B1.3.09 - Vooronderzoek OO 27-06-2025
Tekst van het document
146-024-VO-01
Pagina 54 van 95
4.5
OVERZICHTSTABEL NA-CONFLICTPERIODE
De onderstaande tabel vormt een chronologisch overzicht van de informatie over naoorlogse bodemroerende activiteiten die met behulp van diverse bronnen is achterhaald. De tabel dient horizontaal te worden gelezen, te beginnen bij de datum, gevolgd door eventuele secundaire en primaire bronnen. Waar mogelijk worden contra-indicaties geduid met behulp van luchtfoto’s en kaartmateriaal, aangeduid met een blauwe kleur. Tot slot wordt bepaald of de contraindicatie relevant is voor het onderzoek. Contra-indicaties die als relevant zijn bestempeld, worden in Hoofdstuk 5 afgewogen tegen eventuele indicaties om te bepalen of er sprake is van verdacht gebied. DATUM
SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR, INTERNET
PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON ARCHIEVEN
GEO-INFORMATIEBRON
DIEPTE TOV NAP OF M-MV
RELEVANTIE
Datum luchtfoto 1945 1949 1975 1994 2008 2010 2022 Heden Heden
Sortie 3G-TUD-S147 1949_KAARTBLAD52 1975_KAARTBLAD52 1994_KAARTBLAD52 Luchtfoto_2008 (online) Luchtfoto_2010 (online) HR_Luchtfoto_2022 Luchtfoto actueel - 25cm -
Nummers 5026 84 106 46
Luchtfotoanalyse Er zijn waarnemingen gedaan die duiden op bodemroerende werkzaamheden (paragraaf 4.1).
-
Er zijn aanwijzingen achterhaald dat een deel van het onderzoeksgebied reeds naoorlogs is geroerd.
-
Basisregistratie Adressen en Gebouwen (paragraaf 4.3).
-
-
KLIC-melding (paragraaf 4.4).
-
Er zijn aanwijzingen achterhaald dat een deel van het onderzoeksgebied reeds naoorlogs is geroerd. Er zijn aanwijzingen achterhaald dat een deel van het onderzoeksgebied reeds naoorlogs is geroerd.
Heden
-
VECTOR GIS-DATASETS
Tabel 12: Overzichtstabel contra-indicaties met verwijzingen naar (de omgeving van) het onderzoeksgebied.
146-024-VO-01
Pagina 55 van 95
5 AFBAKENING VERDACHT GEBIED Uitgaande van het Onderzoek Conflictperiode en Onderzoek na-Conflictperiode vindt er een afweging plaats omtrent de indicatie VERDACHT/ONVERDACHT. De conclusie ‘verdacht gebied’ wordt getrokken indien op basis van de beoordeling van indicaties en contra-indicaties er, volgens een onderbouwde inschatting, voor het gehele of een gedeelte van het onderzoeksgebied sprake is van de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Indien dit niet het geval is, wordt er geen verdacht gebied vastgesteld en afgebakend.
5.1
BEOORDELING BRONNENMATERIAAL INDICATIES
Middels het Onderzoek Conflictperiode zijn er aanwijzingen achterhaald dat (de omgeving van) het onderzoeksgebied betrokken is geweest bij oorlogshandelingen: ▪ ▪
Artilleriebeschietingen Militaire infrastructuur (wapenopstelling)
Voor een beargumenteerde beoordeling van bovenstaande indicaties dienen conform het CS-VROO02 de volgende onderzoeksvragen te worden beantwoord: INDICATIE
ARTILLERIEBESCHIETINGEN
ALGEMENE OMSCHRIJVING
Artilleriebeschietingen betreffen beschietingen tegen grond- en luchtdoelen.
ONDERZOEKSVRAGEN LOCATIEVERWIJZING 1.
ZIJN DE LOCATIES VAN SCHADEMELDINGEN BEKEND?
2.
ZIJN ER LUCHTFOTO’S BESCHIKBAAR WAAROP KRATERS EN/OF SCHADE AAN DE INFRASTRUCTUUR ZICHTBAAR ZIJN?
In het onderzoeksgebied stonden ten tijde van de Tweede Wereldoorlog geen panden. Er zijn derhalve geen schademeldingen in het onderzoeksgebied achterhaald. Er zijn luchtfoto’s beschikbaar waarop een grote hoeveelheid kraters in de omgeving van het onderzoeksgebied is waargenomen. De luchtfoto waarop de meeste kraters kunnen worden waargenomen, dekt echter enkel het gebied ten zuiden van het onderzoeksgebied af.
ONDERZOEKSVRAGEN ACHTERGEBLEVEN ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN 3. IS BEKEND WELKE EENHEID OF EENHEDEN DE Er zijn beschietingen uitgevoerd door onderdelen BESCHIETINGEN HEEFT/HEBBEN UITGEVOERD behorende bij de US 7th Armored Division en de Britse 11th Armoured Division. 4. IS BEKEND WELKE TYPEN GESCHUT EN KALIBERS ZIJN Middels het geraadpleegde archiefmateriaal is een INGEZET? aantal kalibers achterhaald. 5. IS BEKEND HOEVEEL GRANATEN ER ZIJN VERSCHOTEN? Dit is niet feitelijk te staven. 6. KONDEN HIER IN RELATIE TOT DE BODEMGESTELDHEID In relatie tot bodemgesteldheid konden blindgangers BLINDGANGERS ONOPGEMERKT ACHTERBLIJVEN? onopgemerkt achterblijven. 7. VONDEN DE BESCHIETINGEN DESTIJDS PLAATS IN Beschietingen vonden plaats in vrij landelijk gebied. LANDELIJK/STEDELIJK GEBIED? 146-024-VO-01
Pagina 56 van 95
INDICATIE
ARTILLERIEBESCHIETINGEN
8. 9.
Het onderzoeksgebied lag in een opmarsroute. Beschietingen vonden o.a. plaats op basis van een vuurplan. Uit kaartmateriaal daterende van 14 oktober 1944 blijkt dat het onderzoeksgebied binnen een gebied lag dat ten behoeve van “interdiction” kon worden beschoten. De beschietingen vonden in de periode ca. 12-17 oktober 1944 plaats. Het onderzoeksgebied lag enkele dagen in frontgebied.
LAG HET ONDERZOEKSGEBIED IN EEN OPMARSROUTE? IS HET BEKEND WAT DE AARD VAN DE BESCHIETING WAS?
10. IS HET BEKEND BINNEN WELK TIJDSBESTEK DE BESCHIETINGEN HEBBEN PLAATSGEVONDEN? 11. LAG HET ONDERZOEKSGEBIED AAN EEN STATISCH FRONT? ONDERZOEKSVRAGEN AFBAKENING VERDACHT GEBIED 12. ZIJN ER SCHADEMELDINGEN TE RELATEREN AAN DEZE BESCHIETINGEN
13. ZIJN ER MUNITIEVONDSTEN TE RELATEREN AAN DEZE BESCHIETINGEN?
Er zijn binnen het onderzoeksgebied geen schademeldingen achterhaald. In de omgeving van het onderzoeksgebied is naoorlogs een groot aantal geschutmunitie geruimd.
Tabel 13: Onderzoeksvragen conflictperiode voor het beargumenteerd aanmerken van verdacht gebied.
Op basis van bovenstaande onderzoeksvragen en -antwoorden stelt ECG dat er voldoende feitelijke aanwijzingen zijn voor de afbakening van verdacht gebied. INDICATIE
MILITAIRE INFRASTRUCTUUR
ALGEMENE OMSCHRIJVING
De aanwezigheid van verdedigingswerken, stellingen en de bijbehorende objecten kan leiden tot de afbakening van verdachte gebieden. Bij deze militaire infrastructuur kan munitie aanwezig zijn geweest of zijn opgeslagen. Deze munitie kan in de nabijheid zijn achtergebleven dan wel gedumpt.
ONDERZOEKSVRAGEN LOCATIEVERWIJZING 1.
IS DE LOCATIE VAN DE MILITAIRE INFRASTRUCTUUR VAST Middels luchtopnamen is de locatie van de TE STELLEN? wapenopstelling vastgesteld. 2. IS BEKEND OF, EN ZO JA, TOT WELK MOMENT DE MILITAIRE Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald. INFRASTRUCTUUR IN GEBRUIK IS GEWEEST? 3. WAREN STELLINGEN INGEGRAVEN OF STONDEN DEZE OP De wapenopstelling lijkt grotendeels op het maaiveld HET MAAIVELD? te zijn gerealiseerd. ONDERZOEKSVRAGEN ACHTERGEBLEVEN ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN 4. WAREN BINNEN DE GRENZEN VAN DE MILITAIRE Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald. INFRASTRUCTUUR SIGNIFICANTE HOEVEELHEDEN MUNITIE OPGESLAGEN?
5. 6. 7.
IS IN HET VERLEDEN MUNITIE AANGETROFFEN BINNEN DE CONTOUREN VAN DE MILITAIRE INFRASTRUCTUUR? IS HET BEKEND OF ER MUNITIEDUMPINGEN HEBBEN PLAATSGEVONDEN? WAS ER SPRAKE VAN OORLOGSHANDELINGEN RONDOM DE MILITAIRE INFRASTRUCTUUR?
146-024-VO-01
Hierover zijn geen feitelijke gegevens aangetroffen. Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald. Er vonden rondom de militaire infrastructuur bevrijdingsgevechten plaats.
Pagina 57 van 95
INDICATIE
MILITAIRE INFRASTRUCTUUR
8.
Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald.
IS DE MILITAIRE INFRASTRUCTUUR OP ENIG MOMENT OVERHAAST VERLATEN DOOR DE ALDAAR GELEGERDE MILITAIREN?
