CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

B1.2 - Regels NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 aanpassingen met arceringen

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray12.214 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

de maximale bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt 2 meter, met dien verstande dat de hoogte voor erf- en terreinafscheidingen voor zover gelegen vóór de begrenzing van het bouwvlak aan de naar de weg gekeerde zijde, maximaal 1 meter mag bedragen; b. in afwijking van het bepaalde onder a mag de hoogte van erf- en terreinafscheidingen aan de zijgevel bij hoekwoningen voor de begrenzing van het bouwvlak aan de naar de weg gekeerde zijde, maximaal 2 meter bedragen, mits: 1. de afstand tot de functie 'Verkeer' minimaal 0,5 meter bedraagt; 2. de afstand tot de voorgevel minimaal 3 meter bedraagt; 3. het verkeersbelang niet onevenredig aangetast wordt. voor klimaat- en duurzaamheidsvoorzieningen geldt: c. een bouwhoogte van zonnepanelen op een gebouw - ten opzichte van het dak van het gebouw - van maximaal 2 meter; d. een bouwhoogte van zonnepergola's ten opzichte van het maaiveld, warmtepompen en warmte- en koude-opslag en warmtepompen van maximaal 3,5 meter, met dien verstande dat de oppervlakte van zonnepergola's niet meer dan 30 m² mag bedragen; e. een bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde van maximaal 2 meter; f. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt 4 meter, met uitzondering van masten ten behoeve van de (openbare) verlichting, die maximaal 12 meter mogen zijn.

12.4.6 Aanvullende beoordelingsregels gezamenlijk geluid Voor het bouwen van een geluidgevoelig gebouw geldt in aanvulling op de beoordelingsregels in lid 12.4.1 tot en met 12.4.4, dat in afwijking van de standaardwaarden zoals benoemd in artikel 5.78t van het Bkl, overeenkomstig artikel 5.78ad van het Bkl het gezamenlijk geluid op de gevels van geluidgevoelige gebouwen is bepaald, waarbij in Bijlage 3, voor zover van toepassing, het hoogste gezamenlijk geluid per woning is weergegeven. 12.5

Specifieke functieregels

12.5.1 Verboden gebruik Gronden en/of bouwwerken mogen niet gebruikt worden voor: a. opslag anders dan inherent aan het toegelaten gebruik; b. detailhandel, met uitzondering van beperkte detailhandel, ondergeschikt aan het beroep aan huis TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

32

c. d. e. f. g. h.

als bedoeld in artikel 12.2; horeca; zelfstandige bewoning voor zover het bijbehorende bouwwerken betreft; bedrijf aan huis; seksinrichting; kamerverhuur; woningsplitsing.

12.5.2 Beoordelingsregels beroep aan huis Een beroep aan huis is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een beroep aan huis mag worden uitgeoefend in de woning of in de bijbehorende bouwwerken; b. de woonfunctie dient in overwegende mate gehandhaafd te blijven en de verschijningsvorm als woning mag niet worden aangetast; c. maximaal 40 m² van het vloeroppervlak van de woning inclusief de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken mag als zodanig worden gebruikt; d. degene die de activiteiten uitvoert, is tevens de bewoner van de woning; e. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; f. de parkeerbalans mag niet onevenredig nadelig worden beïnvloed, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 16.3; g. er mag geen detailhandel plaatsvinden, met uitzondering van beperkte detailhandel, ondergeschikt aan en in direct verband met het beroep aan huis. 12.6

Omgevingsplanactiviteit gebruiksactiviteiten

12.6.1 Beroep aan huis a

Verbod

Het is verboden zonder omgevingsvergunning het gebruik als beroep aan huis toe te staan. b

Beoordelingsregels beroep aan huis

Een omgevingsvergunning voor het het gebruik als beroep aan huis, wordt verleend onder de volgende voorwaarden: a. een beroep aan huis mag worden uitgeoefend in de woning of in de bijbehorende bouwwerken; b. de woonfunctie dient in overwegende mate gehandhaafd te blijven en de verschijningsvorm als woning mag niet worden aangetast; c. maximaal 40 m² van het vloeroppervlak van de woning inclusief de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken mag als zodanig worden gebruikt; d. degene die de activiteiten uitvoert, is tevens de bewoner van de woning; e. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; f. de parkeerbalans mag niet onevenredig nadelig worden beïnvloed, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 16.3; g. er mag geen detailhandel plaatsvinden, met uitzondering van beperkte detailhandel, ondergeschikt aan en in direct verband met het beroep aan huis. 12.6.2 Bedrijf aan huis a

Verbod

Het is verboden zonder omgevingsvergunning het gebruik als bedrijf aan huis toe te staan. b

