CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

09 Ruimtelijke onderbouwing

Commissie Wonen 12 oktober 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Afgeven ontwerp weigering verklaring van geen bedenkingen Zonneweide Spurkt.15.536 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

XIBRP1907121240

A23

Projectgerelateerd

Afleidingskanaal. Daarin staat alleen een erfafscheidingshekwerk. Deze bufferzone wordt in zijn geheel beheerd als bloemrijk gras. Omdat de landbouwkundige exploitatie en de daarmee gepaard gaande ontwatering van de percelen in het projectgebied wordt opgeheven, zal deze berm naar verwachting natter worden wat bij zal dragen aan de natuurlijke variatie in het zonnepark, maar ook in het natuurgebied in het Loobeekdal. De uiterste westelijke punt van het projectgebied ligt in de zilvergroene zone. In dit gebiedje, is, net als in de rest van het projectgebied een 20 meter brede natuurlijke bufferzone ontworpen. Daarnaast worden de bestaande zeer intensief beheerder grasakkers in het gehele projectgebied omgezet naar kruidenrijk en bloemrijk gras waarin zonnepanalen geplaatst zijn. Ook dit is een grote stap vooruit als het gaat om biodiversiteit in het projectgebied. Aan de westzijde van deze kavel wordt een bossingel toegevoegd. Al deze maatregelen ondersteunen de gewenste versterking van natuur en landschap in dit gebied. Een groot deel van het huidige akkerland in het projectgebied valt in de bronsgroene landschapszone. Ook in deze zone zijn diverse maatregelen ontworpen die passen in het beleid. Zo zal het projectgebied naar verwachting natter worden omdat het zonnepark niet ontwaterd zal worden.

Daarmee wordt de oorspronkelijk waterhuishouding en streven naar verhoging van biodiversiteit ondersteund. De historische landschapsstructuur wordt versterkt met bos- en struweelsingels dwars op het beekdal. Een bossingel langs de snelweg zorgt ervoor dat het snelverkeer minder nadrukkelijk zichtbaar zal zijn vanuit het Loobeekdal wat de beleving van natuur en landschap in het natuurgebied ondersteunt. Het bestaande bosvak (net buiten het projectgebied) wordt vergroot, waar onder andere de das van kan profiteren. Het Zonnepark Sporkehout zal een aanzienlijke bijdrage leveren aan behoud en versterking van natuur en landschap in en rond het Loobeekdal en sluit daarmee geheel aan de op letter en geest van de Omgevingsverordening. Het plangebied is tevens gelegen in een beekdal. Volgens KODE kan in beekdallandschappen een uitzondering gemaakt worden voor grootschalige energieopwekking wanneer er sprake is van aantasting van de hydrologische, landschappelijke en ecologische waarden door ontwikkelingen die in het verleden gedaan zijn. In het geval van het initiatief van Tomorrow Energy wordt de beoogde ingreep in het beekdal gekoppeld aan de snelweg A73, bedrijventerrein Smakt en de uitbreiding van het bedrijventerrein Spurkt welke in de huidige situatie al een doorbreking van het beekdal vormen.

Daarnaast worden aanvullende ingrepen rondom het zonnepark voorzien ter versterking van de landschappelijke structuur van het beekdal, zoals hierboven beschreven (zie ook bijlage 1: Landschappelijke inpassing). 3. Ruimte: kwantitatieve doelen, limieten en fasering richting 2030 De zonneladder van gemeente Venray is opgebouwd uit 5 sporen. Per spoor is een verwachte productie tot 2030 aaangegeven, een een minimum of maximum grondgebruik in hectares. De zonneladder bestaat uit de volgende 5 sporen: 1. Op daken 2. Langs snel- en spoorwegen, plassen, oude stortplaatsen, e.d. 3. Bouwvlakgerelateerde zonneparken 4. Oude ontginningen 5. Jonge ontginningen Toetsing van de ontwikkeling aan de dit ruimtelijke uitgangspunt De beoogde projectlocatie valt volgens de zone-kaart uit KODE in het Ja, mits gebied voor oude ontginningen, en valt daarmee binnen het vierde spoor van de Venrayse zonneladder. In totaal zal tot 2030 zo’n 20% van de energieopgave hier door middel van zonneparken gerealiseerd moeten worden. Naar verwachting zal de totale energieproductie in dit spoor zo’n 200 Tj bedragen tot 2030. Er wordt maximaal 50 hectare ingezet voor de ontwikkeling van zonneparken in deze oude ontginningsgebieden. De zonneparken moeten daarbinnen een minimale grootte hebben van 2 hectare, en een maximale grootte van 25 hectare.

Met dit voorgenomen plan draagt initiatiefnemer Tomorrow Energy bij aan deze

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A24

Projectgerelateerd

opgave in het vierde spoor van de Venrayse zonneladder, en voorziet daarmee in de opwekking van 10 MWp door de realisatie van 13,9 ha zonnepark inclusief nieuwe natuur en landschappelijke inpassing. 4. Ruimte: nieuwe bedrijfsdaken of publieke daken zonnepanelen via voorwaarden opleggen Spoor 1: Zon-op-dak Middels dit vierde uitgangspunt zet de gemeente in op het plaatsen van zon op bedrijfs- en publieke daken. Het uitgangspunt hierbij is dat de initiatiefnemer voorziet in de eigen stroom en energiebehoefte door de realisatie van zonnepanelen op het dak. Er wordt, waar mogelijk, ook gestreeft naar teruglevering van energie op het net. Spoor 2: Op reststroken, water, stortplaatsen, e.d. Het tweede spoor van de Venrayse zonneladder zet in op de realisatie van zonneparken op braakliggende of onbenutte terreinnen, die gekoppeld zijn aan bestaande weg- of railinfrastructuur, plassen, open water of voormalige stortplaatsen. Spoor 3: Bouwvlakgerelateerde zonneparken in het buitengebied Met dit derde spoor wordt ingezet op de realisatie van zonneparken binnen bestaande bouwvlakken van (agrarische) bedrijven gelegen in het buitengebied van de gemeente Venray. Spoor 4: Oude ontginningen De oude ontginningsgronden worden gekenmerkt door de kleinschalige organische structuur.

