

BEGRIPPEN VOORSCHRIFTEN

VOORSCHRIFTEN

1 2 3 4 5

ALGEMEEN ................................................................................................................................. 6 HET HOUDEN VAN PLUIMVEE ........................................................................................... 7 AFVAL .......................................................................................................................................... 8 ENERGIE ..................................................................................................................................... 9 GELUID ....................................................................................................................................... 9

De aan de vergunning verbonden voorschriften laten onverlet het bepaalde in de overige (milieu)wetten danwel andere bepalingen dienaangaande; voor zover van toepassing wordt de vergunninghouder geacht hieraan te voldoen. Degene die de inrichting drijft is overigens gehouden te doen en na te laten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om gevaar en schade dan wel hinder buiten de inrichting te voorkomen of te beperken; dit heeft eveneens betrekking op personeel van derden dat binnen de inrichting werkzaamheden verricht. Voor het uitrijden van waterige fracties van mest (bijvoorbeeld het schrobwater van de stal) over akkeren weidegrond is het “Besluit gebruik meststoffen” van toepassing (Bgm) van toepassing. Tenzij in het hierna volgende anders is bepaald, moet de inrichting zijn ingericht en worden bedreven overeenkomstig de bij de aanvraag verstrekte gegevens en tekeningen. Activiteitenbesluit Naast de voorschriften verbonden aan de vergunning, zijn de voorschriften uit Hoofdstuk 1, 2 en 3 van het Activiteitenbesluit, zover deze betrekking hebben op de activiteit, van toepassing.

3

BIJLAGE A: BEGRIPPEN AFVALSTOFFEN: alle stoffen en preparaten in de zin van de Europese afvalstoffenlijst waarvan de houder zich- met het oog op de verwijdering daarvan- ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. AFVALWATER: alle water waarvan de houder zich met het oog op de verwijdering daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. BEVOEGD GEZAG: het College van Burgemeester en Wethouders. BRL: Een beoordelingsrichtlijn die door de Raad voor de Accreditatie erkende certificatie-instellingen wordt gehanteerd als grondslag voor de afgifte en instandhouding van certificaten. EMBALLAGE: verpakkingsmateriaal, zoals glazen en kunststof flessen, blikken en kunststof cans, metalen en kunststof vaten of fiberdrums, papieren en kunststof zakken, houten kisten en big-bags met uitzondering van intermediate bulkcontainers (IBC's). GELUIDSNIVEAU IN dB(A): het niveau van het ter plaatse optredende geluid, uitgedrukt in dB(A), overeenkomstig de door de Internationale Elektrotechnische Commissie (IEC) ter zake opgestelde regels, zoals neergelegd in de IEC-publicatie no. 651. INRICHTING: elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht.

LANGTIJDGEMIDDELD BEOORDELINGSNIVEAU (LAr,LT): Het energetisch gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse in de loop van een bepaalde periode optredende geluid, vastgesteld overeenkomstig de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai” uitgave 1999. MAXIMALE GELUIDNIVEAU (LAmax): Het maximaal gemeten A-gewogen geluidniveau, meterstand "fast" gecorrigeerd met de meteocorrectieterm Cm. MESTDICHT: Mestkelders, mestbassins of mestopslagputten dienen mestdicht uitgevoerd te zijn. Hieronder wordt verstaan dat van de totale netto inhoud van het opslagsysteem niet meer dan 0,7% per jaar als vloeistof in het milieu kan komen. Dit is vastgelegd in de Handleiding Bouwtechnische Richtlijnen Mestbassins (HBRM 1991) en de Richtlijn Mestbassins 1992 (RM 1992). NEN: een door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) uitgegeven norm. NEN 1010: veiligheidsvoorschriften voor laagspanningsinstallaties. RIOLERING: Bedrijfsriolering, openbaar riool of een andere - niet gemeentelijke - voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater (bedrijfsriolering van derden).

VLOEISTOFDICHTE VLOER: Vloer direct op de bodem, die waarborgt dat geen vloeistof aan de niet met vloeistof belaste zijde van die vloer kan komen; VLOEISTOFKERENDE VLOER: Een vloer die in staat is vrijgekomen stoffen tijdelijk zo lang te keren dat die kunnen worden opgeruimd voordat indringing in de bodem kan plaatsvinden; 4

Voor zover een DIN-, DIN-ISO, NEN-, NEN-EN-, NEN-ISO-, NVN-norm, AI-blad, BRL, CPR of NPR, waarnaar in een voorschrift verwezen wordt, betrekking heeft op de uitvoering van constructies, toestellen, werktuigen en installaties, wordt bedoeld de norm, BRL, CPR, NPR of het AI-blad die voor de datum waarop de vergunning is verleend het laatst is uitgegeven met de daarop tot die datum uitgegeven aanvullingen of correctiebladen dan wel - voor zover het op voornoemde datum reeds bestaande constructies, toestellen, werktuigen en installaties betreft - de norm, BRL, CPR, NPR of het AI-blad die bij de aanleg of installatie van die constructies, toestellen, werktuigen en installaties is toegepast, tenzij in het voorschrift anders is bepaald.

5

BIJLAGE B: VOORSCHRIFTEN 1 1.1

ALGEMEEN Gedragsvoorschriften

1.1.1 De vergunninghouder is verplicht de in de inrichting werkzame personen te instrueren over de voor hen van toepassing zijnde vergunningvoorschriften. 1.1.2 De in de aanvraag vermelde voorzieningen en maatregelen ter bescherming van het milieu moeten doelmatig worden uitgevoerd. 1.1.3 Het onderhoud van de inrichting en installaties moet adequaat zijn en de inrichting moet ordelijk zijn en regelmatig worden schoongemaakt. 1.1.4 Met technische normen en richtlijnen waarnaar in deze voorschriften wordt verwezen, worden bedoeld de ten tijde van de vergunningverlening vigerende versies van deze normen of richtlijnen. 1.1.5 De elektrische installatie moet voldoen aan de norm NEN 1010 "Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties". 1.1.6 Nevel afkomstig van het reinigen of ontsmetten van de stallen, de spoelplaats en de erfverharding mag zich niet buiten de inrichting (kunnen) verspreiden. 1.1.7 Ramen en deuren van stallen moeten gesloten worden gehouden, voorzover ze geen functie hebben voor ventilatie en/of het onmiddellijk doorlaten van personen, dieren, vaste mest of goederen.

1.1.8 Uitmondingen in de buitenlucht van afvoeren van verbrandingsgassen, ventilatiesystemen, luchtbehandelingsinstallaties of afzuigsystemen, ten aanzien waarvan in deze vergunning verder geen voorschriften zijn gesteld, moeten zodanig zijn gesitueerd dat van de hierdoor uittredende lucht en de daarin aanwezige stoffen geen hinder wordt ondervonden buiten de inrichting. 1.1.9 Zo vaak de omstandigheden daartoe aanleiding geven, moeten doeltreffende maatregelen worden genomen ter bestrijding van vliegen, muizen, ratten of ander ongedierte. 1.1.10 De inrichting moet zorgvuldig en vakkundig worden bedreven. Indien de inrichting of onderdelen daarvan buiten bedrijf wordt gesteld moeten zodanige maatregelen worden getroffen, dat hierdoor geen stankoverlast ontstaat. Alle stallen en putten moeten, voor zover van toepassing, ten minste zijn ontdaan van mest dan wel schrobwater. 1.2

Nazorg

1.2.1 Minimaal een maand vóór het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de activiteiten waarvoor vergunning is verleend, moet de inrichtinghouder van het tijdstip waarop de activiteiten zullen worden beëindigd, melding aan ons doen. 1.2.2 Bij het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de activiteiten, waarvoor vergunning is verleend, dient de inrichting of het betreffende inrichtinggedeelte in een schone en ordelijke staat te zijn gebracht. 1.2.3 Bij het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de activiteiten, waarvoor vergunning is verleend, moeten installaties en/of onderdelen, welke in een slechte staat van onderhoud verkeren en een bedreiging vormen voor het milieu, uit de inrichting zijn verwijderd. 6

