CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

25 N270 Via Venray Archeologisch onderzoek

Gemeenteraad 14 december 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan N270 Via Venray.13.120 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen N270 te Venray

projectnummer 417318 definitief revisie 01 3 augustus 2020

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen N270 te Venray projectnummer 417318 definitief revisie 01 3 augustus 2020

Auteurs J.E. Colijn G. Sophie

Opdrachtgever Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg Postbus 5700 6202 MA Maastricht

datum vrijgave 03-08-20

beschrijving revisie 01 definitief

goedkeuring H.J.L.C. Koopmanschap

vrijgave F.A.C.M. Peeters

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Inhoudsopgave

Blz.

Samenvatting

3

1

Inleiding

5

2

Bureauonderzoek

6

2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.1.4 2.1.5 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.4

Beschrijving onderzoekslocatie Begrenzing onderzoeks- en plangebied Huidig en toekomstig gebruik Archeologisch beleid Landschappelijke situatie Historische situatie en mogelijke verstoringen Bekende waarden Archeologische waarden Ondergrondse bouwhistorische waarden Archeologische verwachting Bestaande verwachtingskaarten Gespecificeerde archeologische verwachting Conclusies en advies voor vervolgonderzoek

6 6 7 8 12 15 16 16 22 22 22 26 27

3

Veldonderzoek

29

3.1 3.2 3.3 3.3.1 3.3.2

Doel- en vraagstelling Onderzoeksopzet en werkwijze Resultaten Bodemopbouw Archeologie

29 29 30 31 32

4

Conclusies en advies

33

4.1 4.2

Conclusies (Selectie)advies

33 34

Literatuur en geraadpleegde bronnen

35

Bijlagen 1 2 3

Archeologische perioden AMZ-cyclus Boorbeschrijvingen

Kaartbijlagen 417318-ARCHIS

Gegevens uit ARCHIS

Blad 1 van 35

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Administratieve gegevens Projectnummer Antea Group OM-nummer Provincie Gemeente Plaats Toponiem

417318 4578991100 Limburg Venray Venray N270

Kaartblad 52B Coördinaten W: 195471/391863 O: 199247/393227 Centrum: 197483/392464 Opdrachtgever Uitvoerder Datum uitvoering Projectteam

Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg Antea Group december 2017/mei 2018 H.J.L.C. Koopmanschap (projectleider) J.E. Colijn (KNA-archeoloog)

Vrijgave conform KNA A. Brokke (senior KNA-archeoloog) Bevoegd gezag Gemeente Venray Beheer documentatie Antea Group Vondstdepot n.v.t.

Afbeelding 1. Uitsnede topografische kaart 1:25.000 met in rood de ligging van het plangebied (niet op schaal).

Blad 2 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Samenvatting In de periode van december 2017-mei 2018 heeft Antea Group in opdracht van de provincie Limburg een archeologisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van de herinrichting van de N270 te Venray, gemeente Venray. Dit onderzoek heeft bestaan uit een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek d.m.v. verkennende boringen. De Provincie Limburg is voornemens de provinciale weg N270 Eindhoven – Well gelegen tussen km 38.3 en km 42.0 in de gemeente Venray her in te richten. Dit voornemen is echter in het huidige bestemmingsplan deels niet toegestaan. Het plan bevindt zich in een oriënterende fase. In dit kader is inzicht gewenst in mogelijk consequenties met betrekking tot het aspect archeologie. Het plangebied valt binnen verschillende bestemmingsplannen, waarvan 90% een dubbelbestemming archeologie kent. 1 Bij deze dubbelbestemmingen dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden indien de bodemingrepen een oppervlakte groter dan 500 m 2 beslaan en/of de bodem dieper dan 0,5 m – mv verstoren. De geplande ingrepen gaan dieper dan een eventueel aanwezig archeologisch vlak, waardoor archeologisch vooronderzoek voorafgaand aan deze ingreep noodzakelijk is. Voor het plangebied geldt een brede archeologische verwachting.

Er kunnen in theorie archeologische resten worden aangetroffen uit het paleolithicum tot en met de late middeleeuwen/nieuwe tijd, afhankelijk van de bodemopbouw. Voor de ontwikkelingen aan de aansluitingen van de N270 aan de Leunseweg, de aansluiting tussen de Leunseweg en De Brier en in de wegbermen van de landbouwroute lijkt, op basis van de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving en aanwezigheid van grote hoeveelheid kabels en leidingen en opgehoogde terreindelen, de kans op het aantreffen van een intacte top van de C-horizont klein. Bij alle onderzoeken die in dit gebied zijn uitgevoerd bleek de bodem volledig vergraven, waarbij eventueel aanwezige archeologische sporen verloren zijn gegaan. De kans is groot dat dit ook het geval is binnen de geplande ontwikkelingen, zeker gezien het feit dat ook hier al bestaande wegen en kruisingen liggen. De viaducten van de N270 over de A73 en de spoorlijn zijn in het verleden met meer dan 2 m opgehoogd. De nieuwe ontwikkelingen voorzien alleen graafwerkzaamheden binnen deze ophoging, waarbij het oorspronkelijke maaiveld dus niet verstoord wordt. Ook hier is archeologisch onderzoek in de vorm van boringen dus niet noodzakelijk. De westelijke op- en afrit van de A73 wordt naar het westen verplaatst, waarmee hij grotendeels op huidige weilanden en bosschages komt te liggen.

Het advies is om hier een aantal verkennende boringen te plaatsen, aangezien hier niet met zekerheid kan worden gesteld dat de bodem hier in het verleden verstoord is geraakt. Het fietspad met bijbehorende fietslus is ook onderzoeksplichtig. Het bestemmingsplan voorziet hier ook in een dubbelbestemming waarde archeologie. Ook de rotonde, of in ieder geval de toekomstige fietstunnel, van De Blakt is onderzoeksplichtig. Ten behoeve van de nieuwe landbouwweg wordt ook geadviseerd een aantal controleboringen uit te voeren. Op deze manier wordt ook gelijk een gedeelte van de N270 onderzocht dat in de toekomst verbreed gaat worden. Er zijn dus in totaal 4 deelgebieden onderzoeksplichtig op het gebied van archeologie. Hier wordt geadviseerd een aantal controleboringen te zetten om de mate van intactheid van het bodemprofiel vast te kunnen stellen en eventuele vervolgstappen in beeld te kunnen brengen.

1 Informatie provincie Limburg

Blad 3 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Veldonderzoek In april 2018 is het veldonderzoek voor de vier deelgebieden uitgevoerd. In paragraaf 3.3.1 staat de bodemopbouw beschreven. Samengevat: deels A-AC-C profielen, enkele A-C profielen en daarnaast veel boringen die met natte omstandigheden in een beekdal samenhangen: veen in de ondergrond. Enkele boringen zijn verstoord tot einde boring ( 2 m-mv) Tijdens het booronderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied. Op basis van de resultaten van het booronderzoek adviseert Antea Group dan ook het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling zonder verder archeologisch onderzoek uit te voeren.