9.
IS HET AANNEMELIJK DAT ER IN DE PERIODE NA DE CONFLICTPERIODE NOG MUNITIE AANGETROFFEN KAN
WORDEN BINNEN DEZE MILITAIRE INFRASTRUCTUUR? 10. WAT WAS DE BODEMGESTELDHEID VAN DE MILITAIRE INFRASTRUCTUUR? KONDEN HIER OO ONOPGEMERKT ACHTERBLIJVEN? 11. IS ER INFORMATIE OVER HET OPRUIMEN VAN DE
Ja, er hebben in de omgeving van de wapenopstelling grondgevechten plaatsgevonden. Het betreft het terrein achter een boerderij. Er konden OO onopgemerkt achterblijven. Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald.
AANWEZIGE MUNITIE IN OF OP DE MILITAIRE INFRASTRUCTUUR?
ONDERZOEKSVRAGEN AFBAKENING VERDACHT GEBIED 12. IS DE LOCATIE VAN DE MILITAIRE INFRASTRUCTUUR GEOGRAFISCH AF TE BAKENEN?
De locatie is middels luchtopnamen vastgesteld en derhalve geografisch af te bakenen.
Tabel 14: Onderzoeksvragen conflictperiode voor het beargumenteerd aanmerken van verdacht gebied.
Op basis van bovenstaande onderzoeksvragen en -antwoorden stelt ECG dat er voldoende feitelijke aanwijzingen zijn voor de afbakening van verdacht gebied.
5.2
BEOORDELING BRONNENMATERIAAL CONTRA-INDICATIES
Middels het Onderzoek na-Conflictperiode zijn er aanwijzingen achterhaald dat in het onderzoeksgebied naoorlogse bodemingrepen hebben plaatsgevonden. In onderstaande tabellen worden de onderzoeksvragen voor het beoordelen van contra-indicaties beantwoord. CONTRA-INDICATIE
WIJZIGINGEN EN/OF AANLEG INFRASTRUCTUUR
ALGEMENE OMSCHRIJVING
Betreft wijzigingen in en/of de aanleg van (spoor)wegen en kabels en leidingen.
INFORMATIE OVER DE LOCATIE 1.
WAT IS DE HUIDIGE MAAIVELDHOOGTE?
2.
WELKE WIJZIGINGEN HEBBEN ER PLAATSGEVONDEN?
3.
WAAR HEEFT DE WIJZIGING PLAATSGEVONDEN?
4.
WANNEER HEEFT DE WIJZIGING PLAATSGEVONDEN?
5. 6. 7.
IS DAARBIJ DE GROND GEROERD C.Q. OPGEBRACHT? TOT WELKE DIEPTE IS DE GROND GEROERD? WAT IS DE INVLOED DAARVAN (GEWEEST) OP DE MAAIVELDHOOGTE? IS ER GRONDVERBETERING UITGEVOERD?
8.
146-024-VO-01
De huidige maaiveldhoogte betreft ca. 30,80m – 31,20m + N.A.P. Er is een fietspad aangelegd. Er is een verharding bij het pand in het onderzoeksgebied gerealiseerd. Er zijn kabels en leidingen gelegd. De wijzigingen hebben op diverse locaties in het onderzoeksgebied plaatsgevonden. Dit is opgenomen in het Onderzoek naConflictperiode onder hoofdstuk 4. Voor de werkzaamheden is grond geroerd. Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald. Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald. Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald. Pagina 58 van 95
CONTRA-INDICATIE
WIJZIGINGEN EN/OF AANLEG INFRASTRUCTUUR
9.
Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald.
WAT IS ER GEBEURD MET HET AFGEVOERDE/VERPLAATSTE MATERIAAL?
INFORMATIE MET BETREKKING TOT DE WERKWIJZE EN INGEZETTE MIDDELEN 10. OP WELKE WIJZE IS DE WIJZIGING VAN HET MAAIVELD Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald. GEREALISEERD? 11. WELK TYPE WERKZAAMHEDEN ZIJN UITGEVOERD? Er is waarschijnlijk (mechanische) ontgraven. INFORMATIE ALGEMEEN 12. WAT WAS DE MAAIVELDHOOGTE TIJDENS DE Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald. CONFLICTPERIODE? 13. IS HET MAAIVELD NA DE CONFLICTPERIODE IN HOOGTE Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald. GEWIJZIGD? Tabel 15: Onderzoeksvragen na-conflictperiode voor het beargumenteerd aanmerken van verdacht gebied.
CONTRA-INDICATIE
SLOOP, RENOVATIE EN/OF NIEUWBOUW
ALGEMENE OMSCHRIJVING
Betreft (her)ontwikkeling van woon-leefgebieden en industrieterreinen.
INFORMATIE OVER DE LOCATIE 1.
WAT IS DE HUIDIGE MAAIVELDHOOGTE?
2.
WELKE WIJZIGINGEN HEBBEN PLAATSGEVONDEN?
3.
WAAR HEEFT DE WIJZIGING PLAATSGEVONDEN?
4.
WANNEER HEEFT DE WIJZIGING PLAATSGEVONDEN?
5. 6. 7.
IS DAARBIJ DE GROND GEROERD C.Q. OPGEBRACHT? TOT WELKE DIEPTE? WAT IS DE INVLOED DAARVAN (GEWEEST) OP DE MAAIVELDHOOGTE? 8. IS ER GRONDVERBETERING UITGEVOERD? 9. WAT IS DE WIJZE VAN FUNDEREN? 10. IS DE FUNDERING AANWEZIG OF VERWIJDERD? INFORMATIE MET BETREKKING TOT DE INGEZETTE MIDDELEN 11. OP WELKE WIJZE IS DE WIJZIGING VAN HET MAAIVELD GEREALISEERD? 12. WELK TYPE WERKZAAMHEDEN ZIJN UITGEVOERD? INFORMATIE ALGEMEEN 13. WAT IS DE MAAIVELDHOOGTE IN DE CONFLICTPERIODE BEKEND? 14. IS HET MAAIVELD NA DE CONFLICTPERIODE IN HOOGTE GEWIJZIGD?
De huidige maaiveldhoogte betreft ca. 30,80m – 31,20m + N.A.P. Er zijn panden gerealiseerd en er hebben andere werkzaamheden behoeve van de realisatie van een woonwijk plaatsgevonden. De wijzigingen hebben op diverse locaties in het onderzoeksgebied plaatsgevonden. Dit is opgenomen in het Onderzoek naConflictperiode onder hoofdstuk 4. Voor de werkzaamheden is grond geroerd. Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald. Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald. Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald. Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald. Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald. Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald. Er is waarschijnlijk (mechanische) ontgraven. Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald. Dit is niet voldoende feitelijk achterhaald.
Tabel 16: Onderzoeksvragen na-conflictperiode voor het beargumenteerd aanmerken van verdacht gebied.
146-024-VO-01
Pagina 59 van 95
5.3
HORIZONTALE AFBAKENING VERDACHT GEBIED
Het verdachte gebied zal in deze paragraaf horizontaal worden afgebakend aan de hand van het gestelde in paragraaf 5.1 en paragraaf 5.2, alsmede de uitgangspunten in het CS-VROO-02. De uitgangspunten in het CS-VROO-02 bieden geen sluitende afbakeningsmethodiek. Er mag beredeneerd van worden afgeweken, bijvoorbeeld wanneer het uitgangspunt niet aansluit bij de specifieke situatie in het vooronderzoek. Het verdachte gebied wordt bij dit vooronderzoek als ArcGIS Shapefile-bestand aangeleverd en kan in de meeste GIS-systemen worden ingeladen. Het verdachte gebied is gekoppeld aan een unieke GIS ID. Deze is terug te vinden in paragraaf 5.4 ‘Mogelijk aan te treffen Ontplofbare Oorlogsresten’, en in de bijgeleverde shapefile met verdacht gebied. Artilleriebeschietingen (GIS ID 101) In oktober 1944 heeft Ysselsteyn onder artillerievuur van zowel de Geallieerden als ook de Duitsers gelegen. Middels archiefmateriaal zijn (potentiële) Geallieerde vuurdoelen bij het onderzoeksgebied achterhaald. Het onderzoeksgebied lag in gebied dat als potentieel vuurgebied was aangemerkt. Op luchtopnamen van 15 oktober 1944, 29 oktober 1944 en 21 november 1944 is rondom het onderzoeksgebied een groot aantal kraters van geschutmunitie waargenomen. In het CS-VROO-02 wordt met betrekking tot de afbakening van artilleriebeschietingen gesteld: ▪
▪
Afbakeningsmethode: Vanwege de grote verschillen in spreidingspatronen door afstanden, ingezette middelen en beschikbaar bronmateriaal is een eenduidige afbakening van artilleriebeschietingen tegen gronddoelen niet mogelijk. Iedere artilleriebeschieting tegen gronddoelen moet daarom per situatie beoordeeld worden. De beantwoording van de onderzoeksvragen moet inzichtelijk maken hoe de analyse tot stand is gekomen. Uitgangspunt beschieting tegen gronddoelen: Verwachtingsgebieden worden uitsluitend afgebakend op basis van luchtfoto’s en/of primaire historische bronnen met betrouwbare locatieverwijzing (war diaries, KTB’s, schaderapporten, evt. MORA’s).
Het vooronderzoek heeft tot de volgende bevindingen geleid: ▪ ▪ ▪
Het onderzoeksgebied lag in gebied dat door de US 7th Armored Division als potentieel vuurgebied was aangemerkt. Rondom het onderzoeksgebied is op luchtopnamen een grote hoeveelheid krates van geschutmunitie waargenomen. In de omgeving van het onderzoeksgebied is naoorlogs een groot aantal granaten van Geallieerde komaf geruimd.
