25 N270 Via Venray Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Blad 31 van 36
Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
De twee boringen bij de rotonde, alwaar een nieuwe fietstunnel gepland staat, kennen beide een verstoorde opbouw; boring 1001a tot de maximaal geboorde diepte en boring 112a tot 1,80 m – mv. Ook hier wordt de kans op aantreffen van archeologische resten minimaal geacht. Twee boringen zijn uitgevoerd noordelijk van het talud van de bestaande N270, ten oosten van het spoor. Boring d1306 kent een AC profiel; boring d1309a onder een pakket opgebrachte grond een profiel waarin veen aanwezig is, waaronder dan dekzand is aangetroffen. Ter plaatse van d1306a kan op basis van de bodemopbouw de aanwezigheid van archeologische resten niet volledig worden uitgesloten, maar wordt die wel klein ingeschat, ter plaatse van boring d1309a kan de archeologische trefkans naar laag worden bijgesteld. Overigens is het zo dat in beekdalen puntlocaties kunnen bestaan waar bijvoorbeeld depots zijn begraven of voordes aanwezig kunnen zijn. Die zijn niet met booronderzoek op te sporen. In het bureauonderzoek zijn overigens geen aanwijzingen gevonden voor dergelijke fenomenen.
3.3.2
Archeologie Er zijn tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren aangetroffen. Het gaat hier echter wel om een verkennende fase van het inventariserend veldonderzoek door middel van boringen. Het doel van de verkennende fase van het veldonderzoek is het in kaart brengen van de bodemopbouw en het aantonen van eventuele bodemverstoringen. De afwezigheid van archeologische indicatoren kan dan ook niet worden beschouwd als indicatie voor de afwezigheid van een archeologische vindplaats. De landschappelijke ligging en de mate van verstoring van het bodemprofiel zijn daarvoor echter wel aanwijzingen.
Blad 32 van 36
Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
4
Conclusies en advies
4.1
Conclusies In paragraaf 3.1 is een aantal onderzoeksvragen gesteld. Hier wordt gepoogd die vragen, voor zover mogelijk en relevant, kort te beantwoorden. • Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? In paragraaf 3.3.1 staat de bodemopbouw beschreven. Samengevat: deels A-AC-C profielen, enkele A-C profielen en daarnaast veel boringen die met natte omstandigheden in een beekdal samenhangen: veen in de ondergrond. Enkele boringen zijn verstoord tot einde boring ( 2 m-mv). • Is er binnen het plangebied een vindplaats aanwezig en/of zijn er archeologische indicatoren aangetroffen die hierop kunnen wijzen? Zo ja, wat is de aard, conserveringstoestand en datering van deze indicatoren/vindplaats? Er zijn geen archeologische indicatoren of andere aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen in de verschillende deelgebieden aangetroffen. Delen van het plangebied kennen een verstoorde bodemopbouw, met name ter plaatse van de paardenwei en de rotonde. De boringen in het natuurgebied (ten westen van de op- en afrit van de A73 en ten zuiden van de paardenwei) en noordelijk van het talud zijn uitgevoerd in het beekdal van de Oostrumse Beek. In het natuurgebied en langs het talud is het aangetroffen veen zwak amorf. Daarmee is de kans dat het broekbos in het beekdal gemakkelijk te betreden is geweest gering.
De kans op aanwezigheid van archeologische resten wordt daardoor klein geacht. • Indien archeologische lagen aanwezig zijn; op welke diepte bevinden deze zich en wat is de maximale diepte? Niet van toepassing. • Waaruit bestaat of bestaan deze archeologische laag of lagen? Niet van toepassing. • In welke mate wordt een eventueel aanwezige vindplaats verstoord door realisatie van geplande bodemingrepen? Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor vindplaatsen en op basis van de resultaten van de boringen wordt de kans laag ingeschat. • Hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt? Niet van toepassing • In welke mate stemmen de resultaten van het veldwerk overeen met de verwachtingen van de bureaustudie? In het bureauonderzoek is een brede verwachting uitgesproken, uit het veldonderzoek blijkt dat de kans op archeologische resten als laag wordt ingeschat. Puntlocaties kunnen niet worden uitgesloten, maar ook daarop wordt de kans gering geacht • Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan deze bestaan? Zie paragraaf 4.2.