1.2.4 Bij het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de activiteiten, waarvoor vergunning is verleend, dienen de in de inrichting aanwezige (gevaarlijke) afvalstoffen uit de inrichting of het betreffende inrichtinggedeelte te zijn verwijderd. 2 2.1

HET HOUDEN VAN PLUIMVEE Algemeen

2.1.1 In de inrichting mogen maximaal de volgende dieren aanwezig zijn. 59.100 vleeskuikens E 5.6 met mixluchtventilatie (BWL 2005.10.V5) of -

69.330 opfokkippen E1.7 grondhuisvesting (strooiselvloer, roostervloer) (BWL 2001.06)

De dieren moeten zijn gehuisvest zoals aangegeven in de aanvraag. 2.1.2 Alle stallen moeten zijn voorzien van een vloeistofkerende en mestdichte vloer, die vloeistofkerend en mestdicht aansluit op de wanden en putten. 2.1.3 Dierlijk afval moet zo spoedig mogelijk, volgens de bij of krachtens het Besluit dierlijke bijproducten en de Regeling dierlijke bijproducten gestelde regels, uit de inrichting worden verwijderd. Het bewaren van dierlijk afval, in afwachting van afvoer naar een destructiebedrijf, moet zodanig geschieden dat geen geurhinder optreedt, het aantrekken van ongedierte wordt voorkomen en geen vermenging met ander afval of materiaal optreedt. Verder mag het dierlijk afval geen visuele hinder veroorzaken. 2.1.4 Binnen de inrichting moet een registratie aanwezig zijn van het aantal dieren dat in iedere stal van de inrichting aanwezig is. Deze registratie mag niet ouder zijn dan 12 maanden en moet op diens verzoek aan een daartoe door het bevoegd gezag aangewezen ambtenaar worden getoond. 2.2

Overdekte uitloop

2.2.1 De stallen mogen zijn voorzien van openingen in de lengtegevel ten behoeve van de doorgang naar een overdekte uitloop. 2.2.2 De openingen naar de overdekte uitloop mogen niet als uitlaat dienen voor de ventilatielucht van de stallen. Daartoe moet een voortdurende onderdruk worden gehandhaafd in de stallen. 2.2.3 Het bevoegd gezag kan van de inrichtinghouder, wanneer daartoe aanleiding ontstaat (b.v. klachten), een berekening van de ventilatiecapaciteit van de stallen aan het bevoegd gezag overleggen of andere onderzoekgegevens (bijvoorbeeld van een rookproef) overleggen, waaruit blijkt dat in de stallen ook bij geopende uitloopopeningen sprake is van een voortdurende onderdruk zoals bedoeld in het vorige voorschrift.

7

3 3.1

AFVAL Opslag van afvalstoffen

3.1.1 Het bewaren van afvalstoffen moet op ordelijke en nette wijze plaatsvinden. Van afvalstoffen afkomstige geur mag zich niet buiten de inrichting kunnen verspreiden. 3.1.2 Vaste afvalstoffen moeten worden bewaard in een afvalvat of container. Indien deze afvalstoffen brandbare bestanddelen of overlast door verwaaiing of geur kunnen veroorzaken, moet het afvalvat of de container zijn afgesloten. 3.1.3 Een afvalvat of een afvalcontainer moet binnen het gebouw van de inrichting of op een niet voor derden toegankelijk terrein zijn geplaatst. 3.2

Afvoer van afvalstoffen

3.2.1 Afvalstoffen moeten regelmatig uit de inrichting worden verwijderd, zonder dat de omgeving wordt verontreinigd. 3.2.2 Gevaarlijke afvalstoffen, waaronder afgewerkte olie, moeten regelmatig maar tenminste éénmaal per jaar uit de inrichting worden afgevoerd naar een daartoe ingerichte verwerkingsinrichting. 3.3

Afvalscheiding en -preventie

3.3.1 De afvalstromen van de inrichting moeten gescheiden worden in: gevaarlijk afval/(klein) gevaarlijk afval; bedrijfsafval van huishoudelijke aard; oud papier en karton kadavers; kunststoffolie; elektrische en elektronische apparatuur. Deze afvalstoffen moeten gescheiden worden opgeslagen en afgevoerd. 3.3.2 Gebruikte poetsdoeken, absorptiematerialen en overige gevaarlijke afvalstoffen die vrijkomen bij onderhoudswerkzaamheden en bij het verwijderen van gemorste dieselolie, smeerolie en hydraulische olie, moeten worden bewaard in vloeistofdichte en afgesloten emballage die bestand is tegen inwerking van de betreffende afvalstoffen.

8

4 4.1

ENERGIE Algemeen

4.1.1 Warmtevoerende delen en leidingen van een verwarmingsinstallatie, die geen functie als ruimteverwarming hebben, moeten doelmatig zijn geïsoleerd. 4.1.2 Binnen de inrichting moet zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van energiezuinige verlichting. 4.1.3 De in de aanvraag genoemde energiebesparende maatregelen dienen doelmatig te zijn uitgevoerd. Thermische isolatie van gebouwdelen dient zodanig te zijn aangebracht dat zich geen condensvocht kan ophopen tussen de isolatie en de geïsoleerde gebouwdelen. 4.2

Registratie

4.2.1 Het energieverbruik moet elk halfjaar worden geregistreerd. Het verbruik aan elektriciteit en propaangas moet apart worden gemeten en/of vastgelegd in een logboek. 4.2.2 De gegevens van het halfjaarlijkse energieverbruik moet ten minste drie jaren worden bewaard en op een daartoe strekkend verzoek aan het bevoegd gezag worden getoond. 5

GELUID

5.1

Geluidnormen

5.1.1 Controle op en berekeningen van de in de voorschriften opgenomen geluidgrenswaarden moeten geschieden overeenkomstig de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai, 1999" (ministerie van VROM) op een waarneemhoogte van 1,5 m boven maaiveld in de dagperiode van 7.00 tot 19.00 uur en 5 m boven het maaiveld in de overige perioden van 19.00 tot 7.00 uur, zonder de eventuele reflectiebijdrage van een achterliggende gevel. Ook de beoordeling van de meetresultaten moet overeenkomstig deze handleiding plaatsvinden. 5.1.2 Het langtijdgemiddelde geluidsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties en door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en/of activiteiten, mag ter plaatse van de gevels van woningen van derden en andere geluidgevoelige bestemmingen en - voor zover binnen een afstand van 50 meter van de grens van de inrichting geen woningen van derden of andere gevoelige bestemmingen aanwezig zijn - op enig punt op 50 meter van de grens van de inrichting, niet meer bedragen dan: 45 dB(A) in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur; 40 dB(A) in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur; 35 dB(A) in de uren gelegen tussen 23.00 en 07.00 uur.

5.1.3 Het maximale geluidsniveau (LAmax) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, en door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en/of activiteiten, mag ter plaatse van de gevels van woningen van derden en andere geluidgevoelige bestemmingen en - voor zover binnen een afstand van 50 meter van de grens van de inrichting geen woningen van derden of andere gevoelige bestemmingen aanwezig zijn - op enig punt op 50 meter van de grens van de inrichting, niet meer bedragen dan: 70 dB(A) in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur; 65 dB(A) in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur; 60 dB(A) in de uren gelegen tussen 23.00 en 07.00 uur.

