CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

B1.03 - Motivering TAM-omgevingsplan Vliezenweg te Venray Motivering 20260330

Gemeenteraad 26 mei 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22ac Vliezenweg ong. Venray22.662 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray Gemeente Venray Vastgesteld

colofon

projectnaam TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray datum 31 maart 2026 projectnummer P08202 IMRO-identificatienummer NL.IMRO.0984.TAM25021-va01 opdrachtgever Ruimte voor Ruimte Limburg C.V. Concept 6 november 2025 Ontwerp 17 november 2025 Vaststelling 26 mei 2026

BRO projectleider IMo projectteam RVn bron kaft BRO review IMo

Industriestraat 94 5931 PK Tegelen +31 (0)77 373 06 01 Info.bro@movares.nl www.movares.com

Inhoudsopgave 1

Aanleiding en doel

4

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Plangebied Juridisch-planologisch kader Leeswijzer

4 5 6 8

2

Beschrijving bestaande situatie

9

3

Voorgenomen ontwikkeling

10

3.1 3.2

10 11

4

Beoogde ontwikkeling Landschappelijke inpassing

Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving

14

4.1

Verhouding tot Rijksbeleid

14

4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4

14 15 16 17

4.2

4.3

4.4

Verhouding tot provinciaal beleid

17

4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4

17 19 22 24

5

24

4.3.1 4.3.2 4.3.3

24 25 25

Waterschapverordening Waterschap Limburg Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027 Conclusie

Regionaal beleid Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024

26 26

Gemeentelijk beleid

27

4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.5.4

27 28 29 29

Omgevingsvisie Venray Ruimtelijk Kwaliteitskader Omgevingsprogramma wonen Conclusie

Landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden

30

5.1

Cultuurhistorie

30

5.1.1 5.1.2 5.1.3

30 30 30

5.2

5.3

6

Omgevingsvisie Limburg Ontwerp Provinciale omgevingsvisie (POVI) Limburg Omgevingsverordening Limburg 2021 Conclusie

Beleid Waterschap

4.4.1

4.5

Nationale omgevingsvisie Instructieregels Rijk (AMvB’s) De Ladder voor duurzame verstedelijking Conclusie

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Archeologie

30

5.2.1 5.2.2 5.2.3

30 31 31

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Welstand

31

5.3.1 5.3.2

31 32

Toetsingskader Conclusie

Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving

33

6.1

33

mer-beoordeling

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

1

6.1.1 6.1.2

6.2

6.3 6.4 6.5

6.6

6.7

6.8

6.9

Toetsingskader Conclusie

33 33

Gezondheid

34

6.2.1 6.2.2 6.2.3

34 34 35

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Duurzaamheid

35

6.3.1 6.3.2

35 36

Toetsingskader Conclusie

Klimaatadaptatie

36

6.4.1 6.4.2

36 37

Toetsingskader Conclusie

Omgevingsveiligheid

38

6.5.1 6.5.2 6.5.3

38 40 41

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Bodem

41

6.6.1 6.6.2 6.6.3

41 41 42

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Activiteiten en milieuzonering

42

6.7.1 6.7.2 6.7.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

42 43 44

Weging van het waterbelang

44

6.8.1 6.8.2 6.8.3

44 44 46

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Natuur en landschap

46

6.9.1 6.9.2 6.9.3

46 47 48

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

6.10 Luchtkwaliteit

48

6.10.1 6.10.2 6.10.3

48 49 49

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

6.11 Geluid 6.11.1 6.11.2 6.11.3

49 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

49 50 51

6.12 Verkeer en parkeren

51

6.12.1 6.12.2 6.12.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

6.13 Geur 6.13.1 6.13.2 6.13.3

52 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

6.14 Trilling 6.14.1 6.14.2 6.14.3

51 51 52 52 53 54

54 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

54 54 55

6.15 Spuitzones

55

6.15.1 6.15.2 6.15.3

55 55 55

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

6.16 Ontplofbare oorlogsresten 6.16.1 6.16.2

55

Toetsingskader Onderzoek

55 56

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

2

6.16.3

7

Conclusie

56

Financiële en maatschappelijke verantwoording

57

7.1

Financieel-economische haalbaarheid

57

7.1.1 7.1.2

57 57

7.2

Kostenverhaal Nadeelcompensatie

Maatschappelijke verantwoording

57

7.2.1 7.2.2 7.2.3

57 58 58

Advies en instemming Resultaten proces met derden Zienswijzen

Separate bijlagen Bijlage 1: Memo herbouw woningen Wanssum Bijlage 2: Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van woonfunctie Bijlage 4: Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van overige deel plangebied Bijlage 5: Quickscan Flora en fauna Bijlage 6: AERIUS notitie Bijlage 7: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 8: Geuronderzoek Bijlage 9: Proces verbaal oplevering Bijlage 10: Notitie volksgezondheid i.r.t. veehouderijen Bijlage 11: Nota van zienswijzen

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

3

1

Aanleiding en doel

1.1

Aanleiding

Het voornemen bestaat om aan de Vliezenweg ong. te Venray een vrijstaande woning te realiseren op gronden met momenteel een agrarische functie.

Figuur 1: Uitsnede globale ligging plangebied rood omcirkeld

Het gaat hierbij om een compensatiekavel vanuit het project Gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum. In de periode 2017-2020 zijn er in het gebied Ooijen-Wanssum maatregelen getroffen ten behoeve van de hoogwaterbescherming, natuur- en landschapsontwikkeling, economische ontwikkeling en het vergroten van de leefbaarheid in Wanssum. Om deze maatregelen te kunnen uitvoeren was het nodig om binnen de gemeente Venray en tweetal woningen te slopen. In bijlage 1 is aangegeven welke woningen hiertoe zijn verworven. De bouwtitel van de Vliezenweg is ontstaan door de sloop van de woning aan de St Leonardsweg 18 te Wanssum. In figuur 2 is te zien dat de betreffende woning gesloopt is. De Provincie Limburg heeft deze sloop voorgefinancierd, onder de afspraak, om in een latere fase deze woonkavels in de gemeente te mogen realiseren, even groot als de gesloopte woningen. De contigenten zijn toegekend aan het Projectbureau Ooijen-Wanssum en vervolgens zijn deze door de Provincie Limburg per koopovereenkomst van 15 februari

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

4

2021 overgedragen aan Ruimte voor Ruimte. Dit wil zeggen dat de gesloopte woning ingezet wordt op deze locatie. St Leonardusweg 18 te Wanssum, en er niet eerder elders woningen zijn gerealiseerd conform deze regeling.

