CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

b NL.IMRO.0984.TAM24004-va01 tb5 Ecologische beoordeling stikstof

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22b 150 kV-hoogspanningsverbinding Boxmeer-Venray34.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Sweco | Ecologische Beoordeling kabeltracé Boxmeer-Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 19-12-2025

Versie C03

Document referentie NL25-648800269-158892

94/213

achtergronddepositie inclusief de berekende tijdelijke toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW ondervindt een maximale tijdelijke toename aan stikstofdepositie van 0,16 mol N/ha/jaar (figuur 6-3).

Figuur 6-3:

De locatie in het Natura 2000-gebied Zeldersche Driessen met de maximale relevante toename van stikstofdepositie op Beuken-eikenbossen met hulst (H9120).

Knelpunten Uit de gebiedsschouw voor de Zeldersche Driessen (Provincie Limburg 20162019), die jaarlijks hebben plaatsgevonden tussen 2016 tot en met 2019, blijkt dat er geen verslechtering heeft plaatsgevonden van de verschillende bezochte locaties van habitattypen in de Zeldersche Driessen (Natuurdoelanalyse-143, 2023). Knelpunten voor het habitattype zijn een homogene leeftijdsopbouw van het bos, stikstofdepositie en ophoping van humus. Er is sprake van een ongunstige bossamenstelling. De verjongings- en vervalfase ontbreken en er zijn weinig structuurverschillen. Dit beperkt het regeneratievermogen van het habitattype. Stikstofdepositie leidt in H9120 tot vermesting en dominantie van snelgroeiende soorten (Natuurdoelanalyse-143, 2023). Het verhoogde aanbod aan stikstof komt tot uitdrukking in verbraming en een afname van typische soorten, waardoor de kwaliteit van het habitattype afneemt. Ophoping van eikenblad in het bos leidt tot een slecht verteerbare humuslaag, die bovendien verzurend werkt op de bovenste bodemlagen (Gebiedsanalyse-143, 2017). Ook hebben de eiken een slechte vitaliteit. Er zijn meer karakteristieke soorten flora met negatieve dan met positieve verspreidingstrend (Natuurdoelanalyse-143, 2023). Stikstofdepositie draagt hier ook aan bij.

Ophoping van dergelijke humuslagen en verzuring van de bodem werken voor dit bostype in de regel nadelig door in de vegetatiekwaliteit. Het is echter nog onduidelijk of dit ook in de Zeldersche Driessen optreedt (Natuurdoelanalyse-143, 2023).

Sweco | Ecologische Beoordeling kabeltracé Boxmeer-Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 19-12-2025

Versie C03

Document referentie NL25-648800269-158892

95/213

Beoordeling toename aan stikstofdepositie Het habitattype H9120 heeft een matige tot lokaal goede kwaliteit met een negateive trend. Op volledige areaal van het habitattype is sprake van een relevante projectgebonden tijdelijke toename van 0,16 mol N/ha/jaar aan stikstofdepositie. In termen van uitbreiding van het oppervlakte is er weinig tot geen ruimte voor uitbreiding van het habitattype, echter mogelijk voldoet (een deel) het aangrenzende bos als kwalificerend habitattype. Ook is er begin 2018 als proef op een tweetal locaties open plekken in het bos gemaakt. Het betreft een proef voor groepenkap, het verwijderen van de strooisellaag en het plaggen van de bodem op verschillende diepten (Natuurdoelanalyse-143, 2023). Ook is het mogelijk het nog niet kwalificerend bos kan worden omgevormd naar het habitattype. Hierdoor is ook meer natuurlijke dynamiek mogelijk (Natuurdoelanalyse-143, 2023). Stikstofdepositie is ook een knelpunt voor dit habitattype naast ook de invloed van een homogene leeftijdsopbouw en ophoping van humus. Daarnaast profiteert dit habitat van natuurlijke aftakeling (sterfte) van de dikkere bomen in het habitat, maar dit vindt op het moment weinig plaats.

Het is, in het kader van het bovenstaande en de meerdere aanwezige knelpunten met een effect op het habitat, niet aannemelijk dat in deze situatie een dergelijke geringe tijdelijke toename van 0,16 mol N/ha/jaar in depositie tot meetbare veranderingen in de abiotische randvoorwaarden (bodem pH, nutriënten beschikbaarheid), soortensamenstelling of structuur van het habitattype zal leiden. Het voorgenomen project zal daarom geen significant negatieve gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen (behoudsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype) van dit habitattype.

6.4

Beoordeling habitatsoorten

Het Natura 2000-gebied Zeldersche Driessen is niet aangewezen voor habitatsoorten. Er kan derhalve geen toename van stikstofdepositie plaatsvinden op stikstofgevoelig leefgebied. Significant negatieve gevolgen zijn hierom op voorhand uitgesloten.