9

5.1.4 In afwijking van het gestelde in het vorige voorschrift mogen de normstellingen voor de perioden tussen 19.00 uur en 7.00 uur maximaal 6 keer per kalenderjaar worden overschreden indien: De afwijkingen het gevolg zijn van vrachtwagenbewegingen voor het verladen van vleeskuikens. De data, de tijden en een omschrijving van de activiteiten in een logboek zijn vastgelegd en de geregistreerde gegevens moeten 3 jaar binnen de inrichting zijn bewaard. 5.2

Transport

5.2.1 Motoren van vrachtwagens en tractoren mogen alleen in werking zijn, wanneer dit voor het transport, koelen en het laden of lossen strikt noodzakelijk is. 5.2.2 Het warmdraaien van motoren van vrachtwagens op het terrein van de inrichting mag uitsluitend ten doel hebben het leveren van remlucht en mag niet eerder beginnen dan vijf minuten voor het vertrek van de auto. 5.2.3 De normen zoals gesteld in voorschrift 5.1.2 zijn niet van toepassing op wegverkeer van of naar de inrichting, dat zich op de openbare weg bevindt. 5.2.4 Het equivalent geluidniveau (LAeq) veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting, zoals bedoeld in het vorige voorschrift mag ter plaatsen van de gevel van de dichtstbijgelegen woningen niet meer bedragen dan: 50 dB(A) in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur; 45 dB(A) in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur; 40 dB(A) in de uren gelegen tussen 23.00 en 07.00 uur. 5.3

Onderzoek

5.3.1 Het bevoegd gezag kan van de inrichtinghouder, wanneer daartoe aanleiding ontstaat (b.v. klachten), een akoestische rapportage verlangen waarin wordt aangegeven of de in werking gebrachte inrichting, aan de geluidsvoorschriften in dit hoofdstuk voldoet.

10

Bijlage bij: Aanvraag Omgevingsvergunning Aanvraagnummer: 2251847 Versie: 15-11-2017

Aanvrager:

Mts. van Bommel en Zonen De Brentjes 37 5984 NV Koningslust @hotmail.com

Inrichting:

Mts. van Bommel en Zonen Horsterweg 39d 5811 AA Castenray

Bevoegd gezag:

Gemeente Venray Postbus 500 5800 AM Venray

-1-

1 Inrichting 1.1 Algemene gegevens Beschrijf in het kort: - wat op het bedrijf zal veranderen t.o.v. de geldende vergunning; - welke stallen veranderen; - waarom de veranderingen moeten plaatsvinden; - de emissie-arme systemen (kort, bijv. door het noemen van het type stal/detailuitwerking zie bijlage);

De stallen voor het houden van opfokkippen (grondhuisvesting) zullen tevens gebruikt gaan worden voor de huisvesting van vleeskuikens. Ondernemers wensen de mogelijkheid te hebben om, gezien de marktomstandigheden, de keuze te kunnen maken tussen het houden van opfokkippen of vleeskuikens. Op het bedrijf is dit mogelijk omdat voor beide diercategoriën dezelfde stallen (met geringe aanpassing) gebruikt kunnen worden. Zo zijn de springtafels die gebruikt bij de opfokkippen demontabel, de tafels worden gebruikt op de opfokkippen te leren “springen, dit is dus geen permanent opgestelde beun die een onderdeel is van het huisvestingsysteem.

In vergunde situatie mag het bedrijf 69.330 opfokkippen houden met emissie van 11.786 kg. NH3 en 2.079 kg. stof. In de aangevraagde situatie met de vleeskuikens is dit 2.186 kg. NH3 en 1300 kg. stof. Voor ammoniak is dit een reductie van ruim 80% en voor stof van ruim 40%. Gezien de reductie van zowel ammoniak als fijstof kan gesteld worden dat de uitvoering van het plan, met toepassing van mixluchtsysteem in deze situatie, als BBT te kwalificeren is.

Middels deze aanvraag verzoeken ondernemers dan ook om een revisievergunning die het mogelijk maakt om opfokkippen of vleeskuikens te houden (OF-vergunning). De vleeskuikens zullen volgens een “beter leven”- concept (volwaardkip) gehouden worden, hetgeen wil zeggen dat er gebruik gemaakt wordt van een langzaam groeiend ras met een dierbezetting door ongeveer de helft van de dieren ten opzichte van een traditionele huisvesting. Nbw-vergunning is enkel aangevraagd voor het houden van opfokkippen dit omdat bij deze situatie de hoogste emissie van ammoniak aan de orde is en daarmee de hoogste depositie ontstaat. Bij de bedrijfssituatie met vleeskuikens is altijd een substantieel lagere depositie aan de orde en voldoet daarmee aan de NBw-vergunning (aangevraagd is worst-case situatie)

Bedrijfswoning aan Horsterweg 39d wordt bewoond door maatschapslid dhr. C.P.C. van Bommel (zoon).

1.3 Werktijden (aankruisen) maandag t/m vrijdag

zaterdag

zondag

07.00 - 19.00 uur

x

x

x

19.00 - 23.00 uur

x

x

x

23.00 - 07.00 uur

x

x

x

-2-

2 Diersoort 2.1 Situatie conform geldende vergunning (27 september 2005) Stal

Diercat.

Huisv.sys.

Aantal

Aantal

Nr. hoktype/

Dieren

code (groenlabel)

Opp.vl.

Ammoniak

netto per

kg

Totaal

NH3

kg

per

NH3

per

dier

per jr.

dier

plaats-

dierpl.

en

(m )

2

Geur geur per dier

Stof totaal geur

stof per dier gr./jr.

Drempel BH totaal

kg

stof

totaal

NH3

1 Opfokkippen

E 1.7 (BWL2001.06)

21750

21750

12

0.17

3697.50

0.18

3915.00

30

652500

0.17

3697.50

2 Opfokkippen

E 1.7 (BWL2001.06)

20010

20010

12

0.17

3401.70

0.18

3601.80

30

600300

0.17

3401.70

3 Opfokkippen

E 1.7 (BWL2001.06)

20010

20010

12

0.17

3401.70

0.18

3601.80

30

600300

0.17

3401.70

4 Opfokkippen *

E 1.7 (BWL2001.06)

22434

22434

12

0.17

3813.78

0.18

4038.12

30

673020

0.17

3813.78

5 Opfokkippen

E 1.7 (BWL2001.06)

7560

7560

12

0.17

1285.20

0.18

1360.80

30

226800

0.17

Tot. NH 3/jr.

15599.88 Tot.

bedrijf

16517.52 Tot. stof

2752920 Tot. stof

OUe

bedrijf

bedrijf

bedrijf

gr./jr.

gr./jr.

1285.20 15599.88

* Stal 4: niet gerealiseerd, rechten zijn vervallen.

2.2 De aangevraagde situatie Aanvraag met opfokkippen Stal

Diercat.

Huisv.sys.

Aantal

Aantal

Opp.vl.

Ammoniak

netto per

kg

plaats-

dierpl.

NH3

kg

en

(m 2)

per

NH3

per

dier

per jr.

dier

Nr. hoktype/

Dieren

code (groenlabel)

Totaal

Geur geur per dier

Stof totaal geur

stof per dier gr./jr.

Drempel BH totaal

kg

totaal

stof

NH3

1 Opfokkippen

E 1.7 (BWL2001.06)

21750

21750

12

0,17

3697,50

0,18

3915,00

30

652500

0,17

3697,50

2 Opfokkippen

E 1.7 (BWL2001.06)

20010

20010

12

0,17

3401,70

0,18

3601,80

30

600300

0,17

3401,70

3 Opfokkippen

E 1.7 (BWL2001.06)

20010

20010

12

0,17

3401,70

0,18

3601,80

30

600300

0,17

3401,70

4 Opfokkippen

E 1.7 (BWL2001.06)

7560

7560

12

0,17

1285,20

0,18

1360,80

30

226800

0,17

69330

Tot. NH 3/jr. bedrijf

11786,1 Tot. OUe

12479,4 Tot. stof bedrijf

bedrijf

2079900 Tot. stof bedrijf

gr./jr.

1285,20 11786,10

gr./jr.

OF Aanvraag met vleeskuikens (Volwaard) Stal

Diercat.

Huisv.sys.

Aantal

Aantal

Opp.vl.

Ammoniak

netto per

kg

plaats-

dierpl.

NH3

kg

en

(m 2)

per

NH3

per

dier

per jr.

dier

Nr. hoktype/

Dieren

code (groenlabel)

Totaal

Geur geur per dier

Stof totaal geur

stof per dier gr./jr.