Figuur 2: Luchtfoto's voor (2017) en na (2024) voor de sloop van de woningen.

Het planvoornemen is niet rechtstreeks toegestaan binnen de regels van het geldende omgevingsplan van de gemeente Venray. Voor onderhavig planvoornemen is er gekozen om een wijziging van het omgevingsplan te doorlopen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de Tijdelijke Alternatieve Maatregel via IMRO (hierna: TAM-IMRO of TAM-omgevingsplan). Het voorliggende document betreft de motivering van dit TAM-omgevingsplan, waaruit blijkt dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2, Bkl).

1.2

Plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Vliezenweg ong. te Venray. In de huidige situatie betreft het plangebied een agrarisch perceel. Het plangebied bestaat uit de percelen welke kadastraal bekend staan als Venray, sectie B, nummers 4749 en 4748 (ged.), en heeft een oppervlakte van circa 5.795 m2. Het plangebied bestaat uit een deel van bovenstaand perceel. Figuur 3 geeft de ligging en globale begrenzing van het plangebied weer.

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

5

Figuur 3 Ligging plangebied rood omlijnd

1.3

Juridisch-planologisch kader

Vigerend omgevingsplan Op grond van het per 1 januari 2024 ontstane tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Venray, is ter plaatse van het plangebied het bestemmingsplan ‘Venray’ geldend, zoals vastgesteld op 19 september 2017. Ter plaatse van onderhavige locatie vigeert de functie ‘Agrarisch’, inclusief de gebiedsaanduidingen ‘Luchtvaartverkeerzone’, ‘overige zone – boringsvrije zone’ en ‘overige zone – radarverstoringsgebied’. Verder geldt er gedeeltelijk de maatvoering ‘maximum bouwhoogte: 140 meter’ en gedeeltelijk de maatvoering ‘maximum bouwhoogte: 145 meter’. Eveneens heeft het plangebied gedeeltelijk de nevenfunctie ‘Waarde – Archeologie 4’. Voor onderhavige locatie is het op basis van de functie ‘Agrarisch’ toegestaan om de volgende functies uit te oefenen: De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

agrarisch grondgebruik;

b.

dagrecreatief medegebruik 1 en 2;

c.

kleinschalige picknickplaatsen, rustpunten, zitbanken, afvalbakken en borden ten behoeve van de onder b genoemde functie;

d.

erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen, bosschages;

e.

voorzieningen van openbaar nut;

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

6

een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder waterhuishoudkundige en parkeervoorzieningen, in- en uitritten en tuinen, met dien verstande dat: f.

hobbyweides zijn toegestaan;

g.

infiltratie van hemelwater voldoet aan het bepaalde in artikel 33.3.

Figuur 4 Uitsnede Omgevingsplan ‘Venray’, plangebied rood omlijnd

Randvoorwaarden op grond van omgevingsplan Als het op basis van het omgevingsplan niet is toegestaan om een vrijstaande woning te realiseren, dan moet via een planologische procedure het omgevingsplan worden gewijzigd. Om dit mogelijk te maken moet er sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie. Onderhavig planvoornemen voorziet op het wijzigen van het omgevingsplan via TAM-IMRO. TAM-IMRO houdt in dat het plan wordt opgesteld in Wro-software, wordt aangeleverd aan de gemeente en de bekendmaking via ruimtelijkeplannen.nl plaatsvindt. Via een overbruggingsfunctie wordt het plan dan ook zichtbaar in het DSO. Een TAM-IMRO-plan maakt juridisch gezien deel uit van het omgevingsplan, maar heeft technisch gezien het ‘oude’ formaat (namelijk IMRO). Daardoor zijn deze plannen minder overzichtelijk vindbaar in het Omgevingsloket. Later moeten deze plannen alsnog conform de STOP/TPOD-standaard gepubliceerd worden bij de LVBB. De TAMIMRO is beschikbaar tot het 1e jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor een TAM-IMRO omgevingsplan geldt dat een ontwerp versie hiervan voor 1 januari 2026 ter inzage gelegd dient te zijn. Inhoudelijke eisen TAM-IMRO Ook bij toepassing van de TAM-IMRO dient er te worden voldaan aan de inhoudelijke eisen uit de Omgevingswet voor het opstellen van een omgevingsplan.

Concreet betekent dat het omgevingsplan ook moet voldaan aan: •

bruidsschatsregels;

•

verordeningsregels.

•

instructieregels;

•

evenwichtige toedeling aan functies.

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

7

Strijdigheden met omgevingsplan Aangezien onderhavig planvoornemen binnen de functie ‘Agrarisch’ is gelegen, is het gebruik van de gronden als reguliere woonfunctie binnen het plangebied, strijdig met de regels van betreffende het Omgevingsplan van de gemeente Venray. Het is namelijk niet toegestaan om een vrijstaande woning te realiseren op gronden met een agrarische functie. Om die reden is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Dit TAM-omgevingsplan voorziet hierin.

1.4

Leeswijzer

De voorliggende motivering bestaat uit verschillende onderdelen. Hoofdstuk 1 bevat een beschrijving van de aanleiding tot het opstellen van de motivering, een aanduiding van het plangebied en het vigerende juridisch-planologische kader. Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie ter plaatse van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt de voorgenomen ontwikkeling nader toegelicht. Hoofdstuk 4 bevat een toetsing aan relevant rijks- provinciaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 wordt er nader ingegaan op de landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarde welke relevant zijn voor onderhavig planvoornemen. Daarna zal de voorgenomen ontwikkeling in hoofdstuk 6 worden getoetst aan de verschillende relevante omgevingsaspecten. Hierbij wordt per omgevingsaspect het toetsingskader geschetst. In hoofdstuk 7 wordt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid besproken. De uitgevoerde onderzoeken zijn als bijlagen bij deze motivering gevoegd.

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

8

2

Beschrijving bestaande situatie

De locatie aan de Vliezenweg ong. ligt ten westen van het centrum van Venray en is gelegen in het buitengebied. Momenteel is het beoogde plangebied nog onbebouwd. Binnen het perceel is wel reeds een woning aanwezig, echter behoort dit deel van het perceel niet tot het plangebied. Het plangebied bestaat uit het perceel welke kadastraal bekend staat als Venray, sectie B, nummers 4749 en 4748 (ged.). Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 5.795 m2. Figuur 5 geeft de bestaande situatie weer. Aan de Vliezenweg zijn reeds meerdere woningen gelegen. Verder ligt er voornamelijk bos in de nabije omgeving van het plangebied. Nabij het plangebied is de speeltuin ’t Speelvlak gelegen, een buitenspeeltuin gevestigd in Vlakwater.

