CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

B1.2 - Regels NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 aanpassingen met arceringen

Gemeenteraad 30 juni 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray12.214 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray

Inhoudsopgave

Regels Hoofdstuk 1

3 INLEIDENDE REGELS Begrippen Meet-en rekenbepalingen Toepassingsbereik Aanvraagvereisten Zorgplicht

4 4 16 17 18 19

Hoofdstuk 2 FUNCTIES EN ACTIVITEITEN Artikel 6 Agrarisch Artikel 7 Agrarisch met waarden Artikel 8 Bedrijf - Landbouwverwant Artikel 9 Groen Artikel 10 Tuin Artikel 11 Verkeer Artikel 12 Wonen

20 20 21 22 25 27 28 29

Hoofdstuk 3 BESCHERMEN VAN WAARDEN Artikel 13 Waarde - Archeologie - 2 Artikel 14 Waarde - Archeologie 3

35 35 37

Hoofdstuk 4 ALGEMENE REGELS Artikel 15 Anti-dubbeltelregel Artikel 16 Algemene bouwregels Artikel 17 Algemene aanduidingsregels Artikel 18 Algemeen gebruiksverbod Artikel 19 Overige regels

39 39 40 41 42 43

Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

2

Regels Preambule Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling in de vorm van de woningbouwlocatie 'Poort van Castenray' te Castenray in combinatie met de transformatie van een intensieve veehouderij aan de Matthiasstraat 3 in Castenray naar een landbouwverwant bedrijf en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22o) van het omgevingsplan van de gemeente Venray. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl en omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl en omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22o van het omgevingsplan van de gemeente Venray. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22o' gelezen worden.

In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22o' gelezen worden.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1

INLEIDENDE REGELS

Begrippen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:

1.1

(TAM-omgevings)plan

het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray, met identificatienummer NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 van de gemeente Venray.

1.2

omgevingsplan

Omgevingsplan van de gemeente Venray.

1.3

aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4

functiegrens

de grens van een functievlak.

1.5

locatievlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie.

1.6

aaneengebouwde woning

Een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van minimaal drie woningen waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar gebouwd / verbonden zijn.

1.7

aanvangshuurprijs

De huurprijs bij de start van de huurovereenkomst.

1.8

aanvangskoopprijs

De koopprijs bij het sluiten van de koopovereenkomst.

1.9

activiteiten met externe veiligheidsrisico's

Activiteiten als bedoeld in Bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.

1.10

agrarisch bedrijf

Een bedrijf dat naar aard en omvang uitsluitend of in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren evenals een productiegerichte paardenhouderij inclusief pensionstal.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

4

1.11

antenne-installatie

Installatie bestaande uit een antenne, een antenne-drager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.

1.12

archeologische waarde

De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende of te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden.

1.13

bebouwing

Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.14

bebouwingspercentage

Een op de verbeelding of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwperceel c.q. bouwvlak of functievlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.

1.15

bed & breakfast

Het bieden van de mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben door de eigenaar of hoofdbewoner van de desbetreffende woning.

1.16

bedrijf aan huis

Het beroepsmatig uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, in tegenstelling tot het beroep aan huis, gericht op consumentenverzorging geheel of gedeeltelijk door middel van handwerk en waarbij de omvang van de activiteiten zodanig is dat als deze in een woning en bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd.

1.17

(agrarische) bedrijfswoning

Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, te bewonen door (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op het feitelijk gebruik van het gebouw en/of het terrein in overeenstemming met de bestemming.

1.18

Beleidsregels anti-speculatiebeding

Beleidsregels anti-speculatiebeding en de zelfbewoningsplicht voor nieuw te realiseren koopwoningen in de betaalbare categorie in de gemeente Venray 2025. Indien de beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, wordt rekening gehouden met de wijziging.

1.19

betaalbare koopwoning

Een koopwoning met een koopsom conform het Besluit Woningbouwimpuls 2020. Jaarlijks wordt deze geïndexeerd aan de hand van de consumentenprijsindex.

Binnen de categorie betaalbare koopwoning wordt het volgende onderscheid gemaakt: Betaalbare koopwoning midden: woning met een koopprijs van ten minste € 280.000,- en ten hoogste € 345.000,- V.O.N (prijspeil 2025). TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

5

Betaalbare koopwoning hoog: woning met een koopprijs van ten minste € 345.000,- en ten hoogste € 405.000,- V.O.N. (prijspeil 2025).

1.20

beroep aan huis

De uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten aan huis op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied dat door zijn beperkte omvang in een woning en bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; hieronder dient niet te worden begrepen de uitoefening van prostitutie.

1.21

bestaand

Ten tijde van de inwerkingtreding van het plan aanwezig.

1.22

bevoegd gezag

Bevoegd gezag als bedoeld in de Omgevingswet (als hoofdregel is dit het college van burgemeester en wethouders van Venray voor omgevingsplanactiviteiten).

1.23

bijbehorend bouwwerk

Uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar wel of niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak.

1.24

bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.25

bouwgrens

De grens van een bouwvlak.

1.26

bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.27

bouwperceelgrens

De grens van een bouwperceel.

1.28

bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

1.29

bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

6

1.30

carport

Een overkapping van lichte constructie, bestemd om te dienen als overdekte stalling voor een motorrijtuig, welke geen tot de constructie behorende wanden heeft.

1.31

Consumentenprijsindex (CPI)

Indexcijfers zoals gedefinieerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

1.32

containerteelt

De teelt van gewassen waarbij de grond wordt afgedekt met plastic en/of beton, eventueel in combinatie met andere materialen en andere voorzieningen zoals voor beregening, afwatering en bereikbaarheid, ten behoeve van de teelt van gewassen. De gewassen worden op deze afdeklaag los van de ondergrond geteeld in potten.

1.33

dagrecreatief medegebruik 1

Extensieve vormen van dagrecreatie die in de open lucht plaatsvinden in gebieden waar de hoofdfunctie een andere is; hieronder worden in ieder geval verstaan: wandelen, fietsen, paardrijden of kanoën.