In totaal mag er maximaal 50 hectare in dit gebiedstype gerealiseerd worden, waarbij de minimale omvang van een zonnepark 2 hectare moet zijn, en een maximale grootte van 25 hectare mag hebben. Om spreiding van zonneparken te stimuleren moeten zonneparken met een omvang van 5 hectare of groter minimaal 1.000 meter van andere zonneparken verwijderd zijn. Zonneparken in de oude ontginningen moeten voldoen aan de uitgangspunten zoals in de KODE beschreven en moeten landschappelijk ingepast worden. Voor de periode na vaststelling van de KODE tot en met 2021 wordt uitgegaan van het vergunnen van 1 zonnepark in dit gebiedstype via een tender proces, waarbij uitzondering wordt gemaakt voor aanvragen waarvoor al voor het vaststellen van de KODE een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend. Spoor 5: Jonge ontginningen De jonge ontginningsgronden worden gekenmerkt door een grootschaligere structuur, in tegenstelling tot de oude ontginningen. Toetsing van de ontwikkeling aan dit ruimtelijke uitgangspunt Dit vierde uitgangspunt betreft een verdere detaillering van de verschillende sporen van de Venrayse zonneladder. Voorgenomen plan betreft de realisatie van een grondgebonden zonnepark en valt daarom niet binnen het 1e spoor (zon-op-dak). Dit uitgangspunt zal daarom in deze ruimtelijke onderbouwing niet verder worden toegelicht.

Het plangebied is gelegen langs de snelweg A73, en sluit door deze ligging aan bij de bestaande breuken in het landschap. Het zonnepark is niet voorzien op de reststroken van deze weginfrastructuur (2e spoor), maar juist op de oude ontginningsgronden aangrenzend hieraan. Binnen het plangebied zijn geen (agrarische) bouwvlakken aanwezig (3e spoor), maar is juist voorzien op percelen met de enkelbestemming ‘agrarisch’ of ‘agrarisch met waarden’. Zoals ook onder het derde uitgangspunt toegelicht valt het initiatief van Tomorrow Energy binnen het 4e spoor van de Venrayse zonneladder: de oude ontginningen. De aanvraag voor de omgevingsvergunning voor het voorgenomen initiatief is ingediend vóór de vaststelling van het

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A25

Projectgerelateerd

beleidsdocument KODE en hoeft daarom niet via het tenderproces, zoals in de KODE beschreven, mee te worden genomen. De omgevingsvergunningsaanvraag voor het initiatief van Tomorrow Energy is namelijk ingediend op 26 september 2019, en het Kader voor Opwekking Duurzame Energie (KODE) is vastgesteld door de gemeenteraad op 29 oktober 2019. De afstand tot een ander zonnepark, bezien vanaf het plangebied van Tomorrow Energy, moet volgens KODE ten minste 1.000 meter zijn. Binnen deze straal van 1.000 meter van de projectlocatie zijn nog geen zonneparken feitelijk gerealiseerd, noch plannen voor zonneparken welke beschikken over een definitief besluit op de aanvraag van een omgevingsvergunning. Wel is er aan de overzijde van de snelweg A73 een plan opgesteld voor de ontwikkeling van een grondgebonden zonnepark, maar hierover is tot op heden nog geen definitief besluit op de aanvraag van een omgevingsvergunning genomen. Bij de landschappelijke inpassing is rekening gehouden met de ‘Leidraad kwaliteit op locatie bij zonneparken’, zoals opgenomen in bijlage 3 van KODE. Dit wordt in de landschappelijke inpassing (bijlage 1) en onder uitgangspunt 7 verder onderbouwd. 5.

Ruimte: Bewijs dat opgewekte stroom kan worden geleverd, opgeslagen of omgezet De netbeheerder, Enexis, heeft onlangs in een persbericht aangegeven dat de toenemende opwekking van zonne-energie ertoe heeft geleid dat de netcapaciteit in de komende 2 jaar aanzienlijk moet groeien. In de gemeente is één onderstation voor aansluiting (Keizersveld) met een nog beperkte aansluitcapaciteit voor grote projecten beschikbaar, en tevens verschillende kleinere aansluitstations. Er wordt daarom in de KODE gevraagd dat de initiatiefnemer in een vroegtijdig stadium een transportindicatie van de netbeheerder kan overleggen. Toetsing van de ontwikkeling aan dit ruimtelijke uitgangspunt Tomorrow Energy heeft vroegtijdig in het proces contact opgenomen met de netbeheerder Enexis, om de benodigde netcapaciteit zeker te stellen. Hiertoe heeft de netbeheerder een transportindicatie en prijsindicatie afgegeven waarin de beschikbare netcapaciteit op dat moment wordt bevestigd. De transportindicatie van Enexis is opgenomen in bijlage 6 van deze ruimtelijke onderbouwing. 6. Ruimte: verkennen zoekgebied(en) voor grootschaliger opwekking in de jonge ontginningen Het zesde uitgangspunt van KODE richt zich op grootschalige opwekking door realisatie van energielandschappen in de jonge ontginningen.

Daarbij wordt ingezet op landbouwkundig laagwaardige gronden, waar de verbetering van de bodemgesteldheid een belangrijk motief kan zijn. Toetsing van de ontwikkeling aan dit ruimtelijke uitgangspunt Het plangebied van initiatiefnemer Tomorrow Energy is gelegen in de oude ontginningen, zoals beschreven onder uitgangspunt 3 & 4. Dit zesde uitgangspunt is daarom niet van toepassing op het voorgenomen plan. Desalniettemin wordt met de landschappelijke inpassing van het zonnepark ook bijgedragen aan een verbetering van bodem en biodiversiteit van dit gebied (zie de landschappelijke inpassing in bijlage 1). 7. Locatie: kwalitatieve ontwerpprincipes voor landschap, kavel en object Zonneparken kunnen op verschillende manieren in het landschap worden ingepast. Verwacht wordt dat de landschappelijke inpassing aandacht heeft voor de cultuurhistorische waarden, inpassing, flora en fauna, wegenstructuur en visualisaties. Er wordt tevens gestreefd naar dubbel ruimtegebruik. In het KODE worden de volgende aspecten benoemd: • Het voorzien van een inkadering in het gebied en het houden van afstand tot de randen van het perceel;