Figuur 5 Huidige situatie plangebied vanaf de Hardeweg

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

9

3

Voorgenomen ontwikkeling

3.1

Beoogde ontwikkeling

Het planvoornemen bestaat uit het realiseren van een vrijstaande woning op de agrarische gronden aan de Vliezenweg ong. te Venray. Hierbij zal ook een bijgebouw gerealiseerd worden. De nieuwe woning zal ten westen van de bestaande woningen toegevoegd worden. Het bijgebouw komt in het achtererfgebied te liggen. De situering van deze nieuwe vrijstaande woning is op onderstaande afbeeldingen weergeven.

Figuur 6 Situering en uitstraling nieuwe woning

De nieuwe burgerwoning zal gesitueerd worden aan de Vliezenweg. De lijnen van de gevels van de nieuwe woning lopen parallel aan de lijnen van de andere gevels in de omgeving, wat er voor zorgt dat de nieuwe woning aan sluit bij de situering van de woningen in de omgeving.

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

10

3.2

Landschappelijke inpassing

Om de planontwikkeling mogelijk te maken is een landschappelijk inpassingsplan1 opgesteld. In dit plan zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voorgesteld die op basis van het planvoornemen, de beleidskaders en kennis van het landschap en locatie zijn vormgegeven. Onderstaande schets illustreert de voorgestelde maatregelen, gevolgd door een argumentatie. De inpassingsmaatregelen en de situering van de nieuwe woning zetten in op het versterken van de aanwezige landschapselementen. Concreet zijn de volgende maatregelen voorgesteld: 1. Behoud bestaande groenstructuren; 2. Toevoegen houtsingel; 3. Aanleg knip- en scheerhagen; 4. Aanplant leibomen; 5. Aanleg wadi; 6. Aanplant hoogstam fruitbomen (optioneel).

Figuur 7 Landschappelijk inpassingsplan

Behoud bestaande groenstructuren De bestaande houtsingel en houtwallen langs de plangrenzen blijven behouden met uitzondering van de houtwal aan de Vliezenweg (gedeeltelijk). Houtsingels en houtwallen zijn lijnvormige elementen in het landschap. Het geeft structuur aan het landschap en heeft een grote invloed op de ruimtebeleving. Het is een

1

BRO, ‘landschappelijk inpassingsplan, d.d. april 2025

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

11

belangrijk element als biotoop en verbindingszone voor vogels en andere kleine dieren. Een houtsingel bestaat overwegend uit struiken, maar kan hier en daar ook forser uitgroeien. Een houtwal betreft een grondwal met bomen en struiken. Toevoegen houtsingel Nabij de nieuwe woning zal aan de noordzijde een houtsingel worden toegevoegd. De toevoeging van deze houtsingel is tevens compensatie voor het verwijderen van de houtwal aan de Vliezenweg. De verwijderde houtwal heeft een breedte van ca. 6m een heeft een oppervlak van ca. 120 m2. De nieuwe houtsingel zal ook minimaal deze breedte krijgen en bestaan uit gebiedseigen soorten voor de continuïteit van het landschapselement. Aanplant knip- en scheerhagen Om aan te sluiten op de uitstraling van de weg wordt een lage knip- en scheerhaag aangeplant. Dit is in lijn met andere woningen aan de Vliezenweg. Bij voorkeur wordt er een beukenhaag aangeplant. Ook aan de zijde van het buurperceel is een haag beoogd. Deze haag mag uit struwelen bestaan, zodat deze grens een natuurlijke uitstraling krijgt. De overgang naar de achterliggende weide wordt eveneens voorzien van een lage knip- en scheerhaag. De hagen worden max. 1.20 m hoog. De haag langs het buurperceel mag hoger uitgroeien tot max. 2.00 m hoog. Aanplant leibomen Leibomen zijn bomen waarvan de takken zo geleid en gesnoeid zijn dat ze een plat vlak vormen.

Ze worden vaak gebruikt als natuurlijke schermen voor privacy en schaduw in de tuin, maar zijn ook vaak terug te vinden in de voortuin van oude boerderijen (langgevels). De leibomen langs de Vliezenweg zorgen voor een alternatieve opgaande groenstructuur ter compensatie van de houtwal, welke verwijderd zal worden. Om de beeldkwaliteit van de woning te kunnen garanderen en de inrit mogelijk te maken worden de leibomen aan deze zijde van het perceel aangeplant. Aanleg wadi Ter realisatie van de nieuwe woning aan de Vliezenweg dienen er watercompenserende maatregelen te worden getroffen om het hemelwater te kunnen afvoeren/ opvangen bij piekbuien. Om de watercompensatie te bepalen dient er te worden uitgegaan van een T=100 mm. Uitgaande van een verhard oppervlak van ca. 472 m2 in de toekomstige situatie dient er ca. 47,2 m3 te worden geborgen op eigen terrein. Daarnaast wordt aangeraden zo veel mogelijk halfverharding toe te passen om de infiltratie te vereenvoudigen. Om hieraan te kunnen voldoen kan op eigen terrein een waterberging worden aangelegd. De gemiddeld hoogste grondwaterstand op het perceel aan de Vliezenweg ligt ca. 1-1.5m onder maaiveld. De diepte van de waterberging kan hierdoor niet meer dan 1.5 meter bedragen om deze volledig toe te rekenen aan de watercompensatie. Daarnaast wordt een wadi gem. altijd 0.5 m t.o.v. huidige maaiveld uitgegraven.

Deze wadi zal worden aangelegd in natuurlijke vorm, welke een verwijzing maakt naar de vennen in de vroegere heidevelden. De wadi wordt aangelegd met een talud van 1:3 en is 0.5 meter diep. De wadi heeft een oppervlak van 130 m2 en kan 48 m3 bergen. Hiermee kan worden voldaan aan de verplichte watercompensatie.

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

12

Aanleg hoogstam fruitbomen/fruitgaard Boomgaarden worden vaak aangeplant op of nabij erven. Ze bestaan uit een verzameling van fruitbomen. Door de bloem en vruchtdracht heeft een boomgaard een hoge sier- en gebruikswaarde. Het open perceel leent zich goed voor de aanplant van diverse fruitbomen. Door een hoogstam fruitboom toe te passen blijft de open ruimte beleefbaar.

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

13

4

Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving

In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor de toegestane activiteiten toegelicht en worden deze hieraan getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, doch gemotiveerd van kunnen afwijken en anderzijds instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). De regels uit het Bkl worden in dit hoofdstuk gemotiveerd getoetst aan de activiteit.