1.34

dagrecreatief medegebruik 2

tijdelijk medegebruik van grasland akkerbouwgrond of onbebouwde agrarische grond voor kleinschalige dagrecreatieve activiteiten die in de openlucht plaatsvinden, waaronder kleinschalige recreatieve luchtvaart ten behoeve van luchtballonvaren en ultralights.

1.35

DAEB- inkomensnorm

Inkomensgrens als bedoeld in artikel 16 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.

1.36

detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.37

eigen terrein

Het terrein dat is uitgegeven in erfpacht, is verhuurd of in gebruik gegeven aan, dan wel in eigendom is van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, welke de betreffende gronden gebruikt ten behoeve van een middels de regels van dit plan ter plaatse toegestane functie.

1.38

erf

Een gedeelte van het perceel, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij geldt: Achtererf: Erf achter de met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied evenwijdig gelegen lijn, die het hoofdgebouw raakt: 1. aan een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel, op 1 meter achter het snijpunt met de voorgevel, en, 2. aan een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijgevel, op het snijpunt met de achtergevel.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

7

Voorerf: Erf dat geen onderdeel is van het achtererf. Zijerf: Het gedeelte van het erf dat zich bevindt aan de zijkant van het hoofdgebouw, startend bij de voorkant en eindigend bij de achterkant van het hoofdgebouw. Het zijerf maakt onderdeel uit van het voorerf wanneer het grenst aan openbaar gebied, als dit niet zo is dan maakt het onderdeel uit van het achtererf vanaf 1 meter achter de begrenzing van het bouwvlak aan de naar de weg gekeerde zijde.

1.39

escortbedrijf

De natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend (escortservices, bemiddelingsbureaus, overigen). Een escortbedrijf is een aparte functie en derhalve op geen enkele wijze onder enige andere functie c.q. doeleinden valt zoals bedoeld dan wel omschreven in dit plan.

1.40

gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.41

gestapelde woning

Een woning in een woongebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen bevat.

1.42

gevel

Buitenmuur van een gebouw, waarbij geldt: Voorgevel: de gevel aan de voorzijde van een hoofdgebouw. Zijgevel: de gevels van een hoofdgebouw die overwegend haaks staan op de voorgevel. Achtergevel: de gevel van een hoofdgebouw die zich aan de tegenovergestelde kant van de voorgevel bevindt.

1.43

hagelnetten

Teeltondersteunende voorziening bestaande uit het al dan niet aaneengeschakelde netten, afgespannen op palen om fruit tegen hagelschade te beschermen.

1.44

hoofdgebouw

Gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is.

1.45

horeca

Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

8

1.46

huishouding

Een huishouding bestaat uit een persoon dan wel personen die in een zekere continue samenstelling met elkaar wonen en tussen de verschillende personen een zekere onderlinge verbondenheid bestaat.

1.47

huishoudinkomen

Huishoudinkomen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet.

1.48

kamerverhuur

Het bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was verhuren van drie of meer kamers, welke kamers als hoofdverblijf apart zijn of kunnen worden bewoond door niet in het verband van een huishouden levende personen.

1.49

kampeermiddel

Tenten, tentwagens, kampeerauto's, caravans of stacaravans dan wel ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuigen of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf of gebruik ten behoeve van huisvesting tijdelijke werknemers.

1.50

kampeerterrein

Terrein of een deel van een terrein met ten hoogste wasgelegenheid en toiletten, waarop kan worden overnacht in kampeermiddelen met uitzondering van stacaravans en welke uitsluitend geopend mag zijn van 15 maart tot en met 31 oktober van het betreffende jaar.

1.51

kas

Een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dak voornamelijk bestaan uit glas of ander transparant materiaal en dienend tot kweken, trekken, vermeerderen, opkweken, overwinteren of verzorgen van vruchten, bloemen, groenten, planten of bomen.

1.52

klimaat-en duurzaamheidsvoorzieningen

Voorzieningen ten behoeve van het verduurzamen van een gebied en het realiseren van een klimaatbestendige omgeving zoals het toevoegen van koude-/warmte-opslag, het plaatsen van zonnecollectoren, zonnepanelen of zonnepergola's en het plaatsen van laadpalen voor elektrische auto of fiets.

1.53

kunstwerk

Object van artistieke kunstuiting.

1.54

landbouwverwant bedrijf

Een niet-agrarisch bedrijf dat door de activiteiten aan het buitengebied is gebonden, zoals een agrarisch hulpbedrijf of een bedrijf met een agrarisch karakter. Dit betreft een hovenier, KI-station of bosbouwbedrijf, behorend tot milieucategorie 1 of 2.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

9

1.55

levensloopbestendige/nultredenwoning

Een woning waarbij de entree, woonkamer/eetkamer, keuken en ten minste één badkamer, één toilet en één slaapkamer zich op de begane grond bevinden.

1.56

maaiveld

1.57

maaiveld

Bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft.

1.57

middenhuurwoningen

Een woning als bedoeld in artikel 5.161c lid c uit het Bkl.

1.58

milieuhygiënische uitvoerbaarheid

Overkoepelend begrip voor relevante milieuaspecten zoals bodem, geluid, geurhinder, luchtkwaliteit, externe veiligheid, et cetera aan welke bijbehorende wettelijke kaders getoetst dient te worden, zodat omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse is geborgd.

1.59

natuurlijke waarden

De aan een gebied toegekende waarde, die bepaald wordt door het voorkomen van bodemkundige, hydrologische en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in samenhang.

1.60

nevenactiviteiten

Een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwperceel.

1.61

nieuwbouw

Het oprichten van een nieuw gebouw waarbij geen rekening wordt gehouden met de verschijningsvorm van een eventueel gesloopt gebouw op die locatie.

1.62

normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden

Het onderhoud, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming behoren.

1.63

omgevingskwaliteit

Samenhangende systeem van water, milieu-, natuur- en landschapskwaliteit, zoals weergegeven in het Beeldkwaliteitsplan en het Ruimtelijk kwaliteitskader.