Blad 4 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

1

Inleiding In december 2017-mei 2018 heeft Antea Group in opdracht van de provincie Limburg een archeologisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van de herinrichting van de N270 te Venray, gemeente Venray. Dit onderzoek heeft bestaan uit een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek d.m.v. verkennende boringen. De Provincie Limburg is voornemens de provinciale weg N270 Eindhoven – Well gelegen tussen km 38.3 en km 42.0 in de gemeente Venray her in te richten. Dit voornemen is echter in het huidige bestemmingsplan deels niet toegestaan zonder archeologisch onderzoek. Het plan bevindt zich in een oriënterende fase. In dit kader is inzicht gewenst in mogelijk consequenties met betrekking tot het aspect archeologie. Het plangebied valt binnen verschillende bestemmingsplannen, waarvan 90% een dubbelbestemming archeologie kent. 2 Bij deze dubbelbestemmingen dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden indien de bodemingrepen een oppervlakte groter dan 500 m 2 beslaan en/of de bodem dieper dan 0,5 m – mv verstoren. De geplande ingrepen gaan dieper dan een eventueel aanwezig archeologisch vlak, waardoor archeologisch vooronderzoek voorafgaand aan deze ingreep noodzakelijk is. Dit onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen van de KNA 4.0.

Voor het KNA-protocol 4003 (inventariserend veldonderzoek) is Antea Group gecertificeerd conform de SIKB-BRL SIKB 4000 (Beoordelingsrichtlijn voor archeologie).

2 Informatie provincie Limburg

Blad 5 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

2

Bureauonderzoek Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied.

2.1

Beschrijving onderzoekslocatie

2.1.1

Begrenzing onderzoeks- en plangebied Het is van belang een onderscheid te maken tussen plangebied enerzijds en onderzoeksgebied anderzijds. Met plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de in de inleiding genoemde plannen en/of werkzaamheden betrekking hebben. Voor het plangebied wordt in de regel ook de ruimtelijke procedure gevoerd waarvan dit archeologisch onderzoek een onderdeel is. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord worden. Het onderzoeksgebied is het gebied waar informatie over wordt ingewonnen voor het opstellen van de gespecificeerde verwachting en is groter dan het plangebied zelf. In principe wordt een straal van 500 tot 750 m rondom het plangebied gehanteerd. Dit wordt voldoende geacht om relevante informatie te verzamelen om het gespecificeerd verwachtingsmodel op te kunnen stellen. Dit wordt gedaan omdat dit onderzoeksgebied over het algemeen een vergelijkbare situatie kent als het plangebied voor onder andere de onderdelen zoals hoogteligging, geomorfologie, historische situatie etc. Het plangebied bevindt zich ten zuiden van de kern van Venray en omvat de N270 Eindhoven – Well gelegen tussen km 38.3 en km 42.0 (afbeelding 2).

Afbeelding 2. Globale begrenzing van het plangebied (rood omrand) (bron: Globespotter, 2017).

Blad 6 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

2.1.2

Huidig en toekomstig gebruik Huidig gebruik plangebied Het plangebied is op dit moment grotendeels al in gebruik als wegtracé, namelijk de N270. Ook maken verschillende kruisingen, rotondes en op- en afritten deel uit van het plangebied. Kleine delen gaan door landbouw- of natuurgebieden. Consequenties toekomstig gebruik Het plan behelst verschillende aanpassingen aan de bestaande weg tussen km 38.3 en km 42.0, inclusief alle binnen dit wegvak gelegen aansluitingen. De voornaamste aanpassingen houden in dat het wegprofiel van de N270 wordt aangepast, waarbij het wegprofiel mogelijk wat breder wordt aangelegd. Daarnaast worden de volgende aspecten gewijzigd: In het noordelijk deel van de Leunsweg, aan de westzijde wordt een fietspad gerealiseerd ter plaatse van een bosschage, waarbij een ingreepdiepte van 1,5 m – mv wordt aangehouden; huidig viaduct kruising en rotonde Leunseweg blijft behouden en er wordt een nieuwe uitvoegstrook in een opgehoogd terreindeel aangelegd en enkele kleinere aanpassingen aan de huidige infrastructuur. Er bevinden zich hier veel kabels en leidingen in de bermen; de aansluiting tussen de Leunseweg en De Brier wordt aangepast. De weg wordt verbreed en er worden in de huidige wegbermen graafwerkzaamheden voorzien tot maximaal 1,5 m – mv.

ter plaatse van de huidige landbouwroute (Zuivelweg, Molenhofweg, Laagriebroekseweg, De Locht) wordt het wegprofiel geoptimaliseerd (verbreed). Er wordt hier mogelijk op delen in de wegbermen tot circa 0,75 meter gegraven. In de wegbermen liggen grotendeels kabels en leidingen en het wegprofiel en bermen liggen grotendeels hoger dan het omliggend maaiveld; de westelijke afrit A73 verschuift verder naar het westen en komt grotendeels op huidige weilanden en bosschages te liggen. De nieuwe op/afrit wordt verhoogd aangelegd op een nieuw grondlichaam met sloten erlangs. De huidige op/afrit met het grondlichaam wordt compleet verwijderd. Er wordt tot 1,5 m – mv gegraven; ter plaatse van de huidige rotonde De Blakt wordt een kruising aangelegd met een fietstunnel. De huidige rotonde ligt 1,5 tot 2 m hoger dan het omliggende maaiveld. Ter plaatse van de toekomstige fietstunnel worden ontgravingen voorzien van 0 tot 3 m – mv; ten oosten van de Nobelstraat/De Germaan wordt een fietspad en fietsbrug over de spoorlijn gerealiseerd. Hier ligt de N270 al enkele meters hoger dan het omliggende maaiveld op een opgebracht grondlichaam. Hier komen de werkzaamheden dan ook niet tot de oorspronkelijk bodem. Echter, vanwege het geplande fietspad moet het talud wellicht verbreed worden, waarbij wel graafwerkzaamheden worden voorzien in het oorspronkelijke maaiveld.

In afbeelding 3 zijn de beoogde ingrepen op kaart weergegeven. In figuur 4 is met de zwarte en rode lijn het deel van de landbouwroute aangegeven war het profiel gewijzigd wordt en mogelijk in de wegbermen tot beperkte diepte wordt gegraven om het wegprofiele te verbreden.

Blad 7 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Afbeelding 3. Overzicht beoogde werkzaamheden.

Afbeelding 4. Overzicht aanpassingen landbouwroute en locatie van de tijdelijke landbouwroute.

2.1.3

Archeologisch beleid Het plangebied valt binnen het de bestemmingplannen ‘Buitengebied Venray’ (2010), ‘Venray’ (2017), ‘Leunen’ (2016), ‘Oostrum’ (2015)en ‘de Brier’ (2017) van de gemeente Venray.

Blad 8 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Hierbinnen zijn verschillende dubbelbestemmingen archeologie opgenomen (Waarde – archeologie – 1; Waarde – archeologie – 2; Waarde – archeologie – 4; Waarde – Archeologie) (afbeeldingen 5-10). Waarde – archeologie 1: archeologisch onderzoek noodzakelijk indien de bodemingrepen groter zijn dan 2500 m2 en de bodem dieper dan 0,5 m wordt verstoord; Waarde – archeologie 2: archeologisch onderzoek noodzakelijk indien de bodemingrepen groter zijn dan 500 m2 en de bodem dieper dan 0,5 m wordt verstoord; Waarde – archeologie 4: archeologisch onderzoek noodzakelijk indien de bodemingrepen groter zijn dan 500 m2 en de bodem dieper dan 0,5 m wordt verstoord; Waarde – Archeologie: archeologisch onderzoek noodzakelijk indien de bodemingrepen groter zijn dan 500 m2 en de bodem dieper dan 0,5 m wordt verstoord.

Afbeelding 5. Dubbelbestemming Waarde – archeologie – 1 binnen bestemmingplan ‘buitengebied Venray’.

Blad 9 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Afbeelding 6. Dubbelbestemming Waarde – archeologie – 2 binnen bestemmingplan ‘buitengebied Venray’.

Afbeelding 7. Dubbelbestemming Waarde – archeologie – 4 binnen bestemmingplan ‘Leunen’.