4.1

Verhouding tot Rijksbeleid

4.1.1

Nationale omgevingsvisie

In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die per januari 2024 geldend is, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: •

een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainports, greenports en valleys;

•

over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed;

•

een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is een ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio’s; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren, dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen.

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

14

Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 2 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Verder wordt benoemd dat: •

Nieuwe bedrijven vestigen zich bij voorkeur op bestaande werklocaties. Wanneer dit niet mogelijk is, sturen we op uitbreiding aan de grenzen van bestaande werklocaties. Voor gevestigde bedrijven kan daarbij maatwerk aan de orde zijn.

•

Op bedrijventerreinen is vooral sprake van een kwalitatieve opgave. Vanuit financieel en economisch oogpunt kan het aantrekkelijk zijn om nieuwe gronden te ontwikkelen.

•

Voldoende werklocaties die voldoen aan de veranderende eisen van bedrijven en overheden is een belangrijke randvoorwaarde voor de versterking van de regionale economische structuur.

Doorwerking plangebied Onderhavig plan is niet strijdig met de nationale belangen als geformuleerd in de NOVI. Het betreft een ontwikkeling op lokaal niveau. Alhoewel de NOVI zich niet specifiek uit laat over dergelijke kleinschalige initiatieven betreft het een initiatief waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en waarbij er geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Gezien de aard, omvang en ligging van het plan zijn er geen nationale belangen aan de orde. 4.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB’s)

Een (TAM-)omgevingsplan moet voldoen aan de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Bkl bevat instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor onder andere de volgende hoofdonderwerpen: •

algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1);

•

waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2);

•

beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3);

•

beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit;

•

beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking;

•

het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;

•

het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën;

•

2

het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

‘Afwegingsprincipes’, ontwerpnovi.nl.

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

15

Voor de instructieregels voor bovenstaande thema’s is een toepassingsbereik bepaald. Het is mogelijk dat een thema niet van toepassing is op een specifieke activiteit. Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Doorwerking plangebied In deze motivering wordt in hoofdstuk 5 en 6 gedetailleerd ingegaan op de doorwerking van het plangebied op verschillende relevantie ruimtelijke- en milieuaspecten. Hierbij wordt aangegeven in welke mate ze voldoen aan de instructieregels van het Bkl. Hierdoor wordt een helder inzicht geboden in de naleving van deze regels binnen het plangebied. Tevens is het projectgebied gelegen binnen een radarverstoringsgebied, echter zal de hoogte van de bebouwing geen belemmering vormen. 4.1.3

De Ladder voor duurzame verstedelijking

Toetsingskader De Ladder voor duurzame verstedelijking (vaak kortweg aangeduid als Ladder) is verwerkt in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving als een instructieregel. De Ladder ziet op een zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden beoordeeld of: 1. er behoefte is aan die stedelijke ontwikkeling en; 2. de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied (waaronder stedelijk groen) mogelijk is. Artikel 5.129g van het Bkl is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of andere stedelijke voorzieningen (zoals scholen en zorgcomplexen) die voldoende substantieel is. Een project moet dus wel voldoende substantieel zijn. Als een project al mogelijk is op basis van bijvoorbeeld het omgevingsplan, is het niet nodig om de Ladder te doorlopen. Het gaat echt om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een project waarmee bebouwing wordt gereduceerd of verplaatst, zijn in de zin van de Ladder geen stedelijke ontwikkeling.

Nieuwe stedelijke ontwikkeling Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandel voorziening, of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Er is geen wettelijke ondergrens voor de genoemde ontwikkelingen. Op basis van vaste jurisprudentie wordt gesteld dat bij een woningbouwplan van 12 woningen of meer in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.3 Voor alle andere stedelijke functies wordt in beginsel een oppervlakte van 500 m2 bruto vloeroppervlak aangehouden als ondergrens.4 Daarnaast geldt het vereiste dat het moet gaan om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit wordt beoordeeld aan de hand van het nieuwe planologische ruimtebeslag dat met de stedelijke ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt of wanneer wordt voorzien in een functiewijziging van enige omvang. 5

3 4 5

ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953. ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724. ABRvS 20 april 2016; ECLI:NL:RVS:2016:1075.

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

16

Behoefte In lid 2 van artikel 5.129g Bkl wordt ingegaan op de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als een wijziging van het omgevingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. Belangrijk bij de toepassing van de Ladder is dat aandacht wordt besteed aan de behoefte (marktruimte, maatschappelijk, ruimtelijk, beleidsmatig) en de effecten op de leegstand van vastgoed in de relevante regio. Daarnaast zijn de gevolgen voor het regionale woon-, leef- en ondernemersklimaat van belang. Stedelijk gebied Het uitgangspunt is dat eerst gekeken moet worden naar mogelijkheden binnen het stedelijk gebied (incl. stedelijk groen) voordat een initiatiefnemer gaat ontwikkelen buiten het stedelijk gebied. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen dit gebied een rol. Bij de beoordeling of er beschikbare of geschikte locaties zijn binnen een stedelijk gebied, kunnen de kwalitatieve aspecten van de behoefte een rol spelen. Denk hierbij aan bepaalde bedrijven die vanwege milieuoverwegingen niet in het stedelijk gebied passen. De grens van het stedelijk gebied wordt bepaald door de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, de mogelijkheden van het omgevingsplan en de aard van de omgeving.

Doorwerking plangebied Een project moet dus wel voldoende substantieel zijn. Als een project al mogelijk is op basis van bijvoorbeeld het omgevingsplan, is het niet nodig om de Ladder te doorlopen. Het gaat echter om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met het vervallen van een woontitel in Ooijen-Wanssum wordt een compensatiekavel gerealiseerd op de beoogde locatie. Hierdoor wordt slechts één nieuwe woning toegevoegd. Het betreft derhalve een nieuwe stedelijke ontwikkeling van minder dan 12 woningen welke op basis van de eerder aangehaalde jurisprudentie niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 4.1.4

Conclusie

De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van het Rijk, derhalve vormt dit aspect geen belemmeringen.

4.2

Verhouding tot provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Limburg

Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. In de periode 7 september 2020 tot en met 18 oktober 2020 heeft de provincie Limburg een ontwerp provinciale omgevingsvisie ter inzage gelegd: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg.’ Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) is op 1 oktober 2021 vastgesteld door Provinciale Staten en is de vervanger van het ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014)’. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. Daarnaast is reeds een omgevingsverordening vastgesteld op 17 december 2021 om het beleid juridisch te verankeren. Deze wordt verder behandeld onder paragraaf 4.2.2. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 januari 2024.