Blad 33 van 36
Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
4.2
(Selectie)advies Tijdens het booronderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied. Op basis van de resultaten van het booronderzoek adviseert Antea Group dan ook het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling zonder verder archeologisch onderzoek uit te voeren. Bovenstaande betreft een selectieadvies; het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan de bevoegde overheid, in deze de gemeente Venray en de provincie Limburg. Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook.
Antea Group Oosterhout, juli 2018
Blad 34 van 36
Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Literatuur en geraadpleegde bronnen Barends et al., 1986: Het Nederlandse landschap. Een historisch-geografische benadering. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Benthem, A. van en M. Stiekema, 2004. Venray Acaciastraat – Bureauonderzoek en booronderzoek. ADC-ArcheoProjecten, Amersfoort. Berendsen, H.J.A., 2004 (4e druk): De vorming van het land. Inleiding in de geologie en geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Boots, G.J. en M. Stiekema, 2012. Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Leunseweg 22 te Leunen in de gemeente Venray. Econsultancy B.V., Swalmen. Gaauw, P. van der, 2008. Provinciale archeologische aandachtsgebieden: archeologisch selectiedocument. Provincie Limburg, afdeling Cultuur, Welzijn en Zorg. Geraeds, J.J.G., 2005. Archeologisch onderzoek herinrichting Oostrumse beek. Een archeologisch onderzoek ten behoeve van de herinrichting van de Oostrumse beek. Grontmij Nederland bv, Roermond. Gheysen, K., 2004. Venray – Acaciastraat/Deurnseweg. Archeologisch vooronderzoek. BILAN, Tilburg. Hensen, G., 2006. Karterend inventariserend veldonderzoek De Blakt te Venray. Synthegra BV, Weert. Moonen, B.J., 2008. Begrensd verleden; Een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart en de cultuurhistorische waardenkaart voor de gemeente Venray. Deelrapport I: Toelichting op de archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart en cultuurhistorische waardenkaart.
RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Weesp (herziening 2011). Rensink, E., 1998. Gemeente Venray, plangebied De Hulst; een archeologische kartering. RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., Amsterdam. Stiekema, M., 2011. Briefrapport archeologisch verkennend booronderzoek. Econsultancy B.V., Swalmen. Tol, A., P. Verhagen & M. Verbruggen, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek. Deel: karterend booronderzoek. SIKB. Velde, H.M. van der en M.C. Kenemans, 2002. Een nederzetting uit de ijzertijd en de Romeinse tijd op De Hulst (Oostrum, gemeente Venray). Archeologisch Diensten Centrum, Bunschoten.
Blad 35 van 36
Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg
Kaarten • Bodemkaart van Nederland, 1:50.000, STIBOKA/Alterra, Wageningen • Grote Historische Atlas (1830-1855), Wolters Noordhoff, Groningen • Geomorfologische kaart 1:50.000, Alterra, Wageningen • Kadastrale kaarten 1811-1832 (http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl) • Topografische kaart 1:25000 (http://kadata.kadaster.nl) Internet • ahn.maps.arcgis.com • beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.aardeopdekaart.nl • www.archis.cultureelerfgoed.nl • www.atlasleefomgeving.nl • www.pdok.nl • www.ruimtelijkeplannen.nl • www.topotijdreis.nl • www.venray.nl/wonen&leven/gemeentearchief/geschiedenisvanvenray • http://portal.prvlimburg.nl/gisviewer/viewer.do?appCode=0d00dd009b6c01217a3868d6a0a eba97&forceViewer=true&cmsPageId=1#)
Blad 36 van 36
Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT T. 0162 487 000 ISSN: 1570-6273 Copyright © 2016 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. Disclaimer Antea Group aanvaardt op generlei wijze aansprakelijkheid voor schade welke voortvloeit uit beslissingen genomen op basis van de resultaten van archeologisch (voor)onderzoek.