Blad 10 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Afbeelding 8. Dubbelbestemming Waarde – archeologie – 4 binnen bestemmingsplan ‘Venray’.

Afbeelding 9. Dubbelbestemming Waarde – Archeologie binnen bestemmingsplan ‘de Brier’.

Blad 11 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Afbeelding 10. Dubbelbestemming Waarde – Archeologie – 4 binnen bestemmingsplan ‘Oostrum’.

2.1.4

Landschappelijke situatie Geologie Het landschap in Noord-Limburg en oostelijk Noord-Brabant wordt in sterke mate bepaald door tektonische verschijnselen. Venray zelf ligt op (de oostelijke flank van) de zogenaamde Peelrug, een zuidoost-noordwest lopende rug. Deze Peelrug, ook wel Peelhorst genoemd, bestaat uit enkele opgestuwde aardschollen waartussen breuklijnen zijn gelegen. Aan weerszijden van deze rug vinden we delen die door de werking van aardschollen juist lager zijn komen te liggen. De aan de zuidwestzijde van de Peelrug ligt de Centrale Slenk en aan de noordoostzijde ligt de Slenk van Venlo. In deze laatste slenk bevindt zich de bedding van de Maas. De Peelhorst bestaat grotendeels uit een vrij vlak plateau met enkele laagten en vennen. Vanuit deze laagten heeft zich hoogveen kunnen ontwikkelen, waardoor op den duur vrijwel het gehele Peelplateau overdekt was met een veenkussen. Het huidige Peelgebied is hier nog een restant van. De Peelhorst vormt tevens de waterscheiding tussen Noord-Limburg en Oost-Brabant, waardoor de flanken worden doorsneden door talrijke beekdalen. Het verschil in reliëf tussen enerzijds de Peelrug en anderzijds de slenken aan weerszijden was aanvankelijk veel groter dan tegenwoordig. Door sedimentatie zijn de slenken in de loop van miljoenen jaren opgevuld met een tientallen meters dik pakket aan afzettingen.

Op de hoger gelegen rug heeft veel minder sedimentatie plaatsgevonden, die bovendien sterk onderhevig is geweest aan erosie. Het afzettingspakket op de Peelrug, en dus ook binnen het plangebied, bestaat voornamelijk uit pleistoceen dekzand. Dit dekzand is tijdens de koudere fasen van het Weichselien, de laatste ijstijd, door de wind aangevoerd en afgezet. Het pakket aan dekzand kan worden onderverdeeld in het Oude en het Jonge dekzand. Het Oude dekzand dateert uit het pleniglaciaal (ca. 30.00013.000 jaar geleden), terwijl het Jonge dekzand in de laatste fase van het Weichselien is afgezet

Blad 12 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

(ca. 13.000-10.000 jaar geleden). Het materiaal van beide afzettingen kent een lokale oorsprong. Beide pakketten kunnen aan het oppervlak voorkomen, waarbij het jonge dekzand over het algemeen leemarmer en homogener van samenstelling is dan het oude dekzand. Het dekzand op de flank van de Peelhorst is afgezet in de vorm van oost-west georiënteerde dekzandruggen, gescheiden door beekdalen.3 Geomorfologie en AHN Op de geomorfologische kaart zijn verschillende geologische eenheden te onderscheiden binnen het plangebied (afbeelding 11). Ook is een gedeelte van het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging in de bebouwde kom. Er komen binnen het plangebied beekdalbodems met veen(code 2R4), beekdalbodems zonder veen die laaggelegen zijn (code 2R5), glooiingen van een beekdalzijde (code 3H11) en hoogstwaarschijnlijk ook dekzandruggen (met oud bouwlanddek)(code 3L5/geel op de kaart) voor. Daarnaast komen er ook lage, middelhoge en hoge dijken voor binnen het plangebied(code D1 t/m D3). Het gaat hier om de ophogingen waarbij de N270 op een verhoogd grondlichaam ligt.

Afbeelding 11. Uitsnede van de geomorfologische kaart met in oranje het plangebied (bron: Archis3) (legenda: blauwgroen (2R4) = beekdalbodems met veen, donkergroen (2R5) = beekdalbodems zonder veen, groen (3H11) = glooiingen van beekdalzijde, roze (D1 t/m D3) = dijken, geel = dekzandruggen, grijs = bebouwing).

Op de kaart van het Actueel Hoogtebestand Nederland is het beekdal zeer goed zichtbaar (afbeelding 12). Deze ligt namelijk aanzienlijk lager dan de rest van de omgeving. Hier wordt dus ook goed duidelijk dat het plangebied zich op de overgang van een hoger gelegen dekzandrug naar het lager gelegen beekdal bevindt, wat ook duidelijk werd uit de aanwezige bodemeenheden. De laagste delen van het plangebied liggen gemiddeld op zo’n 20 m + NAP, de hoogste delen op 24 m +NAP. De overgangen van de N270 over de A73 en de spoorlijn liggen op circa 29-30 m +NAP.

3 Berendsen 2004.

Blad 13 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Afbeelding 12. Uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) met in rood bij benadering het plangebied (bron: www.ahn.nl) (legenda: van blauw (laag) naar rood (hoog).

Bodem en grondwater Op de bodemkaart is het plangebied wel volledig gekarteerd, ook de delen die op de geomorfologische kaart als bebouwd gebied werden weergegeven (afbeelding 13). Er komen binnen het plangebied hoge zwarte enkeergronden (code zEZ23), moerveengronden op zeggeveen (code zVc) en gooreerdgronden (code pZn23) voor. Gooreerdgronden komen vooral voor in het gebied dat gelegen is op een overgang van een beekdal naar een hogere dekzandrug. Deze gronden zijn niet erg gunstig voor bewoning vanwege een minder goed gedraineerde ondergrond. De moerveengronden komen voor ter hoogte van het beekdal. Hoge zwarte enkeergronden ontstaan door zogenaamde plaggenbemesting. Het gaat hierbij om potstalmest die is vermengd met heideplaggen, afval en zand. Door jaar in jaar uit plaggen op de akkers te brengen, zijn donkere, humushoudende ophogingslagen ontstaan. Door deze dikke bovengrond (>50 cm) vormen zij een bescherming voor eventueel aanwezige archeologisch sporen en resten tegen invloeden van buitenaf. De grondwatertrap ligt gemiddeld op V. Bij deze grondwatertrap ligt de gemiddeld hoogste grondwaterstand op minder dan 0,4 m – mv. De gemiddeld laagste grondwaterstand ligt op meer dan 1,2 m – mv.

Blad 14 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Afbeelding 13. Uitsnede van de bodemkaart incl. grondwatertrappen met in rood het plangebied (bron: Archis3/Stiboka) (legenda: bruin = hoge zwarte enkeerdgrond, paars = moerveengrond op zeggeveen, geel = gooreerdgrond).