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

17

Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: •

het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied;

•

een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);

•

klimaatadaptatie en energietransitie.

Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: •

een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s;

•

een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg.

Het thema dat in het kader van onderhavig geval hoofdzakelijk van toepassing is betreft het aspect ‘Bedrijventerreinen’. Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Wonen Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen.

Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil.

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

18

Leefomgeving Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hitte-stress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogtes) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. Doorwerking projectgebied De provinciale Omgevingsvisie is het richtinggevende kader op hoofdlijnen omtrent wonen. Omdat de woonbehoeften snel veranderen, en omdat er lokale en regionale verschillen zijn in de opgaven wat betreft wonen en leefomgeving, zijn er meer gerichte uitwerkingen in regionale en gemeentelijke programma’s en instrumenten benodigd. Onderhavig plan voorziet in de realisatie van slechts één woningbouwkavel in het buitengebied van de gemeente Venray. De woning wordt gerealiseerd op basis van het principe Ruimte voor Ruimte. Er is een woonkavel vervallen in het kader van de gebiedsontwikkeling in Ooijen-Wanssum en deze kavel zal op de beoogde locatie teruggebouwd worden.

Verder sluit de woning aan bij bestaand stedelijk gebied, past het stedenbouwkundig gezien in de omgeving en wordt voorzien in een kwalitatief wenselijke woning. Het plan past daarmee in Provinciale Omgevingsvisie Limburg. 4.2.2

Ontwerp Provinciale omgevingsvisie (POVI) Limburg

Met ingang van 22 mei 2025 is het ontwerp van een nieuwe Provinciale Omgevingsvisie ter inzage gelegd. Deze omgevingsvisie is een actualisatie van de POVI uit oktober 2021. De hoofdlijnen van de vorige visie gelden nog steeds, maar actualisatie is nodig. Mondiale factoren zoals klimaatverandering, technologische innovaties en geopolitieke spanningen beïnvloeden ook onze provincie. In Limburg wordt de ruimte schaarser. Ook de beschikbaarheid van voldoende water is geen zekerheid meer. Netcongestie neemt toe, de kwaliteit van lucht, water en bodem staat onder druk en de regio vergrijst sneller en sterker dan elders in het land. Dat vraagt om duidelijke keuzes. Deze nieuwe POVI geeft richting aan de fysieke leefomgeving voor de lange termijn. Ze sluit aan op de Omgevingswet en biedt handvatten voor Rijk, gemeenten, waterschap, maatschappelijke organisaties, bedrijven, inwoners en partners om Limburg samen leefbaar, aantrekkelijk en toekomstbestendig te houden. In de ontwerp POVI zijn vier overkoepelende ambities geformuleerd: 1. Sterke steden en dorpen met een goed vestigingsklimaat: Optimaal benutten van ruimte in bestaande steden en dorpen, verbeteren van leefbaarheid en versterken van economische innovatiekracht. 2.

Balans tussen functies in het landelijk gebied: Combineren van de belangen van landbouw, natuur, water, landschap en vrijetijdseconomie, onder meer door gebiedsgerichte zonering. 3. Toekomstbestendige mobiliteits- en energiesystemen: Duurzame energievoorziening en slimme mobiliteitsoplossingen. 4. Een vitale bodem en een robuust watersysteem: Herstel van bodemkwaliteit en zorgen dat ons watersysteem zowel perioden van droogte als perioden met grote waterafvoer kan opvangen.

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

19

Die sluiten zoveel mogelijk aan bij de lagenbenadering in de ruimtelijke ordening. De drie lagen in deze benadering zijn: •

de occupatielaag – het gebruik van grond voor stedelijke functies en functies in het landelijk gebied.

•

de netwerklaag – de infrastructuur voor mobiliteit en energie.

•

de ondergrond – het minder dynamische fundament van de ondergrond, geomorfologie en het watersysteem.

De ambities vormen het vertrekpunt voor de leidende Limburgse principes: Principe 1– Gezonde en veilige leefomgeving: Prioriteit voor gezondheid, veiligheid en welzijn van mens, dier en plant. De leefomgeving moet bijdragen aan het voorkomen van bijvoorbeeld hittestress, luchtverontreiniging, geluidsoverlast en risico's zoals overstromingen. Principe 2 – Identiteit en kenmerken van gebieden: Beleidskeuzes sluiten aan op unieke landschappen, culturen en gebiedseigen kenmerken. Ontwikkelingen moeten de regionale identiteit versterken. Principe 3– Zorgvuldig omgaan met schaarse ruimte en voorraden (boven- en ondergronds): We moeten onze ruimte, netwerken (verkeer en energie) en voorraden optimaal benutten. Multifunctioneel ruimtegebruik wordt gestimuleerd. Principe 4– Versterken van bebouwd én landelijk gebied: We koesteren de variatie in stedelijke en landelijke gebieden. We willen steden en dorpen compact houden en stedelijke functies zoveel mogelijk in bestaand bebouwd gebied concentreren. Een algemene zonering, bestaande uit zeven zones, geeft sturing aan de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Limburg: Hoofdtype

Categorie

Landelijke gebieden

Natuurnetwerk Nederland (NNL) Groenblauwe landbouwzone (GBLZ) Primair landbouwgebied Verwevingsgebied

Bebouwde gebieden

Stedelijk gebied Landelijke kernen Werklocaties

De ontwerp POVI wordt medio 2026 vastgesteld en vervolgens wordt ook een nieuwe provinciale verordening met instructieregels in procedure gebracht.

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

20

Figuur 8 Uitsnede ontwerp POVI met globale ligging plangebied (rood omcirkeld)

Doorwerking plangebied Op grond van de ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg zijn de navolgende gebiedsaanwijzingen van toepassing: •

Boringsvrije zone Venloschol;

•

Bos- en mozaïeklandschap – Gebiedspaspoort;

•

TUG-zones;

•

Uitbreidingsgebied glastuinbouw 1;

•

Uitsluitingsgebied windturbines;

•

Verwevingsgebied;

•

Zoekgebied grootschalig zon-pv.

Aan deze gebiedsaanwijzingen zijn zoals vermeld nog geen instructieregels gekoppeld. Dat gebeurt pas bij het vaststellen van de nieuwe provinciale verordening. In algemene zin kan wel getoetst worden aan de ontwerp POVI. Boringsvrije zone Venloschol Via het aanwijzen van een boringsvrije zone worden de kleilagen beschermd tegen doorboringen en daarmee tegen het risico dat er vervuilende stoffen binnenkomen. Binnen onderhavig initiatief zijn geen activiteiten voorzien die dieper reiken dan 5 meter beneden het NAP. De ligging binnen de boringsvrije zone Venloschol vormt derhalve geen belemmering.