1.64

omgevingsvergunning

Omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 Omgevingswet.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

10

1.65

ondergeschikte activiteit

Activiteit die afwijkt van de hoofdfunctie, maar die hieraan niet gelijkwaardig is vanwege: de oppervlakte; de activiteit beslaat in oppervlakte maximaal 25% van het vloeroppervlak van het gebouw/de gebouwen, of; de duur en frequentie; de activiteit komt incidenteel voor en beslaat qua beoefening dus minder tijd dan de hoofdfunctie, of; de functie in relatie tot de hoofdfunctie; de activiteit wordt uitgeoefend ter ondersteuning van de hoofdfunctie.

1.66

ondergeschikte bouwdelen

Onderdelen van een hoofdgebouw die in architectonisch opzicht ondergeschikt zijn aan het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken, zoals erkers, ingangpartijen, luifels, schoorstenen, kachelpijpen en antennes.

1.67

ondergeschikte detailhandel

Detailhandelsactiviteit die als ondergeschikte activiteit past bij de hoofdfunctie, ter ondersteuning van de hoofdfunctie wordt uitgeoefend en niet zelfstandig toegankelijk is.

1.68

ondergronds

Beneden het straatpeil.

1.69

onderkomens

Voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun functie onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken.

1.70

onevenredige aantasting van de aanwezige waarden

Het resultaat van een ruimtelijke ingreep heeft een verhoudingsgewijs te groot nadelig effect op de aanwezige waarden in dat gebied.

1.71

openbaar toegankelijk gebied

Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.

1.72

overige bouwwerken

Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct duurzaam met de aarde is verbonden.

1.73

overkapping

Een bouwwerk, geen gebouw zijnde met een dak, dat niet of slechts aan één zijde is voorzien van een (bestaande) wand.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

11

1.74 straatpeil Voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; Voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.

1.75

peiljaar

Kalenderjaar voorafgaand aan de datum van start bouw van de betreffende woning.

1.76

pensionstal

Het houden van paarden van derden, overwegend afkomstig van derden. Hieronder wordt verstaan de verhuur van stalling met accommodaties en/of weiland en het verzorgen van de paarden.

1.77

permanente bewoning

Bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een gebouw, dan wel een gedeelte daarvan als hoofdverblijf.

1.78

prostitutie

Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.

1.79

Ruimte voor Ruimte woning

Woning op basis van de gemeentelijke 'Ruimte Voor Ruimte regeling 2025', een stimuleringsregeling voor stoppende (intensieve) veehouderijbedrijven.

1.80

schuilgelegenheid

Een overdekte ruimte die aan maximaal drie zijden is omsloten door wanden, waarvan dieren gebruik moeten kunnen maken in geval van weidegang, met als doel bescherming tegen extreme weersomstandigheden in zowel zomer als winter uit oogpunt van dierenwelzijn.

1.81

seksinrichting

Een voor het publiek toegankelijk gebouw of gedeelte van een gebouw, waarin handelingen, vertoningen en/of voorstellingen van erotische en/of pornografische aard plaatsvinden. Hieronder wordt mede begrepen een sekswinkel, zijnde een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat is bestemd en/of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig te koop en/of te huur aanbieden, waaronder mede begrepen uitstalling, verhuren en/of leveren van seksartikelen. Een prostitutiebedrijf en bordeel zijn hieronder mede begrepen. Seks- en/of pornobedrijf is een aparte functie en valt op geen enkele wijze onder enig andere functie c.q. doeleinden zoals bedoeld dan wel omschreven in dit TAM-omgevingsplan. Hieronder wordt mede verstaan prostitutie en raamprostitutie.

1.82

sociale huurwoning

Een woning als bedoeld in artikel 5.161c lid a uit het Bkl. TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

12

1.83

sociale koopwoning

Een koopwoning met maximaal de kostengrens, bedoeld in de Verordening startersleningen Provincie Limburg.

1.84

stacaravan

Een onderkomen, onder welke benaming ook aangeduid, dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot dag- of nachtverblijf van een of meer personen, die elders hun hoofdwoonverblijf hebben, en dat eventueel door de aanwezigheid van een chassis, assenstelsel en wielen wel over korte afstand naar een vaste standplaats kan worden verreden, doch dat niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen als aanhangsel van een personenauto te worden voortbewogen. Ook indien dit onderkomen wegens daaraan of daarbij aangebrachte wijzigingen of voorzieningen niet of niet meer geschikt is om te worden verreden, wordt het voor de toepassing van dit plan aangemerkt als stacaravan.

1.85

standplaats

Plaats voor kampeermiddelen op een kampeerterrein of een camping dan wel voor woonwagens op een woonwagenstandplaats.

1.86

stedenbouwkundige beeld

Het beeld dat wordt bepaald door de bouwmassa's, de gevelindelingen, en de dakvormen van de bebouwing, alsmede de situering en de verschijningsvormen in zijn omgeving.

1.87

teeltondersteunende voorzieningen

Voorzieningen/ constructies met als doel het gewas te forceren tot meer groei en/ of de oogst te spreiden. Het gaat daarbij om zowel vervroegen als verlaten ten opzichte van normale open teelt en/ of beschermen tegen weersinvloeden, ziekten en plagen wat leidt tot een betere kwaliteit product. De voorzieningen dienen ter ondersteuning van de vollegrond-, fruit-, bloemen-, en boomteelt. Het betreft tijdelijke en permanente tunnels, containerteelt, hagelnetten en permanent en ondersteund glas /boogkassen.

1.88

tent

Een in hoofdzaak uit textiel of daarmee vergelijkbare materialen vervaardigd onderkomen voor dag- en/of nachtverblijf.

1.89

tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen

teeltondersteunende voorzieningen die korter dan 6 maanden, al dan niet aaneengesloten, in het jaar aanwezig zijn.

1.90

tijdelijke werknemers

tijdelijke werknemers die legaal (op grond van een EU paspoort of een tewerkstellingsvergunning) niet permanent in de gemeente verblijven en hun hoofdverblijf ergens anders hebben.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

13

1.91

tuin

De gronden van een bouwperceel behorende bij een woning, die feitelijk zijn ingericht ten dienste van het gebruik van de woning.