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A26

Projectgerelateerd

De verschillende belangen op het vlak van landbouw, natuur, recreatie, toerisme, waterberging en energieopwekking moeten daarbij in samenhang worden bekeken. • De bestaande verkavelings- en/of beplantingsstructuur is leidend. Landschap moet leidend zijn bij de vormgeving van het zonnepark; • De landschappelijke inpassing dient gelijktijdig of eerder dan de plaatsing van de panelen plaats te vinden; • Een goede ruimtelijke inpassing betekent een ruimtelijk logische aansluiting bij de kenmerken van de plek: verhaal van de plek, bebouwingsstructuren en landschapselementen; Daarnaast worden in de Leidraad kwaliteit op locatie bij zonnepanelen (bijlage 3 van KODE) aanvullende ontwerpprincipes voor het landschap, de kavel en het object benoemd. Hierbij worden ook principes gesteld over de omgang met zonnepanelen en andere objecten na de exploitatietermijn van 25 jaar (zoals het streven naar Cradle2Cradle). •

Toetsing van de ontwikkeling aan dit locatiespecifieke uitgangspunt Het zonnepark wordt landschappelijk ingepast zoals uitgebreid onderbouwd in Bijlage 1, waarbij rekening is gehouden met de ontwerpprincipes voor landschap, kavel en object uit de ‘Leidraad kwaliteit op locatie bij zonneparken’ (bijlage 3 van KODE). • Het zonnepark ligt niet binnen een zone van 150 meter van waardevolle structuren en op meer dan 500 meter afstand van de rand van een dorp of wijk. • De randen van het zonnepark worden vrij gehouden van zonnepanelen, en worden onder andere voorzien van kruidenrijk grassland, nieuw aan te planten houtwallen en bosschages. • Het zonnepark draagt bij aan de andere belangen die in dit gebied spelen door dubbel ruimtegebruik, waaronder: o Flora en Fauna wordt versterkt: onder andere door het aanleggen van een amfibieënpoel, bossingels en struweenhagen. Door de ruimte tussen de rijen zonnepanelen ontstaat er ruimte voor kruidenrijk grasland dat extensief beheert of zelfs begraast kan worden door schapen. Daarnaast wordt er bij de landschappelijke inpassing rekening gehouden met de migratieroutes van de das, maar ook met andere diersoorten zoals bepaalde vogels, insecten en de boomkikker. Zo worden er verspreid over het terrein insectenhotels of heuvels aangelegd. o Ruimte voor water: Bij de inpassing van het zonnepark is rekening gehouden met ruimte voor water.

Langs het Afwateringskanaal is een zone van 20 meter vrijgehouden van beschaduwing en het projectgebied kan tevens worden gebruikt voor inundatie. Door de zuidgerichte opstelling van de zonnepanelen kan afstromend hemelwater binnen het gehele plangebied worden geïnfiltreerd. • De bestaande verkavelings- en beplantingsstructuur is als uitgangspunt genomen in de landschappelijke inpassing van het zonnepark. De bestaande bosvakken blijven behouden en de kavelgrenzen worden gerespecteerd. De bestaande paden vanaf het Spurkt blijven gehandhaafd ter onderhoud van het zonnepark. • De landschappelijke inpassing zal gelijktijdig met de installatie van de panelen plaatsvinden. Periodiek wordt het beheer met experts geëvalueerd om het beheer waar nodig aan te scherpen. • Het beekdallandschap is vanuit het provinciaal en gemeentelijk beleid een belangrijke landschapsstructuur. De beoogde ontwikkeling van het zonnepark op deze locatie is daarom gekoppeld aan verschillende ‘breuken’ in dit landschap, zoals de snelweg A73 en de ontwikkeling van het bedrijventerrein de Spurkt. Vanwege deze ligging tussen ‘breuken’ is het ruimtelijk een logische locatie voor een zonnepark en wordt verrommeling van het landschap tegengegaan. • Initiatiefnemer Tomorrow Energy zal deelnemen aan het PV-Cycle, waarmee alles omtrent weten regelgeving omtrent de verwerking van zonnepanelen geborgd is.

Tomorrow Energy stelt graag met de gemeente Venray een anterieure overeenkomst op, waarin specifiek onderdelen als deze worden opgenomen. Alle installaties en objecten, met uitzondering van groene inpassingen 26 juni 2020

XIBRP1907121240

A27

Projectgerelateerd

zoals hagen en bosschages zullen worden verwijderd na beëindiging van het zonnepark (na 25 jaar). Hiervoor zal een budget worden vastgesteld, dat wordt vastgelegd in de hiervoor genoemde Anterieure Overeenkomst. Initiatiefnemer Tomorrow Energy streeft naar een Cradle to Cradle invulling van het zonnepark, en zal hier gedurende het gehele proces rekening mee houden. De wijze waarop met de ontwerpprincipes voor landschap, kavel en object is omgegaan wordt nader toegelicht in de landschappelijke inpassing in bijlage 1. Hierin zijn ook 3D visualisaties van het plan op ooghoogte in opgenomen. Hoe direct omwonenden en belangenorganisaties zijn meegenomen, als onderdeel van de omgevingsdialoog, wordt in bijlage 5, het communicatie en participatieplan, verder toegelicht. 8. Locatie: monitoren op bodemgesteldheid en biodiversiteit In KODE wordt voorgesteld om een vijfjaarlijkse monitoring op te zetten om de effecten van zonneparken op de bodemgesteldheid en biodiversiteit te inventariseren. Daartoe vraagt de gemeente om een 0-meting van de bodem, wat betreft organisch stofgehalte, bodemleven en bodemstructuur en een 0-meting van de biodiversiteit. Toetsing van de ontwikkeling aan dit locatiespecifieke uitgangspunt Initiatiefnemer Tomorrow Energy laat een 0-meting op de bodemgesteldheid en biodiversiteit uitvoeren.