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

21

Bos- en mozaïeklandschap – Gebiedspaspoort Het bos- en mozaïeklandschap bestaat uit bossen, heide, venen, zandvlaktes en oude weides en akkers, met graslanden, heide en stuifduinen. Het is een besloten gebied met weinig bebouwing en beperkte vergezichten. De waarde komt voort uit de beleving en de relatie met de aardkundige situatie en cultuurhistorische elementen zoals landgoederen. Door de aanwezigheid van veel opgaand groen heeft dit landschapstype een geheel eigen karakter. Hoewel de woning wordt gerealiseerd binnen een landschap waarbinnen in principe weinig bebouwing is gelegen, past de woning in de omgeving. De woning wordt gerealiseerd tussen twee bestaande woningen. Ook aan de overzijde van de Vliezenweg is reeds een rij aan woningen aanwezig. Daarnaast wordt de woning landschappelijk ingepast. Voor de invulling hiervan wordt verwezen naar paragraaf 3.2. Deze inpassing komt overeen met het karakter van Bos- en mozaïeklandschap. TUG-zones Bepaalde categorieën luchtvaarttuigen mogen volgens de Wet luchtvaart ook buiten een luchthaven starten of landen. Daarvoor is wel een ontheffing voor Tijdelijk en Uitzonderlijke Gebruik (TUG) nodig. Het afhandelen van een TUG-verzoek is de wettelijke taak van de provincie. Het initiatief betreft geen start- of landingslocatie. Wel wordt rekening gehouden met de maximale bouwhoogte in verband met de vliegroutes.

De TUG-zones vormen derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. Uitbreidingsgebied glastuinbouw 1 en Uitsluitingsgebied windturbines Het planvoornemen ziet niet op de realisatie van een glastuinbouwlocatie of op de realisatie van windturbines. Deze zones vormen derhalve geen belemmering voor het initiatief. Verwevingsgebied Binnen het verwevingsgebied is de hoofdfunctie vaak agrarisch met rondom kansen om verbindingen te leggen met andere functies, zoals natuurontwikkeling, dag- en verblijfsrecreatie, lokale voedselproductie, wateropgaven, bosontwikkeling en stadslandbouw. In de periode 2017-2020 zijn er in het gebied Ooijen-Wanssum maatregelen getroffen ten behoeve van de hoogwaterbescherming, natuur- en landschapsontwikkeling, economische ontwikkeling en het vergroten van de leefbaarheid in Wanssum. Om deze maatregelen te kunnen uitvoeren was het nodig om op een aantal plaatsen in beide gemeenten woningen te slopen, waarbij er gold dat deze op andere plekken terug gebouwd mochten worden. De bouwtitels zijn toegekend aan het Projectbureau Ooijen-Wanssum (Provincie Limburg) en vervolgens zijn deze door de Provincie Limburg overgedragen per koopovereenkomst aan Ruimte voor Ruimte. De woning wordt gerealiseerd tussen twee bestaande woningen. Door de landschappelijke inpassing wordt de woning ingepast in het omliggende landschap.

Het perceel achter de woning blijft het huidige gebruik als weide behouden. De ontwerp POVI staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. 4.2.3

Omgevingsverordening Limburg 2021

Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 17 december 2021 heeft Provinciale Staten de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze is op 1 januari 2024, tegelijk met de Omgevingswet in werking getreden.

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

22

Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, naijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestings-normen voor internationale werknemers. Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het plantgebied binnen het gebied ‘buitengebied’. Tevens is het plangebied volgens de kaarten bij de Omgevingsverordening gelegen binnen het ‘overstromingskansgebied E’. Met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht geldt voor overstromingskansgebied E een gemiddelde overstromingskans van 1:100 per jaar als omgevingswaarde. Instructieregels nieuwe planvoorraad wonen Sinds de provinciale omgevingsverordening van 2014 is er veel veranderd ten aanzien van de woningmarkt en daarom ook ten aanzien van het woningmarktbeleid. Samenwerking in de regio blijft belangrijk en om aan de actuele vraag te voldoen is het belangrijk om waar mogelijk belemmeringen weg te nemen. Er is geconstateerd dat de provincie Limburg over meer dan voldoende planvoorraad beschikt om aan de kwantitatieve vraag te voldoen.

Of met deze bestaande planvoorraad voldaan kan worden aan de kwalitatieve vraag is niet altijd duidelijk. Daarbij zijn veel gemeenten na de vaststelling van het bestemmingsplan sterk afhankelijk van de bereidheid van de ontwikkelaar/initiatiefnemer om tot realisatie van de woningen te komen. Maar in papieren plannen kan niemand wonen. Om van de woningen op papier echte woningen te maken, om te stimuleren dat plannen worden gerealiseerd, in heel Limburg, in steden en op het platteland, is er een realisatietermijn voor woningbouwplannen in de omgevingsverordening opgenomen. Er wordt onderscheid gemaakt in plannen die onherroepelijk en nog niet gerealiseerd zijn (op de plank liggen) en plannen die vanaf 2022 in procedure gaan (nieuwe woningbouwplannen). Zo dienen alle onherroepelijke en niet gerealiseerde plannen van vóór 2015, vóór 2025 te zijn gerealiseerd. Indien realisatie niet plaatsvindt, dan zal de gemeente deze plannen voor die termijn heroverwegen. Voor alle woningbouwplannen die tussen 2015 en 2021 onherroepelijk zijn geworden, geldt dat ze uiterlijk in 2029 dienen te zijn gerealiseerd en anders door de gemeente worden heroverwogen. Voor alle nieuwe woningbouwplannen die vanaf 2022 door de gemeente worden vastgesteld, geldt dat ze binnen vijf jaar dienen te worden gerealiseerd. Heeft de realisatie niet plaatsgevonden, dan worden ze door de gemeente heroverwogen.

