B1.2 - Ontwerp-Regels TAM-omgevingsplan Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen (V7) incl bijlage
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen Regels
VanBuiten bv Leveroyseweg 9a 6093 NE Heythuysen Tel: +31(0)475 - 49 44 07 info@bijvanbuiten.nl www.bijvanbuiten.nl IBAN: NL86 ABNA 0128 3056 65 KVK 91612144 btw: NL865711732B01
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen Gemeente Venray Regels
Plangebied:
Eijkenhofweg 3 en 5, 5814 AM Veulen
Status:
Ontwerp
Zaaknummer:
BO-2024-007880/ Z2024-00007326
Plan-IDN:
NL.IMRO.0984.TAM2401122ab
Datum:
8 december 2025
Inhoudsopgave Preambule ............................................................................................................................................................... 4 Hoofdstuk 1
Inleidende bepalingen ................................................................................................................. 4
Artikel 1
Toepassingsbereik ........................................................................................................................ 4
Artikel 2
Begripsbepalingen ........................................................................................................................ 4
Artikel 3
Aanvullende begripsbepalingen ................................................................................................... 4
Artikel 4
Meet- en rekenbepalingen ......................................................................................................... 12
Artikel 5
Aanvraagvereisten ...................................................................................................................... 13
Hoofdstuk 2
Functies en activiteiten .............................................................................................................. 14
Artikel 6
Algemeen gebruiksverbod ......................................................................................................... 14
Artikel 7
Agrarisch .................................................................................................................................... 14
Artikel 8
Bedrijf.......................................................................................................................................... 25
Artikel 9
Waarde – Archeologie – 1........................................................................................................... 30
Artikel 10
Waterstaat – Beschermingszone watergang .............................................................................. 32
Hoofdstuk 3
Algemene regels ........................................................................................................................ 33
Artikel 11
Anti-dubbeltelregel .................................................................................................................... 33
Artikel 12
Algemene aanduidingsregels ..................................................................................................... 33
Artikel 13
Algemene afwijkingsregels ......................................................................................................... 33
Artikel 14
Overige regels ............................................................................................................................. 34
Hoofdstuk 4
Overgangsregels ......................................................................................................................... 35
Artikel 15
Overgangsrecht .......................................................................................................................... 35
Bijlagen: Bijlage 1: Landschappelijk inpassingsplan Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen, vanBuiten bv, 25 juli 2024
3 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
Preambule Dit TAM is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locaties Eijkenhofweg 3 en 5 te Veulen en vormt een juridisch nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22ab]) van het omgevingsplan van de gemeente Venray. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit, op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het Omgevingsplan (hierna: ‘dit deel’) weergegeven hoofdstukken, moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22ab] van het Omgevingsplan van de gemeente Venray. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord ‘Artikel’, na de spatie en direct voor het artikelnummer ‘[22ab]’ gelezen worden. in de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘[22ab]’ gelezen worden.
Hoofdstuk 1
Inleidende bepalingen
Artikel 1
Toepassingsbereik
1.
2.
3.
De besluiten als bedoeld in artikel 22.1 onder a van de Omgevingswet zijn niet van toepassing voor de locatie als bedoeld in het derde lid, zover het regels betreft die zijn opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m van de Invoeringswet Omgevingswet. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GMLbestand NL.IMRO.0984.TAM2401122ab zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/home
Artikel 2
Begripsbepalingen
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage l van het omgevingsplan, bijlage l bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage l bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage l bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage l bij het Omgevingsbesluit en bijlage l bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in Artikel 3 daarvan is afgeweken.
Artikel 3
Aanvullende begripsbepalingen
3.1 omgevingsplan het Omgevingsplan van de gemeente Venray 3.2 TAM-omgevingsplan het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen met identificatienummer NL.IMRO.0984.TAM2401122ab met de in dit plan opgenomen regels en de daarbij behorende bijlagen. 3.3 aanbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat. Het gebouw kan onderscheiden worden van het hoofdgebouw en is in architectonisch opzicht ondergeschikt aan het hoofdgebouw. 4 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
3.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 3.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 3.6 aan huis gebonden bedrijf het aan huis – geheel of overwegend door middel van handwerk – uitoefenen van een bedrijfsmatige activiteit bedrijvigheid in de cat. 1 en 2 als genoemd in de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering', dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij de woning met behoud van woonfunctie kan worden uitgeoefend , met hieraan ondergeschikte en kleinschalige detailhandel welke direct in verband dient te staan met de ter plaatse toegestane bedrijfsactiviteiten. 3.7 aan huis gebonden beroep een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang, aard en intensiteit in of bij de woning met behoud van de woonfunctie (in ruimtelijke en visuele zin), uitgeoefend kan worden. 3.8 aanvullende kwaliteitsverbetering een verbetering van de op de locatie aanwezige kwaliteit bestaande uit één of meerdere van de onderstaande componenten: • • • • •
architectonische vormgeving van de nieuw op te richten bebouwing; opruimen oude gebouwen/verharding; herinrichten bouwkavel onder meer met het oog op compact bouwen, de functionaliteit van de bebouwing en het herschikken van de bebouwing; het aanbrengen van extra maatregelen ten gunste van het milieu (bijvoorbeeld maatregelen die geluid, geur, ammoniak, stof of trilling reduceren); voor intensieve veehouderij bij meerdere bedrijfslocaties de toepassing van de beste locatiemethode: gericht op afbouw van de tweede en/of volgende locaties, waarbij op een vast te leggen moment sloop van de gebouwen zal plaatsvinden.
3.9 abiotische waarde de aan een gebied toegekende waarde met betrekking tot de aanwezigheid van natuurlijke grondwaterstromen en een voor het gebied typerende bodemopbouw. 3.10 adviescommissie de commissie die landschappelijke inpassingsplannen en aanvullende kwaliteitsverbeteringsvoorstellen beoordeelt, met als toetsingskaders onder meer het beeldkwaliteitsplan en het Ruimtelijk Kwaliteitskader. 3.11 agrarisch afzetbedrijf een bedrijf, dat uitsluitend, dan wel overwegend is gericht op het vervoer, de opslag, de bewerking en de - geen detailhandel zijnde - verhandeling van producten die in het agrarisch bedrijf zijn voortgebracht. 3.12 agrarisch bedrijf een bedrijf dat naar aard en omvang uitsluitend of in hoofdzaak is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren evenals een productiegerichte paardenhouderij inclusief pensionstal. 3.13 (agrarisch) bedrijfsgebouw (een gedeelte van) een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een (agrarisch) bedrijf.