2.1.5

Historische situatie en mogelijke verstoringen Historische situatie De omgeving van Venray kent veel archeologische vindplaatsen uit alle perioden, al vanaf het paleolithicum. Echter, pas rond 1200 duikt Venray in de geschreven bronnen op als een nederzetting met de naam Rode. In plaatselijk dialect: Rooj. ‘Rode’ wijst op een nederzetting die door ontginning van bosgronden is ontstaan. In de 15 e eeuw profiteert Venray van de bloei van het hertogdom Gelre. Er komt een monumentale kerk, toegewijd aan Sint Petrus’ Banden, met een rijke beeldenschat. Rondom de oude kern ontstaan kerkdorpen met een eigen karakter: Castenray, Leunen, Merselo, Oostrum en Smakt. Vanaf 1900 begint de grootschalige ontginning van de Peel. De gemeente legt bossen aan en stimuleert omzetting van woeste grond in cultuurgrond. De Tweede Wereldoorlog is een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van Venray. Een groot deel van het centrum wordt verwoest of raakt beschadigd. Na de oorlog blijkt dat Venray nieuwe wegen moest inslaan, waarna in 1952 de industrialisatie op gang komt. Het platteland verandert ingrijpend door ruilverkavelingen en intensieve veehouderij.4

4 www.venray.nl/wonen&leven/gemeentearchief/geschiedenisvanvenray

Blad 15 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Historisch kaartmateriaal Op de kadastrale minuut van 1811-1832 bestaat het plangebied grotendeels uit landbouwgebied, waardoor een aantal kleine wegen loopt. Langs deze wegen is af en toe bebouwing aanwezig. Dit beeld zet zich voort op de kaarten uit 1900 (afbeelding 14). Hierop zijn verschillende verbindingen te zien en wordt ook de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern van Venray duidelijk. Er is enige bebouwing aanwezig, maar het overgrote deel bestaat uit akkergebieden en grasland. In 1978 verschijnt voor het eerst de huidige N270 op de topografische kaart en zijn er ook al verschillende nieuwbouwwijken aanwezig ten noorden van de N270. In 1998 heeft het plangebied grotendeels zijn huidige vorm aangenomen, waarbij ook de op- en afrit aanwezig zijn voor de A73. De oorspronkelijke historische bebouwing zal binnen het plangebied niet meer aanwezig zijn vanwege de grootschalige herinrichting ten behoeve van de N270 en de A73. Na 2010 zijn hier ook nog de grote bedrijventerreinen de Brier en De Hulst/De Blakt aangelegd.

Afbeelding 14. Uitsnede van de topografische kaart van 1900 met in oranje het plangebied (bron: Archis3) Mogelijke verstoringen De aanleg van de N270 en A73 en bijbehorende infrastructurele werken (kabels, leidingen etc.) zal voor grootschalige verstoring van de bodem hebben gezorgd. Tevens zal de aanleg van de bedrijventerrein De Brier en De Blakt/De Hulst II voor grootschalige verstoring gezorgd hebben. De exacte verstoringsdiepten, van voorgenoemde werken zijn echter niet bekend.

2.2

Bekende waarden

2.2.1

Archeologische waarden Uit het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed zijn de bekende archeologische waarden in een omtrek van ongeveer 500 tot 750 m rondom het plangebied opgevraagd. Het betreft archeologische rijksmonumenten, archeologische

Blad 16 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

waarnemingen (zoals vondsten) en meldingen van eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken (zie kaart 417318-ARCHIS in de kaartbijlage). Gegevens uit ARCHIS: archeologische rijksmonumenten Er zijn binnen het onderzoeksgebied twee archeologische rijksmonumenten aanwezig. De eerste ligt op circa 180 m ten noorden van de huidige op/afrit van de A73 en betreft een terrein met sporen van begravingen (grafveld) uit de Romeinse tijd en sporen van bewoning uit de vroege en late middeleeuwen (monumentnr. 513109; op de ARCHIS-kaart in de bijlage wordt de oude nummering nog gebruikt. Hier heeft dit monument het nummer 11127). Het grafveld dateert uit de 2e eeuw na Chr. en de nederzetting dateert uit de 7e-8e en de 11e en 12e eeuw. Een gedeelte van deze vindplaats is opgegraven in 1993. Het tweede archeologische rijksmonument ligt op circa 600 m ten noordoosten van de rotonde tussen de Mgr. Hanssenstraat en de Wanssumseweg (monumentnr. 46120; op de ARCHIS-kaart in de bijlage heeft dit terrein het nummer 1514). Het gaat om een terrein met resten van een mottekasteel uit de late middeleeuwen. Het gaat hierbij om het kasteel (oorspronkelijk dus een motte) Huis Spra(e)tlant, dat in oorkonden uit 1257 en 1465 wordt genoemd. Het kasteel werd in 1450 verwoest. Het monument omvat de kasteelheuvel en de verlandde, maar nog zichtbare, grachten.

Er is ook sprake van buiten de gracht gelegen wallen. Monumentnr.

Waarde

Complex

Begin

Eind

513109/11127 zeer hoge archeologische Grafveld, waarde, beschermd onbepaald

Romeinse tijd: 12 vC - Romeinse tijd: 12 vC 450 nC 450 nC

513109/11127 zeer hoge archeologische Nederzetting, waarde, beschermd onbepaald

Middeleeuwen vroeg: Middeleeuwen laat: 450 - 1050 nC 1050 - 1500 nC

46120/1514 zeer hoge archeologische Mottekasteel Middeleeuwen laat: waarde, beschermd 1050 - 1500 nC Tabel 1. AMK-terreinen binnen onderzoeksgebied (bron: ARCHIS).

Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC

Gegevens uit ARCHIS: archeologische waarnemingen Binnen het plangebied is een aantal waarnemingen bekend (tabel 2). De eerste bevindt zich ter hoogte van de Enge-Steeg (waarnemingsnr. 32496) en betreft verschillende scherven handgevormd aardewerk uit de late bronstijd en de ijzertijd. Deze werden aangetroffen tijdens de aanleg van de weg Venray-Wansum-Well, op 1 m onder maaiveld. De tweede waarneming betreft verschillende scherven ‘zwart’ aardewerk. Deze dateren uit het neolithicum tot en met de nieuwe tijd, wat een vrij brede datering is. Het aardewerk is aangetroffen ten zuiden van de Zuivelweg (waarnemingsnr. 31937). De volgende waarneming bevindt zich ter hoogte van De Brier (waarnemingsnr. 29642). Het betreft een bijl van blauwachtig vuursteen en het markeert ook de vindplaats die aanwezig is op de gemeentelijke beleidskaart (zie paragraaf 2.3.1). Ten zuiden van de weg De Voorde zijn twee waarnemingen aanwezig in plangebied De Hulst (waarnemingsnr. 130648/130649). Er werd een grote hoeveelheid vondsten aangetroffen, waaronder vuursteen en keramiek, uit zowel de prehistorie als de Romeinse tijd en vroege en late middeleeuwen. Er werd aanvullend onderzoek geadviseerd. Iets ten noordoosten van de vorige waarneming zijn tijdens een opgraving ook verschillende vondsten aangetroffen (waarnemingsnr. 51023).

Er werden vondsten aangetroffen uit de ijzertijd, late bronstijd en Romeinse tijd.