Voor onherroepelijke niet gerealiseerde woningbouwplannen en nieuwe niet gerealiseerde woningbouwplannen geldt dat de gemeentelijke heroverweging plaatsvindt op basis van de dan geldende actuele kwalitatieve en kwantitatieve behoefte en de dan geldende regionale afspraken en samenwerking. Dankzij de Limburg brede realisatie termijn verwachten we een toename van de realisaties. Dankzij de Limburg brede heroverweging kunnen de gemeenten gelijktijdig optrekken en enerzijds bepalen of het plan wordt voortgezet en binnen afzienbare tijd wordt gerealiseerd, of anderzijds bepalen dat het plaats maakt voor een andere passende functie. Daarmee tevens ook plaats makend voor andere woningbouwplannen. De belangrijkste gemeentelijke belemmeringen, afhankelijkheid van derden en de eeuwige houdbaarheid van papieren plannen, nemen we met de instructieregels in de omgevingsverordening weg. Gesteund door de andere instrumenten die de provincie en het Rijk inzetten, wordt de slagingskans van de gezamenlijke wens om te zorgen voor de realisatie van 'de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment' vergroot. Doorwerking projectgebied Onderhavige ontwikkeling wordt binnen vijf jaar na de verlening van de omgevingsvergunning, gerealiseerd. Tevens wordt er voldaan aan de opgenomen instructieregels in artikel 12.1 van de Omgevingsverordening

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

23

Limburg 2021. De woning wordt gerealiseerd op basis van een bouwtitel die voortkomt project gebiedsontwikkeling Ooijen-Wanssum. Voor nadere informatie wordt verwezen naar hoofdstuk 1 en paragraaf 4.2.2. Het plan zal ook worden toegevoegd aan de regionale plancapaciteitsmonitor. Dit plangebied bevindt zich aan de rand van het stedelijk gebied van Venray waardoor het niet significant zal bijdragen aan droogte in het gebied. Daarnaast zal hemelwater worden geïnfiltreerd waardoor omringende woningen, en de woning zelf, geen toename aan wateroverlast zullen ervaren. Daarnaast wordt het perceel landschappelijk ingepast. Verder is de beoogde locatie gelegen binnen ‘Venloschol’. Binnen onderhavig initiatief zijn geen activiteiten voorzien die dieper reiken dan 5 meter beneden het NAP. De ligging binnen de boringsvrije zone Venloschol vormt derhalve geen belemmering. Derhalve kan er gesteld worden dat onderhavig planvoornemen passend is op basis van de Omgevingsverordening Limburg. 4.2.4

Conclusie

De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie Limburg.

4.3

Beleid Waterschap

4.3.1

Waterschapverordening Waterschap Limburg

De waterschapsverordening, voorheen de keur, is een verzameling regels die het waterschap gebruikt om dammen, dijken, sloten, beken, rivieren, gemalen en stuwen te beschermen. Bij werkzaamheden in, met of rondom het water is wet- en regelgeving uit de waterschapsverordening van toepassing. Het Algemeen Bestuur heeft in zijn vergadering van juli 2021 de Waterschapsverordening Waterschap Limburg vastgesteld. Deze verordening is tegelijk met de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking getreden en bestaat uit een aantal instrumenten. De zorgplicht is het eerste instrument om handelingen in, aan, boven en onder watersystemen en hun beschermingszones te reguleren. Met deze zorgplicht wordt recht gedaan aan het 'ja, mits'-uitgangspunt. De handelingen zijn toegestaan, mits er voldoende zorg in acht is genomen. Op basis van deze zorgplicht krijgt eenieder de verantwoording om bij het uitvoeren van handelingen voldoende zorg voor het functioneren van het watersysteem en de beschermingszones in acht te nemen. Het waterschap gebruikt de zorgplicht bovendien als vangnet om te kunnen optreden tegen handelingen waarin daadwerkelijk schade is of dreigt te worden toegebracht aan het watersysteem. De zorgplicht moet dus altijd worden nageleefd. Algemene regels vormen het tweede instrument om handelingen te reguleren.

Er is pas gekozen voor een algemene regel, wanneer alleen de zorgplicht voor de betreffende handeling onvoldoende bescherming biedt voor het functioneren van het watersysteem. Het is, vanwege geografische verschillen, mogelijk dat voor een handeling slechts in bepaalde gebieden sprake is van een algemene regel. In de algemene regels worden concrete voorschriften opgenomen waaraan bij de handeling moet worden voldaan. De handelingen waarvoor algemene regels gelden zijn toegestaan, mits aan alle voorschriften wordt voldaan. De initiatiefnemer heeft daarbij de zorgplicht om na te gaan of het naleven van de voorschriften in het specifieke geval voldoende is om nadelige effecten voor het watersysteem te voorkomen. Een van de voorschriften van de algemene regels kan zijn dat de handeling vooraf moet worden gemeld aan het waterschap. Dit is niet altijd het geval. Een meldplicht is alleen opgenomen wanneer: (1) het waterschap bekend wil zijn met de activiteit (bijv. vanuit een oogpunt van onderhoud) en/of (2) het waterschap wil kunnen beoordelen of het opstellen

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

24

van een maatwerkvoorschrift nodig is. Om het toezicht goed te kunnen uitoefenen is het belangrijk dat de melding tijdig, dat wil zeggen met inachtneming van de termijn die daarvoor is bepaald in de betreffende algemene regel, wordt ingediend. De algemene indieningstermijn is 4 weken. De vergunningplicht is het derde instrument in de waterschapsverordening om handelingen te reguleren. In deze waterschapsverordening is alleen gekozen voor een vergunningplicht, wanneer toetsing van de plannen voorafgaand aan de uitvoering van de handeling, noodzakelijk is met oog op bescherming van de waterstaatswerken en/of de daaraan verbonden belangen van het waterschap. De vergunningplicht beperkt zich derhalve tot de handelingen die een aanzienlijke bedreiging vormen voor het functioneren van het watersysteem. Het is vanwege geografische verschillen mogelijk dat voor een handeling slechts in bepaalde gebieden sprake is van een vergunningplicht. De wijze waarop vergunningaanvragen worden beoordeeld, is vastgelegd in beleidsregels. Bij het uitvoeren van de handeling moet initiatiefnemer de voorschriften in de vergunning naleven. Handelen in strijd met aan een vergunning verbonden voorschriften is op grond van artikel 5.5 lid 3 van de Omgevingswet verboden.