Drempel BH totaal

kg

totaal

stof

NH3

1 Vleeskuikens

E 5.6 (BWL2005.10.V4)

18400

18400

12

0,031

570,40

0,33

6072,00

22

404800

0,045

828,00

2 Vleeskuikens

E 5.6 (BWL2005.10.V4)

17100

17100

12

0,031

530,10

0,33

5643,00

22

376200

0,045

769,50

3 Vleeskuikens

E 5.6 (BWL2005.10.V4)

17100

17100

12

0,031

530,10

0,33

5643,00

22

376200

0,045

769,50

4 Vleeskuikens

E 5.6 (BWL2005.10.V4)

6500

6500

12

0,031

201,50

0,33

2145,00

22

143000

0,045

59100

Tot. NH 3/jr. bedrijf

-3-

1832,1 Tot.

19503 Tot. stof

1300200 Tot. stof

OUe

bedrijf

bedrijf

bedrijf

gr./jr.

gr./jr.

292,50 2659,50

3 Grondstoffen en produkten 3.1 Mineralen boekhouding Mineralen boekhouding is aanwezig N.v.t.

3.2 Drukhouders Soort propaan

Aantal 1

Flessen/tanks Tank

Totale waterinhoud (liter of m³) 3.000 ltr.

butaan stikstof acetyleen CO2 N.v.t.

3.3 Milieugevaarlijke stoffen Soort

Soort opslag Boven/ondergronds

Diesel

Bestrijdingsmiddelen:

Reinigingsmiddelen:

Diergeneesmiddelen:

Overig: N.v.t.

-4-

Hoeveelheid/ Max. opslag

Opmerkingen (doorhalen n.v.t. is)

3.4 Koeling Nr. en Omschrijving 1.10 Kadaverkoeling

Soort koelmiddel (specificeren)

Hoeveelheid in kg

Capaciteit in kW.

Propaan

< 250 gram

0,55 kW

Jaarlijkse keuring Logboek aanwezig N.v.t.

3.5 Andere stoffen of produkten Soort product

max. opslag hoeveelheid (ton of m3)

Wijze van opslag en plaats (nummer op tekening)

Afstand tot dichtstbijzijnde woningen van derden

65 ton

Silo’s volgens tekening

150 meter

750 m3

Op vloeren in stallen

120 meter

Kunstmest

Brijvoeder

Mengvoeder

Bijprodukten

Drijfmest

Vaste mest

N.v.t.

-5-

3.6 Maatregelen gericht op een zuinig ge(ver)bruik van grondstoffen/veevoeder (meerfasevoedering, mineralenregistratie o.d.) Mineralen-boekhouding Goodhousekeeping IKB erkend

Geen wijziging

3.7 Water ge(ver)bruik Soort water Leidingwater

m3/jr.

Grondwater

bestaand ±200

m3/jr.

±2000

toekomst Globaal gebruiksdoel ±200 huishoudelijk

±3000

D+G

Oppervlaktewater

Anders nl. .......................

Totaal

± 2.200 3

m /jr.

±3.200 3

m /jr.

A. Percolatiewater en perssap uit de opslag van veevoeders B. Spoelwater van de melkapparatuur C. Reinigingswater melkstal en -put D. Drinkwater dieren E. Schrobwater reiniging stallen, uitloop- en laadruimten F. Schrobwater reiniging stallen e.a. varkenshouderij

-6-

G. Schrobwater reiniging stallen e.a. pluimveehouderij H. Terugspoelwater ontijzeringsinstallatie I. Koelwater grondkoeling J. Percolatiewater en perssap uit opslag organisch afval K. Spoelwater uitwendige reiniging voertuigen en spuitapparatuur op erf L. Spoelwater van inwendige reiniging spuitapparatuur op Perceel

4 Energie 4.1 Energie-onderzoek Bedrijfsenergieplan is toegevoegd N.v.t.

4.2 Opgesteld vermogen elektro-motorisch vermogen

43,87

kW

verbrandingsmotoren vermogen

35,00

kW

grondwaterpomp

1,10

kW

Geen wijziging

4.3 Verwarmingsinstallaties Soort

Nominale belasting Onderwaarde

CV aardgas

Hoogte rookgas afvoerkanaal (m) (boven maaiveld) kW

Gasheater propaan

300,00

kW

m In ruimte

m

Houtkachel

kW

m

stoomketel

kW

m

elektrische verwarming

kW

m

N.v.t.

4.4 Energieverbruik Gebouwen

jaar

Elektriciteit

65.000

kWh

Propaan

15.000

Ltr.

olie Processen

toekomst

liter jaar

elektriciteit

kWh

aardgas/propaan

m³

olie

liter

Geen wijziging

-7-

4.5 Maatregelen gericht op een zuinig ge(ver)bruik van energie energiezuinige verlichting regelbare TL

Stal 1

spaarlampen

Stal 2 en 3

frequentieregelaar

Alle stallen

thermische isolatie (wanden, glas etc)

Alle stallen

weersafhankelijke temp. regeling gasstralers

Alle stallen

N.v.t.

5 Geluid 5.1 Akoestisch rapport Akoestisch rapport is toegevoegd N.v.t.

5.2 Omschrijving (belangrijkste) geluid-/trillingsbronnen binnen de inrichting Geluid-/trillingsbron

Aantal

Aantal uren in bedrijf tussen: van 07.00 tot 19.00

tractor

19.00 23.00

23.00 u 07.00 u

1

1

1

3*

33

12

4

8

Bronvermogen Lw (dBA)

Zie 5.3

102

kraan vrachtauto ventilator ventilator

57

nood ventilatoren Ventilator (inlaat) - verladen van vee

Zie toelichting onder 5.3

- ophalen mest

Zie toelichting onder 5.3

-8-

5.3 Verkeersbewegingen van en naar de inrichting Maximaal aantal per: dag Personenauto

week

maand

4

van tot

Aantal aan- en afvoerbewegingen tussen 07.00 19.00 23.00 u 19.00 23.00 07.00 u 4

0

0

4

0

0

Bestelauto Vrachtauto

4

Vrachtauto (zie hieronder) N.v.t. Aan- en afvoerbewegingen i.v.m. laden en lossen van vleeskuikens en mest: -

* tractor alleen tijdens laden/lossen van kuiken en mest

-

1 x per 10 wkn. 6 vrachtwagens tussen 19.00 en 07.00u. laden vleeskuikens

-

1 x per 10 wkn. 2 vrachtwagens tussen 07.00 en 19.00u. lossen kuikens

-

1 x per 10 wkn. 5 vrachtwagens tussen 07.00 en 19.00u. ophalen mest

5.4 Voorzieningen ter beperking van geluid-/trillingshinder speciale compressorruimte dempers: omkasting: geluidswal/-muur N.v.t.

6 Bodem 6.1 Bodemonderzoek Rapport bodemonderzoek is toegevoegd N.v.t.

6.2 Bodembeschermende maatregelen Lekbak vloeistofkerende vloer welke bestand is tegen de gebruikte stoffen N.v.t.

-9-

7 Afvalstoffen 7.1 Afvalstoffen-onderzoek Rapport afvalstoffen onderzoek is toegevoegd N.v.t.

7.2 Bedrijfsafvalstoffen Afvalstoffen

Afvoerfrequentie 1x /mnd

Hoeveelheid per jaar (kg, ton of stuks) 7200 ltr.

Wijze van opslag

Maximale opslag

Inzamelaar/ verwerker

Container

600 ltr.

V. Gansewinkel

Op afroep

6.000

Tonnen/koeling

n.v.t.

RENDAC

Huishoudelijk Papier Metaal Glas Hout Kunststoffen Gft/groen-afval Kadavers Asbest Landbouw-plastic Overige

Geen wijziging

- 10 -

7.3 Gevaarlijke stoffen Soort afval

Afvoerfrequentie

Hoeveelheid p. jaar (kg, ton of stuks

Wijze van opslag

Max. opslag

Inzamelaar/ Opmerkingen verwerker

Afgewerkte olie Oliehoudend afval Olie/water/Slibmengsel Accu’s Ontvetter Verfrestanten Rest. bestrijdingsmidd.

N.v.t.