Blad 17 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Zaakid

Waarnemingsnr. (oud)

begin

eind

complextype

verwerving

2883271100 32496

Late Bronstijd

IJzertijd

Bewoning (inclusief verdediging)

Niet-archeologisch: graafwerk

2879846100 31937

Neolithicum

Nieuwe tijd laat

Niet te bepalen

Niet te bepalen

3115221100 29642

Vroeg Neolithicum B

Laat Neolithicum Niet te bepalen B

Niet-archeologisch: graafwerk

2030453100 130648/130649

Paleolithicum

Late Niet te bepalen middeleeuwen B

Archeologisch: boring

2056090100 51023

IJzertijd

Romeinse Tijd

Archeologisch: opgraving

Bewoning (inclusief verdediging)

Tabel 2. Archeologische waarnemingen binnen plangebied (bron: ARCHIS)

Verder zijn er in de wijdere omgeving van het plangebied ook een groot aantal archeologische waarnemingen bekend uit allerlei verschillende perioden. Deze staan hieronder weergegeven in een tabel. Zaakid

begin

eind

complextype

verwerving

2010324100 Midden Neolithicum

Late Middeleeuwen B

Archeologisch: boring

2019721100 Vroege Middeleeuwen A

Late Middeleeuwen bewoning (inclusief A verdediging)

archeologisch: opgraving

2019721100 Vroege Middeleeuwen B

Vroege Middeleeuwen B

archeologisch: opgraving

2030453100 Paleolithicum

Late middeleeuwen B

2056090100 Midden Neolithicum A

Nieuwe Tijd

bewoning (inclusief verdediging)

archeologisch: opgraving

2056090100 IJzertijd

IJzertijd

begraving

archeologisch: opgraving

2075158100 Midden Romeinse Tijd

Midden Romeinse Tijd

grafveld, crematies

archeologisch: opgraving

2075158100 Vroege Middeleeuwen B

Vroege Middeleeuwen B

begraving

archeologisch: opgraving

2075158100 Vroege Middeleeuwen B

Late Middeleeuwen bewoning (inclusief A verdediging)

archeologisch: opgraving

2116670100 Laat Neolithicum B

Late Middeleeuwen B

archeologisch: boring

2865224100 Vroeg Neolithicum B

Vroeg Neolithicum B

verwervingswijze niet te bepalen

2865257100 Paleolithicum

IJzertijd

archeologisch: (veld)kartering

2865281100 Neolithicum

Midden Bronstijd

niet-archeologisch: graafwerk

2865362100 Vroeg Neolithicum B

Bronstijd

indirect: literatuur

2879838100 Late Middeleeuwen Late Middeleeuwen B B

Blad 18 van 36

grafheuvel

Archeologisch: (veld)kartering

niet-archeologisch: graafwerk

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

begin

eind

2884535100 Romeinse Tijd

Zaakid

Romeinse Tijd

2932292100 Midden Bronstijd

Midden Bronstijd

bewoning (inclusief verdediging)

niet-archeologisch: graafwerk

2956074100 Late IJzertijd

Late IJzertijd

bewoning (inclusief verdediging)

archeologisch: opgraving

2956074100 Midden Romeinse Tijd

Nieuwe Tijd

akker / tuin

archeologisch: opgraving

2956600100 Paleolithicum

Late Middeleeuwen bewoning (inclusief verdediging)

3044509100

complextype

verwerving verwervingswijze niet te bepalen

archeologisch: boring

steen- of pannenbakkerij archeologisch: (veld)kartering

3044525100 Vroege Middeleeuwen

Late Middeleeuwen bewoning (inclusief verdediging)

archeologisch

3044525100 Mesolithicum

Neolithicum

archeologisch

3123013100 Romeinse Tijd

Romeinse Tijd

3150165100 Nieuwe Tijd

Nieuwe Tijd

steen- of pannenbakkerij archeologisch: boring

3178127100 Romeinse Tijd

Romeinse Tijd

grafveld, crematies

indirect: literatuur

archeologisch: (veld)kartering Tabel 3. Archeologische waarnemingen binnen onderzoeksgebied (bron: ARCHIS)

Gegevens uit ARCHIS: eerdere onderzoeken Ook zijn er al een aantal onderzoeken uitgevoerd binnen het plangebied. De eerste betreft een archeologisch booronderzoek ten zuiden van de Acaciastraat (OM-nr. 6734). Uit het bureauonderzoek bleek dat het plangebied een hoge archeologische verwachting kende, wat werd veroorzaakt door de ligging op een esdek. Het booronderzoek laat echter zien dat het terrein tot op grote diepte verstoord is. Er werd geen verder archeologisch onderzoek aanbevolen.5 Het tweede onderzoek ligt tussen de Acaciastraat en de N270 (OM-nr. 7050). Het betreft een bureauonderzoek met verkennend booronderzoek, waaruit bleek dat de bodem in het plangebied grotendeels verstoord is. Er werd geen vervolgonderzoek aanbevolen. 6 Ten noordwesten van de rotonde van de Leusenseweg met de N270 is een archeologisch bureauen booronderzoek uitgevoerd in 2009 (OM-nr. 33457). Dit rapport was echter niet aanwezig in Archis of op Dans/Easy. Ten zuiden van de rotonde tussen de Leunseweg en de N270 (Leunseweg 22) is ook een archeologische bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd (OM-nr. 50482). Uit het veldonderzoek bleek dat het gehele plangebied was ontgraven tot in de C-horizont. Hierdoor is een groot gedeelte van de mogelijke archeologische resten verloren gegaan.

Het plangebied werd vrijgegeven.7 Ter hoogte van de kruising van de Leunseweg met de Molenhofweg en de Albronstraat is in 2011 door Econsultancy een bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd (OM-nr. 47800). Er werden acht boringen gezet. De top van het bodemprofiel bestaat uit een bouwvoor 5 Benthem en Stiekema, 2004. 6 Gheysen, 2004. 7 Boots en Stiekema, 2012.

Blad 19 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

van 20 cm. Direct onder de bouwvoor is een verstoorde laag met een dikte van 70 cm aangetroffen, welke zich kenmerkt door de aanwezigheid van kleurafwijkingen en vlekken, bestaande uit delen van zowel de bovenliggende laag als de onderliggende natuurlijke afzettingen. De top van de C-horizont bevindt zich op 90 cm – mv. Volgens de bodemkaart wordt van nature een veldpodzolbodem in het gebied verwacht. Op basis van het boorprofiel kan worden geconcludeerd dat deze bodem door de (diepe) bodemverstoring niet meer intact in het plangebied aanwezig is.8 In 2005 is door Grontmij een archeologisch bureauonderzoek met een archeologische begeleiding uitgevoerd voor de herinrichting van de Oostrumse beek (OM-nr. 14290). Uit het bureauonderzoek bleek dat er voor het plangebied een lage tot middelhoge archeologische verwachting gold. Tijdens de begeleiding bleek dat het bodemprofiel vrijwel intact was. Het bodemprofiel bestond uit een donkere bouwvoor van circa 30 cm met daaronder een inspoelingslaag die geleidelijk lichter wordt (de C-horizont). De diepte van de C-horizont wordt helaas niet genoemd in het rapport. Er werden geen archeologische waarden aangetroffen. 9 Ten oosten van de op- en afrit van de A73 is door ADC ArcheoProjecten een verkennend booronderzoek uitgevoerd in 2008 (OM-nr. 29939). Helaas was het rapport niet aanwezig op Archis of op DANS/EASY.

Er werd geen vervolgonderzoek uitgevoerd, voor zover kan worden opgemaakt uit archis, waaruit de conclusie kan worden getrokken dat de boringen hoogstwaarschijnlijk een verstoord profiel laten zien. Ter plaatse van het bedrijventerrein De Hulst zijn ook een aantal grote onderzoeken uitgevoerd. RAAP heeft in 1998 een groot booronderzoek uitgevoerd (OM-nr. 10352). Hieruit blijkt dat in grote delen van het plangebied een esdek aanwezig is. De top van de C-horizont bevindt zich over het algemeen tussen 40 en 90 cm – mv, waarbij op sommige plaatsen ook een cultuurlaag aanwezig was. De eindconclusie was dat er op verschillende plaatsen in het plangebied De Hulst, met name in het noordelijk deel langs het voormalige beekdal, archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Er werden drie vindplaatsen gelokaliseerd, waarvoor vervolgonderzoek werd aanbevolen.10 Eén van deze vindplaatsen werd in 2002 opgegraven (OM-nr. 18186). Het merendeel van de aangetroffen archeologische resten dateert uit de ijzertijd en de midden-Romeinse tijd. Het materiaal wijst op een datering in de vroege en late ijzertijd, maar er zijn ook scherven uit de late bronstijd gevonden. Enkele huisplattegronden dateren uit oudere periodes. Mogelijk hebben er nog meer huizen gelegen.