www.anteagroup.nl
Bijlage 1: Archeologische perioden
Bijlage 1: Archeologische perioden Als bijlage op de resultaten en verzamelde gegevens wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewonersgeschiedenis in Nederland geschetst. Gedurende het paleolithicum (300.000-8800 voor Chr.) hebben moderne mensen (homo sapiens) onze streken tijdens de warmere perioden wel bezocht, doch sporen uit deze periode zijn zeldzaam en vaak door latere omstandigheden verstoord. De mensen trokken als jager-verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. De verschillende groepen jager-verzamelaars exploiteerden kleine territoria, maar verbleven, afhankelijk van het seizoen, steeds op andere locaties. In het mesolithicum (8800-4900 voor Chr.) zette aan het begin van het Holoceen een langdurige klimaatsverbetering in. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor geleidelijk een bosvegetatie tot ontwikkeling kwam en de variatie in flora en fauna toenam. Ook in deze periode trokken de mensen als jager-verzamelaars rond. Voorwerpen uit deze periode bestaan voornamelijk uit voor de jacht ontworpen vuurstenen spitsjes. De hierop volgende periode, het neolithicum (5300-2000 voor Chr.), wordt gekenmerkt door een overschakeling van jager-verzamelaars naar sedentaire bewoners, met een volledig agrarische levenswijze.
Deze omwenteling ging gepaard met een aantal technische en sociale vernieuwingen, zoals huizen, geslepen bijlen en het gebruik van aardewerk. Door de productie van overschot kon de bevolking gaan groeien en die bevolkingsgroei had tot gevolg dat de samenleving steeds complexer werd. Uit het neolithicum zijn verschillende grafmonumenten bekend, zoals hunebedden en grafheuvels. Het begin van de bronstijd (2000-800 voor Chr.) valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen, zoals bijlen. Het gebruik van vuursteen was hiermee niet direct afgelopen. Vuursteenmateriaal uit de bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Het aardewerk is over het algemeen zeldzaam. De grafheuveltraditie die tijdens het neolithicum haar intrede deed werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, eventueel omgeven door een greppel. In de ijzertijd (800-12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. Ten opzichte van de bronstijd traden er in de aardewerktraditie en in het gebruik van vuursteen geen radicale veranderingen op. De mensen woonden in verspreid liggende hoeven of in nederzettingen van enkele huizen.
Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (celtic fields). In deze periode werden de kleigebieden ook in gebruik genomen door mensen afkomstig van de zandgebieden. Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand. Er zijn zogenaamde vorstengraven bekend in Zuid-Nederland, maar de meeste begravingen vonden plaats in urnenvelden. Met de Romeinse tijd (12 voor Chr. tot 450 na Chr.) eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als rijksgrens van het Romeinse Rijk ingesteld. Ter controle van deze zogenaamde limes werden langs de Rijn castella (militaire forten) gebouwd. De inheems leefwijze handhaafde zich wel, ook al werd de invloed van de Romeinen steeds duidelijker in soorten aardewerk (o.a. gedraaid) en een betere infrastructuur. Onder meer ten gevolge van invallen van Germaanse stammen ontstond er instabiliteit wat uiteindelijk leidde tot het instorten van de grensverdediging langs de Rijn. Over de middeleeuwen (450-1500 na Chr.), en met name de vroege middeleeuwen (450-1000 na Chr.), zijn nog veel zaken onbekend. Archeologische overblijfselen zijn betrekkelijk schaars. De politieke macht was na het wegvallen e van de Romeinen in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Vanaf de 10 eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is een toenemende feodalisering zichtbaar.
Door bevolkingsgroei en gunstige klimatologische omstandigheden werd in deze periode een begin gemaakt met het ontginnen van bos, heide en veen. Veel van onze huidige steden en dorpen dateren uit deze periode. De hierop volgende periode 1500 – heden wordt aangeduid als nieuwe tijd.
Bijlage 2: Archeologische Monumentenzorg (AMZ)
Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ)
Schema Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Verklarende woordenlijst Archeologische Monumentenzorg (AMZ) Archeologische begeleiding (STAP 5c) Een archeologische begeleiding wordt uitgevoerd wanneer proefsleuven of en opgraving niet mogelijk zijn door bijvoorbeeld civieltechnische beperkingen. Archeologische indicatoren Hiermee worden aanwijzingen in de bodem bedoeld die duiden op menselijke activiteiten in het verleden, zoals aardewerkscherven, houtskool, botmateriaal, vondstlagen, etc. Archis Archeologisch informatiesysteem voor Nederland. Een digitale databank met gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen. Bureauonderzoek (STAP 1) Het bureauonderzoek is een rapportage waarin een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel wordt opgesteld aan de hand van geomorfologische en bodemkaarten, de Archeologische Monumentenkaart (AMK), het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS), historische kaarten en archeologische publicaties. Fysiek beschermen (STAP 4c) De archeologische resten blijven in de bodem behouden door bijvoorbeeld planaanpassingen. Geofysisch onderzoek Meetapparatuur brengt archeologische verschijnselen in de bodem driedimensionaal in kaart zonder te boren of te graven. Dit kan bijvoorbeeld door radar-, weerstandsonderzoek of elektromagnetische metingen.