7.4 Lozing van afvalwater gemeentelijk riool

gecombineerd riool/vrijverval vuilwaterriool schoonwaterriool druk- en/of persleiding (enkel huishoudelijk afvalwater)

oppervlaktewater bodem / soort afvalwater opslagput / mestkelder

Reinigingswater veewagens en schrobwater stallen (= mest)

N.v.t.

7.4.1. Verontreinigende stoffen die in het afvalwater terecht kunnen komen. Handeling waarbij afvalwater vrijkomt

Afvalstof

N.v.t.

- 11 -

Hoeveelheid (liter of kg/jaar)

7.4.2. Waarop wordt het afvalwater geloosd? Afvalwaterstroom1

1. Bedrijfafvalwater van huishoudelijke aard2 2. percolatiewater en perssap veevoeders 3. was- en spoelwater melkinstallatie 4. schrobwater varkens- of rundveestallen en uitloopruimten 5. waswater voertuigen veevervoer 6. was- en schrobwater pluimveestallen 7. percolatiewater/perssap organisch afval 8. spoelwater spuitapparatuur inwendig/uitwendig 9. Afspoelwater geoogst produkt (prei, waspeen, asperges, bloembollen etc) 10. Ontijzeringsinstallatie 11. Hemelwater van daken en verhardingen3 12. ............................................... Totaal

Oppvl. water m3/jr.

Openbaar riool m3/jr.

Geen wijziging

Mestkelder7 m3/jr.

Bodem (puntlozing5) m3/jr

Bodem (diffuus6) m3/jr

Anders nl. m3/jr.

Totaal m3/jr.

15

15

40

40

55

5.000

5.000

5.000

5.055

Meting en/of bemonst4.

Toelichting: 1 2. 3. 4. 5. 6. 7.

U kunt ten aanzien van de afvalwaterstroom eveneens verwijzen naar het eerdergenoemd gebruikswater. Er wordt gerekend met 50 liter per in het bedrijf werkzame persoon per dag. Totale oppervlak van daken en terreinen vermenigvuldigen met 0,8 (in NL. gem. 0,8 m3/ m2 per jaar). Indien volumestroommeting en/of bemonstering plaatsvindt wilt u dat dan in de laatste kolom aangeven. Een puntlozing heeft normaliter betrekking op een bezinkput of zaksloot Een diffuse lozing op de bodem houdt in dat het afvalwater wordt opgevangen in een aparte opvangvoorziening om vervolgens elders (buiten de inrichting) in de bodem te brengen, hiervoor is een ontheffing in het kader van het Lozingenbesluit bodembescherming verieist Bij een lozing op de mestkelder wordt het afvalwater vermengd met dierlijke mest. De regels voor het opslaan en aanwenden van dierlijke mest zijn dan van toepassing

7.4.3. Maatregelen ter beperking van de afvalwaterstroom. hergebruik buffering anders nl. N.v.t.

- 12 -

8 Overigen

8.1 Metingen en registratie van milieubelasting Grondstoffenverbruik

Mineralenregistratie

Afvalstoffen

Afrekening

Energieverbruik

Afrekening

Monitoring in het kader van de bodem Keuringen/inspekties Veebezetting

Veesaldokaarten/Landbouwtelling

Bedrijfsafvalwater N.v.t.

8.2 Brandveiligheid brandblusmiddelen aanwezig

4 st. poederblussers 12 kg.

omschrijving van de aan te brengen brandveiligheidsinstallatie toegevoegd bijv. brandmeldinstallatie, sprinklerinstallatie noodplan bij propaantank aanwezig

N.v.t.

- 13 -

8.3 Overige vergunningen en/of meldingen Soort vergunning/melding

Aangevraagd Ja, datum

Datum verleende vergunning/melding

Bouwvergunning Vergunning ingevolge W.V.O. Sloopvergunning Oprichtingsvergunning Wm (art. 8.1.a en c Wm) Veranderingsvergunning Wm (art. 8.1.b Wm) Veranderingsvergunning inzake de werking Wm art. 8.1b Een omgevingsvergunning milieu voor de gehele inrichting Een vergunning t.b.v. een onderdeel van de inrichting (art. 8.4 lid 1) Een tijdelijke vergunning Wet milieubeheer(art. 8.17 Wm) Melding art. 8.40 Wet milieubeheer Melding art. 8.44 Wet milieubeheer Melding art. 8.19 Wet milieubeheer Melding art. 8.19 Wet milieubeheer Lozingsvergunning t.g.v. de A.P.V. Melding lozing A.P.V. Ontheffing i.h.k.v. de Provinciale Milieu Verordening Ontheffing inzake grondwateronttrekking

8.4 Toekomstige ontwikkelingen niet binnen afzienbare tijd te verwachten

N.v.t.

- 14 -

27 september 2005

9 Bijlagen plattegrondtekening(en), aantal verschillende tekeningen: geuronderzoek produktbladen keuringsrapport energie-onderzoek/bedrijfsenergieplan Luchtonderzoek (fijnstof PM10) Luchtonderzoek (NIBM) akoestisch rapport afvalstoffen onderzoek bedrijfsintern milieuzorgsysteem (BIM) kopie aanvraag bouwvergunning incl. bewijs van ontvangst (in enkelvoud bijvoegen) kopie aanvraag vergunning ingevolge de W.V.O. (in enkelvoud bijvoegen) beschrijving emissie-arme stalsystemen beschrijving bodemlozingen

- 15 -

Gegenereerd met ISL3a Versie 2017-1 , Rekenhart Release 16 mei 2017

(c) DNV GL

Gebiedsgegevens Naam van deze berekening: Opfok 2017v2

Berekend op: 2017/11/15

19:16:11

Project: Bommel van Mts Opfok RD X coordinaat: 199 200

Lengte X: 1000

Aantal Gridpunten X: 0

RD Y coordinaat: 389 200

Breedte Y: 1000

Aantal Gridpunten Y: 0

Berekende ruwheid: 0.18

Eigen ruwheid

Type Berekening: PM10

Eigen ruwheid: 0.00

Rekenjaar:2017

Soort Berekening: Contour

Toets afstand: n.v.t.

Onderlinge afstand: n.v.t.

Uitvoer directory: C:\Users\aministrator\Documents\Klanten\Bommel Stof Castenray Te beschermen object Naam:

RD X Coord.

RD Y Coord.

Concentratie

Overschrijding

[microgram/m3]

[dagen]

[m]

[m]

Horsterweg 26

199 427

389 315

23.51

12.4

Horsterweg 26a

199 507

389 298

23.33

12.1

Horsterweg 28

199 625

389 265

23.17

11.8

Horsterweg 30

199 633

389 262

23.16

11.8

Horsterweg 32

199 710

389 243

23.07

11.8

Horsterweg 41

199 564

389 337

23.44

12.0

Wusterweg 1

199 272

389 449

24.00

15.3

Brongegevens Naam : Stal 2

Type: AB

RD X Coord.: 199 432

RD Y Coord.: 389 522

hoogte van emissiepunt:

6.00

verticale uittreesnelheid:

4.00

Emissie:

0.01904

hoogte van gebouw: 3.9

diameter van emissiepunt:

0.50

X-coord. zwaartepunt van gebouw: 199 432

temperatuur van emisstroom:

285.00

Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 389 522

Naam : Stal 3

lengte van gebouw:

92.40

breedte van gebouw:

14.50

orientatie van gebouw:

70.00

Type: AB

RD X Coord.: 199 453

RD Y Coord.: 389 515

hoogte van emissiepunt:

6.00

Emissie:

0.01904

verticale uittreesnelheid:

4.00

diameter van emissiepunt:

0.50

X-coord. zwaartepunt van gebouw: 199 453

hoogte van gebouw: 3.9

temperatuur van emisstroom:

285.00

Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 389 515

Naam : Stal 4

lengte van gebouw:

92.40

breedte van gebouw:

14.50

orientatie van gebouw:

70.00

Type: AB

RD X Coord.: 199 407

RD Y Coord.: 389 451

hoogte van emissiepunt:

5.30

Emissie:

0.00719

verticale uittreesnelheid:

4.00

diameter van emissiepunt:

0.50

X-coord. zwaartepunt van gebouw: 199 407

hoogte van gebouw: 3.5

temperatuur van emisstroom:

285.00

Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 389 451

Naam : Stal 1

36.00 14.20

orientatie van gebouw:

70.00

Type: AB

RD X Coord.: 199 413

Date: 15-11-2017

lengte van gebouw: breedte van gebouw:

RD Y Coord.: 389 533

Time: 19:16:13

Emissie:

0.02069

Page 1

Gegenereerd met ISL3a Versie 2017-1 , Rekenhart Release 16 mei 2017

hoogte van emissiepunt:

6.00

(c) DNV GL

verticale uittreesnelheid:

4.00

diameter van emissiepunt:

0.50

X-coord. zwaartepunt van gebouw: 199 413

temperatuur van emisstroom:

285.00

Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 389 533

Date: 15-11-2017

Time: 19:16:13

hoogte van gebouw: 3.9

lengte van gebouw:

100.00

breedte van gebouw:

14.50

orientatie van gebouw:

70.00

Page 2

Gegenereerd met ISL3a Versie 2017-1 , Rekenhart Release 16 mei 2017

(c) DNV GL

Gebiedsgegevens Naam van deze berekening: Vleeskuikens 2017v2

Berekend op: 2017/11/15

19:18:27

Project: Bommel van Mts Vleesk RD X coordinaat: 199 200

Lengte X: 1000

Aantal Gridpunten X: 0

RD Y coordinaat: 389 200

Breedte Y: 1000

Aantal Gridpunten Y: 0

Berekende ruwheid: 0.18

Eigen ruwheid

Type Berekening: PM10

Eigen ruwheid: 0.00

Rekenjaar:2017

Soort Berekening: Contour

Toets afstand: n.v.t.

Onderlinge afstand: n.v.t.

Uitvoer directory: C:\Users\aministrator\Documents\Klanten\Bommel Stof Castenray Te beschermen object Naam:

RD X Coord.

RD Y Coord.

Concentratie

Overschrijding

[microgram/m3]

[dagen]

[m]

[m]

Horsterweg 26

199 427

389 315

23.21

12.1

Horsterweg 26a

199 507

389 298

23.10

11.6

Horsterweg 28

199 625

389 265

23.01

11.7

Horsterweg 30

199 633

389 262

23.00

11.7

Horsterweg 32

199 710

389 243

22.94

11.5

Horsterweg 41

199 564

389 337

23.17

11.8

Wusterweg 1

199 272

389 449

23.52

13.7

Brongegevens Naam : Stal 2

Type: AB

RD X Coord.: 199 432

RD Y Coord.: 389 522

hoogte van emissiepunt:

6.00

verticale uittreesnelheid:

4.00

Emissie:

0.01193

hoogte van gebouw: 3.9

diameter van emissiepunt:

0.50

X-coord. zwaartepunt van gebouw: 199 432

temperatuur van emisstroom:

285.00

Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 389 522

Naam : Stal 3

lengte van gebouw:

92.40

breedte van gebouw:

14.50

orientatie van gebouw:

70.00

Type: AB

RD X Coord.: 199 453

RD Y Coord.: 389 515

hoogte van emissiepunt:

6.00

Emissie:

0.01193

verticale uittreesnelheid:

4.00

diameter van emissiepunt:

0.50

X-coord. zwaartepunt van gebouw: 199 453

hoogte van gebouw: 3.9

temperatuur van emisstroom:

285.00

Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 389 515

Naam : Stal 4

lengte van gebouw:

92.40

breedte van gebouw:

14.50

orientatie van gebouw:

70.00

Type: AB

RD X Coord.: 199 407

RD Y Coord.: 389 451

hoogte van emissiepunt:

5.30

Emissie:

0.00453

verticale uittreesnelheid:

4.00

diameter van emissiepunt:

0.50

X-coord. zwaartepunt van gebouw: 199 407

hoogte van gebouw: 3.5

temperatuur van emisstroom:

285.00

Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 389 451

Naam : Stal 1

36.00 14.20

orientatie van gebouw:

70.00

Type: AB

RD X Coord.: 199 413

Date: 15-11-2017

lengte van gebouw: breedte van gebouw:

RD Y Coord.: 389 533

Time: 19:18:29

Emissie:

0.01284

Page 1

Gegenereerd met ISL3a Versie 2017-1 , Rekenhart Release 16 mei 2017

hoogte van emissiepunt:

6.00

(c) DNV GL

verticale uittreesnelheid:

4.00

diameter van emissiepunt:

0.50

X-coord. zwaartepunt van gebouw: 199 413

temperatuur van emisstroom:

285.00

Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 389 533

Date: 15-11-2017

Time: 19:18:29

hoogte van gebouw: 3.9

lengte van gebouw:

100.00

breedte van gebouw:

14.50

orientatie van gebouw:

70.00

Page 2

0123320134

'()*+,-./01+2+1(+1(,3(4)5+1

567898787

877 7

6789:7;<=>8<7?@A*(.B((C. . A << < < < <K8S=7IU<QJI M8VAQ89JI=898I<QJI<M8V<:8=97;WA'14D.2F,.XGYY().(,.Z,DO<68V<Q>>9<=8<K8S=7IU<U8:9[7?V8<8\KJ7S<J=98L 7LA ]F()YF,4D0GYO /01+2+1(+1(,

^9<U8S=V<88I<JJIVJS<L_8`7W78?8<K7S78[98U8SL<[7V<M8V<a`V7Q7V87V8I:8LS[7V<Q>>9<=8<Q>SU8I=8<J`V7Q7V87V8Ib c7Vd8I=7U<dJLL8I<QJI<K>V>9Q>89V[7U8I<>W<d89?V[7U8I<dJJ9K88<U88I U8dJL:8L`M89K7IULK7==8S8I<e7;I<V>8U8_JLV f_LSJJI<QJI<_9>_JJI f_LSJJI<QJI<JU9J97L`M8<:8=97;WLLV>WW8I 68V<M>[=8I<QJI<SJI=:>[dM[7L=7898I<:7;<88I<Vg_8<h<:8=97;W iJJ9IJJLV<U8S=V<88I<JJIVJS<JSU8K8I8<K7S78[98U8SLb aSU8K8I8<K7S78[98U8SL<Q>>9<S>e8I aSU8K8I8<K7S78[98U8SL<Q>>9<8K7LL78L<QJI<e889<e>9Ud8??8I=8<LV>WW8I<Q>>9<Vg_8<h<7I97̀MV7IU8I aSU8K8I8<K7S78[98U8SL<Q>>9<U8[98K7LL78L<Q>>9<Vg_8<h<7I97̀MV7IU8I aSU8K8I8<K7S78[98U8SL<Q>>9<:>=8K:8=987U8I=8<J`V7Q7V87V8I j(-(2(,4.Y()*(C

kJJK<K8S=89b < < < a=98Lb l89?LV9JJV<mA nopqR^<Ra^r^<P s8S8W>>Ib vJwb ^\KJ7Sb

j(-(2(,4.*C+y2(C

kJJK<=97;Q89b=8<M889< < < s8S8W>>Ib vJwb ^\KJ7Sb

j(-(2(,4.3(*C+y{

xM>VKJ7SO`>K

kJJK<:8=97;Wb PVLO<QJI<R>KK8S<8I<eIO a=98L<:8=97;Wb 6>9LV89d8U<|p<=A< qz}}aa<ha~s^ka€ s>8S7̀MV7IU<S>`JV78b lQl<IL`M97;Q7IUb fI=89I8K7IUb<}t}mmopm< ‚8LV7U7IUb<oooo}q|}uopp< s>8S7̀MV7IUb sg_8<7I97̀MV7IUb ƒƒh 8=8I<QJI<K8S=7IUb‚89JI=898I<QJI<M8V<:8=97;W

EGCC(4„G,*(,1+(F*C(4.Y()*+,-

h>998L_>I=8IV78<LV[98I<IJJ9<M8V<J=98L<QJI<=8<K8S=89O X(40BC+y2+,-.F01+2+1(+1(,

778 8  7

8 !579"# $% !8 %8 !3%678 ! 6&

30

0123320134

567898787

877 7

'()*+,-./(01./.0,2.1/3456 789789:78; <.=>?/34-30@,(>)3-3).3).06 <.=)((01.,?A*1./34,-AA/,AB5ACC3BB.0,D34E3@.0,30,-F..=C*3C.0=G <34F(@.,+.),2.=>?/34-30@,)A.-A.@.06H..