Aan de hand van bovenstaande onderzoeksresultaten wordt het gehele onderzoeksgebied als verdacht op het aantreffen van geschutmunitie in de niet-naoorlogs geroerde bodem aangemerkt.
146-024-VO-01
Pagina 60 van 95
Militaire infrastructuur (GIS ID 102) Op luchtopnames van 15 oktober 1944 is in het onderzoeksgebied een wapenopstelling waargenomen. In het CS-VROO-02 wordt met betrekking tot de afbakening van militaire infrastructuur het volgende gesteld: ▪
▪
Afbakeningsmethode: Een eenduidige afbakening van militaire infrastructuur is niet mogelijk. De analyse van militaire infrastructuur moet daarom per situatie plaatsvinden. De beantwoording van de onderzoeksvragen moet inzichtelijk maken hoe de beoordeling en eventuele afbakening tot stand is gekomen. Uitgangspunt militaire infrastructuur: Het uitgangspunt is dat bij het verwijderen van de stelling eventueel achtergelaten munitie is verwijderd. Indien er geen meldingen zijn van gevechtsacties, bezetting of dumpingen, is het uitgangspunt dat geen verdacht gebied wordt afgebakend.
Het vooronderzoek heeft tot de volgende bevindingen geleid: ▪ ▪ ▪
Middels luchtopnamen is de exacte locatie van een wapenopstelling achterhaald. In de omgeving van de militaire infrastructuur hebben grondgevechten plaatsgevonden. Gezien de hevigheid van de gevechtshandelingen in de omgeving van het onderzoeksgebied, acht ECG het waarschijnlijk, dat de militaire infrastructuur op enig moment overhaast verlaten zou kunnen zijn.
Aan de hand van bovenstaande onderzoeksresultaten wordt de locatie van de wapenopstelling als verdacht aangemerkt. Rondom de wapenopstelling wordt een buffer van 5 meter gehanteerd in verband met de afwijking in georeferentie (paragraaf 2.9). Dit gebied wordt als verdacht op het aantreffen van gedumpte munitie in de niet-naoorlogs geroerde bodem aangemerkt. Aannemelijke oorzaken aanwezigheid Ontplofbare Oorlogsresten De volgende feitelijk herleidbare indicaties zijn achterhaald met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten in het onderzoeksgebied en in het navolgende schema in kleur weergegeven:
146-024-VO-01
Pagina 61 van 95
Incident munitieopslag (explosie)
Figuur 13: Schema met achterhaalde oorzaken/scenario’s voor indicaties betreffende de vermoedelijke aanwezigheid van OO op basis van de geraadpleegde bronnen.
De gebieden die naar aanleiding van de horizontale afbakening zijn aangemerkt als verdacht ‘in de niet naoorlogs geroerde en/of onderzochte’ bodem op het aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten, zijn weergegeven op de Bodembelastingkaart Ontplofbare Oorlogsresten in Bijlage 1.
5.4
MOGELIJK AAN TE TREFFEN ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN
Op basis van de resultaten uit de bronnenstudie is getracht informatie te achterhalen over de indicaties welke hebben geleid tot de afbakening van verdacht gebied binnen de contouren van het onderzoeksgebied. De achterhaalde informatie is weergegeven in de navolgende tabel. De indicatie is voorzien van een GIS ID, zodat het betreffende verdachte gebied gemakkelijk is terug te vinden in de attributentabel in GIS. Om het zoekdoel bij eventuele opsporingswerkzaamheden te bepalen, wordt aangeraden om de GIS-bestanden te raadplegen in combinatie met de onderstaande tabel. De kalibers onder GIS ID 101 zijn bepaald op basis van informatie uit de war diaries en de naoorlogse munitieruimingen zoals opgenomen onder paragraaf 3.5.
146-024-VO-01
Pagina 62 van 95
ID
INDICATIE
HERKOMST HOOFDSOORT
SUBSOORT
KALIBER
VERSCHIJNINGSVORM
AANTAL
101
Artilleriebeschietingen
Geallieerd
Geschutmunitie
Brisant (o.a. pantser), pyrotechnisch
Verschoten
Niet feitelijk vast te stellen.
102
Militaire infrastructuur
Duits
KKM, geweer- en handgranaten, munitie voor granaatwerpers, raketten
o.a. KKM, pantserschreck, panzerfaust, geweeren (steel)handgranaat
o.a. 2” mortier; 3” mortier; 3”; 3,7”; 4,5”; 5,5”; 6 ponder; 25 ponder; 37mm; 75mm; 76mm; 95mm; 105mm Diversen
Gedumpt/ Achtergebleven
Niet feitelijk vast te stellen.
Tabel 17: Mogelijk aan te treffen Ontplofbare Oorlogsresten binnen de als ‘verdacht’ aangegeven gebieden.
146-024-VO-01
Pagina 63 van 95
5.5
VERTICALE AFBAKENING
Om de te verwachten diepte van de vermoede OO vast te kunnen stellen, dient bezien te worden van welke verschijningsvorm er wordt uitgegaan, in dit geval: ▪ ▪
Verschoten Gedumpt / Achtergelaten
Bij het bepalen van de verticale afbakening is specifiek rekening te worden gehouden met in ieder geval het bodemtype, gewicht en kaliber/diameter van de OO. Bij de beschreven verschijningsvorm ‘gedumpt’ is dit niet van toepassing. Voor het berekenen van de indringingsdiepte van afwerpmunitie wordt indien mogelijk gebruik gemaakt van de rekenmethode(s) volgens het CS-VROO-02. Gedumpt/Achtergebleven Bij de stellingen waar dump als mogelijk wordt geacht is een diepte van 1 meter -MV (manshoogte exclusief opgeworpen borstwering) aangehouden. Verschoten Aangezien de gegevens voor het merendeel van de benodigde parameters (bijvoorbeeld verwachte snelheid, inslaghoek ed.) ontbreken en/of niet achterhaalbaar zijn, is het niet mogelijk om een op feiten gebaseerde rekenmethode voor de penetratiediepte voor verschoten OO toe te passen. Derhalve hanteert ECG een afbakening op basis van ervaringen met de aangehaalde OO in gelijksoortige omstandigheden. Naoorlogse verhogingen of ontgravingen kunnen van invloed zijn op de diepte indicaties. Aangezien de gegevens voor het merendeel van de benodigde parameters ook voor geschutmunitie (bijvoorbeeld verwachte snelheid, inslaghoek ed.) ontbreken en/of niet achterhaalbaar zijn, is het niet mogelijk om een op feiten gebaseerde rekenmethode voor de penetratiediepte voor verschoten OO toe te passen.
Derhalve hanteert ECG een afbakening op basis van ervaringen met de aangehaalde OO in gelijksoortige omstandigheden. In het CS-VROO-02 is een richtlijn opgenomen voor de verwachten diepteligging voor geschut projectielen en gronddoelraketten. Deze cijfers zijn gebaseerd op basis van kengetalen. Deze kengetalen zijn (kennelijk) gebaseerd op de ervaringen die zijn opgedaan bij opsporingsacties door opsporingsbedrijven en ruimingen van aangetroffen Ontplofbare Oorlogsresten door de EOD in de laatste tientallen jaren.72 Belangrijke parameters hierbij zijn: ▪ ▪ ▪ ▪
Soort geschut/raket; Krombaan of vlakbaan; Grondsoort (klei, veen, zand);73 Kaliber geschut/raket.
72 De achterliggende getallen zijn niet bij ECG bekend en kunnen derhalve niet worden beoordeeld. 73 De meest voorkomende type grondsoort in het verdachte gebied is zandgrond.
146-024-VO-01
Pagina 64 van 95
Aangezien de grondslag voor deze cijfers uit het CS-VROO-02 niet bekend zijn bij ECG, worden feitelijk te staven ervaringswaarden van ECG in een gelijksoortig gebied gehanteerd. Een deel van de ervaringswaarden voor de verschoten munitie artikelen zijn gebaseerd op de door ECG uitgevoerde opsporingswerkzaamheden ten behoeve van het project ‘Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum’. Gedurende dit project zijn ca. 300 (restanten van) Ontplofbare Oorlogsresten aangetroffen. ECG acht deze informatie voldoende representatief voor het opstellen van de verticale afbakening. In de onderstaande tabel zijn de maximale dieptes opgenomen (de minimale diepten van de aangetroffen artikelen reikten van op het maaiveld tot enkele centimeters eronder, bij een aantal artikelen bestond het vermoeden dat deze in de loop der jaren ‘omhoog geploegd’ zouden kunnen zijn). Geschutmunitie: verschijningsvorm verschoten Kaliber (Subsoort) Nationaliteit 4.2inch mortiergranaat (brisant) 25 ponder (Rook) granaat 3inch mortiergranaat (brisant) 15,2cm (brisant) granaat 12cm mortiergranaat (brisant) 15cm raket (brisant) 8cm mortiergranaat (brisant) 15cm (brisant) granaat 10,5cm (brisant) granaat 3.7inch (brisant) granaat 25 ponder (brisant) granaat 8cm raket (brisant) 8,8cm (brisant)granaat 20mm (brisant) granaat 10cm mortiergranaat (brisant) 2inch mortiergranaat (rook)
Geallieerd Geallieerd Geallieerd Duits Duits Duits Duits Duits Duits Geallieerd Geallieerd Duits Duits Geallieerd Duits Geallieerd
Aangetroffen maximale diepte t.o.v. mv ten tijde opsporing -1,65m -1,50m -1,50m -1,50m -1,40m -1,20m -1,01m -1m -0,90m -0,85m -0,8m -0,51m -0,50m -0,50m -0,45m -0,35m
Tabel 18: Overzicht maximale dieptewaarden aangetroffen Ontplofbare Oorlogsresten tijdens opsporingswerkzaamheden in en nabij het onderzoeksgebied in het kader van de Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum.