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Dit model geeft op detailniveau voor het plangebied aan wat aan archeologische vindplaatsen aanwezig kan zijn. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt bepaald of een inventariserend veldonderzoek nodig is en wat de juiste methode is om eventueel aanwezige archeologische resten aan te tonen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) (STAP 2) Tijdens een inventariserend veldonderzoek worden archeologische waarden in het veld geïnventariseerd en gedocumenteerd. Waar is wat in de bodem aanwezig? De inventarisatie kan bestaan uit een inventariserend veldonderzoekoverig (door middel van een booronderzoek, veldkartering en/of geofysisch onderzoek) en/of een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven. Wat de beste methode is, hangt sterk af van de omstandigheden en de aard van de vindplaats. Inventariserend veldonderzoek - overig (IVO-o) (STAP 2b of 2c) Bij een Inventariserend veldonderzoek - overig door middel van boringen (IVOo) worden boringen gezet door middel van een handboor of guts. Inventariserend veldonderzoek -proefsleuven (IVO-p) (STAP 2f) Proefsleuven zijn lange sleuven van twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar aanwijzingen zijn voor het aantreffen van archeologische vindplaatsen.
Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Verkennende fase (STAP 2b) Wanneer bij het bureauonderzoek onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om een gespecificeerd verwachtingsmodel op te stellen, wordt een inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd. In deze fase wordt onderzocht of de bodem nog intact is, wat de bodemopbouw is en hoe deze invloed heeft gehad op de locatiekeuze van de mens in het verleden. Het onderzoek is bedoeld om kansarme zones om archeologische resten aan te treffen uit te sluiten en kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek. Een verkennend onderzoek kent een relatief lage onderzoeksintensiteit en wordt meestal uitgevoerd door middel van boringen. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Karterende fase (STAP 2c of 2f)
Tijdens een inventariserend veldonderzoek - karterende fase wordt het plangebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische sporen en/of vondsten. De intensiteit van onderzoek is groter dan in de verkennende fase, bijvoorbeeld door een groter aantal boringen per hectare of door het aanleggen van proefsleuven. Inventariserend veldonderzoek (IVO) - Waarderende fase (STAP 2f) Tijdens de waarderende fase wordt aangegeven of de aangetroffen archeologische vindplaatsen behoudenswaardig zijn. Dat betekent dat de aard, omvang, datering, conservering en inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats(en) wordt vastgesteld. Wanneer de waardering van de archeologische resten laag is, hoeft geen verder archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het plangebied wordt 'vrijgegeven'. Wanneer de resten behoudenswaardig zijn, wordt in eerste instantie behoud in situ (ter plekke in de bodem) nagestreefd. Wanneer dit door de voorgenomen ontwikkelingen niet mogelijk is, wordt vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een opgraving of archeologische begeleiding. Vaak wordt deze fase gecombineerd uitgevoerd met het inventariserend veldonderzoek karterende fase. Opgraving (STAP 5c) Wanneer door de toekomstige ontwikkelingen aanwezige archeologische resten in de bodem niet behouden kunnen worden, wordt een opgraving uitgevoerd.