Daarbij sluit Tomorrow Energy aan bij de nationale meetprotocollen, zoals het meetprotocol biodiversiteit zonneparken. 9. Eigenaarschap: substantieel aandeel lokaal eigenaarschap Het KODE beschrijft het belang van mede-eigenaarschap, zoals mogelijk door financiële participatie. De gemeente streeft naar een substantieel lokaal eigenaarschap. Het concept Kllimaatakkoord streeft ernaar dat voor 2030, de helft van de opwek van hernieuwbare energie, zoals zonne-energie, in eigendom is van burgers en bedrijven uit de lokale omgeving. De gemeente stelt dan ook met dit uitgangspunt dat de initiatiefnemer in gesprek gaat met de omgeving om hierover afspraken te maken. Uitgangspunt is dat de initiatiefnemer minimaal 10% (met streven naar 50%) van het park, in vermogen of oppervlak, ter beschikking stelt voor een bepaalde vorm van participatie door inwoners, bedrijven en organisaties uit de gemeente. Daarbij is het ook mogelijk om te kiezen voor een mix van coöperatieve en gemeentelijke participatie. Toetsing van de ontwikkeling aan dit uitgangspunt Binnen de planvorming van een project vindt Tomorrow Energy het belangrijk dat de omgeving goed geïnformeerd wordt en kan participeren en meeprofiteren van de voordelen die een duurzaam project met zich meebrengt.

Tomorrow Energy biedt daarom omwonenden en stakeholders de mogelijkheid om financieel te participeren in haar zonneparken via obligaties. Tomorrow Energy streeft daarbij naar 50% lokaal eigenaarschap. Daarnaast worden andere/aanvullende mogelijkheden voor financiële participatie, zoals ‘crowdfunding’ onderzocht. In bijlage 5 ‘Participatieplan’ wordt hier verder op ingegaan.

10. Eigenaarschap: tegenprestatie bij aanleg zonnevelden Voor zonneparken in spoor 4 (oude ontginningen) en spoor 5 (jonge ontginningen) wordt eenmalig een tegenprestatie gestort in het gemeentelijk kwaliteitsfonds, op basis van het geïnstalleerd vermogen. Voor de ontwikkeling van een zonnepark in oude ontginningen wordt de volgende kwaliteitsbijdrage voorgesteld:

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A28

Projectgerelateerd

Tabel 4 Kwaliteitsbijdrage (Bron: KODE)

Aandeel coöperatief/ Ontwikkeling zonnepark gemeentelijke participatie Oude ontginningen (minimale grootte 2 ha)

0 tot 30% 30 tot 50% 50% of meer

Kwaliteitsbijdrage € 0,50 / m² panelen € 0,25 / m² panelen n.v.t.

Toetsing van de ontwikkeling aan dit uitgangspunt Initiatiefnemer Tomorrow Energy zal een eenmalige financiële bijdrage leveren in het gemeentelijk kwaliteitsfonds op basis van de kwaliteitsbijdrage zoals hierboven beschreven, indien het aandeel lokaal eigenaarsschap lager uitvalt dan het streefpercentage van 50%, zoals onder uitgangspunt 9 toegelicht.

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A29

Projectgerelateerd

4

Milieuhygiënische en planologische verantwoording

In dit hoofdstuk is voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de wet- en regelgeving ten aanzien van de omgeving. Deze wet- en regelgeving schetst de randvoorwaarden wanneer sprake is van een goed woon en leefklimaat, waarmee wordt voorzien in een goede ruimtelijke ordening.

4.1

Vormvrije m.e.r-beoordeling

In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in combinatie met de te doorlopen ruimtelijke procedure plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten uit bijlage D die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Toetsing van de ontwikkeling De oprichting en/of realisatie van een zonnepark worden niet in het Besluit milieueffectrapportage genoemd. Zonneparken staan als zodanig niet op de D-, of C-lijst. Wel zijn er twee activiteiten op de D-lijst waar zon onder lijkt te kunnen vallen: • D9: Een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan; • D22.1: De oprichting, wijziging of uitbreiding van een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water Er is geen sprake van een landinrichting als bedoeld in de Wet inrichting landelijk gebied 2 . Een zonnepark met een omvang zoals in dit project begroot, wordt niet onder categorie D9 wordt geschaard, behalve in het geval dat een zonnepark onderdeel uitmaakt van een groter landinrichtingsproject.

Voorgenomen ontwikkeling maakt geen onderdeel uit van een landinrichtingsproject en betreft derhalve ook geen wijziging of uitbreiding daarvan. Ook categorie D22.1 is niet van toepassing, aangezien er productie van elektriciteit, stoom én warm water nodig is, om hieronder te vallen. In dit geval is dus voor zonneparken geen vormvrije m.e.r. beoordeling nodig. Conclusie Gelet op de kenmerken van het project (zonnepark) en de zeer beperkte aard van de milieueffecten (zoals gemotiveerd in deze ruimtelijke onderbouwing), wordt geconcludeerd dat ook anderszins er geen aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling.

4.2

Bedrijven- en milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Doorgaans vindt deze ruimtelijke afstemming plaats in de vorm van het aanhouden van voldoende afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Hiermee wordt hinder en gevaar voor milieugevoelige functies voorkomen of zoveel mogelijk beperkt en wordt bedrijven voldoende zekerheid geboden dat zij hun bedrijfsactiviteiten onder aanvaardbare voorwaarden kunnen ontplooien. Door de VNG is een handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ gepubliceerd (laatste uitgave dateert uit 2009). In deze handreiking zijn per milieubelastende activiteit richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar opgenomen tot milieugevoelige functies. 2

https://wetten.overheid.nl/BWBR0020748/2019-01-01#Hoofdstuk1_Artikel1

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A30

Projectgerelateerd

Toetsing van de ontwikkeling Een zonnepark is niet aangewezen als milieubelastende activiteit in de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG. Eventuele hinder zou door transformatoren en omvormers kunnen ontstaan. Het betreft transformatoren die vergelijkbaar zijn aan die in woonwijken. Voor transformator-stations (een buitengewoon conservatieve benadering van de te plaatsen transformatoren) geldt een te hanteren afstand van 30 m. Binnen een afstand van 30 meter rondom het projectgebied zijn is één agrarische bedrijfswoning aanwezig. Het is mogelijk om de transformatoren binnen het plangebied op voldoende afstand van de bewoning (buiten de afstand van 30 meter) aan te sluiten. De transformatoren veroorzaken daarmee geen hinder voor omliggende woonpercelen. Een zonnepark betreft daarnaast geen milieugevoelige functie, waardoor bestaande bedrijven in de omgeving niet onevenredig in hun belangen worden geschaad bij de realisatie van deze functie. Conclusie Met voorgenomen ontwikkeling van een zonnepark wordt aan de richtafstanden als opgenomen in de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG voldaan. In de basis wordt hiermee ten aanzien van stof, geur, geluid en gevaar invulling gegeven aan een goede ruimtelijke ordening.