5 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
3.14 agrarische bedrijfsvoering de bedrijfsmatige gang van zaken binnen een agrarisch bedrijf. 3.15 agrarisch grondgebruik gebruik van grond dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, al dan niet met het gebruik van tijdelijk afdekmateriaal en/ of door middel van het hobbymatig houden van dieren; 3.16 agrarisch hulpbedrijf een niet-industrieel bedrijf dat goederen of diensten levert aan agrarische bedrijven of producten opslaat, vervoert of verhandelt. 3.17 agrarisch bedrijf – Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties een agrarisch bedrijf met dien verstande dat het productiegericht houden van landbouwhuisdieren niet is toegestaan. 3.18 akkerbouwbedrijf bij bedrijven met akkerbouw worden alle bedrijven geteld waarop één of meer akkerbouwgewassen voorkomen. Bij akkerbouwbedrijven ligt het zwaartepunt van de productie bij de teelt van akkerbouwgewassen. 3.19 ambachtelijk door middel van handwerk, op traditionele wijze. 3.20 archeologische waarden de aan een gebied toegekende waarden die worden bepaald door de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 3.21 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 3.22 bebouwingsoppervlak een op de verbeelding aangegeven oppervlakte in vierkante meters, dat de omvang van het deel van een bouwperceel c.q.
bouwvlak of functievlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd. 3.23 bedrijf met een agrarisch karakter een aan het agrarisch bedrijf of aan het buitengebied gerelateerd bedrijf dat producten en/of diensten levert aan particulieren of niet-agrarische bedrijven. 3.24 bedrijfsvloeroppervlak de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor (dienstverlenend) bedrijf of instelling, inclusief opslag- en administratieruimten. 3.25 (agrarische) bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, te bewonen door (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op het feitelijk gebruik van het gebouw en/of het terrein in overeenstemming met de functie. 3.26 beeldkwaliteitsplan het plan, zoals vastgesteld op 14 december 2010, waarin aandacht wordt besteed aan de relatie tussen een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling en bestaande karakteristieken, landschappelijke en visuele waarden van een gebied. 3.27 bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van het plan aanwezig.
6 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
3.28 bijgebouw een al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw waarbij het behoort, dat niet toegankelijk is vanuit het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt en functioneel dienstbaar is aan dat hoofdgebouw. 3.29 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofgebouw verbonden, daar al dan niet tegenaan gebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 3.30 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 3.31 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 3.32 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 3.33 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 3.34 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 3.35 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
3.36 burgerwoning een woning bedoeld ter huisvesting van een huishouden, niet zijnde een woning behorend bij een (agrarisch) bedrijf of andere inrichting. 3.37 cultuurhistorische waarde de waarden aan een gebied of opstal toegekende waarde met betrekking tot de kenmerken van het gebruik dat de mens in de loop der geschiedenis van grond en gebouwen heeft gemaakt, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het wegen- en slotenpatroon, de verkavelingsstructuur of de architectuur; onder cultuurhistorische waarden worden mede verstaan de archeologische waarden. 3.38 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ter verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 3.39 doelmatige (agrarische) bedrijfsvoering het op efficiënte, effectieve, economische en bedrijfstechnisch correcte wijze uitvoeren van de bedrijfsprocessen van een bedrijf met inbegrip van de resulterende producten en diensten en de externe relaties met klanten, leveranciers, partners en anderen.
7 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
3.40 eigen terrein Het terrein dat is uitgegeven in erfpacht, is verhuurd of in gebruik gegeven aan, dan wel in eigendom is van een natuurlijke persoon of rechtspersoon, welke de betreffende gronden gebruikt ten behoeve van een middels de regels van dit plan ter plaatse toegestane functie. 3.41 escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend (escortservices, bemiddelingsbureaus, overige). Een escortbedrijf is een aparte functie en derhalve op geen enkele wijze onder enige andere functie c.q. doeleinden c.q. functie valt zoals bedoeld dan wel omschreven in dit TAM-omgevingsplan. 3.42 functiegrens de grens van een functie. 3.43 functievlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie. 3.44 gebiedskwaliteit Gebiedskwaliteit is opgebouwd uit vier, onderling samenhangende, aspecten: a.
Landschappelijke structuur De wijze, waarop de totstandkomingsgeschiedenis van een gebied afleesbaar is in de huidige situatie. b. Landschappelijke elementen De intrinsieke waarde van samenhangende ecologische en groenstructuren en watersystemen en de visuele waarde van de (afwisseling) van groene en gebouwde kwaliteiten. c. Verkavelingsstructuur/ bebouwingsstructuur De wijze waarop de ruimte in een gebied letterlijk geordend is: open/gesloten, de verdeling van bebouwd/onbebouwd, de functionele verdeling en de herkenbaarheid van de ruimtelijke structuur d. Functionele structuur De kwaliteit van de gebouwde omgeving, zowel de kwaliteit van de elementen op zich, als de kwaliteit van de onderlinge samenhang en de relatie met andere kwaliteitsaspecten. De inhoudelijke waardering van de gebiedskwaliteit is opgenomen in het Ruimtelijk Kwaliteitskader (RKK). 3.45 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 3.46 geurgevoelig object een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en dat daarvoor permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt.
3.47 glastuinbouwbedrijf een agrarische bedrijfsvoering waarbij uitsluitend of in hoofdzaak onder een permanente opstand van glas of kunststof het telen van gewassen plaatsvindt. Hieronder vallen onder andere alle mogelijke groente-, bloem- en bladgewassen die één of meermalig worden geoogst, of als compleet gewas worden afgeleverd (bijvoorbeeld in potten). Ook de teelt van uitgangs- en vermeerderingsmateriaal, zoals stek, moerplanten en zaaigoed wordt hieronder verstaan.