IJKLMNOPQRSQTTUNVSQWXXWQNKS Y+=>?/34-30@ <.1/345=*/.0 ZAA/) [\B. :,` b../,1(0,c77 d(>?.FbA23.F. a.).F*>?)C(>?.F **/ =)AAC30=)(FF()3. :,` b../,1(0,c77 d(>?.FbA23.F. a.).F*>?)C(>?.F **/ =)AAC30=)(FF()3. :,` b../,1(0,c77 d(>?.FbA23.F. a.).F*>?)C(>?.F **/ =)AAC30=)(FF()3. :,` b../,1(0,c77 d(>?.FbA23.F. a.).F*>?)C(>?.F **/ =)AAC30=)(FF()3. efQLWRNVgTLhWQNKRiNjRkKRhKXkNVl

</(01=)A5 ^/AB((0@(=,A5 2*)((0@(= ^/AB((0@(=,A5 2*)((0@(= ^/AB((0@(=,A5 2*)((0@(= ^/AB((0@(=,A5 2*)((0@(=

]./+A@.0 ^3.C=>?./.0_ 0-) 0-) 0-) 0-)

m,?..5),@..0,.`)/(,305A/+()3.,234,1.,+.F130@,@.-A.@1G nNjXWlKVRToRoWoNKL

m,+A.),1.,-AF@.01.,234F(@.0,AB,B(B3./,)A.=)*/.0,((0,?.),2.-A.@1,@.E(@G p01.F301@.,,2@./1.0/3E4.5,0q-,-.(/0(,0?1..)/,)30.@//r6.30,-(0,*D,2.1/345s 1.,F3@@30@,.0,1.,301.F30@,-(0,1.,@.2A*D.0s 1.,5*0>)3.,-(0,1.,).,A01./=>?.31.0,/*3+).0s 1.,F3@@30@,-(0,1.,2.1/345=/3AF./30@s 1.,BF(()=,-(0,1.,FAE30@=B*0).0G Z3)*()3.=>?.)=,-(0,?.),2.1/345,.0,30,1.,A+@.-30@,@.F.@.0,@.2A*D.0,q=>?((F,+303+((F,8687G777,.0 ..0,0AA/1B34Fr t.@.-.0=,13./.0-./2F34-.0u,?*3=-.=)30@==\=).+.0,.0,((0)(FF.0,13./.0,B./,13./>().@A/3. <.=>?/34-30@,-.0)3F()3.=\=)..+,B./,13./.0-./2F345 p0B*)@.@.-.0=,-./=B/.3130@=+A1.F,]9=)(>C=,-./@*0030@ ^F()).@/A01).C.030@,?*3=-.=)30@==\=).+.0 'AA/=0.1.).C.030@,?*3=-.=)30@==\=).+.0 vKlKJKVSRiKJTKlkRlKMWl

vKhKKVQKRwKVLWx, y51.F30@,b3F3.*, ^A=)2*=,c77, c;77,yb,].0/(\

zKgKLKVQNKRhKXkNVl

'.E.,+.F130@,3=,234,A0=,2.C.01,(F={|}~SKSSNKR|fQJ€g‚iMVG,ƒ3F),*,(F=)*2F3.5)u,(F=,*,=>?/35).F34C,A5 +A01.F30@,>A0)(>),EA.C)u,13),(F=,/.5./.0)3.,-./+.F1.0_ „WQ‚hRKVRQNjkSQNoRhKXkNVl

'.E.,+.F130@,3=,@.+((C),AB,:79889:78,A+,86:;,**/G

778 8  7

8 !579"# $% !8 %8 !3%678 ! 6&

00

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Overzicht maatregelen bij AIM­sessie Axtv6f3ubzn Dit pdf­bestand is geschikt om als naslagwerk te gebruiken. In dit bestand ziet u welke maatregelen het bedrijf volgens de voorschriften in Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling moet treffen. Ook vindt u in dit bestand: • • •

de frequentie voor het treffen van de maatregel een toelichting bij de maatregel de nummers van de artikelen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling die de juridische basis zijn voor de maatregel

De inhoud van de artikelen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling vindt u in het pdf­ bestand “Overzicht_relevante_artikelen_AIMsessie_Axtv6f3ubzn.pdf”.

Welke informatie vind ik in welk bestand?

Onderdeel

Antwoorden Bestand lijst

Uw antwoorden

Beknopt overzicht

Overzicht PDF

Overzicht XLSX

✅

De maatregel

✅

✅

✅

Frequentie maatregel

✅

✅

✅

Toelichting bij maatregel

✅

Nummers artikelen besluit en regeling

✅

✅

✅

Naslagwerk

Checklisten zelf samenstellen

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

✅ ✅

Teksten artikelen besluit en regeling

Vaste checklist

Overzicht relevante artikelen

✅ ✅

Pagina 1 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Uitwendig wassen van motorvoertuigen of werktuigen waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast Nr.

Onderwerp

m0445

Maatregel

Frequentie

Was boven een vloeistofdichte vloer of verharding.*

Voortdurend

m0446

Mobiele wasinstallatie

Zorg dat deze zo is uitgevoerd, dat vloeistoffen niet in de bodem terecht kunnen komen.

Voortdurend

m0447

Lozen voorkomen Mobiele wasinstallatie

Vang het waswater op en voer het af.

Voortdurend

m0448

Mobiele wasinstallatie

Zorg dat deze niet langer dan zes maanden op dezelfde plek staat.

Voortdurend

* Lees toelichting bij maatregel voor uitzonderingen.

Opslaan van propaan Nr.

Onderwerp

Maatregel

Frequentie

m3850

Zorg dat de plaats van de tank, het vulpunt en de opstelplaats van de tankwagen juist zijn.*

Eenmalig

m3852

Zorg dat de tank voldoet aan PGS 19.*

Eenmalig

m3855

Ga na hoe vaak u onderhoud moet uitvoeren.

Eenmalig

m3853

Keuring en controle

Laat de tankinstallatie keuren.*

Eenmalig

m3854

Keuring en controle

Zorg dat keuring, herkeuring en onderhoud juist wordt uitgevoerd.*

Eenmalig

m3856

Keuring en controle

Houd een installatieboek bij.

Voortdurend

* Lees toelichting bij maatregel voor uitzonderingen.

Opslaan en overslaan van goederen ­ algemeen Nr.

Onderwerp

m0021 m0027

Lozen voorkomen

Maatregel

Frequentie

Voorkom dat inerte goederen zich verspreiden.

Voortdurend

Hergebruik het afvalwater dat in contact is geweest met inerte goederen voor het bevochtigen van die goederen.

Voortdurend

Opslaan van agrarische bedrijfsstoffen Nr.

Onderwerp

Maatregel

Frequentie

Plaats agrarische bedrijfsstoffen op de juiste afstand tot geurgevoelige objecten.*

Voortdurend

Plaats een opslag op onverharde bodem op ten minste 5 meter van de insteek van oppervlaktewater of bescherm de opgeslagen stoffen tegen hemelwater.

Eenmalig

m3865

Neem bij het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen (geen pluimveemest) maatregelen die de bodem en het oppervlaktewater beschermen.*

Voortdurend

m3864

Neem bij het opslaan van pluimveemest maatregelen die de bodem beschermen.*

Een keer per 6 maanden

m3863

Bewaar de stoffen niet langer dan 2 weken bij het ontbreken van voorzieningen.

Een keer per 2 weken

m3860 m3862

Lozen voorkomen

* Lees toelichting bij maatregel voor uitzonderingen.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 2 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Houden van landbouwhuisdieren bij een veehouderij type C Nr.