Opmerkelijk zijn de dieptewaarden van de aangetroffen (middel) zware mortiergranaten. Tevens is aan de data van opsporing te ontlenen dat de grotere kalibers geschut granaten diep(er) indringen. De aangetroffen 2inch mortiergranaten en 20mm werden tot -0,50m -mv aangetroffen. Voor het als verdacht op verschoten geschutmunitie aangemerkte gebieden worden eerst de verticale afbakeningen op basis van de aangehaalde ervaringswaarden aangehouden, waarbij voor de veiligheid bij de kalibers groter dan 20mm/2cm of 2inch een onzekerheidsmarge van 0,50cm is opgeteld. Vervolgens heeft er een generaliserende afronding plaatsgevonden om de invloed van grove afwijkingen te neutraliseren. 146-024-VO-01
Pagina 65 van 95
Verder wordt er bij de munitieartikelen waarvoor geen ervaringswaarden zijn in of nabij het onderzoeksgebied rekening gehouden met gegeven of deze afkomstig zouden kunnen zijn van vlakbaan- of krombaangeschut. Geschutmunitie: verschijningsvorm verschoten Kaliber (Subsoort) Nationaliteit
Ervaringswaarden inclusief 0,5m bij kalibers >20mm of 2inch -2,15m
Generalisering Verticale afbakening
4.2inch mortiergranaat Geallieerd -2m -mv (brisant) 25 ponder (Rook) granaat Geallieerd -2m 3inch mortiergranaat (brisant) Geallieerd -2m 15,2cm (brisant) granaat Duits -2m 12cm mortiergranaat (brisant) Duits -1,90m 15cm raket (brisant) Duits -1,70m 8cm mortiergranaat (brisant) Duits -1,51m 15cm (brisant) granaat Duits -1,5m 10,5cm (brisant) granaat Duits -1,40m 3.7inch (brisant) granaat Geallieerd -1,35m 25 ponder (brisant) granaat Geallieerd -1,30m 8cm raket (brisant) Duits -1m 8,8cm (brisant)granaat Duits -1m 10cm mortiergranaat (brisant) Duits -0,95m 20mm (brisant) granaat Geallieerd -0,5m -0,50m 2inch mortiergranaat (rook) Geallieerd -0,35m Zonder ervaringsdata in projectzone Wanssum (waarden gebaseerd op bovenstaande gelijksoortige kalibers 37mm (brisant) granaat Geallieerd Nvt. -0,50m Vlakbaangeschut 40mm (brisant) granaat) -1,50m Vlakbaan of luchtafweer 6 ponder (brisant of pantser) -0,50m granaat Vlakbaangeschut 17 ponder (brisant of pantser) -0,50m granaat Vlakbaangeschut 5.5inch(brisant)granaat -2m Krombaangeschut 75mm (brisant of pantser) -1,50m granaat Vlakbaan of elevatie mogelijk tank/pantservoertuig 76mm (brisant of pantser) -1,50m granaat Vlakbaan of elevatie mogelijk tank/pantservoertuig 7,62cm (brisant of pantser) Duits -1,50 granaat Vlakbaan en/of krombaan 12,2cm (brisantgranaat) -2m Krombaangeschut 146-024-VO-01
Pagina 66 van 95
Geschutmunitie: verschijningsvorm verschoten Kaliber (Subsoort) Nationaliteit
Ervaringswaarden inclusief 0,5m bij kalibers >20mm of 2inch
21cm raket (brisant) Raketwerpersysteem
Generalisering Verticale afbakening -2m
Tabel 19: Overzicht verticale afbakening.
De verticale afbakening is in de tabel op de volgende pagina weergegeven. In hoofdstuk 4 zijn aanwijzingen achterhaald dat bodemlagen binnen het verdachte gebied reeds naoorlogs zijn geroerd. Maatvoering omtrent deze grondroerende werkzaamheden ontbreekt. De geroerde bodemlaag is de ‘onverdachte laag na bodemingrepen’. ECG gaat ervanuit dat eventueel aangetroffen OO bij de eerdere grondroerende werkzaamheden zijn gemeld en geruimd, waardoor deze geroerde bodemlaag niet langer als verdacht wordt aangemerkt.
146-024-VO-01
Pagina 67 van 95
ID
HOOFDSOORT
VERSCHIJNINGSVORM
101
Geschutmunitie
Verschoten
102
KKM, geweer- en handgranaten, munitie voor granaatwerpers, raketten
Gedumpt/ Achtergebleven
MINIMALE DIEPTE
MAXIMALE DIEPTE
MINIMALE DIEPTE
MAXIMALE DIEPTE
MINIMALE DIEPTE
MAXIMALE DIEPTE
-MV WOII
-MV WOII
-MV HEDEN
-MV HEDEN
N.A.P.
N.A.P.
0,10m – MV Of: onverdachte laag na bodemingrepen 0,10m – MV Of: onverdachte laag na bodemingrepen
2m -MV
Situaties in relatie tot WOII zijn niet eenduidig vast te stellen.
1m -MV
Situaties in relatie tot WOII zijn niet eenduidig vast te stellen.
Tabel 20: Overzicht globale inschatting diepteligging.
146-024-VO-01
Pagina 68 van 95
5.6
RESULTATEN TEN OPZICHTE VAN EERDERE ONDERZOEKEN
In paragraaf 1.8 is een inventarisatie van reeds uitgevoerde rapportages uitgewerkt. Hieruit blijkt dat voor het onderzoeksgebied eerder al door Den Ouden Bodac B.V. een vooronderzoek met kenmerk H6031 is uitgevoerd. Dit vooronderzoek is bij ECG niet voorhanden.
146-024-VO-01
Pagina 69 van 95
6 LEEMTEN IN KENNIS ▪
Van eventuele meldingen of ruimingen van (vermoede) explosieven in of direct grenzend aan het onderzoeksgebied zijn over de periode 1940-1944 en 1948-1970 geen gegevens meer bekend bij de EOD en het SSA.
▪
Er heeft beperkte controle plaatsgevonden of de ontleende adresgegevens corresponderen met mogelijk in de loop van de jaren veranderde huisnummering, straatnamen of perceelindelingen. Niet alle wijzigingen in huisnummering, straatnamen en perceelindelingen konden middels de gehanteerde bronnen worden achterhaald.
▪
Bepaalde indicaties die zijn aangetroffen in literatuur en archiefstukken en meldingsrapportages van de EOD zijn niet te herleiden naar een specifieke locatie.
▪
Blindgangers van luchtdoelartillerie worden conform het gestelde in het CS-VROO-02 niet in de resultaten van het onderzoek meegenomen, tenzij de exacte locatie van een blindganger kan worden vastgesteld.
▪
Er zijn geen luchtfoto’s van goede kwaliteit van de periode vlak na de bevrijding van Ysselsteyn beschikbaar die het onderzoeksgebied afdekken. Hierdoor zijn leemten in kennis niet uit te sluiten.
▪
ECG beschikt niet over de complete informatie aangaande de maatvoering van de achterhaalde naoorlogse grondroerende werkzaamheden.
146-024-VO-01
Pagina 70 van 95
7 CONCLUSIE EN ADVIES ECG heeft een Vooronderzoek Compleet uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten in het onderzoeksgebied ‘Achter de Jera te Ysselsteyn’.74 Het doel van deze studie is het verkrijgen van een gefundeerd antwoord op de volgende drie kernvragen: 1.
Is het onderzoeksgebied of een deel hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen en potentieel verdacht (aanwijzingen/indicaties voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten)? Op basis van het geraadpleegde literatuur- en archiefmateriaal en de geanalyseerde luchtopnamen kan worden geconcludeerd dat de omgeving van het onderzoeksgebied in oktober 1944 onder artilleriebeschietingen te lijden heeft gehad. Middels archiefmateriaal zijn (potentiële) Geallieerde vuurdoelen bij het onderzoeksgebied achterhaald. Het onderzoeksgebied lag in gebied dat als potentieel vuurgebied was aangemerkt. Op luchtopnamen is rondom het onderzoeksgebied een groot aantal kraters van geschutmunitie waargenomen. Op luchtopnames van 15 oktober 1944 is bovendien in het onderzoeksgebied een wapenopstelling waargenomen. Het onderzoeksgebied wordt derhalve als verdacht op het aantreffen van OO in de nietnaoorlogs geroerde bodem aangemerkt.
2.
Zijn er gebeurtenissen (contra-indicaties) die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk verdacht) gebied of een deel hiervan als onverdacht kan worden aangemerkt (aanwijzingen contraindicaties)? Op basis van het Onderzoek na-Conflictperiode is vastgesteld dat binnen het onderzoeksgebied in de naoorlogse periode bodemroerende werkzaamheden plaatsvonden. Deze zijn uitgewerkt onder hoofdstuk 5. Er is geen maatvoering van de achterhaalde werkzaamheden achterhaald. Derhalve kan enkel worden gesteld dat de naoorlogs geroerde bodem als onverdacht kan worden beschouwd.
3.