Beoordelingsregels bedrijf aan huis

Een omgevingsvergunning voor het het gebruik als bedrijf aan huis, wordt verleend onder de volgende voorwaarden: a. een bedrijf aan huis mag worden uitgeoefend in de woning of in de bijbehorende bouwwerken; b. de woonfunctie dient in overwegende mate gehandhaafd te blijven en de verschijningsvorm als woning mag niet worden aangetast; c. maximaal 40 m² van het vloeroppervlak van de woning inclusief de daarbij behorende bijbehorende TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

33

bouwwerken mag als zodanig worden gebruikt; d. degene die de activiteiten uitvoert, is tevens de bewoner van de woning; e. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; f. de parkeerbalans mag niet onevenredig nadelig worden beïnvloed, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 16.3; g. er mag geen detailhandel plaatsvinden, met uitzondering van beperkte detailhandel, ondergeschikt aan en in direct verband met het bedrijf aan huis. 12.6.3 Bed & breakfast a

Verbod

Het is verboden zonder omgevingsvergunning het gebruik als bed & breakfast toe te staan. b

Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning voor het het gebruik als bed & breakfast wordt verleend onder de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f.

de primaire woonfunctie wordt in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate gehandhaafd; de voorzieningen zijn in hun totaliteit niet groter dan 100 m²; het woonmilieu wordt niet onevenredig aangetast; sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; de verkeersafwikkeling wordt niet onevenredig benadeeld en de parkeerbalans wordt niet onevenredig nadelig beïnvloed, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 16.3; er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van beperkte detailhandel, ondergeschikt aan en in direct verband met de verblijfsrecreatieve voorziening.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

34

Hoofdstuk 3 Artikel 13 13.1

BESCHERM EN VAN WAARDEN

Waarde - Archeologie - 2

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0984.TAM25011-va01, zijn aangewezen voor de functie 'Waarde Archeologie - 2'. 13.2

Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Waarde - Archeologie - 2' heeft, behalve voor de daar toegestane functies en activiteiten, mede als functie de bescherming van de aanwezige archeologische waarden in het gebied, waarbij artikel 19.2 van de regels in acht dient te worden genomen. 13.3 Beoordelingsregels (behorende bij de binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteiten (artikel 22.29 van het omgevingsplan van de gemeente Venray)) Voor het bouwen op en in de als 'Waarde - Archeologie - 2' aangeduide gronden gelden de volgende regels: a. Op de als 'Waarde - Archeologie - 2' aangeduide gronden mag - met in acht name van de regels voor de functies en activiteiten uit hoofdstuk 2 van deze regels - worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 500 m² per bouwperceel (gemeten op maaiveldniveau) wordt verstoord; b. Indien de verstoring meer dan 500 m² per bouwperceel bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 centimeter dient de aanvrager een rapport (bureauonderzoek, inventariserend (verkennend, karterend of waarderend) veldonderzoek d.m.v. proefsleuven of boringen, opgraving, archeologische begeleiding) te overleggen, waaruit blijkt dat de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; c. Uitsluitend indien archeologische waarde is vastgesteld worden aan de omgevingsvergunning daartoe de volgende voorwaarden verbonden: 1.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. Hierbij kan gedacht worden aan het niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of 3. de verplichting de uitvoering van de (bouw)activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.4.1 Verboden werken en werk zaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); c. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het straatpeil) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e.

het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

35

g. h. i. j.

oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders; het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; het aanplanten van gewassen of jonge bomen (ten behoeve van boomkwekerij of sierteelt).

13.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 13.4.1 van deze regels vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 500 m²; c. blijkens een rapport van een door van gemeentewege erkende archeologisch deskundige (voortoets) de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; d. het aanbrengen van leidingen in wegbermen binnen gronden met de functie 'Verkeer' betreft. 13.4.3 Beoordelingsregels Een in artikel 13.4.1 van de regels genoemde omgevingsvergunning wordt verleend indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

36

Artikel 14 14.1

Waarde - Archeologie 3

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0984.TAM25011-va01, zijn aangewezen voor de functie 'Waarde Archeologie 3'. 14.2

Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Waarde - Archeologie 3' heeft, behalve voor de daar toegestane functies en activiteiten, mede als functie de bescherming van de aanwezige archeologische waarden in het gebied, waarbij artikel 14 van de regels in acht dient te worden genomen. 14.3 Beoordelingsregels (behorende bij de binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteiten (artikel 22.29 van het omgevingsplan van de gemeente Venray)) Voor het bouwen op en in de als 'Waarde - Archeologie 3' aangeduide gronden gelden de volgende regels: a. Op de als 'Waarde - Archeologie 3' aangeduide gronden mag - met in acht name van de regels voor de functies en activiteiten uit hoofdstuk 2 van deze regels - worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 100 m² per bouwperceel (gemeten op maaiveldniveau) wordt verstoord; b. Indien de verstoring meer dan 100 m² per bouwperceel bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 centimeter dient de aanvrager een rapport (bureauonderzoek, inventariserend (verkennend, karterend of waarderend) veldonderzoek d.m.v. proefsleuven of boringen, opgraving, archeologische begeleiding) te overleggen, waaruit blijkt dat de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; c. Uitsluitend indien archeologische waarde is vastgesteld worden aan de omgevingsvergunning daartoe de volgende voorwaarden verbonden: 1.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. Hierbij kan gedacht worden aan het niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of 3. de verplichting de uitvoering van de (bouw)activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.4.1 Verboden werken en werk zaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); c. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het straatpeil) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); d. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); e.