8 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
3.48 groothandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit. 3.49 hartlijn een denkbeeldige lijn in een symmetrisch vlak figuur of dito ruimtelijk object (omwentelingslichaam) die precies in het midden loopt. 3.50 hemelwaterproblematiek de problemen die ontstaan voor het afvoeren en bergen van hemelwater door toename van het verharde grondoppervlak. 3.51 herbouw na algehele sloop van het bestaande gebouw (woning) wordt nagenoeg hetzelfde teruggebouwd. 3.52 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is; 3.53 hoofdverblijf de voorziening die fungeert als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van betrokkene en welke een voor permanente bewoning geschikte verblijfplaats is, dat ten minste bestaat uit een keuken, woon-, was- en slaapgelegenheid. 3.54 huishouden een of meer persoenen die een duurzame gemeenschappelijk c.q. gezamenlijke huishouding voeren.
3.55 intensieve veehouderij het bedrijfsmatig houden van dieren waarbij de dieren geheel of hoofdzakelijk in stallen of hokken worden gehouden. Hiermee wordt in principe bedoeld: varkens, kippen, vleeskuikens, vleeskalveren, stieren voor roodvleesproductie, geiten, eenden, pelsdieren, konijnen, kalkoenen of parelhoenders. 3.56 kleinschalig bedrijf een niet aan het buitengebied gebonden bedrijf zoals opgenomen in de Staat van bedrijfsactiviteiten passend binnen de milieucategorie 1 of 2 of dat naar aard en omvang kleinschalig is en passend is binnen de milieucategorie 1 of 2. 3.57 lawaaisport een (sport)activiteit waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het achtergrondniveau wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, motorsport, (model)vliegsport; de jachtsport wordt hier niet onder begrepen. 3.58 landbouwverwant bedrijf een niet-agrarisch bedrijf dat door de activiteiten aan het buitengebied is gebonden, zoals een agrarisch hulpbedrijf of een bedrijf met een agrarisch karakter. Dit betreft een loonwerkbedrijf, een grondverzetbedrijf, hovenier, KI-station of bosbouwbedrijf. 3.59 landbouwhuisdier Zoogdier of vogel voor de productie van vlees, eieren, melk, wol of veren of een paard of pony voor het fokken.
3.60 milieucategorie weergave van de zwaarte van bedrijvigheid, zoals die in de handreiking Bedrijven en milieuzonering aan ieder type bedrijvigheid is toegekend, en in dit plan is vertaald naar een Staat van bedrijfsactiviteiten . 9 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
3.61 milieuhygiënische uitvoerbaarheid overkoepelend begrip voor milieuaspecten zoals geluid, bodem, geurhinder, luchtkwaliteit, externe veiligheid etc. aan welke bijbehorende wettelijke kaders getoetst dient te worden, onder andere zodat omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd. 3.62 natuurlijke waarden de aan een gebied toegekende waarde, die bepaald wordt door het voorkomen van bodemkundige, hydrologische en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in samenhang. 3.63 niet-grondgebonden agrarische bedrijvigheid een agrarisch bedrijf waarvan de productie niet in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Niet-grondgebonden bedrijven zijn in ieder geval: intensieve veehouderijen, glastuinbouwbedrijven en gebouw gebonden teeltbedrijven en kwekerijen, zoals champignonteeltbedrijven, witlofkwekerijen, viskwekerijen, wormenkwekerijen en insectenkwekerijen. 3.64 nieuwbouw het oprichten van een nieuw gebouw waarbij geen rekening wordt gehouden met de verschijningsvorm van een eventueel gesloopt gebouw op die locatie. 3.65 nieuwvestiging nieuw op te richten inrichting op een locatie waar eerder geen bebouwing bestond dan wel waar bebouwing aanwezig was met een andere functie dan die van de nieuwe inrichting. Hieronder valt ook verplaatsing van bedrijven.
3.66 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden het onderhoud, dat gelet op de functie regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende functie behoren. 3.67 obstakelvlak een vlak vanaf 120 m van het hart van de start- en / of landingsbaan met een hellingshoek van 1:7 dat tot op 6 km van de uiteinden van de start- en / of landingsbaan bouwhoogtebeperkingen inhoudt. 3.68 omgevingskwaliteit samenhangende systeem van water, milieu-, natuur- en landschapskwaliteit, zoals weergegeven in het Beeldkwaliteitsplan en het Ruimtelijk kwaliteitskader. 3.69 omschakeling de algehele of gedeeltelijke overstap binnen een bestaand (agrarisch) bedrijf naar een ander (agrarisch) bedrijf. 3.70 ondergeschikte nevenactiviteiten een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomens wervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit TAM-omgevingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwperceel. 3.71 ondergronds beneden het peil. 3.72 onevenredige aantasting van de aanwezige waarden het resultaat van een ruimtelijke ingreep heeft een verhoudingsgewijs te groot nadelig effect op de aanwezige waarden in dat gebied. 3.73 overig niet-agrarisch bedrijf een bedrijf dat vanwege aard en/ of omvang afwijkt van een kleinschalig bedrijf.
10 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
3.74 peil a. voor gebouwen waarvan: 1. de hoofdingang binnen 20 meter van de weg is gelegen en; 2. het oorspronkelijke maaiveld niet meer dan 0,50 meter afwijkt van de hoogte van de weg: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. In andere gevallen: de gemiddelde hoogte van oorspronkelijke maaiveld waarop het bouwwerk geplaatst is of wordt; met dien verstande dat, indien bestaande gebouwen afwijkend van de onder a. en/of b. genoemde gevallen zijn gerealiseerd, de bovenkant van de begane grondvloer van bestaande gebouwen als peil wordt beschouwd. 3.75 permanente huisvesting huisvesting in een woning welke als hoofdverblijf kan worden aangemerkt. 3.76 permanente teeltondersteunende voorzieningen teeltondersteunende voorzieningen die langer dan 6 maanden, al dan niet aaneengesloten, in het jaar aanwezig is. 3.77 ruimtelijk kwaliteitskader (RKK) Gemeentelijk toetsingskader, zoals vastgesteld op 26 september 2023, ter toetsing van de gebiedskwaliteiten en visueel-landschappelijke waarde bij nieuwe ontwikkelingen en uitbreidingen. Indien gedurende de planperiode het gemeentelijk toetsingskader (Ruimtelijk kwaliteitskader) wijzigt, wordt de nieuwe versie in acht genomen.