1.92

tunnel

Een teeltondersteunende voorziening bestaande uit een constructie van metaal of een ander materiaal, dat met plastic of in gebruik daarmee overeenkomend materiaal is afgedekt, niet zijnde glas, ter vervroeging of verlenging van het teeltseizoen van tuinbouw of fruitteeltproducten, met een hoogte van maximaal 2,5 meter.

1.93

twee-aaneengebouwde woning

Een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee woningen die met het hoofdgebouw aan elkaar zijn gebouwd.

1.94

verbeelding

De plankaart van het TAM-omgevingsplan.

1.95

verkoopvloeroppervlak

De voor het publiek zichtbare en toegankelijke winkelruimte (inclusief de etalageruimte) bestemd en gebruikt voor detailhandel.

1.96

voorzieningen van openbaar nut

Een voorziening ten behoeve van de distributie van gas, water en elektriciteit, en de telecommunicatie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen ondergrondse afvalvoorzieningen, bovengrondse afvalvoorzieningen, trafo's, pompstations, gemalen en zendmasten, plus voorzieningen voor warmte- en koudeopslag of voorzieningen van soortgelijke aard met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.97

waterhuishoudkundige voorzieningen

Boven- en ondergrondse voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, infiltratie en waterkwaliteit.

1.98

weg

Een voor het openbaar verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeervoorzieningen.

1.99

wonen

Het gehuisvest zijn in een woning/wooneenheid.

1.100

woning/wooneenheid

Een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

14

1.101

woon- en leefklimaat

Woon- en leefklimaat waarbij in ieder geval wordt voldaan aan de wettelijke normen van alle relevante milieuaspecten zoals geluid, bodem, geurhinder, luchtkwaliteit en externe veiligheid.

1.102

woningsplitsing

Het bouwkundig en functioneel splitsen van een bestaande woning in twee of meer wooneenheden ten behoeve van de vestiging van meer dan één huishouden.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

15

Artikel 2

Meet-en rekenbepalingen

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

bebouwingspercentage

de oppervlakte van een bouwwerk (in %) in verhouding tot de oppervlakte van het bouwvlak.

2.2

de dakhelling

de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.3

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.4

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.5

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.6

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.7

de hoogte van een windturbine

vanaf het straatpeil tot aan de (wieken)as van de windturbine.

2.8

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de harten van de grenzen van een bouwwerk.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

16

Artikel 3

Toepassingsbereik

1. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van het omgevingsplan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Poort van Castenray en Matthiaststraat 3, Venray, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0984.TAM25011-va01, zoals vastgelegd op https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

17

Artikel 4

Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

18

Artikel 5

Zorgplicht

Een ieder draagt bij de uitvoering van activiteiten als bedoeld in dit plan voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving en het voorkomen van nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden beperkt, die activiteit zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt, die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

19

Hoofdstuk 2 Artikel 6 6.1

FUNCT IES EN ACT IVIT EIT EN

Agrarisch

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0984.TAM25011-va01, zijn aangewezen voor de functie 'Agrarisch'. 6.2

Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als `Agrarisch´ heeft de volgende functies: a. agrarisch grondgebruik; b. erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen, bosschages; c. voorzieningen van openbaar nut. Een en ander met bijbehorende voorzieningen, met dien verstande dat deze bijbehorende voorzieningen ten dienste staan van de functie 'Agrarisch'. 6.3 Beoordelingsregels bouwactiviteiten (behorende bij de binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteiten bouwwerken (artikel 22.29 van het omgevingsplan van de gemeente Venray)) 6.3.1

Algemeen

Op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, die ten dienste staan aan de functie 'Agrarisch', waarbij de volgende eisen gelden: 6.3.2

Regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. Op en in de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd te behoeve van de in artikel 6.2 genoemde functies; b. De hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 4 meter, met uitzondering van: 1. erfafscheidingen, die maximaal 2 meter hoog mogen zijn; 2. masten ten behoeve van de (openbare) verlichting, die maximaal 12 meter hoog mogen zijn; 3. antenne-installaties, die maximaal 12 meter hoog mogen zijn. 6.4

Specifieke functieregels

Gronden en/of bouwwerken mogen niet gebruikt worden voor: a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk voor het op de functie gericht grondgebruik; b. tijdelijke opslag van geoogste producten aansluitend aan de oogst; c. het gebruik van de gronden als plaats voor kampeermiddelen, waaronder tevens caravans ten behoeve van de huisvesting door tijdelijke werknemers; d. het gebruik van gronden en opstallen voor detailhandel; e. het gebruik van gronden en opstallen voor niet-agrarische activiteiten op een agrarisch bedrijf; f. het gebruik van gronden en opstallen voor het bewerken van agrarische producten van derden; g. het gebruik van gronden voor containerteelt buiten de bouwvlakken voor een agrarisch bedrijf; h. het uitoefenen van nevenactiviteiten; i. de opslag van gevaarlijke stoffen, zoals kunstmeststoffen en propaan; j. het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

20

Artikel 7 7.1

Agrarisch met waarden

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0984.TAM25011-va01, zijn aangewezen voor de functie 'Agrarisch met waarden'. 7.2

Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als `Agrarisch met waarden´ heeft de volgende functies: a. agrarisch grondgebruik; b. behoud, ontwikkeling en versterking van: 1. de aanwezige landschappelijke waarden, in het bijzonder van het esdorpenlandschap en de beekdalen; 2. bestaande natuurwaarden al dan niet in combinatie met agrarisch gebruik; c. erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen, bosschages. Een en ander met bijbehorende voorzieningen, met dien verstande dat deze bijbehorende voorzieningen ten dienste staan van de functie 'Agrarisch met waarden'. 7.3 Beoordelingsregels (behorende bij de binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteiten bouwwerken (artikel 22.29 van het omgevingsplan van de gemeente Venray)) 7.3.1