Indien er sprake is van verdacht gebied wat is dan de hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede Ontplofbare Oorlogsresten (en voor de hoofdsoort afwerpmunitie tevens het type ontstekingsinrichting en het verwachte aantal)? Het gehele onderzoeksgebied wordt als verdacht op geschutmunitie in de niet-naoorlogs geroerde bodem aangemerkt. Een gedeelte van het onderzoeksgebied is verdacht op KKM, geweer- en handgranaten, munitie voor granaatwerpers en raketten. Nadere gegevens omtrent de mogelijk aan te treffen OO zijn omschreven in paragraaf 5.4.
74 ECG raadt de opdrachtgever aan om de bevindingen van deze bureaustudie te delen met de betreffende gemeente
waarin het onderzoeksgebied zich bevindt.
146-024-VO-01
Pagina 71 van 95
Indien in als ‘verdacht’ aangemerkt gebied (zichtbaar op de Bodembelastingkaart OO in Bijlage 1) werkzaamheden gepland zijn, adviseert ECG u om het opsporingsproces voort te zetten. In bodemlagen die naoorlogs zijn geroerd en derhalve als ‘onverdacht’ kunnen worden aangemerkt, kunnen de geplande werkzaamheden op reguliere wijze worden uitgevoerd. Daarbij wordt u aangeraden om uitvoerende partijen op de hoogte te stellen van het Protocol Toevalsvondst dat in Bijlage 4 van deze rapportage is opgenomen. Mochten er onverhoopt munitie(gelijkende) objecten worden aangetroffen in de als ‘onverdacht’ geclassificeerde bodemlagen, dan wordt u geadviseerd om de werkzaamheden direct te staken en de lokale politie van deze vondst op de hoogte te stellen. Tevens wordt u geadviseerd om in een dergelijke situatie contact op te nemen met een CS-OOO gecertificeerd opsporingsbureau en gezamenlijk vast te stellen of opschaling noodzakelijk is. ECG is in bezit van het CS-OOO certificaat en kan meedenken in een vervolgtraject en eventueel diensten verzorgen bij opsporingswerkzaamheden.
146-024-VO-01
Pagina 72 van 95
8 OVERZICHT VAN GEHANTEERDE BRONNEN Archiefinstellingen: ▪ Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg im Breisgau ▪ Explosieven Opruimingsdienst van het ministerie van Defensie te Rijswijk en Soesterberg ▪ Gemeentearchief Venray te Venray ▪ Historisch Centrum Limburg te Maastricht ▪ Kadaster te Zwolle ▪ Library and Archives Canada te Ottawa ▪ Laurier Military History Archive te Waterloo ▪ Nationaal Archief te Den Haag ▪ The National Archives te London ▪ National Archives and Records Administration te College Park, Maryland ▪ The National Collection of Aerial Photography/The Aerial Reconnaissance Archives/Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh ▪ Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag ▪ NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust – en Genocidestudies te Amsterdam ▪ Semi-Statisch Informatiebeheer te Rijswijk ▪ Speciale Collecties Wageningen University te Wageningen Literatuur: ▪ Amersfoort, H. en P. Kamphuis, eds., Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (4e druk; Den Haag 2012). ▪ Buck, P. de, e.a., Zoeken en schrijven. Handleiding bij het maken van een historisch werkstuk (Rijswijk 1992). ▪ Derix, J., Vliegveld Venlo: Met een kroniek van de luchtoorlog in Zuid-Nederland 1941-1944 2 dln (Horst 1990). ▪ Derix, J., W. Moorman en T. Tielen, Pioniers in de Peel : Ysselsteyn 75, 1921-1996 (Ysselsteyn 1996). ▪ Didden, J. en M.
Swarts, Einddoel Maas: de strijd in Zuidelijk Nederland tussen september en december 1944 (Weesp 1984). ▪ Eversteijn, T., Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 (niet gepubliceerd). ▪ Foreman, J., The Fighter Command War Diaries : July 1944 to May 1945 (zonder plaats 2004). ▪ Jansen, J., L. Potten e.a., Zo is het begonnen: de huizen van Ysselsteyn van voor 1940 met zijn bewoners van 1916 tot 2016 (Ysselsteyn 2016). ▪ Klep, C. en B. Schoenmaker, De bevrijding van Nederland 1944-1945 : Oorlog op de flank (’sGravenhage 1995). ▪ Levels, H. en E. Munnicks, Waar blijven de bevrijders! Frontperiode Noord- en Midden-Limburg. Deel 1: September – oktober 1944: van hoop naar wanhoop (Roermond 2016). ▪ Molenaar, F.J., De luchtverdediging in de meidagen 1940 2dln (Den Haag 1970). ▪ Nierstrasz, V.E., De verdediging van Noord-Limburg en Noord-Brabant, Mei 1940 (Den Haag 1952). 146-024-VO-01
Pagina 73 van 95
▪ Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht van de krijgsverrichtingen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940 (Leiden 1947). Verlinden, J., Oorlogsfragmenten uit de Peel : een terugblik op de Tweede Wereldoorlog (Venray 2013). Weelen, P., Limburg Bevrijd (Ljubljana 1995). Wildekamp, R. Vliegtuigcrashes en noodlandingen 1940-1945 in de gemeente Venray (zonder plaats 2015). Willemsen, W., ‘De luchtoorlog boven Venray 1940-1945’, Peel en Maas (28 december 1979) 8. Willemsen, W., ‘De luchtoorlog boven Venray 1940-1945’, Peel en Maas (4 januari 1980) 6. Woensel, J. van, Vrij van explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 19442004 (Meppel 2004). Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog 2 delen (Den Haag 19901993).
Overige rapportages/documentatie: ▪ AVG, ‘Vooronderzoek N270 via Venray – fase 1’, kenmerk 1762131-VO-02, versie definitief (24 november 2017). ▪ Beoordelingsrichtlijn voor het Procescertificaat “Opsporen Conventionele Explosieven (OCE)” versie 2007-02 (8 februari 2007). ▪ Cator, E., I. Helsloot en J. Vlagsma, Afbakening van verdacht gebied in Amsterdam. Onderzoek naar nieuwe, onderbouwde methodes voor de afbakening van CE-verdachte gebieden (Nijmegen juni 2017). ▪ Cator, E. en I. Helsloot, Methodiek afbakening van verdacht gebied. Een beschrijving van de ‘Amsterdamse’-methode voor de afbakening van CE-verdachte gebieden (Renswoude juni 2018). ▪ Deltares, Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven Kenmerk 1210497000-GEO-0002 (z.p. 2014). ▪ Dijkstra, M., Een op risico gebaseerde methode om de efficiëntie en effectiviteit van Conventionele Explosieven onderzoeken van RWS projecten te verbeteren (Delft 2013). ▪ ECG, ‘Vooronderzoek naar het risico op het aantreffen van Conventionele Explosieven in het onderzoeksgebied “Timmermannsweg 13” en locatie “In de Wei” te Ysselsteyn’, kenmerk 271020-VO-01, versie concept (30 september 2020). ▪ EOD, ‘UO nummers EODD 02-12-2020’. ▪ Helsloot, I., en G. van Melick, Uitgangspunten voor een redelijk en proportioneel CE beleid. Inclusief een concept besluitvormingsstroomschema (z.p. augustus 2016).
▪ Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Jaarplan 2015 (Den Haag 2014). ▪ Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Sectorrapportage Grond-, Weg- en Waterbouw 2014 (z.p. juli 2015). ▪ Operational Research Section (M.A.A.F.) report No. N. 14, The Bombing accuracy of M.A.T.A.F. fighter-bomber aircraft on rail lines and rail bridges (22nd august 1944). ▪ Raad voor de financiële verhoudingen, Herziening bommenregeling gemeentefonds Kenmerk 2015-0000363666 (26 juni 2015). 146-024-VO-01
Pagina 74 van 95
▪ Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2019, nr. 471, Besluit 28 november ▪
▪
▪
▪
▪ ▪
▪
2019 Staatscourant Nr. 58198, 13 november 2020, Bekendmaking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 november 2020, 2019-0000170973, houdende Publicatie van het Certificatieschema voor het Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten. Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES), ‘Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten’, kenmerk CS-VROO-01, versie 24-01, status definitief, goedkeuringsdatum 1 maart 2024. Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES), certificatieschema voor het opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten dat is vastgesteld door de stichting veilig omgaan met Explosieve stoffen als bedoeld in artikel 1.5a, onderdeel c, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Stichting Veilig Omgaan met Explosieve Stoffen (VOMES), ‘Nadere bepalingen voor het uitvoeren van Vooronderzoek en Risicoanalyse behorende bij het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten’, kenmerk CS-VROO-02, versie 2401, status definitief, goedkeuringsdatum 1 maart 2024. Vereniging voor Explosieven Opsporing, Handreiking vooronderzoeken BRL-OCE versus WSCSOCE. Notitie 3VEO-VOO.05667.V (Geldermalsen 16 april 2013). Werkveld specifiek Certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE: 2012, versie 1), Staatscourant 2012 nr. 4230 (Den Haag 2012) 106144.
Werkveld Specifiek certificatie Schema voor het Opsporen Conventionele Explosieven zoals opgenomen in bijlage XII behorend bij Artikel 4.17f van de Arbeidsomstandighedenregeling.