3.78 schuilgelegenheid een overdekte ruimte die aan maximaal drie zijden is omsloten door wanden, waarvan dieren gebruik moeten kunnen maken in geval van weidegang, met als doel bescherming tegen extreme weersomstandigheden in zowel zomer als winter uit oogpunt van dierenwelzijn; 3.79 statische opslag opslag van goederen gedurende langere termijn, zonder dat deze een bewerking ondergaan en zonder dat deze ter plekke verhandeld worden, waaronder begrepen caravans, wit- en bruingoed en meubels. 3.80 verbouw het verrichten van bouwwerkzaamheden waarbij wezenlijke delen van de bestaande bouw aanwezig moeten blijven. 3.81 verkoopvloeroppervlak de voor het publiek zichtbare en toegankelijke winkelruimte (inclusief de etalageruimte) bestemd en gebruikt voor detailhandel. 3.82 volwaardig agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf dat naar aard en omvang en op grond van de arbeidsbehoefte als zodanig moet worden aangemerkt waarbij bovendien sprake is van een duurzame volwaardigheid en dat op basis van een onafhankelijk en deskundige instantie is getoetst. De volwaardigheid naar aard en omvang van het agrarische bedrijf worden voornamelijk bepaald door de grootte, aard en inrichting van de bedrijfsgebouwen en het beschikbare grondareaal (eigendom/pacht/huur) waarbij het agrarisch bedrijf voorziet in het hoofdinkomen van het bedrijfshoofd.
De volwaardigheid van de arbeidsbehoefte wordt voornamelijk bepaald doordat de arbeidsomvang die het agrarische hoofdberoepsbedrijf vergt ongeveer een volledige arbeidskracht omvat. De continuïteit van het bedrijf (voor een periode van ten minste 10 jaar) wordt voornamelijk bepaald door financieel perspectief, door de leeftijd, vakkennis, ervaring, eventuele opvolgers.
11 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
3.83 voorgevelrooilijn de snijlijn van het naar de weg gekeerde gevelvlakken van een woning (niet zijnde de voorkant van een erker) of (agrarisch) bedrijfsgebouw (dat het dichtst bij de weg is gelegen) en het grondvlak, waarop de woning/(agrarisch) bedrijfsgebouw zich bevindt, waarbij de voorgevelrooilijn doorloopt tot de perceelsgrenzen. 3.84 woning een gebouw of een gedeelte van een gebouw, geschikt en bestemd voor de zelfstandige huisvesting en hoofdverblijf van een huishouden. 3.835 woon- en leefklimaat woon- en leefklimaat waarbij in ieder geval wordt voldaan aan de wettelijke normen van alle relevante milieuaspecten zoals geluid, bodem, geurhinder, luchtkwaliteit en externe veiligheid. 3.86 woonunit ruimte ten behoeve van tijdelijke huisvesting.
Artikel 4
Meet- en rekenbepalingen
Voor de meet- en rekenbepalingen, in aanvulling op artikel 22.24 van het Omgevingsplan, gelden de volgende meet- en rekenbepalingen en zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hier niet is afgeweken in het eerste lid tot en met het veertiende lid. 4.1 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 4.2 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 4.3 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 4.4 hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde verticaal vanaf het hoogste punt van het bouwwerk tot aan het aansluitende afgewerkte peil. De hoogte ten aanzien van de functie ‘Verkeer- Railverkeer’ moet gemeten worden vanaf bovenkant spoorstaaf (BS). 4.5 afstand tot de (naar de weg gekeerde) perceelgrens de kortste afstand van een bouwwerk tot de (naar de weg gekeerde) perceelgrens van het bouwperceel.
4.6 afstand tussen gebouwen de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen. 4.7 vloeroppervlakte op de vloer tussen de binnenzijden van de gevelmuren en/of gemeenschappelijke scheidingsmuren. 4.8 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
12 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
4.9 inhoud overkappingen, carports en daarmee gelijk te stellen gebouwen en bouwwerken vanaf peil tot aan de buitenzijde van het dak en tussen de buitenwerkse maten van de draagconstructie. Overstekken tot 0,50 meter worden niet meegeteld bij de berekening van de inhoud. 4.10 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 4.11 vrijwaringszone weg uit de as van de dichtbijgelegen rijbaan inclusief bijbehorende toe- en afritten 4.12 inhoud bedrijfswoning als inhoud van de bedrijfswoning wordt aangemerkt de inhoud (m 3) van het hoofdgebouw inclusief aan/bijgebouwen, exclusief overkappingen. Zakelijke functies die in het woongedeelte zijn opgenomen, worden geacht tot de inhoud van de woning te behoren. 4.13 inhoud burgerwoning als inhoud van de burgerwoning wordt aangemerkt de inhoud (m 3) van het hoofdgebouw inclusief aan/bijgebouwen, exclusief overkappingen. Waar het hoofdgebouw onderdeel is van voormalige bedrijfsbebouwing, wordt onder inhoud van de burgerwoning begrepen de inhoud tot dat deel van het hoofdgebouw dat op dat moment functioneel als woonruimte in gebruik is, dan wel waarvan de uitstraling als woning zich naar buiten toe etaleert. De inhoud wordt dan tot dat punt en over alle bovengrondse bouwlagen berekend. 4.14 wijze van meten tenzij anders bepaald, worden de waarden die in m of m 2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: • •
•
Artikel 5
afstanden loodrecht; hoogten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven, en maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot maximaal 0,5 m buiten beschouwing blijven.
Aanvraagvereisten
De aanvraagvereisten, bedoel in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
13 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
Hoofdstuk 2
Functies en activiteiten
Artikel 6
Algemeen gebruiksverbod
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het verboden om zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan die locatie toegedeelde functies en activiteiten.
Artikel 7
Agrarisch
7.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als ‘Agrarisch’. 7.2 Functieomschrijving Een als ‘Agrarisch’ aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. b. c.
d.
e. f. g. h. i. j.
agrarisch grondgebruik; wonen, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’; de uitoefening van een agrarisch bedrijf, geen glastuinbouw zijnde, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties’, met dien verstande dat het bedrijfsmatig houden van landbouwhuisdieren niet is toegestaan; de aanvoer en opslag van mest van derden, kunstmestvervangers en mineralenconcentraat is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties’, met dien verstande dat deze mest, kunstmestvervangers en mineralenconcentraat uitsluitend mag worden aangevoerd, opgeslagen en gebruikt t.b.v. het ter plaatste gevestigde agrarische bedrijf; dagrecreatief medegebruik 1; dagrecreatief medegebruik 2; erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen, bosschages; de verkoop van streekeigen producten tot een verkoopvloeroppervlak van maximaal 100 m 2, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; aan-huis-gebonden-beroep tot een maximum van 40 m2; bestaande voorzieningen van openbaar nut.