De sporen uit de late ijzertijd zijn over de hele dekzandrug verspreid waargenomen, die uit de midden-Romeinse tijd concentreren zich op het hoogste deel van de rug.11 Binnen De Hulst II werd nog een archeologische opgraving uitgevoerd (OM-nr. 8243). Het rapport kon niet digitaal teruggevonden worden, maar hier werden resten aangetroffen uit de ijzertijd en de Romeinse tijd. Voor het bedrijventerrein De Blakt is in 2006 een groot karterend booronderzoek uitgevoerd (OM-nr. 17432). Uit dit booronderzoek bleek dat de enkeerdbodems niet aanwezig zijn binnen het plangebied en waarschijnlijk ook nooit aanwezig zijn geweest. Over het algemeen is sprake van een AC-horizont, met overwegend een circa 40 cm dik humeus dek. De C-horizont bevindt 8

Stiekema, 2011.

9 Geraeds, 2005. 10 Rensink, 1998. 11 Velde en Kenemans, 2002.

Blad 20 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

zich al op geringe diepte, tussen 50 en 70 cm – mv. Er werd geadviseerd vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van proefsleuven.12 Dit proefsleuvenonderzoek werd in 2007 uitgevoerd door Synthegra (OM-nr. 23697). Helaas was dit rapport niet digitaal aanwezig. Er is geen vervolgonderzoek uitgevoerd in de vorm van een opgraving en in het nieuwe bestemmingsplan van De Blakt 2017 is er geen dubbelbestemming archeologie opgenomen voor het gebied.

Zaakid

OM-nr (oud)

type onderzoek

uitvoerder

2049198100

6734 archeologisch: boring

ADC ArcheoProjecten

2050541100

7050 Archeologisch: boring

BILAN

2232646100

33457 Archeologisch: boring

Archeopro

2357379100

50482 Archeologisch: bureauonderzoek

Econsultancy

2336853100

47800 Archeologisch: boring

Econsultancy

2098098100

14290 Archeologisch: bureauonderzoek + begeleiding

Grontmij

2207341100

29939 Archeologisch: boring

ADC ArcheoProjecten

2125248100

18186 Archeologisch: opgraving

ADC

2030453100

10352 Archeologisch: boring

RAAP Archeologisch Adviesbureau

2056090100

8243 Archeologisch: opgraving

ADC ArcheoProjecten

2119862100

17432 Archeologisch: boring

Synthegra BV

2010324100

2935 archeologisch: boring

RAAP Archeologisch Adviesbureau

2017250100

749 verwervingswijze niet te bepalen

Onbekend

2019721100

747 archeologisch: opgraving

Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek

2025861100

10115 archeologisch: boring

RAAP Archeologisch Adviesbureau

2030453100

10352 archeologisch: boring

RAAP Archeologisch Adviesbureau

2056090100

8243 archeologisch: opgraving

ADC ArcheoProjecten

2062376100

9292 archeologisch: boring

BAAC BV

2067382100

745 verwervingswijze niet te bepalen

Onbekend

2075158100

752 archeologisch: opgraving

Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek

2098098100

14290 archeologisch: bureauonderzoek

Grontmij

2116670100

16957 archeologisch: (veld)kartering

Synthegra BV

2125248100

18186 verwervingswijze niet te bepalen

ADC ArcheoProjecten

2203420100

29394 archeologisch: bureauonderzoek

Econsultancy BV

2207341100

29939 archeologisch: boring

ADC ArcheoProjecten

2211675100

30521 archeologisch: bureauonderzoek

Grontmij

2320952100

45609 archeologisch: boring

BAAC BV

2335143100

47549 archeologisch: boring

Econsultancy BV

2482856100 65896 archeologisch: opgraving Onbekend Tabel 4. Eerder uitgevoerde onderzoeken binnen onderzoeksgebied (bron: ARCHIS).

12 Hensen, 2006.

Blad 21 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

2.2.2

Ondergrondse bouwhistorische waarden Er zijn binnen het plangebied geen aanwijzingen voor geregistreerde ondergrondse bouwhistorische waarden bekend.13 De bebouwing en wegen die aanwezig zijn op de historische kaarten kunnen echter wel gezien worden als ondergrondse bouwhistorische waarden, maar deze zijn niet geregistreerd.

2.3

Archeologische verwachting

2.3.1

Bestaande verwachtingskaarten Provinciale verwachtingskaart Op de provinciale verwachtingskaart van de gemeente Limburg is er binnen het plangebied een provinciaal archeologisch aandachtsgebied, namelijk de ‘Beekdalen-Noord Venray-Zuid’. De provincie wil zich inzetten voor het behoud en onderzoek van archeologische waarden in deze gebieden. Het uitgangspunt hierbij is niet de bescherming van het gehele aandachtsgebied, gezien het feit dat het niet van te voren bekend is welke waarden aanwezig zijn en waar de vindplaatsen exact liggen. Het basisprincipe voor het beleid is een hoge kwaliteit van archeologisch onderzoek. In 2014 zijn de archeologische aandachtsgebieden verankerd in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL). Binnen deze gebieden dient altijd eerst een archeologisch bureauonderzoek in combinatie met een verkennend booronderzoek uitgevoerd te worden.14 In het hier vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’ is op basis van de provinciale verwachtingskaart vooronderzoek verplicht gesteld bij ontwikkelingen groter dan 500 m2 of die de bodem dieper verstoren dan 0,5 m – mv. Hier wordt echter niet gesproken over een verplicht bureauonderzoek plus booronderzoek, maar wordt gestart met een archeologisch bureauonderzoek.

Afbeelding 15. Uitsnede van de provinciale verwachtingskaart met in groen het provinciaal archeologisch aandachtsgebied (bron: 13 www.atlasleefomgeving.nl 14 Gaauw, 2008.

Blad 22 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

http://portal.prvlimburg.nl/gisviewer/viewer.do?appCode=0d00dd009b6c01217a3868d6a0aeba97&forceVi ewer=true&cmsPageId=1#)

Gemeentelijke verwachtingskaart De gemeente Venray heeft ervoor gekozen om hun archeologische verwachtingskaart op te splitsen in een aantal verschillende onderdelen. Het gaat hierbij om een onderverdeling tussen natte en droge gebieden en een onderverdeling in jager-verzamelaars en landbouwers. Dit heeft geresulteerd in vier verschillende verwachtingskaarten. Er zijn binnen het plangebied een aantal aandacht zones aan te wijzen: Hoge verwachting op het aantreffen van resten van jager-verzamelaars ter hoogte van een zogenaamde ‘gradiëntzone’. Het gaat hierbij om overgangsgebieden van nat/laag naar droog/hoog, waarbij voornamelijk het voorkomen van verschillende vegetatietypen en de daaraan gekoppelde voedselbronnen een belangrijke reden waren om hier een kampement op te richten. Ook was in de nabijheid van lagere terreindelen (drink)water voorhanden. o Deze hoge verwachting geldt vanaf de huidige viaduct kruising van de Leunseweg met de N270 tot en met (ongeveer) de op- en afrit van de A73 (zie afbeelding 16). De werkzaamheden aan het huidige viaduct, waarbij een afrit wordt aangelegd, vinden dus plaats in deze hoge verwachtingszone Hoge verwachting voor landbouwers in droge gebieden. Deze verwachting is gebaseerd op de aanwezigheid van bepaalde bodemtypen, zoals enkeerdgronden.