6.5

Beoordeling broedvogels

Het Natura 2000-gebied Zeldersche Driessen is niet aangewezen voor broedvogels. Er kan derhalve geen toename van stikstofdepositie plaatsvinden op stikstofgevoelig leefgebied. Significant negatieve gevolgen zijn hierom op voorhand uitgesloten.

6.6

Beoordeling niet-broedvogels

Het Natura 2000-gebied Zeldersche Driessen is niet aangewezen voor nietbroedvogels. Er kan derhalve geen toename van stikstofdepositie plaatsvinden op stikstofgevoelig leefgebied. Significant negatieve gevolgen zijn hierom op voorhand uitgesloten.

6.7

Conclusie

De voorgenomen ontwikkeling veroorzaakt een tijdelijke toename aan stikstofdepositie van maximaal 0,16 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige natuur binnen het Natura 2000-gebied Zeldersche Driessen. Voor de habitattypen en/of leefgebieden van kwalificerende soorten waarvoor geldt dat de KDW Sweco | Ecologische Beoordeling kabeltracé Boxmeer-Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 19-12-2025

Versie C03

Document referentie NL25-648800269-158892

96/213

wordt overschreden, is onderzocht of de berekende tijdelijke toename aan stikstofdepositie kan leiden tot een in ecologische zin aantoonbare aantasting van de kwaliteit of oppervlakte verlies van het stikstofgevoelige areaal. Op basis van een gebiedsspecifieke analyse kan worden geconcludeerd dat dit niet het geval is. De tijdelijke stikstoftoename ten gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling staat ook niet in de weg van het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van stikstofgevoelige habitattypen leefgebied van kwalificerende soorten. Significant negatieve gevolgen door de tijdelijke geringe toename aan stikstofdepositie ten gevolge van het voorgenomen project zijn hierom uitgesloten.

Sweco | Ecologische Beoordeling kabeltracé Boxmeer-Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 19-12-2025

Versie C03

Document referentie NL25-648800269-158892

97/213

7

Sint Jansberg

7.1

Inleiding

De Sint Jansberg is een landgoed op het zuidelijk deel van de Nijmeegse stuwwal dat bestaat uit oude loofbossen, naaldbossen en bronnetjesbossen. Karakteristiek van de stuwwallen zijn de scheefgestelde lagen in de bodem. Bij de slechtdoorlatende lagen treedt het afstromende grondwater uit in de vorm van bron- en kwelzones. In het gebied liggen verschillende brongebieden en veenmoerassen. Aan de voet van het gebied, bij Plasmolen, ligt een moerassige laagte. Er zijn veelal steile hellingen en daardoor scherpe overgangen aanwezig van droog naar zeer nat (Sint Jansberg, Natura2000.nl).

Figuur 7-1:

Overzicht ligging richtlijngebieden in het gebied Sint Jansberg.

Sweco | Ecologische Beoordeling kabeltracé Boxmeer-Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 19-12-2025

Versie C03

Document referentie NL25-648800269-158892

98/213

7.2

Doelstellingen

In tabel 7-1 volgt een overzicht van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Sint Jansberg op basis van het aanwijzingsbesluit. Tabel 7.1:

a)

Instandhoudingsdoelstellingen habitattypen voor het Natura 2000-gebied Sint Jansberg. Habitattypen

Habitatcode

Habitattype

Status doel

Oppervlakte1

Kwaliteit1

H7210 H9120 H9160A H91D0 H91E0C

Galigaanmoerassen Beuken-eikenbossen met hulst Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden) Hoogveenbossen Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

definitief definitief definitief definitief definitief

= = = = =

= > > > >

1: doelstelling voor oppervlakte en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding: >. b)

Habitatsoorten

Soortcode

Habitatsoort

Status doel

H1083 H1016

Vliegend hert Zegge-korfslak

definitief definitief

Populatie

Omvang leefgebied1

Kwaliteit leefgebied1

> =

> =

> >

1: doelstelling voor omvang en/of kwaliteit behoud: =, uitbreiding/verbetering: >.

7.3

Beoordeling habitattypen

Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er binnen het Natura 2000-gebied Sint Jansberg sprake is van een toename van stikstofdepositie op vijf stikstofgevoelige habitattypen (tabel 7.2). De overige habitattypen zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie, of er is geen sprake van een relevante stikstoftoename ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling. Significant negatieve gevolgen voor deze overige habitattypen zijn daarom op voorhand uitgesloten. Tabel 7.2:

Berekende stikstofdepositiewaarden in mol N/ha/jaar op de habitattypen binnen het Natura 2000-gebied Sint Jansberg. De tabel bevat enkel habitattypen met een projecteffect ≥0,01 mol N/ha/jaar. Depositiewaarden zijn gebaseerd op de resultaten uit de meest recente versie van AERIUS-Calculator (AERIUS 2025) en worden weergegeven in mol N/ha/jaar.