Internet: ▪ http://archieven.nl ▪ http://delpher.nl ▪ http://dotkadata.nl ▪ http://echodelta.net/mbs/eng-translator.php ▪ http://explosievenopsporing.nl ▪ http://inspectieszw.nl ▪ http://maps.bing.com ▪ http://maps.google.nl ▪ http://rooynet.nl ▪ http://topotijdreis.nl ▪ http://vergeltungswaffen.nl/ ▪ http://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl ▪ https://vomes.nl
146-024-VO-01
Pagina 75 van 95
Archieftoegangen Bundesarchiv-Militärarchiv RL 2-II GENERALSTAB DER LUFTWAFFE/LUFTWAFFENFÜHRUNGSSTAB INV.NR.: OMSCHRIJVING: 4 5. Abteilung (Ic; Feindaufklärung, Abwehr, geistige Betreuung) 4.1 Lagemeldungen, Lageberichte 205 Lageberichte Nr.246-Nr.258, 9. Mai 1940 – 21. Mai 1940 206
Lageberichte Nr.259-Nr.264, 22. Mai 1940 – 27. Mai 1940
207
Lageberichte Nr.265-Nr.270, 28. Mai 1940 – 1. Juni 1940
208
Lageberichte Nr.271-Nr.276, 3. Juni 1940 – 7. Juni 1940
209
Lageberichte Nr.277-Nr.282, 9. Juni 1940 – 13. Juni 1940
210
Lageberichte Nr.283-Nr.290, 15. Juni 1940 – 21. Juni 1940
211
Lageberichte Nr.292-Nr.298, 23. Juni 1940 – 29. Juni 1940
211a
1. Juli 1940 – 5. Juli 1940
212
Lageberichte Nr.305-Nr.317, 7. Juli 1940 – 19. Juli 1940
213
Lageberichte Nr.319-Nr.330, 21. Juli 1940 – 1. Aug. 1940
214
Lageberichte Nr.375-Nr.382, 15. Sept. 1940 – 22. Sept. 1940
215
Lageberichte Nr.383-Nr.391, 23. Sept. 1940 – 1. Okt. 1940
216
Lageberichte Nr.393-Nr.403, 3. Okt. 1940 – 13. Okt. 1940
217
Lageberichte Nr.404-Nr.414, 14. Okt. 1940 – 24. Okt. 1940
218
Lageberichte Nr.415-Nr.425, 25. Okt. 1940 – 4. Nov. 1940
219
Lageberichte Nr.426-Nr.434, 5. Nov. 1940 – 13. Nov. 1940
220
Luftlageberichte Nr.435-Nr.440, 14. Nov. 1940 – 19. Nov. 1940
221
Luftlageberichte Nr.441-Nr.447, 20. Nov. 1940 – 26. Nov. 1940
222
Luftlageberichte Nr.448-Nr.454, 27. Nov. 1940 – 3. Dez. 1940
223
Luftlageberichte Nr.455-Nr.463, 4. Dez. 1940 – 12. Dez. 1940
224
Luftlageberichte Nr.464-Nr.471, 13. Dez. 1940 – 21. Dez. 1940
225
Luftlageberichte Nr.472-Nr.479, 22. Dez. 1940 – 31. Dez. 1940
226
Luftlageberichte Nr.480-Nr.488, 1. Jan. 1941 – 9. Jan. 1941
227
Luftlageberichte Nr.489-Nr.497, 10. Jan. 1941 – 18. Jan. 1941
228
Luftlageberichte Nr.498-Nr.510, 19. Jan. 1941 – 31. Jan. 1941
229
Luftlageberichte Nr.511-Nr.519, 1. Feb. 1941 – 9. Feb. 1941
230
Luftlageberichte Nr.520-Nr.528, 10. Feb. 1941 – 18. Feb. 1941
231
Luftlageberichte Nr.529-Nr.538, 19. Feb. 1941 – 28. Feb. 1941
232
Luftlageberichte Nr.539-Nr.546, 1. März 1941 – 8. März 1941
233
Luftlageberichte Nr.547-Nr.554, 9. März 1941 – 16. März 1941
234
Luftlageberichte Nr.555-Nr.559, 17. März 1941 – 21 März 1941
235
Luftlageberichte Nr.560-Nr.562, 22. März 1941 – 24. März 1941
236
Luftlageberichte Nr.563-Nr.569, 25. März 1941 – 31. März 1941
237
Luftlageberichte Nr.570-Nr.575, 1. Apr. 1941 – 6. Apr. 1941
238
Luftlageberichte Nr. 577-Nr. 583, 8. Apr 1941 – 14. Apr. 1941
239
Luftlageberichte Nr.584-Nr.591, 15. Apr. 1941 – 22 Apr. 1941
146-024-VO-01
Pagina 76 van 95
RL 2-II GENERALSTAB DER LUFTWAFFE/LUFTWAFFENFÜHRUNGSSTAB INV.NR.: 240
OMSCHRIJVING: Luftlageberichte Nr.592 – Nr.599, 23. Apr. 1941 – 30. Apr. 1941
241
Luftlageberichte Nr.600 – Nr.605, 1. Mai 1941 – 6. Mai 1941
242
Luftlageberichte Nr.606 – Nr.613, 7. Mai 1941 – 14. Mai 1941
243
Luftlageberichte Nr.614 – Nr.625, 15. Mai 1941 – 26. Mai 1941
244
Luftlageberichte Nr.626 – Nr.637, 27. Mai 1941 – 7.Juni 1941
245
Luftlageberichte Nr.638 – Nr.645, 8. Juni 1941 – 15. Juni 1941
246
Luftlageberichte Nr.646 – Nr.655, 16. Juni 1941 – 25. Juni 1941
247
Luftlageberichte Nr.656 – Nr.660, 26. Juni 1941 – 30. Juni 1941
248
Luftlageberichte Nr.661 – Nr.666, 1. Juli 1941 – 6. Juli 1941
249
Luftlageberichte Nr.667 – Nr.672, 7. Juli 1941 – 12. Juli 1941
250
Luftlageberichte Nr.673 – Nr.678, 13. Juli 1941 – 18. Juli 1941
251
Luftlageberichte Nr.679 – Nr.684, 19. Juli 1941 – 24. Juli 1941
252
Luftlageberichte Nr.685 – Nr.691, 25. Juli 1941 – 31. Juli 1941
253
Luftlageberichte Nr.692 – Nr.700, 1. Aug. 1941 – 9. Aug. 1941
254
Luftlageberichte Nr.701 – Nr.707, 10 .Aug. 1941 – 16. Aug. 1941
255
Luftlageberichte Nr. 708 – Nr.713, 17. Aug. 1941 – 22. Aug. 1941
256
Luftlageberichte Nr.714 – Nr.719, 23. Aug. 1941 – 28. Aug. 1941
257
Luftlageberichte Nr.720 – Nr.725, 29. Aug. 1941 – 3.Sept. 1941
258
Luftlageberichte Nr.726 – Nr.730, 4. Sept. 1941 – 8.Sept. 1941
259
Luftlageberichte Nr.731 – Nr.736, 9. Sept. 1941 – 14. Sept. 1941
260
Luftlageberichte Nr.737 – Nr.742, 15. Sept. 1941 – 20. Sept. 1941
261
Luftlageberichte Nr. 743 – Nr.748, 21. Sept. 1941 – 26. Sept. 1941
262
Luftlageberichte Nr.749 – Nr.754, 27. Sept. 1941 – 2. Okt. 1941
263
Luftlageberichte Nr.755 – Nr.760, 3. Okt. 1941 – 9. Okt. 1941
264
Luftlageberichte Nr.761 – Nr.765, 10 .Okt. 1941 – 14. Okt. 1941
265
Luftlageberichte Nr.766 – Nr.769, 15. Okt. 1941 – 18. Okt. 1941
266
Luftlageberichte Nr.770 – Nr.774, 19. Okt. 1941 – 23. Okt. 1941
267
Luftlageberichte Nr.775 – Nr.778, 24. Okt. 1941 – 28. Okt. 1941
268
Luftlageberichte Nr.779 – Nr.785, 28. Okt. 1941 – 3. Nov. 1941
269
Luftlageberichte Nr.786 – Nr.791, 4. Nov. 1941 – 9. Nov. 1941
1025
Lageberichte Nr.331-Nr.340, 2.- 11. Aug. 1940
1026
Lageberichte Nr.341-Nr.345, 12.- 16. Aug. 1940
1557
Lagebericht Nr. 269, 1. Juni 1940
Gemeentearchief Venray 4 ARCHIEF VAN HET GEMEENTEBESTUUR VENRAY 1815-1941 INV.NR.: 3628 3696
OMSCHRIJVING: Luchtbeschermingswet: organisatie van de luchtbescherming en melding van bijzondere gebeurtenissen in het kader van de Duits-Engelse luchtoorlog, 1940 Bezetting/Oorlog: bekendmaking van maatregelen op last van de Duitse bezetter; vordering van motorrijtuigen en paarden; inlevering van wapens en munitie; opruiming van mijnenvelden;
146-024-VO-01
Pagina 77 van 95
4 ARCHIEF VAN HET GEMEENTEBESTUUR VENRAY 1815-1941 INV.NR.:
3731 3801
OMSCHRIJVING: uitgifte van levensmiddelenbons; vergoeding van verrichtingen voor het Duitse leger; herstel van oorlogsschade; verstrekking van gegevens over verenigingen en stichtingen binnen de gemeente, 1940 Luchtbeschermingswet: organisatie van de luchtbescherming en melding van bijzondere gebeurtenissen in het kader van de Duits-Engelse luchtoorlog. 1941 Bezetting/Oorlog: bekendmaking van maatregelen en uitvoering van verordeningen op last van de Duitse bezetter; bemiddeling bij het verkrijgen van schadeloosstelling voor inbeslagname van gronden, defensieschade, oorlogsschade aan woningen en gevorderde voertuigen. 1941