Een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder parkeervoorzieningen, in- en uitritten, tuinen, met dien verstande dat: k. l.
deze bijbehorende voorzieningen ten dienste staan van de toegestane functie(s); ten behoeve van de ter plaatse aanwezige functie moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.
7.3 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het omgevingsplan gelden tevens de volgende beoordelingsregels. 7.3.1 Algemeen Op de voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, die ten dienste staan aan de ter plaatse toegestane functie(s), waarbij de volgende beoordelingsregels gelden tenzij anders op de verbeelding weergegeven: a. b.
gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan; 14
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
c.
tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn op, en aansluitend aan het bouwvlak toegestaan.
7.3.2 Beoordelingsregels voor bouwwerken Voor de bouwwerken gelegen binnen een ‘bouwvlak’ met aanduiding ‘agrarisch bedrijf’, gelden de volgende beoordelingsregels: a.
(agrarische) bedrijfsgebouwen:
Goothoogte Bouwhoogte Dakhelling Afstand tot de niet naar de weg gekeerde bouwperceelsgrens Afstand tot de functie ‘Verkeer – Wegverkeer’ Afstand tot burgerwoning Afstand tot andere nabijgelegen (bedrijfs-)woning buiten het bouwvlak b.
bedrijfswoningen:
Inhoud, inclusief aan/bijgebouwen t.b.v. het wonen Dakhelling Goothoogte Afstand tot de niet naar de weg gekeerde bouwperceelsgrens Afstand tot de functie ‘Verkeer – Wegverkeer’ c.
Max. 1.075 m3 Min. 12° Max. 4,5 m. Min. 5 m. Min. 10 m.
aan- en bijgebouwen bij de bedrijfswoning:
Goothoogte Dakvorm en -helling Afstand tot de niet naar de weg gekeerde bouwperceelsgrens Afstand tot de functie ‘Verkeer – Wegverkeer’ d.
Max. 6,5 m. Max. 11 m. Min. 12° Min. 5 m. Min. 10 m. Min. 25 m. Min. 25 m.
Max. 3 m. Afgestemd op dakvorm en -helling bedrijfswoning Min. 5 m. Min. 10 m.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde:
Bouwhoogte kunstmest- en voedersilo’s
Bouwhoogte mestsilo’s Bouwhoogte sleufsilo’s Bouwhoogte vergistingssilo’s Bouwhoogte luchtwassers Bouwhoogte mestbassins Bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen Bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouw zijnde Afstand tot de niet naar de weg gekeerde bouwperceelsgrens Afstand tot de functie ‘Verkeer – Wegverkeer’ Oppervlakte ten behoeve van bedrijfswoning, uitgezonderd een onoverdekt zwembad
Max. 12 m, mits de kunstmest- en/of voedersilo achter de achtergevel van de woning wordt gebouwd. Max. 11 m, mits de mestsilo achter de achtergevel van de woning wordt gebouwd. Max. 3 m, mits de sleufsilo achter de achtergevel van de woning wordt gebouwd. Max. 11 m, mits de vergistingssilo achter de achtergevel van de woning wordt gebouwd. Afgestemd op de bouwhoogte van het gebouw Max. 2 m, mits het mestbassin achter de achtergevel van de woning wordt gebouwd. Max. 2 m Max. 12 m Min. 5 m. Min. 10 m. Max. 30 m2
15 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
Max. 50 m2
Onoverdekt zwembad e.
teeltondersteunende voorzieningen:
Hoogte
Oppervlakte
Afstand tot de niet naar de weg gekeerde bouwperceelsgrens Afstand tot de functie ‘Verkeer – Wegverkeer’
Tunnel: max. 2,50 m; Boogkas: 2,50 m – 4 m; Kas: max. 7,50 m; Hagelnetten: max. 4,50 m. Max. 5.000 m2 van de totale teeltoppervlakte, m.u.v. teeltondersteunende kassen bij agrarische bedrijven niet zijnde glastuinbouwbedrijven, waar het oppervlak max. 750 m 2 bedraagt. Min. 5 m Min. 10 m
Met dien verstande dat: f.
er geldt een bouwverbod van vijf meter tot de bouwperceelsgrens ten behoeve van de landschappelijke inpassing; ondergeschikte bouwdelen (tussenlid, kleine, lage aanbouwen, dakkapellen etc.) wat betreft hoogte, verschijningsvorm en dakvorm uitgezonderd zijn van het gestelde onder artikel 7.3.2 onder a tot en met e; bij nieuwbouw dienen bedrijfsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde (met uitzondering van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bedrijfswoning), met een bouwhoogte van 3 meter of hoger, op een minimale afstand van 15 meter van de bedrijfswoning en/of achter de achtergevel van de bedrijfswoning te worden gesitueerd, tenzij vervangende nieuwbouw plaatsvindt op de bestaande fundamenten; ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is één woning toegestaan met dien verstande dat de daarbij behorende aan- en bijgebouwen en uitbreiding van de woning buiten de gronden met deze aanduiding is toegestaan; in aanvulling op artikel 7.3.1 onder a en 7.3.2 onder i dienen aan- en bijgebouwen bij bedrijfswoningen met de dichtstbijzijnde gevel binnen een omtrek van 15 m van de achter- en zijgevels van de woning te worden gebouwd; binnen de fundering van de bedrijfswoning en/of het bijgebouw bij de bedrijfswoning is het ondergronds bouwen van menstoegankelijke ruimten ter vergroting van het woongenot toegestaan, mits deze ruimte(n) uitsluitend van binnenuit
toegankelijk zijn en geen ruimtelijke uitstraling hebben.
g.
h.
i.
j.
k.
7.3.3 Maatwerkvoorschriften a. het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen ten aanzien van: 1. de situering, de oppervlakte, de (goot)hoogte van bebouwing; 2. de aard, bouwhoogte en de situering van erfafscheidingen; 3. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing. Een en ander op basis van een landschappelijk inpassingsplan (en/of stedenbouwkundig ontwerp) gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit. b.
De onder a genoemde maatwerkvoorschriften mogen uitsluitend worden gesteld: indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige, cultuurhistorische en landschappelijke inpassing en; 2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de omliggende waarden en; 3. ter verbetering van de gebiedskwaliteit. 1.