4.3

Geluid

Bij de beslissing over een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan, waarbij de voorgenomen ontwikkeling is gelegen binnen geluidszones als aangewezen door de Wet geluidhinder, is het verplicht om de waarden uit de Wet geluidhinder in acht te nemen. Toetsing van de ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling van een zonnepark is gelegen binnen 400 meter van de A73 en is daarmee binnen de geluidszone van deze weg gelegen. Een zonnepark betreft echter geen geluidgevoelige functie waardoor verdere toetsing aan de Wet geluidhinder niet van toepassing is. Een zonnepark vormt een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Het zonnepark is een type Ainrichting. De inrichting valt daarmee onder de werkingssfeer van de algemene regels van het Activiteitenbesluit en is niet meldings- en/of vergunningsplichtig. Op voorhand kan worden geconstateerd dat deze inrichting geen relevante geluidbelasting veroorzaakt. Bovendien zal de geluidsbelasting van de nabijgelegen A73 eventuele geluidsproductie door het zonnepark overstemmen. Conclusie We hebben het aspect Geluid nader onderzocht. De resultaten hiervan zijn opgenomen in het Geluidsmemo in bijlage 6 bij deze ruimtelijke onderbouwing. Een zonnepark betreft geen geluidsgevoelig object en vormt daarom geen belemmering voor de aanwezige geluidzones.

4.4

Externe veiligheid

Voor een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat burgers beschermd worden tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of gevaarlijke omstandigheden. Externe veiligheid gaat daarom om het beperken van de kans op en het effect van een ernstig ongeval voor de omgeving door: • Het gebruik, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); • Het transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, wegen, waterwegen en spoorwegen); • Het gebruik van luchthavens. 26 juni 2020

XIBRP1907121240

A31

Projectgerelateerd

Toetsing van de ontwikkeling Een zonnepark is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Binnen het plangebied worden namelijk geen objecten gerealiseerd waar personen kunnen verblijven. Andersom is een zonnepark geen risicovolle inrichting, waardoor de ontwikkeling niet van invloed is op eventueel nabijgelegen kwetsbare objecten. Uit de risicokaart Nederland blijkt dat ter plaatse en/of nabij het plangebied geen buisleidingen zijn gelegen voor het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het oogpunt van externe veiligheid zijn dan ook geen belemmeringen aan de orde. Conclusie De beoogde ontwikkeling voorziet niet in de oprichting van kwetsbare objecten of in de oprichting van risicovolle inrichtingen. Ten aanzien van externe veiligheid wordt voorzien in een goede ruimtelijke ordening.

4.5

Bodem

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient de bodemkwaliteit aan te sluiten bij de beoogde functie/het toekomstig bodemgebruik. Vanuit de haalbaarheid van het initiatief dient daarnaast het financiële risico ten aanzien van de mogelijke aanwezigheid van ernstige bodemverontreinigingen in kaart te worden gebracht. Toetsing van de ontwikkeling Bodemkwaliteit in relatie tot het toekomstig gebruik De beoogde ontwikkeling van een zonnepark voorziet niet in verblijfsruimten voor personen of in een ontwikkeling waarbij personen in contact komen met de bodem. Volgens kaartbijlage 2 van het rapport ´Bodemkwaliteitskaart gemeente Venray´ d.d. september 2011 is de onderzoekslocatie gelegen in de bodemkwaliteitszones: • zone 1 (bovengrond 0-0,5 m-mv, bodemkwaliteitsklasse AW2000) • zone 4 (ondergrond 0,5-2,5 m-mv, bodemkwaliteitsklasse AW2000) In figuur 4-1 is een uitsnede opgenomen van de bodemfunctieklassenkaart van de gemeente Venray, als opgenomen in kaartbijlage II bij de bodemkwaliteitskaart.

Figuur 4-1: Uitsnede bodemfunctieklassenkaart Venray 2011

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A32

Projectgerelateerd

De bodemkwaliteit van het plangebied is voor zowel voor de onder- als bovengrond aangewezen als AW2000, ofwel ‘schoon’. De functie van de bodem (landbouw/natuur) zal naar aanleiding van voorgenomen ontwikkeling niet wijzigen. Financiële risico’s in verband met mogelijke bodemverontreiniging De provincie Limburg heeft in de Atlas Limburg alle bodemlocaties vastgelegd waar sprake is zijn van een mogelijke bodemverontreiniging, een vastgestelde bodemverontreiniging, lopende sanering en de locaties waar sprake is van nazorg in het kader van eerdere (gesaneerde) bodemverontreinigingen. In figuur 4-2 is een uitsnede opgenomen van de projectlocatie uit de Atlas Limburg. Binnen en/of nabij het plangebied zijn geen (mogelijke) bodemverontreinigingen bekend.

Figuur 4-2: Uitsnede Atlas Limburg 'bodemlocaties'

Gelet op het huidige gebruik als weide- en akkerbouwgrond, wordt een ernstige bodemverontreiniging niet binnen het plangebied verwacht. Conclusie Op grond van de bodemkwaliteitskaart als vastgesteld door de gemeente Venray wordt de bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied aangemerkt als ‘schoon’ (AW2000). Op grond van de atlas van de provincie Limburg en het huidig gebruik wordt geen ernstige bodemverontreiniging binnen het plangebied verwacht. De bodemkwaliteit is daarmee geschikt voor de beoogde functie en vormt geen risico in het kader van de (financiële) haalbaarheid van het planvoornemen.

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A33

Projectgerelateerd

4.6

Archeologie en cultuurhistorie

4.6.1

Archeologie

Met het Europees Verdrag van Malta wordt voorzien in de bescherming van het archeologisch erfgoed. Dit verdrag is wettelijke verankerd in de Wet op de archeologische monumentenzorg. Hieruit vloeide de verplichting voort om bij ruimtelijke plannen rekening te houden met archeologisch erfgoed. Voor de bescherming van archeologische waarden is door de gemeente Venray een archeologische beleidskaart opgesteld, behorende bij het rapport ‘Begrensd verleden - Een archeologische verwachtingsen beleidsadvieskaart en de cultuurhistorische waardenkaart voor de gemeente Venray’. In figuur 4-3 is een uitsnede van deze beleidskaart opgenomen met het plangebied.