het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; f. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders; g. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; h. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

37

i. j.

het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; het aanplanten van gewassen of jonge bomen (ten behoeve van boomkwekerij of sierteelt).

14.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 14.4.1 van deze regels vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud betreffen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 100 m²; c. blijkens een rapport van een door van gemeentewege erkende archeologisch deskundige (voortoets) de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; d. het aanbrengen van leidingen in wegbermen binnen gronden met de functie 'Verkeer' betreft. 14.4.3 Beoordelingsregels Een in artikel 14.4.1 van de regels genoemde omgevingsvergunning wordt verleend indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

38

Hoofdstuk 4 Artikel 15

ALGEM ENE REGELS

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

39

Artikel 16 16.1

Algemene bouwregels

Ondergronds bouwen

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen beperkingen, de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan bij bestaande hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken met dien verstande dat ondergrondse bouwwerken uitsluitend zijn toegestaan binnen de gevelgrenzen van de bestaande hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken; b. de oppervlakte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan de toegestane oppervlakte van bouwwerken boven straatpeil; c. in aanvulling op het bepaalde in sub a en b is maximaal 1 niet-overdekt zwembad toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. het zwembad dient te worden gebouwd in het achtererf en op een afstand van ten minste 3,00 meter van zijdelingse en achterste perceelsgrens; 2. het zwembad mag niet overdekt zijn, tenzij de regeling voor bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouw zijnde in de regels voor de van toepassing zijnde functie in acht wordt genomen; 3. het zwembad mag uitsluitend voor hobbymatig gebruik worden benut; d. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 meter onder straatpeil; e. de ondergrondse ruimte(n) mogen uitsluitend van binnenuit bereikbaar zijn en geen ruimtelijke uitstraling hebben. 16.2

Infiltratie hemelwater

16.2.1 Infiltratieplicht Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw gebouw, de uitbreiding van een bestaand gebouw of de verbouw van een bestaand gebouw, wordt uitsluitend verleend indien voor de aanwezige functie binnen het plangebied wordt voorzien in de infiltratie van hemelwater. 16.2.2 Verbod Het is verboden zonder omgevingsvergunning op een andere wijze te voorzien in de nodige infiltratievoorziening dan bedoeld in artikel 16.2.1. 16.2.3 Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning voor voorzien in de nodige infiltratievoorziening, wordt verleend indien: op andere wijze in de nodige infiltratievoorziening wordt voorzien; het voldoen aan de regels als bedoeld in artikel 16.2.1 door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. 16.3

Parkeergelegenheid

16.3.1 Parkeernorm Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend indien wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Voldoende parkeergelegenheid betekent dat wordt voldaan aan de normen die voor de betreffende functie zijn opgenomen in “Beleidsnota parkeernormen, Gemeente Venray”. Indien deze nota niet toereikend is, wordt getoetst aan de CROW publicatie 744 'kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Indien de beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

40

Artikel 17 17.1

Algemene aanduidingsregels

milieuzone - spuitvrije zone

17.1.1 Verbod Het is verboden zonder omgevingsvergunning ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - spuitvrije zone' gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen te gebruiken die leiden tot schadelijke effecten voor het woon- en leefklimaat en/of het verblijfsklimaat van voor gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen gevoelige functies. Onder voor gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen gevoelige functies worden verstaan alle functies waar geregeld en gedurende langere perioden mensen verblijven. 17.1.2 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 17.1.1 wordt verleend indien is aangetoond dat het woonen leefklimaat en/of het verblijfsklimaat van voor gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen en/of andere verspuitbare middelen gevoelige functies niet onevenredig wordt aangetast.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

41

Artikel 18

Algemeen gebruiksverbod

Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden gronden en/of bouwwerken te (laten) gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

42

Artikel 19 19.1

Overige regels

Wettelijke regelingen

Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan. 19.2

Voorrangsregels

In het geval van strijdigheid van de regels voor functies en activiteiten uit hoofdstuk 2 van deze regels met de regels voor de (waarde)functies uit hoofdstuk 3 van deze regels, gaan de regels van de (waarde)functies uit hoofdstuk 3 van deze regels voor.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16974218/1