Onderwerp

m4021c

Maatregel

Frequentie

Zorg dat een vloer van een dierenverblijf een aaneengesloten verharding heeft zonder scheuren.*

Eenmalig

m4022c

Huisvestingssysteem

Zorg dat het huisvestingssysteem is uitgevoerd volgens de technische beschrijving.

Eenmalig

m4023c

Huisvestingssysteem

Zorg dat u het huisvestingssysteem gebruikt en onderhoud volgens de technische beschrijving.

Voortdurend

m4003c

Lozen voorkomen Melkwinning

Hergebruik was­ en spoelwater van de melkinstallatie.

Voortdurend

* Lees toelichting bij maatregel voor uitzonderingen.

Lozen van hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening Nr.

Onderwerp

Maatregel

Frequentie

m0414

Lozen voorkomen

Voorkom het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en onkruidverdelgers bij straatkolken of putten.

Voortdurend

m4t413

Lozen voorkomen

Voorkom het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en onkruidverdelgers op half­open en gesloten verhardingen.*

Voortdurend

* Lees toelichting bij maatregel voor uitzonderingen.

Algemene milieuregels voor emissies van zeer zorgwekkende stoffen naar de lucht voor type C inrichtingen Nr.

Onderwerp

Maatregel

Frequentie

Onderzoek hoe u de emissie van zeer zorgwekkende stoffen kunt Een keer per 5 jaar voorkomen of verder beperken.

m4086

Algemene milieuregels voor geuremissies voor type C inrichtingen Nr.

Onderwerp

m4087

Maatregel

Frequentie

Voorkom of beperk geurhinder.

Voortdurend

Algemene milieuregels voor bodembedreigende activiteiten Nr.

Onderwerp

Maatregel

Frequentie

m0574

Algemeen

Laat een nulsituatie bodemonderzoek uitvoeren.*

Eenmalig

m0576

Algemeen

Laat een eindsituatie bodemonderzoek uitvoeren.*

Eenmalig

m0578

Algemeen

Herstel de kwaliteit van de bodem als deze is verontreinigd.*

Eenmalig

m0610

Algemeen

Bewaar documenten van metingen, keuringen, controles en onderzoeken.*

Voortdurend

m0598

Vloeistofkerende vloer

Stel procedures en instructies op voor controle, onderhoud en beheer.

Eenmalig

m0600

Vloeistofkerende vloer

Zorg dat uw medewerkers op de hoogte zijn van procedures en werkinstructies en deze naleven.

Voortdurend

m0602

Vloeistofkerende vloer

Zorg dat morsingen en lekkages gelijk worden opgeruimd en verholpen.

Voortdurend

m0604

Vloeistofkerende vloer

Houd een logboek bij met bevindingen en acties.

Voortdurend

* Lees toelichting bij maatregel voor uitzonderingen.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 3 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Algemene milieuregels voor bodembedreigende activiteiten Nr.

Onderwerp

Maatregel

Frequentie

m0605

Lekbak, vloeistofkerende vloer of vloeistofdichte vloer of verharding

Zorg dat u gemorste of gelekte stoffen makkelijk kunt opvangen en opruimen.

Eenmalig

m0606

Lekbak, vloeistofkerende vloer of vloeistofdichte vloer of verharding

Zorg dat er geen hemelwater in de lekbak of op de vloer of verharding kan komen.

Voortdurend

m0607

Lekbak, vloeistofkerende vloer of vloeistofdichte vloer of verharding

Zorg dat deze bestand is tegen de opgeslagen vloeistoffen.

Eenmalig

* Lees toelichting bij maatregel voor uitzonderingen.

Algemene milieuregels voor type C inrichtingen Nr.

Onderwerp

Maatregel

Frequentie

m4100c

Overgangsrecht

Ga na of er overgangsrecht van toepassing is.*

Eenmalig

m0737c

Zorgplicht

Zorg dat u het milieu beschermt.*

Voortdurend

* Lees toelichting bij maatregel voor uitzonderingen.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 4 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Activiteit: Uitwendig wassen van motorvoertuigen of werktuigen waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast Maatregel:

Was boven een vloeistofdichte vloer of verharding. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

Activiteitenregeling

m0445

Voortdurend

• Artikel 3.23b lid 1 op 20­11­2017 • Artikel 3.23b lid 2 op 20­11­2017

• Artikel 3.27 lid 1 op 20­11­2017 • Artikel 3.27 lid 2 op 20­11­2017

Toelichting Het wassen moet plaatsvinden boven een vloeistofdichte vloer of verharding. De vloeistoffen mogen niet over de rand van de vloer of verharding lopen. De rand moet dus voldoende hoog zijn of de vloer moet afwaterend zijn gelegen. De afvoer moet groot genoeg zijn en mag niet verstopt raken. Uitzondering kleinschalige activiteiten De vloeistofdichte vloer of verharding is niet nodig als u per week maximaal 1 motorvoertuig of werktuig waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast wast. Uitzondering mobiele wasinstallatie De vloeistofdichte vloer of verharding is ook niet nodig als u gebruik maakt van een mobiele wasinstallatie.

Activiteit: Uitwendig wassen van motorvoertuigen of werktuigen waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast Maatregel:

Mobiele wasinstallatie ­ Zorg dat deze zo is uitgevoerd, dat vloeistoffen niet in de bodem terecht kunnen komen. Nr.

Frequentie

m0446

Voortdurend

Activiteitenbesluit

Activiteitenregeling • Artikel 3.27 lid 2 op 20­11­2017

Toelichting Een mobiele wasinstallatie moet een voldoende bodembeschermende werking hebben. Dat betekent dat er geen vloeistoffen in de bodem terecht mogen komen.

Activiteit: Uitwendig wassen van motorvoertuigen of werktuigen waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast Maatregel:

Mobiele wasinstallatie ­ Vang het waswater op en voer het af. Nr.

Frequentie

m0447

Voortdurend

Activiteitenbesluit

Activiteitenregeling • Artikel 3.27 lid 2 op 20­11­2017

Toelichting U moet het waswater en andere vloeistoffen opvangen en afvoeren.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 5 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Activiteit: Uitwendig wassen van motorvoertuigen of werktuigen waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast Maatregel:

Mobiele wasinstallatie ­ Zorg dat deze niet langer dan zes maanden op dezelfde plek staat. Nr.

Frequentie

m0448

Voortdurend

Activiteitenbesluit

Activiteitenregeling • Artikel 3.27 lid 2 op 20­11­2017

Toelichting Het gaat om zes maanden aaneengesloten op dezelfde locatie.

AIM­sessie: Axtv6f3ubzn

Pagina 6 van 31

Uw kenmerk: Horsterweg 39d Castenray

20­11­2017

Activiteit: Opslaan van propaan Maatregel:

Zorg dat de plaats van de tank, het vulpunt en de opstelplaats van de tankwagen juist zijn. Nr.

Frequentie

Activiteitenbesluit

m3850

Eenmalig

• Artikel 3.28 lid 1 op 20­11­2017 • Artikel 3.28 lid 2 op 20­11­2017 • Artikel 3.28 lid 3 op 20­11­2017

Activiteitenregeling

Toelichting Heeft u een opslagtank met propaan? Dan gelden minimumafstanden tussen opslagtank, vulpunt en opstelplaats tankwagen en kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. De afstanden staan in tabel 3.28 van het Activiteitenbesluit. Ze zijn afhankelijk van inhoud van de opslagtank en het aantal keer dat de opslagtank wordt gevuld. U rekent de afstanden vanaf de aansluitpunten van de leidingen en het bovengrondse deel van de leidingen en de pomp bij de opslagtank. (Beperkt) kwetsbaar object De definitie van kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten staat in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Samengevat gaat het om gebouwen waar mensen verblijven, zoals woningen, kantoorgebouwen, scholen, campings, sporthallen, winkels, hotels, restaurants en ziekenhuizen. Uitzondering opslagtank bij kwetsbaar object Is er bij het kwetsbaar object een opslagtank met propeen of propaan? Dan geldt de helft van de afstand. Uitzondering bijzonder object Is het kwetsbaar object een gebouw waar: • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16974234/1