Figuur 4-3: Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Venray

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A34

Projectgerelateerd

Figuur 4-4: Legenda behorende bij de archeologische beleidskaart gemeente Venray

Toetsing van de ontwikkeling Binnen het plangebied zijn de categorieën 4 (hoge verwachting), 5 (middelhoge verwachting), 6 (onbekende verwachting) en 7 (lage verwachting/verstoorde gebieden) gelegen. In de Erfgoedverordening 2010 van de gemeente Venray is bepaald het verboden is de bodem in archeologische verwachtingsgebieden dieper dan 50 cm onder de oppervlakte te verstoren, tenzij bepalingen in het bestemmingsplan op zijn genomen ten aanzien van archeologische monumentenzorg. Als beschreven in paragraaf 1.5 is in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venray 2010’ de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologie -1’ en ‘Waarde – archeologie -2’ aan het plangebied toegekend. Volgens de regels behorende bij ‘Waarde – archeologie -1’ mag alleen worden gebouwd als de verstoring van de bodem maximaal 2.500 m2 beslaat en niet dieper is dan 50 cm. Voor ‘Waarde – archeologie -2’ geldt hetzelfde maar dan is de maximale verstoring 500 m2. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van voorgenoemde oppervlakten en diepte. De werkzaamheden voor de realisatie van het zonnepark betreffen geringe bodemingrepen. Het aanbrengen van de stellages op blokken op maaiveld niveau of ondiepe vormen van fundering behoren tot de mogelijkheden. Ingrepen dieper dan 50 cm onder maaiveld blijven beperk tot de fundering van het innamestation, maar overschrijdt de maximale oppervlakte van 500 m2 niet.

Voor voorgenomen ingreep zijn geen aanvullende maatregelen nodig ter bescherming van archeologische verwachtingswaarden.

4.6.2

Cultuurhistorie

Binnen het plangebied zijn geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten gelegen. Dit aspect is derhalve verder buiten beschouwing gelaten.

4.7

Ondergrondse infrastructuur

Via de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken is het verplicht om voorafgaand aan voorgenomen graafwerkzaamheden informatie op te vragen over de aanwezige ondergrondse infrastructuur ter voorkoming van graafschade. Middels een klic-melding bij het Kadaster is 26 juni 2020

XIBRP1907121240

A35

Projectgerelateerd

hier invulling aangegeven. Een tekening met de binnen en nabij het plangebied aanwezige leidingen is opgenomen in bijlage 3. Hieruit blijkt dat alleen langs de Spurkt meerdere kabels en leidingen zijn gelegen binnen/nabij het plangebied. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling vinden hier geen grondroerende werkzaamheden plaats. In het kader van voorgenomen ontwikkeling is derhalve geen schade aan ondergrondse infrastructuur te verwachten.

4.8

Ecologie

Natuurtoets/ Quick Scan Wet natuurbescherming Voor voorgenomen ontwikkeling is een natuurtoets uitgevoerd waarin mogelijke effecten op wettelijk en beleidsmatig beschermde natuurwaarden in beeld zijn gebracht. De natuurtoets is in bijlage 4 bij deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen. In voorliggende paragraaf is een samenvatting van deze toets opgenomen. De relevante wijzigingen in het projectgebied zijn: • Aanleg zonnepark en daarbij behorende voorzieningen. Bij de aanleg van het zonnepark wordt gebruik gemaakt van licht materieel. • Het gebruik van het terrein als zonnepark. Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebieden. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden Boschhuizerbergen en Maasduinen liggen op respectievelijk circa 1 en 6 kilometer ten opzichte van het plangebied. • Directe aantasting als gevolg van ruimtebeslag is uitgesloten; • Verstoring tijdens de aanlegfase zal niet reiken tot de nabijgelegen Natura 2000-gebieden zodat negatieve effecten uitgesloten kunnen worden.

Figuur 4-5: Ligging N2000-gebieden

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A36

Projectgerelateerd

Externe werking Bij de beoordeling van de ontwikkeling dient ook het effect van stikstofdepositie op N2000-gebieden te worden betrokken. Voor voorgenomen ontwikkeling is het netto-effect beschouwd: netto-effect = effect planontwikkeling – huidige situatie. In die huidige situatie is sprake van landbouwgrond/grasland als emissiebron met een gemiddelde bijdrage van 311 kg NH3/ha/jaar en levert daarmee een bijdrage van >0,05 mol N/ha/jaar op het N2000-gebied Maasduinen en 0,12 mol N/ha/jaar op Boschhuizerbergen. Voor de aanlegfase van het zonnepark (<1 jaar) is met behulp van de AERIUS-calculator een tijdelijke stikstofdepositie bijdrage berekend van 0,01 mol N/ha/jaar voor Maasduinen en 0,04 mol N/ha/jaar voor Boschhuizerbergen. Zodra het zonnepark is gerealiseerd is er geen emissie van stikstof voorzien. Dit betekent dat voor de aanlegfase voor de Maasduinen een afname van de stikstofdepositie wordt berekend van 0,04 mol N/ha/j en voor de Boschhuizerbergen een afname van stikstofdepositie van 0,08 mol N/ha/j. Voor de gebruiksfase is de afname zelfs nog groter respectievelijk, 0,05 mol N/ha/j en 0,12 mol N/ha/j.

Omdat er sprake is van een afname van de stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie en de stikstofemissies enkel tijdelijk zullen plaatsvinden (vergeleken met een jaarlijks terugkerende emissie op de landbouwgrond) zijn significant negatieve effecten ten gevolge van stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden en de habitattypen uitgesloten. Soortenbescherming Op basis van raadpleging van verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF; geraadpleegde range: 1 januari 2014 t/m 17 juni 2019 en verspreidingsatlassen, is een beeld gevormd van voorkomende beschermde soorten. Tevens is op 20 juni 2019 de planlocatie bezocht door een ter zake deskundig ecoloog. Zoals beschreven in de natuurtoets blijkt dat rond en in het plangebied verschillende beschermde soorten broedvogels voorkomen. De bossen rond het plangebied zijn leefgebied voor bos- en struweelvogels. Of de graszodepercelen nog geschikt zijn voor weidevogels is onzeker maar niet uit te sluiten. Met name de bosgebieden rond het plangebied hebben een functie als leefgebied voor de wettelijk beschermde das en algemene zoogdiersoorten. De graszodepercelen hebben alleen een marginale foerageerfunctie voor de das. Het plangebied is gelegen in het dassenkernleefgebied Loobeekdal.