Algemeen

Op de voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, die ten dienste staan aan de functie, waarbij de volgende eisen gelden: 7.3.2

Regels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. op en in de voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd te behoeve van de in artikel 7.2 genoemde functies; b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 4 meter, met uitzondering van: 1. erfafscheidingen, die maximaal 2 meter hoog mogen zijn; 2. masten ten behoeve van de (openbare) verlichting, die maximaal 12 meter hoog mogen zijn; 3. antenne-installaties, die maximaal 12 meter hoog mogen zijn. 7.4

Specifieke functieregels

Gronden en/of bouwwerken mogen niet gebruikt worden: a. voor het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk voor het op de bestemming gericht grondgebruik; b. voor tijdelijke opslag van geoogste producten aansluitend aan de oogst; c. als standplaats voor kampeermiddelen, waaronder tevens caravans ten behoeve van de huisvesting door tijdelijke werknemers; d. niet-agrarische activiteiten op een agrarisch bedrijf; e. voor het bewerken van agrarische producten van derden; f. ten behoeve van detailhandel; g. ten behoeve van horecadoeleinden; h. ten behoeve van de opslag van gevaarlijke stoffen, zoals kunstmeststoffen en propaan. i. ten behoeve van containerteelt; j. ten behoeve van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie. k. ten behoeve van opslag.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

21

Artikel 8 8.1

Bedrijf - Landbouwverwant

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0984.TAM25011-va01, zijn aangewezen voor de functie 'Bedrijf Landbouwverwant'. 8.2

Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als `Bedrijf - Landbouwverwant´ heeft de volgende functies: a. de uitoefening van een landbouwverwant bedrijf, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van bedrijf - bedrijfsmatige activiteiten uitgesloten', geen bedrijfsmatige activiteiten zijn toegestaan maar de gronden de functie tuin hebben behorende bij de bedrijfswoning als bedoeld onder d; b. voorzieningen van openbaar nut; c. wonen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; d. aan-huis-gebonden-beroep tot een maximum van 40 m²; Een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder groen, parkeervoorzieningen, in- en uitritten en tuinen. 8.3 Beoordelingsregels bouwactiviteiten (behorende bij de binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteiten bouwwerken (artikel 22.29 van het omgevingsplan van de gemeente Venray)) 8.3.1 Algemeen a. Op de voor 'Bedrijf - Landbouwverwant' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, die ten dienste staan aan de functie 'Bedrijf Landbouwverwant'; b. Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, welke binnen het gehele functievlak zijn toegestaan. 8.3.2

Bedrijf

Voor de bouwwerken gelegen binnen een bouwvlak gelden de volgende eisen: a. bedrijfsgebouwen: 1. Goothoogte, maximaal 5,5 m. 2. Bouwhoogte, maximaal 10 m. 3. Dakhelling, minimaal 12 º. 4. Oppervlakte, maximaal 830 m². 5. Afstand tot de niet naar de weg gekeerde bouwbouwperceelsgrens, minimaal 5 m. 6. Afstand tussen twee bedrijfsgebouwen, maximaal 20 m. 7. Afstand tot de functie 'Verkeer', minimaal 10 m. b. bedrijfswoningen: 1. Inhoud, inclusief bijbehorende bouwwerken t.b.v. het wonen, maximaal 1.075 m³. 2. Goothoogte, maximaal 4,5 m. 3. Dakhelling, minimaal 12 º en maximaal 45 º. 4. Afstand tot de niet naar de weg gekeerde bouwperceelsgrens, minimaal 5 m. 5. Afstand tot de functie 'Verkeer', minimaal 10 m. c. bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning: 1. Goothoogte, maximaal 3 m. 2. Dakvorm en –helling, afgestemd op dakvorm en -helling bedrijfswoning. 3. Afstand tot de niet naar de weg gekeerde bouwperceelsgrens, minimaal 5 m. 4. Afstand tot de functie 'Verkeer', minimaal 10 m. TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

22

d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 1. Bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevelrooilijn, maximaal 2 m. 2. Bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn, maximaal 1 m. 3. Bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, maximaal 3 m. 4. Afstand tot de functie 'Verkeer', minimaal 10 m. 5. Oppervlakte ten behoeve van bedrijfswoning, uitgezonderd een onoverdekt zwembad, maximaal 30 m². 6. Onoverdekt zwembad, maximaal 50 m². 7. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - overkapping' is een overkapping toegestaan met een maximum oppervlakte van 80 m². e. ondergeschikte bouwdelen (tussenlid, kleine, lage aanbouwen, dakkapellen, etc.) zijn wat betreft hoogte en verschijningsvorm uitgezonderd van het gestelde onder artikel 8.3.2 onder a tot en met d; f. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is één woning toegestaan met dien verstande dat de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken en uitbreiding van de woning buiten de gronden met deze aanduiding zijn toegestaan; g. in aanvulling op artikel 8.3.1 onder b dienen bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen met de dichtstbijzijnde gevel binnen een omtrek van 15 m. van de achter- en zijgevels van de woning te worden gebouwd; h. vervangende nieuwbouw vindt plaats op de bestaande fundamenten; i.

binnen de fundering van de woning en/of het bijbehorende bouwwerken bij de woning is het ondergronds bouwen van menstoegankelijke ruimten ter vergroting van het woongenot toegestaan, mits deze ruimte(n) uitsluitend van binnenuit toegankelijk zijn en geen ruimtelijke uitstraling hebben. voor klimaat- en duurzaamheidsvoorzieningen geldt: j.

een bouwhoogte van zonnepanelen op een gebouw - ten opzichte van het dak van het gebouw - van maximaal 2 meter; k. een bouwhoogte van zonnepergola's ten opzichte van het maaiveld, warmtepompen en warmte- en koude-opslag en warmtepompen van maximaal 3,5 meter, met dien verstande dat de oppervlakte van zonnepergola's niet meer dan 30 m² mag bedragen; l. een bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde van maximaal 2 meter. 8.4