o Deze hoge verwachting geldt voor bijna alle voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied, afgezien van een gedeelte van de nieuwe op- en afritten van de A73 (zie afbeelding 17). Er geldt een onbekende verwachting op het aantreffen van resten van economische en rituele activiteiten (bijvoorbeeld resten van visserij en rituele deposities) voor een klein gedeelte van het plangebied. Het gaat hierbij om de locatie van het voormalige beekdal, waarbij ook een hoge verwachting geldt op het aantreffen van afvaldumps voor alle perioden. Ook geldt er een middelhoge verwachting op het aantreffen van goed geconserveerde organische resten. Er worden hier vanwege de natte omstandigheden geen bewoningssporen verwacht. o Deze verwachtingen gelden voor het gedeelte vanaf de op- en afritten van de A73 naar het oosten toe (zie afbeelding 18). Als laatste is er een soort overzichtskaart gemaakt die de verwachting weergeeft voor jager-verzamelaars en landbouwers in zowel natte als droge gebieden. Hiervoor komen binnen het plangebied alle verwachtingen voor; van onbekend tot hoog. o Alle werkzaamheden vallen binnen een zone met een hoge of middelhoge verwachting. Een klein gedeelte heeft een onbekende verwachting (afbeelding 19).

Blad 23 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Afbeelding 16. Uitsnede van de gemeentelijke verwachtingskaart voor jager-verzamelaars (bron: Moonen 2008, herziening 2011)(legenda: geel = droge en hoge gebieden met een lage verwachting, blauw = natte en lage gebieden met een lage verwachting, oranje = gebieden met een hoge verwachting).

Afbeelding 17. Uitsnede van de gemeentelijke verwachtingskaart voor landbouwers in droge gebieden (bron: Moonen 2008, herziening 2011)((legenda: geel = gebieden met een lage verwachting, oranje = gebieden met een middelhoge verwachting, donkeroranje = gebieden met een hoge verwachting)

Blad 24 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Afbeelding 18. Uitsnede van de gemeentelijke verwachtingskaart voor jager-verzamelaars en landbouwers in natte landschappen (bron: Moonen 2008, herziening 2011) (legenda: lichtblauw = onbekende verwachting voor resten van economische en rituele activiteiten, bijv. resten van visserij en rituele deposities) (paars = hoge verwachting voor afvaldumps van alle perioden, stippels = middelhoge verwachting voor organische resten t.b.v. paleo-ecologische reconstructies, groene stip = vindplaats landbouwers, rode stip = vindplaats jager-verzamelaar).

Afbeelding 19. Uitsnede van de gemeentelijke verwachtingskaart voor jager-verzamelaars en landbouwers in droge- en natte landschappen (bron: Moonen 2008, herziening 2011) (legenda: geel = lage verwachting, grijs = onbekende verwachting, oranje = middelhoge verwachting, donkeroranje = hoge verwachting, rode driehoek = vindplaats).

Blad 25 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

2.3.2

Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van de hiervoor gepresenteerde gegevens kan het volgende archeologische verwachtingsmodel worden opgesteld voor het plangebied. Datering Voor het plangebied geldt een brede archeologische verwachting. Er kunnen in principe resten voorkomen uit het paleolithicum tot en met de late middeleeuwen. Er geldt een hoge verwachting op het aantreffen van resten van jager-verzamelaars ter hoogte van de aanwezige gradiëntzone tussen het beekdal en de dekzandrug. Op basis van eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het plangebied lijkt in verschillende delen de kans op het aantreffen van intacte archeologische resten echter klein, veroorzaakt door diepe verstoringen aan het bodemprofiel. De resultaten van deze onderzoeken zijn echter niet altijd overgenomen in de vigerende bestemmingsplannen. Complextype Uit het paleolithicum tot en met het laat neolithicum kunnen resten worden verwacht die samenhangen met de mobiele leefwijze van de mens, zoals kleine kampementen die slechts tijdelijk en/of periodiek werden bewoond. Dergelijke vindplaatsen zijn te herkennen aan vuursteenconcentraties. Vanaf het laat neolithicum tot en met Romeinse tijd kunnen op de (flank van de) dekzandruggen resten van huizen/nederzettingen worden verwacht, alsmede schuren, spiekers en opstallen.

Verder kunnen sporen van agrarische activiteit worden aangetroffen, zoals perceleringsgreppels. Daarnaast kunnen ook menselijke begravingen/crematies worden aangetroffen, afhankelijk van de datering variërend van vlakgraven tot crematiegraven. Ook off-site materiaal kan worden verwacht. Ook de materiele neerslag van activiteiten die in het beekdal werden ontplooid, zoals de jacht en visserij, kunnen worden verwacht. Ten slotte kunnen resten die duiden op religieuze/rituele activiteit worden aangetroffen, zoals rituele deposities. Dergelijke vondsten zijn vooral te verwachten in het beekdal. Uit de middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen eveneens nederzettingen en resten van agrarische activiteit worden verwacht. Er is dus een ruime variatie aan complextypen aanwezig binnen het plangebied, verdere specificatie is niet mogelijk. Wel hangen de verwachte complextypen sterk samen met de locatie en de intactheid van het bodemprofiel. Omvang De omvang is sterk afhankelijk van het aan te treffen vindplaatstype en varieert van puntvondsten tot nederzettingen van enkele honderden vierkante meters. Diepteligging De vondsten en sporen zullen in de top van de C-horizont aangetroffen kunnen worden. Vondsten zijn ook denkbaar in de onderste laag van een (eventueel aanwezig) plaggendek. De diepteligging van deze lagen is op dit moment niet bekend.

Locatie Archeologische resten kunnen in het gehele plangebied voorkomen, aangezien de bodemopbouw in het plangebied grotendeels onbekend is.

Blad 26 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Uiterlijke kenmerken Paleolithicum tot en met laat neolithicum: vuursteenverspreiding, indicaties van de bewerking van vuursteen: halffabricaten, productieafval, productiegereedschap. Indicaties van kortdurende nederzettingen/kampen: haardkuilen, verbrand vuursteen. Indicaties voor jacht/voedselverzameling – en bereiding: werktuigen, spitsen, bijlen, schrabbers, stekers etc. In het beekdal: visfuiken, kano’s, peddels etc. Laat neolithicum tot en met late middeleeuwen: resten en structuren die wijzen op een sedentair, agrarisch bestaan. Nederzettingen: paalgaten (huizen, spiekers, opstallen, schuren), greppels, waterputten met houten beschoeiingen, afvalkuilen. Tussen het laat neolithicum en de bronstijd/ijzertijd: periode-specifieke wijze van het begraven/cremeren van de doden. Ook: rituele deposities van waardevolle objecten, zoals (ceremoniële) wapens en werktuigen. Tevens visfuiken, vishaken, kano’s, peddels etc. Middeleeuwen en nieuwe tijd: nederzettings- en ontginningssporen en resten van agrarische landinrichting. Mogelijke verstoringen De aanleg van de N270 en A73 en bijbehorende infrastructurele werken (kabels, leidingen etc.) zal voor grootschalige verstoring van de bodem hebben gezorgd. De exacte verstoringsdiepten zijn echter niet bekend.