In het kerngebied komen een aantal burchten voor, waaronder de burcht in het eikenbosje dat door het plangebied wordt omklemd. Beschermde vaatplanten, vissen, reptielen, amfibieën en ongewervelden komen binnen het plangebied niet voor. Ten noorden van het plangebied zijn waarnemingen bekend van de boomkikker. Het plangebied zelf vormt echter geen geschikt leefgebied voor de boomkikker. Ten behoeve van de bescherming van soorten zijn in de natuurtoets de volgende adviezen met betrekking tot de uitvoering gegeven: • De aanlegfase dient buiten de periode van half maart tot en met half juli uitgevoerd te worden zodat er geen verstoring optreedt voor broedvogels. Indien de aanlegfase binnen deze periode is voorzien, dient voorafgaand aan de werkzaamheden onderzocht te worden of broedvogels binnen het gebied aanwezig zijn. Omgevingsverordening Natuurnetwerk Nederland (NNN)

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A37

Projectgerelateerd

Het plangebied ligt geheel buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN), zoals aangeduid in de provinciale atlas van de provincie Limburg. Het natuurgebied Smakterveld ligt ten noorden van het plangebied met als scheidslijn de Loobeek. Dit natuurgebied maakt onderdeel uit van de Goudgroene natuurzone van Limburg, zoals beschreven in paragraaf 3.2.

Figuur 4-6: Ligging NNN-gebieden

Het planvoornemen raakt niet de wezenlijke kenmerken en waarden de NNN. Een toetsing aan de externe werking is in de provincie Limburg niet van toepassing. Ecologische inpassing planvoornemen In de natuurtoets zijn enkele aanbevelingen gedaan voor het ecologisch inpassen van het planvoornemen, zoals • aansluiting zoeken op de bestaande houtwallen; • aanleg van een poel en braamstruweel rondom de poel voor de beschermde boomkikker; • inzaaien van de onderhoudspaden met een bloemenmengsel • plaatsen van de zonnepanelen op hoogte boven het maaiveld voor voldoende licht en regen toetreding voor ontwikkeling van vegetatie onder de panelen. Deze zijn overgenomen in de landschappelijke inpassingen (zie paragraaf 2.3 en bijlage 1), waardoor het planvoornemen een positieve bijdrage levert aan de biodiversiteit binnen het plangebied. Toetsing van de ontwikkeling Voorgenomen planvoornemen heeft geen negatieve effecten op nabijgelegen N2000-gebieden en buiten het gebied gelegen goudgroene natuur (NNN-gebieden). Mits de adviezen uit de natuurtoets worden opgevolgd heeft voorgenomen planvoornemen geen negatieve effecten op onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten. De aanbevelingen voor ecologische inpassing van het

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A38

Projectgerelateerd

planvoornemen in de omgeving zijn meegenomen in de landschappelijke inpassing als toegelicht in paragraaf 2.3. Voorgenomen planvoornemen draagt derhalve positief bij aan de ecologische waarden.

4.9

Energie en klimaat

Voorgenomen ontwikkeling van een zonnepark voorziet in de opwekking van circa 10 MWp. Zoals beschreven in hoofdstuk 3 sluit deze ontwikkeling aan bij Europese, nationale, regionale en lokale doelstellingen ten aanzien van reductie van de emissie van broeikasgassen door de opwekking van elektriciteit en draagt deze ontwikkeling bij aan de opwekking van duurzame energie. Het zonnepark is voorzien voor een productieperiode van 25 jaar. Het zonnepark draagt daarmee op korte termijn bij aan verduurzaming van de elektriciteitsproductie en biedt daarnaast ruimte voor verdere ontwikkeling en inrichting van een toekomstgericht duurzaam energienetwerk; na de productieperiode komen de gronden weer beschikbaar voor een agrarische functie of nieuwe ruimtelijke functie.

4.10

Luchtkwaliteit

Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). De luchtkwaliteitseisen uit deze wet en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: • de grenswaarde niet wordt of niet dreigt te worden overschreden; • een ontwikkeling niet leidt tot verslechtering van de luchtkwaliteit; • een ontwikkeling ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan luchtverontreiniging; • de ontwikkeling onderdeel uitmaakt van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen. Toetsing van de ontwikkeling Het project gaat in de gebruiksfase niet gepaard met verbranding van (fossiele) brandstoffen. Ook is er geen sprake van een significante verkeersaantrekkende werking. Er vinden enkel verkeersbewegingen plaats in de aanlegfase. In de gebruiksfase vindt incidenteel verkeer plaats die samenhangt met het beheer en onderhoud van het zonnepark. De voorgenomen ontwikkeling leidt daarom niet tot verslechtering van de luchtkwaliteit, waardoor een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd.

4.11

Waterparagraaf

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen. In deze waterparagraaf wordt de wijze beschreven waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie, dat wil zeggen voor het grondwater, het oppervlaktewater dan wel regionale en/of primaire waterkeringen. In het kader van voorgenomen ontwikkeling is voorafgaand aan de ruimtelijke procedure advies gevraagd aan de waterbeheerder, Waterschap Limburg, hoe de waterhuishoudkundige belangen geborgd kunnen worden in het planvoornemen. Waterschap Limburg heeft daarbij aangegeven in het kader van beekdalontwikkeling samen met de provincie toe te werken naar beekdal brede, robuuste en duurzame watersystemen. Voor voorgenomen ontwikkeling betekent dit: • Het vrijhouden van een minimaal 20 meter brede zone langs de Loobeek ten behoeve van beschaduwing door begroeiing; • Het projectgebied kan potentieel worden gebruikt voor inundatie; • Het projectgebied moet geschikt blijven voor infiltratie; verharding of afstroming van verhard oppervlak dient te worden voorkomen. 26 juni 2020

XIBRP1907121240

A39

Projectgerelateerd

Daarnaast zijn via de Legger van Waterschap Limburg (laatst bijgewerkt in maart 2019) zones en technische werken aangewezen waarvoor specifieke regels gelden vanuit de Keur (vastgesteld 1 april 2019). De watergang Smakterveld en het Afleidingskanaal van de Loobeek zijn op de Legger aangewezen als primaire watergang en kennen een de beschermingszones ‘kernzone primaire waterkeringen’ en ‘profiel van vrije ruimte’. Deze beschermingszone is langs Smakterveld 10 m breed en langs het Afleidingskanaal (Loobeek) 18 meter breed.