Specifieke functieregels

8.4.1

Verboden gebruik

Gronden en/of bouwwerken mogen niet gebruikt worden voor: a. permanente of tijdelijke huisvesting; b. horecadoeleinden, behoudens verband houdend met het binnen de functie op de grond gerichte gebruik van gronden en opstallen; c. buitenopslag; d. huisvesting van tijdelijke werknemers; e. aan-huis-gebonden-bedrijf; f. een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie; g. statische opslag. 8.4.2

Voorwaardelijke verplichting

Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een landbouwverwant bedrijf zoals bedoeld in artikel 8.2 is uitsluitend toegestaan indien de landschappelijke inpassing conform het inrichtingsplan zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels, binnen 24 maanden na onherroepelijk worden van dit (TAM-omgevings)plan is uitgevoerd en vervolgens in stand wordt gehouden. 8.4.3

Voorwaardelijke verplichting sloop stallen

Het slopen van bestaande stallen is uitsluitend toegestaan: a. indien door middel van nader onderzoek naar de mogelijke aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen conform het Vleermuisprotocol 2021 (of de opvolger daarvan), is aangetoond dat er geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn, of TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

23

b. indien op basis van het onder a. genoemde onderzoek de aanwezigheid van één of meerdere verblijfplaatsen is aangetoond, een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit is verleend voor het verstoren en verwijderen van aanwezige verblijfplaatsen en overeenkomstig de verleende omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit afdoende mitigerende maatregelen zijn getroffen. c. indien voorafgaand aan de sloop een melding wordt gedaan, vergezeld van de onderzoeksgegevens als bedoeld onder a. en b.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

24

Artikel 9 9.1

Groen

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0984.TAM25011-va01, zijn aangewezen voor de functie 'Groen'. 9.2

Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als `Groen´ heeft de volgende functies: a. groenvoorzieningen; b. wandelgelegenheid; c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - speel-, sport en verblijfsgebied', speel-, sport- en verblijfsgebied; d. kunstwerken; e. langzaamverkeersroute(s); f. parkeervoorzieningen; g. voorzieningen van openbaar nut; h. waterhuishoudkundige voorzieningen; i. bluswatervoorzieningen en andere bijbehorende bouwwerken; met de daarbij behorende: j. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; k. paden en verhardingen. 9.3 Beoordelingsregels (behorende bij de binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteiten bouwwerken (artikel 22.29 van het omgevingsplan van de gemeente Venray)) 9.3.1

Gebouwen

Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 9.3.2

Regels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. op en in de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd te behoeve van de in artikel 9.2 genoemde functies; b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 4 meter, met uitzondering van: 1. masten ten behoeve van de (openbare) verlichting, die maximaal 12 meter hoog mogen zijn; 2. antenne-installaties, die maximaal 12 meter hoog mogen zijn. 9.4

Omgevingsplanactiviteit bouwactiviteiten

9.4.1

Verbod

Het is verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut op te richten. 9.4.2

Beoordelingsregels gebouwen ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut

Een omgevingsvergunning voor het oprichten van gebouwen ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut, wordt verleend onder de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte bedraagt maximaal 15 m²; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter; c. het straat- en bebouwingsbeeld wordt niet onevenredig aangetast. 9.5

Specifieke functieregels

Gronden en/of bouwwerken mogen niet gebruikt worden: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

25

a. voor de opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval; b. voor het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen; c. als standplaats voor kampeermiddelen d. als speel-, sport- en verblijfsgebied, uitgezonderd gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - speel-, sport en verblijfsgebied'.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

26

Artikel 10 10.1

Tuin

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0984.TAM25011-va01, zijn aangewezen voor de functie 'Tuin'. 10.2

Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als `Tuin´ heeft de volgende functies: a. b. c. d. e. f. g. h.

tuin, met inbegrip van het hobbymatig houden van dieren; groenvoorzieningen; speel-, sport- en wandelgelegenheid; kunstwerken; langzaamverkeersroute(s); voorzieningen van openbaar nut; waterhuishoudkundige voorzieningen; bluswatervoorzieningen en andere bijbehorende bouwwerken;

met de daarbij behorende: i. j.

bouwwerken, geen gebouwen zijnde; paden en verhardingen.

10.3 Beoordelingsregels (behorende bij de binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteiten bouwwerken (artikel 22.29 van het omgevingsplan van de gemeente Venray)) 10.3.1 Gebouwen Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden uitsluitend gebouwen worden gebouwd ten behoeve van het gebruik als bedoeld in 10.2, met dien verstande dat: a. de oppervlakte van gebouwen ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut maximaal 15 m² bedraagt en de bouwhoogte maximaal 3 meter bedraagt; 10.3.2 Regels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. op en in de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd te behoeve van de in artikel 10.2 genoemde functies; b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 2 meter, met uitzondering van: 1. masten ten behoeve van de (openbare) verlichting, die maximaal 12 meter hoog mogen zijn; 2. antenne-installaties, die maximaal 12 meter hoog mogen zijn. 10.4

Specifieke functieregels

Gronden en/of bouwwerken mogen niet gebruikt worden: a. voor de opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval; b. voor het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen; c. als standplaats voor kampeermiddelen.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

27

Artikel 11 11.1

Verkeer

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0984.TAM25011-va01, zijn aangewezen voor de functie 'Verkeer'. 11.2

Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als `Verkeer´ heeft de volgende functies: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

verkeer - en verblijfsdoeleinden; wegen, paden, verhardingen en andere bij de functie passende voorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen; kunstwerken; parkeervoorzieningen; voorzieningen van openbaar nut; speel- en wandelgebied; bluswatervoorzieningen; opstelplaatsen voor calamiteiten.