De initiatiefnemer heeft daarbij de zorgplicht om na te gaan of het naleven van de voorschriften in het specifieke geval voldoende is om nadelige effecten voor het watersysteem te voorkomen. Per specifieke uitvoeringsregel is in de stroomschema's aangegeven voor welke handelingen naast de zorgplicht, ook een vergunningplicht geldt. 4.3.2

Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027

De grootste opgave voor het waterschap is zonder enige twijfel de klimaatverandering. De uitstoot van broeikasgassen daalt nog niet en het scenario wordt steeds reëler dat de gemiddelde wereldtemperatuur in 2100 drie of meer graden is gestegen. Hierdoor neemt de kans op extreme droogte en wateroverlast fors toe. Iets dat ons nu al keihard raakt, denkend aan de watertekorten in 2018, 2019 en 2020 en de overstromingen van juli 2021. De komende periode is ook de laatste fase van de huidige Europese Kaderrichtlijn Water, die stelt dat in 2027 het watersysteem op orde moet zin. Dit vereist ecologisch, hydrologisch en geomorfologisch herstel van oppervlaktewateren en behoud of herstel van de fysisch-chemische toestand. Dat vraagt om forse inspanningen van het waterschap en alle sectoren die de waterkwaliteit beïnvloeden. Opkomende stoffen zoals PFAS, medicijnresten en microplastics geven ons nieuwe uitdagingen. Om de Maasvallei in 2050 volgens de geldende normen te beschermen tegen overstromingen, moeten in de planperiode nog vele kilometers waterkeringen worden versterkt, al dan niet in combinatie met rivierverruiming. Om Limburg toekomstbestendig te maken, wordt er verwacht dat iedereen meedoet. Iedereen die een woning, bedrijfsgebouw, landbouwgrond, tuin, erf, openbare verharding of natuurgebied bezit of beheert, kan bijdragen aan het Klimaatadaptief maken van Limburg.

Het waterschap kiest hiervoor een aanjaagrol en biedt ondersteuning waar dat kan. Klimaatadaptatie is een thema dat iedere inwoner van Limburg raakt en derhalve is het ook belangrijk om hier bij iedere ontwikkeling over na te denken. 4.3.3

Conclusie

Met onderhavig planvoornemen wordt rekening gehouden met het treffen van watercompenserende maatregelen om het hemelwater te kunnen afvoeren/ opvangen bij piekbuien. Zo wordt er aangeraden zo veel mogelijk halfverharding toe te passen om de infiltratie te vereenvoudigen. Om hieraan te kunnen voldoen kan op eigen terrein een waterberging worden aangelegd. De gemiddeld hoogste grondwaterstand op het perceel aan de Vliezenweg ligt ca. 1-1.5m onder maaiveld. De diepte van de waterberging kan hierdoor niet meer dan 1.5 meter bedragen om deze volledig toe te rekenen aan de watercompensatie. Daarnaast wordt een wadi (in natuurlijke vorm) gemiddeld altijd 0.5 m ten opzichte van het huidige maaiveld uitgegraven. De

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

25

wadi wordt aangelegd met een talud van 1:3 en is 0.5 meter diep. De wadi heeft een oppervlak van 130 m 2 en kan 48 m3 bergen. Hiermee kan worden voldaan aan de verplichte watercompensatie. De activiteit past derhalve binnen de doelstellingen en het beleid van het waterschap. In paragraaf 6.8 wordt verder ingegaan op de weging van het waterbelang. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de activiteiten passen binnen de doelstellingen en het beleid van het waterschap.

4.4

Regionaal beleid

4.4.1

Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024

In de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024’ geven de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas richting aan de regionale woningmarkt. Een van de centrale opgaven is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Bij nieuwbouw dient bij voorkeur ingezet te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. De huishoudprognose van E’til (Progneff) dient als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter is de kwalitatieve toets leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Er wordt dus ruimte geboden voor plannen die aansluiten bij de (toekomstige) vraag naar woningen. In de regio zijn uitgangspunten geformuleerd, waaraan alle bouwplannen moeten voldoen die binnen de kwalitatieve richtlijn vallen. Deze regionale uitgangspunten omvatten de navolgende punten: •

Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen;

•

Gekeken dient te worden naar koppelkansen;

•

Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot;

•

Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte;

•

De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na;

•

Zoeken naar aansluiting op de landelijke, regionale en lokale duurzaamheid doelen.

Aanvullend wordt tevens het volgende benoemd: •

Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte.

•

Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt.

•

Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad.

•

Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.

Analyse bestaande woningvoorraad Het grootste deel van de woningvoorraad voor de toekomst staat er al. Dat maakt dat nieuwbouw slecht een klein deel vormt van de totale woningvoorraad. Inzicht in de kwaliteit van deze woningvoorraad is essentieel om een match met de toekomstige woningvraag te bewerkstelligen. Aan adviesbureau Stec Groep is gevraagd om hierin inzicht te verschaffen. De analyses van Stec Groep geven inzicht in de potentiële kwetsbaarheid van de bestaande woningvoorraad. In de ‘Regionale Structuurvisie Noord-Limburg (2016)’ gaat het vooral om de kwantiteit, terwijl in de nieuwe Regionale Woonvisie de nadruk meer ligt op de kwaliteit. Er

TAM-omgevingsplan Vliezenweg ong. te Venray

26

wordt vaak gesproken over een woningtekort en vooral landelijk gaat het hierbij om de aantallen. Uiteraard is dat van belang, maar de te verwachten ontwikkeling van huishoudens (in aantal én in type) geeft aan dat wel degelijk rekening gehouden dient te worden met de kwaliteit van de woningvoorraad. In het rapport van Stec Groep wordt een verbinding gemaakt met de demografische ontwikkeling van de regio Noord-Limburg. De woningvoorraad wordt op basis van verschillende indicatoren (voor zowel de woning als de woonomgeving) beoordeeld. Dit vormt een bouwsteen voor beleid rondom de aanpak van de huidige woningvoorraad. Belangrijkste conclusies uit de analyses zijn: •

De komende 10-20 jaar groeit het aantal huishoudens netto met bijna 5.000, deze groei zit op regioniveau in de 65+ doelgroep. Hierdoor ontstaat een groeiende behoefte aan levensloopbestendige woningen;

•

Er ontstaan overschotten in de niet-levensloopbestendige grondgebonden huur-, goedkope koop- en ruime, dure koopsegment.

Op het niveau van individuele gemeenten kunnen er afwijkingen ten opzichte van deze regionale conclusies bestaan. Doorwerking projectgebied Het planvoornemen ziet op het toevoegen van een vrijstaande woning in het buitengebied van Venray. Het door Stec opgestelde rapport ‘Opgaven en aanpak bestaande woningvoorraad in beeld, Basis voor woonbeleid’ uit 2019 geeft een inzicht in de bestaande regionale woningvoorraad en geeft een richting voor een transformatieopgave. De realisatie van de beoogde woning zorgt niet voor het vergroten van het kwetsbare woningoverschot. Onderhavig plan is dan ook passend binnen de regionale kwalitatieve behoefte. De realisatie van de nieuwbouw is hiermee niet strijdig met de woonvisie van de gemeenten binnen de regio NoordLimburg. Vanuit het regionaal beleid bestaan er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16856642/1