Habitatcode

Habitattype

KDW1

Maximale achtergrond depositie2

Maximaal effect3

Maximaal relevant effect4

H7210 H9120 H9160A H91D0 H91E0C

Galigaanmoerassen Beuken-eikenbossen met hulst Eiken-haagbeukenbossen (hogere zandgronden) Hoogveenbossen Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

1429 1071 1429 1786 1857

1785 2226 2099 2119 2199

0,07 0,10 0,09 0,09 0,10

0,07 0,10 0,09 0,09 0,10

1. KDW van habitattype volgens Wamelink et al. (2023) 2. Achtergronddepositie volgens de meest recente versie van AERIUS-Calculator. kleuren betreft: een overschrijding KDW. 3. De maximale toename van stikstofdepositie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling. 4. De maximale toename van stikstofdepositie op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief de berekende toename.

Sweco | Ecologische Beoordeling kabeltracé Boxmeer-Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 19-12-2025

Versie C03

Document referentie NL25-648800269-158892

99/213

Voor de effectbeoordeling op de habitattypen met een relevante toename van stikstofdepositie uit de bovenstaande tabel wordt de belangrijkste informatie samengevat in onderstaande tabel. Tabel 7.3:

Basisgegevens voor de effectbeoordeling van de toename van stikstofdepositie op habitattypen binnen het Natura 2000-gebied Sint Jansberg.

Habitatcode

Maximaal relevant effect1

Areaal met relevant effect (ha)2

Relevant t.o.v. totaal areaal (%)3

0,07 0,1 0,09 0,09 0,1

0,02 85,57 1,24 0,76 1,16

100% 100% 100% 31,3% 84,9%

H7210 H9120 H9160A H91D0 H91E0C

Algemene kwaliteit habitattype in Natura 2000-gebied4

Slecht tot matig Matig Slecht Matig Slecht

1. Maximale toename van stikstofdepositie in mol N/ha/jaar op hexagonen met een (naderende) overschrijding van de KDW door achtergronddepositie inclusief het berekende stikstofeffect. 2. Totaal gekarteerd oppervlak met een relevante toename van stikstofdepositie op basis van de meest recente habitattypenkaart (AERIUS 2025). 3. Het percentage aan areaal met een relevante toename van stikstofdepositie ten opzichte van het totale areaal binnen het Natura 2000-gebied. 4. De kwaliteit volgens de PAS-gebiedsanalyse, het Natura 2000-beheerplan en/of de Natuurdoelanalyse.

In de volgende paragrafen wordt de toename van stikstofdepositie op ieder habitattype uit bovenstaande tabel beoordeeld. Zie bijlage 1 voor een algemene omschrijving, een overzicht van de abiotische randvoorwaarden en een algemene effectbeschrijving stikstofdepositie per habitattype.

H7210 - Galigaanmoerassen Instandhoudingsdoelstelling Het habitattype H7210 heeft in het Natura 2000-gebied Sint Jansberg een behoudsdoelstelling in relatie tot het oppervlak en de kwaliteit van het habitattype. Huidige situatie en trend Het betreft een gebied met open water van ca 1 ha, omzoomd door wilgen- en gagelstruweel, riet en galigaan. Het habitattype galigaanmoeras komt voor over een oppervlakte van ongeveer 0,03 ha en dan voornamelijk lokaal langs de randen van het open water van de Geuldert (Natuurdoelanalyse-142, 2024). Uit de vegetatiekartering van 2022 blijkt dat in het galigaanmoeras een toename is te zien van riet, braam en wilgen/elzenopslag ten opzichte van 2015 mogelijk als gevolg van een veranderende waterkwaliteit en waterkwantiteit (Hunink, N., Raaijmakers, E. 2023). Berekende toename van stikstofdepositie Op 100% (0,02 ha) van het aanwezig areaal met H7210 vindt, ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling, een tijdelijke toename aan stikstofdepositie plaats. Van dit areaal met een tijdelijke toename aan stikstofdepositie, ondervindt 100% een (naderende) overschrijding van de KDW door de huidige achtergronddepositie inclusief de berekende tijdelijke toename aan stikstofdepositie. Het areaal met een (naderende) overschrijding van de KDW

Sweco | Ecologische Beoordeling kabeltracé Boxmeer-Venray - Een onderzoek in het kader van de Omgevingswet Projectnummer 51006816 Datum 19-12-2025

Versie C03

Document referentie NL25-648800269-158892

100/213

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16479592/1