11.3 Beoordelingsregels (behorende bij de binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteiten bouwwerken (artikel 22.29 van het omgevingsplan van de gemeente Venray) 11.3.1 Gebouwen Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut met een oppervlakte van maximaal 15 m² en een bouwhoogte van maximaal 3 meter. 11.3.2 Regels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. op en in de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd te behoeve van de in artikel 11.2 genoemde functies; b. de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 4 meter, met uitzondering van: c. masten ten behoeve van de (openbare) verlichting, die maximaal 12 meter hoog mogen zijn; d. antenne-installaties, die maximaal 12 meter hoog mogen zijn; 11.4

Specifieke functieregels

Gronden en/of bouwwerken mogen niet gebruikt worden: a. voor de opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval; b. voor het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen; c. als standplaats voor kampeermiddelen.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

28

Artikel 12 12.1

Wonen

Toepassingsbereik

De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locaties die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0984.TAM25011-va01, zijn aangewezen voor de functie 'Wonen'. 12.2

Functieomschrijving

Een locatie die op de verbeelding is aangewezen als `Wonen´ heeft de volgende functies: a. b. c. d. e.

wonen; voorzieningen van openbaar nut; tuinen en erven; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

met dien verstande dat: f.

berging en/of infiltratie van hemelwater voldoet aan het bepaalde in artikel 16.2 van deze regels.

12.3

Woonprogramma

12.3.1 Oogmerken De regels in artikel 12.3 zijn gesteld met het oog op het realiseren van een gevarieerd, sociaal en betaalbaar woningbouwprogramma. 12.3.2 Woningbouwprogramma Het volgende woningbouwprogramma dient te worden uitgevoerd: a. b. c. d.

Maximaal 89 woningen (88 + 1 Ruimte voor Ruimte woning); Het aandeel sociale huurwoningen betreft minimaal 24 woningen; Het aandeel sociale koopwoningen betreft minimaal 7 woningen; Het aandeel middenhuurwoningen of betaalbare koopwoningen midden betreft minimaal 10 woningen. e. Het aandeel betaalbare koopwoningen hoog betreft minimaal 21 woningen. 12.3.3 Informatieplicht 1. De eigenaar/verhuurder van een sociale huurwoning en/of middenhuurwoning, met uitzondering van de plaatselijk werkzame corporaties, dient gedurende de betreffende instandhoudingstermijn jaarlijks een overzicht te overleggen aan het college van burgemeester en wethouders om aan te tonen dat de huurprijzen nog in lijn zijn met deze afdeling; 2. De in lid 1 genoemde eigenaar/verhuurder dient een mutatie gedurende de termijn van instandhouding binnen vier weken na de ingangsdatum van het huurcontract te melden aan het college van burgemeester en wethouders en aan te tonen dat de woning verhuurd is met een inkomen zoals aangegeven in artikel 12.3.4 en 12.3.5 van deze afdeling. 3. De verkoper van sociale en betaalbare koopwoningen dient per (deel)project een overzicht van potentiële kopers ter toetsing voor te leggen aan het college van burgemeester en wethouders.

Na een positieve toetsing waaruit blijkt dat de potentiële kopers voldoen aan de inkomensnorm, als bedoeld in artikel 12.3.7 van deze afdeling, kan de verkoper de woningen aan deze personen verkopen. 12.3.4 Algemene regels sociale huurwoningen 1. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - sociale huurwoning' zijn uitsluitend sociale huurwoningen toegestaan; 2. De doelgroep voor sociale huurwoningen zijn huishoudens met een huishoudinkomen niet hoger dan de DAEB-inkomensnorm; 3. De hoogte van de aanvangshuurprijs van sociale huurwoningen dient gerekend vanaf de datum van eerste verhuur gedurende de instandhoudingstermijn van 25 jaar onder het maximale bedrag van een sociale huurwoning te blijven; TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

29

4. Sociale huurwoningen dienen gedurende een termijn van ten minste 25 jaar na eerste ingebruikname, voor de doelgroep als sociale huurwoning beschikbaar te blijven. 12.3.5 Algemene regels middenhuurwoningen 1. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - middenhuurwoning / betaalbare koopwoning midden' zijn uitsluitend middenhuurwoningen en woningen binnen de categorie betaalbare koopwoning midden toegestaan; 2. De doelgroep voor middenhuurwoningen zijn huishoudens met een huishoudinkomen van maximaal 1,5 keer de DAEB-inkomensnorm; 3. De hoogte van de aanvangshuurprijs van middenhuurwoningen dient gerekend vanaf de datum van eerste verhuur gedurende de instandhoudingstermijn van 15 jaar onder de het maximale bedrag van een middenhuurwoning te blijven; 4. Middenhuurwoningen dienen gedurende een termijn van ten minste 15 jaar na eerste ingebruikname, voor de doelgroep als middenhuurwoningen beschikbaar te blijven; 12.3.6 Algemene regels sociale k oopwoningen 1. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - sociale koopwoning' zijn uitsluitend sociale koopwoningen toegestaan; 2. Een sociale koopwoning betreft een volwaardige woning, inclusief keuken en sanitair, met minimaal de basiseisen voor duurzaamheid volgens afdeling 4.4 uit het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3.

De doelgroep voor sociale koopwoningen zijn huishoudens met een huishoudinkomen van maximaal 1,5 keer de DAEB-inkomensnorm; 4. Sociale koopwoningen dienen gedurende een termijn van ten minste 5 jaren na eerste ingebruikname, voor de doelgroep als sociale koopwoning beschikbaar te blijven. 12.3.7 Algemene regels betaalbare koopwoningen hoog 1. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - betaalbare koopwoning hoog' zijn uitsluitend betaalbare koopwoningen hoog toegestaan; 2. Een betaalbare koopwoning hoog betreft een volwaardige woning, inclusief keuken en sanitair, met minimaal de basiseisen voor duurzaamheid volgens afdeling 4.4 uit het Besluit bouwwerken leefomgeving; 3. De doelgroep voor betaalbare koopwoningen hoog zijn huishoudens met een huishoudinkomen van maximaal 1,75 keer de DAEB-inkomensnorm; 4. Betaalbare koopwoningen hoog dienen gedurende een termijn van ten minste 5 jaren na eerste ingebruikname, voor de doelgroep betaalbare koopwoning hoog beschikbaar te blijven. 12.3.8 Fasering De ontwikkeling van de woningen als bedoeld in artikel 12.3.2 dient gefaseerd plaats te vinden. Hierbij gelden de volgende regels: a. Ter plaatse van de aanduiding: 1. 'fase 1' zijn in totaal maximaal 26 woningen toegestaan, waarvan minimaal 9 woningen binnen de categorieën sociale huurwoning en sociale koopwoning dienen te worden gerealiseerd; 2.