5 ARCHIEF VAN HET GEMEENTEBESTUUR VENRAY (1932) 1942-1990 (1994) INV.NR.: 4003
4168 4173
OMSCHRIJVING: Registratie en vordering van vervoermiddelen, ten behoeve van de LBD; correspondentie inzake benzineverbruik en uitrusting; circulaires van de hoofdinspecteur voor de Luchtbeschermingsdienst, 1942-1948. Correspondentie en circulaires met betrekking tot de wederopbouw van Venray, 1944-1954
4246
Onteigening en aankoop van materialen, puin en restanten opstallen, ten behoeve van de wederopbouw; verzamelstaten van schadegevallen door oorlogsgeweld in oktober 1944, 19441950 Melding van bijzondere gebeurtenissen, 1942-1944
4249
Inlevering van wapens op last van het Militair Gezag, 1945
4519
Verstrekken van inlichtingen over de graven van gesneuvelde Britse en Duitse militairen, 19451947 Bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen, 1942-1947
5105 5118
5140
Ruimen van mijnenvelden, munitie en explosieven; diefstal en vondst van munitie en ongelukken ten gevolge van springstof, 1943-1986 Verslag van de branden, ontstaan door oorlogshandelingen en de inzet van de brandweer in 1944, opgesteld door brandmeester C. Jansen, met een inleiding van brandweercommandant A. van Schendel, 1945 Brandrapporten en overzichten van de alarmering van de brandweer, 1942-1946
5233
Herstel en reconstructie, wegens oorlogsschade, van diverse wegen. 1946-1949
5235
Toekenning van vergoedingen voor herstel wegens oorlogsschade aan wegen met de daarbij behorende schaderapporten. 1947-1955, 1961 Opgaven en afhandeling van oorlogsschade aan woningen, boerderijen en goederen ten gevolge van oorlogsgeweld. 1940-1944 Opgaven van geleden bezettingsschade door particulieren, 1942-1946
5139
6137 6138 6139 6141
Opgaven ten behoeve van de statistiek van door oorlog of door brand verwoeste woningen, 1942-1947 Lijst van door oorlogsgeweld verwoeste panden in oktober 1944. 1944-1946
6413
Herstel van schade die door de oorlog aan natuur en landschap is aangericht. 1945-1949
6440
Herstel van oorlogsschade aan plantsoenen. 1945-1954
6594
Verstrekken van inlichtingen over het verloop van de Tweede Wereldoorlog in Venray; opgave van namen voor een erelijst van gesneuvelden; opgave van het aantal geallieerde vliegtuigen dat is neergestort en verstrekking van gegevens over het illegale blad ‘De Zwijger’. 1945-1950
146-024-VO-01
Pagina 78 van 95
5 ARCHIEF VAN HET GEMEENTEBESTUUR VENRAY (1932) 1942-1990 (1994) INV.NR.: 6600
6722 6723 6740 6742 6743 6744 6772
OMSCHRIJVING: Schadeloosstelling door de Staat der Nederlanden van geleden schade door de gemeente in verband met de aanleg van het Defensiekanaal en ruiming van verdedigingswerken binnen de gemeente, 1939-1951. Herstel van oorlogsschade aan woningen; de bouw van (nood)woningen; het vorderen van woningen en bemiddeling bij het vinden woonruimte. 1938-1943, 1946 Herstel van oorlogsschade in het landbouwbedrijf en de wederopbouw van boerderijen. 19451948 Rapporten van de burgemeester inzake de toestand binnen de gemeente, bezien vanuit politioneel oogpunt. 1942-1944 Rapporten en processen-verbaal van de gemeentepolitie. 1938, 1940-1943 Rapporten en processen-verbaal van de Marechaussee en de Rijkspolitie brigade/groep Venray. 1940-1949, 1951-1955 Ingekomen meldings- en alarmeringsberichten en minuten van uitgaande berichten betreffende de openbare orde en veiligheid. 1941-1944 Organisatie en personeel van de luchtbeschermingsdienst. 1939-1946
6 ARCHIEF GEMEENTE POLITIE VENRAY BLOK 1, 1897-1942 INV.NR.: 1-25
OMSCHRIJVING: Registers van processen-verbaal opgemaakt door de veldwachter 20
1940
21
1942 nrs. 1-125
22
1942 nrs. 126-250
23
1942 nrs. 251-375
24
1942 nrs. 376-414
25
1943 nrs. 1-112
31
Rapporten 1941
32
Rapporten 1942
33
Rapporten 1943
163 DOCUMENTATIE W.J.M. WILLEMSEN (TWEEDE WERELDOORLOG) INV.NR.: 1 22
OMSCHRIJVING: Onderzoek naar de luchtoorlog en het neerstorten van Geallieerde en Duitse vliegtuigen op het grondgebied van Venray tijdens de Tweede Wereldoorlog (4 mappen) Reproducties van diverse archiefdocumenten en krantenartikelen uit de periode 1940-1945 (processen-verbaal; circulaires; opgaven en verslagen)
Historisch Centrum Limburg 04.05 KABINET VAN DE COMMISSARIS DER KONINGIN IN LIMBURG, 1914-1944 INV.NR. 898
OMSCHRIJVING Stukken betreffende politieberichten omtrent bijzondere voorvallen, 1940-1944
899
Stukken betreffende politionele maandrapporten door de gemeenten verstuurd aan de Procureur-generaal in ’s-Hertogenbosch, 1942-1943
146-024-VO-01
Pagina 79 van 95
04.05 KABINET VAN DE COMMISSARIS DER KONINGIN IN LIMBURG, 1914-1944 INV.NR. 947 957 960 1419
OMSCHRIJVING Stukken betreffende verzameling van onbeheerd verspreid liggende of opgeborgen militaire munitie, 1940 Stukken betreffende de melding van luchtaanvallen door de burgemeesters, 1940-1944 Stukken betreffende de opgave van door luchtaanvallen gedode of gewonde Rijksduitsers of stateloze van Duitse afstamming in de periode juni 1940- tot 26 maart 1943, 1943 Stukken betreffende (nood)landingen van Duits-vijandelijke vliegtuigen, 1940-1941, 1943
04.07B PROVINCIAAL BESTUUR IN LIMBURG, 1914-1943 INV.NR. 502
OMSCHRIJVING Stukken betreffende meldingen van ongevallen en voorvallen, welke met oorlogshandelingen verband houden, 1940-1944
07.E09 MILITAIR GEZAG LIMBURG, 1944-1947 INV.NR.: OMSCHRIJVING: 2.1 Archieven P.M.C. Limburg 5
Rapporten van 13/9-2/10-1944
9
Wederopbouw-correspondentie betreffende
14
Wapens onder burgerbevolking – correspondentie en rapporten betreffende
41
Luchtbescherming en Brandweer – algemeen
42
Mijnen en projectielen, aangiften, opruiming en rapporten betreffende
43
Mijnen, projectielen en ander oorlogstuig – correspondentie betreffende
169
Opruiming van legermateriaal Duits – geallieerd – correspondentie betreffende
197
Opgave bevrijdingsdata der gemeenten
269
Schade-Enquête-Commissie-tijdelijke voorziening-
314
Weekrapporten i.z. bom- munitie- en mijnopruiming. Sectie IV
2.7 Districtsmilitair commissariaat Venlo 66 67
Opgaven van gemeenten i.z. ligging van mijnenvelden met schetskaartjes en kladopgaven van geruimde mijnen, soort vermeldende Correspondentie i.z. luchtbescherming, opruiming van mijnen, enz.; personeelslast
142
Landbouwherstel; opruiming mijnen en begroting.
Library and Archives Canada RG24M 1997-02033-5 CARTOGRAPHERS COLLECTION ID NR.: OMSCHRIJVING: Geen relevante dossiers aangetroffen.