Tijdens de opgraving worden archeologische resten gedocumenteerd, gefotografeerd en bestudeerd. Hierdoor wordt informatie over het verleden zo goed mogelijk vastgelegd en behouden. Plan van Aanpak (PvA) (STAP 2a) Voor een booronderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) noodzakelijk. Het PvA beschrijft hoe het veldwerk wordt uitgevoerd en uitgewerkt. Programma van Eisen (PvE) (STAP 2d of 5a) Voor het uitvoeren van een inventariserend veldonderzoek proefsleuven, archeologische begeleiding of opgraving is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk. Het PvE beschrijft het doel, vraagstelling en uitvoeringsmethode van het archeologisch onderzoek. Dit document wordt beschouwd als basisdocument voor archeologisch veldonderzoek waarmee de inhoudelijke kwaliteit gewaarborgd wordt. Het PvE wordt goedgekeurd door het bevoegd gezag (gemeente, provincie of het rijk). Quickscan In een quickscan wordt geïnventariseerd of en waar archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Selectieadvies (STAP 3) In het selectieadvies wordt op archeologisch inhoudelijke argumenten het advies gegeven welke delen van het plangebied vrijgegeven kunnen worden voor verdere ontwikkeling en welke delen behouden of opgegraven moeten worden. Selectiebesluit (STAP 4) De bevoegde overheid (gemeente, provincie of soms het rijk) geeft op basis van het selectieadvies aan welke maatregelen genomen worden.
De bevoegde overheid kan van het selectieadvies afwijken indien zij dat nodig acht. Veldkartering Bij een veldkartering wordt het plangebied systematisch belopen om archeologische oppervlaktevondsten te verzamelen.
Bijlage 3: Boorprofielen
Legenda (NEN 5104 en ASB)
laaggrens (wordt bepaald voor de ondergrens van de beschreven laag)
< 0,3 cm D 0,3 - < 3 cm E > 3 cm
scherpe overgang overgang geleidelijk diffuse overgang
amorfiteit veen (veraardheid)
? zwak amorf A matig amorf @ sterk amorf
niet tot zwak veraarde resten structuur nog zichtbaar sterk veraard, structuurloos
gezeefd traject
Projectnr.: 417318ARCHEOVenray N270
Bijlage 3: Profielbeschrijvingen met waarnemingen Boring: d1001 0 -25 -50
Boring: d112 0 25
55
bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, grijsbruin, A-horizont, opgebrachte grond Zand, matig fijn, zwak siltig, geelbeige, geroerd, Veel gevlekt donker grijsbruin
-75 -100
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, insluitingen klei, insluitingen grind, geroerd, Weinig gevlekt geelbeige, vergraven
-125 -150
0
Boring: d1306 0
groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig wortelhoudend, geroerd, Weinig gevlekt geelbeige, vergraven
-25 -50 -75
0
Boring: d1309 0
-25 40
-50 -75 90
weiland Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin, A-horizont, bouwvoor Zand, matig fijn, zwak siltig, insluitingen roest, geelbeige, C-horizont, moedermateriaal, dekzand
0
0 20
-25 -50 -75
-100
-100
-125
-125
50
-200
-175 200
-200
-150
Boring: d203 0
180 200
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig
Boring: d206 0
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sporen baksteen, donker grijsbruin, A-horizont, bouwvoor, dekzand
-25 -50
Boring: d215 0
weiland
-25
30
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, A-horizont, bouwvoor, Formatie van Kreftenheye
-50
55
0
70
-75 90
-100 120
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, geroerd, geleidelijk, Veel gevlekt grijsbeige, vergraven, dekzand Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, C-horizont, moedermateriaal, dekzand
-75 90
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, grijsbruin, geroerd, geleidelijk, Veel gevlekt grijsbeige, AC-horizont, vergraven, dekzand
0 -25
0 25
70
-75
Zand, matig fijn, matig siltig, -125 zwak roesthoudend, geelbeige, C-horizont, moedermateriaal, dekzand
Veen, zwak kleiïg, donker zwartbruin, aan de basis zandig, bosveen, matig amorf Zand, matig fijn, matig siltig, donkerbeige
Boring: d301