16 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
7.3.4 Specifieke beoordelingsregels met nadere afweging Burgemeester en wethouders kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a.
7.2 en staan de huisvesting van maximaal 20 tijdelijke werknemers bij het agrarische bedrijf toe, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de oprichting van een tijdelijke (maximaal 5 jaar) logiesgelegenheid (woonunit) is toegestaan mits aangetoond is dat gebruik van bestaande bebouwing voor een logieseenheid niet mogelijk is en wordt alleen toegestaan ter overbrugging naar structurele huisvesting; 2. de leefruimte per logiesgelegenheid minimaal 10 m 2 per medewerker bedraagt; 3. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 4. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 5. ondersteunende voorzieningen (zoals toiletten en wasvoorzieningen) binnen het logiesgebouw dienen te zijn gelegen met minimaal 1 toilet en douche per 6 personen; 6. bij beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering voor zover gelegen buiten de aanduiding 'overig agrarisch gemengd' ook het gebruik van gronden en opstallen voor niet-agrarische activiteiten worden gestaakt; 7. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 8. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 9. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; 10. de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven niet wordt gehinderd; 11.
realisatie van woonunits plaatsvindt binnen het bouwvlak of direct daaraan grenzend; 12. de huisvesting stopt zodra de agrarische activiteiten worden beëindigd.
b.
7.2 en staan de oprichting van gebouwen ten dienste van het kleinschalig kamperen toe, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. bouwwerken ten behoeve van het kampeerterrein zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak met de aanduiding 'agrarisch bedrijf'; 2. aangetoond wordt dat voorzieningen ten behoeve van het kleinschalig kamperen niet in de reeds bestaande bebouwing gerealiseerd kunnen worden; 3. de goothoogte van de gebouwen maximaal 3 m bedraagt; 4. de gezamenlijke inhoud van de bijgebouwen (inclusief sanitaire voorzieningen) voor kleinschalig kamperen ten hoogste 125 m³ bedraagt. 5. bij beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering voor zover gelegen buiten de aanduiding 'overig agrarisch gemengd' ook het gebruik van gronden en opstallen voor niet-agrarische activiteiten worden gestaakt; 6. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 7. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 8. voor het houden van een kleinschalig kampeerterrein voor recreatief gebruik dient de omgevingsvergunning in combinatie met de omgevingsvergunning van artikel 7.4.5 te worden aangevraagd.
c.
7.3.1 onder a en staan overschrijding van de begrenzing van de op de verbeelding aangegeven agrarische bouwvlakken met bedrijfsgebouwen toe, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. geen sprake is van een intensieve veehouderij binnen de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzoneextensiveringsgebied' of een bedrijf dat ligt binnen de functie 'Waarde - Ecologische Hoofdstructuur'; 2. de overschrijding van het agrarisch bouwvlak, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf; 3. overschrijding enkel is toegestaan tot maximaal 10% van het bestaand bouwvlak met een maximale lengte van 25 m en slechts éénmalig tijdens de planperiode;
17 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
4. 5. 6. 7.
8.
de oppervlakte van het bestaand bouwvlak als basis blijft dienen bij een eerstvolgende wijziging van begrenzing en/of omvang van het bouwvlak; de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; de ontwikkeling moet zijn gericht op verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater.
d.
7.3.1 onder a en staan de oprichting van een schuilgelegenheid voor dieren buiten het bouwvlak toe, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. de hoogte maximaal 3 meter bedraagt; 2. de bebouwingsoppervlakte is afgestemd op het beoogde gebruik en de locatie, met een maximum van 30 m2; 3. de afstand tot de functie 'Verkeer - Wegverkeer' bedraagt ten minste 30 meter; 4. de locatie grenst niet aan het bouwvlak van een (agrarisch) bedrijf; 5. maximaal één schuilgelegenheid is toegestaan per hectare; 6. het perceel waarop de schuilgelegenheid wordt gerealiseerd dient een oppervlak te hebben van minimaal 1 ha; 7. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van de omliggende waarden en functies.
e.
7.3.1 onder a en staan de oprichting van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals voeder-, kunstmest, mest- en sleufsilo’s of mestbassins buiten het bouwvlak toe, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: 1. in geval van een intensieve veehouderij de gronden waarop de silo of het mestbassin wordt gebouwd niet gelegen zijn binnen de gebiedsaanduiding 'Reconstructiewetzone - extensiveringsgebied', zoals nader op de verbeelding aangegeven; 2. de oprichting van de silo of het mestbassin, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf; 3. overschrijding enkel is toegestaan tot maximaal 10% van het bestaand bouwvlak met een maximale lengte van 25 m en slechts éénmalig tijdens de planperiode, waarbij de voeder-, kunstmest-, mestof sleufsilo of mestbassin direct aansluitend aan de bestaande bebouwing moet worden geplaatst; 4. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 5. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 6. aangetoond wordt dat niet in strijd wordt gehandeld met de doeleinden die gelden binnen de op de verbeelding aangeduide 'Milieuzone waterwingebied' of 'Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied'; 7.
de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; 8. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater;
f.
artikel 7.3.1 onder c en staan tijdelijk teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van tunnels op afstand van het bouwvlak toe, onder de volgende voorwaarden: 1. voorzieningen dienen aansluitend aan het bouwvlak worden opgericht tenzij vanuit landbouwkundige motieven aangetoond kan worden dat aansluiting aan het bestaande bouwvlak niet mogelijk is; 2. indien de oppervlakte ten behoeve van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen na oprichting meer dan 5.000 m2, is een positief advies noodzakelijk van de adviescommissie; 18
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
3. 4. 5. 6. 7.
oprichting vanwege een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is; de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; de afstand tot de niet naar de weg gekeerde perceelsgrens minimaal 5 m bedraagt; de maximale diepte van het bouwvlak gerekend vanaf de functie ‘Verkeer – Wegverkeer’ 200 m bedraagt.
g.
artikel 7.3.2 onder a, b, c, d en e en staan het bouwen binnen de minimale afstand van gebouwen tot de bouwperceelsgrens toe, onder de voorwaarden dat: 1. het bouwen, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf; 2. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; 3. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; 4. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 5. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 6. aangetoond wordt dat de plaatsing vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid aanvaardbaar is; 7. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig worden beperkt; 8. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie;
h.