2.4

Conclusies en advies voor vervolgonderzoek Voor het plangebied geldt een brede archeologische verwachting. Er kunnen in theorie archeologische resten worden aangetroffen uit het paleolithicum tot en met de late middeleeuwen/nieuwe tijd, afhankelijk van de bodemopbouw. Voor de ontwikkelingen aan de op/afrit en infrastructuur nabij de kruising N270 en Leunseweg, aansluiting tussen de Leunseweg en De Brier en de wegbermen langs de landbouwroute lijkt, op basis van de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving, de kans op het aantreffen van een intacte top van de C-horizont klein. Bij alle onderzoeken die in dit gebied zijn uitgevoerd bleek de bodem volledig vergraven, waarbij eventueel aanwezige archeologische sporen verloren zijn gegaan. De kans is groot dat dit ook het geval is binnen de geplande ontwikkelingen, zeker gezien het feit dat ook hier al bestaande wegen en kruisingen liggen. De viaducten van de N270 over de A73 en de spoorlijn zijn in het verleden met meer dan 2 m opgehoogd. De nieuwe ontwikkelingen voorzien alleen graafwerkzaamheden binnen deze ophoging, waarbij het oorspronkelijke maaiveld dus niet verstoord wordt. Ook hier is archeologisch onderzoek in de vorm van boringen dus niet noodzakelijk. De westelijke op- en afrit van de A73 wordt naar het westen verplaatst, waarmee hij grotendeels op huidige weilanden en bosschages komt te liggen.

Het advies is om hier een aantal verkennende boringen te plaatsen, aangezien hier niet met zekerheid kan worden gesteld dat de bodem hier in het verleden verstoord is geraakt. Het fietspad met bijbehorende fietslus is ook onderzoeksplichtig. Het bestemmingsplan voorziet hier ook in een dubbelbestemming waarde archeologie. Ook de rotonde, of in ieder geval de toekomstige fietstunnel, van De Blakt is onderzoeksplichtig. Ten behoeve van de nieuwe landbouwweg wordt ook geadviseerd een aantal controleboringen uit te voeren. Op deze manier wordt ook gelijk een gedeelte van de N270 onderzocht die in de toekomst verbreed gaat worden.

Blad 27 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Er zijn dus in totaal 4 deelgebieden onderzoeksplichtig op het gebied van archeologie. Hier wordt geadviseerd een aantal controleboringen te zetten om de mate van intactheid van het bodemprofiel vast te kunnen stellen en eventuele vervolgstappen in beeld te kunnen brengen. Het bureauonderzoek is voorgelegd aan de provincie Limburg (Bart Moonen) en de gemeente Venray (Jacob Schotten). De conclusies en het advies voor vervolgonderzoek zijn door beide akkoord bevonden (mail Schotten d.d. 30-1-2018 en mail Moonen 31-1-2018). Op basis hiervan is het verkennend booronderzoek uitgevoerd.

Blad 28 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

3

Veldonderzoek

3.1

Doel- en vraagstelling Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen van de archeologische verwachting, zoals deze op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek is opgesteld. Het uitgevoerde onderzoek betreft een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen, verkennende fase. Een verkennend onderzoek heeft als doel het in kaart brengen van eventuele verstoringen in de bodem, het verkrijgen van enig inzicht in de bodemopbouw van het gebied en aldus het in kaart brengen van kansrijke en kansarme zones wat betreft archeologie. Het onderzoek dient antwoord te geven op de volgende vragen: • •

• • • • • •

3.2

Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Is er binnen het plangebied een vindplaats aanwezig en/of zijn er archeologische indicatoren aangetroffen die hierop kunnen wijzen? Zo ja, wat is de aard, conserveringstoestand en datering van deze indicatoren/vindplaats? Indien archeologische lagen aanwezig zijn; op welke diepte bevinden deze zich en wat is de maximale diepte? Waaruit bestaat of bestaan deze archeologische laag of lagen? In welke mate wordt een eventueel aanwezige vindplaats verstoord door realisatie van geplande bodemingrepen? Hoe kan deze verstoring door planaanpassing tot een minimum worden beperkt? In welke mate stemmen de resultaten van het veldwerk overeen met de verwachtingen van de bureaustudie? Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan deze bestaan?

Onderzoeksopzet en werkwijze Datum uitvoering

11 april 2018

Veldteam

Gerjan Sophie ( senior KNA-prospector)

Weersomstandigheden

Bewolkt, circa 15 °C

Boortype

Edelman, diameter 7 cm

Methode conform Leidraad SIKB15

Niet van toepassing, het betreft verkennend onderzoek; de boringen zijn zo goed mogelijk verdeeld binnen de verschillende deelgebieden. 16

Aantal boringen Oriëntatie grid t.o.v. geomorfologie/paleolandschap Wijze inmeten boringen

Niet van toepassing, het betreft verkennend onderzoek

Uitgezet door landmeter

15 Tol e.a. 2012

Blad 29 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

3.3

Overige toegepaste methoden Wijze onderzoek / beschrijving boorkolom Verzamelwijze archeologische indicatoren Bemonstering

Geen

Vondstzichtbaarheid aan oppervlak Omschrijving oppervlaktekartering Afwijkingen t.o.v. PvA

Nihil, deels weiland , deels bos- en natuurgebied

NEN 5104 / ASB Brokkelen van opgeboorde grond, waarneming op het oog Niet van toepassing

Niet uitgevoerd Boring 1001a is uitgevoerd in plaats van boring 1004a en 112 is verplaatst en nu onder aan het talud uitgevoerd. Boring d315 is vervangen door d301a en boring d506a door d507a.

Resultaten Voor een overzicht van de boringen wordt verwezen naar de boorprofielen in Bijlage 3 en de situatiekaart in de kaartenbijlage.

Blad 30 van 36

Antea Group Archeologie 2017/179 Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen projectnummer 417318 3 augustus 2020 revisie 01 Provincie Limburg - Cluster Wegaanleg

Afbeelding 20. Impressie van het plangebied tijdens de uitvoering; links op pagina 30 de paardenwei, rechts op pagina 30 het broekbos/ natuurgebied ten zuiden van de paardenwei, link op pagina 31 de rotonde waar de fietstunnel komt, rechts op pagina 31 de zone ten noorden van het talud.

3.3.1

Bodemopbouw Het onderzoek heeft plaatsgevonden in verschillende delen van het plangebied. Ten westen van de op –en afrit van de A73 bestaat het gebied uit een paardenwei ( meest noordelijke perceel, boringen d203a, d206a en d215a) en een bos- en natuurgebied (boringen d301, d303, d304, d308, d313 en d319; d503, d507 en d510). Ter hoogte van de rotonde van bij De Germaan wordt een fietstunnel aangelegd (boringen 1001 en 112). Langs de noordzijde van de N270 Deurneseweg, ten oosten van het spoor is het deelgebied een bossage/ groenstrook onder aan het talud van de weg (boringen 1306 en 1309). Op het deelgebied ten westen van de op- en afrit van de A73 is ter plaatse van de paardenwei in alle drie de boringen een A-AC-C profiel aangetroffen. Dat betekent dat het potentiële archeologische vlak door menselijk handelen geroerd is geraakt en de kans op het aantreffen van archeologische sporen daarmee laag is. Het bos-/natuurgebied ten westen van de op- en afrit van de A73 is in drie boringen sprake van een A-C profiel, waarbij in boring d313 sprake is van iets klei in de top van C-horizont. Bij boring d503 is sprake van een zeer dikke A-horizont; deze boring is echter wel in de berm van een watergang uitgevoerd, waarbij de kans groot is dat de bodem recent geroerd is. De overige boringen kenmerken zich allemaal door de aanwezigheid van veen.

Dit sluit aan bij het gebied: een broekbos. Blijkbaar is dit al lang een natte zone; dit is verklaarbaar door de aanwezigheid van de Oostrumse Beek. Zoals in het bureauonderzoek aangegeven valt dit deelgebied op de gemeentelijk kaart in een zone met onbekende verwachting voor resten van economische en rituele activiteiten voor jager-verzamelaars en landbouwers in natte landschappen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10736237/1