Nationaal Archief 2.04.53.15 ARCHIEF VAN DE INSPECTIE BESCHERMING BEVOLKING LUCHTAANVALLEN, 1937-1946 INV.NR.: 19-47
OMSCHRIJVING: Ingekomen en minuten van uitgegane brieven van en aan diverse overheidsinstellingen 1940 1941
146-024-VO-01
Pagina 80 van 95
47 69-79
Commissaris der Koningin in de provincie Limburg, nrs. 18.11.1 – 18.11.18
Meldingen en proces-verbaal ontvangen van gemeenten over geallieerde luchtactiviteiten, 1940-1941 79 Limburg
2.04.110 ARCHIEF KORPS HULPVERLENINGSDIENST VAN HET MINISTERIE BINNENLANDSE ZAKEN 1945-1974 INV.NR.: 20
OMSCHRIJVING: Registers met krantenknipsels inzake explosieven. Zonder datum
21
Registers met krantenknipsels inzake explosieven. 1945-1947
22
Registers met krantenknipsels inzake explosieven. 1957-1959
27
Register met krantenknipsels inzake ongevallen met oorlogstuig. 1965-1970
28
Verzameling krantenknipsels inzake de Hulpverleningsdienst. 1947-1970
49
Stukken betreffende onderzoeken naar explosieven die in handen van burgers zijn gekomen, 1947-1960
2.13.25 ARCHIEF VAN HET MILITAIR GEZAG, (1939) 1943-1946 (1956) INV.NR.: OMSCHRIJVING: 2 Secties van de staf Militair Gezag 2.04 Sectie IV Brandweer en Luchtbescherming 2.04.1 niet naar onderwerp ingedeelde stukken-1944 (1945, 1948, 1950, 1954) 1542 Rapporten en verslagen [4.04.00, 4.19.00], 1944-1945 2.04.2.3.1.3 Luchtbescherming 1563
Rapporten betreffende bom- en granaatinslagen en de organisatie van luchtbeschermingsdiensten in gemeenten in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg [4.46.00], 1944-1945 2.04.2.3.2 Opsporing en opruiming van explosieven 1567
Stukken betreffende de opsporing en ruiming van mijnen en andere explosieven [4.75.00], 19441945 1568 Rapporten van de Censuurdienst van de Sectie PTT inzake brieven waarin melding gemaakt wordt van bombardementen, afschriften [4.06.00], 1944-1945 2.09 Sectie IX Openbare Werken 2.09.2 Naar onderwerp ingedeelde stukken 2.09.2.3 Taakuitvoering 2.09.2.3.1 Algemeen 2809 Stukken betreffende de organisatie van de mijnopruimingsdienst en het opsporen en ruimen van mijnen die de uitvoering van bepaalde openbare werken verhinderen [IVf], 1945
2.13.71 ARCHIEVEN VAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE TE LONDEN [1940-1941]; MINISTERIE VAN OORLOG TE LONDEN [1941-1945]; DEPARTEMENT VAN OORLOG: BUREAU LONDEN [1945-1947], (1933) 1940-1947 (1974) INV.NR.: OMSCHRIJVING: 1. Het Ministerie van Defensie te Londen, vanaf 21 augustus 1941, Ministerie van oorlog te Londen, voortgezet vanaf 20 juni 1945 tot 25 april 1947 als bureau Londen Departement van oorlog en de afwikkeling en de daarbij gedeponeerde archieven, 1940-1949 1.1. Het archief van het ministerie van Defensie te Londen, vanaf 21 augustus 1941 Ministerie van Oorlog te Londen, tot 20 juni 1945
146-024-VO-01
Pagina 81 van 95
1.1.3 Buiten Verbaal Gehouden of Geraakte Stukken 1.1.3.2 Niet Serieel 1.1.3.2.1 Kabinet 368 Stukken betreffende luchtbombardementen in Nederland. 1941, 1944-1945 2.15 Het archief van het Bureau Voorbereiding Terugkeer, voortgezet als Bureau Militaire Voorbereiding Terugkeer, met daarin opgenomen het archief van de Marine Inlichtingendienst, voortgezet als Militaire Inlichtingendienst, voortgezet als Marine Inlichtingendienst (1940-1941) 1942-1944 (1945, 1948, 1950, 1954) 1788Rapporten betreffende verdedigingsstelsels Nederland, 1941-1945 2107 2098 Provincie Limburg, 1940-1945
2.13.167 ARCHIEF VAN HET 2E GENIECOMMANDANT, BUREAU REGISTRATIE VERDEDIGINGSWERKEN VAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE (ZGN. ‘BUNKERARCHIEF’), (1923) 1946-1987 (1992) INV.NR.: 272-284
OMSCHRIJVING: Blokkaarten van werken, 1951 Geen relevante dossiers aangetroffen
285-296
Overzichtskaarten Geen relevante dossiers aangetroffen
2.13.210 MINISTERIE VAN DEFENSIE: COMMISSIE VAN PROEFNEMING INV.NR.: 23
OMSCHRIJVING: Staten houdende opgaven van plaatsen waar mogelijk onontplofte projectielen zijn gevonden, die wel of niet geruimd zijn, 1940
The National Archives AIR 27 AIR MINISTRY AND SUCCESSORS: OPERATIONS RECORD BOOKS, SQUADRONS INV.NR.: 1138
OMSCHRIJVING: No 184 Squadron: Operations Record Book, 1942 Dec.- 1945 Sept.
1489
No 247 Squadron: Operations Record Book, 1944 Jan - 1945 May
AIR 37 AIR MINISTRY: ALLIED EXPEDITIONARY AIR FORCE, LATER SUPREME HEADQUARTERS ALLIED EXPEDITIONARY FORCE (AIR), AND 2ND TACTICAL AIR FORCE: REGISTERED FILES AND REPORTS INV.NR.: 715
OMSCHRIJVING: 2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Sept.- Oct. 1944
716
2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Nov.- Dec. 1944
717
2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Jan.- Feb. 1945
718
2ND TACTICAL AIR FORCE: Daily log: Mar.- May 1945
WO 171 WAR OFFICE: ALLIED EXPEDITIONARY FORCE, NORTH WEST EUROPE (BRITISH ELEMENT): WAR DIARIES, SECOND WORLD WAR INV.NR.: OMSCHRIJVING: 11th Armoured Division 456
G., 1944
458
C.R.A., 1944
459
C.R.E., 1944
29th Armoured Brigade 146-024-VO-01
Pagina 82 van 95
WO 171 WAR OFFICE: ALLIED EXPEDITIONARY FORCE, NORTH WEST EUROPE (BRITISH ELEMENT): WAR DIARIES, SECOND WORLD WAR INV.NR.: 627
OMSCHRIJVING: H.Q., 1944
846
15/19 King’s Royal Hussars, 1944 Jan. – Dec.
159th Infantry Brigade 691
H.Q., 1944
1307
1 Herefordshire Regiment, 1944 Jan. – Dec.
1326
4 King’s Shropshire Light Infantry, 1944 Jan. – Dec.
1349
3 Monmouthshire Regiment, 1944
1359
8 Rifle Brigade (Prince Consort's Own) and diary for `G' Company, 1944 June – Dec.
Arty 925
75 Regt., 1944 Jan. – Dec.
997
151 Regt., 1944 Jan. – Dec.
1015
13 Regt., 1944 Jan. – Dec.
1118
58 Regt., 1944 Jan. – Dec.
Overig 854
Inns of Court Regiment, 1944
National Archives and Records Administration RECORD GROUP 407: RECORDS OF THE ADJUTANT GENERAL’S OFFICE U.S. ARMY BOXNR.: INV. NR. 7th Armored Division
OMSCHRIJVING:
12663
607-ART-0.3
After Action Reports Division artillery Oct. 1944
12663
607-ART-0.3
Journal overlays, division artillery Oct. 1944
12724
607-FA(434)-0.7
Journal + File 434th FA Bn Oct. 44
12729
607-FA(489)-0.3
Battle Report 489th FA Bn 774th attached Oct. 44
12729
607-FA(489)-0.7
Journal 489th FA Bn 774th attached Oct. 44
Nederlands Instituut voor Militaire Historie 575 DUITSE VERDEDIGINGSWERKEN EN INUNDATIES VAN NEDERLANDS GRONDGEBIED IN DE OORLOG / RAPPORTEN VAN MILITAIRE AARD VANUIT BEZET NEDERLAND AAN BUREAU INLICHTINGEN LONDEN INV.NR.: OMSCHRIJVING: Geen relevante dossiers aangetroffen
NIOD Instituut voor Oorlogs- Holocaust- en Genocidestudies 077 GENERALKOMMISSARIAT FÜR DAS SICHERHEITSWESEN (HÖHERE SS- UND POLIZEIFÜHRER NORD-WEST), (1938) 1940-1945 INV.NR.: 1328 1759
OMSCHRIJVING: Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941 Berichtgevingen betreffende neergekomen vliegtuigen, 1943
146-024-VO-01
Pagina 83 van 95
216K DEPARTEMENT VAN JUSTITIE, (1935) 1940-1945 (1950) INV.NR.: 180
181-185
186
OMSCHRIJVING: Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de Marechaussee inzak het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van vliegtuigen en de vondst van nietontplofte explosieven, 23 juni 1943 – 28 april 1944. Processen-verbaal van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politie en Marechaussee met betrekking tot vijandelijke vliegtuigen, bomaanvallen en ontploffingen in verschillende gemeenten, 1943-1944 185 Echt-Zwolle, 11 oktober 1943 – 17 september 1944 Meldingen van verschillende gemeenten betreffende ongevallen, beschietingen, bombardementen en het afwerpen van (lege) benzinetanks door vliegtuigen.
226B BUREAU INLICHTINGEN – HOOFDBUREAU LONDEN 1940-1945 INV.NR. 119 123-126
OMSCHRIJVING Rapporten en brieven over geallieerde bombardementen, neergestorte vliegtuigen en treinbeschietingen, 27 april 1943 – augustus 1944. Militaire spionagerapporten en situatieschetsen betreffende Nederlandse en Duitse objecten, onder meer van de Geheime Dienst Nederland, april 1943 – april 145 123 April 1943-augustus 1944 124 27 oktober 1944-14 februari 1945 125 15 februari-16 april 1945
Semi-Statisch Informatiebeheer Defensie ARCHIEF MIJN- EN MUNITIEOPRUIMINGSDIENST (M.M.O.D.) INV.NR.: Doos 53 Doos 55
OMSCHRIJVING: Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 53 V t/m W Ruimingsrapporten correspondentie en plattegronden Gemeenten A t/m Z – doos 55 W t/m Z
146-024-VO-01
Pagina 84 van 95
Luchtfoto’s DATUM
SORTIE NR.
23-02-1944 08-03-1944 15-10-1944 29-10-1944 21-11-1944 14-07-1945 15-07-1945 1949 1975 1994
7-AA-713 16.500 4-0306 8.600 400-1303 8.000 F-53-44 16.000 F-726-R-44 22.000 3G-TUD-S133 50.000 3G-TUD-S147 40.000 1949_KAARTBLAD52 1975_KAARTBLAD52 1994_KAARTBLAD52
146-024-VO-01
SCHAAL (1:X)
BEELDNUMMER(S)
KWALITEIT
MOTIVATIE SELECTIE
ARCHIEF
5004; 5005; 5006; 5007 3004 3251; 3252; 4244 297 409 5186; 5187; 5188 5026 84 106 46
Redelijk Goed Goed Matig Matig Matig Matig Redelijk Redelijk Redelijk
Multitemporele luchtfotoanalyse Multitemporele luchtfotoanalyse Bevrijdingsgevechten Bevrijdingsgevechten Multitemporele luchtfotoanalyse Naoorlogse luchtopnamen Naoorlogse luchtopnamen Onderzoek na-Conflictperiode Onderzoek na-Conflictperiode Onderzoek na-Conflictperiode