-50
-100
Zand, matig fijn, zwak siltig, geelbeige, opgebrachte grond Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, oude bodem, A-horizont, bouwvoor
170
-175
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig wortelhoudend, bruin, geroerd, bouwvoor
80
140
-150
groenstrook
110
140
weiland Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen baksteen, sporen roest, donkerbruin, A-horizont, bouwvoor, dekzand Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, beigebruin, geroerd, vergraven, dekzand Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, geroerd, geleidelijk, Weinig gevlekt grijsbeige, vergraven, dekzand Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, C-horizont, moedermateriaal, dekzand
0
0
bosgrond
65
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk wortelhoudend, donkerbruin, iets klei?, A-horizont, bouwvoor, dekzand
-25 -50 -75 90
-100 120
Veen, sterk kleiïg, donker zwartbruin, onderin kleiig, bosveen, zwak amorf Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, iets klei?, C-horizont, moedermateriaal, dekzand
Projectnr.: 417318ARCHEOVenray N270
Bijlage 3: Profielbeschrijvingen met waarnemingen Boring: d303 0
Boring: d304 0
bosgrond Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, sterk wortelhoudend, donkerbruin, A-horizont, bouwvoor, dekzand
-25 -50
0 -25 -50
Boring: d308 0
30
60
70
-75 -100
100
Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, C-horizont, moedermateriaal, dekzand
-75 90
bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk wortelhoudend, donkerbruin, iets klei?, A-horizont, bouwvoor, dekzand Veen, mineraalarm, oranjebruin, bosveen, zwak amorf
0
Boring: d313 0
bosgrond
55 60
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk wortelhoudend, donkerbruin, A-horizont, bouwvoor, dekzand
-25 -50 -75 90
Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, iets klei?, C-horizont, moedermateriaal, dekzand
Boring: d319 0
Boring: d503a 0 20
-25 -50
60
-75 90
-100 120
bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk wortelhoudend, donkerbruin, iets klei?, A-horizont, bouwvoor, dekzand
0
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, geroerd, Weinig gevlekt grijsbeige, A-horizont, bouwvoor, Formatie van Kreftenheye
-25 -50
Zand, matig fijn, matig siltig, -75 zwak humeus, geroerd, Veel -100 gevlekt grijsbeige, aan de basis zandig Veen, sterk kleiïg, donker zwartbruin, onderin kleiig, bosveen, zwak amorf Zand, matig fijn, matig siltig, matig roesthoudend, grijsbeige, iets klei?, C-horizont, moedermateriaal, dekzand
bosgrond
0
0
-25 -50 75
-125
-50 70
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk wortelhoudend, donkerbruin, iets klei?, A-horizont, bouwvoor, dekzand Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, iets klei?, C-horizont, moedermateriaal, dekzand
0
0
-25 -50
50
-75
Veen, sterk kleiïg, donker zwartbruin, onderin kleiig, aan de basis zandig, bosveen, zwak amorf
bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk wortelhoudend, donkerbruin, iets klei?, A-horizont, bouwvoor, dekzand Veen, zwak kleiïg, donker oranjebruin, bovenin kleiig, aan de basis zandig, bosveen, zwak amorf
-100 -125
140
Zand, matig fijn, matig siltig, -150 zwak roesthoudend, grijsbeige, C-horizont, moedermateriaal, dekzand
bosgrond Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk wortelhoudend, donkerbruin, iets klei?, A-horizont, bouwvoor, dekzand
-100
170
30
bosgrond
Boring: d510a
90
-150
0
Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, C-horizont, moedermateriaal, dekzand
-75
-125
-25
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker zwartbruin, B hor??, geleidelijk, Weinig gevlekt grijsbeige, bodem
Boring: d507a 0
0
150
Zand, matig fijn, matig siltig, matig roesthoudend, -150 grijsbeige, iets klei?, C-horizont, -175 moedermateriaal, dekzand
160
190
Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbeige, iets klei?, C-horizont, moedermateriaal, dekzand