'fase 2' zijn in totaal maximaal 34 woningen toegestaan, waarvan minimaal 14 woningen binnen de categorieën sociale huurwoning en sociale koopwoning dienen te worden gerealiseerd; 3. 'fase 3' zijn in totaal maximaal 29 woningen toegestaan, waarvan minimaal 8 woningen binnen de categorieën de sociale huurwoningen en sociale koopwoningen dienen te worden gerealiseerd; b. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning ter plaatse van de aanduiding 'fase 2' wordt uitsluitend verleend indien voor 70% van de woningen ter plaatse van de aanduiding 'fase 1' een omgevingsvergunning is verleend, met dien verstande dat voor de woningen binnen de categorieën sociale huurwoningen en sociale koopwoningen ter plaatse van de aanduiding 'fase 1' voor 100% van de woningen een omgevingsvergunning dient te zijn verleend. c. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning ter plaatse van de aanduiding 'fase 3' wordt uitsluitend verleend indien voor 70% van de woningen ter plaatse van de aanduiding 'fase 2' een omgevingsvergunning is verleend, met dien verstande dat voor de woningen binnen de categorieën sociale huurwoningen en sociale koopwoningen ter plaatse van de aanduiding 'fase 2' voor 100% van de woningen een omgevingsvergunning dient te zijn verleend.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

30

12.4 Beoordelingsregels (behorende bij de binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteiten bouwwerken (artikel 22.29 van het omgevingsplan van de gemeente Venray)) 12.4.1 Algemeen Op en in de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen, uitsluitend ten dienste van de functies als bedoeld in artikel 12.2, worden gebouwd: a. gebouwen; b. de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken; c. de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde; ongeacht het bepaalde in artikel 12.4.3, artikel 12.4.4 en artikel 12.4.5 dient ten minste 50% van het achtererf van het woonperceel onbebouwd en onoverdekt te blijven. 12.4.2 Voorwaardelijke verplichting beeldkwaliteit Het bouwen van woningen ten behoeve van de functie 'Wonen' zoals bedoeld in artikel 12.2 is uitsluitend toegestaan indien is aangetoond dat wordt voldaan aan de beeldkwaliteitseisen zoals opgenomen in Bijlage 2 'Beeldkwaliteitsplan'. Dit ter beoordeling aan het Adviesbureau Omgevingskwaliteit. 12.4.3 Regels voor hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; met dien verstande dat: b. gestapelde woningen niet zijn toegestaan; c. uitsluitend aaneengebouwde woningen, twee-aaneengebouwde en vrijstaande woningen zijn toegestaan; d.

de goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; e. elke woning dient te worden afgedekt met een dak, waarvan de dakhelling ten minste 0° (plat dak) en ten hoogste 65° bedraagt; f. de voorgevel van een hoofdgebouw dient in of ten hoogste 3 meter achter de begrenzing van het bouwvlak - aan de naar de openbare weg gekeerde zijde - te worden gebouwd. Indien voor een bouwperceel twee begrenzingen van het bouwvlak aan de naar de openbare weg gekeerde zijden zijn bepaald, dient zowel de voor- als zijgevel in of ten hoogste 3 meter achter deze lijn te worden gebouwd; g. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt: 1. bij vrijstaande woningen minimaal 3 meter aan beide zijden; 2. bij twee-aan-eengebouwde woningen minimaal 3 meter aan één zijde; 3. bij eindwoningen van aaneengebouwde woningen minimaal 2 meter aan één zijde; h. de maximale diepte van het hoofdgebouw: 1. 15 meter bedraagt bij vrijstaande woningen; 2. 12 meter bedraagt bij twee-aaneengebouwde en aaneengebouwde woningen. 12.4.4 Regels voor bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. de voorgevel dient minimaal 1 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; b.

tegen de achtergevel van het hoofdgebouw mag/mogen (een) bijbehorende bouwwerken worden gebouwd over de volledige breedte van die achtergevel, met een diepte van maximaal 4 meter. De oppervlakte hiervan telt niet mee bij de berekening van de oppervlakte als bedoeld onder c en d; c. bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan met een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 50 m². De oppervlakte van carports blijft bij de berekening van die oppervlakte buiten beschouwing; d. de gezamenlijke oppervlakte als bedoeld onder c mag worden verhoogd tot maximaal 70 m², mits het achtererf, ook na de bouw van bijbehorende bouwwerken als bedoeld onder c en carports, voor niet meer dan 40% wordt bebouwd; TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o Poort van Castenray NL.IMRO.0984.TAM25011-va01 vastgesteld

31

e. de goothoogte mag niet hoger zijn dan: 1. voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken: 0,3 meter boven de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, of - als het hoofdgebouw geen tweede bouwlaag heeft - even hoog als het hoofdgebouw met een maximum van 3 meter; 2. voor vrijstaande bijbehorende bouwwerken: 3 meter; f. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 5 meter bedragen; in afwijking van het bepaalde onder a tot en met g mogen worden gebouwd: g. carports, zowel op het voorerf als het achtererf, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte tot maximaal 30 m² mag bedragen; 2. de bouwhoogte maximaal 3 meter mag bedragen; 3. de carport met minimaal één zijde of een deel daarvan tegen de zijgevel van het hoofdgebouw of tegen een voor- of zijgevel van een bijbehorend bouwwerk wordt gebouwd; 4. de carport maximaal 2,5 meter voor de begrenzing van het bouwvlak aan de naar de weg gekeerde zijde mag worden gebouwd; h. ondergeschikte bouwdelen op het voorerf, met dien verstande dat: 1. de diepte maximaal 1,2 meter bedraagt; 2. de breedte maximaal 50% bedraagt van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw; 3. de hoogte maximaal 3 meter bedraagt. 12.4.5 Regels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16974218/1