artikel 7.3.2 onder a, b, c, d en e en staan het bouwen binnen de minimale afstand van gebouwen tot de functie ‘Verkeer – Wegverkeer’ toe, onder de voorwaarden dat: 1. het bouwen, in verband met een doelmatige bedrijfsvoering dan wel vanwege andere bedrijfsomstandigheden ter plaatse noodzakelijk is voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf; 2. de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de nieuwe bebouwing wordt ingepast; 3. met het oog op de hemelwaterproblematiek dienen voorzieningen te worden getroffen voor de afkoppeling van hemelwater; 4. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 5. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 6. aangetoond wordt dat de plaatsing vanuit het oogpunt van (brand)veiligheid en verkeersveiligheid aanvaardbaar is;
i.
artikel 7.3.2 onder a en staan een maximale goothoogte van 8 m en een maximale bouwhoogte van 12 m toe, onder de voorwaarde dat sprake is van een goede ruimtelijke inpassing zoals bedoeld is in het beeldkwaliteitsplan en het Ruimtelijk Kwaliteitskader.
j.
artikel 7.3.2 onder b en staan toe dat indien de bedrijfswoning is gelegen in een hoofdgebouw dat groter is dan 1075 m³, het gehele of gedeelte van het hoofdgebouw inpandig mag worden verbouwd tot woning, onder de voorwaarden dat: 1. het (agrarische en) stedenbouwkundige karakter niet wezenlijk worden aangetast; 2. de bestaande bebouwingsoppervlakte niet wordt vergroot; 3. verbouw in combinatie met herbouw van (een deel van) het hoofdgebouw niet is toegestaan; 4. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 5. het aantal woningen gelijk blijft, woningsplitsing is niet toegestaan;
19 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
k.
artikel 7.3.2 onder b en staan een grotere inhoudsmaat toe voor woning inclusief bijgebouwen indien bestaande (bij)gebouwen worden gesloopt, onder de volgende voorwaarden: 1. gesloopt wordt binnen een of meer van de voor het buitengebied geldende bestemmingsplannen van de gemeente Venray; 2. er is sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 3. alleen de te slopen gebouwen die op die locatie niet vallen binnen het daar, op grond van de bouwregels, toegestane maximale bebouwingsvolume, worden in de berekening meegenomen; 4. de te slopen gebouwen dienen legaal aanwezig te zijn op het moment van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en mogen niet onder een andere regeling of verzoek vallen; 5. aan de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt de voorwaarde verbonden dat pas met de bouw gestart mag worden als sloop heeft plaatsgevonden; 6. alle te slopen gebouwen en de daarbij behorende bouwwerken en bouwdelen, zoals aanbouwen, overkappingen, bijbehorende ondergrondse (kelder-)ruimten, fysieke erfafscheidingen, voederplaten en andere erfverhardingen dienen gesloopt te worden; 7. alleen bovengrondse gebouwen worden meegerekend bij het te bepalen sloopvolume; 8. het percentage van het te bouwen volume dat moet worden gesloopt is bepaald in de onderstaande tabel:
Aantal m3 dat wordt gebouwd (bebouwingsvolume) Tot en met 250 m3 Het meerdere boven de 250 m3 9.
l.
Minimaal te slopen % (sloopvolume) 100% 150%
bij de berekening wordt begonnen met het vullen van het getal in de eerste rij van bovenstaande tabel, waarna op dezelfde manier de volgende rijen wordt gevolgd. artikel 7.3.2 onder b en staan een maximale goothoogte van 6 m toe voor een bedrijfswoning, onder de voorwaarde dat sprake is van een goede ruimtelijke inpassing zoals bedoeld is in het beeldkwaliteitsplan en het Ruimtelijk Kwaliteitskader.
m. artikel 7.3.2 onder h en staan toe dat bedrijfsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bedrijfsvoering op een afstand minder dan 15 meter van de bedrijfswoning en/of voor de achtergevel worden gebouwd, onder de voorwaarde dat: 1. de noodzaak tot een kortere afstand kan worden aangetoond en/of; 2. de bouw stedenbouwkundig aanvaardbaar is, gelet op de bestaande bebouwing op het perceel. n.
artikel 7.3.2 onder 1 en staan toe dat een bedrijfswoning wordt opgericht buiten het aanduidingsvlak 'bedrijfswoning' onder de volgende voorwaarden: 1. dit vanuit het verkeersbelang dan wel een aanvaardbaar woonmilieu noodzakelijk is; 2. de afstand buiten het aanduidingsvlak 'bedrijfswoning' niet meer bedraagt dan noodzakelijk is in verband met het verkeersbelang dan wel het woonmilieu; 3. dit vanuit verkeerkundig, stedenbouwkundig en/of milieuhygiënisch oogpunt toelaatbaar is; 4. natuurlijke, cultuur-historische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden mogen niet worden aangetast; 5. het toevoegen van een extra woning is niet toegestaan.
o.
artikel 7.3.2 onder j en staan toe dat bijgebouwen op een grotere afstand dan 15 m van de woning worden gebouwd, onder de voorwaarde dat de landschappelijke en agrarische waarden ter plaatse niet worden aangetast.
p.
artikel 7.3.2 onder e en staan toe dat hagelnetten buiten het bouwvlak worden gebouwd, onder de voorwaarde dat het volgende beoordelingskader bij de toelaatbaarheid in acht wordt genomen: 1. zicht op continuïteit van het agrarisch bedrijf; 2. netten mogen niet tot op de grond en niet buiten het bloeiseizoen worden afgerold; 3. ze dienen voor het overige naar aard en afmetingen bij deze bestemming te passen; 20
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
4. q.
er wordt voorzien in een landschappelijke inpassing, bestaande uit een afschermende haag.
artikel 7.3.2 en staan toe dat bedrijfsgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bedrijfsvoering voor de achtergevel van de bedrijfswoning worden gebouwd, onder de voorwaarde dat: 1. de noodzaak hiertoe kan worden aangetoond; 2. de aanpassing niet leidt tot een verslechtering van het woon- en leefklimaat; 3. de bouw stedenbouwkundig aanvaardbaar is, gelet op de bestaande bebouwing op het perceel.