Kaartbijlagen
39921
27896
29652 36085 34838
393000,000000
34083 31932 32721 63943 53551 53552 30406 31949 59069 32521 6659748 19328 2125027598 16277
50490 50492 131089
29643
11127
29641 32589
392000,000000
50483 50482 31937
Legenda
17009
391000,000000
Monumenten WAARDE
296546696 15258 1748932620
29664 6591
2124121243
16230
29655
405451
28259
429303 16162 4894839696 405449 28797 428621 442763 17021 18681 426244 21122 41433 41544
9292 2964929650
16266
27989
29647
54424
26044 754
39975 54120 33435
11126
28048 C0
32742
35762 Terrein 31911 van archeologische waarde 22145
Terrein van zeer hoge archeologische waarde 20273 417856 424218 22450 Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd 433399 441381 0 20271 50208 46559 196000,000000
32619 6694 15259 15326 21240 32607 15327 15260 17493 349236693 17486 751 750 21242
29665
27218
Terrein van hoge archeologische waarde
37783 35668 34468 36108
425761 26157
16160
30952
Waarnemingen 49716 49717 43472 51508 32495 Onderzoeksmeldingen
17432
29666 32763 65896 749 32724
32621
15840
5371 14290
28690
29653
23697 421091
Plangebied 31088 ! (
13080
29939
47800 47799
15349 14062
34386
29394
7050 29642
197000,000000
49596 49597
340
41796
38087
8243 44512 18186 29651 10352 130649 130648
6734 33457
32496
669015435 17485 14288
421080 16957 421046 13816
41638224316 426591 417884 31280 24317 54547 53937
31898
51023
31942 61740
31928
16269
26727
36340 36924
36363
45609
32594
1514
48186
30521
52464 44644 32846 26043 752 745 747 5248247549 40507 44641 15043
10115
2935
45732 17487 45731 174886695
40383156278 13287
4464252448
54425
22503 440519 441636 23355
16268
31935
56660
200000,000000
29658
440777 15325
1.360 Meter 198000,000000
NR
32731 29659
32613 29657
680
393000,000000
427748 25058 35687
417066 35099 33848
2934
199000,000000
416656 410511 35721 416740 29575 34124 28037 24615 25221 28051
394000,000000
198000,000000
392000,000000
1036840233
197000,000000
OPDRACHTGEVER
12-12-2017 DATUM
32615 28039 15329 32617
52822
29662
33230 1533021246
64079
199000,000000
PROJECTOMSCHRIJVING
BO N270 te Venray
53240
28262
Waarnemingen, onderzoeken en archeologische monumenten
KAARTNUMMER
417318-ARCHIS
28261
GIS SPECIALIST
GET.
SCHAAL
J.E. Colijn
1:13.100
PROJECTLEIDER
FORMAAT
H.J.L.C. Koopmanschap
29661
KAARTTITEL
JEC
WIJZIGING
Provincie Limburg
17490
! °
definitief 15889 27277
391000,000000
394000,000000
196000,000000
16161 12-12-2017
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
definitief
1 van 1 C0
www.anteagroup.nl
64489
200000,000000
R:\00415000\00417318\Archeologie\GIS\MXD\417318 N270 Venray goe.mxd
197750,000000
d206
!
392500,000000
197500,000000
392500,000000
197250,000000
d203
!
d215
!
d308
d304
!
! d303
!
d313
!
d301
!
d319
!
d507a
!
d510a
d503
!
!
392250,000000
NR
24-5-2018 DATUM
OPDRACHTGEVER
Provincie Limburg
Legenda !
PROJECTOMSCHRIJVING
IVO-O N270 te Venray
KAARTTITEL
Boorpunten veld
Boorpuntenkaart
0
Plangebied 197250,000000
197500,000000
40
80
160 Meters
Definitief
! ° JEC
WIJZIGING
GET. GIS SPECIALIST
SCHAAL
J.E. Colijn
1:1.700
PROJECTLEIDER
FORMAAT
R. van Wijnhoven
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
24-5-2018 Definitief
1 van 1 C0
www.anteagroup.nl
KAARTNUMMER
417618-S1 197750,000000
R:\00430000\00433195\MXD\433195 gaswinningslocaties.mxd
392250,000000
C0
198250,000000
198500,000000
198750,000000
d1309a
!
393000,000000
d1306a
393000,000000
!
d112
!
392750,000000
d1001a
392750,000000
!
C0
NR
24-5-2018 DATUM
OPDRACHTGEVER
Provincie Limburg
Legenda !
PROJECTOMSCHRIJVING
IVO-O N270 te Venray
KAARTTITEL
Boorpunten veld
Boorpuntenkaart
0
Plangebied 198250,000000
198500,000000
45
90
180 Meters
Definitief
! ° JEC
WIJZIGING
GET. GIS SPECIALIST
SCHAAL
J.E. Colijn
1:2.000
PROJECTLEIDER
FORMAAT
R. van Wijnhoven
A3
DATUM
BLAD IN BLADEN
STATUS
WIJZ.NR
24-5-2018 Definitief
1 van 1 C0
www.anteagroup.nl
KAARTNUMMER
417618-S2 198750,000000
R:\00430000\00433195\MXD\433195 gaswinningslocaties.mxd