Figuur 4-7: Uitsnede Legger Waterschap Limburg (maart 2019)

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A40

Projectgerelateerd

Toetsing van de ontwikkeling In het planvoornemen, zoals beschreven in paragraaf 2.2 en 2.3, worden geen werkzaamheden/ activiteiten voorzien binnen 20 meter van het Afleidingskanaal (Loobeek) of binnen 10 meter van de watergang Smakterveld. De beschermingszones worden met voorgenomen ontwikkeling gerespecteerd. Onder de panelen wordt geen verharding aangebracht, enkel een constructie voor de opstelling van de panelen. Het projectgebied blijft daarmee geschikt voor inundatie. Het hemelwater dat op de zonnepanelen valt, stroomt via de panelen af naar het maaiveld. Bij het planvoornemen is er sprake van een zuidgericht zonnepark met ruime afstand tussen de rijen met zonnepanelen, hierdoor kan het afstromende hemelwater ook binnen het gehele plangebied infiltreren. Normaliter wordt de ontwikkeling van een zuidgericht zonnepark door waterschappen dan ook niet als een toename van verhard oppervlakte beschouwd 3.

4.12

Reflectie en duisternis

Zonnepanelen worden vaak in verband gebracht met reflectie van licht. Moderne zonnepanelen hebben echter nauwelijks reflectie, aangezien het licht dat gereflecteerd wordt niet omgezet wordt naar elektriciteit wat ongunstig is voor het rendement van de panelen. Het percentage reflectie gaat om 3 à 5% bij een normale lichtinval 4. Ter referentie: de reflectie van zonnepanelen is veel lager dan dat van standaard glas en eerder vergelijkbaar met stilstaand water. Door de beperkte schittering en reflectie zijn zonneparken ook terug te vinden in de directe omgeving van vliegvelden (bijv. Weeze en Schiphol) en snelwegen. Dit betekent dat ze geen nadelig effect hebben op verkeersveiligheid. De reflectie (voor zover nog aanwezig) hangen daarbij af van de locatie (stand en hoogte spiegelend vlak) en de stand van de zon (de tijd en de tijd van het jaar). Het project heeft geen lichtuitstraling en beïnvloedt de duisternis in het gebied niet. Op het terrein is geen sprake van verlichting.

3

Ervaringen op basis van eerdere adviezen van waterschap Aa en Maas, waterschap De Dommel, waterschap Rijn en IJsel en waterschap Scheldestromen voor zonneparken in een vergelijkbare opstelling. 4 http://www.recgroup.com/sites/default/files/documents/reflectivity_and_iam.pdf 26 juni 2020

XIBRP1907121240

A41

Projectgerelateerd

5

Uitvoerbaarheid

5.1

Economische uitvoerbaarheid

Zodra sprake is van een ‘aangewezen bouwplan’, is de gemeente op grond van de Wet ruimtelijke ordening verplicht om een exploitatieplan vast te stellen. Op grond van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt de aanleg van een zonnepark niet aangewezen als een bouwplan. De gemeente is derhalve niet verplicht om voor voorgenomen ontwikkeling van een zonnepark een exploitatieplan vast te stellen. De kosten voor begeleiden van de procedure voor de omgevingsvergunning worden via de Legesverordening 2019 van de gemeente Venray gedekt en zijn voor rekening van de initiatiefnemer.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Betrekken van de omgeving Binnen de planvorming van een project vindt Tomorrow Energy het belangrijk dat de omgeving goed geïnformeerd wordt en kan participeren en meeprofiteren van de voordelen die een duurzaam project met zich meebrengt. In het participatie- en communicatieplan (bijlage 5) wordt in detail ingegaan op de omgevingsdialoog en de mogelijkheden voor financiële participatie. Juridische inspraak mogelijkheden Conform afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) liggen de ontwerpvergunning en bijbehorende stukken gedurende zes weken ter inzage. Gedurende deze periode is het voor eenieder mogelijk om een zienswijze op het planvoornemen in te dienen. Alle ontvangen en ontvankelijke zienswijzen worden samengevat en beantwoord in de Nota beantwoording zienswijzen. De zienswijzen worden betrokken bij de vaststelling van de omgevingsvergunning.

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A42

Projectgerelateerd

6

Conclusies

In voorliggende ruimtelijke onderbouwing is de voorgenomen bouw en het gebruik van het zonnepark getoetst aan het ruimtelijk beleid en wet- en regelgeving ten aanzien van relevante sectorale aspecten. Uit de toetsing blijkt het volgende: • De beoogde ontwikkeling is in overeenstemming met het rijks-, provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk beleid, en past binnen de 10 uitgangspunten uit het Kader voor Opwekking Duurzame Energie (KODE, 2019); • Het project levert een bijdrage aan de ambities met betrekking tot het opwekken van duurzame energie; • Het project levert een bijdrage aan de landschappelijke en ecologische versterking van het gebied rond de Loobeek; • De diverse omgevingsaspecten vormen geen belemmering voor het planvoornemen; • Het planvoornemen draagt positief bij dan wel doet geen afbreuk aan de diverse omgevingsaspecten.; • Er is sprake van een economisch uitvoerbaar project; • De omgeving wordt in de planvorming betrokken en heeft de mogelijkheid tot financiële participatie in het planvoornemen.

26 juni 2020

XIBRP1907121240

A43

Projectgerelateerd

Bijlage 1:

26 juni 2020

Landschappelijke inpassing

XIBRP1907121240

A44

Projectgerelateerd

Bijlage 2:

26 juni 2020

Advies wegbeheerder

XIBRP1907121240

A45

Projectgerelateerd

Bijlage 3:

26 juni 2020

Klic melding

XIBRP1907121240

A46

Projectgerelateerd

Bijlage 4:

26 juni 2020

Quickscan Zonnepark Venray

XIBRP1907121240

A47

Projectgerelateerd

Bijlage 5:

26 juni 2020

Communicatie- en Participatieplan

XIBRP1907121240

A48

Projectgerelateerd

Bijlage 6:

26 juni 2020

Memo Geluid

XIBRP1907121240

A49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10577027/1