7.4 Specifieke functieregels voor gebruik 7.4.1 Algemeen Tot een met de functie ‘Agrarisch’ strijdig gebruik, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en opstallen anders dan het toegestane gebruik op grond van het bepaalde in artikel 7.2, meer in het bijzonder: a.
b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m. n.
o. p. q. r. s. t. u. v. w. x.
het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest behoudens: 1. voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de functie gerichte gebruik en het plaatsvindt binnen het bouwvlak; Tijdelijke opslag van geoogste producten met een maximum van drie maanden aansluitend aan de oogst; het gebruik van opstallen voor statische opslag; het gebruik van de gronden als plaats voor kampeermiddelen, waaronder tevens caravans ten behoeve van de huisvesting door tijdelijke werknemers; het gebruik van gronden en opstallen voor detailhandel, uitgezonderd het bepaalde in artikel 7.2 onder h; het gebruik van gronden en opstallen voor niet-agrarische activiteiten op een agrarisch bedrijf uitgezonderd het bepaalde in artikel 7.2 onder e en f; het gebruik van gronden en opstallen voor het bewerken van agrarische producten van derden; het gebruik van de agrarische bedrijfswoning en de bestaande bedrijfsgebouwen voor de huisvesting van tijdelijke werknemers; het gebruik van de agrarische bedrijfswoning en (agrarische) bedrijfsgebouwen voor de huisvesting van stagiaires en grooms voor het africhten van paarden; het gebruik van (agrarische) bedrijfsgebouwen (stallen) en bijgebouwen voor bewoning; het gebruik van recreatiewoningen ten behoeve van permanente bewoning; het gebruik van gronden voor containerteelt buiten de bouwvlakken voor een agrarisch bedrijf; het gebruik van opstallen ten
behoeve van horecadoeleinden; het gebruik van gronden en opstallen ten behoeve van mestverwerkingsactiviteiten behoudens de activiteiten welke ondergeschikt zijn aan het agrarische bedrijf waarbij de mest afkomstig is van hetzelfde bedrijf; het omschakelen van een agrarisch bedrijf naar een glastuinbouwbedrijf of een intensieve veehouderij; het gebruik van gronden en opstallen ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf, met uitzondering van een akkerbouwbedrijf en een gebruiksgerichte paardenhouderij; het gebruik van gronden en opstallen ten behoeve van het houden van productiegerichte landbouwhuisdieren; aan-huis-gebonden-bedrijf; het omschakelen van een agrarisch bedrijf naar niet-grondgebonden agrarische bedrijvigheid; het uitoefenen van nevenactiviteiten, uitgezonderd verkoop van streekeigen producten binnen het bouwvlak tot een verkoopvloeroppervlak van maximaal 100 m2; het gebruik van bestaande opstallen voor kleinschalige verblijfsrecreatie; bevi-inrichtingen; de opslag van gevaarlijke stoffen, zoals kunstmeststoffen en propaan anders dan bestaande situaties, die een 10-6 risicocontour hebben die de aanduiding 'bouwvlak' overschrijdt; het gebruik of het laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van een seksinrichting, een escortbedrijf en (straat)prostitutie.
21 TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen
7.4.2 Voorwaardelijke verplichting – landschappelijke inpassing Binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk22ab Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen, dient de landschappelijke inpassing overeenkomstig het landschappelijke inpassingsplan Eijkenhofweg 3 en 5 Veulen d.d. 25 juli 2024, zoals opgenomen in bijlage 22ab.1 bij deze planregels, gerealiseerd te zijn en tevens in stand dienen te worden gehouden. 7.4.3 Voorwaardelijke verplichting – sloop bedrijfsbebouwing Eijkenhofweg 3 Conform de voorwaarden behorende bij de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting, zoals geopend door het Rijk op 3 juli 2023, dienen de bedrijfsgebouwen t.b.v. de intensieve veehouderij te worden gesloopt. De sloop van de bedrijfsgebouwen dient binnen 2 jaar na het tekenen van de overeenkomst plaats te vinden, zijnde in dit geval uiterlijk op 12 maart 2026. 7.4.4 Voorwaardelijke verplichting – bodemonderzoek Op en in de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde als bedoeld in artikel 7.3.1 worden gebouwd mits: a.
op basis van een milieuhygiënisch bodemonderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is en dit bodemonderzoek akkoord is bevonden door het in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) aangewezen bevoegde gezag dan wel; een eventueel geconstateerd geval van ernstige bodemverontreiniging is gesaneerd conform de in het Bal voorgeschreven melding aan het bevoegde gezag en conform de verplichtingen uit paragraaf 4.121 Bal.
b.
7.4.5 Specifieke functieregels gebruik met nadere afweging Burgemeester en wethouders kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a.
artikel 7.4.1 onder c en staan statische opslag toe, onder de volgende voorwaarden: de opslag tijdelijk van aard is en niet langer dan 2 jaar plaatsvindt; de oppervlakte die voor opslag wordt gebruikt per bouwperceel niet meer bedraagt dan 500 m 2; de agrarische activiteiten op de locatie waarop de aanvraag ziet niet reeds volledig zijn beëindigd; de aanvraag niet in strijd is met de Omgevingsverordening Limburg, zoals die geldt ten tijde van indiening van de aanvraag; 5. de opslag niet in strijd is met de Omgevingsvisie Venray of het Programma Landelijk gebied, 6. zoals die gelden ten tijde van indiening van de aanvraag; 7. de opslag gelet op de aard en de omvang niet leidt tot onevenredige milieuhinder voor de omgeving; 8. de opslag géén betrekking heeft op stoffen of goederen die een gevaar opleveren of kunnen opleveren voor de omgeving; 9. de opslag géén betrekking heeft op stoffen of goederen die een bedreiging vormen voor de kwaliteit van de bodem of (grond)water; 1. 2. 3. 4.
b.
artikel 7.2 onder i en 7.4.1 onder e en r en staan een grotere omvang van aan-huis-gebonden-beroep respectievelijk een aan-huis-gebonden-bedrijf toe, onder de volgende voorwaarden: 1. de omvang van de activiteit bedraagt maximaal 70 m 2; 2. de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate wordt gehandhaafd; 3. detailhandel vindt slechts plaats voor zover deze beperkt blijft tot verkoop in direct verband met het aan-huis-gebonden-beroep en/ of aan-huis-gebonden-bedrijf; 4. de activiteit geen zodanige verkeersaantrekkende werking heeft dat als gevolg daarvan extra verkeersmaatregelen - waaronder parkeervoorzieningen - noodzakelijk zijn; 5. de activiteit mag uitsluitend in het hoofdgebouw en/ of aanbouw plaatsvinden;